CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Eindadvies expertgroep 30 APRIL 2019 definitief

Commissie Mens en Maatschappij 17 juni 2021, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel GOB-plenair ontwerpstatuten BGTS en bijlagen25.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

51

BIJLAGE I OVERZICHT VAN DOOR DE EXPERTGROEP UITGEWERKTE ONDERZOEKSVRAGEN Vragen en antwoorden

Beantwoording

Meerwaarde van de omvorming 1. a. Hoe kan de bestuurskracht in het kader van de grensoverschrijdende samenwerking tussen Baarle-Nassau en Baarle-Hertog worden gedefinieerd? b. Draagt de omvorming van het GOB naar rechtspersoon bij aan de bestuurskracht van beide gemeenten ten dienste van de gemeenschap en onze inwoners? 1.a. Bestuurskracht is het vermogen van het lokaal bestuur of van het samenwerkingsverband tussen lokale besturen (al dan niet grensoverschrijdend) om huidige en toekomstige lokale problemen op te lossen en aan de lokale noden te voldoen. Dit 'vermogen' bestaat uit enerzijds de potenties die het bestuur daartoe heeft en zelf kan ontwikkelen, en anderzijds uit de wil (handelingsbereidheid) van het lokaal bestuur om aan de verwachtingen te voldoen.

1° de potenties die het bestuur daartoe heeft en zelf kan ontwikkelen In het kader van de grensoverschrijdende samenwerking in Baarle, is bestuurskracht het resultaat van meerdere factoren die elkaar bovendien onderling beïnvloeden: — de (lokale) grensoverschrijdende samenwerking en de structuur waarbinnen deze vorm krijgt (al dan niet met rechtspersoonlijkheid), moet adequaat aan de lokale noden kunnen voldoen ^ dit impliceert dat het gekozen samenwerkingsverband in functie staat van lokaal maatwerk en van lokale beleidsvertaling ^ dit vereist een afdoende politiek-bestuurlijke en ambtelijke organisatie in zowel kwalitatief als kwantitatief opzicht — de gemeentelijke autonomie (sturing en invloed op de beleidsvoering en de tot stand gebrachte dienstverlening) is het uitgangspunt voor een bestuurskrachtig samenwerkingsverband tussen beide Baarles ^ deze autonomie is van belang omwille van de burgernabijheid van beleid en dienstverlening en om reden van democratische legitimatie ^ autonomie is bovendien noodzakelijk om de uitvoerbaarheid en de kwaliteit van het eigen beleid - dat per definitie voor het overgrote deel een grensoverschrijdende aangelegenheid is in Baarle - te garanderen — het vermogen om binnen een redelijke termijn daadkrachtige beslissingen te nemen

Gemeenten, provincie NoordBrabant en Antwerpen en VVSG

2“ de wil (handelingsbereidheid) van het lokaal bestuur om aan de verwachtingen te voldoen Gelet op de veelheid, verscheidenheid en complexiteit van (grensoverschrijdende) samenwerkingsdossiers in Baarle, staat of valt bestuurskracht in Baarle met de 'bestuurbaarheid': — een hoge mate van flexibiliteit en affiniteit t.a.v. de samenwerking is vereist, zowel vanuit de politieke als de ambtelijke organisatie ^ de enclavesituatie impliceert dat elk overheidshandelen mogelijke repercussies voor het handelen van de partnergemeente heeft ^ er is immers de voortdurende aanwezigheid van de partnergemeente BIJLAGE I - 52

^ de maatschappelijke en bestuurlijke vervlechting van twee besturen uit twee landen noodzaakt maatwerk — politiek-bestuurlijke handelingsbereidheid vereist dat het samenwerkingsverband een bestuurlijk evenwicht tussen beide gemeenten garandeert ^ grensoverschrijdend samenwerken in Baarle vergt een continu proces van zoeken en in stand houden van een delicaat (bestuurlijk) evenwicht ^ evenwicht tussen politieke belangen en agenda's over een langere termijn voorkomt dat partijen hun hindermacht tegenover elkaar laten gelden — bestuurbaarheid is veeleer een kwestie van de juiste schaal van het bestuurlijk handelen dan van het lokaal bestuur zelf ^ schaalvergroting van een partnergemeente zelf of van beide leidt tot wanverhoudingen in omvang en in financieel en beleidsmatig opzicht

i.b. Met oog om op het bereiken van een minimum aan bestuurskracht in het enclavegebied is het noodzakelijk dat de samenwerkingsstructuren dienen aangepast te zijn aan de inhoud en niet omgekeerd. De specifieke enclavesituatie noodzaakt tot specifieke overleg- en beslissingsorganen. Tot op heden werden deze geconcretiseerd in het veelvuldig ambtelijk overleg, het (grensoverschrijdend) portefeuillehoudersoverleg, het burgemeesters-secretarissenoverleg, de gemeenschappelijke raadscommissies, de gezamenlijke collegevergaderingen en de gemeenschappelijke gemeenteraadsvergaderingen. Deze twee laatste werden officieel geformaliseerd met de oprichting van het GOB (Gemeenschappelijk Orgaan Baarle) in november 1997 in toepassing van de Benelux-overeenkomst van 12 september 1986 inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten. Ondanks omvorming van het GOB naar een BGTS (rechtspersoon) blijven voormelde overleg- en beslissingsorganen noodzakelijkerwijs quasi onveranderd. Zowel in de beleidsvoorbereiding als bij de beleidsuitvoering zijn hierbij geen verschillen, noch qua tijd, noch qua inhoud. Mutatis mutandis geldt dit ook voor het besluitvormingsproces zelf daar het dagelijks bestuur (beide colleges) en de algemene vergadering (beide gemeenteraden) identiek zijn samengesteld zowel bij een GOB als bij een BGTS.

De oprichting van een rechtspersoon is een uiting van de verdieping en intensivering van de samenwerking in Baarle, die kan leiden tot meer betrokkenheid van bovenlokale overheden. Deze betrokkenheid helpt bij het oplossen van grensoverschrijdende knelpunten. In die zin wordt de bestuurskracht vergroot.

2. Wat is de precieze meerwaarde van de eventuele omvorming (t.o.v. de huidige situatie in het GOB)? In algemene zin is de meerwaarde van een rechtspersoon de zelfstandige deelname aan het rechtsverkeer, zoals het aanwerven van personeel, mogelijkheid tot het doen van aankopen, het doen van aanbestedingen en het verlenen van inhouse-opdrachten aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband indien de (grensoverschrijdende) rechtspersoon daartoe kan toetreden. Bovendien kan de eventuele overdracht van een bevoegdheid van regeling of bestuur (indien gewenst) bezwaarlijk plaatsvinden aan een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid. Voor de situatie in Baarle geldt dat de grensoverschrijdende samenwerking omvangrijker, diepgaander en intensiever is dan de structuur (GOB) doet vermoeden. Het GOB behelst meer dan menig grensoverschrijdende rechtspersoon of ander samenwerkingsverband. Vanuit deze gedachte kan de

BIJLAGE I - 53

opwaardering van het GOB naar een BGTS van meerwaarde zijn. Ook richting bovenlokale overheden kan een dergelijke stap bezien worden als "dat het menens is met deze samenwerking". Dit is vooral voor Baarle-Nassau erg belangrijk. De meerwaarde van een BGTS als "oplossing" voor een aantal knelpunten die we in de huidige samenwerking(sstructuur) ervaren is beperkt. Verschillen in wet- en regelgeving worden niet overbrugd met een BGTS; maar ook verschillen in (bestuurs)cultuur blijven een rol spelen. Mogelijk dat met de opmaak van een gezamenlijke begroting en jaarrekening de soms ervaren vrijblijvendheid van de samenwerking wat kan worden beteugeld. Tegelijkertijd zou dat nu met een GOB ook kunnen. In het geval van het afvaldossier geldt dat we voor nadere beantwoording van deze vraag uitgaan van de situatie waarin het huis-aan-huis ophalen van huishoudelijk afval gezamenlijk gebeurt. Een BGTS kan als rechtspersoon een gezamenlijke dienst aanbesteden. Eventuele aanbestedingsrisico's zijn dan voor de BGTS (en dus de gezamenlijke gemeenten) waar dat zonder BGTS formeel één van beide gemeenten betreft. Er ontstaat wel een probleem bij inhouse opdrachten.

