RU23.06.07B Bijlage b - Ruimtelijke onderbouwing Gezandebaan 46a.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Golfbaan Het Woold
Colofon
Projectlocaties:
percelen ATN01-P-2171 en 2170 aan Sengersbroekweg perceel ATN01-P-1782
Datum:
27-10-2021, gewijzigd 15-02-2022, 11-04-2023
Opgesteld door:
Van Dun & Van Gerwen BV Heijtmorgen 10 5375 AN Reek T. 0486 450 160 E. info@vandun-vangerwen.nl I. www.vandun-vangerwen.nl
Projectnummer:
921100.001V / AvH
2 van 44
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1.
Aanleiding en doel ........................................................................................... 5
1.2.
Geldend planologisch regime ............................................................................ 6
1.3.
Leeswijzer ....................................................................................................... 7
2. Projectbeschrijving .......................................................................................... 8 2.1.
Bestaande situatie............................................................................................ 8
2.2.
Beoogde situatie ............................................................................................. 11
3. Beleidskader................................................................................................... 13 3.1.
Rijksbeleid...................................................................................................... 13
3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................ 13
3.2.1. 3.2.2. 3.2.3. 3.3.
Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................. 13 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 ............................................ 14 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................... 15
Gemeentelijk beleid......................................................................................... 20
3.3.1. 3.3.2. 3.3.3.
Omgevingsvisie Asten ............................................................................... 20 Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap................................. 21 Bestemmingsplan ..................................................................................... 22
4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 24 4.1.
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................... 24
4.2.
Waterhuishouding ........................................................................................... 24
4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.3.
Natuur ........................................................................................................... 30
4.3.1. 4.3.2. 4.4.
Waterrelevant beleid................................................................................. 24 Bestaande waterhuishoudkundige situatie .................................................. 26 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ..................................................... 27 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................... 30 Wet natuurbescherming ............................................................................ 32
Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie......................................................... 35
4.4.1. 4.4.2.
Cultuurhistorie en aardkunde..................................................................... 35 Archeologie .............................................................................................. 36
4.5.
Bodemkwaliteit ............................................................................................... 37
4.6.
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 38
4.7.
Geur .............................................................................................................. 38
4.8.
Luchtkwaliteit ................................................................................................. 39
4.8.1.
Niet in betekenende mate ......................................................................... 39
4.9.
Geluid ............................................................................................................ 40
4.10.
Verkeer en parkeren .................................................................................... 41
3 van 44
4.11. 4.11.1. 4.11.2. 4.12.
Externe veiligheid ........................................................................................ 41 Regelgeving ............................................................................................. 41 Toetsing aan beleid .................................................................................. 41 Technische infrastructuur ............................................................................. 42
5. Bijlagen .......................................................................................................... 43 Bijlage 1 Landschappelijke inpassing ........................................................................... 43 Bijlage 2 Quickscan Flora en Fauna ............................................................................. 43 Bijlage 3 toelichting invoergegevens Aerius-berekening ................................................ 43 Bijlage 4 Aerius-berekening beoogde situatie ............................................................... 43 Bijlage 5 Hoogtelijnen en rondwatermodellering Golfbaan............................................. 43
4 van 44
1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, de ligging van de projectlocaties, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel Golfbaan Het Woold (initiatiefnemer), aan de Gezandebaan-Veluwsedijk te Heusden, beslaat ruim 80 hectare met een golfbaancomplex en bijbehorende faciliteiten. Het golfcomplex bestaat uit twee banen, namelijk een 18-holes championship course en een 9- holes PAR3 baan. Naast de twee banen beschikt Golfbaan Het Woold over uitgebreide trainingsfaciliteiten aan de Gezandebaan rondom en aansluitend gelegen aan het clubhuis. In het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ is voor Golfbaan Het Woold een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor onder andere het uitbreiden van bedrijfsbebouwing op het perceel aan de Sengersbroekweg, kadastraal perceel ATN01-P-2171 (voorheen 1941). Golfbaan Het Woold is voornemens om de bedrijfsbebouwing (werktuigenloods) ten dienste van het onderhoud van de golfbaan, die al mogelijk gemaakt wordt in het hiervoor genoemde bestemmingsplan, te verplaatsen naar een ander perceel binnen het golfbaancomplex. De bouwmogelijkheden en de daaraan gekoppelde landschappelijke inpassing, aan de Sengersbroekweg (kadastraal perceel ATN01P-2171 en 2170, komen dan te vervallen.
Aanleiding hiervoor is de uitbreiding van het naastgelegen Gedenkbos van de stichting Gedenkbos Asten. De gemeente Asten ziet aanknopingspunten in het ruimtelijk beleid voor het realiseren van de gewenste ontwikkeling van het golfbaanterrein en is in principe bereid medewerking te verlenen aan het plan. Hierdoor kan het project meegenomen in het bestemmingsplan ‘Verzamelplan Asten – 2021’. Op navolgende afbeelding zijn de projectlocaties weergegeven. Het huidige bouwvlak aan de Sengersbroekweg, percelen ATN01-P-2171 en deels 2170, zijn blauw omlijnd. Het beoogde bouwvlak is rood omlijnd, perceel ATN01-P-1782.
