1. Foto brede welvaart ABG - Pon & Telos
Tekst van het document
Foto brede welvaart ABG-gebied Naar een langetermijnperspectief
Foto brede welvaart ABG-gebied Naar een langetermijnperspectief Jolanda Luijten Sanne Paenen Mirjam Smulders Geert Offenberg Wouter Boukens
299B
300B
301B
302B
303B
Het PON & Telos
Colofon Het PON & Telos heeft dit onderzoek verricht in opdracht van Gemeente Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen
304B
305B
227B
Auteur(s)
Jolanda Luijten Sanne Paenen Mirjam Smulders Geert Offenberg Wouter Boukens
306B
228B
311B
Fotograaf Gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen
307B
308B
309B
229B
Publicatienummer
25224.01
312B
310B
Datum
230B
313B
maart 2026
314B
© 2026 Het PON & Telos
231B
Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Het PON & Telos. Gehele of gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. Vermenigvuldiging en publicatie in een andere vorm dan dit rapport is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van Het PON & Telos. Hoewel deze publicatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kan Het PON & Telos geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten. 315B
Meer informatie
232B
www.hetpon-telos.nl
316B
Het PON & Telos | Colofon
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2
236B
244B
245B
Inleiding Opzet onderzoek Leeswijzer
1 1 2
4.4 4.5 4.6 4.7
Toename vraag naar mobiliteit 22 Wonen als grootste uitdaging 23 Woningbouwopgave is omvangrijk in Brabant 24 Wet versterking regie volkshuisvesting voor betaalbare woningen 25 4.8 Migratiestromen vragen om structurele oplossingen 26 4.9 Nieuw verplicht instrument: Volkshuisvestingsprogramma 27 4.10 Forse opgaven op wonen met zorg en welzijn 27 4.11 Meer aandacht voor de invloed van de leefomgeving op de gezondheid van inwoners 28 4.12 Veilige leefomgeving 30
264B
265B
266B
267B
2 2.1 2.2 2.3
237B
246B
247B
248B
Demografische trends en ontwikkelingen Bevolkingsgroei door migratie Dubbele vergrijzing Toename kleine huishoudens
3 4 2 4
268B
269B
270B
271B
3 3.1
Samenleven 6 Levensverwachting stijgt, maar ook toename aantal chronisch zieken 7 3.2 Mentale gezondheid staat onder druk 8 3.3 Leefstijl steeds meer onder de aandacht 8 3.4 Druk op de gezondheidszorg neemt toe, inzet gemeenschapskracht steeds belangrijker 10 3.5 Hervorming van de jeugdhulp vraagt om scherpe keuzes 10 3.6 Kwaliteit van het onderwijs gaat achteruit 11 3.7 Toenemende vraag naar kinderopvang 12 3.8 Invloed technologische ontwikkeling op sociale cohesie 12 3.9 Toenemende verschillen tussen mensen en kansenongelijkheid 13 3.10 De samenleving individualiseert 14 3.11 Stijging armoede, na vijf jaar daling 15 3.12 Weerbaarheid inwoners steeds meer nodig 16
238B
249B
250B
251B
252B
253B
254B
272B
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Economie Arbeidsmarkt wordt kennisintensiever Druk op arbeidsmarkt in publieke en private dienstverlening Groei invloed technologische ontwikkelingen Recreatie en toerismesector blijft groeien Druk op energievoorzieningen Industrie en bedrijventerreinen
34 35 37 38 38 40 40
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9
Fysieke leefomgeving Schaarste ruimte Meer ruimte voor Defensie Achteruitgang natuur en ecosystemen Zoektocht naar balans tussen natuur en landbouw Lucht- en waterkwaliteit staan onder druk Klimaatveranderingen leiden tot meer weerextremen Transitie naar hernieuwbare energie Warmtetransitie Schaarste van grondstoffen door toenemende vraag
42 43 43 43 44 47 48 51 51 52
240B
273B
274B
275B
276B
277B
278B
255B
256B
257B
258B
259B
260B
241B
279B
280B
281B
282B
283B
4 4.1 4.2 4.3
239B
261B
262B
263B
Leefbaarheid Groeiende druk op de ruimte Groeiende druk op voorzieningen Bereikbaarheid vanuit burgerperspectief
Het PON & Telos | Inhoudsopgave
18 19 19 22
284B
285B
286B
287B
7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9
Governance Vertrouwen in instanties is toegenomen Samenwerking in de regio is noodzakelijk Internationale samenwerking belangrijk Toename geopolitieke spanningen Schaarste van middelen bij lokale overheden Steeds meer schaarste aan menskracht Toenemende samenwerking tussen gemeente en inwoners Bestuurlijke weerbaarheid Dienstverlening gemeenten
54 55 56 57 57 58 59 60 60 61
8
Slotbeschouwing
62
242B
288B
289B
290B
291B
292B
293B
294B
295B
296B
243B
Het PON & Telos | Inhoudsopgave
1
Inleiding
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 willen de directie en
Het conceptuele model van Het PON & Telos van brede welvaart heeft als leidraad
0B
3B
burgemeesters uit het samenwerkingsverband in het ABG-gebied (bestaande uit
gediend voor de opbouw van de foto. (zie figuur 1).
de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen) een foto opstellen.
Deze opbouw aan de hand van thema’s biedt de drie gemeenten overzicht,
4B
Deze foto is onderdeel van het bredere overgangsdossier voor de nieuwe colleges en gemeenteraden. Deze foto geeft een beeld van de uitdagingen en kansen waar de drie gemeenten, individueel en als het hele gebied, de komende jaren mee te maken krijgen. De foto omvat een analyse van landelijke en lokale opgaven
samenhang en de mogelijkheid om beter te prioriteren en te sturen op de maatschappelijke effecten. Figuur 1. Brede Welvaartmodel Het PON & Telos
321B
gerelateerd aan de situatie, trends en ontwikkelingen in het gebied van de drie gemeenten. Ook de regionale samenwerkingsverbanden van de gemeenten komen hierin aan bod. En de specifieke internationale samenwerking van de gemeente Baarle-Nassau met België, vanwege de enclaves binnen Baarle-Nassau. Voorliggende foto wordt vanuit de ambtelijke organisatie aangeboden aan de nieuwe gemeenteraden als startdocument voor de nieuwe formatie. De ABGorganisatie heeft Het PON & Telos gevraagd om de foto op te stellen.
1.1
Opzet onderzoek
De drie samenwerkende gemeenten hebben voor deze rapportage het concept
1B
van Brede Welvaart omarmd. De beleidskeuzen die de komende jaren met nieuwe colleges gemaakt worden, hebben impact op de brede welvaart in het gebied. Vanuit dit perspectief heeft Het PON & Telos brede welvaartprofielen ontwikkeld
2B
voor Nederlandse gemeenten, regio’s en provincies. Hierin combineren we data met trends en ontwikkelingen. De brede welvaartprofielen geven op basis van twaalf brede welvaartthema’s 1 inzicht in de huidige brede welvaart van het gebied. 0F
1
De twaalf thema’s die daarvoor in kaart worden gebracht zijn Sociale samenhang, Mobiliteit, Veiligheid, Welbevinden, Wonen, Materiële welvaart, Arbeid en vrije tijd, Milieu en klimaat, Onderwijs, Gezondheid, Ecosystemen en biodiversiteit en Cultuur (zie figuur 1).
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
1
Het PON & Telos en brede welvaart
233B
Het geeft inzicht welke kansen zich voordoen voor synergie tussen thema’s, maar
8B
Waar welvaart zich meestal beperkt tot de mate waarin mensen in hun materiële
ook hoe de oplossing voor het ene vraagstuk mogelijk ten koste gaat van andere
behoeften kunnen voorzien, gaat brede welvaart over de kwaliteit van leven van
(afruilen). Het biedt de brede bril die nodig is om bewuste en scherpe keuzes te
mensen. In het hier en nu, maar ook met het oog op elders en later. Hier en nu
kunnen maken. Keuzes die duurzaam zijn en waarin aandacht is voor zowel
gaat over de korte termijn: hoe gaat het met de huidige inwoners van het ABG-
economische als ecologische en sociale waarden.
5B
gebied, hoe is de brede welvaart verdeeld over de kernen en over groepen mensen, en wat zijn de ontwikkelingen de komende jaren? De dimensie ‘later’ gaat over het oog hebben voor de toekomst: wat betekenen keuzes die nu worden
Brede welvaart in de beleidspraktijk
235B
Het PON & Telos legt in projecten vrijwel altijd de link met brede welvaart. Immers,
9B
gemaakt voor de generaties die na ons komen? Elders gaat over solidariteit naar
in ons werk is een centrale plek ingericht voor de mens. We vinden het
anderen. Hoe zorg je ervoor dat de ontwikkelingen in het ABG-gebied niet ten
vanzelfsprekend om bij keuzen die door beslissers gemaakt worden, ideeën en
koste gaan, of juist bijdragen, aan de brede welvaart in omliggende gemeenten in
ervaringen van betrokkenen, het mensperspectief, mee te nemen. Daarbij vragen
de regio, of plekken elders in het land en buiten Nederland.
we aandacht voor de relatie tussen systeem- en leefwereld en de wijze waarop individuen invloed kunnen uitoefenen op hun eigen leven en leefomgeving.
