3.10 - Bijlage 1 - Handhavings- en uitvoeringsprogramma VTH 2026
Tekst van het document
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
De capaciteit binnen vergunningverlening is op dit moment op orde. In het eerste kwartaal van 2026 wordt een vacature opengesteld om een vaste collega te werven ter vervanging van een ingehuurde medewerker. De herverdeling van taken binnen vergunningverlening heeft in voorgaande jaren al plaatsgevonden en is daarmee afgerond.
5.1 Ureninzet
De urenprognose is opgesteld op basis van een prioritaire werkwijze, waarbij de inzet gericht is op taken met de hoogste urgentie. Activiteiten met een lagere prioriteit vragen minder tijd. Deze volgorde is bepaald aan de hand van een risicoanalyse, zodat de beschikbare capaciteit wordt ingezet op de grootste maatschappelijke en bestuurlijke risico’s. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de personele inzet en de benodigde en beschikbare uren voor de uitvoering van de VTH-taken in 2026. Daarbij is rekening gehouden met de vastgestelde activiteiten, doelen en prioriteiten binnen de beschikbare ureninzet. De beschikbare formatie is hieronder weergegeven. Alle in dit uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten zijn gericht op het behalen van de doelstellingen uit de Uitvoeringsen Handhavingsstrategie 2025-2029 en worden uitgevoerd binnen de financiële kaders van de begroting 2025. Mocht tijdens de uitvoering blijken dat de middelen niet toereikend zijn, dan worden deze bijgesteld en wordt het handhavings- en uitvoeringsprogramma overeenkomstig aangepast. Onderstaande tabellen is een overzicht opgenomen van de personele inzet en de daaruit voortvloeiende benodigde en beschikbare uren voor de uitvoering van de VTH-taken in 2026. Formatie bedrijfsvoering, ondersteuning en beleid VTH
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
1 1
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,6%) 0,21 0,21
Teammanager Teamleider veiligheid, toezicht en handhaving Teamleider vergunningverlening Beleidsmedewerker VTH Medewerker administratie en planning VTH Totaal beschikbare capaciteit per jaar
1 0.83 0.89
0,21 0,17 0.19
300,67 249,56 267,60
4.72
0,99
1419,17
Formatie toezicht Omgevingswet, Formatie juridische handhaving Omgevingswet, APV en bijzondere wetten
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Medewerker toezicht en handhaving A
2.17
FTE beschikba ar voor BaarleNassau (21,6%) 0,46
300,67 300,67
652,03
27
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Medewerker vergunningen, APV en bijzondere wetten Administratief medewerker toezicht en handhaving Totaal beschikbare capaciteit per jaar
2.59
0,56
778,74
0.67
0,14
201,44
5.43
1.16
1.632,21
Formatie toezicht en handhaving APV en bijzondere wetten
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Senior Buitengewoon opsporingsambtenaar Buitengewoon opsporingsambtenaar Totaal beschikbare capaciteit per jaar
1
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,6%) 0,21
5
1
1503,36
6
1,21
1.804,03
Formatie vergunningverlening Omgevingswet
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Juridisch medewerker vergunningen Omgevingsadviseur Vergunningverlener A Vergunningverlener B Medewerker vergunningen Administratief medewerker vergunningen Totaal beschikbare capaciteit per jaar
2,78
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,6%) 0,6
3,56 0,89 2,19 2.28 2,28
0,76 0,19 0,47 0.49 0,49
1070,39 267,60 658,47 685,53 685,53
13,98
3
4203,39
Formatie vergunningverlening APV en bijzondere wetten
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Medewerker Bibob en bijzondere wetten Medewerker APV en bijzondere wetten Totaal beschikbare capaciteit per jaar
0,78
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,6%) 0,16
2,59
0,56
778,74
3,37
0,72
1.013,26
300,67
835,87
234,52
28
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Voor de formatie vergunningverlening is een structureel inhuurbudget van € 600.000 beschikbaar gesteld, boven op het bedrag dat in deze tabel is opgenomen.
5.2 Monitoring en verantwoording
De gemeente monitort continu of de doelstellingen uit de strategie worden behaald. Wanneer blijkt dat deze niet worden gehaald, wordt de uitvoering tussentijds bijgestuurd. De monitoring van de vergunningverlening vindt plaats met behulp van verschillende softwarepakketten. Informatieverzoeken en bijbehorende documenten worden geregistreerd in het zaaksysteem. In CLO komen de conceptverzoeken, aanvragen en meldingen rechtstreeks binnen die via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden ingediend. De workflow van vergunningen en meldingen wordt hierin eveneens bewaakt. Door de centrale registratie van aanvragen, conceptverzoeken, informatieverzoeken en vergunningchecks binnen het netwerk van de ABG-organisatie, beschikken medewerkers altijd over actuele informatie. Zij kunnen zien welke activiteiten op een bepaald adres plaatsvinden, wie de behandelend ambtenaar is en wat de stand van zaken of uitkomst is. Dit bevordert een integrale en transparante werkwijze binnen de organisatie.
