CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 - Hoofdlijnen Sportakkoord II. Sport versterkt

Gemeenteraad (openbaar) 27 september 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven voor kennisgeving aannemen15.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast krijgt zij specifieke ondersteuning om het fundament mede te versterken, op de thema’s Sociaal veilige sport, Vitale sportaanbieders en Ruimte voor sport en bewegen (specifiek: verduurzaming in de ondernemende sport). Strategisch kader topsport 2032 Momenteel werken VWS, NOC*NSF en VSG/VNG het Strategisch kader topsport uit dat medio 2023 wordt gepubliceerd. Deze partijen gaan hun voor topsport geoormerkte middelen richten op de ambities in dit Sportakkoord. SPUK Stimulering Sport en BOSA De regelingen SPUK Stimulering Sport en BOSA worden in 2023 geëvalueerd. Er wordt dan onder meer onderzocht of het mogelijk is een sterkere koppeling te maken met de ambities in het Sportakkoord. Kennis De monitoring- en evaluatieactiviteiten, die onderdeel vormen van het Sportakkoord, zullen worden geïntegreerd in de bestaande onderzoeksactiviteiten van de kennispartners. De financiering is voor rekening van VWS. Voor de verkenningen op het gebied van datagedreven beleid, onder andere op lokaal niveau, zullen passende uitvoerders gezocht worden. De keuze is afhankelijk van de inhoud en ambities van het betreffende project. Bekostiging van projecten gebeurt in overleg met de betrokken partner(s).

24

Bestedingsplan NOC*NSF (middelen Nederlandse Loterij) NOC*NSF verdeelt via het jaarlijkse bestedingsplan middelen onder haar leden, enkele andere begunstigden en haarzelf. Deze bijdragen zijn direct en indirect gericht op de ambities van het Sportakkoord. Het gaat hierbij onder andere om de onderwerpen topsport, sociaal veilige sport, onderzoek en innovatie. In het bestedingsplan 2023 heeft NOC*NSF extra middelen vrijgemaakt voor activiteiten op het gebied van integriteit.

25

5. Governance en samenwerking Het Sportakkoord faciliteert samenwerking tussen diverse spelers op landelijk en lokaal niveau. Met als uitgangspunt dat met betrokkenheid van beleid én uitvoering, van landelijk én lokaal, van publiek én privaat, men uiteindelijk tot een effectiever beleid en effectievere uitvoering komt. ‘Hoe’ de partners deze samenwerking vormgeven na ondertekening van het Sportakkoord, is cruciaal voor het succes. In de komende jaren versterken VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS de opgebouwde samenwerking. Enerzijds door dit gezamenlijke uitgangspunt door te zetten én uit te breiden (met toevoeging van de POS als nieuwe partner), anderzijds door op basis van de ervaringen met het eerste Sportakkoord een aantal aanpassingen te doen in de governance. Het Sportakkoord kan pas echt impact hebben als er draagvlak en samenwerking is bij zoveel mogelijk relevante uitvoeringspartijen op lokaal niveau. Dat geldt voor sportverenigingen, ondernemers in de sport, gemeenten en sportbedrijven, maar ook voor maatschappelijke partners zoals scholen, zorg- en welzijnsorganisaties, en alle professionals en vrijwilligers die daar werkzaam zijn. Op de velden, in de sporthal, het zwembad, op een Cruyffcourt, of elders in de openbare ruimte.

Het Sportakkoord wordt dan wel gesloten tussen de vier partners, we hebben alle landelijke (koepel)organisaties nodig en roepen hen op om met ons samen te werken bij de uitvoering van dit akkoord. Daarbij doelen wij op landelijke organisaties die zich geïnspireerd voelen door dit Sportakkoord en willen bijdragen aan een gezond en sportief Nederland. Begin 2023 organiseren we enkele bijeenkomsten om de samenwerking met geïnteresseerde partijen verder vorm en inhoud te geven.

5.1 Uitgangspunten governance Het uitgangspunt om beleid gezamenlijk vorm te geven heeft landelijk en lokaal sterk bijgedragen aan de relatie tussen partijen. Dit vergemakkelijkt de totstandkoming van beleid en de vertaling naar uitvoering. Deze gezamenlijkheid versterken de partners door landelijke acties, lokale acties via de gemeenten en acties direct gericht op sportaanbieders, gezamenlijk aan te sturen. Dit is effectiever dan dat elke partij dat voor zichzelf doet. Ook richten VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS de overkoepelende besluitvorming duidelijker in en koppelen ze deze aan de monitoring van het Sportakkoord. Zo houden de partners beter zicht op de realisatie van de doelen en kan er direct bijgestuurd worden als dat nodig is. De ambities op het gebied van topsport en breedtesport werden voorheen veelal nog los van elkaar beschouwd. Terwijl veel belangrijke onderwerpen topsport en breedtesport raken, zoals: sociale veiligheid, accommodaties, talentontwikkeling en paralympische sport. Door vanuit gedeelde ambities en opgaven te werken, gaan de partners meer de verbinding zoeken tussen top- en breedtesport en willen ze elkaars krachten beter benutten. In de governance van het nieuwe Sportakkoord bestaat vooralsnog wel een onderscheid tussen topsport en breedtesport.

Op termijn willen de partners dit onderscheid laten verdwijnen en gaan voor een gezamenlijke aansturing op sport. Mede daarom is ervoor gekozen de stuurgroepen en coördinatieteams voor topsport en breedtesport nadrukkelijk te laten overlappen, zowel in mensen als te bespreken inhoud. Dit houdt in dat deze twee teams met regelmaat samen en los van elkaar overleggen. Dat is een bewuste keuze om het autonome en het gezamenlijk karakter van topsport en breedtesport de ruimte te geven.