Volgens de geldende statuten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waarvan één van beide gemeenten lid is, kan een BGTS niet toetreden als lid van deze samenwerkingsverbanden en kan de BGTS derhalve geen gebruik maken van inhouse opdrachten.

Gemeenten en Benelux Unie

In het enclavegebied (dat zich hoofdzakelijk rondom het centrum van Baarle situeert) worden zo'n 80 procent van de wegen door de grens doorsneden. Daarnaast verbindt het buitengebied ook de diverse kernen en vormt dit tevens de verbinding van en naar Baarle. Vanwege deze geografische verwevenheid kan een autonoom besluit van één gemeente derhalve repercussies hebben voor (het mobiliteitsbeleid van) de andere gemeente. Ook voor de verkeersveiligheid in de kern Baarle is een gezamenlijk mobiliteitsbeleid meer dan wenselijk. De BGTS krijgt dus als uitdrukkelijke taak om een gezamenlijk mobiliteitsbeleid op te stellen, wat bindend is voor beide gemeenten.

3. Is deze meerwaarde te onderbouwen en meetbaar te maken? De meerwaarde van omvorming is niet concreter te maken dan in het antwoord op vraag 2 is weergegeven. Het is derhalve ook niet mogelijk om deze meerwaarde meetbaar te maken.

Gemeenten en Benelux Unie

4. Is deze meerwaarde verder te ontwikkelen? In algemene zin is de meerwaarde verder te benutten door meerdere samenwerkingsonderwerpen over te dragen, als op basis van ervaring blijkt dat dit nuttig kan zijn.

5. Wat zijn de voor- en nadelen van de omvorming naar een rechtspersoon?

Gemeenten en Benelux Unie

Gemeenten en Benelux Unie

Het antwoord op deze vraag wordt opgenomen in de conclusie van het eindadvies.

BIJLAGE I - 54

6. Draagt de omvorming naar een rechtspersoon bij aan de mogelijkheden om externe financiering te verwerven? Nee. Een rechtspersoon is geen argument en/of voorwaarde om externe financiering te verwerven. Een rechtspersoon kan echter wel fungeren als PRen lobbyinstrument voor fondsenverwerving.

Gemeenten en Benelux Unie

Structuur- Z organieke vragen 7. Wat zijn de uitgangspunten voor grensoverschrijdende samenwerking (autonomie, gelijkwaardigheid, democratisch bestuur en legitimatie, transparantie, ...)? ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

Behoud van autonomie van elk bestuur Gelijkwaardigheid en gelijkheid van elk bestuur Wederzijds respecteren van ieders binnenlandse bestuurlijke context (samenwerkingsverbanden, organieke regelgeving, diverse wetgeving, ...) Bereidheid tot consensus Z compromissen Bereidheid rekenschap te geven van de enclaveproblematiek Democratisch en legitiem besturen Transparantie (cfr. transparantie-ambitie van college/gemeenteraad) Samenwerkingsdynamiek afgestemd op (veranderende) samenwerkingsbehoeften Rechtszekerheid en continuïteit zijn gewaarborgd binnen het samenwerkingsverband Samenwerking is niet vrijblijvend De bestuursorganen moeten volwaardige organen zijn

Gemeenten

Deze uitgangspunten worden verder uitgewerkt en waar nodig genuanceerd in het eindadvies.

8. Welke vorm (rechtspersoon) is het best passend gegeven onze huidige samenwerking? Wanneer besloten wordt tot oprichting van een rechtspersoon, is de BGTS de meest passende vorm. Zie daarvoor ook de eerdere analyse (startnotitie) van de Benelux Unie.

Gemeenten, Benelux Unie en VVSG

BIJLAGE I - 55

9. Blijft het GOB bestaan naast de eventuele rechtspersoon? Zo ja, wat is het eventuele effect op de slagkracht van de bestuurlijke samenwerking? Veroorzaakt dit geen bestuurlijke drukte (cfr. beeld van veelheid aan intergemeentelijke samenwerkingsvormen)? Beide gemeenten zien twee aanvullende vragen: a. Zijn de besluiten van een BGTS bindend voor (a) de deelnemende partijen en (b) voor derden voor wat niet-overgedragen bevoegdheden betreft? b. Kan een BGTS besluiten nemen over onderwerpen van gezamenlijk belang die niet in de begroting van de BGTS zijn opgenomen? Nee. De volledige samenwerking zou worden overgeheveld naar een BGTS, waarbinnen samengewerkt kan worden zoals op dit moment binnen het GOB. Een aantal samenwerkingsdossiers zouden met bevoegdheidsoverdracht overgeheveld kunnen worden zodat de meerwaarde van een rechtspersoon kan worden benut (zie vragen 2 t/m 4).

9.a. Door de oprichting van een BGTS worden de deelnemers gebonden; de concrete verplichtingen voor de deelnemende partijen dienen evenwel te worden Gemeenten en bepaald in de statuten (art. 6(2)(i) van het Benelux-verdrag). Een BGTS betekent niet automatisch dat besluiten ervan bindend zijn in de zin dat ze Benelux Unie rechtsgevolgen hebben naar derden, zélfs ingeval van een bevoegdheidsoverdracht. In tegenstelling tot het GOB, is het voor een BGTS evenwel geenszins uitgesloten dat beslissingen genomen worden die derden binden. Dit is afhankelijk van wat dienaangaande in de statuten wordt bepaald, binnen de grenzen van het betreffende interne recht van elkeen der partijen. Van belang hierbij is voorts dat, in geval van bevoegdheidsoverdracht, de rechtsbetrekkingen tussen de BGTS en derden onderhevig blijven aan het interne recht, als zouden de gemeenten deze bevoegdheden zelf hebben uitgeoefend (art. 11 van het Benelux-verdrag). Voor besluiten met betrekking tot niet-overgedragen bevoegdheden blijft de extra bekrachtiging door de deelnemende gemeenteraden wellicht opportuun, ook al zetelen de vertegenwoordigers van de gemeenten in de BGTS er steeds in hun functie van vertegenwoordiger van hun gemeente.

9.b. De statuten dienen de wijze te bepalen waarop de BGTS en haar activiteiten worden gefinancierd (art. 6(3) van het Benelux-verdrag). Wat precies de activiteiten van de BGTS zijn of kunnen zijn, hangt af van wat in de statuten wordt bepaald; activiteiten die kosten met zich meebrengen zullen vanzelfsprekend door de begroting moeten worden gedekt.

10. Is er een dubbele meerderheid nodig voor besluitvorming, te weten vanuit het oogpunt van (a) gelijkwaardigheid van beide (autonome) gemeenten en (b) het feit dat bestuurders elk binnen eigen gemeente electorale verantwoording afleggen? Gemeenten

Er is altijd een dubbele meerderheid (meerderheid in beide gemeenteraden) nodig om te kunnen voldoen aan de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals geformuleerd in het antwoord op vraag 7.

BIJLAGE I - 56

12. a. Worden er bevoegdheden overgedragen? b. Heeft een BGTS bevoegdheid om belastingen en retributies te heffen en te innen?

