3.10 - Bijlage 1 - Handhavings- en uitvoeringsprogramma VTH 2026
Tekst van het document
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Uitvoerings- en handhavingsprogramma Gemeente Baarle-Nassau, vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingsrecht 2026
1
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Inhoudsopgave 1. Inleiding
blz. 3
2. Het proces 2.1 Beleidscyclus 2.2 Werken onder de Omgevingswet en Wkb 2.3 Omgevingsdialoog in de praktijk 2.4 Vergunningprocedures onder Omgevingswet 2.4 Ontwikkelingen 2026
blz. 5 blz. 5 blz. 5 blz. 6 blz. 6 blz. 7
3. Doelstellingen 3.1 Monitoring en overlegstructuren
blz. 8 blz. 8
4. Prognose werkzaamheden 4.1 Prognose werkzaamheden omgevingsrecht – vergunningverlening 4.2 Prognose werkzaamheden omgevingsrecht- toezicht 4.3 Programmering milieu 2026 / Toetsing van aanvragen en meldingen 4.4 Prognose uitvoering van vergunningverleningstaken en meldingen evenementen en bijzondere wetten
blz. 21 blz. 21 blz. 22 blz. 24 blz. 25
5. Personele inzet 5.1 Ureninzet 5.2 Monitoring en verantwoording 5.3 Niveau van toetsen en risicomatrix
blz. 26 blz. 27 blz. 29 blz. 29
6. Uitvoeringsorganisatie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 6.1 Opdrachtgeverschap en samenwerking met ketenpartners 6.2 Financiële middelen 6.3 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) 6.4 Kwaliteitscriteria
blz. 29 blz. 29 blz. 30 blz. 30 blz. 31
Bijlage I “Kwaliteitscriteria VTH & kritieke massa tool 3.0” Bijlage II “Verklaring Regio West-Brabant” Bijlage III “Werkprogramma 2026 OMWB” Bijlage IV “Risicomatrix Toezicht & Risicomatrix Vergunningen” Bijlage V “T1, T2-rapportage”
2
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
1. Inleiding Het Uitvoerings- en Handhavingsprogramma 2026 (hierna: programma) van de gemeente Baarle-Nassau beschrijft hoe in 2026 uitvoering wordt gegeven aan de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025–2029 (hierna: strategie). Het programma vertaalt de strategische doelen uit de strategie naar concrete uitvoering en bevat de verwachte ontwikkelingen, geformuleerde doelstellingen en de acties die nodig zijn om deze te realiseren. Het programma richt zich op de werkzaamheden binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Deze taken dragen bij aan een veilige, leefbare en duurzame fysieke leefomgeving. De strategie vormt daarbij het beleidsmatige kader waarin de uitgangspunten en prioriteiten voor de komende jaren zijn vastgelegd, terwijl het programma deze vertaalt naar uitvoering, inclusief de inzet van personele en financiële middelen. De in 2025 vastgestelde strategie is geactualiseerd en bevat SMART-geformuleerde doelstellingen, zodat de voortgang meetbaar blijft en gericht kan worden gestuurd op resultaten. De strategie geldt voor de periode 2025–2029 en wordt, waar nodig, jaarlijks geactualiseerd om de actualiteit en toekomstbestendigheid te waarborgen. Voor het jaar 2026 zal de strategie worden geactualiseerd. Het programma voor het jaar 2026 wordt vóór 1 februari 2026 bestuurlijk vastgesteld.
Het bijbehorende evaluatieverslag over het voorgaande jaar (2025) wordt vóór 1 mei 2026 vastgesteld. Deze jaarlijkse cyclus van vaststelling en evaluatie sluit aan bij de Interbestuurlijke Toezichtsystematiek (IBT). Binnen deze systematiek beoordeelt de provincie jaarlijks of de uitvoering van de VTH-taken voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen. De nadruk ligt hierbij op een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus, waarin strategie, uitvoering en evaluatie elkaar logisch opvolgen. Het IBT beoordeelt jaarlijks de kwaliteit en volledigheid van het programma. Daarbij wordt gekeken of burgemeester en wethouders de vastgestelde strategie adequaat hebben uitgewerkt in een actueel en uitvoerbaar programma. Het toezicht richt zich op de mate waarin het programma inzicht biedt in de voorgenomen werkzaamheden, de prioritering daarvan en de wijze waarop deze aansluiten op de doelen en uitgangspunten uit de strategie. Daarnaast wordt beoordeeld of het programma ingaat op de uitvoering en handhaving van regels uit het omgevingsplan en het cultureel erfgoed. Naast de inhoudelijke volledigheid kijkt het IBT nadrukkelijk naar de onderbouwing van keuzes en prioriteiten, waaronder de gehanteerde risicoafweging en de inzet van beschikbare capaciteit en middelen.
Daarmee wordt inzichtelijk of de werkzaamheden realistisch zijn gepland en uitvoerbaar binnen de beschikbare personele en financiële kaders. Niet alle cijfermatige gegevens zijn op dit moment al beschikbaar, omdat het jaar nog niet is afgerond. Deze gegevens worden later toegevoegd zodra de definitieve cijfers bekend zijn. De kwaliteitscriteria 2.3 is dit jaar geactualiseerd en in lijn gebracht met de kwaliteitscriteria 3.0, zie bijlage 1 en 1.1. Daarbij is gekeken naar de kwaliteitseisen en deskundigheidsgebieden.
Doel
Met dit programma wil het college van burgemeester en wethouders zorgen voor een programmatische en integrale uitvoering van de VTH-taken. De doelen en prioriteiten uit de
3
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
strategie zijn vertaald naar concrete acties per taakveld en gekoppeld aan de beschikbare capaciteit. Een goede informatievoorziening is belangrijk om de uitvoering te kunnen volgen en waar nodig bij te sturen. Door structureel te registreren en te rapporteren kan tussentijds worden bijgestuurd en kunnen knelpunten tijdig worden gesignaleerd. Het college stelt het programma jaarlijks vóór 1 februari vast en stuurt dit ter kennisname naar de gemeenteraad. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke verplichting om jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast te stellen.
Afbakening
Het programma richt zich op de VTH-taken binnen het fysieke domein van de gemeente Baarle-Nassau. Het heeft géén betrekking op: - taken binnen het sociaal domein; - (milieu)taken die worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst (OD); - brandveiligheidstaken die worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio.
Opbouw van het document
In hoofdstuk 2 wordt het proces toegelicht en beschreven hoe dit is vormgegeven binnen het kader van het programma en de verwachte ontwikkelingen. Hoofdstuk 3 gaat in op de geformuleerde doelstellingen en laat zien hoe deze richting geven aan de uitvoering. In hoofdstuk 4 volgt de prognose van de werkzaamheden, waarin de activiteiten voor het komende jaar worden beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de personele inzet en geeft inzicht in de benodigde en beschikbare capaciteit. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de werkzaamheden binnen het taakveld uitvoering en handhaving, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de samenwerking met ketenpartners en de inzet van financiële middelen.
4
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
2. Het proces 2.1 Beleidscyclus
Het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving is gebonden aan wettelijke kaders. In het Omgevingsbesluit zijn de onderwerpen vastgelegd die richting geven aan de invulling van het programma. Centraal daarin staat de beleidscyclus, weergegeven in de BIG-8 (figuur 1). De beleidscyclus vormt de rode draad binnen het VTH-beleid. Waar het programma zich vooral richt op de operationele uitvoering, heeft de strategie betrekking op de strategische keuzes die daaraan voorafgaan. Het opstellen van een U&HP is een wettelijke verplichting en zorgt voor de vertaling van beleidsdoelen naar concrete uitvoeringsactiviteiten. Figuur 1
De BIG-8-beleidscyclus onderscheidt een strategische en een operationele laag. De strategie geeft richting aan de strategische cyclus door doelen, prioriteiten en uitgangspunten vast te stellen. Het programma vertaalt deze vervolgens naar de operationele cyclus, waarin staat welke activiteiten worden uitgevoerd, wanneer en met welk doel. Door deze cyclische werkwijze ontstaat een continue verbinding tussen beleid, uitvoering, evaluatie en bijsturing. Op deze manier wordt de uitvoering structureel gekoppeld aan de beleidsdoelen en wordt voldaan aan de uitgangspunten van de BIG-8-cyclus.
