RU24.02.03C Bijlage 7 toelichting - Archeologiesch bureauonderzoek Julianastraat
Tekst van het document
RAPPORTAGE archeologisch bureauonderzoek Julianastraat te Asten, in de gemeente Asten
Rapport archeologisch bureauonderzoek Julianastraat te Asten, in de gemeente Asten Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte Torenallee 20 5617 BC Eindhoven
Rapportnummer
23110.001
Versienummer1
2
Datum
30 oktober 2023
Opsteller2
Mevrouw P. Beurskens, MA
Kwaliteitscontrole
Mevrouw J.A.M. Reynaert, MSc
1 Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld
door de bevoegde overheid. 2 AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.
Econsultancy Archeologisch Rapport
KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNA protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)
Econsultancy Archeologisch Rapport
INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED SAMENVATTING 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................................. 1 Methoden ...................................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ....................................................................... 2 Toekomstige situatie ...................................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................................. 4 Archeologische waarden ................................................................................................................ 7 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................................ 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................... 11
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 14
LITERATUUR BRONNEN KAARTEN BIJLAGEN
TABELLEN Tabel 2.1 Tabel 2.2 Tabel 2.3 Tabel 2.4
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal BAG gegevens Gespecificeerde archeologische verwachting
KAARTEN Kaart 1. Kaart 2. Kaart 3. Kaart 4. Kaart 5. Kaart 6. Kaart 7. Kaart 8. Kaart 9. Kaart 10. Kaart 11. Kaart 12. Kaart 13. Kaart 14. Kaart 15.
Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000) Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto uit 2022 Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3) Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3) Het plangebied op de bodemkaart Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied Het plangebied op de minuutkaart Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1895 Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1936 Het plangebied op de topografische kaart uit 1958 Het plangebied op de topografische kaart uit 1967 Het plangebied op de topografische kaart uit 1987
BIJLAGEN Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7.
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode
23110.001
Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte
Toponiem
Julianastraat
Plaats
Asten
Gemeente
Asten
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Kadastrale gemeente Asten, sectie G, percelen 3122, 3123, 3787, 4122, 4123, 4160 (ged.), 4161, 4520, 4692, 4979 (ged.), 4980, 4981, 4982 (ged.) & 4983.
Omvang plangebied
circa 5.165 m2
Kaartblad
52C (1:25.000)
Centrumcoördinaten (X/Y)
X: 180.190/ Y: 379.349
Archeoregio NOaA
4: Brabants zandgebied
Bevoegde overheid
Gemeente Asten Koningsplein 3 5721 GJ Asten
T: ( 0493) 671 212 E: gemeente@asten.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
ArchAeO Rapelenburglaan 9 5654 AP Eindhoven
Dhr. F. Kortlang T: 06 22505236 E: advies@archaeo.nl
Uitvoeringsperiode
augustus en september 2023
Uitvoerders
Econsultancy, mevrouw P. Beurskens, MA (Senior KNA Archeoloog)
Onderzoeksmelding ARCHIS3
5456000100
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy en op termijn het provinciaal depot
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte in augustus en september 2023 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Julianastraat te Asten in de gemeente Asten. In het plangebied zal de huidige bebouwing worden gesloopt en worden appartementencomplexen gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.
Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de landschappelijke, archeologische en historische gegevens geldt er een lage verwachting voor het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Vanwege de ligging in de historische kern met bebouwing geldt met name een hoge verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Advies Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek na de bovengrondse sloop van de huidige bebouwing. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Asten), die vervolgens het advies over neemt of niet.
Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Asten wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen, moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Asten op de hoogte te stellen.
23110.001 versie 2
Advies beoordelaar gemeente Asten ArchAeO kan zich vinden in het advies om in dit plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Een optie tot een directe doorstart naar een opgraving is wenselijk. Voorwaarde voor dit proefsleuvenonderzoek is dat de huidige bebouwing binnen het plangebied is gesloopt en dat de verharding is verwijderd. Ondergrondse sloop dient archeologisch begeleid te worden.
