CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.8 - Bijlage 1 - Regionaal Actieplan Suïcidepreventie

Gemeenteraad (openbaar) 18 februari 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Categorie 3: Raadsinformatiebrieven voor kennisgeving aannemen16.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionaal Actieplan Suïcidepreventie Regionaal Actienetwerk Suïcidepreventie WestBrabant i.o. September 2025

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Voorwoord Een poging tot suïcide of suïcide raakt ons allemaal. Achter elk cijfer schuilt een persoonlijk verhaal, een familie, vrienden en een bredere gemeenschap. Het zijn ingrijpende gebeurtenissen die diepe en blijvende sporen nalaten: bij de persoon zelf, bij naasten en bij degenen die achterblijven als de poging slaagt. Daarom is het cruciaal dat we als regio de handen ineenslaan en alles doen wat in onze macht ligt om suïcides en suïcidepogingen te voorkomen en mensen met suïcidale gedachten perspectief te bieden. Dit regionale actieplan voor suïcidepreventie in West-Brabant is het resultaat van een gezamenlijke inspanning van gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen en ervaringsdeskundigen. Het is geen eindpunt, maar een begin. Het vormt een belangrijke stap richting een krachtig regionaal netwerk, waarin we op basis van gedeelde verantwoordelijkheid elkaar versterken, van elkaar leren en samen bouwen. We creëren een regio waarin we ernaar streven dat onze inwoners op tijd worden gezien, gehoord en geholpen. Een regio waarin signalen tijdig worden herkend en opgevolgd, waarin samenwerking vanzelfsprekend is, en waarin niemand er alleen voor staat.

Alleen samen kunnen we daadwerkelijk verschil maken! Ik nodig u uit om samen met ons dit netwerk een solide en duurzame basis te geven. Zo kunnen we niet het aantal suïcides en suïcidepogingen verminderen, en vooral ook perspectief bieden aan mensen in kwetsbare situaties. Laten we gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor het creëren van een veilige en ondersteunende omgeving voor iedereen die het nodig heeft. Sebastiaan Baan Directeur Publieke Gezondheid GGD West-Brabant

United Against Depression and Suicide Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

2

Inhoudsopgave Voorwoord

2

Managementsamenvatting

4

1 Inleiding

6

2 Cijfers

10

3 De EAAD-aanpak

15

4 De weg naar het actieplan: procesbeschrijving & impressie verkennende gesprekken

19

5 Visie, ambitie en doelstelling van het actienetwerk

24

6 Het actieplan

28

 Pijler 1

30

 Pijler 2

33

 Pijler 3

37

 Pijler 4

41

 Pijler 5

43

7 Organisatie en sturing van het actienetwerk

46

8 Begroting en financiering

50

9 Hoe verder

55

Bijlage 1 Gebruikte bronnen en afkortingen

57

Bijlage 2 Overzicht alle benoemde kansen & acties per pijler

59

Bijlage 3 Overzicht betrokken partners bij het actienetwerk i.o.

68

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Praten over zelfdoding kan 24/7 anoniem en gratis via 0800-0113, de landelijke hulplijn van 113 Zelfmoordpreventie, of via chat op www.113.nl

3

Managementsamenvatting

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

4

Managementsamenvatting WAAROM EN WAT? Urgentie In de regio West-Brabant overlijden jaarlijks meer mensen door suïcide dan gemiddeld in Nederland. Vooral het aantal zelfdodingen onder jongeren en met name jongvolwassenen is zorgelijk. Het is momenteel doodsoorzaak nummer 1 onder deze groepen. De impact van een suïcidepoging of suïcide is groot, zowel op naasten als op professionals en de samenleving. Nieuwe wettelijke taak Vanaf 1 januari 2026 zijn gemeenten verplicht om suïcidepreventie op te nemen in het beleid (wijziging Wet publieke gezondheid). Kwartiermakersopdracht gemeenten In de regioplannen IZA staat het voornemen om een regionaal netwerk suïcidepreventie in te richten. In aansluiting op de ‘regionale coördinatiefunctie van de GGD’ (GALA), hebben gemeenten aan de GGD West-Brabant de opdracht gegeven om een plan van aanpak voor een dergelijk regionaal netwerk te maken. De focus is daarbij aangescherpt tot jongeren en jongvolwassenen vanwege de urgentie voor deze doelgroep. Tussen februari en juli 2025 is een kwartiermaker vanuit de GGD aan de slag gegaan samen met ruim 20 samenwerkingspartners. Betrokken waren niet alleen gemeenten, maar ook de GGZ, huisartsen, welzijnsorganisaties en ervaringsdeskundigen (zie bijlage 3) Gezamenlijk zijn de mogelijkheden verkend om regionaal de krachten te bundelen in een netwerk suicidepreventie.

Vervolgens hebben zij een plan van aanpak opgesteld voor het inrichten van dit regionale netwerk en de beoogde activiteiten. Dit alles gebaseerd op de internationaal bewezen effectieve aanpak van de European Alliance Against Depression (EAAD). Een aanpak die al meer dan 12 Nederlandse regio’s en 50 gemeenten succesvol toepassen.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Het regionaal actienetwerk suïcidepreventie  Doel: in aansluiting op de nieuwe wettelijk taak, bundelen gemeenten en netwerkpartners hun kennis en middelen om: - suïcides en suïcidepogingen in West-Brabant te voorkomen, en; - een preventief vangnet te vormen voor mensen met suïcidale gedachten en/of suïcidaal gedrag. De EAAD aanpak vormt de basis.  Ambitie: het inrichten van een duurzaam regionaal netwerk waarin integrale suïcidepreventie structureel onderdeel is van beleid, praktijk en samenleving in West-Brabant.  Focus: in eerste instantie jongeren en jongvolwassenen met het voornemen voor verbreding in de nabije toekomst naar andere risicogroepen. De EAAD-aanpak De EAAD-aanpak kent vijf belangrijke pijlers. Gelijktijdige inzet op alle vijf de pijlers vormt de kern van de effectiviteit van de aanpak: 1. Publiekscampagnes: bewustwording en taboedoorbreking bij alle inwoners 2. Gatekeepers: training van sleutelfiguren buiten de zorg in het leren signaleren en handelen bij suïcidaal gedrag 3. Ondersteuning risicogroepen: actief benaderen van kwetsbare groepen voor suïcidaal gedrag en suïcide voor preventie en ondersteuning 4. Netwerkbrede samenwerking: versterking van samenwerking in de keten gericht op adequate ondersteuning en zorg waar nodig. 5. Beperken toegang tot dodelijke middelen: beperken van toegang tot middelen en fysieke plekken om suïcidepogingen te voorkomen

5

Managementsamenvatting WAT EN HOE? Het actieplan Samen met de partners is in kaart gebracht wat er al gebeurt - regionaal en lokaal - en welke activiteiten vanuit het regionale netwerk daarop kunnen aansluiten binnen de 5 EAAD-pijlers (zie bijlage 2). Daarbij is gebruik gemaakt van de kennis en ervaring uit andere regio’s. Vervolgens heeft een tijdelijke kerngroep per pijler de activiteiten geprioriteerd waar het actienetwerk de komende 1-1,5 jaar mee aan de slag kan. Ook is per pijler een stappenplan opgesteld voor de verdere uitwerking van deze activiteiten: het actieplan. De korte periode van kwartier maken, bood geen ruimte om al te komen tot een concrete uitvoeringsagenda met onderliggende samenwerkingsafspraken. Dit is de opdracht voor de volgende fase van het actienetwerk, evenals de formele samenstelling en inrichting van het actienetwerk. Het actieplan vormt hiervoor het raamwerk. Inrichting van het netwerk Voor het uitvoeren van het actieplan, stellen de partners de volgende inrichting van het netwerk voor: Regionaal niveau  Beleg de rol van regiocoördinator bij de GGD West-Brabant. Deze coördinator is verantwoordelijk voor: - Het opstellen en ten uitvoer brengen van de uitvoeringsagenda. - Het formeel inrichten van het actienetwerk en het opstellen van een governancestructuur met het oog op structurele inbedding en borging.