26

5.2 Opzet governance De governance bestaat uit één gezamenlijk bestuurlijk niveau en drie andere niveaus, waarbij er steeds onderscheid wordt gemaakt tussen breedtesport en topsport, maar wel afstemming wordt gezocht op logische thema’s: 1. Bestuurlijk overleg Sportakkoord: in dit overleg zijn de bestuurders van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS vertegenwoordigd, evenals de minister voor Langdurige Zorg en Sport. In dit orgaan wordt overkoepelend toezicht gehouden, gevoed door voortgangsrapportages. 2. Stuurgroepen: hierin is hoger management van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS vertegenwoordigd7. De twee stuurgroepen toetsen de voortgang van het Sportakkoord in zijn totaliteit en kunnen waar nodig fungeren als escalatiepunt door de coördinatieteams. Ook hebben beide stuurgroepen extra aandacht voor de samenhang tussen Sportakkoord en andere trajecten, zoals het GALA. De stuurgroepen ontvangen updates over de voortgang van het Sportakkoord en eventuele adviezen voor bijsturing van de coördinatieteams. 3. Coördinatieteams: deze bestaan uit medewerkers van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS, die ook nauw betrokken waren bij de totstandkoming van het Sportakkoord en de bedoeling van het werkingsmechanisme achter het akkoord kennen. De twee coördinatieteams sturen gezamenlijk de uitvoering van het hele Sportakkoord aan.

Ze houden overzicht, ook op trajecten die de inhoudelijke thema’s doorsnijden. Beide coördinatieteams komen meerdere keren per jaar bijeen voor overleg en rapporteren aan de stuurgroepen. De coördinatieteams stellen werkgroepen in, rondom de geformuleerde ambities, thema’s en/of ondersteunende processen. De indeling van werkgroepen kan gedurende de looptijd van het Sportakkoord worden herzien als dat nodig blijkt om bijvoorbeeld de samenhang te bevorderen. 4. Werkgroepen: in de werkgroepen komen inhoudelijke deskundigen namens de partners bij elkaar, aangevuld met bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de kennispartners en andere partijen. De werkgroepen zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke doorontwikkeling van het Sportakkoord, gebaseerd op principes van data- en kennisgericht werken. De werkgroepen komen geregeld bijeen. Zij voorzien vooral de coördinatieteams van informatie en doen waar nodig voorstellen om bij te sturen.

7 POS maakt nog geen onderdeel uit van het topsportgedeelte van de governance. In de komende jaren wordt bekeken op welke wijze vertegenwoordiging van de POS van toegevoegde waarde kan zijn, met name voor de door POS te organiseren vertegenwoordiging van de topsportevents.

27

De governance ziet er grafisch als volgt uit:

5.3 Afspraken over de samenwerking De samenwerking tussen de partners is gebaseerd op vertrouwen. Echter, er is een duidelijke behoefte aan borging van afspraken om het Sportakkoord niet te vrijblijvend te maken. Hieronder worden de rollen en taken en met name verantwoordelijkheden van de partners omschreven. Elke partner committeert zich hieraan. De rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn niet wezenlijk anders dan bij het eerste Sportakkoord; het belangrijkste verschil is dat VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS in de uitvoering van het Sportakkoord elkaar nadrukkelijker opzoeken en scherp houden. Via monitoring wordt de voortgang op de concrete opgaven gevolgd. Wanneer bijsturing nodig is, wordt dit door de partners direct gedaan. Dit Hoofdlijnen Sportakkoord II is een akkoord op hoofdlijnen tussen vier organisaties. Het Sportakkoord kan pas echt impact hebben als er draagvlak en samenwerking is bij zoveel mogelijk uitvoerende partijen op lokaal, regionaal en landelijk niveau. De ondertekening van dit Hoofdlijnen Sportakkoord II is de eerste stap naar concrete afspraken met de gehele sportsector in 2023. Dat geldt voor sportclubs, ondernemers in de sport en gemeenten , maar ook voor maatschappelijke partners zoals scholen, zorg- en welzijnsorganisaties, en alle professionals en vrijwilligers die daar werkzaam zijn. Op de velden, in de sporthal, het zwembad, op een

28

Cruyffcourt, of elders in de openbare ruimte. Het Sportakkoord wordt dan wel gesloten tussen de vier partners, we hebben alle landelijke (koepel)organisaties nodig en roepen hen op om met ons samen te werken bij de uitvoering van dit akkoord. Daarbij doelen wij op landelijke organisaties die zich geïnspireerd voelen door dit Hoofdlijnen Sportakkoord en willen bijdragen aan een gezond en sportief Nederland. Rollen, taken en verantwoordelijkheden partners Hoofdlijnen Sportakkoord II: Strategische partners Sportakkoord • VWS: regisseert het landelijk Sportakkoord, (co-)financiert, verbindt met andere landelijke programma’s en ministeries/beleidsterreinen, stimuleert kennis en innovatie en verkent wetgeving, maakt afspraken over financiering met partijen gericht op ambities • NOC*NSF / POS: ondersteunen landelijke sportorganisaties bij realiseren van ambities en doelstellingen, sportsector landelijk verbinden, samenwerking met andere maatschappelijke organisaties, bewaken kwaliteit, toegankelijkheid en veiligheid • VSG/VNG: ondersteund gemeenten en lokale functionarissen sport bij realiseren van ambities en doelstellingen, toetsing herijking Sportakkoorden, toetsing integraal plan •

van aanpak Brede SPUK, organiseren (met o.a. VNG) regionale intervisiebijeenkomsten voor gemeenten en lokale functionarissen sport, bevorderen en ondersteunen gemeenten bij integraal werken (onder andere. Brede SPUK) VWS / NOC*NSF / POS / VSG/VNG gezamenlijk: inspireren en richting geven aan lokale (generieke) uitvoering binnen kaders Sportakkoord, samenwerken met landelijke maatschappelijke organisaties in andere sectoren en verbinding versterken met onder meer GALA, IZA, School & omgeving en Beweegalliantie, Samenwerken met de sportsector om tot concrete uitwerking van dit Hoofdlijnen Sportakkoord II te komen.

