BaarleBRUIST!Met elkaar, voor elkaar
Tekst van het document
Beleidsvisie voor het sociaal Domein Mei 2020
1
VOORWOORD
4
1. INLEIDING
5
1.1. Waarom een nieuw beleid
5
1.2. Hoe is het beleid tot stand gekomen?
5
2. UITDAGING
5
2.2. Uitdagingen
6
3. MEEDOEN MOGELIJK MAKEN
7
3.1. Onze
7
3.2. Onze visie
8
3.3. Kernbegrippen
8
4. STURING EN POSTIONERING
11
4.2.1 Onze rol
12
4.2.2. Intergemeentelijke samenwerking
12
4.2.3. Inwonersraden
13
5. WAT GAAN WE DOEN OP DE 5 LEEFGEBIEDEN?
14
6. PASSENDE ONDERSTEUNING
23
BIJLAGE 1 – ‘FOTO VAN BAARLE’
26
BIJLAGE 2 - DORPSGESPREKKEN 2020
30
BIJLAGE 3 – TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
32
BIJLAGE 4 – KPI BOOM (CONCEPT)
34
2
3
VOORWOORD Het sociaal domein, het klinkt als een abstract begrip. Maar het gaat vooral over echte mensen. Mensen die wij zelf zijn, die we kennen van dichtbij of via via. Het gaat bijvoorbeeld over Amber, een 32-jarige vrouw, die pas een paar maanden in de buurt woont en zich eenzaam voelt, omdat ze moeilijk contact kan maken. En het gaat over Walter van 77 jaar. Hij krijgt steeds meer moeite met dagelijkse dingen als boodschappen doen of schoonmaken. Dat deed zijn vrouw eigenlijk altijd, maar die woont nu in een verzorgingstehuis. Het gaat ook over de 13-jarige Sam, waarvan de ouders net gescheiden zijn en hij alleen met zijn moeder op bijstandsniveau woont. Als hij naar zijn vader wil, moet hij eerst 2 uur reizen met het openbaar vervoer en dat vindt hij in zijn eentje eigenlijk niet leuk. Het sociaal domein gaat over mensen waarbij het ‘meedoen’ (tijdelijk) moeilijk is. Zij hebben ondersteuning nodig. Ook in Baarle neemt de vergrijzing toe, zijn mensen eenzaam, verandert de hulpvraag en neemt de zorgvraag toe. Dit zorgt ervoor dat we, als gemeente, op een andere manier moeten kijken naar onze manier van werken en we onze financiële middelen zo effectief mogelijk in moeten zetten. We leven allemaal ons eigen leven. Dat doen we het liefst in ons eigen ritme, in onze eigen omgeving en met elkaar.
Dat dit zo lang mogelijk kan, is wat mij betreft dan ook de missie voor de toekomst die we samen voor ogen moeten hebben. Elkaar helpen of hulp bieden is eigenlijk normaal en iets natuurlijks. Dat doe je gewoon voor elkaar! Het is geen makkelijke taak om ervoor te zorgen dat iedereen kan (blijven) meedoen. Iedereen is nu eenmaal anders. Toch kunnen we er samen voor zorgen dat Baarle BRUIST. We hebben daarbij allemaal een verantwoordelijkheid. Of je nu inwoner, professional of ondernemer bent. Maar ook verenigingen, scholen en alle andere (maatschappelijke) organisaties dragen hu steentje bij. En natuurlijk ook wij als gemeente. We moeten er samen voor zorgen dat iemand passende ondersteuning krijgt als dat nodig is. Voor u ligt ons visiedocument voor een nieuw zorg- en welzijnsbeleid voor de gemeente Baarle-Nassau. Toekomstgericht en met een mensgerichte aanpak. Maar vooral met een belangrijke boodschap: we moeten het samen doen!
Nico Sommen Wethouder sociaal domein
4
1. INLEIDING
Een Bruisend Baarle waarin iedereen mee kan (blijven) doen. Dat willen we bereiken. 1.1. WAAROM EEN NIEUW BELEID Het sociaal domein is de afgelopen jaren behoorlijk veranderd. De decentralisatie van taken op het terrein van Wmo, Jeugd en Participatie in 2015 van het rijk naar gemeenten (transitie), zorgde ervoor dat de gemeente er veel nieuwe taken bij kreeg. In de eerste periode na de decentralisatie lag de focus vooral op de continuïteit van de zorg, een goede dienstverlening aan onze inwoners en grip krijgen op de nieuwe taken. Nu we daarin voor een groot deel zijn geslaagd, is het tijd om een volgende stap te zetten. In dit beleid leest u welke uitdagingen en welke ambities we hebben en hoe we daaraan vorm willen geven. Samen met u als inwoner, partner of ondernemer. Wat is onze visie, wat zijn onze uitgangspunten, uitdagingen en oplossingsrichtingen? Op deze vragen geven we in dit beleid antwoord. Het document dat voor u ligt heeft daarmee het karakter van een visiedocument. Het vormt de kapstok om op de gedefinieerde leefgebieden het beleid verder te ontwikkelen én om een uitvoeringsagenda op te kunnen stellen met daarbij een financiële onderbouwing. Concrete plannen worden dus in een later stadium ontwikkeld. Het nieuwe beleid schept ook de kaders om toekomstige ontwikkelingen op te kunnen pakken.
Bijvoorbeeld als gemeenten verantwoordelijk worden voor nieuwe gedecentraliseerde taken. 1.2. HOE IS HET BELEID TOT STAND GEKOMEN? Het beleid is tot stand gekomen in een interactief proces. We hebben intern met collega’s en extern met professionals gesproken en bij hen opgehaald wat goed gaat en waar het beter kan. De opbrengsten zijn per leefgebied vertaald naar een ‘foto van Baarle’. Deze vindt u in bijlage 1. Ook inwoners hebben we intensief betrokken. Naast de dorpsgesprekken hebben we met groepen jongeren en ouderen gesproken en van hen gehoord waar zij tegen aan lopen, wat zij belangrijk vinden en wat zij nodig hebben om mee te kunnen doen. Tijdens de dorpsgesprekken is bovendien naar voren gekomen wat de verschillen per kern zijn en hoe we daar op in kunnen spelen. De samenvatting van deze inbreng is opgenomen in bijlage 2. Daarnaast hebben we een verkenning uitgevoerd naar landelijke trends en ontwikkelingen en de effecten daarvan op het sociaal domein. In bijlage 3 worden deze toegelicht. Hier staat ook in welke nieuwe wetgeving aangekondigd is. Tot slot zijn we nagegaan van welke wetenschappelijke inzichten we kunnen leren.
2. UITDAGING 2.1. ER GAAT AL VEEL GOED De evaluatie van het beleid (zie bijlage 1) laat zien dat we op een groot aantal terreinen al mooie stappen hebben gemaakt. We hebben op veel onderdelen van het sociaal domein vooruitgang geboekt. Zo is er de dorpsverbinder die inwoners verbindt, het dorpsteam waar inwoners terecht kunnen met lichte ondersteuningsvragen, het Wmo loket waar goede passende ondersteuning wordt geboden, en is het Boals Bakske een goed begin van het creëren van meer ontmoetingsplekken voor (kwetsbare) inwoners. Ook is er een taalcoördinator aangesteld voor de aanpak van laaggeletterdheid. Op het gebied van sport en bewegen is veel gebeurd: De sportcoaches bereiken veel inwoners en de betrokkenheid bij het lokaal sportakkoord is groot. Op het gebied van cultuur
5
zien we dat de bibliotheek en Cultuurcentrum Baarle een actievere rol in nemen om inwoners en verenigingen te verbinden. 2.2. UITDAGINGEN Ondanks deze positieve ontwikkelingen zien we een aantal flinke uitdagingen. Toenemende vraag Steeds meer inwoners hebben hulp en ondersteuning nodig. We zien dat hulpvragen en situaties steeds ingewikkelder en complexer zijn. Belangrijke aanwijsbare oorzaken zijn veranderingen in de zorg en demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing. Dit leidt ertoe dat steeds meer mensen met een zorgvraag zelfstandig thuis (blijven) wonen (extramuralisatie). Daarnaast is het voor steeds meer mensen moeilijk om aangehaakt te blijven op allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Dit komt omdat de samenleving steeds complexer (o.a. digitaler) wordt, steeds sneller verandert en minder hechte sociale structuren kent. De sociale verschillen tussen mensen die wel mee kunnen komen met de ontwikkelingen en de mensen die dat steeds minder goed kunnen, nemen toe. De kans dat deze laatste groep inwoners op een bepaald moment hulp en ondersteuning nodig hebben is groter. Tot slot constateren we samenleving minder ruimte heeft voor afwijkend of ‘ander’ gedrag. Dit leidt ertoe dat inwoners vaker aandacht of hulp vragen als hiervan sprake is. Grenzen aan ‘eigen kracht’ Tijdens de vorige beleidsperiode stond ‘eigen kracht’ centraal.