- De verdere doorontwikkeling van het regionale actienetwerk wat betreft partners, nieuwe doelgroepen en (vervolg)activiteiten. - De verbinding met regionale - en landelijke - ontwikkelingen mentale gezondheid en suicidepreventie door deelname aan relevante (sub)regionale en landelijke overleggen. - Het inrichten en onderhouden van een centrale digitale, plek voor uitwisseling van kennis en ervaringen in de regio.  Stel vanuit het actienetwerk een kerngroep samen die fungeert als klankbord voor de coördinator en actief bijdraagt aan de ontwikkeling en uitwerking van de gezamenlijke aanpak.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

 Benoem een wethouder als regioambassadeur van het actienetwerk  Beleg de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij het Algemeen Bestuur van de GGD. Lokaal niveau  Elke gemeente wijst een contactambtenaar/kwartiermaker aan om de lokale uitvoering en afstemming te borgen. De lokale kwartiermaker neemt namens de gemeente deel aan het regionaal actienetwerk. Financiering en borging De partners binnen het regionale actienetwerk streven naar structurele financiering en duurzame inbedding en borging van het netwerk. Gemeenten ontvangen vanaf 2026 middelen voor suïcidepreventie via de Wet publieke gezondheid: €0.55 per inwoner. Het gaat echter om niet-geoormerkte middelen die ook voor concurrerende prioriteiten kunnen worden ingezet. Ook heeft de VNG bij de uitvoeringstoets aangegeven dat het toegekende bedrag per inwoner niet voldoende is om de volledige EAAD-aanpak voor alle inwoners gelijktijdig op alle 5 pijlers uit te rollen. Voorbeelden elders laten zien dat er speelruimte zit in het prioriteren van aandacht voor specifieke risicogroepen voor een bepaalde periode. In West-Brabant zijn dat in 1e instantie jongeren en jongvolwassenen.

Daarnaast zullen gemeenten een duidelijke keuze moeten maken wat betreft de besteding van de extra wettelijke middelen per 1 januari 2026: is er bereidheid om deze middelen grotendeels in te zetten voor een sterk regionaal netwerk dat werkt met een bewezen effectieve aanpak? Of geeft men de voorkeur aan lokale prioritering en besteding? Gemeenten en GGD zullen de komende maanden inzetten op besluitvorming hierop. WAT IS ER NODIG?  Draagvlak en prioriteit: integrale suïcidepreventie opnemen in lokaal beleid.  Investering: bestuurlijk commitment om gezamenlijk als regio middelen vrijmaken voor coördinatie en uitvoering.  Samenwerking: bereidheid om te investeren in structurele en actieve samenwerking aan een regionaal netwerk.

6

Inleiding

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

7

Inleiding De mentale gezondheid in Nederland staat onder druk, en dat geldt ook voor West-Brabant. Steeds meer mensen voelen zich mentaal minder gezond. Ook het aantal zelfdodingen is zorgelijk, evenals het toenemend aantal mensen dat weleens zelfdoding overweegt. Deze ontwikkelingen vragen om actie: niet alleen landelijk, maar juist ook regionaal. De 16 gemeenten in West-Brabant hebben de GGD gevraagd om de mogelijkheden voor een regionaal actienetwerk suïcidepreventie te verkennen en samen met de beoogde partners een actieplan op te stellen. Het netwerk brengt gemeenten, zorg-, welzijns- en preventiepartners én ervaringsdeskundigen samen. Door kennis en ervaring in de regio te bundelen, kunnen we gezamenlijk het stigma rondom suicide doorbreken, signalen eerder herkennen en sneller hulp bieden. IZA-regioplannen Het initiatief sluit aan bij de regioplannen IZA West-Brabant Oost en West. Daarin zijn drie programma's afgesproken die zich richten op het voorkomen van mentale problemen en suïcide: 1. Het opzetten van een regionaal actienetwerk suïcidepreventie, gebaseerd op de effectieve community-aanpak van de European Alliance Against Depression (EAAD). 2. Het ontwikkelen en invoeren van een integrale aanpak voor mentale gezondheid van jongeren op alle VO-scholen in West-Brabant. 3.

Het opzetten van een regionaal collectief preventieprogramma dat meerjarig inzetbaar is in alle West-Brabantse gemeenten. Dit actieplan werkt het eerste programma verder uit. Alle drie de programma’s richten zich voorlopig op de doelgroepen jongeren en jongvolwassenen, en waar relevant, hun ouders. Elk programma heeft echter een eigen focus en aanpak. Waar nodig stemmen we de programma’s op elkaar af om overlap in activiteiten en onnodige inzet van netwerkpartners te voorkomen.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Wijziging Wet Publieke Gezondheid De keuze voor een regionaal actienetwerk suïcidepreventie sluit aan bij de wijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg). Sinds juni 2024 maakt integrale suïcidepreventie deel uit van de Wpg. Daarmee is het de taak van de overheid geworden om zich actief in te zetten voor suïcidepreventie. Gemeenten zijn nu verplicht om beleid te ontwikkelen en uit te voeren dat aansluit op de vierjaarlijkse Landelijke Agenda Suïcidepreventie (zie figuur 1). Dit beleid kan worden opgenomen in de lokale gezondheidsnota. De afgelopen jaren zijn veel gemeenten en regio’s hier al op vooruitgelopen. In ruim 50 gemeenten zijn actienetwerken gestart die werken volgens de EAADaanpak. Binnen deze netwerken maken gemeenten en partners afspraken over gezamenlijke inzet op suïcidepreventie. De EAAD-aanpak wordt inmiddels in meer dan 30 landen toegepast en blijkt effectief volgens diverse onderzoeken. Brede samenwerking noodzakelijk De onderliggende gedachte achter deze brede integrale aanpak is dat suïcide een complex maatschappelijk probleem vormt. Mensen met suïcidaal gedrag hebben vaak niet alleen te maken met mentale problemen, maar ook met problemen op andere levensgebieden, zoals wonen, werk, relaties, zingeving en lichamelijke gezondheid. Daarom ligt de verantwoordelijkheid voor effectieve preventie en ondersteuning niet bij één partij, maar bij velen.

In hoofdstuk 2 lichten we deze aanpak toe.

Inleiding Eerste stap richting een regionaal actienetwerk Dit voorgestelde actieplan vormt de eerste stap in de ontwikkeling van het actienetwerk suicidepreventie in West-Brabant. Het biedt inzicht in de activiteiten die de netwerkpartners willen uitwerken binnen de verschillende pijlers. Het voorstel is het resultaat van de verkennende gesprekken en de drie werkbijeenkomsten met de beoogde netwerkpartners.

Figuur 1: De zeven doelstellingen van de derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025.

Voor de daadwerkelijke uitvoering is verdere uitwerking van het actieplan nodig naar een concrete uitvoeringsagenda. In deze agenda is vastgelegd wie wat doet, wanneer, voor hoeveel uur, tegen welke kosten en met welk resultaat. De tijd voor de kwartiermaker en de netwerkpartners was te beperkt om deze details met elkaar uit te werken en bindende afspraken hierover te maken. Financiering De financiering van de uitrol van het actienetwerk was oorspronkelijk voorzien vanuit de SPUK IZA-gelden. Inmiddels hebben de gemeenten aangegeven de voorkeur te geven aan een meer structurele financiering en duurzame inbedding van de coördinatie van het netwerk. Een optie daarbij is de allocatie van de middelen die gemeenten per 1 januari 2026 gaan ontvangen voor het uitvoeren van integrale suicidepreventie binnen de Wet publieke gezondheid. De GGD gaat samen met gemeenten de komende maanden inzetten op de bestuurlijke besluitvorming hierop.

