CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU24.01.04S Ruimtelijke onderbouwing Slobeendweg ongenummerd

Raadscommissie Ruimte 9 januari 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2023-1' (opiniërend)23.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Crijns Rentmeesters bv

32

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

‘Waarde – Archeologie’ is dit beleid vastgelegd in de vigerende bestemmingsplannen. Over de planlocatie is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ gelegen. Ter plaatse geldt een onderzoeksplicht naar archeologische waarden bij bodemverstoringen over een oppervlakte van meer dan 2.500 m² en dieper dan 0,4 meter beneden maaiveld. Ter plaatse worden geen werkzaamheden voorzien welke leiden tot een bodemverstoring over een oppervlakte van meer dan 2.500 m². Er worden drie woningen gerealiseerd binnen het bouwplan. Voor de woning wordt gerekend met een globaal bouwplan à 200 m² per wooneenheid en maximaal 125 m² aan bijgebouwen. De totale verstoringsgrens blijft daarmee ruimschoots beneden 2.500 m². Een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

5.5

Flora en fauna

5.5.1 Inleiding Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming).

5.5.2 Gebiedsbescherming De Wnb voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het vereist dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in deze Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het dichtst bij de planlocatie gelegen Natura 2000-gebied betreft de ‘Groote Peel’, gelegen op een afstand van circa 2,6 kilometer ten zuidoosten van de planlocatie. Door de ligging op dermate grote afstand, kan de beoogde herontwikkeling ter plaatse van de planlocatie geen invloed hebben op de aanwezige Natura 2000-gebieden in de omgeving. De planlocatie ligt ook niet in de nabijheid van Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden.

Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden. Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld

Crijns Rentmeesters bv

33

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Met AERIUS Calculator is de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden die het gevolg is van een ontwikkeling berekend. Uit dit onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van dit project vrijkomt leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar in zowel de gebruiks- als bouwfase. De Aeriusberekeningen zijn bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing.

5.5.3 Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming geldt een aantal verbodsbepalingen ter bescherming van planten- en diersoorten. Er is sprake van 2 beschermingsniveaus, te weten: Europees beschermde soorten volgens de Habitat- en Vogelrichtlijn en Nationaal beschermde soorten. Voor alle inheemse diersoorten, beschermd of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht wil zeggen dat men deze niet onnodig mag doden, verwonden of beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht maar alleen de zorgplicht. Naast soorten beschermt de Wet natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waarnaar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Voor beschermde soorten dienen de effecten op populatieniveau te worden getoetst. In tegenstelling tot de voorgaande Flora- en faunawet is de bescherming in mindere mate individueel en dient de staat van de instandhouding van de gehele populatie in aanmerking te worden genomen. Met de beoogde herontwikkeling wordt geen bebouwing gesloopt. Er wordt geen beplanting gerooid of water gedempt.

Verwacht wordt dat enkele algemeen voorkomende beschermde zoogdiersoorten zoals de mol, konijnen, egel en een aantal algemene muissoorten voor kunnen komen binnen de planlocatie. Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen

wordt

geen

standaardperiode

gehanteerd

in

het

kader

van

de

Wet

natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Verstoring van broedgevallen dient te worden voorkomen. Werkzaamheden dienen dan ook plaats te vinden buiten

het

broedseizoen.

Met

de

beoogde

herontwikkeling

dienen

te

allen

tijde

de

voorzorgsmaatregelen in acht te worden genomen. Door het landschappelijk inpassen van de planlocatie worden de foerageer mogelijkheden versterkt.

5.6

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh niet geldt voor 30-km wegen en voor woonerven. De planlocatie is gelegen binnen een 60 kilometerzone. Ter plaatse van de planlocatie kennen de wegen een lage verkeersintensiteit. Navolgend is een uitsnede weergegeven van de geluidkaart van Nederland, ter plaatse van de planlocatie. De planlocatie is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.

Crijns Rentmeesters bv

34

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

Figuur 19: Geluid van wegverkeer in Nederland (Lden) (Bron: Atlas Leefomgeving)

De geluidbelasting op deze kaart wordt uitgedrukt in Lden (Lday-evening-night), de maat voor de gemiddelde geluidbelasting over een etmaal. Deze kaart geeft een ruwe indicatie van de geluidkwaliteit en daarmee een goed beeld van de geluidkwaliteit van aandachtsgebieden zoals woonkernen, natuur- en stiltegebieden. Ter plaatse is sprake van een geluidniveau van <45 dB. De maximale geluidsbelasting is het buitenstedelijk gebied (53 Db) wordt niet overschreden. Het is aannemelijk dat eveneens de voorkeurgrenswaarde van 48 Db niet wordt overschreden. Gesteld kan dan ook worden dat het aspect wegverkeerslawaai geen bezwaar is voor de beoogde herontwikkeling.

5.7

Agrarische bedrijvigheid

5.7.1 Inleiding Bij besluitvorming omtrent geurgevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:

-

Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).

-

Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Gemeenten mogen, binnen bepaalde grenzen, bij verordening van de normen in de Wet geurhinder en veehouderij afwijken

Crijns Rentmeesters bv

35

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

(artikel 6 van de wet). De gemeente Asten heeft op 5 juli 2016 de ‘Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2016’ vastgesteld, inclusief de daarbij behorende onderbouwing de Geurgebiedsvisie. Met deze geurverordening zijn strengere geurnormen voor de intensieve veehouderij en grotere afstanden voor de melkveehouderij en nertsenfokkerij vastgelegd. Op 27 oktober 2020 heeft de gemeente Asten tevens de Wijziging ‘Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2016’ vastgesteld, waarin tevens vaste afstanden voor melkkoeien en vrouwelijk jongvee is opgenomen, gebaseerd op de normen voor de intensieve veehouderij. In afwijking van artikel 3, lid 1 Wgv bedraagt binnen de gemeente Asten de maximale waarde voor geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in:

-

Woonkernen Asten en Ommel 1,0 odour units; Buitengebied 10,0 odour units; Woonkern Heusden 0,5 odour units; Buitengebied rondom woonkern Heusden 5,0 odour units.

