CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU24.03.04B Asten Loverbosch Schoollocaties 2023 - Toelichting

Raadscommissie Ruimte 12 maart 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan 'Asten Loverbosch schoollocaties 2023' (adviserend)22.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de omgevingsvisie wordt het belang van vitale kernen binnen de gemeente onderschreven. In de kernen is het prettig en groen wonen. Onderdeel van de hierboven beschreven opgaven is het realiseren van voldoende, betaalbare en passende woningen en woonomgevingen voor alle doelgroepen. Bij uitbreiding van de dorpen voor wonen of bedrijvigheid wordt rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten en sluiten we zoveel mogelijk aan op bestaande structuren.

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

29

4.4.1.1 Beoordeling voor het plangebied De ontwikkeling voorziet in de realisatie van een brede school en woningen in de natuurinclusieve woonwijk van Loverbosch fase 3. Tevens voorziet het in de herbestemming van de voormalige schoollocatie in Loverbosch fase 2 naar woningen voor starters en senioren. Door de opzet van de woningen en de komst van de school worden de bestaande en voorziene wijken op een groene wijze toekomstbestendig en vitaal gehouden. Hiermee draagt het plan bij aan de realisatie van de gemeentelijke doelstellingen van de Omgevingsvisie. 4.4.2 Toekomstagenda Asten 2030 In de Toekomstagenda Asten 2030 stelt de gemeente te streven naar Levendige dorpscentra met ruimte voor ontmoeting in een gemoedelijke sfeer. Dit is belangrijk voor de vitaliteit en aantrekkelijkheid van de kernen. Het centrum is de plek voor ontmoeten, eten en drinken en ook werken. Het behoud van deze vitaliteit is niet vanzelfsprekend. Het wegtrekken van jongeren, het kleiner worden van huishoudens, de vergrijzing en technologische ontwikkelingen vragen om een alerte reactie van gemeenschappen en gemeente. Passende en betaalbare woonvormen, adequate voorzieningen, saamhorigheid en een evenwichtige bevolkingssamenstelling zorgen voor vitaliteit. Om een aantrekkelijke woongemeente te zijn, voert de gemeente een actief woonbeleid. Het beleid is flexibel en gericht op de lokale woonbehoeften.

De gemeente richt zich daarbij ook op het versterken van de aantrekkingskracht voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, dichtbij stedelijke voorzieningen en werk. 4.4.2.1 Beoordeling voor het plangebied De realisatie van de brede school en woningen, waarvan een deel specifiek voorzien is voor senioren en starters, wordt toegewerkt naar een vitale dorpskern met een evenwichtige bevolkingssamenstelling. Door de komst van de school blijft Asten een aantrekkelijke plaats om te wonen, ook voor (aanstaande) ouders. Door de komst van meer woningen voor starters en ouderen blijft Asten ook aantrekkelijk voor deze doelgroep. Het plan draagt bij aan de doelstellingen van de Toekomstagenda Asten 2030. 4.4.3 Woonvisie gemeente Asten 2015 t/m 2024 In 2016 is de Woonvisie gemeente Asten 2015 t/m 2024 vastgesteld. Hierin zijn de uitgangspunten van het volkshuisvestingsbeleid voor de komende 10 jaren geformuleerd. Het betreft een gedeeltelijke actualisatie van de woonvisie 2010 t/m 2019. De belangrijkste aspecten voor het woonbeleid luiden als volgt: 1.

2. 3.

Regiogemeenten werken samen op het terrein van volkshuisvesting. Samenwerking betreft bijv. uitvoeren kwalitatief woningmarktonderzoek, kennisdeling. Asten richt zich op het realiseren van een woningvoorraad die past bij de woonbehoeften van de Astense bevolking, zowel kwantitatief (voldoende woningen) als kwalitatief (juiste woningen). Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor de gemeente Asten als geheel maar ook voor de drie afzonderlijke kernen; De kwantitatieve taakstelling voor de gemeente bedraagt 650 woningen tot en met 2029 (= toevoeging aan bestaande woningvoorraad). Voor het nieuwbouwprogramma gelden de volgende kaders naar doelgroep, prijs en type woning: aandeel starters / gezinnen / senioren = 20% / 30% / 50%.

4.4.3.1 Beoordeling voor het plangebied De woonvisie is nader uitgewerkt in het woningbouwprogramma.

30

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

4.4.4 Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031 Het gemeentelijk woningbouwprogramma is vastgelegd in de 'Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031'. In de woningbouwmonitor is het totaal aantal te realiseren woningen in de kern Asten over de periode 2022 t/m 2031 vastgelegd. 4.4.4.1 Beoordeling voor het plangebied Het planvoornemen is, als onderdeel van Loverbosch fase 3 opgenomen in het woningbouwprogramma.

Tabel 1: Woningbouwmonitor

Met het planvoornemen wordt voorzien in de behoefte aan woningcategorieën binnen de kern Asten. 4.4.5

Versnellingsagendawoningbouw Asten

Met de Versnellingsagenda woningbouw Asten beoogt de gemeente de toenemende druk op de woningmarkt tegen te gaan door het bouwtempo hoog te houden. De gemeente doet dit door nadrukkelijk de regie te pakken en versneld een tweetal woningbouwplannen in ontwikkeling te nemen. Binnen deze plannen zal extra aanbod gecreëerd worden voor de meest urgente doelgroepen, met een gezonde mix van huur en koop, in verschillende prijssegmenten en met aandacht voor betaalbaarheid en financierbaarheid. Ook binnen de bestaande (potentiële) planvoorraad en bij nieuwe woningbouwplannen zal extra gestuurd worden op het bouwen van woningen voor de meest urgente doelgroepen. Daarnaast dient minimaal 25% van de nieuw te bouwen woningen te bestaan uit sociale huurwoningen. De uitgangspunten en acties uit de versnellingsagenda woningbouw zijn verwerkt in de woningbouwmonitor 2022-2031. De woningbouwmonitor wordt gebruikt om te sturen op het planaanbod, de te bouwen woning typologieën en de realisatie van nieuwe woningen. 4.4.5.1 Beoordeling voor het plangebied In de kern Asten is weinig harde plancapaciteit beschikbaar. Ook voor de kern Asten is het dus wenselijk om op korte termijn een nieuw woningbouwplan in ontwikkeling te nemen. Voorgenomen ontwikkeling sluit hierbij aan.

