RU22.11.04F Ruimtelijke onderbouwing - 2. Beekstraat 20 incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
via een ruimtelijk besluit de aanleg van een weg mogelijk maken;
-
via een ruimtelijk besluit een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren;
-
de reconstructie/wijziging van een bestaande weg.
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan hoeven bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in een geluidszone van bestaande wegen niet getoetst te worden (artikel 76 lid 3 Wgh). Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt geen nieuw geluidgevoelig object gerealiseerd. En akoestisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
4.7
Agrarische bedrijvigheid
4.7.1
Inleiding
Bij besluitvorming omtrent geurgevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:
-
Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning).
Crijns Rentmeesters bv
28
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
4.7.2
Gemeentelijke geurverordening
Gemeenten mogen, binnen bepaalde grenzen, bij verordening van de normen in de Wet geurhinder en veehouderij afwijken (artikel 6 van de wet). De gemeente Asten heeft op 9 maart 2021 de ‘Verordening geurhinder en veehouderij Asten 2021’ vastgesteld. Met deze verordening stelt de gemeente andere normen vast voor geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object. De planlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Asten. In het buitengebied geldt volgens de geurgebiedsvisie een norm van 10 oue/m³ bij vergunningverlening van veehouderijen. Ook worden in de verordening andere waarden voor de aan te houden afstand tussen een (melk)rundveehouderij en pelsdierhouderijen en gevoelige objecten. Deze normen gelden voornamelijk bij vergunningverlening bij veehouderijbedrijven. Andersom kan dit eveneens van belang zijn bij het toekennen van nieuwe geurgevoelige objecten in de nabijheid van veehouderijen.
4.7.3
Veehouderijen in de omgeving
In de omgeving van de planlocatie is een aantal veehouderijbedrijven gelegen. Op navolgende figuur is de ligging van omliggende bedrijven weergegeven. De planlocatie is hierbij aangeduid met de zwarte cirkel.
Busselseweg 4
Busselseweg 7 Hindert 11 Busselseweg 3 Hindert 2
Reeweg 3
Laarbroek 14a
Lagendijk 3 Dijkstraat 51 Figuur 14: Veehouderijen in omgeving plangebied
Op deze veehouderijen zijn navolgende dieraantallen vergund:
Crijns Rentmeesters bv
29
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
Figuur 15: Vergunde dieraantallen Busselseweg 3 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 16: Vergunde dieraantallen Busselseweg 4 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 17: Vergunde dieraantallen Busselseweg 7 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 18: Vergunde dieraantallen Dijkstraat 51 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Crijns Rentmeesters bv
30
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
Figuur 19: Vergunde dieraantallen Hindert 2 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 20: Vergunde dieraantallen Hindert 11 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 21: Vergunde dieraantallen Laarbroek 14a (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
Figuur 22: Vergunde dieraantallen Lagendijk 3 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)
4.7.4
Vaste afstanden
Op de veehouderijen aan Busselseweg 4, Busselseweg 7, Hindert 2, Laarbroek 14a en Lagendijk 3 worden enkel dieren gehouden waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Daartoe dient ten minste 50 meter afstand te worden aangehouden tot de planlocatie. De meest dicht bij de planlocatie gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van meer dan 200 meter. Alle veehouderijen zijn dan ook gelegen op voldoende afstand tot de planlocatie.
Crijns Rentmeesters bv
31
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
4.7.5
Woon- en leefklimaat
4.7.5.1 Inleiding Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting.
Navolgend
worden
derhalve
zowel
de
voorgrond-
als
de
achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie inzichtelijk gemaakt.
4.7.5.2 Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij het dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De drie veehouderijen in de omgeving met een geuremissiefactor zijn gelegen op een afstand van 270 tot 350 meter tot de planlocatie. Om te bezien welke veehouderij de dominante veehouderij betreft is voor deze drie veehouderijen de voorgrondbelasting berekend. Het XY-coördinaat van deze veehouderijen betreffen hiermee de meest dicht tot de planlocatie gelegen hoekpunt van het betreffende bouwvlak. De XY-coördinaten van de geurgevoelige functie betreffen de hoekpunten van de gehele planlocatie. Hiermee is de worst-case-scenario berekend. Navolgend zijn de berekeningen weergegeven.
Tabel 1: Voorgrondbelasting Busselseweg 3
De voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij Busselseweg 3 bedraagt maximaal 10,3 oue/m³.