We hebben ondervonden dat eigen kracht niet voor alle inwoners haalbaar is. Zeker in combinatie van de factoren die we hierboven noemden constateren we dat we hier teveel van hebben verwacht. Ook hebben we gemerkt dat een sterke sociale basis niet vanzelf ontstaat. Niet alle inwoners zijn zo betrokken op elkaar dat ze uit zichzelf actief worden voor hun omgeving of de samenleving. Financiële krapte Het gevolg van deze toenemende vraag is dat de gemeentelijke uitgaven op het sociaal domein fors stijgen. De financiële middelen die we tot onze beschikking hebben nemen echter niet toe. Dit betekent dat de manier waarop we nu zorg en ondersteuning aan kwetsbare inwoners bieden, op termijn niet meer haalbaar is. Anders werken Ondanks onze inspanningen werken we nog vaak te bureaucratisch, afstandelijk en versnipperd (zowel binnen het sociaal domein, als over domeinen heen). De manier waarop we hulp en steun hebben georganiseerd is niet voldoende om aan te kunnen sluiten bij de leefwereld van inwoners.
6
3. MEEDOEN MOGELIJK MAKEN 3.1. ONZE AMBITIES 3.1.1. Onze inwoners kunnen mee (blijven) doen. Waarom is meedoen zo belangrijk? Door mee te doen leer je (nieuwe) mensen kennen. Meedoen zorgt ook voor een betere lichamelijke en psychische gezondheid. Het zorgt ervoor dat je betekenis ervaart in de zin van ‘ik doe ertoe’ of ‘ik voeg iets toe’ en aan het gevoel van grip hebben op je eigen leven. Dit zijn ook de belangrijkste factoren die bepalen of mensen zich gelukkig voelen. Meedoen en gelukkig zijn hangen voor een belangrijk deel met elkaar samen. Tegelijkertijd is meedoen ook de wettelijke opdracht die we als gemeente hebben: zowel de Wmo, de Jeudgwet als de Participatiewet geven de gemeente de opdracht om ‘participatie en zelfredzaamheid’ te bevorderen. Meedoen op 5 leefgebieden Meedoen mogelijk maken krijgt vorm op vijf leefgebieden. Het betekent dat inwoners: -
Prettig wonen in hun buurt, Financieel kunnen rondkomen, Thuis veilig en kansrijk zijn, Zinnig hun dag in kunnen vullen en Fit en veerkrachtig zijn.
Hiermee werken we ook aan verschillende ‘Global Goals’1.
3.1.2. De kostenstijging neemt af. We zien dat de uitgaven in het sociaal domein stijgen omdat steeds meer inwoners een beroep doen op professionele hulp en ondersteuning. Dit is op termijn niet meer haalbaar. Om te voorkomen dat we hulp en ondersteuning niet meer kunnen bieden aan inwoners die het echt nodig hebben, willen we maatregelen nemen die leiden tot minder uitgaven voor professionele hulp en ondersteuning. Juist omdat het aantal inwoners dat een beroep op ons doet de komende tijd zal blijven stijgen, is het niet reëel om een kostendaling na te streven. We zetten daarom in op een afname van de kostenstijging.
1
In 2015 heeft de VN 17 ambitieuze doelen voor duurzame ontwikkeling vastgesteld. De VN roept iedereen op om bij te dragen aan het uitvoeren van de Global Goals. Met dit visiedocument geven wij lokale invulling aan een aantal van deze doelen. 7
3.2. ONZE VISIE
Baarle Bruist! Met elkaar, voor elkaar. Om te zorgen dat onze inwoners mee kunnen (blijven) doen versterken we de sociale basis, het gewone, alledaagse leven en zorgen we voor (professionele) hulp en ondersteuning als dat nodig is. Dat kunnen en willen we als gemeente niet alleen. Samen met onze inwoners en samenwerkingspartners werken we daaraan. We doen dat door maatwerk te bieden en actief netwerken te versterken. We gunnen iedereen daarbij zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid en regie. We beschouwen ‘zekerheid, zeggenschap en zingeving’ als succesfactoren om dat te bevorderen.
De sociale basis, het alledaagse leven Onze inwoners wonen en leven in Baarle, ze maken deel uit van een vriendengroep, zijn misschien lid van een vereniging en gaan naar school of werk. Sommige van hen zorgen voor een gezinslid, anderen voelen zich eenzaam of hebben schulden. Ze gaan naar een MFA om een boek te lenen, een kop koffie te drinken of wonen daar een vergadering bij. Deze inwoners kunnen veel voor elkaar betekenen. Dat kan op allerlei manieren. Met een praatje, met een oogje in het zeil houden, met incidentele hulp, met hun inzet voor een vereniging of inwonersinitiatief of bijvoorbeeld met intensieve mantelzorg. Juist deze onderlinge betrokkenheid van onze inwoners willen we versterken en vergroten. Professionele hulp en ondersteuning. Als de informele hulp en ondersteuning niet toereikend is kunnen inwoners rekenen op professionele hulp. Die kan worden geboden door de gemeente zelf of door de vele organisaties die actief zijn in of voor de gemeente. We willen dat hulp en ondersteuning passend en tijdig wordt geboden: zo licht als mogelijk, zo specialistisch als noodzakelijk. 3.3. KERNBEGRIPPEN Om onze ambities te realiseren hebben we vier heldere kernbegrippen gedefinieerd. 3.3.1. Maatwerk We bieden onze inwoners maatwerk. Dit biedt de kans om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de persoonlijke omstandigheden, talenten en drijfveren van onze inwoners.
Dat kan gaan om een individu, een gezin of een groep inwoners. We bieden maatwerk in het kader van passende hulp en ondersteuning, én in het kader van een sterke sociale basis: we dragen op maat bij aan initiatieven die ‘het alledaagse leven’ sterker maken. Maatwerk zorgt ervoor dat het gelijkheidsbeginsel verschuift van ‘ieder hetzelfde’ naar ‘ieder het zijne’. Dat betekent ook de één wat meer, de ander wat minder. Net naar gelang de omstandigheden dat nodig maken. Maatwerk zorgt ervoor dat de eigen talenten, mogelijkheden en eigen regie van onze inwoners optimaal benut kan worden. Zo wordt het maatschappelijk rendement van een oplossing, een investering of een voorziening vergroot. Maatwerk is dus niet per se duurder. Integendeel, het kan juist ook voordeliger zijn.
8
3.3.2. Sterke netwerken Inwoners hebben baat bij een sterk netwerk omdat zij dan een beroep kunnen doen op elkaar. Netwerken van professionals zorgen ervoor dat er samen, en in afstemming met elkaar, de juiste dingen worden georganiseerd voor inwoners. In sterke netwerken wordt gebruik gemaakt van elkaars kennis, kunde en mogelijkheden. Sterke netwerken zijn belangrijk om meer maatschappelijke resultaten te bereiken. Als deze netwerken onderling ook verbonden zijn, kunnen inwoners, professionals en organisaties en ondernemers samen nog meer voor elkaar betekenen. Binnen en tussen netwerken kunnen allianties ontstaan om zo doelgericht krachten te bundelen. Als gemeente willen we meer samenwerken in sterke netwerken. We zoeken naar, en laten ons vinden door partners met wie we samen doelen kunnen bereiken.
Meedoen allianties We bundelen krachten met inwoners, organisaties en ondernemers. Zodat er meer gezamenlijke activiteiten tot stand kunnen komen die bijdragen aan ’meedoen’. De gemeente is één van de partners en draagt ’op maat’ bij aan een initiatief. Dat kan zijn met geld, accommodaties of expertise. Soms is een verbindende rol al voldoende om een initiatief op gang te brengen. Binnen een meedoen alliantie krijgen inclusie, aanpak eenzaamheid en hulp voor elkaar vorm. Het sportakkoord en de dementievriendelijke gemeente zijn hier goede voorbeelden van. De allianties maken de weg vrij voor cofinanciering vanuit andere partijen, organisaties en/of de samenleving.
