Bijlage 1 Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek
Tekst van het document
Kleinschalig initiatievenkader duurzame energie gemeente Baarle-Nassau
Inhoudsopgave
2
Laats gewijzigd: 02/03/2022 LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl
1
Inleiding
5
2
Doelen
9
3
Leidende principes
15
4
Zonnepanelen: ja, graag
22
5
Ja, mits
25
6
Nee, tenzij
33
7
Nee, nooit
45
8
Toetsingscriteria zon < 2ha.
47
9
Kleine windmolens
54
10
Toetsingscriteria kleine windmolens
57
11
Bijlage analyse
59
1 Inleiding 1.1 Doel In de gemeente Baarle-Nassau werken we aan een duurzame, groene omgeving en een schone toekomst. We hebben de ambitie om een bijdrage te leveren aan de energietransitie en specifiek aan het behalen van onze regionale CO2-reductie doelstelling. We hebben daarvoor eigen duurzaamheidsbeleid1 en we doen mee in de RES West-Brabant. Als gemeente kiezen we voor maximaal opwekken van zonne-energie door de ruimte op daken te benutten. Daarnaast hebben we als gemeente beleid nodig over hoe wij wensen om te gaan met kleinschalige initiatieven voor de opwek van duurzame energie anders dan op daken. Kleinschalig betekent hier zonnevelden tot maximaal 1,5 ha. bruto projectgebied (dus inclusief landschappelijke inpassing en onbedekte bodem) en windmolens van maximaal 15 meter hoog (zie 2.3).
4
Dit kleinschalige initiatievenkader duurzame energie geeft antwoord op de vraag of een initiatief ruimtelijk passend is. Dit zegt niets over de ruimte op het
Foto: zonnepanelen in het veld
1 In de duurzaamheidsvisie Baarle-Nassau geven wij aan hoe wij een duurzame gemeente Baarle-Nassau voor ons zien. De visie is via de website www.baarle-nassau.nl/ duurzaamheid in te zien.
energienetwerk. Deze ruimte is beperkt. We raden intiatiefnemers aan vroegtijdig contact op te nemen met de netbeheerder en na te denken over mogelijkheden die minder afhankelijk zijn van de beschikbare netcapaciteit. Met dit kleinschalig initiatievenkader duurzame energie willen we bereiken: 1. We willen onze eigen ambities wat betreft opwek van duurzame energie nogmaals neerzetten. 2. We willen laten zien op welke wijze het kleinschalig opwekken van zonne-energie en windenergie (windmolens tot en met 15 m.) in bepaalde gebieden wél voorstelbaar is. Dat doen we door het schetsen van principes. Bij die principes zijn we vooral op zoek naar hoe meerwaarde gerealiseerd kan worden. Met deze principes willen we initiatiefnemers een handreiking geven hoe zij met deze materie kunnen omgaan en willen we ze uitnodigen tot een gesprek om het algemeen belang voldoende onder de aandacht te brengen. 3. We geven regels over hoe we kleinschalige plannen en initiatieven zullen toetsen. Dit geldt ook voor initiatieven die zich al eerder (vanaf 2018) bij de gemeente gemeld hebben. 4. Ook willen we aangegeven waar we kleinschalige opwek van duurzame energie (zonne-energie en windenergie) niet vinden passen vanwege specifieke gebiedswaarden en gebiedsdoelen.
5
1.2 Proces Dit kader voor kleinschalige initiatieven hebben we opgesteld in samenwerking met onze buurgemeenten Gilze en Rijen en Alphen-Chaam. We werken op meerdere thema’s samen binnen de ABG-organisatie. Aanvankelijk was het idee om één handreiking voor zonne- en windenergie te maken. Na verschillende gesprekken waarin de stakeholders, bewoners en de gemeenteraad mee hebben nagedacht, is besloten om een scheiding te maken tussen kleinschalige en grootschalige initiatieven. Voor grootschalige energieopwek, grote windturbines en grootschalige zonnevelden is een veel uitgebreider en uiterst zorgvuldig proces met de bewoners en stakeholders nodig. De gemeente Baarle-Nassau geeft hier gehoor aan en neemt daarom in dit kader alleen de opwek van kleinschalige zonne-energie en windenergie mee. Het betreft zonnevelden tot 1,5 ha. en kleine windmolens van maximaal 15 meter hoog.
6
In dit kader voor kleinschalige initiatieven hebben de diverse onderwerpen die tijdens de ophaalbijeenkomsten met de stakeholders, bewoners en gemeenteraad aan bod gekomen zijn een plek gekregen.
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk zetten wij eerst onze doelen op een rijtje. Daarbij leggen we een link met de RES en onze eigen duurzaamheidsambitie.
Wandelen bij ‘t Merkske
Vervolgens in hoofdstuk 3 geven we enkele algemene principes voor opwek van zonne-energie. Die werken we daarna in drie achtereenvolgende hoofdstukken (hoofdstuk 4,5 en 6) uit door aan te geven op welke wijze en in welke gebiedstypen wij opwek van zonne-
energie voorstelbaar vinden. Dat doen we in 3 niveaus van de zogenaamde zonne-ladder: ‘Ja, graag’, ‘Ja, mits’ en ‘Nee, tenzij’. Ten slotte geven we in hoofdstuk 7 ook aan in welke gebieden we opwek van zonne-energie absoluut niet willen. Dat is trede ‘Nee, nooit’ van de zonne-ladder. In het hoofdstuk daarna (hoofdstuk 8) staan de toetsingscrietria (concrete regels)voor zonnevelden kleiner dan 1,5 ha. In hoofdstuk 9 gaan we in op kleine windmolens en in hoofdstuk 10 staan de toetsingscriteria hiervoor. In het hoofdstuk daarna (hoofdstuk 11) kunt u de gebiedsanalyse lezen, waarmee helder wordt waarom en waar we, via inzicht in de gebiedskwaliteiten, zijn gekomen tot uitsluiting.
1.3 Status van deze versie Met deze (concept)versie doen we een voorstel voor algemene (ontwerp)principes voor de kleinschalige opwek van zonne- en windenergie in de gemeente Baarle-Nassau. Dit kleinschalige initiatievenkader duurzame energie wordt pas definitief, nadat het ter inzage heeft gelegen, de ontvangen zienswijzen goed zijn verwerkt en de gemeenteraad dit kader heeft vastgesteld. Over dit kleinschalige initiatievenkader is goed nagedacht. Toch is er altijd verbetering mogelijk. Daarom wordt, na elke vijf kleinschalige energieprojecten of eerder als daar aanleiding toe is, een evaluatiemoment ingelast. Op basis van de evaluatie wordt het kleinschalige initiatievenkader geactualiseerd en verbeterd.
7
2 Doelen In de duurzaamheidsvisie van de gemeente BaarleNassau (2019) staat beschreven hoe wij een duurzame gemeente Baarle-Nassau voor ons zien en beschrijven we onze duurzaamheidsambities. Ook voor het thema energie is in de visie voor 2030 en 2050 een stip op de horizon gezet. Voor 2030 luidt de doelstelling als volgt: “We leveren - binnen onze mogelijkheden - ons deel van de bijdrage aan de landelijke doelstelling om de CO2uitstoot met minstens 49% te verminderen ten opzichte van 1990 door energiebesparing en schone (duurzame) energieopwekking.”
8
In 2050 hebben we als doel om een volledig CO2neutrale gemeente te zijn, dat wil zeggen dat alle energie die we gebruiken duurzaam is opgewekt en bij voorkeur op ons eigen grondgebied of in de regio. In de duurzaamheidsvisie hebben we ook opgenomen hoe we toewerken naar deze doelstellingen. We benoemen daarin onder andere de ambitie om duurzame initiatieven te faciliteren. Dat willen we doen door “mee te denken, heldere kaders te formuleren, zo veel mogelijk te ondersteunen en geen onnodige drempels op te werpen.”
