CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.8 - Bijlage 1 - Regionaal Actieplan Suïcidepreventie

Gemeenteraad (openbaar) 18 februari 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Categorie 3: Raadsinformatiebrieven voor kennisgeving aannemen16.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

38

Pijler 3 actieve benadering van risicogroepen Stap 2 Participatief actieonderzoek naar behoeften Nadat de risicogroepen en hun vindplaatsen in kaart zijn gebracht, wordt met behulp van participatief actieonderzoek onderzocht wat hun behoeften zijn op het gebied van ontmoeting en ondersteuning. Hiervoor worden gesprekken en/of sessies met jongeren en jongvolwassenen georganiseerd. Partijen die de risicogroepen goed in beeld hebben en actief kunnen bereiken (zie stap 1) spelen hierbij een actieve rol. Tijdens deze gesprekken wordt ook het zoekgedrag van de doelgroepen in kaart gebracht. Dit geeft inzicht in de informatie waaraan zij vaak worden blootgesteld, met wie zij zich op dit onderwerp verbinden en op welke manier. Vervolgens wordt samen met partners uit het actienetwerk bekeken welke mogelijkheden er zijn om aan deze behoeften tegemoet te komen vanuit het bestaande aanbod en wat er eventueel nodig is om dit uit te breiden of nieuw op te zetten.

Project Boeren in Beeld GGD IJsselland In het project Boeren in beeld onderzoekt GGD IJsselland hoe de kloof tussen de agrarische sector en de psychosociale hulpverlening kan worden verkleind. Dit gebeurt via participatief actieonderzoek. Participatief actieonderzoek is kwalitatief onderzoek dat niet alleen informatie en inzichten oplevert, maar ook direct aanzet tot actie. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met agrariërs en zorgprofessionals. Op basis van nieuwe en bestaande inzichten wordt gezocht naar laagdrempelige hulpverleningsactiviteiten en manieren om duurzame aandacht voor de mentale gezondheid van agrariërs te borgen. Ook dit gebeurt samen met het netwerk. In de regio IJsselland betrof dit een twee jaar durend onderzoek, gefinancierd via een provinciale subsidie. Meer weten? Bekijk de rapportage hier.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

39

Pijler 3 actieve benadering van risicogroepen

Aanbevelingen Onderzoek de mogelijkheid om bestaande inloopspreekuren van welzijnsorganisaties anders in te richten om beter inzicht te krijgen in de behoeften van de doelgroep. Verken de optie om inloopspreekuren te organiseren op andere plekken waar de doelgroep vaak komt, zoals sport- en cultuurverenigingen. Neem contact op met andere regio’s die participatief actieonderzoek hebben uitgevoerd op het gebied van suïcidepreventie of mentale gezondheid voor advies en praktische tips.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

40

Pijler 4: netwerkbrede samenwerking Geprioriteerde activiteiten 1. Ontwikkel een routekaart of signaleringskaart voor inwoners en/of sleutelfiguren. Gebruik hierbij bestaande voorbeelden (zie ook pijler 2). 2. Bied huisartsen en praktijkondersteuners (POH’s) suïcidepreventietrainingen aan, zoals de e-learning van 113 Zelfmoordpreventie. Informeer hen daarnaast over de mogelijkheden voor doorverwijzing. 3. Breng het thema onder de aandacht binnen bestaande netwerken en overlegstructuren, zoals mentale gezondheidsnetwerken, Crossroads, JIM, 18-jeugd, huisartsengroepen en SLT’s. Verspreid via deze netwerken ook de routekaart. Doelstellingen pijler  Versterken van samenwerking binnen het regionale actienetwerk: door het maken van heldere afspraken over samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van signalering, doorverwijzing en warme overdracht, wordt de onderlinge afstemming tussen betrokken partijen verbeterd.  Versterken van kennis en handelingsbekwaamheid in de eerste lijn: Huisartsen en andere eerstelijnsprofessionals worden getraind in het tijdig herkennen van depressie en suïcidaal gedrag, en in het effectief behandelen of gericht doorverwijzen van mensen met deze problematiek. Doelgroepen • Lokale en regionale partners in zorg en welzijn • Eerstelijnszorgverleners zoals huisartsen, psychiaters, psychologen en praktijkondersteuners (jeugd-)GGZ.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Beoogd resultaat Binnen de preventie- en zorgketen zijn duidelijke afspraken gemaakt over de samenwerking tussen het sociaal domein en de zorg. Hierdoor worden mensen met suïcidale gedachten of gedrag eerder gesignaleerd, doorverwezen en geholpen. Er ontstaat een samenhangend regionaal en lokaal vangnet, waarin warme overdracht tussen organisaties de norm is. De ketensamenwerking is structureel en gericht op vroegsignalering, passende ondersteuning en behandeling. Zorgprofessionals handelen proactief en deskundig, dankzij gerichte training en betere afstemming. Mogelijke indicatoren  Aantal deelnemende organisaties binnen het actienetwerk  Frequentie van overlegmomenten en gezamenlijke acties  Aantal warme overdrachten tussen organisaties  Tevredenheid over de samenwerking (bijvoorbeeld via een partnerenquête)  Aantal getrainde huisartsen, POH-GGZ en andere zorgprofessionals  Aantal organisaties die suïcidepreventie hebben opgenomen in beleid of werkinstructies  Aantal verwijzingen naar GGZ of preventieprogramma’s vanuit de eerste lijn  Ervaren handelingsverlegenheid onder professionals (zelfrapportage)

41

Pijler 4: stappenplan netwerkbrede samenwerking Voor pijler 4 ligt de prioriteit bij acties die zoveel mogelijk aansluiten bij andere pijlers, lopende initiatieven en bestaande netwerkstructuren. Dit versterkt de regionale samenwerking en maakt gerichte inzet op vroegsignalering mogelijk, met speciale aandacht voor risicogroepen. Daarnaast wordt efficiënt gebruikgemaakt van bestaande middelen en netwerken. Hierdoor kan echter geen concreet tijdspad aan de acties worden gekoppeld. Stap 1 Actieve benadering van zorgprofessionals Huisartsen, POH’s en andere zorgprofessionals die te maken hebben met suïcide worden actief geïnformeerd over het beschikbare trainingsaanbod en, indien relevant, over regionale en lokale doorverwijzingsmogelijkheden (op basis van de opgestelde routekaart). Zo wordt het vergroten van kennis over suïcide via trainingen onder de aandacht gebracht en krijgen professionals meer inzicht in de mogelijkheden binnen de regio en de rol van verschillende partijen. Dit draagt bij aan het verkorten van de lijnen tussen het zorg- en sociaal domein. Stap 2 Structurele aandacht binnen netwerken Parallel hieraan blijft suïcidepreventie actief onder de aandacht binnen bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden, zoals het IZA-proces. De mate waarin dit mogelijk is, hangt mede af van de ontwikkelingen binnen deze netwerken.

Alle netwerkpartners besteden, waar mogelijk, structureel aandacht aan suïcidepreventie en signaleren kansen om initiatieven op dit gebied en rondom mentale gezondheid beter te integreren. Een van de opties is het verkennen van een ‘regionaal team suïcidepreventie’ (voor inwoners en professionals) als coördinerend orgaan. Op de lange termijn is het de intentie om het actienetwerk suïcidepreventie te integreren met andere samenwerkingsverbanden en netwerken rondom mentale gezondheid.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Benodigde inhoudelijke afstemming met andere pijlers  Routekaart: De ontwikkeling van een regionale of lokale routekaart is een gedeelde actie met pijler 2. Deze kaart laat zien waar inwoners terechtkunnen met zorgen of vragen, inclusief informatie over verwijzing naar passende hulp. De kaart is bruikbaar voor zowel inwoners als professionals. De Leidraad suïcidepreventie bij jongeren en handreikingen van 113 Zelfmoordpreventie kunnen hierbij ondersteunen.  Inventarisatie middelen: De inventarisatie van veelgebruikte middelen voor suïcide onder pijler 5 dient als input voor afspraken tussen netwerkpartners en de koppeling met beleid.  Bewustwording in de zorg: Acties onder pijler 1 kunnen worden benut om informatie te verspreiden onder huisartsen, praktijkondersteuners (POH’s) en andere zorgprofessionals en om het bewustzijn over suïcide in de zorg te vergroten. Aanbevelingen Zorg voor proactieve betrokkenheid van netwerkpartners om kansen te signaleren om aan te haken bij bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden rondom mentale gezondheid. Verken samen met netwerken binnen het IZA-proces en mentale gezondheid welke mogelijkheden er nu en in de toekomst zijn om gezamenlijk op te trekken. Zorg ervoor dat suïcidepreventie hierin een structurele plek krijgt.

