SB24.02.10D 02 Bijlage - Natuurbrandbeheersplan
Tekst van het document
Aanschaf van ander materieel, door brandweer, beheerder of andere partijen, kunnen een bijdrage leveren aan het creëren van een stoplijn of het blussen van een brand. 31/37
Natuurbrandbeheersplan Groote Peel _______________________________________________________________________________ Voldoende bluswater op plekken waar stoplijnen aangelegd moeten worden draagt bij aan de mogelijkheid tot brandbestrijding. Uitbreiding richting bewoning of waardevolle objecten voorkomen: Het verwijderen van vegetatie of het toepassen van minder brandbare vegetatie richting woonhuizen of andere gebouwen door beheerder (en vanuit woonhuizen richting het natuurgebied “firewise” door bewoners) verkleint de kans op overslag. Vermoedelijke effecten van maatregelen per risico: ➢
Uiteraard is het voorkomen van een brand de meest effectieve maatregel aangezien dan meteen alle risico’s verdwijnen. Aangezien de meeste branden veroorzaakt worden door menselijk handelen zal daarop ingezet moeten worden. Echter is er ook een (kleine) kans op brand door bijvoorbeeld blikseminslag. De ontoegankelijkheid beperkt dan de mogelijkheid op een snelle brandbestrijding door de brandweer.
Risico 1: ➢
Het verwijderen van brandbare vegetatie richting paden (aanbrengen natuurlijke barrières) verhoogd de kans op vluchten uit het gebied.
➢
De kans op snelle ontdekking vergroten en vervolgens zo snel mogelijk de bezoekers informeren geeft de bezoekers meer tijd.
➢
Bestrijdbaarheid vergroten door sneller in te zetten op de brand (eventueel door aanwezig personeel) verkleind de kans op een onbeheersbare brand en verhoogd de veiligheid van de bezoekers.
Risico 2: ➢
Met name het verwijderen van brandbare vegetatie richting en rondom woningen (“firewise”) is een effectieve maatregel om het risico op brandoverslag richting woningen te verkleinen.
➢
Het voorkomen dat de brand de bodem in gaat en vervolgens gedurende langere tijd smeult voorkomt dat er langere tijd overlast van rook wordt veroorzaakt. Zolang er geen mogelijkheden zijn om een brand in het gebied te bestrijden (toegankelijkheid) blijft de kans aanwezig dat een flink gedeelte van het gebied afbrandt en dat er langere tijd rookoverlast is. De intensiteit en hoeveelheid rook is afhankelijk van de brandstof en de verspreiding van de rook is afhankelijk van het weer.
Risico 3: ➢
Het verwijderen van brandbare vegetatie kan er voor zorgen dat een kleiner gebied afbrandt of dat de brand stopt simpelweg omdat er geen brandstof meer is. Ook het goed compartimenteren van het gebied (al dan niet gebruik makend van natuurlijke barrières) en vervolgens de mogelijkheid bieden om een inzet te doen bij die compartimenten is een maatregel die daaraan bijdraagt. Het verwijderen/aanpassen van vegetatie aan de randen van het gebied is een maatregel die voorkomt dat een brand zich buiten het natuurgebied uitbreidt of bijvoorbeeld wegen of woningen bedreigt en is noodzakelijk indien het wenselijk is dat de brandweer een inzet doet.
➢
De kans op ontdekking vergroten heeft vooral effect als er ook gelegenheid is om de brand vervolgens snel te blussen (bereikbaarheid van de brand).
➢
Het aanschaffen van materialen door brandweer, beheerder of andere partijen om in het gebied een bestaande brand te blussen heeft alleen effect als het mogelijk (toegankelijk) 32/37
Natuurbrandbeheersplan Groote Peel _______________________________________________________________________________ en veilig is om het gebied in te gaan. Het vergt verder opleiding en training in brandgedrag en gebruik van het materieel. Tevens moet de slagkracht afgestemd worden op het te bestrijden gebied (bijvoorbeeld een handcrew met 20 teamleden kan bij lichtere vegetatie 360 meter per uur vegetatie verwijderen en bij dichtere vegetatie 80 meter per uur om een stoplijn te maken). ➢
Voldoende bluswater helpt bij de bestrijding van een brand maar alleen als er een mogelijkheid is om het water op de juiste manier toe te passen.
33/37
Natuurbrandbeheersplan Groote Peel _______________________________________________________________________________
Bijlage 3 - Doelstellingen en uitgangspunten gebiedscommissie Groote Peel Het hoofddoel van de gebiedscommissie is het voorkomen van een brand die leidt tot (in willekeurige volgorde): - Slachtoffers; - Verlies van goederen; - Onherstelbare schade aan Natura 2000-waarde(n); - Langdurige (rook)overlast; - Langdurige en grootschalige inzet door brandweer (blussen en nablussen) en terreinbeheerders (aanpak nafase). Om aan deze doelstelling te voldoen richt de gebiedscommissie zich op maatregelen die bijdragen aan: - Het zo klein mogelijk houden van een brand; - Het beschermen van bewoond gebied; - Het zo effectief mogelijk bestrijden van een brand; - Het voorkomen en/of bestrijden van ongewenste effecten van een brand.
34/37
Natuurbrandbeheersplan Groote Peel _______________________________________________________________________________
Bijlage 4 – Overdracht nafase Inleiding In deze bijlage is aangegeven welke afspraken er gemaakt zijn / welke werkwijze gehanteerd wordt bij de overdracht van het gebied na een brandincident met als doel dat na die overdracht in de z.g. nafase voor alle partijen helder is wie waarvoor verantwoordelijk is en wat men verder van elkaar mag verwachten. Specifiek gaat het daarbij om de overdracht door de brandweer naar de gebiedseigenaar (SBB). Uiteraard worden ook – daar waar relevant – de andere partners bij / na het incident betrokken. Ten tijde van het opstellen van dit document is de bredere (landelijke) discussie over dit onderwerp nog niet gevoerd en zijn er daarmee ook geen (landelijke) conclusies en daaruit voortvloeiende aanbevelingen / werkwijzen voorhanden. Daarom wordt voor nu als uitgangspunt de werkwijze van 2020 na de Deurnsche peelbrand gehanteerd met dien verstande dat de leerpunten van toen zijn meegenomen. Bovenstaande kan als consequentie hebben dat deze paragraaf in de toekomst aangepast wordt. Moment Het moment waarop de feitelijke overdracht van het incident(gebied) plaatsvindt wordt bepaald door het op dat moment hoogst actieve operationeel gremium. (OT-COPIMotorkapoverleg). Het initiatief tot overdragen kan komen van zowel de brandweer als van Staatsbosbeheer.
Over zowel het besluit tot als het specifieke moment van overdracht wordt te allen tijde de (coördinerend) burgemeester van het incident geïnformeerd. Overdracht van het incident kan enkel plaatsvinden als tenminste aan onderstaande randvoorwaarden is voldaan: - De brand is volledig onder controle en de situatie is stabiel; - De restrisico’s zijn voldoende in beeld; - Er zijn heldere afspraken over taken, rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen (zie ook hierna) alsook over de onderlinge afstemming en communicatie; - De hierboven genoemde afwegingen en afspraken zijn vastgelegd in het z.g. Gebiedsoverdrachtsdocument. Overdracht Overdracht vindt fysiek plaats in het bijzijn van de partijen uit het z.g. ‘Nazorgoverleg’. Dit overleg bestaat in beginsel uit vertegenwoordigers van Staatsbosbeheer, Waterschap Aa en Maas, gemeente Asten, gemeente Nederweert en/of Peel en Maas, Veiligheidsregio Limburg Noord en/of Brabant Zuidoost. Van de twee laatstgenoemde partijen participeert tenminste de meest getroffen gemeente / veiligheidsregio. Indien de situatie daar aanleiding toe geeft kunnen andere partijen toegevoegd worden zoals bijvoorbeeld het Waterschap Limburg. Elke partij ‘levert’ een – bij voorkeur ‘dedicated’ – vertegenwoordiger met voldoende mandaat om als case-manager in het team op te treden.
De vertegenwoordiger van Staatsbosbeheer treedt op als voorzitter van het overleg. Het overleg komt in eerste instantie in volledige bezetting bijeen. Er worden hierbij tenminste o.b.v. consensus afspraken gemaakt over:
35/37
Natuurbrandbeheersplan Groote Peel _______________________________________________________________________________
-
Het daadwerkelijk moment van overdracht waarbij rekening wordt gehouden met een zodanige overdrachtsperiode om SBB voldoende voorbereidingstijd te geven; De verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het gebied; De financiële verantwoordelijkheid over o.a. een mogelijke vervolginzet door derden; Procesafspraken m.b.t. mogelijkheden van onderlinge ondersteuning; De onderlinge informatievoorziening en bereikbaarheid. Met name over situaties waarbij spoedeisende inzet brandweer noodzakelijk (b)lijkt; Communicatie.
Aanvullende werkafspraken voor specifieke situaties zijn uiteraard mogelijk. Deze afspraken worden vastgelegd in het z.g. Gebiedsoverdrachtdocument. Dit document wordt aansluitend – mits van toepassing – ter kennisname gebracht van het ‘Lokaal CrisisTeam’ (LCT) van de betrokken gemeente(n) waarna het onderdeel zal zijn van het Nafasedocument. Begeleiding / controle De gehele operationele Nafase in het gebied wordt vanaf het moment van overdracht begeleid door het Nazorgoverleg. Hierbij vindt periodiek afstemming plaats over: - Voortgang van de werkzaamheden; - Knelpunten en noodzakelijke oplossingen; - Communicatie; Daarnaast bewaakt het overleg de verbinding / samenhang met het LCT en escaleert bij onderwerpen welke binnen het overleg niet kunnen worden opgelost. Ten slotte begeleidt het overleg ook de verdere afschaling van het incident naar ‘normaal’. Bij deze laatste afschaling is het van belang dat afspraken worden gemaakt over: - het daadwerkelijk moment van afschaling - restafspraken.
36/37
Natuurbrandbeheersplan Groote Peel _______________________________________________________________________________
Bijlage 5 – Operationele afspraken in warme fase – PM
37/37