Topografische kaart van de gemeente Baarle-Nassau
2.1 Waar staan we nu? De afgelopen jaren hebben we het opwekken van schone energie via zon op dak gestimuleerd, onder andere via de duurzaamheidslening, via het project zon op bedrijfsdaken, advies via het Energieloket en de Regeling Reductie Energieverbruik. Ook in regionaal verband hebben we ons verbonden aan de doelstelling uit de Regionale Energiestrategie van de Regio West-Brabant dat er in 2030 op 25% van de grote daken in de regio zonnepanelen liggen1. In totaal in de regio gaat dat om 500 GWh (475 hectare) aan zon op dak extra, voor de gemeente Baarle-Nassau om 4 GWh (4 hectare). Als we daarop de bestaande zonop-dakopstellingen bij grote daken bij optellen dan wordt er in de gemeente in 2030 in totaal 7 GWh aan hernieuwbare energie via grote zon op dak projecten opgewekt. Ter vergelijking, de totale elektriciteitsbehoefte van de gemeente Baarle-Nassau was in 2020 ongeveer 75 GWh. Met volle inzet op zon op dak lukt het om in 2030 9% van de totale elektriciteitsbehoefte
1 Meer dan 25% van de daken benutten voor zonne-energie voor 2030 is niet realistisch. Niet alle daken zijn geschikt voor het opwekken van zonne-energie en niet elke dakeigenaar is in de positie om zonnepanelen op het dak te leggen. Het percentage van 25% volgt ook uit (de vooronderzoeken voor) de RES als reële doelstelling voor zon op dak.
9
met hernieuwbare energie in te vullen2. Tot 2050 is de opgave een volledig CO2-neutrale gemeente te zijn. Dat betekent dat alle energie die we op ons grondgebied gebruiken op een duurzame (hernieuwbare) manier is opgewekt. De opwek gebeurt bij voorkeur op ons eigen grondgebied of in de regio. In de RES van de Regio West-Brabant is afgesproken dat elke gemeente een bijdrage levert aan de grootschalige opwek in de regio. Voor gemeente Baarle-Nassau geldt dat deze bijdrage, vanwege spanning op het netcapaciteit, voor na 2030 is geprogrammeerd. Het gaat dan om een opgave van 48GWh. Realisatie van deze opgave leidt ertoe dat de gemeente in 2050 73% van de volledige elektriciteitsbehoefte met lokale hernieuwbare energie kan invullen. Als we rekening houden met de regionale programmering van duurzame energieproductie, kan de doelstelling richting 2050 naar waarschijnlijkheid worden behaald.3
10
Topografische kaart met hierop een raster met vierkanten van 1,5 ha. Plus een ingezoomde uitsnede van de dorpsrand van Baarle-Nassau.
2 In deze aanname is het verwachte elektriciteitsgebruik in 2030 gelijkgezet aan dat van 2019. Naar verwachting hebben energiebesparende maatregelen en zuinigere processen invloed op ons elektriciteitsgebruik in 2030, evenals verdere elektrificatie van onze auto’s en van het verwarmen van woningen. Over het algemeen is de (landelijke) aanname dat onze elektriciteitsgebruik richting 2030 zal toenemen, exacte cijfers daarvoor hebben we echter nog niet. 3 Een belangrijke kanttekening hierbij is dat, zoals bij voetnoot 2 beschreven, de elektriciteitsvraag richting 2030 en zeker richting 2050 naar verwachting sterk zal toenemen. Voor onze gemeente speelt dit helemaal mee, omdat vanaf 2050 geen gebruik meer wordt gemaakt van aardgas voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Op dit moment lijkt een elektrificatie van de warmtevoorziening voor de meeste woningen in gemeente Baarle-Nassau het beste alternatief voor aardgas. Daarmee stijgt de vraag naar elektriciteit sterk.
2.2 Wat is de resterende opgave? De doelstelling voor 2050 lijkt, met het oog op bovenstaande, in bereik, mits de opgave voor grootschalige opwek na 2030 inderdaad wordt gerealiseerd. De doelstelling voor 2050 is minder concreet en lijkt ook verder weg. Ter vergelijking, de landelijke doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie in 2030 is 70%. De West-Brabantse gemeenten leveren daar, via de RES 1.0 voor een gedeelte aan bij, net zoals de 29 andere RES-regio’s en de grootschalige windparken op de Noordzee. De gemeente BaarleNassau levert daar, vanwege de opgave die na 2030 is geprogrammeerd, tot 2030 geen evenredige bijdrage aan. Met het kleinschalige initiatievenkader wil de gemeente voornamelijk invulling geven aan de doelstelling om duurzame initiatieven te faciliteren. Daarvoor is het belangrijk dat deze kleinschalige initiatieven de voortgang van zon op dak niet in de weg zitten.
2.3 Wat is een kleinschalig initiatief? Met een kleinschalig initiatief bedoelen we initiatieven voor zonnevelden tot maximaal 1,5 ha. bruto projectgebied. (inclusief landschappelijke inpassing en onbedekte bodem). De kaart hiernaast geeft een beeld hoe groot 1,5 ha. is. Voor het energienetwerk ligt de drempel voor kleinschalige initiatieven bij 2 ha. De volgende drempel ligt bij 10 ha. Tot 2 ha. zijn meer aansluitmogelijkheden op het energienetwerk. Een zonneveld van maximaal 1,5 ha. is landschappelijk in het grootschalige, maar ook in het kleinschalige landschap van gemeente Baarle-Nassau goed in te passen. Een grootschalig landschap heeft een groter laadvermogen en hier kunnen vanuit het landschap gezien ook grotere eenheden zonnevelden toegepast worden. Voor kleine windmolens ligt de grens op 15 meter. Ter vergelijking een grote boom wordt 25 meter hoog. Voor alle kleinschalige initiatieven geldt dat het een lokale ondernemer of lokaal samenwerkingsverband betreft.
11
Wat is een zonnepark? Een zonnepark is een energiecentrale waarmee uit zonlicht elektriciteit wordt opgewekt. De energie in een zonnepark wordt opgewekt met zonnepanelen, fotovoltaïsche panelen (pv-panelen), die aaneengeschakeld zijn en meestal en in rijen staan opgesteld. De panelen staan op zogenaamde ‘tafels’ (frames). Dit is het zonneveld, het functionele deel van het zonnepark.
12
Wat speelt er bij de opstelling en wat zijn de effecten? Oriëntatie panelen; effect op opbrengst en spreiding Zuidgerichte panelen leveren meer opbrengst dan oost-westgerichte panelen. Een zuidgerichte opstelling heeft in het algemeen wel een ruimere opzet om te voorkomen dat de panelen schaduw werpen op volgende rijen. Oost-westgerichte opstellingen hebben, hoewel de opbrengst per paneel lager is, een hogere totaalopbrengst; het aantal panelen per hectare kan groter zijn en vanwege de verschillende oriëntatie kan per dag langer energie opgewekt worden.
Zonnepanelen worden vaak zuid gericht, maar ook oost-westgericht geplaatst. De paneelopstellingen kent verschillende hoogtes tussen 1 en 3 m. Naast de panelen zelf bestaat een zonnepark in het algemeen uit verschillende andere technische voorzieningen: • Omvormers (om de stroom om te zetten van gelijkstroom naar wisselstroom); • Transformatoren (om laagspanning om te zetten naar midden- of hoogspanning); • Een hekwerk; • Camera’s.
Hoogte van de panelen; effect op zicht, beleving en kwaliteit onder de panelen De hoogte heeft een belangrijk effect op de beleving. Opstellingen tot 1,5 m hebben minder effect op de openheid van het landschap omdat je er overheen kunt kijken. De hoogte van de panelen heeft in samenhang met de dichtheid ook effect op de bodemkwaliteit (waterhuishouding, lichtinval, bodemleven) en dus op de mogelijkheden voor ecologisch of agrarisch dubbelgebruik. Hogere opstellingen maken ondergroei en bijvoorbeeld begrazing mogelijk. Doordat weer en wind bij hoge en ruim opgezette panelen meer invloed hebben en regenwater onder de panelen waait, zijn de effecten op waterhuishouding en bodemleven minder negatief.
Op een zonneveld kan op dit moment ca 1 MWh/jaar per hectare worden opgewekt, afhankelijk van het type opstelling (tussen de 0,8 en 1,25). Een hectare zonneveld levert elektriciteit op voor zo’n 200 huishoudens. De energie die wordt opgewekt kan geleverd worden aan het net of direct worden gebruikt in de omgeving. Bij grootschalige zonneparken wordt de opgewekte stroom in de regel geleverd aan het net.
