B4 Bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten Bijlagen toelichting-gecomprimeerd
Tekst van het document
Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
4
Bijlage 2
Toelichting grondgebondenheid
6
Bijlage 3
AERIUS berkening aanleg- en bouwfase
8
Bijlage 4
Toelichting invoergegevens AERIUS
17
Bijlage 5
Uitdraai BZV
25
Bijlage 6
Berekening opslagcapaciteit mestafzetruimte
33
Bijlage 7
Verslag omgevingsdialoog
36
Bijlage 8
Flora en Fauna onderzoek
46
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek
108
Bijlage 10
Nota van vooroverleg Baarleseweg 2 en 4 Ulicoten
146
Bijlage 11
Nadere onderzoeken ecologie
154
Bijlage 12
Nota van ambtelijke wijzigingen
383
2 vastgesteld)
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
4 vastgesteld)
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlage 2 T oelichting grondgebondenheid
6 vastgesteld)
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (
Notitie: Gilze,
Toelichting grondgebondenheid Locatie: Baarleseweg 2-4 ong. te Ulicoten 02-08-2021/ gewijzigd 17-02-2022
Kenmerk: JR/02201.011
Aanleiding Initiatiefnemer exploiteert een melkveehouderij aan de Baarleseweg 4 te Ulicoten en is voornemens twee bouwvlakken samen te voegen naar één bouwvlak van maximaal 2,0 hectare. Verder blijft de omvang en activiteiten van het bedrijf onveranderd. Initiatiefnemer huisvest 194 melk- en kalfkoeien en 5 stuks vrouwelijk jongvee op het melkvee bedrijf. Deze dieren worden in de bestaande stallen gehuisvest. In artikel 3.51 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn regels opgenomen voor beperkingen veehouderij, de planlocatie is gelegen in deze aanduiding. Dit artikel is niet van toepassing als er sprake is van een grondgebonden veehouderij en wanneer de ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Nadere regels zorgvuldige veehouderij. Voor de gewenste ontwikkeling wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan aangevraagd. Er wordt daarbij aangesloten bij de eisen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Toetsing veebezetting grondgebonden agrarische veehouderij Uit de Gecombineerde Opgave van het jaar 2021 blijkt dat het agrarische bedrijf momenteel beschikt over 71,24 hectare grond. De melkveehouderij aan de Baarleseweg 4 te Ulicoten is een grondgebonden bedrijf, aangezien het bedrijf 71,24 hectare in gebruik heeft. Deze gronden zijn binnen een straal van 2 á 3 kilometer van het bedrijf gelegen.
71,24 hectare x 2,75 GVE = 195,91 GVE beschikbaar. Initiatiefnemer huisvest 194 melk-en kalfkoeien en 5 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar. Dit is 194 x 1GVE= 194 en 5 x 0,4 GVE = 1,6. Samen is dit 1,6 + 194 = 195,6 GVE. Maximale GVE voor het aantal hectare dat de initiatiefnemer heeft is 195,91 GVE en het aantal GVE van het initiatief is 195,6 GVE. De eigenaar heeft dus een grondgebonden bedrijf. Ook is het initiatief getoetst aan de voorwaarden van een zorgvuldige veehouderij en wordt hier met een 7,27 aan voldaan, zie bijlage.
Bijlage 1: Toelichting BZV Bijlage 2: Invoergegevens BZV
1 van 1
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlage 3 AERIUS berkening aanleg- en bouwfase
8 vastgesteld)
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
van Dun advies Baarleseweg 2,4 en ong., 5113 TA Ulicoten 02201 Aanleg- en bouwfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RgaQL91ELDWN 22 november 2023, 13:42 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanleg en bouwfase - Beoogd Aanleg en bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RgaQL91ELDWN (22 november 2023)
2024 -
2,0 kg/j
48,6 kg/j
2/8
Projectberekening
Aanleg en bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 3
Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele interne bron Verkeersnetwerk
RgaQL91ELDWN (22 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,0 kg/j 79,3 g/j
46,1 kg/j 2,4 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RgaQL91ELDWN (22 november 2023)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanleg en bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RgaQL91ELDWN (22 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/8
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
Naam
Coördinaat
8
Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden (22 km) Ronde Put (21 km)
6
De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld (17 km)
7
Klein en Groot Schietveld (18 km)
5
Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (17 km)
1
Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (4 km) Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (5 km)
X:135954 Y:367610 X:136581 Y:369501 X:101922 Y:382235 X:103140 Y:376318 X:121209 Y:367585 X:125363 Y:381376 X:121418 Y:379395 X:114981 Y:372751 X:114925 Y:388142
9
3 4 2
RgaQL91ELDWN (22 november 2023)
Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats (13 km) Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop (5 km)
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/8
Projectberekening
