SB24.03.09D 02 Brief Bijlage 1 Inhoudelijke zienswijze NRD
Tekst van het document
Pagina Tekst NRD Zienswijze het maken van een afweging van de ruimtebehoefte voor Dit betekent dat dit ook tot uiting komt in de NRD en later de MER. In het stuk hieronder mist die koppeling en 5 Defensie ten opzichte van de andere opgaven en het is de insteek van de te onderzoeken milieu aspecten alleen bezien in relatie tot Defensie-activiteiten en niet in borgen van het nieuwe ruimtegebruik van Defensie staat samenhang (accumulatief) met andere activiteiten uit de andere programma's. centraal in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD).
5
Op regionaal niveau worden alleen de militaire Hoe wordt dit bepaald? Wanneer heeft een militaire activiteit een grote ruimtelijke impact? Welke criteria activiteiten met een grote ruimtelijke impact, activiteiten worden hiervoor gehanteerd? Waar vindt dan de afweging plaats dat activiteiten van Defensie juist niet samen in gevoelige gebieden of locaties waar veel koppelkansen kunnen gaan met activiteiten uit de andere programma's? en synergievoordelen mogelijk zijn uitgewerkt.
5
Democratische legitimatie en maatschappelijke participatie zijn in dit regionale spoor uitgangspunt.
Door Defensie is er reeds een eerder traject gestart voor een mogelijke reactivering van Luchtmachtbasis. Het traject heeft geleid tot veel onzekerheid in de omgeving, waaronder de agrarische gemeenschap aangezien het houden van dieren in een aanvliegzone mogelijk tot problemen in het kader van dierenwelzijn gaat leiden of leidt tot productieschade. Het opnieuw starten van het proces in de vorm van de huidige Nota Ruimte voor Defensie leidt nog steeds tot onduidelijkheid over of er een reactivering gaat plaatsvinden. Dit heeft als gevolg dat er geen investeringen gedaan kunnen worden in de bedrijfsvoering door het ontbreken van een helder toekomstperspectief. Ook is de scope van een mogelijke reactivering gewijzigd wat in strijd is met eerdere toezeggingen in het eerder gelopen proces. Zo wordt er nu gekeken naar een permanente basis met meer sorties en aanvullend gekeken naar een ‘dirt strip’. Als democratische legitimatie en maatschappelijke participatie een uitgangspunt is voor Defensie, dan vragen wij ons af hier wel sprake van is aangezien eerdere toezeggingen niet worden nagekomen, planningen niet gehaald worden en processen zomaar afgebroken worden en met een andere scope opnieuw gestart worden, zonder dat er naar de consequenties is gekeken voor ondernemers en inwoners uit onze regio.
6
Bij de afwegingen worden reeds uitgevoerde onderzoeken en eerdere inbreng vanuit de regio betrokken. de huidige nationale omgevingsvisie (NOVI)
In kader van het stikstofonderzoek voor VB de Peel dat ineens de status van indicatief heeft gekregen zal dat dus niet gaan. Daarnaast is de regio van mening dat het stikstofonderzoek onvolledig en onjuist is uitgevoerd (bv referentiesituatie). Wij verzoeken om hierbij ook bij de Novex en de uitgangspunten die daarbij zijn genoemd te betrekken. Hoe verhoudt dit zich tot het gestelde in Novex de peel waar nadrukkelijk is uitgesproken dat reactivering van de vliegbasis De Peel niet samen kan gaan met het realiseren van de Novex doelen hier?
7
Bij afwenteling gaat het om het voorkomen van afwenteling in tijd en naar plaats. Dus ook geen afwenteling naar andere landen.
Dus ook niet als dit in alle opzichten een volwaardig of beter alternatief kan opleveren? Verzocht wordt om het gehanteerde uitgangspunt te heroverwegen dan wel nader te motiveren.
7
De komst van een militaire activiteit en bijbehorend ruimtegebruik kan immers een oplossing zijn voor gebieden waarin bestaande activiteiten en ruimtegebruik in transitie moeten.
Dit is een opvallende redenatie, immers wordt eerder al gezegd dat door de grote druk op ruimte door de verschillende opgaven met tegenstrijdige belangen knelpunten ontstaan. Hoe kan een extra opgave met grote ruimtelijke impact dan juist een oplossing vormen?
7
2 kenmerken en identiteit voor gebied centraal
Het NOVEX gebied de Peel is door het Rijk aangewezen als specifiek gebied dat een Rijksbelang heeft. In het concept Ontwikkelperspectief 2050 wordt aangegeven dat het reactiveren van de Luchtmachtbasis De Peel een negatieve impact heeft op de leefbaarheid in de Peel regio. Dit sluit aan bij ontwikkelperspectief dat in MRE (Metropool Regio Eindhoven) verband is vastgesteld waarin gesteld wordt dat de ‘schaalsprong’ in het kader van de Brainportontwikkelingen zal gaan leiden tot een extra woningbouwopgave in onder andere de verstedelijke kernen en de leefbare Peeldorpen, waarbij thema’s als Verbrede welvaart en een gezond en leefklimaat gewaarborgd moeten worden. In de NRD worden een tweetal ontwikkelscenario’s neergelegd die al op voorhand een negatieve impact hebben op een gezond woon en leefklimaat en derhalve niet passen bij de gewenste identiteit van leefbare Peeldorpen en Verstedelijkte kernen. Bestuurlijk zijn er afspraken gemaakt over NOVEX de Peel en de ontwikkelstrategie waarbij duidelijk het standpunt is ingenomen dat er bestuurlijk geen draagvlak is voor een reactivering van de Luchtmachtbasis De Peel.
9
Inzicht in de huidige staat van de fysieke leefomgeving en de referentiesituatie
9
Verzocht wordt om te verduidelijken wat bedoeld wordt met de huidige situatie of referentiesituatie. Om uitspraken te kunnen doen over de consequenties van de voorgestelde veranderingen bij Defensie, die duidelijk te zijn welke situatie met elkaar vergeleken worden hiervoor. Dit geeft overwegend enkel een beschrijving van de huidige situatie. Hoe worden de lokale ambities ter zake bijvoorbeeld woningbouw meegenomen? Voor veel gemeenten in de regio zijn immers woningbouwplannen in ontwerp. En hoe worden de ambities die voortkomen uit de andere Nationale Programma’s meegenomen in dit planMER??
Inzicht in de huidige staat van de fysieke leefomgeving en de referentiesituatie Om dit voor elkaar te krijgen, is 1) goed inzicht nodig in de huidige staat van de fysieke leefomgeving (op en rondom de huidige locaties van Defensie, 2) inzicht in trends (zoals klimaatverandering en woningbouwopgave) nodig en 3) autonome Gesproken wordt over "impact hiervan op Defensie". Het mer dient niet te gaan over de impact op Defensie, ontwikkelingen (beleid dat is vastgesteld en dat concreet maar over de impact die Defensie veroorzaakt op de omgeving. wordt gerealiseerd) en de impact hiervan op Defensie (dit laatste wordt de referentiesituatie genoemd).
6
9
Laat zien in hoeverre de doelen met de varianten bereikt worden. Ontwikkel in ieder geval indicatoren voor het beoordelen van de gewenste ruimtelijke samenhang tussen structurerende keuzes uit verschillende programma’s of een ruimtelijk kwaliteitskader. Denk daarvoor aan indicatoren zoals landschapskwaliteit, geluidbelasting, luchtkwaliteit, emissies van stoffen.
9
Ga bij de beoordeling van het voorkeursalternatief in op de (positieve en negatieve) ruimtelijke effecten en omgevingseffecten van functiecombinaties omdat die kunnen verschillen van de effecten van de afzonderlijke varianten.
9
Voor het beoordelen van de omgevingseffecten moeten indicatoren inzicht geven in de effecten op de gezondheid en een afspiegeling geven van de gewenste omgevingskwaliteit. Beoordeel ook in hoeverre er kansen ontstaan voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om dit aspect te kunnen beoordelen moeten de drie aspecten van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) concreet ingevuld kunnen worden op basis van de afwegingsprincipes van de Nota Ruimte: oplossingen moeten gebiedsspecifiek zijn (belevingswaarde), op een zinvolle manier functies combineren (gebruikswaarde) en robuust zijn voor de toekomst (niet afwentelen).