In 2020 is de Derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025 opgesteld. Deze agenda beschrijft op hoofdlijnen de visie, ambitie, doelstellingen en activiteiten voor de jaren 2021-2025. Deze zijn door 113 Zelfmoordpreventie samen met verschillende partners opgesteld, op verzoek van het ministerie van VWS. Inmiddels is de 4e Landelijke Agenda Suïcidepreventie in ontwikkeling. Naar verwachting komt deze rond november 2025 uit.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Inleiding Leeswijzer In hoofdstuk 2 presenteren we een aantal cijfers die laten zien waarom het nodig is om als regio te gaan investeren in een integrale aanpak suïcidepreventie. Hoofdstuk 3 geeft meer informatie over de aanpak die we willen gaan inzetten. We kiezen voor een community-aanpak op meerdere niveaus, gebaseerd op het bewezen effectieve EAAD-model. Dit model werkt met vijf pijlers. Hoofdstuk 4 beschrijft de stappen die de kwartiermakers en de netwerkpartners hebben gezet om tot het actieplan te komen. De kaders voor het regionaal actienetwerk komen aan bod in hoofdstuk 5 (visie ambitie, doelstellingen), hoofdstuk 7 (inrichting, sturing en vervolgopdracht regiocoördinator) en hoofdstuk 8 (begroting en financiering). In hoofdstuk 6 presenteren we het door de netwerkparkpartners opgestelde actieplan voor de komende 1-1,5 jaar.

Toelichting op het gebruik van verschillende termen Er zijn verschillende woorden die mensen gebruiken als het gaat over het beëindigen van het eigen leven: zelfmoord, zelfdoding en suïcide. In dit actieplan gebruiken we vooral de woorden ‘suïcide’ en ‘zelfdoding’. Het zijn woorden die professionals of onderzoekers ook vaak gebruiken. We gebruiken ook de termen ‘suïcidale gedachten’ en ‘suïcidaal gedrag’, in plaats van het bredere woord **suïcidaliteit**. 113 Zelfmoordpreventie gebruikt op de website en in andere communicatie vaak wel het woord ‘zelfmoord’ gebruikt. Dit is bewust. Veel mensen die hulp zoeken, gebruiken namelijk dit woord als ze online zoeken. Uit onderzoek blijkt dat zij 113 vooral vinden door te zoeken op ‘zelfmoord’, en veel minder vaak op ‘zelfdoding’ of ‘suïcide’.

Tot slot adviseren we in hoofdstuk 9 een aantal te nemen vervolgstappen op korte termijn. In de bijlagen vindt u een overzicht van bestaande activiteiten in de regio en alle ideeën die binnen het netwerk zijn opgehaald. Ook is er een overzicht van alle partijen die bij het realiseren van dit actieplan zijn betrokken en hun rol.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

10

Cijfers

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

11

Per 10.000 inwoners méér suïcides in West-Brabant dan landelijk Trend in zelfdodingen 67% van de bevolking ervaart taboe om te praten over suïcide(gedachten)

60% van de mensen die suïcide plegen zijn niet in beeld van de zorg

Figuur 1: aantal suïcides per 10.000 inwoners in Nederland en West-Brabant. Vanwege grote fluctuaties zijn de cijfers van 5 opeenvolgende jaren gemiddeld: de cijfers bij 2022 laten dus het gemiddelde zien van 2018 tot en met 2022. (Gezondheid en leefstijl | Regiobeeld).

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

12

Aantal suïcides in West-Brabantse gemeenten Over de jaren 2021 tot en met 2024 kwamen 311 West-Brabanders om het leven door zelfdoding. Suïcides Let op: het gaat in tabel 1 om het absoluut aantal zelfdodingen per gemeente, dus níet gestandaardiseerd naar bijvoorbeeld het aantal suïcides per 10.000 inwoners. Dergelijke cijfers zijn vanuit het CBS helaas maar voor 7 van de 16 gemeenten beschikbaar. Ook zijn de cijfers in tabel gebaseerd op de gemeente waar de zelfdoding plaatsvond, níet op de woonplaats van de overleden persoon. De tabel zegt dus niets over in welke gemeente naar verhouding tot het inwoneraantal - in de afgelopen 4 jaar - meer zelfdodingen zijn geweest. Suïcidepogingen Er bestaat nog geen centrale landelijke registratie van het aantal suïcidepogingen. Pogingen worden vaak niet gemeld of vastgelegd, tenzij ze leiden tot medische behandelingen of situaties met ernstige gevolgen. En ook dan verschilt de manier van registreren. De schatting van het aantal pogingen is gebaseerd op meldingen bij hulpdiensten, zelfrapportages en onderzoek (Prof. Dr. Beekman, 2023).

Elke geslaagde suïcide heeft grote impact: gemiddeld worden 123 naasten geraakt

Tegenover elke geslaagde suïcide staan naar schatting 40-50 pogingen tot suïcide

Tabel 1: Aantal suïcides in West-Brabant per gemeente over 2021 tot en met 2024.

Gemeente Altena

Totaal ’21 t/m ‘24 201 18

Alphen-Chaam

<10*

Baarle-Nassau

<10*

Bergen op Zoom

35

Breda

99

Drimmelen

13

Etten-Leur

18

Geertruidenberg

<10*

Halderberge

<10*

Moerdijk

<10*

Oosterhout

23

Rucphen

11

Roosendaal

24

Steenbergen

14

Woensdrecht

16

Zundert

10

Totaal

311

*Aantallen onder de 10 mogen in verband met de privacy niet getoond worden. Bron: forensische geneeskunde GGD WB, 2025

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

13

Suïcides onder jongvolwassenen het sterkst toegenomen, daling aantal suïcides op middelbare leeftijd In de afgelopen jaren is het aantal zelfdodingen onder jongeren en met name jongvolwassenen in Nederland, langzaam maar duidelijk toegenomen. Landelijk was er een stijging van 33% in het aantal suïcides onder jongvolwassenen. Het aantal suïcides onder mensen van middelbare leeftijd (40-69 jaar) is in de afgelopen tien jaar gedaald. Deze daling is een positieve ontwikkeling, ook omdat in deze leeftijdsgroep de meeste zelfdodingen plaatsvinden. (113 Zelfmoordpreventie, 13-02-2025). Voor West-Brabant is een dergelijke trendvergelijking niet beschikbaar, maar er is geen reden om aan te nemen dat deze trend in positieve zin afwijkt.

Suïcide is momenteel doodsoorzaak nummer één onder jongeren én jongvolwassenen tot 30 jaar

Stijgende trend suïcides vooral zonder 20 tot 30-jarigen.

Voor alle leeftijden geldt dat mannen vaker een fatale suïcidepoging ondernemen dan vrouwen Bron: Cijfers over zelfdoding | Nederlands Jeugdinstituut

Onder jonge vrouwen tot 30 jaar is recent echter een sterke stijging zichtbaar wat betreft fatale suïcidepogingen

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Tabel 2. Aantal suïcides in West-Brabant in 2024 naar leeftijdsgroep (GGD, 2025)

Leeftijdsgroep

2024

10-29 jaar

14

30-59 jaar

50

60-plussers

32

Totaal

96

Kijk voor meer informatie over achtergrondkenmerken van mensen die overleden zijn door suicide of suïcidale gedachten hebben de factsheet Levenslang veerkrachtig (GGD, 2024)

14

Mentale gezondheid en suïcide gedachten jongeren en jongvolwassenen Naast een toename in het aantal suïcides, zien we ook dat steeds meer mensen een hun mentale gezondheid als minder goed ervaren. Mensen hebben vaker psychische klachten, waaronder suïcidale gedachten; vooral jongeren en jongvolwassenen. Mentale problemen in de adolescentie vergroten de kans op aanhoudende gezondheidsproblemen op latere leeftijd. Depressie en angst kunnen leiden tot schooluitval, werkloosheid onder jongvolwassenen en verminderde prestaties of burn-out op de werkvloer. Jongeren die opgroeien in kwetsbare omstandigheden – zoals armoede of financiële onzekerheid binnen het gezin – lopen bovendien een verhoogd risico op mentale ongezondheid (VTV 2024, RIVM).

20% van de jongeren in de 2e en 4e klas VO in West-Brabant heeft in de afgelopen 12 maanden een enkele keer tot heel vaak suïcide overwogen; ten opzichte van de andere regio’s in Nederland is dit een gemiddeld beeld. (GGD, 2023) 76% van de jongeren in klas 2/4 VO voelt zich meestal (zeer) gelukkig (GGD, 2023)

28% van de jongeren in klas 2/4 VO heeft te maken met psychische klachten. (GGD, 2023)

Bijna de helft van de jongeren in de 2e en 4e klas VO voelt zich om uiteenlopende redenen (zeer) vaak gestrest (GGD, 2023)

41% van de jongeren vindt het moeilijk om zich door stressvolle gebeurtenissenn heen te slaan. (GGD, 2023)

7% heeft een verhoogd risico op het ontwikkelen van PTSS (GGD, 2023)

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

81% van de jongvolwassenen ervaarde gevoelens van angst of depressie in de afgelopen 4 weken (GGD, 2024). 49% van de jongvolwassenen beoordeelt de eigen mentale gezondheid als matig tot (zeer) slecht.(GGD, 2024). 42% van de jongvolwassenen (1625 jaar) voelt zich (heel) vaak gestrest (GGD, 2024).

