RU21.09.06C Bijlagen bij toelichting voorontwerp deel 2.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing
Meijelseweg 33, Heusden Gemeente Asten
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Meijelseweg 33, Heusden Gemeente Asten
Status:
voorontwerp
Datum:
26 augustus 2021
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
5 5 6 6 7
Aanleiding en doelstelling Plangebied Aanpak Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Plangebied
9
2.1 2.2
Omgeving van het plangebied Huidige situatie
9 9
Hoofdstuk 3 Planvoornemen
13
3.1 3.2 3.3 3.4
13 13 13 14
Locatieontwikkeling Ruimtelijke kwaliteit en landschap Totaalontwikkeling Afwijking geldend bestemmingsplan
Hoofdstuk 4 Beleidskaders
15
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
15 16 20
Hoofdstuk 5 Milieuaspecten
27
5.1 5.2 5.3 5.4
Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Geur
27 27 28 28
5.5 5.6 5.7
Externe veiligheid Luchtkwaliteit Gezondheid in relatie tot veehouderijen
29 30 31
Hoofdstuk 6 Omgevingsaspecten
33
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
33 34 34 34 35 35
Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Leidingen Water
Hoofdstuk 7 Planologische afweging
Meijelseweg 33, Heusden
39
3
Ruimtelijke onderbouwing
4
Meijelseweg 33, Heusden
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
In het buitengebied van de gemeente Asten is sprake van veel leegstand van agrarische gebouwen. De verwachting is dat deze leegstand de komende jaren blijft groeien. De aanpak van deze leegstandsproblematiek is nodig om verloedering en gezondheidsrisico's te voorkomen. De gemeente Asten heeft daarom een gebiedsgerichte aanpak geïnitieerd, om de leegstand in het buitengebied tegen te gaan. Deze gebiedsgerichte aanpak heeft als doel om te zoeken naar slimme combinaties, waardoor de aanpak van leegstand ook financieel haalbaar wordt. De locatie Meijelseweg 33 te Heusden maakt onderdeel uit van deze gebiedsgerichte aanpak. Initiatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie Meijelseweg 33 de agrarische bedrijfsactviteiten van de paardenhouderij te beëindigen en de overtollige bedrijfsbebouwing te slopen. De locatie krijgt in de nieuwe situatie een woonfunctie, waarbij de bestaande bedrijfswoning wordt bestemd als burgerwoning. Bij de woning zullen hobbymatig paarden worden gehouden. Voorliggend document voorziet in de vereiste ruimtelijke onderbouwing die hoort bij deze planologische functiewijziging en maakt als bijlage bij de toelichting onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand' van de gemeente Asten.
1.2
Plangebied
De locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Asten, ten zuiden van de kern Heusden. Het plangebied omvat kadastraal het perceel Asten, sectie P, nummer 1352. Het perceel heeft een oppervlakte van ca. 12.740 m2 . Daarvan maakt ruim 7.700 m2 deel uit van het plangebied.
Luchtfoto met globale ligging van het plangebied
Meijelseweg 33, Heusden
5
1.3
Aanpak
De voorgenomen locatieontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met een herziening van het bestemmingsplan. De bestemmingsplanherziening wordt vastgelegd in een verzamelplan, waar deze locatie, samen met de overige deelnemende locaties uit de gebiedsgerichte aanpak, deel van uitmaakt. Deze ruimtelijke onderbouwing is daarom toegevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand' en vormt de onderbouwing van het initiatief op de deellocatie Meijelseweg 33.
1.4
Geldend bestemmingsplan
De planologische situatie is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Buitengebied Asten 2016' (eerste vaststelling, 18 april 2017; meest recente vaststelling, 7 augustus 2019). In dit bestemmingsplan is de planlocatie bestemd als 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding paardenhouderij. Aan het zuidelijk deel van de gronden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' toegekend. Het plangebied ligt daarnaast binnen de gebiedsaanduidingen 'overige zone - urgentiegebied' en 'overige zone - concentratiegebied glastuinbouw'. Binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - urgentiegebied' liggen relatief veel en grote veehouderijen, waardoor sprake is van overschrijding van de normen fijnstof en geur. De urgentiegebieden zijn aangewezen om de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheidssituatie als gevolg van overlast door de veehouderij te verbeteren. De gemeente Asten hanteert binnen het urgentiegebied strengere geur- en endotoxinenormen en voert in het gebied een strenger beleid voor uitbreidings- of ontwikkelingsplannen voor varkenshouderijen en pluimveehouderijen. De gebiedsaanduiding 'overige zone - concentratiegebied glastuinbouw' is een doorvertaling van het provinciaal beleid voor glastuinbouw, zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (voorheen Verordening ruimte Noord-Brabant).
