CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 BOPA Kerkplein 4-6 12-5-2025

Gemeenteraad (openbaar) 24 september 2025, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen adviesformulier buitenplanse omgevingsplanactiviteit Kerkplein 4 en 6 te Baarle-Nassau20.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit “Kerkplein 4 en 6 te Baarle-Nassau” Planstatus: Datum: Projectnummer:

Concept 12-05-2025 212111

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit “Kerkplein 4 en 6 te Baarle-Nassau”

Ontwerp: Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Projectnummer:

212111

Rapportnummer:

212111.01

Datum:

12 mei 2025

Status:

Concept

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 2 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging van het projectgebied .......................................................................................................... 6 1.3 Het omgevingsplan .......................................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 7 Hoofdstuk 2 Wijziging van de fysieke leefomgeving ................................................................................ 8 2.1 Bestaande situatie ........................................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ....................................................................................................................... 9 Hoofdstuk 3 Beleidskader.........................................................................................................................

14 3.1 Algemeen ...................................................................................................................................... 14 3.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................... 14 3.3 Provinciaal beleid .......................................................................................................................... 16 3.4 Regionaal beleid ............................................................................................................................ 19 3.5 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................................... 20 Hoofdstuk 4 Bescherming van gezondheid en milieu................................................................................ 23 4.1 Geluid ............................................................................................................................................ 23 4.2 Bedrijven en milieuzonering .......................................................................................................... 24 4.3 Geur ..............................................................................................................................................

26 4.4 Bodemkwaliteit ............................................................................................................................. 29 4.5 Luchtkwaliteit ................................................................................................................................ 30 4.6 Trillingen ....................................................................................................................................... 30 Hoofdstuk 5 Bescherming van de waterbelangen ..................................................................................... 32 5.1 Waterschap Brabantse Delta ......................................................................................................... 32 5.2 Grondwaterbeschermingsgebieden ............................................................................................... 32 5.3 Waterlopen ................................................................................................................................... 33 5.4 Riolering en infiltratie .................................................................................................................... 33 5.5 Weging van het waterbelang .........................................................................................................

35 Hoofdstuk 6 Waarborgen van de veiligheid ............................................................................................... 36 6.1 Algemeen ...................................................................................................................................... 36 6.2 Toetsingskader .............................................................................................................................. 36 6.3 Beoordeling omgevingsveiligheid .................................................................................................. 36 Hoofdstuk 7 Bescherming van landschappelijke stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed ...... 39 7.1 Cultureel erfgoed........................................................................................................................... 39 7.2 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................................... 43 7.3 Ruimtelijke kwaliteit en welstand ................................................................................................. 43 Hoofdstuk 8 Natuurbescherming.............................................................................................................. 47 8.1 Algemeen ......................................................................................................................................

47 8.2 Gebiedsbescherming ..................................................................................................................... 47 8.3 Beschermde soorten...................................................................................................................... 47 8.4 Natuurnetwerk Nederland (NNN) / Natuurnetwerk Brabant (NNB) .............................................. 48 Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen ............................. 50 9.1 Kabels en leidingen........................................................................................................................ 50 Hoofdstuk 10 Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 51 Hoofdstuk 11 Uitvoerbaarheid .................................................................................................................... 52 11.1 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 52 11.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................ 52 Hoofdstuk 12 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties .................................................................. 53

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 3 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Afzonderlijke bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Archeologisch bureauonderzoek, Transect, 24030073 Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, VL.2416.R01 Bodemonderzoek, Moerdijk Bodemsanering B.V., 2410.167.241.r1 Stikstofdepositie-onderzoek Ecologische quickscan, Buro Maerlant Omgevingsdialoog Aanvullend ecologisch onderzoek, Buro Maerlant Karakteristieke geluidwering

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 4 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ter plaatse van de locatie Kerkplein 4 zijn momenteel drie garageboxen gelegen, boven deze garageboxen is op de locatie één woning aanwezig. Ter plaatse van de locatie Kerkplein 6 te Baarle-Nassau is momenteel een winkel met magazijn en een woning aanwezig. De winkel op de locatie Kerkplein 6 staat al enige tijd leeg en staat ook al een tijd te koop. Omdat het pand gelegen aan Kerkplein 6 leeg is komen te staan is het voornemen om de locatie te her ontwikkelen voor woningbouw. Door de locatie te transformeren naar woningbouw, blijft het centrum van Baarle-Nassau levendiger en leefbaar. Daarnaast vindt er ook een kwaliteitsverbetering plaats door fysieke verbetering van de locatie en omgeving. De beoogde ontwikkeling is onderdeel van een grotere ontwikkeling ter plaatse van de planlocatie. De planlocatie bestaat namelijk uit de bebouwing aan de Singel 20, Kerkplein 2, 4 en 6. Deze ontwikkeling is opgedeeld in de bouwdelen A, B, C1, C2 en D. Dit is tevens te zien in figuur 2. Voor bouwdeel A en B is de vergunning al verleend. In onderhavige onderbouwing wordt enkel ingegaan op de ontwikkeling binnen de bouwdelen C1, C2 en D, dit betreft de bebouwing aan Kerkplein 4 en 6. Op de planlocatie vigeren de bestemmingsplannen ‘Dorpen’ en ‘Dorpen, 1e herziening’.

Het is binnen de vigerende bestemmingsplannen niet rechtstreeks mogelijk om het aantal wooneenheden op de planlocatie uit te breiden. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarmee er wordt afgeweken van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. In de ruimtelijke onderbouwing worden voor de gebruiksactiviteiten aangetoond dat het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De onderhavige ruimtelijke onderbouwing is een onderdeel van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan.

