RU22.11.07B Ruimtelijke onderbouwing - Prins Bernhardstraat 38.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Prins Bernhardstraat 38 Asten
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Gemeente Asten
Rapportnummer:
P221315.004/FLI
Naam opdrachtgever:
Cuppen Vastgoed & Ontwikkeling B.V. de heer M. Cuppen
Adres opdrachtgever:
de Bezembinder 6 5591 MJ HEEZE
Opsteller:
mr. A.M.J.R. van der Linden
Status:
Definitief
Datum:
Juli 2022
Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V. Parklaan 21, 5261 LR Vught T 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
P221315.004/FLI
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding en doel ruimtelijke onderbouwing ....................................................................... 4 1.1.1
Aanleiding .......................................................................................................................................... 4
1.1.2
Doel ................................................................................................................................................... 4
1.2 Ligging besluitgebied .............................................................................................................. 4 1.3 Geldend bestemmingsplan ..................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................... 8
2
Planvoornemen................................................................................................... 9 2.1 Huidige situatie besluitgebied ................................................................................................ 9 2.2 Planvoornemen ...................................................................................................................... 9 2.2.1
Appartementengebouw .................................................................................................................. 10
2.2.2
Verkeer en parkeren ........................................................................................................................ 11
2.3 Afwijking van het bestemmingsplan .................................................................................... 13
3
Beleidskader ..................................................................................................... 14 3.1 Rijksbeleid............................................................................................................................. 14 3.1.1
Nationale omgevingsvisie ................................................................................................................ 14
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ................................................................................. 15
3.1.3
Ladder duurzame verstedelijking .................................................................................................... 15
3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................................. 16 3.2.1
Omgevingsvisie ‘De Kwaliteit van Brabant’ ..................................................................................... 16
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Brabant ......................................................................................... 17
3.2.3
Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant .............................................................. 17
3.2.4
Brabantse agenda wonen ................................................................................................................ 18
3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................... 19 3.3.1
Regionale agenda wonen ................................................................................................................ 19
3.4 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................. 19
2
3.4.1
Toekomstagenda 2030 .................................................................................................................... 19
3.4.2
Omgevingsvisie Asten ...................................................................................................................... 19
3.4.3
Woonvisie gemeente Asten 2015-2024........................................................................................... 20
3.4.4
Versnellingsagenda woningbouw Asten .......................................................................................... 21
3.4.5
Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031 .................................................................. 22
3.4.6
Handreiking omgevingsdialoog ....................................................................................................... 23
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
4
Omgevingsaspecten .......................................................................................... 24 4.1 Geluid ................................................................................................................................... 24 4.2 Bodem .................................................................................................................................. 24 4.3 Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 25 4.4 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................. 27 4.5 Natuur................................................................................................................................... 29 4.6 Externe veiligheid ................................................................................................................. 31 4.7 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................. 32 4.8 Waterhuishouding ................................................................................................................ 34
5
Uitvoerbaarheid ................................................................................................ 36 5.1 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................. 36 5.1.1
Exploitatiekarakteristiek .................................................................................................................. 36
5.1.2
Kostenverhaal .................................................................................................................................. 36
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid....................................................................................... 36
6
Procedure ......................................................................................................... 37
Bijlagen ................................................................................................................... 37
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
3
P221315.004/FLI
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel ruimtelijke onderbouwing
1.1.1 Aanleiding De locatie Prins Bernhardstraat 38 te Asten omvatte een woonhuis met diverse bedrijfsruimten. Het woonhuis en de meeste bedrijfsruimten zijn gesloopt. Op dit moment is nog een oude loods op het terrein gelegen. Het voornemen bestaat om deze locatie als inbreidingslocatie te ontwikkelen naar een woonfunctie, waarbij aan de Prins Bernhardstraat een woongebouw met 12 appartementen wordt gerealiseerd. Het kavel is aan de achterzijde ontsloten via het huidige openbare parkeerterrein aan de Asterstraat. De ontwikkeling past qua situering, aantal wooneenheden en afmetingen niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ (vastgesteld 2 juli 2014).
1.1.2 Doel Om de voorgenomen ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Aan de ontwikkeling kan medewerking kan worden verleend door middel van een (buitenplanse) afwijking van het bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning ex artikel 2.12, lid 1 sub a, onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De omgevingsvergunningaanvraag dient te worden voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waaruit blijkt dat het planvoornemen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in bedoelde motivatie.
1.2
Ligging besluitgebied
Het besluitgebied betreft de kavels gelegen aan de Prins Bernhardstraat (nr. 38). Het betreft de percelen kadastraal bekend als Gemeente Asten, sectie C, nummers 5058, 5059.
4
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
Indicatieve weergave besluitgebied
Het plangebied is gelegen aan de rand van het centrum van Asten waar sprake is van een gemengd gebied. Hier zijn naast woningen ook meerdere horecabedrijven, een kunsthandel en een kapper aanwezig. Iets ten noorden van het besluitgebied zijn in de Prins Bernhardstraat woongebouwen aanwezig die naar aard en omvang vergelijkbaar zijn met het nu te realiseren woongebouw (o.a. Prins Bernhardstraat 46-56)
Directe omgeving besluitgebied. Entrée Prins Bernhardstraat vanaf de kruising met de Lindestraat/Logtenstraat. Besluitgebied is direct achter eetcafé ‘De Grutter’ (witte gebouw) gelegen.
