CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU24.02.03C Bijlage 7 toelichting - Archeologiesch bureauonderzoek Julianastraat

Raadscommissie Ruimte 6 februari 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan "Asten Floraplein en Julianastraat 2023" (opiniërend)17.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2007-02-02 Resultaat: Indien de parkeerplaats op de locatie Burgemeester Frenckenstraat verstoringen tot 0,5 m beneden maaiveld met zich meebrengt, dan hoeft er geen vervolgonderzoek plaats te vinden. Het archeologisch vooronderzoek heeft aangetoond dat de bodem in het plangebied diep verstoord is (minimaal 0,9 m onder maaiveld) dat er geen eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord zullen worden. Indien op de locatie een parkeerkelder aangelegd wordt, waarbij de verstoring van de bodem tot 3 m onder maaiveld zal reiken, wordt geadviseerd de lokale heemkundekring een archeologische begeleiding bij het uitgraven van de bouwput uit te laten voeren. Het plangebied ligt in de buurt van het historisch centrum van Asten en ondanks de diepe verstoringen die geconstateerd zijn kunnen er incidentele archeologische waarden (bvb waterputten) voorkomen. Een archeologische begeleiding kan deze waarden veiligstellen. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2009-06-02 Resultaat: Het plangebied aan de Burgemeester Frenckenstraat ligt binnen de historische kern van Asten (monumentnr. 16.807). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn.

Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Tijdens het onderzoek zijn sporen aangetroffen die op basis van de aardewerktypologie voornamelijk vanaf 1700 n. Chr. gedateerd kunnen worden. Door de grondverbetering die in het midden van de 18e eeuw heeft plaatsgevonden, is het noordwestelijk deel van het plangebied verstoord evenals een deel in het oosten van werkput 1 en twee locaties in werkput 2. Op historisch kaartmateriaal is te zien dat binnen het plangebied langs de Burgemeester Frenckenstraat al vanaf de 19 e eeuw bebouwing voorkomt. Mogelijk dat er reeds eerder panden hebben gestaan. Het aangetroffen vondstmateriaal dateert voornamelijk vanaf de 18e tot en met de 20e eeuw. Er zijn slechts drie fragmenten middeleeuws aardewerk aangetroffen die te dateren zijn tussen 1300 en 1525 n. Chr. Dit aardewerk is echter aangetroffen in jongere sporen, dus vermoedelijk gaat het om opspit. Dat er slechts drie laatmiddeleeuwse fragmenten zijn aangetroffen geeft aan dat het plangebied in deze periode vermoedelijk niet bewoond is geweest, maar dat het terrein een andere functie had, mogelijk bouwland.

Sporen van voor de Middeleeuwen zijn mogelijk verloren gegaan door de latere bebouwing van het gebied. Dat er echter geen enkele archeologische indicatoren uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen zijn aangetroffen, geeft aan dat in deze periodes het plangebied waarschijnlijk niet bewoond is geweest. De greppels binnen het noordelijk deel van het plangebied, die ten behoeve van de grondverbetering zijn gegraven, geven mogelijk de zuidelijke begrenzing van een perceel weer. Het aardewerk uit deze greppels geeft een datering weer van 1750-1800 n. Chr. Op een kaart uit het begin van de 19e eeuw is te zien dat ten zuiden van de bebouwing een zandweg heeft gelegen, die later verhard is. De subrecente afrastering van de weg is tijdens het onderzoek teruggevonden. In de loop van de tijd zijn ook andere delen van werkput 1 bebouwd geraakt. In de zuidwesthoek is op een gegeven moment de oude bebouwing gesloopt en heeft er nieuwbouw plaatsgevonden, deze bebouwing is op de kaart van 1906 te zien. In deze periode is er tevens een schuur aan de zuidzijde van werkput 1 gebouwd. In de loop van de 20e eeuw is vervolgens voor het eerst de westhoek bebouwd, de voormalige apotheek, met aan de noordoostzijde een schuur. De vijf aangetroffen waterputten volgen elkaar in chronologische volgorde op. Waterput 4, in de zuidwesthoek werd in het begin van de 18e eeuw gebruikt.

Vervolgens is waterput 5 gegraven, welke vermoedelijk slechts korte tijd in gebruik is geweest en vervangen is door waterput 3. Het aardewerk dat uit waterput 3 afkomstig is dateert uit circa 1750-1830 n. Chr. Het aardewerk komt uit vullagen in de put, dus de datering van het aardewerk geeft de demping van de put weer. Na het dempen

2073740100 (13298)

2145571100 (21059)

2192235100 (27758)

2252978100 (36312)

200 meter ten noordwesten van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180034/379552 200 meter ten noordwesten van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180000/379526 250 meter ten noordwesten van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180010/379561

250 meter ten zuidwesten van het plangebied Moussaultstraat 7-11 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179933/379173

2269137100 (38599)

250 meter ten noordwesten van het plangebied Markt te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179927/379509

2309629100 (44106)

250cmeter ten zuidwesten van het plangebied Moussaultstraat 7-11 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179933/379173

van de putten is dit deel van het terrein in gebruik genomen als zandpad. De laatste twee waterputten zijn verplaatst naar het midden van werkput 1. Waterput 1 zal rond eind 18 e eeuw in gebruik zijn geweest. Vervolgens is deze put vervangen door waterput 2 van baksteen. Deze heeft gefungeerd in het laatste helft van de 19e eeuw. Na het dempen van deze put is hij deels overbouwd. De diverse kuilen met onder anderen paardenbotten doen vermoeden dat voordat het gebied bebouwd werd men hier afval deponeerde, wat de diverse kuilen zou verklaren. Werkput 2 heeft geen gegevens opgeleverd met betrekking tot de bewoningsgeschiedenis van Asten. Dit noodoostelijke deel van het plangebied lijkt niet bebouwd te zijn geweest tot het onderzoek plaatsvond, maar in gebruik te zijn geweest als bouw- of grasland. De aangetroffen (paal)kuilen kunnen samenhangen met de boomgaard die hier rond 1958 aanwezig was. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2005-08-04 Resultaat: Er wordt een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd.

