CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 - Hoofdlijnen Sportakkoord II. Sport versterkt

Gemeenteraad (openbaar) 27 september 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven voor kennisgeving aannemen15.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoofdlijnen Sportakkoord II Sport versterkt

Voorwoord Samenwerken om de kracht van sport beter te benutten. Want, sport versterkt. In het Hoofdlijnen Sportakkoord II breiden wij – het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) en het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) – onze strategische alliantie uit. We bouwen voort op de ervaringen die we hebben opgedaan met Sportakkoord I. De ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord zijn groot. De sport en sportcultuur staan voor nieuwe uitdagingen en tegelijkertijd kansen. Uitdagingen en kansen die passen bij de huidige maatschappelijke tijdsgeest. De sector moet hierin mee, een nieuwe aanpak is gevraagd en het Sportakkoord speelt hierop in. Om deze te realiseren moeten we vaste patronen doorbreken. De uitdagingen waar de sport en de sportcultuur voor staan, zijn: • Het sportaanbod bij sportaanbieders sluit (te vaak) onvoldoende aan op de veranderende behoefte van de sporter op zowel kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid. • De uitstroom bij sportclubs in bepaalde groepen zoals 12- tot 18-jarigen is te hoog. • Als volwassenen eenmaal zijn gestopt met sporten, komen zij moeilijk weer in beweging en terug bij de sportaanbieders. • De ondersteuning van en dienstverlening aan de sportaanbieders is erg versnipperd.

• De maatschappelijke waarde van (top)sport is nog te beperkt zichtbaar. • Sport en sportief bewegen zit te weinig in gedrag en routine van alle inwoners van Nederland. • Als we als samenleving doorgaan op de huidige voet, is in 2040 één op de drie Nederlanders chronisch ziek. We kunnen deze uitdagingen alleen aanpakken als we anders denken, anders werken en intensiever samenwerken. Een kentering is noodzakelijk. De komende vier jaren zetten we daarom in op een groei van de sportparticipatie bij duizenden sportclubs, sportparken en andere sportplekken. We gaan aanvullend daaraan voor topprestaties met grote maatschappelijke waarde, die mensen verbinden en inspireren. Met aansprekende topsportevenementen zoals de European Paralympic Championships in 2023, sterke teamtopsportcompetities en ontwikkelmogelijkheden voor talenten als wenkend perspectief. Onze ambities gaan we bereiken door ieders achterban – gemeenten, sportbonden, brancheorganisaties, sportclubs, verenigingen, ondernemers in de sport, fitnesscentra en sportbedrijven – te mobiliseren zodat zij de ambities uit dit Sportakkoord werkelijkheid gaan maken. De deelnemende 340 gemeenten gaan hun lokale sportakkoorden aanpassen aan de ambities die wij in dit hoofdlijnen akkoord met elkaar hebben afgesproken.

Zij stellen elk een coördinator sport en preventie aan om sport in het hart van het lokaal sociaal beleid te plaatsen. En wij verstrekken aan deze gemeenten uitvoeringsbudgetten om de doelen van het akkoord te behalen.

2

NOC*NSF met haar 77 sportbonden en POS met zijn 19 partners betrekken minimaal de helft van hun uit 35.000 leden tellende achterban aan sportaanbieders bij de uitvoering van ‘Sport versterkt’, zodat sportclubs, verenigingen en ondernemers goed zijn aangehaakt bij de lokale sportakkoorden en de lokale preventieaanpak en de meerwaarde hiervan ervaren. NOC*NSF en POS gaan trainers-coaches, instructeurs en arbitrerend kader hierin ondersteunen. De achterban van de POS en NOC*NSF telt ongeveer honderdduizend professionals en ruim een miljoen vrijwilligers die wij uitnodigen mee te doen aan ‘Sport versterkt’. Deze vrijwilligers en professionals slagen er wekelijks in miljoenen mensen in beweging te krijgen en zijn een welkome samenwerkingspartner in lokale sportakkoorden. Vanuit het Hoofdlijnen Sportakkoord II willen wij de sportsector en gemeenten versterken en stimuleren om een groter bereik (meer deelnemers, toeschouwers en vrijwilligers) en de zichtbaarheid van de maatschappelijke waarde van sport en topsport vergroten. Wij willen de sport toegankelijker, veiliger en kwalitatief hoogwaardiger maken. In 2026 werkt het merendeel van alle sportaanbieders met de basiseisen sociale veiligheid (Gebruik regeling Gratis VOG, Gedragscode Sport, Vertrouwenscontactpersoon en Cursus of e-learning voor trainer-coaches) met name voor de jeugd en kwetsbare groepen.

De meerderheid van de ruim 6.000 buurtsportcoaches die Nederland telt, geeft invulling aan de uitvoering van lokale sportakkoorden en betrekken hier zoveel mogelijk lokale sportaanbieders bij. Daarnaast zetten we Adviseurs lokale sport in die namens alle sportbonden en leden van POS werken aan een sterke, duurzame en vitale lokale sportinfrastructuur die werkt aan dagelijks sportplezier voor iedereen. We zetten in op kwalitatief goede en duurzame sportaccommodaties en een sport- en beweegvriendelijke openbare ruimte. Met ‘Sport versterkt’ werken wij ook aan een stevigere positie van de sport in het landelijke, regionale en lokale beleid. Onze lokale verbinders, adviseurs lokale sport, de buurtsportcoaches, en ook onze ondernemers in de sport en de sportclubs, delen hun maatschappelijke betrokkenheid graag met anderen, zoals via het GALA (Gezonde en Actieve Leefstijl Akkoord), het IZA (Integraal Zorg Akkoord), het programma School & omgeving en de Maatschappelijke Diensttijd. Zodat het Sportakkoord II ook in die sectoren landt. De sportsector zet zijn deuren open om een bijdrage te leveren aan deze akkoorden en programma’s. Het Hoofdlijnen Sportakkoord II zorgt ervoor dat de sportsector daar kwalitatief en kwantitatief toe in staat is. Want, een sterke sport versterkt de maatschappij.

Zoals gezegd, dit hoofdlijnen akkoord is er één tussen vier partijen in de sport die elkaar aanvullen en een grote verantwoordelijkheid voelen om hierin samen op te trekken. We zijn erg enthousiast over de kansen die Sportakkoord II biedt om de impact van sport en sportief bewegen te vergroten. Van de beginnende sporter tot de topatleet, en van de recreatieve wandelaar tot desportschoolbezoeker. Dit akkoord biedt een raamwerk aan afspraken tussen de vier strategische partners. Op basis van dit raamwerk worden nadere afspraken over de uitwerking, concretisering en resultaatafspraken gemaakt in 2023. Dit kunnen wij niet alleen. Uiteraard, zal onze achterban klaar staan om de uitvoering ter hand te nemen. Toch is er meer nodig. Onze partners van het eerdere Sportakkoord nodigen wij van harte uit om mee te doen en mee te denken.

3

Met hen maken wij concrete afspraken over de uitvoering van dit akkoord. Want het speelveld van sport is breder dan hier geschetst. Dat strekt zich ook uit tot de maatschappelijke partijen in de sport, Sportservice organisaties, Sportbedrijven en vele anderen. We starten in 2023 met een grote bijeenkomst Sportief Verbinden. En dan op volle sterkte het land verder in!