9
Een monitoringsplan gericht op ruimtelijke effecten en omgevingseffecten is essentieel. Gerichte monitoring kan helpen signaleren wanneer er -vanwege tegenvallende resultaten of vanuit ruimtelijke of omgevingseffecten bezien- aanleiding is om bij te sturen. Benoem in het MER op hoofdlijnen wat er gemonitord wordt en hoe dat gedaan wordt. Benoem ook met welke frequentie gemonitord wordt, wie verantwoordelijk is en wat voor ruimtelijk beleid storende leemten in kennis zijn. Laat zien hoe met externe factoren en ontwikkelingen omgegaan wordt zoals Europees milieu- en omgevingsbeleid in ontwikkeling.
10
Bij de MER-en die het Rijk maakt, wordt bij het bepalen Wij verzoeken u om dit dan ook daadwerkelijk breed te hanteren. uit het gestelde op de pagina’s 17 en 52 van de effecten op de fysieke leefomgeving een brede blijkt dat uiteindelijk toch alleen de klassieke thema’s worden beschouwd. benadering gehanteerd. Dus niet alleen de klassieke milieuthema’s (zoals bodem, water, landschap, geluid en verkeer) worden beschouwd, maar ook thema’s die onder de noemer ‘brede welvaart’ vallen, zoals gezondheid, welzijn, economie en wonen.
11
Verder worden de wettelijke adviseurs van het Rijk geraadpleegd over reikwijdte en detailniveau van het effectenonderzoek. Het betreft de door de ministers van Infrastructuur en Waterstaat, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen adviseurs (zoals de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed).
11
De ambities van defensie hebben een directe relatie met Wonen. Waarom wordt in dat kader het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (ic relatie woningbouw en ruimtelijke ordening) niet als wettelijke adviseur geraadpleegd?
In het Participatieplan beschrijft u de ruimte die u wilt bieden voor formele en informele participatie. Wij constateren dat de ruimte die u biedt voor informele participatie (bedoeld voor inwoners) zich beperkt tot één digitale informatiebijeenkomst per provincie. Wij wijzen u er op dat deze vorm van informele participatie slechts kan leiden tot een zeer beperkt aantal reacties vanuit inwoners waarmee u niet voldoet aan het door u beschreven doel van informele participatie. Participatie door inwoners is belangrijk. Om die reden vragen wij u meer ruimte te bieden voor informele participatie dan alleen één digitale informatiebijeenkomst per provincie.
1/8
Pagina Tekst NRD Overzicht locaties incl. Caribisch gebieden. 14
Zienswijze De opgave in deze tabel strookt niet met de reikwijdte van deze NRD. Het Caribisch gebied maakt hier namelijk geen onderdeel van uit.
16
figuur 3.1 Overzicht kazernes, haven en luchtmachtbases Figuur 3.1 suggereert dat er een pijpleidingnetwerk DPO vliegtuigbrandstoffen naar De Peel loopt. Is dit juist? huidig beeld (2023) N.a.v. vragen over dit onderwerp tijdens het proces cNRD projectmer De Peel is gesteld dat van een defensiepijpleiding naar / op De Peel geen sprake is. Indien van een pijpleiding geen sprake is, hoe is dan de toevoer van brandstoffen beoogd? En hoe wordt dit onderzocht irt oa externe veiligheid. Wat betekenen de afkortingen in figuur 3.1?
18
Binnen de krijgsmacht zijn 52 behoeften met een ruimtevraag geïdentificeerd.
19
I. Nieuwe locaties en gebieden Deze categorie omvat Waarom worden nieuwe locaties voor jachtvliegtuigen hier niet genoemd? Waarom is dit geen optie en welke behoeften van Defensie op nieuwe locaties en gebieden afwegingscriteria hebben aan deze keuze ten grondslag gelegen? Heeft dit in een “grove zeef” weging die nu nog niet planologisch besloten zijn. Hierbij gaat plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn hiervan de resultaten? het bijvoorbeeld om grootschalige oefengebieden, nieuwe laagvlieggebieden voor helikopters, grootschalige munitieopslag of een nieuwe kazerne.
19
In de NRD beschrijft u de toekomstige ruimtebehoefte van verschillende onderdelen van onze krijgsmacht, met alternatieven en afwegingscriteria waarop u uw keuze voor voorkeursalternatieven wilt baseren. Voor invulling van uw ruimtebehoefte voor jachtvliegtuigen neemt u de vliegbases De Kooy en Deelen niet mee in de NRD omdat u deze bases niet geschikt acht. Wij vragen u om bij uw afwegingen voor het voorkeursalternatief het criterium “kosten om de locatie geschikt te maken als alternatief” te gebruiken. Daarin kan ook de voormalige vliegbasis Twente of een geheel nieuwe toekomstige locatie in dunbevolkt gebied worden afgewogen.
19
4. De inhoud van het NPRD en te beschouwen alternatieven
Deze ruimtevraag wordt als een absoluut gegeven beschouwd. Uit niets blijkt wat de basis hiervoor is en welke onderliggende keuzes mogelijk zijn. Als de ruimtevraag vast ligt gaat het dus in deze procedure om de vraag welke locatie het meest geschikt is. En dus niet of de effecten wel aanvaardbaar zijn gelet op de brede welvaart. In het kader van ‘Elke regio telt” (paragraaf 4.2.1.) is het mogelijk dat de ruimtevraag in Nederland niet haalbaar is. Eén van de aanbevelingen is: herijk de reguliere beleids- en investeringslogica van het Rijk. ‘Het gaat in de besluitvorming immers niet alleen om de economische kracht van het land, maar om een acceptabel niveau van brede welvaart in heel Nederland.’
De huidige NRD beperkt zich in zijn reikwijdte tot alternatieven gebaseerd op de locaties van Defensie in het geval van vliegbases/jachtvliegtuigen. In Nederland zijn er potentiële gebieden met een lagere bevolkingsdichtheid en goede logistieke toegankelijkheid. In de huidige NRD kunnen ook zoekgebieden worden opgenomen voor de vestiging van nieuwe vliegbases voor jachtvliegtuigen. De keuze voor de locaties van vliegbases in Nederland is vaak historisch bepaald en gaat terug tot de tijd dat vliegtuigen nog niet zo'n groot bereik hadden. Dergelijke bases zijn bijvoorbeeld Volkel, Leeuwarden en Eindhoven en liggen in de buurt van dichtbevolkte gebieden. Het uitgaan van bestaande locaties van Defensie leidt logischerwijs tot verdere opvulling van de bestaande milieuruimte, wat suboptimaal is (ook voor Defensie) en bovendien niet bijdraagt aan hetgeen beoogd wordt volgens de Contourennotitie en de Nota Ruimte. Door zoekgebieden mee te nemen, kan intensivering of heropening van bestaande vliegbases voor de korte termijn worden gelegitimeerd, met sluiting of afbouw in het vooruitzicht. Zo kunnen de kenmerken en identiteit van een gebied meer centraal worden gesteld en wordt afwenteling voorkomen.
20
In tabel 4-1 staan de dertien behoeften met een bovenregionale afweging… In de passages daarna zijn deze behoeften beknopt toegelicht. In bijlage 2 is uitgebreidere beschrijving van deze behoeften opgenomen.
Verzocht wordt om te verduidelijken welke activiteiten (extra) gaan plaatsvinden en welke (milieu-) aspecten voor de verschillende behoeften van belang zijn. Wat betekent een ruimtevraag met bovenregionale afweging voor de fysieke leefomgeving en natuur? Welke veranderingen zullen er plaatsvinden?
21
Naast deze afwegingsprincipes worden ook de afwegingen vanuit het advies 'Elke regio telt' betrokken bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief. Defensie is al ruim over Nederland verspreid en in veel regio’s aanwezig. Bij afwegingen over het vertrek van Defensie op locaties wordt nadrukkelijk bij dit aspect stilgestaan. Aanvullend heeft de gemeente Zeewolde een locatie
Als elke regio daadwerkelijk telt / dit werkelijk zo is dan is reactivering van De Peel onlogisch en in strijd met dit afwegingsprincipe gezien de huidige verdeling van vliegvelden over NL. Bestaande vliegvelden liggen immers nagenoeg uitsluitend in het zuiden van het land. De tekst suggereert wederom alleen een beschouwing van gevolgen voor Defensie en als er al van omgekeerde werking sprake is dan alleen in de vorm van de nadelen die een mogelijk vertrek van Defensie op de regio heeft.
