CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.05.09 B Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimte 31 mei 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 202122.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

31

3.4.3 Nieuwe woningen aan de Spechtstraat Aan de Spechtstraat worden twee nieuwe woningen toegevoegd en wordt er een groot aantal bedrijfsgebouwen gesaneerd. In ruil voor het slopen van een deel van de bedrijfsbebouwing achter de Meijelseweg 31 komt een nieuwe loods. De nieuwe woningen komen langs de Spechtstraat te liggen en met het achtererf georiënteerd naar de Meijelseweg. Samen met de rest van de bebouwing langs de Spechtstraat wordt het bebouwingscluster verder gedefinieerd. Door deze nieuwbouw goed in te passen met groene elementen wordt de ruimtelijke impact beperkt. Met slopen van de aanwezige stallen en schuren is de openheid aan de noordzijde vergroot en geeft de plaatselijke flora en fauna een nieuwe kans om zich hier te ontwikkelen. Ook hier zorgt een groene omlijsting van het bebouwingscluster met opgaande erfbeplanting voor een groen element in het landschap. Dit aaneengesloten groene element vormt een groene structuur die aansluit bij het coulissenlandschap en waarmee het karakteristieke mozaïek landschap wordt versterkt. Verder wordt goed gebruik gemaakt van de restruimte tussen de Meijelseweg en de nieuwe woonkavels door hier opgaande beplanting toe te passen. Alle voorgestelde nieuwe beplanting is gebiedseigen.

3.5

Beeldkwaliteit

Er is met welstand gesproken over de locatiekeuze van de RvR-woningen aan de Meijelseweg, Ooruilweg. De beeldkwaliteit van de woningen en de landschappelijke inpassing. De commissie heeft de volgende suggesties gedaan: Breng rust in de omgeving; Kies voor eenduidigheid bij de nieuwe woningen; Kies voor een duidelijke kap (bij situering kap, evt rekening houden met zonnepanelen); Kies voor zo min mogelijk lossen bijgebouwen (bijgebouw kan ook in het hoofdgebouw worden ondergebracht); Voorkom een villa-achtige uitstraling van de woningen; Kies voor traditioneel materiaalgebruik, passend in het buitengebied en een gedempte kleurstelling (later werden ook gedeeltelijk witte gevels akkoord bevonden, maar geen volledig witte woningen); Hout als gevelbekleding is zeker een optie (lagere CO2 belasting dan baksteen); Eén bouwlaag met een kap.

32

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

Hoofdstuk 4 Planologische verantwoording op locatieniveau In dit hoofdstuk zijn de coalities uitgesplitst in de verschillende deelontwikkelingen per eigenaar en per deellocatie. De locaties zijn sterk van elkaar afhankelijk en onderling met elkaar verweven, maar zijn wel elk voorzien van een ruimtelijke onderbouwing voor de planologische verantwoording van het intiatief. De ruimtelijke onderbouwingen zijn geschreven als onafhankelijk te lezen stukken, maar in de planologische en maatschappelijke verantwoording zijn de ligging van de nieuwe woningen en de voorgenomen bedrijfsbeëindigingen niet onafhankelijk van elkaar als individuele ontwikkelingen te beschouwen.

4.1

Kemphaanweg 1 en 3

De ontwikkeling bestaat uit het wegbestemmen van de bedrijfswoning bij het pluimveebedrijf op het adres Kemphaanweg 1 en het bestemmen van de burgerwoning Kemphaanweg 3 tot agrarische bedrijfswoning bij het pluimveebedrijf. Daarmee wordt per saldo één woning weggenomen uit een overbelaste situatie. De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 6.

4.2

Meijelseweg ong.

De ontwikkeling bestaat uit het oprichten van een Ruimte-voor-Ruimtewoning tegenover de Zaagbekweg als onderdeel van de bebouwingsconcentratie langs de Meijelseweg. De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 7.

4.3

Meijelseweg 31

De ontwikkeling bestaat uit het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 3.750 m2 agrarsiche opstallen. De locatie wordt bestemd als niet-agrarische bedrijfslocatie met een bedrijfsgebouw van 700 m2 . De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 8.

4.4

Meijelseweg 33

De ontwikkeling bestaat uit het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 700 m2 agrarische opstallen. Daarnaast wordt de locatie bestemd tot woonlocatie. De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 9.

4.5

Meijelseweg 39

De ontwikkeling bestaat uit de omzetting van de bestaande bedrijfslocatie van een paardenkliniek tot woonlocatie met een kleinschalig aan-huis-verbonden bedrijf in de vorm van een hondenkennel en -pension voor het houden van maximaal 12 volwassen honden. Ten behoeve van de (bestaande) buitenverblijven wordt de bestemming aan de achterzijde van het perceel vergroot. De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 10.

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

33

4.6

Meijelseweg 66a

De ontwikkeling betreft het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 750 m2 agrarische opstallen (in samenhang met landelijke subsidieregeling Saneringsregeling varkenshouderijen). De bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning, met behoud van een bestaand gebouw van 550 m2 als bijgebouw bij de woning. Daarnaast worden twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen toegevoegd. De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 11.

4.7

Ooruilweg 7

De ontwikkeling bestaat uit het beëindigen van het agrarische bedrijf en slopen van 450 m2 agrarische opstallen. Op dit bouwvlak wordt de bestaande bedrijfswoning herbouwd als burgerwoning en wordt één Ruimte-voor-Ruimtewoning gebouwd. Bij één van de twee woningen wordt een bestaand bedrijfsgebouw in gebruik genomen als bijgebouw van 320 m2 . De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 12.

4.8

Ooruilweg 9

De ontwikkeling bestaat uit het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 2.000 m2 agrarische opstallen. Met de beëindiging wordt voorkomen dat de locatie wordt ingezet als investeringslocatie voor een pluimveebedrijf met de nieuwbouw van 2.000 m2 extra pluimveestallen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning herbestemd en wordt een verplaatste woning vanuit de Kemphaanweg ingeplaatst. De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 13.