Het gebied is door de provincie Noord-Brabant aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied, waarbinnen nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven wordt gestimuleerd. In het geldend bestemmingsplan worden voor het concentratiegebied mogelijkheden geboden voor herbestemming naar glastuinbouw.
6
Meijelseweg 33, Heusden
Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Asten 2016' met ligging planlocatie Verder zijn aanvullende regels vastgelegd in het bestemmingsplan 'Asten Parapluplan Wonen 2019' (vastgesteld, 4 februari 2020) en 'Asten Verzamelplan 2019-2' (vastgesteld, 13 februari 2020). In deze thematische bestemmingsplannen zijn gemeentelijke beleidswijzigingen doorgevoerd op het gebied van wonen en riolering.
1.5
Leeswijzer
In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt na dit inleidende hoofdstuk in Hoofdstuk 2 het plangebied beschreven, waarna in Hoofdstuk 3 het planvoornemen wordt toegelicht. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 ingegaan op het beleid van de verschillende overheden dat van toepassing is. In Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 worden de effecten van het voornemen op de relevante milieu- en omgevingsaspecten getoetst. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak en kan daarom niet worden geïntrepreteerd als een onafhankelijke ontwikkeling. De planologische afweging is gemaakt op gebiedsniveau.
Meijelseweg 33, Heusden
7
8
Meijelseweg 33, Heusden
Hoofdstuk 2 2.1
Plangebied
Omgeving van het plangebied
Het buitengebied van Heusden kent van oudsher vooral een agrarisch ruimtegebruik. In een relatief klein gebied is sprake van een groot aantal veehouderijen en een glastuinbouwconcentratiegebied op korte afstand van de kern. De schaalvergroting binnen de agrarische sector van de afgelopen decennia is duidelijk zichtbaar in het gebied. Naast enkele opgeschaalde veehouderijen liggen er verouderde veehouderijen en leegstaande stallen. In de loop der tijd zijn ook veel van oorsprong kleine agrarische erven getransformeerd naar een andere functie, zoals wonen of recreëren. Daarom is voor sommige gedeelten van het buitengebied inmiddels sprake van een gemengd ruimtegebruik. Dit is het meest zichtbaar aan de uitgaande wegen van de kern Heusden, zoals Behelp, Antoniusstraat, Meijelseweg. Daarnaast is sprake van een recreatief landschappelijk gebied rondom de Eeuwelsche Loop en de Gezandebaan. Een aantal burgerwoningen ligt midden in het gebied met veel intensieve veehouderijen; daarnaast zijn een aantal veehouderijen gevestigd naast of op korte afstand van burgerwoningen. In het kader van de gebiedsgerichte aanpak is een tweedeling te onderscheiden tussen een agrarisch buitengebied, met hoofdzakelijk agrarische functies en een gebied waar meer sprake is van een gemengd functiegebruik.
Deze tweedeling is nader omschreven in paragraaf 2.4 'Gebiedsvisie' van de toelichting van het verzamelplan. De planlocatie ligt binnen het gebied dat we in het kader van de gebiedsvisie aanmerken als 'Wonen en werken in een landschappelijk agrarisch gebied'. In dit gebied worden bestaande agrarische bedrijven omringd door burgerwoningen en recreatieve functies en is sprake van een gemengd gebruik. De betreffende locatie ligt langs de Meijelseweg. De Meijelseweg is een van de uitvalswegen van Heusden naar het zuidoosten, richting Meijel en van oudsher één van de weinige wegen over de Peel richting Limburg. Het profiel van de Meijelseweg is relatief breed, met een vrijliggend fietspad aan één zijde en wordt gedeeltelijk begeleid door laanbeplanting. Aan de noordwestkant van het plangebied ligt het glastuinbouwconcentratiegebied. Aan de oostkant grenst de locatie direct aan een woonlocatie (Meijelseweg 35). In zuidwestelijke richting ligt de eerstvolgende woning iets verderop (Hollideeweg 1). In noordoostelijk en zuidelijke richting wordt het plangebied omgeven door agrarische percelen met een open karakter.
