CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.11.07B Ruimtelijke onderbouwing - Prins Bernhardstraat 38.pdf

Raadscommissie Ruimte 22 november 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Omgevingsvergunning Prins Bernhardstraat 38 (adviserend)24.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het betreft de volgende bedrijven op de volgende minimale afstanden tot het nieuwe woongebouw (gemeten van het woongebouw tot de bestemmingsgrens die de bedrijfsactiviteit mogelijk maakt):     

28

Snackbar ’t Stuupke – 10 meter Café ’t Spektakel – 17 meter Steaks & Sushi Mykonos Asten – 11 meter De Grutter (achterzijde) – 1,5 meter Pesos Eten en Drinken (achterzijde) – 8 meter

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.

P221315.004/FLI

Uit de lijst van bedrijfstypen en de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering blijkt dat de grootste richtafstand voor snackbars en restaurants 10 meter bedraagt. Omdat sprake is van gemengd gebied kan deze afstand met één afstandsstap worden verkleind tot 0 meter. Dientengevolge kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en dat de nieuwe woningen geen belemmeringen zullen opleveren voor de aanwezige horecabedrijven. Conclusie Uit de bovenstaande beoordeling kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het besluitgebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en dat de realisatie van het woongebouw niet leidt tot belemmeringen voor bedrijven in de omgeving.

4.5

Natuur

De Wet natuurbescherming vormt in Nederland het wettelijke kader voor zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van aangewezen natuurgebieden en bij soortenbescherming gaat het om de bescherming van vogels en andere diersoorten en planten. De Wet natuurbescherming vormt in Nederland het wettelijke kader voor de bescherming van Natura2000-gebieden. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Soortenbescherming De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Om kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wnb enkele verbodsbepalingen, zoals het verbod op het doden of verontrusten van dieren, en het beschadigen van voorplantings- of rustplaatsen.

Dit houdt concreet in, dat voor bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen zoals het verwijderen van bebouwing en beplanting en het bouwen dient te worden vastgesteld of daarin, of in de directe nabijheid beschermde soorten aanwezig zijn. In dit kader is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 4 toegevoegd aan deze onderbouwing. Op basis van het onderzoek en in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) kan gesteld worden dat: • Er geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden door de herbestemming en voorgenomen ingrepen op broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Omdat er geen geschikte nestmogelijkheden zijn in de gebouwen en in de aanwezige vegetatie. • Er geen effecten en daarmee geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden door de ingreep op vleermuizen, omdat er geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn in de gebouwen en ook niet in de bomen. Effecten op primaire jachtgebieden en vliegroutes treden ook niet op omdat deze niet aanwezig/ontwikkeld zijn ter plekke.

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.

29

P221315.004/FLI

• •

•

• •

Er geen effecten optreden ten aanzien van amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, overige ongewervelden en grondgebonden zoogdieren. Algemeen voorkomende soorten kunnen wel aanwezig zijn op de locatie, zoals diverse muizensoorten, egel en dergelijke andere soorten. Door in de minst kwetsbare periode te werken en vanuit één richting te werken kunnen deze soorten de locatie veilig verlaten en elders plek vinden. Op basis van deze resultaten kan gesteld worden dat er geen vervolgonderzoeken noodzakelijk zijn. Ook is er geen noodzaak tot het aanvragen van een ontheffing en het treffen van mitigerende maatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming. De herbestemming en ruimtelijke ingrepen kunnen dan ook uitgevoerd worden zoals beoogd. Er wordt wel geadviseerd om de ingrepen zoveel als mogelijk buiten de broedperiode van vogels (dus buiten half maart -half juli) uit te voeren, om daarmee verstoring van broedvogels te minimaliseren/voorkomen.

Gebiedsbescherming Beoordeling effecten Natura2000-gebieden, Natuur Netwerk Nederland en houtopstanden Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, zodat er uitsluitend sprake is van externe werking. Gezien de kleinschalige aard van het planvoornemen en de grote afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Stabrechtse heide & Beuven, ca. 5,8 km / Deurnsche Peel en Mariapeel, ca. 7,4 km / Groote Peel, 6,25 km), is geen sprake van verstoring door licht, trilling, optische verstoring of verstoring door mechanische effecten. Ook is de locatie niet gelegen in de directe nabijheid het Natuur Netwerk Nederland. Stikstofdepositie Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een woongebouw met 12 appartementen aan de Prins Bernhardstraat. Ten aanzien van deze ontwikkeling zal moeten worden beoordeeld of er sprake is van een stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden in de omgeving. Op grond van de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel, die op 1 juli 2021 in werking is getreden, kunnen projecten partieel worden vrijgesteld van de natuurvergunningplicht als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wnb. Concreet houdt deze vrijstelling in dat de stikstofeffecten ten gevolge van (tijdelijke) bouwactiviteiten (sloop, grondwerk en nieuwbouw) niet beoordeeld hoeven te worden.

Rest wel dat het in gebruik nemen van de woningen beoordeeld dient te worden op mogelijke stikstofeffecten. Stikstofemissies uit het gebruik van woningen zijn grofweg te verdelen in emissies ten aanzien van gasgestookte installaties en verkeersgeneratie. De appartementen worden gasloos uitgevoerd, waardoor er enkel stikstofemissies uit verkeer aan de orde zijn. In de verkeersparagraaf is geconcludeerd dat het planvoornemen leidt tot maximaal 54 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Om de stikstofeffecten van verkeersstromen in kaart te brengen dient bepaald te worden hoe het verkeer af wikkelt en op welk moment het verkeer is op gaat in het heersende verkeersbeeld en qua rij- en stopgedrag niet meer onderscheidend is van het overige verkeer. Er is veronderstelt dat het verkeer in beide richtingen zal afwikkelen. Voor de rijrichting naar het noorden is het verkeer gemodelleerd over de Asterstraat tot de kruising met de Daliastraat. Voor de zuidelijke route is het verkeer gemodelleerd over de Logtenstraat tot de rotonde met de Floralaan.

30

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.

P221315.004/FLI

Om het stikstofeffect van de gebruiksfase van onderhavige ontwikkeling inzichtelijk te maken is een Aeriusberekening gemaakt. Deze is als bijlage 5 aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Uit deze berekening blijkt dat de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar is. Negatieve effecten ten aanzien van stikstof op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Er is derhalve geen ontheffing van de Wnb voor het onderhavige project aan de orde.

4.6

Externe veiligheid

In de landelijke regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met:   

activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water.

Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen, waarmee men het volgende wil bereiken: 

bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven; bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijk ongeval met een groot aantal slachtoffers.

Op grond van artikel 13 BEVI dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke plannen die nieuwe (kwetsbare) objecten mogelijk maken een verantwoording van het groepsrisico uit te voeren. Een soortgelijke regeling geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen op basis van respectievelijk het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB). Om te kunnen beoordelen of het plangebied in de buurt is gelegen van risicovolle inrichtingen dan wel andere gevaarlijke activiteiten of transportroutes, is de risicokaart geraadpleegd.

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.