4.9

Spechtstraat 5

De ontwikkeling bestaat uit het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van ca. 4.950 m2 agrarische opstallen. De bestaande woning wordt bestemd als burgerwoning met 1.000 m2 statische opslag en bijgebouwen. Daarnaast worden twee nieuwe Ruimte-voor-Ruimtewoningen opgericht langs de Spechtstraat. De ontwikkeling is nader uitgewerkt in Bijlage 14.

34

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

Hoofdstuk 5 5.1

Toetsingskader

Inleiding

Ruimtelijke ordening is de verdeling van de ruimte voor verschillende functies. Daarbij worden keuzes gemaakt omdat ruimte schaars is. Met dat doel, worden alle ruimtelijk relevante aspecten op een rij gezet (geordend) en belangen afgewogen. Want belangen kunnen tegenstrijdig zijn. Deze belangenafweging is de ruimtelijke ordening. Bij een goede belangenafweging moet altijd duidelijk zijn waar welke functie is, en waarom die functie nodig is (nut en noodzaak) en nu juist op die plek is gelegen. Met andere woorden, er moet altijd een antwoord zijn op de vragen “Wat, waar en waarom daar”. Dit antwoord moet te vinden zijn in de toelichting bij het bestemmingsplan. Het Rijk, de provincie Noord-Brabant, de gemeente Asten en het waterschap Aa en Maas hebben in de loop der jaren diverse beleidsnota’s opgesteld die mede het ruimtelijke beleid voor de regio bepalen. Deze beleidsnota’s bevatten de uitgangspunten voor het bestemmingsplan. Daarnaast gelden diverse wettelijke regelingen als randvoorwaarden voor het bestemmingsplan. In de hierna volgende paragrafen 5.2 tot en met 5.4 worden de planologische relevante beleidsnota’s en overige wettelijke regelingen overzichtelijk weergegeven en kort toegelicht. Als onderdeel van de toelichting moet ook inzicht worden geboden in de planologisch relevante milieu- en omgevingsaspecten.

In paragraaf 5.5 en 5.6 zijn de toetsingskaders voor de afzonderlijke aspecten opgenomen. De initiatieven zijn individueel getoetst op de relevante toetsingskaders. Deze toetsing is te vinden in de ruimtelijke onderbouwingen die als bijlage bij de toelichting deel uitmaken van het voorliggend bestemmingsplan.

5.2

Rijksbeleid

5.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Toetsingskader: De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. In de NOVI wordt prioriteit gegeven aan toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Dit houdt in dat landgebruik in balans moet worden gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste moeten gaan van landschappelijke kwaliteiten. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is én waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw. Verduurzaming is het meest urgent in de meest milieubelaste en kwetsbare gebieden, zoals nabij waardevolle natuurgebieden (bijv. met een grote culturele waarde) en grondwaterbeschermings-gebieden, bij gebieden waar de concentratie van bedrijven groot is of waar bedrijven dicht op bewoond gebied zijn gesitueerd.

In gebieden waar de druk vanuit de landbouw op de omgeving (natuur, volksgezondheid) te hoog is, wordt deze druk door gerichte inzet verminderd. Op regionaal niveau is hierbij een regierol weggelegd voor de provincies. In het regeerakkoord zijn maatregelen aangekondigd om gezondheids- en leefomgevingsrisico's in

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

35

gebieden met zeer hoge veedichtheid te verminderen. Dat sluit aan bij de inzet op een transitie naar een verduurzaming van de veehouderij en de LNV-visie op de kringlooplandbouw. Met sectorpartijen en decentrale overheden is een gecombineerde aanpak langs twee sporen overeengekomen, namelijk een saneringsspoor en een verduurzamingsspoor. Daartoe wordt momenteel (onder andere) invulling gegeven aan de uitvoering van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen en wordt in verschillende regio's gewerkt aan de aanpak van leegstand van voormalige agrarische bebouwing. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: In de NOVI is veel aandacht voor een vitale landbouw, met gezonde ondernemingen die een goed economisch perspectief hebben en werken in en aan een gezonde omgeving. In lijn met de ontwikkelingsvisie van de NOVI, draagt de gebiedsgerichte aanpak leegstand van de gemeente Asten bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is, door middel van de beëindiging van diverse veehouderijlocatie en het wegnemen van een overbelaste situatie. De gebiedsgerichte aanpak leidt daarnaast tot de versterking van de landschappelijke kwaliteiten in het buitengebied. De agrarische bedrijven die in het gebied overblijven, kunnen hun bedrijfsvoering op een duurzame wijze voortzetten om bij te dragen aan een vitale landbouwsector.

De gebiedsgerichte aanpak leegstand van de gemeente Asten draagt bij aan het ontwikkelperspectief dat door de Rijksoverheid wordt geschetst in de Nationale Omgevingsvisie. 5.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening op 22 augustus 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening vastgesteld. Op 1 oktober 2012 is een wijziging van het Barro vastgesteld. In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen, zoals vastgelegd in de SVIR. Deze regels moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijk verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. Regels uit het Barro die relevant kunnen zijn voor de gemeente betreffen: radarverstoringsgebied Vliegbasis Volkel; buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Voor de individuele ontwikkelingen die deel uitmaken van het voorliggend verzamelplan zijn de regels uit het Barro niet relevant. 5.2.3 Besluit ruimtelijke ordening Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening een tweede besluit genomen waarmee dat mogelijk is: het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Het Bro stelt juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ‘ladder duurzame verstedelijking’ is in 2012 opgenomen in het Bro. Toetsingskader: Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van de rijksoverheid, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de Ladder duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro. Het Barro verwijst naar het Bro. Geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking werkt volgens drie stappen: beoordeling door betrokken overheden of beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale en gemeentelijke behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen;

36

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

indien er een vraag is aangetoond, beoordeling door betrokken overheden of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten; indien herstructurering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied onvoldoende mogelijkheden biedt, beoordelen betrokken overheden of de ontwikkeling zo kan worden gerealiseerd dat deze passend multimodaal ontsloten is of als zodanig wordt ontwikkeld. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel om leegstand te voorkomen en leidt tot de sloop van ca. 12.585 m2 bedrijfsbebouwing. Daartoe kan de ontwikkeling worden gekenmerkt als een duurzame ontwikkeling. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, aangezien met het voornemen het aantal woningen toeneemt met vier. 5.2.4 Nationaal Milieubeleidsplan4 In het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP4), “Een wereld en een wil: werken aan duurzaamheid (2001)” wordt de wil uitgesproken om een einde te maken aan het afwentelen van milieulasten op de generaties na ons en op mensen in arme landen. Het NMP4 heeft een reikwijdte tot 2030 en richt zich in hoofdzaak op enkele hardnekkige milieuknelpunten. De aandacht van dit milieubeleidsplan gaat hoofdzakelijk uit naar de duurzaamheid van de samenleving.