5.3 Niveau van toetsen en risicomatrix
Voor het toetsen van aanvragen en meldingen worden checklists en toetsingsmatrixen gebruikt, die onderdeel vormen van het dossier. Aanvragen voor de technische bouwactiviteit worden getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierbij wordt gewerkt op basis van een risicogerichte aanpak: de diepgang van de toetsing is afhankelijk van de risico’s van de aangevraagde activiteit. Het niveau van toetsing is vastgelegd in de risicomatrix die bij de uitvoerings- en handhavingsstrategie hoort zie bijlage 4 en 4.1. De risicoanalyse bepaalt welke prioriteit aan elk toetsingsonderdeel wordt gegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen verschillende typen bouwwerken, gebaseerd op de hoogte van de bouwsom. De nadruk ligt op veiligheid – met name brand- en constructieve veiligheid – en op gezondheid. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de expertise van specialisten van de brandweer en een externe constructeur, die toetsen en adviseren bij complexe aanvragen.
6. Uitvoeringsorganisatie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 6.1 Opdrachtgeverschap en samenwerking met ketenpartners
Een goede samenwerking met ketenpartners is essentieel om de dienstverlening van team VTH effectief en efficiënt uit te voeren. Binnen het Omgevingsrecht werkt de gemeente Baarle-Nassau voor de uitvoering van basistaken samen met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB), de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (brandweer), en het Openbaar Ministerie (OM). Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) De OMWB voldoet binnen het VTH-domein Milieu volledig aan de gestelde kwaliteitscriteria. De dienst stuurt actief op het behalen van kwaliteitstermijnen, zoals de afhandeling van controleverslagen en hercontroles. Naast de geplande controles voert de OMWB ook ad hoc-controles uit op verzoek van de gemeente. Hieraan wordt steeds tijdig en zorgvuldig gehoor gegeven. De accountmanager 29
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
van de gemeente onderhoudt korte lijnen met de OMWB en is aanwezig bij periodieke overleggen met de deelnemende gemeenten. De samenwerking verloopt goed en vraagt geen afzonderlijke verslaglegging. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant – onderdeel brandweer Midden- en West- Brabant De samenwerking met de brandweer verloopt constructief. Jaarlijks vindt een evaluatieoverleg plaats met de teamleider en de collega's van team VTH. Sinds medio dit jaar komen we daarnaast elke zes tot acht weken samen met de interne vakspecialisten, zoals de toezichthouders, adviseurs openbare orde en veiligheid, de beleidsmedewerker, teamleiders en vergunningverleners, om nieuwe ontwikkelingen, verbeteringen en knelpunten te bespreken. Hierdoor blijven de lijntjes kort en weten de betrokken partijen elkaar goed te vinden. Openbaar Ministerie (OM) Op casusniveau werken het OM, de gemeente en de politie nauw samen. Deze samenwerking verloopt goed en komt vooral tot uiting in gezamenlijke BIT- en Carrouselacties, waarbij de partners integraal optreden bij handhavings- en toezichtstaken.
6.2 Financiële middelen
De vertaling van prioriteiten en doelstellingen naar personele en financiële capaciteit vindt plaats binnen de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en wordt geborgd in de gemeentelijke begroting. De benodigde budgetten worden, na besluitvorming door de gemeenteraad, beschikbaar gesteld voor de uitvoering. De besteding van deze budgetten wordt gevolgd en verantwoord in de tweejaarlijkse concernrapportages, die ter besluitvorming aan het college en de gemeenteraad worden aangeboden. In de begroting 2026 is voor de reguliere inzet van team VTH een budget opgenomen. Indien nodig kunnen de personele of financiële middelen worden aangevuld, of wordt het uitvoeringsprogramma aangepast om continuïteit en kwaliteit te waarborgen.
