RU21.11.04H RO 't Hoekske 12 incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
Datering: Laat-Paleolithicum - Neolithicum. Complextype: kampement/vuursteenvindplaats. Omvang: een paar vierkantenmeter (klein) tot enkele honderden vierkantenmeters (groot). Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem (vanaf ca. 50 cm -mv). Eventuele diepere grondsporen zoals haardkuilen kunnen tot in het dekzand (C-horizont) reiken.
KSP Archeologie
19
5.
6. 7. 8.
Gaafheid en conservering: door het historisch landgebruik als bouwland vanaf minimaal de Late Middeleeuwen is de kans groot dat de oorspronkelijke bodem geheel is opgenomen in het plaggendek. De kans dat een intacte vuursteenvindplaats aanwezig is wordt daarom klein geacht. Wel kan de aanwezigheid van een vuursteenvindplaats worden aangetoond op basis van concentraties van fragmenten vuursteen in het plaggendek en/of in de onderliggende bodem. Locatie: hele plangebied. Uiterlijke kenmerken: Vuursteenvindplaatsen worden gekenmerkt door een vuursteenspreiding (artefacten, afslagen e.d.) en eventueel sporen in de vorm van ondiepe haardkuilen. Mogelijke verstoringen: vuursteenvindplaatsen zijn kwetsbaar voor bodemingrepen omdat ze zich in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem bevinden. Door landbewerking kan het archeologische vondstenniveau geheel zijn opgenomen in het plaggendek. Daarnaast kan niet worden uitgesloten dat het plangebied vanwege de lage ligging is afgegraven voor zandwinning, waardoor eventueel aanwezige archeologische sporen zullen zijn verdwenen.
Vanaf het Neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode combineert men akkerbouw met het jagen en verzamelen, maar geleidelijk stapt men over naar akkerbouw en veeteelt. In de periode vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) heeft men een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden, die geschikt waren voor akkerbouw. Aangezien het plangebied binnen een zone met dekzandwelvingen ligt en relatief laag gelegen is ten opzichte van de hoger gelegen dekzandruggen in de directe omgeving, is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). 1. 2. 3.
4.
5.
6. 7.
8.
Datering: Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Complextype: vindplaatsen vanaf het Neolithicum bestaan uit nederzettingssporen en/of sporen van begravingen. Omvang: nederzettingsterreinen of grafvelden/begravingen variëren in grootte van enkele honderden tot duizenden vierkante meters en kunnen zich soms over meerdere hectaren uitstrekken. Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem (vanaf ca. 50 cm -mv). De (diepere) grondsporen reiken tot in het dekzand (C-horizont). Gaafheid en conservering: het archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont zal naar verwachting goed zijn beschermd door het plaggendek dat vanaf de Late Middeleeuwen is opgebracht. Wel zal (een deel van) het vondstniveau in de onderzijde van het plaggendek zijn opgenomen. Locatie: hele plangebied. Uiterlijke kenmerken: De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die vaak diep in de grond gefundeerd waren. Waterputten werden gegraven voor de watervoorziening terwijl in en nabij de nederzetting afvalkuilen werden gegraven om afval te begraven. Naast nederzettingsresten kunnen ook begravingen voorkomen. Restanten hiervan kunnen bestaan uit kringgreppels, fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten, inhumaties e.d. De sporen kunnen diep in de bodem reiken.
Vondstmateriaal van de nederzetting kan door landbewerking in het bovenliggende plaggendek terecht zijn gekomen. Mogelijke verstoringen: de kans dat het archeologische sporenniveau in de top van de Chorizont is verstoord door zandwinning, kan niet worden uitgesloten gezien het historisch kaartmateriaal (Figuur 5, Figuur 6, Figuur 7 en het AHN hoogtebeeld (Figuur 2).