Aanleg en bouwfase, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Mobiele externe bron (W) X:119703,78 Y:384974,55 1.995,73 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Mobiele externe bron (O) X:121298,8 Y:384517,27 1.323,51 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Mobiele werktuigen | Landbouw Mobiele interne bron X:120667,58 Y:384795,04 2,88 ha
Mobiele werktuigen
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Naam
Stageklasse
-
-
Brandstofverbruik
8196 l/j
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
1,5 kg/j 0,5 kg/j 47,7 g/j
In file
184,0 /jaar 0,0 /jaar 221,0 /jaar 0,0 /jaar
Max. snelheid
Naam Locatie Oppervlakte
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Aantal voertuigbewegingen
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
-
Aantal voertuigbewegingen
1,0 kg/j 0,3 kg/j 31,6 g/j
In file
184,0 /jaar 0,0 /jaar 221,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
46,1 kg/j 2,0 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
400 u/j 492 l/j
Stof Emissie
NOₓ
46,1 kg/j NH₃ 2,0 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RgaQL91ELDWN (22 november 2023)
7/8
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RgaQL91ELDWN (22 november 2023)
8/8
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlage 4 T oelichting invoergegevens AERIUS
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (vastgesteld) 17
Notitie:
Invoergegevens AERIUS-berekening
Gilze,
04-08-2021/ gewijzigd 27-06-2023/ gewijzigd 22-11-2023
Kenmerk: JR/02201.010 Deze notitie ‘Invoergegevens AERIUS’ behoort tot het bestemmingsplan ‘Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten’. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de gebruikte gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie met het rekenprogramma AERIUS Calculator 2023. Om te bepalen of de ontwikkeling aan de Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten (negatieve) gevolgen heeft voor Natura-2000 gebieden, dient er middels een ‘voortoets’ bepaald te worden of er sprake is van stikstofdepositie op deze gebieden. Omdat de aanleg- en bouwfase en gebruiksfase van het de beoogde ontwikkeling aan de Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten deel uitmaakt van het bestemmingsplan, moet er worden bepaald hoeveel stikstofemissies er in de aanleg- en bouwfase en gebruiksfase vrijkomt. Als de uitkomst is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar, dan is er geen natuurvergunning nodig en zijn er geen beperkingen omtrent stikstof / gebiedsbescherming. Het rekenprogramma berekend aan de hand van de invoergegevens de depositie over één kalenderjaar. Er is derhalve vanuit een worst-case scenario gerekend met het rekenjaar 2024. De rekenresultaten van de berekening zijn als separate bijlage aan de toelichting toegevoegd.
1 van 7
1. Aanleg- en bouwfase Om te bepalen of bij de aanleg- en bouw van de beoogde situatie aan de Baarleseweg 2,4 en ong. te Ulicoten mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000gebieden. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/ jaar is en dat de bouw en sloop van de bebouwing daarom geen negatieve gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden heeft. De bouw van de beoogde bebouwing genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. De aanlegfase heeft betrekking op het bouwrijp maken van de grond ter plaatse en de nieuwbouw van de burgerwoning met bijgebouw van 400 m2, het beoogde naaiatelier van 300 m2 en het verplaatsen van de ruwvoer opslag in combinatie met de verkeersaantrekkende werking van bouwverkeer. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen. 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met relevante bijdrage. Bron 1 Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Verkeersbewegingen (noordelijke) Lijnbron wegverkeer (oostelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 184 lichte en 221 zware voertuigbewegingen per jaar (zie onderstaande toelichting)
Bron 2 Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Verkeersbewegingen (zuidelijke) Lijnbron wegverkeer (westelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 184 lichte en 221 zware voertuigbewegingen per jaar (zie onderstaande toelichting)
1.1.1. Toelichting invoergegevens verkeersbewegingen
Per m2 bebouwing wordt uitgegaan van 0,1 lichte en 0,12 zware verkeersbeweging. Er worden verouderde varkensstallen (900 m2) en de voormalige bedrijfswoning Baarleseweg 2 (90 m2) gesaneerd en nieuwe bebouwing wordt nieuw gerealiseerd met en totale oppervlakte van circa 850 m2. De te slopen en nieuw te bouwen is in totaal 1.840 m2(850 m2 nieuw bouw+ 990 m2 slopen). Derhalve zijn de volgende verkeersbewegingen gehanteerd: 1. Licht verkeer: 184 voertuigen per jaar (368 verkeersbewegingen per jaar) 2. Middelzwaar verkeer: dit is meegenomen in de verkeersbewegingen voor zwaar verkeer, als wordt-case benadering; 3. Zwaar verkeer: circa 221 voertuigen per jaar (442 zware verkeersbewegingen per jaar)
Licht verkeer
Gedurende de aanleg-/bouwfase zullen bedrijfsbusjes met bouwvakkers zich van en naar de bouwplaats bewegingen. Het personeel van deze bedrijven verrichten de bouwwerkzaamheden. Deze verkeersbewegingen blijven de gehele aanleg-/ bouwfase aanwezig.