3.3.3. Succesfactoren ‘Zekerheid’, ‘zeggenschap’ en ‘zingeving’ zijn succesfactoren om eigen verantwoordelijkheid te kunnen en willen dragen. Door meer oog te hebben voor ‘zekerheid, zeggenschap en zingeving’ ontstaat er voor inwoners meer ruimte om in beweging te komen en eigenaarschap te ervaren. De oplossingen die zo ontstaan zijn duurzamer en daarmee vaak goedkoper. Natuurlijk gaat het hierbij ook om maatwerk. Niet voor iedereen is dezelfde mate van ‘zekerheid, zeggenschap of zekerheid’ mogelijk, nodig of wenselijk.
Zekerheid Onzekerheid leidt tot stress. Het maakt dat mensen ‘bij de dag’ gaan leven en niet goed in staat zijn keuzes te maken voor de langere termijn. Zekerheid is belangrijk om stappen te kunnen zetten. Als mensen elkaar helpen of initiatieven nemen, willen de zekerheid dat zij kunnen rekenen op professionele ondersteuning is als dat nodig is.
Zingeving Mensen voelen zich goed als ze ervaren dat ze ‘ertoe doen’ of dat ze ‘iets toevoegen’. Zingeving is een belangrijke motivator. Als een oplossing niet aansluit bij persoonlijke drijfveren, is de kans kleiner dat deze oplossing tot duurzaam resultaat leidt. Door aan te sluiten bij wat inwoners als zinvol ervaren, wordt hun motivatie en inzet voor de oplossing of het initiatief groter.
Zeggenschap Als iemand invloed ervaart bij een bepaalde activiteit of oplossing, dan leidt dat tot een gevoel van eigenaarschap. Als iemand alleen verantwoordelijk wordt gemaakt, zonder dat daar invloed of eigen regie bij komt kijken, ontstaat dat eigenaarschap niet. 3.3.4. Publieke waarden Met de besteding van onze middelen (tijd en geld) streven we naar maximaal maatschappelijk effect. We hanteren hiervoor de waardendriehoek voor publieke waarden. Bij een hulpvraag of nieuw initiatief maken we een afweging op het gebied van betrokkenheid, rendement en legitimiteit: In welke mate zijn inwoners en organisaties betrokken? In welke mate levert de oplossing/het initiatief financieel en of maatschappelijk rendement op? En kan de oplossing of het initiatief gerealiseerd worden binnen de ruimte van wet- en regelgeving? Zo bepalen we ‘de publieke waarden’ van een oplossing, initiatief of ontwikkeling. Door deze afwegingen methodisch te maken voorkomen we willekeur. 9
3.4. WAARDEN EN UITGANGSPUNTEN We maken meedoen mogelijk door het alledaagse leven te versterken en te zorgen voor (professionele) hulp en ondersteuning. Dat doen we op maat en samen met anderen. Het krijgt vorm op vijf leefgebieden zoals benoemd in hoofdstuk 3.2. De manier waarop we ‘meedoen’ mogelijk maken, beschrijven we aan de hand van Baarle BRUIST. De kernbegrippen, uitdagingen en opgedane inzichten komen hierin terug.
Waarden voor een Bruisend Baarle waarin iedereen meedoet, voor elkaar en met elkaar.
Betekenis Iedereen wil betekenis ervaren
Regie Iedereen wil regie over eigen leven en initiatieven
Uniek Ieder mens, dorp of vereniging is uniek en mag dat zijn
Inclusief Iedereen hoort erbij
Samen Samen kom je verder
Toekomstgericht Voorbereid op de toekomst
Dingen die we doen zijn betekenisvol voor onze inwoners. We sluiten aan op motivatie en drijfveren (zingeving) van inwoners.
We gunnen iedereen zo veel mogelijk eigen verantwoordelijkheid en regie. We geven ruimte en zeggenschap om regie en eigenaarschap mogelijk te maken. Als het nodig is ondersteunen en stimuleren we de eigen regie. We nemen regie over als veiligheid in het geding is.
We bieden maatwerk door aan te sluiten bij persoonlijke omstandigheden, talenten en drijfveren van inwoners. We bieden ruimte voor eigen oplossingen en initiatieven van inwoners. We bepalen onze rol ‘op maat’ en werken gebiedsgericht.
We vergroten de mogelijkheden voor mensen die anders zijn om mee te kunnen doen. We gaan na hoe sociale en/of fysieke toegankelijkheid beter kunnen worden. We betrekken mensen met een beperking als ervaringsdeskundigen. (‘nothing about them without them’).
We benutten kennis, kunde en mogelijkheden van onze inwoners, partners en ondernemers. We brengen inwoners en partijen bij elkaar. We vormen allianties op basis van gezamenlijke doelen en gedeeld eigenaarschap. We werken samen om tot de beste oplossing te komen
We streven naar duurzame, lange termijn, oplossingen. We werken preventief om problemen te voorkomen. We anticiperen op nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. We bieden zekerheid voor inwoners en partners.
10
4. STURING EN POSTIONERING 4.1 STURING
4.1.1. Publieke waarden We zetten onze middelen zo in dat ze maximaal maatschappelijk effect genereren. De driehoek van publieke waarden2 helpt hierbij. Er is sprake van publieke waarde als zowel rendement als betrokkenheid groot zijn, en de legitimiteit daarbij gewaarborgd is. Door de publieke waarden van een initiatief, project of ontwikkeling te verkennen, kunnen we het belang en de prioriteit ervan bepalen. -
-
Rendement: Wat is de verwachte maatschappelijke en financiële opbrengst, op korte en/of langere termijn? Betrokkenheid: Wie is of wordt erbij betrokken? Dragen inwoners of andere partijen bij? In welke mate draagt het bij aan ‘meedoen’? Legitimiteit: Is het (juridisch) verantwoord? Past het binnen ons beleid, binnen wet en regelgeving en is er voldoende draagvlak?
4.1.2. Beleidsgestuurd subsidiëren Ook met subsidies willen we zoveel mogelijk maatschappelijk effect bereiken. Ons subsidiebeleid passen we daarop aan. In overleg met onze subsidiepartners gaan we na of en hoe zij een bijdrage kunnen leveren aan onze maatschappelijke doelstellingen. Dit kan effect hebben op de hoogte van de subsidie of op het type activiteiten die we subsidiëren. 4.1.3. Meten van Kpi’s Om te weten of we de beoogde effecten en doelstellingen ook daadwerkelijk bereiken koppelen we deze aan zogenaamde Kritische Prestatie Indicatoren. Deze zijn kwalitatief (merkbaar) of kwantitatief (meetbaar) van aard. We brengen hiermee op hoofdlijnen de ervaring van onze inwoners op de verschillende leefgebieden in beeld. Veranderingen op de Kpi’s geven houvast om beleid en uitvoering bij te kunnen sturen. Een eerste concept van de inhoudelijke Kpi’s is bijgevoegd in de bijlage. Bij nieuwe initiatieven of projecten beantwoorden we de vraag of en hoe ze een bijdrage leveren aan deze Kpi’s. We gaan na welke gegevens we kunnen verzamelen om deze bijdrage in beeld te brengen. We maken hierbij de volgende kanttekeningen: Het proces van formuleren van Kpi’s en het verzamelen van gegevens is complex en tijdrovend. Daarnaast zijn veranderingen op een bepaalde Kpi meestal niet een op een terug te herleiden naar resultaten van een specifiek initiatief of project.
2
Instituut voor Publieke Waarden | www.Publiekewaarden.nl
11
4.1.4. Financieel De manier waarop we nu zorg en ondersteuning organiseren is op termijn financieel niet houdbaar. Dat komt omdat de vraag toeneemt en de budgetten niet meestijgen. We streven ernaar om het nieuwe beleid zoveel mogelijk binnen de huidige financiële kaders te realiseren. Ons doel is daarom om de kostenstijging af te remmen. Dat doen we door: -
-
-
De vraag naar dure zorg af te remmen. Dat doen we door: meer maatwerk te bieden, meer voorliggende voorzieningen te creëren en sterke netwerken in buurten te bevorderen. We willen meer maatschappelijk rendement realiseren. Dat doen we door: doorontwikkeling van de dorpsteams, beleid gestuurde subsidiëring en prioritering op basis van ‘publieke waarden’. Meer kostendeling en cofinanciering Dat doen we door meer en actiever samenwerking met partners te zoeken. Bijvoorbeeld in de vorm van mee-doen allianties.