Dichtheid van de panelen; effect op onbedekte ruimte en kwaliteit onder de panelen
Illustratieve schets zonnepark
De dichtheid heeft effect op de licht- en regeninval en is daarmee van belang voor de biologische bodemkwaliteit en de mogelijkheden voor ecologisch en
agrarisch dubbelgebruik. De dichtheid van de panelen is medebepalend voor de elektriciteitsopbrengst van een opstelling. De dichtheid hangt samen met de oriëntatie van de opstellingen. Bij zuidgerichte opstellingen is de ruimte tussen de paneelrijen groter dan bij oostwestgerichte opstellingen, in verband met onderlinge schaduwwerking. De opstelling van de panelen heeft dus effect op de volgende aspecten: • landschapsbeeld en sfeer: zichtbaarheid in het landschap, effect op openheid en sfeer, maar ook de maat van een park in relatie tot zijn omgeving. • Ecologische bodemkwaliteit: licht- en waterinval op de bodem, met gevolgen voor vochthuishouding en leven in de bodem; • Mogelijkheden voor ecologisch en agrarisch dubbelgebruik: afhankelijk van het type opstelling en de hoogte groeit er onder de panelen meer of minder gras en/of andere vegetaties of teelten of veeteelt. De bodemkwaliteit, de waterhuishouding en het ecologisch en agrarisch dubbelgebruik zijn in het algemeen gebaat bij hoge opstellingen en een lage dichtheid. Hoge opstellingen hebben in het algemeen echter meer effect op de openheid en het landschap.
13
3 Leidende principes In dit hoofdstuk geven we een advies – vanuit het perspectief van het landschap – aan de hand van leidende principes.
14
In de RES West-Brabant zijn diverse principes benoemd voor de landschappelijke kant van het omgaan met de energieopgave. In dit kleinschalige initiatievenkader voor gemeente Baarle-Nassau hebben we de principes vanuit het landschap concreter en gebiedsgerichter gemaakt. Hieraan ligt een landschappelijke analyse ten grondslag. Leidende principes zijn algemene richtinggevende uitgangspunten, die helpen om de opwek van duurzame energie op een landschappelijk gewenste en verantwoorde manier vorm te geven. We onderscheiden algemeen leidende principes, leidende principes specifiek voor zonne-energie en de zonneladder.
Foto: Voorbeeld van zonnepanelen op het erf
3.1 Algemeen leidende principes Energietransitie als ontwerpopgave Zonnepanelen en kleine windmolens plaatsen kan op vele manieren. Het is echter altijd maatwerk. Tegelijk zijn er bouwstenen en inpassings- en vormgevingsprincipes die, mits ze goed worden toegepast, kunnen helpen bij het maken van nieuwe kwaliteit. Het alleen maar ‘inpassen’ in het huidige landschap is landschappelijk vaak een achteruitgang. Een aanvullende en/of nieuwe landschappelijke laag kan wel leiden tot een verbetering. Het bestaande landschap (beeld en sfeer) is altijd het vertrekpunt. Hierbij geldt dat een kwaliteitsimpuls m.b.v. zonne-energie in een lager gewaardeerd landschap makkelijker te bereiken is dan in een hooggewaardeerd landschap. Ontwerpkracht maakt kansen inzichtelijk en creëert meerwaarde.
15
De passende ontwikkelstrategie Er zijn drie ontwikkelstrategieën: inpassing, ontwikkeling en transformatie.
16
Inpassing is de meest minimale ontwikkelstrategie. De landschappelijke inpassing beperkt zich meestal tot een brede, groene rand rondom het zonneveld. De inpassing sluit aan bij de bestaande identiteit, sfeer en structuur van het landschap. De invloed op het landschap en de beleving daarvan is gering. Ontwikkeling zorgt voor een substantiële versterking van het landschap. Hierbij wordt eveneens aangesloten bij de bestaande identiteit, sfeer en structuur van het landschap. Transformatie gaat uit van een nieuwe gebiedsidentiteit, gebaseerd op nieuwe kwaliteiten, structuren en/ of kenmerken. Uiteraard met een substantiële versterking van de het landschap. Bij kleinschalige initiatieven ligt inpassing het meest voor de hand.
Sluit aan op gebied specifieke kenmerken Het landschap roept verschillende sferen en gevoelens op bij de mensen die dit beleven. Bij de ontwerpopgave voor zonnevelden en kleine windmolens is het steeds zoeken naar de aansluiting op de aanwezige/gewenste sferen. Op deze manier komen we tot specifieke oplossingen per plek die geen afbreuk doen aan de landschappelijke, cultuurhistorische en maatschappelijke waarden in een gebied. Om kleinschalige zonnevelden in te passen, is het van belang dat de oppervlaktemaat goed aansluit bij de gemiddelde kavelmaat en de landschapselementen van een gebied. Voorbeelden van landschapselementen zijn houtsingels, bosschages, watergangen, etc. Kleine windmolens koppelen we aan een bebouwingsensemble. Hieronder verstaan we het huis, de stallen en bedrijfsbebouwing, opgaande beplanting en eventueel andere hoge elementen (bijvoorbeeld silo’s).
Uitsluiting en terughoudendheid Uit de landschapsanalyse komen natuurwaarden naar voren die leiden tot uitsluiting van zonnepanelen in deze gebieden. De ecologische waarden staan centraal. Natuurgebieden die tot de NNB behoren zijn uitgesloten, net als de bestaande bosgebieden. De beekdalen zijn ruimtelijk, ecologisch en vanuit het watersysteem belangrijke dragers van het Brabantse zandlandschap. Daarom worden beekdalen in beginsel uitgesloten van zonne- en windenergie. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk als zonne- en/ of windenergie als motor dient om een ontwikkeling met een aanzienlijke landschappelijke verbetering te realiseren. In gemeente Baarle-Nassau zijn verschillende cultuurhistorische waarden aanwezig. Denk hierbij aan historische groenstructuren en cultuurhistorische stedenbouw en complexen. Voorbeelden zijn: Landgoed De Kievit, Klooster De Grens en het Oudzandlandschap bij Castelré. Deze elementen en structuren vertellen het verhaal van het gebied, zijn onderdeel van de identiteit en verbonden met de cultuur van de mensen die er leven. We respecteren de aanwezige cultuurhistorie zoveel mogelijk. Soms kan de cultuurhistorie ook inspiratie geven voor het ontwerpen met zonne-energie. Het principe is dan dat door toepassing van zonne-energie de beleving van de cultuurhistorie versterkt wordt. Dit vraagt om ontwerpkracht én een goede afweging.
Energietransitie als onderdeel van gebiedsontwikkeling Het landschap verandert voortdurend en de energietransitie staat niet op zichzelf. Energietransitie en verschillende andere opgaven zoals klimaatadaptatie, landbouwtransitie, bos-en natuurontwikkeling, woningbouwopgave vinden gelijktijdig plaats. Al deze ontwikkelingen vragen om ruimte. Bij het zoeken naar ruimte voor duurzame energie is het altijd cruciaal om vanuit efficiënt gebruik van ruimte en middelen te redeneren. Werk met werk maken: een integrale gebiedsgerichte opgave. Ruimte is schaars. Daarom zoeken we naar meervoudig ruimtegebruik en benutten we koppelkansen.
17
3.2 Leidende principes zonne-energie Voorkeur vanuit landschappelijk oogpunt Vanuit landschappelijk perspectief is er een voorkeur voor waar zonne-energie opgewekt kan worden en waar (liever) niet. Dit is uitgewerkt in verschillende zonneladders. Grofweg komt het erop neer dat we zonnepanelen het liefst op daken en gevels zien, daarna in stedelijk gebied en bij stedelijke functies. Tot slot in het landelijk gebied. Het landelijk gebied is niet homogeen. Gebieden met beschermde natuurwaarden sluiten we uit. Dit levert een zonneladder op: 1. Ja, 2. Ja, mits, 3. Nee, tenzij en 4. Nee. In 3.3 gaan we dieper op de zonneladders in.
18
Voorkom versnippering Om versnippering van het landschap te voorkomen is het in algemene zin vanuit landschappelijk oogpunt gewenst zonnepanelen te concentreren. 1 zonneveld van 1,5 ha. heeft minder randlengte dan 2 zonnevelden van 0,75 ha. Door concentratie wordt de randlengte minder. Een groter veld heeft ter plekke weliswaar meer impact, maar beperkt de beïnvloeding van andere gebieden. Dit is echter niet mogelijk/wenselijk in ieder landschap. In kleinschalige landschappen en dorpsranden zijn meerdere, kleinere zonnevelden goed voorstelbaar. Kies de juiste ontwikkelstrategie De grootschaligere landschapstypen zijn over het algemeen het meest geschikt voor ontwikkelen en transformeren. Clustering is hier vaak ook mogelijk. De kleinschalige landschappen lenen zich over het algemeen beter voor inpassing en ontwikkeling. Het landschap geeft aanknopingspunten en inpassing kan de kleinschalige landschapsstructuur versterken door bijvoorbeeld nieuwe houtwallen of bosjes aan te leggen. Daarbij zijn de zonnepanelen in principe tijdelijk (wel voor een lange periode) en de landschappelijke inpassingen/ontwikkeling permanent.