Middelzwaar verkeer
Er is geen onderscheid gemaakt tussen middelzwaar en zwaar verkeer aangezien niet in alle gevallen bekend is van welk type vrachtauto gebruik zal worden gemaakt. Er is derhalve enkel uitgegaan van zwaar (vrachtverkeer), hierdoor is sprake van een worst-case benadering. In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer lager uitvallen.
Zwaar (vracht) verkeer
Het bouwmateriaal- en machines wordt aan- en afgevoerd met zwaar (vracht)verkeer. Wanneer wordt gestart met de aanleg-/ bouwfase zullen voornamelijk aan het begin van deze periode materialen worden afgeleverd. Naarmate deze periode verstrijkt en dat de bouw verder is afgewerkt, zullen de verkeersbewegingen met materialen ook wat afnemen. Voor een worst-case scenario is in de invoergegevens geen rekening gehouden met deze afname van verkeersbewegingen. De 2 van 7
verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen. Het betreffen wegen buiten de bebouwde kom. De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft wegen binnen de bebouwde kom er is vanuit gegaan dat de rijrichtingen op de openbare weg ongeveer evenredig verdeeld zullen zijn van en naar de oostelijke en westelijke richting. De lijnbronnen zijn derhalve in oostelijke (richting Baarle-Nassau) en westelijke (richting Ulicoten) richting opgenomen. De ontsluitingsroute is meegerekend tot het moment dat het verkeer kan worden geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld. De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis.
1.1.2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage
Bij de bouw van de beoogde koelcel en loods zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van de nieuw te realiseren ontwikkeling en omliggend terrein. De mobiele werktuigen zijn geselecteerd uit de subcategorie ‘mobiele werktuigen’. Via de eigen specificatie zijn de draaiuren zoals hieronder beschreven ingevuld. De emissies van de mobiele werktuigen worden met deze gegevens automatisch berekend. Er is als worstcase scenario uitgegaan van mobiele werktuigen met het bouwjaar vanaf 2014 en een stage klasse van IV, 2014-2018, 75-560 kW, Disel, SCR ja. Voor de inzet van de mobiele werktuigen/materieel zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Bron 3 Mobiele bronnen Maximaal vermogen: 210 kW Bouwjaar: 2014-2018 Draaiuren: 400 uur Gemiddelde belasting: 35 % Totaal brandstofverbruik: 8.196 liter AdBlue-verbruik: 492 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V) Bij de aanleg- en bouw beoogde van de beoogde ontwikkeling zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden.
Tijdens de bouw zullen naar verwachting de volgende machines worden ingezet: ▪ Graafmachine ▪ Betonpomp ▪ Mobiele hijskraan ▪ Trilplaat Als worst-case scenario wordt er vanuit gegaan dat al het materieel een minimaal bouwjaar heeft vanaf 2014 met een vermogen van 210 kW. De machines zullen gezamenlijk maximaal 400 uur in bedrijf zijn met een belasting van 35%. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats. De emissie wordt automatisch berekend in AERIUS Calculator 2023. Tijdens de bouw van de beoogde ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van verschillende mobiele bronnen, zoals een graafmachine voor het slopen, bouwrijp maken van de grond en het ontgraven van de poeren, een betonpomp ter ondersteuning van het plaatsen van de poeren en een bouwkraan voor het plaatsen van zware materialen zoals betonpanelen, dakplaten, etc. Er is vanuit gegaan dat de mobiele bronnen circa 400 draaiuren in gebruik zijn. Indien nodig zullen de overige draaiuren opgevangen worden door elektrisch materieel. Bij het gebruik van elektrisch materieel is er geen sprake van emissie waardoor deze niet meegenomen zijn in de berekening.