Deze ontwikkelingen komen niet vanzelf tot stand. Hiervoor zijn (incidentele) investeringen nodig. In de uitvoeringsagenda en in de begrotingscyclus maken we deze concreet. 4.2 POSITIONERING 4.2.1 Onze rol Ons uitgangspunt is dat we, daar waar mogelijk, samenwerken met inwoners en andere partijen op basis van gedeelde verantwoordelijkheden en partnerschap. (zie ook ‘meedoen allianties’). Dat betekent dat we niet altijd het voortouw nemen bij ontwikkelingen ook al vinden we ze belangrijk. We zoeken en laten ons vinden door anderen om samen gezamenlijke doelen te bereiken. Zo geven we vorm aan burgerparticipatie en aan overheidsparticipatie. We bepalen onze rol ‘op maat’: realiseren, faciliteren, initiëren, en/of enkel verbinden. We maken deze afweging op basis van de gewenste invloed – de zeggenschap - die we willen, op basis van wettelijke taken, én op basis van de noodzakelijke expertise en (juridische) ruimte.
4.2.2. Intergemeentelijke samenwerking ABG organisatie Met de komst van de ABG organisatie kunnen we kleinschaligheid en korte lijnen binnen onze gemeente combineren met de professionaliteit van een grotere ambtelijke organisatie. Dat maakt het mogelijk om kennis en expertise toe te voegen aan ontwikkeling en uitvoering van het lokale sociaal beleid. Door samenwerking met de andere twee ABG gemeenten kunnen we onze invloed op regionaal niveau vergroten en sommige taken die regionaal georganiseerd worden weer dichter naar ons toe halen. De toegang tot en inkoop van de jeugdhulp is daar een goed voorbeeld van. Belgische gemeenten Veel inwoners zijn georiënteerd op onze Belgische buurgemeenten. Daarom gaan we met deze gemeenten in gesprek, om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om voorzieningen beter beschikbaar te maken voor onze inwoners. Met het bestuur van Baarle-Hertog en onze andere buurgemeenten (denk hierbij specifiek aan de gemeente Hoogstraten in relatie tot Castelré) gaan we op basis van de uitvoeringsagenda beoordelen welke kansen voor samenwerking er zijn.
12
4.2.3. Inwonersraden Adviesraad sociaal domein De adviesraad sociaal domein, heeft een formele adviesrol naar het college. We vullen hiermee de wettelijk (vormvrije) plicht voor burgerparticipatie in zoals deze in de Wmo is vastgelegd. De adviesraad bestaat uit betrokken inwoners. Zij geeft advies over het sociaal beleid vanuit een inwonersperspectief, zonder politiek of persoonlijk belang. Met de adviesraad maken we de beweging van ‘formeel adviseren aan de achterkant’ naar ‘meedenken aan de voorkant’. We hebben de adviesraad gevraagd om met ons te onderzoeken hoe onze inwoners nog nadrukkelijker betrokken kunnen worden en hoe we hierin kunnen samenwerken.
Dorps- en buurtraad De dorpsraad Ulicoten en de buurtraad Castelré zijn voor ons belangrijke gesprekpartners. Zij zijn de ogen en oren van de dorpskernen. Zij vertolken de mening van hun dorpsgenoten en kunnen rekenen op hun draagvlak. Bij nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in de dorpen bepalen hoe we hierbij kunnen samenwerken. We bepalen daarbij onze rol ‘op maat’.
Sophie 37 jaar. “In ons dorp kunnen we veel zelf regelen. Maar het is fijn als de gemeente mee denkt of als de dorpsverbinder tips heeft”
13
5. WAT GAAN WE DOEN OP DE 5 LEEFGEBIEDEN? In dit hoofdstuk vertalen we onze visie en uitgangspunten. Per leefgebied zijn onze uitdagingen benoemd en beschrijven we hoe we deze uitdagingen aan willen gaan. Wat willen we willen bereiken en wat vinden we belangrijk vinden op basis van prioritieten en financiële mogelijkheden? Hierop geven we per leefgebied antwoord. Per leefgebied staan oplossingsrichtingen genoemd die we in het uitvoeringsprogramma vertalen in concrete acties. 5.1. PRETTIG WONEN IN JE BUURT Wat willen we bereiken? Inwoners ervaren onderling betrokkenheid en verbondenheid -
Inwoners ervaren dat ze geaccepteerd worden en erbij horen. Inwoners zetten zich in voor elkaar en de buurt (samenleving). Inwoners kunnen rekenen op elkaar.
Inwoners voelen zich prettig in de fysieke leefomgeving. -
Inwoners voelen zich veilig in hun buurt. Inwoners ervaren de inrichting van hun buurt als prettig en toegankelijk.
Inwoners zijn tevreden met hun woning -
Inwoners vinden dat hun woning past bij hun persoonlijke omstandigheden (betaalbaar, grootte, nabijheid voorzieningen, beschikbaarheid zorg).
Uitdagingen -
-
-
Voor veel van onze inwoners vormt Baarle een Anja , 44 jaar hechte gemeenschap, maar je komt er moeilijk tussen. Voor ‘nieuwkomers’ (inwoners die “In Baarle-Nassau wonen veel verschillende oorspronkelijk niet uit Baarle komt) en inwoners mensen. Contact maken met anderen gebeurt niet die ‘anders’ zijn, (bijvoorbeeld vanwege een vanzelf en als je wat anders bent dan de rest is het psychische, lichamelijke of licht verstandelijke nog moeilijker.Dus toen er in de buurt beperking) is het moeilijk om onderdeel te bijeenkomsten waren over de inrichting van het worden van de gemeenschap en mee te kunnen pleintje, ben ik mee gaan praten. Zo hebben doen. mensen mij beter leren kennen. Nu pas ik Inwoners geven aan dat ze hun straat en regelmatig op de kinderen van de overburen.” buurtgenoten lang niet meer altijd kennen en dat er weinig ontmoetingsplekken zijn. Ook voor kinderen en jongeren is dat zo. Nieuwe sociale structuren zijn veel minder geografisch bepaald. Onder alle leeftijdsgroepen zijn relatief veel inwoners eenzaam. Ze ervaren onvoldoende betekenisvolle contacten. Steeds meer mensen met een zorgvraag wonen zelfstandig in een buurt. Zij lopen een verhoogd risico om eenzaam te worden. Baarle Nassau kent een rijk verenigingsleven.
Daar zijn we trots op! We willen dat graag zo houden maar het wordt voor verenigingen steeds moeilijker op om vrijwilligers en bestuursleden te vinden. De openbare ruimte is op meerdere locaties niet goed toegankelijk en veilig voor mensen met een lichamelijke beperking. Er is in Baarle onvoldoende passende woonruimte beschikbaar voor ouderen en voor mensen met een zorgvraag. De mogelijkheden van het openbaar vervoer zijn beperkt. 14
Eenzaamheid Eenzaamheid is een complex vraagstuk. Vaak gaat er achter eenzaamheid een ander probleem schuil. Een standaard oplossing is er niet. Betekenisvol contact is hierbij een belangrijke sleutel. Een kop koffie kan verlichten, maar samen iets doen levert vaak meer op. Het is niet gemakkelijk om toe te geven dat je eenzaam bent. Activiteiten onder de noemer ‘eenzaamheid’ zijn daarom niet altijd de juiste oplossing. Gezamenlijke activiteiten met een ander doel zijn vaak laagdrempeliger.
Oplossingsrichtingen Een buurt voor iedereen -
-
-
We gunnen onze inwoners een buurt waarin iedereen zich thuis voelt. Daarom willen we sociale samenhang op buurt of straatniveau bevorderen, waarin buurtbewoners oog hebben voor elkaar, zich om elkaar bekommeren en elkaar accepteren zoals ze zijn. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente, inwoners en professionals. Wij zoeken hierin een evenwicht in de paradox van aanjagen en loslaten. Met inwoners gaan we na hoe wij, of onze partners, kunnen bijdragen aan meer onderlinge betrokkenheid. Dat kan in de vorm van een ‘meedoen’ alliantie, maar ook op andere manieren. Bijvoorbeeld met een financiële bijdrage of met kennis, expertise of medewerking. We gaan ook na welke digitale mogelijkheden ingezet kunnen worden (zoals social media platforms) In een buurt voor iedereen zijn ook voldoende mogelijkheden voor ontmoeting, gezamenlijke activiteiten of lichte ondersteuningsmogelijkheden. We zien dat de behoefte hieraan bij ouderen, maar ook bij andere doelgroepen, groot is. Hiervoor zien wij kansen in bijv. De Bremerpoort, Janshove en het (nieuwe) Cultuurcentrum Baarle. Bij de (her)inrichting van straten en wijken gaan we na hoe fysieke toegankelijkheid en gezondheid verbeterd kan worden. We grijpen deze momenten aan om met inwoners na te gaan hoe meer ontmoeting en onderlinge betrokkenheid kan ontstaan.
