RU22.05.09 G Bijlagen bij toelichting 11 tm 18.pdf
Tekst van het document
Bijlage 11 Ruimtelijke onderbouwing Meijelseweg 66a
bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021
809
Ruimtelijke Onderbouwing
Meijelseweg 66a, Heusden Gemeente Asten
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Meijelseweg 66a, Heusden Gemeente Asten
Status:
ten behoeve van vaststelling
Datum:
17 mei 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
5 5 6 6 7
Aanleiding en doelstelling Plangebied Aanpak Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Plangebied
9
2.1 2.2
Omgeving van het plangebied Huidige situatie
9 9
Hoofdstuk 3 Planvoornemen
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Locatieontwikkeling Ruimtelijke kwaliteit en landschap Ruimte-voor-Ruimte Totaalontwikkeling
13 13 17 17
3.5
Afwijking geldend bestemmingsplan
18
Hoofdstuk 4 Beleidskaders
19
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
19 20 26
Hoofdstuk 5 Milieuaspecten
33
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
33 34 34 36 37 38 40
Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Geur Externe veiligheid Luchtkwaliteit Gezondheid in relatie tot veehouderijen
Hoofdstuk 6 Omgevingsaspecten
41
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
41 42 44 44 45 46
Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Leidingen Water
Meijelseweg 66a, Heusden
3
Hoofdstuk 7 Planologische afweging
Ruimtelijke onderbouwing
4
Meijelseweg 66a, Heusden
51
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
In het buitengebied van de gemeente Asten is sprake van veel leegstand van agrarische gebouwen. De verwachting is dat deze leegstand de komende jaren blijft groeien. De aanpak van deze leegstandsproblematiek is nodig om verloedering en gezondheidsrisico's te voorkomen. De gemeente Asten heeft daarom een gebiedsgerichte aanpak geïnitieerd, om de leegstand in het buitengebied tegen te gaan. Deze gebiedsgerichte aanpak heeft als doel om te zoeken naar slimme combinaties, waardoor de aanpak van leegstand ook financieel haalbaar wordt. De locatie Meijelseweg 66a te Heusden maakt onderdeel uit van deze gebiedsgerichte aanpak. Initiatiefnemers hebben het voornemen om op de locatie Meijelseweg 66a de agrarische bedrijfsactiviteiten van de varkenshouderij definitief te beëindigen en alle overtollige agrarische bedrijfsgebouwen te slopen. De locatie krijgt in de nieuwe situatie een woonfunctie, als onderdeel van de bebouwingsconcentratie aan de Meijelseweg. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de bestaande mogelijkheid om een woning op te richten. Daarnaast worden twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen gerealiseerd. Voorliggend document voorziet in de vereiste ruimtelijke onderbouwing die hoort bij deze planologische functiewijziging en maakt als bijlage bij de toelichting onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand' van de gemeente Asten.
1.2
Plangebied
De locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Asten, ten zuidoosten van de kern Heusden. Het plangebied is kadastraal bekend als Asten, sectie D, nummer 3647 (gedeeltelijk). Dit perceel heeft een oppervlakte van 16.860 m2 . Daarvan maakt circa 1,2 ha onderdeel uit van het plangebied.
Luchtfoto met globale ligging van het plangebied
Meijelseweg 66a, Heusden
5
1.3
Aanpak
De voorgenomen locatieontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met een herziening van het bestemmingsplan. De bestemmingsplanherziening wordt vastgelegd in een verzamelplan, waar deze locatie, samen met de overige deelnemende locaties uit de gebiedsgerichte aanpak, deel van uitmaakt. Deze ruimtelijke onderbouwing is daarom toegevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand' en vormt de onderbouwing van het initiatief op de deellocatie Meijelseweg 66a.
1.4
Geldend bestemmingsplan
De planologische situatie is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Buitengebied Asten 2016' (eerste vaststelling, 18 april 2017; meest recente vaststelling, 7 augustus 2019). In dit bestemmingsplan is de planlocatie bestemd als 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Een gedeelte van het plangebied is bestemd als 'Agrarisch' zonder bouwvlak. Aan de gronden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' toegekend. Het plangebied ligt daarnaast binnen de gebiedsaanduidingen 'overige zone - urgentiegebied' en 'overige zone - attentiegebied EHS'. Binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - urgentiegebied' liggen relatief veel en grote veehouderijen, waardoor sprake is van overschrijding van de normen fijnstof en geur. De urgentiegebieden zijn aangewezen om de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheidssituatie als gevolg van overlast door de veehouderij te verbeteren. De gemeente Asten hanteert binnen het urgentiegebied strengere geur- en endotoxinenormen en voert in het gebied een strenger beleid voor uitbreidings- of ontwikkelingsplannen voor varkenshouderijen en pluimveehouderijen. De gebiedsaanduiding 'overige zone - attentiegebied EHS' is aangewezen in een zone rondom kwetsbare gedeelten van het Natuurnetwerk Brabant.
De gebieden met deze aanduiding zijn mede gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de bestaande landschaps- en natuurwaarden. In deze gebieden dienen de biotopen van de kwetsbare soorten zo min mogelijk aangetast te worden en is het grondwaterpeil een aandachtspunt. Verder zijn aanvullende regels vastgelegd in het bestemmingsplan 'Asten Paraplu Wonen 2019' (vastgesteld 04-02-2020) en 'Asten Verzamelplan 2019-2' (vastgesteld 13-02-2020). In deze thematische bestemmingsplannen zijn gemeentelijke beleidswijzigingen doorgevoerd op het gebied van wonen en riolering.
6
Meijelseweg 66a, Heusden
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Asten 2016' met ligging plangebied Verder zijn aanvullende regels vastgelegd in het bestemmingsplan 'Asten Parapluplan Wonen 2019' (vastgesteld, 4 februari 2020) en 'Asten Verzamelplan 2019-2' (vastgesteld, 13 februari 2020). In deze thematische bestemmingsplannen zijn gemeentelijke beleidswijzigingen doorgevoerd op het gebied van wonen en riolering.
1.5
Leeswijzer
In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt na dit inleidende hoofdstuk in Hoofdstuk 2 het plangebied beschreven, waarna in Hoofdstuk 3 het planvoornemen wordt toegelicht. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 ingegaan op het beleid van de verschillende overheden dat van toepassing is. In Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 worden de effecten van het voornemen op de relevante milieu- en omgevingsaspecten getoetst. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak en kan daarom niet worden geïntrepreteerd als een onafhankelijke ontwikkeling. De planologische afweging is gemaakt op gebiedsniveau.
