3.4 - Bijlage 3 - Regels ontwerp omgevingsplan (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
|1
1 Algemene bepalingen
3
Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen Artikel 3 Toepassingsbereik
3 4 5
2 Functies en activiteiten
6
Artikel 4 Agrarisch Artikel 5 Bedrijf Artikel 6 Groen - Landschappelijke inpassing Artikel 7 Waarde - Archeologie 2
6 8 11 13
3 Algemene regels
18
Artikel 8 Gebruik Artikel 9 Bouwen
18 19
4 Procesregels
20
Artikel 10 Algemene bepalingen
20
5 Overgangsrecht en slotbepalingen
21
Artikel 11 Overgangsrecht
21
Bijlagen Bijlage 1 Begrippen Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3 Sloopkaart
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|2
PREAMBULE Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het omzetten van een agrarische bedrijfsfunctie naar een reguliere bedrijfsfunctie in het landelijk gebied. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22e) in het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau. Technisch is het nog vormgegeven en gepubliceerd als een bestemmingsplan. Dus is het niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Daarom moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22e van het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau. Dus: • • • • • • • •
hoofdstuk 1 (Algemene bepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22e, paragraaf 1; hoofdstuk 2 (Functies) moet worden gelezen als hoofdstuk 22e, paragraaf 2; hoofdstuk 3 (Thema's) moet worden gelezen als hoofdstuk 22e, paragraaf 3; hoofdstuk 4 ( Procesregels) moet worden gelezen als hoofdstuk 22e, paragraaf 4; hoofdstuk 5 (Overgangsrecht en slotbepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22e, paragraaf 5. bijlage 1 moet worden gelezen als bijlage 22e.1 bijlage 2 moet worden gelezen als bijlage 22e.2 bijlage 3 moet worden gelezen als bijlage 22e.3
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|3
1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1. 2.
Bijlage 1 bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan. De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij in bijlage 1 daarvan is afgeweken.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|4
Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen In dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen: 1.
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2. de afstand tot de weg: de afstand tot de bebouwing en de as van de weg; 3. het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 4. het bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; 5. de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren; 6. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 7. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 8. de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 9.
de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 10. de bouwhoogte van een windmolen: vanaf het peil tot en met de as van de molen; 11. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 12. peil: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|5
Artikel 3 Toepassingsbereik 1.
2. 3.
De besluiten op grond van artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie bedoeld in het derde lid. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Hoogstraat 44a, Baarle-Nassau, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|6
2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN Artikel 4 Agrarisch 4.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen ‘Agrarisch'. 4.2 Toegestane gebruiksactiviteiten Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: a. b. c. d.
agrarisch grondgebruik en agrarische bedrijfsuitoefening; behoud en herstel van ruimtelijke, landschappelijke en waterhuishoudkundige waarden; het nemen van landschapsmaatregelen overeenkomstig het landschappelijk inpassings- en inrichtingsplan als opgenomen in bijlage 2; extensief dagrecreatief medegebruik.
Een en ander met bijbehorende voorzieningen. 4.3 Verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten artikel 4.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. b. c. d. e. f. g. h.
i.
het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de functie gerichte gebruik van de grond; het oprichten van permanente teeltondersteunende voorzieningen; het aanbrengen van foliemestbassis; (motor)crossen; detailhandelsactiviteiten, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse geteelde producten; grootschalige openluchtevenementen en andere vormen van intensief dagrecreatief medegebruik; een seksinrichting; het houden van een kampeerterrein, waaronder tevens de beoefening van kleinschalig kamperen en natuurkamperen wordt verstaan, maar niet de beoefening van paalkamperen; het gebruik voor parkeren.
4.4 Toegestane bouwactiviteiten Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten dienste van artikel 4.2 aangegeven activiteiten, met dien verstande dat: a. b.
de bouwhoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen; de totale oppervlakte niet meer dan 12 m² mag bedragen.
4.5 Verboden bouwactiviteiten Het is verboden tijdelijke teelondersteunende voorzieningen te bouwen en de teeltondersteunende voorzieningen in stand te houden en te gebruiken op de voor 'Agrarisch' aangewezen grond.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|7 4.6 Omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag: a. b. c.
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m²; het aanbrengen van ondergrondse leidingen; het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen.
