CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 - Bijlage 5 - Maaijkant 2, Ulicoten Bijlagen bij toelichting

Gemeenteraad (openbaar) 18 februari 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Categorie 3: Raadsinformatiebrieven voor kennisgeving aannemen19.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Maaijkant 2, ten noordoosten van de kern van Ulicoten, in de gemeente Baarle-Nassau. Baarle-Nassau is een Nederlandse gemeente in het zuiden van de provincie Noord-Brabant, ongeveer 15 kilometer ten zuiden van Tilburg. Baarle-Nassau vormt samen met de Belgische gemeente BaarleHertog het Kempense dorp Baarle. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Ulicoten, oostelijk aan de Maaijkant. Op een afstand van bijna 2km ligt de Nederlands-Belgische grens. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Ulicoten

Figuur 1: Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding grasland en akkerland. Daarnaast is het plangebied voorzien van meerdere bomen, struiken en tuinbeplanting. Gelegen aan de Maaijkant is in het plangebied een bomenrij van berkenbomen aanwezig. Het invloedsgebied bestaat uit agrarische percelen vooral bestaande uit weilanden, en kleinschalige bebossing. Op ongeveer 410 meter afstand naar het noordoosten stroomt Het Groot Vergoor. Op een verdere afstand 2,7 kilometer gelegen in het zuidwesten bevindt zich een natuurgebied genaamd niemandsland en op ongeveer en op 2,5 kilometer naar het zuidoosten bevindt zich ook bebossing. Op ongeveer 3,3 kilometer gelegen in het noordwesten bevindt zich Den Roy Natuurpunt. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Eindhoven Eindhoven Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

Figuur 2: Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.

Figuur 3: Globaal omlijnde planlocatie in blauw, te slopen bebouwing in rood omkaderd. Bron: Google Earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit het wijzigen van de bestemming van de planlocatie aan de Maaijkant 2 te Ulicoten. Het voornemen is om de bestemming van het voormalig agrarisch bedrijf te wijzigen in een viertal woonbestemmingen. De bestaande voormalig agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Daarna worden vier Ruimte-voor-Ruimte woningen gerealiseerd. Tevens zal de bestemming van de voormalig agrarische bedrijfswoning gewijzigd worden in de bestemming wonen. Het geheel zal landschappelijk worden ingepast.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

Figuur 4: Beoogde situatie. Bron: Van Dun Advies

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Omgevingswet voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig in het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving. Het is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.

gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

4.2 Veldonderzoek Op donderdag middag 21 maart 2024 hebben ecologen Freek Rovers en Emma Heeren in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren half bewolkt met een westenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 9 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. De waarnemingen uit de NDFF zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied Maaijkant 2 is gelegen in het noordelijke buitengebied van Ulicoten, omgeven door agrarische gronden en bedrijven. Het grenst in het noorden aan de Maaijkant en aan alle andere zijden aan aangrenzende agrarische percelen. Met een totale oppervlakte van 11.729 m² en 2.449 m² aan overtollige bijgebouwen, omvat het plangebied een voormalig agrarisch bedrijf met bebouwing, verharding, grasland, akkerland en diverse bomen, waaronder een bomenrij langs de Maaijkant. Meerdere gebouwen zijn aanwezig in het plangebied, die in figuur 5 genummerd zijn.