Afbeelding 1: weergave huidig bouwvlak (blauw) en beoogd bouwvlak (rood) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
5 van 44
1.2. Geldend planologisch regime De volgende bestemmingsplannen zijn vigerend voor de locaties: - Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit), vastgesteld op 06-07-2021; - Asten Verzamelplan 2019-2, onherroepelijk vastgesteld op 13-02-2020; - Asten Parapluplan Wonen 2019, onherroepelijk vastgesteld 04-02-2020; - Asten Verzamelplan 2019-1, vastgesteld 25-06-2019; - Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1), onherroepelijk vastgesteld 16-042019. In het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen op de verbeelding voor het perceel aan de Sengersbroekweg, kadastraal bekend als ATN01-P-2171 en deels 2170: - Enkelbestemming: Sport – Golfaccommodatie; - Dubbelbestemming: Waarde -Archeologie 3; - Bouwvlak; (1.500 m2) gedeeltelijk - Functieaanduiding: specifieke vorm van groen – landschappelijke maatregelen 2; - Functieaanduiding: specifieke vorm van sport – opslag – en werktuigenberging 2; (gedeeltelijk) - Gebiedsaanduiding: overige zone – overbelast gebied; - Gebiedsaanduiding: overige zone – recreatief ontwikkelingsgebied. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ weergeven ter plaatse van de locatie aan de Sengersbroekweg, kadastraal bekend als ATN01-P-2171 en deels 2170.
Perceel 2171 en 2170
Afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
In het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen op de verbeelding voor het perceel tussen de Kornhoenweg en Gezandebaan, kadastraal bekend als ATN01-P-1782: - Enkelbestemming: Sport – Golfaccommodatie; Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ weergeven ter plaatse van de locatie, kadastraal bekend als ATN01-P-1782:
6 van 44
Perceel 1782
Afbeelding 3: uitsnede verbeelding bestemmingsplan '‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
In het bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2019-2’ is de gebiedsaanduiding: overige zone – regels GRP opgenomen. Hierin zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot riolering opgenomen. Binnen navolgende bestemmingsplannen zijn geen bestemmingen en aanduidingen opgenomen voor boven genoemde locaties: - Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit) vastgesteld op 06-07-2021; - Asten Parapluplan Wonen 2019 onherroepelijk vastgesteld 04-02-2020; - Asten Verzamelplan 2019-1’ vastgesteld 25-06-2019. De bestemmingen en aanduidingen zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ zijn daarom geldend voor de projectlocaties. De gewenste activiteiten, het verplaatsen van het bouwvlak binnen de bestemming 'Sport – Golfaccommodatie' met de bijbehorende functieaanduiding ‘specifieke vorm van sport – opslag – en werktuigenberging 2’ en het verwijderen van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke maatregelen 2’ is in het bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2019-1’ niet rechtstreeks toegestaan. 1.3. Leeswijzer In deze ruimtelijke onderbouwing zijn in het eerste hoofdstuk een inleiding op het project gegeven, waarin de aanleiding, het doel, de ligging van de projectlocaties, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven.
In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieu-hygiënische en planologische aspecten beschreven.
7 van 44
2. Projectbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de projectlocaties. 2.1. Bestaande situatie De locaties, kadastrale percelen 2170, 2171 en 1782 maken onderdeel uit Golfbaan Het Woold, aan de Gezandebaan-Veluwsedijk te Heusden. De locaties liggen in het buitengebied van de gemeente Asten ten zuiden van de kern Heusden. De ruimtelijke structuur is een afspiegeling van de ontstaansgeschiedenis. De golfbaan is gelegen in de Centrale Slenk. De Centrale Slenk is vanuit geologisch oogpunt een dalingsgebied. Door met name zandverstuivingen is er in het gebied reliëf ontstaan. Golfbaan Het Woold is op de hogere delen gelegen op enige afstand van de lagere delen rondom de Eeuwselse Loop gelegen. Op de hoger gelegen dekzandruggen zijn gehuchten, akkers en wegen ontstaan. De droge heidegebieden werden gebruikt voor de beweiding van schapen en steken van plaggen. Door overbeweiding ontstonden stuifzanden welke later bebost zijn om het verstuivingsgevaar tegen te gaan. De weg, Gezandebaan, maakt in dit gebied onderdeel uit van het historisch wegenpatroon, waarlangs het gebied in ontwikkeling (jonge heideontginning) is gebracht.
Deze jonge heideontginning kenmerkt zich door een rationele verkaveling en een relatief open landschap: het gebied bestaat voornamelijk uit akkerland met daartussen enkele wegen die duidelijk herkenbaar zijn in het landschap vanwege de aanwezige bomenrijen. Tevens zijn duidelijk de aanwezige solitair liggende boskavels te zien (hoger gelegen denkzandruggen). De aanwezige bebouwing, in het gebied, ligt relatief kort aan de straat en bestaat voornamelijk uit agrarische bedrijven met een bedrijfswoning.