2.2 Werken onder de Omgevingswet en Wkb
Twee jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het moment gekomen om stil te staan bij de ervaringen tot nu toe. De gemeente Baarle-Nassau werkt inmiddels dagelijks binnen de kaders van deze wet en heeft ervaring opgedaan met nieuwe werkwijzen, overlegstructuren en digitale systemen. Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste onderdelen die voortvloeien uit de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), en hoe deze binnen de gemeentelijke organisatie zijn ingericht. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) vormt het centrale digitale loket waar initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden kunnen zien wat is toegestaan in de fysieke leefomgeving. De gemeente publiceert omgevingsdocumenten via de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB). Hiervoor wordt gebruikgemaakt van DROP, dat gekoppeld is aan de LVBB. De omgevingsplannen zijn digitaal beschikbaar via het DSO. Hiervoor wordt gewerkt met Tercera, waarmee plannen kunnen worden opgesteld, gewijzigd, gevalideerd en gepubliceerd. Binnen de Omgevingswet zijn verschillende overlegvormen ingericht voor initiatieven die niet direct binnen het omgevingsplan passen. Het RO/VV-overleg richt zich op tijdelijke initiatieven en op binnenplanse of eenvoudig buitenplanse activiteiten (voorheen ‘kruimelgevallen’). Deze werkwijze sluit grotendeels aan bij de vroegere Wabo-procedure.
Complexere buitenplanse initiatieven worden besproken aan de intaketafel, waar wordt beoordeeld of een initiatief 5
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
wenselijk is. Hier adviseren de casemanagers Ruimtelijke Ordening (RO). Wanneer een initiatief wenselijk wordt bevonden wordt dit besproken met interne en externe deskundigen zodat gezamenlijk een integrale afweging gemaakt kan worden. De Omgevingswet heeft invloed op vier kernprocessen binnen de gemeentelijke organisatie: - Toezicht en handhaving: verschuiving van toezichtmomenten en fysieke betrokkenheid van de gemeente; - Omgevingsplan/-plan initiatief begeleiding; - het digitaal publiceren van omgevingsdocumenten via de LVBB; - het opstellen van toepasbare regels voor het Omgevingsloket; - het ontvangen en behandelen van vergunningaanvragen en meldingen; en - het samenwerken met ketenpartners bij de behandeling van verzoeken. Om de juiste vragen te kunnen stellen in het Omgevingsloket stelt de gemeente toepasbare regels op met behulp van Berkeley Bridge, dat ondersteuning biedt bij het vertalen van beleid naar digitale vragenbomen.
2.3 Omgevingsdialoog in de praktijk
Een belangrijk onderdeel van het werken onder de Omgevingswet is het, waar nodig, toepassen van vroegtijdige publieksparticipatie door een aanvrager. De gemeente Baarle-Nassau heeft hier reeds sinds 2019 ervaring mee opgedaan, op basis van de beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen”. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (opa) is participatie en overleg met derden niet verplicht. Dit is anders als het gaat om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) én aanvraag ziet op een door de gemeenteraad aangewezen activiteit waarbij participatie en overleg met derden wél verplicht is. De gemeenteraad van Baarle-Nassau heeft in 2021 gevallen van activiteiten aangewezen waarin, bij omgevingsvergunningen voor een bopa, participatie en overleg met derden verplicht is. Als een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bopa hierop toeziet, vraagt een vergunningverlener om gegevens en bescheiden waaruit volgt dat participatie heeft plaatsgevonden. In overleg met het afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling wordt, aan de hand van de ingediende gegevens, per geval beoordeeld of participatie ook voldoende heeft plaatsgevonden. Deze beoordeling vindt nog plaats aan de hand van de beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen.
2.4 Vergunningprocedures onder de Omgevingswet
De Omgevingswet kent twee procedures voor het behandelen van omgevingsvergunningen: de reguliere en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. De reguliere procedure is de standaard en geldt voor het merendeel van de aanvragen. De beslistermijn bedraagt acht weken, met de mogelijkheid om deze eenmaal met zes weken te verlengen. De uitgebreide procedure wordt toegepast bij complexe initiatieven of wanneer de wet dat expliciet voorschrijft, bijvoorbeeld bij activiteiten waarvoor een milieueffectrapport moet worden opgesteld of bij aangewezen gevallen in het Omgevingsbesluit. In deze procedure geldt een beslistermijn van 26 weken, eveneens met een mogelijke verlenging van zes weken.
6
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Onder de Omgevingswet is het verlenen van een vergunning van rechtswege komen te vervallen. Dit betekent dat een vergunning niet automatisch wordt verleend als er niet tijdig wordt beslist. De wettelijke beslistermijnen blijven echter onverminderd van kracht. Wanneer niet binnen deze termijn een besluit wordt genomen, kan de aanvrager gebruikmaken van de mogelijkheid om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen te verzoeken.
2.5 Ontwikkelingen 2026
Voor 2026 worden binnen de VTH-afdeling van de gemeente Baarle-Nassau verschillende ontwikkelingen verwacht die direct van invloed zijn op de uitvoering van het werk. -
-
-
-
-
De juristen van de afdeling Vergunningen en Handhaving gaan, net als de vergunningverleners, werken met het systeem CLO, waardoor de informatievoorziening verder wordt gestroomlijnd en de samenwerking efficiënter verloopt. Daarnaast wordt een opleidingsplan voor 2026 opgesteld, gebaseerd op de evaluatie van het rapport Kritieke Massa 3.0 van Senze. Dit plan richt zich op het versterken van kennis, vaardigheden en continuïteit binnen de afdeling. De gemeente streeft ernaar de flexibele schil te verkleinen door meer vaste medewerkers aan te nemen. Dit vergroot de stabiliteit en borgt kennis en expertise op de lange termijn. We willen het CLO-systeem verder optimaliseren. De wens is uitgesproken om in 2026 te starten met de ontwikkeling van een dashboard dat meer inzicht biedt in de beschikbare data. Daarnaast willen we een verdiepingsslag maken op het gebied van AI en robotisering, zodat we beter kunnen inspelen op technologische ontwikkelingen en de mogelijkheden voor verdere digitalisering binnen onze organisatie kunnen benutten. Er worden twee juristen geworven die de vakinhoudelijke collega’s gaan ondersteunen op juridisch vlak. Er komt hierbij een duidelijke taakverdeling: één jurist krijgt het accent op openbare orde en veiligheid, de andere op illegale bouw en bewoning.
De afgelopen jaren lag de focus vooral op allround handhavingsjuristen, maar dit keer krijgen de juristen taakaccenten om de vakspecialisten beter te versterken. In 2021 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over de gevallen van activiteiten waarin participatie en overleg met derden bij aanvragen om omgevingsvergunning voor een bopa verplicht is. Dit besluit betrof een beleidsneutrale omzetting van de gevallen die voorheen waren opgenomen in de beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen” (2019). Na een (interne) beleidsevaluatie willen we de gemeenteraad in 2026 voorstellen het aanwijzingsbesluit te actualiseren en het aantal gevallen waarin participatie verplicht is uit te breiden. In het vergunningenspoor betreft vroegtijdige publieksparticipatie een aanvraagvereiste. In het najaar van 2025 ligt besluitvorming voor over een nieuwe beleidsregel. Die beleidsregel bevat criteria voor de beoordeling of een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bopa (in aangewezen gevallen van activiteiten) voldoende gegevens bevat om vast te kunnen stellen of in voldoende mate participatie heeft plaatsgevonden. Afhankelijk van de uitkomst van de besluitvorming vindt in 2026 implementatie van de nieuwe beleidsregel plaats bij de afdeling Vergunningen en de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling.