Figuur 5: Bebouwing genummerd van nummer 1 t/m 11, in rood omcirkeld; bomenrij in het plangebied

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

Figuur 6: Woonhuis met oprit vanaf de Maaijkant (gebouw 1)

Figuur 7: Rij van berkenbomen vanaf de Maaijkant

Het plangebied is toegankelijk via een met betonklinkers verharde oprit, gelegen aan de noordzijde van het perceel. Het woonhuis bevindt zich aan de oostkant van de oprit, terwijl enkele bijgebouwen zich aan de westkant bevinden. De oprit komt uit in een met betonklinkers verharde binnenplaats, die dient als parkeerplaats. Het woonhuis is opgetrokken uit wit geschilderde bakstenen spouwmuren en heeft een zadelvormig pannendak. Het huis beschikt over schoorstenen, meerdere raampartijen en deuren. Achter het woonhuis zijn meerdere bijgebouwen aangebouwd, die verschillende constructies hebben, waaronder houten wanden, platte daken, en zowel pannen- als golfplaten daken. Deze bijgebouwen maken allemaal deel uit van het woonhuis, dat behouden blijft in de beoogde herontwikkelingen.

Figuur 8: Zijgevel woonhuis vanaf het westen

Figuur 9: Achterzijde woonhuis vanaf het zuidoosten

Figuur 10: Carport vanaf het oosten (Gebouw nummer 7)

Figuur 11: Schuur en agrarisch gebouw vanaf het oosten

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 Ten westen van de oprit bevinden zich verschillende bijgebouwen, waaronder een carport, een schuur en een voormalig agrarisch gebouw. De carport bestaat uit bakstenen muren met een dak van golfplaten en een betonnen vloer. Aan de noordzijde van de carport grenst een houten schuur met een dak van golfplaten. Naast deze schuur staat een voormalig agrarisch gebouw, dat is opgetrokken uit bakstenen muren met een zadelvormig pannendak. Het gebouw heeft ventilatieopeningen en meerdere ramen. Daarnaast vertoont het gebouw tekenen van verval, waarbij delen van het dak ontbreken.

Figuur 12: Binnenzijde dak gebouw nummer 6.

Figuur 13: Binnenzijde gebouw nummer 6

De voormalige stallen; nummer 8,9 en 10 (zie figuur 5), zijn opgetrokken uit bakstenen muren met een golfplaten daken. Stal nummer 8 is een voormalige pluimveestal, met een ondergrond van zand. Stal nummer 9 en 10 zijn voorzien van een betonnen ondergrond.

Figuur 14: Agrarische gebouw nummer 10 vanaf het zuidwesten

Figuur 15: Agrarisch gebouw nummer 10 vanaf het oosten

Figuur 16: Gebouw nummer 10 vanaf het zuidoosten

Figuur 17: Agrarisch gebouw nummer 9 vanaf het noordoosten

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

Figuur 18: Agrarisch gebouw nummer 8 vanaf het zuidoosten

Figuur 19: Gebouw 6 en 7 vanaf het zuidoosten

Figuur 20: Beukenboom met uitzicht op de bebouwing

Figuur 21: Bijgebouw nummer 11 vanaf het z uiden

Figuur 22: Bijgebouw nummer 4 noordwesten

Figuur 23: Bijgebouw 4 vanaf het zuiden

Gebouw nummer 2 en 3 (zie figuur 5) bevinden zich ten zuiden van het woonhuis. Deze schuren zijn opgetrokken uit bakstenen wanden. Gebouw nummer 2 beschikt over een zadelvormig pannendak en gebouw nummer 3 over een zadelvormig golfplaten dak. Beide gebouwen zijn in gebruik als opslag.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