Conny Helder Ministerie VWS

Cathalijne Dortmans VNG

Anneke van Zanen-Nieberg NOC*NSF

Haike Blaauw POS

Sybrig Sijtsma VSG

4

Inleiding: Sport versterkt Sport is van grote maatschappelijke waarde. Het is voor velen een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Het draagt bij aan onze fysieke en mentale gezondheid, creëert saamhorigheid en biedt kansen voor persoonlijke ontwikkeling. Iedereen in Nederland heeft de kans om zonder belemmering te sporten, te excelleren ín sport en te genieten ván sport. We inspireren zoveel mogelijk mensen met de kracht van sport. Want Sport versterkt! ‘Sport versterkt’ is een vervolg op het vorige Sportakkoord: ‘Sport verenigt Nederland’. Het geeft aan waar het de strategische partners de komende periode om gaat: door samenwerking Nederland sterker maken. We gaan door op de goede basis die is gelegd met het vorige Sportakkoord. Voor Sportakkoord II slaan VWS, VSG/VNG, NOC*NSF en POS de handen ineen op alle niveaus. Met bonden, overheden, sportkoepels en vele andere maatschappelijke partijen. Dat is de kracht van het akkoord. We doen het samen! De lokale, regionale én landelijke inzet in de afgelopen vier jaar is een goed vertrekpunt om tot nieuwe afspraken te komen. In het Hoofdlijnen Sportakkoord II komt de nadruk te liggen op het versterken van de lokale en regionale uitvoering.

We weten uit verschillende onderzoeken dat er behoefte is aan meer richting in het akkoord, minder vrijblijvende afspraken, maar daarbij wel recht te doen aan de positieve beweging die is ingezet. Daar zetten we dan ook op in. Om richting te geven en keuzes te maken hebben we drie ambities gesteld. Ze geven aan waar we met elkaar als strategische partners voor willen gaan.

Ambities Sportakkoord II in het kort We werken samen aan een stevig fundament. De voorwaarden om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven, moeten verbeterd. Dat gaat over de mensen, organisaties, cultuur en materiële voorzieningen in de sport. Een belangrijk punt de komende jaren is het investeren in kwalitatief sterke sportaanbieders die toegankelijk en veilig voor iedereen zijn. We werken ook aan een groter bereik. Daarmee bedoelen we dat meer mensen zich aangesproken en uitgenodigd voelen te gaan sporten en sport te beleven, bijvoorbeeld door drempels te verlagen, mensen te prikkelen en meer succesverhalen te delen. En we werken aan meer betekenis van sport. Betekenis gaat over de waarde van sport voor de maatschappij: energie, plezier en zingeving in het dagelijks leven door en van de sport zelf, maar ook een bijdrage aan het tegengaan van eenzaamheid en kansenongelijkheid, of juist het bevorderen van gezondheid.

5

Deze ambities vragen om verandering. Dit akkoord staat in het teken van samenwerking en meer integraal werken. De afgelopen jaren hebben we gewerkt met zes deelakkoorden. De inhoudelijke thema’s hiervan houden we vooralsnog vast. Deze zijn lokaal en regionaal goed ingebed en bieden een handvat om te beschrijven welke strategieën in Sportakkoord II centraal staan om een positieve verandering te bereiken. De thema’s zijn: • Inclusie en diversiteit (voorheen: Inclusief sporten en bewegen) • Sociaal veilige sport (voorheen: Positieve sportcultuur) • Vitale sportaanbieders (voorheen: Vitale sport- en beweegaanbieders) • Vaardig in bewegen • Ruimte voor sport en bewegen (voorheen: Duurzame sportinfrastructuur) • Maatschappelijke waarde van topsport (voorheen: Topsport die inspireert) Om concreet te maken welke verandering we willen bereiken en hoe we die willen bereiken, werken we in Sportakkoord II met herkenbare opgaven die u terug zult lezen in dit akkoord. We zetten drie overkoepelende ambities voorop. Binnen deze ambities is er samenhang tussen verschillende thema’s, en samenhang tussen breedtesport en topsport. In dit akkoord gaat het over sporten en sportief bewegen. Er wordt een verbinding gelegd met andere trajecten, waaronder de Beweegalliantie en het Gezond en Actief Leven Akkoord.

De tien afspraken van het Hoofdlijnen Sportakkoord II De ambities in het Sportakkoord, en de manier van werken aan deze ambities leidt tot tien afspraken. Deze vatten samen waar we de komende jaren aan werken en hoe we zorgen dat we het fundament op orde krijgen, een groter bereik generen en meer (zichtbare) betekenis van sport krijgen: 1. We gaan meer inwoners en sportaanbieders bij het Sportakkoord betrekken. Daarom verwelkomen we het POS naast VWS, NOC*NSF en VSG/VNG als strategische partner. 2. Een lokaal kernteam én een ‘coördinator sport en preventie’ zijn verplichte voorwaarden om een lokaal uitvoeringsbudget aan te vragen. Evenals het herijken van de lokale akkoorden. Dat biedt de basis voor een effectievere uitvoering. En zorgt voor samenhang met de onderdelen uit onder andere het Gezond en Actief Leven Akkoord. 3. De sportsector wordt lokaal sterker als samenwerkingspartner ingezet. In elke gemeente zorgt de adviseur lokale sport voor een goede samenwerking tussen de lokale sportsector en de coördinator sport en preventie van de gemeente. We zetten in op één loket voor clubondersteuning. 4. De Brede Regeling Combinatiefuncties wordt zo effectief mogelijk benut.

Daarom spreken we af dat er een focus komt op zes profielen die gerelateerd zijn aan de ambities van het Sportakkoord en er extra aandacht komt voor de kwaliteit van de professionals die deze profielen invullen.

6

5. Een sociaal veilige sport moet vanzelfsprekend zijn. Daarom werken we toe naar een aantoonbaar sociaal veilige sport, zodat iedereen een inclusieve, positieve en veilige sportcultuur ervaart. In het bijzonder minderjarigen en kwetsbare groepen. Dat doen we door sportaanbieders te stimuleren met de basiseisen (o.a. regeling gratis VOG, Gedragscode Sport, Vertrouwenscontactpersoon en cursus of e-learning voor trainer-coaches) sociale veiligheid te werken en door het aanstellen van integriteitsmanagers bij en versterken van sportbonden voor een integere en veilige (top)sport. 6. De kwaliteit in de sportsector moet omhoog. Dit doen we door een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit te ontwikkelen en zoveel mogelijk sportaanbieders te stimuleren aan die norm te voldoen. 7. We spreken af om de samenhang tussen breedtesport en topsport te vergroten. Het gaat hierbij om het totaalbeeld van de sporters voor ogen te houden: van beginnend in de jeugd, tot uiteindelijk de topsporter en alles wat daartussen zit. Zo komt bij het versterken van de teamtopsportcompetities, talentontwikkeling en doorontwikkeling van de Paralympische Sport breedte- en topsport bij elkaar. 8. We etaleren ‘hotspots’: 30 gemeenten en 100 plekken waar de ambities van Sportakkoord II worden waargemaakt.

We zetten deze lokaal sterke sportclubs, ondernemers, Cruyff courts, bootcampgroepjes in de openbare ruimte op het podium om anderen te inspireren. 9. Lokaal en landelijk benutten we data voor beleid en uitvoering. We volgen de voortgang op de afspraken van het Sportakkoord II op de voet. Ook volgen we in welke mate de beoogde veranderingen van het Sportakkoord in de buurt of wijk plaatsvinden. De lokale, regionale en landelijke partners doen actief aan kennisdeling en benutten daar de beschikbare kennisinfrastructuur voor. In de governance wordt meer sturing aan de hand van monitoring op de uitvoering vastgelegd. 10. We werken met elkaar naar een toekomstbestendige sportinfrastructuur. De partners van het Sportakkoord spreken af de geoormerkte middelen zoveel mogelijk in te zetten ten behoeve van de ambities en afspraken uit het Sportakkoord. In het hoofdlijnenakkoord worden deze afspraken nader toegelicht en uitgewerkt. Ze bieden de basis om in 2023 concrete afspraken te maken met de gehele sportsector.