De kwaliteit van leven wordt beïnvloed en/of ondersteund door de kwaliteit van
6B
de (sociale en fysieke) leefomgeving. Het welzijn van de mens in zijn of haar natuurlijke omgeving staat bij brede welvaart centraal. Dat sluit aan bij de al langer bestaande ideeën over duurzame ontwikkeling en biedt houvast voor samenlevingsontwikkeling.
1.2
Leeswijzer
We hebben het onderzoek opgebouwd aan de hand van demografische, sociale,
10B
ruimtelijke, economische en bestuurlijke ontwikkelingen. De verschillende 234B
Aandacht voor verschillen
Omdat de brede welvaart vaak ongelijk verdeeld is in sociale en geografische zin,
7B
proberen we ook altijd aandacht te houden voor specifieke groepen en gebieden. Welke groepen in de samenleving blijven achter als het gaat om kwaliteit van leven, en welke gebieden blijven achter als het gaat om de kwaliteit van de leefomgeving? Het denken in termen van brede welvaart zorgt ervoor het goede gesprek te voeren, waarin we alle aspecten die het leven de moeite waard maken meewegen.
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
thema’s van brede welvaart komen aan de orde door eerst in te gaan op landelijke of regionale trends, vervolgens in te gaan op de oorzaken en gevolgen daarvan en tenslotte in te zoomen op de situatie in het ABG-gebied en de verschillende gemeenten. De beschreven trends komen voort uit diverse onderzoeken, nota’s en toekomstverkenningen. De bronnen zijn steeds in de voetnoot weergegeven. Daarnaast gaan we op basis van gesprekken in op de regionale en internationale
11B
samenwerkingsverbanden waarin de gemeenten in het ABG-gebied actief participeren.
2
2
Demografische trends en ontwikkelingen
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
3
2.1
Bevolkingsgroei door migratie
In Nederland groeit de bevolking nog steeds. Het aantal inwoners, dat eind 2025
bevolkingsprognoses verschijnen. Vooralsnog verwacht de provincie Brabant nog
18,1 miljoen inwoners bedraagt, zal volgens prognoses toenemen tot circa 19
tot na 2050 een positief migratiesaldo. 3
12B
miljoen in 2037. De bevolking groeit vooral door migratie en een stijgende levensverwachting. 2
2F
De groei is niet overal in Brabant gelijk en zal op termijn weer afnemen, wanneer
14B
1F
de omvangrijke generatie babyboomers, uit de twintig jaar na de Tweede Wereld
Het migratiesaldo in Nederland is moeilijk te voorspellen omdat de in- en
oorlog komt te overlijden. Dit kan ertoe leiden dat sommige gemeenten, met
uitstroom van internationale medewerkers (arbeidsmigranten en expats) en
name in het landelijk gebied, al vanaf 2030 naar verwachting met bevolkingskrimp
vluchtelingen sterk afhankelijk is van internationale economische en geopolitieke
te maken krijgen, zie figuur 1.3
13B
factoren. Daarnaast zijn de migratiecijfers vaak incompleet vanwege de beperkte registratie van sommige groepen migranten. Vandaar dat er steeds nieuwe Figuur 1 Prognose gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei (of krimp) in de Brabantse gemeenten Brabant prognose (2023)
2 3
In de periode tot 2030 wordt in Baarle-Nassau en Alphen-Chaam nog sterke groei
15B
verwacht. In Baarle-Nassau slaat de groei in de periode 2030-2040 naar verwachting om naar bevolkingskrimp. In Alphen-Chaam wordt vanaf 2040 ook lichte krimp verwacht, terwijl in Gilze en Rijen ook in de periode 2040-2050 sprake is van stagnatie van de bevolking of lichte groei.3
CBS (2025) Kernprognose 2025–2070 Provincie Brabant (2023) De bevolkings- en woningbehoefteprognoses Noord-Brabant
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
4
2.2
Dubbele vergrijzing
In Nederland is de komende jaren sprake van een dubbele vergrijzing; het aandeel
16B
ouderen neemt toe en door de toegenomen levensverwachting worden mensen ook ouder. De economische en maatschappelijke impact van de dubbele vergrijzing is groot. Zo stijgt de druk op de sociale zekerheid, komt er meer druk op de arbeidsmarkt, stijgen de zorgkosten en de behoefte aan zorg, stijgt de vraag naar mantelzorgers en vrijwilligers en is er behoefte aan andere type voorzieningen en vormen van wonen met zorg. 4 3F
In 2026 is 24,8% van de inwoners in het ABG-gebied 65 jaar of ouder. In 2040 zal dit
17B
29,5% zijn. Het percentage 80-plussers zal van 6,1% in 2026 doorgroeien naar 9,7% in 2040. 5 Hiermee is de vergrijzing sterker dan de vergrijzing gemiddeld in Brabant. 4F
Wel zal de groep fitte pensionado’s naar verwachting stijgen. 6 In figuur 2 is de 5F
leeftijdsverdeling voor de drie gemeenten weergegeven.
4 5 6
Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 (2024) Gematigde groei Provincie Brabant (2023) De bevolkings- en woningbehoefteprognoses Noord-Brabant De Argumentenfabriek (2025) Denktank Nederland 2040: een toekomstbeeld
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
2
Figuur 2 Leeftijdsverdeling ABG-gebied in 2026 en 2040 Brabant prognose (2023) 2026
2040
Baarle-Nassau
Alphen-Chaam
Gilze en Rijen
95+
95+
90-94 jaar
90-94 jaar
85-89 jaar
85-89 jaar
80-84 jaar
80-84 jaar
75-79 jaar
75-79 jaar
70-74 jaar
70-74 jaar
65-69 jaar
65-69 jaar
60-64 jaar
60-64 jaar
55-59 jaar
55-59 jaar
50-54 jaar
50-54 jaar
45-49 jaar
45-49 jaar
40-44 jaar
40-44 jaar
35-39 jaar
35-39 jaar
30-34 jaar
30-34 jaar
25-29 jaar
25-29 jaar
20-24 jaar
20-24 jaar
15-19 jaar
15-19 jaar
15-19 jaar
10-14 jaar
10-14 jaar
10-14 jaar
5- 9 jaar
5- 9 jaar
5- 9 jaar
0- 4 jaar
0- 4 jaar 8
6
4
2
0
2
4
6
8
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
95+ 90-94 jaar 85-89 jaar 80-84 jaar 75-79 jaar 70-74 jaar 65-69 jaar 60-64 jaar 55-59 jaar 50-54 jaar 45-49 jaar 40-44 jaar 35-39 jaar 30-34 jaar 25-29 jaar 20-24 jaar
0- 4 jaar 8
6
4
2
0
2
4
6
8
8
6
4
2
0
2
4
3
6
8
2.3
Toename kleine huishoudens
Ook de samenstelling van de bevolking verandert. Huishoudens worden kleiner
18B
en met name het aantal eenpersoonshuishoudens neemt sterk toe. Dit komt deels door de vergrijzing. Daarnaast zijn er meer scheidingen en is en is de sociale acceptatie van alleen wonen de laatste jaren sterk toegenomen. Kleinere huishoudens hebben zowel impact op het benodigde aantal woningen, de woonvoorkeuren en de toename van eenzaamheid. Gevolg daarvan is een stijgende vraag naar meer en andere type woningen, zoals
19B
kleinere, flexibele en collectieve woonvormen. Daarnaast is betaalbaarheid een belangrijk issue; bij eenpersoonshuishoudens is immers slechts één inkomen beschikbaar. Waar Nederlandse huishoudens gemiddeld steeds kleiner worden, bestaan huishoudens van statushouders vaker uit grotere gezinnen of groeien zij door gezinshereniging. Deze groep heeft juist behoefte aan grotere woningen. In Brabant is de verwachting dat het totaal aantal huishoudens groeit met
20B
ongeveer 10%. Kijken we naar het ABG-gebied dan zien we dat de verwachting is dat het aantal huishoudens tot 2040 in gemeente Baarle-Nassau daalt met 1.6%, in gemeente Alphen-Chaam stijgt het aantal huishoudens met 3.4%, en in Gilze en Rijen met 6.2%. 7 Het aantal eenpersoonshuishoudens in Baarle-Nassau zou in 6F
2040 het hoogste zijn met 36% in plaats van 27% in 2010, zie figuur 3.