31

P221315.004/FLI

Uitsnede Risicokaart. Besluitgebied indicatief weergegeven (blauwe cirkel) In de directe nabijheid zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. De meest dichtbijzijnde inrichting betreft het Shell-tankstation in de Tuinstraat, waar een LPG-vulpunt aanwezig is. Het plangebied is buiten de risicocontour van deze inrichting gelegen (als zwarte cirkel weergegeven op risicokaart). Deze inrichting levert dientengevolge geen belemmeringen op ten aanzien van de planontwikkeling. Daarnaast bevindt zich ten oosten van het besluitgebied zwembad De Schop, waar een chloorreservoir aanwezig is. Voor het maatgevend scenario is een risicocontour berekend. Het plangebied bevindt zich buiten deze risicocontour. Deze inrichting levert dientengevolge geen belemmeringen op ten aanzien van de planontwikkeling. Ten zuidoosten van het besluitgebied bevindt zich in de Emmastraat ten slotte het BP-tankstation. Ook hiervoor geldt dat het besluitgebied zich ruim buiten de risicocontour bevindt. In de nabijheid van het plangebied zijn ten slotte geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen of buisleidingen gelegen. Gesteld kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

De Erfgoedwet regelt de wijze waarop cultureel erfgoed wordt beschermd. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, eventueel aanwezige archeologische resten intact moeten blijven (in situ bewaren). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard. Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan op grond van het Besluit ruimtelijke ordening een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van het voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Archeologie

32

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.

P221315.004/FLI

Op grond van het bestemmingsplan 'Asten veegplan 2016-1' gelden ter plaatse van het besluitgebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' (ter plaatse van het appartementengebouw). Op deze gronden geldt in beginsel een bouwverbod. Waarde – Archeologie 2 Op grond van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ dient bij de aanvraag voor een bouwwerk waarvan de oppervlakte groter is dan 250 m2 en de diepte van de bodemingrepen meer bedraagt dan 0,4 m beneden maaiveld door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad (artikel 14.4 sub a). Deze verplichting geldt echter niet voor vervangende nieuwbouw binnen bestaande funderingen en gronden die reeds zijn verstoord op een diepte van meer dan 0,4 meter beneden het maaiveld (artikel 14.2.2 sub a). Ter plaatse van het besluitgebied waar het nieuwe appartementengebouw is voorzien heeft in het verleden reeds bebouwing gestaan. Deze bebouwing is inmiddels grotendeels gesloopt. Op oude luchtfoto’s (2005) is te zien dat het terrein voordat er gesloopt werd grotendeels bebouwd is geweest. Het nieuwe appartementencomplex wordt dus op de gronden voorzien waar voorheen de fundering van deze bebouwing aanwezig was. De aanwezigheid van archeologische waarden in deze grond kan dientengevolge redelijkerwijs worden uitgesloten.

Luchtfoto besluitgebied uit 2005 waarop voormalige bebouwing ter plaatse van beoogde locatie van het woongebouw te zien is (situatie voor de sloop bebouwing). Voormalige bebouwing op het perceel is rood aangeduid; nog bestaande bebouwing geel aangeduid. Indicatieve contour nieuw woongebouw met donkerblauw aangeduid. Het lichtblauw aangeduide perceeldeel was ook voor de sloop reeds onbebouwd (bron: Google Earth).

Cultuurhistorie

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.

33

P221315.004/FLI

Voor Noord-Brabant is een provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart uit 2010 beschikbaar, die in 2016 is herzien. Van die kaart kan worden afgeleid dat er geen cultuurhistorische waarden binnen c.q. grenzend aan het plangebied aanwezig zijn.

4.8

Waterhuishouding

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 heeft het Rijk de hoofdlijnen uiteen gezet van de toekomstgerichte inrichting van het watersysteem. Deze is gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Dit plan ten aanzien van waterstaatswerken uitgewerkt in de Waterwet. Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Provinciaal Milieu- en Waterplan (PMWP) 2016-2021. Het PMWP is een kaderstellende nota die op hoofdlijnen weergeeft wat de beleidsdoelen en voorgestelde aanpak zijn. De doelen van het PMWP zijn:    

Voldoende water voor mens, plant en dier Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht) Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s Verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening

Deze nota is uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2022-2027. Hierin staan de doelen van waterschap Aa en Maas beschreven en hoe zij die doelstellingen gaan bereiken. De doelen en maatregelen waar het waterschap voor staat en gaat, zijn onderverdeeld in drie programma’s: 

Waterveiligheid: middels dit programma wil het waterschap Oost-Brabant beschermen tegen overstromingen. Zij voorzien hierin door grote investeringen te doen om Oost-Brabant beter te beschermen tegen overstromingen vanuit de Maas. In de afgelopen jaren zijn (veiligheids)normen vastgesteld waaraan de Maasdijk voor 2050 moet voldoen.

Klimaatbestendig en gezond watersysteem: middels dit programma wil het waterschap goede waterkwaliteit en -kwantiteit voor mens en natuur waarborgen. Het is belangrijk dat ons watersysteem goed werkt in normale én in extreem droge en natte situaties. We willen dat ons watersysteem klimaatbestendig en stuurbaar is. Daarbij letten we op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte) en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). Hiernaast nemen we ook maatregelen gericht op een gezond en natuurlijk watersysteem. In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) staan doelstellingen die we moeten halen voor het creëren van goede omstandigheden voor planten en dieren in en om het water.

Schoon Water: middels dit programma wil het waterschap goede zuiveringsresultaten voor gezond water in sloten en beken bewerkstelligen. De komende jaren zijn er grote uitgaven die erop zijn erop gericht om het rioolwater nog schoner te maken en om ervoor te zorgen dat het water in de sloten en beken nog gezonder wordt. Dit wil het waterschap doen door nutriënten (fosfor en stikstof) en medicijnresten beter te verwijderen en waardevolle stoffen uit het afvalwater te halen zoals cellulose en struviet. Ook wordt wordt energie teruggewonnen uit de

34

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.

P221315.004/FLI

zuiveringen. Naast extra zuiveren bij onze rioolwaterzuiveringen zet het waterschap zelf en samen met haar partners in op een aanpak bij de bron om ervoor te zorgen dat er minder vervuilende stoffen in het afvalwater komen. De Keur Waterschap Aa en Maas 2015 is een aanvulling op regels uit de Waterwet en is van toepassing op de rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap, maar ook op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen (o.a. gemeenten, agrariërs en tuinders). De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot of het plaatsen van een duiker of brug. Daarnaast dient een watertoets te worden uitgevoerd. Het doel van een watertoets is de waterbelangen evenwichtig laten meewegen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Het waterschap hanteert een aantal uitgangspunten bij de watertoets. De desbetreffende uitgangspunten zijn hieronder weergegeven:        

Voorkomen van vervuiling Wateroverlastvrij bestemmen Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) Vuil water en hemelwater scheiden Doorlopen van afwegingsstappen hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer Waterschapsbelangen Meervoudig ruimtegebruik Water als kans

Het beleid van de gemeente Asten sluit aan op het landelijke-, provinciale- en waterschapsbeleid en is weergegeven in het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2021-2025. Via dit GRP geeft de gemeente invulling aan de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. 