30% van de jongvolwassenen heeft in de laatste 12 maanden een enkele keer tot (heel) vaak serieus gedacht om een eind aan het leven te maken; ten opzichte van de andere regio’s in Nederland is dit een gemiddeld beeld. (GGD, 2024).

Onder de jongvolwassenen voelt 18% zich in het dagelijks leven vaak tot voortdurend beperkt door psychische klachten (GGD, 2024).

3% van de jongvolwassenen heeft in de laatste 12 maanden een poging ondernomen om een eind te maken aan het leven (GGD, 2024).

15

De EAAD-aanpak

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

16

De EAAD-aanpak De cijfers benadrukken het belang om in te zetten op het verminderen en voorkomen van suïcides in West-Brabant. De nieuwe wettelijke taak op suïcidepreventie vraagt van gemeenten dat zij hierop structureel gaan investeren. De EAAD-aanpak (European Alliance Against Depression) biedt hiervoor een bewezen effectief model, waarin tegelijkertijd wordt gewerkt aan bewustwording in de samenleving, deskundigheidsbevordering van professionals, gerichte aandacht voor risicogroepen en verantwoorde berichtgeving in de media. Deze aanpak is ook opgenomen in de Derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025 en wordt al met succes op diverse plekken in Nederland ingezet.

Een geïntegreerde aanpak op meerdere niveaus Uit onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO, 2021) blijkt dat een samenhangende, multilevel aanpak effectiever is dan het inzetten van losse interventies, zelfs wanneer deze afzonderlijk bewezen effectief zijn. Een multilevel benadering richt zich gelijktijdig op verschillende preventieniveaus en beleidsdomeinen, en verbindt de operationele, tactische en strategische lagen binnen een organisatie of regio. Het trechtermodel van EAAD Het EAAD-model is vormgegeven als een trechter (zie figuur 2b op de volgende pagina). De aanpak start met universele preventie, gericht op de gehele bevolking. Denk hierbij aan publiekscampagnes (pijler 1) en het trainen van sleutelfiguren buiten de zorg, zoals leraren en politieagenten, om signalen van suïcidaal gedrag te herkennen (pijler 2). Daarna volgt selectieve preventie (pijler 3), gericht op risicogroepen. Vervolgens komen geïndiceerde preventie en terugvalpreventie aan bod (pijler 4), waarbij de samenwerking tussen zorgpartners wordt versterkt. Ook wordt aandacht besteed aan het verkleinen van omgevingsrisico’s, zoals het beveiligen van hoge gebouwen, risicovolle spoorlocaties en het beperken van toegang tot gevaarlijke medicatie.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Waarom is de EAAD-aanpak effectief? Psychische problemen en suïcidaal gedrag ontstaan vaak door een samenspel van factoren, zoals mentale kwetsbaarheid, financiële zorgen, werkloosheid, eenzaamheid, relationele spanningen, prestatiedruk en middelengebruik. Daarom is een brede, preventieve aanpak nodig die deze diverse aspecten meeneemt. De EAAD-aanpak richt zich op het gelijktijdig inzetten van preventieve interventies op verschillende niveaus: universeel, selectief, geïndiceerd, zorggerelateerd en gericht op terugvalpreventie (zie figuur 2a op de volgende pagina). Deze aanpak vraagt om samenwerking tussen verschillende domeinen en binnen de directe leefomgeving van mensen – thuis, op school en op het werk. Regionale en lokale partijen, zoals gemeenten, onderwijsinstellingen, wijkteams, zorgprofessionals en inwoners, moeten gezamenlijk afspraken maken over passende interventies. Het is zowel voor professionals als inwoners essentieel om te weten hoe zij signalen kunnen herkennen en op de juiste manier kunnen handelen.

17

Samenhang tussen EAAD-aanpak en de preventieketen

Figuur 2a

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Figuur 2b

18

Werken met de EAAD-aanpak via een regionaal actienetwerk Lokaal of regionaal actienetwerk Gemeenten kunnen er uiteraard voor kiezen om de EAAD-aanpak lokaal te organiseren, maar juist regionale samenwerking biedt belangrijke voordelen. Veel partners in suïcidepreventie - zoals huisartsengroepen, GGZ-instellingen, en zorg- en welzijnsorganisaties - werken al op regionaal niveau. Door als gemeenten gezamenlijk een actienetwerk te vormen, sluiten we aan bij die bestaande structuren en ontstaat meer samenhang en slagkracht. Een regionaal netwerk maakt het mogelijk om middelen efficiënter in te zetten, gezamenlijke trainingen en campagnes te organiseren en kennis en ervaring te delen. Voor kleinere gemeenten betekent dit toegang tot expertise en ondersteuning die lokaal vaak ontbreekt. Bovendien zorgt een gezamenlijke aanpak voor een herkenbare boodschap in de hele regio, waardoor inwoners en professionals niet worden geconfronteerd met versnipperde initiatieven. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor lokaal maatwerk: iedere gemeente kan eigen accenten leggen, bijvoorbeeld gericht op jongeren, ouderen of andere specifieke doelgroepen. Het regionale netwerk biedt daarvoor de infrastructuur, coördinatie en continuïteit. Zo versterken we elkaar, voldoen we aan de wettelijke opdracht en vergroten we de kans dat suïcidepreventie duurzaam verankerd raakt in beleid en praktijk.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Voordelen van regionale samenwerking voor gemeenten:  Aansluiten bij bestaande structuren: huisartsen, GGZ, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties werken al regionaal.  Efficiëntie: gezamenlijke trainingen, campagnes en communicatie; middelen slimmer ingezet.  Meer slagkracht: één herkenbare boodschap in de regio, grotere zichtbaarheid en impact.  Kennisdeling: gemeenten leren van elkaars ervaringen en versterken elkaar.  Toegankelijkheid voor kleine gemeenten: toegang tot expertise en capaciteit die lokaal vaak ontbreekt.  Continuïteit en borging: regionale coördinatie zorgt voor duurzame verankering in beleid en uitvoering.  Ruimte voor lokaal maatwerk: binnen de regionale kaders kunnen gemeenten eigen accenten leggen voor specifieke doelgroepen. Zo versterken gemeenten elkaar, voldoen zij aan de wettelijke opdracht en vergroten zij de kans op een merkbare en duurzame afname van suïcides en pogingen in de regio.

19

De weg naar het actieplan Procesbeschrijving en impressie verkennende gesprekken

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

20

De weg naar het actieplan: procesbeschrijving Kwartiermaker Vanaf februari tot en met juli 2025 is een kwartiermaker aan de slag gegaan met het verkennen van de mogelijkheden om regionaal actienetwerk suïcidepreventie in te richten dat gaat werken volgens de EAAD-aanpak. Daarnaast had de kwartiermaker de opdracht om samen met de beoogde partners van het regionale netwerk te komen tot een voorstel voor een actieplan met een beschrijving van de eerste activiteiten van het netwerk Gevolgde stappen 1. Er zijn in Nederland, zoals eerder gezegd al diverse regio’s en gemeenten die werken met de EAAD-aanpak. Daarom is de kwartiermaker gestart met deskresearch. Daarbij is geïnventariseerd welke initiatieven er al in de regio lopen en wat goede voorbeelden elders uit het land zijn. 2. Vervolgens zijn verkennende gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van ruim 20 relevante (sub)regionale netwerkpartners in de regio. Besproken is welke kansen en randvoorwaarden zij zien voor het opzetten van een regionaal actienetwerk. 3. Daarna heeft de kwartiermaker op 22 mei 2025 een startbijeenkomst georganiseerd. Hieraan namen zo’n 20 mensen deel vanuit GGD, GGZ, gemeenten, huisartsen, welzijn, verslavingszorg, het ziekenhuis en organisaties voor patiënten- en cliëntenbelang. Gezamenlijk is verkend wat er al in de regio al gebeurt op het gebied van suïcidepreventie en mentale gezondheid.

