CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU23.10.07E Bijlagen bij de regels

Raadscommissie Ruimte 10 oktober 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan ‘Asten Loverbosch Schoollocaties 2023’ (opiniërend)14.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Bijlagen bij de regels -

Asten Loverbosch Schoollocaties 2023 Gemeente Asten

BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij de regels -

Asten Loverbosch Schoollocaties 2023 Gemeente Asten

IDN-nummer:

NL.IMRO.0743.BP02023001-ON01

Status:

ontwerp

Datum:

20 september 2023

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Overzicht aan huis gebonden beroep en bedrijf

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 3

Stedenbouwkundig plan met bijlagen

Bijlage 4

Notitie dassenonderzoek

Bijlage 5

Puntentelling natuurinclusief bouwen

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek Nieuwe schoollocatie fase 3

Bijlage 7

Hogere grenswaarden A67 en N279

Bijlage 8

Besluit hogere waarde

bestemmingsplan Asten Loverbosch Schoollocaties 2023

1

Bijlage bij regels: overzicht aan huis gebonden beroep en bedrijf 1. Aan huis gebonden beroepen: Door de kamers van koophandel is de volgende lijst samengesteld van personen die als aan huis gebonden beroepen (vrije beroepsbeoefenaars), gelden. Dit zijn: 1. adviseur 2. advocaat 3. accountant-administratieconsulent 4. alternatieve genezer 5. belastingconsulent 6. bouwkundig architect 7. dierenarts 8. fysiotherapeut 9. gerechtsdeurwaarder 10. huidtherapeut 11. huisarts 12. interieurarchitect 13. juridisch adviseur 14. kunstenaar 15. logopedist 16. makelaar 17. medisch specialist 18. notaris 19. oefentherapeut Cesar/Mensendieck 20. organisatieadviseur 21. orthopedagoog 22. psycholoog 23. redacteur 24. registeraccountant 25. stedenbouwkundige 26. tandarts 27. tandartsspecialist 28. tolk 29. tuin- en landschapsarchitect 30. verloskundige Een beroep dat hier niet op voorkomt, geldt in beginsel niet als ‘aan huis gebonden beroep (vrij beroep)’, tenzij de onderneming/beroepsbeoefenaar anders aan 2. Aan huis gebonden bedrijf Bij de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf valt te denken aan: 1 autorijschool (geen theorie) 2 bloemschikker 3 computerservice (o.a. systeembouw/-analyse) 4 decorateur 5 fietsenreparateur 6 fitness-studio 7 fotograaf 8 goud- en zilversmid 9 glazenwasser 10 hoedenmaker 11 hondentrimmer 12 instrumentenmaker 13 kaarsenmaker

14 kapper 15 klompenmaker 16 koeriersdienst 17 lijstenmaker 18 loodgieter 19 meubelmaker 20 muziekinstrumentenmaker 21 nagelstudio/pedicure 22 pottenbakker 23 prothesemaker 24 reisorganisatie (kleinschalig) 25 reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s-tv’s/horloges etc.) 26 schoonheidsspecialist 27 traiteur 28 tv/radio reparateur 29 zadelmaker Deze lijst is niet onuitputtelijk. Echter het uitgangspunt bij deze activiteiten moet zijn dat het woonkarakter niet wezenlijk mag worden aangetast.

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase lll P215765 | 13/09/22

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase lll P215765 | 13/09/22

Inhoudsopgave 1. inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 De natuur inclusieve woonwijk 1.4 Niveau van welstand 1.5 Doel van het beeldkwaliteitplan 1.6 Leeswijzer

6 6 6 7 8 8 8

2. Ruimtelijke context

10

2.1 Historie plangebied 2.2 Ruimtelijke structuur 2.3 Bebouwingstructuur 2.4 Functionele structuur

10 11 12 12

3. Planbeschrijving 3.1 De natuur inclusieve woonwijk 3.2 Planprincipes 3.3 Woongebieden 3.4 Wegenstructuur

4. Criteria Beeldkwaliteit 4.1 Beeldentaal bebouwing 4.2 Parkeren  4.3 Natuur inclusieve maatregelen 

13 13 14 16 18

20 20 33 34

5

1. inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Asten heeft het planvoornemen haar dorpskern aan de oostzijde uit te breiden met de 3e fase van Loverbosch. Zoals op veel plekken in Nederland staat de gemeente Asten voor een aanzienlijke woningbouwopgave, met name als het gaat om het realiseren van betaalbare woningbouw. Nu fase 1 is afgerond en fase 2 in uitvoering is, is fase 3 het laatste uit te werken deel van het Masterplan Loverbosch. De gemeente streeft ernaar om van Loverbosch fase 3 iets bijzonders te maken, waarvoor het thema “de natuur inclusieve woonwijk” is gekozen. Hierbij wordt nadrukkelijk om een invulling van het plan gevraagd waarbij natuur en biodiversiteit een centrale rol spelen. Binnen deze thematiek is ruimte voor een woningbouwprogramma van circa 250 woningen waarvan in eerste aanleg 180 woningen worden gerealiseerd. Met behulp van voorliggend beeldkwaliteitplan worden de ambities en uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan vastgelegd in beeldkwaliteiteisen. Hiermee biedt dit document handvatten voor de vervolgstappen van het ontwikkelingsproces van de derde fase van Loverbosch, zoals uitwerking van concrete bouwplannen en inrichtingsplannen buitenruimte.

zuidelijke- en westelijke grenzen van het plangebied) de belangrijkste is. Er zijn enige landschappelijke waarden binnen het plangebied aanwezig in de vorm van een historische Eik aan de westzijde en een bosschage aan de oostzijde tegen de N279 aan gelegen. Vanwege de natuur inclusieve insteek van het plan wordt geborgd dat deze twee landschapselementen behouden blijven in het stedenbouwkundig plan en bestemmingsplan.

1.2 Plangebied Het plangebied voor Loverbosch Fase 3 is gelegen aan de oostzijde van de kern Asten, ten oosten van Loverbosch fases 1 en 2. Het gebied ligt ingeklemd tussen de N279 en de Koestraat en betreft momenteel een agrarisch perceel. Aan de noordzijde grenst het gebied aan een volkstuinencomplex. Zuidelijk zijn agrarische gronden gelegen. Het plangebied wordt alzijdig belend door watergangen waarvan de Beekerloop (gelegen aan de

6

Figuur 1. Ligging plangebied binnen gemeente Asten

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

1.3 De natuur inclusieve woonwijk Zoals benoemd heeft de gemeente het doel van Loverbosch fase 3 een natuur inclusieve woonwijk te maken. Dit betekent dat er niet alleen gewoond wordt in de natuur, maar voornamelijk dat er gewoond wordt mét de natuur. De natuur wordt in feite als medebewoner gezien. Om te kunnen voorzien in de behoefte van de biodiversiteit / natuur is er een bepaalde basiskwaliteit openbare- en gebouwde omgeving nodig. Om deze te borgen, wordt er in voorliggend beeldkwaliteitplan specifiek ingegaan op natuur inclusief bouwen met specifieke eisen en maatregelen, naast reguliere beeldkwalitatieve uitgangspunten.

Figuur 2. Plangebied

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

7

1.4 Niveau van welstand De gemeente Asten streeft naar een hoogwaardige leefomgeving, om te kunnen toetsen of nieuwe ontwikkelingen aan de gestelde / beoogde criteria voldoen, heeft de gemeente een welstandsnota opgesteld “Welstandsbeleid Asten 3 februari 2015”. Binnen de welstandsnota zijn vier welstandsniveaus toebedeeld aan de kern Asten te weten: • Niveau 1 : hoog welstandsniveau • Niveau 2: normaal welstandsniveau

bebouwing, kavels, openbare ruimte en woonwijk als geheel tot uitdrukking komt.

1.6 Leeswijzer In het eerste hoofdstuk wordt kort stilgestaan bij de ruimtelijke context van Loverbosch. Vervolgens wordt het stedenbouwkundig plan Loverbosch fase 3 globaal uiteengezet. Hierna volgen de hoofdstukken met betrekking tot beeldkwaliteit. Hierin worden de beoogde beeld- en inrichtingseisen per deelgebied beschreven. Afsluitend worden de concrete welstandseisen voor de woongebieden, openbare ruimte en natuur inclusieve maatregelen beschreven.