Figuur 24: Bijgebouw 5 vanaf het noordoosten

Figuur 25: Naburig gebouw gelegen in het noordoosten

Figuur 26: Bijgebouw nummer 3

Figuur 27: Bijgebouw nummer 2

Bijgebouw nummer 11 (zie figuur 5) is een vervallen houten schuur, geheel opgetrokken uit houten wanden, met een golfplaten dak. Het gebouw is zodanig vervallen dat de helft van het dak ontbreekt. Bijgebouw nummer 4 betreft een voormalige stal opgetrokken uit houten- en stenen wanden. Met een betonnen ondergrond en mestputten. Daarnaast is het gebouw voorzien van een zadelvormig dak van golfplaten. Bijgebouw nummer 5 betreft een carport, deze carport is opgetrokken uit houten en golfplaten wanden, met een dak van golfplaten. Deze carport is eveneens in een vervallen staat. Tot slot is het plangebied omringd door grasland en tuinbeplanting, waaronder diverse bomen en struiken. Het zuidoosten van het plangebied betreft een akkerland wat wordt gebruikt ten behoeve van landbouwdoeleinden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van verspreidingsgegevens van NDFF opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dit betreft soorten wiens voortplantings- en rustplaatsen beschermd dienen te worden en waarvoor Nederland tot het natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bijlage 3 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen maar waarvoor wel rijksregels gelden om ze te beschermen. Aangezien de transitie van Wet natuurbescherming naar Omgevingswet beleidsneutraal is verlopen, zijn deze lijsten, welke oorspronkelijk zijn ontwikkeld onder de Wet natuurbescherming reeds correct. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 4,3 kilometer afstand van noordwestelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000-gebied Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven. Op ongeveer 7,8 kilometer afstand naar het zuidoosten ligt Natura 2000-gebied Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout en noordoostelijk op 9,5 kilometer Natura 2000-gebied Regte-Heide & Riels Laag. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn in blauw aangegeven.

Minimaal 4,3 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000

Figuur 28: Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

Doordat het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000-gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius-berekening kan dit staven.

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 410 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren: Het Groot Vergoor. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in groene kleur.

Minimaal 410 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland

Figuur 29: Natuurnetwerk Nederland-gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.

5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een Aerius-berekening is nodig om externe effecten op Natura 2000-gebieden uit te sluiten.

5.2 Soortenbescherming Bijlage 1, project Maaijkant met nummer BE-0871 d.d. 12 maart 2024 geeft een overzicht van de waargenomen planten- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. De soorten worden per alinea beschreven.

5.2.1 Flora Volgens de NDFF is er de laatste vijf jaar geen beschermde plantensoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied.

Figuur 30: Paardenbloemrozetten in het grasland

Figuur 31: Zachte ooievaarsbek in het grasland

Figuur 32: Brandnetels in het grasland

Figuur 33: Groei van hedera rondom de bebouwing

Het plangebied is voorzien van bebouwing, grasland en tuinbeplanting. In het grasland zijn algemeen voorkomende kruidensoorten zoals paardenbloem rozetten, zachte ooievaarsbek en brandnetels. De bebouwing in het plangebied wordt overwoekerd door de groei van hedera. Tijdens het veldbezoek is er gelet op het voorkomen van beschermde vaatplanten, echter zijn deze niet waargenomen. Conclusie Het plangebied is een voormalig agrarisch bedrijf, gelegen in een omgeving van landbouw en akkergronden. De aanwezigheid van brandnestels en het voormalige gebruik van het plangebied duidt op een stikstof rijke bodem. Vaatplanten geven de voorkeur aan een stikstof arme bodem. Zodoende is het plangebied geen geschikte leefomgeving voor beschermde vaatplanten.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 5 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 1 vleermuissoort, 2 marterachtigen en 2 overige soorten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of vergunningverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuissoort Gewone dwergvleermuis

Afstand plangebied 0-2 km

Habitat en bescherming Vooral bebouwing, strikt beschermd

Tijdens het veldonderzoek is het plangebied beoordeeld op geschiktheid als habitat voor vleermuizen, zowel in bomen als in bebouwing. Boom bewonende vleermuizen zoeken verblijfplaatsen in bomen met loshangende schors, gaten en kieren. In het plangebied zijn meerdere bomen aanwezig. Deze bomen zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op het voorkomen van loshangend schors, gaten en kieren. De berkenbomen aan de Maaijkant beschikken over holtes, zie figuur 34. Zodoende is het voorkomen van boom bewonende vleermuizen niet op voorhand uit te sluiten in deze bomenrij.