Bewaak een goede inhoudelijke afstemming met andere pijlers, zoals: • Inventarisatie van beschikbare materialen (pijler 1) • Gebruik van de routekaart (pijler 2) • Inventarisatie van middelen (pijler 5)

42

Pijler 5: beperking toegang dodelijke middelen Geprioriteerde activiteiten 1. Breng in kaart welke middelen en locaties vaak worden gebruikt bij suïcides door de doelgroepen. 2. Onderzoek welke barrières het meest effectief zijn om kwetsbare plekken, zoals spoor, bruggen en andere risicolocaties, veiliger te maken. 3. Maak op basis van de uitkomsten gerichte afspraken en beleid met betrokken partijen. Denk bij gebouwen ook aan het trainen van portiers, beveiligers of conciërges als gatekeepers (zie pijler 2). Doelstellingen pijler Voorkom (geslaagde) suïcidepogingen door de beschikbaarheid en toegankelijkheid van middelen en locaties te beperken. Dit vraagt om gezamenlijke inzet op:  Veiligheid rond spoor en hoge gebouwen  Beperking van de verkrijgbaarheid en veilig gebruik van dodelijke middelen, zoals medicijnen, pesticiden en (vuur)wapens  Beheersing van risico’s van (social) media Zo zorgen we ervoor dat crisismomenten bij inwoners in West-Brabant niet direct leiden tot suïcide.

Beoogd resultaat • Verbeterde spoor- en gebouwveiligheid (bijv. hekken, toezicht, bordjes met 113) • Afspraken met de chemiesector over verkoopbeperkingen van gevaarlijke stoffen • Verantwoord gebruik van social media en media-aandacht • Minder impulsieve suïcides door fysieke barrières en interventies • Minder suïcides via lethale middelen door vertraging van impulsieve beslissingen en meer overlevingskansen bij crisismomenten Mogelijke indicatoren • Audit van risicoplaatsen op toegankelijkheid tot dodelijke middelen • Aantal fysieke aanpassingen op hotspots (bruggen, stations, gebouwen), zoals hekwerk, bordjes en camera’s • Verandering in aantal meldingen of interventies van suïcidepogingen op risicolocaties of met beperkt beschikbare middelen • Aantal beleidsmaatregelen of convenanten met partners en sectoren, zoals apotheken, spoorbeheer, verkooppunten en gebruikers van chemische middelen en pesticiden

Doelgroepen Gemeenten, hulpdiensten, gebouwbeheerders, spoorwegbedrijven, media, beleidsmakers (gezondheids-, landbouw- en transportsector), gemeenschappen en inwoners in een crisissituatie.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

43

Pijler 5: stappenplan beperking toegang dodelijke middelen De partners geven prioriteit aan het inventariseren van veelgebruikte methoden voor suïcide in de regio en aan het vaststellen van effectieve maatregelen om dit te voorkomen. Op basis van deze verkenning worden gerichte vervolgstappen geformuleerd. Het tijdspad voor deze vervolgstappen hangt af van de uitkomsten van de verkenning en de beschikbare capaciteit om maatregelen uit te voeren. Voor deze actie wordt een brede analyse uitgevoerd van het totaal aantal suïcides per locatie. Op basis van deze gegevens wordt bepaald welke leeftijdsgroepen op specifieke plekken het meest betrokken zijn. Afhankelijk van de uitkomsten wordt vastgesteld welke partners het meest geschikt zijn om bij het vervolgtraject te betrekken, zoals (hoge)scholen, NS/ProRail, woningcorporaties of zorgprofessionals. Stap 1 Inventariseren van gebruikte middelen, locaties en methoden De eerste stap is het verzamelen van gegevens over de middelen die doelgroepen gebruiken bij suïcides. Dit omvat:  Locaties in de regio die vaak worden gekozen, zoals bruggen, spoorlijnen, gebouwen of andere openbare plekken  Veelgebruikte geneesmiddelen en hoe en waar deze worden verkregen De inventarisatie gebeurt in samenwerking met politie, hulpdiensten, GGD, gemeenten, NS/ProRail, apothekers, lokale GGZ-instellingen en andere relevante partners.

De verzamelde informatie geeft inzicht in patronen en hotspots en vormt de basis voor gerichte preventieve acties. Het streven is om deze verkenning in 2026 grotendeels afgerond te hebben en vervolgstappen in kaart te brengen. Stap 2 Onderzoek naar effectieve fysieke en sociale barrières Op basis van de gegevens uit stap 1 wordt onderzocht welke fysieke en sociale barrières het meest effectief zijn om suïcidepogingen op kwetsbare locaties te voorkomen. Voorbeelden zijn:  Fysieke obstakels, zoals hekwerken of netten bij bruggen  Herontwerp van toegangspunten tot spoorzones  Sociale barrières, zoals verhoogde sociale controle of aanwezigheid van personeel

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Bij dit onderzoek wordt kennis van experts, zoals 113 Zelfmoordpreventie, zorgprofessionals en NS/ProRail, gecombineerd met bewezen effectieve voorbeelden uit andere gemeenten of landen. Stap 3 Implementeren van passende maatregelen en afspraken De bevindingen uit stap 2 worden vertaald naar concrete maatregelen en afgestemd met relevante partijen. Afhankelijk van de aard en locatie van risicoplekken worden verschillende partners betrokken. In de fysieke leefomgeving dragen aanpassingen bij aan het verkleinen van risico’s. Voor locaties aan of rondom het spoor is nauwe samenwerking met NS en ProRail noodzakelijk, bijvoorbeeld voor het plaatsen van fysieke barrières en het versterken van monitoring en vroegsignalering. Voor bruggen en waterwegen is Rijkswaterstaat een cruciale partner vanwege hun verantwoordelijkheid voor infrastructuur en veiligheid. Ook woningcorporaties, VvE’s en particuliere gebouweigenaren kunnen bijdragen door preventieve bouwkundige aanpassingen te treffen. Gemeenten, omgevingsdiensten en politie spelen een coördinerende rol om te zorgen dat maatregelen integraal en gebiedsgericht worden uitgevoerd.

44

Pijler 5: stappenplan beperking toegang dodelijke middelen Vervolg stap 3 Implementeren van passende maatregelen en afspraken Naast aanpassingen in de fysieke omgeving is het versterken van het signaleringsvermogen binnen organisaties essentieel. In gebouwen kunnen toezichthoudende medewerkers, zoals portiers, beveiligers en conciërges, worden getraind in het herkennen van suïcidaal gedrag en het adequaat reageren daarop. Hiervoor kunnen richtlijnen en trainingen van 113 Zelfmoordpreventie worden ingezet. Ook woningcorporaties, VvE’s en particuliere gebouweigenaren kunnen bijdragen door preventieve aanpassingen te treffen of gerichte trainingen voor hun personeel te organiseren. Daarnaast is de beschikbaarheid van middelen voor suïcide een belangrijk aandachtspunt. Medicatieveiligheid kan worden bevorderd door samenwerking met apotheken, huisartsen en GGZ-instellingen. Voorbeelden hiervan zijn: • Het beperken van grote hoeveelheden risicovolle medicatie • Het gebruik van doseersystemen • Voorlichting over veilige opslag in huis Ook het voorkomen van intoxicatie is van belang. Dit kan door de toegang tot toxische stoffen in huishoudens of instellingen te beperken en door betere signalering van risicovol middelengebruik. Verder kan het opwerpen van drempels voor het gebruik van social media in relatie tot suïcide bijdragen aan preventie.