4.4.6 Strategisch HuisvestingsplanPrimair Onderwijs 2018-2028 Het SHP beschrijft een aantal huisvestingsmaatregelen voor de kern Asten. Voorgesteld wordt onder meer een verhuizing van basisschool Sint Bonifatius (Prodas) en een verhuizing/verplaatsing van basisschool De Horizon (PlatOO). De medezeggenschapsorganen van beide scholen hebben vragen gesteld over de nieuwe locaties (o.a. geschiktheid van de voorgestelde locatie) respectievelijk de afstand tot de nieuwe locaties en de route ernaartoe. Het SHP heeft draagvlak van de gemeente en beide schoolbesturen. De vragen die nu naar voren komen, hangen samen met beide locaties en daaruit voortvloeiende consequenties voor gezinnen met kinderen op de

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

31

scholen. Als onderdeel van het SHP is een onderzoek uitgevoerd naar de levensvatbaarheid van de scholen binnen de gemeente Asten. De kernboodschap is dat het voor de duurzaamheid van de scholen in de gemeente Asten het beste is om in te zetten op brede scholen. Hierbij is besloten dat de schoolbesturen en de gemeente op termijn naar vier scholen in de kern Asten en behoud van de school in Ommel willen. In het SHP wordt uitgegaan van de realisatie van twee nieuwe schoolgebouwen – één nabij het Varendonck College en één in de nieuwe wijk Loverbosch fase 2 – en het afstoten van vijf bestaande schoolgebouwen. Dit zou voor het Openbaar onderwijs op termijn betekenen dat OBS De Horizon en OBS Het Toverkruid een nieuw gebouw krijgen in de nieuwe wijk Loverbosch 2. 4.4.6.1 Beoordeling voor het plangebied Oorspronkelijk was een nieuw schoolgebouw voorzien in de wijk Loverbosch fase 2. Nu blijkt dat deze locatie niet groot genoeg is, is een nieuwe locatie gevonden om zo toch uitvoering te kunnen geven aan het gemeentelijk beleid. De nieuwe schoollocatie ligt vlakbij de oude locatie (circa 400 meter). Bovendien is op deze nieuwe locatie voldoende ruimte om een brede toekomstbestendige school te realiseren. Hiermee past de ontwikkeling van voorliggend bestemmingsplan binnen het SHP van de gemeente Asten.

4.4.7 Structuurvisie Kwaliteitsverbetering van het landschap De gemeenteraad van Asten heeft op 28 april 2015 de structuurvisie “kwaliteitsverbetering van het landschap” vastgesteld. De structuurvisie heeft betrekking op de bijdrage die ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied moeten leveren aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Op basis van de toetsingscriteria heeft de woningbouwuitbreiding en school in het deelgebied 'Nieuwe schoollocatie Fase 3', die in dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt een grote impact op de omgeving. De ontwikkeling op de voormalige schoollocatie vindt plaats binnen het bestaande stedelijk gebied. Voor dit deelgebied is het beleid niet van toepassing. Op basis van het beleid zal dit als volgt moeten worden gecompenseerd: goede landschappelijke inpassing (min.10 % inpassing van totale bestemmingsvlak), en + €2,- per m² over de uitbreiding van het bestemmingsvlak/bouwvlak (excl. de m² voor inpassing).

4.4.7.1 Beoordeling voor het plangebied ad. a. landschappelijke inpassing (min.10 % inpassing van totale bestemmingsvlak) De noodzakelijke landschappelijke inpassing dient minimaal 10% van het totale oppervlak van het bestemmingsvlak/plangebied te bedragen. Voorliggende ontwikkeling vormt een onlosmakelijk deel met het bestemmingsplan voor Loverbosch fase 3. In dit bestemmingsplan is 44.155 m2 voor inpassing gereserveerd. Het planoppervlakte voor Loverbosch fase 3 (inclusief de schoollocaties) bedraagt 120.343 m2 . Hiermee wordt ruimschoots aan de norm voldaan.

ad. b. kwaliteitsverbetering van het landschap (€2,- per m² over de uitbreiding van het bestemmingsvlak (excl. de m² voor inpassing) De uitbreiding van het bestemmingsvlak / bouwvlak binnen dit plangebied, buiten bestaand stedelijk gebied, bedraagt 13.374 m2 . Dit betreft het oppervlakte van de maatschappelijke bestemming, de woonbestemming en de verkeersbestemming binnen het deelgebied 'nieuwe schoollocatie fase 3'. De voor de inpassing van deze functies bedoelde groenbestemming is, in lijn met het beleid van de gemeente Asten, voor de berekening van dit oppervlakte buiten beschouwing gelaten.

32

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

Dit betekent dat voor de kwaliteitsverbetering van het landschap een bedrag van 13.374 * €2,- = €26.748 dient te worden geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen. In overeenstemming met de afspraken vanuit de Landschapsinvesteringsregeling (LIR) van de gemeente Asten wordt dit bedrag in het gemeentelijke Fonds kwaliteitsverbetering van het landschap gestort.

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

33

34

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- & omgevingsaspecten

Algemeen

Voor het bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023 zijn de reeds uitgevoerde (milieu)technische onderzoeken uit Loverbosch fase 2 en Loverbosch fase 3, voor zover die representatief en relevant zijn voor de twee deelgebieden, gebruikt. Onderzoeken die niet meer voldeden zijn of te wel geüpdatet dan wel opnieuw uitgevoerd. Voor een overzicht van deelgebieden wordt verwezen naar figuur 1. In de volgende paragrafen zijn de effecten van de onderzoeksresultaten per thema afgewogen voor de twee deelgebieden 'voormalige schoollocatie fase 2' respectievelijk 'nieuwe schoollocatie fase 3'. Daar waar deze verdeling niet relevant is, wordt gesproken over 'het plangebied'.

5.2

Milieu

5.2.1 Bodem Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Bij overige ruimtelijke besluiten is ook een inzicht in de bodemkwaliteit nodig op basis van artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. Voor het toepassen dan wel afvoeren van vrijkomende grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Het toepassen van grond (>50 m3 ) dient gemeld te worden bij het meldpunt Bodemkwaliteit. 5.2.1.1 Actualiserend bodemonderzoek voormalige schoollocatiefase 2 Aangezien het reeds uitgevoerde bodemonderzoek voor dit deelgebied meer dan 5 jaar oud is, is dit bodemonderzoek geactualiseerd. Dit onderzoek is als 'Bijlage 3 Actualiserend bodemonderzoek' toegevoegd. Uit het onderzoek volgt dat de bovengrond (0-0,5 m-mv) plaatselijk marginaal verontreinigd is met cadmium. Dit komt overeen met de verwachtingen op basis van voorgaande onderzoeken. De ondergrond (0,1-2 m-mv) is conform verwachting niet verontreinigd. Op basis van de onderzoeksresultaten hoeven geen restricties gesteld te worden aan de beoogde herontwikkeling van de locatie.

