CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.05.09 G Bijlagen bij toelichting 11 tm 18.pdf

Raadscommissie Ruimte 31 mei 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 202126.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bodem en Bouwstoffen

Verkennend Bodemonderzoek Meijelseweg 66A te Asten-Heusden rapport C3276R013.008.R1/BBO

datum: opdrachtgever:

19 april 2021 den Pouderoyen B.V., Postbus 83 St. Stevenskerkhof 2 5400 UDEN 6511 AB VZ NIJMEGEN

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

I

VERANTWOORDING

J. Timmermans Veldwerk

Ing. B. van den Bosch Teamleider

Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818 – Faxnr. 0493-671800, Email: info@archimil.nl Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

II

SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘circulaire bodemsanering 2013’ en het ‘besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Meijelseweg 66A te Asten-Heusden is een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar het voorkomen van asbest uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740 en NEN 5707. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Asten

Adres

Meijelseweg 66A te Asten-Heusden

Kadastraal

Sectie: D

Nr: 3647

Coördinaten

X: 182,712

Y: 376,031

Oppervlakte onderzoekslocatie

Ca 8890 m2

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie grotendeels als niet-verdacht beschouwd. Ter plaatse van de onverharde drupzones is de toplaag van de bodem verdacht voor een verontreiniging met asbest. Asbestonderzoek Uit het onderzoek volgt dat noch op de bodem (maaiveld), noch in de grove fractie (> 20 mm) van de drupzones asbest is aangetroffen. In de fijne fractie is enig asbest aangetroffen. Aangezien het onderzoek direct als nader onderzoek is uitgevoerd en geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een geval van verontreiniging met asbest. Verkennend bodemonderzoek asbest Afgezien van een marginaal gehalte aan koper is de grond uit de bovenlaag (0-0,50 m-mv) van het grasland, alsmede de zandige ondergrond, niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het mengmonster van de licht puinhoudende bovengrond van boringen 107, 108 en 109, bij de stallen, is sterk verontreinigd met zink en koper. Er zal geen sprake zijn van actuele risico’s, spoedeisend van sanering en een saneringsplicht. Het grondwater is sterk verontreinigd met barium en/of zink en licht verontreinigd met koper en/of cadmium.

Naar aanleiding hiervan merken wij op dat bij de stallen aangetroffen puinhoudende bodem als potentieel verdacht voor het voorkomen van asbest dient te worden beschouwd. Wij adviseren hier een verkennend onderzoek naar asbest conform NEN5707 uit te laten voeren. Bij de stallen is de bodem (plaatselijk) matig tot sterk verontreinigd met zware metalen. Wanneer rond de stallen werkzaamheden in de grond voorzien zijn dan dienen deze als sanering te worden uitgevoerd. Hiertoe dient dan allereerst een vervolgonderzoek uitgevoerd te worden om de omvang te bepalen. Ons inziens behoeven er, op basis van de onderzoeksresultaten, voor het overige geen restricties gesteld te worden aan aan- of verkoop van of bouwwerkzaamheden op de onderzochte locatie. Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

III

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1. GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2. HUIDIG BODEMGEBRUIK ............................................................................................................. 3 2.3. BODEMONDERZOEKEN ............................................................................................................... 5 2.6. CONCLUSIE VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 8 3. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................... 9 3.1. VOORONDERZOEK EN LOCATIE-INSPECTIE ...................................................................................... 9 3.2. OPZET BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 9 3.3. ANALYSEPAKKETTEN .............................................................................................................. 10 3.4.

UITVOERING BODEMONDERZOEK ................................................................................................ 10 4. WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................11 5. RESULTATEN...............................................................................................................................12 5.1. VELDWERK REGENDRUPZONE .................................................................................................... 12 5.2. VELDWERK VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................... 12 5.2.1. Veldwerk grondwater................................................................................................. 12 5.3. RESULTATEN ASBEST .............................................................................................................. 13 5.4. RESULTATEN GROND ............................................................................................................... 13 5.5. GRONDWATERMONSTERS ........................................................................................................ 14 6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................15 TABELLEN ...........................................................................................................................................16 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 .................................................................................................................. vooronderzoek Bijlage 3 ............................................................................................................locatie en boringen Bijlage 4 ........................................................................................................................ boorstaten Bijlage 5 ............................................................................................................. analyseresultaten Bijlage 6 ........................................................................................................................ referenties

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

1.

1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK

In verband met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Meijelseweg 66A te Asten-Heusden is door Pouderoyen B.V. schriftelijk opdracht verleend om een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek naar asbest op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het verkennend bodemonderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend onderzoek naar asbest is om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van (bodem)verontreiniging met asbest terecht is. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 [2] en NEN 5707 [12] conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek [3]. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013 [8].

Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van de resultaten gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de gevonden resultaten besproken zullen worden. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies besproken en worden enkele aanbevelingen gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersonen voor de opdrachtgever waren de heren H. Arts en M. Barendse.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

2

Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

2.

3

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Hiervoor worden de volgende informatiebronnen geraadpleegd: milieuvergunningdossiers, archief bodemonderzoeken, etc. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt het veld- en chemisch onderzoek goed voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook worden de resultaten van het vooronderzoek gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. 2.1.

Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Asten

Adres

Meijelseweg 66A te Asten-Heusden

Kadastraal

Sectie: D

Nr: 3647

Coördinaten

X: 182,712

Y: 376,031

Oppervlakte onderzoekslocatie

Ca 8890 m2

Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2. Huidig bodemgebruik Aan de Meijelseweg 66a is een varkenshouderij gevestigd. Het oostelijk deel van het plangebied is in gebruik als weiland. De asbesthoudende daken zijn weliswaar deels voorzien van regengoten, echter hangt hier wel een asbesthoudende overhang. De daken aan de oostzijde wateren af op klinkers die afstromen op gras. De strook direct naast de klinkers dient hier als verdacht voor het voorkomen van een verontreiniging met asbest te worden beschouwd.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

4

Voor zover bekend hebben op of in de bodem van het perceel geen tanks gelegen. Uit de gegevens van de milieuvergunning (beschikking 31 augustus 2006) zijn geen verdachte locaties gebleken. Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

5

Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl) blijkt dat de eerste bebouwing op de locatie in de jaren ‘60 van de vorige eeuw zal zijn opgericht. Het oostelijke deel van de locatie is, voor zover bekend, nooit bebouwd geweest.

Kaart circa 1940

kaart circa 1970

De huidige bebouwing stamt uit medio jaren 70 van de vorige eeuw.

Kaart circa 1988

kaart circa 2006

Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele andere activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging. 2.3. Bodemonderzoeken In het archief van de gemeente Asten noch in het eigen archief van Archimil zijn gegevens bekend van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op deze locatie. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

6

Langs de Meijelseweg is eerder een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van het fietspad. Ter plaatse van de onverdachte delen van het traject is door Tauw een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk R003-1222783IJO-hgm-V01-NL, d.d. 9 juli 2014) waarbij overwegend lichte verontreinigingen met PAK's in de bovengrond zijn aangetroffen. Ter plaatse van de verdachte terreindelen (zijstraten en inritten) is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (Archimil, BB-140436, d.d. 22 augustus 2014) waarbij op een aantal plaatsen sterke verontreinigingen met zware metalen zijn aangetroffen. Bij de oprit van Meijelseweg 66a is hierbij matig puinhoudende grond aangetroffen, waarin lichte verhogingen met koper en/of zink zijn aangetroffen. Hier is een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd (rapport 0302R181-2, Archimil, d.d. 1 september 2015) waarbij is vastgesteld dat hier geen sprake is van een verontreiniging met asbest.

2.4. Toekomstig gebruik Ter plaatse van en in de directe nabijheid van het onderzoeksterrein zal in de nabije toekomst een herontwikkeling plaatsvinden. 2.5. Bodemopbouw en (geo-)hydrologie Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging gelijk aan ca. 26,9 m + N.A.P. De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

7

Figuur A: opbouw ondergrond. Formatie van Boxtel Formatie van Beegden Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy

Zwak siltig fijn tot matig grof zand Zandige leem tot grind, uitkomst van Maasafzettingen Grof zand en grind Uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselijke leem, grind en kleilagen

De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1,6 m-mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is vermoedelijk noordwestelijk gericht. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal noordwestelijk gericht. Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6]. 2.5.1. Algehele bodemkwaliteit De gemeente Asten maakt geen gebruik van een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan waarin diffuus verhoogde achtergrondgehalten aan verontreiniging zijn vastgelegd. De gemeente Asten maakt wel gebruik van een goedgekeurde bodemfunctieklassenkaart. Hierin heeft de locatie de functie Landbouw/natuur toegekend gekregen. De kwaliteit van vrijkomende grond van onverdachte locaties voldoet gemiddeld genomen aan de Achtergrondwaarden. Van de regio zuidoost Brabant, noord- en midden Limburg is bekend dat er zich verhoogde achtergrondwaarden aan zware metalen in het grondwater manifesteren. Deze zijn enerzijds toe te schrijven aan uitloging uit deze verhardingen van zinkassen en depositie van zware metalen door het productieproces van deze zinkassen in de fabriek in Budel-Dorplein (diffuse verontreinigingen). Wanneer dit het geval is op een locatie zal de stof zink overheersen bij de verontreinigingen.