12.a. Beide gemeenten lijsten de eigen bevoegdheden op (inclusief belastingbevoegdheden). Voor de afvalinzameling (h-ah en exploitatie recyclagepark/milieustraat) heeft Baarle-Hertog een beheersoverdracht gedaan aan IOK. Hier wordt gevraagd of een bevoegdheidsoverdracht mogelijk is van de gemeente Baarle-Hertog naar een nieuw op te richten BGTS die zal instaan voor de afvalinzameling. De BGTS zal een rechtspersoon zijn die huisvuilophaling doet. Er wordt opgemerkt dat Baarle-Hertog momenteel lid is van IOK, een Vlaamse opdrachthoudende vereniging. Een opdrachthoudende vereniging is een samenwerkingsverband met beheersoverdracht waaraan de deelnemende gemeenten de uitvoering van een of meer duidelijk omschreven bevoegdheden met betrekking tot een of meer beleidsdomeinen toevertrouwen (art. 398 DLB). Onder beheersoverdracht wordt verstaan: het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van door hen genomen beslissingen in het kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de deelnemende gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of samen met derden dezelfde opdracht uit te voeren (art. 398 DLB). Een aantal Kempense gemeentes hebben m.a.w.

afgesproken dat zij voor de huisvuilophaling de opdrachthoudende vereniging IOK hebben opgericht, en dat geen enkele gemeente zijn huisvuilophaling nog zelf mag organiseren noch uitbesteden aan een derde.

Gemeenten, ABB en BZK

Een mogelijkheid tot internationale samenwerking staat al in artikel 390 DLB, dat bepaalt: "Overeenkomstig de ter zake geldende conventies en internationale overeenkomsten kunnen de gemeenten en de door hen krachtens deze titel gevormde samenwerkingsverbanden deelnemen in rechtspersonen van publiek recht die ingevolge die deelneming de staatsgrenzen overschrijden, ongeacht het rechtsstelsel waaraan die rechtspersonen onderworpen zijn." Op basis hiervan kunnen Vlaamse intergemeentelijke samenwerkingsverbanden participeren in buitenlandse publiekrechtelijke verenigingen. Dat wordt ook verder gespecifieerd in artikelen 2, 4 en 5 van de nieuwe Beneluxovereenkomst inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking. Bovendien bepaalt artikel 5 van de Beneluxovereenkomst dat het mogelijk is dat de deelnemers van een BGTS aan deze BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur toekennen, mits het interne recht van de Partijen dit toelaat. Wat die laatste voorwaarde betreft, moet wel gewezen worden op de definitie van beheersoverdracht (art. 398 DLB, cf. hierboven) waaruit volgt dat Baarle-Hertog zich geëngageerd heeft om voor de afvalverwerking exclusief beroep te doen op de opdrachthoudende vereniging IOK.

Uit dit alles volgt dat het mogelijk is dat de gemeente Baarle-Hertog of de Vlaamse opdrachthoudende vereniging IOK lid zou kunnen worden van een nieuw op te richten BGTS inzake afval voor Baarle. Op het eerste zicht lijkt het mogelijk dat de gemeenteraad van Baarle-Hertog zijn bevoegdheden om afvalzaken te regelen kan afstaan aan deze nieuwe BGTS (op grond van artikel 5 van het Beneluxverdrag). Hierbij zal wel steeds de bedenking gemaakt moeten worden dat onmogelijk de bevoegdheid kan worden afgedragen om de afvalophaling anders te regelen dan in samenwerking met IOK. Uit de interne regelgeving blijkt immers dat IOK (en bij uitbreiding de andere deelnemende gemeenten aan IOK) het recht hebben om deze afvalophaling voor Baarle-Hertog te blijven uitvoeren tot zolang de duurtijd van IOK loopt (cf. art. 398 DLB, hierboven besproken). BIJLAGE I - 57

NEDERLANDS PERSPECTIEF Voor Baarle-Nassau geldt dat de inzameling van huishoudelijk afval is uitbesteed aan Baetsen Containers B.V. (tot 31-12-2018) Vanaf 01-01-2019 is de dienst uitbesteed aan Renewi. De inwoners betalen deze dienst via de afvalstoffenheffing (gebaseerd op de omvang van de container). De gemeenteraad stelt de tarieven vast. Het invorderen van het verschuldigde bedrag is gemandateerd van onze heffingsambtenaar aan de directeur van Brabant Water N.V. ^ Kan volgens de Wgr en/of Gemeentewet een BGTS deelnemen aan een Gemeenschappelijke Regeling (of een ander construct)? Ja. Toelichting Volgens art. 93 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen een of meer andere openbare lichamen dan gemeenten, provincies en waterschappen aan een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de hoofdstukken I tot en met VII van de Wgr deelnemen. Uit de MvT bij de Wgr (Kamerstukken II 1980/81, 16538, nr 3, p. 48) blijkt dat de regering terughoudendheid geboden achtte bij het toetreden van een gemeenschappelijk openbaar lichaam tot een nieuwe gemeenschappelijke regeling (GR) omwille van de doorzichtigheid van het bestuur. Dat geldt mutatis mutandis ook voor aansluiting van een BGTS bij een bestaande GR. Aangezien de BGTS in art.

4 van het Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende samenwerking (verder: Benelux-Verdrag) wordt aangeduid als een grensoverschrijdend openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid, kan hieruit worden afgeleid dat een BGTS kan deelnemen aan dergelijke gemeenschappelijke regelingen. Artikel 5 van het Benelux-Verdrag maakt overdracht van bevoegdheden mogelijk voor zover het interne recht van de partijen dit toestaat. Dat betekent voor het toekennen van bevoegdheden aan een gemeenschappelijke regeling waaraan een BGTS deelneemt, de artikelen 30 en 31 van de Wgr worden toegepast. Gelet op een zekere mate van terughoudendheid verdient het daarom de voorkeur om in het concrete geval van beoogde aansluiting van een BGTS bij een GR contact op te nemen met de provincie en/of BZK, zodat het concrete geval goed kan worden bezien. Uiteraard spreekt voor zich dat de oprichtingsakte van de BGTS wel toestemming moet geven voor een dergelijke constructie. • Maakt het dan uit in welk land (Nederland of België) de maatschappelijke zetel is gevestigd? Voor het deelnemen van een BGTS aan een gemeenschappelijke regeling maakt het niet uit in welk land de maatschappelijke zetel van die BGTS gevestigd is. Op grond van artikel 4 van het Benelux-Verdrag is een BGTS een openbaar lichaam is in de zin van artikel 93, onderdeel a Wgr.

Dergelijke openbare lichamen kunnen - als hun statuten of oprichtingsakte dat toestaat - deelnemen aan een samenwerkingsverband o.g.v. de Wgr. Daarvoor is dan geen toestemming bij KB vereist.

12.b. De vraag of een BGTS de belasting- en/of retributiebevoegdheid heeft is gerelateerd aan inlands dwingend recht. Mogelijk kan een BGTS wel retributies instellen en innen. Een tweede belangrijke nuance zit reeds vervat in de vraagstelling 12, b: de gemeenteraad van Baarle-Hertog zal onmogelijk zijn bevoegdheid kunnen BIJLAGE I - 58

overdragen om de belastingen te heffen. Dit volgt uit de Belgische Grondwet: beslissingen tot het heffen van gemeentebelastingen behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 170, Ş4, eerste lid van de Grondwet). Het legaliteitsbeginsel in het Belgische fiscaal recht is daarin strikt. Verder verwijzen we naar het antwoord op vraag 16.

13. Hoe verhouden de bevoegdheden van het bestuur zich tot de bevoegdheden van het gemeentebestuur? Uitgaande van huis-aan-huisafvalinzameling zouden enkel de daarvoor relevante bevoegdheden dienen te worden overgedragen. Uit de beantwoording van vraag 33 blijkt dat de BGTS opgericht zou moeten worden als groeimodel; al naar gelang behoefte en ervaring kunnen andere bevoegdheden naar de BGTS worden overgeheveld middels statutenwijziging. Deze vraag als zodanig is hier dan ook niet (meer) opportuun.

Gemeenten

14. Wie vormt het bestuur? We blijven zitten met twee autonome partners, in wat voor structuur ook. Vanwege de kleinschaligheid en de benodigde betrokkenheid van de politiek Gemeenten en kan en moet hier ieder college- en gemeenteraadslid in respectievelijk het Dagelijks Bestuur en Algemene Vergadering deelnemen. Dergelijke invulling Benelux Unie met de voltallige bestuursorganen van de deelnemende partijen is bovendien wenselijk omwille van de brede inhoudelijke invulling van de rechtspersoon (conform het antwoord op vraag 9). De leden van het bestuur blijven overigens in de BGTS zetelen als vertegenwoordigers van hun gemeente en niet in enige andere hoedanigheid.