7
PBL/CBS (2022) Regionale Bevolkings-huishoudensprognoses 2022-2050
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
4
Figuur 3 Verandering in huishoudensamenstelling met totaal aantal huishoudens CBS (2025) Alphen-Chaam
Baarle-Nassau
Gilze en Rijen
2010
2010
2010
4%
7%
Samenwonenden: met kinderen
6% 25%
zonder kinderen Eenpersoonshuishouden
34%
27%
Totaal
4.435
Eenouderhuishouden
29%
Totaal
3.195
35%
2040
7% Totaal
Totaal
38%
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
36%
7%
24%
28%
+3,5%
11.695 34%
2040
5%
4.595
Totaal
38%
2040
29%
30%
31%
3.155 -1,3%
29%
Totaal
30%
12.420 +6,2%
33%
34%
5
3
Samenleven
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
6
3.1
Levensverwachting stijgt, maar ook toename aantal chronisch zieken
De levensverwachting neemt toe en dit gaat ook gepaard met een langere
21B
levensduur in goede ervaren gezondheid. Dat betekent dat de jaren die mensen langer leven ook nog eens gezond ervaren jaren zijn. Ondanks de toename in gezonde levensjaren blijft het verschil tussen de gezonde levensverwachting en levensverwachting 15 tot 20 jaar. Een hogere gezonde levensverwachting stelt inwoners in staat om tot op hoge
22B
leeftijd aan de maatschappij te blijven bijdragen, vrijwilligerswerk te doen en mantelzorg te verlenen.
lichamelijke beperkingen tot een leeftijd van 72,4. Alphen-Chaam zit boven het gemiddelde, waar inwoners hun gezondheid minder goed ervaren op een leeftijd van 70,3 en lichamelijke beperkingen krijgen op een leeftijd van 74,5. Voor BaarleNassau leven inwoners 65,4 jaar in goed ervaren gezondheid en 72,2 jaar zonder lichamelijke beperkingen. 10 9F
Een gezonde levensverwachting is afhankelijk van verschillende factoren zoals
25B
persoonlijke eigenschappen (leeftijd, geslacht, erfelijkheid e.d.), leefstijl, sociale netwerken en de omgeving waarin we leven.8 De gezonde levensverwachting is dan ook niet voor iedereen gelijk en verschilt tussen groepen. Zo zien we in Nederland steeds grotere gezondheidsverschillen tussen groepen met hoge en lage inkomens en tussen praktijkgericht en theoretisch opgeleide groepen
De levensverwachting is in Nederland met 81,7 jaar hoog te noemen. Dit is 1,1 jaar
mensen. 11 10F
23B
boven het EU-gemiddelde. 8 De levensverwachting van inwoners van het ABG7F
gebied komen overeen met het gemiddelde van Nederland. Iedereen die in 2019 is geboren in Baarle-Nassau behaalt gemiddeld een leeftijd van 81,4. Alphen-Chaam en Gilze en Rijen zitten net boven het gemiddelde met een leeftijd van 81,8 en 81,9. 9 Met het stijgen van de levensverwachting zal ook de leeftijd waarop ouderen 8F
zodanig beperkt worden dat ze zorg nodig hebben, toenemen. Een gezonde levensverwachting is het aantal jaar dat inwoners leven in goed
Ondanks de toename in levensverwachting stijgt ook het aantal inwoners met
26B
chronische aandoeningen. Door de vergrijzing zijn er meer inwoners met ouderdomsziekten (o.a. artrose, dementie, gevolgen van valincidenten) en steeds meer mensen hebben meerdere ziektes tegelijkertijd. In Alphen-Chaam heeft 31,9% van de inwoners een of meer langdurige aandoeningen. Voor Baarle-Nassau is dat 34,8% en voor Gilze en Rijen is dat 35,4%. In het ABG-gebied als geheel heeft een derde van de bewoners te maken met chronische ziekten. Dit betreft vooral
24B
ervaren gezondheid en zonder lichamelijke beperkingen. In Nederland leven inwoners gemiddeld 66,9 jaar in goed ervaren gezondheid en 71,4 jaar zonder lichamelijke beperkingen. In Gilze en Rijen komt het gemiddelde van goed ervaren gezondheid exact overeen met het landelijk gemiddelde en leven inwoners zonder
8 9 10 11 12
ouderen. Vooral de groep inwoners (met name ouderen) met drie of meer aandoeningen stijgt hard. 12 Daarnaast stijgt het aantal dementerenden in 11F
Nederland ook hard. In 2023 is 2,0% van de inwoners van Alphen-Chaam dementerend. Voor Baarle-Nassau en Gilze en Rijen is dat 2,4% respectievelijk
RIVM (2024) Kiezen voor een gezonde toekomst: Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 RIVM (2022) Levensverwachting op de leeftijd 0 en 65 jaar, 1996-2022 RIVM (2022) Gezonde levensverwachting; regio, 2017-2020 Volksgezondheid informatie (2025) Gezonde levensverwachting. Volksgezondheid informatie (2024) Chronische aandoeningen en Multi morbiditeit
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
7
2,0% van de inwoners. Voor alle drie de gemeenten zal naar verwachting dit aantal
20,5%. Het aantal inwoners dat zich sterk eenzaam voelt is ook gestegen. In
verdubbelen in 2050. 13
Baarle-Nassau en Gilze en Rijen is het van 7,5% in 2012 naar 12,6% in 2024
12F
gestegen. In Alphen-Chaam zijn er iets minder mensen die zich eenzaam voelen.
3.2
Mentale gezondheid staat onder druk
De mentale gezondheid van mensen in Nederland staat onder druk. 14 Het aantal
27B
13F
mensen met stress, burn-out- en prestatie gerelateerde klachten neemt toe. Vier op de tien inwoners hebben last van angst- of depressiegevoelens en een op de
Daar is een stijging van 5,8% naar 10,2% te zien. In het ABG-gebied neemt de eenzaamheid bij inwoners dus toe en inwoners in het ABG-gebied ervaren minder last van stressgevoelens dan gemiddeld in Nederland. Ongeveer 43% van de inwoners van het ABG-gebied ervaart angst of depressie gevoelens. Er zijn ook aspecten die juist een positieve invloed hebben op de mentale
30B
vier volwassenen heeft een psychische aandoening. Ook het aantal jongeren met deze klachten stijgt sterk, vooral als gevolg van sociale media en maatschappelijke
gezondheid, zoals sociale cohesie in de buurt, het actief onderdeel zijn van de samenleving en een goede relatie met vrienden/familie of mensen in de buurt. 16 15F
onzekerheid. Dit terwijl de wachttijden voor basis en specialistische GGZ zorg toenemen. Voor basis zorg is de gemiddelde wachttijd 14 weken terwijl deze voor specialistische zorg 20 weken is. Daarnaast is de verwachting dat de mentale gezondheid onder ouderen in de
28B
toekomst minder goed zal zijn. De verwachting is namelijk dat zaken die een negatieve invloed hebben op de mentale gezondheid, zoals eenzaamheid, het verlenen van mantelzorg en financiële bestaansonzekerheid in de toekomst vaker
Inwoners uit het ABG-gebied geven de sociale cohesie een rapportcijfer van 6.4. Dit rapportcijfers is voor de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau samen met inwoners uit Breda en voor Gilze-Rijen is dit samen met inwoners uit Waalwijk, Dongen en Loon op Zand. Daarnaast heeft 70.4% van inwoners minstens 1 keer per week contact met vrienden of familie.