Voor dieren waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, gelden binnen de gemeente Asten andere minimaal aan te houden afstanden, gebaseerd op dieraantallen. De planlocatie is op grond van de geurnormenkaart behorende bij de gemeentelijke geurverordening gelegen in het buitengebied rondom de kern Heusden.

5.7.2 Veehouderijen in de omgeving In de omgeving van de planlocatie is een drietal veehouderijbedrijven gelegen. Het betreft de veehouderijen Heikamperweg 27, 36 en 38. In navolgende figuur zijn deze veehouderijen aangegeven.

Heikamperweg 36

Heikamperweg 38

Heikamperweg 27

Figuur 20: Veehouderijen in omgeving planlocatie (aangeduid met rode cirkel)

Crijns Rentmeesters bv

36

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

Op deze omliggende veehouderijen zijn navolgende dieraantallen vergund:

Figuur 21: Vergunde dieraantallen Heikamperweg 27 (Bron: KRD)

Figuur 22: Vergunde dieraantallen Heikamperweg 36 (Bron: KRD)

Figuur 23: Vergunde dieraantallen Heikamperweg 38 (Bron:KRD)

5.7.3 Woon- en leefklimaat 5.7.3.1 Inleiding Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting.

Navolgend

worden

derhalve

zowel

de

voorgrond-

als

de

achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie inzichtelijk gemaakt.

5.7.3.2 Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt (dominantie veehouderij), hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen. Gezien de situering en geuremissiefactor kan gesteld worden dat het veehouderijbedrijf Heikamperweg 36 de dominante veehouderij is in het kader van de voorgrondbelasting. De veehouderij is gelegen op de kortste afstand tot de planlocatie, heeft een relatief hoge geuremissie en de overwegende windrichting is gericht richting de planlocatie. Van deze veehouderij is dan ook de voorgrondbelasting bepaald. De XY-coördinaten van de geurgevoelige locatie betreffen hierbij de hoekpunten van de planlocatie.

Crijns Rentmeesters bv

37

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

NO NW

ZO ZW

Figuur 24: Hoekpunten geurberekeningen

Tabel 1: Voorgrondbelasting Heikamperweg 36 (V-stacks vergunning)

De voorgrondbelasting op de planlocatie afkomstig van de veehouderij bedraagt maximaal 7,3 oue/m³. Daarmee is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat in het kader van de voorgrondbelasting.

3.7.3.3 Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting is de totale geurbelasting veroorzaakt door alle veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. De achtergrondbelasting bepaalt het leefklimaat in een gebied. De achtergrondbelasting is doorgerekend met het programma V-Stacks Gebied. De coördinaten betreffen de hoekpunten van de planlocatie. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeente Asten ingevoerd. De invoergegevens van deze bedrijven zijn als bijlage toegevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. Navolgend zijn de invoergegevens en de berekening weergegeven.

Crijns Rentmeesters bv

38

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 25 % Rasterpunt linksonder x: 180 983 m Rasterpunt linksonder y: 376 005 m Gebied lengte (x): 1000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 1000 m , Aantal gridpunten: 50 Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurnorm Geurbelasting [OU/m3] 1001

181420

376681

20,00

12,26

1002

181522

376580

20,00

11,77

1003

181483

376555

20,00

12,80

1004

181384

376652

20,00

13,78

Tabel 2: Achtergrondbelasting ter hoogte van de planlocatie

Ter plaats van de her te bestemmen woning is sprake van een berekende achtergrondbelasting tussen 11,7 en 13,8 oue/m³. Het woon- en leefklimaat kan worden geclassificeerd als ‘redelijk goed’ tot ‘matig’ en is hiermee aanvaardbaar. De beoogde herbestemming is in het kader van de achtergrondbelasting dan ook geen bezwaar.

5.7.3.4 Conclusie woon- en leefklimaat Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting voorgrondbelasting

ten

minste

de

helft

bepalend is voor de hinder, als de

bedraagt

van

de

achtergrondbelasting.

De

voorgrondbelasting ter plaatse bedraagt maximaal 8,9 oue/m³ en de achtergrondbelasting maximaal 13,8 oue/m³. Derhalve is de voorgrondbelasting bepalend. Het woon- en leefklimaat ter plaatse kan worden bestempeld als acceptabel.

5.7.4 Belangenafweging Als gevolg van de voorgestelde herontwikkeling mogen omliggende veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Deze belangen bestaan uit de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en, indien concrete uitbreidingsplannen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een reeds vergunde uitbreiding), de realisatie van deze uitbreidingsplannen. De meest dicht bij de planlocatie gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 140 meter. Tussen de planlocatie en de veehouderijen in de omgeving zijn reeds geurgevoelige objecten gelegen. De planlocatie is daarmee niet de belemmerende factor voor veehouderijen. Als gevolg van de beoogde

herontwikkeling

worden

veehouderijen

dan

ook

niet

verder

in

de

ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie.

Crijns Rentmeesters bv

39

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

5.7.5 Conclusie Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de planlocatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:

-

Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).

-

Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

Gesteld kan worden dat ter plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Ook worden als gevolg van de beoogde herontwikkeling geen omliggende veehouderijen onevenredig in de belangen geschaad. De beoogde herontwikkeling is dan ook in het kader van het aspect geur geen bezwaar.