Percelen 2170 en 2171 (huidig bouwvlak)
In het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ is ten behoeve van de Golfbaan Het Woold een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor onder andere het uitbreiden van bedrijfsbebouwing naar maximaal 1.500 m2 op het perceel aan de Sengersbroekweg, kadastraal perceel ATN01-P-2171 (voorheen 1941). De beoogde bedrijfsbebouwing (werktuigenloods) op het perceel 2171 is nog niet gerealiseerd. Op een gedeelte van perceel 2170 is een gedenkbos gelegen van de stichting Gedenkbos Asten. In het gedenkbos worden bomen geplant als herinnering aan iemand die dierbaar is, bijvoorbeeld de geboorte van een kind, een vriendschap, een overleden familielid. Soms worden er bomen geplant omdat iemand een bedrijf is gestart. Golfbaan Het Woold heeft deze grond ter beschikking gesteld ten behoeve van het gedenkbos. Op navolgende afbeelding zijn de percelen 2170 en 2171 weergegeven. Op deze afbeelding is het huidige bouwvlak (blauw omlijnd) van 1.500 m2 en het gedenkbos aangeduid.
8 van 44
Projectlocatie perceel 2171 en deels perceel 2170 Bouwvlak 1.500 m2
Gedenkbos
Afbeelding 4: weergave huidige situatie percelen 2170 en 2170
Perceel 1782 (beoogd bouwvlak)
Golfbaan Het Woold is voornemens om het bestaande bouwvlak te verplaatsen naar perceel 1782. Op navolgende afbeelding een luchtfoto van perceel 1782 weergegeven, waarop het beoogde bouwvlak rood omlijnd is. Perceel 1782 is deels verhard en wordt momenteel gebruikt voor de opslag van bouwmaterialen, zand en split ten behoeve van het onderhoud van de greens, gebouwen en paden van Golfbaan Het Woold.
Beoogd bouwvlak 1.390 m2
Afbeelding 5: weergave huidige situatie perceel 1782
Op afbeelding 6 en afbeelding 7 zijn foto’s van de opslag materialen op perceel 1782 weergegeven. Deze foto’s zijn vanaf de westelijke zijde van het beoogde bouwvlak genomen. Het perceel is afgesloten
9 van 44
door een hek aan het zandpad. Rondom de bouwmaterialen staan diverse bomen om het geheel uit het zicht te onttrekken, zie afbeelding 8 en afbeelding 9.
Afbeelding 6: weergave huidige situatie perceel 1782
Afbeelding 7: weergave huidige situatie perceel 1782
Afbeelding 8: weergave huidige situatie groenstructuur Afbeelding 9: weergave huidige situatie groenstructuur
afbeelding 8
afbeelding 9 afbeelding 6 & afbeelding 7
Afbeelding 10: beoogd bouwvlak werktuigenloods
10 van 44
2.2. Beoogde situatie Golfbaan Het Woold is voornemens om de werktuigenloods ten dienste van het onderhoud van de golfbaan, die al mogelijk gemaakt wordt in het huidige bestemmingsplan, te verplaatsen naar een ander perceel binnen het golfbaancomplex. De bouwmogelijkheden en de daaraan gekoppelde landschappelijke inpassing aan de Sengersbroekweg (kadastraal perceel ATN01-P-2171 en 2170 komen dan te vervallen. Aanleiding hiervoor is de uitbreiding van het naastgelegen gedenkbos van de stichting Gedenkbos Asten. Golfbaan Het Woold is voornemens om de beoogde werktuigenloods deels op perceel 1782 te realiseren. Het beoogde bouwvlak heeft een omvang van ongeveer 1.390 m2 en is daarmee kleiner dan het bestaande bouwvlak aan de Sengersbroekweg van 1.500 m 2. Hierdoor is het beoogde bouwvlak passend binnen de bestaande groenstructuren. De beoogde werktuigenloods heeft een afmeting van ongeveer 33 meter bij 18 meter en wordt binnen het beoogde bouwvlak gerealiseerd. Ten behoeve van de werktuigenbouwloods wordt de poel gedempt en een deel van de bestaande aarden wal, ten oosten van de werf, verwijderd. Het overige deel van de bestaande aardenwal blijft behouden. De huidige werf, waar momenteel bouwmaterialen zijn opgeslagen, bestaat uit halfverharding. In de beoogde situatie wordt het bouwvlak voor het grootste deel verhard.
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling wordt een klein oppervlak aan wilgenopslag verwijderd. De omliggende bomen blijven gehandhaafd en de werktuigenloods wordt landschappelijk ingepast met gebiedseigen beplanting. Op navolgende afbeelding is het beoogde bouwvlak en de werktuigenloods weergegeven. Daaromheen zijn de omliggende groenstructuren weergegeven waarin ook het water wordt opgevangen en kan infiltreren in de bodem. Door de verplaatsing van het bouwvlak komt de beoogde werktuigenloods centraal te liggen binnen het golfbaancomplex. Vanaf de beoogde locatie van de werktuigenloods zijn de diverse greens te bereiken.
Afbeelding 11: beoogd bouwvlak werktuigenloods
11 van 44
In navolgende afbeelding is het gedenkbos weergegeven en de beoogde vergroting. Het bestaande gedenkbos van ongeveer 19.842 m2 wordt vergroot met 4.920 m2. In de beoogde situatie heeft het gedenkbos een oppervlakte van 24.762 m2.
Vergroting gedenkbos
Bestaand gedenkbos
Afbeelding 12: beoogde situatie gedenkbos
12 van 44
3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het project wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Gezien het project dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 3.1. Rijksbeleid Gezien het project dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 3.2. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie, Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is: ‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.
Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is: ‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het project voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. De beoogde werktuigenloods wordt zo gesitueerd dat deze landschappelijk is ingepast zodat deze opgaat in de bestaande groenstructuren. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het project past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.
13 van 44
3.2.2. Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014
De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en in werking getreden op 19 maart 2014. De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie is vertaald in de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Volgens de structurenkaart, zie navolgende afbeelding, liggen de locaties in het accentgebied agrarische ontwikkeling. In de structurenkaart zijn gebieden aangegeven waarin de provincie ruimte en kansen ziet om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. De Peelstreek van Mill tot Someren behoort hier ook toe. Dit is een jonge ontginning met een modern en grootschalig landschap waarin de intensieve veehouderij en glastuinbouwsector een sterke positie hebben.
Het is een open gebied, omgeven door grote natuurgebieden waarvan enkele Natura 2000-gebieden. Midden in het gebied liggen enkele grote bosgebieden en landgoederen. Het accentgebied agrarische ontwikkeling wordt gekenmerkt door mogelijkheden om de positie van de aanwezige sectoren te versterken. Binnen het accentgebied zijn de regels voor gemend landelijk gebied geldend. In het gemengde landelijke gebied vindt een vermenging van functies plaats. Naast het gebruik van de gronden ten behoeve van de land- en tuinbouw, is er ook plaats voor natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Omdat de locaties in het gemengde landelijk gebied liggen, hanteert de provincie het multifunctionele gebruik als uitgangspunt. Golfbaan Het Woold is dus onderdeel van een multifunctioneel gebied. In de directe omgeving vindt naast agrarische bedrijven, kleinschalige stedelijke functies, natuur en recreatie plaats. Onderhavig project betreft het verplaatsen van een bestaand bouwvlak ten behoeve van werktuigenloods van Golfbaan Het Woold. Zowel het bestaande als het beoogde bouwvlak zijn binnen het golfbaancomplex gelegen. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op ontwikkelmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven en natuurwaarden. Derhalve sluit onderhavig project aan bij de ambitie van de provincie voor het accentgebied agrarische ontwikkeling.
Het project past daarom binnen de uitgangspunten van de Sv 2014.
14 van 44
Projectlocaties
Afbeelding 13: uitsnede structurenkaart Sv 2014 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
3.2.3. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De laatste versie van de Iov is op 27 november 2020 door Provinciale Staten vastgesteld en is per 5 december 2020 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveaus zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2.
Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin de locaties liggen. In dit geval liggen de percelen 2170 en 2171 (huidig bouwvlak) in de werkingsgebieden ‘Gemengd landelijk gebied’; ‘Landelijk gebied’ en ‘Salderingsgebied’, zie navolgende afbeelding.
15 van 44
Huidig bouwvlak
Afbeelding 14: uitsnede viewer Iov percelen 2170 en 2171 (kaartlagen hst. 3) (bron: viewer Iov 8-12-2020)
Het beoogd bouwvlak, perceel 1782, ligt in ‘Attentiezone waterhuishouding’; ‘Reserveringsgebied waterberging’; ‘Gemengd landelijk gebied’; ‘Landelijk gebied’; ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ zie navolgende afbeelding.
Beoogd bouwvlak
Afbeelding 15: uitsnede viewer Iov, perceel 1782 (kaartlagen hst. 3) (bron: viewer Iov 8-12-2020)
Het beoogde bouwvlak is gelegen in het gebied voor Attentiezonde waterhuishouding. In artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding van iov zijn regels opgenomen. Er zal derhalve worden getoetst aan artikel 3.26 voor Attentiezonde waterhuishouding. Ditzelfde geldt voor de aanduiding Reservering waterberging. Hiervoor zijn regels opgenomen in artikel 3.36 van de Iov. Ook aan deze regels zal getoetst moeten worden.
16 van 44
In artikel 3.51 zijn de afwijkende regels ten aanzien van de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ opgenomen. Deze regels beperken de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen. Met het project worden geen bedrijfsmatige veehouderijactiviteiten mogelijk gemaakt. Het artikel is derhalve niet van toepassing op het project. Verder bevat artikel 3.52 aanvullende regels ten aanzien van het stalderingsgebied. Deze regels hebben betrekking op een toename in de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren. Het project heeft geen betrekking op een veehouderij. De regels met betrekking tot het stalderingsgebied zijn derhalve niet van toepassing. Afdeling 3.6 bevat de voorwaarden voor een vitaal platteland, die onder andere van toepassing zijn op het gemengd landelijk gebied. Met het project wordt het bestaande bouwvlak verplaatst binnen Golfbaan Het Woold. Er zal derhalve worden getoetst aan artikel 3.72 voor bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied. Aan de relevante artikelen zal hierna worden getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.
Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Bij voorliggend project is sprake van een bestaand bouwperceel dat verplaatst wordt. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast wordt het bouwperceel verkleind van 1.500 m 2 naar 1.390 m2. De bebouwingsmogelijkheden worden daarmee in de beoogde situatie verkleind. De beoogde werktuigenloods kan volledig binnen het bouwperceel worden gerealiseerd.
Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond; - de netwerklaag; - de bovenste laag. Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen.
17 van 44
Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het project op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de verplaatsing van het bouwvlak aan de Sengersbroekweg (kadastraal perceel 2171) naar (gedeeltelijk) kadastrale perceel 1782. Hierdoor kan het naastgelegen gedenkbos, van stichting Gedenkbos Asten, uitbreiden waardoor er meer gedenkbomen geplant kunnen worden. Het project levert hierdoor een maatschappelijke bijdrage door deze gronden ter beschikking te stellen. Met de realisatie van de beoogde werktuigenloods wordt rekening gehouden met de bestaande groenstructuren zodat de loods uit het zicht onttrokken wordt.
Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Asten is ‘Structuurvisie Kwaliteitsverbetering’ (vastgesteld 13-03-2015) van het toepassing. De impact wordt gebaseerd op het verschil in planologische mogelijkheden op de onderstaande aspecten: - de grootte van een ontwikkeling (vergroting bouwvlak/bouwvolume); - wordt er gebruik gemaakt van nieuw of bestaand terrein/bebouwing; - nadelige effecten voor de omgeving (geluid, geur, verkeer, aantasting natuur en landschap enz.); - gewenste ontwikkeling op basis van beleid (bijv. recreatie). Per bovenstaand aspect kan positief (+), neutraal (0) of negatief (-) gescoord worden.
De beoogde ontwikkeling is beoordeeld naar aanleiding van de diverse aspecten: - er is sprake van een kleine ontwikkeling waarbij het bestemmingsvlak en/of het bouwvolume wordt verkleind: +
In de beoogde situatie wordt het bestaande bouwvlak verplaatst. Er vindt geen oprichting of uitbreiding plaats van een bouwvlak. Daarnaast wordt verkleind van 1.500 m 2 naar ongeveer 1.390 m2.
-
er wordt bestaande bebouwing en terreinverharding hergebruikt en overtollige bebouwing of verharding wordt gesloopt resp. verwijderd: +
De percelen 1782 zijn deels al voorzien van verharding. Hier wordt momenteel bouwmateriaal opgeslagen. Het bestaande bouwvlak (en daarmee de bebouwingsmogelijkheden) op perceel 2171 wordt verplaatst naar perceel 1782. Het bouwvlak wordt daarbij verkleind. Hierdoor vindt er een afname plaats van de totale verharding. -
het initiatief heeft geen negatief/positief effect op de omgeving: 0
Met het realiseren van de beoogde werktuigenloods wordt rekening gehouden met bestaand omliggend groen. Daarnaast wordt het huidig bouwvlak ter beschikking gesteld voor het
18 van 44
stichting Gedenkbos Asten waardoor daar bomen geplant kunnen worden. In totaal zal de hoeveelheid groen toenamen door dit project. -
voor het initiatief zijn geen beleidsuitgangspunten: 0
Het bouwvlak aan de Sengersbroekweg (kadastraal perceel 2171) van 1.500 m 2 en het 3.420 m2 (overig gedeelte perceel 2171 en 2170), in totaal 4.920 m2 wordt in de beoogde situatie ter beschikking gesteld ten behoeve van de uitbreiding van het naastgelegen gedenkbos van stichting Gedenkbos Asten. Er vindt dus een maatschappelijke kwaliteitsverbetering plaats door 4.920 m2 grond ter beschikking te stellen aan het gedenkbos. Uiteindelijk zal door het aanplanten van gedenkbomen de aanwezige groenstructuren op de locatie toenemen. Hierdoor worden de aanwezige landschapselementen versterkt. Door de verplaatsing van het bouwvlak naar kadastrale perceel 1782, waar momenteel buitenopslag plaats vindt van onder andere bouwmaterialen én het verkleinen van het bouwvlak van 1.500 m 2 naar 1.390 m2 vindt er een afname plaats van de totale verharding.
Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er het project zowel positief als neutraal scoort. Hierdoor kan de ontwikkeling aangemerkt als een categorie ‘geen impact’ ontwikkeling wat betekent dat er geen kwaliteitsverbetering gevraagd wordt. Zoals eerder beschreven is de locatie van de beoogde werktuigenloods reeds landschappelijk ingepast. Met de beoogde ontwikkeling wordt de bestaande poel en de aarden wal met begroeiing ten oosten van het beoogde bouwvlak deels verwijderd. De overige delen van de aarden wal rond het beoogde bouwvlak blijven intact. Tevens wordt een klein oppervlak wilgenopslag verwijderd. Alle bomen blijven gehandhaafd. Vanuit Golfbaan Het Woold is wenselijk dat de werktuigenloods niet direct zichtbaar is. De beoogde werktuigenloods wordt daarom landschappelijk ingepast met gebiedseigen beplanting om deze zo veel mogelijk uit het zicht te onttrekken door bestaande omliggende groenstructuren zoals bomen, struiken en de bestaande aardewal. In bijlage 1 is de landschappelijke inpassing van de beoogde situatie weergegeven. Attentiezone waterhuishouding (artikel 3.26) Een bestemmingsplan, binnen de aanduiding ‘attentiezone waterhuishouding’ sluit functies en activiteiten uit die uit een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.