Binnen de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling is gestart met de actualisatie van de omgevingsplannen. Op basis van het bestaande casco wordt een nieuwe, algemene planbibliotheek ontwikkeld. Een integraal samengesteld team is verantwoordelijk voor de verdere uitvoering van dit traject. Binnen de ABG-organisatie wordt daarnaast gewerkt aan de actualisatie van de milieuregels, in nauwe samenwerking met de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant (OMWB). Daarbij wordt een set milieuregels opgesteld over aspecten als geur 7
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
en geluid, terwijl de normstelling zelf door de gemeente wordt vastgesteld. Dit traject bestaat uit vier modules en de verwachting is dat de set milieuregels eind 2026 beschikbaar komt.
3. Doelstellingen De doelstellingen vormen de schakel tussen de strategische koers van de gemeente en de dagelijkse uitvoering van het VTH-beleid. Waar de beleidscyclus en de Omgevingswet het kader bieden, geven de doelstellingen richting aan wat de gemeente concreet wil bereiken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zij sluiten aan bij de bredere missie en visie van de gemeente en vertalen deze naar tastbare resultaten in de uitvoering. Die kwaliteit van leven blijkt uit de gevarieerde natuur, het goede voorzieningenniveau en de sterke onderlinge verbondenheid tussen inwoners. Baarle-Nassau is een prettige plek om te wonen, te werken en te leven, en dat blijft het uitgangspunt. Voor 2026 zijn heldere doelstellingen vastgesteld. Net als in 2025 geven deze doelstellingen een concrete invulling aan de uitvoering binnen vergunningverlening, bouwtoezicht en handhaving. Zij vullen de reguliere werkzaamheden aan en sturen op zichtbare resultaten voor de leefomgeving. De uitwerking per taakveld is opgenomen in de onderstaande tabellen.
3.1 Monitoring en overlegstructuren
De voortgang van de doelstellingen binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt gemonitord via de bestaande overlegstructuren. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe overlegvormen ontstaan en blijft de uitvoering efficiënt en goed afgestemd op de dagelijkse praktijk. Binnen deze overleggen wordt de uitvoering van het beleid besproken, bewaakt en waar nodig bijgestuurd. De beleidsadviseur monitort samen met de teamleiding de voortgang van de beleidsdoelen en signaleert tijdig waar bijsturing nodig is. Wanneer opschaling gewenst is, worden de managementoverleggen benut om besluiten voor te bereiden of richting te bepalen. Binnen het werkveld vergunningverlening vindt de afstemming plaats via vaste overlegmomenten. Nieuwe initiatieven en lopende dossiers worden besproken met de portefeuillehouders tijdens het periodieke bestuurlijk overleg (POHO) en in het managementoverleg (MT). Daarnaast is er wekelijks werkoverleg met collega’s en tweemaal per week een startupoverleg met Ruimtelijke Ordening, Toezicht en Vergunningen, gericht op actuele casuïstiek en samenwerking. Ook vindt maandelijks een milieuoverleg plaats met collega’s van vergunningverlening en vertegenwoordigers van de Omgevingsdienst (OMWB), waar milieuvergunningen en afstemming aan bod komen. Voor het onderdeel veiligheid en toezicht wordt de voortgang eveneens besproken binnen de bestaande overlegstructuren.
Eens per zes weken vindt het VTH-overleg plaats, waarin ieder team vertegenwoordigd is en lopende zaken of signalen uit de praktijk worden besproken. Ook hier geldt dat openstaande dossiers, indien nodig, worden afgestemd en besproken met de portefeuillehouders tijdens het periodieke bestuurlijk overleg (POHO). Daarnaast vindt tweemaal per jaar een VTH-breed overleg plaats, waarin alle collega’s deelnemen. Dit overleg is bedoeld om de samenhang tussen toezicht, vergunningverlening en handhaving te versterken en gezamenlijke thema’s te bespreken. Een volgende stap binnen dit proces is het verder versterken van de monitoring van de beleidsdoelen. De beleidsadviseur krijgt hierin een actievere rol door de verschillende overleggen structureel bij te wonen, de voortgang gedurende het jaar te volgen en het 8
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
management regelmatig te informeren over de stand van zaken. Op deze manier wordt het document meerdere keren per jaar gemonitord en kunnen medewerkers, waar nodig, tijdig worden bijgestuurd. De inhoudsdeskundigen hebben de doelen gezamenlijk doorgenomen, waardoor het document breed wordt gedragen binnen de afdeling. Doordat de beleidsadviseur actief aansluit bij de overleggen, ontstaat er bovendien meer verbinding en afstemming met het team. Het strategisch beleidskader uit de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie is vertaald naar een operationeel beleidskader binnen het programma. Deze vertaling is uitgewerkt in concrete beleidsdoelstellingen. De strategische doelstellingen geven richting aan de lange termijn en beschrijven het gewenste effect en de koers die wordt gevolgd. Het operationele beleidskader sluit hierop aan en maakt deze koers uitvoerbaar door de strategische uitgangspunten te concretiseren in toepasbare kaders en doelstellingen voor de uitvoering. Strategische beleidskader uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie Missie:
Ons aanbod moet dichtbij de inwoners georganiseerd worden en passend zijn bij de behoefte en de schaal van de kern, terwijl we streven naar een veilige woon-, leef-, werk- en recreatieomgeving voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. 1. Het beschermen en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. 2. Het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving waar inwoners, ondernemers en bezoekers zich prettig voelen.
Wat willen we bereiken:
1. De veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden beschermd en, waar mogelijk, verbeterd. 2. Risico’s die voortvloeien uit bepaalde activiteiten worden tot een minimum beperkt. 3. We stimuleren de (eigen) verantwoordelijkheid van onze inwoners, ondernemers en organisaties. 4. We werken samen met inwoners, ondernemers, organisaties en ketenpartners op een dienstbare en faciliterende wijze, met respect voor ieders verantwoordelijkheden
9
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Operationele beleidskader
Beleidsdoelstelling In ten minste 90% van de gevallen waarbij conceptverzoek wordt ingediend, resulteert dit in een volledige en correcte aanvraag* Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
01-01-2026
31-12-2026
De beleidsdoelstellingen worden vertaald naar concrete werkzaamheden waaraan monitoringsindicatoren worden gekoppeld. Deze indicatoren worden geïntegreerd in zowel de werkwijze als de ondersteunende systemen, zodat de voortgang structureel en inzichtelijk kan worden gevolgd en beoordeeld.
Monitoringsindicatie In tenminste 80% van de gevallen waarbij een conceptverzoek wordt ingediend, resulteert dit in een aanvraag. In tenminste 40% van de gevallen waarbij een conceptverzoek wordt ingediend, resulteert dit in een aanvraag die meteen volledig en correct is. *Na verzoek om aanvulling of aanpassing is in 90% de aanvraag wel volledig en correct.
Do: Actiepunt 1: Optimaliseren van dashboard CLO Actiepunt 2: Het bewaken van de voortgang van doelstellingen Check/Act: Het eerste actiepunt richt zich op de implementatie van de werkprocessen voor toezicht en handhaving in CLO, met als doel deze te standaardiseren. Hierdoor worden de wettelijk verplichte taken structureel geborgd binnen het systeem. Dit draagt bij aan een beter inzicht in de beschikbare gegevens en de voortgang van de werkzaamheden. Voor vergunningverlening is dit al op orde. Het tweede actiepunt betreft het bewaken van de voortgang van de vastgestelde doelstellingen door de beleidsmedewerker en dit te rapporteren aan het management, zodat tijdig kan worden bijgestuurd en de behaalde resultaten op een transparante en overzichtelijke wijze kunnen worden verantwoord.