Afvalwater: voor de afvalwaterzorgplicht streeft de gemeente naar een duurzame en doelmatige inzameling en transport van afvalwater. Bij vervanging en herontwikkeling wil de gemeente overgaan tot ontvlechting van hemelwater en afvalwater. Hemelwater voor de hemelwaterzorgplicht streeft de gemeente Asten naar een duurzame toekomst en het anticiperen op klimaatverandering, waarbij het uitgangspunt is om het regenwater vast te houden en bergen. Particulieren zijn in principe zelf verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van hemelwater op hun eigen perceel. Bij nieuwbouw en bij herbouw dient een waterbergingsvoorziening gerealiseerd te worden met een inhoud van 60mm/m2 verhard oppervlak. Bij grootschalige ontwikkelingen gaat de voorkeur uit naar de realisatie van collectieve voorzieningen. Dit maakt het makkelijker om robuuste voorzieningen aan te leggen en verhoogt de handhaafbaarheid. Grondwater: de gemeente Asten geeft gehoor aan de grondwaterzorgplicht door binnen de grenzen van doelmatigheid en financiële en technische haalbaarheid maatregelen te treffen om structurele grondwateroverlast te voorkomen of te beperken.

Waterplan Ten behoeve van het planvoornemen is een waterplan uitgevoerd. Hierin is aangegeven hoe het hemelwater op het eigen perceel wordt ingezameld en verwerkt. Dit waterplan is toegevoegd als bijlage 6 bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.

35

P221315.004/FLI

5 Uitvoerbaarheid 5.1

Economische uitvoerbaarheid

5.1.1 Exploitatiekarakteristiek Initiatiefnemer ontwikkelt het bouwwerk voor eigen kosten en risico. De werkzaamheden vinden uitsluitend op eigen terrein plaats, in opdracht van initiatiefnemer. Ten behoeve van het plan zijn geen grote aanpassingen aan de openbare ruimte noodzakelijk. 5.1.2 Kostenverhaal Op grond van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan inzichtelijk te maken. De gemeente kan van een exploitatieplan afzien in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien: • Het kostenverhaal anderszins is verzekerd; • Het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; • Het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is. Ten behoeve van onderhavig plan is het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk Er wordt een anterieure overeenkomst overeengekomen, waarmee het kostenverhaal anderszins is verzekerd.

De economische haalbaarheid van het planvoornemen mag op grond van het bovenstaande als voldoende gegarandeerd worden verondersteld.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De effecten van het planvoornemen op de (directe) omgeving mogen, mede op basis van de in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven aspecten, als beperkt en toelaatbaar worden beschouwd. Het planvoornemen voorziet in het realiseren van een woongebouw aan de Prins Bernhardstraat te Asten. Het woongebouw past binnen de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving. Daarbij is de omgeving bij de planvorming betrokken door middel van individuele overleggen met directe omwonenden en een inloopavond. Op grond van het bovenstaande wordt de maatschappelijke haalbaarheid van het planvoornemen als voldoende gegarandeerd beschouwd.

36

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.

P221315.004/FLI

6 Procedure Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld als onderdeel van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 3 Wabo ten behoeve de herontwikkeling van de locatie Prins Bernhardstraat 38 te Asten naar een woonfunctie. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bevat twee procedures voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, te weten de reguliere en de uitgebreide procedure. In het onderhavige geval, waarbij afgeweken wordt van het vigerende bestemmingsplan, dient de uitgebreide procedure te worden gevolgd. Voor de uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt een beslistermijn van maximaal zes maanden (art. 3:18 Awb). Anders dan bij de reguliere procedure dient het bevoegd gezag eerst een ontwerpbesluit te nemen voordat het een definitief besluit kan nemen. Dit ontwerpbesluit wordt ter inzage gelegd (art. 3:11 Awb) en hiermee wordt de gelegenheid geboden voor een ieder om een zienswijze tegen dit ontwerp in te dienen (art. 3:15 lid 2 Awb jo. art. 3.12 lid 5 Wabo). De termijn hiervoor is zes weken (art. 3:16 Awb). Op deze wijze heeft een ieder inspraak bij de vergunningverlening. De aanvrager van de omgevingsvergunning wordt (zo nodig) in gelegenheid gesteld op de zienswijzen te reageren.

Het voorgaande gebeurt binnen de periode van zes maanden want hierna moet het bestuursorgaan een definitief besluit nemen, waarbij de zienswijzen in acht moeten worden genomen. Het bestuursorgaan kan de beslistermijn eenmalig verlengen met maximaal zes weken (art. 3:12 lid 8 Wabo). De eisen voor verlenging zijn echter strenger dan bij de reguliere voorbereidingsprocedure. Verlenging kan alleen indien het een ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, binnen acht weken nadat de aanvraag is ontvangen en voordat een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd (art. 3:18 lid 2 Awb). Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede maal voor een periode van zes weken (art. 6:7 jo. 6:8 lid 4 Awb) ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden op grond van artikel 8:1 jo 7:1 lid 1, onder d, Awb beroep instellen tegen de omgevingsvergunning bij de rechtbank en later in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (art. 8:104 jo. 8:105 lid 1 Awb). Indien binnen de beroepstermijn geen beroep wordt ingesteld, is op grond van artikel 6.7 lid 2 Wabo de omgevingsvergunning na het verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Belanghebbenden kunnen op grond van artikel 8:81 Awb eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.

Bijlagen 1) Verslag omgevingsdialoog 2) Akoestisch onderzoek 3) Bodemonderzoek 4) Quickscan flora en fauna 5) Aeriusberekening 6) Waterplan

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.

37

P221315.004/FLI

38

Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.

DIALOOG Omgeving

Samenvatting Omgevingsdialoog Prins Bernhardstraat 36-38-40 en Asterstraat Opgesteld d.d. 9-6-2022

1

Inleiding Initiatiefnemer Cuppen Vastgoed Ontwikkeling B.V. heeft het initiatief genomen om te komen tot een ontwikkeling van 12 appartementen en 4 rijwoningen aan respectievelijk de Prins Bernhardstraat en de Asterstraat. In dat kader is er met alle direct aanwonende (eigenaren en huurders) individueel overleg geweest. In deze gesprekken is het plan toegelicht en is afgestemd waar het plan de buren kan helpen of versterken. Daarnaast is er op 9 juni 2022 een inloopavond georganiseerd waarbij naast voornoemde directe buren ook de grotere omgeving is uitgenodigd. In deze samenvatting van de dialoog met de omgeving wordt teruggekeken hoe en wanneer met de omgeving is afgestemd. De locatie is gelegen dicht bij het centrum en kenmerkt zich nu door slecht onderhouden en verrommelde percelen.

2

Individueel overleg met de directe buren Met alle buren direct grenzen aan het plangebied (eigenaren en huurders) is individueel overleg gevoerd. In algemene zin is het plan positief ontvangen, de reactie is met name dat het fijn is dat er op deze percelen nu eindelijk iets gebeurt. Uit de overleggen zijn onder andere aandachtspunten gekomen over erfafscheidingen en zijn gemaakte keuzes in het plan positief bevestigd. Het overleg met de directe buren duurt nog voort. Om elkaar op de hoogte te houden en daar waar mogelijk elkaar in elkaars belangen te helpen.