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2007-01-30 Resultaat: Geen resultaten bekend in archis

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2007-03-31 Resultaat: Het proefsleuvenonderzoek heeft aangetoond dat zich weliswaar oudere nederzettingssporen binnen het onderzoeksgebied bevinden, maar deze zijn niet nader gedateerd en door vele verstoringen tot onder het antropogene dek slecht fragmentarisch bewaard gebleven. De verwachting is dat dit voor de bebouwde delen van het onderzoeksgebied niet anders zal zijn. Daardoor is de kans groot dat vervolgonderzoek weinig toegevoegde informatie zal leveren over de ontwikkeling van de huidige dorpskernen op de Zuid-Nederlandse zandgronden in de Middeleeuwen en vroeg moderne tijd (NOaA hoofdstuk 22, par. 3.5.3) en meer specifiek de ontwikkelingsgeschiedenis van Asten zelf. Een vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door het bevoegd gezag, de Gemeente Asten. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2009-08-12 Resultaat: Verwacht wordt dat binnen het plangebied mogelijk nog archeologische resten aanwezig zijn uit de periode Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Deze worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het terrein. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied een onderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven.

Het bevoegd gezag stemt in met het selectieadvies, maar voegt toe dat een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven achter wege gelaten kan worden wanneer een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd en wanneer daarbij op het perceel ook een dubbelbestemming waardearcheologie wordt opgenomen. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 2009-12-27 Resultaat: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het plangebied ligt bijzonder gunstig binnen de bebouwde kom van Asten en wordt in de onmiddellijke omgeving omringt door archeologische resten die dateren van na 1200. Oudere resten worden gezien de lagere ligging en de afwezigheid van vergelijkbare vondsten en warnemingen in de nabijheid van het plangebied niet verwacht. De bouw- en sloopwerkzaamheden die de laatste 200 jaar binnen het plangebied hebben plaats gevonden kunnen eventueel (al dan niet plaatselijk) tot diepgaande verstoringen hebben geleid. Op basis van deze gegevens wordt dan ook een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek geadviseerd.

Door middel van deze boringen kan worden bepaald op welke diepte eventuele sporenniveaus kunnen voorkomen en wat de impact is geweest van de sloop-, bouw- en verbouwingswerkzaamheden binnen het plangebied. Tevens kan op basis van dit verkennend booronderzoek worden bepaald welke de invloed is op de verdere planvorming of de uitvoering van de geplande werkzaamheden. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2010-11-25 Resultaat: In de onderzochte bouwputten zijn geen bewoningssporen aangetroffen. Onder de verwijderde bebouwing zijn met geel zand opgevulde funderingssleuven aangetroffen, die tot op de boevenzijde van de ongeroerde, natuurlijke zandbodem reikten en het archeologisch niveau nauwelijks hebben aangetast. daartussen is een intacte bodemopbouw aangetroffen met een ruim 1 meter dik, antropogeen zanddek. Dit bevat een akkerlaag uit de 12e eeuw, die gedeeltelijk opgenomen is in de onderzijde van een plaggendek, dat vanaf de 16 e eeuw is opgebracht. Het plaggendek is op zijn beurt afgedekt met een 35 tot 70 cm dik pakket zwarte grond. Het aangetroffen aardewerk uit de (10e tot) 12e doet een nederzetting in de nabijheid van de onderzoekslocatie vermoeden. De geringere hoeveelheid aardewerk uit de 13e tot en met 15e eeuw doet vermoeden dat de

2459325100 (63636)

250 meter ten westen van het plangebied Bartholomeus te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179905/379362

3985017100

250 meter ten noordwesten van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179905/379500

2376268100 (52914)

300 meter ten noordwesten van het plangebied Markt te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179914/379528

nederzetting rond 1200 verder van de onderzoekslocatie af is komen te liggen, bijvoorbeeld op de locatie van historische bekende dorpskern. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2014-10-27 Resultaat: In het plangebied zijn vijf proefsleuven gegraven. De locatie van deze proefsleuven is aangepast ten opzichte van het originele puttenplan uit het Programma van Eisen, omdat de stort anders geen ruimte zou hebben. De aangelegde proefsleuven hebben samen een dekkingsgraad van 23% van het plangebied. Bij het onderzoek zijn muurresten aangetroffen van gebouwen die behoort hebben tot het gebouwencomplex van het klooster en Liefdehuis van de congregatie van de Zusters van Liefde. Het Liefdehuis was bedoeld voor de armen en ouderen in de parochie Asten en is opgericht in 1841. Tijdens het onderzoek zijn muurresten aangetroffen van het klooster, de kapel en een ‘oudemannenhuis’. De rest van de bodem is door deze gebouwen sterk verstoord, er zijn geen andere archeologische sporen aangetroffen. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2016-02-08 Resultaat: De aangetroffen sporen zijn onder te verdelen in drie ‘thema’s’ : sporen van bewoning, begravingen en infrastructuur. De bewoningssporen bestaan uit twee water/beerputten binnen het noordelijk deel van het tracé en een aantal funderingssporen en kuilen in het zuidelijk deel.

