CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU23.11.10A 02 Voorlopige voorziening Asten BP 'Asten Verzamelplan 2022-2'

Raadscommissie Ruimte 28 november 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Brieven aan de raad, voor kennisgeving aannemen12.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De emissie van ammoniak,

ook

meer

leefomgeving. Daarnaast is stikstofreductie nabij Natura 2000gebieden nadrukkelijk een (provinciale) doelstelling, zeker gelet

over

geur en

maar

fijnstof heeft veelal

consequenties voor de (gezonde)

Pagina 2 van 14

geborgd, door een verbod op de toename van emissie expliciet op te in de planregels en door regels geurhinder te stellen. Daarmee is de uitvoerbaarheid van het plan dan ook ondervangen. nemen

Zaaknummer: BP21-0249

Gemeente

|

op de en

instandhoudingsdoelstellingen

de recente natuurdoelanalyses.

Los van de concrete instructieregels in de I0V heeft u het plan daarom maar ook

in bredere context

Het BPLG, waarover u spreekt en waarvan

de 1° versie in concept in

Gebied (BPLG). In het BPLG staat

voorbereiding is, zal ruimte bieden voor maatwerk in de gebiedsgerichte aanpakken. De locatie van initiatiefnemer ligt inderdaad binnen een Gebiedsgerichte aanpak waarvoor maatwerk in voorbereiding is. Vanuit het Rijk is met name het principe ‘Water en

omschreven dat er een intensievere

bodem sturend’ leidend voor de

aanpak nodig is ten aanzien van de

ruimtelijke inrichting van het landelijk gebied. Dit worden ook uitgangspunten

kritisch,

in ogenschouw genomen.

Hierbij heeft u het volgende overwogen. De gebiedsgerichte aanpak Vitale Peel is gekoppeld aan het Brabants Programma Landelijk

reductie van stikstof als een

onderdeel om de natuurbeleidsdoelen

|

iA\sten

te halen. U stelt dat de kern van de

in het BPLG en de GGA's. Zo ook in de GGA Vitale Peel, waarbinnen Vaalbaan 1

strategie wordt dat op korte termijn

ligt. Voor GGA Vitale Peel is op 17 mei

volop wordt ingezet op

2023 een koersdocument voor de

emissiereductie én natuurherstel in en

toekomst bestuurlijk vastgesteld.

om

Natura 2000 (N2000)-gebieden.

Natuurherstel is noodzakelijk om

In dit koersdocument is opgenomen dat

enerzijds te voldoen aan de internationale wettelijke verplichtingen op het gebied van

een

gezond water- en bodemsysteem de

basis legt voor het bereiken van de

gebiedsdoelen. Het is bepalend voor de ruimtelijke inrichting en het wordt door diverse partijen grondgebruik. Melkveehouderij zoals samengewerkt om deze doelstellingen het bedrijf aan de Vaalbaan 1 met op regionaal niveau te realiseren. blijvend grasland en gewassen die verbouwd kunnen worden met hogere De ontwikkeling op de Vaalbaan 1 te | grondwaterstanden passen bijvoorbeeld Heusden betekent een uitbreiding in goed in het toekomstige grondgebruik. pluimvee en melkvee, beiden qua | Eventueel in combinatie met andere aantal op zichzelf volwaardige | agrarische bedrijvigheid. veehouderijbedrijven en beiden niet | Verder is in het koersdocument ' opgenomen dat we zien dat grondgebonden. Wat betreft de emissie van stikstof wordt in het plan grondgebonden en niet-grondgebonden toegelicht dat de stikstofuitstoot agrarische bedrijven stoppen vanwege vanuit het bedrijf niet hoger uitvalt aan opvolgers of gebrek aan | gebrek door het vernieuwen van de stallen | toekomstperspectief. De gebiedsgerichte dan in de vergunde situatie. Wij aanpak is er op gericht voldoende ten aanzien hiervan het overwegen bedrijven te behouden die passen bij het De uitkomst dat de volgende.