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de gewenste planontwikkeling. 5.2.1.2 Bodemonderzoek nieuwe schoollocatiefase 3 Voor het bestemmingsplan 'Asten Loverbosch fase 3 2022' is in december 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is als 'Bijlage 4 Bodemonderzoek Fase 3' toegevoegd. Uit het bodemonderzoek volgt dat de grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) plaatselijk zeer licht verontreinigd is met cadmium. De grond uit de onderlaag (0,1-2 m-mv) is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium, koper, nikkel, zink en/of barium. De aangetroffen verhogingen kunnen worden beschouwd als diffuus verhoogde gehaltes. Op basis van de onderzoeksresultaten gelden geen restricties ten aanzien van de gewenste ontwikkeling. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de gewenste planontwikkeling.

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

35

5.2.2

Geluid

5.2.2.1 Algemeen Voor geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.

Cumulatieve geluidbelasting Artikel 110f van de Wet geluidhinder stelt dat bij het vaststellen van hogere grenswaarden rekening gehouden dient te worden met cumulatie van meerdere akoestisch relevante geluidbronnen. Bovendien geldt dat de cumulatieve geluidbelasting moet worden bepaald indien er sprake is van blootstelling aan meer dan één zon plichtige geluidsbron met geluidbelasting boven de voorkeurswaarde. Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde.

Goede ruimtelijke ordening Of sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat kan inzichtelijk worden gemaakt door de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van alle gemodelleerde wegen te bepalen. Bij de beoordeling wordt de geluidbelasting getoetst aan de classificering volgens de milieu kwaliteitsmaat behorende bij de 'methode Miedema'. Bij een milieukwaliteit 'goed' of 'redelijk' is sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Bij de beoordeling 'matig', 'tamelijk slecht' en 'slecht' dient onderzocht te worden of de geluidbelasting doelmatig kan worden teruggedrongen door toepassing van maatregelen. 5.2.2.2 Voormalige schoollocatiefase 2 Vanwege de gezoneerde wegen ter plaatse van het deelgebied 'voormalige schoollocatie fase 2' is akoestisch onderzoek inzake gevelbelasting uitgevoerd 'Bijlage 5 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai voormalige schoollocatie'. De verkeersgegevens voor de Floralaan en Dille zijn afgeleid uit eerder uitgevoerd akoestisch onderzoek ter plaatse van deze locatie. Beide wegen hebben een maximumsnelheid van 50 km/u. Wegen zoals Kamille en Tijm behoeven geen aanvullend onderzoek, aangezien dit 30 km/u wegen zijn. Voor deze wegen is daarom alleen een inschatting gemaakt gebaseerd op expert judgement. Over deze wegen is alleen bestemmingsverkeer (verkeer van de bewoners op deze weg) te verwachten.

Een aanname van 400 motorvoertuigen per etmaal is hiermee aan de ruime kant voor deze wegen. Resultaten wegverkeer Uit de geluidbelastingtoets in het kader van de Wet geluidhinder kan worden geconcludeerd dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Floralaan op geen enkele gevel van het bouwplan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. Het verlenen van een hogere waarde conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder is dan ook niet noodzakelijk. Cumulatie Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet

36

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval is dit niet aan de orde. 5.2.2.3 Wegverkeerslawaai nieuwe schoollocatiefase 3 Gezien de voorziene ontwikkeling van deelgebied 'nieuwe schoollocatie fase 3' is een akoestisch onderzoek verkeerslawaai uitgevoerd waarbij rekening gehouden met de komst van een brede school en woningen in dit deelgebied. Dit onderzoek is toegevoegd als Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Nieuwe schoollocatie fase 3.

Resultaten wegverkeer Door het wegverkeer op de A67 wordt de voorkeursgrenswaarde bij de nieuwe schoollocatie en diverse woningen in het plangebied overschreden. Door het wegverkeer N279 wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij diverse woningen overschreden. Door de A67 wordt een maximale ontheffingswaarde van 53 dB overschreden voor nieuwbouw in het stedelijk gebied. Door de N279 wordt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB overschreden voor nieuwbouw buiten het stedelijk gebied. In Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Nieuwe schoollocatie fase 3 en Bijlage 7 Hogere grenswaarden A67 en N279 wordt aangegeven voor welke gebieden de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.

Tabel 2: Uitwerking wetgeving voor onderhavige wegen

Maatregelen wegverkeer Gebaseerd op deze resultaten zijn in het akoestisch onderzoek potentiële geluidwerende maatregelen benoemd en op doeltreffendheid beoordeeld: Het aanleggen van een geluidwal met uit het plan vrijkomende grond is in een eerder stadium als een mogelijkheid aangegeven. Deze optie is uiteindelijk als niet wenselijk beschouwd omdat: 1. het terrein moet worden opgehoogd (er komt dus geen grond vrij); 2. Een geluidwal te veel ruimte in beslag neemt bij de woningen; 3. de geluidwal de migratie van dieren belemmert. Geluidschermen moeten, om voldoende effect te hebben, minimaal 5 meter hoog zijn. Dit is stedenbouwkundig en landschappelijk niet wenselijk en (civiel)technisch nauwelijks mogelijk. De kosten van dergelijke schermen langs de oostzijde van het onderzochte gebied bedragen 1,5 tot 3 miljoen euro afhankelijk van de uitvoering. Deze kosten kan het plan (en dan met name de woningen met geluidbelastingen boven de voorkeursgrenswaarde) niet dragen;

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

37

Het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde ondervindt overwegende bezwaren van financiële aard. Daarbij komt dat de A67 en N279 reeds voorzien zijn van geluid reducerende wegdekken. Het verlagen van de maximum snelheid blijkt geen effect te hebben; Herinrichting van de deelgebieden waardoor de afstand tussen de geluidbron en ontvanger wordt vergroot. Omdat een verdubbeling van deze afstand slechts 3 dB reductie oplevert, is het vergroten van deze afstand niet doeltreffend. Mede omdat het plangebied dan niet op efficiënte wijze kan worden ingericht. Het is mogelijk om op basis van artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder een verzoek in te dienen voor hogere grenswaarden. Geconcludeerd wordt dat het mogelijk is om dit verzoek te verlenen omdat het verzoek uitvoerbaar is. Immers kunnen lokale bouwkundige maatregelen worden getroffen om goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Hierbij kan men kan denken aan het plaatsen van een vliesgevel/ wintertuin en/of een tuinmuur om een geluidluwe buitenruimte te creëren. Om het nemen van geluidwerende maatregelen te borgen, is in de planregels (artikelen 4.4.2 en 6.5.2) de voorwaardelijke verplichting voor geluidwerende maatregelen opgenomen.