3

Inloopavond 8 juni 2022 Op 8 juni 2022 is in De Grutter een inloopavond door initiatiefnemer georganiseerd. Direct omwonenden waren daarvoor uitgenodigd via een huisaan-huis bezorgde brief. Er zijn circa 31 adressen uitgenodigd In totaal waren er 9 aanmeldingen, circa 15 personen waren op de avond aanwezig, waarvan zich er 9 personen zich hebben ingeschreven als aanwezigen. Tekeningen en achtergronden werden door initiatiefnemer en architect toegelicht. Opmerkingen werden en worden in de verdere uitwerking van de plannen meegenomen.

Uitgenodigde omgeving via huis-aan-huis verspreide brief

4

In de dialoog werd door aanwezigen complimenten gegeven en vragen gesteld over: -

“VET” beter dan nu!

-

Betreffende referenties, voorkeur voor eigentijds bouwen, voorkeur voor rechts boven, links onder (op paneel met referenties Asterstraat). Betreffende keuze voor bakstenen, moet wel passen in de omgeving (en geen gele baksteen). Gelukkig niet zoals die andere nieuwe appartementen aan de Prins Bernhardstraat. Voor de woningen aan de Asterstraat heeft een schuine kap de voorkeur (zoals in de rest van de straat). Liever huizen dan wildernis.

-

Parkeren Prins Bernhardstraat, kan dit blauwe zone worden? Het is druk in de Prins Bernhardstraat met parkeren. Vooral Horeca veroorzaakt parkeerdruk rondom het plan. Het is overdag drukker met parkeren op parkeerterrein Asterstraat dan s ’avonds door mensen die in het centrum werken. Blij met aantal parkeerplaatsen, verwacht door opzet van de plannen niet meer druk op de Prins Bernhardstraat. Er komen nu meer parkeerplaatsen bij dan dat er woningen bij komen? Parkeren achter het appartementengebouw is voor appartementen gebouw, hoe wordt dat gecontroleerd? (In eerste instantie door met inrichting idee te geven privé terrein te betreden, als het toch uit de hand loopt kunnen in stapjes nadere maatregelen getroffen worden) Bestaande parkeerplaats aan de Asterstraat; kunnen van de bestaande parkeerplaatsen niet 1 of 2 vervallen zodat je met goed zicht kan uitrijden? Parkeeroplossing woningen Asterstraat prima, kunnen er niet genoeg zijn. Zou de blauwe zone (max. 2 uur parkeren) kunnen worden opgeschoven aan de Asterstraat tot en met de nieuwe parkeerplaatsen? Het trottoir stopt eerder door de nieuwe parkeerplaatsen Asterstraat; maar trottoir stopt ook bij het huidige parkeerterrein al, nu alleen wat eerder, dat is prima.

-

-

Laden en lossen winkel (electro speciaal) is aandachtspunt. Pesos vrachtwagen(s) voor vuilcontainers is aandachtspunt, druk plekje achter pesos en electro speciaal. Dichte schutting of muur heeft de voorkeur als afscheiding tussen de tuinen van de woningen aan de Asterstraat en het perceel daarachter. Mensen die in de woningen gaan wonen informeren dat ze nabij horeca komen te wonen. Blij met de extra woningen en de gekozen doelgroep. Als je in het centrum wilt wonen heb je soms wat geluidsoverlast.

-

Last van ongedierte vanaf huidige percelen. Zon in winkelruimte neemt af? Ziet er goed uit, ik ben wel benieuwd naar de keuze voor de baksteen. Gaan jullie een nieuwsbrief uitgeven, zodat we op de hoogte gehouden blijven? Het is een gribus als je er langs loopt. Grote bomen (zijn die van de gemeente?) mogen weg! (betreft bomen tussen Spektakel en nieuwe parkeerterrein van de appartementen) Succes! 5

Gebruikt panelen inloopavond 9-6-2022

6

Tot slot De algemene teneur op de inloop avond was positief, wellicht zelfs gezellig te noemen. Plannen werden zeer positief ontvangen. De meeste vragen betroffen verkeer en parkeren, dat zich voornamelijk buiten het plangebied afspeelt, in de bestaande situatie. Hierbij werd enkele keren verwezen naar de gemeente die daar ook van op de hoogte is, zou zijn. (opmerkingen hierover zijn wel opgenomen in dit verslag, ook al zijn deze opmerkingen voor de plannen minder relevant). De nieuwbouw werd niet ervaren als extra druk voor het parkeren omdat er in de ogen van de aanwezigen meer dan voldoende extra parkeerplaatsen worden aangelegd. Er werd de indruk gewekt dat de plannen een positief effect hebben op de omgeving. De woningen aan de Prins Bernhardstraat werden als mooi betiteld, de woningen aan de Asterstraat als logisch en een goede oplossing (en moeten nog ontworpen worden). Op basis van de individuele overleggen met de directe omgeving en de inloopavond wordt het plan verder uitgewerkt. Er is verder afgesproken dat in de verdere uitwerking / realisatie de omgeving op de hoogte gehouden van relevante ontwikkelingen, zoals wanneer er wordt gestart met de bouw en dergelijke.

7

AKOESTISCH ONDERZOEK (t.b.v. ruimtelijke onderbouwing)

Prins Bernhardstraat 36-40 Asten kenmerk HMB B.V.: 22253801N

opdrachtgever:

Cuppen Vastgoed & Ontwikkeling B.V. te Heeze

datum rapport:

25 mei 2022

kenmerk:

22253801N

status:

Definitief

uitgevoerd door:

HMB B.V.

projectleider:

de heer ing. H.G.M. Meelkop | r.meelkop@hmbgroep.nl

rapporteur:

de heer ing. H.G.M. Meelkop

autorisatie:

de heer ing. W.A.T. van der Sterren

HMB B.V. | Voltaweg 8 | 5993 SE Maasbree | 077-4652808 | info@hmbgroep.nl | www.hmbgroep.nl

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ........................................................................................................... 3

2

GEBRUIKTE GEGEVENS ......................................................................................... 4 2.1 Algemene gegevens ..................................................................................... 4 2.2 Situatiebeschrijving ...................................................................................... 4

3

TOETSINGSKADER ................................................................................................ 5 3.1 Toetsingskader Wet geluidhinder (Wgh) .......................................................... 5 3.2 Toetsingskader Wet ruimtelijke ordening ........................................................ 6 3.3 Definitie geluidgevoelige bestemmingen ......................................................... 7

4

ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 8

5

ONDERZOEKSRESULTATEN .................................................................................... 9 5.1 Industrielawaai ............................................................................................ 9 5.2 Wegverkeerslawaai ...................................................................................... 9 5.3 Cumulatie .................................................................................................. 10 5.4 Binnengeluidniveau ..................................................................................... 10

6

CONCLUSIES....................................................................................................... 11

BIJLAGEN 1 | Onderzoekslocatie 2 | Overzicht verkeersgegevens 3 | Invoergegevens en rekenresultaten