22
aangedragen (Oosterwold) om nader te onderzoeken.
Dit betreft dus de uitbreiding bestaande kazernes en de voorstudie hiertoe, blijkend uit een brief van 12-122021. Hoe is dit qua proces tot stand gekomen? Zijn andere gemeenten ook in de gelegenheid gesteld dan wel uitgenodigd om proactief mee te denken over locaties en mogelijkheden? Zo nee, waarom niet? Hoe kan inbreng alsnog worden gegeven? En hoe wordt die inbreng gewogen en verwerkt?
23
Tot slot wordt ook gekeken naar een mogelijke optie/opties in landbouwtransitie-gebieden in het midden van het land om mogelijke kansen vanuit dit spoor te koppelen aan de behoefte voor een nieuwe kazerne. Juist omdat deze ruimtebehoefte zich op langeretermijn voordoet kan dit een koppelkans zijn voor landbouwtransitiegebieden. De ruimtelijke opgave van Defensie biedt kansen om in de gebieden met een matige of zware opgave de transitie van het landelijk gebied te bewerkstelligen. Concreet door aankoop van agrarische gronden en/of bedrijven waarbij resterende gronden beschikbaar kunnen komen voor (extensiever) agrarisch gebruik passend bij de water, bodem en ecologische condities. De transitie van het landelijk gebied biedt kansen om ook deze activiteiten goed mee te wegen in de herinrichting van het landelijk gebied
Met de transitie van het landelijk gebied streven wij enerzijds naar verbetering van de omgevingskwaliteit, maar zeker ook naar innovatieve kringloop-landbouw om agrariërs een duurzaam toekomstperspectief te bieden. Dat zit niet alleen opgesloten in de regionale Koersnotitie landbouw, maar ook in NOVEX de Peel en de Landbouwvisie 2040 van het kabinet. Met dit doel voor ogen is het niet realistisch op uw ruimtebehoefte als koppelkans voor landbouwtransitie mee te nemen. Beoogt wordt immers om de omgevingskwaliteit te bevorderen en niet eventuele hinder te vervangen door andere negatieve effecten.
35
Agile Combat Employment (ACE)-concept: De oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat vliegvelden kwetsbaar zijn voor aanvallen. Om deze kwetsbaarheid te verminderen, heeft de NAVO prioriteit gegeven aan het ACE-concept. Dit is een netwerk van diverse soorten vliegvelden, waarbinnen vliegtuigen kunnen rouleren om de kans op succesvolle aanvallen van een tegenstander te verkleinen. Dit netwerk en/of het beoefenen van het concept vraagt om extra beschikbare ruimte in Nederland. In verband met voorwaarden per locatie zijn Deelen en De Kooy niet geschikt voor jachtvliegtuigen vanwege de specificaties van de infrastructuur/start- en rolbanen en de situering t.o.v. bebouwing en/of natuur.
Hoe verhoudt dit uitgangspunt zich tot de reactivering van MLDP en de extra 2.300 sorties en daarmee in omvang feitelijk vergelijkbaar met MOB Volkel? Op grond van dit uitgangspunt zou mogen worden verwacht dat er meerdere nieuwe locaties worden gezocht i.p.v. uitbreiding van bestaande bases en reactivering van een oude basis. En zeker niet 2 bases op minder dan 20 km van elkaar verwijderd.
35
Op deze plaats wordt vooruitlopend op het planMER al een inhoudelijke afweging gemaakt. Deze afweging dient echter onderdeel uit te maken het MER (infrastructuur/start-en rolbanen en de situering tov van bebouwing en natuur). Deze afweging zal op dat moment ten opzichte van alle alternatieven gemaakt moeten worden. Overigens geldt voor De Peel dat er reactivering door middel van een luchthavenbesluit dient plaats te vinden, dat daar ook de start- en landingsbaan (nog) niet geschikt is en dat sprake is van beschermde natuur.
2/8
Pagina Tekst NRD Internationale beddown: In 2012 en 2016 heeft 35
36
Zienswijze
Hoe verhouden de Internationaal gemaakte afspraken in het kader van de bed down voor jachtvliegtuigen zich Nederland vier locaties aangeboden voor het beddowntot de nationale afspraak dat wordt gezocht naar een alternatieve luchthaven voor de reserveveldfunctie van concept van internationale vliegtuigen t.b.v. eventuele Gilze-Rijen? Uit de NRD is niet gebleken dat deze afweging meegenomen wordt. Daarnaast ontbreekt een troepenopbouw binnen Europa (vliegbases Leeuwarden, onderbouwing waarom meer waarde wordt gehecht aan de afspraak om een alternatieve locatie te zoeken Volkel, voor de reserveveldfunctie van Gilze Rijen, dan aan het feit dat een luchthaven al 30 jaar niet meer actief is Gilze-Rijen en Eindhoven). En (en waarvan het niet in lijn der verwachting lag dat deze in vredestijd gereactiveerd zou worden). Overigens is de zoektocht naar een geschikte luchthaven voor de reserveveldfunctie niet meegenomen in het Op dit moment beschikt Nederland over 2 Main Operating onderzoekskader. Ook ontbreekt enige afweging over het feit dat enerzijds gezocht wordt naar mogelijkheden Base (MOB) Vliegbasis voor een grote toename van capaciteit bij andere (niet actieve luchthavens), terwijl anderzijds bestaande Volkel (2000 sorties) en Leeuwarden (2700 sorties).
capaciteit op een luchthaven overgedragen moet worden met als gevolg een extra toename voor andere Internationaal is afgesproken dat op Vliegbasis luchthavens. Wij verzoeken om het bovenstaande in de planMER nader uit te werken. Eindhoven, Vliegbasis Gilze Rijen internationale bed down mogelijk is voor jachtvliegtuigen. Dit gaat om circa 250 sorties op Vliegbasis Eindhoven en circa 250 sorties op Vliegbasis Gilze Rijen (secundaire functies). Totaal beschikt Nederland dus over gegarandeerde operationele ruimte voor 5200 sorties (2700+2000+250+250). Operationeel gezien is dat het ACEconcept. Hiervoor Zie bovenstaande opmerking. Zonder ook nieuwe locaties te beschouwen, bestrijden wij dat sprake is van “een geldt: Des te meer locaties, des te beter. Tegelijkertijd gulden middenweg”. biedt Nederland weinig ruimte voor veel locaties en is het Wat is de door Defensie gehanteerde ondergrens voor wat betreft het aantal sorties per basis? complex om vele geluidscontouren te verkrijgen. Een gulden middenweg is daarom nodig.
36
Voor Vliegbasis Gilze Rijen is reeds afgesproken dat gezocht wordt naar een alternatieve luchthaven voor de reserveveldfunctie
36
Een locatie moet aan een aantal voorwaarden voldoen Welke civiele luchthavens worden in dit deel van het alternatievenonderzoek betrokken? Is vliegveld Twente (zie factsheet in bijlage 2). Op basis van de criteria in hiervoor eveneens in beeld? En Lelystad, Eelde? Waarom worden nieuwe locaties niet beschouwd? Wat is de combinatie met de voorwaarden per locatie blijven de motivering, hoe en op grond van welke criteria is deze uiteindelijke keuze gewogen? volgende te onderzoeken alternatieven over: (1) Overigens dient De Peel -gezien de feitelijke referentiesituatie- niet als bestaande maar als nieuwe locatie te Uitbreiding van de huidige jachtvliegtuiglocaties worden beschouwd en dit rechtvaardigt per definitie dat ook andere nieuwe locaties in de beoordeling dienen (Leeuwarden en Volkel); (2) Toevoegen één extra te worden betrokken. jachtvliegtuiglocatie (voor tijdelijk of permanent gebruik): Uitbreiding op Eindhoven, Gilze-Rijen, Woensdrecht, de Peel heropenen of samenwerking met een civiele luchthaven.(3) Toevoegen twee extra jachtvliegtuiglocaties (voor tijdelijk of permanent gebruik): Uitbreiding op twee locaties, keuze: Eindhoven, Gilze-Rijen, Eindhoven, Woensdrecht, de Peel heropenen en/of samenwerking met een civiele luchthaven.
36
Te onderzoeken alternatieven over luchtvaart
Verzocht wordt om als 4de optie voor alternatieven ook niet-bestaande luchthaventerreinen en/of bestaande burgerluchtvaartterreinen mee te nemen.