Meijelseweg 66a, Heusden
7
8
Meijelseweg 66a, Heusden
Hoofdstuk 2 2.1
Plangebied
Omgeving van het plangebied
Het buitengebied van Heusden kent van oudsher vooral een agrarisch ruimtegebruik. In een relatief klein gebied is sprake van een groot aantal veehouderijen en een glastuinbouwconcentratiegebied op korte afstand van de kern. De schaalvergroting binnen de agrarische sector van de afgelopen decennia is duidelijk zichtbaar in het gebied. Naast enkele opgeschaalde veehouderijen liggen er verouderde veehouderijen en leegstaande stallen. In de loop der tijd zijn ook veel van oorsprong kleine agrarische erven getransformeerd naar een andere functie, zoals wonen of recreëren. Daarom is voor sommige gedeelten van het buitengebied inmiddels sprake van een gemengd ruimtegebruik. Dit is het meest zichtbaar aan de uitgaande wegen van de kern Heusden, zoals Behelp, Antoniusstraat, Meijelseweg. Daarnaast is sprake van een recreatief landschappelijk gebied rondom de Eeuwelsche Loop en de Gezandebaan. Een aantal burgerwoningen ligt midden in het gebied met veel intensieve veehouderijen; daarnaast zijn een aantal veehouderijen gevestigd naast of op korte afstand van burgerwoningen. In het kader van de gebiedsgerichte aanpak is een tweedeling te onderscheiden tussen een agrarisch buitengebied, met hoofdzakelijk agrarische functies en een gebied waar meer sprake is van een gemengd functiegebruik.
Deze tweedeling is nader omschreven in paragraaf 2.4 'Gebiedsvisie' van de toelichting van het verzamelplan. De planlocatie ligt binnen het gebied dat we in het kader van de gebiedsvisie aanmerken als 'Wonen en werken in een landschappelijk agrarisch gebied'. In dit gebied worden bestaande agrarische bedrijven omringd door burgerwoningen en recreatieve functies en is sprake van een gemengd gebruik. De betreffende locatie ligt langs de Meijelseweg, tussen de kruising met de Ooruilweg en de kruising met de Kemphaanweg. De Meijelseweg is een van de uitvalswegen van Heusden naar het zuidoosten, richting Meijel en van oudsher één van de weinige wegen over de Peel richting Limburg. Het profiel van de Meijelseweg is relatief breed, met een vrijliggend fietspad aan één zijde en wordt gedeeltelijk begeleid door laanbeplanting. Direct ten westen en oosten van het plangebied liggen een aantal woonlocaties (Ooruilweg 1, Meijelseweg 66 en 68). Aan de overzijde van de Meijelseweg ligt een bedrijfslocatie, die momenteel is bestemd als paardenkliniek. Deze bedrijfslocatie, op het adres Meijelseweg 39, maakt ook onderdeel uit van de gebiedsgerichte aanpak en is dus eveneens opgenomen als deellocatie bij het voorliggend bestemmingsplan. Aan de zuidzijde van het plangebied en aan beide zijden van de paardenkliniek wordt het plangebied omgeven door agrarische percelen met een open karakter.
2.2
Huidige situatie
Op de locatie bevindt zich een agrarisch bedrijf in de vorm van een varkenshouderij. De stallen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 1.250 m2 . De oppervlakte van het bouwvlak bedraagt ca. 1,04 ha. Daarvan is het grootste gedeelte onbebouwd. De bestaande bebouwing concentreert zich aan de westzijde van het bouwvlak. De locatie beschikt over een directe planologische mogelijkheid om een bedrijfswoning op te richten. Van deze mogelijkheid is tot op heden geen gebruik gemaakt. Concreet bestaat de locatie uit een agrarisch bouwvlak met daarbinnen: een agrarisch bedrijfsgebouw van ca. 750 m2 ; een agrarisch bedrijfsgebouw van ca. 500 m2 ; een directe planologische mogelijkheid voor het oprichten van een bedrijfswoning.
Meijelseweg 66a, Heusden
9
Luchtfoto met ligging van het plangebied
Aanzicht vanaf de Meijelseweg (bron: Google Streetview)
10
Meijelseweg 66a, Heusden
Aanzicht vanaf de Ooruilweg in noordelijke richting (bron: Google Streetview)
Luchtfoto van het plangebied (bron: Slagboom en Peeters Luchtfotografie)
Meijelseweg 66a, Heusden
11
12
Meijelseweg 66a, Heusden
Hoofdstuk 3 3.1
Planvoornemen
Locatieontwikkeling
3.1.1 Bedrijfsbeëindiging Het planvoornemen bestaat uit de definitieve beëindiging van de varkenshouderij en de sloop van de overtollige agrarische bedrijfsgebouwen. De stal met een oppervlakte van circa 750 m2 wordt met de bedrijfsbeëindiging gesloopt en de mestsilo's en -kelders worden verwijderd. Daarmee wordt de volledige bedrijfsbeëindiging gerealiseerd. Met de voorgenomen herbestemming naar 'Wonen' wordt de hervestiging van een intensieve veehouderij planologisch onmogelijk gemaakt en worden de agrarische activiteiten definitief beëindigd. De bedrijfsbeëindiging van de varkenshouderij leidt tot een verbetering van het woon- en leefklimaat voor de (burger)woningen in de directe omgeving. 3.1.2 Herontwikkeling tot een woonlocatie Het beoogde plan bestaat uit de realisatie van een woonlocatie met drie woningen. De bestaande mogelijkheid om op het adres Meijelseweg 66a een bedrijfswoning op te richten wordt benut. Deze woning wordt gerealiseerd als reguliere burgerwoning. Daarnaast worden twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen opgericht. De meest westelijke stal van de bestaande veehouderij van circa 500 m2 blijft behouden en wordt in gebruik genomen als bijgebouw bij de reguliere burgerwoning voor het hobbymatig houden van paarden. Bij dit bijgebouw wordt tevens een paardenbak opgericht.
Door de realisatie van drie woningen in een gebiedsgerichte aanpak ontstaat een aantrekkelijk wooncluster langs de Meijelseweg tussen de kruispunten met de Ooruilweg en de Kokmeeuwenweg.