4.6.2 Uitzonderingen Het in 4.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c. d.
werken en/of werkzaamheden, die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; legale werken en/of werkzaamheden, welke op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn; afgravingen die vergunningplichtig zijn op grond van de provinciale omgevingsverordening en waarvoor een vergunning is afgegeven; de werken en/of werkzaamheden 'aanbrengen van houtgewas' en 'rooien van houtgewas'.
4.6.3 Toelaatbaarheid Werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 4.6.1 zijn slecht toelaatbaar, indien: a.
de in 4.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de agrarische doeleinden, genoemd in artikel 4.2.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|8
Artikel 5 Bedrijf 5.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen ‘Bedrijf'. 5.2 Toegestane gebruiksactiviteiten 5.2.1 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten a.
b.
het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: 1. bedrijfsactiviteiten in de vorm statische opslag van campers, caravans en machines; 2. wonen in een bedrijfswoning; 3. aan huis gebonden beroepen of bedrijven als ondergeschikte functie en onder de voorwaarden als omschreven in 5.3.2; de volgende voorzieningen ten behoeve van deze gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: 1. tuinen, erven en terreinen; 2. in- en uitritten; 3. groenvoorzieningen; 4. voorzieningen van algemeen nut; 5. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2.2 Voorwaardelijke verplichting a.
b.
het (doen/laten) gebruik(en) voor bedrijf als bedoeld in 5.2.1 is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels, maximaal na 1 jaar na onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden; het (doen/laten) gebruik(en) voor bedrijf als bedoeld in 5.2.1 is uitsluitend toegestaan indien circa 1.000 m2 (bestaande varkensstal), zoals opgenomen in bijlage 3, wordt gesloopt, maximaal na 1 jaar na onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan. In ruil daarvoor mag 500 m2 aan bedrijfsbebouwing ten behoeve van statische opslag worden teruggebouwd (en mag de bestaande schuur van 500 m² ook hiervoor worden gebruikt. In totaal 1.000 m² aan bedrijfsgebouwen toegestaan.).
5.3 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten 5.3.1 Aanwijzing vergunningplichtig Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: a.
bedrijfsactiviteiten aan huis, voor zover niet verboden op basis van artikel 5.4.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|9 5.3.2 Aanvraagvereisten en beoordelingsregels bedrijfsactiviteit aan huis a.
b.
onverminderd het bepaalde in artikel 10.2, verstrekt de aanvrager bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bedrijfsactiviteit aan huis de volgende gegevens en bescheiden: 1. informatie over de parkeervoorziening, de ruimte en voorzieningen voor laden en lossen en de verkeersafwikkeling. de omgevingsvergunning voor een bedrijfsactiviteit aan huis wordt verleend als: 1. degene die de activiteit uitvoert, een eenmanszaak heeft en de bewoner van de woning is; 2. voor de activiteit maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken met een (gezamenlijk) maximum van in totaal 60 m² wordt aangewend; 3. geen buitenopslag en buitenactiviteiten; 4. de activiteit niet leidt tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer of tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; en, 5. de activiteit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt.
5.4 Verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten artikel 5.2 en artikel 5.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
het bedrijfsmatig veraardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de ter plaatse toegestane bedrijvigheid; het opslaan, storten of bergen van materialen en producten (buiten opslag); (motor)crossen; het exploiteren van detailhandel; het gebruiken van de gronden voor een grootschalig openluchtevenement en andere vormen van intensief dagrecreatief medegebruik. woondoeleinden met uitzondering van de toegestane bedrijfswoning; het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; het gebruiken van de gronden voor een kampeerterrein; het exploiteren van een seks- en/of pornobedrijf en het uitoefenen van prostitutie;
5.5 Vergunningplichtige bouwactiviteiten 5.5.1 Algemene beoordelingsregels De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als: a. b.
gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen, binnen het bouwvlak worden gebouwd; indien de bestaande bebouwing een grotere maatvoering heeft dan in 5.5.2, 5.5.3 of 5.5.4 is aangegeven: geen verdere uitbreiding plaatsvindt. Gebruik ten behoeve van het bedrijf en algehele herbouw van een bedrijfswoning op bestaande fundamenten is toegestaan.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|10 5.5.2 Beoordelingsregels bedrijfsgebouwen De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouwen wordt verleend als: a. b. c. d.
de gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen niet meer bedraagt dan 1.000 m 2, met inachtneming van het bepaalde in 5.2.2 sub 2; de goothoogte niet meer bedraagt dan 6 meter; de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 10 meter; het gebouw wordt afgedekt door een hellend dakvlak, met dien verstande dat de helling minimaal 12 en maximaal 45 graden bedraagt.