Op basis van enkele hardnekkige milieuproblemen (onder andere klimaatverandering en overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen) en het uitgangspunt van duurzaamheid is in het NMP4 een vierledige ambitie neergelegd: mondiaal: beschikbaarheid natuurlijke hulpbronnen en bescherming biodiversiteit; Nederland: natuur en biodiversiteit; Nederland: gezond en veilig; Nederland: hoogwaardige leefomgeving. 5.2.5 Rooilijnenbeleid Rijkswaterstaat Toetsingskader: In verband met verkeersbelangen dienen gronden langs autosnelwegen te voldoen aan het rooilijnenbeleid van Rijkswaterstaat. Dit betekent dat er beperkingen gelden (bouwverbod) voor de zone tot 100 meter uit de as van de dichtstbijzijnde rijbaan van de rijksweg. Het grondgebied van de gemeente Asten ligt aan weerszijden van de A67. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan ligt niet binnen de rooilijnen van de A67. Een nadere toetsing kan achterwege blijven.

5.3

Provinciaal beleid

5.3.1 Omgevingsvisie 'De Kwaliteit van Brabant' Toetsingskader: Anticiperend op de inwerkingtreding van de nationale Omgevingswet hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Noord-Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De omgevingsvisie is verplicht, maar uitsluitend zelfbindend voor de provincie. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's en een provinciale omgevingsverordening. In delen van

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

37

Brabant is sprake van een toenemende leegstand (met name agrarisch vastgoed) en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische en sociaal-culturele schade. In die delen van het landelijk gebied is speciale aandacht nodig voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: In de provinciale omgevingsvisie spreekt de provincie haar ambitie uit om tot een kwaliteitsslag te komen voor de toenemende leegstand. De provincie Noord-Brabant ondersteunt in diverse gemeenten experimenten, waarin wordt gezocht naar een oplossing voor de leegstand in het buitengebied. De gebiedsgerichte aanpak leegstand in Asten is één van deze proeven, waarin wordt gewerkt aan de verwezenlijking van de ambities voor 'De Kwaliteit van Brabant'. 5.3.2 Provinciale structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 - partiële herziening 2014 Toetsingskader: De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) is op 19 maart 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft op het gebied van het provinciale ruimtelijke beleid tot 2025 en hoe ruimtelijke ontwikkelingen een plek kunnen krijgen die aansluit bij de kwaliteiten van Brabant.

In de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn twee ruimtelijke trends te onderscheiden: de schaalvergroting en de behoefte aan identiteit. De provincie streeft naar een concentratie van verstedelijking, robuuste en aaneengesloten natuurgebieden, concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen en voldoende ruimte voor waterberging nu en in de toekomst. De provincie wil duurzaam en zuinig omgaan met de leefomgeving en de ruimte en een goede relatie creëren tussen wonen en werken in de stedelijke omgeving en een groene landelijke omgeving daarbuiten. De provincie kiest in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de SVRO de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De SVRO is samen met de Interim omgevingsverordening een middel om de provinciale ruimtelijke visie op Brabant te realiseren. De SVRO is opgebouwd uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken. Die is: ‘samenwerken aan kwaliteit’.

De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. In deel B beschrijft de provincie vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken. De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de 'uitwerking gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: De provincie geeft in haar structuurvisie aan te werken aan een breed geörienteerde plattelandseconomie met een menging van functies met ontwikkelingsmogelijkheden voor landen tuinbouw, toerisme en recreatie en verbreding van agrarisch activiteiten met streekproducten, zorgverblijven en recreatief verblijf. De landbouw, toerisme en recreatie zijn belangrijke dragers van de plattelandseconomie.

Deze ontwikkeling sluit aan op de toenemende vragen vanuit de Brabantse samenleving (de stad) om het buitengebied meer te kunnen gebruiken voor andere functies. Maar sluit ook aan bij de behoefte aan het behoud van voorzieningen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van het platteland en haar bewoners. Het platteland vervult bovendien een belangrijke rol als uitloopgebied voor de bewoners van de dorpen en steden en voor een kleinschalige zorgeconomie. De gebiedsgerichte aanpak

38

leegstand draagt bij

aan

het verwezenlijken van een gemengde

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

plattelandseconomie, waarbij ten zuiden van Heusden, naast de overwegend agrarische functie van het gebied, ook ruimte wordt gecreeërd voor andere functies. Daardoor ontstaat een gezonde leefomgeving, waar naast de landbouw ruimte is voor wonen, werken en recreatie. 5.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader: Op 25 oktober 2019 heeft Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In deze planologische verordening zijn regels opgenomen voor verschillende ruimtelijke en planologische onderwerpen, waar de gemeenten rekening mee moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. De Interim Omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau, met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim Omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders.

De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De Interim Omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de Interim Omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse Omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de omgevingsverordening in plaats van middelvoorschriften doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits-benadering'. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: De Interim omgevingsverordening stelt regels voor wonen in het buitengebied, het toevoegen van nieuwe woningen in het buitengebied en het verplaatsen van woningen in het buitengebied in de artikelen 3.68, 3.69 en 3.80. Het voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een gebiedsgerichte oplossing, waarbij de oplossing is gevonden door de inplaatsing van een aantal woningen. De Interim omgevingsverordening is opgesteld om een juridische basis te vormen voor de verankering van het provinciaal belang, zodat het provinciaal belang bij individuele locatieontwikkelingen doorwerkt in het bestemmingsplan.