36
Een locatie moet aan een aantal voorwaarden voldoen (zie factsheet in bijlage 2).
De nu genoemde alternatieven bevinden zich (bijna) allen overwegend in dezelfde regio, waardoor er enkel een afweging tussen de belangen binnen deze regio plaatsvindt. De te onderzoeken alternatieven bestaan enkel uit bestaande (al dan niet actieve) jachtvlieglocaties. Mogelijke nieuw op te richten locaties worden zonder nadere motivering niet meegenomen in de alternatieven die onderzocht worden. De nu genoemde alternatieven belasten deels een zelfde gebied. Op basis van de criteria in bijlage 2 is niet gebleken waarom nieuw op te richten locaties niet onderzocht kunnen worden.
37
In verband met voorwaarden per locatie zijn Deelen en De Kooy niet geschikt voor jachtvliegtuigen vanwege de specificaties van de infrastructuur/start- en rolbanen en de situering t.o.v. bebouwing en/of natuur.
Hoe kan dit nu reeds bekend zijn? Is dat al in een eerder stadium onderzocht? Wat zijn hierbij de gehanteerde criteria en resultaten?
41
Laagvlieggebieden helikopters.
42
43
44
44
Hoe verhoudt deze bestuurlijke toezegging zich tot het benoemen van Gilze-Rijen tot te onderzoeken alternatieven? Is hiermee sprake van een realistisch scenario?
Er wordt gesproken over uitbreiding van de gebieden maar niet duidelijk is welke intensivering er in de bestaande laagvlieggebieden gaat plaatsvinden en of die effecten worden onderzocht. Verzocht wordt om ook dit in het onderzoek mee te nemen. Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven. In grote Gezien de legenda van figuur 4.11, alsmede het gestelde in bijlage 1 lijkt "met de introductie van een juridisch lijnen zijn er twee alternatieven: 1 de huidige gebieden planologisch regime" bedoeld te worden dat in de betreffende laagvlieggebieden ruimtelijke beperkingen voor en de introductie van een stringent juridisch planologisch andere ontwikkelingen moeten gelden. Welke beperkingen betreft dit? Hoe worden de gevolgen hiervan op de regime; 2 extra gebieden aanwijzen. En introductie licht andere Programma’s betrokken? planologisch regime voor de huidige en extra gebieden. Is overigens overwogen om geheel NL -behoudens nader te definieren uitzonderingsgebieden- als laagvlieggebied te beschouwen? Argumenten voor uitbreiding gebieden zijn dan niet meer van toepassing (bekendheid gebieden bij piloten), de pijn wordt verzacht omdat niet slechts enkele gebieden zeer zwaar belast worden. Figuur 4.11
Een uitbreiding van het laagvlieggebied GLV VIII doet niet alleen fors afbreuk aan het door Defensie gehanteerde afwegingsprincipe “elke regio telt” omdat het zuiden van NL al zeer aanzienlijk wordt belast t.o.v. vele andere regio’s, maar er wordt ook geheel voorbij gegaan aan de enorme impact die de huidige laagvliegactiviteiten al hebben op dit gebied en op deze regio. Hierbij wordt niet uitsluitend het daadwerkelijke laagvliegen bedoeld, maar ook de vliegactiviteiten vanaf bv Gilze naar de laagvlieggebieden toe v.v. Tijdens eerdere ambtelijke afstemmingsmomenten met Defensie is gesteld dat de eerdere ambitie om op De Peel ook 600 sorties voor helikopters te doen plaatsvinden is komen te vervallen. Dit is ook in lijn met het gestelde in deze NRD. Wij gaan er derhalve vanuit dat er op De Peel definitief geen 600 sorties met heli’s zullen plaatsvinden.
Landen en opstijgen mag niet zomaar overal. Voor Deze tekst suggereert dat op De Peel niet met helikopters mag worden gevlogen. De Lg- Bestkazerne word militaire helikopters is een juridisch kader voor het immers niet genoemd in de opsomming van 15 HLP’s. Omdat sinds de deactivering in 1994 tevens geen gebruik van zogenaamde helikopterlandingsplaatsen sprake is van een vliegveld blijken helikoptervliegactiviteiten op de LG Bestkazerne dus illegaal. (HLP’en) op kazernes en militaire oefenterreinen van Als echter op de Lg Bestkazerne helikoptervliegactiviteiten wel mogen plaatsvinden, hoe verhoudt die kracht. Dit kader is een verzameling van ministeriële mogelijkheid zich dan tot de overige beoogde vliegactiviteiten op De Peel? Hoe worden de effecten van deze luchthavenregelingen (LHR) om eventuele hinder voor de helikopteractiviteiten dan meegenomen in de MER-studie en welke uitgangspunten worden hierbij gehanteerd? omgeving in te kaderen. Met deze verzameling LHR hebben 15 locaties in Nederland een status als HLP. Het gaat om ASK Oldebroek, de Vliehors, Assen, Rijen, Waalsdorpervlakte, Beekhuizerzand, Eder- en Ginkelse heide, Stroese Zand, Oirschot, Arnhemse heide, Marnewaard, Garderense Veld, Vlasakkers, Leusderheide en de Ermelose heide.
Per locatie betreft het één of enkele coördinaten met een straal van 50 meter, een maximaal toegestaan aantal vliegtuigbewegingen (VTB) en vaste in- en uitvliegroutes.
3/8
Pagina Tekst NRD Een dirtstrip kan niet zomaar op andere vliegvelden 47
worden aangelegd, in verband met het risico dat losliggende stenen andere vliegtuigen beschadigen. Dit geldt voor alle velden waar anders dan met helikopters wordt geopereerd. Mogelijk dat op afstand van de verharde baan een dirtstrip kan worden aangelegd. Dit geeft echter grote infrastructurele consequenties. Ook moet (de vorm van) de geluidscontour dan worden aangepast.
Zienswijze Hiermee wordt gesteld dat toevoeging van een dirt strip bij een bestaande dan wel te reactiveren basis zal leiden tot een grotere geluidcontour, maar vervolgens worden bestaande bases toch als alternatieve locatie onderzocht. Hiermee is het niet meer te verdedigen dat nieuwe locaties dan niet kunnen worden onderzocht. Wij verzoeken u om ook andere vliegvelden, dan wel een combinatie met andere civiele velden nader te onderzoeken.
47
Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven
De nu genoemde alternatieven bevinden zich (bijna) allen overwegend in dezelfde regio, waardoor er enkel een afweging tussen de belangen binnen deze regio plaatsvindt. De te onderzoeken alternatieven bestaan enkel uit bestaande (al dan niet actieve) vliegvelden. Mogelijke nieuw op te richten vliegvelden (eventueel toe te voegen aan bestaande defensielocaties (niet zijnde vliegvelden) worden ten onrechte en zonder nadere motivering niet meegenomen in de alternatieven die onderzocht worden. De nu genoemde alternatieven belasten deels een zelfde gebied. Op basis van de criteria is niet gebleken waarom nieuw op te richten locaties niet onderzocht kunnen worden.
48
De te onderzoeken alternatieven zijn: · MLT Deelen · Gilze-Rijen · De Peel · Combinatie met bestaande oefenterreinen
Welke bestaande oefenterreinen worden hier concreet bedoeld? Op welke wijze en met welke criteria zijn deze bestaande terreinen geselecteerd?
48
Zijn er voor de Landmacht in het geheel geen ambities op het terrein van de Lg Best kazerne? Wat is de relatie tussen helikoptergebruik en de realisatie van een dirtstrip? Is in dat kader De Peel uberhaupt een realistische locatie? Wat wordt onder categorie 1, 2 en 3 verstaan? (dit is niet terug te vinden in de tekst).
49 50
Tabel 4-2
52 52
Hinderbeleving
Neem hinderbeleving mee in de MER en ook de gehinderde en toekomstig gehinderde.
Gezondheid meenemen
In de NRD wordt themagericht een beoordeling voorgesteld. Hiermee is er geen integrale samenhang. Wij verzoeken om gezondheid breed mee te nemen in de MER. Overweeg om het instrument milieugezondheidsindicator hiervoor te gebruiken.