Karakteristieke geluidwering van de gevel Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Ten behoeve van onderhavig planvoornemen dient nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. In de planregels van voorliggend bestemmingsplan zal een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen waarmee wordt geborgd dat een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' slechts wordt verleend indien de woningen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder of de door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarde.

Cumulatie Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval betreft dit de wegen A67 en N279. De milieukwaliteit in de omgeving kan worden bepaald aan de hand van de 'methode Miedema'. De hiertoe te toetsen gecumuleerde waarde ligt bij alle gebouwen onder 60 dB. Dat betekent dat de milieukwaliteit matig, redelijk of goed is. Toepassing van de juiste maatregelen/voorzieningen in de gevels van te realiseren woningen zal te allen tijde resulteren in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Derhalve is voor realisatie van de woningen met een cumulatieve geluidbelasting boven 53 dB een aanvullend akoestisch onderzoek geluidwering gevel nodig.

Conclusie wegverkeerslawaai Toepassing van de juiste voorzieningen in de gevels van te realiseren woningen zal resulteren in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarom is voor de realisatie van geluidgevoelige objecten met een cumulatieve geluidbelasting boven 53 dB aanvullend akoestisch onderzoek geluidwering gevel nodig. In geval sprake is van mechanische balansventilatie (met WTW), kan zonder meer worden gesteld dat de geluidwering minimaal 25 dB bedraagt, waarmee pas bij een cumulatieve geluidbelasting van 58 dB een onderzoek geluidwering gevel nodig is; De bouwplannen voor het deelgebied zijn vanuit de Wet geluidhinder en een goede ruimtelijke ordening

38

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

uitvoerbaar.

5.2.2.4 Industrielawaainieuwe schoollocatiefase 3 Voor deze planontwikkeling in dit deelgebied is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie van de activiteiten en werkzaamheden voor de beoogde brede school met bijbehorende voorzieningen. De rapportage van dit onderzoek is toegevoegd als 'Bijlage 8 Akoestisch onderzoek industrielawaai'. Uit de resultaten van de berekeningen, die in het kader van het akoestisch onderzoek rond de realisatie van de brede school zijn uitgevoerd, kunnen de in onderstaande paragrafen vermelde conclusies worden getrokken.

Ruimtelijkeprocedure

Motivatie voor stap 3: Gezien het aanvaardbare maximale geluidniveau voor het binnenniveau, het gebiedseigen karakter van het geluid, de beperkte mate waarin deze piekgeluiden voorkomen en dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voldoet aan stap 2 van de VNG-publicatie voor een rustige woonwijk wordt gemotiveerd onderbouwd dat uitwijken naar stap 3 in onderhavige situatie aanvaardbaar wordt geacht. Tabel 3: Conclusies voor de ruimtelijke procedure

Vergunningprocedure

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

39

Tabel 4: Conclusies voor de vergunningprocedure

Eindconclusie Geconcludeerd kan worden dat de toekomstige situatie voor de in dit onderzoek aangegeven randvoorwaarden akoestisch inpasbaar geacht kunnen worden. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er hoeven, op basis van deze onderzoeksresultaten, geen eisen gesteld te worden aan de beoogde ontwikkeling in dit deelgebied. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor de gewenste planontwikkeling. 5.2.3

Externe veiligheid

5.2.3.1 Algemeen In de landelijke regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen, waarmee men het volgende wil bereiken: bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven: Voor deze doelstelling is het begrip plaatsgebonden risico (PR) van belang. De norm voor het plaatsgebonden risico is 10-6, die als een contour om een risicovolle inrichting en aan weerszijden langs een transportroute of buisleiding ligt. Binnen die contour zijn ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) geen nieuwe kwetsbare objecten toegestaan. Voor beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het BEVI geldt die norm als richtwaarde.

Een soortgelijke normstelling en systematiek geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen. bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijk ongeval met een groot aantal slachtoffers: Hierbij staat het begrip groepsrisico (GR) centraal. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar wel een oriënterende waarde, die als ijkpunt geldt bij het zoeken naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen. Op grond van artikel 13 BEVI dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke plannen die nieuwe (kwetsbare) objecten mogelijk maken een verantwoording van het groepsrisico uit te voeren. Een soortgelijke regeling geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen op basis van respectievelijk het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB).

40

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

5.2.3.2 Voormalige schoollocatiefase 2 In maart 2015 is door Grontmij (huidig Sweco) een risico-inventarisatie externe veiligheid uitgevoerd voor het bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling Loverbosch fase 2 (Bijlage 9 Externe veiligheid Loverbosch fase 2 2015). Onderhavig deelgebied maakt hier integraal deel van uit. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn: De aanwezige inrichtingen binnen het inventarisatiegebied vormen geen belemmering voor de woningbouwontwikkeling binnen het plangebied Loverbosch fase 2; Rondom het plangebied liggen geen buisleidingen of spoorwegen waardoor/ waarover significante hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Voor wat betreft het transport van gevaarlijke stoffen over de weg. is alleen de A67 relevant. Het plangebied ligt op ruim 600 meter afstand van de A67 en ligt daarmee buiten het invloedsgebied van 355 meter; Elektromagnetische straling vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid voor deelgebied geen belemmering vormt voor de voorgenomen planontwikkelingen. 5.2.3.3 Nieuwe schoollocatiefase 3 In december 2021 is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd voor het bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling Loverbosch fase 3 (Bijlage 10 Externe veiligheid quickscan Loverbosch fase 3 2021).

In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Het deelgebied bevindt zich niet binnen een beïnvloedingsgebied van een waterweg, spoorlijn, buisleidingen of risicovolle inrichtingen. Wat betreft transport over de weg is alleen rijksweg A67 relevant. Aangezien het deelgebied op meer dan 200 meter van de rijksweg ligt, hoeft de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico niet te worden berekend (BEVT artikel 8 lid 1, en HART paragraaf 2.1). Dit deelgebied ligt echter wel binnen het invloedsgebied van rijksweg A67. Hierdoor dienen de risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg (toxic scenario) meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze beperkte verantwoording is als Bijlage 11 Externe veiligheid verantwoording groepsrisico 2021 toegevoegd. In de verantwoording is aangegeven in hoeverre externe veiligheidsrisico's in dit deelgebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Hierin is rekening gehouden met een toxisch scenario, waarbij toxische vloeistoffen en gassen vrijkomen als een tankwagen met toxische stoffen het begeeft van bijvoorbeeld een incident.