10
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Beleidsdoelstelling Verhogen van de kwaliteit van vergunningverlening Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
Monitoringsindicatie
01-01-2026
31-12-2026
Het verhogen van de kwaliteit van vergunningverlening houdt in dat aanvragen zorgvuldig, uniform en binnen de gestelde termijnen worden behandeld. Door processen te verbeteren en kennis binnen het team te versterken, wordt de dienstverlening richting inwoners en ondernemers transparanter, consistenter en betrouwbaarder.
Percentage vergunningen dat binnen de wettelijke termijnen wordt afgehandeld. Aantal bezwaren en beroepen, inclusief het percentage dat geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. Resultaten van interne kwaliteitscontroles en uitgevoerde steekproeven.
Do: Actiepunt 1: Elk jaar wordt gerapporteerd over het percentage tijdige afhandeling van vergunningaanvragen en het aantal ingediende bezwaren. De voortgang wordt ieder kwartaal gemonitord en gedeeld met de manager. Actiepunt 2: De resultaten van de uitgevoerde dossiercontroles worden samengebracht drie keer per jaar in een overzicht, waarmee trends en verbeterpunten tijdig kunnen worden gesignaleerd. Actiepunt 3: 4-ogen principe bij brieven en besluiten. Actiepunt 5: Het implementeren van een dashboard in CLO, zodat de cijfermatige aantallen met betrekking tot bezwaren en beroepen kunnen worden bijgehouden. Check/Act: Het eerste actiepunt, over het rapporteren van het percentage tijdige afhandeling van vergunningaanvragen en het aantal ingediende bezwaren, richt zich op het monitoren en verbeteren van de uitvoering. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of de werkzaamheden volgens planning verlopen en of de gestelde doelstellingen worden behaald. Indien nodig kan tijdig worden bijgestuurd om knelpunten te verhelpen en de voortgang te waarborgen. Het tweede en derde actiepunt heeft betrekking dossiercontroles. Drie keer per jaar vindt er een steekproef plaats op de rechtmatigheid van het verlenen van de omgevingsvergunning door de accountant. We werken hiervoor met het programma Checkpoint.
Per gemeenten worden er willekeurig dossiers klaargezet die door de teamleider van vergunningen gecontroleerd moeten worden. Het gaat dan om het juist aanleveren van gegevens, doorlooptijden, vastleggen van gegevens, juist berekenen van de bouwkosten, juist invoeren 11
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
van leges, juist heffen van de leges, scheiding van functies (tussen invoer, controle en heffen van leges). Het vijfde actiepunt zorgt ervoor dat we de data cijfermatig bijhouden, zodat we deze beter kunnen monitoren. Hier zijn we al mee gestart, en in 2026 krijgt dit verder vorm. .
Beleidsdoelstelling Versnellen van doorlooptijden Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
Monitoringsindicatie
01-01-2026
31-12-2026
Het doel is om aanvragen sneller en efficiënter af te handelen. Door werkprocessen te optimaliseren, verantwoordelijkheden helder te verdelen en beschikbare systemen beter te benutten, wordt de doorlooptijd verkort. Dit zorgt voor een voorspelbare en toegankelijke dienstverlening, waarbij inwoners en ondernemers sneller duidelijkheid krijgen.
95% van de aanvragen wordt binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Sturen op conceptverzoeken. Efficiënt afhandelen van aanvragen binnen wettelijke termijnen. Monitoring via CLO.
Do: Actiepunt 1: De monitoring van het percentage tijdig afgehandelde dossiers en de gemiddelde doorlooptijd vindt ieder kwartaal plaats. Actiepunt 2: Een signaleringslijst met aanvragen die dreigen de wettelijke termijn te overschrijden wordt wekelijks in het team besproken, zodat tijdig kan worden bijgestuurd en vertragingen worden voorkomen. Check/Act: Het eerste actiepunt richt zich op het per kwartaal rapporteren over het percentage tijdig afgehandelde dossiers en de gemiddelde doorlooptijd. Deze rapportages geven inzicht in de voortgang en effectiviteit van de werkprocessen. Een betrouwbare uitvoering hiervan is afhankelijk van goed functionerende ICT-systemen. Omdat hier momenteel nog knelpunten bestaan, wordt de komende periode gericht geïnvesteerd in het verbeteren van deze systemen, zodat monitoring en rapportage structureel en accuraat kunnen plaatsvinden. Het tweede actiepunt heeft betrekking op de signaleringslijst met aanvragen die dreigen de wettelijke termijn te overschrijden. Deze lijst wordt wekelijks besproken binnen het team, zodat tijdig actie kan worden ondernomen en vertraging wordt voorkomen. Door deze 12
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
frequente afstemming blijven de doorlooptijden onder controle en kan de kwaliteit van de dienstverlening worden geborgd.
Beleidsdoelstelling Verbeteren van klantgerichtheid Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
Monitoringsindicatie
01-01-2026
31-12-2026
Door de communicatie met aanvragers te verbeteren en sneller en duidelijker te reageren op vragen, wordt de dienstverlening persoonlijker en toegankelijker. Transparante informatievoorziening en een heldere uitleg over procedures zorgen voor meer begrip en tevredenheid bij inwoners en ondernemers. Zo wordt gewerkt aan een dienstverleningsproces waarin betrokkenheid, betrouwbaarheid en duidelijkheid centraal staan.
Minimaal 80% van de aanvragers geeft een voldoende of hoger in een korte klanttevredenheidsmeting na afloop van het vergunningsproces. Heldere communicatie, begeleiding en transparantie richting aanvragers staan centraal. Er is een vaste frontofficemedewerker voor vergunningen, die fungeert als eerste aanspreekpunt voor klanten. Daarnaast neemt de afdeling Vergunningen deel aan de pilot Eenvoudige Taal. Per project of bedrijf is er een vast aanspreekpunt binnen het team.
Do: Actiepunt 1: Uitvoeren van een korte klanttevredenheidsmeting na afloop van het vergunningsproces, waarbij minimaal 80% van de aanvragers een voldoende of hoger geeft. De resultaten worden gebruikt om gerichte verbetermaatregelen te formuleren en de dienstverlening verder te versterken. Actiepunt 2: Versterken van communicatie en begeleiding richting aanvragers door het inzetten van een vaste frontofficemedewerker als eerste aanspreekpunt. Dit zorgt voor meer duidelijkheid, persoonlijke ondersteuning en een snellere beantwoording van vragen. Actiepunt 3: Deelname aan de pilot Eenvoudige Taal, met als doel de begrijpelijkheid van brieven, besluiten en toelichtingen te verbeteren, zodat inwoners en ondernemers beter worden geïnformeerd over het verloop en de uitkomst van hun aanvraag. Check/act: De voortgang wordt gemonitord, en jaarlijks wordt geëvalueerd in hoeverre aanvragers 13
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
tevreden zijn en welke effecten de verbetermaatregelen hebben gehad op de kwaliteit van de dienstverlening. Het tweede actiepunt betreft het versterken van communicatie en begeleiding richting aanvragers door het inzetten van een vaste frontofficemedewerker als eerste aanspreekpunt. Deze medewerker zorgt voor duidelijke informatie, persoonlijke ondersteuning en een soepele afhandeling van vragen. Daarnaast wordt maandelijks een overzicht opgesteld van ontvangen klachten en de afhandelingstermijnen, om te waarborgen dat signalen van ontevredenheid tijdig worden opgepakt en verwerkt. Het derde actiepunt heeft betrekking op de deelname aan de pilot Eenvoudige Taal, waarmee brieven, besluiten en toelichtingen begrijpelijker worden gemaakt. Dit draagt bij aan meer transparantie en een beter begrip bij inwoners en ondernemers over het verloop en de uitkomst van hun aanvraag. Het vierde actiepunt richt zich op het aanwijzen van een vast aanspreekpunt per project of bedrijf, zodat de communicatie eenduidig verloopt en betrokken partijen weten bij wie zij terechtkunnen voor vragen of afstemming. Dit bevordert de duidelijkheid, continuïteit en klantgerichtheid binnen het vergunningsproces.