Conclusie
Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve is ten behoeve van de aanleg- en bouwfase van het initiatief geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
3 van 7
2. Gebruiksfase De locatie Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten heeft een vigerende WNB vergunning d.d. 08-2-2016 met de vergunde ammoniakemissie van 4.150,5 kg NH3 per jaar. In de beoogde situatie worden er 194 melken kalfkoeien en 4 stuks vrouwelijk jongvee gehouden aan de Baarleseweg 4 te Ulicoten de beoogde woonbestemming (kadastraal gemeente Baarle-Nassau sectie M nummer 728) worden 4 koeien en 4 stuks vrouwelijk jongvee hobbymatig gehouden. Dit komt neer op 2.609,2 kg NH3 (198 melk- en kalfkoeien *13 kg NH3 /dierplaats/jaar + 8 * 4,4 kg NH3 /dierplaats/jaar) en is dus een afname van 1.541,3 kg NH3 ten opzichte van de vigerende vergunning. Ook wordt de bestaande bedrijfswoning Baarleseweg 2 gesloopt en wordt een nieuwe gasloze woning (geen stikstofemissie) gerealiseerd binnen de beoogde woonbestemming. Tevens kan gesteld worden dat er in de beoogde situatie twee agrarische bouwvlakken verdwijnen waardoor in de beoogde situatie de verkeersbewegingen van en naar het plangebied afnemen. Aangezien in de beoogde situatie de ammoniakemissie afneemt met 1.514,3 kg, het aantal zware- en lichte verkeersbewegingen afneemt, een gasloze woning wordt gerealiseerd, intensieve veehouderij wordt gesaneerd en dieraantallen van de melkveehouderij afnemen kan er met zekerheid gesteld worden dat de beoogde gebruiksfase afneemt en opzichte van de huidige situatie.
Er is daarom geen gebruiksfase AERIUS berekening gemaakt voor de beoogde gebruiksfase.
4 van 7
3. Effect stikstofdepositie op buitenlandse Natura 2000-gebieden Vanwege de ligging van het bedrijf kan de emissie van stikstof ook effect hebben op de buitenlandse Natura 2000-gebieden. In deze paragraaf is de stikstofdepositie getoetst aan het buitenlandse beleid. Binnen een straal van 25 km van het bedrijf zijn de volgende buitenlandse gebieden meegenomen in de berekening. Omdat het rekenmodel niet automatisch de depositie berekend op de buitenlandse gebieden zijn handmatig enkele rekenpunten geplaatst in het rekenmodel: - Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout - Heesbossen, Vallei en Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop - Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout - Het Blak, kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats - Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen - De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld - Klein en Groot Schietveld - Ronde Put - Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden Uit de verschilberekening blijkt dat er geen sprake is van een toename van depositie op bovengenoemde gebieden. Er kan dus worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op de buitenlandse Natura 2000-gebieden.
5 van 7
4. Conclusie Middels een AERIUS-berekening zoals toegelicht in deze notitie is bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositite op de Natura 2000-gebieden. De uitkomst van deze berekening is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus de uitkomst is kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar, er is daarom geen natuurvergunning nodig voor de aanleg- en bouwfase en de gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling aan de Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten.
6 van 7
5. Bijlagen Separaat toegevoegd: - AERIUS berekening aanleg- en bouwfase
7 van 7
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlage 5 Uitdraai BZV
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (vastgesteld) 25
Notitie: Toelichting invoergegevens BZV Gilze,
15-07-2021/gewijzigd 11-09-2023
Kenmerk: 02201.013 / JR
1 van 7
2 van 7
3 van 7
4 van 7
5 van 7
6 van 7
7 van 7
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlage 6 Berekening opslagcapaciteit mestafzetruimte
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (vastgesteld) 33
Berekening voeropslagcapaciteit Melk- Kalfkoeien 194 Jongvee 5 Dagen 365 Opname ruwvoer 2,00% lichaamsgewicht
Melk- / kalfkoeien Jongvee Totaal
Rantsoen Kuilgras Snijmais
Gem. gewicht kg/ds 650 300
Percentage DS (kg/m3) Rantsoen Kuilgras Snijmais
60% 40%
240 260
kg/ds per dier per jaar kg/ds per jaar m3/jr m3/dier 13 4.745 920530 3682,12 18,98 6 2.190 10950 43,8 8,76 931480 3725,92
Rantsoen 40/60 558.888 372.592
Veevoederopslagen lengte Kuilplaat
breedte 30 30 40 40 40 40 40
10 10 10 10 10 14 14
Totale opslagcap Keukentafelberkening aantal Melkkoeien aantal Jongvee
x x
opp
gem hoogte inhoud max ds opslag 299 2,0 599 155.610 305 2,0 609 158.340 400 2,0 800 208.000 380 2,0 760 197.600 400 2,0 800 192.000 540 2,0 1.080 259.200 560 2,0 1.120 268.800 0 0 0 5.768 1.439.550
benodigd ruwvoer per jaar 18,98 m3 per koe 8,76 m3 stuk jongvee
! Er is wel uitgegaan van een gemiddelde 250 kg ds per m3! ALLEEN GELE VAKKEN INVULLEN!!!