• Niveau 3: laag welstandsniveau • Niveau 4: welstandsvrij Het niveau van welstand bepaald de mate van toetsing binnen het gebied. Getoonde tabel toont de mate van toetsing per welstandsniveau. Binnen het beeldkwaliteitplan wordt het toetsingskader doorvertaald naar concrete inrichtings- en vormgevingseisen. Het plangebied voor Loverbosch fase 3 valt binnen de zonering welstandsniveau 2 en heeft een normaal niveau van welstand.

1.5 Doel van het beeldkwaliteitplan Het beeldkwaliteitplan geeft richting aan de stedenbouwkundige, architectonische en landschappelijke uitwerking van Loverbosch. Het dient ter inspiratie voor architecten, zelfbouwers en de inrichters van de openbare ruimte. Tevens dient het als leidraad voor de gemeente als beoordelingskader voor de beoordeling van omgevingsvergunningen en de welstandsbeoordeling. Het dient als overbruggende factor tussen het stedenbouwkundig plan en het bouwplan / de uitvoering van de wijk. Middels een beeldkwaliteitplan wordt voorzien dat de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de Figuur 3. Tabel niveau van welstand en beoordelingsaspecten

8

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Figuur 4. Welstandkaart gemeente Asten

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

9

2. Ruimtelijke context 2.1 Historie plangebied Asten is ontstaan op de flank van een dekzandrug aan de rand van het beekdal van de beek de Aa. Dergelijke plekken hadden eigenschappen welke gunstig bleken voor bewoning en landbouw. Deze eigenschappen maakte dat er in de regio diverse nederzettingen zijn ontstaan. Vanuit deze nederzettingen werd het zandgebied ontgonnen; eerst in de directe omgeving van de kern, naarmate de zandgronden in de directe omgeving grotendeels ontgonnen waren werd er in een wijdere omgeving ontgonnen. Dit ging door tot aan de 20e eeuw, vanaf dit moment begon men ook de veen en heidegronden te ontginnen waarna de agrarische activiteiten in het gebied toenamen. De ontwikkeling Loverbosch is op de overgang van de oudere naar de jongere zand ontginningen gelegen. In de vroege jaren van de vorige eeuw bestonden de gronden voornamelijk uit een fijnmazig verkavelingspatroon welke ingericht was voor gras- en bouwland, afgeschermd met fijnmazige kavelbeplanting. Het fijnmazige mozaïek landschap uit die tijd is door de jaren heen met de schaalsprongen in de landbouw getransformeerd naar een efficiënt verkaveld agrarisch landschap met grotere percelen. De Beekerloop, die op historische kaarten dwars door het gebied loopt, is met dezelfde verschaling functioneel ingericht en kent tegenwoordig een recht beloop.

Naast de agrarische en landschappelijke transformatie is de kern Asten in dezelfde periode enorm gegroeid waarbij er stukje bij beetje stukjes agrarische gronden bebouwd zijn.

10

Figuur 5. 1900

Figuur 8. 1980

Figuur 6. 1920

Figuur 9. 2000

Figuur 7. 1940

Figuur 10. 2019

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

2.2 Ruimtelijke structuur Landschap Loverbosch fase 3 is gelegen aan de oostzijde van de kern Asten in het voormalig beekdal van de Beekerloop. De locatie bestaat uit gronden welke momenteel in gebruik zijn voor agrarische doeleinden als bouwland of grasland. In de nabijheid zijn diverse fiets- wandel- en ruiterroutes gelegen. Van het kleinschalige mozaïek-landschap is in de huidige situatie nog weinig dat er aan herinnert. Echter zijn er nog enkele elementen aanwezig welke een herinnering zijn aan het oude landschap zoals de aaneenschakeling van veldjes en kleine populierenbossen die een reeks aan doorzichten en coulissen vormen. Deze elementen markeren de overgang van dorp naar landschap. Binnen het plangebied is één van deze coulissen gelegen, het populierenbosje aan de oostelijke zijde. In het stedenbouwkundig plan wordt er specifiek aandacht besteed aan het behouden en versterken van dit element. Ten westen van het plangebied Loverbosch fase 3 begrensd de Koestraat het agrarisch perceel. De Koestraat betreft een smalle landweg, geleid door greppels en een robuuste eikenlaan. Binnen het plangebied is een waardevolle eik aanwezig aan de westzijde, deze wordt in het plan behouden.

Figuur 11. Groenbestand Asten

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

11

2.3 Bebouwingstructuur De bebouwde omgeving van Loverbosch fase 3 bestaat voornamelijk uit boerderijen en de bebouwing van Loverbosch fases 1 en 2. De planlocatie zelf is momenteel onbebouwd. De voorgestane ontwikkeling sluit aan bij de woonfuncties van de, aan de westzijde grenzende, eerste en tweede fases van Loverbosch. De bebouwing binnen de eerste twee fases van Loverbosch bestaat uit diverse woningtypologieën waaronder aaneengesloten woningen (rijwoning), twee-aan-een gebouwde woningen en vrijstaande woningbouw. De bebouwing binnen Loverbosch fase 3 zal grotendeels in deze drie typologieën worden uitgevoerd. Tevens is er ruimte gereserveerd voor appartementen en innovatieve woonvormen, dit kunnen bijvoorbeeld tiny / small houses zijn of bijvoorbeeld een woonconcept waarbij de gemeenschappelijke voorzieningen door de bewoners gerealiseerd en beheerd worden. De specifieke vorm wordt nog nader vastgesteld.

2.4 Functionele structuur Het plangebied bestaat momenteel uit gronden welke in gebruik zijn als agrarisch grasland en bouwland (akker). De agrarische functie zal binnen de plancontour komen te vervallen ten behoeven van woningbouw. De gronden ten zuiden van het plangebied zijn in gebruik als agrarische gronden. Deze zullen hun agrarische functie blijven behouden. De planlocatie ligt hemelsbreed op 1,5km van het centrum en kernwinkelgebied van Asten. Binnen het centrumgebied zijn functies zoals detailhandel, supermarkten, apotheker e.d. gelegen. In zuid westelijke richting zijn diverse (basis)scholen gelegen. Bovengenoemde functies liggen allen binnen een redelijke fietsafstand, om de aantrekkelijkheid voor de fietser te vergroten, worden er binnen het plan fietsvoorzieningen opgenomen. Binnen het plan wordt uitsluitend woningbouw voorzien met de bijhorende infrastructurele, groene, water- en ecologische functies.

12

Figuur 12. Ligging plangebied ten opzichten van centrumvoorzieningen

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

3. Planbeschrijving 3.1 De natuur inclusieve woonwijk Voor Loverbosch fase 3 heeft de gemeente het streven iets bijzonders te maken. Hierbij is de keuze gemaakt Loverbosch fase 3 als natuur inclusieve woonwijk uit te voeren. De insteek is dat de aanwezige flora en fauna ook als “bewoners” van het plangebied worden gezien waardoor er specifiek nagedacht moet worden over het faciliteren van deze flora en fauna en op wat voor een manier dit gedaan moet worden. Voordat er nagedacht kan worden over de specifieke inrichtingswensen van de flora en fauna is het van belang te weten welke flora en fauna er in- en om het plangebied leven. Om dit inzichtelijk te krijgen heeft Staro b.v. onderzoek gedaan naar welke flora en fauna het plangebied tot hun leefgebied rekenen alsmede of er beschermde planten of diersoorten aanwezig zijn binnen het plangebied. Aan de hand van het onderzoek heeft Staro een soortenmatrix opgesteld met daarin de dieren welke leven in- en om het plangebied en welke soorten zich wellicht zouden kunnen vestigen binnen het plangebied. In de matrix zijn vervolgens inrichtingseisen per diersoort opgenomen aan de hand van:

• Het bosrijke biotoop, gelegen langs de provinciale weg op de hogere gronden en aansluitend aan de al aanwezige boselementen (populierenbosjes);

• Het waterrijke biotoop: gelegen aan de west- en zuidzijde van het plangebied nabij de Beekerloop en de sloten van de Koestraat. De Beekerloop vormt hier de stedenbouwkundige en ecologische drager.