2.2
Huidige situatie
Op de planlocatie bevindt zich een agrarisch bedrijf in de vorm van een paardenhouderij. Het gebouw dat het dichtst aan de weg ligt betreft de bedrijfswoning. Achter de bedrijfswoning liggen de opstallen ten behoeve van de agrarische bedrijfsactiviteiten. De opstallen omvatten samen een oppervlakte van ca. 890 m2 . De locatie is niet meer toekomstbestendig en ligt direct grenzend aan de woonlocatie Meijelseweg 35, waardoor doorontwikkeling van de agrarische activiteiten ongewenst is. Concreet bestaat de planlocatie uit een paardenhouderij met een bouwvlak van ca. 7.700 m2 met daarbinnen: een agrarisch bedrijfsgebouw van ca. 650 m2 ; een agrarisch bedrijfsgebouw van ca. 240 m2 ; een bedrijfswoning met bijgebouw.
Meijelseweg 33, Heusden
9
Luchtfoto met ligging van het plangebied
Aanzicht vanaf de Meijelseweg in oostelijke richting (bron: Google Streetview)
10
Meijelseweg 33, Heusden
Aanzicht vanaf de Meijelseweg in westelijke richting (bron: Google Streetview)
Luchtfoto van het plangebied (bron: Slagboom en Peeters Luchtfotografie)
Meijelseweg 33, Heusden
11
12
Meijelseweg 33, Heusden
Hoofdstuk 3 3.1
Planvoornemen
Locatieontwikkeling
3.1.1 Bedrijfsbeëindiging Het planvoornemen bestaat uit de defintieve beëindiging van de paardenhouderij en de sloop van één van de twee agrarische bedrijfsgebouwen van 650 m2 . Met de voorgenomen herbestemming naar 'Wonen' wordt dde hervestiging van een agrarisch bedrijf planologisch onmogelijk gemaakt. 3.1.2 Hertonwikkeling tot een woonlocatie Het beoogde plan bestaat uit de herbestemming van de bedrijfswoning tot reguliere burgerwoning. Daarbij wordt één van twee agrarische bedrijfsgebouwen opgeknapt, vergroot en in gebruik genomen als bijgebouw bij de woning. In de nieuwe situatie kunnen op de locatie bijgebouwen worden opgericht tot een maximum oppervlakte van 320 m2 . Door gezamenlijk op te trekken in de gebiedsgerichte aanpak leegstand ontstaat langs de Meijelseweg een aantrekkelijke woonomgeving. De beëindiging van de veehouderij Meijelseweg 33 leidt ertoe dat het lint aan de Meijelseweg hoofdzakelijk een woonfunctie krijgt.
3.2
Ruimtelijke kwaliteit en landschap
Zowel op gemeentelijk als provinciaal niveau wordt ruimte geboden aan ontwikkeling met oog voor zorgvuldig ruimtegebruik en kwaliteit. Vanuit dit beleidsoogpunt in de voorliggende locatieontwikkeling wordt gestreefd naar landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de principes van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap verwoord. Per ontwikkeling dient te worden bepaald wat de kwaliteitsbijdrage is. De gemeentelijke Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap vormt een nadere uitwerking op gemeentelijk niveau. Deze structuurvisie is gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. De structuurvisie geldt voor alle ontwikkelingen in het buitengebied die niet rechtstreeks passen binnen de regels van het bestemmingsplan. Het voorliggend voornemen is getoetst in het kader van de Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap in paragraaf 4.3.4 Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap. Gelet op het feit dat op alle vier de punten positief wordt gescoord, kan worden gesteld dat het voornemen in het kader van kwaliteitsverbetering geen of verwaarloosbare impact heeft. Om die reden is geen tegenprestatie in het kader van kwaliteitsverbetering noodzakelijk.