3796 1226,4 5022,4
kilo/dier 16133 7446
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlage 7 Verslag omgevingsdialoog
36 vastgesteld)
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (
Notitie:
Verslag omgevingsdialoog Locatie: Baarleseweg 2-4, 5113 TA te Ulicoten
Gilze,
15-07-2022
Kenmerk:
JR/02201.010
De omgevingsdialoog is schriftelijk uitgevoerd. Er is een brief opgesteld die is afgegeven bij omwonenden in de omgeving van het beoogde plan. Middels deze brief zijn de omwonende in gelegenheid gesteld om (schriftelijk) een reactie te gegeven op het plan aan de Baarleseweg 2-4 te Ulicoten. De omwonende van het plangebied zijn benaderd. Dit zijn in totaal 6 adressen. Een lijst en een situatietekening met de adressen is bijgevoegd in de bijlage. De opgestelde en afgegeven brief is bijgevoegd als bijlage.
Reactie omwonende
Naar aanleiding van de brief van het omgevingsdialoog hebben 4 omwonende een reactie gegeven of het plan en het formulier ingevuld, zie bijlage. Deze 4 omwonende hebben direct akkoord/ geen problemen gegeven op het plan. De bewoners van de Baarleseweg 3 en de bewoners van het adres Reuth 4 hebben geen reactie gegeven op de uitnodiging.
Conclusie Zoals uit dit verslag blijkt hebben de omwonende positieve opmerkingen gegeven. Ze gaan akkoord met de beoogde ontwikkeling.
Bijlagen
De volgende documenten zijn bijgevoegd in de bijlage van dit verslag: - Lijst adressen omwonende - Situatietekening - Brief en invulvel omgevingsdialoog
1 van 1
Verspreidingsgebied: Omgevingsdialoog Baarleseweg 2-4 ong. te Ulicoten -
Baarleseweg 1a Baarleseweg 3 Baarleseweg 6 Baarleseweg 8 Baarleseweg 10 Reuth 4
Afbeelding 1: Verspreidingsgebied 500 meter omgevingsdialoog
1 van 1
Buurtbewoners Baarleseweg 2-4 ong. te Ulicoten Ulicoten,
28-03-2022
Ons kenmerk: 02201.010
Betreft:
Omgevingsdialoog beoogde ontwikkeling Locatie: Baarleseweg 2-4 ong., 5113 TA te Ulicoten
Geachte buurtbewoners, Middels deze brief willen wij u in de gelegenheid stellen om schriftelijk of mondeling een reactie te geven op de beoogde ontwikkelingen van de agrarische bestemming aan de Baarleseweg 2-4 ong. te Ulicoten. We zijn in voorbereiding op een bestemmingsplan, waarvoor het adviesbureau Van Dun Advies B.V. de plannen opstelt en in contact treed met de gemeente. In het kader van het bestemmingsplan willen wij graag onze ideeën kenbaar maken bij de directe buurtbewoners. Dit geeft u de gelegenheid om opmerkingen te plaatsen waarmee wij mogelijk rekening kunnen houden in de uitwerking. Het plan Wij beoogen aan de locatie Baarleseweg 4 de huidige melkveehouderij als hoofdactiviteit voort te zetten. Hiermee blijft de huidige bestemming ‘Agrarisch-Agrarisch Bedrijf’ gehandhaafd. Wij beoogen de twee tegen elkaar gelegen bouwvlakken samen te voegen tot één bouwvlak agrarisch bedrijf en deze te verkleinen tot 1,5 hectare met een extra 0,5 hectare voor de opslag van ruwvoer. Door het samenvoegen van deze twee agrarische bouwvlakken die individueel 2,0 hectare groot konden zijn (samen 4,0 hectare) wordt deze in de beoogde situatie verkleind naar 2,0 hectare. Hierbij blijft de bestaande bedrijfswoning aan Baarleseweg 4 gehandhaafd. In de beoogde situatie vinden binnen het ‘Agrarisch-Agrarisch Bedrijf’ bouwvlak de nevenactiviteiten Bed and breakfast en naaiatelier plaats.
Bed and breakfast
Wij beoogen de bed and breakfast in de voormalige bedrijfswoning van Baarleseweg 2 te realiseren. De beoogde Bed and breakfast wordt circa 90 m2 (afbeelding 1). De nevenactiviteit Bed and breakfast blijft ondergeschikt aan de agrarische hoofdfunctie, aangezien de bed and breakfast qua omvang, werkzaamheden en financieel ondergeschikt is aan de hoofdfunctie.