gewenste grondgebruik, die kunnen toename van het aantal te houden bijdragen aan het behalen van de waterdieren niet leidt tot een toename van en bodemdoelstellingen en die emissie van stikstof is mogelijk door samengaan met de doelstellingen voor natuur en water. In GGA Vitale Peel

-

-

het toepassen van

natuur. Voor wat betreft de

emissiereducerende technieken. Door

melkveehouderij leeft vooral de zorg dat

recente onderzoeken op basis van

in het werkgebied van Vitale Peel te veel bedrijven stoppen of dat bedrijven met

gerechtelijke uitspraak over stalsystemen bestaat er grote onzekerheid of de

Pagina 3 van 14

|

| | |

hun gebouwen beter naar een andere

|

plek kunnen verplaatsen.

Zaaknummer: BP21-0249

huisvestingssystemen wel de reducties opleveren waar op dit moment mee gerekend wordt en op

Er is een duidelijk perspectief nodig voor de landbouw met een

ondernemersklimaat, waarin stappen gezet kunnen worden. Het koersdocument biedt de gezinnen op de agrarische bedrijven een richting om, binnen randvoorwaarden, een keuze te maken voor stoppen, omvormen of doorontwikkelen, die past bij hun individuele ambitie, levensfase en

basis waarvan tot dusver

vergunningen zijn verleend. In werkelijkheid liggen de emissies van een aantal systemen waarschijnlijk aanzienlijk hoger en zal zeker niet worden voldaan aan de doelen ten aanzien van stikstofreductie. Naar onze

mening is niet uit te sluiten dat

mogelijkheden. Ondernemers krijgen de ruimte om tot een optimale invulling te

het bedrijf alsnog ongewenste

effecten heeft op het N2000 gebied en

komen. Samen zoeken we hoe het

zogenaamde piekbelaster is of wordt. Met het oog hierop achten wij

grondgebruik past bij de te behalen

een

de uitbreiding van de pluimveetak

natuurdoelen en de waterkwantiteit en kwaliteitsdoelen in het gebied.

ongewenst. Bovendien trekken wij de

Bedrijven zullen hun bedrijfsvoering in

vergunbaarheid in het kader van

meer of mindere mate moeten

stikstof in twijfel. Gelet hierop en met

aanpassen om toekomstbestendig te worden. Ondernemerschap staat daarbij centraal. Begin 2023 zijn de randvoorwaarden en eisen hiervoor nog

het oog op het voorzorgsbeginsel

achten wij het doorzetten van de |

ontwikkeling in de huidige vorm

-

onverantwoord. Met name de

niet volledig bekend. De overheden zijn

uitbreiding van pluimvee is

zich bewust van het feit dat er grote

ongewenst. Niet alleen met het oog

onzekerheden over enkele vigerende of

op de beleidsdoelen, maar ook gelet op de diverse te maken investeringen. Ook als het gaat om inspanningen en investeringen vanuit betrokken ondernemer voor de

toekomstige regels bestaan zoals de provinciale regels voor stalaanpassingen.

bedrijfsontwikkeling. Vanwege de hydrologische belangen in het N2000 gebied is het volgens de Toelichting van het plan van belang dat de omliggende gebieden als grasland gebruikt blijven worden. De gemeente zet daarom wat betreft het agrarische gebied functioneel in op (het behoud en ontwikkeling van) grondgebonden (melk)rundveehouderijen. Deze visie op het gebied is gedeeld in de samenwerking GGA de Vitale Peel en wordt bovendien onderschreven in de

doelen van de BPLG. In het BPLG staat omschreven dat er

overgangsgebieden rondom N2000gebieden aangewezen worden. Deze overgangsgebieden staan in dienst natuurherstel van het N2000