De meest noordelijke waterput (S1001) was opgemetseld uit baksteen. Uit een donkerbruine humeuze vulling blijkt dat de put gebruikt is als beerput. Onduidelijk is echter of de put daarvoor ook is aangelegd of dat deze een oorspronkelijke functie als waterput had. Op grond van aardewerk aangetroffen in de humeuze vulling kan het gebruik als beerput gedateerd worden in de tweede helft van de 19e eeuw of later. Indien de put eerst in gebruik geweest is als waterput zal de aanleg van de put daarvóór gedateerd moeten worden. Gezien de gebruikte hardgebakken baksteen zal deze datering in de 19e eeuw gezocht moeten worden. De tweede waterput (S1002) bestond oorspronkelijk uit een ingegraven uitgeholde boomstam of houten vat. Helaas heeft de put geen dateerbaar vondstmateriaal opgeleverd. Waterputten van uitgeholde boomstammen komen al in de prehistorie voor maar zijn met name in de Vroege- en Late-Middeleeuwen in zwang. Waterputten van ingegraven houten vaten komen met name voor in de Romeinse tijd, de Vroege-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. In het zuidelijk deel van het tracé werd een viertal in elkaars verlengde liggende, rechthoekige sporen aangetroffen. De kuilen waren gevuld met puin. De ligging van deze sporen in een rechte lijn en hun vulling doen vermoeden dat het hier gaat om hetzij uitbraaksleuven, dan wel de restanten van een puinfundering.

Onder en om deze sporen heen lagen verschillende andere kuilen waarvan de oorspronkelijke functie onduidelijk is. Het geheel aan sporen kan vanaf de tweede helft van de 19e eeuw gedateerd worden. Vergelijking met historisch kaartmateriaal laat zien dat de kuilen met puinvulling min of meer samenvallen met de erfgrens van een pand dat zich daar bevond. Dit pand is aan het einde van de 19e eeuw gesloopt om plaats te maken voor de bouw van de huidige Heilige Maria Presentatie-kerk waarmee in 1896 begonnen werd. Mogelijk dienden de puinkuilen als fundering voor een muur die het erf begrensde. De begravingen bestaan uit twee inhumatiegraven en twee kuilen met niet in anatomisch verband liggend menselijk skeletmateriaal. De kuilen kunnen beschouwd worden als ‘knekelkuilen’: kuilen waar het bot uit verschillende geruimde of anderszins verstoorde graven verzameld werd. De twee graven S1003 en S1006 bestaan in werkelijkheid uit respectievelijk twee en drie afzonderlijke en elkaar opeenvolgende begravingen. In graf S1003 bevonden zich twee skeletten die exact bovenop elkaar geplaatst waren, ogenschijnlijk binnen de zelfde kuil. Het eerst bijgezette individu (individunr. 1) betrof een vrouw van tussen 63 en 75 jaar oud, het tweede individu (individunr. 2) een man van 55 tot 57 jaar.

Naar de aard van de relatie kan men alleen gissen, het zou kunnen gaan om echtgenoten of om een moeder en zoon. Bij graf S1006 gaat het om drie individuen. Ook hier ging het om, in dit geval, twee individuen die ogenschijnlijk in de zelfde kuil bijgezet waren. Het eerst bijgezette individu (nr. 5) betrof een vrouw van 53 tot 56 jaar oud, het tweede (nr. 4) een kind van 6 tot 8 jaar en het derde (nr. 3) een man van 50 tot 60 jaar oud. Ook hier kan alleen gegist worden naar een mogelijke familierelatie. Mogelijk gaat het hier om een echtpaar met kind. De datering van de graven moet gezien de mate van conservering en met in achtneming van de zandige ondergrond gezocht worden in de nieuwe tijd. Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat de graven zich bevonden binnen het kerkhof behorend bij de oude kerk van Asten die zich vroeger bevond op het Koningsplein. Deze kerk werd gebouwd in 1478-79 en was in gebruik tot 1899. Bij één begraving (individunr. 2) zijn 21 rode en witte glazen kralen aangetroffen. Deze zijn, samen met een Maria-medaillon, vermoedelijk afkomstig van een rozenkrans. De kralen en het medaillon moeten in de 19e eeuw gedateerd worden. Aan de uiterst zuidelijke zijde van het tracé werden onder het huidige wegdek karrensporen aangetroffen. Deze sporen zullen dateren van vóór de bestrating van de Wilhelminastraat, vermoedelijk in de loop van de 19e eeuw.

Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 2012-07-30 Resultaat: Tijdens de archeologische begeleiding van het saneren en ontgraven van een bouwput in het centrum van Asten zijn resten aangetroffen uit verschillende perioden. Ondanks de grote verstoringen zijn er resten overgebleven van paalkuilen, kuilen en waterputten. De ondiepe sporen en een eventuele vondstlaag zijn als gevolg van (recente) bodemroerende activiteiten echter niet bewaard gebleven. Alle sporen zijn aangetroffen onder een verstoringslaag, in de C-horizont. Er zijn geen resten van oude ophogingslagen of van een plaggendek aangetroffen. Het oudst aangetroffen spoor is een waterput die tussen 1100 en 1300 wordt gedateerd. Er zijn twee sporen aangetroffen uit de periode 1300 -1450. Het gaat om twee waterputten, waarvan er één waarschijnlijk een tonput is. De andere is mogelijk een waterput opgebouwd uit plaggen. De laatste periode waarvan sporen zijn aangetroffen is de periode 1650 -1800. Het gaat om de resten van twee kelders, een bakstenen waterput, twee waterputten met een onbekende constructie, twee waterputten met (waarschijnlijk) een plaggenconstructie, een aantal paalkuilen en twee (afval) kuilen. Eén van de kelders kan toegewezen worden aan een gebouw dat is gebouwd in 1780. In dat gebouw werd later café De Wit gevestigd.

Dit gebouw is onlangs (juli 2012) pas afgebroken. Er lijkt een bewonings(gebruiks)hiaat te zijn tussen ca. 1450 en 1650. Dit wil echter niet zeggen dat er zich geen activiteiten in het gebied hebben afgespeeld. Het is goed mogelijk dat het

2424746100 (59242)

300 meter ten westen van het plangebied Koningsplein 12-1416 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179846/379453

4652870100

300 meter ten westen van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179845/379426

2030104100 (7251)

350 meter ten zuidwesten van het plangebied Kruiskensweg te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179912/379053

gebied wel degelijk bewoond of in gebruik is geweest, maar dat de sporen daarvan vergraven zijn door de (recente) verstoringen. Ondanks het ogenschijnlijke bewonings(gebruiks)hiaat tussen ca. 1450 en 1650, lijkt het erop dat het onderzoeksgebied vanaf de 12e eeuw tot heden ononderbroken bewoond of in gebruik is geweest. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2013-11-25 Resultaat: In het plangebied zijn twee vindplaatsen aangetroffen, namelijk één uit de late middeleeuwen en één uit de periode (late middeleeuwen-)Nieuwe tijd. De oudste sporen bestaan uit bewoningssporen uit de late middeleeuwen in de vorm van paalsporen en aardewerk dat te dateren is in de periode 10e -13e eeuw. De tweede vindplaats bestaat uit paalsporen, restanten van muren en grondverbeteringssporen uit de periode (late middeleeuwen-) Nieuwe tijd. Met behulp van de onderzoeksgegevens is voor het plangebied een waardering en een aanbeveling opgesteld. Vindplaats 1 is gewaardeerd als behoudenswaardig. In het veld is reeds geconstateerd dat werkput 1, onder de recent gesloopte panden Koninigsplein 12 en 14 en ter hoogte van het aangetroffen muurwerk op de achterterreinen, diende te worden uitgebreid en opgegraven. Dit is uitgevoerd en de resultaten daarvan zijn opgenomen in dit rapport in hoofdstuk 3.

Vindplaats 2 is op basis van de waardering, zoals opgesteld in paragraaf 5.2.2, niet behoudenswaardig. Dit is reeds in het veld geconstateerd door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag. Daarop is door het bevoegd gezag en de archeologische adviseur namens het bevoegd gezag besloten deze vindplaats niet op te graven. In het plangebied kunnen resten (onderkanten) van waterputten worden verwacht. Vindplaats 1 is opgegraven en, uitgezonderd onder pand Koningsplein 16, zullen alleen sporen dieper dan één meter (waterputten) nog bewaard zijn. Door de projectleider archeologie J. van der weerden is al tijdens het veldwerk aan het bevoegd gezag en diens adviseur geadviseerd om de rest van het plangebied, dus uitgezonderd pand Koningsplein 16, vrij te geven. Dit onder voorwaarde dat de plaatselijke heemkundekring actief aanwezig mag zijn bij het uitgraven van het plangebied. Het idee is dat op deze wijze de informatie die de aanwezigheid en inhoud van eventuele waterputten oplevert, blijft behouden. Ook de zone onder de reeds gesloopte aanbouw van Koningsplein 16 kan onder bovengenoemde voorwaarde worden vrijgegeven. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2019-01-07 Resultaat: De oudste sporen van bewoning op het terrein stammen uit de laat Karolingische tijd.

Deels onder de potstal en de voorgevel van het pand Koningsplein 16, grotendeels binnen de contouren van dit pand, was een waterput (boomstamput) aanwezig. 14C-onderzoek en fragmenten aardewerk uit de insteek van de waterput dateren het spoor in de 9e eeuw na Chr. De houten putschacht was slecht geconserveerd, wat te wijten is aan de huidige lage grondwaterstand. De waterput heeft vermoedelijk deel uitgemaakt van een erf, waartoe wellicht ook de sporen van middeleeuwse houtbouw onder Koningsplein 12-14 gerekend kunnen worden. De vindplaats heeft waarschijnlijk doorgelopen tot onder de huidige straat (Koningsplein), maar zal daar vermoedelijk vergraven zijn. Het heeft er alle schijn van dat het plangebied niet bewoond is geweest in de Late-Middeleeuwen. Er zijn namelijk geen resten van houtbouw of andere bewoningssporen uit deze periode gevonden. Ook vondstmateriaal uit deze periode ontbreekt. Uit historische bronnen kan met zekerheid gesteld worden dat er rond 1600 een pand aanwezig was in het plangebied, waarvan Joost Aerts Roefs toen de eigenaar was. Het is niet uitgesloten dat er toen al sprake was van steenbouw. Er zijn tijdens het onderzoek in ieder geval geen duidelijke aanwijzingen gevonden voor een houtbouwfase. De rechter zijgevel kan tot de oudste bouwfase van het huidige pand Koningsplein 16 gerekend worden: 18 e eeuw of ouder.