Naaiatelier De bestaande nevenactiviteit ‘Atelier 43’ zal blijven bestaan. Deze willen wij binnen voornoemde bestemming ‘Agrarisch-Agrarisch Bedrijf’ aan laten duiden als nevenactiviteit naaiatelier met een maximale oppervlakte van 400 m². Wij beoogen de locatie van het naaiatelier te wijzigen en deze ten zuidwesten van het beoogde ‘Agrarisch-Agrarisch Bedrijf’ bouwvlak te situeren. De bestaande nevenactiviteit naaiatelier blijft net zoals in de huidige situatie ondergeschikt aan de agrarische hoofdactiviteit.
Wonen
Het oostelijke bouwvlak (zonder bedrijfswoning) heeft nu de bestemming ‘Agrarisch-Agrarisch Bedrijf’ met de aanduiding ‘iv’. Wij wensen deze bestemming te veranderen naar de bestemming ‘Wonen’ waardoor de aanduiding intensieve veehouderij verdwijnt. De huidige varkensstallen zullen worden gesloopt in verband met de sloopkwaliteitsregeling. Aangezien het in het buitengebied over het algemeen niet mogelijk is om extra woningen te realiseren, zijn wij voornemens om de huidige woonfunctie van de bedrijfswoning aan Baarleseweg 2 af te halen en de woonfunctie te verplaatsen
1 van 3
naar het oostelijke bouwvlak ten behoeve van een bouwkavel voor ‘Wonen’ met een bijgebouw van 400 m2. Op deze locatie wordt een meerwaarde gecreëerd door het saneren van een intensieve veehouderij. Ook worden er twee agrarische bouwvlakken samengevoegd tot 1 (kleiner) bouwvlak en wordt de
locatie landschappelijke ingepast.
Afbeelding 1: Situatieschets beoogde situatie
Conclusie
Middels deze brief willen wij u in de gelegenheid stellen om een reactie te geven op het plan. Dit kan mondeling of schriftelijk. Alle reacties worden verzameld. Dit wordt in een kort verslag verwerkt en in dit verslag zal ook worden beschreven wat er gedaan wordt met deze reacties en/of het plan nog is aangepast. Dit verslag wordt toegevoegd aan de partiële herziening van het bestemmingsplan, welke in procedure wordt gebracht. Het verslag van de omgevingsdialoog wordt toegestuurd aan de omwonende. In het kader van het omgevingsdialoog hoeft u niet akkoord te gaan met het plan, maar is het wel van belang dat we uw reactie hebben gehoord. Het is dan aan de gemeente en ons om hier goed mee om te gaan. In het kader van de privacywetgeving zal uiteindelijk het nodige geanonimiseerd worden. Met vriendelijke groet, De familie Joosen
2 van 3
Reactieformulier Naam: _________________________ Adres: _________________________ Reactie:____________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________ __________________________________________________________________________________
3 van 3
bestemmingsplan Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten
Bijlage 8 Flora en Fauna onderzoek
46 vastgesteld)
bestemmingsplan "Baarleseweg 2 en 4 te Ulicoten" (
Natuur
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Baarleseweg 2-4-ong Ulicoten Rapportnummer: 2024-BE-0356 In opdracht van: Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 3 5126 CJ Gilze
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2024-BE-0356 Opdrachtgever Van Dun Advies BV Contactpersoon Mevrouw E. Habets Locatie Baarleseweg 2-4-ong 5113 TA Ulicoten
Auteur Emma Heeren Collegiale controle Freek Rovers
Opleverdatum 1 maart 2024
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4 1.5 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 5
2.
BELEIDSKADER .............................................................................................................. 6 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 6 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 6 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 8 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 8
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 9 3.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 12 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 12 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 13 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 13
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 18 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 18 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 20 5.3 Houtopstanden ................................................................................................................... 29
6.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 30 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 30 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 30 6.3 Toelichting op nader onderzoek ........................................................................................ 31
7.
BRONNEN ................................................................................................................... 37
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
SAMENVATTING
Initiatiefnemer heeft concrete plannen voor de bouwvlakken Baarleseweg 2-4-ong te Ulicoten. Volgens het voornemen worden de voormalige varkenstallen in het oosten en de bijbehorende bedrijfswoning gesloopt. De Runderstallen in het westen evenals de bedrijfsloods en de woning op nummer 4 blijven behouden. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. Omdat overtreding van de Omgevingswet in het kader van ecologie op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Het voorkomen van verblijfplaatsen van huismussen, vleermuizen, uilen en marterachtigen zijn niet met zekerheid uit te sluiten in de beoogd te slopen bebouwing. Hierdoor kunnen de voorgenomen werkzaamheden mogelijk negatieve invloed hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen de genoemde beschermde soorten.