Een toxische wolk kan hierdoor ontstaan en zich richting het plangebied drijven. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht. In de verantwoording worden twee aspecten beschouwd die in artikel 7 en 8 van het BEVT opgenomen zijn t.a.v. het groepsrisico: Mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval: De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. Hierbij gaat het om het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen en om de brandweerzorgnorm. Het plangebied moet goed bereikbaar zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen. Voor de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario vooral de bereikbaarheid van de risicobron maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron. Zelfredzaamheid ten aanzien van nog niet gerealiseerde (beperkt) kwetsbare objecten: Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

41

hulpverleningsdiensten. Het planvoornemen betreft niet specifiek woningen voor minder zelfredzame personen. Uitgangspunt is daarom dat de aanwezigen zichzelf, dan wel met hulp van anderen, in veiligheid kunnen brengen. Hiervoor is het ook nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af zijn gericht. Aangezien het bestemmingsplan voorziet in de nieuwbouw van woningen, zal op grond van de vigerende bouwregelgeving voldoende aandacht aan de luchtdichtheid van deze woningen geschonken worden. Op deze manier bieden de woningen goede bescherming tegen een giftige gaswolk. Eventueel aanwezige luchtbehandelingsinstallaties dienen met één handeling uitgeschakeld te worden. Zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en al alarmeringssysteem en risicocommunicatie. In het kader van risicocommunicatie zal een vergunningvoorschrift worden opgenomen waarin staat dat men een risicobeheersplan en een communicatieprotocol moet indienen. In de verantwoording van het groepsrisico zijn verschillende elementen aangedragen die de gemeenteraad kan gebruiken bij de oordeelsvorming. (In het kader van de ruimtelijke procedure heeft de gemeente Asten inmiddels advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio. Op basis van dat advies zal een standpunt over de verantwoording van het groepsrisico worden ingenomen).

Hiernaast is de beschikbaarheid van voldoende bluswater in een gebied van belang voor de veiligheid in een gebied. De beoogde ontwikkeling omvat het realiseren van een school van maximaal 2 bouwlagen en 25 woningen. Voor de Veiligheidsregio valt zo'n ontwikkeling onder bluswaterscenario 10. Dit betekent concreet dat 60 m³/uur bluswater aanwezig moet zijn binnen 15 minuten na aankomst van het eerste blusvoertuig. Dit kan gerealiseerd worden door bijvoorbeeld ondergrondse brandkraan(-en) met een capaciteit van tenminste 60 m³/uur op maximaal 200 meter van de nieuw te realiseren bebouwing. Het realiseren van een dergelijke voorziening binnen het plangebied is haalbaar en uitvoerbaar. Hiermee vormt dit aspect geen belemmering voor voorliggend plan. 5.2.4

Milieuzonering

5.2.4.1 Algemeen Zowel in het kader van een goede ruimtelijke ordening als vanuit milieuwet- en regelgeving wordt gestreefd naar het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten, met als doel het handhaven en waar mogelijk bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Dit gebeurt onder andere door het fysiek scheiden van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) door het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding daartussen. Deze ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand, hetgeen ook wel wordt aangeduid als milieuzonering. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. 2.

Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in de praktijk gebruik gemaakt van VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave). De VNG-uitgave geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor veelvoorkomende milieubelastende activiteiten indicatieve richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies, uitgaande van een gemiddeld modern bedrijf. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Afwijken van de richtafstanden is

42

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

mogelijk, mits wordt onderbouwd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 5.2.4.2 Voormalige schoollocatiefase 2 Binnen dit deelgebied worden 25 woningen doch geen hinder veroorzakende functies mogelijk gemaakt. Direct rondom dit deelgebied zijn geen hinder veroorzakende functies gelegen. Alle bedrijven liggen op voldoende afstand en tasten het woon- en leefklimaat binnen dit deelgebied niet aan. 5.2.4.3 Nieuwe schoollocatiefase 3 Binnen dit deelgebied worden zowel hinder veroorzakende functies (brede school) als geen hinder gevoelige functies (wonen) mogelijk gemaakt. Voor dit deelgebied moet dan ook enerzijds de omgeving aan de ontwikkeling worden getoetst en anderzijds de ontwikkeling aan de omgeving. Toetsing omgeving aan ontwikkeling Op een afstand van circa 25 meter van dit deelgebied ligt de meest dichtbij gelegen woning. Een woning is geen hinder veroorzakend object en is hiermee geen belemmering voor de school. Ten noorden van het deelgebied bevindt zich op een afstand van ruim 20 meter een volkstuinencomplex. Het gebruik hiervan is vergelijkbaar met het gebruik van een tuin (bij een woning). Hieruit volgen geen beperkingen voor het voorgenomen plan. Het plangebied bevindt zich niet binnen de richtafstanden van omliggende (agrarische) bedrijven. In paragraaf 5.2.6 is nader ingegaan op de relevante hinderzone van omliggende agrarische bedrijven.

Toetsing ontwikkeling aan omgeving Met het planvoornemen wordt binnen de maatschappelijke bestemming een brede school met bijbehorende voorzieningen mogelijk gemaakt. Dit is vergelijkbaar met een basisschoollocatie in combinatie met een kinderopvanglocatie. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor een dergelijke inrichting een maximale richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Op een afstand van circa 25 meter is de dichtstbijzijnde woning geprojecteerd. Hiermee wordt niet voldaan aan de richtafstand. In paragraaf 5.2.2 wordt aan de hand van een akoestisch onderzoek industrielawaai aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat binnen de omliggende woonbestemmingen. Er zijn geen andere gevoelige objecten in de directe omgeving van het plangebied gelegen.

Conclusie Gelet op bovenstaande vormt het aspect bedrijven- en milieuzonering geen belemmering voor het planvoornemen in dit deelgebied. 5.2.5 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer hoofdstuk 5 ('Wet luchtkwaliteit') zijn eisen voor luchtkwaliteit opgenomen voor de stoffen lood, zwaveldioxide, stikstofoxiden (NOx), fijnstof (PM1 0), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen en ozon. Omdat in Nederland over het algemeen alleen overschrijdingen worden geconstateerd door de stoffen NO2 en PM1 0, beperkt het luchtkwaliteitsonderzoek zich tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM1 0 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als aan minimaal één van de volgende maatregelen wordt voldaan: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, wat wil zeggen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3% ten

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

43

opzichte van de grenswaarde of in de lijst met standaard categorieën NIBM van de regeling); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden, nadat de EU op 7 april 2009 derogatie heeft verleend.