• Het kruidenrijke biotoop, centraal gelegen binnen het plangebied op het lagere deel van het plangebied en vormt het verbindende element tussen de drie biotopen;

• Voortplantings- en verblijfsplaatseisen; • Veiligheidseisen; • Voedselvoorziening. Naast de inrichtingseisen zijn er ook beheermaatregelen noodzakelijk om de instandhouding van de leefgebieden te kunnen waarborgen. Voor de biotopen is, in combinatie met ecologische en landschappelijke structuren, het plangebied opgedeeld in drie biotopen (leefgebieden) te weten: Figuur 13. Stedenbouwkundig ontwerop Loverbosch fase III

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

13

3.2 Planprincipes Landschappelijke casco als drager Binnen het plan Loverbosch fase 3 is het landschappelijk casco de drager van het plan en heeft het realiseren van een robuust landschappelijk casco ten grondslag gelegen aan het stedenbouwkundig. Dit casco dient als kapstok waaraan de uitwerking van het stedenbouwkundig plan opgehangen wordt. Het landschappelijk casco wordt gezien als het primaire leef- en foerageergebied van de aanwezige (en toekomstige) diersoorten. Vanuit deze gedachte is het ruimtelijk concept opgesteld. Bestaande landschappelijke elementen handhaven en versterken: De bestaande landschappelijke elementen worden gezien hun ecologische en landschappelijke waarde behouden. Ze betreffen het startpunt van waaruit de landschappelijke elementen worden uitgebreid.

Inrichten volgens drie biotopen: Binnen de bovengenoemde landschappelijke kaders kunnen drie biotopen worden aangeduid. De begrenzingen van de biotopen zijn geen harde grenzen maar zullen geleidelijk in elkaar overlopen waarbij er hotspots worden gerealiseerd waar verschillende biotopen samenkomen en een grote diversiteit aan flora en fauna te vinden zal zijn. De diversiteit tussen de drie biotopen zal zich voornamelijk uiten in de inrichting van de openbare ruimte, te denken valt aan: beplanting, inrichting waterhuishouding, takkenrillen, erfafscheidingen etc. Biotopen met elkaar verbinden: Vervolgens zijn de landschappelijke elementen en de biotopen aan elkaar gekoppeld middels grote robuuste groenzones. Deze zijn ruim opgezet en dienen als migratieaders binnen het plangebied. Vanwege de aard van deze zoneringen zal verharding en parkeren binnen deze zonering beperkt worden, waarmee flora en fauna voldoende ruimte krijgt om in het gebied te foerageren.

Landschappelijke elementen uitbreiden: Aan de oostelijke rand van het plangebied bevinden zich twee bosschages (één centraal in het gebied en één aan de rand binnen het terrein van het volkstuinencomplex). In de loop der tijd hebben zich verschillende flora en fauna binnen deze bosschages gehuisvest. Middels het onderling verbinden van de bosschages door een robuuste groene zone aan te brengen, ontstaan er mogelijkheden tot migreren door het plangebied, wat natuurlijke successie bevorderd. Als bijkomend voordeel biedt de groene omkadering een bufferzone tussen de N279 en het (toekomstig)woongebied. De groene omkadering dient tevens als uitgangspunt voor het landschappelijke casco.

14

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Figuur 14. Landschappelijk casco als drager

Figuur 16. Inrichten volgens de drie biotopen

Figuur 15. Landschappelijke elementen uitbreiden

Figuur 17. Creëren migratieaders

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

15

3.3 Woongebieden Het landschappelijke casco en de waterstructuur vormen samen de hoofdstructuur voor de verkaveling van de woongebieden. Deze liggen als eilandjes binnen het landschappelijk casco. De woongebieden bieden ruimte voor in totaal 180 woningen en (70) appartementen. Ook is er een reserveringsgebied voor toekomstige invulling met innovatieve woonvormen.

Bosrijk wonen Het grootste gedeelte van de (grondgebonden)woningen is binnen het bosrijke- en kruidenrijke biotoop te vinden. Hierbinnen is een verscheidenheid aan woningen te vinden in de vorm van appartementen, vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen en twee-aan-een gebouwde woningen. Het robuuste landschappelijk casco biedt de mogelijkheid elk woongebied een relatie te geven met het natuur inclusieve karakter van de wijk. Tevens vormt het casco de openbare ruimte voor de bewoners. Vanwege de zelfstandige vorm en ligging van de appartementengebouwen is het mogelijk hier bijzondere bebouwing te realiseren. Deze wordt geïnspireerd op het natuur inclusieve karakter en de bijzondere locatie van het bosrijke biotoop. Doel is om in de bebouwing een groter aandeel natuur inclusieve maatregelen te implementeren. Aan de noord oostelijke zijde van het plangebied is een veld gereserveerd voor bijzondere- en innovatieve vormen van woningbouw waarbij natuur inclusiviteit en duurzaamheid ontwerpthema’s zullen zijn. Doordat het bosrijke biotoop als langgerekte groenzone langs de gehele oostzijde middels inprikkers wordt vervlochten met het woongebied, kan een groot aandeel van de woningen aan het groen grenzen. De sfeer van ‘wonen in het groen’ wordt versterkt door verkeersruimte te beperken.

Parkeren wordt in parkeerkoffers in de woonvelden voorzien, waardoor er zo min mogelijk blik in de openbare ruimte aanwezig is.

Figuur 18. Bosrijke biotoop

16

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Kruidenrijk wonen Binnen het kruidenrijke woongebied geldt eenzelfde principe. Verkeersruimten worden beperkt en parkeren wordt voornamelijk in koffers gesitueerd. Dit tezamen met de beperkte diepte van voortuinen maakt dat er een sterke relatie tussen bebouwing en landschappelijk casco ontstaat. Het casco kan als het ware tot aan de voordeur doorlopen, woningen staan ‘in het groen’. De fietsroute welke het kruidenrijk wonen begrenst, maakt een smalle autoluwe woonstraat met een rustig en groen karakter. Het kruidenrijke woongebied wordt aan de westzijde begrensd door de hoofdontsluitingsweg van de wijk. De vrije ligging van de weg tezamen met de robuuste waterstructuur, bomenlanen en parkeren uit het straatbeeld maakt het woongebied een informeel en verwelkomend element binnen de wijk. De woningen langs de hoofdontsluiting bewegen mee met het verloop van de weg. Blinde gevels op openbaar gebied worden hiermee uitgesloten.

Waterrijk wonen Het waterrijk wonen is gelegen te midden diverse waterstructuren. Aan de west- en zuidzijde wordt dit gebied begrensd door de Beekerloop. Deze krijgt binnen het stedenbouwkundig plan een nieuwe profilering en natuurvriendelijke oevers. Deze levert een belangrijke bijdrage aan het landschappelijke casco en de biodiversiteit. Aan de noordzijde van het waterrijk wonen wordt het woongebied begrensd door het “wadilandschap”. Het “wadi-landschap” is een reeks van wadi’s welke volgens het vroegere tracé van de Beekerloop in het plangebied gelegen is. Het wadi-landschap wordt gecombineerd met een struinpad welke aansluit op het struinpad langs de Beekerloop. Hiermee wordt de belevingswaarde van de natuur inclusieve wijk versterkt. De bebouwing binnen dit deelgebied bestaat uit een mix van aaneengesloten-, twee-onder-één-kap- en vrijstaande woningen. De woonvelden zijn dusdanig gesitueerd dat de woningen voornamelijk naar de landschappelijk ruimtes zijn georiënteerd. De lagere bebouwingsdichtheid draagt

Figuur 19. Kruidenrijke biotoop

Figuur 20. Waterrijke biotoop

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

bij aan enerzijds een gelijkmatige overgang naar het casco en anderzijds een verwelkomende entree naar de wijk. De woningen worden binnen dit veld vanaf de hoofdroute ontsloten, hierdoor blijft het gebruik van verharding beperkt en is er meer ruimte voor het landschappelijk casco.