Een bestemmingsplan stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Deze regels zijn niet van toepassing voor werkzaamheden die behoren tot het normale beheer en onderhoud. Ten tijden van de aanvraag omgevingsvergunning onderdeel bouw wordt getoetst aan regels uit artikel 3.26 van Iov. Hierdoor is geborgd dat de boogde activiteit geen negatieve effecten hebben.
In de regels van dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen waarin functies en activiteiten, die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant, worden uitgesloten. Uit paragraaf 4.1.3 blijkt de uitvoering van het beoogde project niet leidt tot het wijzigen van grondwaterstand. Geconcludeerd kan worden dat project geen negatieve gevolgen heeft voor de omgeving. In de beoogde situatie is er sprake van een afname van het totaal verhard oppervlakte. Gezien de aard en omvang van de beoogde activiteiten heeft de uitvoering van dit project weinig tot geen effect op de hydrologische instandhoudingsdoelen ten behoeve van het NNB gebied.
19 van 44
Reservering waterberging (artikel 3.36) Een bestemmingsplan van toepassing op ‘reservering waterberging’ strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies.
In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt nadere toelichting gegeven over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat het project voorziet in een ontwikkeling van functies. Dit is beschreven in paragraaf 4.2 waterhuishouding. Hieruit blijkt dat de het waterbergend vermogen van het gebied blijft behouden. In de beoogde situatie is er sprake van een afname van het totaal verhard oppervlakte van maximaal 1.500 m 2 naar maximaal 1.390 m2. Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen. In de regels van dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen waarin het waterbergend vermogen van het gebied is geborgd. Bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied (artikel 3.71)
In artikel 3.71 van de Iov zijn regels opgenomen bestaande niet-agrarische functie in het landelijk gebied. Deze regels moeten geborgd worden in het bestemmingsplan: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied.
Golfbaan Het Woold is voornemens om de werktuigenloods ten dienste van het onderhoud van de golfbaan, die al mogelijk gemaakt wordt in het huidige bestemmingsplan (‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1))’ te verplaatsen naar een ander perceel binnen het golfbaancomplex. De bouwmogelijkheden aan de Sengersbroekweg (kadastraal perceel ATN01-P-2171 komen dan te vervallen. Middels dit project worden de planologische gebruiksactiviteiten vastgelegd. Conclusie Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke omgevingsvisie, structuurvisie en het bestemmingsplan.
3.3.1. Omgevingsvisie Asten
Op 5 oktober 2021 is de ‘Omgevingsvisie Asten’ door de gemeenteraad van gemeente Asten vastgesteld. In de omgevingsvisie staat beschreven wordt aangegeven wat gemeente en samenleving belangrijk vindt om te behouden, te versterken ten te ontwikkelingen. Per deelgebied is een visie beschreven. De locaties zijn gelegen in het deelgebied ‘Groen Genieten’ en zijn gelegen in of in de directe nabijheid van bospercelen. De bospercelen worden veelal gescheiden door agrarische percelen en een aantal woningen in het groen. De bossen zijn recreatief aantrekkelijk, divers en de biodiversiteit is hoog. De bossen vormen belangrijke gebieden die toegankelijk zijn voor iedereen. In de visie wordt beschreven dat deze toegankelijkheid behouden moet worden. Ook is beschreven dat de gehuchtenstructuur en de
20 van 44
afwisseling tussen verspreid gelegen agrarische percelen, woningen in het groen en kleine bospercelen behouden moeten worden. In het deelgebied ‘Groen Genieten’ wordt kansen gezien voor het meervoudig ruimtegebruik. Daarbij wordt aangegeven dat de economische functies in onder andere toeristische-recreatieve en agrarische sector belangrijk zijn in dit gebied. Deze zorgen voor werk en inkomen. Voor het gebied zijn doelstellingen beschreven voor vitale kernen, klimaatbestendig en energieneutraal Asten, transformatie buitengebied. Hierin zijn onder andere doelstellingen opgenomen voor het: - ontwikkelen van kleinschalige bedrijvigheid en recreatieve functies; (vitale kernen) - ontwikkelen van een gezonde en activerende leefomgeving, met veilige en aantrekkelijke plaatsen om te bewegen en elkaar te ontmoeten; (vitale kernen) - vernieuwen en waar mogelijk uitbreiden van de bossen; (klimaatbestendig en energieneutraal Asten) - Het versterken van de kwaliteit, biodiversiteit en de groene belevingswaarde, onder andere door het vergroten van de kwaliteit van de bossen; (klimaatbestendig en energieneutraal Asten) - Stimuleren van recreatieve ontwikkelingen die qua aard en schaal passen in de omgeving en een toevoeging vormen op het bestaande recreatieve aanbod; (transformatie buitengebied).
Met het project wordt de bestaande bouwmogelijkheden aan de (kadastraal perceel 2171) van, Golfbaan Het Woold, verplaatst naar een andere locatie. Daarbij wordt het bouwvlak verkleind van 1.500 m2 naar 1.390 m2 waardoor er een afname plaats vindt van verharding. Het bestaande bouwvlak aan de Sengersbroekweg en het overig gedeelte perceel 2171 en 2170, in totaal 4.920 m2 wordt daarbij ter beschikking gesteld ten behoeve van de uitbreiding van het naastgelegen gedenkbos van stichting Gedenkbos Asten. Hierdoor wordt het bestaande (gedenk)bos uitgebreid. Waardoor de kwaliteit, biodiversiteit en de groene belevingswaarde van de percelen en de directe omgeving versterkt en vergroot wordt. Het beoogde bouwvlak maakt daarnaast al onderdeel uit van de huidige recreatieve activiteiten, golf, in dit gebied. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling passend is binnen de visie voor het deelgebied ‘Groen Genieten’ dat opgenomen is in ‘Omgevingsvisie Asten’.