Ondanks het feit dat er geen tegenprestatie noodzakelijk is, is vanuit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wel sprake van een zorgplicht voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De locatie is in de huidige situatie reeds voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Aanvullende landschappelijke inpassing wordt niet nodig geacht.
3.3
Totaalontwikkeling
Concreet bestaat de totale ontwikkeling uit: het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 650 m2 agrarische opstellen; herbestemmen van de bedrijfswoning tot reguliere burgerwoning; vergroting van de toegestane oppervlakte bijgebouwen tot 385 m2 , bestaande uit: 1. de vergroting van het bestaande agrarisch bedrijfsgebouw van 240 m2 tot 285 m2 en de
Meijelseweg 33, Heusden
13
2. 3. 4.
3.4
ingebruikname van dit gebouw als bijgebouw bij de woning; oprichting van een bijgebouw van ca. 20 m2 voor het hobbymatig houden van paarden; realisatie van 65 m2 overdekte buitenruimte tussen deze twee bijgebouwen; handhaven van een bestaand bijgebouw van ca. 15 m2 ten noordwesten van de woning.
Afwijking geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van de functieaanduiding 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf inclusief bedrijfswoning. De geldende bestemming maakt het niet mogelijk om de locatie te herontwikkelen tot woonlocatie. Om het agrarisch bedrijf definitief te beëindigen en de voorgenomen locatieontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
14
Meijelseweg 33, Heusden
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied In de 'gebiedsgerichte aanpak leegstand' van de gemeente Asten staat de 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' centraal. Verduurzaming is het meest urgent in de meest milieubelaste en kwetsbare gebieden, zoals nabij waardevolle natuurgebieden (bijv. met een grote culturele waarde) en grondwaterbeschermings-gebieden, bij gebieden waar de concentratie van bedrijven groot is of waar bedrijven dicht op bewoond gebied zijn gesitueerd. In gebieden waar de druk vanuit de landbouw op de omgeving (natuur, volksgezondheid) te hoog is, wordt deze druk door gerichte inzet verminderd. Op regionaal niveau is hierbij een regierol weggelegd voor de provincies.
In het regeerakkoord zijn maatregelen aangekondigd om gezondheids- en leefomgevingsrisico's in gebieden met zeer hoge veedichtheid te verminderen. Dat sluit aan bij de inzet op een transitie naar een verduurzaming van de veehouderij en de LNV-visie op de kringlooplandbouw. Met sectorpartijen en decentrale overheden is een gecombineerde aanpak langs twee sporen overeengekomen, namelijk een saneringsspoor en een verduurzamingsspoor. Daartoe wordt momenteel (onder andere) invulling gegeven aan de uitvoering van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Deze saneringsregeling beoogt geuroverlast te verminderen door (locaties van) varkenshouderijen definitief te beëindigen, en varkensrechten te schrappen, waardoor onder andere ook milieudruk vermindert. In de NOVI is veel aandacht voor een vitale landbouw, met gezonde ondernemingen die een goed economisch perspectief hebben en werken in en aan een gezonde omgeving. De 'gebiedsgerichte aanpak leegstand' in Asten draagt bij aan de transformatie van het buitengebied, waarbij een stap wordt gezet in de richting van een vitalere landbouwsector. Het project richt zich op de onaanvaardbare overlast van veehouderijen op omwonenden in het kader van geur en fijnstof en de groeiende leegstand van veehouderijlocaties.
Daarbij wordt gewerkt aan een gezonde leefomgeving, waarbij veehouderijen en woonfuncties zich in ruimtelijke zin tot elkaar verhouden en gezamenlijk bijdragen aan een goed woon- en leefklimaat. Aan de hand van slimme combinaties wordt de aanpak ook financieel haalbaar. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het voorliggend plan passend is binnen de gestelde ambities van de Nationale Omgevingsvisie. De gebiedsgerichte aanpak draagt bij aan de door het Rijk gestelde doelstellingen voor het landelijk gebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening.