Ook andere ontwikkelingen, zoals activiteiten vanuit de ‘energietransitie’ (Klimaatakkoord) of vanuit veiligheid grijpen we hiervoor aan.
Bevorderen van vrijwillige inzet -
-
Met de komst van onze dorpsverbinder is al veel bereikt op gebied van vrijwillige inzet. Daar gaan we mee door zodat nog meer inwoners zich vrijwillig inzetten. Dat kan in verenigingsverband, maar ook individueel, als Peter,36 jaar vrijwilliger of als goede buur. Inwoners die zich vrijwillig inzetten voor een ander, een “Ik zag dat het niet goed ging vereniging of initiatief, moeten kunnen rekenen op hulp en met een oud klasgenoot, maar ondersteuning. Dat maakt dat zij zich zeker voelen van hun wist niet goed wat ik er mee aan taak en er mee door kunnen en willen gaan. Deze hulp en moest. Gelukkig hoorde ik toen ondersteuning kan bestaan uit informatie, advies of over het dorpsteam. Van hen deskundigheidsbevordering. De professionals van ons kreeg ik tips waarmee ik gelijk dorpsteam, waaronder de dorpsverbinder, zijn hiervoor aan de slag kon. laagdrempelig bereikbaar en werken samen met onze inwoners.
15
-
-
We verwachten van onze verenigingen dat zij bijdragen aan een inclusieve samenleving of op een andere manier hun maatschappelijke betrokkenheid vergroten. In het nieuwe subsidiebeleid geven we dit samen met onze verenigingen verder vorm. We onderzoeken of we vrijwillig vervoer kunnen stimuleren, bijvoorbeeld met ANWB automaatje.
Passende woonvormen -
We zien dat er meer passende huisvestingsmogelijkheden voor ouderen nodig zijn. Dat is ook de opgave die we in de woonvisie vaststelden. We gaan na of er mogelijkheden zijn om hierin te versnellen. Met Leystromen maken we prestatieafspraken over woningtoewijzing aan bijzondere doelgroepen. We streven naar zoveel mogelijk differentiatie in buurten en straten.
5.2. FINANCIEEL RONDKOMEN
Wat willen we bereiken? Inwoners ervaren financiële zekerheid op de basisbehoeften (huisvesting, eten, kleding, zorg).
-
Inwoners ervaren zekerheid van een minimum inkomen. Inwoners ervaren dat hun inkomsten en uitgaven in balans zijn.
Inwoners met financiële problemen voelen zich betrokken bij de samenleving. -
Inwoners ervaren geen belemmeringen om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten. Inwoners ervaren geen stigma/negatief oordeel rond armoede. Inwoners ervaren invloed om hun situatie te verbeteren.
Uitdagingen -
-
Financiële zorgen staan zelden op zichzelf. Ze hebben een grote invloed op ‘meedoen’: ze veroorzaken vaak problemen op andere leefgebieden en ze staan oplossingen in de weg. Vaak is er ook sprake van ‘schaarste’ op andere gebieden. Financiële zorgen leiden tot (chronische) stress. Hierdoor leven mens vaak ‘bij de dag’ en zijn de gemaakte keuzes die gericht zijn op de lange termijn niet vanzelfsprekend. Wet- en regelgeving zijn vaak complex en de informatie erover is moeilijk te begrijpen. Steeds meer werkenden komen terecht in een armoede of schulden situatie. Inwoners met financiële zorgen wachten lang met het vragen van hulp. Hierdoor nemen problemen vaak onnodig toe. Er rust een groot taboe op schulden, ook al kan het iedereen overkomen. Kinderen die opgroeien in armoede hebben een groter risico op (financiële) problemen als ze volwassen zijn. ‘Armoede erft door’. Schaarste Langdurige schaarste leidt tot (chronische) stress. Het ontneemt mensen het vermogen om hun situatie te verbeteren, want langdurige schaarste beperkt het denkvermogen. Het IQ neemt gemiddeld met 13 punten af. Chronische stress beïnvloedt het geheugen negatief en maakt dat mensen geen overzicht kunnen krijgen en niet meer in staat zijn om doelgericht en probleemoplossend te handelen. (Mullainathan en Shafir, 2013)
16
Oplossingsrichtingen Voorkomen van schulden Schulden ontstaan vaak als gevolg van een zogenaamd ‘life event’, of als gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. We proberen (de toename van) schulden op drie manieren te voorkomen: -
-
We willen beginnende schulden eerder signaleren zodat ze niet onnodig toenemen. We zoeken hierbij naar mogelijkheden om vrijwillige hulp te combineren met hulp van een professional zoals de sociaal raadsheer die begin dit jaar is gestart. Daarnaast willen we, in lijn met toekomstige wetgeving, inwoners met betalingsachterstanden actief benaderen en hen hulp aan te bieden. (‘er op tijd bij zijn’). We geven informatie en voorlichting en proberen vragen over geld te normaliseren. In samenwerking met het dorpsteam verlagen we de drempel om hulp te vragen.
Effectieve Schuldhulp Effectieve schuldhulp zorgt ervoor dat mensen zo snel mogelijk weer schuldenvrij zijn. Daarvoor is het noodzakelijk dat schuldhulp snel doorpakt, dat achterliggende of bijkomende problematiek integraal en ‘op maat’ wordt opgepakt en dat de hulpverlening ‘stress sensitief’ is. Dat laatste wil zeggen dat er rekening wordt gehouden met het denk- en doen vermogen van inwoners met schulden en dat er zoveel mogelijk zekerheid wordt geboden. Vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen kunnen hierbij van grote toegevoegde waarde zijn. Nazorg (op maat) zorgt ervoor dat de kans op terugval kleiner wordt.
Sofia, 41 jaar “Toen Patrick me vertelde hoe hij uit de schulden is gekomen, wist ik dat dat voor mij ook haalbaar moest zijn. Omdat Patrick het zelf heeft meegemaakt kon hij me hierbij helpen. Zo kon ik het volhouden en aan m’n toekomst werken”
Empowerment Mensen in een schulden- of armoedesituatie schamen zich vaak en trekken zich terug. Om (weer) geloof in eigen kunnen te krijgen en perspectief te zien, is het belangrijk dat zij deel kunnen nemen aan activiteiten op het gebied van bijvoorbeeld leefstijl, zingeving en educatie. Dat vergroot de kans dat ze kunnen blijven werken of toe kunnen groeien naar een betaalde baan. Het is ook belangrijk dat er ruimte is voor eigen oplossingsrichtingen en dat inwoners in een schuldensituatie zeggenschap ervaren. Slimme regelingen De verschillende inkomens regelingen, zoals bijzondere bijstand- of meedoen regelingen voor inwoners met een laag inkomen, zorgen ervoor dat zij mee kunnen blijven doen. We willen de verschillende regelingen eenvoudiger maken en beter op elkaar afstemmen. Het gaat hierbij om de uitvoering van de bijzondere bijstand maar ook om bijvoorbeeld stimuleringsregelingen in het kader van de energietransitie. Ons uitgangspunt bij de energietransitie is immers dat deze ‘haalbaar en betaalbaar’ moet zijn. We zorgen dat informatie en formulieren eenvoudig te begrijpen en te vinden zijn. We willen verkennen of samenwerking met fondsen uit de samenleving mogelijk kan worden gemaakt. 5.3. THUIS VEILIG EN KANSRIJK ZIJN Wat willen we bereiken? Inwoners ervaren dat ze thuis veilig zijn. -
Inwoners ondervinden geen (fysiek of mentaal) geweld of misbruik. Inwoners ervaren dat de inrichting van hun woning past bij hun gezondheidssituatie. 17
Inwoners ervaren steun en stimulans in hun thuissituatie. -
Inwoners hebben voldoende draagkracht om voor zichzelf en elkaar te kunnen zorgen Ouders zijn in staat om hun kind goed op te voeden. Kinderen ervaren een positief opvoedklimaat.
Uitdagingen -
Huiselijk geweld en kindermishandeling komen nog te vaak voor en hebben een grote impact op alle levensgebieden. Naast kinderen krijgen steeds meer ouderen te maken met huiselijk geweld. Voor inwoners met een zorgvraag die (langer) zelfstandig thuis wonen is goede zorg in de thuissituatie noodzakelijk. (Jonge) mantelzorgers lopen groot risico op overbelasting. Kinderen in een echtscheidingssituatie zitten vaak in de knel. ‘Ander gedrag’ van kinderen wordt snel als medisch probleem benoemd.