Scholen, ouders, jongerenwerk en jeugdhulpverlening kunnen samenwerken om bewustwording te vergroten over de risico’s van online content. Instellingen kunnen daarnaast samenwerken met platforms om schadelijke of triggerende berichten te signaleren, te melden en waar mogelijk te beperken. Het beter vindbaar maken van positieve, ondersteunende informatie en hulpbronnen is hierbij een belangrijke aanvullende maatregel.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Aanbevelingen Maak onderscheid tussen acute interventies (zoals fysieke barrières) en structurele preventie (zoals training, bewustwording en sociale signalering). Vermijd verplaatsingseffecten door ook breder te kijken naar alternatieve plekken die risicovol kunnen worden zodra de oorspronkelijke plek wordt aangepakt.

45

Organisatie en sturing van het actienetwerk

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

46

Zelfstandig netwerk of onderdeel van? Afstemming met bredere regionale ontwikkelingen Tegelijk met de oprichting van het actienetwerk suïcidepreventie (februari–juli 2025) vinden in regio West-Brabant diverse andere ontwikkelingen plaats rondom mentale gezondheid. Veel partners die betrokken zijn bij suïcidepreventie, nemen ook deel aan de uitvoering van andere preventieve programma’s binnen de IZAactielijn Mentale Gezondheid. Deze programma’s raken elkaar inhoudelijk, waardoor zorgvuldige afstemming essentieel is om overlap te voorkomen. Daarnaast vindt overleg plaats met deels dezelfde partners over de transformatieplannen voor de Mentale Gezondheidsnetwerken in West-Brabant Oost en West. Hoewel het wenselijk is om suïcidepreventie onder te brengen bij een van deze bredere programma’s of netwerken, bevinden deze zich nog in een vroege ontwikkelfase. Hierdoor is het op dit moment niet haalbaar om suïcidepreventie daar al een volwaardige plek te geven. Voorstel inrichting actienetwerk suïcidepreventie Op de volgende pagina’s staat een voorstel voor de inrichting van het actienetwerk suïcidepreventie op regionaal en lokaal niveau. Dit voorstel is deels besproken met de kerngroep en aangevuld op basis van ervaringen elders in het land.

Randvoorwaarden voor een succesvolle gezamenlijke aanpak  Beleidsprioriteit: Het verbeteren van mentale gezondheid en het terugdringen van suïcides en suïcidepogingen is een speerpunt in het beleid van de betrokken gemeenten. Wethouders zijn bereid dit regionaal uit te dragen.  Bestuurlijk commitment: Er is bereidheid in de regio om samen te werken aan innovatieve oplossingen en knelpunten gezamenlijk aan te pakken.  Ketenpartners: Hun betrokkenheid is cruciaal om gewenste veranderingen in gang te zetten.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

  

Regionale trekker: Het netwerk heeft een partij nodig die breed wordt geaccepteerd als coördinator. Beschikbare middelen: Er is voldoende menskracht en structurele regionale financiering nodig. Monitoring: Er zijn goede mogelijkheden om op regionaal niveau mentale gezondheid, suïcides en suïcidepogingen te monitoren.

Het actienetwerk suïcidepreventie wordt voorlopig eerst als apart netwerk ingericht met de focus op preventie van suïcides en suïcidaal gedrag. Zodra echter de organisatie en besluitvormingsstructuur voor de andere regionale initiatieven rondom mentale gezondheid vanuit de zorgplannen IZA een meer concrete vorm aanneemt, kan het actienetwerk suïcidepreventie hier ondergebracht worden. In de tussentijd zullen de partners het thema suïcidepreventie ook inbrengen bij de uitwerking van de overige initiatieven met betrekking tot mentale gezondheid, zoals hier eerder beschreven.

47

Organisatie van het actienetwerk op regionaal niveau Aanstellen van een regionale coördinator Stel een regionale coördinator aan. De tijdelijke kerngroep adviseert om deze rol onder te brengen bij de GGD West-Brabant, gezien haar verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wet Publieke Gezondheid namens alle gemeenten in de regio. De regionale coördinator moet kunnen rekenen op ondersteuning van een communicatieadviseur, een onderzoeker en daarnaast ook een enkele kwartiermakers vanuit de belangrijkste netwerkpartners (kerngroep) met een dedicated aantal uren voor het (mede)aanjagen en uitvoeren van activiteiten in de regio. Opdracht voor de regionale coördinator De coördinator krijgt de volgende opdracht mee: 1. Uitwerken van het actieplan naar een uitvoeringsagenda met onderliggende samenwerkingsafspraken met de benodigde netwerkpartners. 2. Het formeel inrichten van het actienetwerk en het opstellen van een governancestructuur met het oog op structurele inbedding en borging. 3. Coördineren van de uitvoering van de acties per pijler, zoals opgenomen in het actieplan/de uitvoeringsagenda; inclusief regionale communicatie. 4. Aanjagen en faciliteren van betrokken partijen. 5. Verdere doorontwikkeling van het regionale actienetwerk wat betreft partners, nieuwe doelgroepen en (vervolg)activiteiten. 6.

De verbinding leggen met regionale - en landelijke - ontwikkelingen mentale gezondheid en suicidepreventie door deelname aan relevante (sub)regionale en landelijke overleggen. 7. Het inrichten en onderhouden van een centrale digitale, plek voor uitwisseling van kennis en ervaringen in de regio. 8. Het zo nodig verkrijgen van aanvullende subsidies voor activiteiten van het

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

actienetwerk 9. Organiseren van monitoring en evaluatie. Samenstellen van een regionale kerngroep Stel uit het brede actienetwerk een regionale kerngroep samen. De kerngroep fungeert als klankbord voor de coördinator. Brengt behoeften, kansen en actiepunten in en draagt actief bij aan de ontwikkeling en uitwerking van de gezamenlijke aanpak. Minimaal vertegenwoordigd in de kerngroep:  GGD  GGZ  Welzijnspartners  Huisartsen  Een ervaringsdeskundige  Een of 2 gemeentelijke vertegenwoordiger bij voorkeur de ambtenaren die betrokken zijn bij de IZA-plannen De leden van de kerngroep vervullen tevens de rol van kwartiermaker binnen hun eigen achterban. Richt indien nodig tijdelijke werkgroepen in rond specifieke thema’s of risicogroepen. Draagvlak, borging en uitwisseling Om het draagvlak en de structurele borging van de aanpak te versterken:  Sluit aan bij landelijke ontwikkelingen en initiatieven voor kennisdeling;  Zorg voor bestuurlijk draagvlak door de verantwoordelijkheid te beleggen bij het Algemeen Bestuur (AB) van de GGD, waarin alle 16 gemeenten zijn vertegenwoordigd. Vanaf 2026 wordt suïcidepreventie een vast onderdeel van het lokale gezondheidsbeleid;  Vraag één van de wethouders om als regionale ambassadeur op te treden voor het thema suïcidepreventie.

48

Organisatie van het actienetwerk op lokaal niveau Aanstellen van een lokale contactambtenaar Omdat suïcidepreventie een reguliere taak wordt binnen de Wet Publieke Gezondheid (Wpg), is het advies om in elke gemeente een beleidsambtenaar aan te wijzen als lokale contactpersoon voor het netwerk. Bij voorkeur is dit de ambtenaar die betrokken is bij de IZA-plannen Mentale Gezondheid en/of verantwoordelijk is voor volksgezondheid. Indien dit niet het geval is, is goede interne afstemming essentieel. Deze contactambtenaar is verantwoordelijk voor:  Het aanjagen en lokaal uitrollen van acties, inclusief communicatie;  Het betrekken van de communicatieadviseur van de gemeente bij publiekscampagnes;  Het faciliteren van activiteiten door suïcidepreventie op te nemen in subsidieafspraken met ketenpartners;  Het agenderen van het thema binnen de gemeente en afstemmen met andere relevante beleidsdomeinen (zoals onderwijs, werk & inkomen);  Het organiseren van netwerkbijeenkomsten voor uitvoerende partners en sleutelfiguren, zoals huisartsen, onderwijsinstellingen (VO, ROC), politie, UWV, sociale teams, jongerenwerk, sportverenigingen en ervaringsdeskundigen.  Regionale afstemming  Bundel de lokale contactambtenaren in een regionaal overleg.