Landelijke, regionale en lokale samenwerkingspartijen • Sportaanbieders (alle rechtsvormen waarin samen wordt gesport): organiseren passend en kwalitatief sterk sportaanbod in een inclusieve en sociaal veilige sport, lokaal onderling samenwerken en met andere sectoren • Gemeenten: bewaken herijking en voortgang lokale Sportakkoorden, aanstellen coördinator sport en preventie, deelnemen aan kennisuitwisseling en onderzoek, stimuleren lokale samenwerking en netwerkvorming, stimuleren effectieve clubondersteuning (één-loket gedachte), bijdragen aan generieke clubondersteuning, realiseren duurzame ruimte voor sport en bewegen, bevorderen regionale samenwerking, participeren in programma topteamcompetities • Landelijke organisaties (sportbonden, brancheverenigingen, maatschappelijke organisaties): promoten eigen tak van sport, inspireren van eigen achterban lokaal, vertaalslag naar specifieke ondersteuning eigen achterban (bevorderen specifieke deskundigheid, door ontwikkelen sportaanbod, wedstrijden/competities, topsport, bewaken kwaliteit en veiligheid), landelijk samenwerken • Maatschappelijke organisaties / lokale functionarissen: toeleiding van doelgroepen naar lokaal beschikbaar sportaanbod

29

6. Monitoring en evaluatie 6.1 Inhoudelijke voortgang De monitoring van het Sportakkoord 2018-2022 is destijds gestart op basis van een monitorplan. Dit gaf richting aan de toepassing van bestaande indicatoren en methoden om deze te onderzoeken. Monitoring van het Sportakkoord heeft een functie in het kader van lerend beleid. Gaandeweg moet namelijk blijken wat succesvolle strategieën en maatregelen zijn om de belangrijke opgaven aan te pakken. Daarbij past een rijkere aanpak dan alleen het volgen van cijfers en trends. Hoewel dit óók belangrijk is, geven ze een eendimensionaal beeld en is de samenhang met de activiteiten die volgen uit het Sportakkoord niet altijd duidelijk. Voor dit Sportakkoord voorzien VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS daarom twee centrale onderdelen van de monitoring en evaluatie: Ten eerste wordt gekeken naar de uitkomsten van de uitvoering van het beleid. In het bijzonder richt de monitoring zich hier op de voortgang van concrete activiteiten die horen bij de opgaven in het Sportakkoord, en worden de outputindicatoren bij die activiteiten inzichtelijk gemaakt. Zoals: hoeveel jongeren zijn bereikt met het Jeugdfonds Sport & Cultuur? Daarvoor i s eerst nodig dat de gestelde opgaven, voor zover mogelijk, worden uitgewerkt in meetbare indicatoren en dat waar mogelijk een begrip als ‘bereik’ ook verder wordt gekwantificeerd.

Deze aanpak is in feite een voortzetting van de bestaande. De partners brengen hier wel meer focus in aan: voor het Hoofdlijnen Sportakkoord II en de concretisering hiervan halen ze niet langer breed het net op, maar volgt er een selectie op welke aspecten ze de voortgang moeten volgen om de kern van de uitkomsten van het beleid te kunnen vatten. Ten tweede kijken de partners in hoeverre de met het Sportakkoord beoogde veranderingen in de uitvoering plaatsvinden. Aan de hand van de methode Outcome Mapping brengen ze voor de verschillende opgaven in dit Sportakkoord in kaart welke veranderstrategie centraal staat en wie daar welke bijdrage voor moet leveren. Dit wordt in 2023 nader uitgewerkt tot concrete afspraken. De aandacht gaat uit naar ‘intermediaire actoren’ binnen de invloedssfeer van het Sportakkoord (zoals gemeenten, sportbonden en buurtsportcoaches) en de gedragsverandering die bij hen wordt nagestreefd. Die gedragsverandering wordt aan de hand van nog op te stellen veranderindicatoren gevolgd. De dataverzameling berust op twee poten. Op beleidsniveau volgen periodieke leersessies met de betrokken partijen per thema om de voortgang te bespreken. Daarnaast worden een selectie van gemeenten benaderd om lokale inzichten over de voortgang op opgaven op te doen. Deze gemeenten worden in dat traject begeleid.

Op basis van lerend beleid kunnen de gemeenten zo steeds bijsturen waar dat nodig is, in plaats van schoksgewijze analyses en bijsturing. Kennisopbouw over sport- en beweegbeleid gaat verder dan alleen de genoemde onderdelen. Zo zijn er landelijke (kern)indicatoren, die op een macroniveau trends weergeven op het gebied van bijvoorbeeld de bereikbaarheid van sportaccommodaties, tevredenheid met het aanbod en sport- en beweeggedrag. Ook zullen – op microniveau – gemeenten in het kader van het GALA en IZA wijk-, gemeente- en regioprofielen moeten opstellen en bijbehorende ‘GAP-analyses’ laten doen. De uitvoering hiervan zal in de monitoring effecten laten zien.

30

Kennisopbouw op deze twee niveaus is waardevol voor beleidsvorming, maar is niet direct gekoppeld aan de monitoring van het Sportakkoord. Voor beide geldt dat eventuele effecten niet makkelijk aan een “losse” inspanning in het Sportakkoord te relateren zullen zijn. Verder spreken de partners af om in 2025 een evaluatie van het hele Sportakkoord uit te laten voeren, als opmaat naar een volgend Sportakkoord.