Een andere bron van verontreiniging met zware metalen in het grondwater zijn de chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opkwelt. Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terechtkomen. Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet. 2.5.2. PFAS In het rapport “Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” 2 is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie van herkomst is geen sprake van een bronlocatie.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

8

Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFAS-verbindingen1 en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. Door het ministerie is een tijdelijk handelingskader PFAS opgesteld (versie 2 juli 2020) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 µg/kgds (PFOA) danwel 1,4 µg/kgds (overige PFAS) is vastgesteld 3. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Brabant maken gebruik van een Bodemkwaliteitskaart voor PFAS (d.d. 28 oktober 2020) 4. Aangezien de berekende P80 waarden lager zijn dan de landelijke maximale toepassingswaarden voor Landbouw/ Natuur, hebben de samenwerkende omgevingsdiensten ervoor gekozen om aan te sluiten bij de normen uit het geactualiseerde Tijdelijk Handelingskader van 2 juli 2020. 1

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/grond-bagger/handelingskader-pfas/tijdelijk/ https://www.expertisecentrumpfas.nl/images/Handelingskader/DDT219-1-18-008.228-rapd-Voorkomen_PFAS_in_Nederland__deelrapport_B_Verdachte_locaties_-_definitief.pdf 3 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2020/07/03/bijlage-geactualiseerd-tijdelijkhandelingskader/bijlage-geactualiseerd-tijdelijk-handelingskader.pdf 4 http://bodemloket.odbn.nl/images/20201028_0462683.100_bodemkwaliteitskaart_pfas_noord-brabant_def_rev0.0gecomprimeerd.pdf 2

2.6. Conclusie vooronderzoek Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. De locatie kan als onverdacht worden beschouwd waarbij de bodem ter plaatse van de drupzones (34 west en 40 meter oost) als verdachte locatie voor asbest moet worden beschouwd. Onderzoek dient plaats te vinden conform de strategie ONV uit NEN 5740, ter plaatse van de onverharde drupzones is de toplaag van de bodem verdacht voor een verontreiniging met asbest.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

3.

9

OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK

Ter plaatse van de drupzones op het westelijk terrein wordt een bodemonderzoek asbest uitgevoerd. 3.1. Vooronderzoek en locatie-inspectie Het maaiveld ter plaatse van de drupzones wordt ingedeeld in inspectiestroken van maximaal 1,5 meter breed die in twee richtingen haaks op elkaar worden geïnspecteerd. Wanneer meer dan 10 cm2/m2 aan asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen dan worden voor het betreffende deel van de locatie inspectierasters van 1 x 1 m geïnspecteerd. Alle aangetroffen asbestverdachte materialen worden op kaart vastgelegd en samengevoegd tot één verzamelmonster. Tevens wordt de inspectie-efficiency ingeschat. 3.2. Opzet bodemonderzoek Het veldwerk zal onafhankelijk van de opdrachtgever worden uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. Regendrupzones Ter plaatse van de regendrupzone op het westelijke terrein worden, direct in lijn met de opzet voor nader onderzoek op een locatie met een beperkte omvang, tweemaal drie sleuven van 200x30 cm gegraven, tot 10 cm-mv. De opgegraven grond wordt gezeefd over 20 mm waarna de grove fractie (> 20 mm) wordt geïnspecteerd. Per sleuf worden de asbestverdachte materialen verzameld en verpakt. Hierbij wordt het gehalte aan asbest geschat. Van de fijne fractie (< 20 mm) wordt per dakvlak in het veld tenminste één mengmonster samengesteld. Resterend terrein (ca.

8890 m2) Verspreid over het resterend deel van de onderzoekslocatie worden, in lijn met de strategie onverdacht uit de NEN 5740, onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen Boring tot 0,5 m 13

En boring tot grondwater 1) 4

Aantal te analyseren (meng)monsters. En boring met peilbuis 2

Grond Bovengrond 3

Grondwater Ondergrond

2

2

1) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.

Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden representatieve monsters genomen. Per boring wordt de samenstelling van de bodem vastgelegd. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon. Het grondwater wordt minimaal één week na plaatsing van de peilbuizen bemonsterd. Hierbij worden in het veld de temperatuur, pH en geleidbaarheid gemeten. In bijlage 3 is een situatieschets opgenomen waarin de plaatsen van de gaten/boringen en de peilbuis zijn aangegeven. Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

10

3.3. Analysepakketten De toegepaste NEN-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7) Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (GC), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOCl (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform

3.4. Uitvoering bodemonderzoek De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4]. De activiteiten bestaan uit: 1. het uitvoeren van een maaiveldinspectie 2. het graven en inspecteren van de sleuven ter plaatse van de regendrupzone 3. het verrichten van de boringen en 4. het plaatsen van de peilbuizen; 5. het bemonsteren van de grond en het grondwater; 6. visueel en organoleptisch onderzoek van de monsters. De grondboringen worden voor zover mogelijk met handkracht uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van een ongelakte Edelmanboor met een diameters van 6 tot 12 cm. Er wordt voor zover mogelijk geen werkwater gebruikt. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt. Voor het plaatsen van de peilbuizen wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind. Het nietgeperforeerde gedeelte wordt met de oorspronkelijke grond omstort. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 30 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer [4].

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

4.

11

WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE

Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht: - de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; - de interventiewaarde (I) geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent is; - de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort.

Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; - matig verontreinigd concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd concentratie hoger dan de interventiewaarde. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de regeling uniforme saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdK-M) en wonen met siertuin (ABdK-S). Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit. Voor asbest is alleen een interventiewaarde vastgesteld, er is geen achtergrondwaarde vastgesteld.

De interventiewaarde voor vaste bodem ligt op 100 mg/kgds (concentratie serpentijn plus 10 x concentratie amfibool). De interventiewaarde is gelijk aan de hergebruikswaarde voor asbest in puin.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

5.

12

RESULTATEN

5.1. Veldwerk regendrupzone Op 24 februari 2021 is voorafgaand aan het onderzoek van de contactzone een maaiveldinspectie bij de regendrupzone uitgevoerd door SIKB2018 erkend veldwerker J. Timmermans. Ten tijde van de maaiveldinspectie was het licht bewolkt en viel er geen neerslag. De inspectie-efficiency is geschat op 90%. Op het maaiveld zijn tijdens de maaiveldinspectie van de regendrupzone geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Aansluitend zijn, onafhankelijk van de opdrachtgever, de inspectiesleuven S1 t/m S6 (200x30 cm tot 10 cm diep) gegraven en geïnspecteerd door SIKB2018 en SIKB2001 erkend veldwerker J. Timmermans, daarbij geassisteerd door de heer R. Verhees. De sleuven S4 en S5 zijn direct achter de verharding geplaatst waar afstromend regenwater in de bodem terechtkomt. Voor een beschrijving van de opgegraven grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Bij geen van de monsters is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen. In de toplaag zijn lichte tot matige bijmengingen met puin aangetroffen. Er is geen noodzaak gebleken om aanvullende adembescherming te dragen. Het uitkomende materiaal is gezeefd over 20 mm waarna de grove fractie (> 20 mm) in het veld is beoordeeld op het voorkomen van asbesthoudend materiaal. Dit is hierin niet aangetroffen.

Van de fijne fractie (< 20 mm) zijn in het veld twee mengmonsters samengesteld (oost en west). 5.2. Veldwerk verkennend bodemonderzoek Op 24 februari 2021 zijn de boringen 101 t/m 119 geplaatst, door SIKB2001 erkend veldwerker J. Timmermans, daarbij geassisteerd door de heer R. Verhees. De boringen 101 en 102 zijn doorgezet tot circa 150 cm onder de freatische grondwaterstand en afgewerkt met een peilbuis. Voor een beschrijving van de opgeboorde grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Bij geen van de monsters is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen. Bij boringen 107, 108 en 109 (westelijk bij de stallen) zijn sporen tot zwakke bijmenging met puin aangetroffen, boring 112 is gestaakt op een puinlaag op circa 30 cm-mv. Ter plaatse van het oostelijke grasland zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. 5.2.1. Veldwerk grondwater De peilbuizen zijn direct na plaatsing voorgepompt en na een wachttijd van minimaal één week nogmaals voorgepompt en vervolgens bemonsterd door de heer V. Burgers (erkend monsternemer SIKB 2002) van ons kantoor. De in het veld bepaalde gegevens met betrekking tot het grondwater staan vermeld in het volgende overzicht: Peilbuis nr.

Filterstelling (m-mv)

Datum

Gw-stand (m-mv)

pH

Ec (µS/cm)

Troebelheid (FTU)

Opmerkingen

101 102

1,90-2,90 1,45-2,45

04-03-2021 04-03-2021

1,3 0,85

6,40 2,63

650 3120

62 7,12

Lage ph / hoge Ec

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

13

Wanneer een watermonster troebel is (> 10 FTU), dus losgespoelde gronddeeltjes bevat, is er een kans dat er gronddeeltjes worden geanalyseerd in plaats van het grondwater. (An)organische stoffen (die zich hebben gehecht aan de gronddeeltjes) kunnen daardoor de analyseresultaten beïnvloeden.