7

1. Het Hoofdlijnen Sportakkoord II In 2018 hebben het ministerie van VWS (VWS), NOC*NSF en VSG/VNG het eerste Nationaal Sportakkoord gesloten. Dat akkoord loopt, inclusief verlenging van een jaar, op 31 december 2022 af. Met het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) als nieuwe partij in het akkoord, willen de partners de krachten de komende jaren blijven bundelen. VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS (‘de partners’) vinden elkaar in gedeelde inhoudelijke ambities en kunnen door samen te werken daar meer in bereiken dan alleen. Daarom sluiten de partners dit Hoofdlijnen Sportakkoord II. Bij de totstandkoming van het Hoofdlijnen Sportakkoord zijn VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS ondersteund door de kennispartners Kenniscentrum Sport & Bewegen en het Mulier Instituut. Hun betrokkenheid past bij het streven om kennis gedreven beleid te voeren.

1.1 Wat is het Hoofdlijnen Sportakkoord? Het Sportakkoord is een vorm van samenwerkend besturen. Samenwerking op drie niveaus draagt bij aan de gedeelde ambities: tussen de partners onderling, in de relatie landelijk-regionaal-lokaal en in de relatie tussen enerzijds sport, topsport en bewegen en anderzijds andere beleidsdomeinen zoals zorg, welzijn en onderwijs. Over de gedeelde ambities zijn afspraken gemaakt. Op basis van de geleerde lessen1 werken VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS met dit akkoord aan een hogere effectiviteit van de uitvoering. Waar de aandacht in het eerste Sportakkoord vooral uitging naar het creëren van samenwerking – en daar goed in is geslaagd – gaat dit hoofdlijnen akkoord over samenwerking met meer (meetbaar) resultaat. In dit document staat beschreven hoe VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS de belangrijkste onderdelen van het Sportakkoord herijken.

Het is de eerste stap naar concrete afspraken met de gehele sportsector in 2023.: • Een beschrijving van de gezamenlijke ambities die in dit Sportakkoord inhoudelijk leidend zijn, staat in hoofdstuk 2 • De veranderstrategie van het akkoord voor de periode 2023-2026 komt terug in hoofdstuk 3 • De werkwijze van het akkoord en de manier om de landelijke ambities te vertalen naar de lokale uitvoering is beschreven in hoofdstuk 4 • De afspraken over samenwerking en aansturing van afspraken staan in hoofdstuk 5 • De manier waarop gedurende uitvoering van het Sportakkoord wordt geleerd van de praktijk en verantwoording wordt afgelegd, is beschreven in hoofdstuk 6

1

Voortgang lokale sportakkoorden rapportage najaar 2022, Mulier Instituut

8

1.2 Hoofdlijnen Sportakkoord II in perspectief Het Sportakkoord staat niet op zichzelf. Er zijn relaties met andere processen die binnen en buiten de sport lopen. Het Sportakkoord neemt aan waarde toe als de relaties goed worden benut. Bijvoorbeeld in beleid. Er spelen aanpalende trajecten met een eigen aanpak, organisatie en financiële structuur, die mede kunnen bijdragen aan de ambities die in dit Sportakkoord centraal zijn gesteld. En andersom kunnen de activiteiten en afspraken van het Sportakkoord een bijdrage leveren aan die andere beleidsambities. De trajecten met de meest directe verbinding met het Sportakkoord en waar integraliteit en samenwerking de basis vormen, komen op de relevante plekken in dit akkoord terug. Dit zijn: • Beweegalliantie (dagelijks bewegen) • Human Capital Agenda • Rijksprogramma School & Omgeving • Akkoorden: Gezond en Actief Leven Akkoord, Nationaal Preventie-akkoord en Integraal Zorgakkoord Maar ook in financiën. De sportsector wordt gekenmerkt door publiek-private bekostiging. Overheden investeren hierin samen een kleine 2 miljard euro per jaar – de Rijksoverheid ca. 0,5 miljard euro en gemeenten (netto) 1,2 miljard euro – en gemeenten investeren ook aanzienlijk in de openbare ruimte. Ondernemende sportaanbieders genereren een omzet van ongeveer 2 miljard euro per jaar, verenigingen hebben een gezamenlijke begroting van ca.

1 miljard euro, en sportbonden en branches genereren gezamenlijk ook zo’n 300 miljoen euro per jaar aan inkomsten. Een groot deel van de inkomsten van sportaanbieders komt van inwoners in Nederland. Zij zijn de grootste bekostigingsbron van de sector. Ook het Nederlandse bedrijfsleven levert een belangrijke bijdrage en is al decennialang een gewaardeerd partner in de sector. Naast haar investeringen in de vitaliteit van medewerkers, draagt het bedrijfsleven via sponsoring financieel bij aan de sport. Het Sportakkoord heeft in dit opzicht een beperkte financiële reikwijdte en is geen panacee voor alle kwalen. De partners richten hun beschikbare middelen daarom direct op de gezamenlijke ambities in dit Sportakkoord, maar hebben ook indirect invloed op de grotere geldstromen die rondgaan in de sport. Het Sportakkoord vormt een multiplier. Het stimuleert de lokale, regionale en landelijke partijen om hun beleid, inzet en financiële middelen in lijn te brengen met de landelijke ambities. De partners spreken af om, voor zover ze die kunnen beïnvloeden, indirecte geldstromen (ook) zo veel mogelijk in te zetten voor de ambities die leidend zijn in dit Sportakkoord.

9

1.3 Partijen en looprijd akkoord Het strategische partnerschap van het Sportakkoord wordt uitgebreid met het POS2. Zo vergroten de betrokken partners het bereik van het Sportakkoord en wordt de maatschappelijke waarde van de ondernemende sport in Nederland onderschreven. Ook op lokaal niveau stimuleren de partners om tot een breder samenwerkingsverband te komen van ondernemende en maatschappelijke partijen in en rond de sport. De partners hebben ambities geformuleerd vanuit een langetermijnvisie. VWS, NOC*NSF, VSG/ VNG en POS hebben ieder een strategisch plan dat verder in de toekomst reikt. Het Sportakkoord levert een extra impuls aan deze plannen. De inzet en afspraken in dit Hoofdlijnenakkoord zijn vastgelegd voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 20263.

Met uitzondering van het strategisch kader topsport. Dit kader is opgesteld met de strategische partners VWS, NOC*NSF en VSG/VNG. De positie en vertegenwoordiging van commerciële topsportorganisaties worden nader verkend. 3 Het Strategisch kader topsport is gericht op een langere periode, namelijk: 2023-2032. 2

10

2. Ambities In het Hoofdlijnen Sportakkoord II ligt de nadruk op drie ambities, die weergeven wat de partners samen willen bereiken om de sport in Nederland te versterken. Die ambities zijn leidend in dit Sportakkoord en geven een kader mee voor de lokale Sportakkoorden en de nadere uitwerking met de sportsector. Het gaat om de volgende ambities: 1. Het fundament op orde 2. Een groter bereik 3. Meer (zichtbare) betekenis

2.1 Het fundament op orde Het fundament op orde brengen betekent dat we de voorwaarden verbeteren om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven. Als de voorwaarden niet op orde zijn, haken mensen af en is de basis weg voor het bereiken van de andere ambities. Met fundament doelen we op de mensen, organisaties, cultuur (waarden en normen) en materiële voorzieningen in de sport. Door de jaren heen heeft Nederland een sportinfrastructuur van formaat opgebouwd. Internationaal lopen we hiermee voorop. Maar de maatschappij verandert, mensen ontwikkelen andere behoeftes, en de sportsector moet daarin mee ontwikkelen. Zaken als het afnemende enthousiasme voor vrijwillige inzet bij sportclubs, integriteitsissues, een krappe arbeidsmarkt en de gestegen (energie)prijzen voor sportaanbieders, zorgen bovendien voor nieuwe uitdagingen voor de sector. Voor de lange termijn bouwen we aan een robuust sportstelsel en inclusieve, veilige en positieve sportcultuur, die beter meegaan in maatschappelijke ontwikkelingen en sterk genoeg zijn om deze en nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden.