6.2 Strategie en samenwerking Naast het volgen van de inhoudelijke opgaven van het Sportakkoord, besteden de partners aandacht aan periodieke evaluatie van de strategie en het proces. In jaarlijkse bijeenkomsten wordt met de coördinatieteams stilgestaan bij tussentijds geleerde lessen over het werkend mechanisme van het Sportakkoord: wat werkt er goed, wat weten we nog niet, en waar moeten we in de uitvoering op bijsturen? Procesevaluatie gaat meer over de onderlinge samenwerking. Op (in ieder geval) jaarbasis bespreken de partners binnen de coördinatieteams en stuurgroepen hoe de onderlinge samenwerking verloopt, of dit voldoet aan de verwachtingen en in hoeverre afspraken worden nagekomen. Bij het vorige Sportakkoord is een ‘Reflectietool Sportakkoord’ ontwikkeld, die gemeenten en lokale kernteams inzicht geeft in de voortgang van het lokale Sportakkoord. Met name de lokale samenwerking en de effectiviteit ervan staan hierbij centraal. Kernteams kunnen met elkaar evalueren hoe de uitvoering verloopt en wat er nog beter kan. Met het invullen van de korte vragenlijsten wordt tegelijkertijd een landelijke database gevuld waarmee wij inzicht krijgen in de voortgang van het Sportakkoord op landelijk niveau. De partners vinden het belangrijk om de reflectietool opnieuw onder de aandacht van gemeenten en kernteams te brengen.

31

Bijlage 1 - Opgaven Sportakkoord De opgaven per thema worden in 2023 met de sportsector nader uitgewerkt en naar concrete afspraken en acties vertaald. Inclusie en diversiteit Vergroting financiële toegankelijkheid. Het maakt uit waar je wieg staat. Een kind dat opgroeit in een gezin dat in armoede leeft en waar het opleidingsniveau laag is, sport en beweegt minder dan een kind dat opgroeit in een gezin waar dat niet het geval is. De verschillen tussen deze groepen zijn groot. Armoede lossen we niet op met sportbeleid, wel kunnen we ervoor zorgen dat mensen die in armoede leven ook kunnen sporten. Voor het verkleinen van financiële belemmeringen bieden we duidelijkheid aan huishoudens met een laag inkomen over alle bestaande, ondersteunende regelingen en initiatieven. Deze instrumenten zetten we door en bouwen we uit zodat op meer plekken in Nederland mensen de mogelijkheden kennen, deel kunnen nemen en zich hier welkom en veilig voelen om te gaan sporten. Daarnaast wordt de samenhang tussen regelingen en partijen versterkt en de zichtbaarheid van regelingen vergroot. Bestaande initiatieven worden benut om te zorgen dat mensen de juiste weg weten te vinden. Vergroting sociale toegankelijkheid. Ruim 700.000 mensen voelen zich niet thuis in de sportsector. Sportaanbieders dragen de verantwoordelijkheid dat iedereen zich bij hen welkom en ook veilig voelt.

Deze opgave is dan ook nauw verbonden met het thema Sociaal veilige sport. Een cultuuromslag binnen de sportsector is nodig, waarin geen meer ruimte is voor uitsluiting, discriminatie en racisme, en de bewustwording over inclusie en diversiteit in sport groeit bij aanbieders, overheden en andere partijen. Met als doel dat iedereen met plezier kan sporten. Voor het verminderen van sociale belemmeringen is de afgelopen jaren de charter diversiteit ingezet en zijn campagnes gevoerd om de bewustwording bij sportaanbieders te vergroten over inclusie en diversiteit. Naast inzet van het bestaande instrumentarium werken we aan nieuw beleid om de sociale drempels te verlagen. Dit doen zoveel mogelijk met de doelgroepen zelf. De partners stellen hiervoor een adviesgroep in om samen dat beleid te ontwikkelen. Vergroting praktische toegankelijkheid. Sport- en beweegdeelname van mensen met een handicap in Nederland is al jaren stabiel laag. Ondanks overheidsbeleid verandert dit niet. Er zijn praktische belemmeringen voor mensen met een handicap om te kunnen sporten en bewegen. Voor een deel zijn dat mentale barrières, maar ook de complexiteit bij aanvragen voor hulpmiddelen, een beperkt aanbod en een lange duur van vervoer, en de ontoegankelijkheid van bepaalde sportvoorzieningen, zijn belangrijke belemmeringen die moeten worden opgelost.

Praktische belemmeringen nemen we weg door de huidige administratieve jungle voor het verkrijgen van sporthulpmiddelen aan te pakken: we richten één loket op – bij Fonds Gehandicaptensport – en maken afspraken tussen gemeenten, zorgverzekeraars, VWS en NOC*NSF over samenwerking bij de (financiële) ondersteuning van de aanschaf en uitleen van hulpmiddelen. Verder pakt VWS haar rol om afspraken te maken met andere ministeries en departementen over het vergroten van de praktische toegankelijkheid van sportvoorzieningen en van vervoer. Effectievere toeleiding van inactieve mensen naar sport. Groepen mensen die niet of weinig sporten en bewegen, zoals mensen met een laag inkomen, lage opleiding, of een handicap, gaan dit ook niet snel vanzelf doen. Onbekendheid met sport, angst voor teleurstellingen en pijn, weerstand en het ontbreken van een maatje om mee te gaan zijn redenen om niet te gaan 32

sporten en bewegen. Zogenaamde ‘’warme toe- en begeleiding” naar de sport is belangrijk, maar wordt nog onvoldoende ingezet. Lokaal stimuleren we dat hier meer op wordt ingezet. Om succesvol te zijn in toeleiding, moet iemand dichtbij de doelgroep staan, zoals een buurtsportcoach of beweegambassadeur. Maatwerk is gevraagd. Waar NOC*NSF en POS vooral de verantwoordelijkheid hebben dat het sportaanbod toegankelijk en kwalitatief sterk is voor ieder, wordt aan maatschappelijke organisaties vooral gevraagd om maatwerk te leveren en mensen aan de hand te nemen om naar het aanbod toe te leiden. Sportbonden en koepels in de sport worden opgeroepen om met deze partijen samen te werken. En de functionarissen uit de BRC worden vaker ingezet om de toeleiding van inactieve mensen naar het bestaande aanbod te organiseren of te realiseren. Sociaal veilige sport Meer waarborgen voor sociaal veilige sport (basiseisen). Bij sportaanbieders is er nu nog te weinig aandacht voor een veilige sportcultuur. De afgelopen jaren is te weinig voortgang geboekt. In het huidige systeem is een basisniveau veiligheid niet gegarandeerd. De vrijblijvendheid moet van het thema af en daarbij past het introduceren van meer waarborgen.