5.8

Veehouderij en gezondheid

5.8.1 Endotoxinen De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden.

De meest van belang zijnde veehouderij is gesitueerd aan Heikamperweg 38 (leghennen) en heeft een fijnstofemissie van 2.279 kg. Dit betekent dat een afstand van 162 meter in acht moet worden gehouden. Hier wordt aan voldaan.

5.8.2 Geitenhouderijen Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de

Crijns Rentmeesters bv

40

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot 2 kilometer is er sprake van een vergroot risico. De planlocatie is gelegen op een afstand van circa 1,5 kilometer van de geitenhouderij Polderweg 53.

Figuur 25: Vergunde dieraantallen Polderweg 53 (BVB-Brabant)

Uit het VGO-rapport naar voren dat het niet mogelijk is om een veilige afstand aan te geven. De lokale omstandigheden verschillen daarvoor te sterk. De volgende omstandigheden zijn van invloed: -

landgebruik (akkers, weilanden, bebouwing, bos)

-

het type veehouderij (koe, varken, geit, pluimvee)

-

de soort uitstoot (fijnstof, endotoxinen, bacteriën)

-

het aantal dieren in een stal.

Tevens speelt de windrichting een voorname rol bij de verspreiding van de uitstoot van een veehouderij. Windrichting en windsterkte spelen een rol bij de verspreiding van fijnstof (inclusief endotoxinen, ammoniak en micro-organismen) en geur. Omdat de overwegende windrichting in Nederland uit het zuidwesten komt zal de verspreiding van geur en fijnstof zich doorgaans verplaatsen uit de richting van de planlocatie. De aanwezigheid van vegetatie, gebouwen en andere structuren is een belangrijke factor voor de verspreiding van stoffen in de atmosfeer. Een ruw oppervlak veroorzaakt afremming van de wind aan de grond, waardoor een zekere mate van turbulentie wordt gegenereerd en zich een hoogteafhankelijk windprofiel instelt. Niet voorzien wordt ter plaatse ‘meer kwetsbare personen’ te huisvesten. Ter plaatse wordt niet voorzien in, bijvoorbeeld, zorgfuncties of kinderopvang. Tussen de beoogde woningen en de geitenhouderij zijn reeds woonbestemmingen (de dorpskern) gelegen en deze bevinden zich daarmee niet dichter tot de geitenhouderij dan overige bestaande woningen. Vanwege de afstand (circa 1,5 km), de overwegende windrichting en de ruwheid van het terrein tussen beide objecten kan een positieve afweging gemaakt worden ten aanzien van de beoogde ontwikkeling.

Crijns Rentmeesters bv

41

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

5.9

Bedrijven en milieuzonering

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die planologisch mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook kernrandzones in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. De omgeving van de planlocatie vindt door de ligging aan een

bebouwingslint

in

het

buitengebied,

met

in

de

omgeving

zowel

recreatieve-,

(agrarische)bedrijfs- en woonfuncties, meer aansluiting bij een ‘gemengd gebied’ dan ‘rustig buitengebied’ of ‘rustige woonwijk’. In de directe omgeving van de planlocatie liggen geen niet-agrarische bedrijven. Het meest dichtbij gelegen bedrijf bevindt zich op 190 meter. Wel is ten noorden van de planlocatie een sportpark gelegen op een afstand van circa 28 meter. Op circa 28 meter ten noordwesten van de planlocatie is een clubgebouw gesitueerd in de bestemming ‘Sport’. In dit geval is sprake van een clubgebouw behorende bij een veldsportpark. Voor buurt- en clubhuizen geldt in gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. Hieraan kan worden voldaan. Voor een veldsportpark geldt een minimale afstand van 50 meter tot een gevoelige locatie. Deze afstand mag in het gemengd gebied worden teruggebracht naar 30 meter. De woningen worden gerealiseerd op meer dan 30 meter vanaf de bestemmingsgrens van de sportvelden. Derhalve wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Het meest dichtbij gelegen agrarisch bedrijf is gesitueerd op circa 140 meter. Dit betreft een vleeskalverenbedrijf waarvoor een grootste richtafstand geldt van 100 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden. De geursituatie is in paragraaf 5.7 inzichtelijk gemaakt. Voor alle bedrijven geldt dat de ontwikkelingslocatie niet de maatgevende functie betreft.

De beoogde ontwikkeling is in het kader van bedrijven en milieuzonering dan ook geen bezwaar.

Crijns Rentmeesters bv

42

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

5.10 Externe veiligheid 5.9.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven en vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.

5.9.2 Besluit externe veiligheid inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Deze richtwaarden liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen norm voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting.

De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde.

5.9.3 Vervoer van gevaarlijke stoffen Bij de risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee verschillende kansen voor het PR verwerkt: de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zware ongeval of de ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10-6 is de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt 1 op de miljoen. Binnen het nationaal veiligheidsbeleid wordt dit risico als grenswaarde aangemerkt voor de vestiging van kwetsbare objecten. Aan deze normstelling dient voldaan te worden. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute of de inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde betreft een streefwaarde en heeft geen juridische status.

Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt. Bij deze verantwoordingsplicht moet onder andere aandacht besteed worden

Crijns Rentmeesters bv

43

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

aan bronmaatregelen, zelfredzaamheid, inzetbaarheid hulpdiensten en dergelijke. Een belangrijke adviserende taak hierin heeft de wettelijk aangewezen adviseur, de regionale brandweer.

5.9.4 Beoordeling van de planlocatie 5.8.4.1 Bedrijven De planlocatie is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot externe veiligheid.