3.3.2. Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap
Op 14 december 2014 is de ‘Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap’ door de gemeenteraad van gemeente Asten vastgesteld. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied, zoals agrarische en recreatieve ontwikkelingen en kleinschalige dienstverlening zijn mogelijk. Ook de ontwikkeling van andere (rode) functies is onder voorwaarden mogelijk. De structuurvisie is een richtinggevende beleidsdocument waarin beschreven is welke bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en hoe dit geborgd wordt. Golfbaan Het Woold is voornemens om de werktuigenloods ten dienste van het onderhoud van de golfbaan, die al mogelijk gemaakt wordt in het bestemmingsplan Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1), te verplaatsen naar een ander perceel binnen het golfbaancomplex. De bouwmogelijkheden aan de Sengersbroekweg (kadastraal perceel ATN01-P-2171 komen dan te vervallen. De beoogde werktuigenloods is hierdoor centraal gelegen tussen de greens. Volgens de ‘Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap’ heeft de beoogde ontwikkeling geen impact op het landschap. Dit is beschreven in paragraaf 3.3.2.
Hierdoor wordt er geen tegenprestatie gevraagd voor de beoogde ontwikkeling. Met het beoogde project wordt het perceel aan de Sengersbroekweg ter beschikking gesteld aan het stichting Gedenkbos Asten. Hierdoor wordt er een maatschappelijke bijdrage geleverd. Daarnaast wordt de beoogde werktuigenloods zorgvuldig ingepast zodat deze opgaat in de bestaande omliggende groenstructuren, zoals bomen, struiken en aardewal.
21 van 44
3.3.3. Bestemmingsplan
Zoals al in de inleiding van deze ruimtelijke onderbouwing beschreven zijn voor de projectlocaties de volgende bestemmingsplannen geldend: - Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit), vastgesteld op 06-07-2021; - Asten Verzamelplan 2019-2, onherroepelijk vastgesteld op 13-02-2020; - Asten Parapluplan Wonen 2019, onherroepelijk vastgesteld 04-02-2020; - Asten Verzamelplan 2019-1, vastgesteld 25-06-2019 - Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1), onherroepelijk vastgesteld 16-042019. In het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen op de verbeelding voor het perceel aan de Sengersbroekweg, kadastraal bekend als ATN01-P-2171 en deels 2170: - Enkelbestemming: Sport – Golfaccommodatie; - Dubbelbestemming: Waarde -Archeologie 3; - Bouwvlak; (1.500 m2) (gedeeltelijk) - Functieaanduiding: specifieke vorm van groen – landschappelijke maatregelen 2; - Functieaanduiding: specifieke vorm van sport – opslag – en werktuigenberging 2; (gedeeltelijk) - Gebiedsaanduiding: overige zone – overbelast gebied; - Gebiedsaanduiding: overige zone – recreatief ontwikkelingsgebied. In het bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2019-2’ is de gebiedsaanduiding: overige zone – regels GRP opgenomen. Hierin zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot riolering opgenomen.
Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ weergeven ter plaatse van de locatie aan de Sengersbroekweg, kadastraal bekend als ATN01-P-2171 en deels 2170.
Perceel 2171 en 2170
Afbeelding 16: uitsnede verbeelding bestemmingsplan '‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
In het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen op de verbeelding voor het perceel, kadastraal bekend als ATN01-P-1782: - Enkelbestemming: Sport – Golfaccommodatie;
22 van 44
In het bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2019-2’ is de gebiedsaanduiding: overige zone – regels GRP opgenomen. Hierin zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot riolering opgenomen. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’ weergeven ter plaatse van percelen ATN01-P1782.
Perceel 1782
Afbeelding 17: uitsnede verbeelding bestemmingsplan '‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
De gewenste activiteiten, verplaatsen van het bouwvlak binnen de bestemming 'Sport – Golfaccommodatie' met de bijbehorende functieaanduiding ‘specifieke vorm van sport – opslag – en werktuigenberging 2’ en het verwijderen van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke maatregelen 2’ is in het bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2019-1’ niet rechtstreeks toegestaan.
23 van 44
4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven.
In de beoogde situatie wordt de werktuigenloods ten dienste van het onderhoud van de golfbaan, die al mogelijk gemaakt wordt in het huidig bestemmingsplan ‘Asten Veegplan 2017-1 (herstelbesluit Achtermijterbaan 1)’, te verplaatsen naar een ander perceel binnen het golfbaancomplex. De toetsing van de milieuhygiënische en planologische aspecten heeft daarom alleen betrekking de percelen 1782 ter plaatse van het beoogde bouwvlak en werktuigenloods. 4.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder plannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden.
- Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden. Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat geen significante negatieve effecten worden verwacht op de Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Een golfbaan komt in de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. niet voor. Er geldt voor het initiatief derhalve geen (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. 4.2. Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen.
Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het project op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ▪ Beoogde waterhuishoudkundige situatie.
4.2.1. Waterrelevant beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen
24 van 44
het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; Een betere waterveiligheid door preventie; Koppeling van waterberging en droogtebestrijding. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn ook instructieregels opgenomen voor waterschappen. Op de kaart behorende bij deze instructieregels ligt een deel van het beoogde bouwvlak in reservering waterberging, zie navolgende afbeelding. Deze reserveringsgebieden zijn laaggelegen beekdalen waar de kans op een overstroming aanwezig is. Mede gezien de klimaatverandering is het van belang het waterbergend vermogen te behouden. Ontwikkelingen die het waterbergend vermogen verminderen zijn in deze niet wenselijk.
In paragraaf 3.2.3 getoetst aan wordt getoetst aan de regels opgenomen in de Iov met betrekking tot ‘Reservering waterberging’. In paragraaf 4.2.3. wordt nader toelichting gegeven op wat de gevolgen van de bouw van de loods zijn voor het waterbergend vermogen.
Beoogd bouwvlak
Afbeelding 18: uitsnede viewer Iov kaart 'Instructieregels gemeente: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging' (bron: viewer Iov 8-12-2020)
De wijze waarop de provincie omgaat met water, is beschreven in het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027). Provinciale Staten hebben op 3 december 2021 het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027) vastgesteld (RWP). Hiermee is de RWP de opvolger van het Provinciaal Milieu en waterplan (PMWP). Het RWP zal op 22 december 2021 in werking treden. Door middel van het RWP wordt beleid vastgesteld om te komen tot een klimaat robuust water en bodemsysteem in 2050, en zorg te dragen voor veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie Noord-Brabant. Belangrijk uitgangspunt van het RWP is de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) als een mijlpaal op weg naar een klimaatrobuust en veerkrachtig water- en bodemsysteem in 2050. In dit programma ligt de focus op zuinig zijn op water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet
25 van 44
toegerust zijn op natte én droge tijden (systeemgericht). Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels is bekend dat het doel om moet en dat er zuinig omgegaan moet worden met water en bodem. Doel van het RWP is: - Voldoende water; - Schoon water; - Veilig water; - Vitale bodem; - Klimaatadaptatie. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun RWP stelt. De RWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Waterschap Waterschap Aa en Maas is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het beoogde bouwvlak. Het waterbeheer is gericht op het duurzaam beheren van het watersysteem, waarbij uitgegaan wordt van een watersysteembenadering. In het waterbeheerplan ‘Werken met water voor nu en later’ beschrijft Waterschap Aa en Maas de hoofdlijnen van haar beleid. Het huidige waterbeheerplan beschrijft de plannen voor de periode 2016 – 2021. De missie van het waterschap is: ‘Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten’.
Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Aa en Maas.
4.2.2. Bestaande waterhuishoudkundige situatie
In de nabijheid van het perceel 1782 zijn geen A- en/of B-watergangen gelegen. Op navolgende afbeelding is het beoogde bouwvlak globaal weergegeven (rood omlijnd).
26 van 44
Beoogd bouwvlak
Afbeelding 19: uitsnede legger oppervlaktewateren (bron: waterschap Aa en Maas)
Binnen het perceel 1782 (beoogd bouwvlak) is in de bestaande situatie geen bebouwing aanwezig. Wel vindt er opslag van bouwmaterialen, zand en split plaats binnen het beoogde bouwvlak. In de bestaande waterhuishoudkundige situatie infiltreert het hemelwater in de bodem (rondom de aanwezige verharding).
4.2.3. Beoogde waterhuishoudkundige situatie
In de beoogde situatie wordt een bouwvlak opgericht (d.m.v. verplaatsing) van 1.390 m2 binnen perceel 1782 perceel. Binnen het beoogde bouwvlak wordt een werktuigenloods opgericht van 594 (33 meter x 18 meter). Het overige deel van het bouwvlak wordt grotendeels verhard. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding afgevoerd zodat dit vertraagd kan infiltreren in de omliggende gronden en in de naastgelegen waterpoel. Binnen Golfbaan Het Woold wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-house-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoongehouden. Binnen de werktuigenloods (en bouwvlak) vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de naastgelegen waterpoel. Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.
Zoals aangegeven is waterschap Aa en Maas de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het gronden oppervlaktewater binnen de planlocatie. Door middel van de Keur van Waterschap Aa en Maas die in werking is getreden op 1 maart 2015, kan worden bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Dit om versnelde afvoer van hemelwater op het watersysteem te voorkomen. Bij voorkeur wordt er voor gezorgd dat het hemelwater alsnog kan infiltreren in de bodem, eventueel via mitigerende maatregelen zoals een retentievoorziening. De Keur schrijft voor dat mitigerende maatregelen nodig zijn indien sprake is van een toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2, na de inwerkingtreding van de Keur 2009 (22-12-2009). De grootte van de retentievoorziening moet in dat gevel worden berekend conform de rekenregel die in de nieuwe Algemene regels van de Keur van de waterschappen is geïntroduceerd. Deze rekenregel luidt als volgt: