CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU23.10.07E Bijlagen bij de regels

Raadscommissie Ruimte 10 oktober 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan ‘Asten Loverbosch Schoollocaties 2023’ (opiniërend)14.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Van waaruit bewoners naar de zuidelijk gelegen scholen kunnen fietsen of wandelen.

Stedenbouwkundig ontwerp

16

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

17

4.1.1. Appartementen Binnen het plan zijn een aantal appartementen gebouwen opgenomen. Door een maximale bouwhoogte van vier lagen te hanteren (drie woonlagen en één half verdiepte parkeerlaag) blijven de volumes van de appartementen gebouwen beperkt. De maatvoering van de gebouwen is dusdanig dat deze flexibel in te delen zijn en er een breed scala aan appartementen mogelijk is. De situering maakt het mogelijk deze te koppelen aan een geluidswerende functie t.b.v. geluid van de N279. Middels het implementeren van natuur inclusieve maatregelen in de bouwmassa’s zijn deze inpasbaar in het bosrijke landschap en blijft de impact op de flora en fauna beperkt. Te denken valt aan: -

Groene daken Gevelgroen Nestgelegenheden in de gevels voor vogels en vleermuizen Bloembakken Insectenhotels

Noordelijke appartementen

Tevens is het zaak dat de uitstraling van de bouwwerken inpasbaar is binnen het bosrijke wonen door gebruik van natuurlijke materialen. Tussen de appartementen is parkeren gesitueerd welke ingepakt zijn middels een grondwal met een geluidscherm. Hiermee vormt de volledige breedte van de appartementen met bijhorende tussenruimte een geluidswerend element.

Zuidelijke appartementen

18

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

4.2. Openbare ruimte Het landschappelijke casco vormt de basis voor de openbare ruimte en de overgang tussen de woonvelden en de landschappelijke inrichting. Binnen het casco komen voorzieningen voor de mens en dier te liggen. Daarnaast vormt het casco het primaire leefgebied voor de aanwezige (en mogelijk toekomstige) flora en fauna. Binnen het plangebied worden de aanwezige structuren gebruikt voor het opzetten van de stedenbouwkundige inrichting. De ecologische verbindingen tussen de biotopen worden gevormd door een aantal migratieaders welke in diverse richtingen door het plangebied lopen. Daarbij vormt een bosrijke rand langs de provinciale weg een ecologische verbinding van noord naar zuid waarbij de bestaande boselementen aan de noordzijde en binnen het plangebied met elkaar worden verbonden. De robuuste migratieaders vormen naast de bosrand en waterranden het voornaamste, en gewenste foerageergebied binnen het plangebied. De aders kennen een oost west oriëntatie waarbij ze vanaf het bosrijke biotoop via het kruidenrijke biotoop naar het waterrijke biotoop lopen. Hierbij neemt de intensiteit van de beplantingselementen af van oost naar west en krijgt deze in toenemende mate een open karakter.

Vanzelfsprekend zal er gekozen worden voor een gebiedseigen beplanting en zal het sortiment aansluiten op het betreffende biotoop, hetgeen later in het hoofdstuk openbare ruimte nader gespecificeerd wordt. Naast de robuuste migratieaders wordt het groen ook de woonvelden ingetrokken. Middels deze “groene vingers” ontstaat er ook binnen de woonvelden een rijk landschappelijk woonmilieu. De groene vingers zullen meer ingedeeld worden als gebruiksgroen met onder andere speelelementen e.d. Hiermee zijn de migratieaders primair voor de flora en fauna, zonder dat bewoners een gebrek aan gebruiksgroen ervaren.

Landschappelijk casco

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

19

4.3. Velden voor nieuwe vormen van wonen Binnen het plan is aan de noord west zijde ruimte gereserveerd voor nieuwe vormen van wonen. Te denken valt aan tiny houses, energie neutrale woningen, zelfvoorzienend wonen e.d. Dit veld zal nader uitgewerkt worden. Bij de nadere uitwerking is het van belang dat het natuur inclusieve karakter van de wijk in acht genomen wordt en hier aansluiting op wordt gezocht.

4.4. Inrichting per biotoop Binnen het plan zijn een drietal biotopen beoogd welke geleidelijk in elkaar over lopen elk passend bij het thema natuur inclusief bouwen. De biotopen zijn aan de hand van de huidige aanwezige ruimtelijke invloeden, landschappelijke waarden en het ecologisch onderzoek van Staro vastgesteld als: Bosrijk wonen aan de oostelijke rand; Kruidenrijk wonen in het binnengebied; Waterrijk wonen aan de westelijke, noordelijke en zuidelijke rand. De biotopen worden onderling gedifferentieerd aan de hand van uitstraling en positionering van bebouwing, inrichting in de openbare ruimte, beplanting typologieën en sortiment en materialisatie in de openbare ruimte. Hierbij is het van belang dat de openbare ruimte en de erven volgens de eisen van de soortenmatrix worden ingericht waarmee er een onderlinge samenhang ontstaat tussen de nieuwe woonontwikkeling en de aanwezige flora en fauna binnen het gebied. Om te waarborgen dat de biotopen aan de minimale eis van natuur inclusief bouwen voldoen zijn er per biotoop een stel spelregels opgesteld. Aan de hand van de opgestelde spelregels kan er worden getoetst of voorgenomen bouwplannen voldoen aan de gestelde eis voor biodiversiteit. Woonvelden per thema