Dit stelt de regionale coördinator in staat om af te stemmen en maakt het mogelijk dat gemeenten onderling afspraken maken over gezamenlijke acties en lokale invulling waar nodig. De communicatie-afstemming kan plaatsvinden via het bestaande overleg tussen communicatieadviseurs van de GGD en de gemeenten.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Digitale uitwisseling Zorg dat alle informatie over suïcidepreventie centraal en digitaal beschikbaar is voor alle netwerkpartners. Dit bevordert onderlinge uitwisseling en houdt partners op de hoogte van lopende initiatieven. Sluit aan bij bestaande ontwikkelingen, zoals de Brabantbrede kennisinfrastructuur en het digitale platform dat de drie Brabantse GGD’en ontwikkelen voor alle gemeenten.

Overkoepelende indicatoren voor monitoring van het actienetwerk  Totaal aantal partners in het actienetwerk.  Aantal gezamenlijke netwerkbijeenkomsten.  Monitoringsfrequentie & rapportagegraad.  Veranderingen in suïcidecijfers of suïcidepogingen in de regio en lokaal  Integratie van suïcidepreventie in het lokale gezondheids- of jeugdbeleid.

49

Begroting en financiering van het actienetwerk

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

50

Begroting personele kosten op hoofdlijnen Op de volgende pagina’s vindt u een voorlopige inschatting van de kosten voor de personele inzet en de uitvoeringkosten per pijler. Let wel: het gaat hier echt om een eerste inschatting, mede op basis van ervaringen in de regio’s waar de actienetwerken al lopen. Al eerder hebben we aangegeven dat de kwartiermakersperiode te kort was om een uitvoeringsagenda op te stellen, waaraan concrete samenwerkingsafspraken met de verschillende netwerkpartners ten grondslag liggen. Dit zal in de volgende fase van de definitieve oprichting van het actienetwerk moeten worden gerealiseerd. Inzet Regionale coördinator

Vastgestelde uurtarieven 2026 incl. overhead

16 tot 24 uur per week¹

€

119,00

Kosten op jaarbasis (= 45 werkbare weken) €85.680- €128.520

Regionale communicatieadviseur

1 uur per week

€

119,00

€5.355

Regionale onderzoeker/epidemioloog

2 uur per week²

€

138,00

€12.420

Beleidsadviseur MG +SP

1-2 uur per week³

€

119,00

Leden kerngroep c.q. kwartiermakers vanuit 8 netwerkpartners (2 u p/w/p/p) Lokale contactambtenaar/kwartiermaker 16 gemeenten

16 uur per week

€

119,00

4

2-4 uur per maand

Schatting totale personele kosten op jaarbasis

5

Variabel

4

€0 €85.680

€0 €189.135 – €232.155

1. Aantal uren betreft een advies vanuit 113 Zelfmoordpreventie voor een regio vanaf 100.000 inwoners. 2. Aantal uren sterk afhankelijk van de monitoringsopdracht vanuit het actienetwerk. Eventueel kan hiervoor ook naar aanvullende subsidie worden gezocht. De kosten voor het door de kerngroep geprioriteerde actieonderzoek zijn onder het uitvoeringsbudget van pijler 3 opgenomen. 3. Valt binnen de reguliere beleidsadviestaak van de GGD voor gemeenten/regio WB. 4. De precieze kosten zijn afhankelijk van de uurtarieven van de verschillende netwerkpartners en de afspraken over de te leveren inzet. Om een indicatie te geven van de kosten is nu met het integrale uurtarief van de GGD gerekend. 5. Aantal uren afhankelijk van grootte gemeente. Valt binnen reguliere beleidstaken i.v.m wettelijke verplichting suicidepreventie

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

51

Begroting uitvoering activiteiten op hoofdlijnen Pijler 1. Publiekscampagne  Communicatiemiddelen (posters, banners, flyers, nieuwsbrief etc.). Veel materialen zijn gratis verkrijgbaar via 113 Zelfmoordpreventie.

€

15.000,00

€

2.500,00

Pijler 2. Gatekeeperstraining •

Opstellen regionale basisroutekaart

•

Uitvoering van 2 regionale groepstrainingen

Kosten trainingen via de 113 Academy

Voor de uitvoering van gatekeeperstrainingen moet eerst duidelijk zijn wat de mogelijkheden zijn om dit binnen het eigen netwerk te beleggen en welke extra inzet (in fte) daarvoor nodig is. Indien we gebruik maken van het landelijke trainingsaanbod via 113 Academy, dan gelden de prijzen in het prijsoverzicht in het kader. We zijn voor dit overzicht uitgegaan van 2 in company trainingen voor in totaal 32 deelnemers, grofweg 2 gatekeepers per gemeente.

€

4.750,00

Pijler 3. Risicogroepen Kosten zijn afhankelijk van de activiteiten die uit de verkenning komen en wat partners daarvan vanuit hun reguliere taken kunnen doen en wat eventueel om extra inzet vraagt.

•

Uitvoering actiegericht onderzoek onder doelgroep

In de regio IJsselland betrof het project ‘Boeren in beeld’ een twee jaar durend actieonderzoek, bekostigd via een subsidie van de provincie. Totale kosten €125.000. Het bedrag hiernaast betreft de kosten voor een soortgelijk actieonderzoek met jongeren/jongvolwassenen voor 1 jaar. Opgenomen omdat mogelijkheden voor externe subsidie nog niet zijn verkend.

€ 62.500,00

Pijler 4. Netwerkbrede samenwerking Inzet hierop verloopt via de regionale coördinator en de lokale contactpersonen en in aansluiting op wat in andere netwerken reeds wordt afgestemd. Indien aparte bijeenkomsten moeten worden belegd, zal hiervoor een extra budget moeten worden begroot voor deelname aan de overleggen.

Open aanbod gatekeepertraining individueel

€ 235

In company gatekeepertraining 6-8 deelnemers

€ 1.475

In company gatekeepertraining 9-16 deelnemers. (2 trainers)

€ 2.375

Train-de-Trainer gatekeepertraining 6-8 deelnemers (1 trainer) Train-de-Trainer gatekeepertraining 9-14 deelnemers (2 trainers)

€ 3.960

€ 7.440

€ 1.000

Voor huisartsen en POH's is er een e-learning gratis beschikbaar vanuit de NHG.

Pijler 5. Toegang tot dodelijke middelen

€ 5.000

Inzet hierop verloopt via de regionale coördinator en de lokale contactpersonen, in samenwerking met de bij pijler 5 genoemde partijen. Begrote kosten voor fysieke maatregelen in de buitenruimte.

Totaal geschatte uitvoeringskosten

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

€

90.750,00

52

Financiering Eigen bijdrage van netwerkpartners Tijdens de startbijeenkomst en vervolgsessies is geïnventariseerd wat elke partner zelf kan bijdragen aan de uitvoering van het actieplan: 1. Pijler 1 Publiekscampagne: Alle partners zien kansen om vanuit hun eigen beleid actief bij te dragen aan het verspreiden van de campagneboodschap. 2. Pijler 2 Gatekeeperstrainingen en train-de-trainer: Voor uitbreiding van trainingen is het belangrijk om goed te beoordelen welke acties extra kosten met zich meebrengen. Trainingen die al intern worden uitgevoerd, kunnen worden voortgezet. 3. Pijler 3 Bereik en ondersteuning van risicogroepen: Partners zien mogelijkheden om – binnen hun opdracht en financieringsstructuur – meer aandacht te besteden aan deze doelgroep. Wettelijke middelen en financiële randvoorwaarden Vanaf januari 2026 wordt integrale suïcidepreventie opgenomen in de Wet Publieke Gezondheid. Daarmee komt er ook budget beschikbaar: €0,55 per inwoner. Zie tabel 7 op de volgende pagina voor een overzicht per gemeente. Belangrijke kanttekeningen: • Dit bedrag is niet geoormerkt. • Volgens een uitvoeringstoets van de VNG is het beschikbare bedrag onvoldoende voor een volwaardige netwerkaanpak op alle vijf pijlers voor alle inwoners. Er is minimaal het dubbele nodig.