Zonnevelden nabij kernen als onderdeel van de overgangszone stad-land Zonnevelden passen niet in alle dorpsranden. Zonnevelden die dicht bij dorpen liggen, dienen onderdeel te zijn (of worden) van een goede overgangszone tussen het dorp en het buitengebied. Waardevolle uitzichten en mooie zichten op het dorp beschermen we. Via zonnevelden kunnen ook juist kansen benut worden. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van de recreatieve relatie tussen dorp en buitengebied en de bijbehorende landschappelijke beleving. Nieuwe natuur en nieuwe mantels rondom natuurgebieden In natuurgebieden (NNB) zijn zonnevelden uitgesloten. Wel kunnen er rondom natuurgebieden stevige mantels gerealiseerd worden d.m.v. nieuwe zonnevelden in combinatie met natuurontwikkeling. Zonnevelden en VAB’s Ook in de gemeente Baarle-Nassau stoppen veel boeren. Er liggen kansen om de VAB’s te benutten voor zonne-energie. Ook bij de VAB’s blijft het maatwerk en dient het zonneveld te passen in de landschappelijke karakteristiek. Inpassen: zonnevelden passend bij het landschap De maat en schaal van zonnevelden dient in verhouding te zijn met die van het landschap. Sommige landschappen, zoals jonge heideontginningen, kunnen daarom grotere zonnevelden aan, dan de kleinschaligere oude ontginningslandschappen.
Leidraad voor kleinschalige zonnevelden is de gemiddelde kavelmaat zoals die aanwezig is in het betreffende landschap. Naast het aansluiten op de maat, is een inpassing die aansluit bij het landschapstype en sfeer belangrijk. Streef hierbij naar identiteitsversterking van het landschap. Als een zonneweide goed is ingepast, laat deze bij ontmanteling geen negatieve sporen na in het landschap. Sterker nog, de inpassingsmaatregelen zijn zodanig dat de landschappelijke structuur versterkt is t.o.v. de oorspronkelijke situatie.
19
3.3 Zonneladder
TREDE 1
2022 - 2023
JA, GRAAG
o Daken van huizen, stallen en bedrijven overdekte parkeerplaatsen o Op agrarische bouwvlakken t.b.v. eigen gebruik
Eerste voorkeur
Er zijn meerdere zonneladders in omloop. Elke regio en ook veel gemeentes hebben hun eigen zonneladder. De oranje zonneladder hieronder wordt gehanteerd door de Provincie Noord-Brabant en door de natuur- en milieufederaties. Voor de zonneladder van gemeente Baarle-Nassau hebben we goed naar de verschillende zonneladders gekeken, alvorens we onze eigen zonneladder hebben gemaakt.
JA, MITS
TREDE 2
20
Dit hebben we in de volgende hoofdstukken verder uitgewerkt.
In/nabij kernen en ‘stedelijke’/rode functies: o Langs provinciale wegen en/of spoor o Dorpsranden met menging van functies (bedrijven, sport, begraafplaats, etc.) o Op en bij bedrijventerreinen o Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) o Op en direct aansluitend op agrarisch bouwvlak (incl. VAB’s)
Tweede voorkeur
21
TREDE 3 TREDE 4
NEE, TENZIJ
Agrarisch landschap o Bij agrarische bedrijven en VAB’s o Dorpsranden o Bij behoud landbouwgrond o Bij boomkwekerijen en kassen o Bij natuur- en landschapsontwikkeling
NEE, NOOIT
o Beschermde natuurwaarden (NNB) o Beken
De Zonneladder gemeente Baarle-Nassau
Voor gemeente Baarle-Nassau geldt de volgende zonneladder: • Ja, graag: op daken, op agrarisch bouwvlak voor eigen gebruik • Ja, mits: in en nabij kernen, ‘stedelijke’/rode functies, op en direct aansluitend op agrarisch bouwvlak • Nee, tenzij: agrarisch landschap • Nee, nooit: beschermde natuurwaarden (NNB) en beken
Maximaal 1 op de 5 projecten
Uitgesloten
49a16f
De Zonneladder, natuur- en milieufederaties
4 Zonnepanelen: ja, graag Trede ‘Ja, graag’: Zonnepanelen zijn in principe altijd gewenst op daken/gevels. 4.1 Daken en gevels Zonnepanelen op daken en gevels worden toegejuicht: JA GRAAG. Het streven is op alle nieuwe gebouwen zonnepanelen te plaatsen. Dit geldt voor nieuwe huizen, bedrijven, stallen, sporthallen, scholen, etc. Ook voor de bestaande gebouwen geldt, daar waar mogelijk zonnepanelen op de daken plaatsen. Op deze manier worden alle daken optimaal benut en is er sprake van meervoudig ruimtegebruik. Bij 22
Tekening: Zonnepanelen op daken en gevels
plaatsing van de zonnepanelen is het creëren van een rustig beeld uitgangspunt (indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte). Dit betekent over het algemeen een rechthoekig of vierkant patroon met geen of weinig onderbrekingen. Met name bedrijven, maar ook agrarische stallen, hebben grote daken. Het streven is dat alle nieuwe bedrijven en stallen zonnepanelen op het dak krijgen. Op dit moment is dit nog niet verplicht. Gemeenten mogen vanaf 2022 zonnepanelen op daken verplichten.
Gemeenten krijgen vanaf 1 januari 2022 de mogelijkheid om gebouweigenaren, zowel burgers als bedrijven, te verplichten hun dak te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen, om zo de energietransitie te stimuleren. Het ministerie van Binnenlandse Zaken past daarvoor het ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’ aan. Zo wil de minister de groep eigenaren van nieuwe gebouwen, die niet onder de BENG-regeling vallen, toch verplichten om hun daken te gebruiken voor zonnepanelen of klimaatadaptatie. Op lokaal niveau wordt gekeken of zonnepanelen ook reëel zijn. Wellicht is er geen vraag naar duurzame energie, omdat er een andere bron is. Of is het dak ongeschikt door de ligging. Zij kunnen het dak ook aan een derde partij ter beschikking stellen. Er worden steeds meer technologieën ontwikkeld om zonnepanelen op een fraaie manier te verwerken in gevels van gebouwen. De verwachting is dat binnen afzienbare tijd zonne-energie opwekkende zonnepanelen in gevels in kostprijs kunnen concurreren met de meest gangbare materialen in de bouw.
4.2 Op bouwvlak voor eigen gebruik Zonnevelden op het agrarisch bouwvlak, die enkel ten dienste staan van de daar geldende bestemming zijn volgens het bestemmingsplan Buitengebied 1990 en Bestemmingsplan Buitengebied 2008 direct toegestaan. De grondgebonden zonnevelden zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde. Als de bestemming agrarisch is mag je enkel zonnepanelen aanleggen als dit volledig ten behoeve van het betreffende agrarische bedrijf is. We stellen wel de voorwaarde dat ook de daken benut worden voor zonnepanelen.
23
5 Ja, mits Trede ‘Ja, mits’: Grondgebonden zonnepanelen kunnen in stedelijk gebied en bij stedelijke functies, mits ze goed ingepast zijn en bijdragen aan de klimaatdoelstellingen en gebiedsopgaven. In de gemeente Baarle-Nassau zien we de volgende mogelijkheden: • Langs infrastructuur; • Op en bij bedrijventerrein; • Dorpsranden met gemengde functies; • Op terrein rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI); • Bijzondere vormen; • Op en direct aansluitend bij bouwvlakken inclusief VAB locaties.