3.3
voor gaan komen. 15
Leefstijl steeds meer onder de aandacht
14F
Een gezonde leefstijl draagt in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid. De
31B
Zo is het aantal mensen dat een hoge mate van stress ervaart in Alphen-Chaam en
helft van het aantal chronisch zieken in Nederland is het gevolg van een
Baarle-Nassau gestegen, van 12,0% in 2020 tot 16,0% in 2024. Het percentage
ongezonde leefstijl, zoals ongezonde voeding, weinig bewegen en gebruik van
inwoners dat stress ervaart in de gemeente Gilze en Rijen ligt iets hoger 18,2%
drugs, alcohol of roken. Er zijn veel prikkels en verleidingen die ongezonde keuzes
(15.3% in 2020). Alle drie de gemeenten zitten onder het landelijk gemiddelde van
maken in de hand werken. 17 Uit onderzoek blijkt dat inwoners zelf niet in staat zijn
29B
13 14 15 16 17
16F
Alzheimer Nederland (2023). Mensen met dementie per gemeente. RIVM (2024) Kiezen voor een gezonde toekomst: Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 RIVM (2024) Gezonde generaties 2050 Het PON & Telos (2025) Brabantse monitor brede welvaart 2024 Trimbos instituut (2024) Experts roepen op urgentie voor ambitieus preventiebeleid
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
8
om zoveel verleidingen te weerstaan. Het verminderen van verleidingen als de
Cijfers laten zien dat minder dan de helft van de Nederlanders voldoet aan de
34B
aanwezigheid en verkoop van ziekmakende diensten en producten in de
Richtlijn goede voeding en de Beweegrichtlijn. Ook in het ABG-gebied voldoet
leefomgeving, is dan ook een krachtig preventiemiddel. Denk hierbij aan de
maar 44% van de inwoners aan de Beweegrichtlijnen. Obesitas en suikerziekte zijn
beschikbaarheid van snackbars, fastfood, vapes en alcohol, en fastfood in de
explosief gegroeid als gevolg van steeds meer ongezond eten en beweegarmoede
nabije omgeving van bijvoorbeeld scholen. In de gemeente Gilze en Rijen zijn 21
en zullen naar verwachting de komende 25 jaar nog sterk toenemen. In Gilze en
ongezonde voedingslocaties (zoals pannenkoekenrestaurants, fastfood of
Rijen hebben 18,4% van de inwoners ernstig overgewicht of obesitas. In Baarle-
grillrooms). Ongeveer de helft hiervan zijn fastfood restaurants. Alphen-Chaam en
Nassau en Alphen-Chaam is dit iets lager met 17,3% respectievelijk 15,0%.
Baarle-Nassau hebben er minder met respectievelijk 10 en 6 locaties.
Overgewicht neemt het sterkst toe bij de jongere generaties en begint ook op steeds jongere leeftijd. Jongeren zijn ook minder gaan bewegen en sporten. 19 Het 18F
De Nederlandse overheid, zorgverzekeraars en gemeenten zetten steeds meer in
32B
op gezondheidspreventie. Zo zijn er naast het nationaal preventieakkoord diverse vitaliteitsprogramma’s (zoals jongeren op gezond gewicht; JOGG-aanpak) en gemeentelijke initiatieven voor gezonde wijken en scholen. Hierin is niet alleen
aantal rokers daalt, maar blijft vooral onder jongeren hoog, mede door het vapen, In 2020 rookte 19,5% inwoners in het ABG-gebied. In 2024 is dit 14,0%. Het nieuwe bestuur staat voor de uitdagende opgave om een integrale
35B
meer aandacht voor een gezonde leefstijl ook de mentale aspecten van
uitvoeringsagenda voor gezondheid in 2027 en 2028 vast te stellen. Cruciaal
gezondheid worden steeds meer herkend en belicht. Hiernaast is in
onderdeel hiervan is de financiële transitie, aangezien de landelijke GALA-
zorgakkoorden (als GALA/IZA en AZWA) een beweging in gang gezet: ‘van zorg en
financiering na 2026 stopt en vervangen wordt door middelen vanuit het
ziekte naar gezondheid en preventie en welzijn’.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord(AZWA). Omvang en verdeling van deze
In de landelijke nota gezondheidsbeleid 2025-2028 staan een aantal prioriteiten
33B
voorop, zoals het versterken van de vaccinatiegraad, mentale veerkracht versterken en het tegengaan van overgewicht. Op basis van de nota gaan gemeenten, GGD-en, regionale en lokale partners aan de slag om gemeentelijk
middelen zijn nog niet bekend. De verwachting is dat deze niet toereikend zullen zijn voor alle preventieve taken van de gemeente. Dit vereist vanaf 2027 scherpe politieke keuzes over welke preventieve programma’s voortaan met eigen gemeentelijke middelen bekostigd gaan worden en structureel verankerd worden in de gemeentelijke begroting. 20 Het Hoofdlijnen Akkoord Ouderen is verbonden 19F
gezondheidsbeleid verder uit te werken en vast te stellen. De Wet publieke gezondheid (Wpg) schrijft voor dat gemeenten dit binnen 2 jaar na het uitkomen
aan de AZWA.
van de landelijke nota moeten doen. 18 17F
18
Rijksoverheid (2025) Langer leven in goede gezondheid RIVM (2024) Kiezen voor een gezonde toekomst: Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 20 Rijksoverheid (2025) Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) 19
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
9
3.4
Druk op de gezondheidszorg neemt toe, inzet gemeenschapskracht steeds belangrijker
medebewoners. 23 Sociale cohesie in de buurt is dan ook essentieel voor het 22F
realiseren van zorgzame buurten. Tegelijkertijd zal het aantal mensen dat mantelzorg nodig heeft als gevolg van
38B
De vraag naar zorg en daarmee ook de zorgkosten nemen vanwege de dubbele
personeelstekorten, het langer zelfstandig wonen en de vergrijzing, flink stijgen
vergrijzing en de technologische ontwikkelingen naar verwachting alleen maar toe
ten opzichte van het aantal mensen dat die zorg kan geven. De knelpunten die
de komende jaren. Deze toename geeft een hogere druk op zorgorganisaties
daardoor ontstaan worden versterkt doordat mensen vaker mantelzorg of
(zoals huisartsen, ziekenhuizen, thuiszorg, intramurale zorg, psychische zorg),
vrijwilligerswerk moeten combineren met werk. 24 Sinds 2012 is in het ABG-gebied
terwijl in verschillende zorgfuncties nu al sprake is van personeelstekorten.
het aantal mensen die mantelzorg verlenen gestegen van 13,3% naar 15,6% in
Ongeveer 44% van de zorgmedewerkers ervaart nu de werkdruk al als te hoog.
2024. Het aantal inwoners dat vrijwilligerswerk doet is in alle gemeentes gedaald.
36B
Mensen met een lichte, en in toenemende mate ook met een zwaardere
37B
zorgvraag, zullen zelfstandig (moeten) blijven wonen en niet meer naar een
23F
In Gilze en Rijen is de grootse daling te zien van 31,7% in 2016 naar 23,9% in 2024. In Alphen-Chaam en Baarle-Nassau is het percentage in 8 jaar gedaald met 4,6% respectievelijk 6%. 25 24F
verpleeghuis gaan. In het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg wordt meer ingezet op het stimuleren van veerkracht bij ouderen en het versterken van zorgzame
Een langetermijnvisie op participatie vraagt om scherpe keuzes omdat investeren
39B
buurten. Gemeenten zijn hierbij ook aan zet en kunnen een goede
in de ene vorm van maatschappelijke participatie ten koste kan gaan van de
basisinfrastructuur ter bevordering van de kwaliteit van leven in de buurt
andere. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van arbeidsparticipatie. Wie betaald
realiseren. Denk hierbij aan een buurtcentrum, multifunctionele accommodatie
werkt heeft immers minder tijd voor mantelzorg, vrijwilligerswerk of zorg voor de
(MFA), een gezondheidscentrum en bibliotheek. Maar ook aan de inzet van
kinderen.
21
20F
22
21F
buurtzorg, dorpsondersteuners en zorgcoöperaties die allerlei zorg- en welzijnstaken op zich nemen. Voor de basisinfrastructuur zijn niet alleen gemeenten aan zet, maar zijn gemeenschapskracht en vrijwilligers noodzakelijk.
3.5
Uit de Brabantse Monitor Brede Welvaart blijkt dat mensen zich vaker gezamenlijk inzetten voor de verbetering van hun fysieke en sociale leefomgeving als mensen zich meer betrokken voelen bij hun buurt, de lokale gemeenschap en hun
Hervorming van de jeugdhulp vraagt om scherpe keuzes
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. De taken van
40B
de gemeente staan omschreven in de jeugdwet. Belangrijk uitgangspunt van de Jeugdwet is gebruik te maken van de eigen kracht van jongeren, ouders en hun
21 22 23 24 25
Ministerie van VWS (2025) Samen voor kwaliteit van bestaan: Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg 2025-2028 De Argumentenfabriek (2025) Denktank Nederland 2040: een toekomstbeeld Het PON & Telos (2025) Brabantse monitor brede welvaart 2024 RIVM (2021) Werkende mantelzorgers van ouderen RIVM (2025) Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
10
sociale netwerk. Doel van de jeugdwet is dat jongeren de regie blijven houden over
omgevingsbewustzijn. Deze aspecten dragen bij aan de kwaliteit van leven en
hun leven en samen met hun eigen omgeving en professionele hulpverleners naar
samenleven. Om deze functies te kunnen vervullen, moet onderwijs breed
oplossingen zoeken. 26 Om de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te
toegankelijk zijn en aansluiten op maatschappelijke behoeften.