De overheden kunnen nog niet aangeven wat precies van de ondernemers

gevraagd gaat worden. Met het |

|

|

hoofdkoersdocument bieden de

gebiedspartners in de GGA Vitale Peel wel de richting waarop de individuele gezinnen hun keuzes voor stoppen, of doorontwikkelen kunnen baseren. Onder ondernemers bestaat de omvormen

wens om

de ruimte te krijgen om zelf

invulling te geven aan doelstellingen en zelf tot oplossingen te komen, in plaats

regels of voorschriften opgelegd te krijgen. Mogelijk is het werken met gebiedsdoelstellingen een oplossing. Deze doelstellingen werken we tijdens de participatieperiode verder uit. Gedacht moet worden aan doelstellingen op het gebied van natuur, waterkwaliteit en waterkwantiteit, bijdragen aan de vermindering van stikstof- en van

gebied en zijn van cruciaal belang

methaanemissies en het vergroten van de biodiversiteit. Bron: Koersdocument

voor het behalen van

Vitale Peel

van

de N2000-

doelstellingen. Om de doelen voor

Pagina 4 van 14

Zaaknummer: BP21-0249

Gemeente

natuur en water in deze

overgangsgebieden

en

bufferzones te

Alsten

In het deelgebied van de locatie van initiatiefnemer is bekend dat maar zo'n 4

realiseren is extensivering van

melkveebedrijven toekomstperspectief

bedrijvigheid en grondgebruik

zien en hun bedrijf willen voortzetten.

gewenst. De planlocatie is op

De andere melkveehouders in dit

ongeveer 500 meter afstand gelegen van het nu al zwaar overbelaste N2000 gebied de Groote Peel.

deelgebied stoppen. Initiatiefnemer is één van deze vier bedrijven dat door wil gaan, maar heeft daarvoor wel bepaalde bedrijfsomvang naar de toekomst toe nodig. Ook de pluimveetak is daarin belangrijk voor initiatiefnemer. Door het grote aantal stoppers in dit deelgebied

Daarmee zou de locatie

noodzakelijkerwijs moeten ontwikkelen naar een extensieve

(melk)rundveehouderij. Het plan ziet op een uitbreiding van de dierenaantallen, zonder dat er meer

grond

voor de

bedrijfsvoering wordt

benut. Het bedrijf wordt dus

neemt de stikstofuitstoot al fors af en de

verhoging van de grondwaterstand en het omliggende gebied zal verder

aanzienlijk intensiever en kan reeds in de huidige vorm niet aangemerkt worden als grondgebonden. Bovendien gaat de ontwikkeling ook nog eens gepaard met de uitbreiding van de pluimveehouderijtak, dat zich

bijdragen aan deze stikstofreductie. Het grote aantal stoppende bedrijven biedt ook kansen voor extensivering van de bedrijven die doorgaan, door meer grond van de stoppende bedrijven onder de bedrijven die doorgaan te krijgen. Dit is een belangrijke opgave/wens van de

sowieso niet verhoudt met de

GGA Vitale Peel. Onderzocht wordt hoe

doelstellingen in dit overgangsgebied.

de bedrijven die doorgaan daarin kunnen worden ondersteund/geholpen vanuit de

Het gehele plan staat hiermee naar onze inzichten haaks op de

GGA.

natuurdoelen en de opgaven in het

N2000-gebied de Groote Peel.

Initiatiefnemer is zeker geen ondernemer die alleen aan groei denkt en

is zeker omgevingsbewust, maar hij

moet daarbij ook realistisch zijn en aan

behoud van het toekomstperspectief van

zijn bedrijf denken en alles wat daarbij nog op het bedrijf en gezin af komt. Hij kan zich daarbij niet permitteren om te investeren in een emissiearm

stalsysteem en daarbij niet uit te gaan van behoud van zijn huidige rechten. Initiatiefnemer heeft nu een

grondgebonden melkveehouderij naast de pluimveetak en hij weet dat hij met het melkvee niet intensiever kan worden dus naar de toekomst toe meer grond onder zijn bedrijf zal moeten krijgen. Hieraan werkt initiatiefnemer graag mee en