3.2
Ruimtelijke kwaliteit en landschap
3.2.1 Kwaliteitsverbetering Zowel op gemeentelijk als provinciaal niveau wordt ruimte geboden aan ontwikkeling met oog voor zorgvuldig ruimtegebruik en kwaliteit. Vanuit dit beleidsoogpunt in de voorliggende locatieontwikkeling wordt gestreefd naar landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de principes van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap verwoord. Per ontwikkeling dient te worden bepaald wat de kwaliteitsbijdrage is. De gemeentelijke Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap vormt een nadere uitwerking op gemeentelijk niveau. Deze structuurvisie is gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. De structuurvisie geldt voor alle ontwikkelingen in het buitengebied die niet rechtstreeks passen binnen de regels van het bestemmingsplan. Het voorliggend voornemen is getoetst in het kader van de Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap in paragraaf 4.3.4. Gelet op het feit dat op alle vier de punten positief wordt gescoord, kan worden gesteld dat het voornemen in het kader van kwaliteitsverbetering geen of verwaarloosbare impact heeft. Om die reden is geen tegenprestatie in het kader van kwaliteitsverbetering noodzakelijk.
Ondanks het feit dat er geen tegenprestatie noodzakelijk is, is vanuit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wel sprake van een zorgplicht voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De locatie wordt daarom voorzien van een goede landschappelijke inpassing.
Meijelseweg 66a, Heusden
13
3.2.2 Landschappelijkemaatregelen op gebiedsniveau Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing van de toe te voegen woningen is op gebiedsnvieau de 'Visie op de inrichting' uitgewerkt. Deze visie maakt als bijlage onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand'. Op deze manier wordt niet alleen de herbestemming en functietoedeling op gebiedsniveau afgestemd, maar wordt ook de landschappelijke inpassing van de nieuwe woonpercelen benaderd vanuit een gebiedsgerichte aanpak. Een gedeelte van de landschappelijke maatregelen wordt vanuit de gebiedsgerichte aanpak uitgevoerd in de vorm van nieuwe laanbeplanting langs de openbare weg. De woonkavels worden door middel van deze laanbeplanting onderdeel van een landschappelijk casco in het buitengebied. Daarnaast worden de deellocaties elk voorzien van een goede landschappelijke inpassing, maar wordt de defintieve invulling hiervan uiteindelijk door de (toekomstige) eigenaar ingevuld. Na realisatie van de gebiedsgerichte aanpak ontstaat een sterker landschappelijk casco rondom de Meijelseweg en de Ooruilweg. Het aantal bomen dat per deellocatie wordt aangeplant om tot dit landschappelijk casco te komen, is eveneens op gebiedsniveau vastgelegd. Per toe te kennen woonbestemming worden drie bomen aangeplant. Per toe te voegen Ruimte-voor-Ruimtewoning worden vijf bomen aangeplant.
Deze bomen worden vastgelegd in een landschapsplan voor de individuele locatie of er wordt een bijdrage gedaan in het gemeentelijk groenfonds. De gemeente Asten legt de afspraken samen met de initiatiefnemers vast in een anterieure overeenkomst. 3.2.3 Landschapsplan Voor elke deelnemende locatie is een landschapsplan opgesteld. Het landschapsplan voorziet in de vastgelegde landschappelijke maatregelen op gebiedsniveau (landschappelijke maatregelen op openbaar terrein) en een vrijere invulling van de landschappelijke maatregelen binnen de woonkavels. Bij de landschappelijke maatregelen op kavelniveau is het van belang dat de woonkavels op een passende wijze met streekeigen beplanting worden ingepast, maar worden de definitieve maatregelen uiteindelijk door de (toekomstige) eigenaar ingevuld. De nieuwe woonlocatie Meijelseweg 66a wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing, waarmee de locatie zich voegt naar de omgeving. Het landschapsplan is weergegeven op de navolgende afbeelding en is toegevoegd als Bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Tussen de twee Ruimte-voor-Ruimtewoning wordt een wadi gerealiseerd voor de benodigde hemelwaterberging. Tegelijkertijd wordt daarmee het een doorzicht naar de achterliggende agrarische kamer behouden.
De woningen zijn zodanig gesitueerd dat stedenbouwkundig een gevarieerd wooncluster ontstaat, waarbij een differentiatie is vastgelegd tussen de afstand tussen het hoofdgebouw en de weg en de afstanden tot de zijdelingse perceelsgrens. De landschappelijke maatregelen worden als voorwaardelijke verplichting opgenomen bij de regels van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand'. Het beplantingsplan is als voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de afgifte van de omgevingsvergunning voor bouwen van de nieuwe woningen. Er is één voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de bouw van de reguliere woning (Meijelseweg 66a). Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen (tussen Meijelseweg 66a en 68). Met de voorwaardelijke verplichtingen is de aanleg en instandhouding van het landschapsplan geborgd in het bestemmingsplan.
14
Meijelseweg 66a, Heusden
Landschapsplan Meijelseweg 66a en ong.
Meijelseweg 66a, Heusden
15
Beplantingsplan Meijelseweg 66a (voorwaardelijke verplichting)
16
Meijelseweg 66a, Heusden
Beplantingsplan Meijelseweg ong. (tussen 66a en 68)
3.3
Ruimte-voor-Ruimte
Om twee nieuwe Ruimte-voor-Ruimtewoningen te kunnen realiseren levert de initiatiefnemer twee Ruimte-voor-Ruimtetitels aan. Met deze Ruimte-voor-Ruimtetitels is de sloop van 2.000 m² stallen en het intrekken van 7.000 kg fosfaatrechten op veehouderijlocaties elders verzekerd. Hiermee draagt het planvoornemen niet alleen bij aan de aanpak van leegstand binnen het projectgebied, maar vormt het voornemen ook een financiële drager voor het voorkomen van leegstand op voormalige veehouderijlocaties elders en een verlaging van het aantal landbouwdieren op landelijk niveau. Het dossier behorende bij deze Ruimte-voor-Ruimtetitel is toegevoegd als Bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing.
3.4
Totaalontwikkeling
Concreet bestaat de totale ontwikkeling uit: Het definitief beëindigen van de intensieve veehouderij en het slopen van circa 750 m2 agrarisch opstallen; Het leveren van een bijdrage aan een aantrekkelijke woonomgeving langs de Meijelseweg door: 1. het benutten van de bestaande planologische mogelijkheid een bedrijfswoning op te richten, waarbij deze word omgezet naar burgerwoning met een inhoud van maximaal 750 m3 , met behoud van een bestaand gebouw van 500 m2 als bijgebouw bij de woning en paardenbak; 2. het toevoegen van twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen van elk maximaal 1.000 m3 met bijgebouwen; Landschappelijke inpassing van de gehele locatie.
