RU22.11.04H Ruimtelijke onderbouwing - 4. Vaalbaan 1 Deel 3.pdf
Tekst van het document
De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. De achtergrondbelasting kan worden berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen voor de beoordeling van vergunningaanvragen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de voorgrondbelasting die elke veehouderij afzonderlijk mag veroorzaken. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ kan het bevoegd gezag bij een plan beoordelen of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied. 1.4 Geurbelasting versus geurhinder In de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend.
Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Als leidraad geldt hiervoor het volgende:
5
o o
De voorgrondbelasting is minder dan de helft van de achtergrondbelasting: de achtergrondbelasting is bepalend voor de ervaren geurhinder. De voorgrondbelasting is meer dan de helft van de achtergrondbelasting: dan leidt de voorgrondbelasting tot het hoogste geurhinderpercentage.
Deze percentages geurgehinderden kunnen worden gebruikt om de milieukwaliteit te kwalificeren. De milieukwaliteit wordt onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Deze waarden gelden voor een niet-concentratiegebied. Voor concentratiegebieden gelden andere waarden. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Tabel 1: Milieukwaliteit versus percentage geurgehinderden en geurbelasting in concentratiegebied Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting (%) (ouE/m3) (ouE/m3) Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
<5
5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30 - 35 35 - 40
0 – 1,5 2–3 4–6 7 – 10 11 – 14 14 – 19 19 - 25 25 - 32
0–3 3–7 8 - 15 15 - 20 20 - 28 28 - 38 38 - 50 50 - 65
6
2 Geurberekeningen 2.1 Geuremissies In de omgeving van de veehouderij aan de Vaalbaan 1 liggen een aantal veehouderijen. Voor de beoordeling zijn alle veehouderijen binnen 2 kilometer van het bedrijf aan de Vaalbaan 1 beschouwd. Bij de gemeente Heusden en bij de gemeente Asten zijn de geldende omgevingsvergunningen (milieu) en Wm-meldingen opgevraagd. Op basis hiervan is per veehouderij bepaald wat het vergunde veebestand is, welke huisvestingssystemen worden toegepast en wat de geuremissie is. Een overzicht van deze bedrijven is als bijlage bijgevoegd. 2.2
Geurhinder
2.2.1 Geurgevoelige objecten De afstand van de stallen tot geurgevoelige objecten is relatief groot. Binnen 100 meter liggen geen woningen van derden. De kortste afstand tot een woning van derden is 270 meter. Bepalend voor bedrijfsuitbreiding is daarom de geurbelasting op de gevel van woningen in het buitengebied die niet behoren bij een (voormalige) veehouderij. Voor een indicatieve beoordeling van de veroorzaakte geurbelasting worden als geurgevoelige objecten ingevoerd vier gebouwen ten zuiden en oosten van het bedrijf die in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘wonen’ of ‘verblijfsrecreatie’ hebben: nr.
adres
X
Y
type
geurnorm
1
Kokmeeuwenweg 12
182258
373906
voorheen veehouderij?
(10)
2
Kokmeeuwenweg 14
182338
373725
voorheen veehouderij?
(10)
3
Kokmeeuwenweg 22
183199
373303
voorheen veehouderij?
(10)
4
Vaalbaan 2
182508
373001
burgerwoning
10
5
Kruisbaan 4
182192
373562
voorheen veehouderij
(10)
6
Kruisbaan 6/6A
182536
373866
veehouderij
(10)
7
Kokmeeuwenweg 24
182983
373087
veehouderij
(10)
8
Hollideeweg 7, Heusden
182037
375638
zone rond Heusden, vee?
5
9
Meijelseweg 40, Heusden
181488
376945
bebouwde kom Heusden
0,5
10
Sluisstraat 100, Someren
179714
373689
bebouwde kom Someren
3
De geurnorm volgt uit de geurverordening Asten. Indien het geurgevoelig object een (voormalige) bedrijfswoning bij een veehouderij is, dan is die geurnorm niet van toepassing maar geldt een afstand van 50 meter. Waar dat aan de orde is of kan zijn is de norm tussen haakjes geplaatst.