15. Wat zijn de voor- en nadelen van een externe directeur t.o.v. een directeur/directie vanuit de gemeente(n)? Redenerend vanuit het afval- en het verkeersdossier kunnen de secretaris (BN) en algemeen directeur (BH) prima de directie vormen. Op termijn kan er wel behoefte ontstaan aan een externe directeur.

Gemeenten

16. Hoe financieren we de rechtspersoon en de (overgedragen) samenwerking? Wij zien drie mogelijke financieringsbronnen 1. Dotaties van beide gemeenten 2. Eventuele subsidies (bijvoorbeeld OVAM-subsidie voor voorzieningen voor thuis- of wijkcompostering) 3. Heffen van retributies op afvalinzameling via DIFTAR

Gemeenten

Waarbij dient te worden opgemerkt dat dotaties van beide gemeenten de voorkeur geniet, naast het verwerven van subsidies.

BIJLAGE I - 59

17. Hoe waarborgen we de personele capaciteit en inzet - aanwerven, detacheren of anderszins? Heeft dit gevolgen voor de te volgen (of nieuwe) werkprocessen bij elke ambtelijke organisatie en gezamenlijk, en zo ja, kunnen deze concreet benoemd worden? De personele inzet wordt "om niet" geleverd door beide gemeenten tenzij anders afgesproken. Mogelijk dat één van beide gemeenten bijvoorbeeld de administratie voert. De kosten daarvan worden dan verdeeld over beide gemeenten. Dit is nu ook het geval voor de administratie van de gemeenschappelijke Milieustraat, die Baarle-Nassau voert.

Gemeenten

Op termijn kan er wel behoefte ontstaan aan 'eigen' personeel. Dit personeel zou vanuit de gemeenten of andere instanties gedetacheerd kunnen worden. Voor nu is de conclusie dat er geen personeel wordt geworven of wordt overgeheveld.

18. Gelijk presentiegeld voor vertegenwoordigers BN en BH? Hoewel het antwoord op deze vraag geen onderdeel zal uitmaken van de afweging om al dan niet een rechtspersoon op te richten, willen we wel duidelijkheid hebben over de mogelijkheden: a. Kunnen (voor raadsleden uit BN en BH) gedifferentieerde presentiegelden worden gehanteerd? b. Bepaalt de maatschappelijke zetel de hoogte van de presentiegelden? c. Kunnen presentiegelden buiten de rechtspersoon om worden toegekend (door elke gemeente afzonderlijk aan de eigen raadsleden)? Een BGTS verplicht niet tot het voorzien van presentiegeld. Vanuit het uitgangspunt om de (werking van de) rechtspersoon zo eenvoudig mogelijk te houden, worden presentiegelden buiten de statuten van een eventueel BGTS gehouden, en hanteren we de binnenlandse afspraken. Voor de gemeente Baarle-Nassau betekent dit dat de vergaderingen van de BGTS deel uitmaken van de inspanningen van raadsleden, waar maandelijks een onkostenvergoeding tegenover staat, voor de gemeente Baarle-Hertog betekent dit een vergoeding voor de opkomst per vergadering. Dit sluit ook aan bij de eerdere constatering (zie vraag 14) dat "de leden van het bestuur blijven overigens in de BGTS zetelen als vertegenwoordigers van hun gemeente en niet in enige andere hoedanigheid".

Gemeenten

19. Zijn het decreet lokaal bestuur en de wet gemeenschappelijke regeling van toepassing; en zo ja, hoe? Het decreet lokaal bestuur is van toepassing. Dat blijkt ook duidelijk uit de verwoording van artikel 2 van de Beneluxovereenkomst ("deze grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking is slechts mogelijk in het kader van de wetgeving van de betrokken partijen") en artikel 5 van de Beneluxovereenkomst ("als het interne recht van de partijen dit toelaat"). Het "decreet intergemeentelijke samenwerking" zal vanaf 1 januari 2019 volledig worden opgeheven en worden geïncorporeerd in het nieuwe "decreet lokaal bestuur". Voor het overige wordt verwezen naar vraag 12 waarin reeds werd ingegaan op de verhouding tussen het Vlaamse toepasselijke recht en de Beneluxovereenkomst. Zie voor het Nederlandse perspectief ook het antwoord op vraag 12.

BIJLAGE I - 60

Concrete gevolgen 1 knelpunten en oplossingsrichtingen 20. Hoe overbruggen we verschillen in sectorale wetgeving en hoe kan een BGTS daar in helpen? De maatschappelijke zetel bepaalt het toepasselijk recht voor een limitatieve lijst van aangelegenheden; voor het overige geldt het eigen, binnenlandse recht. Uit artikel 11, lid 2: (Benelux Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking, 2014): a. het opstellen, zonder afbreuk te doen aan artikel 6, en de interpretatie van de statuten; b. het beoordelen van de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen die door de organen van een BGTS worden gesteld; c. de aansprakelijkheid van een BGTS ten opzichte van haar deelnemers; d. de aansprakelijkheid van de deelnemers voor handelingen van een BGTS ten opzichte van derden; e. de actieve en passieve openbaarheid van bestuur; f. de arbeidsverhoudingen met personeelsleden die daadwerkelijk bij de maatschappelijke zetel werkzaam zijn overeenkomstig de bepalingen van de vigerende Europese regelgeving ter zake; g. de overheidsopdrachten die uitgaan van een BGTS, tenzij de opdracht uitsluitend verbonden is aan een specifieke vestiging; h. de ontbinding en de vereffening van een BGTS, zonder afbreuk te doen aan de rechten van de personeelsleden en derden die verbonden zijn aan een specifieke vestiging op grond van de op hen toepasselijke regelgeving.

Benelux Unie

Kortom, door de oprichting van een rechtspersoon kunnen tegenstrijdigheden in sectorale wetgeving niet overbrugd worden. Desgevallend kunnen daar andere oplossingen voor gezocht worden, hetzij pragmatisch binnen het kader van de onderscheiden wetgevingen, bv. door middel van (juridische of politieke) afstemming/harmonisatie van beleidsuitgangspunten of -instrumenten, hetzij door middel van regelgeving door de bevoegde (centrale) overheden.

21. Kunnen we de bijkomende kosten (oprichtingskosten, verzekering, boekhouding...) inschatten? Indien een aparte rechtspersoon wordt opgericht dienen de statuten, almede elke wijziging van deze statuten officieel gepubliceerd te worden (in Belgisch Staatsblad). De kosten hieraan verbonden worden geraamd op 300,00 euro. Indien er een aparte rechtspersoon wordt opgericht dient er een verzekering burgerlijke of burgerrechtelijke aansprakelijkheid (BA), met inbegrip van rechtsbijstand, te worden afgesloten ter dekking van schade aan derden. De minimumpremie wordt geraamd op 750,00 euro per jaar. Indien de rechtspersoon personeel in dienst neemt wordt de minimumpremie verhoogd met x promille op de loonmassa. In dit laatste geval is de x afhankelijk van de aard van het personeel.

Gemeenten en Benelux Unie

Indien er een aparte rechtspersoon wordt opgericht dient er afzonderlijke boekhouding gevoerd te worden afgesplitst van de boekhouding van beide gemeenten. De boekhoudkundige verrichtingen bestaan uit het opmaken van een jaarlijkse begroting, het opmaken van een jaarlijkse balans- en resultatenrekening en het voeren van de dagelijkse financiële verrichtingen (ontvangsten/uitgaven). De kosten bestaan naast de kosten voor de software voornamelijk uit BIJLAGE I - 61

personeelskosten. Er is een rechtstreeks verband tussen de activiteiten van de rechtspersoon en de personele inzet welke nodig is voor het uitvoeren van de dagelijkse financiële verrichtingen. De minimumkost wordt geraamd op 5.000,00 euro per jaar. Indien de rechtspersoon personeel in dienst neemt dient ook rekening gehouden te worden met extra kosten voor taken van personeelsbeheer (weddeberekeningen, RSZ-aangiftes, ed.) en met extra kosten voor taken van personeelsbeleid (het opmaken eigen rechtspositieregeling, verlofstatuut, geldelijk statuut, overleg vakbonden, ed..... ).