Meijelseweg 66a, Heusden
17
3.5
Afwijking geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De geldende bestemming maakt het niet mogelijk om de locatie te herontwikkelen tot woonlocatie. Om het agrarisch bedrijf definitief te beëindigen en de voorgenomen locatieontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
18
Meijelseweg 66a, Heusden
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied In de 'gebiedsgerichte aanpak leegstand' van de gemeente Asten staat de 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' centraal. Verduurzaming is het meest urgent in de meest milieubelaste en kwetsbare gebieden, zoals nabij waardevolle natuurgebieden (bijv. met een grote culturele waarde) en grondwaterbeschermings-gebieden, bij gebieden waar de concentratie van bedrijven groot is of waar bedrijven dicht op bewoond gebied zijn gesitueerd. In gebieden waar de druk vanuit de landbouw op de omgeving (natuur, volksgezondheid) te hoog is, wordt deze druk door gerichte inzet verminderd. Op regionaal niveau is hierbij een regierol weggelegd voor de provincies.
In het regeerakkoord zijn maatregelen aangekondigd om gezondheids- en leefomgevingsrisico's in gebieden met zeer hoge veedichtheid te verminderen. Dat sluit aan bij de inzet op een transitie naar een verduurzaming van de veehouderij en de LNV-visie op de kringlooplandbouw. Met sectorpartijen en decentrale overheden is een gecombineerde aanpak langs twee sporen overeengekomen, namelijk een saneringsspoor en een verduurzamingsspoor. Daartoe wordt momenteel (onder andere) invulling gegeven aan de uitvoering van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Deze saneringsregeling beoogt geuroverlast te verminderen door (locaties van) varkenshouderijen definitief te beëindigen, en varkensrechten te schrappen, waardoor onder andere ook milieudruk vermindert. In de NOVI is veel aandacht voor een vitale landbouw, met gezonde ondernemingen die een goed economisch perspectief hebben en werken in en aan een gezonde omgeving. De 'gebiedsgerichte aanpak leegstand' in Asten draagt bij aan de transformatie van het buitengebied, waarbij een stap wordt gezet in de richting van een vitalere landbouwsector. Het project richt zich op de onaanvaardbare overlast van veehouderijen op omwonenden in het kader van geur en fijnstof en de groeiende leegstand van veehouderijlocaties.
Daarbij wordt gewerkt aan een gezonde leefomgeving, waarbij veehouderijen en woonfuncties zich in ruimtelijke zin tot elkaar verhouden en gezamenlijk bijdragen aan een goed woon- en leefklimaat. Aan de hand van slimme combinaties wordt de aanpak ook financieel haalbaar. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het voorliggend plan passend is binnen de gestelde ambities van de Nationale Omgevingsvisie. De gebiedsgerichte aanpak draagt bij aan de door het Rijk gestelde doelstellingen voor het landelijk gebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening.
Meijelseweg 66a, Heusden
19
Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Deze ontwikkeling ligt niet in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen, daarom heeft de Barro geen consequenties voor voorliggend plan. 4.1.3 Bro; motivering duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de ‘motivering duurzame verstedelijking’ (voormalige ladder) opgenomen. Dit stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Met het voornemen wordt één bestaande bouwmogelijkheid benut en worden twee woningen toegevoegd. Daarmee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in het kader van dit plan daarom niet noodzakelijk.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Anticiperend op de inwerkingtreding van de nationale Omgevingswet hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Noord-Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. In delen van Brabant is sprake van een toenemende leegstand (met name agrarisch vastgoed) en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische en sociaal-culturele schade.
In die delen van het landelijk gebied is speciale aandacht nodig voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang. De provincie Noord-Brabant werkt in meerdere (landelijke) gemeenten aan een gebiedsgerichte aanpak om leegstand van agrarisch vastgoed tegen te gaan. Deze zogenaamde 'VAB-pilots' vormen de uitvoering van het Brabantse beleid om het het landelijk gebied extra aandacht te geven. De gebiedsgerichte aanpak leegstand in
20
Meijelseweg 66a, Heusden
de gemeente Asten is één van deze pilots en draagt daarmee mede bij aan de doelstellingen van de provincie. Het voornemen op de betreffende locatie bestaat het beëindigen van een intensieve veehouderij, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de gebiedsgerichte aanpak om leegstand tegen te gaan. Daarnaast worden twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen opgericht. Hiervoor worden twee Ruimte-voor-Ruimtetitels aangekocht, waarvoor eerder elders minimaal 2.000 m2 aan leegstaande dierenverblijven zijn gesloopt en 7.000 kg fosfaatproductierechten zijn ingetrokken. De beoogde ontwikkeling draagt daarmee enerzijds bij aan de bedrijfsbeëindiging ter plekke en anderzijds aan een verbetering van de omgevingskwaliteit elders. Daarnaast zorgt de ontwikkeling voor een verbetering van de landschappelijke- en stedenbouwkundige structuur in het buitengebied van Asten. Daarmee leidt voorliggend plan tot een verbeterde omgevingskwaliteit en past het plan binnen de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 4.2.2 Provinciale Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 - partiële herziening 2014 Op 7 februari 2014 hebben Gedeputeerde Staten de Structuurvisie RO 2010 - partiële herziening 2014 vastgesteld, die op 19 maart 2014 in werking is getreden. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid weer tot 2025.
In de structuurvisie is het landelijk gebied opgedeeld in vier ruimtelijke structuren. Dit zijn: de groenblauwe structuur het landelijk gebied de stedelijke structuur de infrastructuur De zonering is bepaald voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de diverse functies in het buitengebied zoals landbouw, natuur en recreatie, voor zover deze het provinciaal belang aangaan.
Uitsnede structurenkaart met ligging van het plangebied. De planlocatie ligt binnen het landelijk gebied met als specifieke aanduiding 'Accentgebied agrarische ontwikkeling'. Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. De provincie wil in het landelijk gebied volgende speerpunten bereiken: 1. 2.
Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie; Ruimte voor duurzame agrarische ontwikkeling;
Meijelseweg 66a, Heusden
21
3.
Versterking van het landschap.
Op de structurenkaart zijn gebieden aangegeven waar de provincie ruimte en kansen ziet om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. Onderhavige ontwikkeling betreft het accentgebied agrarische ontwikkeling De Peel van Mill tot Someren. Dit is een jonge ontginning met een modern en grootschalig landschap waarin de intensieve veehouderij en glastuinbouwsector een sterke positie hebben. Het is een open gebied, omgeven door grote natuurgebieden waarvan enkele Natura 2000-gebieden. Ontwikkelingen zijn gericht op een verdere verduurzaming en meerwaardecreatie. Naast ruimte voor de landen tuinbouw is binnen gemengde plattelandseconomie ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties en wonen. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Met het planvoornemen vindt er herbestemming plaats van agrarisch naar wonen op een vrijkomende agrarische locatie. Met de herbestemming van de vrijkomende locatie, worden voormalig agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt en wordt leegstand voorkomen. De gebiedskwaliteiten worden versterkt door de locatie landschappelijk goed in te passen (zie daarvoor paragraaf 3.2 Ruimtelijke kwaliteit en landschap en Bijlage 1).
Het voornemen past binnen de gemengde plattelandseconomie, waarin agrarische functies, woonfuncties en overige functies samen een gemengde omgeving vormen, waarin economische bedrijvigheid en een gezonde leefomgeving goed samen gaan. Het voornemen past daarmee binnen de Provinciale Structuurvisie. 4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 heeft Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In deze planologische verordening zijn regels opgenomen voor verschillende ruimtelijke en planologische onderwerpen, waar de gemeenten rekening mee moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. De voor de ontwikkeling relevante onderwerpen, die worden geregeld zijn: Ontwikkelingsmogelijkheden van land- en tuinbouw; Bescherming van de landschappelijke en natuurwaarden; Bescherming van cultuurhistorische en aardkundige waarden; Waterbeleid; Nieuwe economische dragers in het buitengebied; Zorgplicht en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De Interim Omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen.
De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De Interim omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de Interim omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de omgevingsverordening in plaats van middelvoorschriften doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits - benadering'.
22
Meijelseweg 66a, Heusden
Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met liggen van het plangebied. De locatie ligt onder andere in het werkingsgebied 'Landelijk gebied' en maakt daarin onderdeel uit van het gemengd landelijk gebied. Landelijk gebied (gemengd landelijk gebied): De locatie maakt onderdeel uit van het gemengd agrarisch gebied. Dit betreft agrarische gronden, gelegen buiten de groenblauwe structuur (groenblauwe mantel of ecologische hoofdstructuur). Het gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. De locatie ligt niet binnen zones waarvoor nadere regels gelden voor landschap en natuurwaarden, cultuurhistorische en aardkundige waarden of waterhuishouding. Onderstaand wordt ingegaan op de diverse onderdelen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant die relevant zijn voor het plangebied. De ontwikkeling wordt getoetst aan de volgende artikelen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant: Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap: een ruimtelijke ontwikkeling dient gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Artikel 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen: voor het toekennen van een woonfunctie in het landelijk gebied is alleen het de wonen in bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen toegestaan.
In afwijking daarvan zijn in artikel 3.69 regels opgenomen voor het omzetten van bestaande bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Het voornemen wordt getoetst aan sub c van dit artikel. Artikel 3.80 Ruimte-voor-Ruimte: voor het toevoegen van woningen in het landelijk gebied, dient de ontwikkeling te voldoen aan de voorwaarden van dit artikel. Voor beide Ruimte-voor-Ruimtewoningen wordt getoetst aan dit artikel. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Het voornemen betreft het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten en de sloop van alle overtollige bedrijfsbebouwing, wat gepaard gaat met het wegnemen van 750 m2 bedrijfsbebouwing. Door middel van een landschapsplan (zie Bijlage 1) wordt de beoogde ontwikkeling ingepast in het landschap, wat resulteert in een
Meijelseweg 66a, Heusden
23
verbetering van de landschappelijke kwaliteit.
Artikel 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen Sub c: In afwijking van Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als verzekerd is dat: 1. 2.
er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; overtollige bebouwing wordt gesloopt.
Bij de bestaande varkenshouderij is sprake van de bestaande mogelijkheid om een bedrijfswoning op te richten. Het voornemen betreft het herbestemmen van de veehouderij naar 'Wonen', waarbij deze bestaande mogelijkheid wordt benut. De bestaande bedrijfswoning wordt herbestemd tot burgerwoning. Er vindt geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats. Alle overtollige bebouwing wordt gesloopt. De sloop van de overtollige bebouwing is vastgelegd als voorwaardelijke verpilchting in de regels van het bestemmingsplan. Daarmee voldoet het voornemen aan artikel 3.69 sub c. Voor de bouw van twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen wordt hieronder getoetst aan artikel 3.80.
Artikel 3.80 Ruimte-voor-Ruimte Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere Ruimte-voor-Ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning. Er dient sprake te zijn van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit.
Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere Ruimte-voor-Ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. b. c. d.
er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar.
Er wordt voldaan aan de voorwaarden van lid 1, omdat: a.
b.
c. d.
24
met het planvoornemen wordt een intensieve veehouderij op de planlocatie beëindigd. Daarmee wordt ter plekke milieuwinst behaald en een overbelaste situatie weggenomen ten opzichte van omliggende woningen. Daarnaast wordt door middel van het aankopen van twee Ruimte-voor-Ruimtetitels extra omgevingskwaliteit behaald. Elke Ruimte-voor-Ruimtetitel staat garant voor het uit de markt nemen van 3.500 kg fosfaatproductierechten en de sloop van een oppervlakte van 1.000 m2 stallen van veehouderijen. Deze kwaliteitsverbetering heeft elders plaatsgevonden; de Ruimte-voor-Ruimtekavels zijn gelegen binnen de bebouwingsconcentratie, die aangewezen is in het kader van de gebiedsgerichte aanpak leegstand, zoals omschreven in de toelichting van het bestemmingsplan waar deze ontwikkeling deel van uit maakt. de woningen worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing is toegevoegd als Bijlage 1 bij deze toelichting. met het voornemen blijft het landelijk karakter van de omgeving behouden. Het voornemen betreft de
Meijelseweg 66a, Heusden
toevoeging van twee woningen aan de omgeving, waardoor geen sprake is van een (aanzet voor een) stedelijke ontwikkeling. Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
b. c. d. e.
f. g. h. i.
een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; de omgevingsvergunning milieu voor de onder a.
bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.
Er wordt gebruik gemaakt van de voorwaarden in Lid 3 om af te wijken van de voorwaarden die in Lid 2 zijn gesteld.
Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een Ruimte-voor-Ruimtekavel indien deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voor-Ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Voor het voornemen zijn twee Ruimte-voor-Ruimtetitels aangekocht. Daarmee is verzekerd dat voldaan is aan de bovenstaande voorwaarden uit het tweede lid en dat de vereiste kwaliteitsverbetering heeft plaatsgevonden. Het dossier is toegevoegd als Bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing.
Lid 4 Het bepaalde in het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 Ruimte-voor-Ruimtekavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voor-Ruimte zijn ontwikkeld; Tot op heden zijn nog geen 3.500 Ruimte-voor-Ruimtekavels ontwikkeld. Het bepaalde in het derde lid is daarmee van toepassing.
Meijelseweg 66a, Heusden
25
Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan passend is binnen de gestelde kaders van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Toekomstvisie De Avance Op 2 februari 2006 heeft de gemeenteraad van Asten de toekomstvisie 'De Avance' vastgesteld. Deze visie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van Asten weer tot het jaar 2030. De toekomstvisie is zowel een richtinggevend kader als een toetsingskader waarin gewenste en ongewenste ontwikkelingen in de toekomst zijn beschreven. De ruimtelijke vertaling is weergegeven op twee kaartbeelden: een structuurkaart met de bestaande kwaliteiten van de gemeente en de strategiekaart waarin keuzes en ontwikkelingen voor de toekomst zichtbaar zijn gemaakt. Beide kaartbeelden zijn gecombineerd tot een Ruimtelijk Model, waarin de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende decennia zijn weergegeven.
Uitsnede structuurkaart met ligging van het plangebied. De planlocatie ligt in het open agrarisch landschap. Kenmerkend aan dit landschap is de zuidelijke dekzandvlakte die overwegend bestaat uit relatief grootschalige jonge veenontginningen in een brede zone rondom Nationaal Park De Groote Peel. De jonge ontginningsgebieden bestaan in het algemeen uit open agrarische landschappen met grote weide en akkerlanden. Een belangrijk landschappelijk kenmerk van dit gebiedstype is de (relatieve) openheid. Door de grote blokverkaveling en het veelal ontbreken van kleinschalige landschapselementen, bospercelen en bebouwingsclusters en -linten zijn er lange zichtlijnen vanaf de vaak lange, rechte wegen. De gemeente Asten heeft bij het opstellen van de toekomstvisie in 2006 al aangegeven dat sprake is van een afname van de werkgelegenheid in de landbouwsector en een toename in het aantal vrijkomende agrarische bedrijven, waarvoor een nieuwe functie moet worden gezocht. De gemeente Asten heeft een gebiedsgerichte aanpak geïnitieerd om leegstand tegen te gaan en overbelaste situaties in het kader van geur en fijnstof tegen
26
Meijelseweg 66a, Heusden
te gaan. Het voorliggend verzamelplan is het eerste resultaat van deze gebiedsgerichte aanpak. Het voorliggend plan vormt daarmee een voortzetting van de gewenste ontwikkeling, die al 15 jaar geleden door de gemeenteraad is ingezet bij vaststelling van 'De Avance'. Het voorliggend planvoornemen betreft de functiewijziging voor één van de deelnemende locaties, waarbij de bestaande veehouderijlocatie wordt beëindigd en een woonfunctie krijgt. Met de sloop van een agrarisch bedrijfsgebouw en het wegbestemmen van het agrarisch bouwvlak neemt het bebouwd oppervlak in het open agrarisch landschap af. Daarmee wordt bijgedragen aan kwaliteitsverbetering in het open agrarisch landschap en wordt de milieubelasting op de naastgelegen burgerwoningen weggenomen. De gebiedsgerichte aanpak draagt bij aan de ambities van de gemeente Asten om leegstand van (veehouderij)locaties tegen te gaan en gezondheidsrisico's in het gebied te voorkomen. Daarmee past het voornemen binnen de Toekomstvisie 'De Avance' van de gemeente Asten. 4.3.2 Omgevingsvisie Asten De gemeente Asten werkt momenteel aan een nieuwe omgevingsvisie voor de gehele gemeente. Deze Omgevingsvisie is opgesteld samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van de gemeente en is als consultatieversie gepubliceerd.
De gemeente wil dat Asten ook in de toekomst een plek is waar het goed wonen, leven en verblijven is. De komende jaren werkt de gemeente daar samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verder aan de uitwerking van de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het welbevinden van de inwoners staat in de Omgevingsvisie voorop. Daarom wordt in de visie nadrukkelijk de verbinding gezocht met het sociaal domein en het gezondheidsbeleid. Realisatie van de ambities uit de omgevingsvisie gebeurt via initiatieven van ondernemers, maatschappelijke organisaties en (groepen) inwoners. De gemeente Asten faciliteert de initiatieven die bijdragen aan het bereiken van de ambities. De gemeente is in de Omgevingsvisie Asten onderverdeeld in zes verschillende deelgebieden. Voor elk gebied geeft de gemeente aan (1) welke waarde ze wil koesteren, (2) wat ze wil ontwikkelen, (3) hoe ze dat gaat bereiken en (4) welk beleid, wetten en regels er gelden in het deelgebied. Het gaat om de volgende deelgebieden: Agrarisch anders Boeren buurten Dynamische dorpen Groen genieten Peel en beekdalen Peel pionieren
Meijelseweg 66a, Heusden
27
Uitsnede kaart met deelgebieden uit de Omgevingsvisie Asten met ligging planlocatie De planlocatie ligt in de uitloper van het deelgebied 'Boeren Buurten'. Rondom de drie dorpen van de gemeente Asten liggen 16 buurtschappen en gehuchten, waar oude bouwlanden, onregelmatige verkavelingen en verspreid liggende bebouwing het landschapsbeeld bepalen. Het gebied is halfopen vanwege de vele singels als scheiding van kavels en laan- en erfbeplanting. Verschillende gehuchten, historische boerderijen en nieuwe woningen liggen verstrooid door het gebied. Door de kleinschaligheid en de goede bereikbaarheid ontwikkelen deze 'Boeren Buurten' zich langzaam maar zeker tot aantrekkelijke locaties voor landelijk wonen. De gemeente wil het deelgebied aantrekkelijk maken voor bewoners en recreanten en stimuleert de verdere ontwikkeling van landelijk wonen. Ontwikkelingen zijn onderscheidend door gebruik te maken van erfgoed en vrijkomende agrarische bebouwing. Meer groen en blauw is gunstig in tijden van hitte, zorgt voor natuurlijke opname van overvloedig regenwater, en groen en blauw werkt positief op het welzijn, zowel direct om in te vertoeven als indirect omdat het aangenaam is om buiten te gaan bewegen en ontmoeten. Ten zuiden van Heusden is sprake van verdroging, het vasthouden van water is hier belangrijk. De gemeente zien kansen voor meervoudig ruimtegebruik.
De gemeente Asten formuleert een aantal concrete doelstellingen voor het deelgebied 'Boeren buurten'. Dit zijn onder andere de transformatie van het buitengebied door de sloop en/of passende herbestemming van leegstaande agrarische opstallen, het versterken van laan- en erfbeplanting en het ontwikkelen van landelijke woonmilieus, door herontwikkeling die past bij het landschap, natuur en cultuurhistorie. De Toekomstagenda 2030, die al in 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, is rechtstreeks gekoppeld aan de Omgevingsvisie Asten. In de vastgestelde Toekomstagenda Asten 2030 heeft de gemeente een aantal concrete projecten op de uitvoeringsagenda gezet. De gebiedsgerichte aanpak leegstand is één van de concrete projecten uit de Toekomstagenda 2030 om de transformatie van het buitengebied mogelijk te maken (zie ook paragraaf 4.3.3 Toekomstagenda Asten 2030). Het voornemen draagt daarmee rechtstreeks bij aan de gemeentelijke ambities uit de Omgevingsvisie Asten.
28
Meijelseweg 66a, Heusden
In de gebiedsgerichte aanpak leegstand wordt aangesloten bij de bestaande landschapsstructuren en wordt het landelijk woonmilieu in het deelgebied 'Boeren buurten' versterkt. Met het oog op de verbetering van de bestaande landschapsstructuren is de 'Visie op de inrichting' opgesteld, die als bijlage deel uitmaakt van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand'. In het voorliggend plan worden op gebiedsniveau landschapsversterkende maatregelen voorgesteld, om zodoende bij te dragen aan de gemeentelijke doelstellingen voor het deelgebied. De voorliggende planlocatie leent zich goed voor het aanvullen van de bestaande bebouwing tot een aantrekkelijke bebouwingsconcentratie als onderdeel van een gebiedsopgave, waarmee tegelijkertijd een forse kwaliteitswinst wordt geboekt in de vorm van de beëindiging van veehouderijen. De ontwikkelingen die met het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand' mogelijk worden gemaakt, vormen een goede aanvulling van het landelijk woonmilieu in de 'Boeren buurten', waarbij een forse bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke ambities in het kader van de transformatie van het buitengebied (sloop leegstaand agrarisch vastgoed) en een klimaatbestendig en energieneutraal Asten (versterken laan- en erfbeplanting).
Hiermee kan worden geconcludeerd dat het voornemen past binnen de Omgevingsvisie Asten en bijdraagt aan de gemeentelijke ambities voor de fysieke leefomgeving. 4.3.3 Toekomstagenda Asten 2030 Om de ontwikkelingsrichting van de gemeente te bepalen heeft de gemeente Asten de Toekomstagenda Asten 2030 opgesteld. De gemeente heeft samen met haar inwoners de belangrijkste opgaven voor 2030 op een rijtje gezet. De opgaven spelen op verschillende beleidsterreinen en bieden daarom samenhang aan het gemeentelijk beleid. De gemeente Asten zet in op de volgende vier opgaven: Transformatie buitengebied Vitale kernen Centrumontwikkeling Klimaatbestendig en energieneutraal Asten Als het gaat om de transformatie van het buitengebied staat Asten voor een aantal grote uitdagingen. Het gaat daarbij om het buitengebied, waar de agrarische sector centraal staat, meer in balans te brengen met natuur en landschap en de gezondheid van inwoners. De kenmerkende landschappen en natuur blijven behouden en waar mogelijk versterkt en meer vervlochten met de kernen. Dit resulteert in een substantiële reductie van de uitstoot van emissie door de agrarische sector in 2030. "De agrarische sector is belangrijk voor Asten. We staan voor de opgave de sector te verduurzamen, meer in balans te brengen met natuur en landschap en de gezondheid van inwoners.
Op sommige plekken leidt de concentratie van intensieve landbouw door de uitstoot van fijn stof en geuroverlast tot zorgen omtrent gezondheid. Tegelijkertijd moeten boeren goed kunnen blijven ondernemen. Bij de ontwikkeling van ons buitengebied denken we naast de landbouw ook aan andere economische sectoren, zoals recreatie en toerisme, zorg en energieproductie. De grote hoeveelheid vrijkomende agrarische gebouwen biedt kansen." Voor de transformatie van het buitengebied zijn verschillende concrete projecten op de uitvoeringsagenda gezet. Eén van de lopende projecten is de gebiedsgerichte aanpak leegstand, waarvoor het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld voor één van de onderdelen van de gebiedsgerichte oplossing. Het project draagt daarmee rechtstreeks bij aan de belangrijkste doelstelling van de Toekomstagenda Asten 2030: het mooi en leefbaar houden van het buitengebied.