25F
maken is een omvangrijk pakket afspraken vastgelegd in de landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. 27 Daarnaast is per 1 januari 2026 de
De kwaliteit van het onderwijs in Nederland is al ruime tijd aan het dalen. De
43B
26F
jeugdwet aangepast. Deze wetswijziging heeft vooral gevolgen voor de manier waarop gemeenten hun werk organiseren, zoals meer samenwerking tussen gemeenten bij de inkoop van specialistische zorg voor kinderen en gezinnen.26
onderwijsinspectie constateert als toezichthouder op het onderwijs dat de kwaliteit van het basis- en voortgezet onderwijs in bijna 20% van de scholen onvoldoende is. 29 Er is met name een achteruitgang te zien in basisvaardigheden 28F
Tenslotte zal de reikwijdte van de jeugdzorg verder worden begrensd. 28
als lezen en rekenen. Het tekort aan leraren en de naweeën van de
Het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) is een wettelijk verplichte
groot, dit versterkt de onderwijsongelijkheid in Nederland.
2 7F
41B
samenwerking tussen gemeenten en samenwerkingsverbanden passend onderwijs (primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo). Doel van het OOGO is om jeugdhulp en ondersteuning op school met elkaar te verbinden, zodat kinderen die extra zorg nodig hebben, een dekkend en samenhangend aanbod krijgen. De gemeente is verplicht het jeugdplan af stemmen met het OOGO en voert dit uit in de Lokale Educatieve Agenda.
3.6
Kwaliteit van het onderwijs gaat achteruit
coronapandemie dragen hier sterk aan bij. De verschillen tussen scholen zijn
De inspectie kijkt naast vaardigheden als rekenen en taal ook naar
44B
burgerschapsonderwijs. Huidige ontwikkelingen in de samenleving zoals polarisatie, intolerantie, verharding en verdiepende sociale scheidslijnen vragen om ander competenties. Scholen moeten ervoor zorgen dat kinderen en jongeren sociale en maatschappelijke competenties ontwikkelen die nodig zijn om met deze ontwikkelingen om te gaan. Veel scholen hebben hier echter moeite mee. Voor het ABG-gebied zijn vooral de kwaliteit van het onderwijs op basisscholen
45B
van belang. Van de jongeren tussen de 12 en 23 jaar verlaat in 2023 gemiddeld
Onderwijs bevordert gelijke kansen, zorgt voor ontplooiing en draagt bij aan het
1,7% voortijdig het onderwijs zonder een startkwalificatie te halen, in 2014 was dit
ontwikkelen van kennis en vaardigheden. Het creëert betere kansen op de
1,0%. Het aantal inwoners zonder startkwalificatie neemt af. Het aantal mensen in
arbeidsmarkt en bevordert daarmee bestaanszekerheid van mensen. Naast een
de gemeente die geen startkwalificatie hebben behaald is voor Alphen-Chaam
educatieve taak, heeft onderwijs ook veel secundaire effecten. Denk aan een
gedaald van 26,6% in 2014 naar 21,1% in 2022. Voor Gilze en Rijen is dit aandeel
42B
positieve bijdrage aan sociale interactie en het bevorderen van
26
Rijksoverheid (2024) Jeugdhulp bij gemeenten Rijksoverheid (2023) Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 28 https://www.internetconsultatie.nl/reikwijdtejeugdwet/b1 29 Inspectie van het onderwijs (2025) De staat van het onderwijs 2025 -kwaliteit van het onderwijs 27
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
11
gedaald van 30,2% naar 26,7% en voor Baarle-Nassau is het gelijk gebleven met
toenemen. Op dit moment zijn de wachtlijsten lang, bijna een kwart van de ouders
23,5% sinds 2014.
moest in 2023 meer dan 3 maanden wachten. 33 De lange wachtlijsten hebben 3 2F
meerdere oorzaken, een van de belangrijkste is personeelstekorten en een
3.7
Toenemende vraag naar kinderopvang
Gemeenten hebben een wettelijke regierol en handhavingsplicht op basis van de
46B
Wet kinderopvang. Zij moeten zorgen voor de registratie van opvanglocaties in het Landelijke Register Kinderopvang en toezien op de kwaliteit en veiligheid van
stijgende vraag. Daarnaast zijn er strengere eisen (zoals de verhouding medewerkers en kinderen) waardoor er meer medewerkers per groep nodig zijn, wat de druk op personeel vergroot. 34 33F
In Baarle-Nassau maken momenteel al veel kinderen gebruik van de
49B
kinderopvanglocaties en gastouders door de GGD. Ook zijn gemeenten verplicht
kinderopvang in België. Deze is goedkoper en meer afgestemd op de wensen van
om kinderopvang met Voorschoolse Educatie (VVE) aan te bieden aan peuters met
ouders, zoals het verschil tussen betalen voor werkelijke uren of betalen voor een
een risico op een ontwikkelingsachterstand om gelijke kansen te bevorderen. In
vast aantal uren per dag. Daarom is waarschijnlijk de gemiddelde uurprijs voor
het kader van inburgering wordt kinderopvang gezien als een cruciale
kinderopvang in Baarle-Nassau het laagst in Nederland met € 6,90 per uur. 35 In
randvoorwaarde, maar de gemeente is hiertoe niet verplicht.
Alphen-Chaam betaal je € 9,33 per uur en in Gilze en Rijen € 9,00 per uur. De
34F
Kinderopvang maakt het mogelijk dat ouders, met name moeders, (meer uren)
47B
kunnen werken. Het ondersteunt ouders bij de combinatie van zorg en werk. 30 29F
Kinderopvang kan ook bijdragen aan de cognitieve en sociale ontwikkeling van kinderen. Professionele pedagogisch medewerkers bieden spel, begeleiding en interactie waardoor kinderen vaardigheden leren zoals taal, samenwerken en zelfstandigheid. 31
buitenschoolse opvang is in het ABG-gebied wat duurder in vergelijking met de rest van Nederland. Baarle-Nassau heeft binnen het ABG-gebied de laagste uurprijs, namelijk € 7,97. In Gilze en Rijen betaal je € 8,10 per uur en in AlphenChaam is de buitenschoolse opvang iets duurder met € 8,87 per uur.
3.8
30F
De vraag naar kinderopvang stijgt doordat meer ouders willen of moeten
48B
Invloed technologische ontwikkeling op sociale cohesie
Digitalisering vervlecht onze levens steeds vaker, dat biedt kansen voor
50B
werken. 32 In 2023 maakten 72% van de 0- tot en met 3-jarigen in Nederland 3 1F
verbondenheid, maar versterkt ook ongelijkheid en individualisering. 36 We zijn 35F
gebruik van kinderopvang, terwijl dit in 2013 maar 43% was. Landelijke prognoses laten zien dat de vraag naar kinderopvang de komende jaren nog meer zal 30 31 32 33 34 35 36
digitaal meer verbonden dan ooit, maar dat vertaalt zich niet automatisch in
SCP (2023) Ouders en kinderopvang: perspectieven op ‘zinvolle’ participatie Universiteit Utrecht (2023) Effecten van kinderopvang op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen SCP (2023) Ouders en kinderopvang: perspectieven op ‘zinvolle’ participatie Ministerie van SZW (2025) Wachttijdenonderzoek kinderopvang. Kinderopvangraad (2024) Kinderopvang: een springplank naar een betere toekomst Nationalevacaturebank.nl (2025) Kinderopvangonderzoek SCP (2025) Digitaal vervlochten, maar ook verbonden?
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
12
sterkere sociale verbanden. Zo zijn sociale media, AI-tools en digitale diensten steeds normaler in werk, onderwijs, sociale contacten en dienstverlening.