24
Foto: Dorpsrand met bedrijventerrein Baarle-Nassau Bedrijventerrein Alphen
25
5.1 Langs infrastructuur In de gemeente Baarle-Nassau ligt geen snelweg. Door het landschap lopen wel twee provinciale wegen: N639 (Bredaseweg) en de N260 (Alphenseweg en Turnhoutseweg). Er zijn meerdere manieren waarop zonnepanelen langs de grotere wegen geplaatst kunnen worden. We behandelen hier twee opties: • Op geluidsschermen/geluidswallen en voorzieningen (Ja, mits) • Zonnebermen (Ja, mits)
26
De eerste optie is het plaatsen van zonnepanelen op geluidsschermen, geluidswallen en voorzieningen. Dit is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. De energiewinning wordt gekoppeld aan het voorkomen van geluidsoverlast. Hier zijn al voorbeelden van. Langs de A58 bij Etten-Leur zijn bijvoorbeeld redelijk recent zonnepanelen op de geluidswal aangebracht. Bij deze manier van zonnepanelen plaatsen maken de zonnepanelen onderdeel uit van de brede inrichting van de
Optie 1, het plaatsen van zonnepanelen op geluidsschermen, geluidswallen en voorzieningen.
weg. Nadeel van geluidsschermen en geluidswallen is dat ze de automobilist het zicht op het omliggende landschap ontnemen. Daar staat wel een permanent prettigere leefomgeving voor de bewoners tegenover. De tweede optie is het plaatsen van zonnepanelen in de bermen langs de weg. De bermen worden door de meeste mensen als onbenutte ruimte gezien. Afhankelijk van de inrichting en het beheer kunnen bermen een goede bijdragen leveren aan de biodiversiteit. Het zijn immers lange verbindingen. Bij het ontwerpen van zonnebermen is het verbeteren van de biodiversiteit een koppelkans, die benut moet worden. Andere zaken waar op gelet moet worden zijn: de beleving vanuit het landschap naar de weg en andersom, de eisen rondom kabels en leidingen en de veiligheid. Vanuit beleving zijn lage zonnepanelen gewenst. Bij deze twee opties maken de zonnepanelen deel uit van de brede inrichting van de weg. De provincie gaat over de provinciale wegen en de veiligheid daarvan. Vanuit het perspectief van het landschap zijn behoren beide opties tot de Ja, mits.
Optie 2, het plaatsen van zonnepanelen in de bermen langs de (snel)weg.
5.2 Op en bij het bedrijventerrein Binnen de gemeente ligt één bedrijventerrein, namelijk aan de zuidoostzijde van Baarle-Nassau. Zonneenergie opwekken op en bij een bedrijventerrein vindt over het algemeen iedereen wenselijk. Het is niet het aantrekkelijkste gebied en de zonnepanelen tasten weinig of geen waarden aan. Er zijn verschillende manieren om zonnepanelen toe te passen op en bij een bedrijventerrein. De eerste is uiteraard op de daken en gevels van bedrijfspanden (zie trede 1: Ja, graag). We behandelen hier drie opties (Ja, mits): • Tijdelijke zonnevelden • Overkappen met zonnepanelen • Mantel met waterberging en vergroening
ook daadwerkelijk willen gaan bouwen. In plaats van braakliggende gronden komen er dan tijdelijke zonnevelden. Het mooiste is natuurlijk als de nieuwe bedrijven daarna de zonnepanelen op het dak leggen. De tweede optie betreft het overkappen van grote parkeerplaatsen en andere grote vlakken verharding. Afhankelijk van het type bedrijf kan er veel verharding aanwezig zijn voor opslag en/of parkeren. Transportbedrijven en autobedrijven hebben bijvoorbeeld vaak veel verharding. Met meervoudig ruimtegebruik kan de opslag- en parkeerfunctie gecombineerd worden met de opwek van zonne-energie.
De eerste optie zijn tijdelijke zonnevelden op bedrijfslocaties die (nog) niet uitgegeven zijn. Dit is dus vooral interessant bij nieuwe bedrijventerreinen en bedrijventerreinen die nog ontwikkeling zijn. De gronden zijn qua bestemming al gereserveerd voor bedrijven, maar er zijn nog geen concrete bedrijven die er
Als derde optie zien we mogelijkheden om zonneenergie op te wekken in combinatie met waterberging/infiltratie en vergroening rondom de bedrijventerreinen. Over het algemeen zijn bedrijventerreinen enigszins groen ingepakt. Deze groen-blauwe zoom rondom het bedrijventerrein kan kwantitatief en zeker ook kwalitatief versterkt worden met zonnepanelen als motor voor de ontwikkeling.
Optie 2, het overkappen van grote parkeerplaatsen en andere grote vlakken verharding .
Optie 3, zonne-energie opwekken i.c.m. waterberging/ infiltratie en vergroening.
27
5.3 Dorpsranden met menging van functies
28
Het dorp Baarle-Nassau heeft een aantal gemengde functies gebieden: aan de noordzijde de sportvelden en aan de oostzijde bedrijventerrein.
In de gemeente Baarle-Nassau liggen de dorpen Baarle-Nassau, Ulicoten en het buurtschap Castelré. Daarnaast kent de gemeente nog vele andere buurtschappen. Deze buurtschappen liggen echt in het landschap. Bij de grotere dorpen, Baarle-Nassau en Ulicoten, is een beperkte overgangszone (dorpsrand) aanwezig. Hierin bevinden zich functies als sportvelden,volkstuinen en een begraafplaats. Ook de bedrijven(terreinen) liggen aan de rand van de grote dorpen: Baarle-Nassau en Ulicoten. Kortom een dorpsrand is een gevarieerd gebied. Over het algemeen liggen de woningen direct tegen het buitengebied. Op een aantal plekken is een beperkte overgangszone tussen dorp en buitengebied aanwezig. Het is belangrijk om te kijken wat voor soort karakter de dorpsrand heeft en of zonnepanelen daar in te passen zijn. Een voordeel van zonnevelden in de dorpsrand is dat aanbod en vraag gekoppeld kunnen worden. We onderscheiden een aantal verschillende typen dorpsrand: • Overgangszone, bijv. een brede overgangszone met veel verschillende functies (Ja, mits) • Waarden beschermen, bijv. mooie uitzichten en/of doorzichten, cultuurhistorische waarden, natuurgebied (Nee, nooit / Nee, tenzij) • Integreren in uitbreidingen, bijv. in toekomstig uitbreidingsgebied woningen (Nee, tenzij) • Tijdelijke zonnepanelen, bijv. als opmaat naar een nieuwe woonwijk (Nee, tenzij)
Het dorp Ulicoten heeft aan de westzijde enkele bedrijven liggen, aan de zuidzijde sportvelden en aan de noordkant bij de kerk een begraafplaats.
Castelré is een buurtschap dat onderdeel uitmaakt van het omliggende landschap.
Zonnevelden in dorpsranden vallen in verschillende categorieën. De overgangszones met gemengde functies vallen in de categorie “Ja, mits” en worden dan ook in dit hoofdstuk behandeld. De zonnepanelen die inspelen op uitbreidingen op korte of lange termijn
behoren tot de categorie “Nee, tenzij”. En de dorpsranden waar de waarden beschermd moeten worden, behoren tot de categorie “Nee, nooit”/“Nee, tenzij”. Deze typen dorpsranden zijn in hoofdstuk 6 Nee, tenzij uitgewerkt. Overgangszone met gemengde functies In een brede overgangszone met een variëteit aan functies (zoals sport, recreatie, moestuinen, horeca, etc.) zijn koppelkansen met zonne-energie mogelijk. De zonnevelden moeten qua maat en schaal passen in de dorpsrand en altijd minimaal 50 meter van woonhuizen vandaan zijn (zie hoofdstuk 9). Door de optelsom van verschillende functies is de overgangszone meestal relatief kleinschalig van aard. Hier passen kleinschalige zonnevelden met een grootte van maximaal 1,5 ha. Door zonnevelden in de dorpsrand te plaatsen is het mogelijk om vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. De kleinschalige zonnevelden wekken energie op voor woningen en sportlocaties. Ook de in of nabij de dorpsrand gepositioneerde boerderijen kunnen de lokaal opgewekte stroom gebruiken. Een mooie koppelkans is om de nieuwe zonnevelden te gebruiken als motor om het landschap in de dorpsrand toegankelijker, aantrekkelijker en groener te maken. De zonnevelden zorgen zo voor een kwaliteitsimpuls in de dorpsrand.
Denk bijvoorbeeld ook aan een boer in de dorpsrand die door een kleinschalig zonneveld te plaatsen, financieel de mogelijkheid heeft om ook daadwerkelijk om te schakelen naar natuurinclusieve/kringloop landbouw. Overgangszone
29
5.4 RWZI
5.5 Bijzondere vormen
Ten westen van Baarle-Nassau langs de weg Loveren ligt de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Deze RWZI is van het Waterschap Brabantse Delta. Het terrein is circa 1 hectare groot en heeft een groene rand bestaande uit bomen en struiken. Een gedeelte van het terrein bestaat uit grasland en verharding.