Tabel 2: Voorgrondbelasting Dijkstraat 51
De voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij Dijkstraat 51 bedraagt maximaal 7,0 oue/m³.
Crijns Rentmeesters bv
32
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
Tabel 3: Voorgrondbelasting Hindert 11
De voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij Hindert 11 bedraagt maximaal 2,2 oue/m³. Uit de berekeningen blijkt dat de veehouderij aan Busselseweg 3 de dominante veehouderij betreft voor wat betreft de planlocatie aan Beekstraat 20. De voorgrondbelasting bedraagt maximaal 10,3 oue/m³. Deze voorgrondbelasting is ter plaatse van de meest noordwestelijke hoek van de planlocatie. Ter plaatse vinden geen activiteiten plaats welke voor geur gevoelig zijn. Verderop binnen de planlocatie (richting het zuidoosten) is de voorgrondbelasting beneden de 10 oue/m³. Hiermee is volgens de Wet geurhinder en veehouderij sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
4.7.5.3 Achtergrondbelasting Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant wordt jaarlijks een kaart uitgebracht van de achtergrondbelasting, veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderijen, opgenomen in odour units per kubieke meter (ouE/m³). Navolgend is de achtergrondbelasting ter plaats van de planlocatie weergegeven. De planlocatie is weergegeven in de zwarte cirkel. Als bronnenbestand is een export van het bestand veehouderijen Brabant genomen (februari 2021). De achtergrondbelasting is berekend als de sommatie van alle individuele bijdragen van de afzonderlijke veehouderijen op een punt.
Crijns Rentmeesters bv
33
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
Figuur 23: Achtergrondbelasting planlocatie en omgeving
Ter plaatse van de planlocatie is sprake van een achtergrondbelasting van 7-13 oue/m³, waarmee sprake is van een redelijk goed woon- en leefklimaat.
4.7.5.4 Conclusie woon- en leefklimaat Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting ten minste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Met een voorgrondbelasting van maximaal 10,3 oue/m³ is dit de bepalende factor voor het woon- en leefklimaat. Met een dergelijke voorgrondbelasting is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit is overigens op de meest noordwestelijke hoek van de planlocatie. Verderop, daar waar de ontwikkelingen plaatsvinden, is de voorgrondbelasting nog lager, tot 6,7 oue/m³ in het zuidoosten. Daarmee is ter plaatse van de planlocatie sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
4.7.6
Belangenafweging
Als gevolg van de beoogde herontwikkeling mogen omliggende veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Deze belangen bestaan uit de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en, indien concrete uitbreidingsplannen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een reeds vergunde uitbreiding), de realisatie van deze uitbreidingsplannen. In de huidige situatie is reeds sprake van een woonbestemming, waarmee omliggende veehouderijen rekening dienen te houden bij eventuele uitbreidingen. De woonbestemming wordt in het zuidoosten wat vergroot ten behoeve van het parkeren en manoeuvreren binnen het bestemmingsvlak. Ter plaatse is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat, waarmee omliggende veehouderijen zelfs nog uitbreidingsmogelijkheden kennen. Bovendien worden ter plaatse van deze uitbreiding geen geurgevoelige functies beoogd. Omliggende veehouderijen worden als gevolg van de beoogde herontwikkeling dan ook niet meer belemmerd dan in de huidige situatie.
Crijns Rentmeesters bv
34
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
4.7.7
Conclusie
Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de planlocatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:
-
Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
Gesteld kan worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook worden als gevolg van de beoogde herontwikkeling geen omliggende veehouderijen onevenredig in de belangen geschaad. De beoogde herontwikkeling is dan ook in het kader van het aspect geur geen bezwaar.
4.8
Bedrijven en milieuzonering
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die planologisch mogelijk is. In paragraaf 4.1 van deze ruimtelijke onderbouwing zijn de agrarische bedrijven in de omgeving van de planlocatie beschreven. De meest dicht bij de planlocatie gelegen niet-agrarische bedrijven zijn gelegen op 280 meter ten noorden van de planlocatie, aan de andere zijde van de Rijksweg A67 en op circa 230 meter ten zuiden van de planlocatie. Het noordelijk bedrijf betreft een loonwerkbedrijf. Dit bedrijf valt binnen de milieucategorie 3.1, waarvoor een richtafstand geldt van 50 meter tot een gevoelig object. Met een afstand van circa 280 meter, aan de andere zijde van de snelweg, wordt ruim voldaan aan deze afstand.