In goed overleg met de provincie Noord-Brabant is nader overeengekomen dat de gebiedsgerichte aanpak leegstand, waar het voorliggend bestemmingsplan een resultaat van is, bijdraagt aan de provinciale ambities, maar niet volledig past binnen de gestelde kaders voor individuele locatieontwikkelingen. De provincie Noord-Brabant heeft daarom ingestemd om, in afwijking van de Interim omgevingsverordening, ruimere mogelijkheden toe te passen voor het verplaatsen van woningen en het inplaatsen van Ruimte-voor-Ruimtewoningen binnen het projectgebied. De spelregels voor deze ruimere mogelijkheden zijn verwoord in paragraaf 2.5. Het inplaatsen van Ruimte-voor-Ruimtewoningen vindt plaats in een daarvoor aangewezen bebouwingsconcentratie. De eigenaren van de deelnemende agrarische locaties hebben geen beschikbare gronden buiten het projectgebied. Om gebiedsgericht te werk te gaan, is binnen het projectgebied gezocht naar locaties om een verdienmodel te vinden. Binnen het projectgebied zijn door de gemeente Asten in het verleden geen bebouwingsconcentraties als zodanig aangewezen. Voor het inplaatsen van nieuwe woningen in het projectgebied is gezocht naar stedenbouwkundig en landschappelijk geschikte locaties binnen het gebied dat is aangewezen als 'Boeren Buurten' (zie paragraaf 2.4.2).

Om in dat kader gebruik te kunnen maken van het toevoegen van Ruimte-voor-Ruimtewoningen, is het noodzakelijk om ruimere planologische mogelijkheden toe te kennen, in afwijking van het gemeentelijk beleid voor bebouwingsconcentraties en de provinciale Interim omgevingsverordening. Er wordt in samenspraak met de provincie Noord-Brabant een bebouwingsconcentratie aangewezen rondom de Meijelseweg en de

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

39

Ooruilweg. Binnen deze zogenoemde 'bebouwingsconcentratie gebiedsgerichte aanpak' kunnen bestaande woontitels worden verplaatst en Ruimte-voor-Ruimtewoningen worden toegevoegd, als onderdeel van de gebiedsoplossing. In de ruimtelijke onderbouwing van de verschillende deelnemende locaties wordt verwezen naar de motivatie uit Hoofdstuk 3 van deze toelichting, waarin het toekennen van een bebouwingsconcentratie stedenbouwkundig en landschappelijk wordt gemotiveerd. De bedrijfswoningen die worden herbestemd tot burgerwoning worden getoetst aan art. 3.69 uit de Interim omgevingsverordening. De nieuwe Ruimte-voor-Ruimtewoningen worden getoetst aan art. 3.80 uit de Interim omgevingsverordening. Voor één van de locaties is gebruik gemaakt van de maatwerkregel uit artikel 3.4 van de Interim omgevingsverordening. Per deelnemende locatie is een motivatie opgenomen in de desbetreffende ruimtelijke onderbouwing, waarbij het belang van de gebiedsgerichte aanpak in ogenschouw moet worden genomen. 5.3.4 Brabantse Agenda Wonen Wonen is een centraal thema in het provinciale beleid. Brabant wil blijven behoren tot de top van Europese kennis- en innovatieregio’s. Daarvoor is een aantrekkelijk woon-, leefen vestigingsklimaat belangrijk, evenals een goed functionerende woningmarkt.

Brabant heeft nog een flinke woningbouwopgave, de eerstkomende 10 tot 15 jaar moeten er nog ongeveer 120.000 woningen bij komen. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Zo bestaat ruim 40% van de huishoudens in 2040 uit eenpersoonshuishoudens en is er een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt – betaalbare koop en middeldure huur – blijft punt van aandacht. De woningbouwopgave biedt ook kansen voor de aanpak van thema’s als leegstand, economische structuurversterking, mobiliteit en bereikbaarheid, duurzaamheid en energie, klimaatadaptatie, sociale veerkracht en erfgoed. Van tal van typen vastgoed - denk bijvoorbeeld aan winkels, kantoren en maatschappelijk vastgoed - hoeft per saldo niet veel meer te worden toegevoegd aan vierkante meters of is zelfs sprake van krimp. Daarom wordt bij het herbestemmen van leegstaand vastgoed en bij het transformeren van locaties binnen onze steden en dorpen vaak gekeken naar wonen als nieuwe bestemming. De provincie geeft dan ook ruim baan voor dergelijke plannen. Gemeenten staan als eerste overheid aan de lat voor de woningmarkt. De provincie heeft naast een regisserende rol ook een stevige kennis- en adviesfunctie, bijvoorbeeld door elke drie jaar de bevolkings- en woningbehoefteprognose te actualiseren.

Vanuit haar regierol wil de provincie de samenwerking tussen gemeenten versterken. Met als belangrijkste doelen: versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woonruimte. Dit zijn kernpunten van de Brabantse Agenda Wonen. Met deze agenda en de hierin opgenomen vier actielijnen en zes richtinggevende principes geeft de provincie aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe zij zich hiervoor gaat inzetten. De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. Vanuit deze actieagenda wordt gestimuleerd dat gemeenten samen met de provincie en woningmarktpartijen per subregio een 'regionaal perspectief op bouwen en wonen' opstellen en actueel houden.

5.4

Gemeentelijk beleid

5.4.1 Omgevingsvisie Asten Toetsingskader: De gemeente Asten heeft in oktober 2021 een nieuwe omgevingsvisie vastgesteld voor de gehele gemeente. Deze Omgevingsvisie is opgesteld samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van de gemeente en is als consultatieversie gepubliceerd.

40

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

De gemeente wil dat Asten ook in de toekomst een plek is waar het goed wonen, leven en verblijven is. De komende jaren werkt de gemeente daar samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verder aan de uitwerking van de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het welbevinden van de inwoners staat in de Omgevingsvisie voorop. Daarom wordt in de visie nadrukkelijk de verbinding gezocht met het sociaal domein en het gezondheidsbeleid. Realisatie van de ambities uit de omgevingsvisie gebeurt via initiatieven van ondernemers, maatschappelijke organisaties en (groepen) inwoners. De gemeente Asten faciliteert de initiatieven die bijdragen aan het bereiken van de ambities. De gemeente is in de Omgevingsvisie Asten onderverdeeld in zes verschillende deelgebieden. Voor elk gebied geeft de gemeente aan (1) welke waarde ze wil koesteren, (2) wat ze wil ontwikkelen, (3) hoe ze dat gaat bereiken en (4) welk beleid, wetten en regels er gelden in het deelgebied. Het gaat om de volgende deelgebieden: Agrarisch anders Boeren buurten Dynamische dorpen Groen genieten Peel en beekdalen Peel pionieren

Uitsnede kaart met deelgebieden uit de Omgevingsvisie Asten Gebiedsgerichte aanpak leegstand: De verschillende deelnemende locaties liggen in de deelgebieden 'Boeren Buurten' en 'Agrarisch Anders'. Deze gebieden komen grofweg overeen met het onderscheid dat in de gebiedsvisie wordt gemaakt tussen 'Wonen en werken in een landschappelijk agrarisch gebied' en Agrarisch buitengebied', zoals verwoord in paragraaf 2.4 Gebiedsvisie.