23110.001 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Julianastraat in Asten, gemeente Asten. De initiatiefnemer is voornemens om de huidige bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats appartementencomplexen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in augustus en september 2023 door mevrouw P. Beurskens, MA Senior KNA Archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door mevrouw J.A.M. Reynaert, MSc (KNA Archeoloog MA).
2
BUREAUONDERZOEK
2.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld.
2.2 Methoden Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en volgens de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda.
23110.001 versie 2
1 / 14
Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06.3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • • • • •
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • • • • • • •
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; een recente topografische kaart; recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Asten; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
2.3 Afbakening en huidige situatie van het plangebied Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 meter rondom het plangebied. Het plangebied ligt aan de Julianastraat, in de bebouwde kom van Asten, in de gemeente Asten (zie kaart 1) en heeft een oppervlak van circa 5.165 m2. Het maaiveld ligt volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3) rond 26 meter NAP en de centrumcoördinaten van het plangebied zijn X: 180.190 en Y: 379.349. Het
3 SIKB.
23110.001 versie 2
2 / 14
plangebied is kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie G, percelen 3122, 3123, 3787, 4122, 4123, 4160 (ged.), 4161, 4520, 4692, 4979 (ged.), 4980, 4981, 4982 (ged.) & 4983 (zie kaart 2). Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het noordelijke deel van het plangebied is momenteel bebouwd met een Aldi. De rest van het plangebied is in gebruik als parkeerplaats (zie kaart 3). De omliggende percelen zijn bebouwd met woningen. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’ (vastgesteld op 24-06-2013).
Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 en Waarde – Archeologie 3. Bij plangebieden met meerdere archeologische waardes wordt de hoogste waarde voor het hele plangebied aangehouden, in dit geval Waarde – Archeologie 2. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld.4 Volgens de beleidskaart ligt het noordelijke deel van het plangebied in een zone met categorie 2: archeologisch waardevol terrein. Dit gaat om de historische kern van Asten. De rest van het plangebied bevindt zich in categorie 5: gebieden met een middelhoge verwachting (zie kaart 4).5 Milieuhygiënische situatie Om te bepalen of de milieuhygiënische situatie in het plangebied een risico vormt voor de uitvoering van archeologisch veldonderzoek, is de Omgevingsrapportage geraadpleegd.6 Binnen het plangebied zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de omgeving zijn wel meerdere onderzoeken uitgevoerd waarbij vervuiling van onder andere PAK en zink in het grondwater zijn aangetroffen. Tevens zijn er meerdere brandstoftanks bekend. Zover bekend in de Omgevingsrapportage zijn er geen saneringen uitgevoerd.
2.4 Toekomstige situatie Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde.
4 Portaal voor Ruimtelijke Plannen. 5 Hessing et al. 2011. 6 Omgevingsrapportage.
23110.001 versie 2
3 / 14
In het plangebied zal de huidige bebouwing worden gesloopt. Hiervoor in de plaats worden appartementencomplexen gerealiseerd. Tevens worden er bergingen, 61 parkeerplaatsen en een wadi gerealiseerd. De locatie van de wadi moet nog worden bepaald. Volgens het ontwerpvoorstel heeft de nieuwe bebouwing een oppervlakte van circa 1.630 m2. De diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is vooralsnog onbekend (zie bijlage 7). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.