Een kleine ‘plus’ is wel dat in de uitvoeringstoets is uitgegaan van het uitrollen van de EAAD-aanpak voor alle risicogroepen, terwijl het actieplan zich de eerste 1-1,5 jaar richt op jongeren en jongvolwassenen. Ook in andere regio’s wordt er per 1 à 2 jaar de focus gelegd op een wisselende doelgroep. Keuze voor focus op slechts 1 of 2 pijlers is vanuit het oogpunt van effectiviteit van de aanpak namelijk niet wenselijk.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Aanbevelingen Werk in de volgende fase per pijler een begroting uit op basis van concrete afspraken en inzet van de betrokken partijen. Dit helpt om de uitvoeringsagenda realistisch en haalbaar te maken.

GGD Zaanstreek-Waterland De regio Zaanstreek-Waterland met circa 350.000 inwoners bekostigd de inzet op suïcidepreventie sinds enkele jaren vanuit de gemeenschappelijke regeling tussen GGD en gemeenten. Er is een coördinator vanuit de GGD aangesteld voor 16 uur/week. Deze wordt ondersteund door een collega. Vanuit de GGD worden ook gatekeeperstrainingen georganiseerd van 1,5 uur. In 2024 namen meer dan 200 personen deel aan zo’n training. Deze mensen hebben zich grotendeels zelfstandig aangemeld.

53

Overzicht niet-geoormerkte middelen suicidepreventie vanuit Wpg voor gemeenten Tabel 7

Gemeenten

Aantal inwoners

Bijdrage suïcidepreventie vanuit Wpg € 0,55 per inwoner

Altena Alphen-Chaam Baarle-Nassau Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert

58.277 10.455 7.076 69.694 188.078 28.192 45.237 22.060 31.183 38.091 57.924 77.559 23.920 24.476 22.208 22.553

€ 32.052 € 5.750 € 3.892 € 38.332 € 103.443 € 15.506 € 24.880 € 12.133 € 17.151 € 20.950 € 31.858 € 42.657 € 13.156 € 13.462 € 12.214 € 12.404

Totaal Regio West-Brabant

726.983

€ 399.841

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

54

Hoe verder?

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

55

Hoe verder? Met de oplevering van dit actieplan is de eerste stap gezet naar de inrichting van een regionaal actienetwerk suicidepreventie. Het is echter van belang om nu door te pakken. Realiseer structurele financiering met het oog op continuïteit en duurzaamheid van het actienetwerk en de effectiviteit van de EAAD-aanpak De kans ligt in de extra wettelijke middelen die per 1 januari 2026 naar gemeenten komen voor integrale suïcidepreventie. Daarvoor moeten de 16 gemeenten wel een duidelijke keuze maken wat betreft de besteding van deze middelen. Is er bereidheid zijn om deze middelen – grotendeels - in te zetten voor een sterk regionaal actienetwerk suicidepreventie dat werkt met een bewezen effectieve aanpak? Of geeft men de voorkeur aan lokale prioritering en besteding en inzet van losse interventies? Gemeenten en GGD zullen de komende maanden inzetten op besluitvorming hierover. •

• Behoudt het gevormde draagvlak en de energie onder de netwerkpartners De afgelopen periode hebben we gezien dat er onder de beoogde netwerkpartners voldoende draagvlak en bereidheid is om gezamenlijk te gaan werken aan de preventie van suïcide volgens de EAAD-aanpak. Zij zien de urgentie van het thema en de pluspunten van een regionale aanpak. Tegelijkertijd is dit niet het enige thema dat prioriteit vraagt, als het gaat om de gezondheid van inwoners en het borgen van de toegang tot de zorg. Het maken van heldere afspraken over taakverdeling, ureninzet, te behalen resultaten enzovoort is daarom van groot belang. Uiteraard vraagt dit deels ook al om inzicht in beschikbare financiële middelen. Tegelijkertijd heeft een aantal partners aangegeven vanuit bestaand organisatiebeleid of activiteiten al een bijdrage te kunnen leveren voor de regio. Mogelijk dat dit ‘laaghangend fruit’ kan dienen om de ‘motor’ van het netwerk draaiende te houden tot er duidelijkheid is over de financiering.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

 Stel een regiocoördinator aan Bekijk de mogelijkheden om zo snel mogelijk een regiocoördinator aan te stellen. – Dit al vooruitlopend op het verkrijgen van de gewenste structurele financiering van het netwerk. Denk hier bijvoorbeeld aan tijdelijke financiering vanuit de middelen SPUK IZA 2025-2026. Deze regiocoördinator focust zich de eerste maanden op het: 1. (Bijdragen aan het) realiseren van het bestuurlijk besluitvormingstraject over de structurele financiering van de coördinatie en uitvoering van het actienetwerk. 2. Behoudt van draagvlak en energie onder de netwerkpartners 3. Uitwerken van het actieplan naar een uitvoeringsagenda. (punt 1 opdracht regiocoördinator).

56

Gebruikte bronnen en afkortingen Bijlage 1

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

57

Gebruikte bronnen en afkortingen Bronnen gebruikt in dit actieplan  Levenslang veerkrachtig - Suïcidepreventie in West-Brabant  Factsheet Landelijke Agenda 2021-2025 DEF.pdf  113_folder training  113 Zelfmoordpreventie, 13-02-2025  Brabant Scan; Jeugdmonitor monitor, 2023; Jongvolwassenen monitor, 2024  VTV 2024, RIVM  EAAD-model Derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025   Onderzoek community toolkit, WHO 2021  Rapportage Boeren in Beeld 2025 GGD IJssel land  2025 05 22 Zelfdodingen in 2024 – CBS  Gezondheid en leefstijl | Regiobeeld  Beekman, A (2023). Lezing tijdens conferentie Samen minder suïcide 12 oktober 2023. Relevante extra bronnen van 113 Zelfmoordpreventie  Voor werkgevers Suïcidepreventie in organisaties | 113 Zelfmoordpreventie  Voor onderwijs en beleid na - een poging tot - zelfdoding Suïcidepreventie in het onderwijs | 113 Zelfmoordpreventie Voor gemeenten  Gemeenten | 113 Zelfmoordpreventie  Suïcidepreventie gericht op jongvolwassenen Jongvolwassenen - Samen Minder Suïcide  Informatie en campagne gericht op ouders Ouders | 113 Zelfmoordpreventie

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

  

Gatekeeperstrainingen Suïcidepreventietraining gatekeeper | 113 Zelfmoordpreventie Leidraad suïcidepreventie bij jongeren; een netwerkbrede werkwijze Huisartsen en POH's Huisartsenpraktijk - Materialen en tools | 113 Zelfmoordpreventie

Gebruikte afkortingen CJG EAAD IZA MAZL POH SPUK VvE CBS

Centrum voor Jeugd en Gezin European Alliance Against Depression Integraal Zorgakkoord Medische Advisering Ziekgemelde Leerlingen Praktijk Ondersteuner Huisarts Specifieke uitkering (hier vanuit IZA) Vereniging Van Eigenaren Centraal Bureau voor de Statistiek

Overzicht van alle benoemde kansen en acties per pijler van het actieplan Bijlage 2

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

59

Wat gebeurt er al in de regio en waar ziet het netwerk kansen? In de bijeenkomsten is gekeken naar wat er al gebeurt op de verschillende pijlers en welke kansen de betrokken netwerkpartners op korte en langere termijn zien om activiteiten te ontwikkelen. Op deze en de volgende dia het samenvattende overzicht. Op de erna volgende dia’s per pijler een overzicht van alle acties die de netwerkpartners hebben voorgesteld om op te pakken in het eerste anderhalf jaar. Wat gebeurt er al? Op enkele (sub)regionale organisaties na, zetten de Pijler 1 Publiekscampagne meeste gemeenten en netwerkpartners nog niet structureel in op publiekscampagnes gericht op voorlichting en bewustwording rondom mentale gezondheid en suicidepreventie; zeker niet lokaal of regionaal gecoördineerd. Er worden al veel professionals getraind, soms met Pijler 2 Gatekeepertraining een eigen ontwikkeld aanbod, o.a. bij Fameus, bij Zorroo, bij WijZijn, GGZ WNB, GGZ Breburg (aanbod MHFA), Novadic Kentron (Jeugd), bij enkele gemeenten (aan uitvoerende professionals).