Vanaf de Late Middeleeuwen verandert het bewoningspatroon. Bewoning concentreert zich in dorpen, steden en bewoningsclusters. Rondom deze dorpen ligt het landbouwareaal dat instaat voor de voedselvoorziening van de inwoners. In deze periode is de landschappelijke ligging van het gebied niet
KSP Archeologie
20
meer doorslaggevend voor de locatiekeuze. Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat het zuidoostelijke deel van het plangebied vanaf in ieder geval het begin van de 19e eeuw tot 1979 bebouwd is geweest en dat de rest van het plangebied in gebruik was als landbouwgrond. Duidelijk is dat er bewoning vanaf de 19e eeuw heeft plaatsgevonden. In hoeverre er bewoning heeft plaatsgevonden die teruggaat tot in de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) is onbekend. Op grond van de bestudeerde onderzoeksmeldingen (paragraaf 2.4) wordt de kans klein geacht dat er bewoningssporen aanwezig zijn die teruggaan tot in de Late Middeleeuwen, maar deze kunnen niet geheel worden uitgesloten. Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot in de Nieuwe Tijd geldt daarom een hoge verwachting. 1.
2. 3. 4. 5.
6. 7.
8.
2.7
Datering: Huisplaats dateert vermoedelijk uit de Nieuwe tijd (19e – 20e eeuw). Het bureauonderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor een oudere (middeleeuwse) bewoning op deze locatie. Complextype: Nederzetting (huisplaats). Omvang: de huisplaats heeft op basis van historisch kaartmateriaal een oppervlakte van ca. 200 m2. Diepteligging: het leesbare sporenniveau wordt onder de bovengrond verwacht (vanaf ca. 30 cm -mv) tot diep in de bodem. Gaafheid en conservering: omdat de archeologische resten voor de huisplaats naar verwachting uit bouwmateriaal bestaan (baksteen) en relatief jong zijn, kan de gaafheid en conservering goed zijn mits de funderingen niet zijn verwijderd. Locatie: in het zuidoostelijke deel van het plangebied aan de weg. Uiterlijke kenmerken: ter plaatse van de huisplaats kunnen muurresten (baksteen), afvalkuilen, paalkuilen en mogelijk ophogingslagen aanwezig zijn. Daarnaast kan vondstmateriaal aanwezig zijn in de vorm van fragmenten aardewerk, fragmenten metaal, gebruiksvoorwerpen e.d. Mogelijke verstoringen: de huisplaats kan zijn aangetast/verdwenen door sloopwerkzaamheden. Conclusie en advies
Op basis van de landschappelijke ligging binnen een zone met dekzandwelvingen en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Aan het plangebied is een hoge verwachting toegekend voor bebouwingresten en bijbehorende sporen uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd. Het advies is om de opgestelde specifieke archeologische verwachting te toetsen door middel van een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Met dit onderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht en wordt de intactheid van de bodem en het potentiële archeologische niveau vastgesteld.
KSP Archeologie
21
3
Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase
3.1
Werkwijze
Op basis van de opgestelde specifieke archeologische verwachting en de mogelijk aanwezige bodemverstoring is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Voor het verkennende booronderzoek is uitgegaan van een boordichtheid van 8 boringen per hectare, waarbij het minimum aantal van 6 boringen is gehanteerd voor plangebieden kleiner dan 1 hectare. Aangezien het plangebied een oppervlakte heeft van ca. 890 m2, is het minimum aantal van 6 boringen gezet (Bijlage 4). Vanwege het geringe oppervlak en de terreinomstandigheden zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een meetlint. De hoogteligging van de boringen ten opzichte van NAP is geschat op basis van het AHN. De boringen zijn geplaatst met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 20 cm in de C-horizont of doorgezet tot maximaal 1,2 m beneden maaiveld. Het opgeboorde sediment is met de hand verbrokkeld en versneden en met het blote oog geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, vuursteen en aardewerk. De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker & Schelling (1989) (Bijlage 5).