Als initiatiefnemers met bijzondere vormen van zonnepanelen willen werken, zijn daar in principe mogelijkheden voor. Vaak zijn deze vormen minder efficient qua duurzame energieopwek en hebben ze meer een functie op het gebied van bewustwording en voorlichting. Een mooie verschijningsvorm, die past in het landschap is uitgangspunt.
Wij zien mogelijkheden om zonnepanelen aan te leggen op de RWZI. Het huidige grasland kan een zonneveld worden. De huidige groene rand is al behoorlijk robuust. Qua natuurontwikkeling zijn er vooral kansen met betrekking tot het grasland. De biodiversiteit kan hier nog flink omhoog met bloemrijk grasland. Zonnevelden op RWZI’s gebeurt al op andere locaties in Nederland. 30
5.6 Op en direct aansluitend op agrarisch bouwvlak Als een agrariër zonnevelden op zijn bouwvlak wil plaatsen, die zijn eigen gebruik overstijgen mag dat, mits de daken ook goed benut worden voor zonnepanelen. Daarnaast is het ook mogelijk om kleinschalig zonneveld aangrenzend op het bouwvlak aan te leggen. Ook dan geldt de voorwaarde dat ook de daken zonnepanelen moeten komen. Voor agrariërs kan de opwek van zonne-energie financieel aantrekkelijk zijn. Ook kan het voor een businesscase om aan te kunnen sluiten op het energienetwerk (overbruggen van de afstand met kabels) belangrijk zijn om een bepaalde omvang te realiseren. Als daarvoor een klein zonneveld aansluitend op het bouwblok nodig is, willen we die mogelijkheid bieden binnen de categorie “Ja, mits”. Stoppende boeren (VAB-locaties) mogen ook nog kleinschalige zonnevelden realiseren op en direct grenzen aan hun bouwvlak. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden. Als een agrariër al 0,5 ha. op zijn bouwvlak heeft aangelegd (ja, graag), mag deze agrariër aansluitend nog 1 ha. zonnepanelen aanleggen, tot maximaal 1,5 ha. bruto. Zonnepanelen op het het dak tellen niet mee.
Luchtfoto rioolwaterzuiveringsinstallatie nabij BaarleNassau (Google Earth)
31
6 Nee, tenzij Trede ‘Nee, tenzij’: grondgebonden zonnepanelen mogen niet in het agrarisch buitengebied, tenzij goed ingepast en bijdragend aan klimaatdoelstellingen en gebiedsopgaven. In de gemeente Baarle-Nassau zien we de volgende mogelijkheden, hoe het plaatsen van zonnepanelen toch zou kunnen in het agrarisch landschap: • Bij agrarische bedrijven en VAB’s • In en bij dorpsranden • Bij behoud landbouwgrond • Bij boomkwekerijen en kassen • Bij natuur- en landschapsontwikkeling
32
Deze mogelijkheden voor zonnevelden op agrarische grond komen alleen in beeld als de grondeigenaar zelf initiatief neemt of het een lokaal initiatief betreft.
Foto: oude bredaseweg net ten zuiden van de Chaamse Beek
33
6.1 Agrarische gronden We onderscheiden drie niveaus met betrekking tot kleinschalige zonnevelden bij agrarische bedrijven en VAB’s. Deze drie niveaus bevinden zich ook in drie verschillende treden: • Ja, graag: op het bouwvlak en voor eigen gebruik • Ja, mits: op en direct aangrenzend aan het bouwvlak • Nee, tenzij: agrarische gronden Voor alle drie de treden geldt dat bij een zonneveld ook zon op dak gerealiseerd moet worden/zijn.
Zonnevelden bij agrarische erven 34
Luchtfoto kleinschalig landschap (pdok) buurtschap Nijhoven
Luchtfoto grootschalig landschap (pdok) ten zuiden van Ulicoten
Kleinschalig landschap • Veel landschapselementen • Makkelijk uit het zicht te onttrekken • Inpassen • Zeer gewaardeerd landschap • Recreatie, wonen, landbouw • Moeilijk te verbeteren
Grootschalig landschap: • Open landschap • In het zicht • Ontwikkelen/transformatie • Minder gewaardeerd landschap • Puur landbouwgebied • Kans voor verbetering
Ook in gemeente Baarle-Nassau zijn de afgelopen jaren veel agrariërs gestopt. De verwachting is dat ook in de toekomst nog veel boeren zullen stoppen. Ook stoppende agrariërs mogen kleinschalige zonnevelden op (Ja, graag) en direct aangrenzend aan hun bouwvlak (Ja, mits), zetten. Aandachtspunt is wel de vrijkomende agrarische bebouwing. Hier is een kans op verloedering. Wij zien kansen om op deze bouwblokken zonnevelden te laten ontwikkelen. (Het merendeel van) de vrijkomende agrarische bebouwing wordt als tegenprestatie afgebroken. De stoppende boer kan er blijven wonen en heeft een inkomen dat kan worden gebruikt als pensioen. Zonnevelden bieden ook kansen voor agrariërs die wel doorgaan. De door het Rijk en Provincie gewenste transitie naar kringlooplandbouw kost meer ruimte. Per koe is meer grond nodig. Een agrariër kan dus grond bijkopen of minder koeien houden. In beide gevallen zijn extra inkomsten door zonne-energie erg welkom.
Vanuit het landschap gezien, is het niet gewenst als zonnevelden willekeurig in het landschap verschijnen. Tegelijkertijd kunnen zonnevelden een verbetering van het landschap teweegbrengen. We maken onderscheid tussen zonnevelden op het bouwblok en zonnevelden op (voormalige) landbouwgrond. Andere belangrijke aandachtspunten zijn: • het afbreken van vrijkomende agrarische bebouwing • stevige landschappelijke inpassing. Bij agrarische bedrijven en VAB’s zijn dus verschillende mogelijkheden. Het is altijd maatwerk. Als voorbeeld hebben we een agrarisch lint genomen. Allereerst zijn de daken van de stallen en de woningen zo optimaal mogelijk benut met zonnepanelen (Ja, graag). Een stoppende agrariër heeft zijn stallen afgebroken en zonnepanelen op zijn bouwblok geplaatst (Ja, mits). Een andere boer heeft aanvullend op zijn agrarisch bedrijf een klein zonneveld geplaatst op zijn bouwblok. Dit als aanvullende inkomsten. Nog een andere agrariër heeft buiten zijn bouwblok een zonneveld geplaatst (Nee, tenzij). Hieraan zitten strenge voorwaarden (zie hoofdstuk toetsingscriteria). In alle gevallen is het belangrijk dat de waarden, zoals doorzichten en sfeer, behouden blijven. De landschapsstructuur en de biodiversiteit blijven gelijk of worden verbeterd. Zonnevelden tot 1,5 ha. kunnen zowel in kleinschalige als grootschalige landschappen goed ingepast worden.
Aandachtspunt in de grootschalige landschappen, de jonge heideontginningen, is dat een kleinschalig zonneveld niet ‘verloren’ in de ruimte mag staan. Dit kan voorkomen worden door aan te sluiten bij bebouwingsensembles of opgaande beplanting.
35
6.2 In en bij dorpsranden
36
In de gemeente Baarle-Nassau liggen de dorpen Baarle-Nassau, Ulicoten en het buurtschap Castelré. Daarnaast kent de gemeente nog vele andere buurtschappen. De buurtschappen liggen echt in het landschap en vallen buiten deze categorie dorpsranden. Bij de grotere dorpen is een beperkte overgangszone (dorpsrand) aanwezig. Hierin bevinden zich functies als sportvelden, een begraafplaats en volkstuinen. Bij Baarle-Nassau de ligt ook een bedrijventerrein aan de rand van het dorp. Kortom een dorpsrand is een gevarieerd gebied. Over het algemeen liggen de woningen direct tegen het buitengebied. Op een aantal plekken is een beperkte overgangszone tussen dorp en buitengebied aanwezig. Het is belangrijk om te kijken wat voor soort karakter de dorpsrand heeft en of zonnepanelen daar in te passen zijn. Een voordeel van zonnevelden in de dorpsrand is dat aanbod en vraag gekoppeld kunnen worden. We onderscheiden een aantal verschillende typen dorpsrand: • Waarden beschermen, bijvoorbeeld mooie uitzichten en/of doorzichten, cultuurhistorische waarden, natuurgebied • Overgangszone, bijvoorbeeld een brede overgangszone met veel verschillende functies • Integreren in uitbreidingen, bijvoorbeeld in toekomstig uitbreidingsgebied woningen • Tijdelijk zonnepanelen, bijvoorbeeld als opmaat naar een nieuwe woonwijk Zonnevelden in dorpsranden vallen in de categorie “nee tenzij”.