5.9.4.2 Transport Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de provinciale wegen N277 en de N279 en de Rijksweg A67. De planlocatie is niet gelegen binnen de risicogebieden van de N277 en de N279. Voor de A67 geldt een invloedsgebied van 4 kilometer. Met een afstand van 4,3 kilometer tussen planlocatie en A67, is de planlocatie gelegen buiten het invloedsgebied van deze weg. Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen waterwegverbinding waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Dit aspect is dus niet van toepassing. De meest dicht bij de planlocatie gelegen buisleiding betreft een gasleiding, op een afstand van circa 2 kilometer ten westen van de planlocatie. Op dusdanig grote afstand kan beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden. Op een afstand van eveneens circa 1.800 meter ten zuidwesten van de planlocatie is een hoogspanningslijn gesitueerd. Op dusdanig grote afstand kan worden gesteld dat interactie evenmin kan plaatshebben.

5.10 Luchtkwaliteit 5.10.1 Inleiding De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Belangrijk aspect in de Wet luchtkwaliteit is het begrip ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM). Ontwikkelingen, projecten en activiteiten die NIBM bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven door het bevoegd gezag in principe niet meer afzonderlijk te worden getoetst aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De toetsing vindt op provinciaal en landelijk niveau plaats in het kader van de projecten die wél ‘In Betekenende Mate’ (IBM) bijdragen. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De bijlage geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto (vervanging van bestaande woningen geldt als bijdrage neutraal). De beoogde herontwikkeling valt hiermee binnen

Crijns Rentmeesters bv

44

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

het begrip NIBM. Andersom dient ter plaatse wel sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarmee de huidige luchtkwaliteit van belang is.

5.10.2 Blootstelling aan verontreiniging 5.10.2.1 Inleiding In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging.

5.10.2.2 Fijn stof De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.

-

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en PM2,5 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer.

Figuur 26: Fijn stof PM10 2020 (Bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM 10 van 18-20 µg/m³.

Crijns Rentmeesters bv

45

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

Figuur 27: Fijn stof PM2,5 2020 (Bron: Atlas leefomgeving)

De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9-10 µg/m³. Gesteld kan worden dat hiermee de luchtkwaliteit ter plaatse acceptabel is en dat de beoogde herontwikkeling in het kader van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijn stof geen bezwaar is.

5.10.2.3

Stikstof

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer.

Figuur 28: Stikstofdioxide 2020 (NO2) (Bron: Atlas leefomgeving)

Crijns Rentmeesters bv

46

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 12-14 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.

5.11 Besluit m.e.r. 5.11.1 Inleiding Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling.

5.11.2 Toets initiatief De beoogde ontwikkeling ziet toe op de ontwikkeling van twee woningen binnen de planlocatie. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1) overwogen “dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.” Daarbij heeft de Afdeling afgewogen dat “hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet [kan] worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door onder andere de realisatie van […]woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage.

Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.” De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld “dat nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling behoefde te worden uitgevoerd.” Bovenstaande leidt ertoe dat de beoogde ontwikkeling niet valt aan te merken als ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met

Crijns Rentmeesters bv

47

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

2000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m²’. Omdat de beoogde ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in het Besluit m.e.r., is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.

Crijns Rentmeesters bv

48

Ruimtelijke onderbouwing ‘Slobeendweg ong.’

6. UITVOERBAARHEID 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De gemeente Asten zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer sluit derhalve met de gemeente Asten een anterieure overeenkomst. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.

6.2

Omgevingsdialoog

Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling wordt door de initiatiefnemer een omgevingsdialoog gevoerd. Een verslag van de dialoog wordt als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

Crijns Rentmeesters bv

49

Slobeendweg ong. - Beplantingsplan Legenda !

!

!

!

!

! ! B ¹B¹B¹! ! B ¹ B ¹ B¹B¹B!¹ ! B¹ B ! ¹ B ¹ BB ¹¹ ! ! B¹ B ¹ B ¹B ! ¹!BB¹¹B¹ ! ! B ¹ B¹B ! ¹ B ¹ B ¹ B ¹¹ ¹ ! B N¹N¹BN¹¹B¹B¹ N¹N¹N¹N¹N¹ B¹B!¹B¹B¹ !¹ B ¹ N¹N¹N¹N¹N¹ B B¹B¹ N¹N¹N¹N¹N¹ B ¹ ! B ¹ N¹N¹N¹N¹N¹ BB ¹¹ ¹B!¹ N¹N¹N¹N¹N¹ ¹ B ¹ B ¹B¹!B N¹N¹N¹N¹N¹ ¹ N¹N¹N¹N¹N¹ B ¹ B!¹¹B N¹N¹N¹N¹N¹ ¹ B ¹ B ¹ B ¹! ¹¹ B N¹N¹N¹BB ¹ ¹¹B¹! N¹N¹N¹N¹N¹ !B¹B B ¹ N¹N¹N¹N¹N¹ B ¹ B ¹BB¹!¹ N¹N¹N¹N¹N¹ B ¹ B ¹ N¹N¹N¹N¹N¹ B ¹¹!B¹ N¹N¹N¹N¹N¹ B ¹ B ¹ !B ¹B N¹N¹N¹N¹N¹ ¹B¹ N¹N¹N¹N¹N¹ ! N¹N¹N¹N¹N¹ N¹N¹N¹ N¹N¹N¹N¹N¹ N¹N¹N¹N¹N¹ N¹N¹N¹N¹N¹ N¹N¹N¹N¹N¹ N¹N¹N¹N¹N¹ N¹N¹N¹N¹N¹ N¹N¹N¹N¹N¹ N¹N¹N¹N¹N¹

v W v W

!

! !

!

!

!

v W v W !

!

Planlocatie

N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N Haag ¹

Geschoren haag Sortiment: beuk, veldesdoorn, liguster of haagbeuk Ten minste 4 stuks per strekkende meter Soorten morgen gemengd worden toegepast Plantmaat 60-80

!