We gaan werken met basiseisen – zoals een VOG, een vertrouwenscontactpersoon, gedragsregels en het doorlopen van een e-learning – voor mensen in de sport en prikkelen sportaanbieders daarmee om in ieder geval de minimaal noodzakelijke stappen richting een sociaal veilige sport te gaan zetten. Deze aanpak is geïnspireerd op de praktijk in de gemeente Amsterdam. Meer aandacht voor en het bespreekbaar maken van veilige sport (normering). Hoewel iedereen het belang erkent, gaat werken aan een sociaal veilige sport niet vanzelf. De voornaamste reden lijkt dat mensen denken dat het niet nodig is. Het tegendeel is waar. Het gezamenlijk afspreken, bespreken en aanspreken van/op normaal en wenselijk gedrag is van belang om een cultuuromslag te bereiken. De aandacht voor dit thema versterken we verder door in te zetten op de implementatie van de Code Goed Sportbestuur en door voorlichting en scholing te organiseren. Daarnaast stimuleren we de dialoog over sociale veiligheid en grensoverschrijdend gedrag. Waar het zwart-wit is, weet iedereen waar de grens ligt. In het grijze gebied is dat lastig. In de (top)sport gaat het om de vraag: hoe kunnen we grenzen verleggen, zonder grenzen te overschrijden? Daar hebben we elkaar nodig om met elkaar het gesprek aan te gaan en duidelijkheid te scheppen, met respect als uitgangspunt.

Het is belangrijk dat er gesproken wordt over grensoverschrijdend gedrag bij zowel de sportaanbieder om de hoek als in de topsport. Versterking van de keten voor sociale veiligheid (signalen). Ondanks alle inspanningen zullen er altijd nog signalen en incidenten zijn die gezien of gemeld moeten worden en die een zeer zorgvuldige behandeling verdienen. We gaan met elkaar verkennen wat de wenselijke verbeteringen in de governance zijn om een veilige en integere sport te bereiken, en voeren ze uit. Extra ondersteunende infrastructuur rondom sociale veiligheid (versterking). Sociale veiligheid is een landelijke uitdaging, een complexe uitdaging bovendien. En van alle niveaus: van een positieve sportcultuur tot een verantwoord topsportklimaat. Sportaanbieders staan aan de lat om voor een veilig

33

klimaat te zorgen, maar dat kunnen ze niet alleen. Extra ondersteuning is nodig. We versterken bonden en brancheverenigingen met integriteitsmanagers en extra middelen, om hun achterban te ondersteunen bij het werken aan een veilige sportomgeving. Ook organiseren we meer voorlichting en educatie vanuit de koepels om (top)sporters weerbaarder te maken. Vitale sportaanbieders Hogere kwaliteit van mensen in de sector. Al jarenlang wordt er gewerkt aan het verhogen van de kwaliteit van mensen die actief zijn bij sportaanbieders. Dat lukt helaas maar beperkt. We hebben gemerkt dat er naast het opleiden van mensen meer nodig is om de kwaliteit, vooral op het vlak van pedagogische- en didactische vaardigheden, te waarborgen. Onze aanpak om de kwaliteit van mensen actief in de sport te verhogen is het ontwikkelen van een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit. In de komende jaren gaan we als partners die norm ontwikkelen, om vervolgens sportaanbieders te ondersteunen hieraan te voldoen. Deze kwaliteitsimpuls levert ook een belangrijke bijdrage aan de sociale veiligheid. Versterking van de uitvoeringskracht. NOC*NSF en de sportbonden hebben in de afgelopen jaren diverse programma’s ontwikkeld op thema’s als een Sociaal veilige sport, Vaardig in bewegen en Inclusie en diversiteit.

Het ontbreekt sportbonden en aanbieders meestal aan de capaciteit om deze programma’s te implementeren en ook aan het netwerk om van de kennis en kracht uit de omgeving te profiteren. Meer uitvoeringskracht helpt de partijen om ontwikkelde programma’s en ondersteuning vanuit het netwerk beter te benutten. We versterken koepels en bonden met mankracht, zodat zij hun achterban beter kunnen ondersteunen. Daarnaast versterken we de organisatiekracht van sportaanbieders met ondersteuningsbudget. Via gemeenten kan het uitvoeringsbudget bovendien worden ingezet voor ondersteuning en is er de mogelijkheid om via de BRC professionals in te zetten voor sportaanbieders. Effectievere clubondersteuning aan sportaanbieders. Huidige ondersteuning aan sportaanbieders is divers en niet altijd effectief. Lokaal is niet altijd inzichtelijk wie welke aanbieders ondersteunt en welk type ondersteuning een aanbieder krijgt. Dat kan veel beter worden georganiseerd. De afgelopen periode hebben de adviseurs lokale sport een aanzet gedaan om ervoor te zorgen dat er in elke gemeente één centraal aanspreekpunt is, waar sportaanbieders zich kunnen melden met hun ondersteuningsvraag. Op die aanpak bouwen we voort. Dat realiseren we door gemeenten, in samenwerking met de lokale kernteams, te stimuleren de clubondersteuning effectief te organiseren.