2.5 Aardwetenschappelijke gegevens Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 2.1
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie7
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden en Formatie van Boxtel (ongedifferentieerd); dekzand en overige periglaciale afzettingen
Geomorfologie8
Niet gekarteerd: dekzandrug
Bodem9
Niet gekarteerd: hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand
Grondwatertrap
Niet gekarteerd
Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen een gebied met overwegend afzettingen van de Formatie van Boxtel. De afzettingen van de Formatie van Boxtel zijn afgezet gedurende de laatste ijstijd, toen de wind vrij spel had in het verplaatsen van zand en silt. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dekzand afgezet. 10 Er ontstonden duidelijke hoogteverschillen, waarbij reliëfverschillen kleiner dan 1,5 meter dekzandplateaus worden genoemd en grotere hoogteverschillen dekzandruggen of dekzandkopjes genoemd worden. Dekzandafzettingen die zijn afgezet tijdens het Laat-Glaciaal zorgden voor nivellering van het landschap door laagtes in het landschap op te vullen. Het dekzand, dat in het plangebied aan het oppervlak wordt aangetroffen, wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel.11 Het water van de in het voorjaar
7
De Mulder et al. 2003.
8 NGR/Wageningen Environmental Research (2019). 9 NGR/Wageningen Environmental Research (2018). 10 Berendsen 2008. 11 De Mulder et al. 2003.
23110.001 versie 2
4 / 14
smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.12 De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Op 1,2 kilometer ten noordwesten en 900 meter ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich het dichtstbijzijnde stuifduinencomplex. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving van Asten afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. De dichtstbijzijnde bekende beekdalen bevinden zich op enige afstand van het plangebied, namelijk de Aa circa 1,2 kilometer ten zuidwesten en de Astense Aa circa 2,7 kilometer ten noordoosten. DINO Het Dinoloket13 is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland.
Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit een dik pakket zand met een fijn of middelgrote korrel. 14 Dit kan worden geïnterpreteerd als dekzandafzettingen, Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Asten bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie kaart 5). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt op een hoge dekzandrug. Dekzandruggen zijn terreinverheffingen met flauwe hellingen, die grotendeels onder arctische omstandigheden in het Weichselien door de wind zijn gevormd. Veel dekzandruggen hebben een langgerekte vorm (lengte duinen) met een zuidwest-noordoost oriëntatie. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland15 vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse.
Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied.
12 Berendsen 2008. 13 Dinoloket. 14 DINO boornummers B52C0208, B52C0210 en B52C0039. 15 PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS.
23110.001 versie 2
5 / 14
Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op (de rand van) een dekzandrug die zich west-oost oriënteert (zie kaart 6). Of het plangebied zich op de rand of op de dekzandrug zelf bevindt is niet exact duidelijk. Het plangebied en de direct aangrenzende woningen lijken namelijk lager te liggen ten opzichte van de woningen ten zuiden. Tevens is er een onnatuurlijke rechte lijn te zien wat er waarschijnlijk op duidt dat het plangebied is afgegraven/geëgaliseerd. Er bevindt zich een hoogteverschil van circa 1,3 tot 2 meter tussen de gebieden. In de kern van Asten zijn verder meerdere dekzandruggen of -kopjes te zien (Kaart 7). Ten noorden van de rug bevindt zich een lager gelegen dekzandvlakte. Ten zuiden, op een afstand van circa 900 meter bevindt zich het beekdal van de Aa. Het hoogteverschil tussen het beekdal en de rug is 6 meter. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Asten bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie kaart 8). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen hoge zwarte enkeerdgronden. Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen).
Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9 e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen.
De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.16 Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. Het grondwaterpeil is een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten; hoe beter de ontwatering, hoe slechter de conservering. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Asten bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd.
16 Doesburg et al. 2007.
23110.001 versie 2
6 / 14
2.6 Archeologische waarden 2.6.1
AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen
Om inzicht te krijgen in bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.17 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 9 zijn de archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied weer gegeven. Voor het onderzoek wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. AMK-terreinen De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status.
Het plangebied ligt binnen een AMK-terrein, namelijk de historische kern van Asten (AMK nr. 16807) (zie bijlage 2 en Kaart 9).18 De begrenzing van de kern is gebaseerd op 16e-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Onderzoeksmeldingen Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 24 archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage 3 en Kaart 9). Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Voor ons onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en opgravingen. Het plangebied bevindt zich midden in de historisch kern van Asten. In de directe omgeving zijn er meerdere gravende onderzoeken uitgevoerd die van belang zijn voor het plangebied. Hierbij zijn resten van houtbouw en steenbouw aangetroffen die teruggaan tot in de 10e eeuw. Tevens zijn er bijgebouwen, (afval)kuilen en bijhorende waterputten aangetroffen. Uit de onderzoeken blijkt echter dat er al veel eerder bewoning heeft plaatsgevonden.