17

3.4 Wegenstructuur De wegenstructuur is verdeeld in twee categorieën: de hoofdverkeersader, en de secundaire aders. De hoofdverkeerader is de primaire ontsluiting van het plangebied en de diverse woonvelden. Deze sluit aan op de Koestraat en is gelegen centraal in de wijk. De ligging centraal in het wadi-landschap voorkomt dat er ongewenst wordt geparkeerd langs de ader. Vanaf de hoofdontsluiting loopt de secundaire ontsluiting welke de woonvelden ontsluit. Deze hebben een ander straatprofiel en materialisatie waarmee ze beter inpasbaar zijn binnen de landschappelijke setting. Op diverse locaties is gekozen een extra breed trottoir van circa 3 meter breed toe te passen. Deze is ook toegankelijk voor de auto waar men boodschappen e.d. kan uitladen en hulp, bezorg- en verhuisdiensten bij de woningen kunnen komen. De brede trottoirs zijn alleen bestemd voor laden en lossen. Er worden maatregel getroffen om te zorgen dat er uitsluitend in de parkeervakken wordt geparkeerd. Deze maatregelen variëren van het neerleggen van boomstammen en stenen tot het aanleggen van taluds voor wadi’s.

Fietsroute Hoofdader Secundaire ader

Figuur 21. Parkeerplaatsen

18

Figuur 22. Wegstructuur

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

4. Criteria Beeldkwaliteit 4.1 Beeldentaal bebouwing Eenduidige hoofdmassa De woningen worden uitgevoerd als een eenduidig helder volume met een herkenbare vorm als woning bestaande uit één, anderhalf of twee bouwlagen met een kap over één of twee lagen. Bijgebouwen, garages, op- en aanbouwen zijn derhalve ondergeschikt aan het hoofdvolume en dienen dusdanig te worden uitgevoerd dat het hoofdvolume zijn herkenbare vorm als woning behoudt. Situering op de kavel De woningen worden dusdanig op de kavel gesitueerd dat er duidelijke gerichtheid naar de straat aanwezig is en er voldoende onderlinge interactie tussen openbaar – privé aanwezig is. Bij hoekwoningen geldt dat er een tweezijdige oriëntatie aanwezig moet zijn (gericht op openbaar gebied). Bij langere rijen woningen, geldend vanaf rijen van 5 woningen, wordt er gezocht naar variatie in onder andere de situering op de kavel waarmee een verspringende rooilijn ontstaat. Kapvormen rijwoningen De woningen worden voorzien van een duidelijke kap. Om de gewenste variatie binnen de wijk door te vertalen naar de woningen zijn er diverse kapvormen mogelijk te weten: zadeldaken (in langs of dwarsrichting), welke ook over meerdere lagen kunnen worden uitgevoerd, lessenaarsdaken en mansarde daken.

20

Figuur 23. Zadeldak

Figuur 25. Zadeldak over meer dan één laag

Figuur 24. Lessenaarsdak

Figuur 26. Mansardedak

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Rijwoningen detaillering en verbijzondering bij lange rijen (vanaf 5 woningen) Binnen Loverbosch fase 3 wordt beoogd de grote variatie in het landschappelijk casco door te vertalen naar de bebouwing. Om te borgen dat er voldoende variatie in de bebouwing ontstaat en er geen “saaie” en grote mate van repetitie in gevelwanden ontstaat, zijn er diverse verbijzonderingsmogelijkheden die moeten worden toegepast. Deze verbijzonderingen zijn van toepassing op rijen vanaf 5 woningen. Binnen de velden wordt gezocht naar een menging van typologie wat automatisch een bepaalde mate van variatie met zich mee brengt zoals diversiteit in korrelgrootte, kapvormen en oriëntatie. Daarnaast is er in diverse velden gezocht naar een afwisselend straatbeeld middels het onderling verschuiven van rooilijnen tussen bouwmassa’s. Daarmee ontstaat een divers straatbeeld met enerzijds woningen welke een ondiepe voortuin en grotere mate van interactie tussen openbaar en privé kennen en anderzijds woningen met een diepere voortuin waar weer meer ruimte is voor een natuur inclusieve invulling is. Hierbij geldt dat de rooilijn in of tot maximaal 2 meter van de naar de weg gekeerde bouwgrens is gesitueerd. Om het gewenste beeld met een bepaalde mate van variatie te borgen, is het van belang dat repetitie van dezelfde typologie of volume tot een minimum wordt beperkt.

Om tot een ruimere keuzemogelijkheid te komen in de verbijzonderingen is er gezocht naar maatregelen in zowel het gevelvlak als in het dakvlak. Om te zorgen dat langere rijen woningen de beoogde variatie krijgen, moeten minimaal twee van onderstaande verbijzonderingen worden toegepast en bij rijen van 8 woningen moet een van de verbijzonderheden minimaal twee keer worden toegepast. Te kiezen valt uit:

22

• Kapverdraaiing • Verspringen van de rooilijn • Variatie in nokhoogte • Variatie in goothoogte • Gebruik van diverse (hoofd)materialen of verschillende kleuren van het zelfde (hoofd)materiaal, bijvoorbeeld middels meerdere kleuren metselwerk Figuur 29. Verschil in kleur / materiaal

• Gevelaccenten

Figuur 27. Verspringende rooilijn

Figuur 30. Nokverhoging

Figuur 28. Kapverdraaiing

Figuur 31. Verspringende gootlijn

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Monotone gevelaanzichten zijn niet passend binnen Loverbosch fase III

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

23

Twee-aan-een gebouwde woningen Twee-aan-een gebouwde woningen dienen als een eenduidig volume te worden ontworpen. Ook bij de twee-onder-een-kap woningen is een verscheidenheid aan kapvormen mogelijk zoals: zadeldak (in langs of dwarsricting), mansardedak, schilddak, lessenaarsdak. Om een eenduidig helder volume te waarborgen zijn de woningen geschakeld en de garages ondergeschikt. Het schakelen van twee-aan-een gebouwde woningen middels een garage is onwenselijk en derhalve niet toegestaan. Hiermee wordt geborgd dat de bebouwing een eenduidige- en herkenbare hoofdmassa is en de garages een ondergeschikt element blijven binnen het straatbeeld. Wel is het van belang om ook bij twee-aan-een gebouwde woningen voldoende variantie te realiseren. Dit kan voorzien worden in detaillering, materialisatie kapvormen e.d.

24

Figuur 32. Entree aan zijgevel en gekoppeld met oprit

Figuur 35. Geschakelde garages tot een minimum beperken

Figuur 33. Zadeldak

Figuur 36. Zadeldak met kapverdraaiing

Figuur 34. Zadeldak (haaks)

Figuur 37. Schilddak

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

25

Vrijstaande woningen Vrijstaande woningbouw kan uitgevoerd worden met een diversiteit aan dakvormen zoals: Zadeldak (in langs of dwarsrichting), schilddak, mansardedak, lessenaarsdak en piramidedak. Ook voor de vrijstaande woningbouw geldt dat de hoofdmassa bestaat uit één, anderhalf of twee lagen met een kap over één of twee lagen. De maatregelen met als doel het vergroten van de diversiteit bij de andere woning typologieën zijn ook van toepassing bij de vrijstaande bebouwing. Voor de toetsing hiervan wordt er gekeken naar de naastgelegen woningen, voor zover deze op dat moment bekend zijn.

26

Figuur 38. Zadeldak

Figuur 41. Mansardedak

Figuur 39. Lessenaars dak

Figuur 42. Piramide dak

Figuur 40. Zadeldak over meer dan één laag

Figuur 43. Schild dak

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

27

Zichtbaarheid Gevels welke aangrenzend zijn aan de openbare ruimte mogen geen dicht gevelvlak betreffen. Daar waar worden gevels grenzen aan de openbare ruimte moeten gevelopeningen geïmplementeerd om de sociale veiligheid binnen de wijk te borgen. Zijgevels welke is georiënteerd op de openbare ruimte dient minimaal een raam, erker of andere gevelopeningen te hebben op de begane grond. Hoekoplossingen Hoeken welke aangrenzend zijn aan openbare ruimte dienen met speciale aandacht te worden ontworpen. Om de openbare ruimte sociaal veilig in te richten moet er specifiek aandacht voor zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid. Tevens zijn hoekpunten een uitgelezen kans om stedenbouwkundig- en architectonisch verbijzonderingen aan te brengen waarmee de variatie binnen de wijk wordt vergroot. Enkele voorbeelden van hoekoplossingen zijn:

Figuur 44. Entrees en raampartijen in de kopgevel

Figuur 47. Kapverdraaiing

Figuur 45. Meerzijdige oriëntatie

Figuur 48. Erker in zijgevel

• Kapverdraaiingen • Kapdetails • Erkers • Entrees- en raamopeningen plaatsen in de zijgevel