Pijler 3 Risicogroepen

Welke kansen zijn er op korte termijn?

Welke kansen zijn er op langere termijn? Gemeenten zien kansen om zelf meer actief een Partners zien kansen om het thema op rol te nemen bij het verspreiden van meerdere momenten in het jaar terug te campagneboodschappen. laten komen, als gecoördineerde actie Ook regionale partners zien kansen om hier zelf vanuit het netwerk. Fameus denkt graag meer actief iets mee te gaan doen (ook intern mee over inhoud. richting medewerkers). Partijen zien kansen om meer professionals (o.a. intern) te gaan trainen en ook een aanbod richting bijv. vrijwilligers (verenigingsleven) te organiseren of daarnaar te verwijzen. Met inzet van ervaringsdeskundigen. Fameus kan hierbij adviseren.

Er gebeurt al veel als het gaat om gericht aanbod voor risicogroepen (en signalering): via jeugdwerk, JIM aanpak, consultatie t.b.v jeugd met complexe problematiek, Steunpunten VO, divers groepsgericht aanbod GGZ en Fameus, POH jeugd bij HA -

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Partners willen het intern meer op de agenda zetten om bewustwording te vergroten; Per gemeente uitzoeken welke risicogroepen er zijn en wat behoeften zijn; Meer preventieve activiteiten uitrollen naar VO; Herintroduceren van schoolmaatschappelijk werk; Themabijeenkomsten organiseren voor jongvolwassenen (Fameus)

WijZijn ziet kansen om dit verder te brengen binnen het netwerk in sociaal domein. Amphia ziekenhuis en Novadic Kentron zien ook kansen bij Spec. Verpleegk. GGZ. Gemeenten zien kansen om dit in lokaal beleid m.b.t. mentale gezondheid te borgen.

- Uitbreiden Join-us, inzet via jeugdwerk; - GGZ: inzet professionals, steunpuntgesprekken op VO; consultatieen adviesfunctie, inzet ervaringsdeskundigheid in de regio. - Lokaal: evalueren en bijstellen van ingezette acties. - Amphia kan aandacht voor thema uitbreiden.

60

Wat gebeurt er al in de regio en waar ziet het netwerk kansen? Wat gebeurt er al? Pijler 4 Netwerkbrede samenwerking

•

• •

Pijler 5 Toegang tot middelen

• •

Welke kansen zijn er op korter termijn?

Veel regionale partners (GGD, GGZ, Welzijn, Novadic  Kentron, Zorgbelang) maken al deel uit van verschillende netwerken of programma's, bijv. IZA (thema Mentale gezondheid). Andere partijen  hebben daar lijntjes mee (Fameus, MEE). Gemeenten zetten in op versterking lokale  netwerken om sociaal en medisch domein te verbinden. Tot nu toe veel losstaande samenwerkingen, nog weinig verbinding. 

Welke kansen zijn er op langere termijn? Partijen zien mogelijkheden om netwerk • Gemeenten zien rol voor zichzelf in en acties m.b.t. suïcidepreventie te laten vastleggen en borgen van beleid, aanhaken bij mentale aanjagen/faciliteren netwerk mentale gezondheidsnetwerken in oprichting. gezondheid met daarbinnen thema Verstevigen samenwerking levert ook suïcidepreventie. • MEE kan ondersteunen bij faciliteren meer kennisdeling op. Gemeenten zien mogelijkheden om lokaal van participatie van cliënten en naasten. de samenwerking te versterken en behalve scholen ook cultuur en sport hierbij te betrekken. GGD kan hierbij ondersteunen en ook eigen JGZ betrekken (samenwerking scholen en signalering doelgroep t/m 18).

Een enkele gemeente is in gesprek met NS/ProRail hierover, andere gemeenten hebben nu geen actieve rol. Bij sommige partners is preventie of behandeling van risicovol middelengebruik een thema. Amphia ziekenhuis heeft eigen beleid hierop.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

61

Alle voorgestelde acties op pijler 1 publiekscampagne In te zetten actie

Met alle gemeenten een gezamenlijke meerjarenplanning opstellen voor structurele inzet van campagnemiddelen 113 Zelfmoordpreventie. Denk hierbij aan 3x/jaar, waarvan minimaal 1x tijdens de Week van de Suïcidepreventie (jaarlijks in september) en 1x tijdens Week van de mentale gezondheid (jaarlijks in mei/juni). Tijdens de Week van de Suïcidepreventie wordt er gedacht aan de volgende acties: • Bestaande beschikbare materialen van 113 Zelfmoordpreventie regionaal verspreiden (gericht op jeugd en jongvolwassenen) onder scholen, jongerenwerk, huisartsen (bijv. wachtkamers) sportverenigingen, JGZ en andere relevante jongerennetwerken. • De gratis gatekeepertrainingen en de ‘VraagMaar app’ voor algemeen publiek vanuit 113 Zelfmoordpreventie regionaal onder de aandacht brengen en in elke gemeente informatie hierover verspreiden. • In de regionale en lokale media wordt minstens tien keer aandacht gevraagd voor het taboe op het bespreken van suïcide om hulpzoekend gedrag te stimuleren. • Organisaties uit het netwerk vragen bij 113 Zelfmoordpreventie drie gratis ‘1K Z1E J3’-plaquettes aan en plaatst deze op bestaande bankjes.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Wat nog in najaar ‘25? Q4

Week van de Suïcidepreventie 2025 (8 t/m 14 sept)

Wat kan in 2026? (Q1, Q2, Q3, Q4)

Wat en wie is daarbij nodig?

Regionale coördinator i.s.m. GGD, lokale contactpersonen en communicatieadviseurs van overige partners

Lokale invulling door lokale contactpersonen (i.s.m. onderwijs, huisartsen, welzijnsorganisaties/ jongerenwerk, gemeenten, sportverenigingen, GGZ, ervaringsdeskundigen), regionale coördinator netwerk i.s.m. communicatieadviseurs van overige partners (incl. gemeenten) NB: nieuwe materialen van 113 volgen later.

NB: Dit vraagt om coördinatie op lokaal niveau door de lokale contactpersonen.

62

Alle voorgestelde acties op pijler 1 publiekscampagne In te zetten actie

Wat nog in najaar ‘25?

Wat kan in 2026? Q1, Q2, Q3, Q4

Wat en wie is daarbij nodig?

Q3

Regionale coördinator i.s.m. partners uit het actienetwerk, gemeenten, lokale organisaties en (lokale) sleutelfiguren

Gemeenten en andere partners zetten jaarlijks minstens één gerichte actie uit om aandacht te besteden aan Week van de Suïcidepreventie (september).

x

Elke netwerkpartner besteedt binnen de eigen organisatie aandacht aan suïcidepreventie: bewustwording en informeren werknemers

x

Alle netwerkpartners

‘Walk Indo the Light’ kleinschalig organiseren tijdens de Week van de Suïcidepreventie.

x

Regionale coördinator i.s.m. partners uit het actienetwerk, sponsoren en communicatieadviseur

Gezamenlijk een eigen huisstijl (incl. logo) van het actienetwerk ontwikkelen? NB: Hiervan is gezegd dat men bij voorkeur zo veel mogelijk de afzender 113 aanhoudt vanwege de bekendheid.

Q1/Q2

Regionale coördinator i.s.m. communicatieadviseur

I.s.m. de kunstacademie een campagne opzetten: kunstwerk laten rondgaan, campagne gericht op ouders / verzorgers / naasten / vrienden. NB: Gezien de beperkte financiële middelen ziet men deze actie liever in een later stadium uitgevoerd worden.