Tabel 5: Grenswaarden luchtkwaliteit

De wettelijke norm (EU-grenswaarde) voor fijnstof in de Wet milieubeheer ligt hoger dan de gezondheidskundige WHO-advieswaarde (tabel 5). De Europese grenswaarden voor de luchtkwaliteit zijn bedoeld om de gezondheid van de bevolking te beschermen. De WHO-richtlijnen zijn bedoeld voor beleidsvorming en om beleidsopties voor luchtkwaliteitsbeheer te ondersteunen. De EU-grens-waarden is een compromis tussen wat vanuit gezondheidsperspectief wenselijk is, wat technisch mogelijk is en wat economisch en politiek haalbaar is. Voor de relatie tussen de concentraties luchtverontreiniging en gezondheidseffecten, is er geen drempelwaarde bekend waaronder geen effecten optreden. Dus geldt: 'hoe schoner, hoe gezonder'. 5.2.5.1 Achtergrondconcentratie fijnstof De achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) in 2022 ligt zowel voor deelgebied 'de voormalige school-locatie Loverbosch fase 2' (x,y:180894, 380100) als voor deelgebied 'de nieuwe schoollocatie Loverbosch fase 3' (x, y: 181373, 380234) rond 18 ìg/m3 . Deze achtergrondconcentratie ligt onder de wettelijke EU-grens-waarden en benadert de WHO-advieswaarde van 15 ìg/m3 .

44

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

Figuur 12: Achtergrondconcentratie PM10 in 2022 (bron: GCN, RIVM 2023) 5.2.5.2 Impact verkeer Om een beeld te krijgen van de huidige achtergrondconcentraties stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (zowel PM10 als PM2.5) ter plaatse van de deelgebieden is gebruik gemaakt van de resultaten uit de NSL Monitoringstool (monitoringsronde 2020). Met deze Monitoringstool wordt de luchtkwaliteit jaarlijks in beeld gebracht langs de drukste wegen in Nederland, zowel voor het gepasseerde jaar als voor de toekomst. Middels de NSL-Monitoringstool zijn de jaargemiddelde concentraties NO2 , PM1 0 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied voor de jaren 2020 en 2030 bepaald (tabel 6). Het meest nabij gelegen rekenpunt zijn de rekenpunten aangrenzend aan het plangebied aan de westzijde van de N279. Uit de controle blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2 , PM1 0 en PM2,5 voor de jaren 2020 en 2030 niet worden overschreden.

Tabel 6: Berekende jaargemiddelde concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 in µg/m3 voor rekenpunten aan de westzijde van de N279 met NSL-Monitoringstool

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

45

5.2.5.3 Impact extra verkeer In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof in dat gebied. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. Dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Om te bepalen of de NO2 - en PM10-emissie door de toename van verkeersbewegingen aan te merken is als 'Niet In Betekenende Mate', kan de NIBM-tool van het Ministerie van I&M / Infomil gebruikt worden. Voor rekenjaar 2024 ligt het omslagpunt, waarbij het extra verkeer nog NIM is en geen nader verkeerskundig onderzoek nodig is, op maximaal 2.430 extra voertuigbewegingen (weekdag-gemiddelde). 5.2.5.3.1 Voormalige schoollocatie fase 2 Ter plaatse van de geplande schoollocatie worden nu maximaal 25 woningen gerealiseerd. Gebaseerd op de CROW-norm van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal per woning in een weinig stedelijk gebied binnen bebouwde kom, bedraagt de toename 215 lichte verkeersbewegingen per etmaal.

Tabel 7: voormalige schoollocatie Loverbosch fase 2: extra voertuigbewegingen (bron: infomil, NIBM-tool)

Uit de berekening volgt dat de extra verkeersgeneratie door de woningen niet in betekende mate (NIBM) bijdragen aan de PM10 en NO2 concentratie. Het omslagpunt ligt bij circa 2.435 extra verkeersbewegingen. 5.2.5.3.2 Nieuwe schoollocatie fase 3 Het planvoornemen maakt 25 woningen en een school mogelijk. Voor de schoollocatie geldt volgens de CROW-norm een verkeersgeneratie van 13 verkeersbewegingen per etmaal per 100 m² bvo (aangesloten bij middelbare school omdat gegevens over bassischool ontbreken). Uitgaande van een bvo van 4.000 m2 leidt dit tot 520 lichte verkeersbewegingen per etmaal. De totale verkeersgeneratie voor dit bedraagt derhalve 520 + 215 = 735 lichte verkeersbewegingen per etmaal.

46

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

Tabel 8: Nieuwe schoollocatie Loverbosch fase 3: extra voertuigbewegingen (bron: infomil, NIBM-tool)

Uit de output van de NIBM-tool (tabel 7) volgt dat de extra verkeersgeneratie door de woningen en de school niet in betekende mate (NIBM) bijdragen aan de PM10 en NO2 concentratie. 5.2.5.4 Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Met deze algemene maatregel van bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' - zoals een school - in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2 ), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteits-onderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo'n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. De beoogde nieuwe schoollocatie in fase 3 (het bestemmingsvlak) ligt op meer dan 100 meter afstand gemeten vanaf de rand van de N279 en ligt buiten de onderzoekszone van de provinciale weg.

5.2.5.5 Conclusie luchtkwaliteit Op basis van bovenstaande paragrafen kan voor luchtkwaliteit voor beide deelgebieden het volgende worden geconcludeerd: De wettelijke grenswaarden voor NO2 , PM1 0 en PM2,5 worden niet overschreden. Voor luchtkwaliteit is sprake van een goed woon- en leefklimaat; Het planvoornemen draagt voor beide deelgebieden 'niet in betekende mate' bij aan de concentraties NO2 , PM1 0 en PM2,5 en resulteert niet in een verslechtering van de luchtkwaliteit; De nieuwe schoollocatie ligt buiten de onderzoekszone van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.2.6 Geur en gezondheid ten aanzien van veehouderijen In de omgeving van beide deelgebieden liggen intensieve veehouderijen. De meest nabijgelegen veehouderij (varkenshouderij) ligt op 400 meter afstand. Veehouderijen kunnen nadelige effecten hebben voor de gezondheid van omwonenden, onder andere door (fijn) stof en geur. Voor de realisatie van het planvoornemen is het noodzakelijk dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe school en woningen gewaarborgd is. Daarom is voor beide deelgebieden onderzoek verricht naar geurhinder en de gezondheidseffecten als gevolg van veehouderijen. De rapportage van dat onderzoek is toegevoegd in 'Bijlage 12 Geur, fijnstof en endotoxinen'.

Kort samengevat is de conclusie van dit onderzoek dat de toename van het gezondheidsrisico van één geitenhouderij op een afstand van 1,9 kilometer tot het plangebied is te verwaarlozen.