2.2 Een groter bereik Deze ambitie gaat over de mensen die we met onze inzet bereiken: (potentiële) sporters, toeschouwers en vrijwilligers. We willen hen beter bereiken en meer laten genieten van sport. Voor een groter bereik streven de partners van het Sportakkoord naar kansengelijkheid. Dat betekent een inclusieve sector waarin niemand nog drempels voelt om te (blijven) genieten van sport en sportevenementen. Bereik gaat ook over het organiseren van een passend aanbod en prikkelen van de vraag ernaar, waar we met dit Sportakkoord meer aan gaan werken. Niet iedereen heeft behoefte om te sporten, maar er is nu nog een te grote groep mensen die we onvoldoende weten te bereiken. Omdat het lokale aanbod niet aansluit bij de behoefte, omdat er belemmeringen zijn om mee te doen, omdat het bestaande sportaanbod onvoldoende ontsloten wordt, of omdat we te bescheiden zijn in het delen van succesverhalen. En bereik gaat over het inspireren van meer mensen met waardevolle topsport en topsportprestaties en de kracht van topsport Ongeacht welke bril je opzet, belangrijk is dat we ons vizier verbreden. Dat betekent actiever en met meer partijen – ministeries, sportbonden, de ondernemende sport, maatschappelijke organisaties, zorgverzekeraars en vele anderen – samenwerken en afspraken maken om ons bereik te vergroten.

11

Beweegalliantie (dagelijks bewegen) Om recht te doen aan de zelfstandige en positieve impact van bewegen, is onder de vlag van de brede preventieaanpak (Nationaal Preventieakkoord) de Beweegalliantie gestart. De Beweegalliantie is een netwerkorganisatie om, samen met andere overheden, alliantiepartners en lokale initiatieven, meer maatschappelijke aandacht en actie te bereiken om bewegen in het dagelijks leven te stimuleren. De Beweegalliantie wil op l okaal, regionaal en landelijk niveau partijen bij elkaar brengen om kennis te delen en te verspreiden, van elkaar te leren over de werkzame en niet-werkzame elementen, en lokale interventies op te schalen naar andere partijen en wijken, steden en regio’s. De impuls die vanuit de Beweegalliantie aan het dagelijks bewegen wordt gegeven draagt ook bij aan het bereik en is complementair aan het stimuleren van sport en sportief bewegen in het kader van dit Sportakkoord4.

2.3 Meer (zichtbare) betekenis Betekenis gaat over de waarde van sport, topsport en sportief bewegen voor de hele maatschappij. Sport geeft energie, plezier, inspiratie en zingeving in het dagelijks leven van zij die het beoefenen of volgen, maar levert ook een bijdrage aan maatschappelijke doelen zoals het tegengaan van eenzaamheid en kansenongelijkheid of het bevorderen van gezondheid. gaan we samen met de sector werken aan bewustwording van de betekenis van sport en sturen op gedragsverandering om te zorgen voor meer sportbeoefening. We gaan beter laten zien wat de kracht van sport is zodat we met een duidelijke Social Return On Investment andere partijen stimuleren zich (blijvend) te verbinden aan sport. We. Op de lange termijn is het streven om, via zowel de breedte- als topsport, de maatschappelijke waarde van sport en sportief bewegen te laten groeien. Het bieden van meerwaarde als sportsector aan andere maatschappelijke domeinen is daarbij het uitgangspunt (“Sport in all policies”), in plaats van andersom, namelijk dat sport maatschappelijke doelen naar zich toetrekt. Het gaat hierbij om het stimuleren dat sport wordt meegenomen bij het maken van aanpalend beleid, niet het verplichten om sport overal in mee te nemen en de bekostiging over te nemen.

4 In het Sportakkoord worden de termen “sport”, “bewegen” en “sport en bewegen” afwisselend gebruikt. In alle gevallen slaat dit terug op sport en sportief bewegen, waartoe het Sportakkoord is afgebakend.

12

3. Strategie Dit hoofdstuk geeft een thematisch overzicht van de strategieën voor de komende vier jaar om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord II. In bijlage 1 staat een uitgebreid overzicht van de belangrijkste opgaven per thema.

3.1 Inclusie en diversiteit Wat spreken we als landelijke partners af? Het thema Inclusie en diversiteit gaat over een toegankelijke en laagdrempelige sector, waarin iedereen die mee wil doen daadwerkelijk mee kan doen en waarin sprake is van kansengelijkheid in en door sport- en beweegdeelname. Groepen mensen die niet of weinig sporten en bewegen, zoals mensen met een laag inkomen, lage opleiding, of een handicap, gaan dit ook niet snel vanzelf doen. De komende tijd richten we ons in het Sportakkoord ten eerste op het wegnemen van financiële, sociale en praktische belemmeringen. Die opgaven zijn niet anders dan in het vorige Sportakkoord, de manier waarop we er aan gaan werken wel. Waar we als partners voorheen vooral afspraken hadden over gedeelde principes rondom dit thema en veel verschillende activiteiten ondernamen, brengen we nu meer focus aan en gaan we werken vanuit een gezamenlijke strategie op deze opgaven Nieuw is dat we actieve toeleiding naar passend sportaanbod als een essentiële opgave zien om kansengelijkheid te bevorderen. We maken afspraken met sportkoepels, bonden, brancheverenigingen en maatschappelijke organisaties over ieders verantwoordelijkheden hierbij en we zetten vaker functionarissen uit de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) in om de toeleiding te organiseren of te realiseren.

Met het thema Inclusie en diversiteit werken we vooral aan het vergroten van het directe bereik, door aanbod passend en toegankelijk te maken en meer mensen hiermee te verleiden, en zo de kansengelijkheid om te kunnen sporten te vergroten. In de verbinding met sociale veiligheid (sociale drempels) en toegankelijkheid van sportaccommodaties (praktische drempels) werken we met dit thema ook aan het versterken van het fundament. Inzetten op het vergroten van de sociale toegankelijkheid heeft een effect op de zichtbaarheid van de betekenis van sport: meer mensen voelen zich welkom, veilig en ervaren wat sport betekent.

Armoedebeleid en kansengelijkheid Het vergroten van kansengelijkheid is één van de punten uit het Coalitieakkoord. Dit kabinet investeert met een brede en integrale aanpak op meerdere fronten in gelijke kansen. Er wordt ingezet op het terugdringen van armoede met de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden, er wordt geïnvesteerd in het voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit (Preventie met Gezag), gemeenten krijgen meer mogelijkheden om laaggeletterdheid aan te pakken en met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid wordt de leefbaarheid en veiligheid van stedelijke focusgebieden verbeterd. Met het Sportakkoord wordt gewerkt aan de toegankelijkheid van sport, mede op financieel gebied, en daarmee wordt bijgedragen aan de kansengelijkheid. De komende jaren zoeken de partners naar (verdere) samenhang tussen het Sportakkoord en de kabinetsbrede ambities en - trajecten rondom armoedebeleid en kansengelijkheid.

13

Waartoe nodigen we lokale partijen uit? Het is nodig dat gemeenten kiezen voor een proactieve aanpak rondom inclusie en diversiteit, en om te zorgen voor samenwerking tussen sport en andere relevante domeinen. We vragen aan gemeenten om meer duidelijkheid te creëren over de beschikbare ondersteuning voor mensen met een laag inkomen en om inclusie en diversiteit nadrukkelijk op de beleidsagenda te zetten. Sportaanbieders sporen we aan om inclusie en diversiteit serieus te nemen en om te bouwen aan een plek waar mensen zich welkom en thuis voelen, zodat ze er met plezier kunnen sporten en van sport kunnen genieten. We verwachten van lokale partijen dat de samenwerking wordt gezocht met landelijke en regionale partijen die expertise hebben van bepaalde problematieken of bepaalde groepen mensen (bijvoorbeeld met een laag inkomen, migratieachtergrond of een handicap) die belemmeringen ervaren om te sporten.