22. a. Welk boekhoudsysteem dienen we te hanteren? b. Wie voert dit uit? Wat betekent dit voor de opmaak van de stukken uit de beheerscyclus (meerjarenplan, begroting, rekening). Hoe verhoudt deze cyclus zich tot de heerscycli van beide gemeenten? a. Het recht van de maatschappelijke zetel bepaalt de te volgen boekhoudsystematiek, zijnde de boekhouding van (overheids)ondernemingen, in voorkomend geval met naleving van eventuele richtlijnen van een gezamenlijke toezichthouder (art. 13(4) Benelux-verdrag). Artikel 13, 4., Benelux Verdrag "De boekhouding van een BGTS wordt gevoerd overeenkomstig de regelgeving die in de Partij waar zij haar maatschappelijke zetel heeft, van toepassing is op de boekhouding van ondernemingen en met naleving van eventuele richtlijnen van de gezamenlijke toezichthouder". Als het gaat om de boekhouding van een intergemeentelijk samenwerkingsverband naar Vlaams recht: dit is een vennootschapsboekhouding naar Belgisch recht volgens wetboek vennootschappen en boekhoudwetgeving. Het gaat dus niet om de beleids- en beheerscyclus (publiekrechtelijke boekhouding), deze is immers niet opgelegd aan de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Dit volgt voor Baarle-Hertog uit: decreet lokaal bestuur; voor Baarle-Nassau uit de wet gemeenschappelijke regelingen.

Gemeenten, Benelux Unie, VVSG, AAB en BZK

NEDERLANDS PERSPECTIEF ^ Wanneer de BGTS een Nederlandse zetel krijgt, valt deze dan onder het BBV10? Anders gezegd aan welke begrotings- en verantwoordingsregels dient de BGTS met Nederlandse zetel zich te houden? Ja. Toelichting Hoewel op grond van lezing van de verdragstekst (art 13, lid 4) de indruk kan ontstaan dat op een BGTS met zetel in Nederland de regels van toepassing zijn op de boekhouding van ondernemingen, ligt het voor de hand dat op de externe verslaglegging van de BGTS de regelgeving van het BBV van overeenkomstige toepassing is. Dit naar analogie van een gemeenschappelijke regeling naar Nederlands recht. Bezien zal worden of op termijn een eventuele wijziging van het BBV aangewezen is. Het uitgangspunt in het Benelux-Verdrag (art. 11) is dat het recht van de maatschappelijke zetel geldt. In dit verband is art. 13 van het Verdrag ook van belang. Art. 13, lid 4, bepaalt immers dat de boekhouding van een BGTS wordt gevoerd overeenkomstig de regelgeving die in de Partij (in dit geval 10 Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten BIJLAGE I - 62

Nederland) van toepassing is op de boekhouding van ondernemingen. Indien echter decentrale overheden participeren, ligt het voor de hand om niet de verslaggevingsregels van Boek 2, titel 9, BW toe te passen maar naar analogie de regels van het BBV. Verder zijn voor het financieel toezicht ook de bepalingen in art. 13, lid 5 en 6 van belang.

24. a. Wat zijn de gevolgen voor inhouse-opdrachten/diensten (zoals de exploitatie van de Milieustraat?) b. Kan de eventuele rechtspersoon diensten afnemen van een intercommunale of gemeenschappelijke regeling waar de rechtspersoon geen lid Z vennoot is? Of kan de eventuele rechtspersoon lid Z vennoot worden? c. Kan de rechtspersoon eventueel wel deelnemen via Baarle-Hertog? Gevolgen voor inhouse zijn altijd moeilijk in te schatten omdat uiteindelijk enkel het Europees Hof het laatste woord heeft. Naar mijn inschatting zijn er geen problemen met inhouse indien een Nederlands openbaar bestuur, via een BGTS, indirect lid zou worden van een Vlaamse opdrachthoudende vereniging. De opdrachthoudende vereniging is immers verlengstuk van de deelnemende overheden en werkt enkel voor de deelnemende overheden. Dat zou niet anders zijn als er afval zou worden opgehaald in een Nederlandse gemeente. Het lijkt me mogelijk dat een eventuele rechtspersoon-BGTS diensten kan afnemen van de opdrachthoudende vereniging IOK, zeker indien IOK lid zou worden van de BGTS. Er zal wel duidelijk gemotiveerd moeten worden dat alles gaat om een publieke samenwerking in het kader van het Beneluxakkoord. Het lijkt mij veel moeilijker om toe te laten dat de BGTS zelf lid zou worden van IOK. Het DLB maakt daarvoor geen opening.

In artikel 390 wordt de ABB, BZK en IOK participatie in de ene richting voorzien (hierboven besproken), maar er is geen rechtsgrond voorzien voor de participatie van een BGTS in een opdrachthoudende vereniging. Artikel 396, Ş1, tweede lid van het DLB bepaalt limitatief welke overheden er kunnen deelnemen in een opdrachthoudende vereniging. Er is geen ruimte gelaten in het decreet voor een BGTS. Een "indirecte" deelname (via de gemeente Baarle-Hertog) lijkt op het eerste zicht mogelijk. Dit zou dan bijvoorbeeld kunnen met een administratieve afspraak tussen de BGTS en Baarle-Hertog. NEDERLANDS PERSPECTIEF ^ Als er een gemeenschappelijke regeling tussen een aantal Nederlandse gemeenten zou worden opgericht die belast is met het huis-aan-huis ophalen van huishoudelijk afval, kan deze gemeenschappelijke regeling dat dan ook uitvoeren op het grondgebied van Baarle-Hertog? We hebben contact opgenomen met Edwin Lefebre van het Vlaams Agentschap voor Binnenlands Bestuur (verder: ABB). ABB bericht het volgende: Hier wordt gevraagd of een bevoegdheidsoverdracht mogelijk is van de Belgische gemeente Baarle-Hertog naar een nieuw op te richten gemeenschappelijke regeling, met zetel in Nederland, belast met het huis-aan-huis ophalen van huishoudelijk afval. (a) Wanneer de gemeente Baarle-Hertog zelfstandig het huis-aan-huis huishoudelijk afval zou ophalen, zou dat kunnen.

Maar Baarle-Hertog doet dit niet.

BIJLAGE I - 63

(b) In Baarle-Hertog is deze taak opgedragen aan een zogeheten opdrachthoudende vereniging (verder: OV), een soort gemeenschappelijke regeling, onder de naam Intercommunale voor de Ontwikkeling van de Kempen (IOK). Die is onder meer belast met de afvalophaling in Baarle-Hertog. Voor OV's gelden in Vlaanderen specifieke, wettelijke regels. Vlaamse gemeenten richten een OV op voor een welbepaalde duurtijd, die maximaal 18 jaar mag bedragen. Uittreding tijdens deze duur is in beginsel onmogelijk, zoals is vastgelegd in het Vlaams Decreet Lokaal Bestuur. In uitzonderlijke gevallen, bepaald door het Decreet, is het mogelijk dat een Vlaamse gemeente kan uittreden uit de OV. De gemeente die uittreedt, vergoedt de schade die haar uittreding berokkent aan de OV en aan de andere vennoten. Maar door het ABB is al vastgesteld dat deze uitzonderingsbepaling inzake uittreding geen betrekking heeft op de situatie in Baarle-Hertog. De kern is dus, dat Baarle-Hertog zich momenteel niet kan aansluiten bij een Nederlandse gemeenschappelijke regeling, indien deze dezelfde taken zou uitvoeren als de taken die Baarle-Hertog nu laat uitvoeren door IOK. Dit omdat uit het decreet en uit de aard van de overeenkomst met IOK voortvloeit dat Baarle-Hertog er zich toe verbindt om zijn afvaltaken exclusief door IOK te laten uitvoeren.