Hierdoor bestaat de mogelijkheid van overtreding van artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Nader onderzoek naar de genoemde beschermde soorten volgens de Kennisdocumenten Huismus, Kerkuil, Steenuil, Kleine marterachtigen en het Vleermuisprotocol 2021 worden geadviseerd. Wanneer deze in essentie zijn gevolgd, bestaat een grote mate van juridische zekerheid dat voldaan is aan de wettelijke en maatschappelijke verantwoorde inspanning om na te gaan of de soorten en functies van gebieden in het geding zijn. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Emma Heeren Brabant Eco Maart 2024
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Dun Advies BV worden op de locatie Baarleseweg 2 de huidige varkenstallen gesloopt in verband met de sloopkwaliteitsregeling en zal tevens de bedrijfswoning gesloopt worden, om daarna een nieuw woning te realiseren in het oostelijke bouwvlak. De bedrijfswoning aan de Baarleseweg 4 blijft behouden. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De rundveestallen met melkkoeien en vleeskoeien blijven behouden. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving.
Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
1.5 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
2. BELEIDSKADER
De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Omgevingswet is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-Vogelrichtlijn en de EU-Habitatrichtlijn. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale Parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000-gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Omgevingswet beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Omgevingswet behoudt de drie algemene beschermingsregimes uit de Wet natuurbescherming waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en soorten van nationaal belang zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356 Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn. o
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Omgevingswet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels; o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten; o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels; o Het opzettelijk storen van vogels; o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan. Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca.
700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van de Omgevingswet van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van de Omgevingswet van toepassing. De EU-Habitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Deze bijlage is overgenomen in de nieuwe Omgevingswet. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Omgevingswet worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 11.27 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356 gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Onderstaand is een tabel van de beginselen van het beschermingregime van de oude Wet natuurbescherming. Deze beginselen zijn overgenomen in de nieuwe Omgevingswet.
Tabel 1: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Omgevingswet. De gemeente kan voor de Omgevingswet een andere ‘bebouwde kom Omgevingswet’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Omgevingswet, net als de oude Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Baarleseweg 2-4-ong, ten oosten van de kern van Ulicoten, in de gemeente Baarle-Nassau. Baarle-Nassau is een Nederlandse gemeente in het zuiden van de provincie Noord-Brabant, ongeveer 15 kilometer ten zuiden van Tilburg. De gemeente telt 7.080 inwoners en heeft een totale oppervlakte van 76,29 km2. (31 januari 2023, Bron: CBS). Baarle-Nassau vormt samen met de Belgische gemeente BaarleHertog het Kempense dorp Baarle. Ulicoten ligt te midden van een uitgestrekt landbouwgebied, waarin zich echter ook een aantal bosgebieden bevinden, zuidwestelijk van Tilburg en ten zuidoosten van Breda. Het plangebied betreft de locatie Baarleseweg 2, 4 te Ulicoten, aan de splitsing van de Baarleseweg en Fransebaan. Op dit moment zijn er op deze drie bouwvlakken een melkveehouderij, een (voormalige) intensieve varkenshouderij, twee bedrijfswoningen en een nevenactiviteit in de vorm van een naaiatelier De directe omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en bedrijfsbestemmingen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Ulicoten
Afbeelding 1: Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied omvat een boerderij met intensieve rundveehouderij. De bebouwing bestaat uit bedrijfswoningen, rundveestallen, varkenstallen en paardenstallen. Het plangebied is verhard met grind en betonplaten, met in het noorden graslanden. De bedrijfswoningen beschikken over gecultiveerde tuinen met diverse tuinbeplanting en een gazon. Langs de Baarleseweg en de Fransebaan bevinden zich bomenlanen. De directe omgeving bestaat uit agrarische gronden met bijbehorende agrarische bedrijven. Op ongeveer 325 meter ten noordoosten en 900 meter ten zuidwesten van het plangebied zijn bosgebieden aanwezig. Daarnaast bevindt zich op ongeveer 600 meter ten noorden de waterloop genaamd Het Groot Vergoor, en op 260 meter ten zuiden de waterloop genaamd de Bremer.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Eindhoven