3.2 Sociaal veilige sport Wat spreken we als landelijke partners af? Het thema Sociaal veilige sport heeft als doel een basis te creëren waar iedereen veilig en met plezier kan sporten en sport beleven. Hiermee wordt het fundament van de sport verstevigd. Ongewenste situaties zoals discriminatie, grensoverschrijdend gedrag, doping en matchfixing zijn een bedreiging om met plezier te kunnen sporten. Door sport in de kern veilig en verantwoord te organiseren, waarbij normen worden gesteld in lijn met de huidige maatschappelijke context, dragen we bij aan een sterker fundament. Want iedereen die (top)sport heeft recht op een sociaal veilige omgeving. Ten opzichte van het vorige Sportakkoord gaat het vrijblijvende van dit thema af. Mede daarom kiezen we voor een naamswijziging (‘sociaal veilige sport’, en niet ‘positieve sportcultuur’) , waarmee we voor lokale, regionale en landelijke partijen meer de noodzaak benadrukken om aan dit thema te gaan werken. Met de strategische partners werken we verder aan de gezamenlijke analyse en strategie met als doel een sociaal veilige sport voor zowel topsport als breedtesport, inclusief de ondernemende sport. De basiseisen van sociaal veilige sport vormen daarbij de kern. Dat is de absolute basis, maar is er meer nodig.

Het gezamenlijk afspreken, bespreken en aanspreken van/op normaal en wenselijk gedrag hoort ook bij de aanpak, evenals een positieve bijdrage en het versterken van een positief sportklimaat, voor topsport en breedtesport. Op deze punten intensiveren we onze aanpak in termen van mensen en middelen. Tot slot versterken we de keten om signalen van grensoverschrijdend gedrag optimaal opvolging te kunnen geven. Waartoe nodigen we lokale partijen uit? Voor gemeenten gelden randvoorwaarden om in aanmerking te komen voor lokaal uitvoeringsbudget, waaronder het herijken van het lokaal Sportakkoord. Eén van de uitgangspunten bij deze herijking is dat gemeenten werken aan een plan van aanpak om sociale veiligheid en integriteit bij lokale sportaanbieders te stimuleren en te ondersteunen. We roepen gemeenten op om aanbieders hierbij te prikkelen om in ieder geval de minimaal noodzakelijke stappen richting een sociaal veilige sport te zetten, door middel van de basiseisen sociaal veilige sport. Sportaanbieders nodigen we uit gebruik te maken van de beschikbare ondersteuningsinstrumenten, waarmee ze deze noodzakelijk stappen op gebied van sociale veiligheid kunnen zetten.

14

3.3 Vitale sportaanbieders Wat spreken we als landelijke partners af? Het thema Vitale sportaanbieders is gericht op een kwalitatief sterk, veilig en toegankelijk sportaanbod voor iedereen. De komende jaren brengen we meer focus aan op de onderdelen die echt belangrijk zijn voor kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid en stoppen we met de activiteiten zonder duidelijk doel. Er zijn voldoende tools, programma’s en initiatieven ontwikkeld en uitgedacht om sportaanbieders te vitaliseren, onze inzet in dit Sportakkoord is om ze daadwerkelijk geïmplementeerd te krijgen en aanbieders daarmee te versterken. Daarom ligt onze aandacht bij het verstevigen van de basis: kwalitatief goede mensen, voldoende uitvoeringscapaciteit en een effectieve ondersteuningsstructuur voor sportaanbieders. Nieuw is dat we door het ontwikkelen van een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit heel expliciet gaan maken wat we onder goede kwaliteit verstaan en wat we een veilige sportomgeving vinden. Dat helpt om met zijn allen aan deze randvoorwaarden voor een sterk fundament te werken. Ook worden aanbieders meer gestimuleerd om vraag en aanbod op wijk- of buurtniveau goed op elkaar te laten aansluiten en zoveel mogelijk hierin samen te werken. De ondersteuningsstructuur die afgelopen periode is opgezet, legt hiervoor een goede basis.

Door het versterken van het fundament, zal de sector steeds beter in staat zijn om voor een grotere groep mensen relevant te zijn en zal de samenwerking met andere domeinen makkelijker worden. Zo draagt dit thema op termijn ook bij aan de ambities bereik en betekenis.

Human Capital Agenda Bij alle ambities van het Sportakkoord is het cruciaal om aandacht te hebben voor mensen die betaald of onbetaald aan die ambities werken. Specifiek komt dit terug bij het thema Vitale sportaanbieders De partners van het Sportakkoord blijven daarom, samen met andere partijen, de Human Capital Agenda Sport doorzetten. Hierin werken (vertegenwoordigers van) werkgevers, werknemers, opleiders, verenigingen, sportbonden en ondernemers samen aan het versterken van de arbeidsmarkt in de sportsector. Het doel voor de komende jaren is om ingezette acties uit de Human Capital Agenda door te vertalen naar lokaal voldoende en bekwame mensen.

Waartoe nodigen we lokale partijen uit? We vragen lokale partijen een lokale Human Capital Agenda te creëren. Dit betekent goed na te denken wie aan de lokale ambities gaan werken en hoe deze mensen langdurig actief zijn en kwalitatief sterker kunnen worden.. Daarnaast stimuleren we de gemeenten om tot één duidelijk aanspreekpunt voor sportaanbieders te komen. We dagen lokale partijen uit om samen na te denken wat sportaanbieders nodig hebben om echt het verschil te maken op de opgaven die we belangrijk vinden, ook op de moeilijke onderwerpen zoals sociale veiligheid.

15

3.4 Vaardig in bewegen Wat spreken we als landelijke partners af? Het thema Vaardig in Bewegen streeft naar kansen voor ieder kind en iedere jongere om vaardig en veelzijdig te sporten en bewegen – onder de juiste begeleiding – waarbij plezier en ontwikkeling centraal staan. De basis voor een leven lang sporten en bewegen wordt gelegd in je jeugd. Voor het versterken van die basis is samenwerking van verschillende domeinen cruciaal: sport, onderwijs, kinderopvang, de gemeente en meer. Ouders, sporttrainers, buurtsportcoaches en (vak)leerkrachten zijn samen nodig om dreumes, kind en jongeren met plezier aan het sporten en bewegen te krijgen én te houden. Waar onze nadruk eerder vooral op motorische vaardigheden lag, vinden we het van belang dat kinderen naast deze vaardigheden ook ontdekken waar zij hun sportplezier uit halen en wat bij hen past als sport- of spelvorm. Hiermee versterken we vanuit het thema Vaardig in Bewegen het fundament (denk aan veelzijdig bewegen in de sportsector), evenals het bereik van meer kinderen en jongeren, en vergroten we de betekenis die sport voor ieder kind kan hebben. Ook het overbrengen van kennis over het belang van sport voor de jeugd richting de professionals en het meer bewustmaken en meenemen van ouders hierin, heeft in dit Sportakkoord een belangrijke plek.

School & Omgeving Met het programma School & Omgeving zet het kabinet in op kansengelijkheid. door voldoende sporten en bewegen een extra impuls te geven. Het programma werkt aan het verbinden van scholen met onder andere de sportaanbieders in de wijk, wat aansluit op de ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord. Dit begint in de wijken waar de meest kwetsbare kinderen wonen, met ook een achterstand in sport- en beweegdeelname. Onder gestarte scholen zijn al goede voorbeelden zichtbaar waarbij clubs, buurtsportcoaches en de ondernemende aanbieders een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Ook het programma MDT (Maatschappelijke Diensttijd) van het ministerie van OCW biedt kansen om jonge vrijwilligers in de sport een kans te geven.