Daarnaast zijn digitale contacten vaak vluchtiger, minder verplichtend, wat kan
53B
leiden tot minder onderlinge verantwoordelijkheid en uiteindelijk ook een lagere bereidheid om bij te dragen aan het collectief. 37 Algoritmes zorgen ervoor dat je 36F
Inwoners verbinden zich vaker digitaal en flexibeler en minder via traditionele,
51B
fysieke gemeenschappen (in de buurt of in een vereniging). Dit biedt nieuwe kansen voor sociale interactie, maar kan ook leiden tot sociale afstand en polarisatie. In het verleden waren relaties sterk gekoppeld aan plaats en instituties zoals de buurt, kerk, sportclub en school. Hierdoor kwam je automatisch in contact met mensen die anders waren (leeftijd, opleiding, politieke voorkeur).
vooral gelijkgestemden ziet, waardoor je nog meer in je eigen mening wordt ondersteund en minder vaak met andere perspectieven in aanraking komt. Digitale platforms kunnen verharding van meningen versterken. Als laatste spreekt het SCP over minder sociale remmen in de digitale verbondenheid. Technologische ontwikkelingen hebben ook positieve gevolgen. Het biedt nieuwe
54B
Relaties waren vaak duurzamer en langduriger. Nu zijn netwerken vaker keuze
vormen van verbondenheid en samenwerking via digitale netwerken en
gedreven, je kiest zelf wie je volgt of spreekt. Dit past bij de bredere trend van
efficiëntere communicatie, dienstverlening en participatie (ook met overheid en
individualisering. Inwoners ervaren vaak meer vrijheid en regie over hun sociale
bedrijven).
leven. Dit kan echter ook leiden tot een afname van de sociale cohesie in de buurt. Je ontmoet namelijk minder makkelijk mensen die je niet zelf uitkiest en gaat
3.9
daarmee bepaalde verschillen en conflicten uit de weg. Zogenoemde bruggen tussen sociale groepen worden hiermee minder makkelijk gemaakt. Als ongelijkheden groter worden en mensen minder echte, fysieke sociale banden
Toenemende verschillen tussen mensen en kansenongelijkheid
Nederland wordt gekenmerkt door talloze scheidslijnen: tussen arm en rijk, tussen
55B
hebben, kan dat de samenhang in de samenleving ondermijnen.
gezond en ongezond, tussen klassen, wijken, scholen en opleidingsniveaus. 38
In het ABG-gebied is dezelfde daling in sociale contacten te zien. In 2012 had
gezondheid en netwerken. Naast opleiding, beroep, inkomen en financieel
75.3% van de inwoners van de drie gemeenten minstens een keer per week
vermogen (economisch kapitaal) hangt iemands positie in de maatschappij ook af
contact met vrienden of familie. In 2024 is dit gedaald naar 70,6%. Dit is iets lager
van ‘wie je kent’ (sociaal kapitaal), ‘waar je bij past’ (cultureel kapitaal) en ‘wie je
dan het landelijk gemiddelde van 72,0%. Daarnaast geeft 81,5% van de inwoners
bent’ (persoonskapitaal: gezondheid en aantrekkelijkheid). Uit onderzoek van het
aan tevreden te zijn met hun sociale leven. Dit is iets hoger dan het Nederlandse
SCP blijkt dat één op de zes Nederlanders (16,3%) achterstanden heeft op deze
gemiddelde van 79,8%.
vier terreinen. 39
52B
37 38 39
3 7F
Ongelijkheid is breder dan alleen inkomen, maar gaat ook om opleiding, cultuur,
3 8F
SCP (2025) Digitaal vervlochten, maar ook verbonden? De Argumentenfabriek (2025) Denktank Nederland 2040: een toekomstbeeld SCP (2023) Aanzienlijke verschillen tussen sociale klassen in Nederland
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
13
Onderzoek laat zien dat de kloof tussen groepen inwoners die wel en niet
56B
meekomen groter wordt. Er zijn mensen die het tempo van de snel veranderende samenleving kunnen bijbenen en profiteren van nieuwe mogelijkheden om de kwaliteit van hun eigen leven te verbeteren. Maar er zijn ook mensen die niet meekomen en die het gevoel hebben steeds minder grip te hebben op hun eigen leven. 40
3.10 De samenleving individualiseert De samenleving individualiseert steeds meer in Nederland, waarbij inwoners als
59B
afzonderlijke individuen functioneren in plaats van als leden van hechte sociale groepen of gemeenschappen. Individualisering betekent vaak dat mensen meer (keuze)vrijheid hebben, maar het kan ook leiden tot een grotere afstand tot andere mensen, minder spontane sociale contacten, en een gevoel van
39F
Uit de Brabantse monitor Brede Welvaart blijkt dat inwoners die minder grip
isolement. 42 Het vertrouwen in andere mensen nam de afgelopen 10 jaar gestaag 41F
57B
ervaren in het leven, vaak ook minder tevreden zijn met hun kwaliteit van leven. Mensen die te maken hebben met (mentale) gezondheidsproblemen, armoede of moeite hebben met rondkomen, zijn vaker sociaal uitgesloten en voelen zich vaker (sterk) eenzaam. Zo voelt 23% van de mensen met een (langdurig) laag inkomen in Nederland zich sterk eenzaam, tegenover 10% van de mensen met een inkomen boven de lage-inkomensgrens. Een goede mentale gezondheid zorgt ervoor dat mensen voldoende in staat zijn om contact te leggen met anderen (mensen in de
toe. In 2014 had 56,4% van de inwoners van het ABG-gebied vertrouwen in de medemens. In 2023 is dit in alle drie de gemeenten gestegen naar 64,8%. Vertrouwen in de medemens is van belang voor het aangaan van sociale relaties, voor gevoelens van veiligheid, de sociale cohesie. De trend van individualisering in de maatschappij heeft ook een grote impact op
60B
het verenigingsleven. Zo kiezen mensen steeds vaker voor sport- en
buurt) en dit contact te onderhouden. 41
beweegvormen die ze zelfstandig kunnen inplannen, zoals fitness, yoga,
Kansenongelijkheid kan de sociale samenhang ondermijnen. Groepen die
commerciële setting. 43 Bij het ABG-gebied verliest het sporten in verenigings- en
structureel achterblijven kunnen minder vertrouwen in de samenleving en in
competitieverband marktaandeel. Tegelijkertijd hebben verenigingen steeds meer
instituten ontwikkelen, wat kan leiden tot polarisatie en spanningen tussen
moeite om voldoende vrijwilligers aan zich te binden. Individualisering ondermijnt
inwoners en tot afnemende betrokkenheid bij de lokale gemeenschap. Dit vraagt
de verbindende sociale functie van sport. 44 De gamificatie en digitalisering van
om concrete opgaven op het gebied van bestaanszekerheid, leefbaarheid, zorg
sportapplicaties versterken het proces van individualisering van het sporten en
onderwijs en maatschappelijke samenhang en blijvende aandacht voor preventie,
bewegen. Deze trend zien we grotendeels terug in het ABG-gebied. Zo zien we bij
40F
58B
hardlopen en zwemmen. We sporten vaker alleen of in een informele of 42F
43F
participatie en verbinding.41
40 41 42 43 44
Het PON & Telos (2025) Brabantse monitor brede welvaart 2024 Nederlands Jeugdinstituut (2026) Gevolgen van kansenongelijkheid Nederlands Jeugdinstituut (2026) Invloed van maatschappelijke trends SBB (2022) Gepersonaliseerde sport Mulier Instituut (2024) Het sportende individu
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
14
de meeste leeftijdsgroepen een daling in het percentage inwoners die lid zijn van een sportvereniging, zie figuur 4.
3.11 Stijging armoede, na vijf jaar daling Na een jarenlange daling neemt de armoede in Nederland sinds 2023 weer toe.
61B
Bijna de helft van de arme inwoners heeft een baan of een eigen onderneming en inwoners in armoede komen meer geld te kort dan een jaar eerder. De stijging van
Figuur 4 Percentage sportbondleden verdeeld over leeftijdsgroepen NOC*NSF 2025
de armoede heeft onder andere te maken met het wegvallen van de energie-maatregelen in 2024. Een kwart van de armen is langdurig arm (> 3 jaar). De Gini-Coëfficiënt van het inkomen in het ABG-gebied is tussen 2018 en 2022
62B
0-10 jaar
10-25 jaar
25-45 jaar
45-65 jaar
65 jaar en ouder
wat inwoners verdienen. De Gini-Coëfficiënt van het vermogen ligt een stuk hoger.
60
CBS (2025)
Ondanks een daling van 0,66 naar 0,61, geeft het toch aan dat er nog grote mate
50 in percentage
gedaald van 0,26 naar 0,24. Dit betekent dat er minder grote verschillen zitten in
van ongelijkheid is.