Beleidsdoelstelling Bevorderen van integrale afstemming Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
Monitoringsindicatie
01-01-2026
31-12-2026
Door nauwer samen te werken tussen betrokken teams en partners wordt de samenhang in beleid en uitvoering versterkt. Heldere afspraken, regelmatige afstemming en het delen van kennis zorgen ervoor dat signalen en ontwikkelingen tijdig worden opgepakt. Zo ontstaat een integrale aanpak waarbij werkzaamheden beter op elkaar aansluiten en besluiten in samenhang worden genomen, wat de kwaliteit en voorspelbaarheid van de uitvoering vergroot.
Minimaal 90% van de complexe aanvragen wordt vooraf integraal besproken met alle relevante disciplines (juridisch, milieu, bouw, RO). Samenwerking tussen afdelingen (ruimtelijk, openbare ruimte, milieu, veiligheid) en ketenpartners bij complexe aanvragen.
14
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Do: Actiepunt 1: Opnemen van integrale afstemming in CLO door een vaste werkwijze te ontwikkelen voor het registreren van betrokken disciplines en overlegmomenten. Zo wordt zichtbaar gemaakt hoe en wanneer integrale afstemming heeft plaatsgevonden en kan dit ook worden gemonitord. CLO kent een samenwerkingsfunctionaliteit (SWF) die hiervoor wordt gebruikt. Check/Act: Het tweede actiepunt richt zich op het opnemen van integrale afstemming in CLO door een vaste werkwijze te ontwikkelen voor het registreren van betrokken disciplines en overlegmomenten. Hierdoor wordt inzichtelijk wanneer en met wie de afstemming heeft plaatsgevonden, wat de transparantie vergroot en de mogelijkheid biedt om de integraliteit van de besluitvorming actief te monitoren. Jaarlijks wordt binnen het team een korte interne rondvraag gehouden om te peilen hoe de samenwerking tussen disciplines wordt ervaren (voldoende/onvoldoende). De uitkomsten hiervan worden gebruikt om waar nodig afspraken aan te scherpen of het proces verder te verbeteren. CLO beschikt over een samenwerkingsfunctionaliteit (SWF) die hiervoor wordt ingezet.
Beleidsdoelstelling Versterken van risicogericht werken Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
01-01-2026
31-12-2026
Door meer aandacht te besteden aan risicogericht werken wordt de beschikbare capaciteit effectiever ingezet. Door vooraf beter in te schatten waar de grootste risico’s liggen, kan toezicht en handhaving gerichter worden toegepast. Dit zorgt voor een efficiëntere inzet van middelen, een hogere mate van naleving en een beter evenwicht tussen preventie, toezicht en handhaving.
Monitoringsindicatie De toezichtcapaciteit wordt steeds gerichter ingezet op vooraf vastgestelde risicothema’s. Deze verschuiving wordt gefaseerd doorgevoerd, zodat het toezicht structureel meer is afgestemd op de belangrijkste veiligheids- en nalevingsrisico’s. Jaarlijks is er een lijst van risicovolle objecten/activiteiten opgesteld en actueel gehouden. Dossiers in het zaaksysteem zijn voorzien van de risicocategorie (laag/middel/hoog). Focus op vergunningen met potentieel grote impact op omgeving of veiligheid.
Do:
15
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Actiepunt 1: Toezichtcapaciteit wordt gericht ingezet op vooraf vastgestelde risicothema’s. De focus ligt op het stapsgewijs vergroten van het aandeel capaciteit dat hieraan wordt besteed, met als doel om toezicht steeds effectiever en meer risicogericht in te zetten. Hiermee wordt toegewerkt naar een structurele inzet die in verhouding staat tot de belangrijkste veiligheids- en nalevingsrisico’s. Actiepunt 2: Het jaarlijks actualiseren van de lijst met risicovolle objecten en activiteiten, zodat deze aansluit bij nieuwe ontwikkelingen, signalen uit de praktijk en trends binnen de regio. Dit zorgt ervoor dat de inzet actueel en onderbouwd blijft. Actiepunt 3: Het voorzien van dossiers in het zaaksysteem van een risicocategorie (laag, middel of hoog). Hierdoor ontstaat meer inzicht in de aard en prioriteit van de werkzaamheden, en kan toezicht beter worden gepland en verantwoord. Actiepunt 4: Het extra aandacht geven aan vergunningen met een potentieel grote impact op de omgeving of veiligheid, bijvoorbeeld bij grootschalige bouwprojecten of milieubelastende activiteiten. Door deze vroegtijdig te signaleren en integraal te beoordelen, kunnen risico’s worden beperkt en de veiligheid worden gewaarborgd. Check/Act: Het eerste actiepunt richt zich op het gericht inzetten van toezichtscapaciteit op risicothema’s, waarbij minimaal 80% van de capaciteit hieraan wordt besteed.
Tijdens de jaarlijkse evaluatie wordt vastgesteld hoeveel controles daadwerkelijk op risicothema’s zijn uitgevoerd en wordt de inzet op hoog- en laagrisicoactiviteiten met elkaar vergeleken. Het tweede actiepunt betreft het jaarlijks actualiseren van de lijst met risicovolle objecten en activiteiten. Wanneer zich nieuwe risico’s voordoen, bijvoorbeeld na een incident of maatschappelijke trend, worden deze tussentijds toegevoegd om de focus actueel te houden. Het derde actiepunt heeft betrekking op het voorzien van dossiers in het zaaksysteem van een risicocategorie (laag, middel of hoog). De resultaten worden besproken tijdens een interne terugblik in het teamoverleg, waarin verschuivingen in risico’s worden geanalyseerd en verbeterpunten worden benoemd. Het vierde actiepunt richt zich op vergunningen met een grote impact op de omgeving of veiligheid. Bevindingen en verbeterpunten uit deze dossiers worden vastgelegd in de jaarlijkse evaluatie en opgenomen in het volgende uitvoeringsprogramma om de aanpak structureel te verbeteren.
Beleidsdoelstelling Verhogen van kennis en deskundigheid Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
01-01-2026
31-12-2026
Door te investeren in kennis en deskundigheid wordt de kwaliteit van het werk versterkt en kunnen medewerkers
Monitoringsindicatie Iedere medewerker VTH volgt jaarlijks minimaal 1 relevante training of bijscholing (bijv. Omgevingswet, Bbl).
16
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
beter inspelen op veranderingen in wet- en regelgeving. Scholing, intervisie en het delen van praktijkervaringen dragen bij aan een eenduidige en professionele werkwijze. Dit zorgt voor meer vertrouwen in de uitvoering, betere oordeelsvorming en een consistente dienstverlening richting inwoners en ondernemers.
100% van de nieuwe medewerkers heeft binnen 3 maanden een inwerkprogramma afgerond.
Do: Actiepunt 1: Het stimuleren van jaarlijkse scholing en bijscholing voor alle VTHmedewerkers, zodat ieder teamlid minimaal één relevante training volgt, bijvoorbeeld op het gebied van de Omgevingswet of het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hiermee blijven kennis en vaardigheden actueel en wordt een uniforme werkwijze bevorderd. Actiepunt 2: Het ontwikkelen en uitvoeren van een gestructureerd inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers, dat binnen drie maanden na indiensttreding wordt afgerond. Dit programma zorgt voor een snelle en soepele kennismaking met de organisatie, processen en systemen, en borgt de kwaliteit en continuïteit van het werk. Check/Act: Het eerste actiepunt richt zich op het stimuleren van jaarlijkse scholing en bijscholing voor alle VTH-medewerkers. Door het volgen van minimaal één relevante training per jaar blijven kennis en vaardigheden actueel, bijvoorbeeld op het gebied van de Omgevingswet of het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Jaarlijks wordt een scholingsplan opgesteld, gekoppeld aan actuele wetgeving en risicothema’s. Daarnaast worden interne kennissessies georganiseerd en wordt samengewerkt met regionale omgevingsdiensten voor gezamenlijke trainingen. De gevolgde trainingen worden bijgehouden in het HR-systeem of scholingsplan, zodat inzichtelijk blijft wie welke training heeft gevolgd.