Bij meerdere opgravingen zijn gebouwen uit de IJzertijd onderzocht. Ook sporen uit de Romeinse tijd en Karolingische tijd zijn geregistreerd. Hierbij zijn ook vele vondsten gedaan zoals fragmenten van
17 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 18 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.
23110.001 versie 2
7 / 14
gebruiksvoorwerpen. Oudere vondsten uit de late-prehistorie wijzen ook op mogelijke bewoning en bijhorende activiteiten tijdens deze periodes.19 Vondstmeldingen In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 18 vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en Kaart 9). De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Met name de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd zijn vertegenwoordigd vanwege de ligging in de historische kern.
2.6.2
Andere bronnen
Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant20 heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt. De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch en archeologisch landschap. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart uit 2006 wordt de Emmastraat ten noorden en de Julianastraat ten westen als historische weg met redelijk hoge waarde weergeven. Tevens wordt de historische kern (AMKterreinnr. 16807) weergeven op de kaart van Rijksinformatie. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn enkele publicaties geraadpleegd van archeologische onderzoeken die in het verleden binnen het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden (zie hierboven en bijlage 3). Er heeft in het kader van dit bureauonderzoek een archiefonderzoek plaats gevonden.
Er is geen contact opgenomen met het provinciaal depot van Noord-Brabant, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben.
2.7 Beschrijving van het historische gebruik In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegenen kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de
19 Spitzers 2011; Ter Wal 2017; Veenstra 2014. 20 Brabant.nl.
23110.001 versie 2
8 / 14
tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Asten In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. Asten wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1212. In 1212 was de kerk van Asten, volgens de oorkonde, bezit van de Abdij van Floreffe, dezelfde abdij die de priorij van Postel in België heeft gesticht. Er was toen ook sprake van een "steenen huysinge", maar het gebied was al vele jaren eerder bewoond. Tijdens de Middeleeuwen behoorde het gebied lange tijd tot het domein van de hertogen van Brabant. Het ressorteerde onder de Meijerij van 's-Hertogenbosch, Kwartier van Peelland. Tot 1918 was de gemeente een heerlijkheid, die voor het eerst in 1462 werd uitgegeven. Uit deze tijd stamt ook het grootste deel van de ruïneuze resten van het heerlijke kasteel, gelegen ten westen van Heusden. Het dorp werd in de 15 e eeuw verwoest door Gelderse troepen. Na 1648 behoorde de plaats tot het Generaliteitsland Staats-Brabant, hetgeen weinig consequenties voor de organisatie van bestuur en economisch leven tot gevolg heeft gehad.
De inkomsten uit de landbouw werden aangevuld met de kleinschalige winning van turf. In de 19 e eeuw veranderde deze situatie. Industriële verwerking van landbouwproducten en de (in vergelijking met de buurgemeenten late) verpachting van veengronden aan particuliere maatschappijen brachten een grote welvaart in het dorp, waardoor een verbetering van de infrastructuur bewerkstelligd werd en schaalvergroting van de bebouwing optrad. In de jaren '30 van de 20e eeuw werd veel heide- en veengrond omwille van de land- en bosbouw in cultuur gebracht. Ook na de Tweede Wereldoorlog, ten gevolge waarvan de vernietiging van Ommel plaatsvond, ging men door met het afgraven van zwartveen. Pas in 1963 werden alle activiteiten gestopt en de resterende gronden beschermd. Asten richtte zich, mede door de aanleg van een industrieterrein, op andere bedrijvigheid. Na 1960 breidde de kom zich gestaag uit over de omliggende akkerbodems.21 Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel 2.2
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Kadastrale minuut22
1811-1832
Militaire topografische kaart (veldminuut)23 Bonneblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Gemeente As- 1:2.500 ten, sectie G, blad 02
Noordelijk deel bebouwd, de rest in gebruik als erf en tuin
De percelen in de directe omgeving zijn onderdeel van de historische kern
1850-1864
52 Venlo
1:50.000
-
-
1895
693 Asten
1:25.000
-
-
21 https://www.heemkundekringdevonder.nl/bewoningsgeschiedenis/Asten#beknopteGeschiedenis; Hessing et al. 2011. 22 Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 23 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).