Daarnaast is met de hand een profielputje gegraven bij boorpunt 6 van maximaal 50 x 50 cm tot op de vaste ondergrond (maximaal 80 cm diep) om de bodemopbouw te documenteren. 3.2
Veldsituatie
Het plangebied, voormalig weiland, is braakliggend en begroeid met hoog onkruid. Binnen het noordelijke deel van het plangebied staat een stal, die is opgetrokken uitbakstenen en een betonnen vloer heeft (geen mestkelder). Rondom de stal is deels asfalt-, deels beton- en deels baksteenverharding aanwezig. Langs de westzijde is een klinkerpad aanwezig. Het plangebied is vrij vlak. Onderstaande foto geeft een indruk van het terrein (Figuur 9).
Figuur 9: Het plangebied gezien vanaf het westen en gefotografeerd tegen het oosten (bron: KSP Archeologie).
KSP Archeologie
22
3.3
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens
3.3.1 Lithologie en geologie De onverstoorde natuurlijke ondergrond is aangetroffen vanaf een diepte van 60-95 cm -mv en bestaat uit zeer fijn zand dat goed is gesorteerd en goed is afgerond. Dit zand is geïnterpreteerd als dekzand behorend tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. Het dekzand is afgedekt door een 65-95 cm dik humeus zandpakket. 3.3.2 Bodem Op grond van het bureauonderzoek werd een enkeerdgrond met daaronder eventueel nog resten van de oorspronkelijke podzolbodem verwacht. Ter plekke van de voormalige boerderij (boring 1 en 2) is onder een bouwvoor (Ap-horizont) van respectievelijk 40 en 25 cm dik een mengsel van grond met puin- en baksteenresten aangetroffen en bleek de bodem te zijn verstoord tot een diepte van respectievelijk 95 en 60 cm -mv. In de boringen 3-6 is ofwel een Ap-horizont dan wel een Aap-horizont aangetroffen, waarvan wordt betwijfeld of deze origineel is dan wel opgebracht, zeker gezien het voorkomen van grind bij boring 3 en gele zandvlekken bij boring 5. Daaronder bevond zich een 10-30 cm dikke laag waar de Ap- dan wel Aap-horizont was verploegd/vergraven met het zand van de Chorizont. Onder deze verploegde/vergraven laag is het zand van de C-horizont aangetroffen. Er zijn geen resten van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen. Bij boring 6 is een profielputje gegraven (Figuur 10).
Figuur 10: Bodemprofielputje ter hoogte van boring 6 (bron: KSP Archeologie).
KSP Archeologie
23
Het beeld van de bodem in het profielputje wijkt af van dat in de boorbeschrijving. Vaak is bij de aanleg van profielputjes geconstateerd dat de variatie in bodemsamenstelling over korte afstand sterk kan fluctueren. In het profielputje is van boven naar beneden een zwartgrijze Ap-horizont te zien met daaronder een geelgrijze/donkerbruingrijze menglaag, die is opgebracht. Daaronder is een dunne donkerbruingrijze begraven bouwvoor (Apb-horizont) aanwezig, die relatief scherp begrensd is van de onderliggende C-horizont, waarin veel mollengangen aanwezig zijn. Gesteld kan worden dat de grond boven de Apb-horizont is opgebracht. Aangezien er in de andere boorbeschrijvingen (3-5) ook sterke twijfels bestaan of de Ap- dan wel Aap-horizont wel origineel is dan wel is opgebracht, wordt aangenomen dat ook in deze boringen de Ap- dan wel Aap-horizont is opgebracht dan wel is teruggestort nadat er zand was gewonnen (zie paragraaf 2.3). Er is dus geen sprake van een echte enkeerdgrond die door plaggenbemesting in de loop van honderden jaren is ontstaan. 3.4
Archeologische indicatoren
Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn puin- en baksteenresten uit de 19e tot de 20e eeuw gevonden in het zuidoostelijke deel van het plangebied, dat overeenkomt met de locatie van de historische boerderij op het minuutplan (Figuur 4). Hier kunnen mogelijk nog resten van deze boerderij aanwezig zijn voor zover alles niet gesloopt is. 3.5
Toetsing van de archeologische verwachting
Er zijn geen resten van de oorspronkelijk podzolbodem aangetroffen en er is geen sprake van een enkeerdgrond. De kans is groot dat het humeuze dek is teruggestort nadat het plangebied in het verleden tot een diepte van ca. 1,0 m in de C-horizont is afgegraven ten behoeve van zandwinning. Op de voormalige boerderijlocatie zijn puin- en baksteenresten aangetroffen, die waarschijnlijk samenhangen met de sloop van de boerderij. Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Daarnaast lijkt ook de C-horizont deels te zijn afgegraven. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum wordt daarom naar laag bijgesteld. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken. Aangezien het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont deels lijkt te zijn afgegraven (mogelijk ca.