| |

| |

|

in het belang van de toekomst van zijn

bedrijf. Zo werkt initiatiefnemer op dit moment ook mee aan een pilot-

onderzoek van de overheid voor een

groot zonneveld in dit deelgebied van de GGA als verdienmodel voor een

Pagina 5 van 14

Zaaknummer: BP21-0249

grondgebonden en meer extensieve melkveehouderij in dit gebied. Op dit moment is alles onzeker in het

landelijk gebied en kan niets uitgesloten worden. Ondernemers zoals

initiatiefnemer weten al geruime tijd niet toe zijn. Initiatiefnemer weet alleen zeker dat hij zijn stallen waar ze aan

moet aanpassen en dat er

voorbereidingen moeten worden getroffen om dit mogelijk te maken. De vormverandering van het bouwblok en de differentieviakken zijn daartoe de eerst vereiste stap.

Uw Provincie stelt dat met name de

uitbreiding van de pluimveetak ongewenst is omdat de locatie mogelijk in de toekomst piekbelaster is en trekt in twijfel of een vergunning in het kader van

de stikstof wel mogelijk is.

Er dient echter beslist te worden op

onderhavig planvoornemen en dat vergroot op zichzelf de emissie niet. In de regels van het bestemmingsplan is de voorwaarde opgenomen dat de

bedrijfsverandering niet mag leiden tot toename van stikstofdepositie. Door

een

het toepassen van extra

emissiebeperkende maatregelen in de stal is een (beperkte) uitbreiding van het aantal kippen uitvoerbaar. Bij

vergunningverlening zal dit moeten worden aangetoond. In 2004 is initiatiefnemer omgeschakeld van

vleeskuikens naar leghennen. Er is

bewust gekozen voor Vrije uitloop

kippen, waarbij de dieren de |

mogelijkheid hebben om buiten te kunnen scharrelen. Hiermee wordt

ingespeeld op de maatschappelijke wens om dieren hun natuurlijke gedrag te tonen. Daarmee is ook de keuze

gemaakt om niet te sturen op maximum aantal dieren, maar om te kiezen voor het aantal dieren op de omringende

uitloop gehouden kan worden. De dierbezettingsnorm van de keurmerken zijn daarin leidend. Door de regelmatig

|

Pagina 6 van 14

|

Zaaknummer: BP21-0249

Gemeente

A\sten

| terugkerende ophokplicht van de kippen |

is de verwachting dat de overdekte

uitloop van de kippen niet meer meegenomen mag worden als

leefopperviakte voor de dieren in de stal. Voor initiatiefnemer betekent het dat

binnen een aantal jaren extra leefopperviak moet worden gecreéerd. Om hetzelfde aantal kippen te kunnen

houden, zal de stal verlengd moeten worden. In het voorliggende plan is hier rekening mee gehouden. Dit vertaalt zich echter niet in een hogere eierprijs. Daarom wil initiatiefnemer in de nieuw te bouwen stal 12.000 kippen meer gaan houden, om een gedeelte van die extra (welzijns-)kosten terug te verdienen. In de ruimtelijke onderbouwing is de

noodzaak van de bedrijfsverandering nader gemotiveerd.

» Initiatiefnemer exploiteert een » In artikel 3.49, lid 1, sub b IOV is bepaald dat het bouwperceel voor een | gemengd bedrijf met legkippen en melkrundvee. Het melkrundvee krijgt veehouderij ten hoogste 1,5 ha mag voornamelijk ruwvoer in de vorm van | bedragen. Slechts in uitzonderlijke | gevallen kan een uitzondering worden | snijmais en kuilgras. De kippen krijgen hoofdzakelijk mengvoer dat is gemaakt op deze maximale omvang. In het plan wordt in verband met de opgeslagen in (staande) silo's. van het bouwperceel Bij een omvang van 130 melk- en omvang verwezen naar artikel 3.53 IOV waarin | kalfkoeien en 90 stuks jongvee is de voerbehoefte circa 1.600 m? mais en mogelijkheden tot een afwijkende circa 2.500 m? gras, wat neerkomt op omvang voor een veehouderij boven de 1,5 ha zijn benoemd. Artikel 3.53, | een benodigde oppervlakte aan lid 3 IOV maakt uitbreiding van een ruwvoeropslag van circa 2.400 m2. Om bouwperceel met ten hoogste een 0,5 | ook ruimte te houden voor ander voer, ha tot 2 ha mogelijk, indien: De zoals pulp of bierbostel, wordt rekening gehouden met een benodigde veehouderij vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate oppervlakte van circa 3.000 m?. In de is aangewezen op de opslag van | ruimtelijke onderbouwing is dit nader binnen het De ruimte gemotiveerd.