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
5
P221315.004/FLI
Straatbeeld Prins Bernhardstraat. Tegenover besluitgebied gelegen snackbar (links).. Op rechterfoto is locatie nieuw woongebouw te zien (onbebouwd tussenkavel).
Nabij gelegen (40 – 80 meter ten noorden van het besluitgebied) vergelijkbare woongebouwen in de Prins Bernhardlaan (nrs. 46-56).
Het besluitgebied is in de huidige situatie ontsloten op de openbare parkeerplaats aan de Asterstraat.
Openbaar parkeerterrein aan de Asterstraat met toegang tot besluitgebied.
6
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
1.3
Geldend bestemmingsplan
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’
Het besluitgebied is gelegen binnen het plangebied van bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ (vastgesteld 2 juli 2014) en is voorzien van de bestemming ‘Centrum – 2’ met een bouwvlak. Daarnaast is het terrein voorzien van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwingspercentage terrein: 60%’. Wonen is binnen de voor ‘Centrum – 2’ aangewezen gronden overal binnen de bestemming toegestaan (artikel 5.1). Hoofd- en bijgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht. Daar waar geen woning aanwezig is, mag per bouwperceel slechts één woning worden opgericht (artikel 5.2.2 sub c). Het aantal bouwlagen van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan twee (artikel 5.2.2 sub g). Omdat er op het huidige bouwperceel meer dan één woning is voorzien, en het beoogde appartementengebouw uit meer dan twee bouwlagen bestaat, dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Naast het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ zijn er in het plangebied tevens een aantal veegen verzamelplannen van kracht, waarmee het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied' op ondergeschikte punten is gewijzigd. Het betreft:
Asten veegplan 2016-1 (vastgesteld 5 juli 2016) Asten Verzamelplan 2018-2 (vastgesteld 11 december 2018) Asten Verzamelplan 2019-1 (vastgesteld 25 juni 2019) Asten Verzamelplan 2019-2 (vastgesteld 13 februari 2020)
Op grond van het bestemmingsplan 'Asten veegplan 2016-1' geldt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en ‘Waarde – Archeologie 3’. Ten slotte is in het plangebied ook het bestemmingsplan 'Asten Parapluplan Wonen 2019' (vastgesteld 4 februari 2020) van kracht. Dit plan bevat geen relevante regels voor de onderhavige ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
7
P221315.004/FLI
1.4
Leeswijzer
In dit eerste hoofdstuk zijn de aanleiding en het doel van deze ruimtelijke onderbouwing, de situering van het besluitgebied en de geldende bestemmingsplannen omschreven. Hoofdstuk 2 bevat een ruimtelijke beschrijving van de bestaande situatie op het besluitgebied, het planvoornemen en de afwijking van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 staat het planologische beleidskader, waarin aandacht uitgaat naar het ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau, provinciaal niveau en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven met o.a. aandacht voor geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid en milieuzonering. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op zowel de economische als de maatschappelijke haalbaarheid van het planvoornemen. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de procedure die de omgevingsvergunning doorloopt.
8
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
2 Planvoornemen 2.1
Huidige situatie besluitgebied
Het plangebied bestaat momenteel uit een grotendeels onbebouwd kavel dat zich tussen de bestaande bebouwing aan de Prins Bernhardstraat, Logtenstraat en Asterstraat bevindt. Het perceel grenst aan de zijde van de Prins Bernhardstraat aan het openbaar toegankelijk gebied, en vormt daar een open ruimte tussen de naastgelegen bebouwing. Deze open ruimte is ontstaan doordat de voormalige bebouwing in het verleden is gesloopt. Op het achtergelegen terrein is in de huidige situatie bebouwing aanwezig in de vorm van één oude loods met een totale oppervlakte van circa 298 m2 (Prins Bernhardstraat 38). Deze bebouwing zal ten behoeve van het planvoornemen worden verwijderd.
2.2
Planvoornemen
Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een woongebouw met 12 appartementen aan de Prins Bernhardstraat. Met het voornemen wordt de bebouwing aan de Prins Bernhardstraat ter plaatse afgerond.
Indicatieve inrichtingstekening toekomstige situatie met appartementen
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
9
P221315.004/FLI
2.2.1
Appartementengebouw
Het woongebouw met appartementen en wordt gesitueerd tussen de bestaande bebouwing van eetcafé De Grutter en de woning Prins Bernhardstraat 42. Het nieuwe gebouw bestaat uit drie woonlagen met twaalf portiekappartementen. De totale bouwhoogte bedraagt circa 9,6 meter. De breedte van de voorgevel bedraagt circa 21 meter (breedte per appartement circa 5,1 meter) en de diepte bedraagt exclusief de balkons de circa 14,5 meter. De voorgevel wordt iets terugliggend in de straatwand gesitueerd. De ontsluiting van de portieken is gesitueerd aan de achterzijde. Het adres van de woningen is aan de Prins Bernhardstraat, waar ook een entrée naar de achterzijde en de postbussen zijn gesitueerd. Alle woonkamers zijn aan de straatzijde geplaatst. Slapen geschiedt aan de rustige gemeenschappelijke tuin/parkeerzijde. Aan deze zijde bevinden zicht ook de privé-buitenruimten (balkon).
Appartementengebouw, gezien vanaf de Prins Bernhardlaan.