Figuur 46. Hoekoplossing kapverdraaiing

28

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Blinde / gesloten kopgevels aan openbaar gebied zijn ongewenst en niet toegestaan

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

29

Materiaalgebruik Binnen Loverbosch fase 3 is het van belang dat het natuur inclusieve karakter en duurzaamheid ook binnen de bebouwing tot uiting komt. Hiervoor wordt een diversiteit aan materiaalgebruik in het hoofdvlak toegestaan waaronder gebakken metselwerk, houtbouw, en andere (natuurlijke) materialen, tevens wordt het gebruik van begroeide gevels aangemoedigd (de groene gevels worden in een apart hoofdstuk behandeld). Gezien het duurzame karakter van de wijk geniet het gebruik van duurzame- en natuurlijke materialen de voorkeur. Het gebruik van kleur- en materiaalaccenten, zoals gekeimde gevels / gevel accenten, trasraam accenten, houten rabatdelen en gevelbeplating gemaakt van metaalachtige materialen, is toegestaan, mits dit goed aansluit bij algehele uitstraling van het volume en de omgeving. Het gebruik van kunststof gevelbeplating is niet toegestaan. Bij gebruik van zonnepanelen wordt bij voorkeur gekozen voor geïntegreerde panelen in het dakvlak. De panelen dienen geschakeerd in een rechthoekig vlak uitgevoerd. Het vlak wordt bij voorkeur geheel gevuld zonder uitsparingen in de rechthoek.

30

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Kleurgebruik (hoofdvlak) Voor het kleurgebruik binnen Loverbosch fase 3 wordt uitgegaan van kleuren welke passend zijn bij het karakter van Loverbosch fase 3. Hierbij ondersteunen de gekozen detaillering, materialen en kleuren het karakter van het bouwwerk. Voor gevels is een variatie aan materialen en kleuren mogelijk van lichte tot donkere baksteen, stuc- of keimwerk. Kleuraccenten of een combinatie met andere materialen is mogelijk mits het bouwwerk duidelijk afleesbaar blijft. Voor daken worden hoofdzakelijk rode of donkere dakbedekking gekozen, alsmede sedumdaken. Het toepassen van geglazuurde pannen is niet toegestaan. Tevens is het gebruik van felle kleuren of spiegelende oppervlaktes is niet toegestaan. Het kleurgebruik in de hoofdvlakken binnen Loverbosch fase 3 is in hoofdzaak gelegen tussen wit en grijstinten, oranje – roodtinten of aardetinten. Afwijken in kleurgebruik is toegestaan indien dit ondergeschikt is in het gevelbeeld en passend bij de algehele uitstraling van het volume in de omgeving.

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

31

Gevelopeningen Voor gevelopeningen geldt dat deze dusdanig geplaatst en ontworpen moeten zijn dat het gevelvlak heel blijft en duidelijk afleesbaar is. De gevelopeningen zijn functioneel en helder vormgegeven, ze weerspiegelen de achtergelegen functie. Voor zijgevels gericht op openbare ruimte geldt dat deze speciale aandacht vragen. Ramen, deuren of erkers moeten hier het beeld bepalen. Het toepassen van gesloten gevels gericht op openbare ruimte is onwenselijk en daarmee uitgesloten. Bijgebouwen Hoewel bijgebouwen ondergeschikt zijn aan de woongebouwen kunnen deze wel een deel van het straatbeeld vormgeven. Het is daarom van belang dat de bijgebouwen verwantschap hebben met het hoofdgebouw op het gebied van materiaal en kleur maar dat deze wel ondergeschikt blijven aan het woongebouw. Aan- of bijgebouwen aan de voorzijde van de woning (voor de rooilijn) zijn niet toegestaan, met uitzondering van erkers welke passend zijn binnen de typologie van het gebouw. Garages mogen zowel losstaand als aansluitend aan het hoofdgebouw worden gebouwd, ook los gebouwde garages dienen achter de rooilijn te worden gesitueerd. Daar waar sprake is van parkeren op eigen terrein is er voor de garage voldoende ruimte voor een opstelplek voor een auto.

32

Gevelopeningen zijn niet helder vormgegeven

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

4.2 Parkeren Het parkeren wordt zo veel als mogelijk gefaciliteerd op eigen terrein of binnen parkeerkoffers. Het parkeren in parkeerkoffers wordt uitgevoerd in grasbeton tegels. Het parkeren wordt waar mogelijk aangevuld met beplanting en bomen voor een meer landschappelijke aankleding en schaduwwerking in de warme zomerperiode.

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

33

4.3 Natuur inclusieve maatregelen Middels het opnemen van natuur inclusieve maatregelen op gebouwniveau wordt de bebouwing onderdeel van het leefgebied van flora en fauna. Dit kan op diverse manieren worden uitgevoerd, de meest voorkomende voorbeelden worden hieronder toegelicht. Groene daken Het doel is om de ruimte voor de biodiversiteit optimaal te benutten. De woningen kunnen benut worden om onderdeel te worden van het leefgebied van diverse diersoorten. Om ook de woningen te benutten als leefgebied is gekozen om groene daken aan te moedigen binnen het plan. Deze kunnen uitgevoerd worden op platte en (licht) hellende daken. Wanneer groene daken worden toegepast dient minimaal 40% van het dakoppervlak van het hoofdgebouw uit te worden gevoerd als groen dak. Gevelgroen Zoals bij groene daken dragen groene gevels bij aan het vergroten van het leefgebied van diverse diersoorten. Binnen het stedenbouwkundig plan zijn diverse locaties aangeduid waar deze het beste toegepast kunnen worden (zie afbeelding). Het toepassen van groene gevels draagt bij aan de landschappelijke uitstraling van de wijk en vergroot het groenoppervlak. Het is van belang dat wanneer groene gevels worden toegepast dat het gevelvlak afleesbaar blijft.

34

Figuur 49. Groene daken

Figuur 50. Groene gevels

Figuur 51. Locaties groene gevels

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

35

Nestgelegenheden in- en aan bebouwing Binnen de gevels kunnen nestgelegenheden worden geïmplementeerd. Dit kan op diverse manieren worden uitgevoerd.

dat er minimaal twee worden geplaatst. De voorkeur gaat uit naar nestgelegenheden welke opgaan in het bouwwerk. Voor de nestgelegenheden kunnen de volgende maatregelen worden toegepast:

Vleermuis Vleermuiskasten dienen op minimaal 3 meter hoogte te worden geplaatst met voldoende vrije ruimte voor aanvliegroutes. Vleermuizen houden van warmte waarmee de kasten het beste in de zuid en west gevel kunnen worden geplaatst. Om een heldere hoofdmassa te behouden gaat de voorkeur naar ingemetselde vleermuiskasten. De vleermuiskasten worden altijd per twee geplaatst. Om de nestgelegenheid aantrekkelijk te maken voor de vleermuis is het van belang dat de kasten op een (‘s-nachts) donkere plek hangen. De voorkeur gaat uit naar het type kasten welke opgaan in het gevelvlak.

• Inbouw nestkast

Nestgelegenheden vogels Nestgelegenheden voor vogels kunnen op diverse manieren worden uitgevoerd. De voorkeur gaat uit naar nestgelegenheden welke tijdens de bouw in het bouwwerk verwerkt worden, te denken valt aan de inmetselkasten. Reden hiervoor is dat deze minder onderhevig zijn aan extreme warmte of kou en duurzamer zijn. Nestgelegenheden voor vogels worden bij voorkeur aan de schaduwzijde voorzien zodat deze in de zomer niet te warm worden. Nestgelegenheden voor vogels dienen op een hoogte van minimaal 3 meter te worden voorzien. Voor de nestgelegenheden voor vogels geldt

• Nestdakpannen • Nestkast in boeiboord / gootaftimmering Insectenstenen Insecten zijn van onmisbare waarde voor de groei en behoud van bloemen en planten binnen een gebied. Om insecten voldoende ruimte te bieden kunnen er insectenstenen toegepast worden binnen bouwwerken. In tegenstelling tot de vorige nestgelegenheden worden deze op een lage hoogte geplaatst. Hierom zijn insectenstenen ook geschikt om toe te passen in garages en bijgebouwen. De insectenstenen worden bij voorkeur geplaatst aan een zijde die grenst aan de openbare ruimte.