Ook is gevraagd welke acties en activiteiten kansrijk zouden kunnen zijn binnen de verschillende pijlers van de EAAD-aanpak. 4. De startbijeenkomst werd gevolgd door 2 werkbijeenkomsten op 4 en 16 juni 2025 met een tijdelijke kerngroep. Tijdens deze bijeenkomsten is gewerkt aan het opstellen van een gezamenlijke visie en ambitie. Ook zijn kansrijke acties benoemd en geprioriteerd.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Daarbij is gekeken naar: • snelle en kosteneffectieve uitvoerbaarheid van de acties; • aansluiting bij lopende initiatieven; • het bereiken van kwetsbare risicogroepen; Verder is gesproken over de organisatiestructuur, inzet van partijen en financiering van het netwerk. In de hiernavolgende hoofdstukken zijn de resultaten van de verschillende processtappen verwerkt. Bijlage 3 bevat een overzicht van alle partners die input hebben gegeven gedurende het proces.

Deskresearch Verzamelen van informatie over initiatieven in de regio en goede voorbeelden elders uit het land Verkennende gesprekken Inventarisatie draagvlak, kansen en behoeften voor samenwerking met relevante partijen in de regio Regionale startbijeenkomst Informeren, draagvlak creëren en ophalen 1e input voor het actieplan Werkbijeenkomsten kernpartners Prioritering en uitwerken activiteiten om te komen tot een voorstel voor het actieplan Figuur 3: gevolgde stappen

21

Impressie verkennende gesprekken Toegevoegde waarde van het inrichten van een regionaal actienetwerk voor suicidepreventie

“Hoe meer aandacht voor het probleem, hoe meer de cijfers ook mee kunnen groeien: het probleem is nu ook misschien al groter dan we denken. We moeten de uiterste groepen meer naar de voorkant toe trekken en naar de risicogroepen toe bewegen” NS/ProRail

Aandacht voor (preventie van) zelfdoding vergroten  Mits: aansluiting bij netwerken mentale gezondheid en bestaand aanbod. Preventie versterken door:  bespreekbaar maken en bewustzijn creëren, ook onder professionals! (publiekscampagne);  ondersteuning en training van professionals (en inwoners) (gatekeeperstraining);  inzet op risicogroepen en hun naasten/netwerk;  betrekken van onderwijs, verenigingsleven (o.a. sport) en maatschappelijk werk;  inzet van ervaringsdeskundigen en hun naasten.

“Het moet duidelijk zijn wat het netwerk gaat opleveren voor de huisarts en POH. Alles wat helpt bij het ondersteunen van de patiënt is interessant voor de huisarts.” -Huisartsengroep

Expertise benutten en (bestaand) trainingsaanbod bundelen en versterken

“De toegevoegde waarde van ervaringsdeskundigen is dat ze vanuit eigen ervaring of vanuit cliënten ervaringen een ander licht kunnen laten schijnen, aanvullend op de bestaande kennis” NESP

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Er ligt een hele concrete behoefte en veel kansen op scholen om jongeren een veilige plek te bieden en op tijd te signaleren. GGZ

“Dit is een gedragen thema waar met name op het gebied van preventie nog veel te doen is. Dit moet volgens ons ook de insteek van het netwerk zijn” Welzijnsorganisatie

22

Impressie verkennende gesprekken Aandachtspunten bij het vormgeven van een regionaal actienetwerk suïcidepreventie           

  

Breng specifieke risicogroepen en hun behoeften in kaart. Verken wie een signalerende rol heeft. Zet ervaringsdeskundigen en naasten in. Breng het bestaand ondersteuningsaanbod (incl. meldpunt) beter in beeld; maak dit aanbod breed bekend. Laat professionals uit sociaal domein en zorg op lokaal (of subregionaal) niveau met elkaar uitwisselen op het thema. Maak huisartsen meer bewust van hun belangrijke signaleringsfunctie. Houd rekening met beperkte capaciteit in sociaal domein en wachtlijsten (o.a. GGZ). Sluit - indien mogelijk - aan bij een bestaand regionaal netwerk mentale gezondheid Bouw voort op bestaand aanbod en activiteiten mentale gezondheid en suicidepreventie Maak goede afspraken over taken en verantwoordelijkheden op verschillende niveaus, zoals wie is opdrachtgever, eigenaar, trekker. Zorg voor een duurzame aanpak: reserveer een meerjarig budget voor coördinatie en het uitvoeren activiteiten en investeer in het onderhouden en in stand houden van het netwerk. Begin klein, om het haalbaar te maken. Maak de aanpak en het preventieaanbod zoveel mogelijk gelijk in de regiogemeenten, dit maakt het transparant voor inwoners. Investeer in monitoring en maak (tussen)resultaten goed zichtbaar.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

“Er gebeurt al veel op het gebied van mentale gezondheid, daarom moet het netwerk als het kan binnen iets bestaands ondergebracht worden, zodat het aansluit op wat er al is.“ Gemeente

“Denk goed na hoe je risicogroepen gaat benaderen, zodat je met ze praat en niet over ze” Zorgbelang

“Een plan moet wel goed gefundeerd weggezet worden zodat mensen de hulp krijgen die ze nodig hebben” Huisartsengroep

“Huisartsen zijn ook een belangrijke vindplek voor jongeren en jongvolwassenen” Huisartsengroep

23

Visie, ambitie en doelstelling van het actienetwerk

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

24

Visie en ambitie Als actienetwerk suïcidepreventie weten we samen waar we voor staan en waar we naartoe willen. Dit staat in onze gezamenlijke visie en ambitie. De visie geeft richting en laat zien wat we op de lange termijn willen bereiken. De ambitie maakt duidelijk wat we samen willen doen en welk verschil we willen maken.

Visie Samen maken we het verschil In West-Brabant streven we naar een regio waarin iedereen gezond, veilig en gelukkig kan opgroeien en leven. Een regio waarin niemand hoeft te overlijden aan suïcide en waarin het hebben van suïcidale gedachten of het vertonen van suïcidaal gedrag gewoon bespreekbaar zijn. We zijn een regio waarin ieder mens zich gesteund voelt door zijn omgeving en waar - zo nodig - tijdig en dichtbij effectieve hulp en ondersteuning beschikbaar is. Wij zien vroegsignalering en preventie van suïcidaal gedrag en suïcide als een gedeelde verantwoordelijkheid van netwerkpartners én onze inwoners. Alleen door de gezamenlijke inzet van gemeenten, professionals, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen, kunnen we écht het verschil maken voor mensen die het leven - tijdelijk - niet meer zien zitten. Samen zetten we in op het voorkomen van suïcides en vormen we een vangnet voor mensen met suïcidale gedachten en/of suïcidaal gedrag.

Ambitie Vanuit het actienetwerk bouwen we samen aan een duurzame, lerende beweging voor suïcidepreventie binnen de regio. Alle betrokken organisaties – van gemeenten en scholen tot zorg- en hulpverleners - weten elkaar te vinden en werken effectief samen. Binnen vijf jaar heeft elke gemeente in de regio West-Brabant integrale suïcidepreventie een volwaardige plek gegeven in het beleid. Waar wenselijk, mogelijk en ondersteunend hebben de 16 gemeenten gemeenschappelijke afspraken gemaakt over de uitvoering hiervan. Daarnaast is suïcidepreventie ook verankerd in het dagelijks handelen van zorg- en hulpverleners, scholen, gemeenten en inwoners. We vergroten kennis, versterken lokale activiteiten en bouwen aan een sterke regionale aanpak. Vroegsignalering, samenwerking en openheid over suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag staan hierbij centraal. Zo zorgen we dat mensen op tijd worden gezien en geholpen en voorkomen we terugval. Niemand hoeft er alleen voor te staan! Daarmee dragen we bij aan een merkbare afname van suïcidepogingen en suïcides in West-Brabant. We leggen daarbij nadrukkelijk de verbinding met bestaande samenwerkingsstructuren en initiatieven rondom het bevorderen van mentale gezondheid in de regio.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