Appartementengebouw, gezien vanaf de achterzijde
10
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
Plattegrond en doorsnede woongebouw
2.2.2
Verkeer en parkeren
Verkeersgeneratie Om de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling aan te tonen dient ook in beeld te worden gebracht welke gevolgen dit heeft voor de verkeersgeneratie en infrastructuur. Om dit in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van de kencijfers verkeersgeneratie uit de CROW-publicatie Toekomstbestendig Parkeren (publicatie 381). Op grond van de Nota Parkeernormen 2016 kan het besluitgebied worden aangemerkt als het gebiedstype ‘Centrum’ met de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk gebied’. Voor de appartementen (huur, appartement, midden/goedkoop) binnen het gebiedstype ‘centrum’ in weinig stedelijk gebied geldt een verkeersgeneratie van minimaal 3,7 en 4,5 verkeersbewegingen per dag per woning. Voor de 12 appartementen dient dus rekening te worden gehouden met 3,7 / 4,5*12 = 45 tot 54 verkeersbewegingen per dag. Deze verkeersbewegingen zullen zich gezien de ontsluiting van het besluitgebied op de Asterstraat voornamelijk op deze straat concentreren. Asterstraat betreft op basis van de gemeentelijke classificatie in het GVVP een erftoegangsweg type II. In verband met de leefbaarheid hanteert de gemeente een toetsingskader voor snelheid en intensiteit. Voor een erftoegangsweg II geldt dat de gemeente uitgaat van een acceptabele intensiteit tot 4000 mvt/etmaal. De planontwikkeling genereert ongeveer 45 a 54 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
Het betreft dientengevolge een geringe toename die opgaat in het algemene verkeersbeeld. De capaciteit en inrichting van de weg zijn ook na planontwikkeling ruim voldoende. Daarmee kan worden gesteld dat de verkeersgeneratie als gevolg van de planontwikkeling de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid niet in de weg staat. Parkeren
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
11
P221315.004/FLI
Kaart gebiedsindeling Asten (Nota Parkeernormen 2016). Besluitgebied indicatief weergegeven (rode cirkel).
Voor de berekening van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de kencijfers uit de Nota Parkeernormen 2016 van de gemeente Asten. In deze nota heeft de gemeente Asten beleid omtrent parkeren bij nieuwe ruimtelijke plannen en projecten vastgelegd. Voor de normen wordt in de Nota Parkeernormen 2016 uitgegaan van de parkeerkencijfers van het CROW, publicatie 317. Het besluitgebied is op grond van de Parkeernota 2016 gelegen in het gebiedstype ‘Centrum’. De bijbehorende parkeernormen voor het gebiedstype ‘Centrum’ worden hierom gebruikt bij berekening van de parkeerbehoefte van de woningen. Zie onderstaande tabel. Woning (per woning)
Centrum
Koop, vrijstaand
1,8
Koop, twee-onder-een-kap Koop, tussen/hoek Koop, etage, goedkoop Koop, etage, midden Koop, etage, duur Huur, etage, midden/goedkoop Huur, etage, duur Huurhuis, sociale huur Huur, vrije sector Kamerverhuur zelfstandig (per kamer)
1,7 1,5 1,3 1,4 1,6 1,1 1,4 1,3 1,5
Aanleunwoning, serviceflat
1,1
0,6
Aandeel bezoekers2 0,3 pp per woning
0,2 pp per kamer 0,3 pp per woning
Voor appartementen binnen het gebiedstype ‘centrum’ geldt een parkeerbehoefte van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Voor de 12 appartementen dient dus in het geval van koopwoningen rekening te worden gehouden met 12*1,4 = 16,8 = 17 parkeerplaatsen.
12
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
In geval van huur bedraagt het minimale aantal parkeerplaatsen 1,1*12 = 13,2 = 14 parkeerplaatsen.
Te realiseren parkeervoorzieningen planvoornemen
Er worden 17 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Het parkeerterrein wordt ontsloten via het bestaande parkeerterrein aan de Asterstraat, op de plaats waar in de huidige situatie ook de toegang voor gemotoriseerd verkeer aanwezig is. Het parkeerterrein wordt voor de woningen in het plangebied aangelegd en is tevens toegankelijk voor bezoekers van de woningen in het plangebied. Uit de berekening van de parkeerbehoefte en het planvoornemen blijkt dat aan de parkeerbehoefte wordt voldaan.
2.3
Afwijking van het bestemmingsplan
Zoals reeds is besproken in paragraaf 1.3 pas de hierboven beschreven ontwikkeling niet rechtstreeks binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Wonen is binnen de voor ‘Centrum – 2’ aangewezen gronden overal binnen de bestemming toegestaan (artikel 5.1). Hoofd- en bijgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht. Daar waar geen woning aanwezig is, mag per bouwperceel slechts één woning worden opgericht (artikel 5.2.2 sub c). Het aantal bouwlagen van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan twee (artikel 5.2.2 sub g). Omdat er op het huidige bouwperceel meer dan één woning is voorzien, en het beoogde appartementengebouw uit meer dan twee bouwlagen bestaat, dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan op de volgende punten:
Het realiseren van meer wooneenheden dan rechtsreeks is toegestaan; Het realiseren van een appartementencomplex met meer dan 2 bouwlagen.