Q1 en Q2 voorbereiding en in Q3 en 4 uitvoering

Regionale coördinator i.s.m. St Joost (Avans/kunstacademie)

De voorstelling ‘Laat het Licht aan’ op het VO verder uitrollen en op meer scholen aanbieden. NB: Dit wordt afgestemd met het IZA-programma mentale gezondheid op VO-scholen.

Volgt later, in afstemming met de aanpak die voor het VO wordt opgezet.

Gemeenten en scholen

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

63

Mogelijke acties op pijler 2 gatekeepertrainingen In te zetten actie

Wat nog in najaar ‘25?

Wat kan in 2026? Q1, Q2, Q3, Q4

Wat en wie is daarbij nodig?

Inventarisatie hoeveel gatekeepers er zijn in de regio en wie potentiële gatekeepers/sleutelfiguren zijn.

x

Regionale coördinator i.s.m. netwerkpartners

Bijeenkomst organiseren voor partijen die nu al trainingen uitvoeren, om expertise te delen en afspraken te maken over uitbreiding trainingsaanbod.

x

Aanbieders van bestaande trainingen: Fameus, Zorroo, WijZijn, GGZ WNB, GGZ Breburg (MHFA), Novadic Kentron (Jeugd), enkele gemeenten Q2, Q3

Professionals (bv. jongerenwerkers, buurtsportcoaches) trainen en gezamenlijk aanbod richting vrijwilligers organiseren. Via publiekscampagne de gratis gate-keepertrainingen vanuit 113 Zelfmoordpreventie regionaal bekend maken, zie pijler 1. Gericht scholen, verenigingen en andere jeugdorganisaties aanschrijven om belang van rol, inzet sleutelpersonen te benadrukken en wijzen op gratis gatekeeperstrainingen.

Aanbieders van bestaande trainingen: Fameus, Zorroo, WijZijn, GGZ WNB, GGZ Breburg (MHFA), Novadic Kentron (Jeugd), enkele gemeenten Zie pijler 1

x

Tijdens Week van de Suïcidepreve ntie

Regionale coördinator i.s.m. lokale contactpersonen

Maken van een routekaart/signaleringskaart voor inwoners en/of sleutelfiguren (op basis van bestaande voorbeelden), zie pijler 2.

Q2/Q3

Regionale coördinator i.s.m. lokale contactpersonen, GGZ, huisartsen, welzijns- en jongerenorganisaties, scholen

Training bewustwording gevaren van o.a.. social media in relatie tot suïcidaal gedrag voor ouders en gatekeepers

Q4

Regionale coördinator i.s.m. aanbieders van bestaande trainingen

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

64

Alle voorgestelde acties op pijler 3 risicogroepen In te zetten actie Inventarisatie van (sub)risicogroepen en de vindplaatsen per gemeente (denk ook aan sleutelfiguren, werkgevers, Arboartsen, ouders/verzorgers).

Wat nog in najaar ‘25?

Wat kan in 2026? Q1, Q2, Q3, Q4

x

Wat en wie is daarbij nodig? Regionale coördinator, lokale uitwerking door lokale contactpersoon

Participatief actieonderzoek met de risicogroepen en/of naasten om behoeften op het gebied van ontmoeting en ondersteuning op te halen.

Q1, Q2

Regionale coördinator i.s.m. GGD. Deelnemers vanuit de risicogroepen, ervaringsdeskundigen, naasten.

Ontmoetingsplekken waar (sub)risicogroepen (samen)komen benutten (of nieuwe organiseren) om aandacht voor het thema te vragen, bv. via themabijeenkomsten of universele preventie activiteiten

Doorlopend

Welzijns- en jongerenorganisaties, gemeenten

Inventarisatie naar wensen m.b.t. herintroductie school maatschappelijk werk.

Volgt later

In samenwerking met projectleider mentale gezondheid op VO

Scholen attenderen op opstellen van een suïcidepreventieprotocol en plan van aanpak/draaiboek 113.

Volgt later

In samenwerking met projectleider mentale gezondheid op VO

Maken van een routekaart/signaleringskaart voor inwoners en/of sleutelfiguren (op basis van bestaande voorbeelden), zie pijler 2.

Q2/Q3

Regionale coördinator i.s.m. lokale contactpersonen, GGZ, huisartsen, welzijns- en jongerenorganisaties, scholen

Aandacht voor integratie suicidepreventie in IZA-programma aanpak mentale gezondheid op het VO

Doorlopend

In samenwerking met projectleider mentale gezondheid op VO

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

65

Alle voorgestelde acties voor pijler 4 netwerkbrede samenwerking In te zetten acties

Wat nog in najaar ‘25?

Inventariseren van de mogelijkheid om een monitorings- en nazorgsysteem (Sumona, voorheen Supremocol) nieuw leven in te blazen. Thema agenderen binnen bestaande netwerken en overlegstructuren, o.a. bij mentale gezondheidsnetwerken, Crossroads, JIM, 18-jeugd, Huisartsengroepen, Stevige Lokale Teams (SLT’s).

Wat kan in 2026? Q1, Q2, Q3, Q4

Wat en wie is daarbij nodig?

Q1/Q2

Regionale coördinator i.s.m. ziekenhuizen, GGZ, welzijnsorganisaties, huisartsen

x

Alle netwerkpartners

Maken van een routekaart/signaleringskaart voor inwoners en/of sleutelfiguren (op basis van bestaande voorbeelden), zie pijler 2.

Q2/Q3

Regionale coördinator i.s.m. lokale contactpersonen, GGZ, huisartsen, welzijns- en jongerenorganisaties, scholen

Huisartsen en praktijkondersteuners van de huisartsen (POH’s) informeren over doorverwijzingsmogelijkheden en suïcidepreventie trainingen aanbieden (e-learning 113 Zelfmoordpreventie i.s.m. de NHG).

Q2/Q3

Huisartsen, 113 Zelfmoordpreventie

Inrichten van een regionaal team suïcidepreventie (voor inwoners/professionals) eventueel onderbrengen bij bestaand meldpunt (GGD, GGZ) of Regionaal centrum voor levensvragen.

Actienetwerk suïcidepreventie

Regionaal aan de slag met suïcidepreventie in het jeugddomein via leidraad en handreikingen 113 Zelfmoordpreventie via een gezamenlijk plan van aanpak.

Actienetwerk suïcidepreventie 113 Zelfmoordpreventie: Leidraad suïcidepreventie bij jongeren

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

66

Alle voorgestelde acties op pijler 5 toegang dodelijke middelen In te zetten actie Inventarisatie welke middelen worden gebruikt door de doelgroepen en welke locaties vaak worden gebruikt voor suïcides.

Wat nog in najaar ‘25?

Wat kan in 2026? Q1, Q2, Q3, Q4

x

Wat en wie is daarbij nodig? Regionale coördinator i.s.m. GGD, gemeenten, NS/ProRail, zorgdomein

Onderzoek naar meest passende en effectieve barrières om op te werpen bij kwetsbare plekken bij het spoor, bruggen of andere risicoplekken.

Q2, Q3

Regionale coördinator, NS/ProRail, 113 Zelfmoordpreventie

Op basis van uitkomsten gericht beleid/afspraken maken met betrokken partijen. Denk bij gebouwen o.a. ook aan trainen van een portier, beveiliging of conciërge (zie 113 Zelfmoordpreventie).