25

Doelstelling en doelgroep De EAAD-aanpak is in de basis universeel en gericht op alle leeftijdsgroepen. Binnen pijler 3 van de aanpak is echter ruimte om - al dan niet tijdelijk de focus te leggen op specifieke risicogroepen. Gemeenten hebben bij de opdrachtformulering voor het actieplan de keuze gemaakt om te starten met de doelgroep jongeren/jongvolwassenen. Pijler 3 biedt echter alle ruimte voor verbreding naar andere doelgroepen op termijn en/of lokaal maatwerk waar gewenst. Bovendien zullen binnen de overige 4 pijlers van de aanpak andere doelgroepen nog steeds bereikt en gezien worden, bijvoorbeeld via de publiekscampagnes en het trainen van gatekeepers. Doelstelling regionaal actienetwerk suïcidepreventie De deelnemende partners in West-Brabant hebben zich verbonden aan de volgende gezamenlijke doelstelling: Het terugdringen van suïcidepogingen en suïcides in West-Brabant door het inrichten van een regionaal dekkend netwerk dat werkt via de vijf pijlers van de EAAD-aanpak. Concreet betekent dit dat we inzetten op:  Structurele verankering van suïcidepreventie in beleid en het handelen van organisaties en professionals; 

Versterking van kennis en bewustwording rondom suïcidale gedachten en gedrag;

Doorbreking van taboes en bevordering van openheid binnen de samenleving;

Vroegtijdige signalering van suïcidaliteit en toegang tot passende ondersteuning;

Een duurzame regionale samenwerkingsstructuur waarin zorg, onderwijs, welzijn, gemeenten en inwoners elkaar weten te vinden voor ondersteuning, kennisdeling en hulp.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

•

Doelgroep jongeren en jongvolwassenen

De keuze voor jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 12-30 jaar als primaire doelgroep van het actienetwerk, sluit aan bij regionale cijfers, inzichten en landelijke ervaringen. In andere regio’s zien we dat een focus op één specifieke risicogroep gedurende 1 à 2 jaar leidt tot effectieve preventie en stevige ketensamenwerking. Deze aanpak sluit zeker niet uit dat de focus in de toekomst wordt verbreed naar andere risicogroepen — integendeel, dit vormt een opmaat naar duurzame en integrale suïcidepreventie voor álle inwoners.

26

Uitgangspunten van het actienetwerk Deze uitgangspunten vormen de basis voor hoe we met elkaar omgaan. Hoe we keuzes maken en hoe we de aanpak vormgeven. Ze zorgen voor een gedeelde werkwijze en geven richting aan ons handelen, zodat iedereen weet waar we op kunnen rekenen. Als actienetwerk hanteren we de volgende uitgangspunten: We werken gezamenlijk aan implementatie en borging van interventies in de preventieketen rondom mentale gezondheid en suïcide.

We stemmen af met andere programma’s en initiatieven in de regio onder andere:

We leggen de focus op preventie van suïcides en suïcidaal gedrag, maar zien dit niet los van andere ontwikkelingen rondom mentale gezondheid. De partners brengen het thema ‘suïcidepreventie’ daarom ook in bij de uitwerking van initiatieven en projecten op het gebied van mentale gezondheid.

•

We pakken activiteiten op regionaal niveau op, met oog voor lokale behoeften en ruimte voor eigen invulling waar passend en wenselijk.

•

We richten ons op lange termijn borging van de regionale samenwerking. We zetten in op effectieve en kansrijke interventies. We leren van goede voorbeelden elders uit het land en wisselen uit met het actienetwerk in regio Midden-Brabant gebeurt.

•

•

Het ontwikkelen van een integrale preventieve aanpak voor mentale gezondheid jeugd op scholen voor voortgezet onderwijs in West-Brabant. Het opstellen van een regionaal collectief preventieprogramma mentale gezondheid dat meerjarig inzetbaar is in alle WestBrabantse gemeenten. Implementatie van de transformatieplannen Mentale gezondheidsnetwerk in de regio West-Brabant West en Oost (en Midden Brabant). Oprichting/uitbreiding van Stevige Lokale Teams (SLT), gericht op de jeugd, voortvloeiend vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd.

We zoeken de samenwerking met ervaringsdeskundigen als klankbord en bij de uitvoering van de plannen.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

27

Het actieplan

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

28

Het actieplan Samen met de tijdelijke kerngroep heeft de kwartiermaker gewerkt aan het opstellen van een actieplan. Dit plan presenteren we op de hiernavolgende pagina’s. Op iedere pijler van de EAAD-aanpak heeft de kerngroep één of meer acties geprioriteerd en de benodigde stappen bepaald om deze acties verder vorm te geven. Actieplan kader en vertrekpunt voor het netwerk Gezien de beperkte tijd die de kwartiermaker en de kernpartners zijn er nog géén afspraken opgenomen over welke partij wat doet, wanneer, voor hoeveel uur, tegen welke kosten en met welk resultaat. De beschikbare tijd voor de kwartiermaker en de kerngroep was te beperkt om deze details met elkaar uit te werken en bindende afspraken hierover te maken. Dit actieplan dient als kader en vertrekpunt voor het regionale actienetwerk suïcidepreventie. In de volgende fase kunnen de netwerkpartners onder leiding van een - nog aan te stellen - regiocoördinator het actieplan uitwerken naar een uitvoeringsagenda met heldere afspraken, concrete resultaten en bijbehorende begroting. Overigens is in bijlage 2 een volledig overzicht opgenomen van alle kansen en acties die de betrokken partners hebben benoemd voor het regionale actienetwerk.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

29

Pijler 1 publiekscampagne Geprioriteerde activiteiten 1. Stel een regionaal communicatieplan op samen met betrokken netwerkpartners en gemeenten. 2. Verspreid bestaande materialen van 113 Zelfmoordpreventie regionaal onder scholen, jongerenwerk, huisartsen (bijv. in wachtkamers), sportverenigingen, JGZ en andere relevante netwerken. 3. Breng de gratis gatekeepertrainingen en de ‘VraagMaar app’ van 113 Zelfmoordpreventie onder de aandacht bij het algemene publiek en verspreid in elke gemeente informatie hierover. 4. Organiseer kleinschalig ‘Walk Into the Light’ tijdens de Week van de Suïcidepreventie in september 2025. Doel • Doorbreek bij zowel inwoners als professionals in de regio West-Brabant het taboe op praten over zelfdoding en het durven vragen naar suïcidale gedachten en mentale gezondheid(sproblemen). • Vergroot de bewustwording over suïcide(gedachten) & mentale gezondheid, stimuleer het versterken van de (mentale) gezondheidsvaardigheden van mensen en het tijdig zoeken van hulp.

 

Vanaf 2026 wordt op meerdere momenten per jaar, zowel regionaal als lokaal in elke gemeente, aandacht besteed aan het stimuleren van gesprekken over zelfdoding en suïcidegedachten om vroegsignalering en toeleiding naar passende hulp te bevorderen. Meer kennis en bewustzijn onder inwoners over suïcide(gedachten) en mentale gezondheid. Meer openheid over mentale problemen en psychische klachten, betere herkenning van risicosignalen en meer mensen die tijdig hulp zoeken.

Mogelijke indicatoren • Aantal bereikte personen via campagnekanalen (social media, websitebezoeken, posters, flyers). • Percentage van de doelgroep dat de campagne herkent (via survey). • Verandering in stigma-gerelateerde attitudes (voor- en nameting). • Aantal websitebezoeken of telefoontjes naar 113.nl na de campagneperiode. • Aantal uitgevoerde publiekscampagnes of informatiebijeenkomsten. • Mate van herkenning van suïcidesignalen onder het publiek (enquêtes). • Verandering in attitudes ten opzichte van suïcide (stigma-indicatoren). • Aantal hulpvragen bij lokale organisaties of hulplijnen na campagneuitingen.