5.5.3 Beoordelingsregels bedrijfswoningen De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoningen wordt verleend als: a. b. c. d. e. f.
per bouwvlak maximaal 1 woning wordt gebouwd; de inhoud van de woning inclusief aanbouwen mag niet meer bedragen dan 750 m³; de goothoogte niet meer bedraagt dan 6 meter; de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 10 meter; de woning wordt afgedekt door een hellend dakvlak, met dien verstande dat de helling minimaal 12 en maximaal 60 graden bedraagt; de afstand tot de perceelsgrens minimaal 5 m bedraagt.
5.5.4 Beoordelingsregels bijgebouwen bij bedrijfswoning De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijgebouwen bij een bedrijfswoning wordt verleend als: a. b. c. d. e.
de afstand tot de voorgevellijn van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 1 meter; de afstand tot de perceelsgrens niet minder dan 3 meter; de goothoogte niet meer bedraagt dan 3,5 meter en de bouwhoogte niet meer dan 6 meter; de dakhelling niet minder bedraagt dan 0°en niet meer bedraagt dan 60°; de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 80 m².
5.5.5 Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verleend als: a. b. c.
voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan 1 meter; achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 3 meter.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|11
Artikel 6 Groen - Landschappelijke inpassing 6.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen ‘Groen Landschappelijke inpassing'. 6.2 Toegestane gebruiksactiviteiten Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: a.
b.
het nemen van landschapsmaatregelen overeenkomstig het landschappelijke inpassingsen inrichtingsplan als opgenomen in bijlage 2, ter bescherming van landschappelijke waarden door inpassing van gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen in het landschap; extensief dagrecreatief medegebruik;
de volgende voorzieningen ten behoeve van deze gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: c.
water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
6.3 Verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten artikel 6.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. b. c. d.
het opslaan, storten of bergen van materialen en producten behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor 'Groen - Landschapselement' gerichte gebruik van de grond; het aanbrengen van foliemestbassins; lawaaisporten; het inscharen van vee.
6.4 Verboden bouwactiviteiten Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het bouwwerk in stand te houden en te gebruiken op de voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen grond. 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e.
het aanleggen van verhardingen van (bedrijfs)wegen, paden, het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het verwijderen van beplantingselementen; het dempen van poelen; het beplanten van gronden met houtgewas (bos, boomteelt, fruitteelt en heesters).
6.5.2 Uitzonderingen Het in 6.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|12 6.5.3 Toelaatbaarheid Werken en/ of werkzaamheden als bedoeld in 6.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a.
de in 6.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de landschappelijke waarden van de landschapselementen.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|13
Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 7.1 Toepassingsbereik De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de functie 'Waarde - Archeologie 2' voorrang heeft op de andere daar voorkomende functiegebieden. 7.2 Toegestane bouwactiviteiten Voor het bouwen gelden de volgende regels: 7.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden. 7.2.2 Uitzonderingen Het in 7.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.
b.
c.
bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 100 m² en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende functies, of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende functie(s), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
7.3 Nadere eisen 7.3.1 behoud archeologische waarden in situ Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudensen beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|14 7.4 Vergunningplichtige bouwactiviteiten 7.4.1 Afwijken van bouwen ten dienste van een andere functie Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in 7.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende aanduiding(en), mits: a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
7.4.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 7.4.3 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in 7.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|15 7.5 Omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag: a.
b. c. d. e. f. g.
het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen van gronden.