Oplossingsrichtingen Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Huiselijk geweld en kindermishandeling houdt onze voortdurende aandacht. We breiden de ‘meldcode’ huiselijk geweld en kindermishandling uit. Dat met ertoe leiden dat signalen vaker en eerder gemeld én besproken worden. Op deze manier kan zo snel mogelijk de juiste hulp plaatsvinden.
Fleur, 24 jaar “Eén van de kinderen uit het jeugdteam dat ik training geef was de laatste tijd erg angstig. Ze wilde de hele tijd in mijn buurt blijven. Haar moeder reageerde vreemd toen ik haar daarnaar vroeg. Ik heb toen Veilig Thuis gebeld. Gelukkig bleek het niet te gaan om kindermishandeling. Maar met het advies dat zij me gaven weet ik nu hoe ik mijn pupil goed kan helpen”.
Sluitende keten zorg en veiligheid Steeds vaker komen we situaties tegen waarbij veiligheid en zorg beide en gelijktijdig aandacht nodig hebben. Rondom huiselijk geweld, maar ook in andere situaties zoals bijvoorbeeld bij personen met onbegrepen gedrag. We versterken de samenwerking tussen het zorg- en veiligheidsdomein, zodat de veiligheid en de zorg gegarandeerd blijft en wordt afgestemd op elkaar. Zo bieden we passende hulp aan de persoon in kwestie en aan mensen in zijn of haar omgeving. Zorgen voor elkaar mogelijk maken Nu steeds meer mensen met een zorgvraag thuis wonen, Anneke, 81 jaar zijn er steeds meer mantelzorgers die voor hun naasten zorgen. Om dit te kunnen (blijven) doen is ondersteuning “Mijn man heeft Alzheimer. Ik verzorg van mantelzorgers hard nodig. Het gaat om ouderen met hem met liefde, maar het is soms wel een intensieve zorgvraag, maar ook om gezinsleden van zwaar. Tijdens een cursus heb ik mensen met psychische problemen. Ook aan jonge geleerd dat het belangrijk is om de zorg af en toe aan anderen over te laten. Ik mantelzorgers, kinderen die opgroeien met een zieke of ga nu wat makkelijker een middagje op gehandicapte ouder, broer of zus willen we meer stap terwijl een vrijwilliger bij mijn man ondersteuning kunnen bieden.
blijft.” Mantelzorgondersteuning bieden kan op verschillende manieren: met respijtzorg, met vormen van psychoeducatie of met bijvoorbeeld lotgenotencontact. Ook door het (ruimtelijk) toestaan van mantelzorgwoningen of woningdeling kunnen we mantelzorg beter mogelijk maken. We onderzoeken in dat kader ook de kansen van ‘meer generatiewoningen’. 18
Woon-zorg concepten Voor mensen met een zorgvraag die zelfstandig willen wonen, willen we vernieuwende woonzorgconcepten mogelijk maken. We denken aan vormen van mantelzorgwoningen (zie hierboven) maar ook aan geclusterde of gemeenschappelijke woonvormen. Hierin kan formele en informele hulp en ondersteuning efficiënter en op maat geboden en gedeeld worden. We blijven inwoners aansporen rekening te houden met én in te spelen op het ouder worden en hun woning hiervoor zelf geschikt te maken. Bij nieuwe woon-zorg initiatieven gaan we na of deze passen bij de (regionale) behoefte en bij de samenstelling van een wijk, buurt of buitengebied. We kijken daarbij ook naar ruimtelijke regelgeving en financiële risico’s. Opvoed- en opgroei ondersteuning We merken dat ouders steeds vaker hulp zoeken omdat zij het Esmee, 11 jaar gedrag van hun kind als problematisch ervaren. De opvattingen “Mijn ouders hadden altijd veel ruzie. over wat normaal of afwijkend is, verschuiven. Binnen de Nu zijn ze gescheiden, maar ze opgroei- en opvoedhulp die we bieden hebben we daar mopperen nog wel veel over elkaar. aandacht voor. Het aantal kinderen dat in de knel komt bij Met m’n vriendinnen kan ik er niet (v)echtscheidingen is groot. We vergroten innovatieve en over praten. Via school hebben we nu preventieve mogelijkheden om ouders en kinderen te zo een groepje die dat ook meemaken.
gewoon mogelijk te ondersteunen. Dat is fijn. ” Een van de maatregelen daarvoor is de samenwerking met (verwijzende) huisartsen te versterken om specialistische hulp te voorkomen. We onderzoeken ook het verzoek van jongeren voor een ‘chillplek’. Hier kunnen zij zich even uit de thuissituatie verplaatsen en kunnen zij hun verhaal kwijt. 5.4. ZINNIG JE DAG INVULLEN Wat willen we bereiken? Inwoners ervaren dat ze er toe doen. -
Inwoners ervaren dat ze bijdragen aan de samenleving.
-
Inwoners ervaren waardering voor hun inzet.
Inwoners ervaren dat ze hun dag goed kunnen invullen -
Inwoners ervaren een ritme dat bij ze past.
-
Inwoners doen wat bij hun eigen competenties en motivatie past.
inwoners ervaren dat ze zich kunnen ontwikkelen -
Inwoners kunnen een opleiding volgen.
-
Inwoners leren van elkaar.
Uitdagingen -
Mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt zijn niet actief. Zij ervaren vaak weinig ‘zingeving’, Inwoners ‘aan de onderkant van de arbeidsmarkt’ ervaren veel onzekerheid. Statushouders blijven te vaak en te lang afhankelijk van een uitkering. Laaggeletterdheid neemt toe. Veel jongeren stoppen met school zonder startkwalificatie. Vanwege de enclave situatie is doorgaande leerlijn voor veel kinderen niet vanzelfsprekend.
19
Oplossingsrichtingen Meer werk, minder zorg Bij mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is vaak ook sprake van andere (achterliggende) problemen waarvoor ze zorg krijgen. We willen voor hen de mogelijkheden om actief te zijn vergroten door bijvoorbeeld ‘sociale activering’ aan te bieden. Door de structuur en zingeving die dit oplevert voelen zij zich gezonder en wordt de kans groter dat zij door kunnen groeien. Het biedt perspectief op misschien vrijwilligerswerk of misschien zelfs richting betaald werk. Maatwerk is ook hier belangrijk: waar liggen iemands drijfveren en talenten?
Dirk, 42 jaar “ik heb jarenlang eigenlijk niet veel gedaan. Ik was na een echtscheiding behoorlijk depressief en wist niet wat ik met m’n leven moest. Sinds ik vanuit het vrijwilligerspunt af en toe wat klusjes doe, gaat het langzaam beter met me. Nu ben ik weer met een opleiding bezig en ik vind het nog leuk ook!”
Doorgaande lijn re-integratie Inwoners die deelnemen aan sociale activering of reintegratie hebben nu te maken met veel verschillende regelingen (dagbesteding, loonkostensubsidie, beschut werk, werkervaringsplaatsen etc.) die niet goed op elkaar aansluiten. Het kan ertoe leiden dat mensen er financieel op achteruit gaan of in een bureaucratische systeemwereld terechtkomen. Dit maakt de onzekerheid groot en kan motivatie verminderen. we onderzoeken daarom hoe we binnen landelijke wetgeving deze inwoners meer zekerheid en houvast kunnen bieden. Daarnaast willen we nazorg intensiveren zodat inwoners die aan het werk zijn dat ook blijven. Re-integratie voor bijzondere doelgroepen Inwoners die een minder grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, bieden we maatwerk. In samenwerking met de regio ontwikkelen we een aanpak voor specifieke doelgroepen zoals vergunninghouders, mensen met een beperking en jongeren. Deze aanpak voeren we zoveel mogelijk lokaal uit. We gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid en motivatie van inwoners. Als er sprake is, of dreigt, van oneigenlijk gebruik van regelingen zetten we stevig in op handhaving en toezicht.
Laaggeletterdheid Laaggeletterdheid gaat niet alleen over problemen met lezen en schrijven. Ook als sprake is van beperkte digitale of rekenvaardigheden noemen we dit laaggeletterdheid. De samenleving stelt steeds hogere eisen aan deze vaardigheden. Het probleem van laaggeletterdheid wordt hierdoor groter en meedoen voor deze groep moeilijker. We verlagen de drempel om aan educatieve activiteiten deel te nemen door ze aan te bieden op logische plekken die voor inwoners laagdrempelig zijn.