Het zuidelijk bedrijf betreft een sierteeltbedrijf. Dit bedrijf kan worden geschaard onder milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter tot een gevoelig object. Met een afstand van circa 230 meter tot de planlocatie wordt hieraan ruim voldaan. Gesteld kan worden dat het aspect Bedrijven en Milieuzonering geen bezwaar is voor de beoogde herontwikkeling.
Crijns Rentmeesters bv
35
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
4.9
Externe veiligheid
4.9.1
Inleiding
Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven en vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.
4.9.2
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Deze richtwaarden liggen op een niveau van 10 -6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen norm voor het groepsrisico (GR). Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting.
De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde.
4.9.3
Vervoer van gevaarlijke stoffen
Bij de risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee verschillende kansen voor het PR verwerkt: de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zware ongeval of de ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10 -6 is de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval plaatsvindt 1 op de miljoen. Binnen het nationaal veiligheidsbeleid wordt dit risico als grenswaarde aangemerkt voor de vestiging van kwetsbare objecten. Aan deze normstelling dient voldaan te worden. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute of de inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde betreft een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt.
Bij deze verantwoordingsplicht moet onder andere aandacht besteed worden
Crijns Rentmeesters bv
36
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
aan bronmaatregelen, zelfredzaamheid, inzetbaarheid hulpdiensten en dergelijke. Een belangrijke adviserende taak hierin heeft de wettelijk aangewezen adviseur, de regionale brandweer.
4.9.4
Beoordeling van de planlocatie
4.9.4.1 Inleiding Op navolgende figuur is een uitsnede weergegeven van de risicokaart met daarop alle risicoobjecten en -trajecten weergegeven. De planlocatie is weergegeven in de zwarte cirkel.
Figuur 24: Uitsnede risicokaart
4.9.4.2 Bedrijven De planlocatie is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot externe veiligheid. Het meest dicht bij de planlocatie gelegen risico-object bevindt zich op een afstand van ruim 1 kilometer ten noordoosten van de planlocatie. Dit betreft een bovengrondse propaantank, gelegen op het ter plaatse gevestigde vakantiepark. De planlocatie is gelegen op een afstand van circa 560 meter tot de risicocontour hiervan, welke praktisch het gehele vakantiepark omvat. Interactie kan normaliter niet plaatsvinden.
4.9.4.3 Transport Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de provinciale wegen N277 en de N279 en de Rijksweg A67. De planlocatie is niet gelegen binnen de risicogebieden van de N277 en de N279. Voor de A67 geldt een invloedsgebied van 4 kilometer. Met een afstand van circa 200 meter tussen de planlocatie en de A67, is de planlocatie wel gelegen binnen het invloedsgebied van deze
Crijns Rentmeesters bv
37
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
weg. Er dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hiervoor kan het standaardadvies van de Veiligheidsregio gebruikt worden. Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen waterwegverbinding waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Dit aspect is dus niet van toepassing. De meest dicht bij de planlocatie gelegen buisleiding betreft een gasleiding, op een afstand van circa 1,5 kilometer ten westen van de planlocatie. Op dusdanig grote afstand kan beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden. Op een afstand van circa 1,2 kilometer ten westen van de planlocatie is een hoogspanningslijn gesitueerd. Op dusdanig grote afstand kan worden gesteld dat interactie evenmin kan plaatshebben.
4.9.4.4 Groepsrisico Gezien het feit dat de planlocatie binnen het invloedsgebied van de A67 is gelegen, dient er op grond van artikel 7 van het Bevt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. De Veiligheidsregio heeft een standaardadvies ontwikkeld dat toegepast kan worden aan bepaalde afwegingscriteria, het gaat dan bijvoorbeeld om de afstand en de aard van de ontwikkeling. In dit geval is het plan niet bestemd voor zeer kwetsbare personen. Derhalve kan het standaardadvies van de Veiligheidsregio overgenomen worden. Het standaardadvies van de Veiligheidsrisico luidt als volgt: Communicatie Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties. Bereikbaarheid & bluswatervoorziening Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. Zelfredzaamheid Tevens kan worden gesteld dat de beoogde herontwikkeling de zelfredzaamheid van de aanwezige
personen
niet
verkleint.
De
beoogde
herontwikkeling
beperkt
geen
ontvluchtingsmogelijkheden en de personen binnen de planlocatie kunnen als zelfredzaam worden beschouwd.