Hierna geven we aan welke afwegingen we maken en kansen we zien in deze dorpsranden.
Waarden beschermen (Nee, nooit / Nee, tenzij) Natuurwaarden beschermen we. Als het dorp direct tegen een natuurgebied (NNB) of beek ligt plaatsen we hier geen zonnevelden. Denk bijvoorbeeld aan de kleine bossen rondom Baarle-Nassau. Dit is dus de trede: ‘Nee, nooit’. Maar ook met andere waarden, zoals cultuurhistorische waarden en mooie uitzichten gaan we zorgvuldig om. Zo hebben dorpsranden met een harde overgang van de woningen naar het buitengebied vaak mooie uitzichten en/of doorzichten vanuit de wijk naar het buitengebied. Ook hier komen in principe geen zonnevelden. Dit is de trede: ‘Nee, tenzij’.
Integreren in uitbreidingen (Nee, tenzij) Bij de bouw van een nieuwe wijk is een integraal ontwerp van de woninguitbreiding met de duurzame energieopgave uitgangspunt. Denk hierbij aan nieuwe parken/uitloopgebieden met zonnevelden. Dit is een kans om meteen een aantrekkelijk, multifunctioneel, groen en duurzaam uitloopgebied voor de wijk (en dorp) te maken. Tijdelijke zonnepanelen (Nee, tenzij) Als opmaat naar een nieuwe woonwijk worden één of meerdere tijdelijke zonnevelden aangelegd in het later te ontwikkelen gebied. Er ligt een enorme kans om met behulp van deze zonnevelden alvast te investeren
in groene en blauwe structuren, die later belangrijke waarden en dragers voor de nieuwe wijk zullen zijn. De tijdelijke zonnevelden reserveren de gronden voor de toekomstige uitbreidingen. Andersom worden gereserveerde gronden goed benut met zonnevelden in de periode dat nog niet gebouwd wordt. De zonnevelden zijn de motor om vooruitlopend op de toekomstige ontwikkeling alvast de groen- en waterstructuur stevig neer te zetten. Jonge aanplant krijgt de tijd om tot volwassenheid te komen. Daarnaast zijn er interessante koppelkansen met recreatiemogelijkheden. Een deel van de zonnevelden kan in de tweede fase blijven staan om de nieuwe woningen van duurzame energie te voorzien.
37
Waarden beschermen
Integreren in uitbreidingen
Tijdelijke zonnepanelen >
6.3 Bij behoud landbouwgrond
6.4 Bij boomkwekerijen en kassen
Op het moment dat de landbouwgrond behouden blijft voor agrarisch gebruik zien wij mogelijkheden voor zonnepanelen. Het gaat dan om meervoudig ruimtegebruik. Een voorbeeld daarvan zijn de eerdergenoemde zonne-overkappingen boven de frambozenteelt. Een andere optie zijn verrijdbare zonnepanelen, waaronder bijvoorbeeld asperges en zoete aardappels groeien. Ook het grazen van schapen of ander vee is een vorm van meervoudig ruimtegebruik, waarbij de landbouwgrond behouden blijft.
In de gemeente Baarle-Nassau bevinden zich enkele, verspreid liggende boom- en tuinplantenkwekerijen. Deze bedrijven kweken planten in potten op folie en in kassen. Deze manier van werken is zeer productief en behoort tot de agrarische sector. Omdat het agrarisch landschap is, behoren deze gronden tot trede 3: nee, tenzij.
Krantenartikelen over innovatief opwekken van zonne-energie
38
Foto: schapen onder zonnepanelen (bron: https://hofstreek. nl/schapen-grazen-onder-zonnepanelen/
Foto: frambozen kweken onder zonnepanelen (bron: https://www.trouw.nl/nieuws/ fruit-kweken-onder-een-dak-van-zonnepanelen-lukt-dat~be6c0686/)
Voor boom- en tuinplantkwekerijen zijn interessante mogelijkheden om zonnepanelen toe te passen. Door de potten met tuinplanten te overkappen met zonnepanelen ontstaat er een win-win situatie. De planten worden beschermd tegen storm, hagel en te veel zon. Verschillende planten en gewassen hebben baat bij schaduw/koelte bij warm weer. Door met beweegbare panelen te werken, kan afgestemd worden op het weer. Schaduw in warme zomers en zonlicht wanneer het koel is. Ook als de zonnepanelen niet kunnen bewegen is de temperatuur constanter onder de overkappingen. De combinatie van tuinplanten kweken en zonne-energie opwekken is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. Deze wijze van overkappen wordt al toegepast door enkele zacht fruittelers. We zien mogelijkheden voor de verspreid liggende kwekerijen om te gaan werken met zonne-overkappingen. De zonnepanelen moeten dan wel zodanig geplaatst worden dat er nog gewerkt kan worden. Dit betekent in ieder geval hogere stellages. Het plaatsen van deze zonne-overkappingen (en eventueel enkele kleine zonnevelden) kan een bedreiging voor het landschap vormen, maar ook een kans om hier aan landschapsverbetering te doen. We versterken de landschapsstructuur door deze fijnmaziger te maken door nieuwe landschapselementen als poelen, bloemrijk grasland, bloemrijke randen, houtsingels, etc. toe te passen.
Ook bij kassen zijn mogelijkheden om met zonnepanelen te werken.
Tekening: (potten met tuin)planten overkappen
Foto: Kassen met zonnepanelen (bron: solarkassen - gakon)
39
6.5 Bij natuur- en landschapsontwikkeling
40
Zonnevelden in het Natuurnetwerk Brabant (NNB) sluiten we volledig uit (zie trede 4: nee, nooit). Aanvullend en nabij de natuurgebieden zien we wel mogelijkheden voor zonnevelden. Het opwekken van zonne-energie combineren met het ontwikkelen van nieuwe natuur is een win-win kans, die landschappelijke inpassing overstijgt. Het creëren van meer biodiversiteit is het makkelijkst als er in de uitgangssituatie een lage biodiversiteit is. Het ontwikkelen van nieuwe natuur aansluitend op bestaande natuur zorgt voor nieuwe robuuste natuur, die onderdeel uitmaakt van het lokale en eventueel regionale natuurnetwerk. Bij het onderzoek van nieuwe potentiele locaties voor zonne-energie is het belangrijk ook de ecologische waarden goed te inventariseren. Niet alleen zodat je weet waar je zuinig op moet zijn, maar ook om de al aanwezige ecologische waarden te kunnen versterken. Een betere biodiversiteit bereik je door te investeren in de habitat van verschillende diersoorten. Een goede habitat heeft voldoende voedsel, mogelijkheden voor voortplanting en schuilgelegenheid. De nieuwe beplanting is inheemse beplanting die van nature daar voorkomt.
Zonnepanelen hebben een negatief effect op de ecologie doordat er minder licht en water op de bodem komt. Dit leidt tot minder bloemrijke vegetaties, minder biomassa, minder bodemleven en minder organische stof in de bodem. Hierdoor houdt de bodem minder water vast en is de bodemreiniging minder sterk. Het negatieve effect van zonnepanelen kan op twee manieren worden verminderd. De eerste manier is door de zonnepanelen verder uit elkaar te zetten. Hierdoor is er ruimte tussen de panelen voor beplanting. De tweede manier is door te concentreren, waardoor er ruimte aan de randen is voor beplanting. Daarnaast maakt ook de opstelling nog uit. Een zuid opstelling zorgt voor meer licht en water op de bodem, dan een oost-westopstelling (dakopstelling). Een verticale opstelling laat ook meer ruimte voor biodiversiteit dan een platte opstelling. Zonnepanelen zorgen ook voor een verdienmodel waardoor een gebied ontwikkeld (of getransformeerd) kan worden naar een landschap met een hogere biodiversiteit.
De eerste mogelijkheid om natuurontwikkeling te realiseren met behulp van zonne-energie is bosrandontwikkeling. Dit kan op meerdere manieren: • Door zonnepanelen aan te leggen langs een bosrand met een abrupte overgang is het mogelijk een geleidelijke overgang te creëren. Door de ontwikkeling van de mantel-zoomvegetatie neemt de biodiversiteit toe. De nieuwe zonnepanelen kunnen ook de motor zijn om nog een rand extra bos aan te leggen. Omdat de zonnepanelen in rijen voor de bosrand worden geplaatst, is een regelmatige/rechte bosrand het meest geschikt. Dit levert ruimtelijk het rustigst beeld op. • Door een nieuwe bosrand te ontwikkelen met daarin opgenomen de nieuwe, tijdelijke zonnevelden. In dit geval wordt landbouwgrond omgevormd naar natuur en zonne-energie. De tijdelijke zonnevelden zijn de motor (het verdienmodel) om de natuurontwikkeling mogelijk te maken.