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

41

Boeren Buurten: Rondom de drie dorpen van de gemeente Asten liggen 16 buurtschappen en gehuchten, waar oude bouwlanden, onregelmatige verkavelingen en verspreid liggende bebouwing het landschapsbeeld bepalen. Het gebied is halfopen vanwege de vele singels als scheiding van kavels en laan- en erfbeplanting. Verschillende gehuchten, historische boerderijen en nieuwe woningen liggen verstrooid door het gebied. Door de kleinschaligheid en de goede bereikbaarheid ontwikkelen deze 'Boeren Buurten' zich langzaam maar zeker tot aantrekkelijke locaties voor landelijk wonen. De gemeente wil het deelgebied aantrekkelijk maken voor bewoners en recreanten en stimuleert de verdere ontwikkeling van landelijk wonen. Ontwikkelingen zijn onderscheidend door gebruik te maken van erfgoed en vrijkomende agrarische bebouwing. Meer groen en blauw is gunstig in tijden van hitte, zorgt voor natuurlijke opname van overvloedig regenwater, en groen en blauw werkt positief op het welzijn, zowel direct om in te vertoeven als indirect omdat het aangenaam is om buiten te gaan bewegen en ontmoeten. Ten zuiden van Heusden is sprake van verdroging, het vasthouden van water is hier belangrijk. De gemeente zien kansen voor meervoudig ruimtegebruik. De gemeente Asten formuleert een aantal concrete doelstellingen voor het deelgebied 'Boeren buurten'.

Dit zijn onder andere de transformatie van het buitengebied door de sloop en/of passende herbestemming van leegstaande agrarische opstallen, het versterken van laan- en erfbeplanting en het ontwikkelen van landelijke woonmilieus, door herontwikkeling die past bij het landschap, natuur en cultuurhistorie. Agrarisch anders: In dit deelgebied leidt de concentratie van intensieve landbouw tot de uitstoot van teveel fijnstof en tot geuroverlast. Dat is niet goed voor de gezondheid van bewoners en voor natuur en milieu. Tegelijkertijd willen de gemeente Asten ook dat de boeren kunnen blijven ondernemen. Het deelgebied wordt uitgedaagd met de opgave om de sector te verduurzamen, waarbij onder andere een balans moet worden gezocht tussen de ondernemingen en de gezondheid van bewoners. De gemeente wil het deelgebied ontwikkelingen tot een gebied voor toonaangevende, innovatieve agrarische sector rond de kern Heusden. Er wordt ruimte geboden voor een duurzame en verantwoorde agrarische sector, zodat er in 2030 sprake is van minder geur, fijnstof, stikstof, ammoniak, ziektekiemen, uitspoeling van nutriënten en bestrijdingsmiddelen en, meer natuur. Binnen deze kaders krijgen sterke bedrijven de ruimte om te blijven ondernemen. De gemeente Asten formuleert een aantal concrete doelstellingen voor het deelgebied 'Agrarisch anders'.

Dit zijn onder andere de transformatie van het buitengebied door ruimte te bieden aan een toekomstbestendige landbouw, het terugdringen van geurhinder voor omwonenden. Planspecifiek: De Toekomstagenda 2030, die al in 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, is rechtstreeks gekoppeld aan de Omgevingsvisie Asten. In de vastgestelde Toekomstagenda Asten 2030 heeft de gemeente een aantal concrete projecten op de uitvoeringsagenda gezet. De gebiedsgerichte aanpak leegstand is één van de concrete projecten uit de Toekomstagenda 2030 om de transformatie van het buitengebied mogelijk te maken (zie ook paragraaf 5.4.2). Het voornemen draagt daarmee rechtstreeks bij aan de gemeentelijke ambities uit de Omgevingsvisie Asten. In de gebiedsgerichte aanpak leegstand wordt aangesloten bij de bestaande landschapsstructuren, wordt het landelijk woonmilieu in het deelgebied 'Boeren buurten' versterkt en wordt ruimte gegegeven aan de toonaangevende agrarische sector in het deelgebied 'Agrarisch anders'. Met het oog op de verbetering van de bestaande landschapsstructuren is de 'Visie op de inrichting' opgesteld, die als bijlage deel uitmaakt van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021'.

In het voorliggend plan worden op gebiedsniveau landschapsversterkende maatregelen voorgesteld, om zodoende bij te dragen aan de gemeentelijke doelstellingen voor beide deelgebieden. De ontwikkelingen die met het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021' mogelijk worden gemaakt, vormen een goede aanvulling van het landelijk woonmilieu in de 'Boeren buurten', waarbij een forse bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke ambities in het kader van de transformatie van het buitengebied (sloop leegstaand agrarisch vastgoed) en een klimaatbestendig en energieneutraal

42

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

Asten (versterken laan- en erfbeplanting). Met het wegnemen van een burgerwoning in het cluster van agrarische bedrijven wordt een gezonde leefomgeving gecreëerd voor bewoners en wordt tegelijkertijd een belemmering weggenomen voor de agrarische sector aan de Kemphaanweg en Gevlochtsebaan. Er is sprake van een kwaliteitswinst in het deelgebied 'Agrarisch anders', waarbij een concrete bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke ambities in het kader van de transformatie van het buitengebied (faciliteren agrarische sector; gezonde omgeving voor bewoners). Hiermee kan worden geconcludeerd dat het voornemen past binnen de Omgevingsvisie Asten en bijdraagt aan de gemeentelijke ambities voor de fysieke leefomgeving. 5.4.2 Toekomstagenda Asten 2030 Toetsingskader: Op 27 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Asten de Toekomstagenda Asten 2030 vastgesteld. De gemeenteraad heeft samen met inwoners, maatschappelijk middenveld en collegeleden een interactief proces doorlopen om te komen tot het visiedocument 'Toekomstagenda Asten2030'. De vier centrale onderwerpen zijn: 1. Transformatie buitengebied; 2. Vitale kernen; 3. Centrumontwikkeling; en 4. Klimaatbestendig en energieneutraal Asten. Als het gaat om de transformatie van het buitengebied staat Asten voor een aantal grote uitdagingen.