Figuur 1: Topografische kaart met daarop de planlocatie

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 5 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 2: Fasering planlocatie

1.2

Ligging van het projectgebied

De planlocatie Kerkplein 4 en 6 ligt in de kern van Baarle-Nassau. Het perceel is gelegen tussen de Desirée Geeraertsstraat en Kerkplein. De Desirée Geeraertsstraat komt uit op de Nieuwstraat en het Kerkplein komt uit op de Singel. De Nieuwstraat en de Singel sluiten op elkaar aan en vormen de doorgaande weg in de kern van Baarle-Nassau. De planlocatie maakt deel uit van de gemeente Baarle-Nassau, en is gelegen in de provincie Noord-Brabant. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente BLE, sectie C met perceelnummers 2196 en 1096. De percelen hebben bij elkaar een oppervlakte van 1.033 m². De planlocatie betreft bouwdeel C1, C2 en D heeft een oppervlakte van circa 745 m².

Figuur 3: Luchtfoto planlocatie Kerkplein 4 en 6, Baarle-Nassau Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 6 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.3

Het omgevingsplan

De planlocatie is gelegen binnen het tijdelijk omgevingsplan, betreffende het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpen’. Op 11 april 2012 is het bestemmingsplan vastgesteld. Ook vigeert binnen het plangebied het bestemmingsplan ‘Dorpen, 1e herziening’, welke op 24 februari 2016 is vastgesteld. Het plangebied kent de enkelbestemming ‘Centrum’, en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Daarnaast is over het gehele plangebied een bouwvlak gelegen. Ter hoogte van Kerkplein 4 bevindt zich de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – rijksmonument’. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de regels van het vigerend bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch/planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarmee er wordt afgeweken van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan.

Figuur 4: Uitsnede bestemmingsplan ‘Dorpen’

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijkfunctionele situatie. Daarnaast wordt ook ingegaan op de gewenste situatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de bescherming van gezondheid en milieu. Hieronder vallen de aspecten geluid, bedrijven en milieuzonering, geur, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en trillingen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de bescherming van de waterbelangen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het waarborgen van de veiligheid. In hoofdstuk 7 is de bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed omschreven. Hieronder vallen de aspecten cultureel erfgoed en de ruimtelijke kwaliteit en welstand. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op het beschermen van de natuur, waaronder de aspecten gebieds -en soortenbescherming valt. In hoofdstuk 9 wordt een toelichting gegeven over het behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen. In hoofdstuk 10 wordt ingegaan op de milieueffectrapportage. In hoofdstuk 12 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

En tot slot wordt er in hoofdstuk 13 een toelichting gegeven of het project bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 7 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

2.1.1

Ruimtelijke structuur

Wijziging van de fysieke leefomgeving

De planlocatie Kerkplein 4 en 6 ligt in de kern van Baarle-Nassau, het perceel is gelegen tussen de Desirée Geeraertstraat en Kerkplein in. De Desirée Geeraertstraat komt uit op de Nieuwstraat, het Kerkplein komt uit op de Singel. De Nieuwstraat en de Singel sluiten op elkaar aan en vormen daarmee de doorgaande weg in de kern van Baarle-Nassau. De bebouwing op de planlocatie Kerkplein 4 en 6 is gelegen tegen de bebouwing op de locatie Kerkplein 2 en de Singel 20. Op de luchtfoto en de topografische kaart in figuur 1 en 3 is de ligging van de planlocatie aangegeven. De planlocatie betreft bouwdeel C1, C2 en D en heeft een oppervlakte van circa 745 m². In de huidige situatie zijn op de locatie Kerkplein 4 en 6 diverse gebouwen aanwezig met een oppervlakte van circa 330 m². Op de locatie Kerkplein 4 zijn drie garageboxen aanwezig met daarboven een woning en op de locatie Kerkplein 6 is een winkel met magazijn aanwezig met daarboven een woning. De gebouwen zijn georiënteerd op het Kerkplein en bestaan uit twee bouwlagen met kap. In figuur 5 is de bebouwing in de omgeving schematisch weergegeven.

Figuur 5: Bebouwingsstructuur rondom plangebied

2.1.2

Functionele structuur

Centrum (detailhandel, horeca, bedrijven, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en wonen) De planlocatie is gelegen in het centrum van Baarle-Nassau. De planlocatie is gelegen in een gebied welke is bestemd met de aanduiding ‘Centrum’. Binnen een gebied met de bestemming centrum zijn verschillende functies met elkaar verweven. De voor centrum aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor detailhandel, dienstverleningen en kantoren, horeca, bedrijven, maatschappelijke en religieuze voorzieningen en wonen. Binnen de voor ‘Centrum’ aangewezen gronden zijn detailhandel, horeca, bedrijven en kantoren toegestaan die vallen onder de milieucategorie 1 en 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten. Vaak is de plint van een gebouw in gebruik genomen door een commerciële ruimte, met op de 1 ste bouwlaag een woning. Eerdergenoemde functies komen allen voor op en rondom de planlocatie in verschillende maten en vormen. Op Belgisch grondgebied tegenover Kerkplein 4 en 6 bevindt zich de Sint-Remigiuskerk. In figuur 4 is met lichtroze de gronden ten behoeve van een centrumfunctie weergegeven. Sport en recreatie In de directe omgeving van het plangebied komen geen sportvoorzieningen of recreatieve voorzieningen voor. De sportvoorzieningen liggen geconcentreerd op het sportterrein op de Sportlaan in het noorden van BaarleBuitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025 Pagina 8 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Nassau, en ter plaatse van de Molenbaan ten zuidwesten van de planlocatie op Belgisch grondgebied in BaarleHertog. De kleurloze gronden op de functiekaart bevinden zich binnen Belgisch grondgebied in het dorp Baarle-Hertog. 2.1.3