Zij worden hierbij ondersteund door de adviseurs lokale sport. Lokaal betere match tussen vraag en aanbod. Slechts een deel van de mensen in ons land is actief, en ook slechts een deel daarvan is nu actief bij een sportaanbieder. Voor een deel komt dat omdat vraag en aanbod op wijk- of buurtniveau nog te weinig op elkaar aansluiten. Meer kennis over de lokale behoefte en hoe het bestaande aanbod daarbij past, helpt sportaanbieders in te spelen op die behoefte. We gaan hiervoor werken met specifieke data (sociale wijkprofielen) en ondersteunen sportaanbieders om hun aanbod zo goed mogelijk aan te passen. We zoeken de samenwerking op met kennisinstellingen, koepels en gemeenten om een dergelijke data-gedreven aanpak effectief vorm te geven.

34

Vaardig in bewegen Meer aandacht voor beweging bij de jongste jeugd. Tot dusver is er wat minder aandacht geweest voor het belang van sport en bewegen voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Inmiddels is er een beweegadvies van de Gezondheidsraad, dat onderstreept dat voldoende bewegen belangrijk is voor de gezondheid en goede ontwikkeling van de jongste jeugd. We gaan het belang van bewegen voor deze doelgroep verder onder de aandacht brengen en bewustzijn bij ouders en (zorg)professionals, waaronder de kinderopvang, vergroten. Tegelijkertijd richten we ons op bonden, brancheverenigingen en sportaanbieders om het bereik van de beweegprogramma’s voor deze kinderen uit te breiden. Betere kansen voor kinderen om sporten en bewegen te ontdekken. Om kinderen (4 tot 12 jaar) enthousiast te krijgen en houden voor sport, is het van belang dat ze zich op vroege leeftijd breed kunnen oriënteren. We ondersteunen de sportbonden met de uitvoering van het Jeugdsportplan, waarin verschillende randvoorwaarden zijn opgenomen om jeugdsport in Nederland te stimuleren. Verder zetten we in op het belang van (buiten)spelen en bewegen tijdens de schooldag. We onderzoeken samen met partners in het onderwijs hoe de brede oriëntatie van kinderen op sporten versterkt kan worden. Verder ondersteunen we aansluiting van de gehele sportsector met het programma School & Omgeving.

Meer inzet op motorische ontwikkeling en veelzijdig bewegen bij kinderen. De afgelopen jaren is er veel ingezet op het ontwikkelen van verschillende producten rondom breed motorische ontwikkeling. Ook het bewustzijn voor “veelzijdig bewegen” is gegroeid. We maken de stap naar bredere implementatie van bestaande instrumenten in jeugdtrainingen/-activiteiten. We blijven net als hiervoor inzetten op de samenwerking met onderwijspartijen en gemeenten over de inzet op het testen van motorische vaardigheden. De uitslag van deze testen leidt steeds vaker tot een beweegadvies en interventie op maat. Ook gaan we aan de slag met verdere verspreiding en implementatie van de handreiking Vaardig in bewegen, waarin onder andere motorisch testen en het daaraan benodigde vervolgplan benoemd worden. Daarnaast biedt deze handreiking ook met het 2+1+2 model inspiratie. Deze koppelt sport- en beweegactiviteiten voor, tijdens (onder andere de gymles) en na school, waarbij een goede samenwerking op lokaal niveau het verschil maakt. Verhogen sportdeelname en verlagen sportuitval bij jongeren. De hoge sportuitval van jongeren vanaf 12 jaar is een grote uitdaging. Helaas ervaren niet alle jongeren het plezier, de motivatie en zelfvertrouwen om te blijven sporten en bewegen bij een sportaanbieder.

Het voorkomen van uitval in deze levensfase is van belang om sport een vanzelfsprekend onderdeel van de gehele levensloop te laten zijn. We doen aanvullend onderzoek naar de behoeften van deze groep jongeren voor sport- en spelvormen. Ook trekken we lering uit werkzame elementen bij aanbieders die het wel goed lukt om jongeren te behouden of later in te laten stromen. We gaan ontdekken wat zij goed doen en delen dat met andere sportaanbieders. Verder continueren we de inzet op de grootste schoolsportcompetitie voor voortgezet onderwijs, Olympic Moves.

35

Ruimte voor sport en bewegen Verduurzaming sportinfrastructuur. Het belang van de transitie naar een duurzame sportsector is groot. De komende jaren zullen de eisen vanuit de samenleving rond duurzaamheid alleen maar intensiveren. Ook de inzet op onderwerpen als circulariteit, biodiversiteit en klimaatadaptiviteit wordt steeds meer van belang. Dit is een grote uitdaging voor de sector, mede door de stijgende energiekosten, verschillen tussen sportaanbieders en accommodaties, en de steeds complexer wordende vraagstukken omtrent verduurzaming. De komende jaren zetten we, samen met ondernemers en verenigingen, gemeenten en bedrijfsleven, onverminderd in op verduurzaming. De Routekaart Verduurzaming Sport is leidend om deze opgave aan te pakken, en daarom zetten we de activiteiten uit de Routekaart voort. Meer kosteneffectieve en maatschappelijk verantwoorde exploitatie van sportaccommodaties. De sport wordt, net als andere sectoren, geconfronteerd met stijgende kosten en hoge inflatie. De vraag hoe een sportaccommodatie kosteneffectief kan worden gebouwd en geëxploiteerd, en een zo groot mogelijke maatschappelijke waarde kan vertegenwoordigen, is daarom zeer relevant.

Nieuwe exploitatiemodellen kunnen ervoor zorgen dat sportaccommodaties efficiënter worden benut en ook zorgen voor nieuwe vormen van gebruik door doelgroepen zoals ondernemers, onderwijs of andere maatschappelijke en commerciële partijen. Daarmee kunnen we gezamenlijk waarde leveren aan de omgeving. We bestuderen hoe kosteneffectieve en maatschappelijk verantwoorde exploitatiemodellen kunnen worden ontwikkeld, verspreid en toegepast, die zorgen dat een accommodatie zo veel mogelijk maatschappelijke waarde oplevert, en dat de toegevoegde waarde van de accommodatie voor andere domeinen duidelijk in beeld komt. Daarbij kijken we ook naar de wijze waarop die waarde een plek kan krijgen in aanbestedingen. Betere spreiding en bereikbaarheid van sportinfrastructuur. Bereikbaarheid en toegankelijkheid van sportaccommodaties en beweegvoorzieningen zijn belangrijke voorwaarden om mensen te kunnen laten sporten en bewegen. De behoeften aan ruimte voor sport bewegen verschillen van plek tot plek en zijn aan verandering onderhevig. Dat beïnvloedt de optimale spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen. We doen meer onderzoek naar de spreiding en bereikbaarheid, met aandacht voor de toegankelijkheid en de kansengelijkheid in het aanbod van voorzieningen. Dit raakt aan het thema Inclusie en diversiteit.