!

!

!

!

!

!

!

!

¹B ¹B ¹B ¹ B ¹ B ¹ ¹ B

Vrijgroeiende haag

v W

Landschapsboom

Vrijgroeiende haag Sortiment: Veldesdoorn, hondsroos, gele kornoelje, sleedoorn en vlier Dubbele plantrij, twee stuks per strekkende meter per rij. Soorten worden gemengd toegepast Plantmaat 60-80

!

vW W v

!

!

!

v W

v W

v W

!

!

!

!

!!

!

!

0

10

1:1.000

Esri Nederland, beeldmateriaal.nl

Solitair en in rij Sortiment: Haagbeuk, berk, linde of Witte paardenkastanje Plantafstand in rij 8-12 meter Soorten morgen gemengd worden toegepast Plantmaat 12-14 20

40 Meters

IDNR 4362

X 178273

Y 380655

4363

177610

380838

6

6 0.50

4 22526

22526

Asten

4364

177478

380721

6

6 0.50

4 30912

30912

Asten

4365

177038

380927

6

6 0.50

4 11771

11771

Asten

4366

177988

380661

6

6 0.50

4 32213

32213

Asten

4367

177527

380569

6

6 0.50

4 65

65

Asten

4368

177607

380549

6

6 0.50

4 3914

3914

Asten

4369

181616

379313

6

6 0.50

4 74282

74282

Asten

4370

181743

379313

6

6 0.50

4 37652

37652

Asten

182136

379593

6

6 0.50

4 64434

64434

Asten

182182

379642

6

6 0.50

4 51142

51142

Asten

181609

379196

6

6 0.50

4 319

319

Asten

182282

379608

6

6 0.50

4 17121

17121

Asten

180376

378556

6

6 0.50

4 156

156

Asten

178100

380979

6

6 0.50

4 54726

54726

Asten

177772

381225

6

6 0.50

4 7120

7120

Asten

4378

177696

381151

6

6 0.50

4 178

178

Asten

4379

178826

380561

6

6 0.50

4 3417

3417

Asten

4380

186462

376783

6

6 0.50

4 24025

24025

Asten

186631

376399

6

6 0.50

4 6890

6890

Asten

4382

186522

376829

6

6 0.50

4 1424

1424

Asten

4383

186840

375641

6

6 0.50

4 29271

29271

Asten

4384

181301

378397

6

6 0.50

4 736

736

Asten

4385

182465

378158

6

6 0.50

4 54444

54444

Asten

4386

182587

377745

6

6 0.50

4 45526

45526

Asten

4371 4372 4373 4374 4375 4376 4377

4381

ST-hoogte GemGebH ST-bindiam ST-uittree E-Vergund E-MaxVerg 6 6 0.50 4 37985 37985

Gemeente Asten

4387

182690

377839

6

6 0.50

4 52796

52796

Asten

4388

182047

378560

6

6 0.50

4 7230

7230

Asten

4389

182844

377427

6

6 0.50

4 961

961

Asten

4390

182916

377719

6

6 0.50

4 1170

1170

Asten

4391

182152

378789

6

6 0.50

4 13528

13528

Asten

4392

182153

378453

6

6 0.50

4 19720

19720

Asten

4393

182160

378675

6

6 0.50

4 134

134

Asten

4394

187204

376637

6

6 0.50

4 67339

67339

Asten

187379

376384

6

6 0.50

4 7760

7760

Asten

4396

186769

374894

6

6 0.50

4 7760

7760

Asten

4397

186781

375118

6

6 0.50

4 28881

28881

Asten

4398

186652

375396

6

6 0.50

4 136

136

Asten

186710

377573

6

6 0.50

4 86645

86645

Asten

186725

377457

6

6 0.50

4 44348

44348

Asten

186487

377940

6

6 0.50

4 9515

9515

Asten

186292

378015

6

6 0.50

4 11561

11561

Asten

187076

375718

6

6 0.50

4 49950

49950

Asten

187085

375239

6

6 0.50

4 19730

19730

Asten

187306

375769

6

6 0.50

4 17284

17284

Asten

185117

378763

6

6 0.50

4 35227

35227

Asten

185601

378241

6

6 0.50

4 99522

99522

Asten

185487

378110

6

6 0.50

4 20493

20493

Asten

185788

378044

6

6 0.50

4 12544

12544

Asten

185305

378866

6

6 0.50

4 5012

5012

Asten

4395

4399 4400 4401 4402 4403 4404 4405 4406 4407 4408 4409 4410

4411 4412 4413 4414 4415 4416 4417 4418 4419 4420 4421 4422 4423 4424 4425 4426 4427 4428 4429 4430 4431 4432 4433 4434 4435 4436 4437

185600

378663

183743

379860

183383

379594

182811

379952

182873

379819

182522

379581

182438

379539

182570

379298

182640

379017

183026

379115

182856 181874 181759 182481 181078 179073 178869 178789 178308 179048 179167 179295 179791 179846 179478 180093 180041

378675 380592 380702 380309 380630 379524 379346 379281 379370 380902 380745 380545 380521 380581 380352 381046 380994

6

6 0.50

4 605

605

Asten

6

6 0.50

4 33201

33201

Asten

6

6 0.50

4 6845

6845

Asten

6

6 0.50

4 2530

2530

Asten

6

6 0.50

4 21450

21450

Asten

6

6 0.50

4 9545

9545

Asten

6

6 0.50

4 390

390

Asten

6

6 0.50

4 11681

11681

Asten

6

6 0.50

4 40035

40035

Asten

6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6

6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50

4 15939 4 18786 4 78 4 32460 4 81723 4 27807 4 24039 4 30702 4 117 4 45787 4 74149 4 68884 4 131079 4 39296 4 8732 4 50979 4 34000 4 21166