Figuur 34: Holte in berkenboom

Vleermuizen die in bebouwing verblijven, zoeken vaak plekken in de tussenruimte van spouwmuren, onder het dakbeschot en maken gebruik van openingen zoals stootvoegen en dilatatievoegen. De vervallen staat van de bijgebouwen in het plangebied biedt meerdere mogelijkheden voor vleermuizen, zie figuur 35

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

Figuur 35: Ruimte tussen het dakbeschot en dakpannen

Figuur 36: Openingen in het golfplaten dak

Figuur 37: Opening in het dak van de stal

Figuur 38: Opening in het golfplaten dak

Figuur 39: Overhangende kantpannen bij een naburige woning

Figuur 40: Opening bij de houten betimmering

De stallen beschikken over bakstenen spouwmuren waardoor vleermuizen via openingen aan de buitenzijde de spouwmuren kunnen betreden. Daarnaast bieden de openingen in het dak ruimte voor vleermuizen zoals grootoorvleermuizen. Grootoorvleermuizen foerageren graag op zolders, gebouw nummer 9 beschikt over een zolder. Zodoende is het voorkomen van gebouw bewonende vleermuizen niet op voorhand uit te sluiten. De naburige bebouwing rondom het plangebied bieden ook geschikte verblijfmogelijkheden voor vleermuizen. Zo beschikt het naburige gebouw, Maaijkant 9 over kantpannen aan de zijgevels. Via deze kantpannen kunnen vleermuizen de spouwmuren betreden. Zie figuur 39.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 Vleermuizen foerageren op plaatsen met veel insecten, zoals graslanden, water en bossen. Het plangebied beschikt over een royaal gras-en akkerland en biedt potentie als foerageergebied. Hoewel het plangebied een geschikt foerageergebied vormt is er in de nabije omgeving van het plangebied voldoende akkerland aanwezig waar vleermuizen kunnen blijven foerageren. Zodoende is het plangebied geen essentieel onderdeel van een foerageergebied voor vleermuizen. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes die uit lineaire lijnen bestaan om zich naar foerageergebieden te oriënteren. De rij berkenbomen aangrenzend aan de Maaijkant heeft een lineaire vorm en biedt zodoende potentie als vliegroute voor vleermuizen, zie figuur 7. Het is niet op voorhand uit te sluiten of deze bomenrij fungeert als vliegroute. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Steenmarter Wezel

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km

Bescherming Beschermd Beschermd

Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Tijdens het veldbezoek is er gelet op de aanwezigheid van marterachtigen. De aanwezigheid van marterachtige kan zich verraden door geur, ontlasting of prooiresten. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen waargenomen die duiden op de aanwezigheid van marterachtigen. Daarnaast bevinden zich boerderijkatten in het plangebied, die eventueel aanwezig marterachtige kunnen afschrikken. Het is mogelijk dat marterachtige het plangebied passeren. Gezien de cultuurgronden en het opgaand groen in de nabije omgeving, vormt het plangebied geen essentieel onderdeel van het leefgebied van marterachtigen. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op deze soortgroep.

Figuur 41: Boerderijkat op de weg naast het plangebied

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen omgevingsvergunning hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige soort Eekhoorn Wolf

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km

Bescherming Beschermd Beschermd

Eekhoorn Eekhoorns zijn te vinden in verschillende bosomgevingen, waaronder loofbos, naaldbos en gemengd bos. Ze komen ook voor in tuinen, parken en houtwallen in de nabijheid van bossen. Als er voldoende voedsel beschikbaar is, kunnen ze ook in bebouwde gebieden worden aangetroffen. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos, met naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar, vanwege de overvloed aan voedsel en nestgelegenheden. Wolf Bij voorkeur leeft de wolf in uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden. Deze gebieden bieden namelijk vaak veel dekking en er leven veel reeën. De soort is echter een ‘cultuurvolger’ en heeft geleerd te overleven in gebieden waar ook mensen wonen. Tijdens het veldbezoek zijn er in het grasland meerdere keutels van reeën waargenomen, zie figuur 42.