20

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Figuur 1 Hier figuurtekst invoeren

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

21

4.5. Verkeerstructuur Er is gekozen voor een verkeerstructuur waarbij een onderverdeling is gemaakt in een hoofdontsluiting, veldontsluiting en langzaam verkeergebieden in de vorm van woonerven. De hoofdontsluiting is de centrale ader welke van noord naar zuid het plangebied doorloopt. Deze krijgt aansluiting op de Koestraat. De hoofdader heeft een vrije ligging ten midden van het wadi-landschap. Reden hiervoor is de aansluiting op een eventuele fase 4 & 5 waarmee er een aanzienlijke toename in het aantal verkeersbewegingen zal plaatsvinden. Om het woonmilieu hier niet onder te laten leiden is gekozen de ader los te leggen. Tevens voorkomt de ligging met aan weerszijden een wadi dat er ongewenst langsparkeren voorkomt op de ader. Om te voorkomen dat de ader een barrière wordt binnen het plangebied voor zowel de bewoners als de dieren zullen er verschillende voorzieningen moeten worden getroffen zoals: −

Faunapassages

−

Voldoende oversteekplaatsen

−

Goede landschappelijke inpassing

Vanaf de hoofdontsluiting lopen de veldontsluitingen welke de primaire ontsluitingen van de woonvelden vormen. Deze hebben een smaller straatprofiel waarmee de impact op de openbare ruimte beperkt blijft. Naast het smallere straatprofiel zal een andere materialisatie ertoe bijdragen de differentiatie in ontsluitingen weer te geven. Aangesloten op de veldontsluitingen zijn de trottoirs gesitueerd. Deze krijgen een natuurlijke uitstraling middels een goede afstemming in materialisatie met het betreffende biotoop waar deze in ligt. Op sommige plekken is gekozen voor een extra breed trottoir welke ook toegankelijk zijn voor de auto om bijvoorbeeld boodschappen uit te laden alsmede voor hulp, bezorg- en verhuisdiensten. Deze gelden als woonerven waarbij de auto nadrukkelijk te gast is. In het straatprofiel zullen maatregelen getroffen worden welke moeten voorkomen dat men langs deze brede trottoirs kan parkeren. Zie hoofdstuk openbare ruimte.

Fietsroute Hoofdader Secundaire ader Verkeersysteem

22

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

4.6. Parkeren Het parkeren wordt voornamelijk gecentraliseerd in parkeerkoffers en op eigen terrein. Hiermee wordt parkeren in het straatbeeld beperkt en blijft het natuurlijke karakter van de wijk de boventoon houden. Middels een centrale ligging van de koffers blijven deze toegankelijkheid voor elke bewoner. Het langsparkeren wordt tot een minimum beperkt en krijgt een dusdanige inrichting dat deze geen afbreuk doet aan het natuurlijke karakter van de wijk. Tevens wordt het straatprofiel dusdanig ingericht dat “wildparkeren” ontmoedigd wordt.

Parkeerplaats Parkeren op eigen terrein

Parkeren

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

23

5. Spelregels Spelregels natuur inclusief bouwen Loverbosch fase III Bij het ontwerpen van de woonwijk Loverbosch fase III staat het “natuur inclusief” bouwen voorop. Dit betekend dat de natuur de basis vormt voor de inrichting van de wijk en dat het gebruik van de ruimte zich voegt naar de ontwerpregels van de natuur. In het plangebied worden drie biotopen geïntroduceerd, te weten:

5.1.1. Verblijven

Het bosrijke deel vormt het robuuste opgaande landschappelijke deel van het plangebied. Binnen dit deel wordt een grote soortenrijkdom voorzien van waarvandaan deze naar de overige biotopen kunnen migreren. Het bestaande bosschage is aangegrepen en aangevuld.

Binnen het biotoop zullen voornamelijk de volgende soorten voorkomen: Huismus en algemene vogelsoorten zoals: Merel, Roodborst, Mees; Diverse Amfibieën; Algemene vlindersoorten; Wantsen, spinnen en kevers en overige insecten; Vleermuizen; Zoogdieren zoals: Haas, Konijn, Marterachtige, Bunzing, muizensoorten.

5.1.2. Voedsel (foerageren)

•

Bosrijk

•

Kruidenrijk

-

•

Waterrijk.

-

Voor deze 3 biotopen zijn ontwerpregels opgesteld welke ingericht zijn voor de flora fauna middels het basisprincipe van de 3 V’s te weten: verblijfplaatsen, voedsel en veiligheid. In onderstaande spelregels is tevens toegelicht waar de verschillende diersoorten het specifieke biotoop (hoogstwaarschijnlijk) gaan gebruiken. Omdat het gebied een aaneengesloten leefgebied wordt kan er niet gezegd worden dat een specifiek gebied per definitie voor een bepaalde soort is ingericht. Er wordt gekeken hoe het gebied door de doelsoorten gebruikt wordt waarna er specifieke maatregelen worden genomen die het gebruik ondersteunen. Overigens biedt deze aanpak niet alleen een rijk en divers leefgebied voor de flora en fauna maar biedt het ook een interessant woonmilieu voor de toekomstige bewoners van Loverbosch fase 3.