6.3 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)
Het financiële kader voor de werkprogramma’s van de OMWB is vastgelegd in de MiddenWest-Brabantse Norm (MWB-norm). Het werkprogramma voor 2026 is in samenwerking met de OMWB voorbereid, uitgewerkt en besproken met leden van het college. De accountmanager OMWB van de gemeente Baarle-Nassau vervult hierbij een regierol en bewaakt de voortgang. Een belangrijke wijziging als gevolg van de Omgevingswet betreft de omzetting van milieuvergunningen: waar voorheen vergunningen werden verleend op basis van inrichtingen, is dit nu gebaseerd op milieubelastende activiteiten (MBA’s). Daarnaast zijn de bodemtaken die de provincie aan de gemeente overdraagt, opgenomen in de begroting. De uitvoering van deze taken ligt bij de OMWB. De OMWB voert namens de gemeente milieutaken uit en werkt mee aan het jaarlijkse OMWBwerkprogramma. De voortgang wordt besproken in maandelijkse accountoverleggen tussen de gemeente en de OMWB. Daarnaast stelt de OMWB driemaal per jaar een voortgangsrapportage op (T1-, T2- en T3-rapportage), zie bijlage 5 en 5.1. De T3-rapportage wordt in februari 2026 aan de gemeente toegezonden. De OMWB is gemandateerd om omgevingsvergunningaanvragen af te handelen die uitsluitend betrekking hebben op milieubelastende activiteiten. Bij gecombineerde aanvragen blijft de 30
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
afhandeling een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de OMWB. Naast vergunningverlening behandelt de OMWB meldingen voor milieubelastende activiteiten, de vragen die daaruit voortvloeien worden middels de casemanagers beantwoordt, beoordeelt zij asbestinventarisatierapporten bij sloopmeldingen en adviseert zij de gemeente bij de voorbereiding van omgevingsvergunningaanvragen. Naast vergunningverlening houdt de OMWB toezicht op bedrijven om naleving van de milieuwetgeving te waarborgen. Dit omvat onder meer toezicht op energiebesparende maatregelen, asbestverwijdering, mobiele breekinstallaties, gesloten bodemenergiesystemen en bodemwerkzaamheden. Indien overtredingen worden geconstateerd, start de OMWB waar nodig handhavingsprocedures. Daarnaast voert de OMWB adviestaken uit op het gebied van bodem, water, lucht, geluid, licht, externe veiligheid, ruimtelijke ordening en het omgevingsplan. Deze werkzaamheden sluiten aan bij de bredere taakuitvoering van de OMWB binnen de regio. Alle werkzaamheden zijn opgenomen in het OMWB Werkprogramma 2026, dat separaat door het college wordt vastgesteld.
6.4 Kwaliteitscriteria
Een gedegen uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is wat de samenleving van de overheid mag verwachten. Om deze kwaliteit te waarborgen, zijn op landelijk niveau kwaliteitscriteria ontwikkeld. Deze criteria bevatten eisen voor de uitvoering van VTH-taken binnen het omgevingsrecht.
6.4.1 Inhoud kwaliteitscriteria
In 2023 voerde onderzoeksbureau Senze voor de ABG-organisatie een onderzoek uit naar de kwaliteitscriteria binnen het taakveld vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Sinds dat onderzoek hebben zich binnen de organisatie personele wijzigingen voorgedaan en zijn de landelijke kwaliteitscriteria per januari 2025 geactualiseerd van versie 2.3 naar versie 3.0. In deze nieuwe versie is een extra onderdeel opgenomen: de competentieprofielen (deel D). De ABG-organisatie heeft Senze gevraagd opnieuw te onderzoeken in welke mate wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria 3.0 voor deel B (kritieke massa). Daarnaast is er via een nulmeting inzichtelijk gemaakt in hoeverre de organisatie voldoet aan de competentieprofielen zoals vastgelegd in deel D van de kwaliteitscriteria 3.0.
6.4.2 Eigen kwaliteitsniveau
Uit het onderzoek zijn enkele aandachtspunten naar voren gekomen waar de organisatie de komende periode mee aan de slag gaat. Het gaat om de volgende punten • Het volgen van het aangeleverde opleidingsplan, zodat verder voldaan kan worden aan de kwaliteitscriteria 3.0. • Het onderzoeken of uitbreiding van de formatie binnen Toezicht en Handhaving met minimaal één toezichthouder mogelijk is; hier is ondertussen al aan voldaan. • Het nagaan of voor deskundigheidsgebied 21 (cultuurhistorie) uitbreiding van de personele bezetting haalbaar is, of dat verdere uitbesteding wenselijk is. • Het expliciet opnemen in dienstverleningsovereenkomsten welke specifieke activiteiten zijn uitbesteed, en vaststellen op welke wijze de externe partij voldoet aan de kwaliteitscriteria. • Het voortzetten van het gesprek over de competentieprofielen binnen de organisatie en het mogelijk maken van verdere kennisontwikkeling. 31