23110.001 versie 2
9 / 14
Bonneblad
1911
693 Asten
1:25.000
-
-
Bonneblad
1927
693 Asten
1:25.000
-
-
Topografische kaart
1936
693 Asten
1:25.000
-
-
Topografische kaart
1958
52C
1:25.000
-
De kern van Asten wordt uitgebreid
Topografische kaart
1967
52C
1:25.000
-
-
Topografische kaart
1979
52C
1:25.000
-
-
Topografische kaart
1987
52C
1:25.000
-
-
Topografische kaart
1991
52C
1:25.000
-
-
Topografische kaart
2013
52C
1:25.000
Huidige situatie
-
Op het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal (zie tabel 2.2) is te zien dat het plangebied vanaf het begin van de 19e eeuw onderdeel uit maakt van de kern van Asten. Op de minuutkaart en de bijhorende OAT is weergeven dat het noordelijke deel is bebouwd. De rest van het plangebied is in gebruik als erf en tuin. Ook de aangrenzende percelen zijn in vergelijkbaar gebruik van woonerf met tuinen. De kern van Asten wordt in de jaren ’60 uitgebreid met enkele woonwijken. De situatie van het plangebied lijkt nauwelijks te veranderen. Het noordelijke, noordoostelijke en noordwestelijke rand van het plangebied is bebouwd terwijl de rest in gebruik blijft als achtererf/tuin. In 2013 ontstaat de huidige situatie. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Asten is het gemeentelijk archief geraadpleegd. Het gemeentelijk archief heeft echter enkel de bouwdossiers van de Julianastraat 1 aangeleverd (d.d. 18-9-2023). Omdat dit adres buiten het plangebied is gelegen, konden de dossiers niet gebruikt worden voor dit bureauonderzoek. Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) 24 van de bestaande bebouwing blijkt dat de huidige bebouwing binnen het plangebied verschillende ouderdommen kent. De bekende bouwdata van de gebouwen in het plangebied zijn weergegeven in Tabel 2.3. Tabel 2.3
BAG gegevens
Straat en huisnummer
Jaartal
Voorste gedeelte Emmastraat 42 en 44
1956
Achterste gedeelte Emmastraat 42 en 44
1880
Emmastraat 40 rechter deel
1880
Emmastraat 40 linker deel
1956
Emmastraat 36 t/m 38
2013
24 Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).
23110.001 versie 2
10 / 14
Emmastraat 48a t/m 62
2013
Emmastraat 48
1928
Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 25 In de omgeving zijn wel enkele ruimingsrapporten van explosieven bekend. Desalniettemin geeft het raadplegen van de bronnen geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundevereniging De Vonder (d.d. 16 augustus 2023). De contactpersoon, dhr. J. van Ooijen (d.d. 22-08-2023) heeft aangegeven geen aanvullende informatie te hebben.
2.8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel 2.4
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Laag
Kampementen, vuursteenstrooiingen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Mesolithicum
Laag
Kampementen, vuursteenstrooiingen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Neolithicum
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Bronstijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
25 Amersfoort & Kamphuis, 1990/Indicatieve kaart Militair Erfgoed/Jong, 1969 – 1994/ Klep & Schoenmaker, 1995/Ruimingskaart/VEO Bom-
menkaart/Zwanenburg, 1990.