Akoestisch onderzoek

1

INLEIDING

In opdracht van Cuppen Vastgoed & Ontwikkeling B.V., De Bezembinder 6 te Heeze, is door HMB B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd op locatie Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten. Directe aanleiding tot het onderzoek is het realiseren van nieuwe woningen op de onderzoekslocatie. De plannen passen niet binnen de vigerende bestemming. Het doel van dit onderzoek is meerledig: • er wordt onderzocht hoe de plannen zich verhouden tot omliggende zoneplichtige geluidbronnen (toetsingskader Wgh); • er wordt bepaald in hoeverre de herbestemming inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen (toetsingskader Wro); • er wordt beoordeeld wat het effect van omliggende geluidbronnen is op het woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie (toetsingskader Wgh en Wro). Voor zover betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals opgenomen in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’. Onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is uitgevoerd conform het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. Het voorliggende rapport doet verslag van de uitgangspunten en berekening. figuur 1: impressie onderzoekslocatie

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

3

Akoestisch onderzoek

2

GEBRUIKTE GEGEVENS

2.1

Algemene gegevens

Bij de samenstelling van dit rapport is gebruik gemaakt van de onderstaande uitgangsgegevens: • de verkeersgegevens van de omliggende wegen zoals aangeleverd door de wegbeheerder (gemeente Asten) en BBMA-beheer; • een door de opdrachtgever aangeleverde situatietekening; • via BGT, pdok, AHN en BAG beschikbare geografische informatie.

2.2

Situatiebeschrijving

Opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie een nieuw woongebouw te realiseren. De plannen passen niet binnen de vigerende bestemming. De locatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Asten. De locatie maakt deel uit van het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’. In de omgeving bevinden zich zowel bestaande woningen van derden als verschillende bedrijven (horeca en detailhandel). Tevens bevindt de locatie zich binnen de invloedsfeer van wegverkeer. Onderstaande figuur 2 geeft een impressie van de onderzoekslocatie. figuur 2: impressie onderzoekslocatie

bestemmingsplan

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

luchtfoto

4

Akoestisch onderzoek

3

TOETSINGSKADER

Omdat de plannen niet passen binnen de vigerende bestemming dient aangetoond te worden dat er in de beoogde situatie sprake blijft van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het deelaspect geluid is daarbij in eerste instantie de Wet geluidhinder (Wgh) van belang. Hierin worden zogenoemde ‘geluidgevoelige bestemmingen’ zoals woningen scholen en ziekenhuizen beschermd tegen geluidhinder van alle volgens de wet zoneplichtige geluidbronnen (bepaalde wegen, spoorwegen, industrieterreinen en eventueel door de Minister aangewezen ‘overige zones’). Ook in situaties waarin de Wgh niet van toepassing is zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening een akoestische beschouwing gegeven moeten worden. Het betreft bijvoorbeeld functies die volgens de Wgh niet als geluidgevoelig gelden, maar toch een bepaalde mate van bescherming tegen geluid behoeven (zoals bijvoorbeeld kantoren of vakantiewoningen). Maar ook bij het realiseren van gevoelige functies in de nabijheid van geluidbronnen die buiten de zoneringsplicht van de Wgh vallen zal het deelaspect geluid getoetst moeten worden (zoals bijvoorbeeld 30 km-wegen of bedrijven die niet zijn gelegen op gezoneerde industrieterreinen).

3.1

Toetsingskader Wet geluidhinder (Wgh)

De Wet geluidhinder kent per geluidtype een systematiek van voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Als voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde, dan zijn er vanuit akoestisch oogpunt geen bezwaren tegen de plannen. Mocht de geluidbelasting boven de maximale ontheffingswaarde liggen, dan is woningbouw in principe niet toegestaan. Indien de geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde doch onder de maximale ontheffingswaarde ligt, dan kan door het college van B&W ontheffing worden verleend voor een hogere waarde. Hieraan kan enkel medewerking worden verleend indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Bij het vaststellen van een hogere waarde dient op grond van art.111b Wgh aangetoond te worden dat het binnengeluidniveau in de woning niet hoger is dan 35 dB(A) voor industrielawaai of 33 dB voor weg- en railverkeerslawaai. Industrielawaai: In de omgeving bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Verdere beoordeling van industrielawaai is daarom in het kader van de Wgh niet aan de orde. Wegverkeerslawaai: Alle omliggende wegen maken deel uit van een 30 km-zone. De onderzoekslocatie ligt dan ook niet binnen de zone van enige relevante weg.

Verdere beoordeling van wegverkeerslawaai in het kader van de Wgh is daarom niet aan de orde. Railverkeerslawaai: De locatie ligt niet binnen de zone van railverkeer. Beoordeling is in het kader van de Wgh niet aan de orde. Andere geluidzones: De onderzoekslocatie ligt niet binnen een gebied waarvoor bij algemene maatregel van bestuur een geluidzone is aangewezen. Verdere beoordeling is daarom niet aan de orde.

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

5

Akoestisch onderzoek

Cumulatie: Indien een geluidgevoelige bestemming is gelegen binnen de zone van verschillende types geluidbronnen (bijvoorbeeld weg én spoor) en er daarnaast sprake is van een ‘relevante blootstelling’ (hiervan is enkel sprake indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden), dan dient onderzoek te worden gedaan naar het effect van samenloop van de verschillende bronnen. Omdat in onderhavige situatie geen sprake is van enige zoneplichtige geluidbron, is cumulatie van geluid in het kader van de Wgh niet aan de orde.

3.2

Toetsingskader Wet ruimtelijke ordening

Industrielawaai: De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’ is een algemeen geaccepteerd hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. De methode gaat uit van richtafstanden tussen milieubelastende activiteiten enerzijds en geluidgevoelige functies anderzijds. Hierbij wordt rekening gehouden met de aard van de betreffende activiteit (milieucategorie) en de aard van de lokale omgeving. Gesteld wordt dat in een gemengd gebied al een hoger achtergrondgeluidsniveau heerst dan in een rustige omgeving, en dat daardoor in gemengd gebied een kleinere richtafstand gehanteerd kan worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, en zonder dat de betreffende bedrijven onevenredig worden beperkt. De te hanteren richtafstanden zijn opgenomen in onderstaande tabel 1. In §4.2 van de brochure wordt vervolgens een stappenplan uitgewerkt ter beoordeling van de inpasbaarheid van een woningbouwlocatie in de nabijheid van bedrijven. tabel 1: richtafstanden op basis van VNG-brochure milieucategorie 1

rustige woonwijk of rustig buitengebied [m] 10

gemengd gebied [m] 0

2

30

10

3.1

50

30

3.2

100

50

4.1

200

100

4.2

300

200

5.1

500

300

5.2

700

500

5.3

1000

700

6

1500

1000

Als de afstand tussen het plangebied en de inrichting voldoet aan de richtafstand voor het betreffende omgevingstype, wordt gesteld dat het bedrijf niet onevenredig in haar bedrijfsvoering wordt geschaad, en dat op de onderzoekslocatie een goed akoestisch woonen leefklimaat ten gevolge van de omliggende bedrijven niet in het geding is. Indien de afstand kleiner is dan de richtafstand dient in eerste instantie onderzocht te worden of de plannen dusdanig kunnen worden aangepast dat wel aan de richtafstand voldaan kan worden. Mocht dit niet mogelijk of wenselijk zijn, dan is het plan pas mogelijk na bestuurlijke danwel beleidsmatige afweging, waarbij de belangen van zowel de geluidgevoelige als belastende functies zijn meegewogen. In die afweging speelt ook de langere termijnvisie op de bedrijfslocatie een rol. Zie §5.2 voor een andere uitwerking. Weg- en railverkeerslawaai: Voor weg- en railverkeer geldt dat de invloed van alle omliggende wegen en spoorwegen in de beoordeling betrokken moet worden, dus ook (spoor)wegen die in het kader van de Wgh niet zoneplichtig zijn. Indien de gecumuleerde gecorrigeerde geluidbelasting voldoet aan de