Waartoe nodigen we lokale partijen uit? Het is van belang dat iedereen inziet dat een leven lang sport- en beweegplezier begint bij de jeugd. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de positionering van de jeugd binnen het lokaal Sportakkoord en in het zorgen dat beschikbare ondersteuningsmogelijkheden ook worden benut om meer jeugd met plezier te laten sporten en bewegen. We roepen lokale partijen (gemeenten, sportaanbieders, kinderopvang, jeugdzorg en JGZ) op om ook voor de allerkleinsten bewegen onderdeel van hun (opvang)dag te maken. Ook kunnen lokale partijen drempels wegnemen voor het uitproberen van meerdere sporten. Daarnaast verwachten wij van gemeenten dat zij op lokaal niveau onderwijs en sport en bewegen samenbrengen. Hierbij roepen wij hen vooral op gebruik te maken van de handreiking Vaardig in Bewegen. Ook vragen we lokale partijen om goed te kijken naar hoe het sportaanbod aansluit bij de belevingswereld van jongeren, en te kijken hoe bijvoorbeeld urban sports en multisport in hun gemeente een plek kunnen krijgen. Hier kan bijvoorbeeld gebruikgemaakt worden van de aanwezige playgrounds en courts. De buurtsportcoach is lokaal een uiterst belangrijke professional in het samenbrengen van verschillende domeinen en het bereiken van de jeugd.

16

3.5 Ruimte voot sport en bewegen Wat spreken we als landelijke partners af? Het thema Ruimte voor sport en bewegen is gericht op het creëren van een toekomstbestendige sportinfrastructuur die uitnodigend, faciliterend en toegankelijk is voor iedereen. De komende jaren zetten we de koers van de Routekaart Verduurzaming Sport voort. Het resultaat, een duurzamere sportinfrastructuur, versterkt het fundament waarop de sport verder kan bouwen. We leggen meer verbindingen tussen ruimte voor sport en bewegen en andere relevante domeinen, zoals natuur, energie en wijkontwikkeling. Door meer onderzoek naar en kennisdeling over maatschappelijk verantwoorde exploitatiemodellen en efficiënt ruimtegebruik van sportvoorzieningen, kunnen we de maatschappelijke waarde van die voorzieningen vergroten en bijdragen aan de betekenis die sport heeft voor andere domeinen. Verder werken we aan tools om lokale en regionale spelers beter in staat te stellen te werken aan een toekomstbestendige infrastructuur. Dit doen we door waar nodig kennis op te doen, maar zoveel mogelijk door te werken aan concrete interventies die in de komende jaren ingezet kunnen worden. Door meer aandacht te schenken aan de spreiding, toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen dragen we binnen het thema Ruimte voor sport en bewegen ook bij aan een breder bereik van sport.

Waartoe nodigen we lokale partijen uit? De publieke verantwoordelijkheid en de budgetten voor het accommodatiebeleid liggen primair bij de gemeenten. De Rijksoverheid ondersteunt daarin waar dat kan, met het doel om samen met gemeenten en sportaanbieders te bouwen aan een toekomstbestendige sportsector. Onze uitnodiging aan lokale partijen is meervoudig. We vragen gemeenten om lokale en regionale afstemming te zoeken over de spreiding van sportvoorzieningen. Ook vragen we gemeenten in de inrichting van de leefomgeving de verbinding te leggen met de Omgevingswet, door aandacht te hebben voor de ruimte voor sport en bewegen en de ruimte hiervoor open en toegankelijk te houden. We vragen gemeenten om sportaanbieders te informeren over landelijke en lokale subsidie- en ontzorgingsmogelijkheden rond verduurzaming en toegankelijkheid, zodat de sportsector hier optimaal gebruik van kan maken. Bovendien vragen wij zowel aanbieders als gemeenten om sportparken meer open te stellen voor het bredere publiek en voor nieuwe exploitatiemodellen. Via deze weg kunnen we nieuwe mogelijkheden testen door meer samenwerking te zoeken tussen bijvoorbeeld sport, ondernemers en onderwijs, om sportvoorzieningen zo veel mogelijk van waarde te laten zijn voor de omgeving en de samenleving.

3.6 Maatschappelijke waardevan topsport Het thema Maatschappelijke waarde van topsport heeft als streven om de maatschappelijke waarde van topsport zo groot mogelijk te maken. De afgelopen jaren hebben de afspraken uit het Sportakkoord opvolging gekregen. Centraal daarin stonden zes “sleutelprojecten”, namelijk de maatregelen waarbij de gezamenlijkheid van VWS, NOC*NSF en VSG/VNG het grootst was en afhankelijkheid bestond met andere projecten. Daar zijn goede stappen op gezet. Voor de langere termijn is er behoefte aan een geactualiseerde en vooral gezamenlijke visie op topsport, met een uitwerking hoe partners daar vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid

17

invulling aan gaan geven. Daarom is besloten tot het opstellen van een gezamenlijk Strategisch kader topsport 2032. Het strategisch kader zet vier opgaven centraal: meer aandacht voor maatschappelijk verantwoord presteren, behoud en verrijking van waardevolle topsportprestaties, vergroten van de zichtbaarheid en bereik van topsport, en betere benutting van het platform topsport voor maatschappelijke doelen. Hiermee zetten we tegelijkertijd in op versterking van het fundament van de sport, groei van het bereik van sport én meer betekenis van sport. Hiermee willen we de maatschappelijke waarde van topsport vergroten en de topsport in Nederland beter bestendig maken voor de toekomst. Dit maakt en houdt topsport aantrekkelijk voor andere partijen om zich hieraan te verbinden en zo vergroten we uiteindelijk het draagvlak om (blijvend) te investeren in topsport. Het strategisch kader (in concept) is op 22 november 2022 aan de betrokken partijen gepresenteerd. Uitgangspunt is om ons de komende jaren te gaan richten op de vier genoemde opgaven om alle aspecten van de maatschappelijke waarde van topsport te vergroten. Naast de bestaande topsport- en talentprogramma’s gaan we explicieter paralympische sport, topteamcompetities en commerciële topsport in onze strategie betrekken.

Daarmee willen we ook een sterkere verbinding maken met de breedtesport en zoeken we – vooral rondom topteamcompetities en talentontwikkeling – actiever de samenwerking met lokale en regionale partijen op. In de eerste helft van 2023 wordt het strategisch kader uitgewerkt met concrete initiatieven, definitief gemaakt en gepubliceerd. Tegen die tijd krijgt de veranderstrategie voor de vier genoemde opgaven ook meer gestalte.

18

4. Werkwijze Met het nieuwe Hoofdlijnen Sportakkoord worden niet alleen gezamenlijke ambities en opgaven herijkt, maar ook de manier van werken. Het werken in zowel een landelijk als lokale Sportakkoorden heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan de samenwerking, netwerkvorming en verrijking van lokaal sport- en beweegbeleid in 344 gemeenten5. Deze wijze van samenwerken wordt dan ook voortgezet, maar niet zonder geleerde lessen van de afgelopen jaren6 mee te nemen. In het onderstaande wordt toegelicht tot welke aanpassingen in de werkwijze dit leidt. Dat gebeurt aan de hand van de volgende hoofdkenmerken van de werkwijze: • Inhoudelijke samenhang • Effectieve lokale uitvoering • Successen zichtbaar maken • Een kennisgedreven aanpak • Bekostiging

4.1 Inhoudelijke samenhang Tijdens het eerste Sportakkoord is gebleken dat de thema’s in de verschillende deelakkoorden inhoudelijk veel raakvlakken hebben en het de effectiviteit en efficiëntie ten goede zou komen als er meer wordt samengewerkt. Dat is op veel plekken ook gebeurd. Om dit nog meer te stimuleren gaan we steeds minder vanuit de verschillende thema’s een bepaald probleem oplossen en staan steeds meer de drie gezamenlijke ambities van dit Hoofdlijnen Sportakkoord voorop. Zo ontstaat meer samenhang tussen de verschillende thema’s, tussen landelijk, regionaal en lokaal, en tussen breedtesport en topsport. Een aantal onderwerpen is zowel voor de topsport als breedtesport relevant, zoals een veilige sport, professionalisering van het kader, teamtopsportcompetities en het doorontwikkelen van de aangepaste en Paralympische sport. In de uitvoering gaan we daarom nadrukkelijker zoeken waar topsport en breedtesport elkaar raken en elkaar kunnen versterken. Enerzijds vanuit de betekenis die sport op lokaal niveau kan hebben, anderzijds omdat sport op lokaal en regionaal niveau ook kan bijdragen aan de maatschappelijke waarde van topsport. De komende jaren gaan we deze samenhang steeds verder doorvoeren. Dat is nodig om stappen te zetten op de ambities fundament, bereik en betekenis.