Lokale educatieve agenda Op basis van het onderwijsbeleid werken we aan het verminderen van onderwijsachterstanden, het voorkomen van schooluitval, en aan het stimuleren van ‘burgerschap’. Een van de aandachtpunten is het bevorderen van een goede doorgaande leerlijn gericht op kinderen die verhuizen van België naar Nederland of andersom. En op kinderen die veranderen van een Nederlandse naar een Belgische school of andersom. Een ander aandachtspunt is de doorgaande leerlijn voor kinderen die zijn aangewezen op (speciaal) onderwijs en de zorg die hiervoor thuis én op school voor nodig is.
Nila, 31 jaar “Omdat hij niet zo snel leert mag mijn zoontje vaker naar de peuterspeelzaal komen. Ik vind dat fijn, maar ik zou hem graag zelf ook beter kunnen helpen. Samen met de bieb zijn we nu met een voorleesclubje begonnen. Ik leer daar ook van en het is gezellig!”
20
5.5. FIT EN VEERKRACHTIG ZIJN Wat willen we bereiken? Inwoners voelen zich lichamelijk gezond. -
Inwoners hebben een gezonde leefstijl. Inwoners ervaren geen beperkingen door hun gezondheid.
Inwoners voelen zich mentaal gezond. -
Inwoners hebben een gezonde leefstijl. Inwoners kunnen omgaan met de uitdagingen en tegenslagen van het leven. Inwoners voelen zich geaccepteerd en ervaren kansen om hun talenten in te zetten en eigen regie te ervaren. Inwoners ervaren dat ze ertoe doen en erbij horen. Inwoners ervaren dat ze zelf invloed hebben om hun situatie te veranderen.
Positieve gezondheid We benaderen gezondheid vanuit het concept positieve gezondheid: niet als ‘de afwezigheid van ziekte’ maar als ‘het vermogen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven om te kunnen gaan en eigen regie te voeren’. (Institute for Positive Health www.iph.nl)
Uitdagingen
-
-
Te veel inwoners hebben, op bepaalde onderdelen, nog geen gezonde leefstijl. Een groot deel van deze inwoners bereiken we nog niet met ons beleid. Veel inwoners zijn niet (voldoende) actief. Het aantal mensen dat psychisch kwetsbaar is, neemt onder alle leeftijdsgroepen toe. Het gaat bijvoorbeeld om overbelasting of eenzaamheid. We zien ook meer mensen met ernstige psychische aandoeningen. Het aantal inwoners met dementie stijgt sterk. Deze trend zet zich de komende jaren voort.
Oplossingsrichtingen Sport en cultuur óók als middel Gezondheid en meedoen zijn sterk op elkaar van invloed: meedoen bevordert gezondheid en visa versa. We bieden en/of faciliteren daarom een breed pakket van mogelijkheden op het gebied van sport, bewegen en cultuur. Hiermee stimuleren we een gezonde levensstijl en bevorderen we de positieve gezondheid. Maar ook om andere maatschappelijke effecten te bereiken, bijvoorbeeld op het gebied van ontmoeting en zinnige daginvulling. Deze activiteiten zorgen ervoor dat mensen lekkerder in hun vel komen te zitten en zich fit en veerkrachtiger voelen. We zoeken naar andere wegen om juist die groep inwoners te bereiken die zich niet spontaan aanmeld.
Jennie, 73 jaar “Vroeger sportte ik veel. Maar ik heb het ook jaren niet gedaan. Totdat ik 2 jaar geleden weer ben begonnen op een club met leeftijdgenoten. Ik gebruik nu minder medicatie, maar ik vind het vooral fijn om samen in beweging te zijn en erna nog wat na te praten.”
21
Lokaal sportakkoord Het lokaal sportakkoord dat begin 2020 gesloten is, voeren we uit. Het is een goed voorbeeld van een meedoen-alliantie waarbij verantwoordelijkheid en eigenaarschap gedeeld wordt. We onderzoeken mogelijkheden om het akkoord uit te breiden naar activiteiten op andere leefstijlgebieden, zodat ook het nationaal preventieakkoord (een landelijke richtlijn gericht op het voorkomen van gezondheidsrisico’s) hierin verweven kan worden. We streven naar een grotere rol van onze verenigingen en zien kansen voor de bijdrage van buurtsportcoaches.
Aandacht voor mentale gezondheid We breiden interventies en hulpaanbod uit voor inwoners die psychisch kwetsbaar zijn. Dat doen we in de preventieve sfeer (bijv. met E-health) in het aanbod van (lichte) professionele ondersteuning, en in de crisiszorg. Daarnaast zorgen we ervoor dat professionals en inwoners meer kennis krijgen over psychische problematiek.
Pim, 39 jaar “Sinds mijn studietijd heb ik regelmatig ernstige psychische klachten. Ik ben nu lid geworden van een wandelclub. Dit zorgt ervoor dat ik beweeg en minimaal een keer per week buiten kom. Omdat er ook regelmatig een ervaringsdeskundige mee loopt kan ik ook gemakkelijk m’n problemen bespreken. Ja, het helpt denk ik echt om nieuwe opnames te voorkomen.”
Openbare ruimte We richten de openbare ruimte zo veel als mogelijk in dat deze bijdraagt aan gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan de hoeveelheid groen, aan speeltoestellen of aan wandel- en fietspaden in de bebouwde kom.
Dementie We kunnen als gemeente dementie niet voorkomen of genezen. We hebben wel een opdracht om meedoen voor deze inwoners en hun mantelzorgers mogelijk te maken en hen te ondersteunen als dat nodig is. We participeren in de werkgroep Dementie Vriendelijke Gemeenschap. Deze werkgroep organiseert activiteiten gericht op onder andere ontmoeting en voorlichting en bevordert bewustwording en acceptatie in de samenleving.
22
6. PASSENDE ONDERSTEUNING Niet al onze inwoners kunnen meedoen op de vijf leefgebieden zonder professionele hulp. Hoewel professionele hulp in Hoofdstuk 5 hier en daar al aan de orde is gekomen, zien we overstijgend aan de leefgebieden een aantal algemene uitdagingen en kansen voor verbetering. Wat willen we bereiken3? Inwoners ervaren dat ondersteuning effect heeft. -
Inwoners vinden dat ze de dingen die ze willen doen ook beter kunnen doen. Inwoners vinden dat ze zichzelf beter kunnen redden. Inwoners ervaren een betere kwaliteit van leven.
Inwoners ervaren dat ze goede ondersteuning krijgen -
Inwoners vinden dat de ondersteuning bij hen past. Inwoners vinden de kwaliteit van de ondersteuning goed.
Inwoners ervaren contact met de gemeente of dorpsteam positief -
Inwoners weten waar ze moet zijn met een vraag. Inwoners vinden dat ze snel worden geholpen. Inwoners ervaren dat ze serieus worden genomen. Inwoners ervaren invloed/ zeggenschap bij het zoeken naar een oplossing.
Uitdagingen -
-
De kosten voor maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugdzorg blijven stijgen. Zelfredzaamheid en ‘eigen kracht’ is niet voor iedereen (volledig) mogelijk. Zij hebben meer en/of langduriger ondersteuning nodig. Onze inwoners wachten vaak lang met het stellen van een (hulp)vraag. Problemen worden zo vaak onnodig groot. Hoewel onze consulenten al intensief samenwerken met andere professionals zoals het dorpsteam en de wijkverpleegkundigen, lukt het nog onvoldoende om hulp en ondersteuning af te stemmen op de persoonlijke omstandigheden en (on)mogelijkheden van inwoners. Ook “Eén gezin, één plan’ lukt nog lang niet altijd. Steeds vaker hebben mensen (ook) psychische problemen. We hebben behoefte aan meer expertise op dit gebied.
Oplossingsrichtingen Het dorpsteam De professionals van ons dorpsteam zijn goed bereikbaar en ‘dichtbij’ voor onze inwoners. Zo kunnen zij problemen in een vroeg stadium signaleren en lichte hulp bieden of samen organiseren. Ze werken hierbij steeds meer samen met inwoners: vrijwilligers, betrokken buren of verenigingen. Activiteiten vinden in bij voorkeur plaats op logische laagdrempelige locaties zoals een MFA, Cultuurcentrum Baarle of Janshove. Door zo meer mogelijkheden voor collectieve en preventieve hulp te creëren willen we het aantal individuele maatwerkvoorzieningen verminderen.
3
De onderstaande doelstellingen sluiten aan op het verplichte cliëntervaringsonderzoek voor Wmo en jeugd.