Groenstructuur

Het openbaar groen is beperkt rondom het plangebied. Op het Kerkplein aangrenzend aan de SintRemigiuskerk bevindt zich een onderhouden grasveld met enkele struiken, een lage haag, en een aantal kleine bomen. Aan de Singel, waar het kerkplein op uitmondt, bevindt zich aan beide zijden van de weg een rij met bomen. 2.1.4

Bestaande situatie planlocatie

De planlocatie is gelegen aan het Kerkplein 4 en 6. Op de locatie Kerkplein 4 zijn drie garageboxen aanwezig met daarboven een woning en op de locatie Kerkplein 6 is een winkel met magazijn aanwezig met daarboven een woning. De bebouwing grenst aan elkaar. In onderstaande foto’s is weergegeven hoe de huidige planlocatie zich verhoudt tot de omgeving.

Kerkplein 4 (drie garageboxen met daarboven een woning)

Kerkplein 6 (winkel + magazijn en woning)

Desirée Geeraertsstraat (winkel + magazijn en woning)

Binnenterrein planlocatie

Figuur 6: Foto’s omgeving planlocatie

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Initiatief

Het voornemen is om de bestaande bebouwing te saneren en hiervoor in de plaats appartementengebouwen op te richten met een oppervlakte van 484 m². Op Kerkplein 4 is het voornemen om bouwdeel C1 te realiseren, welke bestaat uit drie appartementen boven elkaar. De appartementen op de begane grond en de 1 e verdieping van bouwdeel C1 hebben een oppervlakte van circa 80 m². Op Kerkplein 6 is het voornemen om op het oostelijke gedeelte van het perceel (gesitueerd richting Kerkplein) bouwdeel C2 te realiseren, welke bestaat uit drie appartementen. Al deze appartementen hebben een oppervlakte van circa 84 m². Aan westzijde van het perceel voornemen om bouwdeel D te realiseren, welke bestaat uit drie appartementen op de 1 e verdieping en drie appartementen op de 2e verdieping. Op de begane grond worden parkeerplaatsen Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025 Pagina 9 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

gerealiseerd en in de kelder worden bergingen voorzien. De doelgroep waarop gericht wordt zijn senioren en starters. Het appartementencomplex wordt voorzien van een lift, het betreffen levensloopbestendige appartementen. De ligging van de planlocatie, in het centrumgebied van Baarle-Nassau, is ideaal voor deze doelgroep.

Vanaf de Desirée Geeraertstraat

Vanaf het Kerkplein

Figuur 7: Gevelimpressies

In de omgeving van de planlocatie is een wisselend beeld te zien in de hoofdvorm van gebouwen. Overwegend bestaan de gebouwen uit twee bouwlagen hoog met kap of drie bouwlagen hoog zonder kap. Het uitgangspunt voor de bouwmassa van bouwdeel C1, C2 en D betreft een wisselende hoofdvorm. Het uitgangspunt voor bouwdeel C2 is drie volledige bouwlagen met plat dak. Het uitgangspunt voor bouwdeel C1 en D is twee volledige bouwlagen met kap.

Figuur 8: Beoogde situatie planlocatie

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 10 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 9: Beoogde situatie, bouwdeel C1 en C2

Figuur 10: Beoogde situatie, bouwdeel D

2.2.2

Situering

De nieuwbouw van bouwdeel C wordt gesitueerd richting het Kerkplein ter plaatse van de huidige bebouwing. De voorgevel van het nieuwe gebouw binnen bouwdeel C1 wordt gepositioneerd in de gevellijn van het bestaande gebouw. De voorgevel van het nieuwe gebouw van bouwdeel C2 wordt gepositioneerd in de perceelsgrens. De appartementen van bouwdeel D worden gesitueerd richting de Desirée Geeraertstraat. De voorgevel van het nieuwe gebouw wordt gepositioneerd op de perceelsgrens, zodat de gevellijn gelijk staat met de rest van de bebouwing aan de Desirée Geeraertstraat. 2.2.3

Verkeer en parkeren

Voor de parkeernormen zijn de normen uit de Nota Parkeernormen 2011 gebruikt. Uitgangspunten voor de parkeernorm zijn weinig stedelijk, centrum Baarle-Nassau. Tabel 1: Parkeernormen Parkeren naar stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk, centrum Baarle-Nassau. Parkeernorm Woning > 60 m² en ≤ 100 m² 1.4 Woning ≤ 60 m² 1.25 Woning > 100 m² 1.7 Detailhandel in centrum Baarle-Nassau 4 B&B 1 Café/bar/cafetaria 6

Eenheid Per woning Per woning Per woning Per 100 m² bvo Per kamer Per 100 m² bvo

Tabel 2: Berekening benodigde bruto aantal parkeerplaatsen bestaande situatie bouwdeel C en D Berekening aantal bruto benodigde parkeerplaatsen naar aanleiding van de uitgangspunten Aantal woningen/ oppervlakte in m² Norm min. Aantal pp Totaal aantal pp Woning < 60 m² 1 1.25 1.25 Woning 60 en 100 m² 1 1.4 1.4 Detailhandel in centrum 265 4 10.6 Baarle-Nassau Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 11 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Totaal