Doelgroep De algemene bevolking, met extra aandacht voor (kwetsbare) jongeren en jongvolwassenen en hun ouders/verzorgers. Resultaat  Een gezamenlijk opgesteld regionaal communicatieplan van de partners binnen het actienetwerk.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

30

Stappenplan pijler 1 publiekscampagne Binnen pijler 1 richten we ons op acties die snel uitvoerbaar zijn, weinig extra inzet en middelen vragen, en tegelijkertijd een groot bereik realiseren. We benutten bestaande, gratis publiekscampagnes en verspreiden deze via al beschikbare communicatiekanalen. De campagnes zijn gericht op een breed publiek en maken gebruik van de materialen van 113 Zelfmoordpreventie.

Stap 1 Inventarisatie beschikbare materialen & communicatiekanalen • In 2025 brengt het actienetwerk in kaart welke gratis materialen beschikbaar zijn via 113 Zelfmoordpreventie. Daarbij verzamelen we ook informatie over de gatekeepertrainingen en de VraagMaar app: een gratis online gatekeepertraining van één uur. • We onderzoeken via welke kanalen en op welke momenten het actienetwerk deze materialen effectief kan verspreiden. Deze inventarisatie sluit aan bij de doelstellingen van pijler 2. • De verzamelde informatie vormt de basis voor een regionaal communicatieplan voor 2026 en de jaren daarna. In dit plan leggen we gezamenlijke afspraken vast, inclusief een regionale planning. Bijlage 2 biedt een overzicht van acties die hiervoor als uitgangspunt kunnen dienen. Stap 2 Actieve inzet tijdens de Week van de Suïcidepreventie 2025 Net als voorgaande jaren vraagt de GGD via haar social media zowel extern als intern aandacht aan de landelijke campagneweek. Daarnaast deelt zij de landelijk beschikbare campagnematerialen met gemeenten en netwerkpartners Daarnaast heeft de gemeente Breda het initiatief genomen om samen met de GGD in de campagneweek een Walk into the Light te organiseren. De hoop is dat een dergelijke wandeling in 2026 vanuit het actienetwerk kan worden georganiseerd voor de gehele regio West-Brabant.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Stap 3 Vanaf 2026 benut het volledige actienetwerk de Week van de Suïcidepreventie voor een brede, gezamenlijke campagne. Naast deze week worden ook andere momenten in het jaar benut, zoals de Week van de Mentale Gezondheid in mei 2026, conform de regionale planning.

Walk into the Light Walk into the Light is een landelijk evenement dat jaarlijks plaatsvindt tijdens de Wereld Suïcide Preventie Week in september. In alle vroegte wandelen mensen op tientallen locaties in Nederland samen richting de zonsopkomst. Een symbolisch en verbindend moment, waarin we stilstaan bij de impact van suïcidaliteit en het belang van aandacht, steun en preventie. Meer weten? Kijk hier.

31

Pijler 1 publiekscampagne Aanbevelingen Vraag actief ondersteuning aan bij 113 Zelfmoordpreventie, bijvoorbeeld in de vorm van advies of aanvullende materialen om de actie kracht bij te zetten. Stem het tijdspad zorgvuldig af met alle betrokken partijen, zodat zij tijdig geïnformeerd zijn en zich intern goed kunnen voorbereiden. Zet regionaal een publiekscampagne op tijdens herkenbare momenten zoals de Week van de Suïcidepreventie en/of de Week van de Mentale Gezondheid. Formuleer bij aanvang direct geschikte indicatoren om de effecten van de campagne te kunnen monitoren en evalueren. Start tijdig met het monitoren om inzicht te krijgen in de impact.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

32

Pijler 2 scholing van gatekeepers  Geprioriteerde activiteiten • Via publiekscampagne de gratis gate-keepertrainingen vanuit 113 Zelfmoordpreventie regionaal bekend maken; gericht scholen, verenigingen en andere (jeugd)organisaties aanschrijven om belang van rol, inzet sleutelpersonen te benadrukken en wijzen op gratis gatekeeperstrainingen; • Professionals (bv. jongerenwerkers, buurtsportcoaches) trainen en gezamenlijk een aanbod richting vrijwilligers organiseren; • Inventarisatie hoeveel gatekeepers er zijn in de regio en wie potentiële gatekeepers / sleutelfiguren zijn;

Daarnaast ligt er eind 2026 een plan voor het opzetten en uitvoeren van een train-de-trainers aanpak.

Mogelijke indicatoren • Aantal getrainde gatekeepers • Aantal meldingen van suïcidale signalen en/of doorverwijzingen naar hulpverlening door getrainde gatekeepers. • Zelfvertrouwen en kennis bij gatekeepers vóór en na training (pre-post evaluatie). • Aantal organisaties met interne afspraken over signalering & doorverwijzing bij suïcidaliteit.

Doel Versterken van ondersteunende netwerken in de gemeenschap door sleutelfiguren en niet-zorgprofessionals in de samenleving te trainen in gespreksvoering, signalering en adequaat handelen bij suïcidegedachten en suïcidaal gedrag (gatekeeper5s). Doelgroep Sleutelfiguren en niet-zorgprofessionals in de leefomgeving van jongeren en jongvolwassenen Beoogde resultaat  Op lokaal niveau is er eind 2026 per jeugdsetting (verenigingen, scholen, jongerenwerk, scouting, etc.) minimaal één sleutelfiguur of ambassadeur voor suïcidepreventie die een gatekeeperstraining heeft gevolgd.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

33

Stappenplan pijler 2 scholing van gatekeepers Binnen pijler 2 ligt de prioriteit bij het trainen van sleutelfiguren die actief zijn in jeugdsettingen zoals verenigingen, scholen, jongerenwerk en scouting. Het doel is om hun basisvaardigheden te versterken, zodat zij beter kunnen omgaan met signalen van mentale problemen en suïcidaliteit bij jongeren en jongvolwassenen. Stap 1. Brede bewustwording en basisvaardigheden In 2025 starten we met het breed verspreiden van informatie en de gratis gatekeepertrainingen van 113 Zelfmoordpreventie. Hiermee willen we zoveel mogelijk organisaties bereiken en optimaal gebruikmaken van de beschikbare middelen. Tegelijkertijd peilen we de interesse voor deelname aan verdiepende trainingen. De inventarisatie binnen pijler 1 van beschikbare materialen, verspreidingskanalen en gatekeepertrainingen (waaronder de VraagMaar app) wordt ook binnen pijler 2 benut.

We benaderen relevante maatschappelijke netwerken en organisaties waarvan het wenselijk is dat zij een gatekeepertraining volgen, met:  Een korte toelichting op het actienetwerk en de regionale aanpak;  Een oproep om aandacht te besteden aan suïcidepreventie en gebruik te maken van de gratis online training van 113 Zelfmoordpreventie;  Suggesties voor toepassing binnen het eigen netwerk of de organisatie;  Een uitnodiging om deel te nemen aan een verdiepende gatekeepertraining van 113 Zelfmoordpreventie. Binnen het actienetwerk stimuleren we medewerkers om zelf ook de (gratis) trainingen te volgen – practice what you preach. Voor het onderwijs zetten we aanvullend in op: • Verspreiding via samenwerkingsverbanden VO/PO;

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

•

Afspraken met de regionale coördinator mentale gezondheid in het voortgezet onderwijs (in het kader van de IZA-opdracht), gericht op structurele inbedding van suïcidepreventie en training van gatekeepers zoals ondersteuningscoördinatoren en mentoren.

Indien aanvullende middelen beschikbaar komen, werken we een regionale of lokale routekaart uit voor inwoners en professionals. Deze kaart biedt inzicht in waar men terechtkan met zorgen of vragen, inclusief informatie over verwijzing naar passende hulp (conform het format van 113 Zelfmoordpreventie, zie figuur 6).

De lokale contactpersonen (rol belegd bij gemeenten) kunnen een grote rol spelen in het bereiken van de beoogde partijen: • Sport- en culturele verenigingen • (Besturen van) religieuze instellingen (kerken, moskeeën, tempels) • Vrijwilligersorganisaties die met jongeren/jongvolwassenen werken • Schuldhulpverlening • Onderwijs (VO, MBO, HBO) • Grote werkgevers met veel jongeren/jongvolwassenen • Zorg- en welzijnsorganisaties

34

Stappenplan pijler 2 scholing van gatekeepers Stap 2 Opleiden van gatekeepers Organisaties en deelnemers die interesse tonen in een verdiepende gatekeeperstraining worden actief gefaciliteerd bij het volgen van deze training. Dit kan via 113 Zelfmoordpreventie of via een lokaal georganiseerde variant. Ook naasten en ervaringsdeskundigen worden hierbij betrokken. Hoeveel mensen getraind kunnen worden, hangt af van de beschikbare middelen. In 2026 wordt hiervoor een plan opgesteld. Het streven is dat in elke gemeente per jeugdsetting minimaal één gatekeeper is opgeleid. Indien gewenst, kan de uitrol gefaseerd plaatsvinden, waarbij gemeenten met een groter inwonersaantal als eerste starten met het trainen van sleutelfiguren.