40
In Baarle-Nassau en Gilze en Rijen is het besteedbaar inkomen van huishoudens
30
63B
gestegen van € 40.700 in 2014 naar € 56.600 in 2023. In Alphen-Chaam ligt het
20
besteedbaar inkomen iets hoger. Daar is een stijging van € 46.800 in 2014 naar
10
€ 65.800 in 2023 te zien. Het aantal mensen dat zelf aangeeft moeite te hebben
64B
0 2018
2024
Alphen-Chaam
2018
2024
Baarle-Nassau
2018
2024
Gilze en Rijen
met rondkomen in Alphen-Chaam is gedaald van 16,1% in 2012 naar 11,6% in 2022. In Baarle-Nassau en Gilze en Rijen is dit redelijk gelijk gebleven met respectievelijk 14,0% en 16,0% in 2022. Gilze en Rijen heeft het grootste aandeel inwoners die een bijstandsuitkering krijgen, in 2024 was dit 2,5% van de inwoners. Alphen-Chaam zit daar onder met 1,2%. Beide gemeenten laten weinig verandering in de tijd zien. In gemeente Baarle-Nassau is het aantal uitkeringen wel gedaald sinds 2014, van 1,8% naar 1,4% in 2024. Bij (bijna-)armen is er vaak een stapeling van andere problemen. Mensen die arm
65B
of bijna-arm zijn, geven aan een minder goede gezondheid en een ongezondere leefstijl te hebben. Ze bewegen minder, roken meer en zijn vaker te zwaar dan Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
15
mensen met meer inkomen of een voldoende vermogensbuffer. Ook doen (bijna) arme mensen minder mee in de samenleving: ze zijn minder vaak actief in een vereniging, doen minder vaak vrijwilligerswerk en voelen zich vaker eenzaam. 45 44F
3.12 Weerbaarheid inwoners steeds meer nodig Het omgaan met veranderingen is voor veel mensen niet makkelijk. Het goed
66B
kunnen omgaan met teleurstellingen of tegenvallers heeft te maken met de mate waarin mensen regie ervaren over het eigen leven. In Baarle-Nassau en in Gilze en Rijen is te zien dat het aantal inwoners dat regie
67B
over hun eigen leven ervaart is gedaald. In 2016 was dit voor Baarle-Nassau 88,3% en acht jaar later is dit gedaald naar 84,6%. In Gilze en Rijen is dezelfde trend te zien waar het aandeel daalde van 91,6% naar 86,3%. Alphen-Chaam is wel stabiel gebleven met een percentage van 90,6%. In het ABG-gebied scoort ongeveer15% van de inwoners laag op de schaal van veerkracht. Zij geven aan lastig om te kunnen gaan met tegenslagen of lastig om te kunnen gaan met moeilijke situaties. Ontwikkelingen op het wereldtoneel zetten de vrede en veiligheid die we de
68B
afgelopen decennia in Nederland hebben ervaren onder druk. Van oorlog tot hybride aanvallen (zoals cyberaanvallen, desinformatie, economische druk, spionage) en van een pandemie tot klimaatverandering. De kans dat Nederland te maken krijgt met maatschappelijke ontwrichting neemt hierdoor toe. 46 Een 45F
crisissituatie vraagt om veerkracht van inwoners, gemeenschappen, en ook van bedrijven, maatschappelijke organisaties en de (lokale) overheid.
45 46
CBS (2025) Longread Leven in armoede 2025 GGD (2025) Weerbaarheid
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
16
De overheid maakt inwoners weerbaarder door middel van campagnes om
69B
inwoners bewust te maken van het belang van voorbereiding op noodsituaties. Via de campagne ‘Denk vooruit’ en het huis aan huis bezorgde informatieboekje worden inwoners geadviseerd een noodpakket in huis te hebben zodat ze zichzelf 72 uur kunnen redden en te weten wat te doen bij bijvoorbeeld stroomuitval of
70B
overstromingen. Tegelijkertijd werkt het ministerie van Justitie en Veiligheid samen met gemeenten en veiligheidsregio’s aan noodsteunpunten. Naast het verhogen van de weerbaarheid van de individuele burgers wordt
71B
ingezet op het stimuleren van de sociale cohesie in buurten, omdat mensen die elkaar kennen, elkaar sneller hulp bieden in crisissituaties. Deze inspanningen zijn bedoeld om de maatschappelijke weerbaarheid te versterken en inwoners te activeren. Kijkend naar de toekomst zullen voortdurende samenwerking en inspanning van
72B
alle betrokkenen nodig zijn om inwoners goed voor te bereiden op de uitdagingen van de toekomst. 47 4 6F
47
Rijksoverheid (2025) Overheid start campagne denk vooruit voorbereiden op noodsituatie steeds belangrijker
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
17
4
Leefbaarheid
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
18
4.1
Groeiende druk op de ruimte
We staan in Nederland voor grote maatschappelijke opgaven die allemaal fysieke
73B
ruimte innemen en elkaar soms verdringen. Opgaven zoals wonen, werken en bereikbaarheid, de economie en energievoorziening, landbouw en natuur, veiligheid (Defensie) en doorsnijdende thema’s als water, bodem en erfgoed. Om in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en leven moeten we de schaarse ruimte slim benutten en rechtvaardig verdelen. Er zullen slimme keuzes moeten worden gemaakt, opgaven worden gecombineerd en vernieuwd, anders komen we veel ruimte te kort. Om de ruimtelijke vertaling van alle ambities en
Naast fysieke bereikbaarheid en de toegang tot voorzieningen (winkel, zorg,
75B
onderwijs, sport enzovoort) hebben maatschappelijke voorzieningen ook een belangrijke sociale betekenis. Vooral ontmoetingsplaatsen zoals de basisschool, het dorpshuis en sportvoorzieningen zijn van groot belang voor de sociale cohesie, en daarmee de leefbaarheid. Met het sluiten van deze voorzieningen verdwijnen immers de natuurlijke ontmoetingsplekken waar wijk- en dorpsbewoners elkaar dagelijks tegenkomen, elkaar leren kennen, contact hebben met elkaar en zich betrokken voelen bij elkaar. 50 4 9F
Vooral als essentiële voorzieningen (vrijwel) gelijktijdig of opvolgend verdwijnen
76B
vraagstukken integraal af te wegen en keuzes te maken, werkt het kabinet in samenwerking met de provincies, gemeenten, waterschappen en de samenleving aan de Nota Ruimte en Ruimtelijke Arrangementen. Hierin wordt de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven per provincie in bestuurlijke afspraken vastgelegd. 48 47F
4.2
Groeiende druk op voorzieningen
heeft dat impact op de leefbaarheid. Vaak is er sprake van een domino-effect: De bevolking vergrijst en krimpt, wat leidt tot minder leerlingen op de basisschool, jonge gezinnen verhuizen en scholieren en studenten gaan buiten de eigen regio naar school. Deze vergrijzing en uitstroom heeft tot gevolg dat de kinderopvang, winkels en het café gaan sluiten, werkgelegenheid uit het dorp verdwijnt, de bushalte wordt opgeheven en er onvoldoende actieve leden en vrijwilligers zijn om bijvoorbeeld sport- en muziekverenigingen levend te houden. Door de
Belang van voorzieningen voor de leefbaarheid
vergrijzing en het verhuizen van jonge gezinnen komt ook burenhulp en
Nabijheid van voorzieningen zijn onder andere bepalend voor de mogelijkheden
mantelzorg onder druk te staan, terwijl kwetsbare groepen door het verdwijnen
die mensen hebben tot een volwaardige deelname aan de maatschappij. Niet alle
van voorzieningen juist steeds meer zijn aangewezen op hulp van anderen. Vooral
voorzieningen hoeven hierbij in het eigen dorp aanwezig te zijn, wanneer
deze opeenvolgende verschraling van voorzieningen heeft impact op de
bewoners zich verbonden genoeg voelen met omliggende dorpen en ze binnen
leefbaarheid, de brede welvaart en het gemeenschapsleven van een gebied.
324B
74B
een schappelijke reisafstand en reistijd te bereiken zijn, wordt het eigen dorp ook als leefbaar ervaren. 49 48F
In kleine kernen zijn maatschappelijke voorzieningen vaak afhankelijk van de
77B
kracht van de gemeenschap. Hier worden voorzieningen veelal opgezet en/of in stand gehouden door met elkaar het heft in eigen hand te nemen. Zo worden gemeenschapshuizen en sportaccommodaties vaak door vrijwilligers uit het dorp
48 49 50
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (2025) Ontwerpnota Ruimte RLI, ROB & RVS (2023) Elke regio telt! Een nieuw aanpak van verschillen tussen regio’s Het PON & Telos (2024) Versterken leefbaarheid kleine kernen Noord-Brabant
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
19
beheerd en zijn er diverse voorbeelden van bewonersinitiatieven die
flink afgenomen.51 Ter illustratie hiervan noemt recent CBS-onderzoek Castelré uit
voorzieningen voor bijvoorbeeld boodschappen, ontmoeting, zorg en welzijn op
de gemeente Baarle-Nassau als voorbeeld. 53 52F
coöperatieve wijze invulling geven. Ook worden in veel dorpen Multifunctionele Accommodaties (MFA’s) gerealiseerd om de leefbaarheid te versterken en
Een gelijktijdige trend met de vermindering van het aantal voorzieningen, is het
81B
voorzieningen in het dorp te behouden/realiseren. 51 Een andere (opkomende)
verdwijnen van busdiensten, waardoor mensen in grotere mate afhankelijk raken
vorm van bewonersinitiatief zijn bewonersbedrijven: sociale ondernemingen
van de auto. Mensen die niet over een auto(rijbewijs) beschikken, zoals ouderen
opgezet door actieve bewoners. 52
en scholieren, kunnen daardoor deze (essentiële) voorzieningen steeds lastiger
50F
51F
bereiken. 54 De gemeente Baarle-Nassau heeft de hoogste gemiddelde afstand 53F
Voorzieningen steeds meer op afstand
325B
tussen inwoners en de dichtstbijzijnde OV-halte van 1,1 kilometer. Inwoners van
Overal in Nederland is het voorzieningenniveau de afgelopen jaren afgenomen.