13.25

Tabel 3: Berekening benodigde bruto aantal parkeerplaatsen nieuwe situatie bouwdeel C en D Berekening aantal bruto benodigde parkeerplaatsen naar aanleiding van de uitgangspunten Aantal woningen Norm min. Aantal pp Totaal aantal pp Woning > 60 m² en ≤ 100 6 1.4 8.4 m² Woning ≤ 60 m² 6 1.25 7.5 15.9

In de nieuwe situatie op de planlocatie zijn er 16 parkeerplaatsen benodigd. In de bestaande situatie zijn er op de planlocatie vier parkeerplaatsen aanwezig op eigen terrein, in de vorm van vier garageboxen. Volgens de parkeernorm staat dit gelijk aan 2 parkeerplaatsen. De overige 11 parkeerplaatsen zijn gesitueerd in de openbare ruimte. In de nieuwe situatie worden er 14 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Volgens de parkeernorm staat dit gelijk aan 11 parkeerplaatsen. Daarnaast wordt er één extra parkeerplaats aangelegd in het openbaar gebied indien de gemeente Baarle-Hertog hier medewerking aan wil verlenen. In de toekomstige situatie zijn er verder nog 4 parkeerplaatsen benodigd in de openbare ruimte. De parkeerdruk in de openbare ruimte wordt verlaagd, door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij zijn er momenteel, volgens de parkeernorm, 2 parkplaatsen aanwezig in de huidige situatie en 12 in de toekomstige situatie. Daarmee zijn er door de beoogde ontwikkeling 10 extra parkeerplaatsen aanwezig op de planlocatie. De ontwikkeling aan Kerkplein 4-6 is een onderdeel van een groter geheel. Het volledige plan bestaat namelijk uit bouwdeel A, B, C en D. Om aan te tonen dat er voor het gehele gebied wordt voldaan aan de parkeernormen 2011 is een berekening gemaakt. Uitgangspunten voor de parkeernorm zijn weinig stedelijk, centrum Baarle-Nassau.

Tabel 4: Berekening benodigde bruto aantal parkeerplaatsen bestaande situatie bouwdeel A, B, C en D Berekening aantal bruto benodigde parkeerplaatsen naar aanleiding van de uitgangspunten Aantal woningen/ oppervlakte in m² Norm min. Aantal pp Totaal aantal pp Woning ≤ 60 m² 1 1.25 1.25 Woning > 60 m² en < 100 m² 2 1.4 2.8 Woning > 100 m² 1 1.7 1.7 Detailhandel in centrum 265 4 10.6 Baarle-Nassau Detailhandel in centrum 80 4 3.2 Baarle-Nassau Totaal 21

In de bestaande situatie zijn er 4 garageboxen aanwezig. Binnen de gemeente Baarle-Nassau kent een garagebox een berekeningsaantal van 0,5. Hierdoor worden de 4 garageboxen berekent als 2 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn bedoeld voor de woningen binnen de planlocatie. Andere functies dienen gebruiken te maken van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. In de bestaande situatie zijn er dus 19 parkeerplaatsen gesitueerd in de openbare ruimte. Tabel 5: Berekening benodigde bruto aantal parkeerplaatsen nieuwe situatie bouwdeel A, B, C en D Berekening aantal bruto benodigde parkeerplaatsen naar aanleiding van de uitgangspunten Aantal woningen/m² Norm min. Aantal pp Totaal aantal pp Woning < 60 m² 6 1.25 7.5 Woning > 60 m² en ≤ 100 7 1.4 9.8 m² Woning > 100 m² 1 1.7 1.7 Café/bar/cafetaria 197 6 11.82 B&B 3 1 3 34

In de nieuwe situatie worden er 14 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Volgens de parkeernorm staat dit gelijk aan 11 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen op het eigen terrein zijn bedoeld voor de nieuwe woningen op de planlocatie. Andere functies dienen gebruiken te maken van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Dit betekent dat er in de nieuwe situatie nog 23 parkeerplaatsen gesitueerd zijn in de openbare ruimte. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025 Pagina 12 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Voor de beoogde ontwikkeling wordt één nieuwe parkeerplaats gerealiseerd voor bouwdeel C op de grond van de gemeente Baarle-Hertog. Initiatiefnemer is al in gesprek geweest met de gemeente hiervoor, de gemeente Baarle-Hertog staat hier positief tegenover. Hierdoor neemt de druk op de openbare ruimte in het centrum van Baarle-Nassau en Baarle-Hertog lichtelijk toe. 2.2.4

Verkeersgeneratie

Voor de beoogde ontwikkeling is de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit de CROW-publicatie 2024. Baarle-Nassau behoort tot de stedelijkheidsklasse voor ‘niet stedelijk’ gemeenten. De planlocatie is gelegen binnen het centrumgebied van Baarle-Nassau. Kijkend naar de cijfers voor verkeersgeneratie past dit het beste bij ‘Centrum’, deze norm wordt dan ook aangehouden. In onderstaande tabel wordt gerekend met het minimum en het maximum. Voor de conclusie wordt het gemiddelde gepakt. Tabel 6: Verkeersgeneratie gemeente Baarle-Nassau, bouwdeel C en D Toekomstige situatie Min. norm per Max. norm Uitgangspunt: centrum, niet stedelijk woning/100 per woning/ m² bvo 100 m² bvo Koop, appartement, <75 m² bvo 4,8 5,6 Koop, appartement, 75-100 m² bvo 5,4 6,2

Eenheid

Aantal

Per woning 6 Per woning 6 Totale mtv/etmaal

Mvt/etmaal (min. – max.) 28,8 – 33,6 32,4 – 37,2 61,2 – 70,8

In de toekomstige situatie kent de planlocatie voor het realiseren van 12 appartementen een verkeersgeneratie van minimaal 62 mtv/etmaal en maximaal 71 mtv/etmaal. De parkeerplaatsen op het parkeerterrein sluiten aan op de Desirée Geeraertstraat. De toename van de verkeersintensiteit is dermate laag dat ervanuit wordt gegaan dat de Raadhuisstraat het toekomstige aantal verkeerintensiteit aankan.