9
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
Afbeelding 2: Globaal omlijnde planlocatie in rood. Bron: Google Earth. 1: Bedrijfswoning Baarleseweg 4 - 2: Bedrijfswoning Baarleseweg 2 - 3 en 4: Varkensstal (totale oppervlakte circa 900 m2) - 5: Stal - 6: Stal 7: Stal - 8: Stal - 9: Naaiatelier. Bron: van Dun Advies BV
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om de locaties Baarleseweg 2 en 4 samen te voegen tot een bedrijfslocatie met melkvee. De aanwezige varkensstallen en sleufsilos’s zullen worden gesloopt waarna de sleufsilo’s op het nieuwe bouwvlak in het noordwesten worden herbouwd. Daarnaast zal ook de bedrijfswoning aan de Baarleseweg 2 worden gesloopt, om daarna in het oostelijk gelegen bouwvlak een nieuw woning te realiseren. De bedrijfswoning aan de Baarleseweg 4 blijft behouden. In de beoogde situatie neemt de totale oppervlakte agrarisch bouwvlak af van circa 3,6 ha naar circa 1,8 ha, waarvan circa 0,3 ha differentiatievlak voor ruwvoer opslag. Beide nieuwe locaties zullen landschappelijk worden ingepast waarbij de bestaande inheemse bomen en hagen gehandhaafd zullen blijven en uitgebreid worden met nieuwe groene aanplant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
Afbeelding 3: Bestaande situatie. Bron: Van Dun Advies BV
Afbeelding 4: Landschappelijk inpassingplan. Bron: Van Dun Advies BV
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Omgevingswet voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig in het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Omgevingswet aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving. Het is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356
4.2 Veldonderzoek Op maandag ochtend 26 februari 2024 hebben ecologen Emma Heeren en Freek Rovers in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een noordoostenwind met windkracht 4 en regen. De gemiddelde temperatuur lag rond de 5 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. De waarnemingen uit de NDFF zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied, Baarleseweg 2-4 te Ulicoten, bevindt zich in het oostelijke buitengebied van Ulicoten. Het gebied ligt te midden van agrarische gronden en bedrijven, en wordt momenteel gebruikt als intensieve rundveehouderij. De zuidelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de Baarleseweg, terwijl de oostelijke zijde grenst aan de Fransebaan. De overige zijden van het plangebied worden begrensd door agrarische gronden. Voor de verduidelijking is de bebouwing genummerd, zie de afbeelding hieronder.
Afbeelding 5: Bebouwing genummerd van 1 t/m 8. Bron: Google Maps
Bebouwing 1, 5, 6, 7, 8 en 9 blijven behouden en worden daarom kort omschreven. Bebouwing 3, 4 en 2 worden in de beoogde situatie gesloopt en worden hierdoor uitgebreider omschreven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Baarleseweg 2-4-ong. Ulicoten, BE-0356 Het plangebied omvat diverse gebouwen en faciliteiten. Het woonhuis, aangeduid als nummer 1, is opgetrokken uit bakstenen spouwmuren en heeft een pannendak. Het perceel heeft tevens een achtertuin en een bijgebouw met een naaiatelier (nummer 9) aan de oostkant. De bedrijfsloods (nummer 8) wordt gekenmerkt door een halfopen structuur met damwandwanden, een dak van golfplaten en stalen spanten aan de binnenzijde. Meerdere stallen zijn aanwezig, waaronder rundveestallen (nummers 5, 6 en 7). Deze stallen bestaan uit bakstenen spouwmuren, een dak van golfplaten met lichtstraten en stalen spanten. Binnenin zijn de stallen verhard met beton en voorzien van mestputten aan beide zijden. Stal 5 en 6 herbergen melkkoeien en enkele vleeskoeien, terwijl stal 7 fungeert als pinkenstal. Aan de oostzijde van stal 7 bevinden zich sleufsilo’s. De voormalige varkensstallen bevinden zich in het oosten van het plangebied genummerd als 3 en 4. Stal nummer 4 is opgetrokken uit steense bakstenen muren met een pannendak. Het dak is niet beschoten en voorzien van houten spanten. De ondergrond is verhard met beton. De stal is uitgerust met meerdere ramen, voorzien van betonnen kozijnen, en diverse houten deuren. Zowel het interieur als de externe structuur van de stal verkeren in een vervallen toestand.
Stal nummer 3 is voorzien van bakstenen spouwmuren met een zadelvormig dak van golfplaten. De stal heeft kopgevels van damwand met luchtdoorlaten die directe toegang tot de stal bieden. De stal is voorzien van meerdere raampartijen voorzien van betonnen kozijnen. De bedrijfswoning die beoogd is te slopen, genummerd als 2, heeft steense bakstenen muren met een pannendak, windveren en diverse raampartijen. Het woonhuis heeft een aangebouwde stal in het noorden met een dak dat aan de binnenzijde beschoten is met houten panelen. Rondom het bedrijventerrein is een verharding van grind, betonklinkers en betonplaten aanwezig. In het noorden bevinden zich bijbehorende graslanden die in gebruik zijn als koeienweiden, en in het zuiden is eveneens grasland aanwezig. Toegang tot het perceel wordt verschaft via een verharde oprit aan de Baarleseweg, die nabij de loods en de bedrijfswoning ligt, en een andere oprit aan de Baarleseweg die toegang biedt tot de varkenstallen. Zie de afbeeldingen hieronder ter verduidelijking.