Toetreding van Baarle-Hertog tot een Nederlandse gemeenschappelijke regeling is mogelijk: ofwel indien het zou gaan om andere taken dan deze waar IOK nu de partner voor is, ofwel indien de eindduur van IOK afloopt en Baarle-Hertog zich niet meer verbindt om bij IOK aangesloten te blijven. (c) Een andere route, zoals door ABB genoemd, is denkbaar. Immers, het Benelux-Verdrag (art. 2, lid 1d, en art. 5) maakt het mogelijk dat een Vlaamse OV, zoals IOK, zich aansluit bij een Nederlandse GR, mits Vlaamse regelgeving zich daar verder niet tegen verzet. IOK kan dus zelf toetreden tot een Nederlandse GR, dan wel de gemeente Baarle-Nassau besluit dat de afvalophaling in deze Nederlandse gemeente via IOK zal verlopen. In deze beide gevallen zal Baarle-Hertog immers zijn engagementen tegenover IOK niet schenden. ^ Zijn er wat dat betreft wettelijke beperkingen, of kan een dergelijke situatie in de regeling worden vastgelegd? We nemen aan dat hiermee wettelijke beperkingen aan Nederlandse kant worden bedoeld. We zien op dit moment drie mogelijkheden om met deze situatie om te gaan. Toelichting: (a) Voor zover er wettelijke beperkingen zijn, zijn die opgenomen in de Wgr. Deelname van Baarle-Hertog (of indien nodig de IOK aan een GR met Baarle-Nassau) is in de Wgr niet expliciet uitgesloten, maar bij opstelling en aanpassing van de Wgr is nooit met deze situatie rekening gehouden.

Er is dus sprake van enige onduidelijkheid in dezen. Aan Vlaamse kant gelden wel expliciete beperkingen inzake deelname van Baarle-Hertog sec (zie onder 4). (b) Overigens is het wel mogelijk dat Baarle-Hertog dan wel IOK besluiten samen met Baarle-Nassau (dan wel een gemeenschappelijke regeling waarin Nassau deelneemt) een BGTS op te richten voor één of meer taken. Er kunnen desgewenst ook meerdere BGTS-en worden opgericht door genoemde partijen, voor de uitvoering van één of meer publieke taken voor zover het interne recht van partijen dat toestaat.

BIJLAGE I - 64

(c) Wanneer in plaats van deelname in een GR wordt gekozen voor een inkooprelatie met een GR, heeft dat fiscale gevolgen, waarbij mogelijk ook de Wet markt en overheid nog een rol speelt of een Belgisch/Vlaams equivalent hiervan. In dat geval dient wel rekening gehouden te worden met Europese aanbestedingsregels (zal al gauw van toepassing zijn). Fiscaal: van belang is of het een "ondernemers-" of een publieke taak/dienst is. Alleen in het eerste geval speelt fiscaliteit (ook voor GR zelf).

25. Wat zijn de gevolgen voor de beleidsafstemming tussen de gemeenten m.b.t. niet overgedragen bevoegdheden (bijvoorbeeld R.O., milieu, verkeer en mobiliteit, ...) Gemeenten

Zie het antwoord op vraag 9.

Politiek-bestuurlijke vragen 26. Hoe waarborgen we de continuïteit van de inhoud, de uitvoering en bemensing tij'dens de verschillende bestuurswisselingen in BH en BN? Gezamenlijke uitvoering leggen we vast in het politiek akkoord en de begroting. Verder dienen we wederzijds de (verkiezings)uitslag - en de daar uit voorvloeiende gewijzigde inzichten - te respecteren. Dit leggen we vast in de statuten van de BGTS. Belangrijk is dat in de memorie van toelichting wordt beschreven wat de wettelijke kaders zijn van beide landen in het kader van stemmingen (monisme vs. dualisme). De regels rondom de stemmingen zelf dienen vanzelfsprekend in de statuten zelf te worden vastgelegd.

Gemeenten

27. Wat betekent een eventuele omvorming naar een rechtspersoon voor de zelfstandigheid van beide gemeenten? Vergroot dit de kans op zelfstandigheid of verkleint dit j'uist de kans? Conclusie van de expertgroep: gezien de oprichting van een BGTS weinig tot niet relevant is in geval van een (dreigende) opschaling, opteert de vergadering om de voorlopige beantwoording van deze vragen om te vormen naar een algemenere toelichting in het eindrapport. Daarin dient vooral tot uiting te komen dat de enclavesituatie en daaruit voortvloeiende bestuurlijke uitdagingen en noodzaak van lokale samenwerking en maatwerk, het voortbestaan van beide zelfstandige gemeenten met daarop toegesneden samenwerkingsstructuur legitimeren.

Gemeenten, Benelux Unie, ABB, Provincie NoordBrabant en Antwerpen, BZK en VVSG

Deze vraag als zodanig schrappen en het antwoord algemener - ook los van het instrument rechtspersoon - nader uitwerken in het eindrapport.

BIJLAGE I - 65

28. Indien één of beide gemeenten fuseren wat betekent dit dan voor de rechtspersoon? Gemeenten,

Conclusie van de expertgroep: gezien de oprichting van een BGTS weinig tot niet relevant is in geval van een (dreigende) opschaling, opteert de Benelux Unie, ABB, vergadering om de voorlopige beantwoording van deze vragen om te vormen naar een algemenere toelichting in het eindrapport. Daarin dient vooral tot Provincie NoordBrabant en uiting te komen dat de enclavesituatie en daaruit voortvloeiende bestuurlijke uitdagingen en noodzaak van lokale samenwerking en maatwerk, het Antwerpen, BZK en voortbestaan van beide zelfstandige gemeenten met daarop toegesneden samenwerkingsstructuur legitimeren. VVSG

Deze vraag als zodanig schrappen en het antwoord algemener - ook los van het instrument rechtspersoon - nader uitwerken in het eindrapport.

29. Is de omvorming het ultieme middel om de lokale belangen en afstemmen te waarborgen wanneer één van beide of beide gemeenten fuseren? Gemeenten,

Conclusie van de expertgroep: gezien de oprichting van een BGTS weinig tot niet relevant is in geval van een (dreigende) opschaling, opteert de Benelux Unie, ABB, vergadering om de voorlopige beantwoording van deze vragen om te vormen naar een algemenere toelichting in het eindrapport. Daarin dient vooral tot Provincie NoordBrabant en uiting te komen dat de enclavesituatie en daaruit voortvloeiende bestuurlijke uitdagingen en noodzaak van lokale samenwerking en maatwerk, het Antwerpen, BZK en voortbestaan van beide zelfstandige gemeenten met daarop toegesneden samenwerkingsstructuur legitimeren. VVSG

Deze vraag als zodanig schrappen en het antwoord algemener - ook los van het instrument rechtspersoon - nader uitwerken in het eindrapport.

30. Wat zijn de ervaringen en resultaten van bestaande grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden? En kunnen deze benoemd worden in functie van de beoogde bestuurskrachtversterking in Baarle? Benelux Unie

Er zijn goede en minder goede voorbeelden van grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden (met rechtspersoonlijkheid). Het is echter vrijwel onmogelijk om ervaringen uit deze verbanden te beschouwen in functie van de samenwerking (en vergroting van de bestuurskracht) in Baarle. De unieke enclavesituatie bepaalt immers dat onze samenwerking niet te vergelijken is met anderen.

31. Zijn er in het eventuele omvormingsproces en daarna zogenaamde 'points-of-no-return' en welke zijn dat? Bij oprichting BGTS is er volgens het Benelux-verdrag de keuze tussen: a. oprichting voor bepaalde duur: hieruit volgt automatische ontbinding bij einde gekozen termijn, tenzij er expliciete besluitvorming tot verlenging (door elk der deelnemers); b. oprichting voor onbepaalde duur: bëeindigen vergt in dit geval wederzijdse besluitvorming tot ontbinding.