Zowel de voor- als achtergevel en de linker zijgevel van het pand stammen uit een jongere bouwfase. Vermoedelijk heeft namelijk rond 1750 een ingrijpende verbouwing plaats gevonden en werd toen het kleine huisje, genoemd in 1712, bij het pand getrokken. Van de gesloopte scheidingsmuur tussen dit kleine huisje en het grote huis resteerden tijdens het onderzoek slechts spitsporen en een palenrij. Er werd ook een geheel nieuwe voorgevel opgetrokken. Men trok de nieuwe gevel zover door, tot het snijpunt met de lijn van de voorgevel van Koningsplein 12-14. In deze periode kwam ook de huidige kelder tot stand. Dit is niet dezelfde kelder waarvan in een akte uit 1677 sprake is. Die kelder heeft wel gelegen op de plek waar de huidige kelder werd aangelegd. De achtergevel stamt uit dezelfde bouwfase als de huidige kelder. Uit dezelfde periode dateert ook de linker zijgevel. Binnen de contouren van het pand zijn ook de resten van twee potstallen aangetroffen. De kleinste potstal bevindt zich binnen de contouren van het kleine huisje, dat rond 1750 bij het grote huis werd getrokken. Deze potstal is dan ook ouder dan de huidige kelder, aangezien deze het spoor van de potstal oversnijdt. Vermoedelijk was het kleine huisje in gebruik als stal, totdat het tijdens de verbouwing van rond 1750 bij het grote huis werd getrokken.

Binnen de grootste potstal in het westelijke deel van het pand zijn de resten gevonden van een indeling in stalboxen. In deze stal werden graszoden en mogelijk ook zoden van de heide gebruikt. Er zijn geen duidelijke sporen gevonden van een muur of wand die de potstal van de rest van het gebouw afscheidde. De huidige binnenmuren waren gemetseld op de vulling van deze potstal. Dit betekent dat de potstal dateert van vóór de oprichting van de huidige binnenmuren. De potstal dateert vermoedelijk uit de 17 e – 18e eeuw. Gezien deze datering kan ook hier sprake zijn van een verband tussen de grote verbouwing rond 1750 en het verdwijnen van de potstal. Uit een akte uit 1750 blijkt dat er op het terrein bier werd gebrouwen en er ook een herberg aanwezig was. Van deze brouwerij is een stenen waterput teruggevonden. In de put stak een pijp die gebruikt zal zijn om water op te pompen. Later in de 19e eeuw vond aan de noordwestzijde van het pand een uitbouw plaats. Hiervan zijn tijdens de opgraving de muurresten teruggevonden. In de uitbouw bevond zich een secreet. De jongste vondst op het terrein heeft direct verband met oorlogshandelingen die hier in september 1944 plaatsvonden. Het gaat hier om een ontsteker van een Britse mortiergranaat die is ingeslagen in de woning.

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2003-04-01 Resultaat: Het onderzoeksgebied heeft een hoge archeologische verwachting. Het (noord)westelijke deel van het gebied is verstoord. (Ter plekke van de voormalige school is de bodemopbouw geheel verstoord). Het (zuid)oosten van het gebied heeft een licht verstoord profiel. Er zijn hier botfragmenten en baksel (mestaardewerk) aangetroffen. Vervolgonderzoek wordt niet aanbevolen.

2055483100 (2107)

2125589100 (18233)

2167458100 (24154)

350 meter ten noordwesten van het plangebied Asten-Dorpskern te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179903/379625 350 meter ten oosten van het plangebied Hemelberg te Onbekend Gemeente Asten Coördinaat: 180579/379249 450 meter ten noorden van het plangebied Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180051/379806

2240608100 (34579)

450 meter ten noorden van het plangebied Prins Bernhardstaat 56 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180064/379811

2268570100 (38471)

450 meter ten noorden van het plangebied Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180065/379822

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 1999-10-18 Resultaat: Het archeologische proefonderzoek heeft uitgewezen dat slechts weinig sporen bewaard mijn gebleven uit de Vroege- en Late-Middeleeuwen en dat het dan alleen de diepe grondsporen betreft, zoals waterputten.

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2006-07-25 Resultaat: In opdracht van de Gemeente Asten zijn 9 boringen in het plangebied uitgevoerd. Na het booronderzoek is de archeologische verwachting naar beneden bijgesteld tot een lage verwachting, derhalve is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2007-08-31 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek en karterend inventariserend veldonderzoek wordt vervolgonderzoek door middel van proefsleuven noodzakelijk geacht voor het oostelijk deel van het plangebied. Het westelijke deel van het plangebied lijkt volledig verstoord te zijn door bebouwing en ontgravingen. Hier zijn waarschijnlijk geen archeologisch relevante lagen meer aanwezig. In het oostelijk deel van het plangebied is de oorspronkelijke bodem slechts ten dele verstoord (boringen 2 en 3). Vuursteenvindplaatsen worden niet meer verwacht binnen het plangebied, maar resten van nederzettingssporen vanaf het neolithicum tot en met de Nieuwe tijd kunnen niet uitgesloten worden. De hoge archeologische verwachting die voorkwam uit het bureauonderzoek kan gehandhaafd worden. Daarom wordt aanvullend inventariserend veldwerk aanbevolen in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek voor de oostelijke helft van het plangebied.