Figuur 42: Druppelvormige keutels van reeën

Genoemde biotopen van de eekhoorn en wolf ontbreken. Hoewel er reeën in het plangebied voorkomen zijn er geen sporen, zoals pootafdrukken, van wolven waargenomen. Het is mogelijk dat wolven het plangebied passeren, echter maakt het plangebied geen deel uit van het essentiële leefgebied van de wolf. Er zijn geen eekhoorns of eekhoorn nesten in het plangebied waargenomen. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 Conclusie Met de beoogde sloop van de bijgebouwen in het plangebied worden mogelijk gebouw bewonende vleermuizen verstoord, verwond of gedood. De bomenrij aan de Maaijkant in de beoogde ontwikkelingen verwijderd. Deze bomenrij kan fungeren als vliegroute voor vleermuizen en beschikt tevens ook over holte in de bomen. Met het verwijderen van de bomenrij kunnen verblijfplaatsen van boom bewonende vleermuizen en een vliegroute verloren gaan. Zodoende wordt nader onderzoek naar het voorkomen van verblijfplaatsen van boom bewonende, gebouw bewonende vleermuizen en nader onderzoek naar mogelijke vliegroute van vleermuizen. Het plangebied is biedt een geschikt biotoop voor materachtige zoals een steenmarter, echter zijn er geen sporen die duiden op de aanwezigheid van deze. Daarnaast is er in de nabije omgeving, ten noorden en zuiden, voldoende opgaand groen waar marterachtige kunnen schuilen en foerageren. Zodoende is het plangebied geen onderdeel van het essentiële leefgebied voor marterachtige en hebben de werkzaamheden geen negatief effect op de gunstige staat van instandhouding voor deze soortengroep. In het plangebied is geen geschikt biotoop voor eekhoorns en wolven. Daarnaast zijn geen sporen waargenomen van deze soorten, wat het voorkomen van deze soorten op voorhand uit kan sluiten.

Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht.

5.2.3 Vogels In de Omgevingswet worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. Net als de oude Wet natuurbescherming hanteert de Omgevingswet geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km

Beschermingscategorie* en habitat 4, boombewonend 4, boombewonend 2, gebouwbewonend 3, boom- of gebouwbewonend 4, boombewonend 2, gebouwbewonend 3, gebouwbewonend 3, boom- of gebouwbewonend 2, boombewonend 3, gebouwbewonend 4, boombewonend 1, gebouwbewonend 4, boombewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Omgevingswet het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust - en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Gierzwaluwen nestelen bij voorkeur in een dicht bebouwde omgeving. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Ulicoten. Daarnaast zijn er geen geschikte biotopen van de gierzwaluw waargenomen. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. De vervallen agrarische stallen beschikken over de juiste biotopen, echter ontbreekt het aan sporen die duiden op de aanwezigheid van uilen. Er zijn geen krijtsporen of braakballen waargenomen. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van de huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting.

Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien of gehoord. Het pannendak van het woonhuis zou eventueel geschikt kunnen zijn voor nestelende huismussen. Hiervan zijn echter geen aanwijzingen gezien. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de bijgebouwen. Het woonhuis met tuin en hagen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit.

Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boombewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn er nesten van nesten van eksters waargenomen in de rij berkenbomen aan de Maaijkant.

Figuur 43: Eksternest

Figuur 44: Eksternesten in rood omcirkeld

Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige Vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. De bomenrij en opgaand groen in het plangebied biedt nestgelegenheden voor overige vogelrichtlijnsoorten. Ook is er in het plangebied veel grasland en akkerland aanwezig waarin weidevogels broedgelegenheid vinden. In de directe en wijdere omgeving blijven voldoende alternatieve broedgelegenheden bestaan. Zodoende zal de ingreep geen negatief effect hebben op weidevogels. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als de houtduif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.