Q2, Q3

Regionale coördinator i.s.m. GGD, gemeenten (gebouwenbeheer), NS/ProRail, zorgdomein (afhankelijk van uitkomsten: huisartsen, apothekers, …)

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

67

Overzicht betrokken partners bij het actienetwerk i.o. Bijlage 3

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

68

Betrokken(heid) gemeenten Gemeente ABG Gemeente Altena Gemeente Altena Gemeente Altena Gemeente Bergen op Zoom Gemeente Bergen op Zoom Gemeente Breda Gemeente Breda Gemeente Drimmelen Gemeente Drimmelen Gemeente Etten-Leur Gemeente Etten-Leur Gemeente Geertruidenberg Gemeente Halderberge Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Moerdijk Gemeente Oosterhout Gemeente Roosendaal Gemeente Roosendaal Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Steenbergen Gemeente Steenbergen Gemeente Woensdrecht Gemeente Zundert

Cathrien Bartels GGF Suzanne Gent GGF Marieke van de Weijgaert GGF (linking pin IZA WB Oost) Sascha Kraaijenga GGF Esther van de Haterd GGF Karin Hendriks GGF Anouk Kersten GGF Floreyne Hesper GGF Jody van Eijnatten GGF Kim Smits GGF Wendy Veeke GGF Astrid Adriaansen GGF Jeroen van Mierloo GGF Anja Bouwens GGF Maaike Kokx GGF Dorien van Gastel GGF Mara Jespers GGF Ton van de Vossenberg GGF Anita Verwijmeren-Terheyden GGF Bas de Regt GGF Sharon Schroevers GGF Silvia Teuns GGF Marlou van der Pot - van GGF Schendel Vincent Burger GGF Sven van den Beemt GGF Ramona Kuiper, GGF (linking pin IZA WB West)

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

VK S S VK

KG1 KG2 KG2

VK

Legenda  GGF: geïnformeerd, genodigd voor bijeenkomsten & feedback gevraagd op concept actieplan  VK: verkennend gesprek  S: startbijeenkomst actienetwerk  KG 1: kerngroepsessie 1  KG 2: kerngroepsessie 2

S VK S S S

S VK

KG2

69

Betrokken(heid) netwerkpartners Amphia Ziekenhuis Amphia Ziekenhuis Amphia Ziekenhuis Bravis Ziekenhuis Bravis Ziekenhuis GGZ WNB GGZ WNB GGZ Breburg GGZ Breburg

GGZ Breburg Zorroo Zorroo Zorroo WijZijn WijZijn

Neelke Troost (Adviseur kwaliteit en veiligheid) Desiree Daems (verpleegkundig specialist GGZ psychiatrie) Ivanka van den Berg en Melanie Hermes (beide verpleegkundig specialist GGZ psychiatrie) Mark Spook (Zorgmanager psychiatrie / medische psychologie, betrokken bij IZA regioplan en mentale gezondheidsnetwerken) Nadia Maas (sociaal psychiatrisch verpleegkundige) Inge Raaijmakers (Progr. manager Mentale Gezondheid IZA WB Wes)t Michel Kuiper (Manager afdeling kinder-, jeugd- en jongvolwassenenpsychiatrie) Gertie Linssen (accountmanager GGZ en progr man. IZA WB-Oost) Anke van Balkom (Relatiebeheerder maatschappelijk domein Preventie, Zorg-en veiligheid, OGGZ, Coördinator overlegtafel Hoogcomplexe GGZ zorg)

VK VK VK

S

VK

Legenda  VK: verkennend gesprek  S: startbijeenkomst actienetwerk  KG 1: kerngroepsessie 1  KG 2: kerngroepsessie 2

VK VK VK

S

VK VK

S

Eelco Romijn (Relatiebeheer Maatschappelijk Domein) VK Mirte de Nijs ( coördinator jeugdzorg, projectleider actieprogramma VK mentale gezondheid ) Kristy van der Staal, (volwassenen GGZ, betrokken bij IZA tafels) VK Helen Merkx (coördinator 24-uurs GGZ) VK Ad van Rijen (bestuurder WijZijn en Welkracht) VK Rens van Oosterhout (adviseur regionalisering WijZijn, betrokken VK bij IZA regioplan en mentale gezondheidsnetwerken)

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

KG2

KG2

KG1

KG2

S

70

Betrokken(heid) netwerkpartners WijZijn WijZijn

Ad van Rijen (bestuurder WijZijn en Welkracht) VK Rens van Oosterhout (adviseur regionalisering WijZijn, betrokken bij VK IZA regioplan en mentale gezondheidsnetwerken) WijZijn Stijn Wiericx (beleidsmedewerker) Huisartsenzorggroep Breda Simone Mons (Programmamanager GGZ en Jeugd, ad interim) VK HCWB Merel Vriends (beleidsadviseur en projectleider GGZ) VK HCWB Nicole Brouwers (manager ketenzorg en regionale samenwerking) VK Het Huisartsenteam Ingrid van de Ven – Romme (Programmamanager, werkgroep IZA WB VK West) Surplus Gemma de Vriens (strategisch beleidsadviseur sociaal werk) VK Surplus Jeannet de Graaf (programmamanager SLT, Stevige Lokale Teams) VK Surplus Patricia den Bakker (Leidinggevende Sociaal Werk Halderberge) VK NS en ProRail Laura Boelsma (beleidsmedewerker suïcidepreventie en onbegrepen VK gedrag NS) NS en ProRail Léonie Bosselaar (beleidsmedewerker suïcidepreventie en onbegrepen VK gedrag NS) NS en ProRail Geert Vlogman (stafadviseur incidentenbestrijding ProRail) VK MEE Caroline van Oevelen (Manager MEE en Netwerk Maatschappelijke VK Ontwikkeling (NMO)) MEE Annelien Theeuwes(Manager MEE) VK Zorgbelang West-, Midden-Brabant & Hanneke Griffioen (projectleider participatie) VK Zeeland Zorgbelang West-, Midden-Brabant & Laura van Alphen (projectleider participatie) VK Zeeland Zorgbelang West-, Midden-Brabant & Lieke Hesemans (projectleider participatie) Zeeland

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

KG1

KG2

Legenda  VK: verkennend gesprek  S: startbijeenkomst actienetwerk  KG 1: kerngroepsessie 1  KG 2: kerngroepsessie 2

KG2

S

KG2

71

Betrokken(heid) netwerkpartners Fameus Fameus NESP, Netwerk Ervaringsdeskundigen Suïcidepreventie Novadic Kentron Jeugd, verslavingszorg De Viersprong GGD West-Brabant GGD West-Brabant

Sabine Vonk (manager bedrijfsvoering) Leon Kerkhof (beleidsmedewerker en ervaringsdeskundige) Dana Foss (projectleider en ervaringsdeskundige)

VK VK VK

Mayke Robbemond (Klinisch Psycholoog en Programma manager Jeugd) Anouk Schippers (Directeur landelijke zorg en klinisch psycholoog) Petra van Mechelen, beleidsadviseur Publieke Gezondheid

VK VK VK

S

GGD West-Brabant GGD West-Brabant GGD West-Brabant GGD West-Brabant GGD West-Brabant 113 Zelfmoordpreventie Gemeente Arnhem Regio Midden Limburg

Peggy van den Biggelaar, beleidsadviseur Publieke Gezondheid

VK

S

Regio Zaanstreek-Waterland

Eugenie Botden Angela Schulz Mirella Swinkels Marleen Smit van Prooijen (Kwartiermaker landelijk) Barbara Rooks (Kwartiermaker suïcidepreventie Arnhem) Fien Beijers (Regisseur Actienetwerk Zelfmoordpreventie MiddenLimburg) Helen Daniëls (coördinator suicidepreventie, GGD ZaanstreekWaterland)

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

S

Legenda  VK: verkennend gesprek  S: startbijeenkomst actienetwerk  KG 1: kerngroepsessie 1  KG 2: kerngroepsessie 2

KG1

KG1

KG2 KG2

S S S VK VK VK

S

VK

72

Colofon Actieplan Regionaal Actienetwerk Suïcidepreventie West-Brabant Dit actieplan is geschreven door Iresearch in opdracht van de GGD West-Brabant: •

Marloes Witjes, Kerstin van der Goot & Lauren Hendriks, kwartiermakers

Begeleiding • Marleen Smit van Prooijen, kwartiermaker, 113 Zelfmoordpreventie • Petra van Mechelen & Peggy van den Biggelaar Beleidsadviseurs Publieke Gezondheid, GGD West-Brabant Fotomateriaal en lay-out: •

Foto pagina 1: Petra van Mechelen

•

Overig beeldmateriaal: Adobe Stock/113 Zelfmoordpreventie/Beeldbank GGD West-Brabant

Denk je aan zelfdoding of maak je je zorgen over iemand in je omgeving? Neem dan 24/7 gratis en anoniem contact op met 0800-0113 of chat op 113.nl

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16496375/1