15939

Asten

18786 78 32460 81723 27807 24039 30702 117 45787 74149 68884 131079 39296 8732 50979 34000 21166

Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten

4438 4439 4440 4441 4442 4443 4444 4445 4446 4447 4448 4449 4450 4451 4452 4453 4454 4455 4456 4457 4458 4459 4460 4461 4462 4463 4464 4465 4466 4467 4468 4469 4470 4471

180053 180306 180343 180499 180561 180743 181530 180454 180604 180863 180300 177876 177665 177519 177799 177722 177694 177696 177474 177494 179645 178379 179564 180360 179161 178744 178533 178282 176954 177247 180909 180741 180812 181439

381149 381038 382541 382627 382206 382101 381429 381493 381225 381132 382109 381890 382195 382586 382216 382327 382399 382703 381996 382423 383027 382832 382991 382654 382866 382837 382933 382988 382986 382892 377974 377942 377869 377588

6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6

6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50

4 9968 4 1602 4 25740 4 66107 4 2785 4 2558 4 30489 4 1934 4 20060 4 74408 4 82495 4 188 4 76290 4 68853 4 23392 4 30175 4 312 4 1780 4 5864 4 10639 4 8033 4 67260 4 142 4 780 4 51580 4 5514 4 66734 4 63036 4 41044 4 93701 4 1174 4 1120 4 33264 4 35615

9968 1602 25740 66107 2785 2558 30489 1934 20060 74408 82495 188 76290 68853 23392 30175 312 1780 5864 10639 8033 67260 142 780 51580 5514 66734 63036 41044 93701 1174 1120 33264 35615

Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten

4472 4473 4474 4475 4476 4477 4478 4479 4480 4481 4482 4483 4484 4485

180951 180899 180834 180699 181417 181254 181239 182054 182366 182622 181855 182459 182547 181966

376686 376657 376429 376658 376377 376494 376386 376488 376324 377153 376615 376970 377011 376670

6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6

6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50 6 0.50

4 59822 4 34379 4 65151 4 6797 4 10373 4 14869 4 41806 4 19142 4 72538 4 18122 4 20785 4 249 4 427 4 624

59822 34379 65151 6797 10373 14869 41806 19142 72538 18122 20785 249 427 624

Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten Asten

Straat Dijkstraat 51 5721AN Asten

Nummer

Postcode

Plaats

51 5721AN

ASTEN

Dijkstraat 56 5721AR Asten

56 5721AR

ASTEN

Dijkstraat 66 5721AR Asten

66 5721AR

ASTEN

Dijkstraat 72 5721AR Asten

72 5721AR

ASTEN

Hoekstraat 4 5721AT Asten

3 5721AS

ASTEN

Voordeldonk 64 5721HM Asten

2 5721AT

ASTEN

Voordeldonk 90 5721HM Asten

4 5721AT

ASTEN

Busselseweg 3 5721PB Asten

69 5721HL

ASTEN

Meerkoetweg 15 5721PV Asten

77 5721HL

ASTEN

93 5721HL

ASTEN

95 5721HL

ASTEN

64 5721HM

ASTEN

90 5721HM

ASTEN

1 5721KM

ASTEN

3 5721PB

ASTEN

4 5721PB

ASTEN

7 5721PB

ASTEN

Tureluurweg 3 5721RZ Asten

3 5721PD

ASTEN

Kleine Heitrak 13 5721SB Asten

12 5721PV

ASTEN

15 5721PV

ASTEN

Kleine Heitrak 4 5721SC Asten

9 5721PV

ASTEN

Kleine Heitrak 44 5721SC Asten

10 5721PW

ASTEN

Ericaweg 3 5721SH Asten

45 5721RA

ASTEN

Pijlstaartweg 13 5721SK Asten

13 5721RN

ASTEN

Pijlstaartweg 17 5721SK Asten

14 5721RN

ASTEN

Sperwerstraat 10 5721PW Asten Bluijssens Broekdijk 19 5721RN Asten Bluijssens Broekdijk 2 5721RN Asten Bluijssens Broekdijk 20 5721RN Asten Bluijssens Broekdijk 21 5721RN Asten Bluijssens Broekdijk 3 5721RN Asten Bluijssens Broekdijk 5 5721RN Asten Buizerdweg 11 5721RV Asten

Kleine Heitrak 5A 5721SB Asten

Leensel 3 5721SN Asten

19 5721RN

ASTEN

Rinkveld 14A 5721SP Asten

2 5721RN

ASTEN

Rinkveld 5 5721SP Asten

20 5721RN

ASTEN

Rinkveld 8 5721SP Asten

21 5721RN

ASTEN

Kloostereind 2 5721SR Asten

3 5721RN

ASTEN

Venbergweg 17 5721SV Asten

4 5721RN

ASTEN

Achterbos 20 5721SW Asten

5 5721RN

ASTEN

Achterbos 24 5721SW Asten

11 5721RV

ASTEN

5721RV

ASTEN

Weivelden 2 5721WD Asten

3 5721RZ

ASTEN

Hindert 11 5721WK Asten

5 5721RZ

ASTEN

Keskesweg 20 5721WS Asten

7 5721RZ

ASTEN

13 5721SB

ASTEN

15 5721SB

ASTEN

5721SB

ASTEN

4 5721SC

ASTEN

40 5721SC

ASTEN

44 5721SC

ASTEN

3 5721SH

ASTEN

10 5721SK

ASTEN

13 5721SK

ASTEN

14 5721SK

ASTEN

17 5721SK

ASTEN

5 5721SK

ASTEN

Ostaderstraat 36 5721WC Asten

16-18

Ommelsbroek 12 5724AA Ommel Ommelsbroek 8 5724AA Ommel Busserdijk 7 5724AM Ommel Jan van Havenstraat 21 5724AT Ommel Ommelse Bos 2 5724AZ Ommel Diesdonkerweg 21 5724PE Ommel Diesdonkerweg 27 5724PE Ommel Diesdonkerweg 22B 5724PG Ommel Diesdonk 45 5724PJ Ommel Oostappensedijk 12 5724PM Ommel Oostappensedijk 13 5724PM Ommel Oostappensedijk 48 5724PM Ommel