24

5.1. Bosrijk

Huismus en algemene vogelsoorten zoals: Merel, Roodborst, Mees: Algemene vlindersoorten; Wantsen, spinnen, kevers en overige insecten; Vleermuizen; Zoogdieren zoals: Haas, Konijn, Marterachtige, Bunzing, muizensoorten.

5.1.3. Veiligheid, voortplanting en slapen -

Huismus en algemene vogelsoorten zoals: Merel, Roodborst, Mees; Zoogdieren zoals: Haas, Konijn, Marterachtige, Bunzing, muizensoorten.

Bosrijk

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.1.4. Maatregelen Voldoende bomen (besdragend) struiken en struwelen aanplanten tezamen met een mix van grassen en kruiden voor nestmateriaal. Voor de vlindersoorten is een mantelzoom vegetatie van belang. Voor de diverse zoogdieren is het van belang voldoende rustige plekken te creëren. Het niet toegankelijk maken van het bestaande bosschage voor mensen kan hieraan bijdragen. Het toepassen van een hogere plantdichtheid en gemengde brede hagen liefst met wintergroen draagt hieraan bij. Daarnaast aanplanten van inheemse grassen, kruidige planten en inheemse bomen. Struiken en struwelen in kunnen in lijnen worden aangeplant waar mogelijk. Incidenteel kunnen er op strategische plekken takkenrillen worden geplaatst en op de overgang naar bos kan er gekozen worden voor korter natuurlijk grasland. Verder is tijdens het ecologisch onderzoek geconstateerd dat deze zijde van het plangebied momenteel gebruikt wordt als migratieroute voor de das welke van noordelijke richting naar zuidelijke richting beweegt langs de N279. Middels bovengenoemde maatregelen wordt ook de migratieroute van de das verrijkt.

5.1.6. Spelregels -

-

-

5.1.5. Bedreigingen Voor voldoende natuurlijke successie is het van belang de volgende bedreigingen in acht te nemen. Wanneer er onvoldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn kunnen de doelsoorten zich niet voldoende schuil houden. Het te vroeg- en te intensief maaien/snoeien van de grassen, struiken en bomen is onwenselijk. Specifiek voor de insectenen vlindersoorten is het gebruik van gif en bestrijdingsmiddelen een bedreiging. Bolvormige verlichting verstoort de nachtrust van verschillende doelsoorten en is specifiek voor de Vleermuis een verstoring.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

-

-

Binnen de Migratieaders krijgt Flora Fauna voldoende ruimte voor natuurlijke successie. De bestaande bosschages worden beschermd en zijn niet toegankelijk voor de mens om een rustig leefgebied voor doelsoorten te garanderen, De (eventuele)migratieroute voor de Das wordt afgeschermd en is niet toegankelijk voor mensen. Vleermuizen zijn nacht actieve dieren en kunnen negatieve effecten ervaren van openbare verlichting. Het gebruik van openbare verlichting dient te worden afgestemd op het leefklimaat van de vleermuizen. Straatverlichting wordt derhalve naar beneden gericht. Bolvormige verlichting welke de ruimte in schijnen zijn niet toegestaan. Het gebruik van LED verlichting is denkbaar aangezien deze gericht kan worden. Wel is het van belang te kijken naar kleur en lichtsterkte. Hier is verschillende documentatie over te vinden. Grondgebonden zoogdieren als egel, konijn, steenmarter en bunzing zijn niet uitgesloten als inwoners van deze biotoop, snoeisel e.d. vormen specifieke onderdelen van het leefgebied van de egel. Het is daarom wenselijk deze in de herfst/ winter te laten liggen in de bosrand. De vegetatie in de bosrand is aangeplant als mantel/zoom vegetatie om een rijk en divers leefgebied te realiseren voor de doelsoorten. Op strategische plekken worden nestgelegenheden vleermuizen gerealiseerd.

5.1.7. Klimaatbestendigheid -

-

toepassen van klimaat regulerende maatregelen als dakoverstekken en veranda’s voor schaduwwerking. stimuleren van het aanbrengen van dak- en gevelgroen. Stimuleren van het zo min mogelijk toepassen van verharding in de voortuinen.

5.1.8. Ruimtelijke kwaliteit -

-

-

-

Erfafscheidingen van natuurlijke materialen waarbij voorzieningen worden opgenomen voor huisvesting zoogdieren vogels en insecten. Bijvoorbeeld aanbrengen wilgentenen, houtschors korven e.d. Gebruik van natuurlijke bouwmaterialen, baksteen en hout. Panden binnen de bosrand dienen een groen dak te krijgen. Het gebruik van gemetselde erfafscheidingen en schuttingen is onwenselijk en derhalve niet toegestaan. Parkeren op plekken waar dit niet wenselijk is wordt zo veel als mogelijk ontmoedigd. Binnen het hoofdstuk Openbare ruimte zullen hier specifieke handvatten voor worden opgenomen zoals aangedragen door Sweco. Om het leefgebied van grondgebonden zoogdieren te vergroten kunnen er erfafscheidingen worden toegepast welke een opening aan de grond hebben.