Tijdens de jaarlijkse evaluatie wordt beoordeeld of het kennisniveau toereikend is; indien nodig worden gerichte aanvullende trainingen aangeboden om kennis en deskundigheid verder te versterken. Het tweede actiepunt betreft het ontwikkelen en uitvoeren van een gestructureerd inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers, dat binnen drie maanden na indiensttreding wordt afgerond. Hierbij wordt gewerkt met een buddy-systeem, zodat nieuwe collega’s actief worden begeleid in hun eerste maanden. De voortgang wordt gemonitord en besproken met de leidinggevende. In de evaluatie wordt bekeken of het programma voldoende aansluit bij de praktijk en of verbeteringen nodig zijn. Zo wordt geborgd dat nieuwe medewerkers snel vertrouwd raken met de organisatie en effectief kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de uitvoering.
17
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Beleidsdoelstelling Monitoring en evaluatie van verleende vergunningen Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
Monitoringsindicatie
01-01-2026
31-12-2026
Door structureel te monitoren en evalueren hoe verleende vergunningen in de praktijk worden uitgevoerd, wordt inzicht verkregen in de naleving en effectiviteit van het vergunningsproces. Deze terugkoppeling maakt het mogelijk om werkwijzen te verbeteren, risico’s tijdig te signaleren en beleid of procedures waar nodig aan te passen. Zo ontstaat een continu leerproces dat bijdraagt aan een hogere kwaliteit van vergunningverlening en een transparante en betrouwbare uitvoering.
Jaarlijks wordt een overzicht opgesteld van afwijkingen en verbeterpunten uit de controles. Drie keer per jaar vindt er een steekproef plaats op de rechtmatigheid van het verlenen van de omgevingsvergunning door de accountant. We werken hiervoor met het programma Checkpoint. Per gemeenten worden er willekeurig dossiers klaargezet die door de teamleider van vergunningen gecontroleerd moeten worden. Het gaat dan om het juist aanleveren van gegevens, doorlooptijden, vastleggen van gegevens, juist berekenen van de bouwkosten, juist invoeren van leges, juist heffen van de leges, scheiding van functies (tussen invoer, controle en heffen van leges).
Do: Actiepunt 1: Het opstellen van een jaarlijks overzicht van afwijkingen en verbeterpunten die voortkomen uit de uitgevoerde controles. Dit overzicht wordt gebruikt om patronen te herkennen, processen te verbeteren en eventuele tekortkomingen structureel aan te pakken. Actiepunt 2: Het uitvoeren van driejaarlijkse steekproeven op de rechtmatigheid van verleende omgevingsvergunningen door de accountant, met gebruik van het programma Checkpoint. Per gemeente worden willekeurig dossiers geselecteerd die door de teamleider vergunningen worden gecontroleerd. Hierbij wordt gekeken naar onder andere de volledigheid van gegevens, doorlooptijden, correcte berekening en heffing van leges en de juiste functiescheiding tussen invoer, controle en heffing. De resultaten worden gedeeld met het team en meegenomen in verbetermaatregelen om de kwaliteit en rechtmatigheid van de vergunningverlening te borgen. Check/Act: Het eerste actiepunt betreft het opstellen van een jaarlijks overzicht van afwijkingen en verbeterpunten uit de uitgevoerde controles. Dit overzicht wordt besproken binnen het 18
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
team, zodat trends en terugkerende fouten vroegtijdig worden herkend. Op basis van deze bevindingen worden procesaanpassingen of aanvullende controles ingevoerd om herhaling te voorkomen. Het tweede actiepunt richt zich op het uitvoeren van driejaarlijkse steekproeven op de rechtmatigheid van verleende omgevingsvergunningen door de accountant, met behulp van het programma Checkpoint. De willekeurig geselecteerde dossiers worden door de teamleider vergunningen beoordeeld op volledigheid van gegevens, doorlooptijden, juiste berekening en heffing van leges en functiescheiding tussen invoer, controle en heffing. De uitkomsten worden intern besproken en gebruikt om werkwijzen te verbeteren en de rechtmatigheid structureel te borgen
Beleidsdoelstelling Het coördineren, verlenen, adviseren en toezicht houden van monumentvergunningen en naleving daarvan Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
Monitoringsindicatie
01-01-2026
31-12-2026
Tijdig beslissingen op een verzoek voor monumentvergunning.
Maximaal 5% van de aanvragen overschrijdt de termijn.
Do: Actiepunt 1: De monitoring van het percentage en de gemiddelde doorlooptijd vindt ieder kwartaal plaats; de rapportage hierover gebeurt jaarlijks. Check/Act: Het eerste actiepunt betreft het opstellen van een jaarlijks overzicht van afwijkingen en verbeterpunten uit de uitgevoerde controles. Dit overzicht wordt besproken binnen het team, zodat trends en terugkerende fouten vroegtijdig worden herkend. Op basis van deze bevindingen worden procesaanpassingen of aanvullende controles ingevoerd om herhaling te voorkomen.
Beleidsdoelstelling Toetsing van initiatieven aan het omgevingsplan, inclusief de beoordeling van welstandsaspecten. Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
Monitoringsindicatie
01-01-2026
31-12-2026
Tijdig beslissen op ingediende plannen.
Minimaal 85% van de initiatiefplannen wordt binnen gemiddeld 8 weken afgehandeld.
Do: Actiepunt 1: Doorlooptijden van initiatiefplannen en het aantal intake- en omgevingstafels. Check/Act: Actiepunt 1: Periodieke monitoring van de doorlooptijden en frequentie van de intake- en 19
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
omgevingstafels, met analyse van eventuele vertragingen of knelpunten. Op basis van de bevindingen worden procesafspraken of werkverdelingen aangepast om de doorlooptijd te verkorten en de effectiviteit van de afstemming in de tafels te vergroten.
Beleidsdoelstelling Realiseren van de inrichting van monitorings- en evaluatiecyclus van beleidsdoelstellingen Startdatum
Streefdatum
Omschrijving
Monitoringsindicatie
01-01-2026
31-12-2026
Het vertalen van de beleidsdoelstellingen naar concrete werkzaamheden, waaraan duidelijke monitoringsindicatoren worden gekoppeld. Deze indicatoren worden vervolgens opgenomen in de dagelijkse werkwijze en in de gebruikte systemen.
Met de ingerichte monitoringsindicatoren kan de voortgang van de beleidsdoelstellingen het hele jaar door worden bijgehouden en aan het einde van het jaar worden beoordeeld.
Do: Actiepunt 1: Optimaliseren van dashboard CLO Actiepunt 2: De doelstellingen inzichtelijk maken en de voortgang volgen via een centrale database. Check/Act: Actiepunt 1 gaat over het optimaliseren en in gebruik nemen van het centrale systeem, zodat de afdeling op een uniforme manier kan werken. Dit systeem zorgt ervoor dat medewerkers gegevens op dezelfde wijze vastleggen en dat de monitoring hiervan eenvoudig en overzichtelijk wordt. Actiepunt 2 richt zich op het actief inzichtelijk maken van de doelstellingen en het volgen van de voortgang. Hierdoor kan dit tijdens werkoverleggen worden besproken en, waar nodig, direct worden bijgestuurd. Het dashboard biedt hiervoor concreet en actueel inzicht.