52
Beschouwde thema’s in het MER. Met een brede blik naar In deze paragraaf wordt gesuggereerd dat de thema’s behorende bij “brede welvaart” worden meegenomen in de effecten kijken. In het MER voor het NPRD worden de de MER-studie. Vervolgens wordt gesteld dat de primaire focus ligt op thema’s die een ruimtelijke component effecten voor een breed scala aan thema’s in beeld hebben. Waarom komen onderwerpen zoals de gevolgen voor woningbouw, energietransitie, etc. etc. niet of gebracht. Dit betreft alle relevante thema’s van de slechts minimaal terug in de te onderzoeken thema’s? fysieke leefomgeving (van geluid tot bodem en van Daarnaast wordt gesteld dat wordt ingegaan op bijvoorbeeld de impact op de lokale economie, maar globaal cultuurhistorie tot gezondheid), maar ook naar bredere op basis van expert judgement. effecten (brede welvaart) is gekeken, zoals impact op 1. Wordt hiermee bedoeld de gevolgen van de komst van een activiteit op de economie (bv. toename wonen, recreatie en welzijn waar relevant. De primaire werkgelegenheid)? De gevolgen voor de economie vanwege de komst van een activiteit (bv. negatieve focus ligt hierbij in het MER op de thema’s die een effecten op recreatie en toerisme oftewel zgn. omgekeerde werking) zijn ten behoeve van een planMER echter ruimtelijke component hebben.
Zo wordt in het MER veel relevanter en verzocht wordt om hier een expliciete uitwerking aan te geven. bijvoorbeeld wel ingegaan op de impact op de (lokale) 2. Wat wordt onder “globaal” verstaan? Welke onderwerpen betreft dit? Hoe is deze keuze tot stand gekomen? economie van alternatieven, maar wordt dit globaal op Feitelijk komen in de uitwerking uiteindelijk toch alleen de klassieke thema’s aan bod. Brede welvaart zoals basis van expert judgement in beeld gebracht. o.a. op pagina 10 is genoemd, wordt niet of nauwelijks beschouwd. Wat is hiervan de reden?
52
Tabel 5-1
De uitwerking van “beschouwde aspecten” is zeer minimaal. We verlangen een gedetailleerde uitwerking van de genoemde thema’s inclusief bandbreedte en scope van de te onderzoeken thema’s of onderwerpen, alsmede de te hanteren wegingsfactoren, wegingscriteria en de totstandkoming hiervan. Voor alle onderwerpen stellen we dat de beschreven opzet ervan veel te summier is om überhaupt een oordeel te kunnen geven over de bruikbaarheid ervan. De nadruk dient hierbij in ieder geval te liggen op de aspecten geluid, gezondheid, natuur en economie. Het verbaast ons dat een plan-MER die zeer vergaande aspecten beschouwt met een grote mate van onomkeerbaarheid, op een zo summiere en onvolledige wijze is beschreven. Diverse thema’s komen in het geheel niet aan bod, ondanks eerdere benoeming. Bijvoorbeeld wonen. Aan “omgekeerde werking” is geen of slechts zeer minimaal uitwerking gegeven, terwijl dat juist de doelstelling van het MER-studie dient te zijn.
52
Gezonde en veilige leefomgeving
Als gemeente die “positieve gezondheid” als uitgangspunt neemt bij het maken van ruimtelijke keuzes, willen wij onnodige belasting van de omgevingskwaliteit vermijden. Onze ambitie sluit hiermee naadloos aan op de doelstelling van de Omgevingswet die erop is gericht om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te bereiken, in stand te houden en zodanig te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen dat alle maatschappelijke functies ook op de lange termijn duurzaam vervuld kunnen worden. De gezondheid van onze inwoners gaan wij daarom ook een belangrijke plek geven in onze Omgevingsvisie. De invloed van geluid en luchtkwaliteit op de volksgezondheid worden daarbij erg belangrijk gevonden. Wij vragen u bij uw afweging van mogelijke alternatieven aan de mogelijke impact van geluid en luchtkwaliteit op de volksgezondheid het gewicht toe te kennen dat in overeenstemming is met onze ambities.
53
De ruimtebehoeften verschillen sterk van karakter. Dit Uit deze tekst blijkt dat de benadering uitsluitend lijkt te zijn gericht op een beschouwing van wat de voordelen betekent dat niet bij elke ruimtebehoefte elk thema uit de zijn van de komst of uitbreiding van een activiteit van Defensie en niet op de nadelige gevolgen ervan. tabel relevant is. Zo is voor het beschrijven van de We stellen tevens vast dat in het aangedragen voorbeeld van een nieuw oefengebied, er wel degelijk sociale en effecten van een nieuw oefengebied de impact op sociale economische effecten kunnen optreden, bijvoorbeeld voor recreatie en toerisme. Het bevreemd ons dat dit aspecten en economie niet relevant, terwijl dit voor een niet lijkt te worden onderkend en we verlangen een integrale beschouwing. nieuwe kazerne voor eenheden wel impact heeft.
53
5.1 Beschouwde thema’s in het MER Met een brede blik naar de effecten kijken
De uitwerking van de thema’s beperkt zich tot de omschrijving van 'impact' en geeft daardoor geen duidelijkheid over hoe criteria worden vertaald in indicatoren ten behoeve van effectbepaling. Dit is een inhoudelijke vereiste bij de uitwerking van een milieueffectrapportage (m.e.r.). De puntenschaalindeling maakt het niet concreet. Het hoofddoel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is ervoor te zorgen dat het milieubelang volwaardig meeweegt bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Dit doel wordt bereikt door middel van de m.e.r.-procedure, waarin de milieugevolgen van het initiatief of de activiteit en reële alternatieven hiervoor systematisch, transparant en objectief in beeld worden gebracht. Zie de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de milieueffectrapportage bij de Nota Ruimte, waarin dit beter is uitgewerkt.
53
5.1 Beschouwde thema’s in het MER Met een brede blik naar de effecten kijken
Voor de stedelijke omgeving en de Peel is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over wat de impact is op de verschillende opgaven en het (voorkomen) van de stapeling van negatieve gezondheidseffecten. Een punt van zorg is dat in eerste instantie volgens de NRD gezondheid wordt meegenomen, maar later niet meer terugkomt in de themabladen, bijvoorbeeld in het geval van de functionele (operationele) behoefte en de toename van het gebruik van jachtvliegtuigen. Een milieueffectrapportage geeft de mogelijkheid om gezondheidseffecten en de stapeling ervan mee te nemen. Het GGD/RIVM zijn de instanties die hierin moeten adviseren. Uiteindelijk is het wenselijk dat duidelijk is hoe de keuzes ten aanzien van het verbeteren van leefbaarheid, gezondheid en ontwikkelingskansen uiteindelijk wegen. Leefbaarheid, gezondheid en ontwikkelingskansen komen ook terug in de Contourennotitie en de Nota Ruimte. Bevolkingsdichtheid is uiteindelijk een bepalende factor en komt in deze NRD niet terug als criterium.
Beperkingengebied rondom vliegbasis Volkel (specifiek de Wat is dit concreet en wat kunnen hiervan de mogelijke gevolgen zijn? Hoe worden die gevolgen onderzocht in outer horizontal surface) - Juridische borging. de plan-MER?
4/8
Pagina Tekst NRD Het selectiekader bevat de criteria waarom een bepaald 54
Zienswijze
Het lijkt erop dat impact of beperkingen voor de omgeving in deze eerste selectie slechts indicatief zijn gebied wel of niet geschikt is voor een bepaalde meegenomen. Wel is bv als voorwaarde genoemd; buiten landgoederen of niet in zeer diepe polders, maar ruimtevraag. Op basis van de gebieden die overblijven na niet is genoemd, in de nabijheid van stikstofoverbelaste gebieden, of bv effecten voor recreatie, economie deze analyses kunnen redelijkerwijs te beschouwen gezondheid. Het lijkt erop dat de selectie met name is ingegeven door de belangen en wensen van Defensie. alternatieven bepaald worden voor diverse Hoe en met welke selectie- en wegingscriteria heeft dit plaatsgevonden? ruimtebehoeften. Deze alternatieven worden vervolgens onderzocht met behulp van het beoordelingskader (tabel 5-1).
54 54
54 55
In de bijlage van deze NRD is daarom per ruimtebehoefte Welke criteria en wegingsfactoren liggen aan deze keuze ten grondslag? (en bijbehorende alternatieven) aangegeven welke thema’s wel en niet behandeld worden. In tabel 5-2 staat het selectiekader met diverse criteria. De aangehaalde tabel is daarmee een lijst met selectiecriteria, maar deze is niet-limitatief en niet compleet, en Per ruimtebehoefte is bepaald welke criteria hiervan wel is daarnaast indicatief. Hoe kan op basis hiervan een gemotiveerde en goed onderbouwde keuze voor of niet relevant en dus van toepassing zijn. Dit is in ruimtelijke alternatieven worden gemaakt? bijlage 1 per ruimtebehoefte in beeld gebracht. Het overzicht in de tabel biedt dus een indicatieve (nietlimitatieve) lijst van mogelijke selectiecriteria. Tabel 5.2 Stikstof en natuur
Als dit als selectiecriterium is gehanteerd, waarom is een locatie als De Peel, gezien de zeer overbelaste situatie tz stikstof, dan niet afgevallen. M.a.w. hoe heeft deze weging plaatsgevonden? Wijze van onderzoek. Voor het onderzoek naar de Welke criteria liggen ten grondslag aan de keuze om iets kwalitatief dan wel kwantitatief te beschouwen? Hoe huidige situatie, referentiesituatie, alternatieven en verhoudt zich dit tot de ambities die voortkomen uit lokale en provinciale ambities, alsmede uit de andere voorkeursalternatief wordt gebruik gemaakt van Nationale Programma’s? B.v. woningbouwambities voortkomend uit het programma Wonen? Die worden dus kwalitatieve analyses op basis van bestaande data. De niet meegenomen en de wisselwerking treedt pas op in het Programma Ruimte? bestaande data betreft onder andere bestaande contouren rondom bepaalde Defensieactiviteiten, leefomgevingsdata die openbaar toegankelijk is (atlas leefomgeving, CBS, etc.) en openbare beleidstukken. Ten slotte wordt data vanuit de diverse planbureaus en informatie over de fysieke leefomgeving vanuit provincies, waterschappen en gemeenten betrokken bij de beoordelingen. Voor specifieke situaties worden hier vervolgens aanvullende kwantitatieve analyses toegevoegd. 5.2.2
Nu wel kwantitatief? Waarom dan initieel kwalitatief? Zie ook gestelde op pagina 57. Nu juist omgekeerd.
55
5.2 Wijze van beoordeling
De NRD geeft geen duidelijkheid over de wijze waarop de huidige situatie wordt meegenomen in het onderzoek. De functie als militaire luchthaven is in het verleden nauwelijks ingevuld. In een eerder advies, specifiek voor Vliegbasis De Peel, plaatste de commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) een kanttekening bij de huidige situatie en referentiesituatie. Nu de NRD in de beschrijving van de wijze aangeeft dat voor de beoordeling zicht moet zijn op een concrete uitvoeringspraktijk lijkt te worden voorbijgegaan aan de huidige situatie. Het helpt in het maken van een brede afweging mogelijk te maken. Een van de doelen van de NRDP is namelijk het verkrijgen van inzicht in de huidige staat van de fysieke leefomgeving op en rond defensie activiteiten rondom en huidige effecten (zie ook blz. 10).
55
5.2 Wijze van beoordeling
De NRD geeft geen duidelijkheid over hoe ervoor wordt gezorgd dat er voldoende zorgvuldigheid wordt betracht in het geval van de F35 en het specifieke geluid. Voorgaande is consistent met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Nota Ruimte en is nodig om recht te doen aan een worstcase en daarmee een goede indicatie. In het geval van de F35 ontbreekt een dosis-effectrelatie voor het bepalen van de geluidhinder, en tot nu toe geven aangenomen bronsterktes geen goede weergave van de geluidemissie. De praktijk, zoals in het geval van de geluidmeetnetten bij vliegbases Leeuwarden en Volkel, laat andere en hogere waarden zien. Het verdient aanbeveling om hiervoor ter zake deskundige instanties te betrekken, zoals het RIVM/GGD en de resultaten hiervan in de planMER te betrekken.
56 56
Natuur
Er zijn wel natuurplannen. Deze moeten wel worden meegenomen.
De referentiesituatie gaat voor het NPRD uit van 2040 en betreft de situatie waarin alle belangrijke trends zoals klimaatverandering en vastgesteld beleid met een concrete uitvoeringspraktijk (woningbouwontwikkeling, energietransitie) zijn opgenomen, maar de activiteiten van Defensie nog niet zijn aangepast naar een toekomstbeeld. Hiermee wordt de (ruimtelijke) druk vanuit de ‘buitenwereld’ op Defensie duidelijk zichtbaar.
Dit veronderstelt dat hierbij dus ook rekening is gehouden de uitwerking van ambities van andere Nationale Programma’s. Hoe verhoudt zich dit tot het gestelde op pagina 55? Of wordt door de zinssnede “..en vastgesteld beleid… dit juist buiten beschouwing gelaten? Met klem wijzen wij erop dat in een MER-studie de effecten van Defensie op de buitenwereld van belang zijn en niet wat de (ruimtelijke) druk vanuit de buitenwereld op Defensie zal zijn.
56
Beoordeling van de effecten De beoordeling van de Hoe vindt de weging van deze beoordeling plaats? Oftewel: wanneer is sprake van sterk negatief, negatief etc. effecten van de alternatieven vindt plaats met behulp van Welke criteria liggen aan deze weging / beoordeling ten grondslag? Hoe zwaar weegt een onderwerp t.o.v. een het beoordelingskader uit tabel 5-1. De effectbeoordeling ander onderwerp? vindt plaats in een zevenpuntsschaal, zie tabel, en ten opzichte van de referentiesituatie ter plaatse.
56
Gesteld wordt: ..… Op veel domeinen is nog volop beweging zoals natuurherstel, transitie landelijk gebied, klimaatopgave en daarmee nog niet concreet genoeg om daarmee mee te nemen in de referentiesituatie.
Zowel natuurherstel als klimaatopgave zijn wel degelijk concreet. De klimaatopgave is immers bekend. De opgaven voor natuurherstel zijn eveneens wel degelijk concreet, zeker die van N2000. Met de Natuurdoelanalyses worden deze duidelijk. Als het gaat om stikstof of hydrologie, dan zijn de opgaven zeker helder. Verder zijn er vooral interne maatregelen in de natuurgebieden zelf. Voor andere natuur kan de basiskwaliteit natuur een handig instrument zijn. Deze analyse vraagt mogelijk meer tijd en inspanning, maar is van wezenlijk belang om een goede indicatie te krijgen van de effecten en te kunnen spreken van een zorgvuldig doorlopen procedure.
56
5.2 Wijze van beoordeling
De NRD geeft aan dat er bij de beschrijving van de beoordelingswijze zicht moet zijn op een concrete uitvoeringspraktijk. Ambities en plannen in het stedelijk gebied en de Peel bevinden zich veelal op het visieniveau en zijn daarmee ruimtelijk juridisch gezien nog niet concreet. In het kader van een brede afweging en de lijn die wordt getrokken in het geval van de nieuwe Nota Ruimte / Contourennotitie, is het wenselijk om de ambities gerelateerd aan NOVEX de Peel, de Schaalsprong en de energietransitie mee te nemen voor de lange termijn in overeenstemming met de nieuwe Nota Ruimte / Contourennotitie. De opzet uit de NRD lijkt voorbij te gaan aan de beleidsrichting die is ingezet met de Contourennotitie, vooruitlopend op de nieuwe Nota Ruimte. De contourennotitie geeft aan dat de schaarste aan ruimte en het feit dat oplossingen noodzakelijk zijn tot slimme combinaties en het leggen van dwarsverbanden tussen doelen: keuzes voor de korte termijn moeten worden verbonden met richtingen voor de lange termijn. Dit suggereert dat er meer aandacht moet worden besteed aan de opgave op strategisch niveau (lange termijn).
57
Onderdeel van de Passende Beoordeling zijn ook enkele Er wordt gesteld dat de berekeningen globaal gemaakt gaan worden. Echter, er dient rekening gehouden te globale stikstofdepositieberekeningen. Deze worden met ALLE emissiebronnen binnen vliegbasis ‘De Peel’. Daarbij dient gekeken te worden naar de berekeningen zijn bedoeld om de grootte van het effect grondgebonden emissiebronnen en de luchtgebonden emissiebronnen. De onderbouwing bij de emissies van te bepalen. Het gaat dus niet om berekeningen die achter de bronnen dient duidelijk en navolgbaar te zijn. de komma nauwkeurig zijn, het gaat vooral om inzicht in de grootte van de opgave om effecten te mitigeren.