Om in te spelen op ontwikkelingen in de sport, ontwikkelen we instrumenten voor inzicht in huidige en toekomstige behoeften aan ruimte voor sport en bewegen. Beleidsmakers kunnen hiermee zien welke huidige en toekomstige verbeteringen mogelijk zijn om sport toegankelijker te maken. Het vergt vervolgens afstemming tussen nationale, regionale en lokale spelers voor een passende spreiding van voorzieningen. Verdere versterking beweegvriendelijke omgeving. Steeds meer mensen sporten en bewegen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld wandelen, hardlopen, wielrennen en bootcamp. Om meer mensen te stimuleren dit te doen en het buitenspelen te bevorderen, moeten de bestaande sportparken meer worden benut voor recreatief gebruik en moet de openbare ruimte uitnodigend, inspirerend en beweegvriendelijk zijn ingericht. Ruimtelijke ordening is hierin essentieel, maar neemt de waarde van ruimte voor sport en bewegen niet altijd mee in gebiedsontwikkeling. We brengen de waarde van een beweegvriendelijke omgeving voor natuur, milieu, mens en omgeving beter in beeld en brengen dit onder de aandacht bij beleidsmakers, wethouders en andere relevante partijen (waaronder planologen en stedenbouwkundigen).

36

Efficiënter ruimtegebruik van sportinfrastructuur. De ruimte in Nederland is schaars en wordt steeds schaarser. Nieuwbouw of uitbreiding van sportvoorzieningen is niet overal vanzelfsprekend. De sportsector biedt veel kansen om efficiënter om te gaan met de ruimte die het nu inneemt, om zo een nog grotere bijdrage te leveren aan de omgeving. Door meervoudig en multifunctioneel gebruik van voorzieningen, verbetert de benutting en kan de verbinding tussen sport en andere domeinen, zoals klimaat, welzijn en onderwijs, verbeteren. We delen voorbeelden met lokale partijen om ze te inspireren hiermee aan de slag te gaan, zoals maatschappelijke business cases over meervoudig gebruik van sportruimte als bijvoorbeeld sociale, beweeg- en energiehub. Ook ontwikkelen we instrumenten om meer sociale, maatschappelijke en/of economische activiteiten te faciliteren vanuit sportvoorzieningen. Maatschappelijke waarde van topsport Meer aandacht voor maatschappelijk verantwoorde prestaties. De norm hoe talentvolle sporters worden opgeleid of hoe men binnen de topsport omgaat met het verleggen van grenzen is anders dan tien jaar geleden. Het is belangrijk dat iedereen binnen de topsport zich daarvan bewust is, om genoeg maatschappelijk draagvlak te behouden voor de topsport.

Daarom moeten we op collectief niveau aan een topsportsysteem werken dat enerzijds bijstuurt wanneer negatieve waarden van topsport te groot dreigen te worden en anderzijds positieve waarden helpt te vergroten. Dit heeft een directe link met het thema sociale veiligheid. Behoud en verrijking waardevolle topsportprestaties. Prestaties zijn van maatschappelijk waarde. Het besef is gegroeid dat de focus op alleen medailles, op zichzelf uniek en inspirerend, de bredere rijkdom van de topsport onvoldoende laat zien. Er zijn ook andere aspecten en momenten, aanvullend op de mondiale successen, die maken dat we als samenleving topsport waarderen en hiervan genieten. Het is zaak om ons meer te richten op alle (aspecten van) waardevolle topsportprestaties. Dat zit vooral in de volgende lijnen: topsport- en opleidingsprogramma’s van de sportbonden, paralympische topsport, commerciële sporten (zoals formule 1, betaald voetbal, schaatsen, wielrennen) en topteamcompetities. Betere benutting van het platform topsport voor bijdrage maatschappelijke doelen. Topsport en topsportevenementen bieden een prachtig platform om bij te kunnen dragen aan maatschappelijke vraagstukken, zoals duurzaamheidsvraagstukken, overgewicht of eenzaamheid. Dat gebeurt echter niet automatisch. Het is belangrijk dat binnen de topsport het bewustzijn groeit over het platform dat zij te bieden heeft.

De platformfunctie zit, naast in de sporters zelf, in alle andere facetten van de topsport (zoals accommodaties en begeleiding) en in de evenementen. De TeamNL centra kunnen lokaal en regionaal meer van maatschappelijke waarde zijn, door de aanwezige kennis en faciliteiten ook beschikbaar te stellen voor andere maatschappelijke vraagstukken. Vergroten zichtbaarheid en bereik van topsport. Ons doel is om het bereik van topsport te vergroten, en om meer en vaker Nederlanders te inspireren met de kracht van topsport. Daarbij richten we ons op alle aspecten van topsport, niet alleen de topsportprestaties zelf, maar ook de weg er naartoe, de manier waarop en de waarde die topsport kan hebben voor andere maatschappelijke vraagstukken.