Wellicht kan dit vervolgonderzoek mogelijk ook informatie opleveren over het ontstaan van Asten, aangezien het in de historische dorpskern ligt, een archeologisch monument van hoge waarde. De resultaten en de aanbevelingen van het onderzoek zullen getoetst worden door het bevoegd gezag, de Gemeente Asten. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 2009-04-28 Resultaat: Aan de hand van de resultaten van het vooronderzoek had het plangebied een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van het archeologische waarden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze verwachting is bepaald door de ligging in een archeologisch monument, de historische dorpskern van Asten. De aanwezigheid van oudere waarden werd niet uitgesloten. Bij het booronderzoek werd een deels intact bodemprofiel aangetroffen met in één boring een restant van een BC-horizont. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd een archeologische vindplaats uit de periode van de IJzertijd tot en met de (Vroeg) Romeinse Tijd aangetroffen. Daarnaast werd vondstmateriaal uit de Middeleeuwen (VMED-LMEB) gevonden en was een aantal (sub) recente sporen aanwezig. In het noordoostelijke deel van het plangebied was een kuil aanwezig.

Dit 50 cm diepe spoor bevatte vondstmateriaal, bestaande uit tefriet, fragmentjes verbrand bot, samen met dakpan en aardewerk uit de periode tussen de IJzertijd en vroeg Romeinse Tijd. Bij de aanleg van de werkputten werd op verschillende plaatsen aardewerk uit deze periode aangetroffen. Dit wijst erop dat de nederzetting waar de kuil deel van uitmaakt waarschijnlijk ook in de rest van het plangebied aanwezig is. Mogelijk is een deel van de minder diep ingegraven sporen echter niet geconserveerd. Bij de aanleg van de werkputten werd vondstmateriaal aangetroffen uit de Middeleeuwen, sporen uit deze periode ontbreken echter. Het vondstmateriaal is een indicator voor archeologische vindplaatsen in het plangebied of in de directe omgeving. In de omgeving van het plangebied zijn uit eerder onderzoek enkele waarnemingen bekend die mogelijk in verband kunnen worden gebracht met het aangetroffen vondstmateriaal. De dichtstbijzijnde waarneming uit de Middeleeuwen bevindt zich op circa 100 m ten zuidwesten van het plangebied en bestaat uit een klein aantal grondsporen uit de Vroege- en Late-Middeleeuwen. Mogelijk is materiaal van dit nederzettingsterrein in het plangebied terechtgekomen of liep de nederzetting door in het plangebied en zijn er in het westelijke deel van het plangebied bewoningssporen aanwezig geweest.

Bij het vooronderzoek stuikten de boringen in het gebied direct ten westen van het plangebied, aan de Prins Bernhardstraat. Het stuiken werd veroorzaakt door een ondoordringbare laag bakstenen, waarschijnlijk funderingen. Dit deel van het plangebied is, gezien de ligging aan de straatkant, waarschijnlijk bewoond geweest. Op het minuutplan is langs de straat bebouwing te zien met bijbehorend erf en tuin. Mogelijk gaat de bewoning van dit gebied terug tot in de Middeleeuwen en strekt de middeleeuwse vindplaats die ten zuidwesten van het plangebied is aangetroffen, zich hierin uit. De aangetroffen vindplaats wordt gezien de inhoudelijke kwaliteit als behoudenswaardig gewaardeerd. Er zijn in Asten op enkele plaatsen waarnemingen bekend uit de periode van de IJzertijd-Romeinse tijd. Zij bestaan echter uit aardewerkvondsten terwijl er tijdens het onderhavige onderzoek ook een spoor werd aangetroffen. De nederzettingssporen hebben daarom een grote inhoudelijke kwaliteit. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: BILAN Datum: 2009-12-15 Resultaat: De oudste resten die tijdens de opgraving zijn aangetroffen dateren uit de Bronstijd en IJzertijd. Het zijn slechts losse vondsten van aardewerk. Sporen van bewoning zijn niet aangetroffen. In de Laat-Romeinse tijd werd het gebied in gebruik genomen als nederzettingsterrein. Bewoning uit de Romeinse tijd is in Brabant vrij algemeen.

Na de teruggang tussen 225 en 250 na Chr. lijkt er voor de Brabantse zandgronden minimale of zelfs helemaal geen bewoning te zijn. Tussen 260 en 300 zijn er geen sporen van bewoning gevonden in het zuiden van Nederland, maar er zijn wel munten uit deze periode. Volgens enkele Romeinse schrijvers vestigden zich tussen 340 en 350 Franken in het gebied, maar hier zijn nauwelijks aanwijzingen voor gevonden. Pas na 390 verschenen op de zandgronden weer nederzettingen. De gebouwen en het handgevormde aardewerk lijkt overeenkomsten te hebben met de nederzettingen ten noorden van de grote rivieren, met name in Overijssel en Drenthe. In Asten is een deel van een nederzetting opgegraven die bestond uit een spieker, enkele kuilen en twee greppels. Op grond van een kuil binnen een spieker is duidelijk dat de bewoning tenminste

2053271100 (7685)