5.2.6.1 Geur In de gemeentelijke geurgebiedsvisie is een achtergrondbelasting tot 6 OUE/m3 als optimaal aangemerkt voor woonkernen en tot 14 OUE/m3 voor het buitengebied. De gezondheidskundige GGD-advieswaarde bedraagt 5 OUE/m3 voor woonkernen en 10 OUE/m3 voor het buitengebied. De berekende indicatieve achtergrondbelasting bedraagt binnen het deelgebied 'voormalige schoollocatie fase 2' 1,8 OUE/m3 en varieert binnen het deelgebied 'nieuwe schoollocatie fase 3' tussen de 2,1 en maximaal 3,4 OUE/m3. Geconcludeerd kan worden dat voor beide deelgebieden sprake is van een 'optimaal+/optimaal'

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

47

woon- en leefklimaat. Verder liggen de twee deelgebieden niet binnen een vaste afstandscontour van een veehouderij met dieren waarvoor geen emissiefactoren zijn vastgesteld (zogenaamde vaste afstand veehouderijen) en ook niet binnen de in de geurverordening vastgestelde grootste vaste afstandscontour van een melkveehouderij. Van een omgekeerde werking is voor geur dan ook geen sprake. Veehouderijen in de omgeving worden niet in hun belangen geschaad. 5.2.6.2 Fijnstof De huidige achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) is laag en ligt binnen beide deelgebieden rond de 18 µg/m3 (zonder zeezoutcorrectie) De bronbijdrage door veehouderijen is zeer beperkt (minder dan 1 µg/m3). Ter plaatse van beide deelgebieden kunnen, gezien de lage achtergrondconcentratie en de zeer beperkte bronbijdrage door veehouderijen, verhoogde gezondheidsrisico's ten gevolge van fijnstof uit veehouderijen worden uitgesloten. Fijnstof vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling en omgekeerd ook niet voor de veehouderijen in de omgeving. 5.2.6.3 Endotoxinen Uit onderzoek in opdracht van de Nederlandse rijksoverheid blijkt dat endotoxine in de (fijn)stof- emissie uit intensieve veehouderijen een relevante component voor luchtwegklachten en dier-op-mens overdraagbare infectieziekten (zoönose) is.

Gezondheidseffecten worden veroorzaakt door de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof uit de veehouderijen. Endotoxine wordt gezien als een goede indicator voor blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Beide deelgebieden liggen op ruime afstand van de vergunde individuele en (indicatieve) cumulatieve endotoxine-risicocontouren van omliggende veehouderijen (figuur 12). Ter plaatse van het plangebied is geen sprake van gezondheidsrisico's ten gevolge van endotoxinen. Het bestemmingsplan heeft geen omgekeerde werking en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect endotoxinen vormt geen belemmering voor de veehouderijen in de omgeving.

48

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

Figuur 13: Risicocontouren voor endotoxine ter plaatse van het plangebied 5.2.6.4 Geitenhouderij Het gezondheidskundig advies is om uit voorzorg geen nieuwe woningen te bouwen binnen 2 km rond geitenhouderijen (risicoafstand varieert in de onderzoeken tussen de 1,5 en 2 km) om gezondheidsrisico's te voorkomen. Beide deelgebieden liggen op afstanden van circa 1,9 à 2 km van het bestemmingsvlak van de zuidelijk gelegen geitenhouderij Polderweg 53 te Asten. Uit het VGO III onderzoek blijkt dat de verhoging van het risico op longontsteking sterk terugvalt na 500 meter. Dit betekent dat buiten een straal van 500 meter van een geitenhouderij aanzienlijk minder extra risico bestaat dan daarbinnen. Op 1,9 km afstand is het gezondheidsrisico ten gevolge van één geitenhouderij te verwaarlozen. Het is aan het gemeentebestuur om bij de besluitvorming over het bestemmingsplan een belangenafweging te maken. De volgende punten dienen betrokken te worden in deze afweging: gelet op de afstand van minimaal 1,9 km tussen de deelgebieden en geitenhouderijen is de verhoging van het risico op longontsteking door de toename van het aantal mensen dat blootgesteld ten gevolge van het woningbouwplan zeer klein.

Zeker in verhouding met de omvang van de reeds bestaande woonkern Asten; er zijn geen andere verhoogde gezondheidsrisico's voor de deelgebieden door veehouderijen; het provinciale geitenmoratorium bevat een verbod op uitbreiding en oprichting van geitenhouderijen, waardoor een toename van het blootstellingsrisico in de deelgebieden door bedrijfsontwikkeling van geitenhouderijen in ieder geval niet mogelijk is. ook de Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant stemt na beoordeling in met de conclusie dat er, ondanks de ligging net binnen het risico contour, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast geldt: Er is sprake van een woningbouwopgave. Het kunnen blijven wonen in de eigen omgeving wordt ook als een belangrijk onderdeel van positieve gezondheid gezien;

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

49

Een verbod op woningbouw binnen 1,5 tot 2 km van een geitenbedrijf kan als niet-proportioneel aangemerkt worden. Als uit nieuwe onderzoeken zou blijken dat de gezondheidsrisico's groter zijn dan nu bekend is, zal een sanering van het geitenbedrijf eerder een proportionele maatregel zijn dan de sanering van (bestaande) woningen in de omgeving van het geitenbedrijf. 5.2.6.5 Conclusie gezondheidseffecten geitenhouderijen Beide deelgebieden liggen net binnen een risicocontour van een geitenhouderij. Gelet op de afstand van minimaal 1,9 km tussen de deelgebieden en geitenhouderijen is de verhoging van het risico op longontsteking door de toename van het aantal mensen dat blootgesteld ten gevolge van het school- en woningbouwplan zeer klein. Met dit bestemmingsplan wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het oplossen van de woningbouwopgave en aan het creëren van een toekomstbestendige woonomgeving. Om deze reden acht de gemeente de zeer beperkte toegenomen gezondheidsrisico's in verhouding met de met dit plan te dienen belangen aanvaardbaar.

5.3

Waterhuishouding

5.3.1 Wet en regelgeving Voor het thema water is relevant beleid op verschillende niveaus van toepassing. De belangrijkste gezamenlijke punten uit deze beleidstukken zijn dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening en dat de verdroging en wateroverlast bestreden dienen te worden. In de volgende paragrafen zijn de voor beide deelgebieden relevante beleidsuitgangspunten nader toegelicht. Op basis van deze beleidsstukken alsmede het waterplan dat voor beide deelgebieden is opgesteld, is het thema water beoordeeld. 1. Europees en rijksbeleid: Kaderrichtlijn Water: De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden; Waterwet: De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal; Wet ruimtelijke ordening en de Watertoets: Op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen ruimtelijke plannen te zijn voorzien van een waterparagraaf; Nationaal Waterplan: Het Nationaal Waterplan wordt vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische zaken.