5A

Oostappensedijk 74 5724PM Ommel Voorste Heusden 5 5725AA Heusden Voorste Heusden 6 5725AC Heusden Patrijsweg 27 5725AE Heusden Antoniusstraat 45 5725AR Heusden Antoniusstraat 47 5725AR Heusden Antoniusstraat 63 5725AR Heusden Heikamperweg 27 5725AZ Heusden Heikamperweg 36 5725AZ Heusden Heikamperweg 38 5725AZ Heusden Meijelseweg 31 5725BA Heusden Meijelseweg 33 5725BA Heusden Bleekerweg 2 5725BE Heusden Bleekerweg 20 5725BE Heusden Bleekerweg 24 5725BE Heusden Bleekerweg 4 5725BE Heusden Spechtstraat 5 5725BG Heusden Pannenhoef 16 5725RB Heusden Pannenhoef 5A 5725RB Heusden Pannenhoef 7 5725RB Heusden Gevlochtsebaan 12 5725RD Heusden Gevlochtsebaan 21 5725RD Heusden Gevlochtsebaan 4A 5725RD Heusden Gevlochtsebaan 5 5725RD Heusden Gevlochtsebaan 7 5725RD Heusden Kemphaanweg 1 5725RE Heusden Kemphaanweg 4 5725RE Heusden

14A

12 5721SL

ASTEN

3 5721SN

ASTEN

5721SP

ASTEN

5 5721SP

ASTEN

8 5721SP

ASTEN

1 5721SR

ASTEN

2 5721SR

ASTEN

5 5721SR

ASTEN

16 5721ST

ASTEN

23 5721ST

ASTEN

17 5721SV 20 5721SW 24 5721SW 8 5721SX 67 5721SZ 26 5721WC 36 5721WC 2 5721WD 18 5721WE 11 5721WK 2 5721WK 11 5721WL 2-apr 5721WL 3 5721WN 20 5721WS 12 5724AA 16 5724AA

ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN ASTEN OMMEL OMMEL

Kemphaanweg 6 5725RE Heusden 8 5724AA Meijelseweg 45 5725RG Heusden 6 5724AB Meijelseweg 47 5725RG Heusden 39 5724AK Meijelseweg 70 5725RH Heusden 30 5724AL Meijelseweg 74 5725RH Heusden 7 5724AM Meijelseweg 78 5725RH Heusden 9-okt 5724AM Meijelseweg 86 5725RH Heusden 3 5724AN Meijelseweg 88 5725RH Heusden 21 5724AT Ooruilweg 9 5725RJ Heusden 33 5724AT Goudplevierweg 5 5725RK 39 5724AT Heusden Achtermijterbaan 1 5725RL 2 5724AZ Heusden Achtermijterbaan 7 5725RL 21 5724PE Heusden Vlosbergweg 14A 5725RM 27 5724PE Heusden Vlosbergweg 5 5725RM Heusden 49 5724PE Zeilhoekweg 2 5725RP Heusden 20 5724PG Zeilhoekweg 5 5725RP Heusden 22B 5724PG Gruttoweg 3 5725RT Heusden 24 5724PG Gruttoweg 7A 5725RT Heusden 46 5724PG Gruttoweg 9 5725RT Heusden 33 5724PJ Polderweg 53 5725RV Heusden 45 5724PJ Peelweg 3 5725RW Heusden 12 5724PM Waardjesweg 88 5725TB Heusden 13 5724PM Vaarsenhof 4 5725TC Heusden 16 5724PM Beemdstraat 12 5725TD Heusden 2 5724PM Bosweg 3 5725TE Heusden 28 5724PM Bosweg 8 5725TE Heusden 36 5724PM Merelweg 18 5725TH Heusden 40 5724PM Korhoenweg 1 5725TJ Heusden 48 5724PM Korhoenweg 4 5725TJ Heusden 74 5724PM Korhoenweg 7 5725TJ Heusden 65 5724PP Sengersbroekweg 2 5725TK 5 5725AA Heusden Sengersbroekweg 7 5725TK 6 5725AC Heusden Gezandebaan 39A 5725TM 8 5725AC Heusden Gezandebaan 45 5725TM 27 5725AE Heusden

OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL OMMEL HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM

Gezandebaan 32 5725TN Heusden Gezandebaan 52 5725TN Heusden Gezandebaan 52A 5725TN Heusden Veluwsedijk 3A 5725TP Heusden Ospelerweg 10 5725TS Heusden Ospelerweg 3 5725TS Heusden Kruisbaan 1 5725TT Heusden Kruisbaan 2 5725TT Heusden Kruisbaan 3 5725TT Heusden Vaalbaan 1 5725TV Heusden Kokmeeuwenweg 15 5725TW Heusden Kokmeeuwenweg 2 5725TW Heusden Kokmeeuwenweg 24 5725TW Heusden Kokmeeuwenweg 4 5725TW Heusden

45 5725AR 47 5725AR 63 5725AR 42 5725AS 27 5725AZ 36 5725AZ 38 5725AZ 31 5725BA 33 5725BA 13 5725BE 2 5725BE 20 5725BE 24 5725BE 4 5725BE

HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM HEUSDEN GEM

Bodem en Bouwstoffen

Verkennend Bodemonderzoek Slobeendweg ong. te Asten-Heusden rapport C230053.004/PHE

datum: opdrachtgever:

29 maart 2023 5400 UDEN 5725 AB BJ ASTEN

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

29 maart 2023 rapportnummer: C230053.004/PHE

I

VERANTWOORDING

P. Heesakkers Adviseur

Ing. B. van den Bosch Teamleider

Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818, Email: info@archimil.nl Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

29 maart 2023 rapportnummer: C230053.004/PHE

II

SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘Circulaire Bodemsanering 2013’ en het ‘Besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Slobeendweg ong. te Asten-Heusden is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Asten

Adres

Slobeendweg ong. te Asten-Heusden

Kadastraal

Sectie: P

Nr: 536 (ged.)

Coördinaten

X: 181.465

Y: 376.605

Oppervlakte onderzoekslocatie

circa 6300 m2

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie als nietverdacht beschouwd, waarbij in het grondwater diffuus verhoogde gehalten aanwezig kunnen zijn. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie onverdacht uit de NEN 5740. Uit het onderzoek volgt dat de grond uit de boven- en onderlaag (0,5-2 m-mv) is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is matig verontreinigd met koper en licht verontreinigd met barium, cadmium, en zink. De hypothese niet-verdachte locatie, met diffuus verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater, kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat er ons inziens, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan de beoogde bestemmingswijziging en de toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

29 maart 2023 rapportnummer: C230053.004/PHE

III

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1. GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2. HUIDIG EN VOORMALIG BODEMGEBRUIK ........................................................................................ 3 2.3. MILIEUVERGUNNINGEN .............................................................................................................. 4 2.4. BODEMONDERZOEKEN ............................................................................................................... 4 2.5. TOEKOMSTIG GEBRUIK .............................................................................................................. 5 2.6. BODEMOPBOUW EN (GEO-)HYDROLOGIE ......................................................................................... 6 2.6.1. Algehele bodemkwaliteit .............................................................................................. 6 2.6.2. PFAS ........................................................................................................................... 7 2.7.

CONCLUSIE VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 7 3. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................... 8 3.1. OPZET BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 8 3.2. ANALYSEPAKKETTEN ................................................................................................................ 8 3.3. UITVOERING BODEMONDERZOEK .................................................................................................. 8 4. WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................10 5. RESULTATEN...............................................................................................................................11 5.1. VELDWERK GROND .................................................................................................................. 11 5.2. AANPASSING ONDERZOEKSOPZET .............................................................................................. 11 5.3. VELDWERK GRONDWATER ........................................................................................................ 11 5.4.

ANALYSERESULTATEN ............................................................................................................. 11 5.4.1. Grondmengmonsters .................................................................................................. 11 5.4.2. Grondwatermonsters ................................................................................................. 12 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................13 TABELLEN ...........................................................................................................................................14 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 .................................................................................................................. vooronderzoek Bijlage 3 ............................................................................................................locatie en boringen Bijlage 4 ........................................................................................................................ boorstaten Bijlage 5 .............................................................................................................

analyseresultaten Bijlage 6 ........................................................................................................................ referenties

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

29 maart 2023 rapportnummer: C230053.004/PHE

1.

1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK

In verband met de beoogde bestemmingswijziging en herontwikkeling van het terrein aan de Slobeendweg ong. te Asten-Heusden is door de heer schriftelijk opdracht verleend om een verkennend bodemonderzoek op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 [2] conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek [3]. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013 [8]. Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3.

In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van de resultaten gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de gevonden resultaten besproken zullen worden. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies besproken en worden enkele aanbevelingen gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersoon voor de opdrachtgever was

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

29 maart 2023 rapportnummer: C230053.004/PHE

2

Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

29 maart 2023 rapportnummer: C230053.004/PHE

2.

3

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Hiervoor worden de volgende informatiebronnen geraadpleegd: milieuvergunningdossiers, archief bodemonderzoeken, etc. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt het veld- en chemisch onderzoek goed voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook worden de resultaten van het vooronderzoek gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. 2.1.

Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Asten

Adres

Slobeendweg ong. te Asten-Heusden

Kadastraal

Sectie: P

Nr: 536 (ged.)

Coördinaten

X: 181.465

Y: 376.605

Oppervlakte onderzoekslocatie

circa 6300 m2

Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2. Huidig en voormalig bodemgebruik Het onderzoeksterrein is in gebruik als onverhard en onbebouwd weiland (cultuurgrond).

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

29 maart 2023 rapportnummer: C230053.004/PHE

4

Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl) blijkt dat de locatie aan het begin van de 20ste eeuw al in gebruik was als landbouwgrond. Het omliggend terrein was destijds nog grotendeels in gebruik als heidegrond. In de jaren ’30 en ’50 van de vorige eeuw is de heidegrond omgevormd tot landbouwgrond. Eind jaren ’60 van de vorige eeuw is aan de Slobeendweg de bebouwing noordelijk en zuidelijk van de locatie gebouwd.

omstreeks 1900

omstreeks 1965

omstreeks 1990

omstreeks 2015

Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Op de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen olietanks in of op de bodem gelegen. Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging. 2.3. Milieuvergunningen Voor zover bekend hebben in het verleden, behoudens bemesting, geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden, zijn geen meldingen ingediend of bouw- en/of milieuvergunningen aangevraagd. 2.4. Bodemonderzoeken In het archief van de gemeente Asten noch in het eigen archief van Archimil zijn gegevens bekend van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op deze locatie. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=85116b8a-9c77-48d0-9ccd-69f89aa37487