4044073100

500 meter ten zuidwesten van het plangebied Wilhelminastraat 27 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179687/379097 500 meter ten westen van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179658/379286

twee fasen kent. Het handgevormde aardewerk dateert op grond van grove organische magering in de 4e eeuw. Het gedraaide aardewerk is afkomstig van één pot. Het baksel is afkomstig uit de Eifel in Duitsland. De voor aardewerk uit Mayen typerende fragmentjes vulkanisch glas ontbreken. Het baksel is waarschijnlijk afkomstig uit Speicher bij Trier. In Speicher is vanaf het midden van de 2e eeuw tot het einde van de 4e eeuw aardewerk geproduceerd. Helaas zijn geen randen gevonden, zodat de pot niet nauwkeuriger te dateren is, maar de combinatie met het handgevormde aardewerk maakt een datering in de vierde eeuw waarschijnlijk. De omvang van de nederzetting is niet vast te stellen omdat de vindplaats zich richting het noorden buiten het plangebied uitstrekt. Mogelijk liggen buiten het plangebied nog enkele huisplattegronden. Na de Romeinse tijd werd in het onderzoeksgebied niet meer gewoond. De aangetroffen sporen staan in relatie tot het landgebruik van het plangebied en zijn ontstaan bij de ontginning van het gebied en de daaropvolgende agrarische activiteiten in de Late-Middeleeuwen/ Nieuwe tijd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 2003-01-07 Resultaat: Geen aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2017-05-08 Resultaat: Uit het inventariserend veldonderzoek is gebleken dat het plangebied in z’n geheel niet is afgegraven. Het huidige maaiveld volgt grotendeels het oudere loopvlak dat wordt afgedekt door een veelal tweefasig opgebracht humeus dek. Het oudste humeuze (plaggen)dek dateert op basis van vondstmateriaal uit de 16e /17e eeuw. Het jongste humeuze dek dateert vanaf de 19e eeuw. De hogere ligging van het zuidwestelijke deel van het plangebied kan vermoedelijk worden verklaard door de aanwezigheid van een plaatselijk hoog gelegen landduin of dekzandrug uit het Holoceen of uit de Jonge Dryas. Onder het humeuze dek worden archeologische resten van vóór de nieuwe tijd verwacht (complextypen: nederzetting, huisplaats) vanaf 55 cm –mv in het noordoostelijke deel en vanaf 85 cm –mv in het zuidwestelijke deel. Gezien de onduidelijkheid over de mate van aftopping van de C-horizont in delen van het plangebied geldt er voor deze periode voor het westdeel van het plangebied (tuin) een hoge verwachting en voor de rest van het plangebied een middelhoge verwachting. In (de top van) het humeuze dek/plaggendek vanaf 45 cm –mv worden resten uit de Nieuwe tijd verwacht (complextypen: huis met erf; klooster; kloosterpark). Deze worden voornamelijk in het (zuid)oostelijke deel van het plangebied verwacht.

Zodoende geldt er een (zeer) hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de Nieuwe tijd voor de drie bebouwde percelen op de eerste kadastrale kaart uit omstreeks 1830 en voor het gebied rondom en ter plaatse van het huidige klooster. Tevens dient aandacht te worden besteed, indien dat mogelijk is, aan het oorspronkelijke ontwerp van de kloostertuin ten tijde van bewoning en gebruik door voormalig burgemeester Frencken. Gezien de mate van aftopping van het oorspronkelijke dek- of secundair afgezette duinzand worden er geen resten van jagers-verzamelaars meer binnen het plangebied verwacht. BAAC adviseert om voor het gehele plangebied bij bodemverstorende activiteiten een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.

Bijlage 4. Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 3046023100

3046056100

Vondstmeldingen Locatie

Omschrijving

110 meter ten zuidoosten van het plangebied Emmastraat 88 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180280/379220

Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk

110 meter ten zuidoosten van het plangebied Emmastraat 88 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180280/379220

Late-Middeleeuwen : - aardewerk - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk Late-Middeleeuwen : - 7 fragmenten van gedraaid aardewerk - 4 fragmenten van Elmpter aardewerk - 4 fragmenten van Paffrath aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - aardewerk - fragment van een stenen object, - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 2 fragmenten van metalen slakken

2143676100

2244812100

150 meter ten noordwesten van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180087/379518

150 meter ten noordwesten van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180083/379518

Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van steengoed - 3 bakstenen Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 4 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk Nieuwe tijd : - fragment van steengoed - ijzeren afval Bronstijd - Nieuwe tijd : - 11 fragmenten van glazen objecten, - 3 fragmenten van metalen slakken IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van een metalen schop/schep/spade Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van leisteen objecten, - 28 fragmenten van keramische bouwmateriaal - steenkool Vroege-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 30 fragmenten van metalen objecten, Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - 14 fragmenten van steengoed - fragment van Elmpter aardewerk - fragment van een steengoed kan

2192235100

250 meter ten noordwesten van het plangebied Winkelcentrum Midas te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180004/379564

Nieuwe tijd : - aardewerk - 7 fragmenten van steengoed - fragment van witbakkend geglazuurd aardewerk - 19 fragmenten van keramische kleipijpen - 48 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van een tegel - fragment van een witbakkend geglazuurd aardewerk kom/schaal - 3 fragmenten van faience borden/schotels - 31 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) - fragment van een porseleinen bord/schotel - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde borden/schotels Bronstijd - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van glazen objecten, Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van glazen flessen - 3 fragmenten van tegels Vroege-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 7 paalgaten Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van steengoed - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde borden/schotels - fragment van een roodbakkend geglazuurde deksel

- 4 fragmenten van roodbakkend geglazuurde - 4 fragmenten van geglazuurde steengoed kannen

2309629100

250 meter ten zuidwesten van het plangebied Moussaultstraat 7-11 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179932/379172