1,0 m, zie hoogteverschil in paragraaf 2.2) is de kans klein dat er nog sporen bewaard zijn gebleven. Daarom wordt de middelhoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek om archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) aan te treffen voor het plangebied naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) naar laag bij te stellen en de hoge verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd te handhaven.
KSP Archeologie
24
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie
Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging binnen een zone met dekzandwelvingen en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Aan het plangebied is een hoge verwachting toegekend voor bebouwingresten en bijbehorende sporen uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem is verdwenen en dat er geen sprake is van een enkeerdgrond en dat het plangebied zeer waarschijnlijk tot een diepte van ca. 1,0 m in de C-horizont is afgegraven voor zandwinning. Er zijn puin- en baksteen resten uit de 19e en 20e eeuw aangetroffen op de voormalige boerderijlocatie.
Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) naar laag bij te stellen en de hoge verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd te handhaven. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De onverstoorde natuurlijke ondergrond is aangetroffen vanaf een diepte van 60-95 cm -mv en bestaat uit zeer fijn zand dat goed is gesorteerd en goed is afgerond. Dit zand is geïnterpreteerd als dekzand. Het dekzand is afgedekt door een 65-95 cm dik humeus zandpakket. Op grond van het bureauonderzoek werd een enkeerdgrond met daaronder eventueel nog resten van de oorspronkelijke podzolbodem verwacht. Ter plekke van de voormalige boerderij (boring 1 en 2) is onder een bouwvoor (Ap-horizont) van respectievelijk 40 en 25 cm dik een mengsel van grond met puin- en baksteenresten aangetroffen en bleek de bodem te zijn verstoord tot een diepte van respectievelijk 95 en 60 cm -mv. In de boringen 3-6 is ofwel een Ap-horizont dan wel een Aap-horizont aangetroffen, waarvan wordt betwijfeld of deze origineel is dan wel opgebracht, zeker gezien het voorkomen van grind bij boring 3 en gele zandvlekken bij boring 5. Daaronder bevond zich een 10-30 cm dikke laag waar de Ap- dan wel Aap-horizont was verploegd/vergraven met het zand van de C-horizont. Onder deze verploegde/vergraven laag is het zand van de C-horizont aangetroffen. Er zijn geen resten van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen. Bij boring 6 is een profielputje aangelegd. Het beeld van de bodem in het profielputje wijkt af van dat in de boorbeschrijving.
Vaak is bij de aanleg van profielputjes geconstateerd dat de variatie in bodemsamenstelling over korte afstand sterk kan fluctueren. In het profielputje is van boven naar beneden een zwartgrijze Ap-horizont te zien met daaronder een geelgrijze/donkerbruingrijze menglaag, die is opgebracht. Daaronder is een dunne donkerbruingrijze begraven bouwvoor (Apb-horizont) aanwezig, die relatief scherp begrensd is van de onderliggende C-horizont, waarin veel mollengangen aanwezig zijn. Gesteld kan worden dat de grond boven de Apb-horizont is opgebracht. Aangezien er in de andere
KSP Archeologie
25
boorbeschrijvingen (3-5) ook sterke twijfels bestaan of de Ap- dan wel Aap-horizont wel origineel is dan wel is opgebracht, wordt aangenomen dat ook in deze boringen de Ap- dan wel Aap-horizont is opgebracht dan wel is teruggestort nadat er zand was gewonnen (zie paragraaf 2.3). Er is dus geen sprake van een echte enkeerdgrond die door plaggenbemesting in de loop van honderden jaren is ontstaan.