Het maken en vullen van landschappelijke kamers is een derde mogelijkheid om natuurontwikkeling en de opwek van zonne-energie te combineren. De zonnepanelen worden geplaatst in bestaande en/of nieuwe groene kamers. Het maken van nieuwe kamers is een vorm van landschapsbouw. Het nieuwe landschap leent zich voor recreatief gebruik en eventueel een beperkte nieuwe wooncapaciteit. De grootte van de kamers hangt af van de schaal en de maat van het landschap. Houtwallen, houtsingels, bosschages, bosranden en lanen bakenen de kamers af. Naast zonnevelden kunnen in deze kamers ook andere functies ingepast worden, zoals landbouw en natuur. De oude ontginningen lenen zich goed voor dit principe.
41
We beschrijven een aantal mogelijkheden: • Bosrandontwikkeling • Kamers vullen en kamers maken
Tekening: Bosrandontwikkeling in combinatie met zonnepanelen
Tekening: Kamers vullen en kamers maken
7 Nee, nooit Trede ‘Nee,nooit’ : Geen grondgebonden zonnepanelen in het Natuurnetwerk Brabant en de verbrede beekdalen. Uitgesloten voor zonnevelden zijn in ieder geval: • Het Natuurnetwerk Brabant (NNB); • Verbrede beekdalen; Het Natuurnetwerk Brabant en de verbrede beekdalen zijn noodzakelijk voor de klimaatdoelstellingen en biodiversiteit.
42
43
Concreet betekent dit voor de gemeente BaarleNassau dat er geen initiatieven voor zonnevelden worden gehonoreerd in de kleine bossen rondom BaarleNassau en in de beekdalen van de Mark, ‘t Merkske en de Lei. Ook kleinere beekdalen die aansluiten op het beekdalsysteem van de Lei en de Mark worden vrijgehouden van zonnepanelen. Voor de Mark betreft het o.a. de Poolse Heining, de Reutsche Loop, de Bremer en de Strijbeeksche Beek. Voor de Leij gaat het o.a. om de Retsche Loop.
Foto: Beekdal ‘t Merkske Foto: beek
8 Toetsingscriteria zon < 1,5 ha. 8.1 Harde eisen: Onze plannen scoren een 10 Om plannen af te wegen hebben we toetsingscriteria geformuleerd. Die leest u in paragraaf 8.2 en 8.3 We hebben een puntensysteem waarmee we initiatieven kunnen afwegen. Plannen moeten minstens een 10 scoren. Daarvoor bouwen we een basis in die tot een score van 6 punten leidt waaraan plannen moeten voldoen. Om tot een score van 10 punten te komen zijn er keuzes te maken. Deze keuzes zijn aan de initiatiefnemer en worden bijvoorbeeld bepaald door het specifieke gebied maar ook door de dialoog of participatie
44
We beschrijven nu achtereenvolgens: 8.2 hoe de basis van 6 punten kan worden gehaald en wat daarbij de algemene regels zijn vanuit landschappelijke inpassing 8.3 hoe de benodigde 4 extra punten via opties kunnen worden gescoord.
Foto: Meervoudig ruimtegebruik zonnepanelen met schapen
45
8.2 Harde eisen: regels voor de landschappelijke inpassing en inrichting te behalen score 6 punten Ieder initiatief zal moeten voldoen aan de regels voor landschappelijke inpassing en inrichting. Door daaraan te voldoen scoort het project 6 punten. De overige benodigde 4 punten kunnen behaald worden via opties. Zonnevelden zijn van invloed op de omgeving en daarmee op de beleving en sfeer hiervan. Daarom is een van de ruimtelijke voorwaarden dat een zonnepark landschappelijk moet worden ingepast. Eerder hebben we aangegeven dat er drie strategieën zijn: inpassing, ontwikkeling of transformatie. Voor gemeente Baarle-Nassau zal – omdat we vooral voor kleine parken kiezen – meestal sprake zijn van inpassing en ontwikkeling. 46
Wat dit precies is, zal per project of locatie anders zijn afhankelijk van de specifieke situatie en het betreffende landschap. We vragen een initiatiefnemer met een
Foto: open landschap bij Ulicoten
goed onderbouwd en verbeeld plan te komen waarbij deze aangeeft waarom en hoe het specifieke plan op deze plek past bij het betreffende landschap. Het gemeentelijk Landschapsontwikkelingsplan geeft hierbij aanknopingspunten voor wat voor soort landschap er gewenst is, bijvoorbeeld kleinere ‘kamers’ of juist vergezichten. Op basis van het landschapsontwikkelingsplan zijn voor de landschappen in gemeente BaarleNassau de inpassingsregels uitgewerkt. Daarbij is gekeken naar: • Ruimtelijke beleving, • Schaal van het zonneveld past bij de schaal van de locatie, • Draagkracht van het landschap, • Landschap specifieke inrichting per landschapseenheid, • Tijdelijk versus permanent.
1 | Een kleinschalig initiatief is maximaal 1,5 ha. groot. Dit is inclusief de landschappelijke inpassing en onbedekte bodem. 2 | Het betreft een lokaal initiatief. Het betreft een lokale ondernemer of lokaal samenwerkingsverband. 3 | De initiatiefnemer voor een zonneveld maakt een plan voor de inrichting in overleg met de gemeente en de “buurt”. Er moet dus sprake zijn van een omgevingsdialoog. De buurt definiëren we door een cirkel van 500 m. rondom het project te nemen.
6 | De netto - bruto verhouding van het zonneveld is altijd minimaal 25% onbedekt. (bij een zuid opstelling is ca 50%, bij oost-west opstelling ca 25%). We hebben voorkeur voor een ruimere opstelling. Hoe meer onbedekte ruimte, hoe meer licht en water de bodem bereikt en des te beter voor het bodem- en watersysteem. De initiatiefnemer moet aannemelijk maken dat het bodemleven minstens in stand wordt gehouden. DeFoto: waterbergende functie van het terrein moet minopen landschap bij Ulicoten stens gewaarborgd blijven t.o.v. de huidige situatie. Er is overigens ook ruimte tussen de panelen nodig voor de bereikbaarheid van de panelen. Deze ruimte is per definitie onverhard en zoveel mogelijk ‘biodivers’ ingericht, met beplantingstypen passend bij het landschap.
Op basis van deze aspecten zijn algemene inpassingregels en gebied specifieke inpassingsregels opgesteld. Voor alle zonneparken gelden de volgende landschappelijke inpassingsregels:
47
4 | De zonnepanelen zijn tijdelijk (max. 25 jaar) maar de landschappelijke inpassing is permanent. De inpassing is daarmee bepalend voor het landschap van morgen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het verwijderen van de zonnepanelen volgens de dan geldende milieunormen.
5 | De inpassing sluit altijd aan bij de kenmerken van het landschapstype maar vooral de lokale specifieke kwaliteiten.
7 | Naast de minimale 25% onbedekte grond van het zonneveld is er ruimte nodig voor inpassing. We gaan ervanuit dat een planlocatie voor 75% uit zonneveld bestaat (die met een bepaald % bedekt is) en minimaal 25% landschappelijke inpassing. De randen hoeven niet aan alle zijden even dik te zijn, maar zijn afhankelijk van het aanwezige en gewenste landschapsbeeld. Een minimale randinpassing is een vrijgroeiende landschappelijke haag met een breedte van 1,5 m. bestaande uit inheemse en vogel-/insectenvriendelijke soorten.
48
8 | De hoogte van panelen is principe max. 1,5m hoog. De hoogte hangt ook samen met het dubbelgebruik en de inpassing daarvan. Denk aan zonnepanelen voor gewasbescherming of in combinatie met beweiding.
• Een hekwerk kan toegankelijk gemaakt worden voor klein wild. Dat kan door een kleine ruimte onderaan de hekwerken. • Bij een EVZ moet een hekwerk toegankelijk gemaakt worden voor klein wild. Dat kan door een kleine ruimte onderaan de hekwerken • Breng op verschillende plekken gaten aan de in de hekwerken voor kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën.