RU24.03.06D 04 7 bijlage 22b1_Tabel met reacties OP De Peel en verwerking - 7 dec 2023
Tekst van het document
7 december 2023
Verwerking bestuurlijke reacties OP De Peel versie november 2023 Reacties binnengekomen van: 1. Provincie Limburg – via Bart Moonen 2. Waterschap Aa en Maas – via Ernest de Groot 3. Regio Noord Limburg – via Mechie Beurskens 4. Midden Limburg – via Roy Thijssen 5. MRE/ZO Brabant – via Rob Jacobs 6. Provincie Noord-Brabant – via Carl Dortmans De regio NO Brabant en Waterschap Limburg hebben naar eigen zeggen voldoende gereageerd op eerdere versies, kunnen zich vinden in de verwerking daarvan en hebben daarom geen nieuwe inbreng meer geleverd.
Toelichting
De binnengekomen reacties omvatten in totaal 134 opmerkingen waarvan we er 94 hebben verwerkt. Van de 40 niet verwerkte opmerkingen was ruim de helft informatie die we ter kennisneming hebben aangenomen, maar niet aan de kern van het ontwikkelperspectief raakten, of suggesties die in de verdere uitwerking een rol kunnen spelen, zowel op inhoud als proces. In de kolom Opmerkingen staat op enkele plaatsen een rode tekstpassage. Dit betreft latere verduidelijkingen door indiener op oorspronkelijke opmerking. In de kolom J/N is met kleuren aangegeven of de opmerking is verwerkt. Daarbij is de volgende codering gebruikt: Opmerking verwerkt Opmerking deels/iets anders verwerkt dan voorstel Opmerking niet verwerkt In de kolom Actie/motivering is kort aangegeven wat is gedaan, of waarom opmerking niet is verwerkt. N.B. de in de tabel opgenomen bladzijdenummers correspondeert met de versie van november 2023 en kunnen iets afwijken van de nieuwe versie o.a. door de toevoeging van een voorwoord.
Overzicht van de opmerkingen Nr.
Blz.
1.
21
3. 4.
49 56
5. 6. 7.
4 5 7 en 91
Opmerkingen Provincie Limburg ‘Ook de verantwoordelijke gedeputeerden voor de PPLG’s maken deel uit van die NOVEX-stuurgroep’. Is voor de Limburgse situatie onjuist. In Limburg is de gedeputeerde voor Ruimte, Wonen, Water, Bodem en Leefbaarheid lid van de stuurgroep Water en bodem altijd sturend. Altijd is te hard. Mbt Zonneladder: In het coalitieakkoord van de Provincie Limburg wordt de zonneladder verder aangescherpt met een ‘nee, tenzij’principe voor zon-op-landbouwgrond en een motivatieplicht van gemeenten bij afwijking daarvan*. Niet lopende zin: ‘Maar ook voor flora en fauna…..systeem als basis Oijen-Wanssum moet zijn Ooijen-Wanssum Heropenen militair vliegveld: in geen van de scenario’s een wenkend perspectief, want het zet een grote aanvullende druk om de andere nationale (en regionale) doelen in de volle omvang te realiseren. Immers: deze functie ligt op de dekzandrug in een inzijggebied, doorsnijdt de ecologische zone, neemt agrarisch productielandschap weg, verstoort recreatief gebruik en zet de leefbaarheid onder druk. Niettemin beseffen alle partijen dat uit
Actie/motivering
J/N
Aangepast: ‘voor de PPLG’s’ weggehaald
R
Woord ‘altijd’ verwijderd Highlight tekst toegevoegd
R R
‘meteen’ moet zijn: ‘met een’ Verbeterd Highlights toegevoegd; wel ‘Defensie’ vervangen door ‘Het Rijk’
R R R
8.
8-9
9.
9 en 123
10 11
11 31
12
44
13
56
14
68
een oogpunt van nationale veiligheid en operationele gereedheid van de krijgsmacht indringende vraagstukken aan de orde kunnen zijn. In verband met de vanuit Defensie aangedragen mogelijke reactivering van Vliegbasis De Peel worden in die omgeving vooralsnog geen onomkeerbare ruimtelijke ontwikkelingen in gang gezet. Heropenen militair vliegveld: eventuele heropening van Vliegbasis De Peel is een vraagstuk uit het NOVEX-startpakket. Vanuit voorliggend OP2050 en de ruimtelijke opgaven die te realiseren zijn in de Peel is het echter lastig voorstelbaar dat er ook plek is voor eventuele reactivering van het vliegveld en daarbij behorende vliegbewegingen. In geen van de scenario’s wordt dat gezien als een wenkend perspectief. Het is in de huidige ambitiekaarten voor 2050 dus ook niet opgenomen. Daar staat tegenover dat Defensie op nationaal niveau meer ruimte nodig heeft voor de inzet van de F35 en dat Vliegbasis de Peel daarbij in beeld is als mogelijke optie. In de twee helft van 2024 wordt naar verwachting, als onderdeel van de beleidsvisie Ruimte voor Defensie, meer duidelijk over een mogelijke reactivering van militair vliegveld De Peel. Tot die tijd is vigerend ruimtelijk beleid van toepassing en moet rekening gehouden worden met reactivering van de vliegbasis. VAB’s. Bovendien zal ook hier agrarische bebouwing vrij komen.
Nieuwe bewoners maar ook nieuwe (en soms ondermijnende) bedrijvigheid. Brede welvaart van de Peel gaat voor een belangrijk deel over het behoud van vitale dorpen en dorpse eigenheid. Het versterken daarvan is een aandachtspunt op weg naar 2030 en verder. Ruimte voor wonen kan daarbij een hefboom zijn. Voorstel: Bovendien zal ook hier agrarische bebouwing vrij komen die leiden tot nieuwe gebruikers maar ook nieuwe (en soms ondermijnende) bedrijvigheid. Brede welvaart van de Peel gaat voor een belangrijk deel over het behoud van vitale dorpen en dorpse eigenheid. Het versterken daarvan is een aandachtspunt op weg naar 2030 en verder. Waarbij ruimte voor kwalitatieve functies, passend bij de hoofdkoers (kwaliteit en opgaven) van het gebied een hefboom kunnen zijn. Kaart. Ospel en Ospeldijk toevoegen als Peeldorpen. Kaart. Oude akkers in Maasdal toevoegen zoals op kaart blz 37. Synthese kaart. Hooggelegen terrassen Maasdal in Limburg hebben andere groentint als in Brabant. Kleur moet het zelfde zijn Kaart 30. Wijstgronden liggen bovenop de horst, niet aan de slenk zijde.
Het gaat vooralsnog om de mogelijke aanleg van zes buisleidingen voor het transport van waterstof, aardgas, CO2, ammoniak, lpg, propeen en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen voor de industrie. Moet worden: Het gaat vooralsnog om de mogelijke aanleg van drie buisleidingen voor het transport van waterstof, CO2 en ammoniak en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen voor de industrie. Steden dorpen. Toevoegen maximaal afkoppelen en infiltreren van verharde oppervlakte om het grondwater aan te vullen
Highlights toevoegd; laatste zin (groen gemarkeerd) weggehaald nav opm. 30 van regio Noord Limburg en vervangen door:
R
‘Op dit moment is reactivering van de vliegbasis enkel mogelijk binnen de kaders van het vigerende ruimtelijk beleid.’
Voorstel overgenomen
R
Aangepast Aangepast
F F
Kaart is gebaseerd op meeste recente bronnen van Rijk en provincie. Navraag over juiste ligging gedaan bij Geopark met reactie als volgt: ‘De bedoeling is om de locaties van de wijstgronden in Limburg en Brabant in de toekomst te actualiseren. Met name Limburg is inderdaad nog niet geheel compleet.’ Aangepast
R
Opm. Hoort niet bij Ondernemende Peel
15
71
16
80
17
81
17
86
19
89
20 21
98 97
22
98-113
23
103
24
25
68 en 70
26
49
27
6, 88, 95, 99,
Recreatie en toerisme vormen een mogelijk verdienmodel, maar ook beroepen aan huis of in VAB’s (na sloop overtollige bebouwing en verhardingen) kunnen met digitale voorzieningen sterk groeien Kaart. Tegenstrijdigheid in kaart en legenda over inlaat Maaswater. In legenda: Aanvoer vanuit Maas in tijden van droogte. Op de kaart: Inlaat bij hoge waterstand. Droogte rijmt niet met hoge waterstand. Kaart. Contour Peelraamstelling door Groote Peel is niet bekend. Bekend is de contour via de Noordervaart. Is er een onderbouwing? Verder is dit te zeer een kaart die alleen het historisch raamwerk van de Peel (kern gebied) laat zien. De oud akkers en oude dorpen ontbreken. Kanalen ontbreken ook de contour van veen ontginning lijkt in ieder geval bij Weert-Nederweert niet juist te zijn. Baardwijkse overlaat moet Beerse overlaat zijn. De openheid van de Peelhorst leent zich voor grootschalige (energie)landschappen. Het verschil in zienswijze tussen NoordBrabant en Limburg over zon-op-landbouwgrond maakt het behouden van eenheid op de Peelhorst lastig. Passage past meer bij de bestuurlijke aandachtpunten of op blz 123. VAB’s zijn daarom gebaat bij (versnelde en voldoende) mogelijkheden tot bij voorkeur sloop en indien passend bij de marktvraag en omgevingskwaliteiten herbestemming of sloop. Groote Peel ligt niet op het zuidelijk deel van de Horst. Figuur 69.
Nummer 1 staat geprojecteerd op de Groote Peel. De tegel past daar niet bij omdat er geen kanaal is in de Groote Peel. Bij alle tegels opnemen ‘stimuleren versterken identiteit en leesbaarheid landschap’ Legenda. Arcering ontbreekt bij Economische ontwikkelassen. Waterschap Aa en Maas De omvang van het groenblauwe hart Peelvenen, in relatie tot een wenkend perspectief voor de landbouw rondom de Peelvenen, moet voor een goede start van het proces in het gebied zelf nog steeds beter gepositioneerd worden. De overgangsgebieden dienen daartoe, zowel qua kleurstelling op kaart als in de begeleidende tekst, nadrukkelijker aangegeven te worden. Tevens verbetert de balans tussen de drie scenario’s door expliciet aandacht te besteden aan een gezamenlijk te ontwikkelen wenkend perspectief voor nieuwe vormen van landbouw rondom de Peelvenen en ook dit beter in kaartbeeld en tekst tot uiting te brengen. In algemene zin zijn de teksten rondom de drie scenario’s – Natuurlijke Peel, Ondernemende Peel en Leefbare Peel – beter in balans gebracht. De kaartjes zijn echter niet wezenlijk veranderd qua kleurstelling. ook in de tekst staat de woordkeus bijvoorbeeld met een quote als ‘De weg vooruit is de weg terug!’ op pagina 49) een betere balans nog herhaaldelijk in de weg. De benaming en positionering van de ‘ruime beekdalen’ is niet aangepast.
Gezien het feit dat de (zij)beekdalen aan Brabantse zijde relatief smal zijn op de Peelhorst helpt de huidige positionering – in combinatie met de negatieve connotatie die de ‘brede beekdalen van 100-250m’ hebben gekregen n.a.v. LNV-beleid – niet om het in het gebied passende maatwerk te realiseren: de in het LNV-beleid genoemde 100-250m zijn lang niet overal nodig. In het ‘Verhaal van de Aa’ legt waterschap Aa en Maas meer nadruk op waterconservering op de horsten (35-50 cm) en flanken (20-30 cm) en zijn de (zij)beekdalen een achtervang. Deze aanpak is leidend in zowel het vigerende Waterbeheerplan als het bestuursakkoord van ons waterschap en wij zien deze lijn van denken dan ook graag expliciet terugkomen in het OP2050.
Highlights toegevoegd
R
Legenda aangepast naar ‘Aanvoer vanuit de Maas bij hoge waterstand’
F
Peelraamstelling aangepast in kaarten: 58, 85
F
Oude akkercomplexen worden al vermeld in kaart op bladzijde 58. De andere kaart gaat enkel over de cultuurhistorische hoofdstructuren, ‘de grote lijnen’. ‘landschappelijk gezien’ toegevoegd; Inzichtverschillen bij bestuurlijke aandachtspunten benoemd
R
Aangepast
R
Horst is vervangen door Peel Aangepasst
F F
Toegevoegd
F
Aangepast
F
Overgangsgebieden als legendaeenheid opgenomen
R/F
Scenariokaarten waren onderzoeksmiddel in het proces en zijn in deze vorm tijdens de werkateliers besproken. Naderhand aanpassen zou dan raar en niet uitlegbaar zijn. Het zijn geen uitgewerkte perspectieven. Uit de kleurstelling van de kaarten kunnen geen conclusies worden getrokken. Tekst + voetnoot verwijderen
R
Woord ‘ruime’ vervangen door ‘vitale’
F+ R
28
29
30
8-9
31
71
32
70
33
86
in het OP2050 geen afstandelijke termen als ‘stakeholders’ en ‘partners’ gebruikt moeten worden, maar is het beter het OP2050 als openingsbod expliciet te richten aan het gebied zelf en te spreken van en zich te richten tot ‘bewoners, ondernemers en andere maatschappelijk en bestuurlijk betrokken partijen’. Het cruciale punt voor realisatie van het OP2050 is draagvlak in het gebied. Met het verkrijgen van draagvlak moeten we nog beginnen. Een strategisch communicatieplan dat verder gaat dan ‘een marktplaats voor de streek’ en ‘een politieke informatieavond’ is dan ook noodzakelijk. De ‘eindversie’ waar we in Q1 2024 naartoe werken moet dan ook een volgende versie zijn met al een begin van draagvlak onder alle betrokkenen: het OP2050 wordt zo echt het begin van een nieuwe lijn. Regio Noord limburg Vliegbasis de Peel: “In het najaar zal duidelijk worden of reactivering van militair vliegveld De Peel onderdeel zal zijn van een nationale afweging, in het kader van het Nationale Programma Ruimte voor Defensie. Tot die tijd is vigerend ruimtelijk beleid van toepassing en moet rekening gehouden worden met reactivering van de Peel.” De laatste twee zinnen zijn NIET correct. Niet in het najaar zal deze duidelijkheid gegeven worden, maar in december 2023 wordt duidelijk welke “ruimtelijke” opgaven defensie heeft.
Dit is te lezen in de NRD (notitie reikwijdte en detailniveau) die aangeeft wat onderzocht gaat worden in de milieueffectrapportage. Reactivering van de Peel is dus niet zomaar mogelijk!!!! Wij zijn dan ook van mening dat dit aangepast dient te worden in de 14 december versie. Tekstvoorstel: In afwachting van dit Nationale Programma Ruimte moet rekening worden gehouden dat defensie de procedure voor de reactivering van de Peel zal voortzetten. In paragraaf 4.5 de leefbare peel wordt gesproken over duurzame bereikbaarheid van de kernen, fijn dat dit nu opgenomen is. In de tekst wordt gesproken over mobiliteitshubs nabij treinstations, maar de opgave is ook/juist om de locaties waar geen treinstation is duurzaam bereikbaar te maken. Daarom zou het goed zijn om ook mee te nemen dat duurzame bereikbaarheid van steden en landelijke kernen ook gestimuleerd wordt met stille vervoersmiddelen die tevens bijdragen aan de gezondheid van de peelbewoners. Daarom worden er mobiliteitshubs met elektrische deelauto’s- en fietsen bij treinstations aangeboden en worden fiets- en wandelroutes verbeterd en uitgebreid. In de kaart op pagina 70 staan diverse belangrijke (doorfiets) verbindingen maar ontbreekt de route langs de maas vanuit Roermond, via Venlo naar Arcen.
(de route die nu ingetekend staat is de toeristische route maar hier is ook de opgave om een aantrekkelijke fietsroute voor utilitair verkeer te realiseren (deels in uitvoering, deels nog niet). Ook mis ik de maaskruisingen voor het fietsnetwerk (oa de maasbrug tussen Oeffelt en Gennep). In de kaart op pagina 70 staan diverse belangrijke (doorfiets)verbindingen maar ontbreekt de route langs de maas vanuit Roermond, via Venlo naar Arcen. (de route die nu ingetekend staat is de toeristische route maar hier is ook de opgave om een aantrekkelijke fietsroute voor utilitair verkeer te realiseren (deels in uitvoering, deels nog niet). Ook mis ik de maaskruisingen voor het fietsnetwerk (oa de maasbrug tussen Oeffelt en Gennep). Op de kaart op pagina 86 (laag 5; samenkomst van energie- en grondstofstromen) wordt doormiddel van hoogspanningssta�ons en energielijnen wenselijkheid van zonneweides weergeven. Enexis hee� aangegeven (zie het investeringsplan 2024 Enexis Netbeheer) een hoogspanningssta�on (380 KV-lijn) bij te willen bouwen in
Woord ‘stakeholders’ vervangen
R
TKA, Procespunt, is aan de stuurgroep
P
Laatste zin (groen gemarkeerd) weggehaald, maar ivm reactie Rijk vervangen door: vervangen door:
R
‘Op dit moment is reactivering van de vliegbasis enkel mogelijk binnen de kaders van het vigerende ruimtelijk beleid.’ Verder Tekstvoorstel prov. Limburg (opm. 8) overgenomen.
Aangepast naar ‘OV-knopen’
R
Dit betreft een scenariokaart. Scenariokaarten waren onderzoeksmiddel in het proces en zijn in deze vorm tijdens de werkateliers besproken. Naderhand aanpassen zou dan raar en niet uitlegbaar zijn. Het zijn geen uitgewerkte, complete perspectieven. Uit het ontbreken van elementen op de kaarten kunnen geen conclusies worden getrokken.
Toegevoegd op kaart
F
34
72
35
?
36
?
37 38 39
4 27
40
73
41
42
43
44
Ysselsteyn en die staat ook in het investeringsplan als gerealiseerd in 2035. Daarom dit ook opnemen op kaartlaag 5. Op Laag 5 samenkomst van energie- en grondstofstromen kan een hoogspanningssta�on worden toegevoegd in Ysselsteyn die voor 2035 op de planning staat. Zie htps://www.enexis.nl/over-ons/onsinvesteringsplan Wij vragen aandacht voor de verstedelijkingsdruk vanuit Nijmegen - Venlo en de economische kansen op de ontwikkellijn Nijmegen – Venlo. Hier liggen kansen die op dit moment in het OP2050 nog onvoldoende naar voren komen. Regio Noord Limburg vraagt aandacht voor natuurbrandbeheersing in het OP2050. Wij zijn ons bewust dat de “hoe” vraag geen onderdeel vormt van het OP2050. Echter wij zijn wel van mening dat er keuzes gemaakt moeten worden en piketpalen gezet moeten worden. Deze duidelijkheid is noodzakelijk om überhaupt tot uitvoering te komen in het gebied. Op dit moment maken wij ons zorgen over het niet maken van keuzes. Wij hebben de indruk dat het maken van keuzes wordt uitgesteld. Zolang deze duidelijkheid niet wordt gegeven zien wij dat ontwikkelingen stil komen te staan en juist ongewenste ontwikkelingen doorgang vinden. Daarom willen wij de “hoe”-vraag agenderen en vragen wij of de stuurgroep van 14 december over de hoe dit wilt agenderen. Het thema luchtkwaliteit wordt beperkt genoemd in het leefbaarheidsvraagstuk.
Gezien de impact van luchtkwaliteit op de leefbaarheid vragen wij hier meer aandacht voor. 2de regel: “meteen” moet “met een” zijn onder kopjes Perspectief voor landbouw en natuur – Het “is” de bedoeling dat (woord is toevoegen) “Vanuit het watersysteem bezien betekent het dat de Peelvenen, Deurnese Peel – Mariapeel en de Groote Peel, in alle gevallen moet worden hersteld en beschermd.” – hier missen we “de Bult” – graag toevoegen Regio Midden Limburg Algemeen zien we nog veel type- en taalfouten in het document staan. Dit moet er echt uit in de definitieve versie. Vooral plaatsen namen zoals Hor(s)t, Heythuysen en Nederweert worden fout getypt; Het kaart materiaal bij OP2050 is telkens wisselend welke kernen genoemd staan en hoe deze vermeld staan. Het is iedere kaart opnieuw een zoekplaat om te kijken waar grenzen lopen. Probeer voor alle kaarten dezelfde opbouw aan te houden met plaatsnamen voor de herkenbaarheid. We zien in de nieuwe versie dat de ecologische ontwikkel-as verplaatst is naar ten noorden van Weert/Nederweert, dat is prima. Echter hebben wij ook een reactie geplaatst met het verzoek om de Tungelroysebeek als grens van Novex de Peel te gebruiken. In de gemeente Leudal wordt deze als grens aangehouden maar bij de gemeente Weert houdt het ineens op. Ten noorden van de Tungelroysebeek liggen namelijk ook een aantal peelrestanten waaronder de Moeselpeel.
Daarnaast maakt het Tungelroyse beekdal onderdeel uit van het watersysteem. Daarom nogmaals het verzoek om de Tungelroysebeek als grens aan te houden voor het OPP2050 Midden-Limburg is nu al de droogste regio van Nederland en de huidige opgaven zullen gelet op de klimaatontwikkelingen alleen maar toenemen. In het OP2050 gaat men uit van het verhogen van de (grond)waterstand en een aanvoer vanuit de Maas het gebied in. De aanvoer loopt via Midden-Limburg naar het noordelijk deel van de Peel. Ons hele watersysteem wordt gevoed door water uit België en Duitsland waar we geen invloed op hebben. Het is nu nog onduidelijk of de voorgestelde maatregelen in het OP2050 voldoende zijn en haalbaar zijn. Wij maken daar ons zorgen over.
Bij les uit scenario 3 toegevoegd: …vanuit de MRE, Nijmegen en Venlo is een kans….
F
Tekst toegevoegd in 4.6
R
TKA, Procesvraag
P
TKA Verbeterd verbeterd
R R
“de Bult” toegevoegd
R
Gecorrigeerd; Blz. 105 ‘Heythuisen’; Blz. 106 ‘Hort’ Kaarten blz. 52, 56, 57 Nederweert goed gespeld De grenzen zijn in elke kaart hetzelfde. Alle vermelde plaatnamen staan op de juiste plaats. Geen wijzingen gedaan.
F
Aangepast in de grote belangrijkste kaarten; overal aanpassen is gezien het grote aantal kaarten onmogelijk
F
Ter kennisgeving aangenomen. Waterbeschikbaarheid is ook als bestuurlijk aandachtspunt tussen Rijk en regio benoemd
45 46
9
47
9 en 11
48
28
49
50
35
51
31
We missen de link met de direct aangrenzende N2000 gebieden, deze zijn niet belicht of omschreven (Leudal en Weerterbos bijv.) punt 3 Verstedelijk ook de lijn direct naast Novex gebied – Eindhoven-Best-Boxtel-Den Bosch ontbreekt. Kan wel impact bij verstedelijking op bodemwater sturing/ ontwikkelingsmogelijkheden natuur en landbouw in de rand van Novex; De verstedelijksopgave is vanuit Brainport richting Novex geprojecteerd. Maar de verstedelijking vanuit Eindhoven via Best Boxtel Sint Michielsgestel en Vught naar Den Bosch hebben mogelijk ook impact op het Novex gebied punt 4 Verwijzen naar het Splendid rapport waarmee alle 9 vormen van Kringlooplandbouw in gekaderd zijn Pagina 11 – ook linken aan Splendid – kringlooplandbouw Buiten CO2 vastleggen in bodem. CO2 vastleggen in biobased materialen waarbij de grondstoffen van nieuwe biobased teelten uit de regio komen. Deze kunnen op de circulaire hubs be- en verwerkt worden van ruwe grondstof naar halffabricaat. De promotie van nieuwe teelten, biobased materialen biedt nieuwe verdien modellen voor de Agrariërs. Deze nieuwe teelten kunnen gepositioneerd worden in overgangsgebieden, bufferstroken (spuit vrije zones, gebieden t.b.v. waterbuffering etc.) Pagina 28 Buiten CO2 vastleggen in bodem. De nationale doelstellingen zijn oa het vastleggen van CO2 of de LCA ( life cycle analyses) van producten inzichtelijk te maken.
In nieuwe teelten tbv Biobased materialen wordt er juist gekeken om niet alleen groene producten te maken maar ook juist CO2 te binden in de vezels. Dit moet je benoemen in kansen voor de regio. Als je dan een stapje verder kijkt moeten de teelten / grondstoffen verwerkt worden ( De eerste stappen kunnen juist op de circulaire regionale hubs gedaan worden ) Opgaven energietransitie: In de energietransitie zijn de onderstaande optie mogelijkheden niet beschreven of opgenomen in het kaartmateriaal: Biomassa vergisting (voor de duidelijkheid mestverwerking is niet per definitie biovergisting -> biogas en of groen kWh) Pyrolyse van (circulaire stromen, biomassa) niet meegenomen Waterkracht Opgaven (circulaire) economie: Ook koppelen aan biobased materialen, biomassa etc. Opgaven landelijk gebied: Opgaven koppelen aan Splendid rapport kringlooplandbouw. Logisch zou zijn om naar de gebieden te kijken waar LBV-LBV plus ruimte ontstaat voor. Leefbaarheid: VAB (Vrijkomen Agrarische Beleid) In de toekomst krijgen naast de LBV- LBV+ ook met o.a. vergrijzing van de agrarische sector te maken en minder bedrijfsopvolging. Hierdoor zullen we te maken krijgen meer VAB-locaties. Ondermijning is een van de belangrijkste onderdelen van VAB maar kan ook direct invloed hebben op directe omgeving. Op pagina 35 van het OP2050 staat een kaartje met de woondeals benoemd.
Op het kaartje ontbreekt Midden-Limburg. Omdat Midden-Limburg een bijdrage wil leveren aan de verstedelijkingsopgave van Zuidoost-Brabant is het verzoek om Midden-Limburg toe te voegen aan het kaartje. Het gaat voor Midden-Limburg om 10.350 woningen tot 2030; Pagina 31 (plaatje): In de aanduiding/relatie tussen agrarische sector en levensmiddelenindustrie lijkt niet compleet. Niet alle productielocatie van o.a. veevoeder (Nijsen Granico – Vitelia etc) staat in het kaart materiaal. Ook de links aan productiebedrijven die van invloed zijn in het Novex gebied bv Laarakker- Hessing Groente staan er niet in
TKA TKA –genoemde plaatsen liggen buiten de Peel. Het is ondoenlijk alle ontwikkelingen die mogelijk impact hebben op het NOVEX gebied te behandelen
Verwezen naar Rapport in par. 4.4, opgenomen in bronnenlijst
R/F
Opm eerst onduidelijk (aangevuld met rood) Verwerkt in 2.2 onder opgaven energietransitie
R
Dank voor deze aanvullingen, bruikbaar bij verdere uitwerkingen Incidenteel verwerkt
Woondeal ML toegevoegd op kaartje
(p 31 bevat geen plaatje) Blz. 34. Als footnote toegevoegd: Wij hebben op basis van de meest recente voor ons beschikbare informatie de kaart getekend, hier kunnen specifieke bedrijven
F
Tevens zijn ook composteerinstallatie (Atterro – Van Kaathoven – Van Iersel – Den ouden groep etc) zeker van impact op de omgeving Dan staan de Biomassavergistingsinstallaties niet in de weergave Onder de foto staat een verwijzing als bron Eindhovens dagblad. Deze is zeker niet relevant; op deze pagina is het niet heel sterk verwoord dat we droogte probleem hebben, zowel kwalitatief als kwalitatief is dit aandachtspunt kaart met natuurverbinding loopt dwars door gemeente waarom staat Leistert prominent ingetekend maar geen tekst
52
47
53
49
54 55
66 70/71
56
76
57
88
58
90
De ecologische ontwikkel-as is een nieuwe ambitie, waarom loopt dit hier en heeft het gevolgen?
59
90
Daarnaast noordelijk van Leudal ligt natuurlijk Maasdal, dit is niet correct. (contact opnemen met Sabine de Jong van Leudal voor correcte begrenzing)
60
97
61
99 - 113
Hier staat Uffelse- / Itterbeek juist als ruim beekdal en Roggelsebeek niet. Op p77 staat dit juist omgekeerd. In het beekdalen landschap zijn beide beken verbindingen en zoekgebied BGDA Bij de tegels zien we weinig voorbeelden uit onze regio dit geeft vertekend beeld
62 63
105 111
64
8-9
Deze kaart wordt in hoofdstuk 6 benoemd als richting gevend, hier staat een arcering achter Heythuysen die we niet als zo groot kennen legenda natuurlijk Maasdal beslaat groot deel rondom Leudal, dit is niet correct. (contact opnemen met Sabine de Jong van Leudal voor correcte begrenzing)
Op p105 staat Heythuysen verkeerd geschreven. P111 staat Maarheeze maar die zit helemaal niet in OP2050 Regio ZO Brabant/MRE: Asten Bestuurlijk aandachtspunt toevoegen: Voorkomen van nieuwe monocultuur Een bestuurlijk aandachtspunt in het kader van de aantrekkelijkheid en daarmee leefbaarheid van het gebied is, dat wij de verschillende opgaven een plek geven in het gebied en daarmee de komst van een (nieuwe) monocultuur voorkomen. Het opnemen van dit bestuurlijk aandachtspunt komt ook overeen met de beschrijving van de verschillende onderdelen verderop in het document, waarin herhaaldelijk het ontstaan van een monocultuur als ongewenste ontwikkeling wordt gezien. Dat geldt bij zowel het groenblauwe hart, het natuurlijk Maasdal, de afwisselende dekzanden als de oude akkercomplexen.
niet in staan of missen. Dit is echter niet van invloed op de conclusie van de kaart. Achter ‘Bron’ het woord ‘foto’ toegevoegd Tekst toegevoegd
F R
TKA Betreft scenariokaart: Op de kaart zijn worden de bestaande verblijfs en dagrecreatieve locaties Wij passen geen scenario kaarten aan, deze kaarten zijn enkel een onderzoeksmethode om tot de synthesekaart te komen. (zie ook opm. 25 en 32) Aangepast
F
De data waarop deze kaart gebaseerd is komt van de geomorfologische kaart van de Rijksoverheid, we passen dit bronmateriaal niet aan Deze as is een ambitie en zat al in verschillende voorgaande versies waarover afstemming heeft plaatsgevonden; het ontwikkelperspectief in geen beleidsdocument, er zijn dus geen onmiddellijke gevolgen De data waarop deze kaart gebaseerd is komt van de geomorfologische kaart van de Rijksoverheid Aangepast
F
TKA; Wij hebben vanuit het peelsysteem gewerkt, de tegels zijn exemplarisch voor het hele peelgebied. Aangepast Aangepast
F F
Niet aangepast. Dit is een kwestie van interpretatie en beeldvorming. De combinatie van de diverse uitgangspunten in het OP2050 maakt dat monocultuur niet passend is. Dat is iets anders dan grootschalige landbouw die in delen is en mogelijk blijft – mits aangepast naar de eisen van water, bodem en biodiversiteit. Bij de uitwerking van deelgebienden kan men nadere voorwaarden/eisen stellen.
65
8-9
66
9
67
9, 12, 91
66
9
Bestuurlijk aandachtspunt toevoegen: Behoud en uitbreiding nationaal Park In het hart van het NOVEX-gebied ligt Nationaal Park de Groote Peel. Het is een van de twee Nationale Parken van Brabant, een van de drie van Limburg. De status Nationaal Park is toegekend vanwege de specifieke natuurwaarde. De status zorgt voor een grote aantrekkingskracht op (internationale) toeristen en is daarmee een trekpleister voor de Peel. Met het opstellen van een nieuw beleidskader door het ministerie van LNV moet voor 2030 worden voldaan aan voorwaarden om de status te behouden. Het is een belangrijke opdracht voor het gebied en biedt ook mogelijkheden om de status van Nationaal Park uit te breiden met de delen Heitrak, ’t Zinkske, Deurnsche en Mariapeel. De gemeenten Asten en Nederweert, Waterschappen Aa en Maas en Waterschap Limburg zijn hier al mee bezig inclusief partijen als Staatsbosbeheer, IVN en particuliere grondeigenaren rondom de Peel. Het expliciete verzoek om bij de bestuurlijke aandachtspunten (de status van) het Nationale Park Groote Peel een plek te geven. Onder punt 5 staat de extensivering rondom natuurgebieden. Een belangrijk speerpunt is het behoud van de melkveehouderij rondom de Peel vanwege de leefbaarheid, aantrekkelijkheid en beheer van het landschap.
De doelen zoals biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en verbrede doelen staan omschreven, maar de expliciete aanduiding om dat (mede) te doen vanwege het behoud van deze sector niet. Wij pleiten ervoor om dit hier op te nemen. In het gehele document is nu nergens het belang van de melkveehouderij voor het gebied terug te vinden. de Peel heeft veel potentie op het gebied van recreatie en toerisme. Recreatie en Toerisme kan ook een belangrijke pijler worden voor de herontwikkeling van het buitengebied. Verzoek om onder de kop Andere landbouw en nieuwe economische dragers ook deze sector op te nemen. Met betrekking tot deze sector worden de kansen die wellness en gezondheidstoerisme kunnen bieden voor de Peel gemist. Zeker gelet op de kernkwaliteiten van de Peel zoals rust, ruimte, groen, donker, is het ontwikkelen van kwalitatief goede en onderscheidend wellness en gezondheidstoerisme een mooie kans langs de ecologische ontwikkel-as. Op pagina 14 wordt alleen de natuurlijke en recreatieve as langs de Peelraamstelling genoemd. In Asten wordt aan de Brabantse zijde een recreatief Fietsrondje Groote Peel aangelegd waardoor recreanten rondom het gehele Nationaal Park (op Limburgs en Brabants grondgebied) kunnen fietsen en Nationaal Park de Groote Peel kunnen beleven. Ook dat zou als een mooie kans kunnen worden genoemd.
Het beperken tot de maakindustrie en ICT als (nieuwe) economische dragers is een beperkte weergave van welke sectoren van wezenlijk belang kunnen zijn voor de identiteit en daarmee leefbaarheid van het gebied. Bestuurlijke aandachtspunt toevoegen: Bereikbaarheid van, naar en in de Peel In de managementsamenvatting wordt geconcludeerd dat het garanderen van een op duurzame manier bereikbare Peel een uitdaging is die bij de woon- en werkopgaven hoort daar waar de leefbaarheids- en verstedelijkingsopgaven in en om de Peel spelen. Hierdoor ligt het voor de hand dat dit item onder bestuurlijke aandachtspunten zou zijn opgenomen. Dit ontbreekt nu. In het kader van ‘bereikbaarheid’ is het relevant om te weten dat Studio Bereikbaar in opdracht van de MRE werkt aan een nieuwe mobiliteitsvisie voor de Brainportregio. Dit zal voorzien in een nieuwe visie (het waarom), ontwikkelprincipes (het hoe) en een adaptief pakket aan mobiliteitsmaatregelen (het wat). In het
Het Nationaal Park nieuwe stijl in oprichting is een beleidsvoornemen van meerdere overheidspartijen. Dit geldt ook voor Geopark Maashorst. Het zijn relevante ontwikkelingen. Behoud en uitbreiding NP is toegevoegd aan de bestuurlijke aandachtspunten
R
Aangepast: achter landbouw (akkerbouw en veeteelt) toegevoegd. Enkel melkveehouderij vermelden maakt het te specifiek.
R
N.B. er zijn verschillende meningen over de potentie van R&T (OPM RJ: het OP2050 hoeft nu geen keuze te maken tav van mate van potentie. Dat is een kwestie van uitwerking. Het niet opnemen lijkt R&T tov andere wel genoemde sectoren uit te sluiten. Advies: wel opnemen).
R
Aangepast: Op 9 onder 4 bij de voorbeelden toegevoegd; ’natuurbewuste vormen van toerisme & recreatie’. Voorbeelden als fietsrondjes zitten op een lager schaalnvveau dn het OP2050: niet opnemen. Aagepast Reactie: de uitwerking van de verstedelijking loopt via het traject van novex stedelijk Brabant en de regionale ontwikkelstrategieën (aan de Brabantse kant). Die richten zich op het samenspel van wonen, werken, voorzieningen, bereikbaarheid en mobiliteit. Daarvoor wordt ook een dorpenstrategie opgesteld en
R
adaptieve pakket wordt een doorvertaling gemaakt in de maatregelen die in de regio en dus ook in de Peel nodig zijn om de regio bereikbaar te houden. De nieuwe mobiliteitsvisie is een doorvertaling op de Brainportdeal en moet in Q1-2 2024 klaar zijn en ter besluitvorming worden voorgelegd in de 21 gemeenteraden van de Metropoolregio Eindhoven. Is er een relatie gelegd tussen de nieuwe in wording zijnde mobiliteitsvisie MRE en NOVEX De Peel? De nieuwe mobiliteitsvisie zal regionale afspraken verankeren in mobiliteitspakketten. Bijgevoegd de link naar de concept mobiliteitsvisie MRE. WeTransfer: https://we.tl/t-xfFuNe2bIs 67
25
68
25
69
29
70
47
Onder de nationale opgaven hoort ook het behoud en beheer van Nationaal Park de Groote Peel. Hier zou de opgave kunnen worden toegevoegd als “Behoud status Nationaal Park de Groote Peel”. In de toelichting kan vervolgens staan, dat vanwege het nieuwe beleidskader van LNV het gebied zich inspant om die status te behouden en de ambitie heeft om de status van het natuurgebied op middellange termijn te verbreden met de Heitrak, ‘t Zinkske, de Mariapeel en de Deurnsche Peel”. Er wordt gemist dat een versterking van het regionale fiets- en openbaar vervoernetwerk nodig is naast de beloofde weginvesteringen in robuuste randen zoals een A67 en N279. Dit om een goede bereikbaarheid in, van en naar de Peel te borgen. De verkeer- en vervoersstromen op de A67, N279 zullen in 2050 grotendeels duurzaam(er) plaatsvinden. Wij vragen ons af of in het Ontwikkelperspectief is afgewogen hoe het stikstofbeeld er uit ziet als men uitgaat van elektrificatie van alle verkeersbewegingen op grote aders als A67, N279 in 2050 in combinatie met het grote aantal stoppende agrarische bedrijven? Is dan nog steeds een veel te hoge stikstofuitstoot op de Natura 2000 gebieden en daaraan gekoppelde opgaves? Het belang van de circulaire economie als onderdeel van de bredere economische strategie voor de regio wordt benoemd.
Ook de manier waarop de uitdagingen met betrekking tot een circulaire economie worden opgesplitst, is correct; waarbij zowel in de productie als bij het consumptiegedrag grote veranderingen noodzakelijk zijn om aan de landelijke doelstellingen te moeten voldoen. Er wordt daarbij terecht gewezen op het feit dat binnen het ontwikkelgebied de Peel in het buitengebied de grootste kansen en uitdagingen liggen wat betreft circulariteit. Echt gedetailleerd worden de passages over circulaire economie niet. Dit is begrijpelijk omdat nu nog niet inzichtelijk is welke interventies in een circulaire economie dominant zullen zijn. Wel wordt het voorbeeld van (de productie van) biobased materialen meerdere malen als een belangrijk onderdeel van de circulaire Peel aangehaald. In dat geval zouden ook andere potentiële mogelijkheden een keer benoemd mogen worden, zoals bijvoorbeeld monomestvergisting in de veehouderij. In een eerder reactie hebben wij gevraagd om de zoekgebieden voor grootschalige energie-opwekking goed over te nemen uit de RES 1.0 van de Metropoolregio Eindhoven. De vastgestelde RES is terug te vinden op:
https://www.energieregiomre.nl/res/documenten+res+10/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2053730
(kaart op pagina 48 van dit document). Ook in de Voortgangsrapportage van de RES komt deze kaart terug.
Voor de gemeente Asten geldt dat windenergie rondom de Groote Peel niet mogelijk is op basis van een eerder uitgevoerde Plan MER (uitgevoerd in het kader van de RES 1.0). De gemeenteraad heeft later ook aangegeven geen windmolens te wensen in het gebied ten zuiden van de Dennendijkse Bossen. Voor beide gebieden geldt dat er in het ontwikkelperspectief NOVEX windmolens staan
worden mobiliteitsvisies vervaardigd. NOVEX De Peel is hieraan gerelateerd. De koppeling wordt daarbij gelegd. De beleidsontwikkeling zelf loopt echter via de verstedelijkingsaanpak. Op blz 9 onder 3 toegevoegd: “Deze verstedelijkingsopgave betreft o.a. “opgaven voor wonen, werken en mobiliteit en bereikbaarheid” Uitwerkings/uitvoeringsvraagstuk. Hier prematuur.
Zin toegevoegd bij 2.2: Opgaven leefbaarheid
R
TKA, er zijn waarschijnlijk nog meer voorbeelden te noemen, maar dat is niet de kern van deze studie, ook verwijzen we in dit verband naar de nog lopende studie naar nieuwe verdienmodellen
Aangepast in kaart op blz. 70
F
71
29, 57
72
76
73
121
74
4,8,90, 112
75
9
76 77
57
78
4, 8, 90, 122
79
84
afgebeeld. Aangezien deze niet zijn opgenomen in de RES en om meerdere redenen ook niet mogelijk zijn, stellen wij voor om deze afbeelding aan te passen cq naar waarheid op te nemen. Nu wordt onterecht de suggestie gewekt dat windenergie hier is toegestaan. rekening houden met gezondheid, welzijn en demografie (P57) In het toekomstperspectief 2050 is de zeer hoge veedichtheid nog als een specifiek risico in de Peel opgenomen en dat zou de bron zijn van verspreiding dierziekten, zoonose en bijdragen aan hoge concentraties fijnstof in de lucht wat van invloed is op de luchtkwaliteit en de kans op ziekten aan longen en luchtwegen zou verhogen. Ook wordt gerefereerd aan een onderzoek dat zou uitwijzen dat de levensverwachting van Peelbewoners 11 maanden korter is dan gemiddeld. De boodschap hiervan is natuurlijk dat zonder maatregelen risico’s blijven bestaan. Wij maken hierover de opmerking dat niet alleen de intensieve veehouderij van invloed is op de luchtkwaliteit. Ook op P29 wordt alleen gesproken over de veehouderij als bron van stikstofuitstoot, terwijl er meerdere bronnen zijn. In 4.6 (P73) worden de mogelijke toekomstbeelden voor de Peel nog eens samengevat. De gemeente Asten kan zich op hoofdlijnen vinden in deze toekomstbeelden.
Recreatie en toerisme, waaronder kansen voor Wellness en gezondheidstoerisme als nieuwe economie zou hierin opgenomen kunnen worden evenals het versterken van het regionale fiets- en openbaar vervoernetwerk. overleg met het Rijk over Nationaal Park de Groote Peel toevoegen(P123). Bij de aandachtspunten voor het overleg tussen het Rijk en de regio missen wij het (overleg en behoud) Nationaal Park Groote Peel en de mogelijkheden om de status te behouden, het gebied op de middellange termijn uit te breiden en daarmee als (recreatieve en toeristische) pijler van de Peel te ontwikkelen Op het kaartmateriaal op pagina 4, 8 en 90 is Asten aangemerkt als een ‘verstedelijkte kern’. In hoofdstuk 6 ‘op weg naar 2030’ op pagina 112 worden Asten en Someren als voorbeelden genoemd van ‘leefbare dorpen’. Verzoek is om dit aanpassen. Asten en Someren zijn verstedelijkte kernen. Op pagina 9 onder 3 is aangegeven dat de verstedelijkte kernen aan de westzijde van de Peel een bijdrage kunnen leveren aan het opvangen van de verstedelijkingsdruk van Brainport. Wij zien voor Asten hierin ook een rol. Verzoek om op het kaartmateriaal van pagina 4 en 8 de pijlen die dit schematisch weergeven hierop aan te passen. Het woord ‘brainportcluster’ Op het kaartmateriaal wordt gesproken over ‘Brainportcluster’. De definitie daarvan ontbreekt.
Op het kaartmateriaal in de samenvatting en ook verderop in het document staan verschillende dorpen weergegeven en andere dorpen niet. Het gaat daarbij om de categorie ‘Leefbare dorpen’. Dorpen in de kern van het gebied zoals Zeeland, Mill, Meijel en Neerkant staan geel omkaderd weergegeven. Voor een kern als Heusden geldt dat dit ontwikkelperspectief een verregaande invloed heeft op de economie en leefbaarheid van het dorp. Wij willen ervoor pleiten dat nogmaals wordt gekeken naar welke dorpen als ‘Leefbare dorpen’ moeten worden aangemerkt. Voor ons geldt daarbij niet enkel of een dorp in het centrum van het gebied ligt, maar veel meer of een dorp directe (grote) gevolgen ondervindt van dit ontwikkelperspectief. Bij de beschrijving van de mobiliteit op pagina 84 staat nadrukkelijk het belang van de N279 omschreven als as aan de westzijde van het NOVEX-gebied. Het feit dat nu ook het belang van deze weg is
Aangevuld met wegverkeer als andere bron van slechte luchtkwaliteit blz. 57
R
Zin hierover toegevoegd bij 4.6
R
Relevant punt voor de uitvoeringsagenda (onderdeel agenderen). Niet op deze plek: gaat om deelgebied.
Aangepast
F
Aangepast Pijlen gericht op het midden tussen Asten en Someren
F
Vervangen door de Brainport Term Brainportcluster, komt uit eerdere versie, werd nog genoemd op pagina 6 onder punt 6. Aangepast naar ‘de Brainport’ Aangepast op visiekaart
R F
Kaart aangepast: N297 moest N279 zijn
F
F
80
70, 76
81
4, 8, 10, 90, 76
82
79
83
11
84
11
opgenomen, kan op onze instemming rekenen en doet ook recht aan het belang van deze weg voor de Peelregio. Vreemd genoeg is de N279 in tegenstelling tot tal van andere A- en N-wegen niet opgenomen in de kaart op pagina 84. Verzoek om dit nog aan te passen. Het fietsrondje Groote Peel onder ‘aantrekkelijk recreatief netwerk’ wordt op het kaartmateriaal gemist, evenals de regionale fietsroutes van Asten naar Bedrijventerrein Zuidoost Brabant en van Asten naar Eindhoven (via Someren). Verzoek om dit nog op te nemen. Op het kaartmateriaal op de pagina’s 4, 8 en 90 loopt de ecologische verbindingsas in de nieuwe versie van het Ontwikkelperspectief door Nationaal Park de Groote Peel richting Someren. Op het kaartmateriaal op de pagina’s 10 en 76 loopt de ecologische verbindingsas onder de Groote Peel door naar Weert. Verzoek om het kaartmateriaal op de pagina’s 10 en 76 ook aan te passen.
Wij attenderen erop dat bij punt 4 Duurzame bereikbaarheid de koppeling wordt gemaakt met de nieuwe mobiliteitsvisie MRE die in wording is. Het kaartmateriaal op P84 komt niet overeen met de contouren van de nieuwe mobiliteitsvisie MRE. Een HOV AstenSomeren-Eindhoven en de snelfietsroute van Asten via Someren naar Eindhoven ontbreken op het kaartmateriaal. Ook de regionale fietsverbinding tussen Asten en Helmond en de ontwikkeling van regionale HUBS wordt gemist. Het kaartmateriaal op P84 lijkt hierdoor ook gedateerd. Legenda: Groenblauwe hart van de Peel (P11) In de samenvatting en het verdere document staat een meer genuanceerd beeld ten opzichte van de eerdere versie ten opzichte van de intensieve veehouderij. Die intensieve veehouderij moet zich verhouden tot natuur en landschap en dat betekent ingrijpende veranderingen voor die sector. In de legenda op pagina 11 staat dan weer dat in het Groenblauwe hart van de Peel: “Rondom N2000-gebieden is geen ruimte voor intensieve veeteelt”. Het groenblauwe hart gaat volgens de legenda over in een gebied van groen naar grijs. Voor de gemeente Asten betekent dit dat in meer dan 1/3 van ons grondgebied de intensieve veehouderij in zijn geheel dient te verdwijnen. Het is van oudsher een gebied met juist veel intensieve veehouderij kent.
Het categorisch verbieden van die gehele sector in zo’n groot gebied is in onze optiek geen haalbaar, maar ook geen wenselijk perspectief. Omschrijf het, net als op andere plekken in het document, dat er minder ruimte is of dat er ruimte is mits bedrijven zich aanpassen aan het gebied. De huidige beschrijving is voor ons te rigide en leidt niet alleen tot schuren, maar veel meer tot een breuk met het gebied en haar inwoners. De legenda keert op pagina 97 voor de derde keer terug. Hiervoor geldt dat een pagina verderop bij de uitdieping van de tegels een genuanceerde omschrijving staat: “Liever zien we niet intensief agrarisch grondgebruik en ook niet uitbreiding van de intensieve veehouderij”. Uitbreiding niet toestaan klinkt heel anders dan dat je helemaal geen intensieve veehouderij wenst. Nationaal Park de Groote Peel (P11) Bij voorkeur zien wij hier dat ook het Nationaal Park de Groote Peel op kaartmateriaal en legenda’s in het document wordt afgebeeld gelet op de bijzondere status van het park (landelijk zijn er slechts 21 nationale parken).
Niet aangepast Te gedetailleerd schaalniveau.
Gecheckt: weergave van de verbindingsas is consistent en steeds gekoppeld aan een waterloop en recreatieve route. Met de stippellijn over de Groote Peel richting de Kempen geven we aan dat hier ook een ecologische verbinding loopt, echter niet gekoppeld aan water en een recreatieve route. Niet aangepast: Beleid is nog in ontwikkeling. Is onderwerp voor volgende versie als het regionale mobiliteitsbeleid is vastgesteld.
F
Legenda en teksten zijn aangepast
F/R
Niet/anders aangepast: Te verwarrend om aan te passen met de aanduiding tov de andere peelvenen Mariapeel, Deurnsche Peel en de Bult. Aandacht voor behoud status NP is in tekst opgenomen
85
5 ev.
86
11
87
10/11, 76/77
88
89
90
91
76
In het document wordt gesproken over de ‘Deurnese Peel’. Zowel het Rijk als Staatsbosbeheer spreken in hun communicatie over de ‘Deurnsche Peel’. Als bewust voor de nieuwe(re) omschrijving is gekozen, dan kan aan deze opmerking voorbij worden gegaan. ZO-Brabant/MRE: Deurne De Groene Legenda (Groen en water) bestaat uit ruime beekdalen, het Maasdal en het Groenblauwe Hart. Dat Groenblauwe Hart betreft de N2000-gebieden met daaromheen een brede randzone. Die randzone is beduidend ruimer dan de huidige randzone om de Peelvenen. Dit gebied heeft op dit moment naast natuur vooral ook een agrarische functie. In de eerdere versie van het ontwikkelperspectief was het perspectief voor die agrarische functie gereduceerd en versmalt tot gewassenteelt. In de voorliggende versie is dit meer in balans gekomen en zijn meer passende vormen van landbouw (gewassenteelt en veeteelt) beschreven (pag 7, 9 en 82). De legenda voor Groenblauwe Hart op pagina 11 is hierop nog niet aangepast. Wij verzoeken u dat alsnog te doen. In het aangepaste ontwikkelperspectief is als nieuw element een reservering tracé DeltaRhine Corridor opgenomen. Een nadere toelichting vanwaar deze reservering komt ontbreekt in het ontwikkelperspectief. Wij verzoeken u de opname van deze reservering nader te onderbouwen, waarbij voor ons een belangrijk aandachtspunt is dat het tracé een N2000-gebied doorkruist.
Wij kunnen ons vinden in de doorgevoerde aanpassing ten aanzien van de schaalsprong van de Brainport, namelijk door die als aparte laag op te nemen in de rode legenda. Wel verzoeken wij u in de grafische weergave daarvan een verschil aan te brengen in de omvang van de rode cirkels om Helmond en Deurne overeenkomstig de hiërarchie in de verstedelijkingsopgave. ZO Brabant/MRE: Gemert-Bakel Water, bodemsysteem sturend/leidend. We onderschrijven het principe 'water en bodem sturend’, maar zien wel nadrukkelijke aandachtspunten voor onze bestaande kernen en uitleggebieden. Het grondwaterpeil gaat aanzienlijk stijgen. Dit levert (maatschappelijke) uitdagingen op die we nu nog niet kunnen overzien, onder andere op het gebied van huidige n toekomstige bebouwing, openbare ruimte, milieu en volksgezondheid. Graag aansluiten bij de teksten in de ontwikkelstrategie Zuid-Oost Brabant: water, bodem sturend, dus niet leidend Wonen/Economie: We onderschrijven de hogere doelstellingen van de economische agenda en de bereikbaarheidsoplossingen om minder autoafhankelijk zijn. Onderbelicht vinden we de economische behoefte van de leefbare Peeldorpen en Verstedelijkte kernen en de bijhorende mobiliteitsvraagstukken wegens het ontbreken van goede alternatieven om minder autoafhankelijk te zijn.
Daarnaast missen we de erkenning dat de bestaande infrastructuur niet voldoende robuust is voor de huidige en toekomstige mobiliteitsbehoefte. Woningbouwafspraken: De aanvulling om buitenstedelijk aan de rand van gemeente te bouwen is onderbelicht. Verstedelijkte kernen: We onderschrijven dat de Verstedelijkingsdruk van Brainport zeker relaties heeft met Gemert-Bakel. In de regio Zuidoost Brabant staan we voor de uitdaging van de schaalsprong. Op 9 maart 2023 is in de Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant de afspraak gemaakt over de minimale woningbouwopgave voor de periode 2022-2030. De woningbehoefte voor eigen inwoners van de gemeente is groot. Met de groei van kennisintensieve- en maakindustrie op komst is de vraag naar arbeidsplaatsen en woningen enorm. De ambitie van de gemeente Gemert-Bakel is om een deel van de verstedelijkingsdruk van Brainport ook hier op te vangen. Zuidoost-
Aangepast naar “Deurnsche Peel”.
R
Legenda is aangepast
F
Het betreft een indicatief tracé dat nog in studie is, maar wel kansen kan bieden in de Peel, daarom opgenomen op de kaart. In legenda verduidelijkt
F/R
Aangepast, zie rode tegels
F
Tekst nagelopen en waar nodig aangepast (o.a. titel 3.1)
R
Aanpassingen gedaan in H5, bij Laag 4: duurzame bereikbaarheid
R
Aangepast in H6 bij rode tegels
R
Brabant zal zich dus moeten concentreren op toekomstige vooral rond de stedelijke centra, subregionale knooppunten én in verstedelijkte kernen. Leefbare Peeldorpen: Voor de leefbaarheid van de Peeldorpen belangrijk dat er een juiste balans moet zijn tussen verdere inbreiding- en uitbreidingsmogelijkheden conform onze toelichting in de ontwikkelstrategie Zuid-Oost Brabant. Daarnaast is het belangrijk dat vanuit het perspectief van Brede Welvaart een gezonde leefomgeving wordt gewaarborgd. Ruimte voor energie: Grootschalige productielandschappen / Potentiële grootschalige wind- en zonne-energie. De landelijke doelstellingen op het gebied van energieproductie onderschrijven we. In de huidige versie van de NOVEX De Peel wordt aangegeven dat alleen in Gemert-Bakel ruimte is voor grootschalige wind- en zonne-energie. Dit is geen juiste vertaling van de vastgestelde zoekgebieden RES. We zien momenteel alleen ruimte voor kleinschalige en meervoudige energieproductie in de vorm van zonne-energie na toepassing van de zonneladder We zijn trots op het unieke karakter van de Peelrandbreuk dat Unesco waardig is en zouden deze graag prominenter in de NOVEX zien, aangezien het kansen biedt voor recreatieve ontwikkelingen en de transitie van ons buitengebied zonder dat dit belemmerend werkt voor de huidige gebruikers.
We vinden ‘de groene backbone’ onvoldoende doorgetrokken naar het Geopark Peelrandbreuk (Peelhorst en Maasvallei) en de waarde van de Stippelberg als grootste aangesloten bosgebied onvoldoende erkend.
92
93
94
95
96
7, 9, 29, 71
We vinden dat er voldoende perspectief moet blijven voor de huidige agrarische sector en vinden dat het belang van deze sector onvoldoende erkend wordt. Uitstoot verminderen in overleg met de ondernemers vinden we belangrijk en daarvoor is voor ons het aantal dieren of de ligging van het bedrijf niet bepalend. Ondernemers moeten in de gelegenheid wordt gesteld om op een verantwoorde manier te kunnen ondernemen. Dit geldt voor zowel de gebieden rondom de Natura 2000 als de overige gebieden. ZO Brabant/MRE: Helmond De verstedelijkingsopgave voor Helmond moet prominenter op de kaarten worden weergegeven. Het lijkt nu alsof die in omvang vergelijkbaar is met Deurne. In de teksten ‘Eindhoven en stedelijke centra’ (o.a. pag 9) vervangen door Eindhoven, Helmond en Deurne. Op pagina 7 onder ontwikkelzones: Eindhoven en Venlo worden genoemd als steden op de flanken waar ontwikkeld kan worden. Hier ook Helmond expliciet benoemen als locatie op de flanken waar ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Pag 29 “Een belangrijk deel van die opgaven zal worden opgevangen in de Eindhoven en andere stedelijke centra, bijvoorbeeld aan de westzijde van de stad”. Deze zin loopt bovendien niet. Ook hiervan maken : Een belangrijk deel van die opgaven zal worden opgevangen Eindhoven, Helmond en Deurne. Op pagina 71 ook Helmond en Oss noemen als omringende steden.
De begrenzing van het plangebied aan de westkant met o.a. de Goorloop mag bij de verdere uitwerking niet leiden tot uitsluiting van plannen in het uitvoeringsprogramma. Om het beekdal verder te ontwikkelen moet daar een ruimer gebied bij betrokken kunnen worden dan enkel een stukje van de westelijke oever zoals nu het geval lijkt. Dat past ook bij het principe dat het water en bodemsysteem leidend zijn. Op pag 21 staat overigens: In nadere uitwerking kan de precieze invloedssfeer van dit ontwikkelperspectief beter worden bepaald.
Niet aangepast: In het OP is gekeken vanuit de nationale opgave om duurzame energie op te wekken en is dat gerelateerd aan de gebiedskenmerken niet aan gemeentelijk beleid. We begrijpen dat dit kan schuren. Maw: we reiken het aan als kans Niet aangepast: Kwestie van interpretatie van het kaartmateriaal. Groenstructuren in Gemert zijn duidelijk aangegeven p 54. Ecologische verbindingsas is een structurerend element – niet een landschapsstructuur. Geopark: zie eerdere opmerkingen over Nationaal Park. Is in oprichting: hoort thuis in uitvoeringsagenda. TKA; zie tekstaanpassing bij opmerking 83
Aangepast op de hoofdkaart met grotere cirkel rond Helmond Zie ook opmerking 88.
Niet aangepast: Het plangebied is in ZOB iets kleiner dan het bestuurlijk vastgestelde kerngebied. Bij de uitvoeringsagenda wordt uitgegaan van het kerngebied. Daarmee is de vraag van Helmond ondervangen tav de weerszijden van de Goorloop.
R
F
97
98 99 100
5
101
73
102
86
103
104
105
Op pagina 4, 90 en 122 landbouwtransitie en toekomstige economische dragers spelen ook in Helmond rondom het beekdal van de Goorloop (Groot Goor en Landgoed Croy); verruiming van de beekdalen is ook hier een relevante opgave. Dit mag op de kaart sterker aangezet worden. Bij Ruimte voor klimaatadaptatie (opgave 8, o.a. p5 ) graag ook verwijzen naar het Klimaatcontract c. q de inzet van Helmond (met Eindhoven) om in 2030 klimaat neutraal te zijn. Tekstueel: hoofdspanningsnetwerk: hoogspanningsnetwerk. Denk aan netversterking, uitbreiding. Onder punt 7 (Ruimte voor energie) op pagina 5 (en verder waar relevant) ook warmte benoemen als energiebron. Circulaire opgave en de ruimte die deze gaat innemen in het nieuwe economische systeem benoemen Versterken van de verstedelijkte kernen op de flanken via groen blauwe aders verbonden met het landschap en het koesteren van de dorpse charme van de kernen op de horst de passen in alle scenario’s. Zo kunnen de ruimtelijke kwaliteit en recreatieve waarde worden verhoogd.
Dit geldt ook voor stedelijk gebied van Helmond, juist binnenstedelijk is de opgave voor versterking van groen blauwe netwerk urgent, niet alleen vanuit ecologie, maar juist ook vanuit klimaatadaptatie, reduceren hittestress en recreatie Onder laag 5 (Samenkomst van energie- en grondstofstromen) op pagina 86 zouden ook de opties voor duurzame energie (zoals Geothermie, Bodemwarmte, Aquathermie etc.) moeten worden beschouwd om zo te bezien waar de locaties voor eventuele vraag van warmte voor de toekomst passen. Met in het achterhoofd de klimaatneutrale opgave als doelstelling en het feit dat het verplaatsen van warmte altijd een slechte businesscase geeft. Volgens de toelichting zijn recyclehubs bedoeld om ruimte te scheppen voor recycling van eigen materialen dichtbij industrie en het ontwikkelen circulaire stromen. De context van circulaire economie onderschrijven we maar dit mag geen vrijbrief worden voor vestiging van overlast gevende afvalverwerkers. De teksten over de vliegbasis zijn in overleg met Defensie geformuleerd. Er staat dat heropening van het militair vliegveld in geen enkel scenario een wenkend perspectief is. “Niettemin beseffen alle partijen dat uit een oogpunt van nationale veiligheid en operationele gereedheid van de krijgsmacht heropening voorstelbaar en noodzakelijk kan zijn.” Deze formulering suggereert consensus bij alle partijen over dat belang.
Uit de tekst mag sterker blijken dat een deel van de partijen (in ieder geval Helmond) vindt dat de redenen om het vliegveld niet te heropenen zwaarder wegen. De defensiebelangen zijn elders oplosbaar, de gebiedsbelangen zijn dat niet Mobiliteit krijgt te weinig aandacht in de samenvatting. Het is geen eigenstandig onderdeel van de 12 genoemde ‘kernopgaven’ (pag 5) of bestuurlijke aandachtspunten (pag 8-9). Echter voor de verschuiving naar een nieuwe economie (met ruimte voor economische ontwikkeling op de knooppunten van stromen (energie en mobiliteit), een aantrekkelijke streek om te wonen en te beleven en opvang van de verstedelijkingsdruk Brainport rond de stedelijke centra en subregionale knooppunten is de bereikbaarheid een essentiële randvoorwaarde. Op pag 7 staat: “Bij die woon- en werkopgaven hoort een bereikbaarheidsopgave: uitdaging is het garanderen van een op duurzame manier bereikbare Peel” Dat is een constatering die echter niet vertaald is in een bestuurlijk aandachtspunt. In de uitwerking wordt wel vaker de relatie gelegd tussen de verstedelijkingsopgave en de bijbehorende uitdagingen op het vlak van (slimme) mobiliteit., dus het doet vreemd aan dat dit in de samenvatting en bestuurlijke aandachtspunten niet is terug te vinden.
Aangepast: Brede zone langs de Aa ook langs de Goorloop (de meest rechts gelegen beek op de kaart bij Helmond) Niet aangepast: Is een uitwerking voor een deelgebied. Gecheckt in de tekst
F
Aangepast
R
Gehighlighte zin toegevoegd bij 4.6
R
R/F
TKA
TKA
Tekst is aangepast. Zie opm. 7 en 30
R
Aanpassing in H5 bij laag 4 Echter het is een vraagstuk dat vooral pregnant aanwezig in de schaalsprong Brainport. Of dit voor de hele regio eenzelfde aandacht vraagt? Pas dan is een extra beslispunt aan de orde.
R
106
107 108
69
109
67, 69, 71
110
85
111
107
112
110/111
113
114
115
116
122 ev
Voor de economische ontwikkelas tussen Eindhoven en Venlo kan niet enkel worden volstaan met de spoorverbinding als drager. Onduidelijk is of een verdere belasting van de N270 die het gevolg kan zijn van een as-ontwikkeling, mogelijk of (on)gewenst is. In de legenda worden enkel de snelwegen genoemd als dragers voor de bereikbaarheid van de regio. Bij stikstof in de lijst van bestuurlijke aandachtspunten missen we mobiliteit. Deze Peel is goed bereikbaar door investeringen in het spoorwegennetwerk en deelmobiliteitsopties tussen de kernen en kleine dorpen. Aanpassen naar: Deze Peel is goed bereikbaar door investeringen in actieve mobiliteit (lopen / fiets), weginfra (robuuste randen, bundelroutes en inprikkers), OV ((H)OV lijnen en het spoorwegennetwerk) en deelmobiliteit- en flexopties tussen de kernen en kleine dorpen. In het cirkel diagram ontbreekt actieve mobiliteit. Voorstel: vervang duurzame mobiliteit (door regelgeving op NL en EU niveau gaan we daar toch al naar toe) door actieve mobiliteit. “De Peel is met autoverkeer goed te bereiken met de snelwegen A67 en A73.” Dat klopt, in theorie. In de praktijk is er echt wel werk nodig om dit ook zo te houden en om ook andere onderdelen van de weginfra op orde te brengen en te houden (robuuste rand, bundelroutes en inprikkers).
Ook in het vervolg op deze pagina, maar ook elders in het document, wordt er slechts een of enkele voorbeelden genoemd. Nu wordt bijvoorbeeld de midden peel weg genoemd en elders in het stuk slechts 1 snelfiets route. Daardoor ontstaat een onvolledig beeld. Ook binnen de regio zijn er volop gebiedsgerichte aandachtspunten, en kan niet alles over 1 kam worden geschoren. De A67 functioneert zeker tijdens de spits helemaal niet goed, en verkeersveiligheid hangt echt niet alleen samen met groot en zwaar landbouwverkeer bij kansrijke ontwikkelingen: Betere bereikbaarheid fiets, en OV, MaaS. Aanvullen met: En het op orde brengen van de robuuste ronden, bundelroutes en inprikkers. Toevoegen bij kansrijke ontwikkelingen: En het op orde brengen van de robuuste ronden, bundelroutes en inprikkers. Auto verkeer is namelijk niet weg.
TKA (Onduidelijke opmerking zonder blz. verwijzing) In legenda bij de hoofdkaart van OP worden wegen en spoorlijnen genoemd, alsmede A- en Nwegen Niet aangepast. Zie reactie bij opm. 105 Niet hier aangepast: het gaat hier om een beschrijving van het scenario Ondernemende Peel. Daar staat actieve mobiliteit niet voorop. Wel toegevoegd bij De leefbare Peel Aangepast
Bij nieuwe economische dragers missen we de automotive sector (in relatie tot de hightech maakindustrie). Ook missen we de foodtech die aan de rand van dit kerngebied (Oss, Uden-Veghel, Helmond en Venlo) sterk vertegenwoordigd is en ook een rol kan en moet spelen in een ketengerichte transitie van de landbouw in de Peel. Onder punt 4 (Verschuiven naar nieuwe economie) op pagina 5 (en verder waar relevant) ook benoemen dat we bij onze nieuwe economie niet alleen inzetten op technische ontwikkelingen, maar ook breder, circulaire en natuur inclusieve landbouw (zie o.a. laatste zin onder punt 3). De voedselopgave benoemen en de ruimte die deze met zich meebrengt. Hoe past deze in dit perspectief en hoe verhoudt die zich tot de vraag naar landbouwgrond voor biobased bouwen?
Deels overgenomen: Automotive is o.i. onderdeel van high tech maakindustrie; foodtech toegevoegd