37

Bijlage 2 - Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord Het Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord is gericht op de herijking én de uitvoering van een lokaal Sportakkoord. Voor de G5 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven) is het gericht op de herijking en de uitvoering van een lokaal Sportakkoord en de uitvoering van een living lab. Een lokaal Sportakkoord is een akkoord waarin door gemeente, sportaanbieders en maatschappelijke organisaties (welzijn, gezondheidszorg, onderwijs) afspraken zijn gemaakt over het beleid rondom sport en sportief bewegen en dat is gebaseerd op het landelijk Sportakkoord. Het blijft mogelijk voor gemeenten om, bij de herijking, de krachten te bundelen om tot een regionaal Sportakkoord te komen en daar uitvoering aan te geven. Voorwaarden bij het aanvragen van uitvoeringsbudget door een gemeente • Het beschikken over een kernteam dat de regie voert over de herijking en uitvoering van het lokaal Sportakkoord. Dit kernteam bestaat ten minste uit vertegenwoordigers van de gemeente, de lokale sportsector en maatschappelijke organisaties (welzijn, gezondheidszorg, onderwijs). • Het inzetten van een coördinator sport en preventie. Deze functionaris coördineert de herijking en uitvoering van het lokaal Sportakkoord. Gemeenten kunnen via de Brede Regeling Combinatiefuncties middelen aanvragen voor het aanstellen van deze functionaris.

• Het herijken van het lokaal Sportakkoord op basis van de inhoud van dit Sportakkoord, aan de hand van het ‘Raamwerk afspraken Sportakkoord’ (zie hierna). Het herijkte lokaal Sportakkoord wordt uiterlijk 30 juni 2023 ingediend bij VSG • Het meewerken aan activiteiten rondom monitoring en evaluatie die in het kader van het Sportakkoord en de Brede SPUK plaatsvinden in de periode 2023-2026. Raamwerk afspraken lokaal Sportakkoord • Herijking van het lokaal Sportakkoord vindt plaats onder verantwoordelijkheid van een lokaal kernteam. De coördinator sport en preventie coördineert en begeleidt deze herijking. • Herijking van het lokaal Sportakkoord vindt plaats langs de drie ambities van het Sportakkoord: o Hoe wordt het fundament (vitale sportaanbieders, duurzaam beleid) van de lokale sportsector versterkt? o Hoe wordt het bereik (draagvlak partners, deelname partners) van het lokale Sportakkoord vergroot? o Hoe wordt de betekenis van sport op lokaal niveau zichtbaar gemaakt en benut (verbinding met GALA, IZA, School & Omgeving)? • Bij de herijking van het lokaal Sportakkoord wordt aantoonbaar gestreefd naar het betrekken van het merendeel van sportclubs, ondernemers in de sport en maatschappelijke instellingen. Herijking is zichtbaar een proces dat de hele lokale gemeenschap aangaat

38

• In de periode 2023-2026 gaat de gemeente (in samenspraak met het kernteam) werken aan een plan van aanpak om sociale veiligheid en integriteit op lokaal niveau bij alle sportaanbieders waarmee de gemeente een relatie heeft te stimuleren en ondersteunen. • In de periode 2023-2026 gaan de gemeente, lokale clubondersteuners en adviseur lokale sport (samen met het kernteam) in gesprek om de toegang, coördinatie en kwaliteit van clubondersteuning op lokaal of regionaal niveau te verbeteren. De mogelijkheid om één loket voor clubondersteuning in te richten wordt hierbij onderzocht. • In de periode 2023-2026 onderzoekt de gemeente (in samenspraak met het kernteam en de adviseur lokale sport) de mogelijkheid om een lokaal sportplatform in te richten. Zo’n sportplatform brengt de lokale sportaanbieders samen met het oog op samenwerking, één aanspreekpunt voor en met de gemeente, en belangenbehartiging. • Het herijkte Sportakkoord maakt duidelijk hoe lokale functionarissen die gefinancierd worden vanuit de BRC worden ingezet binnen de zes thema’s van het Sportakkoord. Raamwerk afspraken living labs • Voor de G5 gelden dezelfde voorwaarden bij het aanvragen van uitvoeringsbudget. Het uitvoeringsbudget kan worden ingezet voor de uitvoering van het lokaal Sportakkoord, een living lab of beide.

• Bij de keuze voor inzet op een living lab gelden de volgende afspraken: o In de living labs vindt onderzoek en innovatie plaats in wijken en gemeenschappen, waarbij de inwoner centraal staat. Daarbij werken de overheid, de sport, het bedrijfsleven, de inwoner en de kennisinstelling samen. Er zijn meerdere living labs in een stad mogelijk. o De gemeente werkt samen met de programma’s ‘MOOI’ en ‘Sportinnovator’ bij de opzet en uitvoering van het living lab. o De gemeente zet zich in om de leerervaringen en vernieuwende concepten actief, in samenwerking met de kennisinstellingen, te delen met de partners van het Sportakkoord. NOC*NSF, POS en VSG/VNG spreken af de voortgang en resultaten te delen met de sportsector en gemeenten. o De monitoring van de living labs is gericht op de beoogde gedragsverandering van de intermediairs in de betrokken partners bij de living labs. Daarnaast is de monitoring gericht op het in kaart brengen van kansen en aandachtspunten voor opschaling en vertaling van resultaten naar beleid. VWS zet, in samenspraak met de G5, een gezamenlijk programma voor monitoring van de living labs op. Technische aspecten • De lokale of regionale akkoorden worden beschikbaar gesteld aan VSG. • Op de website www.sportengemeenten.nl worden de profielen van de coördinator sport en preventie, de (andere) functionarissen uit de BRC en de adviseur lokale sport gedeeld.

39

• •

De verschillende functionarissen nemen deel aan bijeenkomsten die worden georganiseerd door NOC*NSF, POS en VSG/VNG en dragen op deze wijze actief bij aan kennisdeling. Ondertekenende partijen van het lokale of regionale Sportakkoord komen minstens twee keer per jaar bijeen om de voortgang te bespreken.

Financiële aspecten • De financiële voorwaarden voor het uitvoeringsbudget Sportakkoord worden vastgesteld in de Brede SPUK ten behoeve van bevorderen van de gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en versterken van de sociale basis.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13145060/1