Gilze-Rijen en Alphen-Chaam moeten gemiddeld 600 meter afleggen naar de
Dit komt bijvoorbeeld door schaalvergroting, toenemende mobiliteit en meer
dichtstbijzijnde OV-halte. Dit ligt net boven het gemiddelde van de provincie van
online consumentengedrag. De relatieve afname van het maatschappelijke
400 meter.
78B
voorzieningenniveau is in de kleinere dorpen echter een stuk groter dan in meer stedelijke gebieden.
Naast het aantal voorzieningen kunnen we ook kijken naar de gemiddelde afstand
82B
tot verschillende voorzieningen in de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau Vooral ouderen, kwetsbaren en niet-mobiele mensen ervaren hier de negatieve
en Gilze en Rijen. Tabel 1 laat de gemiddelde afstand in kilometers tot
gevolgen van. Het minimum basisniveau van voorzieningen in kleine kernen wordt
verschillende voorzieningen op bevolkingskernniveau 55 zien in 2021. We hebben
vooral bepaald door (gemeentelijk) beleid. Er is alleen een wettelijke
hierbij onderscheid gemaakt tussen kernen tot 2000 inwoners (kleine kern) in de
instandhoudingsnorm bekend voor basisscholen. Deze is afhankelijk van de
drie gemeenten, kernen tussen 2000 en 10.000 inwoners (middelgrote kern) en
leerlingdichtheid van het dorp. In Noord-Brabant zijn er in de periode 2011-2022
kernen groter dan 10.000 inwoners (grote kern). Daarbij is tevens de ontwikkeling
106 basisscholen gesloten. Dit is 11,5% van het totaal aantal scholen in Brabant.
van 2021 ten opzichte van 2011 inzichtelijk gemaakt.
79B
54F
Voor tien kleine kernen was dit de laatste basisschool in het dorp. Opvallend is dat de gemiddelde afstand voor sommige voorzieningen lager is bij
83B
In kleine kernen zijn, in vergelijking met grotere kernen, de afgelopen twintig jaar
80B
kleine kernen dan bij middelgrote kernen. Zo zijn ziekenhuizen (verschil van 3,6
vooral supermarkten, kledingwinkels, cafetaria’s, drogisterijen en basisscholen 51 52 53 54 55
Het PON & Telos (2024) Versterken leefbaarheid kleine kernen Noord-Brabant Social Enterprise NL & LSAbewoners (2024) Ondernemen met je buurt – Monitor Bewonersbedrijven 2024 NOS (2026) Van café tot huisarts: dorpen in hele land zien voorzieningen verdwijnen RLI, ROB & RVS (2023) Elke regio telt! Een nieuw aanpak van verschillen tussen regio’s Een bevolkingskern wordt gedefinieerd als een morfologisch aaneengesloten gebied met een groep gebouwen met een duidelijk herkenbaar stratenpatroon, dat voor het overgrote deel door mensen wordt bewoond.
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
20
km), vrijetijdsvoorzieningen 56 (verschil van 2,4 km) en
84B
55F
treinstations (verschil van 3,2) dichter bij kleinere kernen dan de middelgrote kernen. Daarentegen liggen voorzieningen zoals de grote supermarkten, overige dagelijkse levensmiddelen 57, brandweerkazerne, bibliotheek en horeca 58 56F
57F
dichter bij de middelgrote kernen. De voorzieningen in de kern
Tabel 1 Gemiddelde afstand tot en verschil in afstand tot voorzieningen in het ABG-gebied in kilometers CBS (2021) Gemiddelde afstand tot…
Kleiner dan 2000 inwoners (n = 6) Verschil 2021 2021-2011
2000 - 10.000 inwoners (n = 4) Verschil 2021 2021-2011
Groter dan 10.000 inwoners (n=1) Verschil 2021 2021-2011
Apotheek
3,7
0,0
3,9
3,3
0,7
0,0
Basisonderwijs
0,8
0,1
0,6
0,0
0,6
0,0
groter dan 10.000 inwoners (Gilze) liggen dichter in de buurt met uitzondering van het voortgezet onderwijs (verschil van 1,3 km) en de horeca (verschil van 0,5 km) ten opzichte van de middelgrote kernen. In vergelijking met 2011 is het opvallend dat voor bijna alle voorzieningen de afstand is toegenomen. Zo is de afstand tot bibliotheken (verschil van 1,8 km) en afstand tot horeca (verschil van 1,7 km) in de kleine kernen toegenomen. Bij de middelgrote kernen is de afstand tot apotheken (verschil van 3,3 km) en vrijetijdsvoorzieningen (verschil van 1,2 km) toegenomen. Opvallend is dat voor alle kernen de afstand tot de huisarts of huisartsenpost en kinderdagverblijven is afgenomen, voor middelgrote kernen zelfs met 6,3 kilometer.
Bibliotheek*
5,0
1,8
3,9
1,9
1,4
0,1
Brandweerkazerne*
3,5
0,1
0,9
0,2
1,1
0,0
Buitenschoolse opvang
1,2
-
0,5
-
0,5
-
Horeca
2,6
1,7
1,4
1,0
2,0
1,2
Huisarts/huisartsenpost
7,1
-3,3
7,4
-6,3
4,9
-3,9
Kinderdagverblijf
0,8
-2,3
0,6
0,0
0,5
-0,5
Grote supermarkt
3,4
0,4
0,6
0,0
0,7
-0,1
Overige dagelijkse levensmiddelen
2,8
-
0,5
-
0,6
-
Treinstation
10,4
0,2
13,6
0,1
6,2
0,1
Voortgezet onderwijs
6,0
-
5,4
-
6,6
-
Vrijetijdsvoorziening
9,7
0,7
12,1
1,2
6,8
-0,1
Ziekenhuis
10,5
-
14,0
-
9,0
-
*Data uit 2012
56 57 58
Bioscopen, theaters, musea zwembaden, attractieparken en kunstijsbanen. Onder andere groenteboer, bakker, toko, mini supermarkt, nachtwinkel koffie/theewinkel. Restaurants, cafetaria’s, cafés en hotels.
Het PON & Telos | Foto brede welvaart ABG-gebied
21
onderwijs, wonen en werk, de effecten op bereikbaarheid explicieter
4.3
Bereikbaarheid vanuit burgerperspectief
Iedereen in Nederland heeft er recht op dat belangrijke voorzieningen als
85B
ziekenhuizen, scholen en winkels goed te bereiken zijn en dat belangrijke goederen geleverd worden. Op veel plaatsen in Nederland en voor veel voorzieningen is de bereikbaarheid goed, maar niet voor iedereen, niet voor alle voorzieningen, niet overal en niet met alle vervoermiddelen. In maart 2025 heeft het Rijk een nieuwe aanpak gepresenteerd om de
86B
bereikbaarheid van voorzieningen en om de leveringszekerheid van belangrijke goederen (zoals levensmiddelen en medicijnen) op orde te houden en waar nodig
meegenomen moeten worden in beleidsafwegingen. 59 Het is van belang scherp te 58F
bepalen welke mobiliteit op welke plaats en tijd wenselijk is om zoveel mogelijk bij te dragen aan de keuzevrijheid van burgers om hun maatschappelijkeconomische activiteiten te kunnen ontplooien. Daarbij zijn alle vervoermiddelen nodig: meer individuele vervoermiddelen, zoals auto en (motor)fiets; collectieve vervoermiddelen, zoals trein en bus; en daartussen deelsystemen, zoals de deelauto of -fiets. Én het vraagt iets van de toegankelijkheid van de voorzieningen zelf.59 Ook maatwerkvoorzieningen vanuit de WMO en initiatieven op basis van vrijwilligers (automaatje, dorpsauto e.d.) kunnen in kleine kernen oplossing bieden. Daarnaast is thuiswerk in de corona-periode normaal geworden. In 2025 is het aantal uren dat thuis wordt gewerkt echter weer afgenomen. Het aantal verkeersbewegingen is dan ook weer gegroeid. 60 59F
te verbeteren. Hierbij is bereikbaarheid als uitgangspunt genomen, deze wordt niet alleen bepaald door de afstand (nabijheid) en snelheid (reistijd), maar ook door de toegankelijkheid en betaalbaarheid van vervoermiddelen. Uniek is dat de aanpak gebaseerd is op hoe belangrijk inwoners bepaalde voorzieningen vinden,
4.4
Toename vraag naar mobiliteit
Mobiliteit is een voorwaarde voor de verstedelijkingsambities. In samenwerking