113 Zelfmoordpreventie heeft voor zorgverleners in het brede jeugddomein een (train-de-trainer) training suïcidepreventie ontwikkeld. Deze kan ook door medewerkers van verschillende organisaties in het jeugddomein gezamenlijk gevolgd worden. Zie voor het volledige aanbod van trainingen door 113: Suïcidepreventietraining gatekeeper | 113 Zelfmoordpreventie

Stap 3 Verankeren van inzet Na de start van de gatekeepertrainingen onderzoeken we hoe kennis en vaardigheden duurzaam kunnen worden geborgd in de regio. Een train-detrainer-aanpak biedt hiervoor perspectief. Deze aanpak maakt het mogelijk om kennis breder te verspreiden en lokaal te verankeren. We richten ons op professionals met ervaring in voorlichting en training, zoals medewerkers van GGD, GGZ-preventiewerk, praktijkondersteuners in huisartsenpraktijken, GGZ en welzijnsorganisaties. Zij kunnen worden opgeleid om gatekeepertrainingen lokaal verder uit te rollen. Er wordt een inventarisatie gemaakt van:  Beschikbare professionals die deze rol kunnen vervullen;  Benodigde tijd en inzet;  Financieringsmogelijkheden;  Ondersteuningsbehoeften. Op basis hiervan stellen we een plan op voor het opzetten en uitvoeren van de train-de-trainer-aanpak. De implementatie vindt gefaseerd plaats.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

35

Pijler 2 scholing van gatekeepers Aanbevelingen Kies per stakeholdergroep een passende afzender voor het oproepbericht, zodat de boodschap goed landt en de respons zo hoog mogelijk is. Verken mogelijkheden voor erkenning en zichtbaarheid van verenigingen, vrijwilligersorganisaties, besturen en scholen die een gatekeepertraining hebben gevolgd. Denk aan een herkenbaar symbool zoals een plaquette of certificaat. Maak een kostenberekening voor de gatekeepertrainingen op basis van het verwachte aantal deelnemers, zodat de benodigde middelen tijdig inzichtelijk zijn. Stel bij aanvang geschikte indicatoren op om de effecten van de campagne en trainingen te monitoren en evalueren. Denk bijvoorbeeld aan bezoekersstatistieken van de online module van 113 Zelfmoordpreventie. Start tijdig met het verzamelen van deze gegevens.

Figuur 6 Routekaart Gemeente Arnhem

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

36

Pijler 3 actieve benadering van risicogroepen Geprioriteerde activiteiten 1. Inventarisatie van (sub)risicogroepen en hun vindplaatsen per gemeente denk hierbij ook aan werkgevers, Arboartsen 2. Voer participatief actieonderzoek uit samen met risicogroepen en/of naasten om behoeften op het gebied van ontmoeting en ondersteuning in kaart te brengen. Doelen • Breng risicogroepen onder jongeren en jongvolwassenen en hun vindplaatsen in kaart en maak afspraken over het organiseren van een passend aanbod. Dit maakt het mogelijk signalen van suïcidale gedachten en/of gedrag eerder op te pikken en jongeren sneller toe te leiden naar passende ondersteuning. • Ondersteun mensen met - een verhoogd risico - op mentale gezondheidsproblemen, suïcidale gedachten en hun naasten via laagdrempelige informatie en zelfmanagementtools en bied waar nodig passende ondersteuning.

Mogelijke indicatoren: • Aantal mensen bereikt via outreachende activiteiten • Aantal mensen met verhoogd risico dat ondersteuning ontvangt • Aantal uitgevoerde suïcidepreventieve interventies • Verandering in hulpzoekgedrag binnen risicogroepen • Aantal gebruikers van zelfhulpmiddelen • Gebruiksvriendelijkheid en tevredenheid over deze tools via gebruikersenquête) • Aantal lokale initiatieven voor naastenondersteuning of lotgenotengroepen • Gemeten afname van klachten bij gebruikers (bijv. via PHQ-9-score) • Aantal verwijzingen vanuit zelfhulpmiddelen naar reguliere zorg

Doelgroepen Jongeren en jongvolwassenen Beoogd resultaat • Verminder suïcidepogingen door gericht outreachend te werken en begeleiding. • Stimuleer zelfmanagement via toegankelijke tools. • Versnel de toegang tot hulp en verbeter de mentale veerkracht. • Beperk suïcidaal gedrag door preventieve en ondersteunende maatregelen.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

37

Pijler 3 stappenplan actieve benadering van risicogroepen Voor pijler 3 ligt de prioriteit bij acties die helpen om vindplaatsen van risicogroepen, met name jongeren en jongvolwassenen, en hun behoeften en wensen in kaart te brengen. Zo kan een passend aanbod worden georganiseerd en kunnen preventieve interventies beter worden verkend. Het doel is om groepen met een hoger risico op suïcide eerst goed te identificeren en uiteindelijk vroegsignalering in de regio te versterken. Centraal staat dat de doelgroep zelf actief meedenkt, meedoet en meebeslist over hoe zij ondersteund willen worden en hoe dit het beste kan worden ingericht. Stap 1 Versterken van bestaande netwerken De eerste stap is het in kaart brengen en versterken van bestaande netwerken van professionals die regelmatig in contact komen met risicogroepen. Dit betreft onder andere:  Professionals binnen het voortgezet onderwijs, MBO en HBO  Zorg- en hulpverleners zoals preventieteams GGZ, jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen (bijv.

via de methodiek Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen (MAZL) op het VO), leerplichtambtenaren, schuldhulpverleners en huisartsen • CJG/jeugdprofessionals, schoolmaatschappelijk werk en jongerenwerk Te verkennen punten: • Wat is nodig om de ondersteuningsstructuur binnen deze netwerken te versterken? • Hoe kunnen professionals elkaar beter vinden om risicogroepen te identificeren en door te leiden naar passende hulp? • In hoeverre hebben zij risicogroepen en hun vindplaatsen in beeld en kunnen zij deze bereiken? • Samen met gemeenten en welzijnsorganisaties wordt daarnaast geïnventariseerd wat het lokale hulpaanbod is voor opvang en ondersteuning van risicogroepen en waar nog lacunes bestaan.

Een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant

Indien aanvullende middelen beschikbaar zijn, wordt de regionale of lokale routekaart (pijler 2) opgesteld en verspreid. Deze kaart informeert inwoners en professionals waar zij in de regio terechtkunnen met zorgen of vragen, inclusief informatie over verwijzing naar passende hulp. Afstemming en aansluiting bestaande activiteiten mentale gezondheid De belangrijkste risicogroep binnen deze pijler zijn jongeren en jongvolwassenen, en waar relevant hun ouders/verzorgers. Dit sluit aan bij de gekozen doelgroep van het netwerk. In West-Brabant bestaan al veel activiteiten en initiatieven, bijvoorbeeld vanuit welzijnsorganisaties, waarbij contact is met deze doelgroep. Deze bestaande activiteiten en contacten worden benut om de groepen te bereiken. Voor acties die specifiek gericht zijn op het voortgezet onderwijs (VO) wordt samenwerking en afstemming gezocht bij het IZA-preventieprogramma Integrale aanpak mentale gezondheid jeugd op het VO. Om overlap te voorkomen, worden vanuit dit actienetwerk op korte termijn geen aparte acties op VO-scholen opgezet. Wel blijft vroegsignalering bij scholieren en voorlichting en ondersteuning voor ouders een belangrijk aandachtspunt. Welke acties op welk moment passend zijn, wordt zorgvuldig afgestemd met het genoemde programma en gezamenlijk verkend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16496375/1