Hieruit volgt dat het bedrijf | ruwvoer; in overwegende mate is aangewezen op is Het niet | aanwezig bouwperceel | dat deze de 0,5 opslag van ruwvoer, bestemmingsplan borgt uitsluitend wordt ten ha gebruikt | | behoeve van voorzieningen- geen Het bouwblok is in het vigerende plan | reeds groter dan 1,5 ha. Een | gebouwen zijnde- voor de opslag van ruwvoer. Naar uw mening wordt bouwperceel van 1,5 ha biedt |

-

|

-

-

|

|

niet voldaan aan de | echter voorwaarden. Er wordt ten eerste niet '

| gemotiveerd in hoeverre de | bedrijfsvoering afhankelijk is van

Pagina 7 van 14

onvoldoende ruimte om én de vereiste

| stalaanpassingen én de noodzakelijke opslag van ruwvoer binnen het | bouwperceel te realiseren. Daarom is

Zaaknummer: BP21-0249

ruwvoer, laat staan dat dit in

overwegende mate is. U bent hiervan

| dus niet overtuigd. Voorts heeft de ruwvoeropslag in de huidige reeds een plek in het | bedrijfsvoering | vigerende bouwperceel van 1,6 ha. | Planologisch juridisch gezien worden | met voorliggend plan -ogenschijnlijklukraak midden in het bouwperceel |

twee differentiatieviakken met de

aanduiding ‘ruwvoeropslag’ toegekend. ‘Ogenschijnlijk lukraak’, aangezien deze locaties niet overeenkomen met waar de

ruwvoeropslag plaatsvindt volgens de beoogde feitelijke inrichting, getuige een

vergelijking van de Verbeelding

inrichtingsschets van de beoogde situatie, zoals opgenomen op pagina 14 van de bij de Toelichting van het plan gevoegde ruimtelijke onderbouwing ‘Vaalbaan 1, Heusden’. en

Het zuidelijk gelegen differentiatieviak

moet gelet op de inrichting sowieso als reguliere bouwvlakruimte

uitbreiding van het bouwperceel noodzakelijk.

een

Voor de situering van de

differentiatieviakken voor ruwvoeropslag midden op het bouwvlak is door initiatiefnemer een bewuste keuze

gemaakt. Ten eerste moeten de kippen beschikken over een Vrije uitloop. Ook is in verband met de brandveiligheid een ruime afstand tussen de stallen vereist.

Door de differentiatieviakken tussen de

stallen te plaatsen wordt de ruimte binnen het bouwperceel optimaal benut. Er is dan ook geen sprake van het lukraak plaatsen van de differentiatievlakken. Tevens is in de

bouwregels opgenomen dat ter plaatse de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch ruwvoeropslag’ uitsluitend van

-

het bouwen van bouwwerken

-

geen

voor de

gebouwen zijnde opslag van ruwvoer zijn toegestaan. Hiermee is ondervangen dat deze -

differentiatieviakken niet worden

aangemerkt worden, aangezien deze als requliere verharding en

gebruikt voor staluitbreiding.