Meijelseweg 66a, Heusden
29
4.3.4 Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap De Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap vormt een nadere uitwerking van artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Deze structuurvisie is gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. De structuurvisie geldt voor alle ontwikkelingen in het buitengebied die niet rechtstreeks passen binnen de regels van het bestemmingsplan. Het uitgangspunt voor medewerking aan ruimtelijke ontwikkelingen is of het past binnen het bestaand of toekomstig beleid van de gemeente Asten. De Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap vormt een aanvulling op het bestaande beleid op het gebied van kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Het kan gezien worden als een koppeling tussen de verschillende beleidsdocumenten. De procedure voor het bepalen van de hoogte van kwaliteitsbijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, is als volgt:
Prodecure bepalen kwaliteitsverbetering. Indien het plan ruimtelijk aanvaardbaar is op basis van bestaand beleid en structuurvisies (stap 1) wordt de ruimtelijke impact van het initiatief bepaald (stap 2). Afhankelijk van de impact van het initiatief wordt een tegenprestatie bepaald. Bij het bepalen van de ruimtelijke impact wordt getoetst op de volgende criteria: Grootte van de ontwikkeling Er is sprake van een ontwikkeling waarbij het bouwvolume wordt verkleind. De toe te voegen Ruimte-voor-Ruimtewoningen zijn qua omvang kleiner dan het agrarisch bedrijfsgebouw dat wordt gesloopt. Op dit aspect wordt positief gescoord. Nieuw of bestaand terrein/bebouwing Er wordt bestaande bebouwing en terreinverharding hergebruikt en overtollige bebouwing of verharding wordt gesloopt en verwijderd. Op dit aspect wordt positief gescoord. Effecten voor de omgeving Het initiatief heeft een positief effect op de omgeving. Bestaande nadelige milieueffecten nemen met de voorgenomen ontwikkeling af. De beëindiging van de bestaande veehouderij leidt onder andere tot
30
Meijelseweg 66a, Heusden
milieuwinst in het kader van geur- en ammoniakemissie, zie hiervoor ook Hoofdstuk 5 Milieuaspecten. Op dit aspect wordt positief gescoord. Gewenste ontwikkeling op basis van beleid Het initiatief draagt bij aan een gebiedsgerichte doelstelling om leegstand van agrarische bedrijfsgebouwen en milieuproblematiek in het buitengebied van de gemeente Asten terug te dringen. Daarbij is door de gemeente Asten, de provincie Noord-Brabant en grondeigenaren gewerkt aan een oplossing in de omgeving van het plangebied. Het initiatief is onderdeel van deze gebiedsgerichte aanpak om leegstand en past binnen de opgestelde gebiedsvisie. Hiermee is de voorliggende ontwikkeling één van de onderdelen, die gezamenlijk de oplossing vormen voor een bredere, gebiedsgerichte problematiek. Op dit aspect wordt positief gescoord. Gelet op het feit dat op alle vier de punten positief wordt gescoord, kan worden gesteld dat het voornemen in het kader van kwaliteitsverbetering geen of verwaarloosbare impact heeft. Om die reden is geen tegenprestatie in het kader van kwaliteitsverbetering noodzakelijk. Ondanks het feit dat er geen tegenprestatie noodzakelijk is, is wel sprake van een zorgplicht voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing vanuit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De locatie wordt daarom voorzien van een goede landschappelijke inpassing.
De landschappelijke inpassing is weergegeven in Bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het voornemen past binnen de Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap van de gemeente Asten.
Meijelseweg 66a, Heusden
31
32
Meijelseweg 66a, Heusden
Hoofdstuk 5 5.1
Milieuaspecten
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als maatgevend beschouwd. Bovenstaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. In de huidige situatie is de locatie Meijelseweg 66a bestemd als 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met gedeeltelijk de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Deze bestemming wordt met het voornemen herbestemd naar 'Wonen' en op basis hiervan is, in de toekomstige situatie, geen sprake meer van externe milieueffecten op gevoelige objecten in de omgeving. Wel moet er ter plekke van de nieuwe woningen sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat en mag de nieuwe ontwikkeling niet leiden tot een belemmering in de bedrijfsvoering voor omliggende functies. Hiertoe zijn de functies in de omgeving beoordeeld.
Tabel met afstanden tot hinderveroorzakende functies t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt buiten de richtafstand voor het bedrijf aan de Kokmeeuwenweg 2, maar binnen de richtafstand voor geluid voor het bedrijf aan de Meijelseweg 39. De hondenkennel op het adres Meijelseweg 39 wordt eveneens geregeld in het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand'. Om de akoestische inpassing van de hondenkennel te regelen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is het maximum aantal honden bepaald. Dit is nader toegelicht in paragraaf 5.3 Geluid. In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat, ook met de aanwezigheid van de hondenkennel op het adres Meijelseweg 39, in de toekomstige situatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van geluid ter plekke van de nieuwe woningen aan de Meijelseweg 66a. De aanwezigheid van de melkrundveehouderij vormt geen belemmering voor het planvoornemen. De veehouderij is wel meegenomen in het geuronderzoek, dat is uitgevoerd in het kader van de gebiedsgerichte aanpak leegstand. De bestaande paardenhouderij (Ooruilweg 7) en pluimveehouderij (Ooruilweg 9), die in de directe omgeving van het plangebied liggen, maken onderdeel uit van de gebiedsgerichte aanpak leegstand.
Deze locaties worden ook herbestemd naar wonen, met beëindiging van het agrarisch bedrijf als gevolg, waardoor deze locaties niet als hinderveroorzakende functies dienen te worden beschouwd. Naar aanleiding van bovenstaande beoordeling kan geconcludeerd worden dat het plan niet leidt tot beperkingen voor omliggende functies. Ook vormen omliggende functies geen belemmering voor het plan. Gelet op vorenstaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor het planvoornemen.
Meijelseweg 66a, Heusden
33
5.2
Bodem
Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Daarnaast dient, indien de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem niet geschikt is voor de nieuwe functie, te worden beoordeeld wat de financiële consequenties zijn om de bodemkwaliteit zodanig te verbeteren dat deze wel aan het beoogde gebruik voldoet. Met het voornemen wordt de agrarische bestemming herbestemd naar wonen. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in Bijlage 3. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat sprake is van een verontreiniging met zinkassen onder een gedeelte van de aanwezige verhardingen. Wanneer ter plekke van de verontreiniging grondwerkzaamheden worden verricht, is sprake van een saneringsplicht. Een gedeelte van de verontreiniging is geconstateerd op een locatie waar grondwerkzaamheden worden verricht voor de realisatie van de nieuwe woning Meijelseweg 66a. In verband met de geconstateerde verontreiniging, dient een gericht vervolgonderzoek te worden verricht naar de ernst en omvang van de verontreiniging met metalen (zinkassen).
Wanneer de ernst en omvang van de verontreiniging in kaart zijn gebracht, kan daaruit worden opgemaakt wat de financiële consequenties zijn. Initiatiefnemer houdt rekening met bijkomende kosten van de sanering en weegt deze kosten mee in de totale kostenexploitatie. Het vervolgonderzoek wordt na de inzagetermijn toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan. Wanneer de ernst en omvang van de verontreiniging voldoende in beeld zijn gebracht, kan de gemeenteraad een zorgvuldig besluit nemen tot vaststelling van het plan.