Benelux Unie

BIJLAGE I - 66

Het 'point-of-no-return' is het moment waarop de rechtspersoon is opgericht (ondertekende oprichtingsakte inclusief statuten) en publicatie van de oprichtingsakte heeft plaatsgevonden. De rechtspersoon wordt in de praktijk, gezien het interne recht (wanneer de maatschappelijke zetel in BaarleHertog is gevestigd), voor maximaal 18 jaar opgericht. NEDERLANDS PERSPECTIEF Een Gemeenschappelijke Regeling kan worden aangegaan voor bepaalde tijd (een eindige regeling) of voor onbepaalde tijd. Bij een eindige regeling beraden de gemeenten zich tijdens de looptijd op de vraag of de regeling na afloop dient te worden verlengd. De balans wordt dan opgemaakt en beëindiging of gewijzigd voortzetten van de samenwerking is één van de opties. Gezien de potentiële problemen rond uittreding (de voorwaarden zijn in de regel prohibitief, zie 2.2.9) kan het aangaan van een regeling voor bepaalde tijd toegevoegde waarde hebben. Conform artikel 9, lid 1 Wgr houdt de voor onbepaalde tijd getroffen (gemeenschappelijke) regeling bepalingen in omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Dat impliceert dat ook voor een regeling voor bepaalde tijd kan worden gekozen. Het is aan de gemeente om af te wegen of een Gemeenschappelijke Regeling voor bepaalde of onbepaalde tijd zal worden aangegaan.

Deze afweging kan in samenhang worden gezien met onder andere de grondslagen van de Gemeenschappelijke Regeling (zie onder punt 2.2.4 over oprichting Gemeenschappelijke Regeling). Een nadeel kan zijn dat een eindige Gemeenschappelijke Regeling met derden minder makkelijk tot afspraken komt. Ook met personeel in dienst kan dit extra complicaties opleveren. CONCLUSIE Omdat het uitgangspunt gehanteerd wordt dat aan het strengste (wettelijk) kader dient te worden voldaan, wordt de BGTS opgericht voor 18 jaar.

32. Wanneer en hoe evalueren we de eventuele omvoming? Het eerste evaluatiemoment zou in eerste instantie vijf jaar na oprichting plaats moeten vinden. Daarna telkens voor elke eventuele verlenging van de rechtspersoon. Dit moet worden vastgelegd in de statuten. Een dergelijke evaluatie moet gezien worden in het kader van het beoordelen van de effecten Gemeenten die ooit met oprichting zijn beoogd. Er moet ook een mogelijkheid tot evaluatie zijn wanneer er draagvlak ontstaat voor het laten 'groeien' van de BGTS, d.w.z. een aanvullende bevoegdheidsoverdracht. Vanzelfsprekend 'evalueren' we de samenwerking continu en wordt er vooral op operationeel vlak bijgestuurd waar nodig.

33. Is het mogelijk en wenselijk om de eventuele omvorming naar een rechtspersoon te organiseren als groeimodel? Gemeenten

Het uitgangspunt is voorlopig dat de volledige huidige samenwerking wordt overgeheveld naar een rechtspersoon, waarbinnen we op dezelfde wijze blijven werken als binnen het GOB. Een aantal dossiers positioneren we zo (met eventuele bevoegdheidsoverdracht) dat de meerwaarde van een

BIJLAGE I - 67

rechtspersoon benut kan worden. Het groeimodel kan zo worden gedefinieerd, dat bij positieve ervaringen, meerdere dossiers (met eventueel bevoegdheidsoverdracht zo gepositioneerd kunnen worden dat de meerwaarde van een rechtspersoon benut kan worden.

34. Kan een bevoegdheidsoverdracht van raad naar college(lid) intern anders zijn dan van algemene vergadering naar dagelijks bestuur(slid) in een rechtspersoon? Er lijkt een versnelling mogelijk wanneer relevante bevoegdheden van de gemeenteraad kunnen worden overgedragen aan de colleges. Dit zou nu ook al kunnen los van de eventuele oprichting van een BGTS.

Gemeenten, ABB en VVSG

Het intern recht is leidend inzake de bevoegdheidsoverdracht: deze kan niet ruimer zijn dan de bevoegdheden waarover gemeente cq. bestuursorgaan in kwestie beschikt; daarmee lijkt het uitgangspunt te zijn dat het maximum van bevoegdheidsoverdracht van de gemeente met de minste mogelijkheden ook het maximum van de volledige BGTS is.

BIJLAGE I

68

BIJLAGE II UITWERKING CASUSSEN HUIS-AAN-HUISINZAMELING VAN HUISHOUDELIJK AFVAL Wat zijn de mogelijkheden en gevolgen van een bevoegdheidsoverdracht aan de BGTS van de gezamenlijke opdracht inzake huis-aan-huisinzameling van het huishoudelijk afval in Baarle? Als rechtspersoon kan de BGTS voor deze opdracht in principe een aanbesteding organiseren. Voor deze aanbesteding geldt dat het intern recht van de plaats van de maatschappelijke zetel van de BGTS van toepassing is, of - ingeval er een vestiging is opgericht en deze plaatst de opdracht - het intern recht van de plaats van vestiging. Voor de huis-aan-huisinzameling van huishoudelijk afval, deed de gemeente BaarleHertog eerder echter een beheersoverdracht aan IOK AFVALBEHEER, een opdrachthoudende vereniging in toepassing van het Decreet Lokaal Bestuur (DLB). Deze beheersoverdracht betekent dat Baarle-Hertog de uitvoering van huisvuilinzameling aan IOK AFVALBEHEER heeft toevertrouwd in die zin dat de BaarleHertog zich daarmee het recht ontzegt om zelfstandig of samen met derden dezelfde opdracht uit te voeren (art. 398 DLB). Baarle-Hertog heeft zich met andere woorden geëngageerd om voor de afvalverwerking exclusief een beroep te doen op de opdrachthoudende vereniging IOK AFVALBEHEER en kan ten behoeve van deze opdracht, zelfstandig of als deelnemer van de BGTS, niet anders regelen dan in samenwerking met IOK AFVALBEHEER.

Een bevoegdheidsoverdracht daartoe door Baarle-Hertog aan de BGTS is bijgevolg uitgesloten, een aanbesteding ter zake door de BGTS voor de huisvuilinzameling in beide Baarles kan evenmin.

Oplossingen voor het scenario met huisvuilinzameling door IOK AFVALBEHEER 1.

Baarle-Nassau verleent opdracht aan Baarle-Hertog die zich op grond van beheersoverdracht beroept op IOK AFVALBEHEER Een eerste oplossing ligt in een constructie zonder bevoegdheidsoverdracht van de gemeenten aan de BGTS, naar analogie van de constructie waarbij IOK AFVALBEHEER de gezamenlijke milieustraat exploiteert. Hier geldt tevens een beheersoverdracht van Baarle-Hertog aan IOK AFVALBEHEER. Baarle-Nassau en Alphen-Chaam verleenden door middel van een administratieve afspraak (in toepassing van de Benelux overeenkomst) voor de exploitatie en beheer van de milieustraat een alleenrecht aan Baarle-Hertog. 2. IOK AFVALBEHEER wordt exploitatievennoot in de BGTS Een tweede mogelijkheid bestaat op grond van artikel 390 DLB waardoor IOK AFVALBEHEER kan participeren in buitenlandse publiekrechtelijke verenigingen zoals de BGTS. Dat wordt ook verder gespecifieerd in artikelen 2, 4 en 5 van de nieuwe Benelux overeenkomst inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking.