25

26

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

27

5.2. Kruidenrijk

5.2.1. Verblijven

5.2.4. Maatregelen

Het kruidenrijke biotoop vormt het verbindende biotoop tussen het bosrijke en het waterrijke deel van het plangebied. Binnen dit biotoop zijn tevens de grootste delen van de migratieaders te vinden. Binnen het kruidenrijke landschap zullen voornamelijk bloem/kruidenrijke grassen, struiken en meer losstaande bomen te vinden zijn.

Binnen het biotoop zullen voornamelijk de volgende soorten voorkomen Huismus en andere vogelsoorten zoals de Merel, Roodborst, mezensoorten, Diverse amfibieën; Insectensoorten; Vlindersoorten zoals Atalanta, gehakkelde Aurelia, Dagpauwoog, Oranje tipje en Kleine vos; Wilde bijen en hommels; Wantsen, spinnen en kevers.

Aanplanten van inheemse grassen, kruiden, bloemenvelden, struiken en solitaire bomen. Bloeiende kruiden, struiken en bomen zijn van groot belang voor de insecten, vlinder en bijenstand binnen het plangebied. Voor vleermuizen en de Gierzwaluw kunnen (kunstmatige)nestgelegenheden worden geplaatst.

5.2.2. Voedsel (foerageren) -

Huismus en andere algemene vogelsoorten; Algemene vlindersoorten; Wilde bijensoorten; Diverse vleermuis soorten; Zoogdieren zoals Bunzing, Konijn, Haas, Egel.

5.2.5. Bedreigingen Voor voldoende natuurlijke successie is het van belang de volgende bedreigingen in acht te nemen. Wanneer er onvoldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn kunnen de doelsoorten zich niet voldoende schuil houden om predatie te voorkomen. Het te vroeg- en te intensief maaien/snoeien van de grassen, struiken en bomen is onwenselijk. Voorkomen moet worden dat er te weinig overlap is in de bloeiperiode van de nectorplanten. Specifiek voor de insecten- en vlindersoorten is het gebruik van gif en bestrijdingsmiddelen een bedreiging.

5.2.3. Veiligheid, voortplanten en slapen -

Diverse Amfibieën; Huismus en andere algemene vogelsoorten; Gierzwaluw; Diverse vleermuis soorten; Zoogdieren zoals Bunzing, Konijn, Haas, Egel.

Kruidenrijk

28

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.2.6. Spelregels -

-

-

-

-

-

Binnen het kruidenrijke landschap wordt een mix voorzien van bloemrijk grasland, nectar beplanting, inheemse struiken en een combinatie van (bloeiende)bomenrijen met natuurlijke berm en solitairen. Het kruidenrijke landschap biedt een foerageergebied voor diversie insecten, vlindersoorten, bijensoorten, grondgebonden zoogdieren en vogels waaronder de Huismus en algemene vogelsoorten. Het is van belang dat het gebied voldoende jaarrond voedsel te bieden heeft voor de soorten om te kunnen dienen als foerageergebied, De inrichting komt overeen met de wensen van de (bovengenoemde) doelsoorten. Takkenrillen bieden schuilmogelijkheden voor diverse insecten en worden op strategische plekken geplaatst (zie hoofdstuk Openbare ruimte). Binnen het gebied worden op strategische plekken insectenhotels geplaatst. Het gebruik van gif is onwenselijk. Het kruidenrijke landschap wordt extensief beheerd om natuurlijke successie mogelijk te maken. Om te voorkomen dat de hoofdweg een barrière vormt voor het migreren van de doelsoorten kunnen er in het verlengde van de migratieaders faunapassages onder de weg door aangebracht worden. Wanneer er kunstmatige nestgelegenheden worden aangebracht voor de Zwaluw of Vleermuis dienen deze minstens 3 meter van de grond af geplaatst te worden. Hier geldt hoe hoger op de gevel hoe beter.

Tevens mogen er geen obstakels aanwezig zijn in de buurt van de nestkasten.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

-

-

-

De voorkeur is de nestkasten in het najaar op te hangen zodat de vogels al kunnen wennen aan de kasten. De voorkeur geniet de invliegopening op het noordoosten te oriënteren vanwege bezonning uit het zuiden en de (voornamelijk) zuidwesten wind in Nederland. Vleermuizen zijn nacht actieve dieren en kunnen negatieve effecten ervaren van openbare verlichting. Het gebruik van openbare verlichting dient te worden afgestemd op het leefklimaat van de vleermuizen. Straatverlichting wordt derhalve naar beneden gericht. Bolvormige verlichting welke de ruimte in schijnen zijn niet toegestaan. Het gebruik van LED verlichting is denkbaar aangezien deze gericht kan worden. Wel is het van belang te kijken naar kleur en lichtsterkte. Hier is verschillende documentatie over te vinden.

-

-

-

Gebruik van natuurlijke bouwmaterialen, baksteen en hout. Het gebruik van gemetselde erfafscheidingen en schuttingen is onwenselijk en derhalve niet toegestaan. Parkeren op plekken waar dit niet wenselijk is wordt zo veel als mogelijk ontmoedigd. Binnen het hoofdstuk Openbare ruimte zullen hier specifieke handvatten voor worden opgenomen zoals aangedragen door Sweco. Om het foerageergebied van grondgebonden zoogdieren te vergroten kunnen er erfafscheidingen worden toegepast welke een opening aan de grond hebben.