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
13
P221315.004/FLI
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt. In de NOVI is een langetermijnvisie neergelegd over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het Rijk wil daarbij sturen en richting geven op enkele nationale belangen. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden:
Ruimte voor klimaatadaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes:
Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde fysieke leefomgeving, waarbij onder meer nadruk ligt op het verbeteren van de kwaliteit van overgangsgebieden tussen stad en land door gebruik te maken van de kansen die in deze gebieden liggen voor verbetering van landschappelijke kwaliteiten en functiemenging. Gevolgen voor planontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van 12 appartementen binnen het centrum van de kern Asten. Hiermee wordt binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Asten voorzien in een aantoonbare behoefte aan woningen en de levendigheid van de dorpskern. Met de onderhavige ontwikkeling wordt tevens een passende functie gegeven aan een perceel dat momenteel een ‘gat’ vormt in de nabijheid van het centrum. Met de ontwikkeling wordt ten slotte aangesloten op de omliggende bebouwing en het openbaar parkeerterrein aan de Asterstraat. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat met het planvoornemen een bijdrage wordt geleverd aan de ambities voor sterke en gezonde steden en regio’s. Dit wordt hieronder nader onderbouwd aan de hand van het gemeentelijk beleid.
14
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling:
project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur.
Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Gevolgen planontwikkeling Het besluitgebied is niet gelegen binnen een relevant werkingsgebied van het Barro en Rarro. Het plangebied valt binnen een gebied dat door de Rarro is aangeduid als een beperkingengebied rondom een radarstation. Voor die gronden mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van dusdanig hoge bouwwerken mogelijk maken, dat deze onaanvaardbare gevolgen hebben voor de werking van de radar. Dit is hier niet ter sprake. De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor onderhavige ontwikkeling en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.
3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze bepaling stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Op basis van deze bepaling geldt in het geval dat, indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, de toelichting bij het ruimtelijk besluit een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen.
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
15
P221315.004/FLI
Gevolgen voor planontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van meerdere woningen binnen het bestaand stedelijk gebied. Omdat sprake is van de realisatie van 12 woningen dient de ontwikkeling op grond van jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Er bestaat een aantoonbare behoefte aan deze ontwikkeling. Deze behoefte aan de te realiseren woningen wordt beschreven in de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4, waarin het provinciaal, regionaal en gemeentelijk woningbouwbeleid wordt beschreven.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie ‘De Kwaliteit van Brabant’ Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij ligt de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn:
werken aan energietransitie; een klimaatproof Brabant; de slimme netwerkstad, en een concurrerende duurzame economie.
Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Gevolgen planvoornemen Het planvoornemen betreft de realisatie van 12 nieuwbouwwoningen binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Asten. Omdat er sprake is van de toevoeging van 12 woningen, wordt deze ontwikkeling aangemerkt als een stedelijk ontwikkeling. Door de voorziene invulling van het perceel wordt aangesloten bij de reeds bestaande stedelijke structuur en infrastructuur, waarmee sprake is van duurzame verstedelijking. De behoefte aan de te realiseren woningen wordt beschreven in de
16
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4, waarin het provinciaal, regionaal en gemeentelijk woningbouwbeleid wordt beschreven. De nieuwe woningen zullen tenslotte voldoen aan de BENG-eisen, waardoor de woonbehoefte duurzaam wordt ingevuld. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de best beschikbare technieken in het kader van energieverbruik. Het planvoornemen is gezien het bovenstaande in lijn met de omgevingsvisie. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Brabant De Omgevingsvisie, zoals beschreven in voorgaande paragraaf, vormt het beleidskader voor het provinciaal ruimtelijk beleid. Het juridische kader voor dit beleid is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). De verordening vormt derhalve een belangrijk uitvoeringsinstrument voor de provincie om haar doelen te realiseren. De verordening bevat algemene regels waaraan gemeenten zich dienen te houden bij het opstellen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij afgeweken wordt van bestemmingsplannen. Ook wordt geregeld op welke wijze het Regionaal Ruimtelijk Overleg, waarin afspraken worden gemaakt over verstedelijking (wonen, werken en voorzieningen), wordt georganiseerd. Naast deze bindende regels voor gemeenten kent de verordening ook een aantal direct bindende regels voor burgers.
Een belangrijke hoofdregel van provinciaal beleid is dat stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Alleen als daarvoor geen mogelijkheden bestaan, kan een stedelijke ontwikkeling buiten het bestaande stedelijke gebied in beginsel plaatsvinden binnen daarvoor in de verordening aangeduide zoekgebieden. Binnen deze gebieden liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking. Gevolgen voor planontwikkeling Het besluitgebied is gelegen binnen het stedelijk gebied. De behoefte aan de te realiseren woningen wordt beschreven in de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4, waarin het provinciaal, regionaal en gemeentelijk woningbouwbeleid wordt beschreven. In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de IOV is deze 'programma-indicatie' richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Het planvoornemen en het woningbouwprogramma voor dit plangebied maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken. Dit wordt nog nader toegelicht in paragraaf 3.3 Het planvoornemen voldoet aan de regels van de IOV. Het planvoornemen is dientengevolge niet in strijd met de provinciale regels..
3.2.3 Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant Om aan de toekomstige woningbehoefte te kunnen voldoen en huidige tekorten in te lopen moeten er in Brabant nog veel huizen worden gebouwd. Tot 2050 moeten nog 220.000 huizen aan de bestaande woningvoorraad worden toegevoegd. De nadruk ligt daarbij op de eerstkomende 10 jaar, waarin er zo’n 12.000 woningen per jaar moeten bijkomen.