55 55
De genoemde aspecten in deze tabel zijn onvolledig, incompleet en selectief ter zake te onderzoeken onderwerpen. Waarom worden niet alle onderwerpen beschouwd?
5/8
Pagina Tekst NRD 57
Zienswijze Indien er sprake is van depositie op N2000-gebieden in de beoogde situatie, dan kan er alleen intern gesaldeerd worden als de beoogde situatie af wordt gezet tegenover de JUISTE referentiesituatie. Daarbij is een goede motivering van de rechtsgeldigheid van bestaande milieutoestemmingen cruciaal. De referentiesituatie dient helder en navolgbaar gemotiveerd te worden.
57
Het is in deze fase van planvorming nooit uit te sluiten dat mogelijke negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 op kunnen treden. De Passende Beoordeling geeft inzicht in de effecten en mogelijke maatregelen om effecten te beperken of geheel te voorkomen. In de latere planvorming van de diverse ruimtevragen zal dit nader uitgewerkt moeten worden om de concrete effecten te bepalen en maatregelen af te wegen en in te zetten.
57
Integrale beoordeling Voorkeursalternatief. In het MER Hier ligt een duidelijke relatie met de eerder door de staatssecretaris toegezegde uitvoering van een wordt voor alle behoeften uit het NPRD de impact op de kosteneffect analyse (KEA). Zoals reeds ten tijde van de projectMER-procedure besproken wisselwerking fysieke leefomgeving in beeld gebracht. Specifiek voor de tussen MER en KEA, is een zorgvuldige en tijdige afstemming noodzakelijk om resultaten van de KEA deel te behoeften met een bovenregionale afweging worden laten uitmaken van de MER-procedure. Verzocht wordt om deze wisselwerking in het proces te borgen. hiervoor in het MER alternatieven onderzocht. Mede op basis hiervan, naast andere effecten als kosten en draagvlak, kan in het NPRD een voorkeursalternatief bepaald worden.
57
De beoordeling van het voorkeursalternatief vindt plaats De genoemde kwalitatieve beoordeling dient te leiden tot een zorgvuldig gemotiveerde onderbouwing ervan. met behulp van dezelfde methoden en beoordelingskader De wegings- beoordelingscriteria zijn niet gemotiveerd en vastgelegd. Verzocht wordt om hier een nadere (zie tabel 5-1 en figuren 5-2 en 5-3). Deze beoordeling uitwerking aan te geven. vindt kwalitatief plaats.
57
Het is in deze fase van planvorming nooit uit te sluiten Wij stellen dat de juridisch te hanteren referentiesituatie t.z. NOx voor vliegbasis De Peel er toe zal leiden dat dat mogelijke negatieve effecten op de reactivering kansloos is. De tekst op pagina 57 suggereert dat de eerder als indicatief aangeduide en instandhoudingsdoelen van Natura 2000 op kunnen vooralsnog buiten beschouwing gelaten NOx-onderzoeken in deze planMER alsnog een plaats gaan krijgen. treden. De Passende Beoordeling geeft inzicht in de Over het NOx-rapport t.z. De Peel zijn zeer veel vragen gesteld en de inhoudelijke overleggen hiertoe zijn effecten en mogelijke maatregelen om effecten te afgebroken omdat voornoemd rapport als zodanig buiten beschouwing zou worden gelaten. Als dit rapport -of beperken of geheel te voorkomen. In de latere een opvolging ervan- alsnog in deze planMER wordt gebruikt, dan verzoeken wij om de inhoudelijke planvorming van de diverse ruimtevragen zal dit nader overleggen opnieuw op te starten en de resultaten van deze overleggen bij deze planMER te betrekken. uitgewerkt moeten worden om de concrete effecten te bepalen en maatregelen af te wegen en in te zetten. Onderdeel van de Passende Beoordeling zijn ook enkele globale stikstofdepositieberekeningen. Deze berekeningen zijn bedoeld om de grootte van het effect te bepalen.
Het gaat dus niet om berekeningen die achter de komma nauwkeurig zijn, het gaat vooral om inzicht in de grootte van de opgave om effecten te mitigeren.
57
In een MER is het verplicht om ook naar cumulatieve effecten te kijken. De effecten van het voorlopig voorkeursalternatief (dat dus bestaat uit alle behoeften) wordt daarom in samenhang – dus integraal – beoordeeld. Bijvoorbeeld op de totale impact op Natura 2000 (in plaats van alle behoeften apart), zie volgende paragraaf. Integrale afweging Voorkeursalternatief
Cumulatie dient tevens te gaan over reeds aanwezige activiteiten en de hiermee gepaard gaande impact op de omgeving. Concreet wordt ter zake cumulatie verzocht om: - effecten vanwege de nabijgelegen vliegvelden Volkel en Weeze te beschouwen; - de de activiteiten van het nabij de Lg Best kazerne gelegen Circuit De Peel als zgn. A-inrichting / grote lawaaimaker) te betrekken.
57
Onderdeel van de Passende Beoordeling zijn ook enkele globale stikstofdepositieberekeningen
Een globale berekening neigt naar een indicatieve berekening zoals de eerste stikstofberekeningen ten behoeve van de projectMER vanwege reactivering van Vliegbasis De Peel. Wij wijze erop dat dit hier onvoldoende is.Ten behoeve van deze planMER zullen volledige berekeningen moeten worden uitgevoerd. Dat geldt voor alle activiteiten waarvan de stikstof-effecten van Defensie niet zijn verdisconteerd in de staat van instandhouding ten tijde van de aanwijzing als N2000-gebied. Oftwel berekeningen voor alle nieuwe activiteiten en voor alle activiteiten waar nog geen natuurvergunning voor is afgegeven.
77
Beoordelingskader voor planMER
Onder het hoofdthema Gezonde en Veilige leefomgeving ontbreken de twee thema's Trillingen en Gezondheid. De ontwikkeling heeft impact op deze thema's en dit dient daarom onderzocht te worden. Trillingen: Het laagvliegen met helikopters en vliegtuigen leidt tot trillingen. Hierdoor ontstaat overlast naar de omgeving. Gezondheid: De ontwikkeling heeft een impact op een prettige leefomgeving rond vliegbasis De Peel. En daarmee ook op het woon- en leefgenot van de inwoners in de gemeente Horst aan de Maas. Dit dient onderzocht te worden in het planMER. Onder hoofdthema Energie en Circulariteit ontbreekt het thema Energie. De ontwikkeling heeft impact op kansen voor duurzame energieopwekking. Het bestaande laagvlieggebied ligt deels op grondgebied van gemeente Horst aan de Maas. Een stringent juridisch planologisch regime kan ontwikkelingen voor duurzame energieopwekking beperken. De effecten hiervan dienen onderzocht te worden in het planMER. Onder hoofdthema Sociaal en economie ontbreekt het thema Economie. De ontwikkeling van de vliegbasis, maar ook de intensivering en / of uitbreiding van laagvlieggebieden, is een bedreiging voor de kansen op economisch vlak. Denk daarbij onder andere aan werkgelegenheid, kennis en innovatie. Tevens leidt de impact voor woningbouw, recreatie, agrarische sector, industrie en hippische hub ook tot economische schade.
Dit dient onderzocht te worden in het planMER.
89
Zijn er internationale verplichtingen en wat is de bron en Enkel de (internationale) verplichting op basis waarvan de capaciteit uitgebreid moet worden is omschreven. status? Beoordelingskader voor het plan MER Niet is gebleken dat in het beoordelingskader rekening wordt gehouden met Internationale /Europese verplichtingen en afspraken en de gevolgen van/voor luchthavens (burgerluchtvaart) en vliegbasissen (militair) over de grens. Te denken valt hierbij aan de op Europees niveau vastgestelde vliegroutes van Luchthaven Weeze.
90
Geluid: Impact van de ontwikkeling op luchtvaartlawaai, wegverkeerslawaai, spoorweglawaai, industrielawaai en vice versa.