7
6 1 15
1
6
2 5 3 7 4 Afbeelding 2: Maatgevende voor geur gevoelige objecten in de omgeving
2.2.2 Geuremissie De geuremissie van de bestaande inrichting is 18.122 odour units per seconde. Door de voorgenomen uitbreiding neemt de geuremissie toe naar 22.202 odour units per seconde. Dit komt door de uitbreiding met 12.000 legkippen. De wijzing van het huisvestingssysteem (verhoging beluchtingscapaciteit) heeft geen effect op de geuremissie. 2.3 Voorgrondbelasting In onderstaande tabel is de geurbelasting opgenomen voor zowel de vergunde als de beoogde situatie voor de omliggende geurgevoelige objecten. De berekeningen zijn als bijlage bijgevoegd. Tabel 2: Overzicht geurgevoelige objecten met vergunde en beoogde geurbelasting (voorgrond)
nr
adres
geurnorm
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Kokmeeuwenweg 12 Kokmeeuwenweg 14 Kokmeeuwenweg 22 Vaalbaan 2 Kruisbaan 4 Kruisbaan 6/6a Kokmeeuwenweg 24 Hollideeweg 7, Heusden Meijelseweg 40, Heusden Sluisstraat 100, Someren
10 10 10 10 10 10 10 5 0,5 3
Geurbelasting vergund 1,5 2,8 1,1 2,5 2,5 2,2 1,4 0,2 0,1 0,1
Geurbelasting beoogd 1,0 1,7 0,8 1,4 1,6 1,6 0,9 0,2 0,1 0,1
Uit bovenstaande tabel blijkt dat zowel in de vergunde als de beoogde situatie wordt voldaan aan de geurnorm. In de beoogde situatie is er sprake van het houden van meer dieren waardoor er sprake is van een toename van de geuremissie. Daarnaast is er sprake van een wijziging in de ventilatie. In de bestaande stal (aangemerkt met nummer 3) verdwijnen de gevelventilatoren. Er worden extra ventilatoren op het dak geplaatst. De nieuwe stal wordt alleen voorzien van nokventilatoren. Nokventilatoren hebben een hogere
8
uittreesnelheid dan gevelventilatoren. Dit heeft een positief effect op de geurbelasting. Daarnaast is het emissiepunt bij nokventilatoren hoger dan bij ventilatoren in de gevel. Tezamen geeft dit een snellere en hogere verspreiding van de lucht uit de stallen. Tot slot is er door de wijziging in ventilatie sprake van een wijziging in de locaties van de emissiepunten. Door de wijziging in ventilatie, is er in de beoogde situatie sprake van een afname van de geurbelasting op de meeste geurgevoelige objecten. Alleen bij de geurgevoelige objecten in de bebouwde kom van Heusden en Someren blijft de geurbelasting gelijk. 2.4 Achtergrondbelasting Ook de achtergrondbelasting is berekend voor zowel de vergunde als de beoogde situatie. De geurbelastingen zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3: Overzicht geurgevoelige objecten met vergunde en beoogde geurbelasting (achtergrond)
nr
adres
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Kokmeeuwenweg 12 Kokmeeuwenweg 14 Kokmeeuwenweg 22 Vaalbaan 2 Kruisbaan 4 Kruisbaan 6/6a Kokmeeuwenweg 24 Hollideeweg 7, Heusden Meijelseweg 40, Heusden Sluisstraat 100, Someren
Geurbelasting vergund 1,8 2,8 1,3 2,6 2,8 2,4 1,5 0,2 0,0 2,7
Geurbelasting beoogd 1,5 2,0 1,1 1,4 2,1 1,9 1,1 0,2 0,0 2,5
Evenals bij de voorgrondbelasting is er bij de achtergrondbelasting sprake van een afname van de geurbelasting op de meeste geurgevoelige objecten. De achtergrondbelasting op de Sluisstraat 100 in Someren wordt voornamelijk veroorzaakt door veehouderijen in de nabije omgeving (Peelweg 11 en Peelweg 18) van deze locatie. De beoogde situatie aan de Vaalbaan 1 heeft wel een gering effect op de achtergrondbelasting van deze locatie. Voor de geurgevoelige objecten in de bebouwde kom van Heusden en Someren wijzigt de geurbelasting niet.
9
Afbeelding 2: Achtergrondbelasting geur, de contouren geven de cumulatieve geurbelasting in ouE/m3
2.5 Beoordeling woon- en leefklimaat Uit voorgaande paragrafen blijkt dat: o ruimschoots wordt voldaan aan de afstandseis van 50 meter; o de voorgrondbelasting op zijn hoogst 1,7 ouE/m3 bedraagt; o de achtergrondbelasting op zijn hoogst 2,1 ouE/m3 bedraagt. De hoogst berekende voorgrondbelasting bedraagt 1,7 ouE/m3. Deze waarde voor de voorgrondbelasting komt volgens tabel 2 in paragraaf 3.4 overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Deze geurbelasting vindt plaats op de (voormalige) bedrijfswoning bij een veehouderij aan de Kokmeeuwenweg 14. De voorgrondbelasting is binnen het gehele plangebied ruim lager dan de maximale voorgrond geurbelasting die op grond van de “Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2020” zijn vastgesteld. De hoogst berekende waarde voor de achtergrondbelasting van 2,1 ouE/m3 komt overeen met een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. De voorgrondbelasting is daarmee bepalend voor de milieukwaliteit in het plangebied.
10
3 Luchtkwaliteit (fijnstof) De concentratie fijnstof (PM10) is berekend met het verspreidingsmodel ISL3a, versie 2022. De berekening is opgenomen als bijlage 51. De contouren met de concentratie fijnstof rond dit bedrijf zijn weergegeven in afbeelding 6. De jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10) binnen het plangebied ligt tussen 18,1 en 20,3 microgram per m3. Dit is (ruim) lager dan de grenswaarde van 40 microgram per m3. Het aantal dagen dat de 24-uurs-gemiddelde waarde van 50 microgram per m3 lucht wordt overschreden is 8. Dit is ruim lager dan de grenswaarde van 35 dagen. De luchtkwaliteit binnen het plangebied is goed.
Afbeelding 6 – Concentratie fijnstof (PM10) rond Vaalbaan 1 in Heusden.
1
De berekende waarden zijn niet gecorrigeerd voor de bijdrage van zeezout en ook is geen dubbeltelcorrectie toegepast (de ingevoerde veehouderijen zijn ook al meegenomen in de achtergrondconcentratie). Als deze correcties worden toegepast zal de berekende jaargemiddelde concentratie fijnstof 2 tot 3 microgram per m3 lager zijn.
11
4 Conclusie In dit onderzoek heeft een geurbeoordeling plaats gevonden op de geurgevoelige objecten in de omgeving van de veehouderij aan de Vaalbaan 1. In het onderzoek zijn de vergunde en beoogde situatie onderzocht. Omdat in de beoogde situatie sprake is van gewijzigde ventilatie en emissiepunthoogtes is er, ondanks de toename van de geuremissie, sprake van een afname van de geurbelasting op de meeste geurgevoelige objecten. De voorgrondbelasting van de veehouderij aan de Vaalbaan 1 is bepalend. De bestaande voorgrondgeurbelasting (maximaal 1,7 ouE/m3) is binnen het gehele plangebied ruim lager dan de maximale voorgrond geurbelasting die op grond van de “Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2020” zijn vastgesteld. De voorgrondbelasting heeft in de beoogde situatie de milieukwaliteit ‘goed’ en ‘zeer goed’. De jaargemiddelde concentratie fijnstof is lager dan 20,5 microgram PM10 per m3 lucht. Er wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarde (40 µg/m3). Er is geen aanleiding om andere vormen van luchtverontreiniging te onderzoeken.
12
Jufferenwal 30
t
088 236 82 36
Postbus 432
e info@rombou.nl
8000 AK Zwolle
i
www.rombou.nl
Notulen omgevingsdialoog Locatie: Vaalbaan 1 te Heusden Datum Aanwezig Afwezig
8 augustus 2022 Zie presentielijst met kennisgeving: Kruisbaan 2 Heusden
_______________________________________________________________________
1.
Opening Initiatiefnemer fam. Bennenbroek heeft alle direct omwonende uitgenodigd voor een omgevingsdialoog op zijn locatie Vaalbaan 1 te Heusden om het beoogde plan toe te lichten en te bespreken. Van de dialoog is dit verslag gemaakt dat aan de betrokkenen verstuurd.
2.
Toelichting omgevingsdialoog Initiatiefnemer licht aan de buurtbewoners toe waarom deze omgevingsdialoog plaatsvindt. Het gesprek vindt plaats om de buurt in een vroeg stadium te informeren en te betrekken bij de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie Vaalbaan 1 te Heusden. De initiatiefnemer licht het inhoudelijk plan toe en de aanwezigen kunnen hierop reageren. Er wordt een verslag gemaakt en rondgestuurd, waarbij iedereen zijn opmerkingen kan plaatsen. Deze opmerkingen worden in het verslag verwerkt of bijgevoegd. Het verslag wordt naar de gemeente gestuurd. De gemeente neemt het besluit of de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan alle wettelijke bepalingen en of ze mee willen werken aan de voorgenomen ontwikkeling.
3.
Toelichting voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemer licht de plannen toe met betrekking tot vergroten bouwblok en het bouwen van een nieuwe melkveestal (vervangen bestaande melkveestal) en het verlengen en vervangen van de bestaande pluimveestallen.
4.
Vragen en opmerkingen uit de omgeving Er zijn geen vragen over het initiatief. Er worden wel vragen gesteld over de stikstofplannen en hoe deze plannen daarbinnen gerealiseerd kunnen worden. Fam. Bennenbroek geeft aan dat dit een onzekere factor is, waar rekening mee wordt gehouden. De overheidsplannen zijn op dit moment echter te onduidelijk om daar nu al een concreet duidelijk antwoord op te kunnen geven. Wel wordt aangegeven dat met het maken van de plannen rekening is gehouden met intern salderen in het kader van de Wet natuurbescherming. Aanwezigen wensen Fam. Bennenbroek succes met de plannen.
5.
Evaluatie De aanwezigen vinden het prettig dat op een open manier wordt toegelicht wat de plannen van de initiatiefnemer zijn. De aanwezigen hebben naar zeggen een duidelijke uitleg gekregen, waarbij geen vragen zijn gesteld. Het voornemen wordt als positief ervaren.
Bijlage 1: presentielijst.
2