Figuur 45: Koolmees in het plangebied

Figuur 46: Houtduif in het plangebied

Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn er nesten van eksters waargenomen in de rij berkenbomen in het plangebied. Daarnaast bieden de bomen en struiken in het plangebied nestgelegenheden voor overige vogelrichtlijnsoorten. Het grasland rondom de bijgebouwen en het akkerland in het zuidoosten biedt nestmogelijkheden aan weidevogels. Indien deze vegetatie wordt verwijderd, zijn er nog voldoende schuilen foerageermogelijkheden aanwezig in de omgeving van het plangebied. Als het verwijderen van deze

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

27

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. Hetzelfde geld voor de weidevogels, als de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, wordt voorkomen dat nesten van weidevogels worden verstoord. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Een vergunningsaanvraag is niet noodzakelijk. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. Nederlandse reptielen komen met name voor op hogere zandgronden, met name bij stuwwallen, kust- en rivierduingordels. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort

Soortgroep en bescherming

Alpenwatersalamander Boomkikker

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km

Hazelworm

0-2 km

Reptielen, beschermd

Knoflookpad Poelkikker Vinpootsalamander

0-2 km 0-2 km 0-2 km

Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd

Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd

De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is landgebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het is echter altijd noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Omgevingswet voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen waarnemingen van libellensoorten en nachtvlindersoorten. Er is 1 dagvlindersoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Soort Grote weerschijnvlinder

Afstand plangebied 0-2 km

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Soortgroep en habitat Dagvlinder, loofbossen, of bosjes in beekdalen, waardplant: boswilg

28

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 Libellen komen voor in diverse biotopen, variërend van zoetwatermilieus zoals vijvers, meren, en beken tot moerassen en zelfs brak water. Ze geven de voorkeur aan waterrijke gebieden omdat hun larven (nymfen) aquatisch leven. Als volwassen insecten zijn ze echter vaak te vinden in verschillende omgevingen, waaronder open graslanden, bossen, en tuinen. Vlinders hebben ook diverse biotopen, afhankelijk van de soort. Sommige soorten vlinders geven de voorkeur aan open graslanden en bloemrijke weiden, terwijl andere zich thuis voelen in bosrijke gebieden. Vlinders kunnen ook worden aangetroffen in tuinen, langs bosranden, en zelfs in stedelijke gebieden. Tijdens het veldbezoek zijn er algemene vlindersoorten zoals de dagpauwoog en citroenvlinder waargenomen. Het voorkomen van de Grote weerschijnvlinder is afhankelijk van zijn specifieke waardplant; de boswilg. De boswilg is niet aanwezig in het plangebied evenals genoemde biotopen voor libellen en andere beschermde vlindersoorten. Zodoende is het voorkomen van beschermde libellen, dag – en nacht vlinders op voorhand uit te sluiten. Overige ongewervelden Er zijn de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied geen waarnemingen van gedaan van overige ongewervelden.

Overige ongewervelden zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie Er komen geen Amfibieën, reptielen en vissen voor in het plangebied. In het plangebied ontbreekt het aan oppervlaktewater, waardoor biotopen van beschermde soorten zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen en vlinders afwezig zijn. Er zijn geen geschikte waardplanten aanwezig, waardoor overige geschikte biotopen voor libellen, vlinder en nachtvlinders ontbreken.