4.10 Luchtkwaliteit 4.10.1 Inleiding De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Belangrijk aspect in de Wet luchtkwaliteit is het begrip ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM). Ontwikkelingen, projecten en
Crijns Rentmeesters bv
38
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
activiteiten die NIBM bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven door het bevoegd gezag in principe niet meer afzonderlijk te worden getoetst aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De toetsing vindt op provinciaal en landelijk niveau plaats in het kader van de projecten die wél ‘In Betekenende Mate’ (IBM) bijdragen. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De bijlage geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen netto (vervanging van bestaande woningen geldt als bijdrage neutraal). De beoogde herontwikkeling ziet niet op de toevoeging van woningen en valt hiermee binnen het begrip NIBM. Andersom dient ter plaatse wel sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarmee de huidige luchtkwaliteit van belang is.
4.10.2 Blootstelling aan verontreiniging 4.10.2.1 Inleiding In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging.
4.10.2.2 Fijn stof De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.
-
de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer. De planlocatie is weergegeven in de zwarte cirkel.
Figuur 25: Fijn stof PM10 2020 (Bron: Atlas leefomgeving)
Crijns Rentmeesters bv
39
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
Figuur 26: Fijn stof PM2,5 2020 (Bron: Atlas leefomgeving)
Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 15-17 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9-10 µg/m³. Gesteld kan worden dat hiermee de luchtkwaliteit ter plaatse acceptabel is en dat de beoogde herontwikkeling in het kader van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijn stof geen bezwaar is.
4.10.2.3 Stikstof De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.
Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO 2 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer.
Figuur 27: Stikstofdioxide 2020 (Bron: Atlas leefomgeving)
Crijns Rentmeesters bv
40
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 12-14 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.
4.11 Gezondheid 4.11.1 Endotoxine De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld.
Deze
notitie
haakt
in
op
de
lopende
ontwikkeling
van
het
landelijke
endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. De voorlopige onderzoeksresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van een gevoelig object en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Met de rekentool uitgebracht door de Omgevingsdienst is een berekening gemaakt van de afstand waarop de adviesnormen van 30 EU/m³ wordt overschreden voor omliggende veehouderijbedrijven. In de omgeving van de planlocatie is een aantal veehouderijen gelegen zonder fijnstofemissie en daarmee zonder endotoxinecontour. Voor de overige bedrijven is navolgend de endotoxinecontour bepaald:
-
De veehouderij aan Busselseweg 3 betreft een vleesvarkensbedrijf met een fijnstofemissie van 512 kg/jr. Hiervoor geldt een aan te houden vaste afstand van 143 meter tot een gevoelig object. Met een werkelijke afstand van bijna 300 meter wordt aan deze afstand ruim voldaan.
-
De veehouderij aan Dijkstraat 51 betreft een vleesvarkensbedrijf met een fijnstofemissie van 93 kg/jr. Hiervoor geldt een aan te houden vaste afstand van 42 meter. Met een werkelijke afstand van circa 270 meter wordt aan deze afstand ruim voldaan.
-
De veehouderij aan Hindert 11 betreft een zeugenbedrijf met een fijnstofemissie van 268 kg/jr. Hiervoor geldt een aan te houden vaste afstand van 104 meter. Met een werkelijke afstand van circa 380 meter wordt hieraan ruim voldaan.
-
Vanuit het melkveebedrijf aan Laarbroek 14a is sprake van een fijnstofemissie van 14 kg/jr. Deze emissie is in het kader van endotoxine verwaarloosbaar.
Crijns Rentmeesters bv
41
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
De planlocatie is niet gelegen binnen een endotoxinecontour van een veehouderij. Gesteld kan worden dat het aspect endotoxine geen bezwaar vormt voor de beoogde herontwikkeling ter plaatse van de planlocatie.
4.11.2 Geitenhouderijen Mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, hebben meer kans op longontsteking dan gemiddeld. Het gaat om een straal van twee kilometer rondom geitenhouderijen. Een eerdere studie, over de periode 2007-2013, gaf dit verband al aan. Het nieuwste onderzoek naar Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (rapportage VGO 3, september 2018) bevestigt deze bevindingen voor de jaren 2014-2016 in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg. Beide onderzoeken zijn uitgevoerd door het Nivel in samenwerking met IRAS/UU, WUR en het RIVM. Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. Binnen een straal van 2 kilometer rondom de planlocatie is geen geitenhouderij gevestigd. De beoogde herontwikkeling is dan ook in het kader van geitenhouderijen geen bezwaar.
4.12 Besluit m.e.r. Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling. De beoogde herontwikkeling binnen de planlocatie komt niet voor op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en zal dan ook niet worden beoordeeld in het kader van het Besluit m.e.r. Onderdeel C van het Besluit m.e.r. wijst de activiteiten en gevallen aan waarvoor een directe m.e.r.-plicht geldt. In dit onderdeel staan de activiteiten benoemd die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. De beoogde herontwikkeling binnen de planlocatie komt ook niet voor op de C-lijst van het Besluit m.e.r. en is derhalve ook niet m.e.r.-plichtig.
Crijns Rentmeesters bv
42
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’
5. UITVOERBAARHEID 5.1
Economische uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De gemeente Asten zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer sluit derhalve met de gemeente Asten een anterieure overeenkomst. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Omgevingsdialoog
Initiatiefnemer is thans, anno januari-februari, in dialoog met de omgeving. De conclusies die hieruit voortvloeien worden in deze paragraaf nader toegelicht en indien afgesproken, eventueel aangepast in deze ruimtelijke onderbouwing.
5.2.2
Vooroverleg
In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt deze ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van het bestemmingsplan ‘Asten verzamelplan 2022-2’ aangeboden aan de vooroverlegpartners.
5.2.3
Zienswijzen
In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt deze ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van het bestemmingsplan ‘Asten verzamelplan 2022-2’ ter inzage gelegd. Er kunnen zienswijzen worden ingediend.
Crijns Rentmeesters bv
43
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’ - Bijlagen
BIJLAGE 1: LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
Crijns Rentmeesters bv
Nieuwe situatie
Beplantingen Bij het aanplanten van nieuwe bomen, hagen en houtkanten gebruiken we zo veel mogelijk inheemse beplanting. Boswilg / Salix caprea Gelderse roos / Viburnum opulus Eenstijlige meidoorn / Crateagus monogyna Gewone beuk / Fagus sylvatica Gewone es / Fraxinus excelsior Gewone vlier / Sambucus nigra Gewone vogelkers / Prunus padus Grauwe wilg / Salix cinera Gladde iep / Ulmus minor Haagbeuk / Carpinus betulus Hazelaar / Corylus avellana Hondsroos / Rosa canina Ratelpopulier / Populus tremula Rode kornoelje / Cornus sanguinea Schietwilg / Salix alba Sleedoorn / Prunus spinosa Sporkehout / Frangula alnus Veldesdoorn / Acer campestre Wilde kardinaalsmuts / Euonymus europaeus Wilde liguster / Liguster vulgare Wilde lijsterbes / Sorbus aucuparia Winterlinde / Tilia cordata Zoekte kers / Prunus avium Zomereik / Quercus robur Zwarte els / alnus glutinosa
Door deze beplanting creëren we een voedselbos en ideale flora en fauna omgeving. Voor de boomrijen gebruiken we zoveel mogelijk inheemse soorten zoals de Tillia cordata. De vaste beplanting op het terrein kijken we naar een klimaat adaptieve invulling. Hier ligt de nadruk vooral op bloeiende inheemse beplanting. Hierdoor ontstaat een nieuwe habitat dat de levendigheid ten goede zal komen.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Beekstraat 20 Asten’ - Bijlagen
BIJLAGE 2: AERIUS-BEREKENING
Crijns Rentmeesters bv
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Crijns Rentmeesters bv Beekstraat 20, 5721PC Asten Beekstraat 20 Asten Herontwikkeling Beekstraat 20 Asten
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rwcp1byXE1Wn 27 januari 2022, 21:53 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
Rwcp1byXE1Wn (27 januari 2022)
Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
Rwcp1byXE1Wn (27 januari 2022)
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Emissie NOx < 0,1 ton/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rwcp1byXE1Wn (27 januari 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
Per eigen rekenpunt
1
Rwcp1byXE1Wn (27 januari 2022)
0,00
Naam
0,00
Coördinaat
0,00
Rekenpunt 1 X:178481,53 Y:381033,18
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
Projectbijdrage (mol/ha/jr)
0,04
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2022 Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021_20220120_17ff380b1e Database versie 2021_17ff380b1e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rwcp1byXE1Wn (27 januari 2022)
6/6