7.5.2 Uitzonderingen Het in 7.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c.
d. e. f.
g.
h.
het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m², of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.5.1 onder a t/m f betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het (tijdelijke) omgevingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; het werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.5.1 onder g betreft, waarbij: 1.
de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m²; 2. het ophogen plaatsvindt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|16 7.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in 7.5.1 wordt slechts verleend indien: a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
7.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 7.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 7.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 7.6 Omgevingsplanactiviteit voor het slopen van een bouwwerk 7.6.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 7.6.2 Uitzonderingen Het in 7.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c. d.
het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m², of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het (tijdelijke) omgevingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|17 7.6.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in 7.6.1 wordt slechts verleend indien: a.
b.
c.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
7.6.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 7.6.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 7.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 7.7 Delegatiebesluit 7.7.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen en de functie 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 7.7.2 Advies Alvorens de in 7.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|18
3 ALGEMENE REGELS Artikel 8 Gebruik 8.1 Verboden gebruiksactiviteiten 1.
2.
gebruiksactiviteiten die in strijd zijn met de aan locatie toegedeelde functie(s) in hoofdstuk 2 zijn verboden, een en ander behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de gronden en bouwwerken. het verbod in het eerste lid omvat in ieder geval het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor niet-bestaande activiteiten die voldoen aan de omschrijvingen in kolom 1 (type projecten) en aan de bijbehorende omschrijvingen in kolom 2 (mer-plicht) van bijlage V bij het Omgevingsbesluit.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|19
Artikel 9 Bouwen 9.1 Algemene bepalingen 9.1.1 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 9.1.2 Bestaande maatvoering toegestaan 1.
2.
3.
indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken meer bedragen dan ingevolge dit artikel danwel hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toegestaan worden aangehouden. in die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, minder bedragen dan ingevolge dit artikel danwel hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toegestaan worden aangehouden. in het geval van (her)oprichting van gebouwen is dit uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
9.2 Vergunningplichtige bouwactiviteiten 9.2.1 Algemene beoordelingsregels vergunningplichtige bouwactiviteiten a.
b.
c.
in afwijking van de bouwregels in hoofdstuk 2 wordt de omgevingsvergunning voor het verrichten van bouwactiviteiten ook verleend als de daar voorgeschreven maatvoerings- en situeringseisen met ten hoogste 10% worden overschreden mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. onverminderd de bouwregels in hoofdstuk 2 wordt de omgevingsvergunning voor het verrichten van ondergrondse bouwwerken verleend als: 1. onder bovengrondse bebouwing, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen en direct aansluitende inritconstructies; 2. met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 3,5 meter onder peil. bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van bouwactiviteiten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatie- en rookkanalen, voorzieningen voor (hemel)waterafvoer, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, galerijen, reclamevoorzieningen, schoorstenen, balkons en overstekende daken, te realiseren, in stand te houden en te gebruiken buiten beschouwing gelaten mits de overschrijding van maatvoeringsnormen niet meer dan 1 meter bedraagt en plaatsvindt binnen het bouwperceel.
9.2.2 Inwinning advies welstand Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit over de welstandsaspecten. 9.3 Verboden bouwactiviteiten Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de toegelaten en vergunningplichtige bouwactiviteiten bedoeld in hoofdstuk 2 en 3.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|20
4 PROCESREGELS Artikel 10 Algemene bepalingen 10.1 Rangorde De regels in dit TAM-omgevingsplan gaan – voor zover deze in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet - voor op het tijdelijke deel van het omgevingsplan 10.2 Algemene indienings- en aanvraagvereisten melding en omgevingsvergunning a. b.
de aanvrager van een omgevingsvergunning draagt er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project. bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een melding op grond van dit plan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. het e-mailadres (voor zover beschikbaar) van de melder of aanvrager; en, 2. de verwachte datum van het begin van de activiteit ingeval van een melding.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
|21
5 OVERGANGSRECHT EN SLOTBEPALINGEN Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken 1.
2. 3.
een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM- omgevingsplan mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
11.2 Overgangsrecht gebruik ten dienste van functie 1.
2.
3.
4.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan op de betreffende locatie en dat als gevolg van dit TAMomgevingsplan in strijd is met de gebruiksregels in hoofdstuk 2 ten 3, mag worden voortgezet. het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM- omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met de voorheen geldende gebruiksregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
11.3 Eerbiedigende werking over activiteiten a.
b.
c.
zodra een regeling in dit TAM-omgevingsplan een activiteit als vergunning- of meldingsplichtig aanwijst, dan geldt een onherroepelijke ontheffing of vergunning zoals die luidde direct voor die regeling als een omgevingsvergunning respectievelijk melding voor die activiteit. zodra een regeling in dit TAM-omgevingsplan een activiteit als meldingsplichtig aanwijst, dan geldt een melding of kennisgeving zoals ingediend voor die regeling als een melding voor die activiteit. op activiteiten anders dan bedoeld in de artikelen 10.1 en 10.2 die op het moment van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften plaatsvinden, zijn de bepalingen van dit TAM-omgevingsplan direct van toepassing.