In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven en vormt het kader voor regionale waterplannen en beheerplannen; Nationaal Bestuursakkoord Water: Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. 2. Regionaal en gemeentelijk beleid Waterbeheer plan 2022-2027: Op 19 november 2021 heeft het Waterschap Aa en Maas het waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld. In dit waterbeheerplan staan de doelstellingen die het waterschap nastreeft en wat het waterschap in de periode 2022-2027 gaat doen om deze doelen te halen; Keur Waterschap Aa en Maas: Op 26 februari 2015 heeft het waterschap de nieuwe Keur vastgesteld, die op 1 maart 2015 inwerking is getreden. Deze keur is in samenwerking tussen de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel tot stand gekomen, waardoor nu sprake is van een uniforme Keur; Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025: De gemeenteraad heeft op 8 december 2020 conform artikel 4.22 van de Wet Milieubeheer het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) gemeente Asten 2021-2025 vastgesteld.

Met het GRP geeft de gemeente invulling aan een duurzame inzameling en verwerking van afvalwater, hemelwater en overtollig grondwater en een duurzaam beheer van het gemeentelijk rioolstelsel. Voor alle

50

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

uitbreidingslocaties geldt dat de waterberging binnen het plan moet worden gerealiseerd. 5.3.2 Beoordeling Voor beide deelgebieden is een waterplan 'Bijlage 13 Waterplan bestemmingsplan Loverbosch (Fase 2 Woningen; Fase 3 - Schoollocatie)' opgesteld. Belangrijk uitgangspunt is dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij de voorgenomen ontwikkelingen. De planontwikkeling heeft een totale omvang van circa 23.951 m² (bijna 2,4 ha. Voor de hemelwatervoorzieningen wordt rekening gehouden met de toe te voegen bebouwing en verharding, waarbij wordt gestreefd het hemelwater op een natuurlijke en landschappelijke wijze binnen het eigen plangebied te bergen en te laten infiltreren in de bodem. Deelgebied 'voormalige schoollocatie fase 2' heeft een oppervlak van circa 4.821 m² en ligt momenteel braak tussen de reeds gerealiseerde woningen en hemelwatervoorzieningen; Deelgebied 'nieuwe schoollocatie fase 3' met een oppervlak van circa 19.130 m² is momenteel nog in agrarisch gebruik. 1) Hemelwater Het hemelwater van de nieuw te realiseren bebouwing en verhardingen dient voor beide deelgebieden binnen het eigen plangebied te worden gebufferd, alwaar het kan infiltreren in de bodem of vertraagd wordt afgevoerd op het oppervlaktewater.

Voor het dimensioneren van de hemelwatervoorzieningen wordt rekening gehouden met de toe te voegen bebouwing en verharding, waarbij wordt gestreefd het hemelwater op een natuurlijke en landschappelijke wijze binnen het eigen plangebied te bergen en te laten infiltreren in de bodem. De reeds voorziene maatregelen voor het opvangen van hemelwater i.c. de wadi's binnen beide deelgebieden hebben meer dan voldoende capaciteit om het hemelwater te bergen/ infiltreren of vertraagd af te voeren. Dit omdat met de eerder doorgerekende plannen rekening was gehouden met een groter verhard oppervlak.

2) Vuil water Het vuilwater wordt gescheiden afgevoerd via het nieuw aan te leggen rioolsysteem binnen beide deelgebieden. Vuilwaterrioleringen worden aangesloten op de dichtstbijzijnde bestaande afvalwater-riolering van Loverbosch.

3) Oppervlakte water De voorgenomen planontwikkelingen hebben geen aanvullende gevolgen voor de Beekerloop. In de bestemmingsplannen voor de ontwikkelingen Loverbosch fase 2 en fase 3 zijn een aantal maatregelen opgenomen waarbij de ligging van de Beekerloop is/wordt aangepast. Dit is vastgelegd middels de bestemming 'Water' en de beschermingszone rond de Beekerloop.

4) Grondwater Ter plekke van nieuwe bebouwing en wegen dient de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) op minimaal 0,8 m-mv te liggen. Door het ophogen van de plangebieden wordt hieraan voldaan en wordt gezorgd voor voldoende ontwateringsdiepte.

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

51

5.3.3 Conclusies In de bestemmingsplannen is rekening gehouden met de belangen van het Waterschap, die zijn geborgd in de Keur. Wijzigen van de invulling van zowel de voormalige schoollocatie fase 2 als de nieuwe schoollocatie fase 3 is gunstig voor de waterhuishouding, dit omdat met de eerder doorgerekende plannen rekening was gehouden met een groter verhard oppervlak. Benoemde maatregelen voor de waterbergingsvoorzieningen in de bestemmingsplannen voor de ontwikkelingen Loverbosch fase 2 en Loverbosch fase 3 zorgen ervoor dat wordt voldaan aan drainage-eisen en de minimumontwateringsdiepte. Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkelingen in beide deelgebieden.

5.4

Natuur

Het natuurbeschermingsrecht is vastgelegd in diverse verdragen, in Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. In de komende twee sub-paragrafen wordt ingegaan op gebiedsbescherming over de Natura 2000 gebieden en het natuurnetwerk Brabant. De derde sub-paragraaf over flora en fauna gaat over de bescherming van plant- en diersoorten. 5.4.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de verzamelnaam voor het ecologisch netwerk van Europese natuurgebieden. De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb), die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In deze Natura 2000-gebieden wordt een groot aantal dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd zodat de biodiversiteit (soortenrijkdom) behouden wordt voor de toekomst. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn.

Als menselijke ontwikkelingen zoals de aanleg van een nieuwe woonwijk (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet bij Gedeputeerde Staten van de provincie een ontheffing worden aangevraagd. Beide deelgebieden liggen op relatief grote afstand van Natura 2000-gebieden (figuur 14). Voor beide deelgebieden zijn de navolgende natuurgebieden relevant: het op circa 5,7 km van de locaties gelegen Natura 2000-gebied 'Groote Peel'; het op circa 5,8 km gelegen Natura 2000-gebied 'Deurnsche Peel & Mariapeel'; het op circa 7,3 km gelegen Natura 2000-gebied 'Strabrechtse Heide en Beuven'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=26a5cf50-2f2f-488c-a502-7668b70b7c49