Andere ontwikkelingen, zoals het GALA en de Brede SPUK, zorgen voor ontschotting in de financiering. En maken het noodzakelijk dat de sportsector het fundament op orde brengt. Alleen dan zit de sportsector als stevige partner aan tafel en draagt sport en bewegen bij aan andere maatschappelijke doelstellingen.

5 In Caribisch Nederland is met de Caribische Sport & Preventieakkoorden de afgelopen vier jaar ook veel voortgang geboekt in het domein sport en bewegen. VWS en de openbare lichamen zetten de ontwikkeling die met de Caribisch Sport & Preventieakkoorden is ingezet zoveel mogelijk door en zoeken, waar het past bij de context en dynamiek van de eilanden, aansluiting bij de ambities in het Sportakkoord. 6

Monitor Sportakkoord

19

Akkoorden: GALA, NPA en IZA In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) maken VWS, gemeenten en zorgverzekeraars minder vrijblijvende afspraken, gericht op vertaling van landelijke doelen voor gezondheid en welbevinden naar landelijke, regionale en lokale resultaten. Sport en bewegen kan een belangrijke bijdrage leveren aan deze doelen en resultaten. De doelen sluiten aan bij de landelijke gezondheidsdoelen uit het Nationaal Preventieakkoord (NPA), de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen. Het GALA richt zich op alle mensen, met specifieke aandacht voor groepen waar de meeste gezondheidswinst is te behalen. In september 2022 is het IZA gesloten – vooral gericht op de houdbaarheid van het zorgstelsel – met onder meer afspraken over breed investeren in gezondheid en preventie (inclusief sociale basis). Het addendum met afspraken tussen gemeenten, VWS en zorgverzekeraars uit het IZA is verwerkt in het GALA. Ook de doelen en thema’s van het NPA komen – direct of indirect – terug in programma’s in het GALA en worden vertaald naar lokale inzet. Het financieel arrangement van GALA is gevat in een nieuwe, ‘Brede’ Specifieke Uitkering (SPUK) voor gemeenten.

In de Brede SPUK zitten ook twee onderdelen die bijdragen aan de ambities van het Sportakkoord: het Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord en de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC). De inhoudelijke afspraken over deze twee onderdelen zijn uitgewerkt in het Sportakkoord. De partners behouden de ruimte om tijdens de looptijd van het Hoofdlijnen Sportakkoord II nieuwe trajecten op te starten als de ontwikkelingen daar om vragen.

4.2 Effectieve lokale uitvoering Inzet van personen We hebben in de monitoring van het vorige Sportakkoord gezien dat de kwaliteit en effectiviteit van een lokaal Sportakkoord in sterke mate samenhangt met de invulling van enkele organisatorische randvoorwaarden. Gemeenten voldoen aan deze randvoorwaarden door een coördinator sport en preventie aan te stellen vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties, die vanuit het lokale kernteam de herijking en uitvoering van het lokaal Sportakkoord coördineert, We verstevigen de inzet van adviseurs lokale sport en we versterken de uitvoeringskracht op meerdere fronten. • De coördinator sport en preventie, deelnemer aan het lokale kernteam, krijgt naast herijking van het lokaal Sportakkoord de expliciete opdracht om het lokale netwerk van sport aan te sluiten op de bredere ambities op het gebied van sport, bewegen, gezondheid, preventie en sociale basis. Want ook vanuit het GALA, NPA, IZA, de Maatschappelijke Diensttijd en School & Omgeving worden gemeenten geacht hun beleid vorm te geven. De coördinator sport en preventie heeft een haal- en brengfunctie voor sport naar het overkoepelend gesprek. Ook in de invulling van het lokale kernteam wordt de verbinding gezocht; hierin moeten op zijn minst de gemeente, sportsector en maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn.

• In elke VSG-regio wordt namens VSG/VNG, POS, NOC*NSF en sportbonden een adviseur lokale sport geïnstalleerd. Deze adviseur beschikt over brede kennis van lokaal sportbeleid 20

met daarin de kracht van sportaanbieders. De adviseur lokale sport is een gespreksen sparringpartner van gemeenten – bijvoorbeeld de lokale wethouder of beleidsmedewerker sport – in een VSG-regio, jaagt de totstandkoming van één lokale infrastructuur voor clubondersteuning aan, en stimuleert de samenwerking tussen sportaanbieders via lokale sportplatforms.

De coördinator sport en preventie en adviseur lokale sport werken actief samen, ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. De adviseur lokale sport werkt op regionaal niveau, binnen het VSG-gebied, en de coördinator sport en preventie lokaal, binnen de gemeente. Samen met de lokale beleidsmedewerker sport zijn zij de drie-eenheid die de uitvoering van het lokaal Sportakkoord op een effectieve manier vorm moeten geven. •

Versterking uitvoeringskracht: een van de opgaven in dit Sportakkoord is het versterken van de uitvoeringskracht bij landelijke partijen, zoals sportbonden en brancheorganisaties, maar ook bij sportaanbieders. Sportbonden zetten extra mensen in om programma’s die zij hebben ontwikkeld uit te voeren bij lokale sportaanbieders. Ook de POS versterkt de organisatie, waardoor zij brancheorganisaties en lokale

ondernemers kan helpen om met de ambities van het Sportakkoord aan de slag te gaan. De Brede regeling Combinatiefuncties speelt een belangrijke rol bij de lokale uitvoeringskracht. Aan de hand van zes profielen gaan professionals gericht uitvoering geven aan de ambities van het Sportakkoord, bijvoorbeeld door de capaciteit bij sportaanbieders te vergroten (clubkadercoach, verenigingsmanager, sportparkmanager), als spin in het web in de wijk (buurtsportcoach), door mensen die weinig sporten te begeleiden (beweegcoach) en door uitvoering te geven aan de verbinding tussen sport en het onderwijs (combinatiefunctionaris onderwijs).

De uitvoeringskracht van lokale Sportakkoorden is in grote mate afhankelijk van het draagvlak van de akkoorden onder sportaanbieders. Hierbij gaat het om alle sportaanbieders, verenigingen én commerciële sportaanbieders, van fitnesscentrum tot zwemscholen. Bij lokale samenwerking tussen gemeenten en sportaanbieders, bijvoorbeeld waar het gaat om de huurprijs voor een sportruimte, moet niet de juridische organisatiestructuur leidend zijn, maar het maatschappelijk rendement. Voor het behalen van de doelen van lokale Sportakkoorden geldt dan ook: zijn de partijen betrokken die een bereik hebben onder de doelgroepen van het akkoord? Zijn deze organisaties kwalitatief in staat om die doelen te halen? Gemeenten kunnen hierbij de samenwerking aangaan met het maatschappelijk middenveld van clubs, zorg- en welzijnsinstellingen, en, gezien hun grote bereik zeker ook ondernemers in de sport. Ondernemers zijn bovendien overwegend goed bereikbaar, flexibel en klantgericht. Zaken die van belang zijn om mensen in beweging te krijgen en houden. Wij pleiten er dan ook voor dat ondernemers in de sport én clubs een gelijkwaardige positie verdienen in elk lokaal Sportakkoord.