5.3 Houtopstanden Volgens artikel 11.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de Omgevingswet is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de Gedeputeerde Staten. Het betreft hier houtopstanden van tenminste 10 are of rijbeplanting van minimaal 20 bomen. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden. Indien het totale oppervlakte of aantal bomen klein is dan deze 10 are of 20 bomen, dan gelden de rijksregels over het vellen en herplanten niet. Het plangebied ligt buiten de bebouwingscontour houtkap waardoor de Omgevingswet houtopstanden van toepassing is. De te kappen rij berkenbomen in het plangebied beschikken over een rijbeplanting van meer dan 20 bomen, waardoor deze bomen vallen onder houtopstanden. Hierdoor geld een herplantingsplicht voor de beoogd te kappen houtopstanden. Om een overtreding van de gemeentelijke te voorkomen dient altijd alvorens tot kap over te gaan bij het gemeenteloket een nacheck gedaan te worden of voor de betreffende boom of houtopstand een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden noodzakelijk is

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

29

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.

6.1 Resultaten Het plangebied beschikt over meerder potenties voor vleermuizen. Zowel de bebouwing als de bomen in het plangebied kunnen essentieel zijn als verblijfplaatsen en vliegroute van vleermuizen. Nader onderzoek naar het voorkomen van verblijfplaatsen van gebouw- en boom bewonende vleermuizen wordt geadviseerd. Tevens wordt nader onderzoek naar mogelijke vliegroute betreft de bomenrij aan de Maaijkant geadviseerd. Geschikt biotopen voor eekhoors, wolven, reptielen, amfibieën, vissen, libellen en vlinders ontbreken. Het opgaand groen met grasland en akkerland biedt nestgelegenheid aan overige vogelrichtlijnsoorten, indien deze vegetatie wordt verwijderd en de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd wordt voorkomen dat deze soorten worden verstoord. Tot slot biedt het plangebied geschikte biotopen voor uilen en marterachtige, gezien er geen sporen zijn waargenomen die duiden op de aanwezigheid van deze soorten is het uit te sluiten dat het plangebied deel uit maakt van het essentiële leefgebied van deze soorten.

6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Het voorkomen van vleermuizen in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Zodoende wordt nader onderzoek door middel van extra veldonderzoeken naar het voorkomen van verblijfplaatsen van deze beschermde soort geadviseerd.

o

o

o

o o o

Omgevingswet Met de beoogde sloop van de bijgebouwen en het kappen van de rij berkenbomen in het plangebied kunnen leefgebieden van beschermde soorten worden verstoord en kunnen vaste verblijfplaatsen verloren gaan. Nader onderzoek naar het voorkomen van deze soorten d.m.v. extra veldonderzoeken worden geadviseerd. Resultaten van deze onderzoeken geven duidelijkheid of mitigatie plannen en omgevingsvergunningen noodzakelijk zijn. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Omgevingswet een verbod op handelingen die nesten, vaste rust- of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000-gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Voor de ingreep dient daarom een Aerius-berekening te worden uitgevoerd.

In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. De rij berkenbomen en noorden van het plangebied vallen onder houtopstanden. Indien het houtopstand wordt verwijderd geld er een herplantingsplicht. Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

30

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: o Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). o Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. o Om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd. o Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).

Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied Maaijkant 2 raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied wordt bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien.

De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindes trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. o Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt worden, zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding. De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf, maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten die weer dienen als voedsel voor vogels. o Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als nestgelegenheid, maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen nest bouwen, maar maken gebruik van al bestaande holtes, zoals spleten en spouwen. Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats).

Door het plaatsen van inmetselstenen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes in het gebouw

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

31

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871 vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken, ruimte achter de gevelbetimmering te laten of ruimte maken in (dubbele) daklijsten.

6.3 Toelichting op nader onderzoek

Vleermuizen Het is niet uit te sluiten dat er vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn in buitengevels of dakconstructie van de te slopen bijgebouwen in het plangebied. Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd. Tijdens de sloopwerkzaamheden kunnen aanwezige vleermuizen verstoord worden, gewond raken of mogelijk gedood worden. Tussen half mei en eind september worden met een vijftal veldbezoeken de eventueel voorkomende soorten en verblijfsfuncties van de woningen vastgesteld, dan wel uitgesloten. Als de functies van het plangebied voor vleermuizen in beeld gebracht zijn en er negatieve effecten door de werkzaamheden te verwachten zijn, kunnen passende mitigerende/compenserende maatregelen voorgesteld worden. Door te nemen maatregelen kunnen overtredingen van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet worden vermeden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De ecologische functie die het plangebied mogelijk voor de betreffende populatie vervult moet onverminderd blijven bestaan. Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen o.a. de volgende maatregelen nodig zijn: • Werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden.

• Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop/renovatie gaat plaatsvinden. • Bij het verdwijnen van een verblijfplaats kunnen inpandige voorzieningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw, zodat deze geschikt is voor vleermuizen om in te verblijven. De voorgestelde maatregelen worden opgenomen in een ‘mitigatieplan’. In het mitigatieplan worden maatregelen voorgesteld ter voorkoming van overtreding van de Omgevingswet en behoud van de functionele leefomgeving. Het Vleermuisprotocol 2021 is een door de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) en het Netwerk Groene Bureaus goedgekeurde methodiek. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen voor de Omgevingswet. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie. Het protocol is opgesteld om het onderzoek voor de Omgevingswet optimaal te laten verlopen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

32

Ecologische quickscan Maaijkant 2 Ulicoten, BE-0871

7. BRONNEN

Websites www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.iplo.nl www.minlnv.nederlandsesoorten.nl/ www.natura2000.eea.europa.eu www.natuurmonumenten.nl www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.waarneming.nl www.wikipedia.nl

Andere bronnen Checklist Vleermuisprotocol 2021 Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk Groene Bureaus Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie van Economische Zaken

Bijlagen Bijlage 1: De verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: Lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn Bijlage 3: Soorten van nationaal belang

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

33

Uitvoerportaal Maaijkant

BE-0871

2414 records Middelpunt < 1km²

Middelpunt > 5km²

Middelpunt 1km² - 5km²

Vlak

schaal 1 : 1000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 maart 2024 15:59:30

1

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Maaijkant

BE-0871 Zoekvraag Soort

Soortgroep

Wet en Beleid

Periode

Alle

Alle

Wnb - andere soorten 12 maart 2019 tot 12 Alle (NB) maart 2024 Jaarrond beschermde nesten Wnb - Vogelrichtlijn Wnb - Habitatrichtlijn

Samenvatting

Bronhouder

Zoekgebied

Alles rakend aan of binnen zoekgebied

(unieke soorten) / totaal aantal waarnemingen

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 maart 2024 15:59:30

2

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Maaijkant

BE-0871 Beleid Jaarrond beschermde nesten Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomvalk Bosuil Buizerd Ekster Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Ooievaar Pimpelmees Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart

(35) 1470 28 28 20 13 39 4 6 81 139 12 10 2 48 58 2 4 208 43 3 4 213 1 3 160 9 1 29 105 25 9 33 8 106 2 14

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 maart 2024 15:59:30

3

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Maaijkant

BE-0871 Beleid Jaarrond beschermde nesten (DR) Blauwe reiger Boomvalk Bosuil Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief

(15) 383 28 4 6 10 2 4 208 43 3 3 9 1 29 25 8

Jaarrond beschermde nesten (FL) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Kleine bonte specht Oeverzwaluw Ooievaar Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief

(24) 750 28 28 4 6 81 10 48 58 2 4 208 43 3 4 1 3 9 1 29 105 25 9 33 8

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 maart 2024 15:59:30

4

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Maaijkant

BE-0871 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FR) Bergeend Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Ooievaar Ringmus Roek Scholekster Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief

(21) 551 6 28 28 4 6 81 10 2 4 208 43 3 3 3 9 17 1 29 25 33 8

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

12 maart 2024 15:59:30

5

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Maaijkant

BE-0871 Beleid Jaarrond beschermde nesten (LI) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Grutto Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oeverzwaluw Ooievaar Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Spotvogel Steenuil Torenvalk Wespendief Wulp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16496321/1