NL.IMRO.0744.TAMxxxxx-ON01
Hoogstratensebaan 44a, Baarle-Nassau
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Bij artikel 1 (Begripsbepalingen) In dit 'TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a voorbeeld woningbouw landelijk gebied' wordt verstaan onder: - achtererfgebied: gebouwerf zoals bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van het Bbl, uitgaande van de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 3 m achter de voorkant; - afhankelijke woonruimte: een bijgebouw/bedrijfsgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; - agrarisch bedrijf: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: •
akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, waaronder bollenteelt, daaronder niet begrepen sier- en fruitteelt, boomkwekerij en bosbouw;
•
boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan;
•
bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie;
•
grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij;
•
intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen;
•
glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen;
•
sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen;
•
fruitteelt: de teelt van fruit;
•
bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen;
•
intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht;
•
paardenfokkerij: het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de handel in paarden in ondergeschikte mate plaatsvindt; onder paardenfokkerij wordt niet verstaan paardenstalling en manege.
- bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; - bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel/bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; - bed and breakfast: recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf, binnen de bestaande (bedrijfs)woning of bijgebouw dat door de beperkte omvang in een woning, met behoud van de woonfunctie, door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend; - bedrijfsactiviteiten aan huis: het door een bewoner van een woning: 1. het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten; 2. bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk; waarbij de woning in een overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een internethandel. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel en sexinrichtingen; - begane grond: bouwlaag waarvan bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw; - bestaand: a.
het gebruik op een locatie dat op het tijdstip van vaststelling van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met de voorheen geldende gebruiks- en/of bouwregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder mede begrepen de overgangsbepalingen, of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; - bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
- bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; - bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; - bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; - bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; - dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst; - detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen
die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen; - dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; - eerste bouwlaag: de eerste volledige bouwlaag boven het peil; - eenmanszaak: onderneming die door één persoon wordt geëxploiteerd, maar wel personeel in dienst kan hebben - druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; - erker: een aan nader bepaalde maatvoeringeisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte (aanbouw) van een woning aan een gevel in één bouwlaag, eventueel met een schuin kapje;
- extensief recreatief verblijven: een extensieve recreatieve niet-bedrijfsmatige gebruiksvorm, welke zich beperkt tot bijvoorbeeld wandelen, paardrijden, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie en de daarbij behorende extensieve recreatieve voorzieningen zoals banken, bewegwijzering en picknicktafels, ondergeschikt aan de overige ingevolge de functie toegestane gebruiksactiviteiten, en dientengevolge niet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffende; - gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; - gevellijn: de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd; - bewoner: iemand die officieel als bewoner van een woning of ander gebouw geregistreerd is en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten; - hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken - huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; - internethandel: verkoop via internet aan particulieren, zonder showroom en waarvan de bestelling en betaling voornamelijk via internet verloopt en bezorging per post, alsmede opslag zonder dat producten ter plaatse worden afgehaald, bekeken of betaald; - kap: een constructie van één of meer dakvlakken; - kamerverhuur: gebouw en/of gedeelte van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan personen die geen huishouden vormen; - kampeermiddelen: niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, campers, tenten, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief dag- en/of nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; - mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussenpersonen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring
(zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; - ondergeschikt bouwdeel: •
een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak en/of;
•
ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die zichtbaar zijn boven peil;
- ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; - ondergrondse werken: werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; - Open constructie erf- en terreinafscheiding: constructie met een doorkijk, voor minimaal 80 % voorzien van open delen, zoals een constructie als een hekwerk. - overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand; - peil: •
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
•
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
- pré-mantelzorg: mantelzorg waarbij de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur nog niet kan worden aangetoond maar deze gezien de gevorderde leeftijd, een progressieve ziekte en/of een psychische beperking mogelijk wel op termijn te verwachten is; - stedenbouwkundige samenhang: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n); - stedenbouwkundige waarde/kwaliteit: de waarde die een gebied heeft in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals de stedenbouwkundige situatie en infrastructuur, alsmede de ligging en hoogte van bouwwerken in dat gebied;
- straatmeubilair: verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten; - Teeltondersteunende voorziening: (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuin-bouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of -verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik. 1. Permanentate teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorzieningen die voor een periode langer dan 6 maanden worden gebruikt. 2. Tijdelijke teeltondersteunende voorziening; teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een minimum van 1 maand en een maximum van 6 maanden.
Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten, stellingen met eventueel regenkappen; 3. overige (teelt)ondersteunende voorzieningen: permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen in de vorm van een afscheiding, eventueel in de vorm van een hek , met een hoogte van niet meer dan 2,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden. - voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; - voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de grenzen van het bouwperceel; - openbare nutsvoorzieningen: op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
- water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; - werken en werkzaamheden: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies, geen bouwwerken zijnde, en inrichtingen en de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om deze te realiseren; woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen.
Landschappelijk inpassingsplan L.J.A.M. Haagen Hoogstratensebaan 44
Landschappelijk Inpassingsplan Hoogstratensebaan 44 Colofon
Arvalis Rens de Kruijf Adviseur Omgeving
4 december 2025
Kantoor ’s-Hertogenbosch Onderwijsboulevard 225 5223 DE ’s-HERTOGENBOSCH Postbus 100 5201 AC ’s-HERTOGENBOSCH
2
Landschappelijk Inpassingsplan Hoogstratensebaan 44
3
Landschappelijk Inpassingsplan Hoogstratensebaan 44
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ................................................................................................................ 5
2.
Beleid ....................................................................................................................... 6
3.
Cultuurhistorie en landschap .................................................................................. 10
4.
Erfinrichtingsplan ................................................................................................... 11
4
Landschappelijk Inpassingsplan Hoogstratensebaan 44
1.
Aanleiding
Sinds 1980 exploiteert de familie Haagen een vleesvarkensbedrijf aan de Hoogstratensebaan 44 te Baarle-Nassau. Initiatiefnemers zijn voornemens het bestaande vleesvarkensbedrijf om te zetten naar een andere bestemming. Redenen daarvoor vormen onder andere het moeilijk combineren van de varkenstak met de bestaande loondienstfunctie van bedrijfsvoerder Bas Haagen, de groeiende weerstand vanuit de maatschappij tegen de veehouderij, de bedrijfsomvang en de voortdurende stikstofdiscussie. Dit maakt dat er veel onzekerheid is rondom toekomstige investeringen en inkomensperspectief. Initiatiefnemers overwegen daarom om de vleesvarkenstak te staken, de stal te slopen en een loods met een oppervlakte van 500 m2 terug te bouwen. Het wegvallen van de inkomsten uit de varkenstak dient immers te worden gecompenseerd om zowel de sloopkosten te kunnen betalen als ook noodzakelijk inkomen te behalen om de locatie te kunnen financieren. Overigens voldoet het bedrijf van de initiatiefnemers niet aan de eisen om te kunnen deelnemen aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderij (LBV). Initiatiefnemers hebben goed nagedacht over een alternatief voor de vleesvarkens.
Het beëindigen van de varkenshouderijtak, het slopen van de stal en het terugbouwen van een loods voor statische opslag, lijkt initiatiefnemers een passend alternatief voor de vleesvarkens om op deze wijze een ander verdienmodel op te kunnen gaan zetten op locatie. Bij ruimtelijke ontwikkelingen van het buitengebied dient sprake te zijn van een kwaliteitsverbetering van het landschap. Met onderhavig landschappelijk inpassingsplan wordt hier in voorzien. Daarnaast wordt in het plan ook de waterbergingsopgave op basis van het gemeentelijk beleid meegenomen. Dit landschappelijk inpassingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •
Een beschrijving van de relevante beleidskaders, hoofdstuk 2;
•
Een analyse van de (cultuur)historische en huidige kenmerken van het landschap, hoofdstuk 3;
•
Een erfinrichtingsplan op basis van de uitgangspunten en kaders die geschetst zijn in de eerdere hoofdstukken, hoofdstuk 4.
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Baarle-Nassau, op een afstand
Figuur 1-1: luchtfoto locatie en omgeving
van circa 2,6 kilometer Zuidwestelijk van de komgrens van Baarle-Nassau. Kadastraal is in sectie Q met perceelnummer 893 & 894.