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
17
P221315.004/FLI
Vergeleken met de vorige prognose (uit 2017) ligt de groei van de Brabantse bevolking duidelijk hoger. De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Tegen het midden van de jaren ’30 krijgen de landelijke gebieden te maken met een geringe bevolkingskrimp. In het stedelijk gebied blijft de bevolking doorgroeien, al neemt de groei ook hier af. Rond 2040 bereikt de vergrijzing van de Brabantse bevolking haar hoogtepunt. Dan is bijna 27% 65 jaar of ouder, tegen 20% in 2020. De hoogste leeftijdsgroepen, 75 jaar en ouder, groeien het sterkst en landelijke gebieden vergrijzen meer dan stedelijke gebieden. In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente ook een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Gemeentelijke bestemmingsplannen die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader.
Gelet op de bevolkingsontwikkeling wordt voor de gemeente Asten in de bevolkings- en woningbehoefteprognoses uitgegaan van een groei van de woningvoorraad met 545 woningen in de periode 2022-2031. In de bevolkings- en woningbehoefteprognoses van 2017 werd nog een groei van de woningvoorraad met 430 woningen voorzien in diezelfde periode. De nieuwe prognoses geven dus meer ruimte om extra bouwplannen te gaan realiseren in de gemeente Asten. De bouw van in totaal 12 woning in onderhavig planvoornemen past binnen de voorziene toename van de woningvoorraad in de gemeente Asten. De woningbouwmonitor 2022-2031 is betrekkelijk recent (maart 2021) in de gemeenteraad bijgesteld. De gemeente voorziet een groei met 506 woningen in de periode 2022-2031. 3.2.4 Brabantse agenda wonen Het kaderstellend provinciaal beleid op het gebied van de woningbouw is verder vastgelegd in de 'Brabantse Agenda Wonen'. In deze agenda heeft de provincie ‘actielijnen’ en ‘richtinggevende principes’ vastgelegd. De actielijnen gaan uit van:
accent op duurzame verstedelijking; meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken.
Het planvoornemen is gebaseerd op een actuele kwalitatieve behoefte en dus vraaggericht. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Asten spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. Het plan draagt bovendien bij aan de differentiatie van de woningvoorraad in de gemeente Asten en sluit aan bij de behoefte. De behoefte aan de te realiseren woningen wordt nader uiteengezet in de paragrafen 3.3 en 3.4, waarin het regionaal en gemeentelijk woningbouwbeleid wordt beschreven
18
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale agenda wonen In de 'Regionale Agenda Wonen RRO Zuidoost-Brabant/Metropoolregio Eindhoven 2016' zijn de uitgangspunten voor de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave in regionaal verband vastgelegd. Kwantitatief is per gemeente aangegeven welke woningbouwopgave er voor de komende tienjaarsperiode is afgesproken. Voor de gemeente Asten is afgesproken dat 915 woningen netto zijn toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode 2016 t/m 2025. Kwalitatief zijn meerdere opgaven benoemd:
ladder duurzame verstedelijking en binnenstedelijk bouwen, onder andere door herbestemming van leegstaand vastgoed in het bestaand stedelijk gebied; huisvesting doelgroepen, met name arbeidsmigranten en vergunninghouders; kwaliteit van het programma afstemmen op de bestaande voorraad.
Gevolgen voor planontwikkeling De planontwikkeling is onderdeel van het netto toe te voegen aantal woningen in de gemeente Asten. Doordat sprake is van een inbreidingslocatie wordt voldaan aan de wens om stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied te concentreren. De behoefte aan de te realiseren woningen wordt beschreven in de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4, waarin het provinciaal, regionaal en gemeentelijk woningbouwbeleid wordt beschreven.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstagenda 2030 In de Toekomstagenda staan de opgaven die de komende jaren centraal staan: de transformatie van het buitengebied, het vitaal houden van de kernen, de ontwikkeling van het centrum van Asten en het klimaatbestendig en energieneutraal worden in 2030. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de opgave ‘vitale kernen’ van belang. Onderdeel van deze opgave is onder meer het bieden van passende en betaalbare woonvormen. Het woonbeleid is daarom flexibel en gericht op de lokale woonbehoeften. Gelet op de vergrijzing werkt de gemeente gericht aan combinaties met zorg, zodat mensen met een beperking zo veel mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Doordat de woningen op korte afstand van het centrum liggen 3.4.2 Omgevingsvisie Asten In het kader van de komst van de nieuwe omgevingswet heeft de gemeente Asten een omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie zijn de ambities van de gemeente Asten voor de fysieke leefomgeving zoals neergelegd in de Toekomstagenda 2030 nader uitgewerkt. Het plangebied maakt onderdeel uit van de dynamische dorpen. Dynamische dorpen
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
19
P221315.004/FLI
Asten, Heusden en Ommel zijn, mede dankzij het groen in en rond de kernen, fijne dorpen om in te wonen. Gelegen binnen de Metropoolregio Eindhoven hebben ze een dorpse sfeer in uitstraling en gevoel. De dorpen hebben elk een eigen identiteit met een levendig verenigingsleven. Asten, Heusden en Ommel ontwikkelen zich vanuit de eigen identiteit en kracht. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de dorpen, als gemeente worden de randvoorwaarden geborgd en initiatieven gefaciliteerd die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling. In het deelgebied Dynamische Dorpen wil de gemeente Asten (voorzover hier relevant) concreet de volgende doelstellingen realiseren: Vitale kernen
Het behouden en daar waar mogelijk versterken van het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in de kernen. Realiseren van voldoende, betaalbare en passende woningen en woonomgevingen voor alle doelgroepen. Behouden en verbeteren van een groene leefomgeving waarin hittestress beperkt wordt, het water voldoende ruimte krijgt en de biodiversiteit hoog is. Natuurinclusief bouwen wordt de norm.
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de woningbouwdoelstellingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Het planvoornemen voorziet in de bouw van 12 woningen in het centrum van de kern Asten. Met de planontwikkeling wordt rekening gehouden met de kwalitatieve behoefte aan betaalbare woningen. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Asten. De nieuwbouw van de woningen op onderhavige inbreidingslocatie voorziet daarnaast in een aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Omgevingsvisie en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.4.3 Woonvisie gemeente Asten 2015-2024 In de woonvisie zijn de uitgangspunten voor het volkshuisvestingsbeleid geformuleerd. Belangrijke uitgangspunten voor het volkshuisvestingsbeleid zijn: Algemeen
20
Asten richt zich op het realiseren van een woningvoorraad die past bij de woonbehoeften van de Astense bevolking, zowel kwantitatief (voldoende woningen) als kwalitatief (juiste woningen). Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor de gemeente Asten als geheel maar ook voor de drie afzonderlijke kernen. Nieuwe toe te voegen woningen moeten aansluiten bij de geconstateerde en verwachte tekorten in de bestaande woningvoorraad. 30% van de toegestane plancapaciteit wordt gereserveerd als flexibele ruimte. Toevoeging van woningen vindt primair plaats binnen bestaand stedelijk gebied (wettelijke verplichting), met voorrang voor: locaties nabij voorzieningen, herstructureringslocaties, ook wordt eerst leegstaand of leegkomend vastgoed benut.
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
Kwantitatieve taakstelling
De kwantitatieve taakstelling voor de komende 10 jaren bedraagt 915 woningen (= toevoeging aan bestaande woningvoorraad). Dit aantal is ook vastgelegd in de regionale agenda wonen Verdeling van deze taakstelling over de 3 kernen vindt plaats naar rato van de inwoneraantallen: Asten / Heusden / Ommel - 75% / 19% /6 %. Toename van de woningvoorraad wordt gerealiseerd door nieuwbouw, kavelsplitsing en transformatie van de bestaande voorraad. Transformatie binnen de bestaande voorraad is mogelijk door onder meer woningsplitsing, maar ook door het realiseren van woningen in gebouwen met een andere bestemming, zoals kantoor, winkel.
Kwalitatieve taakstelling
Voor het nieuwbouwprogramma gelden de volgende kaders naar doelgroep, prijs en type woning: 1. aandeel starters / gezinnen / senioren - 20% / 30% / 50%. 2. aandeel huur / koop = 40 % / 60%. 3. aandeel sociaal / vrij = 45 % / 55%. 4. aandeel gestapeld / niet gestapeld = 30% / 70% Daarnaast is de doelstelling voldoende woningen te bouwen voor starters, gezinnen en senioren. Deze doelstellingen zijn later uitgewerkt in de Versnellingsagenda Woningbouw Asten (zie paragraaf 3.4.4). Gevolgen voor planontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de bouw van twaalf woningen op een herontwikkelingslocatie in het centrum van de kern Asten. Daarmee wordt voldaan aan het uitgangspunt dat nieuwbouw bij voorkeur plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied. Het planvoornemen voorziet tevens in de aantoonbare woonbehoefte voor de gemeente Asten. Doordat sprake is van een beperkte afstand van het besluitgebied tot de voorzieningen in de kern Asten past de voorgenomen ontwikkeling bij uitstek binnen het hierboven uiteengezette beleid. Concluderend past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Woonvisie en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp.
3.4.4 Versnellingsagenda woningbouw Asten Met de Versnellingsagenda woningbouw Asten beoogt de gemeente de toenemende druk op de woningmarkt tegen te gaan door het bouwtempo hoog te houden. De gemeente doet dit door nadrukkelijk de regie te pakken en versneld een tweetal grootschalige woningbouwplannen in ontwikkeling te nemen. Binnen deze plannen zal extra aanbod gecreëerd worden voor de meest urgente doelgroepen, met een gezonde mix van huur en koop, in verschillende prijssegmenten en met aandacht voor betaalbaarheid en financierbaarheid. Ook binnen de bestaande (potentiële) planvoorraad en bij nieuwe woningbouwplannen zal extra gestuurd worden op het bouwen van woningen voor de meest urgente doelgroepen. Daarnaast dient minimaal 25% van de nieuw te bouwen woningen te bestaan uit sociale huurwoningen. De uitgangspunten en acties uit de versnellingsagenda woningbouw zijn verwerkt in de
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
21
P221315.004/FLI
woningbouwmonitor 2022-2031. De woningbouwmonitor wordt gebruikt om te sturen op het planaanbod, de te bouwen woning typologieën en de realisatie van nieuwe woningen. In de kern Asten is vanaf 2022 weinig harde plancapaciteit beschikbaar. Als gevolg hiervan is het wenselijk om op korte termijn nieuwe woningbouwplannen in ontwikkeling te nemen. Voorgenomen ontwikkeling sluit hierbij aan. Gevolgen voor planontwikkeling Op basis van de locatie, marktanalyse, Woonvisie en versnellingsagenda van de gemeente Asten is de doelgroep voor het woongebouw bepaald. Het plan voorziet in de behoefte van één van de meest urgente doelgroepen uit de Versnellingsagenda Woningbouw, namelijk starters. Het gebouw is daarom met name ontwikkeld voor 1 á 2 persoonshuishoudens. Hierbij worden de woningen in principe als huurwoningen aan de markt aangeboden, waarbij tenminste 3 woningen worden aangeboden als sociale huurwoningen. Indien de woningen bij de realisatie toch verkocht worden aan toekomstige bewoners zal dit geschieden in de prijsklasse voor starters. Eventueel worden enkele- woningen gemeubileerd aangeboden al dan niet met een beperkte huurtermijn, om ook in een eventuele behoefte te voorzien voor middellange huurtermijnen (short stay).