Nieuwe tijd : - 7 kuilen, - 2 fragmenten van keramische kleipijpen - fragment van een faience bord/schotel - 6 greppels/sloten - 2 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - fragment van geverfd aardewerk Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van Elmpter aardewerk - cultuurlaag - fragment van Paffrath aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 10 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 6 fragmenten van Limburgs witbakkend geglazuurd aardewerk

2459325100

250 meter ten westen van het plangebied Bartholomeus te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179900/379363

2376268100

300 meter ten noordwesten van het plangebied Asten Markt te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179915/379525

2424746100

300 meter ten westen van het plangebied Koningsplein 12-14-16 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179845/379449

Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van steengoed geglazuurd - afval - fragment van een keramisch bouwmateriaal - cultuurlaag - 3 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) Nieuwe tijd : - fragment van witbakkend geglazuurd aardewerk - muurrestanten - fragmenten van keramische vloeren - waterput Late-Middeleeuwen : - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van Elmpter aardewerk - 5 fragmenten van grijsbakkend gedraaide kommen/schalen - 3 waterputten Nieuwe tijd : - fragment van steengoed - 3 fragmenten van keramische borden/schotels - 2 kuilen, - muurrestanten - 3 fragmenten van keramische kleipijpen - fragment van steengoed geglazuurd - glazen afval - 7 paalgaten - 3 fragmenten van roodbakkend geglazuurde borden/schotels - 4 waterputten - waterput Vroege-Middeleeuwen : - fragment van Badorf aardewerk - 2 fragmenten van keramische bolpotten Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - 9 fragmenten van keramische kogelpotten - fragment van Andenne aardewerk Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van geelwitbakkend handgevormd aardewerk - 5 paalgaten

3157359100

3985017100

300 meter ten noordwesten van het plangebied Lindestraat - Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180000/379660 300 meter ten westen van het plangebied Koningsplein te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179874/379446

Nieuwe tijd : - muurrestanten - 8 paalgaten Nieuwe tijd : - waterput

Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - botmateriaal - fragment van een tegel - 14 fragmenten van leisteen dakbedekking - waterput

4652870100

300 meter ten westen van het plangebied Koningsplein 16 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179847/379433

Nieuwe tijd : - weg, karrespoor - 2 fragmenten van glazen flessen - 7 graven, inhumatie - 10 kuilen, - 4 fragmenten van keramische kleipijpen - 21 fragmenten van glazen kralen - 2 fragmenten van tegels - fragment van een metalen hanger - 4 bakstenen - 10 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) - fragment van kleurloos/ontkleurd glas - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde kommen/(voet)schalen - 11 fragmenten van ijzeren spijkers - fragment van een geglazuurde steengoed mineraalwaterfles - waterput Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - fragment van een keramische kogelpot - kuil, - fragmenten van huttenleem/verbrande leem - fragment van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Vroege-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van een metalen slak Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 14 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van een ijzeren schaar - 8 fragmenten van keramische bouwmateriaal

2030104100

350 meter ten zuidwesten van het plangebied Kruiskensweg te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179914/379056

Nieuwe tijd : - 6 fragmenten van put, - fragment van een MZN object, - 2 fragmenten van glazen flessen - 2 kuilen, - muurrestanten - 14 fragmenten van keramische kleipijpen - 11 fragmenten van steengoed geglazuurd - fragment van een ijzeren plaat/strip - 2 fragmenten van faience aardewerk - greppel/sloot - 23 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) - 94 paalgaten - 5 fragmenten van porselein - fragment van een ijzeren spijker - 25 spitsporen Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - aardewerk - botmateriaal - fragmenten van leisteen objecten, Late-Middeleeuwen : - fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk

3157367100

2055483100

2240608100

350 meter ten noordwesten van het plangebied Lindestraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180000/379700 400 meter ten noordwesten van het plangebied Asten-Dorpskern te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179875/379680

450 meter ten noorden van het plangebied Prins Bernhardstaat 56 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180065/379811

Nieuwe tijd : - fragment van steengoed Nieuwe tijd : - waterput

Late-Middeleeuwen : - kuil, - fragment van een maalsteen - waterput Nieuwe tijd : - aardewerk - fragmenten van ijzeren objecten, - fragmenten van keramische kleipijpen Bronstijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk - kuil, Romeinse tijd :

- fragment van ruwwandig gedraaid aardewerk - fragment van een dakpan - fragment van een keramische wrijfschaal Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - fragment van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late-Middeleeuwen : - fragment van steengoed - proto-steengoed - 3 fragmenten van Elmpter aardewerk - fragment van Paffrath aardewerk

2268570100

450 meter ten noorden van het plangebied Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180057/379831

Nieuwe tijd : - fragment van een dakpan Bronstijd : - handgevormd aardewerk Bronstijd - Late-Middeleeuwen : - 17 tefriet brokken IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 10 fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - 6 kuilen, - fragment van een handgevormd aardewerk object - 2 fragmenten van tegels - 2 greppels/sloten - 12 paalgaten - spieker/graanschuur Romeinse tijd - Vroege-Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk

4044073100

450 meter ten westen van het plangebied Wilhelminastraat 24 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179695/379345

Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 23 kuilen, - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 2 bakstenen

Bijlage 5.

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territorium gebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolithische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit.

De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden.

Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven.

De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting.

De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand.

Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband

met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden.

In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.

Bijlage 6.

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=9d131366-f011-4ec3-871e-7e304a9d671a