5.2.7. Klimaatbestendigheid -

-

toepassen van klimaat regulerende maatregelen als dakoverstekken en veranda’s voor schaduwwerking. stimuleren van het aanbrengen van dak- en gevelgroen. Stimuleren van het zo min mogelijk toepassen van verharding in de voortuinen.

5.2.8. Ruimtelijke kwaliteit -

Erfafscheidingen van natuurlijke materialen waarbij voorzieningen worden opgenomen voor huisvesting zoogdieren vogels en insecten. Bijvoorbeeld aanbrengen wilgentenen, houtschors korven e.d.

29

30

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

31

5.3. Waterrijk

5.3.1. Verblijven

5.3.4. Maatregelen

Het waterrijke biotoop vormt het westelijke deel van het plangebied. Binnen het gebied wordt een wadilandschap (tijdelijk water) afgewisseld met de Beekerloop (permanent water) wat een rijk en divers biotoop vormt. Het plangebied wordt gecomplimenteerd middels solitairen, kruidengrassen, bes-dragende struiken, oeverbeplanting en natuurvriendelijke oevers.

Binnen het waterrijke biotoop worden voornamelijk de volgende soorten voorzien: Huismus en algemene vogelsoorten; Diverse Amfibieën zoals de Alpenwatersalamander, Bruine kikker, gewone Pad, Bastaardkikker; Wilde bijen en andere insectensoorten; Vissoorten.

Het is van belang een gezonde mix te hebben van beschutte stukken water en open stukjes water. De natuurvriendelijke oevers worden uitgevoerd volgens het principe van natuurvriendelijk oeverontwerp. Dit betekend dat er een geleidelijke overgang is tussen oever en water. Deze is vervolgens verdeeld over een aantal zoneringen elk met eigen sortiment en functie. In de ‘Handreiking natuurvriendelijke oevers’ is dit principe verder uitgediept en toegelicht. Kale kort gemaaide wadi’s zijn voor de biodiversiteit minder wenselijk. Natuurvriendelijke wadi’s genieten de voorkeur. Het opgaand groen bestaat uit inheemse struiken en bomen welke aansluiting vinden op de bestaande Laanstructuren langs de Koestraat.

5.3.2. Voedsel (foerageren) -

Diverse Amfibieën; Vissoorten; Wilde bijen en andere insectensoorten; Vleermuissoorten.

5.3.3. Veiligheid, voortplanten en slapen -

Diverse Amfibieën; Vissoorten; Wilde Bijen en andere insecten.

5.3.5. Bedreigingen Voor voldoende natuurlijke successie is het van belang de volgende bedreigingen in acht te nemen. Wanneer er onvoldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn kunnen de doelsoorten zich niet voldoende schuil houden. Voornamelijk de amfibieën lopen binnen dit biotoop kans ten prooi te vallen. Specifiek voor de insecten is het gebruik van gif en bestrijdingsmiddelen een bedreiging. Bolvormige verlichting verstoort de nachtrust van verschillende doelsoorten en is specifiek voor de Vleermuis een verstoring.

Waterrijk

32

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.3.6. Spelregels -

-

-

-

-

Binnen het waterrijke landschap wordt een mix voorzien van oeverbeplanting, open water, (begroeide) wadi’s, solitairen en kleinschalige struikstructuren. Het waterrijke landschap kent een meer open karakter. De inrichting van het gebied komt overeen met de wensen van de bovengenoemde doelsoorten. Aanbrengen faunapassages onder de hoofdweg. De watergangen dienen volgens het natuurvriendelijk ontwerpprincipe te worden ingericht waarbij er een geleidelijke overgang ontstaat tussen oever en watergang. Wadi’s worden beplant. De natuurvriendelijke oevers worden onderhouden middels extensief beheerd en kennen langere periodes tussen het maaien. Wanneer er kunstmatige nestgelegenheden worden aangebracht voor de Zwaluw of Vleermuis dienen deze minstens 3 meter van de grond af geplaatst te worden. Hier geldt hoe hoger op de gevel hoe beter. Tevens mogen er geen obstakels aanwezig zijn in de buurt van de nestkasten. Vleermuizen zijn nacht actieve dieren en kunnen negatieve effecten ervaren van openbare verlichting. Het gebruik van openbare verlichting dient te worden afgestemd op het leefklimaat van de vleermuizen. Straatverlichting wordt derhalve naar beneden gericht. Bolvormige verlichting welke de ruimte in schijnen zijn niet toegestaan. Het gebruik van LED verlichting is denkbaar aangezien deze gericht kan worden. Wel is het van belang te kijken naar kleur en lichtsterkte.

Hier is verschillende documentatie over te vinden.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.3.7. Klimaatbestendigheid. -

-

toepassen van klimaat regulerende maatregelen als dakoverstekken en veranda’s voor schaduwwerking. stimuleren van het aanbrengen van dak- en gevelgroen. Stimuleren van het zo min mogelijk toepassen van verharding in de voortuinen. Aanbrengen van een wadilandschap voor een geleidelijke hemelwaterinfiltratie.

5.3.8. Ruimtelijke kwaliteit -

-

-

Erfafscheidingen van natuurlijke materialen waarbij voorzieningen worden opgenomen voor huisvesting zoogdieren vogels en insecten. Bijvoorbeeld aanbrengen wilgentenen, houtschors korven e.d. Gebruik van natuurlijke bouwmaterialen, baksteen en hout. De plannen van het waterschap voor de aanpassing van de Beekerloop dienen worden verwerkt. Het gebruik van gemetselde erfafscheidingen en schuttingen is onwenselijk en derhalve niet toegestaan. Parkeren op plekken waar dit niet wenselijk is wordt zo veel als mogelijk ontmoedigd. Binnen het hoofdstuk Openbare ruimte zullen hier specifieke handvatten voor worden opgenomen zoals aangedragen door Sweco.

33

34

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

35

6. Inrichting openbare ruimte 6.1. Verkeer Het verkeersysteem binnen Loverbosch fase 3 onderverdeeld in een: - Hoofdontsluiting - Secundaire ontsluiting - Woonerven - Voetgangers- en fietsontsluiting De verschillende onsluitings-vormen vragen elk een andere inrichting waarbij afstemmingen tussen verkeersveiligheid, bruikbaarheid, duurzaamheid en het landschappelijk raamwerk nodig is. Om het verschil tussen de verschillende soorten ontsluitingen te benadrukken hebben deze elk een ander dwarsprofiel en uitstraling. De hoofdontsluiting krijgt vanzelfsprekend een breder straat-profiel (5,8m) om het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Om te voorkomen dat de snelheid op deze weg te hoog wordt is aan weerszijde van de asfalt rijbaan een grasbetonstrook gesitueerd. Dit geeft het visuele effect dat het straatprofiel smaller is, terwijl deze functioneel breder is. Middels een lagere snelheid wordt het voor fietsers prettiger en veiliger om deze als fiets te gebruiken.

De secundaire aders hebben een smaller straatprofiel (4,8m) waarmee ze ook functioneel ondergeschikt zijn aan de hoofdontsluiting. Tevens biedt dit meer ruimte aan het landschap. De secundaire structuur ligt glooiend om de woonvelden heen waarmee deze een vriendelijkere- en speelse uitstraling krijgt passend bij een natuur inclusieve inrichting. De secundaire structuur zal bestaan uit een waterdoorlatende elementverharding welke enerzijds een vriendelijke- en warme uitstraling heeft en anderzijds gunstige eigenschappen kent voor de waterhuishouding. De langzaam verkeersaders zijn verdeeld voor de voetgangers en fietsers. Centraal door het plangebied is een fietsader gesitueerd welke een aangename fietsverbinding door het plangebied faciliteert en fietsen naar de voorzieningen binnen Asten aantrekkelijker moet maken. In de basis is de fietsader autovrij, echter kan in geval van calamiteiten of verhuizingen e.d. middels het verwijderen van paaltjes nog steeds toegang worden gecreëerd voor gemotoriseerd vervoer. De fietsader krijgt een aantrekkelijk en interessant karakter vanwege de landschappelijke aankleding. De fietsstraat zal bestaan uit een rode asfaltverharding waarbij de trottoirs zullen bestaan uit een elementenverharding. Langs de westelijke- en zuidelijke rand van het plangebied zijn enkele struinpaden opgenomen welke zullen worden uitgevoerd als halfverharding.

Landschappelijk casco

36

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

A

B

C D E

G

F

H

I

Doorsnedes openbare ruimte

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

37

Doorsnede A

Doorsnede B

38

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Doorsnede D

Doorsnede E

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

39

Doorsnede F

Doorsnede G

40

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Doorsnede G

Doorsnede H

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

41

Doorsnede I

42

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.2. Parkeren Het parkeren voor Loverbosch fase 3 wordt voornamelijk gefaciliteerd binnen parkeerkoffers centraal gelegen binnen de diverse bouwvelden. Deze worden groen aangekleed en uitgevoerd in een waterdoorlatende elementverharding waarmee het landschappelijke karakter van de wijk ook in de koffers beleefd wordt. Tevens biedt dit verkoeling in de zomer en een betere waterhuishouding. Langsparkeren wordt binnen de wijk tot een minimum beperkt zodat het “blik” in de straat geen dominante factor wordt en ondergeschikt blijft aan de natuur inclusieve uitstraling. Op plekken waar langsparkeren wordt gefaciliteerd zal gekozen worden voor een water doorlatende verharding of parkeren op verstevigde grasmatten waarmee de parkeerplek opgaat in de natuur. Middels natuurlijke elementen zoals boomstammen of stenen wordt de parkeerplaats aangeduid (zie referentiefoto). Tegelijkertijd worden op plaatsen waar langsparkeren ongewenst is maatregelen getroffen om “wildparkeren” tegen te gaan. Onderstaande profielen bieden enkele mogelijkheden welke gebruikt kunnen worden om “wildparkeren” tegen te gaan, van belang is dat dit middels natuurlijke elementen wordt opgelost. De maatregelen komen overeen met het betreffende biotoop. Bijvoorbeeld in het bosrijke biotoop zal meer gebruik gemaakt worden van bomen en boomstammen.