5
Landschappelijk Inpassingsplan Hoogstratensebaan 44
2.
Beleid
2.1 Landschapsinvesteringsregeling De Kempen Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant het principe ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. De gemeente Baarle-Nassau heeft in samenwerking met meerdere gemeentes dit beleid verder uitgewerkt in de Landschapsinvesteringsregeling de Kempen. De mate waarin kwaliteitsverbetering van het landschap toegepast moet worden hangt af van de impact van de ontwikkeling op de omgeving. Hiermee rekening houdend worden ontwikkelingen onderverdeeld in de volgende categorieën; • •
•
Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in enkel een goede landschappelijke inpassing. Categorie 3: Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via met name een wijzigingsplan of bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Voor deze ontwikkelingen wordt de basisinspanning bepaald op basis van de kwaliteitswinst doormiddel van normbedragen.
Onderhavige ontwikkeling is volgens de LIR van de Kempen een categorie 3 ontwikkeling. Onderhavig initiatief, waarbij de varkenshouderij wordt beëindigd en de bestemming wordt omgezet naar de functie ‘bedrijf’, heeft primair kwaliteitsverbetering van het landschap als doel. Volgens ‘kwaliteitsverbetering landschap 2023’ van de Regio Hart van Brabant wordt het initiatief als categorie 3 ontwikkeling aangemerkt. Hieronder is de berekening van de kwaliteitswinst en de benodigde tegenprestatie weergegeven.
6
Landschappelijk Inpassingsplan Hoogstratensebaan 44 Tabel 1 Berekening benodigde fysieke tegenprestatie Cat. 3 LIR
Berekening fysieke tegenprestatie kwaliteitsverbetering Aantal m2
Normbedrag per m2
Huidige situatie Agrarisch bouwvlak
7000 €
25,00
Beoogde situatie Bedrijf bebouwd Bedrijf onbebouwd Agrarisch onbebouwd
1137 € 2863 € 3000 €
95,00 45,00 7,00
Waarde € 175.000,00
€ 108.015,00 € 128.835,00 € 21.000,00 € Waardevermeerdering gronden € 82.850,00 20% Waardevermeerdering € 16.570,00
De benodigde tegenprestatie van € 16.570,- wordt deels behaald door de sloop van bedrijfsgebouwen en verharding. Het deel van de tegenprestatie
wordt behaald door de landschappelijke inpassing zoals beschreven in hoofdstuk 4. Tabel 2 Berekening investering kwaliteitsverbetering Cat. 3 LIR
Investering kwaliteitsverbetering Sloop varkensstal Verwijderen verharding Landschappelijke inpassing
Aantal m2 Normbedrag per m2 Investering 1000 € 25,00 € 25.000,00 483 € 5,00 € 2.415,00 € 5.447,90 Totale investering kwaliteitsverbetering € 32.862,90
7
Landschappelijk Inpassingsplan Hoogstratensebaan 44
2.2 Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau Op 26 juni 2019 heeft de gemeente Baarle-Nassau de ‘Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau’ vastgesteld. De samenleving verandert voortdurend. Dat vraagt om een flexibele gemeente die tijdig en adequaat inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen. Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) levert nieuwe mogelijkheden voor functies die tot voor kort niet of nauwelijks in het buitengebied voorkwamen. Dit vergroot de diversiteit in het buitengebied. Tegelijkertijd kunnen die nieuwe functies ook voor beperkingen in de gangbare landbouw zorgen. Niet alle nieuwe functies in VAB’s zijn gewenst, bijvoorbeeld als ze veel verkeer aantrekken, op andere manieren overlast veroorzaken of als ze schade aan natuur en landschap veroorzaken. Het buitengebied van Baarle-Nassau kan worden ingedeeld in drie herkenbare landschapstypen: 1. De oude landschappen (oude bouwlanden en de kampontginningen) 2. De jonge landschappen (de open en besloten heideontginningen) 3. Het beekdal van het Merkske en de Schouwloop Het plangebied is gelegen binnen het landschapstype ‘De jonge landschappen’. Om de landschappelijke karakteristiek te behouden en te versterken, wordt er van nieuwe ontwikkelingen een bijdrage gevraagd; een kwaliteitsimpuls. Deze kan variëren van landschappelijke inpassing tot een kwaliteitsbijdrage elders.