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 13 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Algemeen

Bij het opstellen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden de beleidskaders van het rijk, de provincie, de regio en de gemeente uiteengezet. In de onderhavige ruimtelijke onderbouwing is het relevante ruimtelijke beleid voor de planlocatie Kerkplein 4 en 6 opgenomen. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequenties voor het planvoornemen. 3.2.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

De algemene regels staan verspreid over de Omgevingswet, de vier algemene maatregelen van bestuur en de Omgevingsregeling. Kort gezegd zijn de volgende vier AMvB’s van toepassing: • Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) • Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) • Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) • Het Omgevingsbesluit (Ob) De instructieregels binnen het Bkl vormen het beoordelingskader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl staat dat de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan; Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 14 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

c.

de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de algemene regels uit de Omgevingswet. In de hierop volgende hoofdstukken wordt dit nader toegelicht. 3.2.3

Water

Het Nationaal Waterplan (NWP) Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het kabinet actualiseert het waterbeleid op een aantal terreinen. Het Nationaal Water programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het NWP geeft het integrale kader voor het waterbeleid en -beheer van het Rijk voor de periode 2022-2027 (inclusief het Noordzeebeleid). Weging van het waterbelang Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundige relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De weging van het waterbelang is het rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen.

Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2000 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. In hoofdstuk 5 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.2.4

Archeologie

Wettelijk toetsingskader Het Europese verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de landen aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag wordt het ‘Verdrag van Malta’ genoemd. Het verdrag van Malta heeft als hoofddoel archeologische resten in Europa te beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd (Monumentenwet) en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een Wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. De belangrijkste wijziging voor gemeenten is het feit dat archeologie sinds de invoering van de wet archeologie moet verankeren in het bestemmingsplan.

Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (17-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 15 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Om invulling te geven aan deze gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Baarle-Nassau de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke archeologiekaart op te stellen samen met de beleidsnota archeologie. Deze vormen samen het beleidsinstrumentarium dat als onderlegger voor elk bestemmingsplan geldt. Archeologie en cultuurhistorie worden behandeld in paragraaf 7.1. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018

Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen People, Planet en Profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. 3.3.2

TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. De provincie heeft nu nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. Deze omgevingsverordening is, met het oog op de doelen van de wet en de Brabantse omgevingsvisie 'De Kwaliteit van Brabant' , gericht op: a. een goede, veilige en gezonde leefomgeving; b. het in stand houden of verbeteren van een goed omgevingskwaliteit; c. een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving; en d. het realiseren van maatschappelijke opgaven. De TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant is op 5 december 2023 vastgesteld.

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 16 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 11: Uitsnede van de kaarten behorende bij TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant

In figuur 11 zijn de uitsneden van de kaarten behorende bij de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor Kerkplein 4 en 6. Uit de bovenste kaarten blijkt dat de planlocatie is gelegen in ‘Stedelijk gebied’. Over de locatie ligt tevens de aanduiding ‘Beperking grootschalige logistiek’ en ‘Stalderingsgebied’. Aanduiding: Stalderingsgebied Binnen de aanduiding "Stalderingsgebied" gelden extra randvoorwaarden aan ontwikkeling van veehouderijen. Deze voorwaarden geven sturing aan het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en richten zich daarnaast op het tegengaan van (verdere) leegstand. Vanwege deze extra randvoorwaarden is een toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. De aanduiding heeft verder geen betrekking op het voorliggende initiatief. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 5.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Onderdeel 2 Oprichten woning Het initiatief is om de bestaande panden op de planlocatie te saneren en een nieuw complex te ontwikkelen, in de vorm van 12 appartementen, verdeeld over de begane grond, de 1 ste en 2de verdieping.

In de huidige situatie zijn in de bestaande panden een commerciële ruimte, garageboxen en twee woningen aanwezig. Het transformeren van de locatie draagt bij aan de leefbaarheid van het centrum van Baarle-Nassau. In artikel 5.55 van de TAM-omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor de nieuwbouw van woningen. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 17 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen , wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving ; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie.

Plannen die voorzien worden in een stedelijke ontwikkeling moeten zijn gelegen in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied in het centrum van de dorpskern van BaarleNassau. De locatie wordt ingevuld met 12 levensloopbestendige appartementen. Deze herontwikkeling biedt aansluiting bij de omgeving van het Kerkplein. De stedelijke ontwikkeling dient een verantwoording te bevatten over de wijze waarop de afspraken die daaromtrent in het regionaal ruimtelijk overleg zijn gemaakt, worden nagekomen. De beoogde functiewijziging dient zich te verhouden tot de afspraken en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. In paragraaf 3.4.2 wordt dit nader toegelicht. Het initiatief past binnen het beleid van de TAM-omgevingsverordening. Onderdeel 3 Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 5.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Artikel 5.7 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving.

Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie; Artikel 5.8 zorgvuldig ruimtegebruik: Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: • dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; • ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (ladder voor duurzame verstedelijking); • een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 18 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De ontwikkeling op de planlocatie betreft een inbreidingslocatie in het stedelijk gebied. Het initiatief bestaat uit het realiseren van 12 appartementen. In paragraaf 7.2 wordt nader onderbouwd hoe er toepassing is gegeven aan artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 5.9 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. In het verloop van onderhavig ruimtelijke onderbouwing worden effecten op bovenstaande waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de relevante waarden op het plangebied en het gebied niet worden aangetast. Uit bovenstaande blijkt dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de regels uit de TAMomgevingsverordening Noord-Brabant. 3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030

De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 beschrijft, met een doorkijk naar 2040, de koers van de regio WestBrabant in een ruimtelijk casco. Het casco biedt een gemeenschappelijk kader voor de samenwerkingspartners in de aanpak van opgaven die uiteengezet zijn in de ruimtelijke agenda. Het is de koers van West-Brabant, waarin bestaande ambities gekoppeld zijn aan strategische keuzes ten aanzien van structurele veranderingen op langere termijn. De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 ziet de streek als een aantrekkelijke woonregio die zich actief openstelt voor nieuwe inwoners. Hiermee wordt vooralsnog ingezet op groei van de bevolking. De bijbehorende woningbouwopgave wordt gezien als een kwalitatieve marktvraag, waarbij het onderscheid in verschillende subregionale woningmarkten met een eigen, herkenbaar karakter van belang is. Voor het plangebied betekent het dat er vanuit de regio West-Brabant geen eisen of restricties geformuleerd zijn waar de nieuwe ontwikkeling aan moet voldoen. 3.4.2

Regionale woningbouwopgave

Het onderzoek naar de behoefte van woningen wordt door de provincie Noord-Brabant strak geregisseerd. Dit is verankerd in Afdeling 7.2 ‘Regionaal samenwerken’ van de TAM-omgevingsverordening. In Afdeling 7.2 is bepaald dat er ten minste tweemaal per jaar een regionaal omgevingsoverleg plaats vindt tussen Gedeputeerde Staten, gemeenten, regio’s en waterschappen. De gemeente Baarle-Nassau is ingedeeld bij de regio West-Brabant. Volgens de Afdeling 7.2 ‘Regionaal samenwerken’ plegen de deelnemers aan het RRO regionale afstemming en maken afspraken over de programmering en planologische voorbereiding van de bouw van woningen; informeren elkaar over de voortgang van hiervoor bedoelde voornemens en afspraken; en hebben een monitoringssysteem waarin de voortgang van de woningbouw wordt bijgehouden. Baarle-Nassau maakt deel uit van het RRO-gebied West-Brabant (18 gemeenten) en de subregio Breda e.o. (landelijk gebied). RRO-gebied West-Brabant valt samen met het COROP-gebied West-Noord-Brabant. Dit is conform het advies uit de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van infrastructuur en Milieu. Via de RRO's geven de Brabantse gemeenten jaarlijks inzicht in hun woningbouwplannen. Hiertoe actualiseren de gemeenten jaarlijks hun 'overzicht woningbouwcapaciteiten per gemeente', kortweg de matrix genoemd.

Sinds 1 december 2016 is de Regionale Agenda Wonen 2017 van toepassing, waarin de meest actuele regionale woningbouwafspraken zijn opgenomen.

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 19 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose 2020 t/m 2035 laat een behoorlijke regionale woningbouwopgave zien van circa 33.900 woningen tot 2035. De groei van de woningvoorraad is de afgelopen jaren echter achter blijven lopen ten opzichte van de geprognosticeerde woningbehoefte. De regio WestBrabant heeft op basis van de toekomstige bevolkingsontwikkelingen, de bevolkings- en woningbehoefteprognose en de gemeentelijke woningbouwontwikkelingen de regionale woningvoorraad en woningbouwopgave per gemeente voor de periode 2016 t/m 2025 bepaalt. In de Regionale Agenda Wonen is de woningbouwcapaciteit en - opgaven per gemeente opgenomen.

Figuur 12: Woningbouwopgaven en plancapaciteiten gemeenten 2016 t/m 2025

Voor de gemeente Baarle-Nassau wordt de benodigde capaciteit aan nieuwe woningen bepaald op 100 woningen t/m 2025. Echter, de totale plancapaciteit is op het moment van opstellen van de Regionale Agenda Wonen al hoger ingestoken (203 woningen). Dit wil niet zeggen dat er geen ruimte is voor de beoogde woningbouw binnen het plangebied. De laatste provinciale woningbouwprognoses dateren van 2020. In 2020 telde Noord-Brabant ruim 1.104.635 woningen. De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognose (2050) groeien, al is de groei in landelijke gebieden minder sterk. Uitgangspunt van de Brabantse Agenda Wonen (2017) is ruim baan te geven aan ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen. De meeste recente verslaglegging van regionale afspraken is gedaan in de ‘Voortgangsrapportage 2019/2020” van de Brabantse Agenda Wonen (3 maart 2020). In deze verslaglegging wordt nogmaals onderstreept dat de provincie ontwikkeling van nieuwe woningen in binnenstedelijke locaties verkiest boven landelijke uitbreiding. In de voortgangsrapportage staat dat enkel woningbouwplannen op uitbreidingslocaties om regionale afstemming vragen. Het gemeentelijke woningbouwprogramma gaat uit van een reële woningbehoefte en zetten in op flexibiliteit om in te kunnen spelen op veranderingen en nieuwe kansen.