Figuur 52. Nestgelegenheden

36

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

Overgang van openbaar naar privé (voortuinen) De manier van overgang tussen openbaar en privé bepaalt in grote mate de uitstraling van het straatbeeld. Binnen Loverbosch fase 3 wordt dit op diverse manieren gerealiseerd. Hoofdzakelijk zijn dit voortuinen +- 2m diep en ondiepe voortuinen waar dit vanuit stedenbouwkundig opzicht wenselijk is. Dit geldt voornamelijk voor de woningen aangrenzend aan de brede trottoirs, dit zijn trottoirs welke een breedte van minimaal 3 meter hebben. Op de plekken waar voortuinen worden gerealiseerd worden deze begrensd met een lage haag, natuurlijk hekwerk zoals gevlochten hekwerken of begroeid gaashekwerk in een zwarte (Ral 9005) of donkergroene kleur (Ral 6005). Dit draagt bij aan de landschappelijke uitstraling van de wijk en biedt nest, schuil en foerageermogelijkheden voor diverse diersoorten. Erfafscheidingen in de vorm van lage schuttingen, (ijzeren) sierhekwerken en gemetselde afscheidingen dragen niet bij aan de groene uitstraling of de uitbreiding van het leefgebied voor diersoorten en zijn derhalve niet toegestaan. De erfafscheidingen zijn niet hoger dan 1 meter bij hekwerken aan de voorzijde / openbaar gebied. Natuurlijke erfafscheidingen (aangrenzend aan openbare ruimte) Achter- en zijerven welke grenzen aan openbaar gebied worden uitgevoerd als groene erfafscheiding.

Dit kan bestaan uit: Haagafscheiding (gebiedseigen) of Begroeid gaashekwerk. Wanneer gekozen wordt voor gaashekwerk dient deze in een zwarte kleur (Ral 9005) of donkergroene kleur (Ral 6005) te worden uitgevoerd. Het gebruik van bovenstaande erfafscheidingen draagt bij aan de landschappelijke uitstraling van de wijk en biedt nest, schuil en foerageermogelijkheden voor diverse diersoorten. Erfafscheidingen aangrenzend aan openbaar gebied in

het bosrijke biotoop kunnen uitgevoerd worden met egelpoortjes waardoor de egel makkelijk kan foerageren door het gebied. Het gebruik van houten- of betonnen schuttingen, gemetselde afscheidingen en sierhekwerken draagt niet bij aan de groene uitstraling noch aan biotoopuitbreiding voor diersoorten en is derhalve niet toegestaan. De erfafscheidingen tussen twee woningen zijn niet hoger dan 2.0 meter.

Figuur 53. Voortuinen

Figuur 54. Erfafscheidingen

Beeldkwaliteitplan Loverbosch Fase III september 2022

37

www.pouderoyentonnaer.nl

Loverbosch Fase 3. Stedenbouwkundig ontwerp P215765 | 08/03/22

Auteur(s): Ir. P. de Bie Ing. M.F.E.W. Rengers

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3 P215765 | 08/03/22

4

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding Aanleiding Natuur inclusief bouwen Plangebied Ruimtelijke context

6 6 6 7 7

2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.

Ruimtelijke structuur van de omgeving Bebouwingsstructuur Landschapsstructuur Functionele structuur Waterstructuur

8 8 8 9 9

3. 3.1. 3.2. 3.2.1. 3.2.2. 3.2.3. 3.2.4. 3.2.5. 3.2.6.

Planbeschrijving Loverbosch 3 natuur inclusief Ruimtelijk concept Bestaande landschappelijke elementen handhaven en versterken Landschappelijke elementen uitbreiden  Uitbreiden waterstructuur Inrichten volgens de drie biotopen Biotopen met elkaar verbinden Woonvelden binnen een robuust landschappelijk raamwerk

10 10 12 12 12 12 14 14 14

4. 4.1. 4.1.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Stedenbouwkundige uitwerking Stedenbouwkundige opzet Appartementen Openbare ruimte Velden voor nieuwe vormen van wonen Inrichting per biotoop Verkeerstructuur Parkeren

16 16 18 19 20 20 22 23

5. 5.1. 5.1.1. 5.1.2. 5.1.3.

Spelregels  Bosrijk Verblijven Voedsel (foerageren) Veiligheid, voortplanting en slapen

24 24 24 24 24

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

5.1.4. 5.1.5. 5.1.6. 5.1.7. 5.1.8. 5.2. 5.2.1. 5.2.2. 5.2.3. 5.2.4. 5.2.5. 5.2.6. 5.2.7. 5.2.8. 5.3. 5.3.1. 5.3.2. 5.3.3. 5.3.4. 5.3.5. 5.3.6. 5.3.7. 5.3.8.

Maatregelen Bedreigingen Spelregels Klimaatbestendigheid Ruimtelijke kwaliteit Kruidenrijk Verblijven Voedsel (foerageren)  Veiligheid, voortplanten en slapen  Maatregelen Bedreigingen Spelregels Klimaatbestendigheid Ruimtelijke kwaliteit  Waterrijk Verblijven Voedsel (foerageren)  Veiligheid, voortplanten en slapen Maatregelen Bedreigingen Spelregels Klimaatbestendigheid.  Ruimtelijke kwaliteit 

25 25 25 25 25 28 28 28 28 28 28 29 29 29 32 32 32 32 32 32 33 33 33

6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.3.1. 6.3.2. 6.3.3. 6.4. 6.5. 6.6. 6.7. 6.7.1. 6.7.2. 6.7.3.

Inrichting openbare ruimte Verkeer Parkeren Water Watergangen Natuurvriendelijke oevers Wadi-landschap Natuur-inclusieve maatregelen Speelelementen Geluidwerende maatregelen Beplantingskeuzes per biotoop Bosrijk Kruidenrijk Waterrijk

36 36 44 45 45 46 47 48 51 51 52 52 53 54

5

1. Inleiding 1.1. Aanleiding De gemeente Asten heeft het planvoornemen haar dorpskern aan de oostzijde uit te breiden met de uitbreidingswijk Loverbosch fase 3. Voor ontwikkeling van Loverbosch is in het verleden een Masterplan uitgewerkt waarmee de uitgangspunten voor de ontwikkeling van Loverbosch in meerdere fases zijn vastgelegd. Inmiddels is fase 1 gerealiseerd en bevind fase 2 zich in de realisatie fase. De gemeente Asten staat voor een aanzienlijke woningbouwopgave, met name als het gaat om het realiseren van betaalbare woningen. De gemeenteraad wil actief inzetten op het versnellen van de woningbouwproductie in de gemeente. Hiertoe heeft zij op 9 maart 2021 de “Versnellingsagenda woningbouw” vastgesteld. Onderdeel van deze Versnellingsagenda is het versneld in ontwikkeling nemen van Loverbosch fase 3. Op dit moment is de gemeente begonnen met de ontwikkeling van de vervolgfase van het woongebied Loverbosch fase 3. Het volledige gebied beslaat 12 hectare en zal ruimte bieden aan circa 250 woningen. De gemeente kiest er voor om dit niet in één keer tegelijk te ontwikkelen, maar allereest op basis van een stedenbouwkundig plan een planologische procedure op te starten voor 180 woningen.

De gemeente Asten streeft ernaar om van Loverbosch fase 3 iets bijzonders te maken en heeft als thema voor de stedenbouwkundige uitwerking gekozen voor “de natuur inclusieve woonwijk” waarbij nadrukkelijk om een invulling van het plan gevraagd wordt waarbij natuur en biodiversiteit een belangrijke rol spelen.