23
Persoonlijk Plan We willen nog meer maatwerk bieden dat aansluit op de persoonlijke omstandigheden en (on)mogelijkheden van inwoners: meer op elkaar afgestemd, met aandacht voor talenten en drijfveren van inwoners en met ruimte voor eigen oplossingen. We betrekken en versterken hierbij persoonlijke netwerken van inwoners. We maken, om hier structuur aan te geven en om willekeur te voorkomen, gebruik van het afwegingskader op basis van de publieke waarden driehoek. De ervaring in andere gemeenten leert dat dit leidt tot meer passende hulp, en dat dit ook vaak goedkoper is. We verwerken deze aanpak in onze lokale regelgeving.
Denk- en doen vermogen Het WRR-rapport (2017) ‘Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op zelfredzaamheid’ maakt onderscheid tussen het denkvermogen en het doen vermogen. Het denkvermogen wordt beïnvloed door cognitieve vaardigheden en intelligentie. Het doen vermogen hangt af van de persoonskenmerken temperament, zelfcontrole en overtuiging van eigen kunnen (bijvoorbeeld plannen, een doel stellen, in actie komen, volhouden). Doen vermogen staat dus voor een groot deel los van intelligentie. Bij het maken en uitvoeren van beleid moeten overheden zich meer realiseren dat zij niet onbeperkt een beroep kunnen doen op het ‘doenvermogen’.
Samenwerking We blijven ons inzetten om samenwerking tussen professionals onderling en met vrijwilligers te verbeteren. We doen dit door de samenwerking met het dorpsteam verder uit te bouwen, processen sterker in te richten en de afstemming met het veiligheidsdomein te optimaliseren. We versterken ook de samenwerking met het onderwijs en het medisch domein. Het te ontwikkelen regionaal convenant met zorgkantoor en zorgverzekeraars is één van de bouwstenen hiervoor. Clientondersteuning Om te komen tot een persoonlijk plan is het belangrijk dat een inwoner iemand naast zich heeft die ondersteuning biedt bij de gesprekken met de gemeente. Deze cliëntondersteuning kan worden geboden door een professional, maar ook door een vrijwilliger of ervaringsdeskundige. Ook iemand uit het eigen sociaal netwerk kan cliëntondersteuning bieden. Dat laatste heeft onze voorkeur vanwege de duurzame relatie. Dat neemt niet weg dat professionele cliëntondersteuning voor de meest kwetsbare inwoners met complexe problematiek altijd beschikbaar is. Nu we sinds 2020 één van de zogenaamde ‘koplopergemeente cliëntondersteuning’4 zijn kunnen we de aanpak hierop intensiveren. Ervaringsdeskundigheid Steeds meer wordt duidelijk dat het delen van ervaringen veel steun kan bieden aan inwoners. We willen daarom ‘ervaringsdeskundigheid’ meer beschikbaar maken voor onze inwoners.
We maken onderscheid in vrijwillige ervaringsdeskundigheid en professionele ervaringsdeskundigheid (op Mbo of Hbo niveau). Effectieve resultaat gestuurde inkoop We vinden het belangrijk dat de gespecialiseerde zorg, die we samen met de regio inkopen, zo veel mogelijk
4
Het ministerie van VWS bevordert de beschikbaarheid van cliëntondersteuning met projectsubsidies. De deelnemende gemeenten zijn zogenaamde ‘koplopergemeente’ omdat hun ervaringen gedeeld worden met andere gemeenten.
24
aansluit bij onze visie. We willen de samenwerking met zorgaanbieders verbeteren en meer lokale inbedding mogelijk maken. Dat is gemakkelijker als we met minder verschillende aanbieders te maken hebben. Een bepaalde mate van keuzevrijheid moet hierbij mogelijk blijven. Ook willen we voorkomen dat aanbieders enkel de ‘makkelijke’ cliënten in zorg nemen en zijn we alert op fraude bij aanbieders. We behouden het pgb (persoonsgebonden budget) als dit meerwaarde biedt voor inwoners die zelf regie willen én kunnen nemen. Het aanbod van gespecialiseerde zorg verminderen we niet voordat er geschikte preventieve en collectieve voorzieningen beschikbaar zijn.
25
BIJLAGE 1 – ‘FOTO VAN BAARLE’ HOE GAAT HET MET DE INWONERS IN BAARLE? Dat is de vraag en een belangrijk vertrekpunt voor het ontwikkelen van het nieuw zorg- en welzijnsbeleid. Per leefgebied beschrijven we enkele feiten5 en ervaringen. Alle ervaringen hebben betrekking op gesprekken met collega’s, de Adviesraad Sociaal Domein, professionals en inwoners. Ook blikken we terug op het oude beleid waarbij er is onderzocht wat er al is bereikt, welke aandachtspunten er zijn en waar de ontwikkelkansen liggen.
Leefgebied: Prettig wonen in je buurt Enkele feiten • • •
Meer dan de helft van de 65-plussers in Baarle-Nassau is eenzaam. 48% van de inwoners tussen de 18 en 64 jaar geeft ook aan eenzaam te zijn. De gemeente scoort laag op sociale cohesie. Mensen voelen zich niet zo verbonden met elkaar. De meeste inwoners voelen zich veilig.
Verder -
-
-
-
Men vindt de gemeenschap van Baarle-Nassau divers, waarbij sociale contacten niet vanzelf ontstaan en acceptatie van ’anders’ moeilijk is. Er is sprake van sociale uitsluiting voor jongeren, maar ook voor nieuwkomers. Voor jongeren, voor ouderen en kwetsbare groepen missen er voorzieningen om ontmoeting en activiteiten mogelijk te maken. t Baols Bakse draagt hieraan wel bij en is een zeer gewaardeerd initiatief. ‘Nieuwkomers’ (inwoners die oorspronkelijk niet uit Baarle komen) hebben behoefte aan meer contact met anderen. Zij geven aan ‘er moeilijk tussen te komen’. Ook bij jongeren is relatief vaak sprake van sociale uitsluiting. Toch zijn er ook signalen dat de betrokkenheid tussen inwoners van Baarle-Nassau onderling en met inwoners van Baarle-Hertog meer tot stand komt. Hierin speelt de dorpsverbinder een belangrijke rol. Het Cultuurcentrum Baarle neemt een actievere rol in om verenigingen met elkaar te verbinden. Verenigingen en andere vrijwilligersorganisaties zijn onmisbaar in de gemeente. Het sterke verenigingsleven van Baarle komt wel steeds meer onder druk te staan, door een teruglopend aantal vrijwilligers, vergrijzing en door toenemende regelgeving. Een belangrijk punt van aandacht is dat er weinig mogelijkheden zijn voor ’inclusief meedoen’. Zo is de fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte vaak niet goed.
Hier liggen kansen om samen met collega’s van het fysiek domein de gemeente toegankelijker te maken.
Leefgebied: Financieel rondkomen Enkele feiten • • • •
Er is een daling van het aantal mensen met een bijstandsuitkering. Er is relatief weinig armoede in de gemeente. Het aantal inwoners met schulden is niet minder dan gemiddeld. 14% van de volwassenen geeft aan moeite te hebben met rondkomen. Dat is… ??
Verder -
-
Huidige voorzieningen en regelingen zijn erg belangrijk om mee te kunnen (blijven) doen. Maar het zijn geen structurele oplossingen. Inwoners wachten lang met het zoeken naar hulp bij financiële problemen. Schulden zijn dan al vaak problematisch, wat vaak leidt tot persoonlijk leed en inzet van dure hulpverlening. De schaamte is groot, of het is niet bekend welke voorzieningen er zijn. We zien dit ook terug bij het geringe gebruik van de meedoen regelingen. Het is moeizaam om de gezinnen voor wie het bedoeld is te bereiken.
5
De cijfers zijn afkomstig van Waarstaatjegemeente.nl of uit de GGD monitoren. We hebben de cijfers vergeleken met andere kleine gemeenten of met andere gemeenten in de regio West-Brabant. 26
Leefgebied: Veilige en kansrijke thuissituatie Enkele feiten • • • • •
Het aantal kinderen met jeugdhulp varieert rond het gemiddelde. Er is een stijging van de verwijzingen van jeugdhulp via het medisch domein (o.a. huisarts). Er is een toename in complexe problematiek bij jongeren. Er is een stijging van het aantal Wmo voorzieningen, in het bijzonder hulp bij het huishouden. Er wonen veel ouderen zelfstandig. Het percentage dat kan rekenen op steun van de omgeving is relatief laag.