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

6

Akoestisch onderzoek

eisen uit de Wgh wordt gesteld dat een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat als gevolg weg-/railverkeer gewaarborgd is. Cumulatie: Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient als er sprake is van blootstelling aan meerdere bronnen inzicht te worden gegeven in de gecumuleerde geluidbelasting. Het gaat dus niet om de individuele geluidbronnen (bedrijven, wegen of spoorwegen) maar om de totale geluidbelasting van alle relevante omliggende bronnen. Eventuele vrijstellingen of toeslagen op basis van aanverwante wetgevingen worden bij de beoordeling van het woonen leefklimaat in het kader van de ruimtelijke ordening niet betrokken. Het ontbreekt echter aan een wettelijk normenstelsel waardoor het bevoegd gezag een bepaalde mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Om een eerste indruk te krijgen van de aanvaardbaarheid van de optredende geluidbelasting is deze vergeleken met de ‘kwaliteitsindicatie geluid’ van het RIVM. Daarbij is tot 55 dB sprake van een goed tot redelijk woonklimaat, tussen 55 en 60 dB van een matig woonklimaat en boven 60 dB van een slecht tot zeer slecht klimaat.

3.3

Definitie geluidgevoelige bestemmingen

Op grond van de Wet geluidhinder worden woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen beschermd tegen geluid. In het Besluit geluidhinder worden vervolgens de termen ‘ander geluidgevoelig gebouw’ en ‘geluidgevoelig terrein’ nader omschreven. Conform de Wgh gelden daarom de volgende objecten als geluidgevoelig: • woningen; • onderwijsgebouwen; • ziekenhuizen en verpleeghuizen; • verzorgingstehuizen; • psychiatrische inrichtingen; • kinderdagverblijven; • woonwagenstandplaatsen; • ligplaatsen voor woonschepen. Voor ‘andere geluidgevoelige gebouwen’ geldt de bescherming alleen voor bepaalde verblijfsruimten zoals genoemd in art. 1.1 lid d van het Besluit. Alle functies die niet onder bovenstaande categorieën vallen zijn volgens de Wet geluidhinder niet beschermd tegen geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het wenselijk zijn om ook bescherming te bieden aan functies die op grond van de Wgh niet als geluidgevoelig gelden. Te denken valt aan recreatiewoningen, kantoren of kampeerplaatsen. In principe kan elke situatie waarin met enige regelmaat en gedurende langere tijd personen kunnen verblijven als geluidgevoelig worden beschouwd1. Het bevoegd gezag bezit enige mate van beoordelingsvrijheid om te bepalen welke objecten bescherming tegen geluidhinder behoeven en wat het beschermingsniveau voor dergelijke objecten is.

1

zie ook uitspraak ABRvS d.d. 29-02-2012, nr. 201002029/1/T1/R2

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

7

Akoestisch onderzoek

4

ONDERZOEKSMETHODE

Alle berekeningen zijn overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 uitgevoerd met behulp van het rekenprogramma Geomilieu V2022.11 van dgmr. Alle waardes worden vóór correctie (art. 110g Wgh) afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het even getal (art. 1.3 lid 1 uit het ‘RMV geluid’). Gebouwen zijn in het rekenmodel ingevoerd als objecten met een reflectiefactor 0,8 (representatief voor wanden van gebouwen met ramen en kleine uitsparingen). Het nieuw te realiseren woongebouw is handmatig ingevoerd (objectnummer 01) en de bestaande te slopen schuur op het achterterrein is uit het model verwijderd. Alle overige gebouwen zijn via pdok geïmporteerd vanuit 3D-Geluid-Gebouwen. Verharde bodemgebieden en wateroppervlaktes zijn geïmporteerd vanuit BGT en ingevoerd met een bodemfactor Bf=0,0. Voor het omliggende terrein is gerekend met een bodemfactor Bf=0,5 (half verharde bodem). Toetspunten zijn ingevoerd ter plaatse van de gevels van de nieuwe woonfuncties. De geluidbelastingen zijn berekend op een hoogte van 1,5 en 4,5 m. De punten zijn gekoppeld aan het betreffende gebouw. Dit betekent dat reflecties in de achterliggende gevel niet worden meegenomen. Wegen zijn ingevoerd op basis van de door de wegbeheerder aangeleverde verkeersgegevens.

Kruisingen, mini-rotondes en obstakels zijn voor zover van toepassing in het model ingevoerd overeenkomstig de regels uit het reken- en meetvoorschrift. Maaiveldhoogtes zijn als hoogtelijnen geïmporteerd vanuit het Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN4). Zie bijlage 3 voor een uitgebreid overzicht van alle invoergegevens.

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

8

Akoestisch onderzoek

5

ONDERZOEKSRESULTATEN

5.1

Industrielawaai

In de omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich diverse bedrijven (detailhandel en horeca), die op grond van het bestemmingsplan allen de bestemmingsomschrijving ‘Centrum – 2’ hebben. Deze gronden zijn bestemd voor diverse functies, waaronder wonen, maatschappelijk, dienstverlening, detailhandel en horeca. Op enkele gronden rust de functieaanduiding ‘detailhandel’, ‘horeca’ of ‘horeca-café’. Al deze activiteiten vallen op grond van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder milieucategorie 1, met een richtafstand van nul meter in gemengd gebied. Er liggen in de omgeving geen bestemmingen met een hogere milieucategorie. Voor alle omliggende bedrijven wordt daarom automatisch voldaan aan de richtafstand. Daaruit volgt dat omliggende bedrijven door de plannen niet in hun bedrijfsvoering worden geschaad, en dat op de onderzoekslocatie een goed akoestisch woon- en leefklimaat ten gevolge van de omliggende bedrijven niet in het geding is.