Opvallend is de hoge zuurgraad (lage pH) bij peilbuis 102, de oorzaak hiervan is vooralsnog onduidelijk. De relatief hoge geleidbaarheid past bij de lage pH.

5.3. Resultaten asbest Noch op de bodem (maaiveld), noch in de grove fractie (> 20 mm) van de drupzones is asbest aangetroffen. Twee mengmonsters van de fijne fractie zijn in een daarvoor geaccrediteerd laboratorium onderzocht op het gehalte aan asbest. Mengmonster

Monsters (cm-mv)

M.M.1 (oost) M.M.2 (west)

S01 t/m S03 (0-10 cm) S04 t/m S06 (0-10 cm)

Concentratie (mg/kg (gewogen) 23 79

Uit het analysecertificaat volgt dat in de zeeffractie van 0,5-4 mm van M.M.1 diverse fragmenten asbest is aangetroffen. De aangetroffen concentratie asbest in MM2 wordt veroorzaakt door één enkel fragment hechtgebonden asbesthoudend materiaal in de fractie van 8-20 mm. Aangezien het onderzoek direct als nader onderzoek is uitgevoerd en geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een geval van verontreiniging met asbest. 5.4. Resultaten grond Van de grondmonsters zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen vijf mengmonsters samengesteld welke zijn onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grond. Mengmonster 1 (weiland)

2 (licht puinh erf)

Monsters (cm-mv) 102: 0-50, 105: 0-50, 106: 0-50, 113: 0-50, 114: 0-50, 115: 0-50, 116: 0-50, 117: 0-50, 118: 0-50, 119: 0-50 107: 0-50, 108: 0-25, 109: 0-30

Analyseresultaat Koper (29) > MWW (1,37x AW)

Opm. Marginale overschrijding Achtergrondwaarden Sterk verontreinigd

Marginale overschrijding Achtergrondwaarden voor minerale olie Achtergrondwaarden

3 (matig puinh) 4 (onder verh)

111: 0-50)

Zink (1800), koper (230) > I Cadmium, lood > MWW Kobalt, PAK’s > AW Koper (44), zink (230) > MWW

101: 8-50, 104: 8-50, 112: 9-30

Min. Olie (42), PAK’s > AW

5 (ondergrond)

101: 100-150 & 100-200, 102: 50-100 & 100-150, 103: 90-140 & 140-170, 105: 50-100 & 100-125, 106: 50-100 & 100-125

<AW

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

14

Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat, afgezien van een marginaal gehalte aan koper (1,37x AW), de grond uit de bovenlaag (0-0,50 m-mv) van het grasland, alsmede de zandige ondergrond niet verontreinigd is met één van de componenten waarop is onderzocht. Het mengmonster van de licht puinhoudende bovengrond van boringen 107, 108 en 109 is sterk verontreinigd met zink en koper. Hier zullen in het verleden zinkassen gelegen hebben. Er zal geen sprake zijn van actuele risico’s, spoedeisend van sanering en een saneringsplicht maar wanneer rond de stal werkzaamheden in de grond voorzien zijn dan dienen deze als sanering te worden uitgevoerd. Hiertoe dient dan allereerst een vervolgonderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van de verontreiniging te bepalen. Wanneer de verhoogde concentraties aan zink en koper bij boring 111 worden verzaakt door zinkassen, en derhalve getoetst kan worden aan de regionale normen voor de Kempen, dan zou bij deze boring worden voldaan aan de normen voor wonen met moestuin. Hetzelfde geldt voor de bovengrond van het grasland. De licht verhoogde gehalten minerale olie en PAK’s in de bodem onder de verharding zijn dermate beperkt dat nader onderzoek en/of sanerende maatregelen niet noodzakelijk worden geacht.

Het gehalte minerale olie zal zijn gerelateerd aan de aangetroffen PAK-verbindingen en ligt slechts marginaal boven de generieke Achtergrondwaarde (1,1x AW). 5.5. Grondwatermonsters Het grondwater is onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel zijn de getoetste resultaten weergegeven. Peilbuis 101.1.1

Filtertraject (m-mv) 1,90 – 2,90

Analysepakket Standaardpakket

102.1.1

1,45 – 2,45

Standaardpakket

Analyseresultaat Zink (1100) >I Cadmium >Streefwaarde Zink (1000), barium (1000) >I Cadmium, koper >Streefwaarde

Het sterk verhoogde gehalten aan zink kunnen worden toegeschreven aan de uitloging van vermoedelijk toegepaste zinkassen. Bekend is dat in de Kempen-regio veelvuldig licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen (met name zink) worden aangetroffen. Voor het sterk verhoogde gehalte aan barium ligt vermoedelijk een relatie met de lage pH, waardoor zware metalen makkelijker in oplossing kunnen gaan. Ter verificatie van de aangetroffen gehaltes kan, indien gewenst, een herbemonstering van het grondwater worden uitgevoerd. Gelet op het diffuse karakter achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen weinig zinvol.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

6.