BIJLAGE II - 69

Bovendien bepaalt artikel 5 van de Benelux overeenkomst dat het mogelijk is dat de deelnemers van een BGTS aan deze BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur toekennen, mits het interne recht van de Partijen dit toelaat. Wat die laatste voorwaarde betreft, moet wel gewezen worden op de definitie van beheersoverdracht in de zin van artikel 398 DLB. Kortom, het is mogelijk dat naast de gemeenten Baarle-Hertog en Baarle-Nassau ook IOK AFVALBEHEER lid wordt van de BGTS, waarbij Baarle-Hertog zijn bevoegdheden inzake huisvuilinzameling overdraagt aan deze BGTS, zij het dat, gelet op de eerdere beheersoverdracht aan IOK AFVALBEHEER, deze bevoegdheid door Baarle-Hertog enkel aan de BGTS kan worden overgedragen om de afvalinzameling in samenwerking met IOK AFVALBEHEER te regelen. Hiertoe zou IOK AFVALBEHEER als exploitatievennoot dienen toe te treden tot de BGTS. Aldus kan de afname van diensten door de Nederlandse gemeente Baarle-Nassau van IOK AFVALBEHEER verantwoord worden door deze wederzijdse participatie. Beide bovenstaande oplossingsrichtingen ontslaan de gemeente Baarle-Nassau echter niet van de verplichting om een marktbevraging te doen voor de huis-aanhuisinzameling van huishoudelijk afval. 3. Wijziging DLB zodat BGTS kan toetreden tot IOK AFVALBEHEER Het huidige DLB staat deelname van de BGTS in de opdrachthoudende vereniging IOK AFVALBEHEER niet toe.

Artikel 396 Ş1, tweede lid bepaalt immers limitatief welke publieke entiteiten kunnen deelnemen in een opdrachthoudende vereniging, te weten gemeenten, autonome gemeentebedrijven, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de publiekrechtelijke verenigingen ervan, andere samenwerkingsverbanden gevormd in toepassing van het DLB, politiezones en hulpverleningszones. Dit recente decreet staat nog in zijn kinderschoenen en kent derhalve een reeks wijzigingstrajecten. Hiervan zou gebruik gemaakt kunnen worden om artikel 396 Ş1, tweede lid, uit te breiden met samenwerkingsverbanden gevormd in toepassing van internationale overeenkomsten, zodat ook grensoverschrijdende publiekrechtelijke verenigingen zoals de BGTS kunnen deelnemen in samenwerkingsverbanden gevormd op grond van het DLB, in casu IOK AFVALBEHEER. Deze derde oplossingsrichting is de juridisch de meest sluitende optie. Eind 2019 zal IOK AFVALBEHEER haar deelnemende gemeenten immers verzoeken deze opdrachthoudende vereniging te verlengen met de duur van 18 jaar, met de bestendiging voor deze periode van de beheersoverdracht. In afwachting van de realisatie van een dergelijke decreetwijziging, verdient het evenwel aanbeveling om de tweede piste te bewandelen.

BIJLAGE II - 70

OVERHEIDSOPDRACHTEN EN DE ‘IN HOUSE EXCEPTIE' 1. Baarle-Hertog Op grond van artikel 12, leden 1 en 3 tot 5 van richtlijn 2014/24/EU en artikel 30 van de overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016 is deze wet niet van toepassing als de aanbestedende overheid, samen met andere aanbestedende overheden, toezicht uitoefent op de rechtspersoon waarbij zij een overheidsopdracht plaatst zoals zij dat doet op de eigen diensten. Voor Baarle-Hertog houdt dit in dat zij als deelgenoot van IOK en IOK AFVALBEHEER diensten van deze verenigingen kan afnemen zonder daarbij de wet op de overheidsopdrachten te moeten toepassen, op voorwaarde dat Baarle-Hertog deelneemt (in het kapitaal van) IOK en IOK AFVALBEHEER alsook deel uitmaakt van de bestuursorganen ervan. Ingeval er sprake is van een bevoegdheidsoverdracht van de gemeenten aan de BGTS, betekent dit dat de BGTS gebonden is aan de overheidsopdrachtenwetgeving van toepassing in het land van de maatschappelijke zetel dan wel van de BGTSvestiging die een aanbesteding doet. Op grond van artikel 396 Ş1, tweede lid van het decreet Lokaal Bestuur, kan de BGTS geen deelnemer worden van IOK of IOK AFVALBEHEER. De ‘in house exceptie' die Baarle-Hertog als deelgenoot van deze verenigingen geniet, kan niet van toepassing zijn op de BGTS.

Dit betekent dat de ‘in house exceptie' - op grond waarvan de gemeente BaarleHertog opdrachten aan IOK en IOK AFVALBEHEER als verlengde openbare besturen gunt - overeenkomstig het DLB uitgesloten is voor de BGTS. Het recente DLB staat nog in zijn kinderschoenen en kent derhalve een reeks wijzigingstrajecten. Hiervan zou gebruik gemaakt kunnen worden om artikel 396 Ş1, tweede lid, uit te breiden met samenwerkingsverbanden gevormd in toepassing van internationale overeenkomsten, zodat ook buitenlandse publiekrechtelijke verenigingen zoals de BGTS kunnen deelnemen in samenwerkingsverbanden gevormd op grond van het DLB, in casu IOK en IOK AFVALBEHEER. 2. Baarle-Nassau Andersom, sluit de wet Gemeenschappelijke Regelingen (wGR) niet uit dat de BGTS deelnemer wordt in een entiteit opgericht in toepassing van de wGR (artikel 93). Dit betekent dat in beginsel de BGTS langs Nederlandse zijde wel deelgenoot kan zijn in gemeenschappelijke regelingen waarvan de gemeente Baarle-Nassau deel uitmaakt, en als dusdanig bij opdrachten uitgevoerd door deze gemeenschappelijke regelingen van de in de artikel 12, leden 1 en 3 tot 5 van richtlijn 2014/24/EU geïncorporeerde ‘in house exceptie' genieten.

BIJLAGE II - 71

WETTELIJKE VERSCHILLEN INZAKE VERKEERSAANDUIDINGEN Gebruikers van de openbare weg en openbare voorzieningen in Baarle ervaren, als gevolg van de geografische vervlechting, geen onderscheid tussen verkeersregels die volgen uit verkeersbeleid van Baarle-Hertog en deze van Baarle-Nassau. Het is dan ook de logica zelf dat de afstemming van mobiliteit en verkeer tussen beide besturen leidt tot een éénduidige aanduiding van gebods- en verbodsregels op dit vlak. Voor Baarle-Hertog bepaalt de wegcode (KB van 1 december 1975) de voorschriften inzake verkeersborden en wegmarkeringen, aangevuld door het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 dat de afmetingen en bijzondere plaatsingsvoorwaarden van deze verkeerstekens vastlegt. Voor Baarle-Nassau geldt het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) van 26 juli 1990, als uitvoeringsbesluit bij de Wegenverkeerswet 1994 op de van toepassing zijnde verkeersregels en verkeerstekens. De samenwerking op vlak van verkeer en mobiliteit in de BGTS is overeenkomstig artikel 2 (2) van de Benelux overeenkomst slechts mogelijk binnen de kaders van het interne recht van beide landen. Ter zake vertonen de wettelijke voorschriften van België en Nederland verschillen.

Deze verschillen zijn niet van die aard dat verkeerstekens niet herkenbaar zouden zijn voor weggebruikers van het andere land, maar hebben wel een invloed op de handhaving van de ermee ingestelde verkeersregels. Zo bepaalt artikel 5 van de Vlaamse wegcode onder meer dat de weggebruikers de verkeerstekens in acht moeten nemen wanneer deze regelmatig zijn naar de vorm en overeenkomstig de wettelijke voorschriften. Het gezamenlijk bepalen van het verkeersbeleid door de BGTS wat vervolgens aanleiding geeft tot het stellen van aanvullende verkeersregels en het plaatsen van bijhorende verkeerstekens door de bevoegde organen van beide gemeenten, biedt met andere woorden geen uitkomst voor deze verschillen in regelgeving. Indien noodzakelijk zal nog steeds overleg met de bevoegde landelijke instanties aangewezen zijn om tot pragmatische oplossingen te kunnen komen. Zo werd in het verleden reeds overlegd om de aanduiding van de bebouwde kom van de kern Baarle door middel van gemeenschappelijke borden te erkennen en dus het gewicht van verkeersbord te geven. Recenter nog werd lokaal een praktisch compromis gevonden voor de markering van de zones voor kort parkeren (blauwe zone) in de kern Baarle.

BIJLAGE II - 72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10243387/1