23110.001 versie 2
11 / 14
IJzertijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Vroege Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Late Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.
Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Uit de landschappelijke ligging blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum ongunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en gunstig vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Met name de Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn vertegenwoordigd. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefden van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar. 26 Het plangebied bevindt zich een dekzandrug, op een afstand van circa 1,2 kilometer van het dichtstbijzijnde beekdal. Deze landschappelijke situatie maakt het een ongeschikte locatie voor de tijdelijke bewoning en bijhorende activiteiten van de jagers-verzamelaars.
Er geldt een lage archeologische verwachting voor het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum.
26 Louwe Kooijmans et al. 2005.
23110.001 versie 2
12 / 14
Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.27 De locatie op een hoge dekzandrug maakt het een geschikte bewoningslocatie voor de boeren. Bij de gravende onderzoeken in de omgeving zijn ook enkele archeologische waarnemingen bekend uit het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Deze kunnen worden gerelateerd aan bewoning. Er geldt dan ook een hoge verwachting voor deze periodes. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 28 Het plangebied bevindt zich in de historische kern van Asten. Sporen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn veelvoorkomend in de omgeving en worden ook in het plangebied verwacht. Uit de historische kaarten blijkt dat het noordelijke deel van het plangebied al minstens vanaf het begin van de 19e eeuw is bebouwd.
De rest van het plangebied is in gebruik als erf en tuin. Er geldt een hoge verwachting voor zowel de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog. Deze archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden verwacht in de top van de Chorizont. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn.
De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als woonerf en tuin. Door ploegen/rooiwerkzaamheden of bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.
27 Louwe Kooijmans et al. 2005. 28 Renes 1999.
23110.001 versie 2
13 / 14
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van de landschappelijke, archeologische en historische gegevens geldt er een lage verwachting voor het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Vanwege de ligging in de historische kern met bebouwing geldt met name een hoge verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek na de bovengrondse sloop van de huidige bebouwing. Omdat archeologische resten voornamelijk in de vorm van grondsporen worden verwacht, is in dit stadium een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek de meest geschikte onderzoeksmethode. Booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de grote kans op het voorkomen van puinlagen die aan historische bebouwing toegeschreven kunnen worden. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen.
Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Asten), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Asten wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Asten op de hoogte te stellen. Advies beoordelaar gemeente Asten ArchAeO kan zich vinden in het advies om in dit plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Een optie tot een directe doorstart naar een opgraving is wenselijk.
Voorwaarde voor dit proefsleuvenonderzoek is dat de huidige bebouwing binnen het plangebied is gesloopt en dat de verharding is verwijderd. Ondergrondse sloop dient archeologisch begeleid te worden. 29
29 Van Luling & Kortlang, 2023
23110.001 versie 2
14 / 14
LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoudt & T. de Groot (red.), 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort. (Nederlands Archeologische Rapporten 34). Hessing, W.A.M., E. Eimermann, M.J.P. Gouw & R. Quack, 2011: Gemeentelijke archeologiekaart van Asten 2010. Verantwoording en toelichting voor de gebruiker. Bijlage 8. Amersfoort. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Luling, L.M. van & F.P. Kortlang, 2023: Beoordeling en advies archeologische onderzoeksrapporten, Julianastraat te Asten, ArchAeO rapport nummer P23217, Eindhoven. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel.
Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Spitzers, T.A., 2011: Archeologische begeleiding Moussaultstraat 7-11 te Asten, gemeente Asten. Synthegra rapport S100322. Veenstra, M., 2014: Asten Koningsplein 12-14-16. Proefsleuvenonderzoek en Begeleiding (conform protocol opgraven). BAAC-rapport A-13.0233. Wal, A. ter, 2017: Asten Koningsplein. Archeologische begeleiding onder protocol opgraven. BAAC-rapport A15.0241. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
23110.001 versie 2
1/3
BRONNEN Aalst, J.W. van (2021) ‘OpenTopo.nl’; internetsite, oktober 2023. https://www.imergis.nl/asp/opentopo400.htm Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, oktober 2023. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, oktober 2023 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabant.nl; internetsite, oktober 2023. https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, oktober 2023. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Dinoloket; internetsite, oktober 2023. http://www.dinoloket.nl/ Heemkundekring de Vonder; internetsite, augustus 2023. https://www.heemkundekringdevonder.nl/bewoningsgeschiedenis/Asten#beknopteGeschiedenis Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, oktober 2023. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, oktober 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc64-91aa-4d44a9e3-54355556f5e7. Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, oktober 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf.
Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, oktober 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, oktober 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761a809-b4c5d90dcd35.
23110.001 versie 2
2/3
Kadaster Topotijdreis; internetsite, oktober 2023. http://www.topotijdreis.nl/ NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, oktober 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, oktober 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. Omgevingsrapportage; internetsite, augustus 2023. https://noord-brabant.nazca4u.nl/rapportage/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, oktober 2023. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, oktober 2023. https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS’; internetsite, oktober 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F153C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-4c70-b989-d9e92ac2f493. Ruimingskaart; internetsite, oktober 2023. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, oktober 2023. https://www.sikb.nl Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, oktober 2023.
https://www.topotijdreis.nl VEO Bommenkaart; internetsite, oktober 2023. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
23110.001 versie 2
3/3
KAARTEN
Kaart 1.
Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)
Kaart 2.
Het plangebied op de kadastrale kaart
Kaart 3.
Het plangebied op een luchtfoto uit 2022
Kaart 4.
Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart
Kaart 5.
Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland
Kaart 6.
Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3)
Kaart 7.
Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3)
Kaart 8.
Het plangebied op de bodemkaart
Kaart 9.
Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied
Kaart 10.
Het plangebied op de minuutkaart
Kaart 11.
Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1895
Kaart 12.
Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1936
Kaart 13.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1958
Kaart 14.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1967
Kaart 15.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1987
BIJLAGEN
Bijlage 1.
Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2. AMK nr. 16807
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
In het plangebied Asten te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180007/379387
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Oude dorpskern van Asten. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16e-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van Vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en VolleMiddeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
Bijlage 3. Zaaknummer (OM-nummer) 2012196100 (3274)
3046023100
Onderzoeksmeldingen Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
50 meter ten zuidoosten van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180252/379220 110 meter ten zuidoosten van het plangebied Emmastraat 88 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180280/379220
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 2001-03-01 Resultaat: resultaat niet bekend in Archis.
3046056100
110 meter ten zuidoosten van het plangebied Emmastraat 88 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180280/379220
2143676100 (20799)
150 meter ten noordwesten van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180089/379520
2244812100 (35205)
150 meter ten noordwesten van het plangebied Burg. Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180089/379519
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: Resultaat: In opdracht van Planoform Eindhoven b.v. heeft RAAP in maart 2001 een karterend booronderzoek en een archeologische begeleiding uitgevoerd in het plangebied Emmastraat te Asten, gemeente Asten. De archeologische begeleiding is uitgevoerd in samenwerking met de Hendrik Brunsting Stichting van het Archeologisch Instituut van de Vrije Universiteit (AIVU, Amsterdam). Tijdens het karterend booronderzoek zijn aardewerk scherven uit de prehistorie en Late-Middeleeuwen gevonden. Deze scherven zijn aangetroffen in de oude akkerlaag onder het esdek. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: Resultaat: In opdracht van Planoform Eindhoven b.v. heeft RAAP in maart 2001 een karterend booronderzoek en een archeologische begeleiding uitgevoerd in het plangebied Emmastraat te Asten, gemeente Asten. De archeologische begeleiding is uitgevoerd in samenwerking met de Hendrik Brunsting Stichting van het Archeologisch Instituut van de Vrije Universiteit (AIVU, Amsterdam) Tijdens de archeologische begeleiding zijn diverse grondsporen aangetroffen.