5.2

Wegverkeerslawaai

De onderzoekslocatie ligt binnen de invloedsfeer van omliggende wegen. Zie tabel 2 en bijlage 2 voor een overzicht van de gehanteerde verkeersgegevens. De locatie ligt binnen een 30 kmzone. In de omgeving bevinden zich geen zoneplichtige wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dienen echter ook de niet zoneplichtige 30 km-wegen beschouwd te worden. De etmaalintensiteiten zoals aangeleverd door de wegbeheerder (gemeente Asten) komen goed overeen met de waardes zoals opgenomen in het door BBMA-beheer aangeleverde verkeersmodel ZO-Brabant. Omdat laatstgenoemde gegevens compatible zijn met het rekenprogramma Geomilieu en een gedetailleerde voertuig- en etmaalverdeling kennen, zijn in de berekening de door BBMA aangeleverde intensiteiten gebruikt. tabel 2: overzicht verkeersgegevens voor het jaar 2030 (weekdaggemiddeld) rijsnelheid [km/h]

zonebreedte [m]

intensiteit [mvt./etmaal]

wegdektype

01-02: Pr. Bernhardstraat

30

-

762-826*

klinkers (keperverband)

03-05: Daliastraat

30

-

630-909*

referentiewegdek

06-08: Asterstraat

30

-

437-588*

klinkers (keperverband)

09-10: Rozenstraat

30

-

119

klinkers (keperverband)

11-14: Logtenstraat

30

-

1499-2277*

klinkers (keperverband)

15-17: Lindestraat

30

-

314-2432

klinkers (keperverband)

18: Frits de Bruijnstraat

30

-

2212

klinkers (keperverband)

19: Langstraat

30

-

2212

klinkers (keperverband)

20: Burg. Frenckenstraat

30

-

1040

klinkers (keperverband)

weg

* de intensiteiten variëren per wegvak. Zie bijlage 2 voor een overzicht op wegvakniveau.

Zie bijlage 2 voor een uitgebreid overzicht van de gebruikte verkeersintensiteiten en– verdelingen en bijlage 3 voor de invoergegevens en onderzoeksresultaten. De berekeningen voor wegverkeerslawaai zijn uitgevoerd conform Standaard RekenMethode 2 (SRM2) uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Zie tabel 3 voor een overzicht van de rekenresultaten.

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

9

Akoestisch onderzoek

tabel 3: berekende resultaten voor de geluidbelasting WEGVERKEER Lden [dB] rekenpunt

1,5 m

4,5 m

01-04: voorgevel

58-59

58

05-06: zuidgevel

45-51

46-50

07-10: achtergevel

39-40

42-43

11-12: noordgevel

48-52

48-52

In de omgeving bevinden zich geen zoneplichtige wegen. Toetsing aan de normen uit de Wet geluidhinder is daarmee niet aan de orde. De totale geluidbelasting als gevolg van wegverkeer bedraagt ten hoogste 59 dB. Volgens de kwaliteitsindicatie geluid’ van het RIVM ís bij geluidbelastingen tot 60 dB sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5.3

Cumulatie

Uit het onderzoek blijkt dat alleen voor wegverkeer een relevante blootstelling valt te verwachten. Nader onderzoek naar cumulatie is dan ook niet aan de orde. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie is gewaarborgd.

5.4

Binnengeluidniveau

Het Bouwbesluit stelt dat de uitwendige scheidingsconstructie van een nieuwe woning een geluidwering moet hebben van ten minste 20 dB. Daarnaast geldt in de verblijfsgebieden van een woning een binnengeluidniveau van ten hoogste 33 dB voor weg- en railverkeer en 35 dB(A) voor industrielawaai. Indien de optredende geluidbelasting derhalve hoger is dan 33+20= 53 dB (danwel 55 dB(A) voor industrielawaai), dan dient aangetoond te worden dat aan de geluideisen uit het Bouwbesluit wordt voldaan. Omdat de geluidbelasting in onderhavige situatie ten hoogste 59 dB bedraagt is aanvullend onderzoek nodig naar de benodigde bouwkundige maatregelen waarmee voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het binnengeluidniveau. Aanvullend onderzoek is pas mogelijk op het moment dat een definitieve (ontwerp)tekening beschikbaar is.

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

10

Akoestisch onderzoek

6

CONCLUSIES

In opdracht van Cuppen Vastgoed & Ontwikkeling B.V. te Heeze is door milieukundig adviesbureau HMB B.V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd op locatie Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten. Directe aanleiding tot het onderzoek is de beoogde woningbouw op het betreffende perceel. De plannen passen niet binnen de vigerende bestemming. Het doel van dit onderzoek is meerledig: • er wordt onderzocht hoe de plannen zich verhouden tot omliggende zoneplichtige geluidbronnen (toetsingskader Wgh); • er wordt bepaald in hoeverre een herbestemming inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen (toetsingskader Wro); • er wordt beoordeeld wat het effect van omliggende geluidbronnen is op het woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie (toetsingskader Wgh en Wro). Uit het onderzoek volgt: • dat in de omgeving geen op grond van de Wet geluidhinder zoneplichtige geluidbronnen aanwezig zijn; • dat de nieuw beoogde woonbestemmingen geen inbreuk doen op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen; • dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen gewaarborgd is. In een later stadium zal aanvullend onderzoek nodig zijn naar de benodigde bouwkundige maatregelen waarmee voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het binnengeluidniveau.

Aanvullend onderzoek is pas mogelijk op het moment dat een definitieve ontwerptekening beschikbaar is. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de beoogde herbestemming.

22253801N | Pr. Bernhardstraat 36-40 te Asten

11

Bijlage | 1 Onderzoekslocatie

Schaal:

Bladnr: 01/01

Datum: 25-05-2022

Formaat: A4

Getekend: RM

Bestandsnaam: kad_kaart

Project: 22253801N

Omschrijving: kadastrale kaart

Locatie: Asten, Pr. Bernhardstraat 36-40

kadastralekaart [kadastralekaartv3:default_groupstyle]

legenda:

Bijlage | 2 Overzicht verkeersgegevens

Rick Meelkop | HMB B.V. Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp: Bijlagen:

Maikel van Bommel <M.vanBommel@asten.nl> woensdag 18 mei 2022 10:54 Rick Meelkop | HMB B.V. Gemeente Asten RE: aanvraag verkeersgegevens tbv akoestisch onderzoek Verkeersgegevens voor akoustisch onderzoek Prins Bernardstraat 38.pptx

Dag Rik, Dank voor de vraag. In de bijlage vindt je de intensiteiten vracht/mtv voor 2030. Het zijn inderdaad allemaal 30km wegen. Uitgevoerd met een gebakken klinkers of betonstraatstenen. Net voor de kruising Prins Bernardstraat Logtenstraat ligt een 30km drempel. De Prins Bernardstraat welke langs de locatie komt heeft een eenrichtingsinstelling richting het noorden. Mochten er nog vragen hoor ik dat graag. Met vriendelijke groet, MJE (Maikel) van Bommel Verkeerskundige Team Ruimte

Koningsplein 3, 5721 GJ Asten Postbus 290, 5720 AG Asten T - (0493) 671 212 F - (0493) 671 213

E - gemeente@asten.nl W - www.asten.nl

Nadere eisen gebruik elektronische weg De gemeente Asten heeft ter ondersteuning van een klantgerichte behandeling van alle berichten die langs elektronische weg worden ingediend nadere eisen gesteld. Deze zijn tevens te raadplegen op onze internetsite www.asten.nl