44

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.3. Water Binnen Loverbosch wordt uitgegaan van een watersysteem welke berging en afvoer in een behelst. Dit betekend dat er geen rioolafvoer wordt aangelegd waarmee het hemelwater binnen het plangebied wordt afgewikkeld. Het verschil in hoogte binnen het plangebied, waarbij het oostelijke deel aan de N-weg hoger gelegen is dan het westelijke deel langs de Koestraat maakt dat het water voornamelijk richting het westen zal afstromen. Uiteindelijk zal een groot deel van het water middels de Beekerloop worden afgevoerd. Een nadere watertoets zal laten uitwijzen wat de bergingscapaciteit moet worden binnen het plangebied. Echter is er binnen de openbare ruimte nog voldoende ruimte gereserveerd om eventueel extra buffercapaciteit te faciliteren. Het watersysteem is onder te verdelen binnen drie categorieën welke gezamenlijk het watersysteem vormen, te weten: Watergangen; Wadi’s; Natuurvriendelijke oevers; Deze zijn nader toegelicht.

6.3.1. Watergangen Watergangen

Momenteel vormen de watergangen de belending van het plangebied. Het verloop van de watergangen zal grotendeels intact en onveranderd blijven. Alleen aan de westelijke zijde, langs de Koestraat, vind een aanpassing aan de Beekerloop plaats. Deze wordt naar de ontwerpen van het waterschap iets verlegd waarmee deze in een ruimere bocht onder de Koestraat door zal lopen. Tevens zullen er enkele duikerconstructies worden aangebracht om oversteken te faciliteren voor gemotoriseerd- en langzaam verkeer. Effectief wordt het doorstroomprofiel van de waterlopen vrij smal (circa 90cm). Hiermee blijft er voldoende doorstroming aanwezig binnen de Beekerloop (en andere watergangen).

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

45

6.3.2. Natuurvriendelijke oevers In tegenstelling tot het doorstroomprofiel worden de oevers van de waterlopen juist extra breed, en flauw aangelegd. Resultante hiervan is dat er een geleidelijke overgang ontstaat tussen land en beek. Bij de civieltechnische uitwerking zal de exacte hellingshoek bepaald moeten worden. Bij natuurvriendelijke oevers varieert deze tussen de 1:2 tot 1:20. Binnen de natuurvriendelijke oevers zijn meerdere zoneringen te vinden met elk eigen beplanting typologieën variërend van droge beplanting tot waterplanten. Het type beplanting voor natuurvriendelijke oevers is sterk afhankelijk van diverse locatiefactoren waaronder bodem, troebelheid van het water en de sliblaag in de watergang. Momenteel zijn deze factoren waarmee de precieze invulling van de oevers nog onduidelijk is. De handreiking ‘natuurvriendelijke oevers, een standplaatsbenadering’ van Stowa biedt een uitgebreide benadering en methodieken waarmee de samenstelling, beheer en eisen voor de natuurvriendelijke oevers kunnen worden vastgesteld.

Natuurvriendelijke oevers

46

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.3.3. Wadi-landschap Centraal in het plangebied is op de overgang tussen het kruidenrijke- en waterrijke biotoop het wadi-landschap gelegen. Hier vormt een stelsel van wadi’s een referentie naar het oude tracé van de Beekerloop en biedt het tevens een water bufferende capaciteit. Het wadi-landschap wordt rijk en divers ingevuld met verschillende elementen die verwijzen naar zo wel het kruidenrijke biotoop als het waterrijke biotoop. De wadi’s worden ingericht met diverse beplantingselementen waarmee ze natuurvriendelijk worden ingericht. Naast de waterhuishouding dient het wadi-landschap tevens als bufferend element tussen de hoofdader en de aangrenzende woonvelden waarmee de hoofdader meer solitair in het plangebied komt te liggen. Middels het toepassen van taluds wordt het ongewenst langsparkeren op de hoofdader bemoeilijkt. De grootte van de wadi’s zal definitief bepaald worden aan de hand van de watertoets. Binnen de openbare ruimte is echter voldoende ruimte vrijgehouden om eventueel de wadi’s te vergroten of het wadi-landschap verder door te laten lopen. Het toepassen van speel elementen in de centraal gelegen wadi’s wordt vanwege de ligging langs de hoofdader afgeraden. Eventuele nog toe te voegen wadi’s kunnen wel worden gekoppeld aan speelse elementen zoals stapstenen en bruggetjes.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Wadi-landschap

47

6.4. Natuur-inclusieve maatregelen Naast de al genoemde landschappelijke maatregelen en de maatregelen in de openbare ruimte welke voor de biodiversiteit worden opgenomen zijn er enkele aanvullende maatregelen waaronder op gebouwniveau welke kunnen worden toegepast om het geheel integraal te laten samenwerken om tot een natuur inclusieve woonwijk te komen. Groene gevels en daken: In het plan zijn verschillende gevels aangeduid welke aansluiting hebben op de openbare ruimte. Deze gevels kunnen worden aangekleed met gevelgroen waarmee het landschappelijk oppervlak vergroot wordt. Het betreffen hierbij kopgevels vanwege het grotere aandeel dichte gevels waarmee grotere lappen kunnen worden vergroend. Tevens krijgen de kopgevels een vriendelijkere uitstraling. Binnen de bosrand wordt de bebouwing voorzien van groene daken om een integraal onderdeel te worden van de bosrand. Verder worden de appartementen voorzien van groene gevelelementen.