manoeuvreerruimte in het

In maart heeft een gesprek op locatie

| bouwperceel in gebruik wordt

plaatsgevonden waarbij twee

genomen. Bovendien houdt het plan feitelijk gezien in dat het oppervlakte

ambtenaren van de provincie aanwezig waren. Daarbij is door initiatiefnemer

van

gebouwen toeneemt. De uitbreiding van 0,4 ha is dus feitelijk

uitvoerig uitgelegd waarom het nieuwe

niet ten behoeve van de

bouwvlak met differentiatieviakken op deze wijze wordt ingevuld. De conclusie

ruwvoeropslag maar voor de uitbreiding van stallen ten behoeve

dat het nieuwe bouwvlak met de

van

het houden van vee.

van

de ambtenaren van de provincie was

differentiatievlakken niet onlogisch was. Hier wordt in de zienswijze volledig aan

Het vorenstaande knelt te meer daar de uitbreiding van het bouwperceel

voorbij gegaan en er wordt niets over dit locatiebezoek gezegd. De gemeente

ook voorziet in een uitbreiding van de pluimveehouderij. Bovendien wordt er

vraagt zich dan ook af of dit bezoek wel betrokken is in de zienswijze.

in verband hiermee op gewezen dat

ingevolge artikel 5.1.1 in de Regels het plan, ter hoogte van de aanduiding ‘pluimveehouderij’, alle

van

In de ruimtelijke onderbouwing is de

noodzaak en positionering van de

differentiatievlakken nader gemotiveerd.

soorten vee zijn toegestaan (d.w.z.

melkrundveehouderij, intensieve veehouderij en pluimveehouderij). Dit betekent dat in dit kwetsbare gebied een nog verdere intensivering van het

Pagina 8 van 14

Op basis van het vigerende bestemmingsplan zijn binnen de aanduiding ‘pluimveehouderij overig’ al alle soorten vee toegestaan (melkrundveehouderij, intensieve

Zaaknummer: BP21-0249

o

is het plan getoetst aan de nu geldende

regels, waaronder de huidige 10V. In maart is het plan op locatie uitgebreid besproken. Uit de zienswijze blijkt niet dat deze bespreking op enige wijze is betrokken in de zienswijze. Wij vragen ons

daarom af wat de meerwaarde van

volgend overleg zou zijn. Bovendien kost dit tijd die initiatiefnemer niet heeft

een

omdat hij voor de uitvoering van het

plan de nodige vergunningen moet aanvragen. Daarbij wordt gekeken naar de stand van de wetgeving en beleid op dat moment. Indien de opgaven van het

gebied op dat moment voldoende duidelijk zijn zal initiatiefnemer hier rekening mee (moeten) houden. In het kader van de rechtszekerheid

dient er dan ook getoetst te worden aan de IOV zoals die nu voorligt, en niet aan

mogelijke toekomstige regels, zoals aangegeven in de zienswijze.

Gevolgen voor het bestemmingsplan

|

Toelichting: » In de ruimtelijke onderbouwing is de noodzaak en positionering van de differentiatieviakken nader gemotiveerd. » In de ruimtelijke onderbouwing is de noodzaak van de bedrijfsverandering nader gemotiveerd.

L

Pagina 10 van 14

Zaaknummer: BP21-0249

Gemeente

A

sten

=

"bedrijf met voorliggend plan wordt mogelijk gemaakt.

veehouderij en pluimveehouderij). Onderhavig plan breidt deze

mogelijkheden dan ook niet verder uit. » Met het oog op de omvang is het

»

aandachtspunt dat voorzieningen die bij het bouwperceel horen, buiten het beoogde bouwperceel komen te

wordt een voortuin buiten het

een

Ook in andere voorkomende gevallen

W— E

bestemmingsviak gehouden.

liggen. »

Op grond van artikel 3.52 IOV dient

met onderhavige ontwikkeling te

worden voldaan aan de

stalderingsvereisten, aangezien het plan een toename van het oppervlakte hokdierenverblijf mogelijk maakt. Hoewel aan het vereiste van stalderen uiteindelijk pas bij de vergunningverlening hoeft te worden