20
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
4. Prognose werkzaamheden 4.1 Prognose werkzaamheden omgevingsrecht – vergunningverlening
In onderstaande tabel is de prognose weergegeven van de werkzaamheden binnen het werkgebied Omgevingsrecht voor vergunningverlening. De prognose is opgesteld op basis van de aantallen in voorgaande jaren en recente ontwikkelingen. Binnen het cluster vergunningverlening ligt de nadruk grotendeels op wettelijke taken. De gemeente heeft geen invloed op het aantal ontvangen conceptaanvragen, aanvragen of meldingen. Wanneer uit de uitvoering blijkt dat de beschikbare capaciteit onvoldoende is, zal opschaling mogelijk noodzakelijk zijn. Vergunningverlening Conceptverzoek Omgevingsvergunning regulier / uitgebreid WKB Realisatie technische bouwactiviteit melding (WKB gevolgklasse 1) Advisering (bevoegd gezag) informeel en formeel Melding activiteit behandelen: -Sloopmelding asbest bedrijfsmatig -Sloopmelding bouwkundig -Sloopmelding asbest particulier -Sloopmelding mobiel breken bouw- en sloopafval -Brandveilig gebruik -Milieu Binnenplans afwijken (OPA) en buitenplans afwijken (BOPA) eenvoudig en complex (gebruik / bouwen in strijd met omgevingsplan Bouwactiviteit (omgevingsplan) Bouwactiviteit technisch Gemeentelijk monument Milieubelastende activiteit (Mba) -Inclusief intrekkingen, maatwerkvoorschriften en m.e.r.procedures Rijksmonumenten activiteit Uitweg (OPA) Vellen van een houtopstand (OPA) Vergunningcheck/informatieverzoeken
Invulling aantallen 2024 849 75 4
Invulling aantallen 2025 65 108 21
Prognose 2026
0 45
0 74
1 70
37
43
40
22 4 0 11
40 24 0 3
40 24 1 4
0 4 12 84
2 8 12 73
1 8 12 75
65 100 20
Bouwactiviteit omgevingsplan (OPA), bouwactiviteit technisch en bouwmelding Wkb Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is de manier waarop de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’ wordt beoordeeld, ingrijpend gewijzigd. Waar dit onder de voormalige Wabo één geïntegreerde activiteit was, is dit binnen de Omgevingswet opgesplitst in drie onderdelen: - de bouwactiviteit technisch, die zich richt op de technische toetsing; - de omgevingsplanactiviteit (OPA), waarin onder meer het omgevingsplan en de Commissie ruimtelijke kwaliteit worden beoordeeld; 21
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
-
en de bouwmelding Wkb, die verplicht is bij toepassing van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
Brandveilig gebruik Gebouwen moeten voldoen aan de landelijke regels voor brandveilig gebruik zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor bepaalde risicovolle vormen van gebruik geldt een gebruiksmeldingplicht. De brandweer adviseert de gemeente over de benodigde brandveiligheidsvoorzieningen. Deze adviezen worden verwerkt in de communicatie richting aanvragers, zodat zij weten welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de wettelijke eisen te voldoen.
4.2 Prognose werkzaamheden omgevingsrecht- toezicht
In onderstaande tabellen is de prognose opgenomen van de werkzaamheden binnen het werkgebied toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen, meldingen (bouw) en strijdig gebruik. Het betreft een aanbodgestuurde activiteit, waarbij de daadwerkelijke omvang van de taken afhankelijk is van het aantal verleende omgevingsvergunningen (bouw), handhavingsverzoeken en meldingen. In dit onderdeel worden drie thema’s nader toegelicht: strijdig gebruik en bouwen, permanente bewoning van recreatiewoningen en de bescherming van monumenten en cultuurhistorische waarden. Deze onderwerpen zijn gekozen omdat zij structureel aandacht vragen binnen de gemeentelijke praktijk, een relatief hoog risico kennen binnen het handhavingsdomein en direct bijdragen aan het behoud van een veilige en leefbare fysieke omgeving. Strijdig bouwen en gebruik bestemmingsplannen Meldingen, handhavingsverzoeken en constateringen – onder meer door toezichthouders – worden beoordeeld aan de hand van de risicomatrix Toezicht & Handhaving. Op basis daarvan wordt bepaald of, en zo ja wanneer, handhaving wordt ingezet. Hiermee wordt gestuurd op een evenwichtige inzet van capaciteit en een risicogerichte aanpak van overtredingen. Permanente bewoning recreatiewoningen en aanpak woon- en adresfraude Voor de controle op bewoning van recreatiewoningen wordt een projectmatige aanpak gehanteerd.
Daarbij worden inschrijvingen in de basisregistratie personen (BRP) op adressen waar bewoning niet is toegestaan met voorrang onderzocht. Deze aanpak draagt bij aan het voorkomen van woon- en adresfraude en zorgt voor een betere benutting van beschikbare capaciteit door gerichte handhaving. Illegale bebouwing in het buitengebied en de wijken In 2025 zijn minder gebiedsgerichte controles uitgevoerd die specifiek gericht waren op het opsporen van illegale bebouwing en illegaal gebruik. Dit is het gevolg van een beperkte personele bezetting, waardoor minder ruimte was voor proactieve handhaving op eigen initiatief. De verwachting is dat, zodra de personele capaciteit is aangevuld, de inzet op dit onderdeel weer kan worden opgeschaald. Aantasting monumenten en cultuurhistorische waarden Tijdens reguliere wijkcontroles letten toezichthouders actief op illegale werkzaamheden aan monumenten en objecten met cultuurhistorische waarde. Indien sprake is van achterstallig onderhoud of aantasting van een monument, kan in overleg met de erfgoedadviseur een handhavingstraject worden gestart. Waar nodig wordt het uitvoeren van noodzakelijk 23 22
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
onderhoud afgedwongen met een last onder dwangsom. Binnen cultuurhistorie zijn twee medewerkers actief. De ABG-organisatie voert dit deskundigheidsgebied deels uit in samenwerking met de regio-archeoloog van RWB, op basis van een samenwerkingsovereenkomst. De archeologische taken zijn uitbesteed aan RWB. In het kader van de kwaliteitscriteria 3.0 heeft de gemeente de taak om de vereiste deskundigheid op het gebied van archeologie te borgen. Hiervoor is aan RWB een verklaring gevraagd, waarin wordt verklaard dat zij voldoen aan het deskundigheidsgebied archeologie, zie bijlage 2. Toezicht Sloopfase: sloopwerkzaamheden (zonder asbest) Realisatiefase: controle bouw Wkb gevolgklasse 1 (administratief) Realisatiefase: controle bouw Wkb gevolgklasse 2 en 3 Realisatiefase: verwerken constructieve stukken Gebruiksfase: meldingen, klachten, handhavingsverzoeken Gebruiksfase: toezicht/handhaving brandveiligheid (buiten basistaken brandweer) Gebruiksfase: toezicht/handhaving recreatieparken (excl.