Groene gevels- en daken

48

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Nestgelegenheden: Naast de groene gevels en daken worden er op gebouwniveau nestgelegenheden voor diverse vogel- en vleermuissoorten voorzien. Er zijn strategische gevels aangeduid welke een oriëntatie richting hebben die gunstig zijn voor het plaatsen van deze nestgelegenheden. Voor de vogels geldt dat de nestkasten liever niet op het zuiden worden georiënteerd vanwege de hitte en ze beschut moeten zijn van de wind. Hierom is er voor de vogelnestgelegenheden gekozen voor een voornamelijk noordoostelijke oriëntatie. De nesten kunnen als inmetselstenen of opbouwkasten worden uitgevoerd. De vleermuizen stellen andere eisen aan hun nestgelegenheden. De vleermuiskasten genieten de voorkoor op een zuid en zuidwest oriëntatie aangezien vleermuizen echte warmteliefhebbers zijn. Het is van belang dat de nestgelegenheden op voldoende hoogte worden geplaatst (min 3m) en een obstakelvrije toegang hebben.

Vogelnesten

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Vleermuiskasten

49

Insectenhotels: In de openbare ruimte zijn op diverse plekken insectenhotels gesitueerd. Deze zijn voornamelijk te vinden in het kruidenrijke en waterrijke deel van het plangebied. Hier zal de meest bloemrijke beplanting komen te staan waarmee dit een ideaal leefgebied voor diverse insecten-, bijen- en vlindersoorten zal zijn. Van belang bij de plaatsing van de insectenhotels is dat er genoeg beschutting tegen regeninslag aanwezig is. Takkenrillen: Binnen het bosrijke biotoop zijn op enkele plaatsen takkenrillen voorzien. Hier kan snoeihout gestapeld worden waarmee het snoeihout een tweede functie krijgt, namelijk het bieden van ruimte voor broeden en schuilen van insecten, zoogdieren en vogels.

Insectenhotels

50

Takkenrillen

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.5. Potentiële speellocaties Verspreid door het plangebied zijn diverse locaties aanwezig waar speellocaties gesitueerd kunnen worden. Deze kunnen variëren van kleine speelelementen zoals stapstenen tot volwaardige speeltuinen, bij de entree van het plangebied (A). De speellocaties zullen een natuurlijke uitstraling krijgen passend bij het betreffende biotoop.

6.6. Geluidwerende maatregelen De ligging van het plangebied langs de N279 maakt dat er maatregelen moeten worden getroffen om de geluidsbelasting op het plangebied te beperken. Dit wordt gedaan door enerzijds gebruik te maken van geluidsschermen, anderzijds worden de appartementen gebruikt als geluidswerend element. In het gevelwerk zullen bouwkundige geluidsmaatregelen getroffen worden tezamen met het gebruik van groene gevels. Tussen de appartementen gebouwen in, is parkeren gesitueerd achter een grondwal met daar op een geluidscherm welke begroeid kan worden door beplanting. In de overige ruimtes worden losse schermen gezet. Om te voorkomen dat de schermen een barrière vormen voor de fauna binnen het plangebied worden ze in een los patroon geplaatst waarmee fauna tussen de schermen door kan bewegen. Ook de losse schermen worden begroeid zodat deze een integraal onderdeel worden van het leefgebied voor flora en fauna.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Speelaanleidingen

Geluidwering

51

6.7. Beplantingskeuzes per biotoop 6.7.1. Bosrijk In de biotoop Bosrijk zal het toegepaste sortiment voornamelijk bestaan uit heester beplantingen en opgaande bomen. De volgende soorten lenen zich voor deze inrichting: Bomen: - Iep; - Hazelaar; - Eik; - Wilg; - Tamme kastanje. Heesters: - Krent; - Kornoelje; - Wegedoorn; - Hulst; - Vlier; - Wollige sneeuwbal; - Zwarte bes; - Mispel. Kruiden en Grassen: - Beemdgrassen; - Witbol; - Pastinaak; - Venkel; - Engelwortel.

52

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

6.7.2. Kruidenrijk In de biotoop Kruidenrijk zal het toegepaste sortiment voornamelijk bestaan uit kleine heesters en kruiden- en grassen soorten aangevuld met kleine bes- en vruchtdragende bomen. De volgende soorten lenen zich voor deze inrichting. Bomen: - Krent; - Lijsterbes; - (Sier) appel; - Meidoorn; - Moerbei. Heesters: - Bottelroos; - Kornoelje; - Vlinderstuik; - Struikklimop. Kruiden en grassen: - Pennisetum soorten; - Distels; - Rode klaver en bloemrijk kruidenmengel; - Kamille; - Daslook; - Wilde peen.

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

53

6.7.3. Waterrijk In de biotoop waterrijk zal het toegepaste sortiment voornamelijk bestaan uit kleine heesters en kruiden- en grassen soorten aangevuld met kleine bes- en vruchtdragende bomen. Daarnaast zal het sortiment bestaan uit water en oevrplanten. De volgende soorten lenen zich voor deze inrichting. Bomen: - Fruitbomen (appel-peer); - Krent e.a. Heesters: - Brem; - Viltroos; - Struikklimop e.a. Kruiden en waterplanten: - Wilde bloemenmengsel; - Waterranonkel; - Kattestaart; - Snoekkruid; - Valeriaan; - Zegge soorten; - Gele lis; - Wederik; - Penningkruid; - Moeras vergeet me nietje.

54

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Stedenbouwkundig model Loverbosch Fase lll

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=731f6437-1234-49cc-9533-1f4932f7bd72