» Het vereiste van stalderen is

overgenomen in de regels van het plan. Daarmee is dit vereiste geborgd. De IOV schrijft niet voor dat bij vaststelling van het plan een voorlopig stalderingsbewijs aanwezig is. Feit is dat er in de omgeving veel bedrijven stoppen en dat er voldoende stalderingsruimte

beschikbaar is. Er is daarom geen twijfel

voldaan en een definitief

dat bij een vergunningaanvraag een

stalderingsbewijs pas bij de vergunningaanvraag dient te worden overlegd, dient met voorliggend plan wel aannemelijk te worden gemaakt

stalderingsbewijs kan worden

dat aan het vereiste voldaan kan

gang worden gezet na vaststelling van de vormverandering van het huidige bouwperceel en de uitbreiding met de differentiatievliakken. Als de procedure

worden door het overleggen van een voorlopig stalderingsbewijs bij het

ontwerpplan. Een voorlopig stalderingsbewijs ontbreekt. U trekt de vergunbaarheid alsmede de uitvoerbaarheid van het plan hiermee in twijfel. U verzoekt de ontwikkeling aan de Vaalbaan 1 te Heusden in deze vorm

niet verder in procedure te

brengen,

overgelegd. Een vergunningaanvraag kan pas in

voor de

vormverandering en de

differentieviakken voor ruwvoeropslag niet wordt doorgezet, kan initiatiefnemer niet tijdig voldoen aan de verplichte stalaanpassingen. Ook moet nu

rekening worden gehouden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor na 1 januari 2024 geen plannen in ontwerp ter inzage gelegd kunnen worden. Het niet verder in

procedure brengen van deze

ontwikkeling is daarom geen optie. » Graag bespreekt u nader of en zo ja op welke wijze de ontwikkeling van het bedrijf gestalte kan krijgen in een | juiste verhouding met de doelstellingen en opgaven in het |

. .

»

Initiatiefnemer wordt door de

provincie gedwongen om op korte termijn aanpassingen te doen aan de stallen qua ammoniakemissie. Ook eisen

|

met betrekking tot dierwelzijn en

| gebied. Wellicht kan de GGA

duurzaamheid vragen om een

|

| samenwerking hiervoor worden benut.

bedrijfsaanpassing. Initiatiefnemer heeft |

|

daarvoor een bedrijfsplan gemaakt om

|

dit te realiseren. De vormverandering

|

|

van

|

het bouwperceel is hiertoe een

Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan eerste noodzakelijke stap.

Pagina 9 van 14

|

Zaaknummer: BP21-0249

Bijlage 5 Functieaanduidingen op Verbeelding van het bestemmingsplan ©

Deen

«

C

Googe

x

x

|)

vee

x

|)

segrzon

x

|) nownsor x|

x|®

|=

www reg plan nen. al

£3 fovoowten opormren

1

Ae mad

adele

n

moun |

MD jens.

»

PUEXINEO

§

esos anise

i

5

|

Lom

LB BLE

foo”

J

Swe

A

0Dw

Aanduiding op plankaart van functieaanduiding ruwvoeropslag met opperviakte van circa 1095 m? ©

0

«

C

Beene x

Gang

x]

x!)

mpm

eww virmtebkaplannen.nl

x

[4 sessox

Commons:

X

| |) Metasdor's

¥

| vw Docemems xX | O WSN-Spor x + ;

Cc

©

©

@

-

§

§

iszsess 3733018 Erkeestemmung

om

A

ao

x

(b

ode terete

Fl tovoraen mpommen My Ade wai awe. ff (Dt | pee

|

§

—

@o:ipsOnsoesE Aanduiding op plankaart van functie agrarisch pluimveehouderij- overig Donkergroen aangeduid gebied heeft enkelbestemming “Agrarisch met waarden”

25,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=d0c5226d-bdd8-4f4d-80d1-3138c1e084d8