Van: Gemeente Asten <gemeente@asten.nl> Verzonden: woensdag 18 mei 2022 09:31 Aan: Maikel van Bommel <M.vanBommel@asten.nl> Onderwerp: FW: aanvraag verkeersgegevens tbv akoestisch onderzoek

Van: Rick Meelkop | HMB B.V. <r.meelkop@hmbgroep.nl> Verzonden: woensdag 18 mei 2022 09:25 Aan: Gemeente Asten <gemeente@asten.nl> Onderwerp: aanvraag verkeersgegevens tbv akoestisch onderzoek Geachte lezer, 1

Ik ben gevraagd om een akoestisch onderzoek uit te voeren voor de realisatie van nieuwe woningen aan de Prins Bernhardstraat 38 te Asten, zie ook de bijlage voor de exacte onderzoekslocatie. Voor zover ik kan achterhalen bevinden zich rond de locatie geen zoneplichtige wegen (alles 30 km/h). Bij de beoordleing van het woon- en leefklimaat kunnen 30 km-wegen echter wel relevant zijn. Kunt u daarom aangeven welke wegen in dit kader relevant zijn, en mij van de betreffende wegen de verkeersgegevens doen toekomen? Het betreft de verkeersintensiteiten (uitgesplitst naar voertuigcategorie en etmaalperiode), toegestane rijsnelheden en het aanwezige wegdektype, alles voor prognosejaar 2032 (danwel een prognose voor de autonome groei). Met vriendelijke groet, Rick Meelkop | HMB B.V. functie: projectleider contact: 077-4652808 | r.meelkop@hmbgroep.nl disclaimer: https://www.hmbgroep.nl/disclaimer/

2

Mtv etmaal 2030

Vracht etmaal 2030

Rick Meelkop | HMB B.V. Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

beheer@bbma.brabant.nl dinsdag 24 mei 2022 16:15 Rick Meelkop | HMB B.V. Re: aanvraag verkeersmodel

Dag Rick, Onderstaand is een downloadlink te vinden van de data die u heeft aangevraagd. De link is een maand geldig. We willen benadrukken dat de uitgeleverde data uitsluitend is bestemd en enkel gebruikt mag worden voor het project waarvoor de data is aangevraagd. Voor een nieuwe toepassing moet een nieuwe aanvraag van de data worden gedaan. Downloadlink Regio zuidoost - milieuexport: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx met vriendelijke groet, Ruben Ratgers (namens BBMA-beheer) On 05/18/2022 9:36 AM Rick Meelkop | HMB B.V. <r.meelkop@hmbgroep.nl> wrote:

Hallo Ruben,

Zou ik via bijgevoegd aanvraagformulier het betreffende verkeersmodel ZO_Braabant mogen ontvangen?

Met vriendelijke groet, Rick Meelkop | HMB B.V. functie: projectleider contact: 077-4652808 | r.meelkop@hmbgroep.nl disclaimer: https://www.hmbgroep.nl/disclaimer/

1

Bijlage | 3 Invoergegevens en rekenresultaten

HMB BV projectnr. 22253801N Model: Groep: Naam

bijlage 3 invoer bodemgebieden

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. water weg

X-1 180112,59 180399,34

Y-1 379541,69 380107,11

Bf 0,00 0,00

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: HMB BV

Oppervlak 1240,19 83724,17

25-05-2022 13:14:23

HMB BV projectnr. 22253801N Model: Groep:

bijlage 3 invoer gebouwen

eerste model model Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam 01 02 03 04 05

Omschr. nieuwbouw bergingen pand derden pand derden pand derden

X-1 180018,91 180027,55 180020,17 180020,17 180028,90

Y-1 379723,82 379695,56 379684,33 379684,34 379698,93

Rel.H 7,00 2,60 7,40 4,20 3,16

Maaiveld 26,00 26,00 26,00 26,00 26,04

Hdef. Relatief Relatief Absoluut Absoluut Absoluut

Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Zwevend False False False False False

Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

06 07 08 09 10

pand derden pand derden pand derden pand derden pand derden

180033,07 180059,66 180051,75 180048,90 180047,77

379681,58 379699,59 379698,48 379705,07 379711,56

6,50 3,07 2,88 2,13 2,76

26,00 26,63 26,62 26,67 26,63

Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

11 12 13 14 15

pand derden pand derden pand derden pand derden pand derden

180019,01 180033,19 180025,16 180028,73 180030,82

379730,79 379736,90 379729,75 379741,14 379760,66

6,60 5,70 3,10 6,80 5,30

26,00 26,00 26,00 26,00 26,00

Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

16 17 18 19 20

pand derden pand derden pand derden pand derden pand derden

180009,34 180002,26 180001,63 179986,07 179986,05

379759,51 379758,50 379743,96 379737,46 379737,14

6,90 3,50 3,20 2,80 4,10

26,00 26,00 26,00 26,00 26,00

Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

21 22 23 24 25

pand derden pand derden pand derden pand derden pand derden

179995,22 180006,52 179995,43 179986,95 180004,38

379724,55 379723,05 379710,25 379732,30 379709,05

3,20 8,00 6,20 3,50 2,60

26,00 26,00 26,00 26,00 26,00

Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

26 27 28

pand derden pand derden pand derden

180003,46 179984,28 180033,65

379692,13 379700,74 379688,60

6,40 3,20 3,19

26,00 26,00 26,01

Absoluut Absoluut Absoluut

0 dB 0 dB 0 dB

False False False

0,80 0,80 0,80

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: HMB BV

25-05-2022 13:14:46

HMB BV projectnr. 22253801N Model: Groep: Naam 01

bijlage 3 invoer schermen

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. muur

X-1 180003,72

Y-1 379699,23

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: HMB BV

Min.RH 2,00

Max.RH 2,00

Lengte 7,10

Cp 0 dB

Zwevend Nee

Refl.L 63 0,80

Refl.R 63 0,80

25-05-2022 13:15:10

HMB BV projectnr. 22253801N Model: Groep:

bijlage 3 invoer toetspunten

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam 01 02 03 04 05

Omschr. voorgevel voorgevel voorgevel voorgevel zuidgevel

X 180018,37 180017,48 180016,65 180015,82 180018,40

Y 379721,20 379715,95 379710,98 379706,06 379702,57

Maaiveld 26,00 26,00 26,00 26,00 26,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

Hoogte C ------

Hoogte D ------

06 07 08 09 10

zuidgevel achtergevel achtergevel achtergevel achtergevel

180025,57 180029,58 180030,57 180031,36 180032,19

379701,37 379703,38 379709,24 379713,95 379718,92

26,00 26,04 26,03 26,03 26,02

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Ja Ja Ja Ja Ja

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

------

------

11 12

noordgevel noordgevel

180029,04 180022,18

379722,22 379723,37

26,00 26,00

Relatief Relatief

Ja Ja

1,50 1,50

4,50 4,50

---

---

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: HMB BV

25-05-2022 13:13:53

HMB BV projectnr. 22253801N Model: Groep:

bijlage 3 invoer wegen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=91f81195-cd5b-4037-83bf-caffd5c6ae80