Het gaat daarbij om het buitengebied, waar de agrarische sector centraal staat, meer in balans te brengen met natuur en landschap en de gezondheid van inwoners. De kenmerkende landschappen en natuur blijven behouden en waar mogelijk versterkt en meer vervlochten met de kernen. Dit resulteert in een substantiële reductie van de uitstoot van emissie door de agrarische sector in 2030. "De agrarische sector is belangrijk voor Asten. We staan voor de opgave de sector te verduurzamen, meer in balans te brengen met natuur en landschap en de gezondheid van inwoners. Op sommige plekken leidt de concentratie van intensieve landbouw door de uitstoot van fijn stof en geuroverlast tot zorgen omtrent gezondheid. Tegelijkertijd moeten boeren goed kunnen blijven ondernemen. Bij de ontwikkeling van ons buitengebied denken we naast de landbouw ook aan andere economische sectoren, zoals recreatie en toerisme, zorg en energieproductie. De grote hoeveelheid vrijkomende agrarische gebouwen biedt kansen." Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Voor de transformatie van het buitengebied zijn verschillende concrete projecten op de uitvoeringsagenda gezet. Eén van de lopende projecten is de gebiedsgerichte aanpak leegstand, waarvoor het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld.

Het project draagt daarmee rechtstreeks bij aan de belangrijkste doelstelling van de Toekomstagenda Asten 2030: het mooi en leefbaar houden van het buitengebied.

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

43

5.4.3 Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap Toetsingskader: De Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap vormt een nadere uitwerking van artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. Deze structuurvisie is gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. De structuurvisie geldt voor alle ontwikkelingen in het buitengebied die niet rechtstreeks passen binnen de regels van het bestemmingsplan (wijzigingsplan, uitwerkingsplan, bestemmingsplan, omgevingsvergunning op basis van art. 2.12, 1e lid, onderdeel a, onder 3 van de Wabo). Het uitgangspunt voor medewerking aan ruimtelijke ontwikkelingen is of het past binnen bestaand beleid (voor het buitengebied) of toekomstige beleid van de gemeente Asten. Bestaand beleid is onder andere de structuurvisie De Avance en de specifiek voor de bebouwingsconcentraties in het buitengebied de structuurvisie bebouwingsconcentraties 2010. Daarnaast is in het landschapsontwikkelingsplan de Peel het beleid voor het landschap opgenomen. Tevens is er een regeling sloop ongewenste bebouwing buitengebied. De voorliggende structuurvisie vormt een aanvulling op het bestaande beleid op het gebied van kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Het kan gezien worden als een koppeling tussen de verschillende beleidsdocumenten. De gemeente vraagt een bijdrage in de ruimtelijke kwaliteitsverbetering.

De structuurvisie vormt de wettelijke grondslag en heeft tot doel de bijdrage juridisch veilig te stellen en afdwingbaar te maken. In de uitvoeringsparagraaf van deze structuurvisie wordt de bijdrage van een ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de uitvoering van diverse projecten voor kwaliteitsverbetering in het buitengebied. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Per locatie is een beoordeling gemaakt of de ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap. Gezamenlijk hebben de ontwikkelingen een postief effect op het landschap en voldoet het voorliggend bestemmingsplan aan de gemeentelijke structuurvisie. 5.4.4 Structuurvisie Bebouwingsconcentraties Toetsingskader: De visie bebouwingsconcentraties geeft op basis van een ruimtelijke analyse en visie per bebouwingsconcentratie aan welke ontwikkelingsmogelijkheden er geboden kunnen worden. Tevens zijn de doelstellingen beschreven ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit binnen de bebouwingsconcentraties. Het bepalen van de grenzen van de verschillende bebouwingsconcentraties is gedaan in het kader van het Bestemmingsplan Buitengebied Asten 2008. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Binnen het voorliggend bestemmingsplan liggen geen bebouwingsconcentraties die als zodanig zijn aangewezen in het bestemmingsplan buitengebied.

In het kader van de gebiedsgerichte aanpak leegstand wordt, in afwijking van de eerdere structuurvisie, de bebouwingsconcentratie ten zuiden van Heusden verruimd tot langs de Meijelseweg en de Ooruilweg. In de bebouwingsconcentratie kunnen woningen worden toegevoegd, die een bijdrage leveren aan de gebiedsgerichte aanpak van leegstaand agrarisch vastgoed. 5.4.5 Glastuinbouwvisie Toetsingskader: In 2013 is de Glastuinbouwvisie Asten vastgesteld. De gemeente Asten ziet het op gang brengen van de ruimtelijke dynamiek en vernieuwing in de glastuinbouw als de cruciale motor om én ontwikkelingsruimte voor de glastuinbouw te realiseren én de landschappelijke kwaliteit en leefbaarheid te verbeteren. Met vernieuwing kunnen knelpunten opgelost worden en kansen benut. In de Glastuinbouwvisie zijn hiertoe strategische keuzes neergelegd. De uitvoering is erop gericht de gewenste ontwikkelingen op gang te brengen. Hierbij zijn per deelgebied opgaven en bijbehorende maatregelen benoemd. Ten behoeve van de uitvoering worden twee sporen gevolgd. Enerzijds een actieve inzet van de gemeente Asten (voorbeeldfunctie) en anderzijds het ondersteunen van initiatieven uit het gebied (faciliteren). De gemeente beschikt over een breed scala aan instrumenten om deze beleidsstrategie vorm te geven. Eén van deze instrumenten is het bestemmingsplan. Gewenste functiewijzigingen kunnen in een nieuw