6

1.2. Natuur inclusief bouwen Natuur inclusief wonen betekent niet alleen wonen in de natuur, maar voornamelijk wonen mét de natuur. In de stedenbouwkundige uitvraag vanuit de gemeente is aangegeven welke ‘bewonersgroepen’ in het plangebied als bewoner worden gezien. De ‘natuur’doelgroepen, in feite de medebewoners, zijn niet gedefinieerd. Om te komen tot een optimale integratie van de natuur in de wijk dienen alle toekomstige ‘bewoners’, mens, dier en plant, in het plangebied een optimale plek te krijgen. Om deze opgave vorm te geven hebben wij nadrukkelijk gekozen voor ‘natuur ontwikkelen met wonen’ als invalshoek. Om te komen tot een optimale inrichting van de wijk waarbij “de natuur” optimaal in de wijk wordt geïntegreerd zal deze natuur de leidraad vormen voor de stedenbouwkundige opzet. Daarom is gekozen om eerst een landschappelijke en ecologische structuur op te zetten alvorens de stedenbouwkundige structuur is uitgewerkt. De stedenbouwkundige structuur zal zich daardoor gaan voegen naar de groene en ecologische structuur. Een inventarisatie van de ‘natuur’ doelgroepen vormt daarbij de start van het proces als tegenhanger van het woningbouwprogramma en de versnellingsagenda woningbouw. Welke doelgroepen -planten en dieren- vormen de huidige en toekomstige mede ‘bewoners’ in het plangebied en welke eisen stellen deze

doelgroepen aan hun leefgebied. Door het optimaal inrichten van het leefgebied voor de diverse doelgroepen kan de wijk daadwerkelijk natuur inclusief worden en blijven, en kunnen mens, dier en plant met elkaar wonen en bewegen in één gebied.

Ligging plangebied

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

1.3. Plangebied Het plangebied ligt aan de oostzijde van Asten, grofweg tussen de Koestraat en de N279 en is momenteel in gebruik als Akkerbouw gronden. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich het volkstuinen complex van de eerste volkstuinenvereniging Asten. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische percelen. Het plangebied is aan de zuid- en westzijde begrensd door de Beekerloop. Aan de oostzijde, tegen de N279 en centraal op de kavel, bevind zich een kleine bosschage met houtopstanden van eik, dennen, berken e.d. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Koestraat met een robuuste laanstructuur. Tevens is aan de westzijde een beeldbepalende waardevolle Eik welke in de uitwerking behouden dient te blijven.

1.4. Ruimtelijke context Asten is ontstaan op de flank van een dekzandrug aan de rand van het beekdal van de beek de Aa. Dergelijke plekken hadden eigenschappen welke erg gunstig waren voor bewoning en landbouw waardoor hier verschillende nederzettingen zijn ontstaan. Vanuit de nederzetting is het zandgebied ontgonnen; eerst direct rond de kern en later in een steeds wijder gebied, totdat in de 20e eeuw ook de omliggende heide en het veen ontgonnen werden. Loverbosch is gelegen aan de oostelijke zijde van de kern, op de overgang van de oudere naar de jongere zandontginningen. Op een topografische kaart van 1911 is te zien dat het gebied voornamelijk bestond uit een afwisseling van graslanden met een fijnmazige kavelbeplanting en bouwland. De verkaveling was zeer onregelmatig en lag als een soort mozaïek door het landschap. Op de historische kaarten is de Beekerloop ook duidelijk waarneembaar, ook toen al in gekanaliseerde vorm. Deze watergang had als belangrijke functie het bevloeien van de graslanden en het afvoeren van overtollig water. Het agrarische lint de Koestraat is ook goed zichtbaar op deze kaarten weliswaar in een meer grilliger verloop, toen in latere tijdsperiodes het agrarisch gebruik steeds functioneler werd ingericht is de Koestraat getransformeerd naar een rechte agrarische ader welke tot op heden aanwezig is. Plangebied

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

7

2. Ruimtelijke structuur van de omgeving 2.1. Bebouwingsstructuur De planlocatie voor de derde fase Loverbosch is momenteel onbebouwd. De huidige bebouwing van het gebied direct rond deze bouwlocatie bestaat voornamelijk uit boerderijen en vrijstaande bebouwing van, Loverbosch fases 1 & 2, langs de uitvalswegen naar de Voordeldonk, gelegen ten zuiden van het plangebied, en de Stegen, en de genoemde uitbreidingswijken. De voorgestane ontwikkeling sluit aan bij de woonfunctie van de aan de Westzijde grenzende eerste en tweede fase van Loverbosch. Momenteel wordt het gebied nog niet ontsloten door wegen anders dan de aangrenzende Koestraat. In de derde fase van Loverbosch wordt een nieuwe hoofdontsluiting gezocht aansluitend op de bestaande infrastructuur. Om de woonkwaliteit in fases 1 en 2 te waarborgen zal deze nieuwe hoofdontsluiting bij voorkeur niet via het woongebied van Loverbosch fase 1 en 2 lopen.

2.2. Landschapsstructuur Loverbosch ligt ten oosten van de bestaande bebouwde kom in het voormalige beekdal van de Beekerloop. De locatie bestaat uit gronden die in gebruik zijn als grasland en bouwland (akker). Buiten de planlocatie voor fase 3 zijn in het gebied verschillende fiets- wandel- en ruiterroutes aanwezig. Ook liggen er onverharde paden langs water, bomen en weilanden. De oorspronkelijke grillige en kleinschalige verkaveling is grotendeels verdwenen met de ruilverkavelings-periode. Wat er nog aan herinnert aan het oude landschap, is de typerende aaneenschakeling van veldjes en kleine populierenbossen die een reeks coulissen en doorzichten vormt en zo de overgang tussen het dorp en het buitengebied vormgeeft. Het landschap is zodoende altijd dichtbij. Midden door het masterplan Loverbosch, van de Stegen (noord) naar de Voordeldonk (zuid) ligt de Koestraat: een smalle landweg met aan weerszijden greppels en aan één zijde een robuuste rij eikenbomen. De bestaande populierenbosjes en paardenweitjes, vormen de rand van het dorp. Hier is de nieuwbouw van de eerste fase van Loverbosch aan toegevoegd en wordt fase 2 nu gerealiseerd. Aan de oostzijde van Loverbosch fase 1 en fase 2 wordt, ten oosten van de Koestraat nu Loverbosch fase 3 voorzien.

8

Landschappelijke elementen

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

2.3. Functionele structuur De locatie bestaat uit gronden die in gebruik zijn als grasland en bouwland (akker). Binnen de plancontour voor fase 3 zal de agrarische functie geheel komen te vervallen ten behoeven van woningbouw met een natuurlijke inrichting. De bosschage, centraal aan de oostzijde gelegen, zal worden behouden evenals de monumentale eikenboom aan de westzijde van het plangebied. De gronden gelegen aan de zuidzijde van fase 3 tot aan de Voordeeldonk zullen als agrarische gronden in gebruik blijven. Aan de noordzijde bevindt zich het volkstuinen complex van de ‘Eerste Volkstuinenvereniging Asten’. In het plangebied wordt uitsluitend woningbouw voorzien en de bijbehorende infrastructurele, groene- en ecologische structuren. Als gekeken wordt naar de functionele structuur op kernniveau is waarneembaar dat het plangebied wordt begrensd door woonfuncties aan de westzijde en bedrijfsmatige functies binnen bedrijventerrein Florapark aan de noordzijde. Meerdere (basis)voorzieningen zijn gelegen op zo’n 1,5km afstand van de planlocatie, voornamelijk in westelijke richting in- en rond het centrum van Asten. In zuid-westelijke richting vanuit het plangebied zijn enkele basisscholen gelegen welke een gunstige ligging kennen ten opzichten van het plangebied.

Het realiseren van een veilige en aantrekkelijke fiets-/wandelverbinding kan schoolgaande kinderen de mogelijkheid bieden op een veilige manier met de fiets of te voet naar school te gaan. Tevens wordt middels het zoeken van aansluitingen op fiets en wandelroutes de verbinding naar het centrum aantrekkelijker gemaakt voor de fiets en te voet.

Ligging ten opzichten van centrum

2.4. Waterstructuur Het gebied Loverbosch ligt binnen het beheergebied van Waterschap Aa en Maas. In het gebied liggen diverse watergangen waaronder A en B watergangen. De Beekerloop (een A-watergang) begrensd het gebied van oost naar west. Het beekdal van de Beekerloop is over het algemeen vrij breed en ondiep. De grondwaterstanden in het gebied zijn relatief hoog. Daardoor heeft het stelsel van watergangen in het gebied een belangrijke functie voor de afvoer van water in nattere perioden. Momenteel is het waterschap bezig delen van de Beekerloop opnieuw in te richten waarbij tegelijkertijd natuurvriendelijke oevers gerealiseerd worden. De herinrichting van de Beekerloop binnen het plangebied wordt meegenomen in het stedenbouwkundig ontwerp voor Loverbosch fase 3.