bewoning) Handhavingsactie BIT en/of ondermijning Ondersteuning invoering Omgevingswet en Wkb Algemene werkzaamheden (vooroverleg, afstemming, administratie) Urgente (landelijke) veiligheidsonderwerpen Handhaving op omgevingsvergunningen en meldingen (bouw) en strijdig gebruik Handhavingsprocedures Handhavingsverzoeken Last onder dwangsom Last onder bestuursdwang Bouwstops Handhaving op omgevingsvergunningen en meldingen (bouw) en strijdig gebruik Bestuursrechtelijke handhaving (m.u.v. permanente bewoning recreatiewoningen) Bestuursrechtelijke handhaving permanente bewoning recreatiewoningen Handhavingstaken Behandelen melding ( Onegov, BuitenbeterApp, mail, telefonische meldingen, stookwijzer)
Invulling aantallen 2025 14 350
Raming uren 2026 12 300
170 40 187 45
180 30 450 40
53
60
20 36 87
33 70 30
0
0
Raming aantallen 2026 10 4 2 0 2 Raming aantallen 2026 17 7 Raming in aantallen 2026 50
23
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
Melding houtstook Controle naar aanleiding van een handhavingsverzoek Handhavingscontrole naar aanleiding van een melding Legalisatieonderzoek Waarschuwingsbrief Bouwstop
20 5
Toezicht en handhaving Wet kwaliteitsborging bouw
Raming in aantallen 2026 10 1 0 1 9
Bouwmelding Wkb Gereedmelding Wkb Melding strijdigheid Bbl Strijdigheden met omgevingsplan Omgevingsveiligheid bij bouwen en slopen Toezichttaken op de verleende omgevingsvergunningen Openstaande vergunningen onder de OW Openstaande vergunningen onder de Wabo
32 17 4 5
Raming in aantallen 2026 140 25
4.3 Programmering milieu 2026 / Toetsing van aanvragen en meldingen (milieu)
Jaarlijks levert de OMWB een werkprogramma aan waarin de geplande werkzaamheden, budgetten en uren voor het komende jaar zijn opgenomen, zie bijlage 3. Voor het volledige overzicht wordt verwezen naar de bijlage. De T3-rapportage over de uitvoering van de milieutaken wordt in Q1 2026 aan de gemeente toegezonden. De coördinatie van de milieutaken met betrekking tot vergunningverlening ligt bij de teamleider vergunningverlening en voor toezicht bij de teamleider VTH. De gemeente heeft de wettelijke taak om toezicht te houden op bedrijven en periodiek te controleren of zij voldoen aan de milieuregelgeving. In het werkprogramma van de OMWB is hiervoor een bedrag opgenomen, net zoals voor repressieve handhaving en bezwaar- en beroepsprocedures; voor de specificering wordt verwezen naar het werkprogramma van de OMWB. Voor de uitvoering van handhavingstaken en deels voor vergunningverleningstaken is aan de OMWB een uitvoeringsmandaat verleend. Dit betekent dat de juristen van de OMWB het nagenoeg alle handhavingstrajecten verzorgen, van het opstellen van de constateringsbrief tot en met een eventuele procedure in hoger beroep. Daarbij vindt regelmatig afstemming plaats met de portefeuillehouder (zakenoverleg) en de juridisch beleidsmedewerker. Vergunningverlening Vergunningverlening (basis) Vergunningverlening (niet basis)
Raming aantallen 2026 816 147
24
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
4.4 Prognose - uitvoering van vergunningverleningstaken en meldingen evenementen en bijzondere wetten In onderstaande tabel is de prognose weergegeven van de werkzaamheden binnen de programmering. Hierin wordt uiteengezet hoe de gemeente uitvoering geeft aan de VTHtaken die voortkomen uit de jaarlijkse praktijk. Een belangrijk onderdeel daarvan is de behandeling van evenementenvergunningen en de samenhangende processen rond bekendmaking, toezicht en Bibob-toetsing.
Deze processen vereisen een goede afstemming tussen beleid, uitvoering en communicatie met organisatoren en ketenpartners. Door jaarlijks vooruit te plannen ontstaat inzicht in de verwachte werklast, waardoor de beschikbare capaciteit tijdig kan worden afgestemd op de uit te voeren werkzaamheden. Daarbij blijft blijvende aandacht voor kwaliteit, duidelijkheid en een klantgerichte werkwijze. Soort Evenementen (vergunningaanvragen en meldingen)
Aantallen 2025 33 vergunningaanvragen 25 meldingen
Ontheffing Alcoholwet beoordelen (tijdelijke ontheffing verstrekken zwak alcoholische drank tijden evenement of andere bijzondere gebeurtenis) Aanvraag Alcoholwetvergunning beoordelen Horeca-inrichting exploitatievergunning beoordelen Speelautomaten aanwezigheidsvergunning beoordelen Aanvraag standplaatsvergunning beoordelen Stookontheffing beoordelen Verklaring van geen bezwaar beoordelen (bijv. TUF ontheffing, opstijgen ballon) Collectevergunningen Contactverzoek Driehoeks- en sandwichborden plaatsen Informatieverzoek door derde Ingebruikname openbare grond onth. Inzamelingsactie Klantcontact
8
2 1 12 1 20 13 7 3 18 7 2 25
De volgende paragrafen beschrijven hoe dit in de praktijk wordt uitgevoerd binnen het onderdeel APV/bijzondere wetten: van de actualisatie van de evenementenkalender tot de behandeling van aanvragen en de uitvoering van de Bibob-procedure. Evenementenkalender Om het vergunningsproces voor evenementen gestructureerd te laten verlopen, start de gemeente jaarlijks eind september of begin oktober met het actualiseren van de 25
Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026
evenementenkalender. Organisatoren worden in deze periode benaderd met het verzoek aan te geven of zij het evenement in het volgende jaar opnieuw willen organiseren en op welke datum. Deze inventarisatie geeft tijdig inzicht in de te verwachten aanvragen en maakt het mogelijk de inzet van capaciteit hierop af te stemmen. De kalender vormt hiermee een belangrijk onderdeel van de jaarplanning voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Tegelijkertijd worden organisatoren eraan herinnerd dat aanvragen tijdig en volledig moeten worden ingediend, zodat het proces efficiënt kan worden doorlopen en besluiten tijdig kunnen worden genomen. Alcoholwet, exploitatievergunning en Bibob-procedure Aanvragen voor een Alcoholwetvergunning en exploitatievergunning worden vaak gelijktijdig ingediend. Een Bibob-toets maakt standaard onderdeel uit van dit proces. Wanneer een aanvrager voornemens is om dergelijke vergunningen aan te vragen, vindt eerst een vooroverleg plaats met een medewerker van de gemeente. Tijdens dit gesprek wordt het proces uitgelegd en worden de juiste aanvraagformulieren verstrekt. De gemeente streeft naar een doorlooptijd van maximaal drie maanden. In de praktijk wordt deze termijn niet altijd gehaald, omdat de duur afhankelijk is van de volledigheid van de aanvraag, het voldoen aan inrichtingseisen en de uitkomsten van het Bibob-onderzoek.
Een Bibob-onderzoek is zorgvuldig maar tijdrovend. Het is een preventief bestuursrechtelijk instrument dat voorkomt dat de gemeente onbedoeld meewerkt aan criminele activiteiten en beschermt tegelijkertijd de concurrentiepositie van malafide ondernemers. Wanneer tijdens het gemeentelijk onderzoek twijfel ontstaat over de juistheid van bepaalde gegevens, wordt de aanvraag voorgelegd aan het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Dit centrum richt zich op de aanpak van ondermijnende criminaliteit en voert aanvullend onderzoek uit. Het RIEC heeft veertien dagen om de stukken te beoordelen en advies te geven. De gemeente streeft naar een totale doorlooptijd van maximaal acht weken, maar in de praktijk loopt deze vaak op door onvolledige aanvragen of aanvullende onderzoeksrondes.
5. Personele inzet Binnen de afdeling VTH is de taakverdeling zo ingericht dat de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt benut. Er is onderscheid gemaakt tussen verschillende functies en verantwoordelijkheden, afgestemd op de aard en complexiteit van de werkzaamheden. Deze inrichting zorgt voor een evenwichtige verdeling van taken en een duidelijke koppeling tussen beleid en uitvoering. De komende periode ligt de nadruk op het versterken van de personele bezetting binnen het cluster Toezicht. Het invullen van de openstaande vacatureruimte heeft prioriteit, zodat de uitvoering van de VTH-taken stabiel en toekomstbestendig kan worden voortgezet. Om de continuïteit te waarborgen en de afhankelijkheid van externe inhuur te beperken, wordt ingezet op het aantrekken van vaste medewerkers. Daarnaast wordt onderzocht hoe de beschikbare capaciteit efficiënter kan worden benut. Daarbij wordt gekeken naar een mogelijke herverdeling van taken en naar de inzet van administratieve ondersteuning, zodat toezichthouders en vergunningverleners zich kunnen concentreren op hun kerntaken. Op dit moment staan binnen het cluster twee vacatures voor handhavingsjuristen open. 26