44

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

bestemmingsplan worden opgenomen om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Voor alle gronden binnen het glastuinbouwconcentratiegebied is, in overeenstemming met de omliggende gronden, bij het opnemen van een agrarische gebiedsbestemming de glastuinbouwbestemming overgenomen. Het voorliggend plan omvat geen glastuinbouwontwikkelingen. In de individuele ruimtelijke onderbouwingen kan toetsting aan de gemeentelijke glastuinbouwvisie daarom achterwege blijven. 5.4.6 Versnellingsagendawoningbouw Asten Toetsingskader: Er is sprake van een hoge druk op de woningmarkt in de gemeente Asten. Ondanks het feit dat er in de gemenete in 2020 en 2021 een groot aantal woningen opgeleverd is en opgeleverd wordt, blijft het aanbod achter bij de vraag naar woningen. Daar komt bij dat de beschikbare (harde) plancapaciteit vanaf 2022 snel afneemt. Als de gemeente niets doet zal de mismatch tussen vraag en aanbod alleen maar toenemen. Om problemen op de woningmarkt aan te pakken en het bouwtempo in de gemeente Asten hoog te houden, versnelt de gemeente Asten de woningbouw in de gemeente. De gemeente pakt daarbij nadrukkelijk de regie en neemt versneld een tweetal woningbouwplannen in ontwikkeling.

Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Met het voorliggend bestemmingsplan worden per saldo vier woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van twee bestaande mogelijkheden om een nieuwe woning op te richten. Het project levert daarmee een bijdrage aan het versnellen van de woningbouw in de gemeente. 5.4.7

Woningbouwmonitor Asten 2022-2031

Toetsingskader: Het gemeentelijk woningbouwprogramma is vastgelegd in de 'Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022- 2031'. In de woningbouwmonitor is het totale doelstelling voor het realiseren van woningen in de kern Heusden over de periode 2022-2031 vastgelegd op 104 woningen. Daarvan is voor 77 woningen inmiddels voorzien in een harde of zachte plancapaciteit. Het gaat daarbij om ca. 60 woningen in Heusden-Oost en 17 woningen waarvoor reeds harde plancapaciteit (= vastgesteld bestemmingsplan) is voorzien. Daarmee is nog behoefte aan ca. 27 woningen in Heusden. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Met het voorliggend bestemmingsplan worden per saldo vier woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van twee bestaande mogelijkheden om een nieuwe woning op te richten. Het project levert daarmee een bijdrage aan het versnellen van de woningbouw in de gemeente en wordt voorzien in extra benodigde plancapaciteit. 5.4.8 Ruimtelijk afwegingskader De Peel De zes Peelgemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren hebben samen met het Waterschap Aa en Maas gezamenlijk een Ruimtelijk afwegingskader vastgesteld, waarin is vastgelegd dat het landschap bepalend is voor nieuwe ruimtelijke opgaven. De Peel heeft een sterke identiteit, zowel landschappelijk als cultureel.

De samenwerkende Peelgemeenten en het Waterschap Aa en Maas zien dat een flink aantal ontwikkelingen de gemeentegrenzen overschrijdt. Om het unieke landschap van De Peel te behouden, is onderlinge afstemming noodzakelijk. Bij ontwikkelingen wordt een integrale afweging gemaakt op het schaalniveau van de Peel, waarbij de ruimtelijke kwaliteit van het landschap wordt behouden en wordt versterkt. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Met de beëindiging van vier veehouderijen en de sloop van overtollige agrarische bedrijfsbebouwing draagt het voorliggend bestemmingsplan bij aan het behoud en de versterking van het Peellandschap. Daarmee past het plan binnen het Ruimtelijk afwegingskader.

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

45

5.5

Planologisch relevante milieuaspecten

5.5.1 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader: Er dient een noodzakelijk ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de leefkwaliteit. De milieuhinder van bedrijven dient te worden geanalyseerd op hun invloed op mogelijke ontwikkelingen. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de ‘VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (uitgave 2009). In deze brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van typen bedrijven. Vervolgens wordt in de lijst op basis van een aantal factoren een indicatie gegeven van de afstanden tussen bedrijfstypen en een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype, waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Deze afstand is gebaseerd op de grootste indicatieve afstand. De lijst is algemeen geaccepteerd als uitgangspunt bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Naast het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ wordt het omgevingstype ‘gemengd gebied’ onderscheiden. Een gemengd gebied is een gebied met een matig tot sterke functiemenging.

Gebiedsgerichte aanpak leegstand: voor de beoordeling van het aspect bedrijven en milieuzonering wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwingen van de deelontwikkelingen. 5.5.2 Bodem Toetsingskader: Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden, zoals een nader onderzoek of eventueel een (functiegerichte) sanering. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: voor alle locaties, waarvoor een gevoelige bestemming wordt toegewezen is een bodemonderzoek uitgevoerd. Het gaat om alle locaties waarvoor een woonbestemming wordt toegewezen. Deze onderzoeken zijn toegevoegd als bijlagen bij de betreffende onderbouwingen.

In de ruimtelijke onderbouwingen is verwoord op welke wijze wordt omgegaan met de resultaten. 5.5.3 Geluid Toetsingskader: Op basis van artikel 75 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd, indien dat plan mogelijkheden biedt voor: de nieuwbouw van woningen of andere geluidgevoelige functies); de aanleg van een nieuwe weg en/of een reconstructie van een bestaande weg; functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). Deze onderzoeksplicht geldt voor de bovengenoemde ontwikkelingen wanneer deze zijn gelegen in een wettelijke onderzoekszone van een weg. In principe kennen alle straten en wegen in Nederland een wettelijke onderzoekszone, met uitzondering van: wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen;

46

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Uit het akoestische onderzoek moet blijken of de ontwikkeling binnen de grenswaarden valt zoals deze voor diverse ontwikkelingen is vastgelegd in de Wet geluidhinder. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Industrielawaai is geregeld in de Wet geluidhinder voor zover het betrekking heeft op 'gezoneerde industrieterreinen'. Daarnaast zijn het Activiteitenbesluit geluidgrenswaarden vastgesteld voor bedrijfsactiviteiten binnen de inrichting en indirecte hinder (geluidhinder die niet wordt veroorzaakt binnen de inrichting, maar die wel aan de inrichting is toe te rekenen). Gebiedsgerichte aanpak leegstand: voor de beoordeling van het aspect geluid wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwingen van de deelontwikkelingen. 5.5.4 Geur Toetsingskader: De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen in de hele gemeente.