21

Clubondersteuning De partners hebben geconstateerd dat het ondersteuningsaanbod voor sportaanbieders de afgelopen jaren te versnipperd werd aangeboden. Lokale clubondersteuning werkt beter als aanbieders bij één loket terechtkunnen met al hun vragen. Ze krijgen toegang tot een breed ondersteuningsaanbod dat aangeboden wordt door NOC*NSF, bonden, sportserviceorganisaties, POS en andere maatschappelijke partijen. De ondersteuning bestaat onder andere uit: • Bestuurscoaching en coaching in maatschappelijk ondernemen • Clubkadercoaching • Procesbegeleiding bij invoering basiseisen sociale veiligheid • Versterken van het vrijwilligersbeleid • Toekenning van microbudgetten • Ondersteuning bij topteamcompetities en talentonwikkeling • Beschikbaarheid van data over sociale wijkprofielen • Ondersteuning bij ontwikkelen passend aanbod en vermarkten van aanbod Herijking lokale akkoorden We stellen kaders aan de invulling van lokale Sportakkoorden door concreet te maken waartoe we lokale partijen met dit Sportakkoord uitnodigen (zie hoofdstuk 3). Gemeenten, in samenwerking met de lokale kernteams, herijken hun lokale beleidsambities in een lokaal Sportakkoord. Het raamwerk voor herijking staat in bijlage 2.

Deze ambities worden vormgegeven aan de hand van het richtinggevend kader in dit Sportakkoord: hoe bereiken we meer sportaanbieders en potentiële sporters? Hoe versterken we het sportaanbod en benutten we de waarde van sport nog beter? En hoe wordt het aanbod veiliger en toegankelijker? Als randvoorwaarde wordt gesteld dat gemeenten de herijking vormgeven met een kernteam van betrokken sport- en maatschappelijke partijen.

4.3 Successen zichtbaar maken Er zijn in Nederland nu al tientallen gemeenten en honderden sportplekken waar ingesleten patronen zijn doorbroken en succesvolle resultaten worden geboekt. Daar worden de ambities van het Sportakkoord voor een belangrijk deel gerealiseerd. Op die plekken bestaan bijvoorbeeld lokale sportnetwerken die gezamenlijk de sportaanbieders ondersteunen, sportparken waar voor alle leeftijden passend aanbod is en locaties waar niet of nauwelijks tieners uitstromen. En daar krijgen sporters begeleiding van trainers en coaches met de juiste kwaliteiten. Voorbeelden hiervan (maar niet limitatief) zijn: hockeyclub Feyenoord, Triple Threat Haarlem, voetbalclub Kampong, Fletiomare, sportvereniging Helios, maar ook de regionale aanpakken in de Achterhoek en in Zeeuws Vlaanderen (Terneuzen). In veel van deze “hotspots” is het lokale Sportakkoord een versneller geweest. Wij gaan beslissers in de sport meenemen naar deze gemeenten en deze sportplekken, om ervoor te zorgen dat in heel Nederland andere beslissingen worden genomen. We gaan zichtbaar maken wat de reden is dat het hier goed werkt en goed loopt. We gaan duidelijk maken hoe dit ook op andere plekken en binnen andere gemeenten kan worden toegepast. En waar mogelijk combineren we het delen van deze kennis met de tweejaarlijkse bijeenkomsten in alle VSG-regio’s.

22

4.4 Een kennisgedreven aanpak De complexiteit en multidisciplinariteit van de opgaven in het Sportakkoord, en het samenwerken in netwerken met verschillende overheidslagen, koepels, brancheorganisaties, sportaanbieders, organisaties uit andere sectoren en kennisinstellingen, maken optimale kennisontwikkeling en deling tussen diverse partijen en meerdere bestuursniveaus noodzakelijk. Met de lokale Sportakkoorden en de link met bijvoorbeeld GALA, NPA, de Beweegalliantie en School & Omgeving, neemt de kennis- en innovatiebehoefte op lokaal en regionaal niveau toe. Het Sportakkoord brengt partijen met uiteenlopende kennis en expertise samen, waardoor er meer mogelijkheden zijn om verder in te zetten op kennisontwikkeling en -deling, en innovatie. Bij het denken over de inzet van partijen en programma’s op landelijk niveau wordt nadrukkelijk ingespeeld op de kennis- en innovatiebehoefte van de lokale partijen, bijvoorbeeld door hen een rol te geven in kennisproductieprocessen, waaronder de vraagarticulatie voorafgaand aan kennisontwikkeling en -deling. Lokale partijen worden gestimuleerd meer en beter gebruik te maken van beschikbare (lokale) data en kennis over werkzame aanpakken.

De inhoudelijke uitdagingen in het Sportakkoord sluiten goed aan bij de ‘wicked problems’ in de inzet vanuit het programma MOOI in Beweging (Missiegedreven Ontwikkeling van Onderzoek en Innovatie in sport en bewegen, ZonMw) en de focus van de inzet vanuit het programma Sportinnovator vanaf 2023. Samen met de inspanningen van het Mulier Instituut, het Kenniscentrum Sport & Bewegen en het RIVM wordt verder gebouwd aan een (landelijke) kennisinfrastructuur die kan worden benut voor de ondersteuning van de uitvoering van het Sportakkoord. De partners spreken af om de monitoring ook tijdens de looptijd van het Sportakkoord een functie te geven. Daarmee krijgt monitoring een functie in lerend beleid; de meerwaarde wordt groter als het niet alleen achteraf tot inzichten leidt. Door de voortgang op de inhoudelijke opgaven nauwgezet te volgen, kunnen de partners hier tussentijds op bijsturen. Monitoringsactiviteiten worden daarom gekoppeld aan de verschillende (thema)werkgroepen (zie paragraaf 5.2), waarmee er actuele inzichten ontstaan over de voortgang van het Sportakkoord.

4.5 Bekostiging Activiteiten die nodig zijn om de ambities en opgaven in dit Sportakkoord te realiseren worden vanuit verschillende regelingen en programma’s bekostigd. De afspraken over deze geldstromen worden gemaakt op basis van de uitgangspunten van het Sportakkoord. De geldstromen die, deels of volledig, aan het Sportakkoord raken of gaan raken in de toekomst zijn als volgt: Uitvoeringsbudget Lokaal Sportakkoord Het uitvoeringsbudget wordt ingezet om uitvoering te geven aan de lokale akkoorden. Voorwaarden voor gemeenten om lokaal uitvoeringsbudget aan te vragen staan in bijlage 2. Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) De bestuurlijke afspraken van de BRC zijn herzien en kennen dezelfde looptijd als de afspraken in het Sportakkoord. Belangrijkste wijzigingen in de herziene BRC-afspraken zijn het toevoegen en versterken van profielen die op het versterken van sportclubs van toepassing zijn:

23

de clubkadercoaches, verenigings- en sportparkmanagers. Verder wordt geregeld dat de combinatiefunctionarissen voor het onderwijs een rol hebben bij extra sport- en beweegmomenten buiten het reguliere onderwijs. Projectsubsidies maatschappelijke organisaties VWS maakt afspraken met verschillende landelijke partijen over de opgaven die met het Sportakkoord aangepakt moeten worden. Dit zijn andere partijen dan de vier strategische partners. Het gaat dan bijvoorbeeld om partijen die deel uitmaken van het samenwerkingsverband Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS) en om de kennispartners. Hiervoor zijn separate projectsubsidies mogelijk. Uitgangspunt bij deze afspraken is dat het aansluit en een bijdrage levert aan de ambities van het Sportakkoord en dat de partijen meewerken aan kennisdeling. Subsidies NOC*NSF en POS De sportsector ontvangt middelen om met de ambities uit het Sportakkoord aan de slag te gaan. Om het fundament te verstevigen wordt erop ingezet om sportaanbieders van binnenuit te versterken en de lokale ondersteuningsstructuur te verbeteren. Sportbonden krijgen geld om vanuit de ambities van het Sportakkoord hun leden te ondersteunen. POS ontvangt aanvullende middelen om de positie en deelname van ondernemende sportaanbieders aan de lokale Sportakkoorden te verbeteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13145060/1