Lokaal onderzoek en afspraken tussen gemeente, marktpartijen en/of corporaties vormen de inhoudelijke basis voor te realiseren programma’s. Er is nog steeds sprake van een overprogrammering, maar door een hogere bevolkingsgroei dan in 2017 verwacht, is het verschil kleiner geworden. Een groot deel van die capaciteit zit nog niet in harde plancapaciteit. De gemeente verwacht in de praktijk in de buurt van de prognose te blijven. Wanneer het gaat om een inbreidingslocatie hoeven deze niet regionaal afgestemd te worden. Het onderhavige plan betreft een inbreidingslocatie waardoor regionale afstemming niet nodig is. 3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 20 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Op 26 juni 2019 heeft de gemeenteraad van Baarle-Nassau de ‘Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau’ vastgesteld. De omgevingsvisie geeft aan wat men wil bereiken in Baarle-Nassau. Hiervoor heeft de gemeente doelen geformuleerd. Als er zich nieuwe initiatieven aandienen, stelt de gemeente vier vragen: 1. In hoeverre draagt het initiatief bij aan de gestelde doelen? 2. Wat vindt de samenleving van het initiatief (is er draagvlak)? 3. Wat draagt het initiatief bij aan ruimtelijke kwaliteit? 4. Hoe kan het initiatief voldoen aan andere wet- en regelgeving?

Figuur 13: Uitsnede Visiekaart – Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau

De planlocatie is gelegen in het gebied wat op de visiekaart wordt aangeduid als ‘Centrum’. Voor het centrum vind de gemeente het belangrijk dat het de uitstraling en aantrekkingskracht van weleer krijgt, zodat het aantrekkelijk blijft voor bewoners en toeristen. De gemeente wil appartementen bij voorkeur in het centrum realiseren in verband met de nabijheid van voorzieningen ten behoeve van de doelgroep (senioren en starters). De beoogde ruimtelijke ontwikkeling voorziet een transformatie in het bestaand stedelijk gebied. Deze transformatie past in het centrumgebied van Baarle-Nassau. Door het ontwikkelen van appartementen in het centrum wordt voor de doelgroep passende woningbouw voorzien. Daarnaast draagt het plan bij, door de bestaande panden te saneren en hiervoor nieuwe complexen op te richten, aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan bevordert de aantrekkingskracht van het gebied en sluit dus aan op de omgevingsvisie van de gemeente Baarle-Nassau. 3.5.2

Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023

Op 19 september 2018 is door de gemeenteraad van Baarle-Nassau de Woonvisie ‘Baarle BRUIST, in Baarle kom je thuis’ 2018-2023 vastgesteld. In deze Woonvisie wordt de balans gezocht tussen demografische ontwikkelingen in combinatie met de ontwikkelingen in de woningvoorraad. Een woonvisie die de aantrekkelijkheid van gemeente Baarle-Nassau weergeeft en recht doet aan trends en ontwikkelingen in de samenleving. Een toekomstperspectief dat nadrukkelijk vraagt om samenwerking. Samen Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 21 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, markt, zorg- en welzijnsinstellingen en andere partners, zorgt de gemeente ervoor dat het goed wonen is in de gemeente. Pijler 1: Identiteit van het wonen in Baarle-Nassau Voor het behoud van de woonaantrekkelijkheid zet de gemeente in op een woningaanbod dat past bij de identiteit van de gemeente en de kernen. Dit wordt bereikt door bij woningbouwinitiatieven, ook op inbreidingslocaties, aan te sluiten op het unieke woonkarakter van de kernen. Dat wil zeggen dat in de kernen ingezet wordt op een evenwichtig bouwprogramma voor verschillende doelgroepen, mede om bij te dragen aan het in stand houden van de voorzieningen. Pijler 2: Demografie en woningbehoefte Woningen die gebouwd worden, zijn passend bij het karakter van de dorpen en hebben toegevoegde (ruimtelijke) waarde. De nadruk van het bouwprogramma ligt op de kernen Baarle-Nassau en Ulicoten. De gemeente zet in op een divers woningaanbod dat aansluit op de woonwensen van verschillende doelgroepen in Baarle-Nassau. Pijler 3. Betaalbaar wonen Kleinschalige initiatieven en experimentele betaalbare woonvormen wil de gemeente de komende jaren onder voorwaarden faciliteren, vooral wanneer het gaat om het hergebruiken van leegstaand of leegkomend vastgoed. Er blijft ruimte voor zelfbouwkavels.

Deze kleinschalige initiatieven worden waar mogelijk gefaciliteerd, op voorwaarde dat het initiatief ligt bij de bewoners zelf. Pijler 4. Kwaliteit van de woningvoorraad Alle nieuwbouwwoningen dienen gasloos te worden gebouwd. De gemeente daagt ontwikkelaars uit deze stap te zetten door kopers keuzemogelijkheden te bieden in het verder verduurzamen van hun nieuwbouwwoning. Pijler 5. Wonen met zorg en welzijn Nieuwbouwlocaties die aantrekkelijk zijn voor ouderen, vooral in en rond het centrum van Baarle-Nassau wil de gemeente waar mogelijk benutten voor de realisatie van levensloopgeschikte woningen in verschillende prijsklassen en voor meerdere doelgroepen. Het plan is gericht op aantrekkelijk wonen in de kern van Baarle-Nassau waarbij er levensloopbestendige appartementen worden opgericht welke met name zijn bestemd voor de senioren doelgroep. De herontwikkeling van de bestaande panden betreft een inbreidingslocatie waarbij aansluiting gezocht wordt bij het karakter van het dorpscentrum van Baarle-Nassau. De woningen worden duurzaam uitgevoerd. De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied sluit aan bij de Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023.