15

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Meijelseweg 66A te Asten-Heusden. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Onderzoek regendrupzone 1. Noch op de bodem (maaiveld), noch in de grove fractie (> 20 mm) van de drupzones is asbest aangetroffen. Twee mengmonsters van de fijne fractie zijn onderzocht, hierin is enig asbest aangetroffen. 2. Aangezien het onderzoek direct als nader onderzoek is uitgevoerd en geen sprake is van een overschrijding van de interventie-waarde kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een geval van verontreiniging met asbest. Verkennend bodemonderzoek 3. Afgezien van een marginaal gehalte aan koper is de grond uit de bovenlaag (0-0,50 m-mv) van het grasland (1,37x AW), alsmede de zandige ondergrond, niet verontreinigd is met één van de componenten waarop is onderzocht. 4. Het mengmonster van de licht puinhoudende bovengrond van boringen 107, 108 en 109 bij de stallen is sterk verontreinigd met zink en koper. Hier zullen in het verleden zinkassen gelegen hebben. 5. Er zal geen sprake zijn van actuele risico’s, spoedeisend van sanering en een saneringsplicht. 6. Het grondwater is sterk verontreinigd met barium en/of zink en licht verontreinigd met koper en/of cadmium. 7.

De hypothese niet-verdachte locatie kan, voor de bodem ter plaatse van het grasland en de ondergrond van de locatie, worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. 8. De hypothese niet-verdachte locatie dient, voor de bovengrond rond de stallen en het grondwater, te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. 9. De hypothese verdachte locatie kan, voor de bodem ter plaatse van de drupzone, worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1. 2.

3. 4.

Archimil BV

Bij de stallen is puinhoudende grond aangetroffen, de bodem dient hier als potentieel verdacht voor het voorkomen van asbest te worden beschouwd. Wij adviseren hier een verkennend onderzoek naar asbest conform NEN5707 uit te laten voeren. Bij de stallen is de bodem (plaatselijk) matig tot sterk verontreinigd met koper en zink, vermoedelijk ten gevolge van zinkassen die hier in het verleden gelegen hebben. Wanneer rond de stallen werkzaamheden in de grond voorzien zijn dan dienen deze als sanering te worden uitgevoerd. Hiertoe dient dan allereerst een vervolgonderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van de verontreiniging te bepalen. Ons inziens behoeven er, op basis van de onderzoeksresultaten, voor het overige geen restricties gesteld te worden aan aan- of verkoop van of bouwwerkzaamheden op de onderzochte locatie; Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die elders zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden of wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit. Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

16

TABELLEN

Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3276R013 VBO Meijelseweg 66A

Analyse

Eenheid

24-02-2021 2021030520 25-02-2021 02-03-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

1

GSSD

4,468 7,447 7,447 16,38 27,66 8,936 52,13

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0014 0,0014 0,0014 0,0014 0,0014 0,0014 0,0014 0,0104

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 <0,050 <0,050 0,084 <0,050 0,051 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,42

0,035 0,035 0,035 0,084 0,035 0,051 0,035 0,035 0,035 0,035 0,415

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

Gebruikte afkortingen

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

920 13 190 190 36 190 100 530 720

2,1

Klasse industrie

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

<3,0 <5,0 <5,0 <11 13 <6,0 <35

102(1) 105(1) 106(1) 113(1) 114(1) 115(1) 116(1) 117(1) 118(1) 119(1)

RG Eis

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

53,58 0,581 7,303 54,72 0,0491 1,05 8,099 20,95 119,3

Monster

Achtergrondwaarde

IW

<20 0,38 <3,0 29 <0,050 <1,5 <4,0 14 54

11888790

<= AW

Industrie

82,4 4,7

Analytico-nr

Gestandaardiseerd gehalte

Wonen

82,4 4,7 95 2,1

1

AW

AW

Uitgevoerd

Nr.

GSSD

RG Eis

4,7 2,1

Legenda

Eindoordeel:

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW <=AW Industrie <=AW <=AW <=AW <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3276R013 VBO Meijelseweg 66A

Analyse

Eenheid

24-02-2021 2021030520 25-02-2021 02-03-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

2

GSSD

Analytico-nr

Monster

2

11888791

107(1) 108(1) 109(1)

Eindoordeel:

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

Nooit toepasbaar

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

84,9 4,3 96 3

84,9 4,3

25 1,6 5,4 230 0,052 <1,5 7,5 170 1800

86,11 2,456 17,11 427,2 0,0722 1,05 20,19 252,2 3850

<3,0 <5,0 7,3 21 14 <6,0 49 Zie bijl.

4,884 8,14 16,98 48,84 32,56 9,767 114

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0016 0,0016 0,0016 0,0016 0,0016 0,0016 0,0016 0,0114

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 0,61 0,14 1,2 0,48 0,5 0,2 0,37 0,21 0,27 4,1

0,035 0,61 0,14 1,2 0,48 0,5 0,2 0,37 0,21 0,27 4,015

Wonen

0,5

1,5

6,8

40

40

3

Gebruikte afkortingen AW

AW

Uitgevoerd

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

GSSD

RG Eis

4,3 3

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Industrie Wonen Nooit toepasbaar <=AW <=AW <=AW Industrie

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3276R013 VBO Meijelseweg 66A

Analyse

Eenheid

24-02-2021 2021030520 25-02-2021 02-03-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

3

GSSD

Analytico-nr

Monster

3

11888792

111(1)

Eindoordeel:

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

Industrie

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

76,3 7,3 93 2,7

76,3 7,3

25 0,39 <3,0 44 <0,050 <1,5 5,9 21 230

89,08 0,535 6,858 75,43 0,0477 1,05 16,26 29,75 466,3

<3,0 <5,0 <5,0 25 15 <6,0 52 Zie bijl.

2,877 4,795 4,795 34,25 20,55 5,753 71,23

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 0,0013 <0,0010 0,0025 0,0027 0,0021 0,011

0,0009 0,0009 0,0017 0,0009 0,0034 0,0036 0,0028 0,0146

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 0,16 <0,050 0,28 0,13 0,11 0,069 0,14 0,11 0,13 1,2

0,035 0,16 0,035 0,28 0,13 0,11 0,069 0,14 0,11 0,13 1,199

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

2,7

Gebruikte afkortingen AW

AW

Uitgevoerd

Klasse industrie

GSSD

RG Eis

7,3 2,7

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW <=AW Industrie <=AW <=AW <=AW <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3276R013 VBO Meijelseweg 66A

Analyse

Eenheid

24-02-2021 2021030520 25-02-2021 02-03-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

4

GSSD

Analytico-nr

Monster

4

11888793

101(1) 104(1) 112(1)

Eindoordeel:

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

88,4 1 99 3,7

88,4 1

<20 <0,20 <3,0 6,4 <0,050 <1,5 <4,0 <10 29

44,74 0,2349 6,225 12,51 0,0489 1,05 7,153 10,68 63,34

<3,0 <5,0 <5,0 19 14 <6,0 42 Zie bijl.

10,5 17,5 17,5 95 70 21 210

Industrie

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 0,38 0,14 0,86 0,54 0,54 0,24 0,52 0,3 0,34 3,9

0,035 0,38 0,14 0,86 0,54 0,54 0,24 0,52 0,3 0,34 3,895

Wonen

0,5

1,5

6,8

40

40

3,7

Gebruikte afkortingen AW

AW

Uitgevoerd

Klasse industrie

GSSD

RG Eis

1 3,7

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3276R013 VBO Meijelseweg 66A

Analyse

Eenheid

24-02-2021 2021030520 25-02-2021 02-03-2021

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

5

GSSD

10,5 17,5 17,5 38,5 17,5 21 122,5

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

Gebruikte afkortingen

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

920 13 190 190 36 190 100 530 720

4,3

Altijd toepasbaar

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35

101(3) 101(4) 102(2) 102(3) 103(3) 103(4) 105(2) 105(3) 106(2) 106(3)

RG Eis

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

42,14 0,2328 5,899 6,709 0,0484 1,05 6,853 10,57 46,74

Monster

Achtergrondwaarde

IW

<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 22

11888794

<= AW

Industrie

83,6 0,49

Analytico-nr

Gestandaardiseerd gehalte

Wonen

83,6 <0,7 99 4,3

5

AW

AW

Uitgevoerd

Nr.

GSSD

RG Eis

0,7 4,3

Legenda

Eindoordeel:

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3276R013 VBO Meijelseweg 66A

Analyse

Eenheid

04-03-2021 Vincent Burgers 2021036536 08-03-2021 11-03-2021

Metalen Barium (Ba) µg/L Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) µg/L Nikkel (Ni) µg/L Lood (Pb) µg/L Zink (Zn) µg/L Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L Xylenen (som) factor 0,7 µg/L BTEX (som) µg/L Naftaleen µg/L Styreen µg/L Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L Trichloormethaan µg/L Tetrachloormethaan µg/L Trichlooretheen µg/L Tetrachlooretheen µg/L 1,1-Dichloorethaan µg/L 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L cis 1,2-Dichlooretheen µg/L trans 1,2-Dichlooretheen µg/L CKW (som) µg/L Tribroommethaan µg/L Vinylchloride µg/L 1,1-Dichlooretheen µg/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 1,1-Dichloorpropaan µg/L 1,2-Dichloorpropaan µg/L 1,3-Dichloorpropaan µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L Minerale olie (C12-C16) µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) µg/L Minerale olie (C35-C40) µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen µg/L

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

11909463

101

Eindoordeel:

kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

S

Streefwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20

0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21

-

0,2 0,2 0,2

0,2 7 4

15,1 504 77

30 1000 150

-

0,2

0,2

35,1

70

0,014 0,14

-

0,02 0,2

0,01 6

35 153

70 300

<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42

0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07

-

0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1

0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01

500 203 5 262 20 454 204 150 65

1000 400 10 500 40 900 400 300 130

-

0,2 0,1 0,2

0,01 0,01 0,01

2,5 5 10

630 5 10 20

-

0,6

0,8

40,4

80

<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50

7 7 7 10,5 7 7 35

-

50

50

325

600

0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42

0,77 Geen oordeel mogelijk

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

* ***

Gebruikte afkortingen *

S

21 0,65 1,4 2,9 0,035 1,4 2,1 1,4 1100

Overschrijding Interventiewaarde

-

RG

21 0,65 <2,0 2,9 <0,050 <2,0 <3,0 <2,0 1100

Legenda Nr.

Oordeel

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3276R013 VBO Meijelseweg 66A

Analyse

Eenheid

04-03-2021 Vincent Burgers 2021036536 08-03-2021 11-03-2021

Metalen Barium (Ba) µg/L Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) µg/L Nikkel (Ni) µg/L Lood (Pb) µg/L Zink (Zn) µg/L Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L Xylenen (som) factor 0,7 µg/L BTEX (som) µg/L Naftaleen µg/L Styreen µg/L Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L Trichloormethaan µg/L Tetrachloormethaan µg/L Trichlooretheen µg/L Tetrachlooretheen µg/L 1,1-Dichloorethaan µg/L 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L cis 1,2-Dichlooretheen µg/L trans 1,2-Dichlooretheen µg/L CKW (som) µg/L Tribroommethaan µg/L Vinylchloride µg/L 1,1-Dichlooretheen µg/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 1,1-Dichloorpropaan µg/L 1,2-Dichloorpropaan µg/L 1,3-Dichloorpropaan µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L Minerale olie (C12-C16) µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) µg/L Minerale olie (C35-C40) µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen µg/L

2

GSSD

Analytico-nr

Monster

2

11909464

102

Eindoordeel:

kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

S

Streefwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20

0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21

-

0,2 0,2 0,2

0,2 7 4

15,1 504 77

30 1000 150

-

0,2

0,2

35,1

70

0,014 0,14

-

0,02 0,2

0,01 6

35 153

70 300

<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42

0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07

-

0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1

0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01

500 203 5 262 20 454 204 150 65

1000 400 10 500 40 900 400 300 130

-

0,2 0,1 0,2

0,01 0,01 0,01

2,5 5 10

630 5 10 20

-

0,6

0,8

40,4

80

<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50

7 7 7 10,5 7 7 35

-

50

50

325

600

0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42

0,77 Geen oordeel mogelijk

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

*** * * ***

Gebruikte afkortingen *

S

1000 2,6 2,2 34 0,035 1,4 10 2,3 1000

Overschrijding Interventiewaarde

-

RG

1000 2,6 2,2 34 <0,050 <2,0 10 2,3 1000

Legenda Nr.

Oordeel

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

BIJLAGEN

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

19 april 2021 rapportnummer: C3276R013.008.R1/BBO

Archimil BV

Archimil BV

OPDRACHTGEVER: C3276R013.008.R1/BBO Pouderoyen B.V. WERK: Verkennend bodemonderzoek aan de Meijelseweg 66A te Asten-Heusden

bijlage 1 overzichtstekening Bron: GoogleMaps

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=e72f9b45-5941-416c-9445-98f25c2243a9