Het beoordelingskader van het thema Geluid wordt te globaal beschreven. Verzocht wordt om de “geluidimpact” van de ontwikkeling nader te specificeren. Verzocht wordt om in ieder geval de volgende gegevens inzichtelijk te maken: - Aantal jachtvliegtuigen dat gestationeerd wordt op De Peel en de andere alternatieve locaties - Maximaal aantal opstijgingen en landingen per dag - In welke etmaalperioden gaan de vliegbewegingen plaatsvinden. - Geluidcontouren uitgedrukt in KE en Lden - Inzicht in het aantal gehinderden (aantal inwoners binnen de contouren) - Geluidbelasting bij gevels van woningen - Geluidbelasting in buitengebied/natuurgebieden ter bescherming flora/fauna. - Niet alleen inzicht in gemiddelde geluidbelastingen, maar ook in de maximale of piekbelastingen - Vergelijking van de huidige situatie met de toekomstige situatie (geldt voor inzichtelijk maken geluidbelastingen en aantal gehinderden) - Vergelijking met andere alternatieve locaties en weging
90 90
NNN, Natura 2000 (incl. stikstof), beschermde soorten
De impact van de ontwikkeling op NNN-gebieden dient inzichtelijk gemaakt te worden.
Impact van de ontwikkeling op de concentraties stikstofdioxide, fijn stof en ultra fijn stof
De impact van de ontwikkeling van de maximale mogelijkheden over luchtkwaliteit dient inzichtelijk gemaakt te worden.
57
Niet alleen depositie van stikstof kan een verstorend effect hebben, maar ook de overige verstoringsfactoren dienen meegenomen te worden in de passende beoordeling. Met name het aspect ‘verstoring door geluid’ is hierbij van belang. Dit geldt voor ALLE Natura 2000-gebieden waar verstoring op kan treden (bijvoorbeeld door het laag overvliegen van jachtvliegtuigen). Extra aandacht dient geschonken te worden aan referentiesituatie voor de overige verstoringsfactoren. De referentiesituatie voor de verstoringsfactoren dient helder en navolgbaar gemotiveerd te worden.
Op de grens van Brabant en Limburg liggen verschillende Natura 2000-gebieden die een enorme vernattingsopgave hebben zoals beschreven in de Natuurdoelanalyses. Dit gaat inhouden dat in de randzones van deze gebieden op grote schaal een flinke vernatting is te verwachten. Hoe verhoudt het reactiveren van een vliegbasis, in een laaggelegen en van oudsher al nat gebied zich tot deze opgave?
6/8
Pagina Tekst NRD Beoordelingskader voor het plan MER 90
Zienswijze In het beoordelingskader wordt enkel de impact op de effecten van jachtvliegtuigen omschreven. De mogelijkheden (per locatie) om deze impact te beperken worden niet meegenomen en zouden, gelet op de toename van hinder, onderdeel moeten uitmaken van het beoordelingskader planMER. Voor bepaalde locaties zal het eenvoudiger en goedkoper zijn om overlast en hinder te beperken, dan voor andere locaties, waardoor dit een essentieel onderdeel is bij de beoordeling van alternatieven.
90
Beoordelingskader voor het planMER
Een toename van de jachtvliegtuigcapaciteit met mogelijk maximaal 2.300 sorties met jachtvliegtuigen heeft een impact op diversen thema’s die in het NRD niet zijn opgenomen in het beoordelingskader planMER. Onder hoofdthema Gezonde en Veilige leefomgeving ontbreekt het thema gezondheid. De ontwikkeling heeft een impact op een prettige leefomgeving rond vliegbasis De Peel. En dus ook op het woon- en leefgenot van de inwoners in de gemeente Horst aan de Maas. Dit dient onderzocht te worden in het planMER. Onder hoofdthema Ruimtegebruik ontbreken een aantal thema’s; recreatie, landbouw, grondeigendom. De ontwikkeling heeft impact op deze thema’s en dient daarom onderzocht te worden: Recreatie: De ontwikkeling treft onze recreatieve sector. Het gebied wordt minder aantrekkelijk voor toeristen. Landbouw: Vee in weilanden kan schrikken van (laag) overvliegende gevechtsvliegtuigen. Grotere dieren zoals paarden en rundvee kunnen hierbij uitbreken met alle gevolgen van dien. Los van het leed betekent dit vaak dat het dier daarna afgemaakt moet worden. In deze regio worden veel (waardevolle) paarden gefokt voor de handel en sport. De ontwikkeling in niet wenselijk voor boeren en ondernemers in deze sectoren. Grondeigendom: De ontwikkeling heeft gevolgen voor ontwikkelingsplannen binnen onze gemeente. Bijvoorbeeld woningbouwprojecten en de ontwikkeling van gebied de Peelbergen.
100
Geluid: Impact van de ontwikkeling op luchtvaartlawaai, wegverkeerslawaai, spoorweglawaai, industrielawaai en vice versa (zie ook blz. 108).
Het beoordelingskader van het thema Geluid wordt te globaal beschreven. Verzocht wordt om de “geluidimpact” van de ontwikkeling nader te specificeren. Verzocht wordt om in ieder geval de volgende gegevens inzichtelijk te maken: - Meer gedetailleerde beschrijving van de activiteit - Hoe vaak zal deze activiteit gaan plaatsvinden per jaar en in welke etmaalperiode? - Met hoeveel helikopters wordt er gevlogen? - Geluidcontouren uitgedrukt in KE en Lden - Inzicht in het aantal gehinderden (aantal inwoners binnen de contouren) - Geluidbelasting bij gevels van woningen - Geluidbelasting in buitengebied/natuurgebieden ter bescherming flora/fauna. - Niet alleen inzicht in gemiddelde geluidbelastingen, maar ook in de maximale of piekbelastingen - Vergelijking van de huidige situatie met de toekomstige situatie (geldt voor inzichtelijk maken geluidbelastingen en aantal gehinderden) - Schrikreacties omwonenden, flora en fauna.
100
Beoordelingskader voor het planMER
102
Bij beoordeling in het NRD is geen sprake van de Peel
Het intensiever gebruik heeft impact op diverse thema’s die in het NRD niet zijn opgenomen in het beoordelingskader planMER (pagina 100). Onder hoofdthema Gezonde en Veilige leefomgeving ontbreekt het thema gezondheid. De ontwikkeling heeft een impact op een prettige leefomgeving rond vliegbasis De Peel. En dus ook op het woon- en leefgenot van de inwoners in de gemeente Horst aan de Maas. Dit dient onderzocht te worden in het planMER. Onder hoofdthema Ruimtegebruik ontbreken een aantal thema’s; recreatie, landbouw, grondeigendom. De ontwikkeling heeft mogelijk impact op deze thema’s en dient daarom onderzocht te worden: Recreatie: De ontwikkeling treft onze recreatieve sector. Het gebied wordt minder aantrekkelijk voor toeristen. Landbouw: Vee in weilanden kan schrikken van (laag) overvliegende helikopters. Grotere dieren zoals paarden en rundvee kunnen hierbij uitbreken met alle gevolgen van dien. Los van het leed betekent dit vaak dat het dier daarna afgemaakt moet worden. In deze regio worden veel (waardevolle) paarden gefokt voor de handel en sport. De ontwikkeling in niet wenselijk voor boeren en ondernemers in deze sectoren. Grondeigendom: De ontwikkeling heeft gevolgen voor ontwikkelingsplannen binnen onze gemeente. Bijvoorbeeld woningbouwprojecten en de ontwikkeling van gebied de Peelbergen. Onder hoofdthema Energie en Circulariteit ontbreekt het thema Energie.
De ontwikkeling heeft een impact op kansen voor duurzame energieopwekking. Het bestaande laagvlieggebied ligt deels op grondgebied van gemeente Horst aan de Maas. Een stringent juridisch planologisch regime kan ontwikkelingen voor duurzame energieopwekking beperken. Dit dient onderzocht te worden in het planMER. Mocht dit zo zijn betekent dat de gemeente niet de opgelegde duurzaamheidscriteria kan behalen. Onder hoofdthema Sociaal en economie ontbreekt het thema Economie. De ontwikkeling van de vliegbasis is een bedreiging voor de kansen op economisch vlak. Denk daarbij onder andere aan werkgelegenheid, kennis en innovatie. Tevens leidt de impact voor woningbouw, recreatie, agrarische sector, industrie en hippische hub ook tot economische schade. Dit dient onderzocht te worden in het planMER. (12) Helikopterlandingsplaats; In het conceptverslag van 19 december 2023 hebben wij gelezen dat Defensie heeft aangegeven geen helikopters vanaf De Peel te willen laten opstijgen. En dat in het NRD wel een optie is opgenomen om vliegbasis de Peel hiervoor in te zetten. Dit hebben wij bij de beoordeling niet terug kunnen vinden in het NRD.