4.3
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? Op basis van het bureauonderzoek was een middelhoge archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Aan het plangebied was een hoge verwachting toegekend voor bebouwingresten en bijbehorende sporen uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat het bodemprofiel is verstoord, er geen sprake is van een enkeerdgrond en dat de C-horizont mogelijk tot een diepte van ca. 1,0 m is afgegraven. Daarnaast zijn ter plekke van de historisch boerderijlocatie puin- en baksteenresten uit de 19e tot de 20e eeuw aangetroffen. Op grond daarvan is zowel de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) naar laag bijgesteld.
De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) naar laag bij te stellen en de hoge verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd te handhaven.
In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? Voor de historische boerderijlocatie binnen het zuidoostelijke deel van het plangebied vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden een bedreiging voor het archeologische bodemarchief. Voor het overgrote deel van het plangebied, wordt de kans dat een vindplaats binnen het plangebied aanwezig is laag ingeschat en vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden geen bedreiging voor het archeologische bodemarchief. Selectieadvies
Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie voor het grootste deel van het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek. Een mogelijke locatie voor vervolgonderzoek is de historische boerderijlocatie in het zuidoostelijke deel van het plangebied, waar puin- en baksteenresten uit de 19e tot en met de 20e eeuw zijn aangetroffen. Afgevraagd kan worden in hoeverre er nog intacte resten van de boerderij aanwezig zijn. Daarnaast is het de vraag wat de meerwaarde is van onderzoek naar eventueel aanwezige resten uit deze periode aangezien er meerdere langgevelboerderijen uit deze periode in Brabant zijn onderzocht en er meerdere bewaard zijn gebleven. KSP Archeologie adviseert daarom geen archeologisch vervolgonderzoek. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. KSP Archeologie wijst erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Asten), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van
KSP Archeologie
26
archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.
KSP Archeologie
27
Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2008). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Blom, J. (2010). Het Hoekske 10, Heusden (gemeente Asten). Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en deels karterend booronderzoek. ADC, rapport 2361, Amersfoort. Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Noord-Brabant. Bureau Lantschap. Hensen, G. (2006). Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, 't Hoekske te Heusden. Synthegra, rapport 175150, Weert. Hessing, W.A.M., Eimermann, E., Gouw, M.J.P. & Quack, R. (2011). Gemeentelijke archeologiekaart van Asten 2010. Verantwoording en toelichting voor de gebruiker. Vestigia Rapport V692. Kalisvaart, C.C. (2007). Plangebied 't Hoekske (Gemeente Asten). Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). BAAC, rapport V07.0250, Deventer. Kampen, J. van, Huijsmans, A. (2018).
Archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven in het plangebied Antoniusstraat te Heusden, gemeente Asten. VUhbs, rapport 586, Amsterdam. Linden, B. van der (2010). Antoniusstraat 19 te Heusden, gemeente Asten. Een Archeologische Begeleiding. Synthegra, rapport P0503165, Doetinchem. Nederlands Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.
NL, Classificatie van onverharde
Otter, Y. den (2007). Gemeente Asten. Antoniusstraat te Heusden. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. BAAC, rapport V-07.0094, Deventer. Roodenburg, F. (2018). Antoniusstraat 6, Heusden, gemeente Asten: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Buro voor Archeologie, rapport 541, Utrecht. Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht.
KSP Archeologie
28
Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008 – heden). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/ahn3/extract/ Archeologische Monumenten Kaart (2014). Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: www.bodemloket.nl Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (gepubliceerd in de Basis Registratie Ondergrond december 2019). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/bro-bodemkaart/atom/v1_0/bro-bodemkaart.xml. Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336.
Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HISTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331. Geologische overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Geraadpleegd via https://www.grondwatertools.nl/geologische-overzichtskaart. Referentie: Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (gepubliceerd in de BasisRegistratie Ondergrond maart 2020). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/brogmm/atom/v1_0/index.xmlLegenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl KLIC-meldingen via www.kadaster.nl
KSP Archeologie
29
Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB via WMTS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/rgb/wmts?request=GetCapabilities&service=wmt s Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Rijksmonumenten (2019): Geraadpleegd via openbaar/wfs
WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/
Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms V.1 & V.2 inslagen in Nederland: vergeltungswaffen.nl Vooronderzoek en Opsporing niet-gesprongen explosieven: https://www.explosievenopsporing.nl/veobommenkaart/ Websites Geologische eenheden (formaties): https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator
KSP Archeologie
30
Bijlage 1
KSP Archeologie
Geomorfologische kaart
Bijlage 2
KSP Archeologie
Bodemkaart
Bijlage 3
KSP Archeologie
Archeologische gegevens
Bijlage 4
KSP Archeologie
Boorpuntenkaart
KSP Archeologie
Bijlage 5 Boorbeschrijvingen Projectnummer
: 21105
Boring
X (m RD)
Y (m RD)
Z (m+NAP) via AHN3
Project
: 't Hoekske 12 Heusden
1
180.872
377.042
26,16
Datum
: 23-07-2021
2
180.862
377.038
26,02
Beschrijver
: Erik schorn
3
180.859
377.049
26,06
Type grond
: Zand
4
180.861
377.064
26,08
Boordiameter
: Edelman 7 cm
5
180.849
377.032
25,99
Bijzonderheden
: Geen
6
180.843
377.048
26,00
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Horizont
Opmerkingen
1 weiland, braakliggend
40
Z2s1
h2
dbrgr
95
Z2s1
h1
dbrgr/gegr
120
Z2s1
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
2 weiland, braakliggend
25
Z2s1
h2
dbrgr
60
Z2s1
h1
dbrgr/gegr
100
Z2s1
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
3 weiland, braakliggend
40
Z2s1g2
h3
zwgr
70
Z2s1
h1
100
Z2s1
50
Z2s1
70
Z2s1
100
Z2s1
60
Z2s1
h3
zwgr
70
Z2s1
h2
100
Z2s1
35
Z2s1
65
Z2s1
90
Z2s1
4 weiland, braakliggend
5 weiland, braakliggend
6 weiland, braakliggend
Bijzondere bestanddelen
Vondsten
Ap pu1, bs2
lbrgr
X
verstoord, locatie voormalige boerderij
C Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
Vondsten
Ap
C
verstoord, locatie voormalige boerderij voet iets scherp aan dekzand
Horizont
Opmerkingen
Ap
opgebracht?
zwgr/gegr
Ap/C
verploegd/vergraven?
lgegr
C
dekzand
h3
zwgr
Aap
h2
zwgr/gegr
Ap/C
verploegd
gegr
C
dekzand
Aap
opgebracht
zwgr/lgr
Aap/C
verploegd
lgr
C
dekzand
h3
zwgr
Ap
opgebracht?
h2
zwgr/lgr
Ap/C
verploegd/vergraven?
lgr
C
dekzand
pu1, bs2
lgegr Bijzondere bestanddelen
gele zandvlekken
Pagina 1 van 1
X
Vondsten
KSP Archeologie
Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.
KSP Archeologie
KSP Archeologie
Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
KSP Archeologie
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. ReJHn4HLVgvj (28 mei 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Crijns Rentmeesters bv
't Hoeksk 12 , 5725AT Heusden
Omschrijving
AERIUS kenmerk
't Hoekske 12
ReJHn4HLVgvj
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
28 mei 2021, 16:26
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Realisatie één twee-onder-een-kap woning.
Situatie 1
ReJHn4HLVgvj (28 mei 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
< 1 kg/j
ReJHn4HLVgvj (28 mei 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Bron 1 180828, 377021 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
16,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
ReJHn4HLVgvj (28 mei 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
ReJHn4HLVgvj (28 mei 2021) pagina 5/5