Fase 2 Fase 1

Verkeernetwerk

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

9

3. Planbeschrijving 3.1. Loverbosch 3 natuur inclusief Voor de inrichting van Loverbosch fase 3 heeft de gemeente besloten om uit te gaan van een natuur inclusief stedenbouwkundig concept. Voor de opzet van een natuur inclusieve wijk is er een soorten matrix van de basis soorten, zoals deze voorkomen in het plangebied, opgezet. Deze zijn aangedragen door Staro na het doen van onderzoek welke diersoorten gezien kunnen worden als “inwoner” van het plangebied of welke soort er zich mogelijk zou kunnen vestigen na een natuur inclusieve inrichting. Voor deze soorten is in onderstaande tabel aangeven wat het leefgebied van de betreffende soorten is. Uitgaande van de leefgebieden voor de basis soorten is een indeling op te stellen voor de gewenste voorzieningen t.a.v. habitatsfuncties, elk met een specifieke functie en inrichtingseisen. -

Voortplanting en verblijfplaats; Veiligheid; Foerageren.

Deze habitatsfuncties kunnen worden ondersteunt met diverse maatregelen en waarbij specifieke plantsoorten en inrichting een bepalende rol hebben. Naast de inrichtingseisen zijn er ook beheer maatregelen noodzakelijk om de instandhouding van de leefgebieden te waarborgen. Bovenstaande inrichtingseisen zijn door vertaald naar diverse biotopen waarin de doelsoorten zich het best kunnen ontwikkelen en handhaven. Hiervoor zijn binnen het plangebied een drietal kern biotopen ingericht. De biotopen volgen daarbij de contouren van het bestaande landschap. Voor de biotopen is, in combinatie met ecologische en landschappelijke structuren, een driedeling in het plangebied opgezet: 1: Het Bosrijke biotoop, gelegen langs de provinciale weg op de hogere gronden en aansluitend aan de al aanwezige boselementen 2: Het kruidenrijke biotoop: gelegen op het lagere deel van het plangebied en vormt daarmee een overgang naar het 3e vegetatie type 3: Het waterrijke biotoop: dit gebied is gelegen in het lagere deel van het plangebied waarbij de oude beekloop aanleiding is voor de inrichting van het gebied.

10

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Soortenmatrix Staro

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

11

3.2. Ruimtelijk concept

3.2.3. Uitbreiden waterstructuur

Het ruimtelijk concept voor Loverbosch fase 3 is naast bovengenoemde uitgangspunten gebaseerd op het thema natuur inclusief bouwen. Hiervoor is eerst door Staro geïnventariseerd welke waarden er momenteel in het gebied aanwezig zijn waarna deze als startpunt aangemerkt zijn om als kapstok voor de ontwikkeling te dienen. Van waaruit het ontwerp voor de landschappelijk/ecologische inrichting is voortgevloeid.

De bestaande waterstructuur binnen en rondom het plangebied wordt aangesterkt en uitgebreid. De bestaande slotenstructuur aan de randen van het plangebied wordt aangesterkt middels natuurvriendelijk oeverontwerp waarbij er uitgegaan wordt van een geleidelijke overgang tussen water en land met daarbinnen diverse zoneringen elk met andere beplanting. Hiermee wordt er aangehaakt op het voornemen van het waterschap om de Beekerloop en aansluitende watergangen natuurvriendelijk in te richten. Centraal wordt het oorspronkelijke tracé van de Beekerloop als referentie teruggebracht middels het realiseren van een uitgebreid wadi-landschap welke het originele tracé volgt.

3.2.1. Bestaande landschappelijke elementen handhaven en versterken Binnen het plangebied zijn verschillende landschappelijke elementen te vinden. Gezien de ecologische waarden die de elementen met zich mee dragen is ervoor gekozen deze als hoofdelement van het ruimtelijk concept te benaderen. Daarmee worden de elementen behouden / versterkt en komen bestaande ecologische waarden niet in het geding.

3.2.2. Landschappelijke elementen uitbreiden Aan de oostelijke rand van het plangebied bevinden zich een tweetal bosschages (een centraal in het gebied en een aan de rand binnen het terrein van het volkstuinencomplex). In de loop der tijd hebben zich verschillende flora en fauna zich binnen deze bosschages gehuisvest. Middels het onderling verbinden van de bosschages door een robuuste groene zone aan te brengen ontstaan er mogelijkheden tot migreren door het plangebied wat natuurlijke successie bevorderd. Als bijkomend voordeel biedt de groene omkadering een bufferzone tussen de N279 en het (toekomstig)woongebied. De groene omkadering dient tevens als uitgangspunt voor het landschappelijke casco.

12

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Bestaande landschappelijke elementen

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Uitbreiden landschappelijke elementen

Terugbrengen oude tracé Beekerloop

13

3.2.4. Inrichten volgens de drie biotopen Binnen de bovengenoemde landschappelijke kaders kan de driedeling in de biotopen worden aangeduid. De begrenzing van de biotopen zijn geen harde begrenzingen. De gebieden zullen geleidelijk aan in elkaar overlopen waarbij er hotspots worden gerealiseerd waar verschillende biotopen samenkomen en een grote diversiteit aan flora en fauna te vinden zal zijn. De diversiteit tussen de drie biotopen zal zich voornamelijk uiten in de inrichting van de openbare ruimte.

3.2.5. Biotopen met elkaar verbinden Vervolgens zijn de landschappelijke elementen en de biotopen aan elkaar gekoppeld middels grote robuuste groenzones. Deze zijn ruim opgezet en zullen dienen als migratieaders binnen het plangebied. Vanwege de aard van deze zoneringen zal de aanwezigheid van verharding en parkeren binnen deze zonering beperkt worden, waarmee flora en fauna voldoende ruimte krijgt om door het gebied te foerageren. Aan de inrichting van de “migratieaders” zullen de aanbevelingen van Staro ten grondslag liggen.

3.2.6. Woonvelden binnen een robuust landschappelijk raamwerk De ruimtelijke opzet die ontstaat vanuit het landschappelijke raamwerk leidt tot een onderverdeling in de volgende woonvelden. De woonvelden worden dusdanig ingedeeld dat deze een optimale relatie genieten met het landschappelijke raamwerk waarmee een woonmilieu ontstaat dat in optimale mate van de verschillende landschappelijke elementen kan profiteren. Tevens wordt het landschappelijk wonen voor de toekomstige bewoners nog tastbaarder.

14

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Verdelen biotopen

Stedenbouwkundig ontwerp Loverbosch fase 3

Maken migratieaders

Bouwvelden

15

4. Stedenbouwkundige uitwerking 4.1. Stedenbouwkundige opzet In de stedenbouwkundige opzet is uitgegaan van een opzet waarbij er zo veel als mogelijk gezocht wordt naar een relatie tussen de bebouwing en het ruim opgezette landschappelijk raamwerk. Vanwege het ruime landschappelijk raamwerk zijn de woonvelden intensiever verkaveld waarbij er een differentiatie gezocht is tussen verschillende bebouwingstypologieën. Er is gekozen om aaneengesloten bebouwing te beperken tot maximaal 5 woningen in een rij waarmee een speels straatbeeld ontstaat en lange doorlopende gevelvoering beperkt wordt. Tezamen zullen er verspringingen in de rooilijnen plaats vinden waarmee strakke lijnen binnen het landschappelijk raamwerk voorkomen worden. Binnen de woonvelden worden de gebieden als woonerf aangeduid waarmee de voetganger en fietser hier centraal staat en bewoners kunnen flaneren door het dwaalmilieu dat hier te vinden is, de auto is te gast. Gekoppeld aan de woonerven en het dwaalmilieu is centraal door het plangebied een fietsroute gesitueerd welke een noord-zuid verbinding vormt en een aansluiting vormt op de fietsroute naar het centrum. De fietsroute buigt af richting de Koestraat waar deze verder naar het noorden zal lopen. Aan de zuidzijde sluit de fietsroute weer aan op de hoofdontsluiting en vervolgens op de Koestraat aan de zuidzijde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=731f6437-1234-49cc-9533-1f4932f7bd72