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 22 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4 Bescherming van gezondheid en milieu 4.1

Geluid

Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral het gemeentelijk bestemmingsplan en daarnaast in de Omgevingswet, op basis van het voorzien in een goed woon- en leefklimaat. In artikel 3.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden de geluidsgevoelige gebouwen en ruimte aangewezen welke beschermd zijn tegen wegverkeerslawaai, industrielawaai, spoorweglawaai en omgevingslawaai. Onder geluidsgevoelige gebouwen wordt verstaan: woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie met bedgebied, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties van alle eerder genoemde functies. Geluidsgevoelige ruimten zijn verblijfsruimte of verblijfsgebieden van bovenstaande functies. De opgave bestaat uit het toevoegen van elf appartementen en drie patiowoningen. Deze appartementen en woningen worden op basis van bovenstaande tekst gezien als geluidsgevoelige ruimte. Enkel wegen waarbij de etmaalintensiteit minimaal 1.000 mtv/etmaal is, hebben een geluidaandachtsgebied. De breedte van het geluidaandachtsgebied is afhankelijk van het aantal rijstroken en de rijsnelheid. De Desirée Geeraertstraat kent een etmaalintensiteit van 1.356 mtv/etmaal.

Op deze weg is er één rijstrook aanwezig en is een snelheid van 30 km/h toegestaan. Daarom geldt er een geluidaandachtsgebied van 100 meter. Uit deze gegevens blijkt dat de planlocatie binnen een aandachtsgebied valt. Het berekenen van de geluidbelasting heeft tot doel te bepalen of de standaardwaarde van de geluidsbronsoort uit het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt overschreden. Is dit het geval dan kan het bevoegd gezag een hogere waarde verlenen om realisatie van het bouwplan mogelijk te maken en dienen bouwkundige voorzieningen te worden bepaald om zoveel als mogelijk aan de grenswaarde van de Bkl te voldoen. Conclusie Na uitvoering van het akoestisch onderzoek naar het geluid door wegverkeerslawaai op de voorgenomen (vervangende) nieuwbouw aan het Kerkplein en de Desirée Geeraertstraat in Baarle – Nassau kan worden geconcludeerd dat: •

•

• • •

•

het geluid door de in het onderzoek betrokken gemeentewegen bij gebouw C (1 en 2) overal voldoet aan de standaardwaarde van 53 dB uit het Bkl, waardoor het geluid door wegverkeerslawaai bij deze nieuwbouw zondermeer aanvaardbaar is; het geluid door de in het onderzoek betrokken gemeentewegen bij gebouw D niet overal voldoet aan de standaardwaarde van 53 dB uit het Bkl, waardoor het geluid door wegverkeerslawaai bij deze nieuwbouw niet zondermeer aanvaardbaar is en hiervoor een bestuurlijke afweging dient te worden gemaakt; het geluid door de gemeentewegen niet de grenswaarde van 70 dB uit het Bkl overschrijdt; uit aanvullend onderzoek blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen niet doeltreffend genoeg zijn of stuiten op overwegende bezwaren; er maatregelen bij de ontvanger getroffen dienen te worden in de vorm van voldoende (karakteristieke) geluidwering van de uitwendige gevelconstructie om een goed akoestisch woon- en leefklimaat in de woningen (appartementen) te waarborgen; het gezamenlijk geluid bij gebouw D ten hoogste 58 dB bedraagt, waarmee een karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie aan de westzijde van het gebouw nodig is van tenminste 25 dB voor verblijfsgebieden en 23 dB voor verblijfsruimten die aan deze meest kritisch gelegen gevelzijde liggen.

Voor de overige gevelzijden van dit gebouw volstaat de minimum vereiste geluidwering van 20 dB om in alle appartementen een goed akoestisch woon- en leefklimaat te waarborgen;

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 212111 | 12-05-2025

Pagina 23 van 53

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

•

•

•

•

het gezamenlijk geluid bij gebouw C ten hoogste 51 dB bedraagt, waarmee de minimum vereiste geluidwering van 20 dB uit het Bbl al afdoende is om in alle appartementen een goed akoestisch woon- en leefklimaat te waarborgen; op basis van de kwalitatieve beoordeling van het gecumuleerd geluid (bouwdeel C: 31 – 51 dB en bouwdeel D: 35 – 58 dB) is in onderhavige situatie sprake van een overwegend (zeer) goede tot matige akoestische leefomgeving, afhankelijk van de ligging van de gevelzijde; tenminste één geluidgevoelige gevelzijde van de nieuwbouw als geluidluw beschouwd kan worden, te weten alle gevelzijden van gebouw C en de oostgevelzijde van gebouw D, wat ook geldt voor de aangrenzende buitenruimten. op basis van de kwalitatieve beoordeling van het gecumuleerd geluid in onderhavige situatie overal sprake is van een aanvaardbare akoestische leefomgeving.

Vanuit akoestisch oogpunt is er op basis van bovenstaande geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen nieuwbouw. Bij nieuwbouw wordt tegenwoordig een geluidwering tot 25 dB vrijwel altijd behaald. Indien gebruik gemaakt wordt van een gebalanceerd ventilatiesysteem voor de luchttoe- en afvoer en er geen geluidgevoelige ruimtes direct onder het dakvlak zijn gelegen, wordt zelfs een geluidwering tot 28 dB vrij eenvoudig behaald. Nader (bouw)akoestisch onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van de geluidgevoelige nieuwbouw wordt in onderhavige situatie daarom niet op voorhand noodzakelijk geacht, maar is uiteindelijk ter beoordeling aan de vergunning verlenende instantie. Met een dergelijk onderzoek kan zonodig worden bepaald of met de te gebruiken gevelmaterialen voldaan wordt aan de eisen uit het Bkl, of dat er aanvullende gevelmaatregelen noodzakelijk zijn. 4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15971315/1