3.4.5 Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031 Het gemeentelijk woningbouwprogramma is vastgelegd in de 'Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031'. In de woningbouwmonitor is het totaal aantal te realiseren woningen in de kern Asten over de periode 2022 t/m 2031 vastgelegd.
Kwantitatieve toets geplande woningbouw in de kernen van de gemeente Asten (harde plancapaciteit)
In de woningbouwmonitor heeft de gemeente Asten bewust beperkte ruimte beschikbaar gehouden voor de toevoeging van nieuwe plannen. De harde en potentiële plancapaciteit van de gemeente Asten als geheel zijn samen circa 500 woningen, terwijl er de komende 10 jaar 545 woningen gebouwd kunnen worden. Er is dus nog ruimte voor circa 45 woningen. Meer vrije ruimte is niet nodig, omdat de tijdshorizon elk jaar vooruit schuift en de gerealiseerde woningen van de harde plancapaciteit af gaan. Hierdoor is de verwachting dat er ook in de toekomst voldoende capaciteit over blijft om woningen te kunnen blijven bouwen.
22
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
Met de voorziene bouw van twaalf woningen op een inbreidingslocatie in Asten wordt voorzien in de kwantitatieve behoefte aan woningbouw in nabijheid van de voorzieningen in de kern Asten. Het planvoornemen voorziet in de aantoonbare behoefte aan woningen binnen de kern. De nieuwbouw van woningen in het bestaand stedelijk gebied voorziet daarmee in deze aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost, Loverbosch). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de kwantitatieve woningbouwopgave van de gemeente Asten en draagt deze bij aan het bereiken van de kwalitatieve opgaven.
3.4.6 Handreiking omgevingsdialoog De gemeente Asten vindt het wenselijk dat omwonenden en bedrijven in de nabijheid van een ruimtelijke ontwikkeling op een vroeg stadium bij de planvorming worden betrokken. Daarom heeft de gemeente een stappenplan ontwikkeld voor het organiseren en voeren van een omgevingsdialoog, die plaats dient te vinden voordat een aanvraag wordt ingediend. Daarin worden de volgende stappen uitgewerkt:
Definieer de omgeving en belanghebbenden; Nodig de omgeving uit; Voer het omgevingsgesprek; Maak een verslag; Verstuur het verslag naar de omgeving; Voeg het verslag toe bij de stukken voor de indiening van de aanvraag.
In een tabel worden de instrumenten uitgewerkt voor omgevingsgesprekken ten behoeve van initiatieven met een geringe, middelgrote en grote (ruimtelijke) impact. Het onderhavige initiatief betreft volgens de handreiking een initiatief met een middelgrote ruimtelijke impact. Voor dergelijke initiatieven wordt in de handreiking voorgeschreven dat omwonenden en omliggende bedrijven worden geïnformeerd door middel van een informatiebrief met enquête, een inloopbijeenkomst of presentatie. Bij het bepalen van de omgeving is er vrijheid in de afweging welke belanghebbenden, bedrijven of omwonenden worden uitgenodigd. Dit is afhankelijk van de ruimtelijke impact van de voorgenomen ontwikkeling. De omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden in de vorm van individueel overleg met directe buren en een inloopavond die heeft plaatsgevonden op 8 juni 2022. Uit de individuele overleggen zijn onder andere aandachtspunten gekomen over erfafscheidingen en zijn gemaakte keuzes in het plan positief bevestigd. Het overleg met de directe buren duurt nog voort om elkaar op de hoogte te houden en daar waar mogelijk elkaar in elkaars belangen te helpen. De inloopavond, de daarbij gebruikte materialen en de reacties worden nader beschreven in de notitie die als bijlage 1 is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing.
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
23
P221315.004/FLI
4 Omgevingsaspecten 4.1
Geluid
Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. In dit kader is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 toegevoegd aan deze onderbouwing. Uit het onderzoek volgt:
dat in de omgeving geen op grond van de Wet geluidhinder zoneplichtige geluidbronnen aanwezig zijn; dat de nieuw beoogde woonbestemmingen geen inbreuk doen op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen; dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen gewaarborgd is.
Ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal aanvullend onderzoek nodig zijn naar de benodigde bouwkundige maatregelen waarmee voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het binnengeluidniveau. Aanvullend onderzoek is pas mogelijk op het moment dat een definitieve ontwerptekening beschikbaar is.
4.2
Bodem
In het kader van de motivering dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening dient onderzocht of aangetoond te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Bij overige ruimtelijke besluiten is ook een inzicht in de bodemkwaliteit nodig op basis van artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. In dit kader is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 3 toegevoegd aan
24
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
deze onderbouwing. Uit dit onderzoek volgt, dat het aspect bodem geen belemmeringen oplevert voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. Conclusies bodemonderoek (vml bedrijfsterrein Pr. Bernhardstraat 38 (gem. Asten, sectie C, nsr 5058 en 5059) Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie' ten aanzien van het (voormalig) bedrijfsterrein aan de Prins Bernhardstraat 38 (deellocatie A) stand houdt. In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met lood, zink, minerale olie en PAK aangetoond en in de ondergrond zijn lichte verontreinigingen met koper, kwik, lood, minerale olie en PAK en plaatselijk een matige verontreiniging met zink aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Voor de matige verontreiniging met zink en de lichte verontreinigingen met zware metalen, minerale olie en PAK in de grond zijn geen duidelijke oorzaken of bronnen aan het licht gekomen. Waarschijnlijk zijn ze het gevolg van het decennialange gebruik als bedrijfsterrein. Aangezien er geen duidelijke oorzaak of bron is voor de matige verontreiniging met zink, is het niet aannemelijk dat op het betreffende terreindeel een sterke verontreiniging met zink aanwezig is. Voor de lichte verontreiniging met barium in het grondwater is geen duidelijke bron of oorzaak aan het licht gekomen.
Het aantreffen van verhoogde gehalten zware metalen (waaronder barium) in het grondwater is een bekend verschijnsel in deze regio, derhalve kan gesteld worden dat de verontreiniging in het grondwater zeer waarschijnlijk een verhoogd achtergrondgehalte betreft. Druppelzone asbestverdachte dakbedekking Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie' ten aanzien van de druppelzone van de asbesthoudende dakbedekking (deellocatie B) geen stand houdt. In de grond is geen verhoogd gehalte asbest boven de rapportagegrens aangetoond. Conclusie De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het terrein aan de Prins Bernhardstraat 38 – gemeente Asten, sectie C, percelen 5058 en 5059 – vormt geen directe belemmering of beperking voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van twaalf studio’s/appartementen ter plaatse van het betreffende terrein. Wel dient er rekening mee gehouden te worden dat eventueel vrijkomende grond op het betreffende terrein, buiten de onderzoekslocatie, niet overal toepasbaar is.
4.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid:
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
25
P221315.004/FLI
een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit het NSL. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, waaronder voor woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen. Het planvoornemen betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van twaalf woningen. Het planvoornemen behoort vanwege de relatief beperkte omvang automatisch tot de categorie van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Een toets aan de 3%grens (bijdrage aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide) kan derhalve achterwege blijven.
Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is eveneens gekeken naar de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (zowel PM10 als PM2.5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling. Om een goed beeld te krijgen van deze concentraties is gebruik gemaakt van de resultaten uit de NSL Monitoringstool (monitoringsronde 2021). Met deze Monitoringstool wordt de luchtkwaliteit jaarlijks in beeld gebracht langs de drukste wegen in Nederland, zowel voor het gepasseerde jaar als voor de toekomst. De Monitoringstool wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de generieke invoergegevens en verkeersgegevens van het Rijk, provincies en gemeenten. De (maximale) concentraties in de directe nabijheid van het besluitgebied zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht. Als uitgangspunt zijn de waarden van het dichtstbijzijnde meetpunt op de Prins Bernharstraat ter hoogte van het besluitgebied genomen (zie navolgende afbeelding).
26
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 38 te Asten Pouderoyen B.V.
P221315.004/FLI
Kaart NSL Monitoringstool. Dichtstbijzijnde meetpunt rood omcirkeld.
2020
2030
Maatgevende grenswaarde
NO2
14.155
10.027
50
PM10
16.942
15.405
32.5
PM2,5
9.711
7.797
25
Uit de NSL- monitoringskaart blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van de rekenpunten ruim onder de maatgevende grenswaarde liggen. De concentraties van deze stoffen zullen in de komende jaren ook afnemen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het besluitgebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
Zowel in het kader van een goede ruimtelijke ordening als vanuit milieuwet- en regelgeving wordt gestreefd naar het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten, met als doel het handhaven en waar mogelijk bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Dit gebeurt onder andere door het fysiek scheiden van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) door het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding daartussen. Deze ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand, hetgeen ook wel wordt aangeduid als milieuzonering. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:
Ruimtelijke onderbouwing Prins Bernhardstraat 36-38-40 te Asten Pouderoyen B.V.
27
P221315.004/FLI
Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de toegesneden lijst van bedrijfstypen bij het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’. Deze is gebaseerd op de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, editie 2009’ (verder: VNG-uitgave). De VNG-uitgave geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor veelvoorkomende milieubelastende activiteiten indicatieve richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies, uitgaande van een gemiddeld modern bedrijf. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Afwijken van de richtafstanden is mogelijk, mits wordt onderbouwd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De indicatieve richtafstanden uit de lijst van bedrijfstypen en de VNG-brochure gaan uit van de afstand die dient te worden gehouden van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Indien sprake is van een 'gemengd gebied' mogen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (uitzondering is de richtafstand voor gevaar). Een gemengd gebied is volgens de definitie in de VNGbrochure een gebied met matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Gemengd gebied Aan Prins Bernhardstraat en de direct omgeving (Logtenstraat) is sprake van een matige functiemenging van bedrijvigheid (horeca) en wonen. Dit is tevens af te lezen in het bestemmingsplan, waarin het besluitgebied en de directe omgeving zijn voorzien van de bestemming ‘Centrum’. Daarnaast is het plangebied volgens het GVVP gelegen langs de drukkere erftoegangswegen type 1, die het centrum ontsluiten op de gebiedsontsluitingswegen van de kern Asten. Hierdoor kan het plangebied worden beschouwd als 'gemengd gebied', waardoor bij de beoordeling van het aspect bedrijven en milieuzonering de toepassing van kleinere richtafstanden is gerechtvaardigd. Beoordeling horecabedrijven Prins Bernhardstraat, Lindestraat en Logtenstraat In de omgeving van het besluitgebied zijn meerdere horecabedrijven gelegen.