Voor niet vergunningplichtige veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbesluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. Ter plaatse van geurgevoelige objecten dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Voor veehouderijen is het beleid ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) die op 1 januari 2007 in werking is getreden. Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient gekeken te worden naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. In de wet zijn normen bepaald die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is (geen geuremissiefactoren vastgesteld), stelt de wet minimumafstanden tussen veehouderij en geurgevoelig object. Als de geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend met contouren.

De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden in concentratie per kubieke meter (concentratie in ouE/m3 ) of emissie per seconde (emissie in ouE/s). Hiervoor zijn emissiefactoren vastgelegd in de Regeling geurhinder en veehouderij. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening vastgesteld. Samengevat moet worden getoetst op de volgende onderdelen: De nieuwe ontwikkelingen mogen geen extra belemmeringen opleveren voor de ontwikkeling van veehouderijen de omgeving. Hierna de toets op de omgekeerde werking genoemd De gemeenteraad dient in haar ruimtelijke besluit voor de betrokken ontwikkeling een uitspraak te doen c.q. onderbouwing op te nemen over de geurbelasting: is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gelet op de beoogde bestemmingswijziging. Dit is de toets op het woon- en leefklimaat genoemd. De gemeente Asten heeft geen beleidsregel vastgesteld waarin is ingegaan op de wijze waarop de achtergrondbelasting (dus de geurbelasting van meerdere veehouderijen samen) beoordeeld moet worden bij het nemen van ruimtelijke besluiten.

De gemeenteraad kan deze afweging maken in het kader van de onderhavige bestemmingsplan procedure.

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

47

Gebiedsgerichte aanpak leegstand: Er is één geuronderzoek uitgevoerd voor het gehele voorliggende verzamelplan. Het onderzoek is toegevoegd als Bijlage 4 bij deze toelichting. In de ruimtelijke onderbouwingen van de verschillende initiatieven is per locatie specifiek onderbouwd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de nieuwe woningen en dat omliggende veehouderijen niet worden belemmerd door de voorgenomen ontwikkelingen. 5.5.5 Externe veiligheid Toetsingskader: Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening gehouden worden met het aspect externe veiligheid. De risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten moeten in beeld worden gebracht. De volgende bronnen kunnen aan de orde zijn: inrichtingen; transportactiviteiten met gevaarlijke stoffen; vuurwerkopslagplaatsen; opslagplaatsen ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. De risiconormen voor inrichtingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het maken van bestemmingsplannen rekening te houden met bepaalde eisen ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn voorts regels opgenomen betreffende de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De normen voor het risico dat burgers mogen lopen als gevolg van een ongeval met transport van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Bevt zijn de Basisnetten voor weg, spoor en water geïmplementeerd in de wetgeving met betrekking tot externe veiligheid. Het Bevt bepaalt onder andere dat bij ontwikkelingen binnen 200 meter van een transportroute voor gevaarlijke stoffen in bepaalde gevallen een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico nodig is. Bij ontwikkelingen buiten 200 meter, maar binnen het invloedsgebied, moet worden ingegaan op de mogelijkheden voor bestrijding/beperking van de omvang van een ramp en op de mogelijkheden voor zelfredzaamheid. Het transport van gevaarlijke stoffen middels buisleidingen is gebaseerd op het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit besluit verplicht gemeenten en provincies om buisleidingen op te nemen in het bestemmingsplan, inclusief een belemmerende zone. Het Bevb gaat niet uit van bebouwings-, veiligheids- of toetsingsafstanden, maar van grenswaarden voor plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor groepsrisico. Hiermee is het vergelijkbaar met het Bevi.

De opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik is gereguleerd in de circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Hierin worden veiligheidsafstanden gegeven ten opzichte van inrichtingen waar dergelijke stoffen opgeslagen worden. De gemeente is verplicht deze afstanden binnen het bestemmingsplan aan te houden. Dit geldt ook voor veiligheidsafstanden ten behoeve van de opslag van vuurwerk, welke in het Vuurwerkbesluit zijn vastgelegd. Zoals aangegeven wordt, is er sprake van een plaatsgebonden- en een groepsrisiconorm die bepalen wat de maximale kans op dodelijke slachtoffers mag zijn in geval van een incident. Deze normen hebben het karakter van grenswaarden (zijnde het maximaal toelaatbaar risico) en richtwaarden in het milieubeleid. De normen gelden bij het verlenen van milieuvergunningen en het vaststellen van ruimtelijke plannen. Voor ontwikkelingen die plaatsvinden binnen het invloedsgebied van de risicovolle activiteit geldt een verantwoordingsplicht ten aanzien van het groepsrisico. Deze verantwoordingsplicht geldt ongeacht of normen worden overschreden. Uitgangspunt voor het beleid is dat burgers voor de veiligheid in hun woonomgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico): er mogen zich dus geen kwetsbare bestemmingen bevinden binnen de zone van het maximaal toelaatbaar risico.

De kans op een groot ongeluk met veel slachtoffers (groepsrisico) moet expliciet worden afgewogen en verantwoord. In 2008 heeft de gemeente Asten een Beleidsvisie Externe Veiligheid opgesteld. Het gemeentelijke beleid is

48

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

gericht op het beperken van de risico’s, die de burgers lopen als gevolg van risicovolle activiteiten, met als doel een veiliger woon- en werkklimaat. De wettelijke normen zijn daarbij de minimale basis. Door middel van strategische uitgangspunten, uitgewerkt in een gebiedsgerichte benadering, wordt gestreefd naar een hoger ambitieniveau. Gebiedsgerichte aanpak leegstand: voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwingen van de deelontwikkelingen. 5.5.6 Luchtkwaliteit Toetsingskader: In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit maakt onderdeel uit van de Wet milieubeheer en bevat grenswaarden voor luchtkwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=29e9b81f-75b8-4770-99de-b07c2c875afb