Meijelseweg 33, Heusden
15
Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Deze ontwikkeling ligt niet in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen, daarom heeft de Barro geen consequenties voor voorliggend plan. 4.1.3 Bro; motivering duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de ‘motivering duurzame verstedelijking’ (voormalige ladder) opgenomen. Dit stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Met het voornemen wordt de bestaande bedrijfswoning herbestemd als burgerwoning. Er wordt geen woning toegevoegd aan de omgeving, waardoor geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in het kader van dit plan daarom niet noodzakelijk.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Anticiperend op de inwerkingtreding van de nationale Omgevingswet hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Noord-Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. In delen van Brabant is sprake van een toenemende leegstand (met name agrarisch vastgoed) en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische en sociaal-culturele schade.
In die delen van het landelijk gebied is speciale aandacht nodig voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang. De provincie Noord-Brabant werkt in meerdere (landelijke) gemeenten aan een gebiedsgerichte aanpak om leegstand van agrarisch vastgoed tegen te gaan. Deze zogenaamde 'VAB-pilots' vormen de uitvoering van het Brabantse beleid om het het landelijk gebied extra aandacht te geven. De gebiedsgerichte aanpak leegstand in
16
Meijelseweg 33, Heusden
de gemeente Asten is één van deze pilots en draagt daarmee mede bij aan de doelstellingen van de provincie. Het voornemen op de betreffende locatie bestaat uit het beëindigen van een paardenhouderij, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de gebiedsgerichte aanpak om leegstand tegen te gaan. De beoogde ontwikkeling gaat gepaard met de sloop van de agrarische bebouwing, en het wegnemen van milieubelastende effecten uit de omgeving. Daarmee leidt voorliggend plan tot een verbeterde omgevingskwaliteit en past het plan binnen de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 4.2.2 Provinciale Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 - partiële herziening 2014 Op 7 februari 2014 hebben Gedeputeerde Staten de Structuurvisie RO 2010 - partiële herziening 2014 vastgesteld, die op 19 maart 2014 in werking is getreden. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid weer tot 2025. In de structuurvisie is het landelijk gebied opgedeeld in vier ruimtelijke structuren. Dit zijn: de groenblauwe structuur het landelijk gebied de stedelijke structuur de infrastructuur De zonering is bepaald voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de diverse functies in het buitengebied zoals landbouw, natuur en recreatie, voor zover deze het provinciaal belang aangaan.
Uitsnede structurenkaart met ligging van het plangebied De betreffende locatie is gelegen binnen het landelijk gebied met als specifieke aanduiding 'Accentgebruik agrarische ontwikkeling'. Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. De provincie wil in het landelijk gebied volgende speerpunten bereiken: 1. 2. 3.
Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie; Ruimte voor duurzame agrarische ontwikkeling; Versterking van het landschap.
Op de structurenkaart zijn gebieden aangegeven waar de provincie ruimte en kansen ziet om de agrarische
Meijelseweg 33, Heusden
17
productiestructuur te verduurzamen en te versterken. Onderhavige ontwikkeling betreft het accentgebied agrarische ontwikkeling De Peel van Mill tot Someren. Dit is een jonge ontginning met een modern en grootschalig landschap waarin de intensieve veehouderij en glastuinbouwsector een sterke positie hebben. Het is een open gebied, omgeven door grote natuurgebieden waarvan enkele Natura2000-gebieden. Ontwikkelingen zijn gericht op een verdere verduurzaming en meerwaardecreatie. Naast ruimte voor de landen tuinbouw is binnen gemengde plattelandseconomie ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties en wonen. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Met de beëindiging van de paardenhouderij vindt een herbestemming plaats van agrarisch naar wonen op een vrijkomende agrarische locatie. De ontwikkeling past binnen de gemengde plattelandseconomie, waarin agrarische functies, woonfuncties en overige functies samen een gemengde omgeving vormen en waarin economische bedrijvigheid en een gezonde leefomgeving goed samen gaan. Het voornemen past daarmee binnen de Provinciale Structuurvisie.
4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 heeft Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In deze planologische verordening zijn regels opgenomen voor verschillende ruimtelijke en planologische onderwerpen, waar de gemeenten rekening mee moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. De voor de ontwikkeling relevante onderwerpen, die worden geregeld zijn: Ontwikkelingsmogelijkheden van land- en tuinbouw; Bescherming van de landschappelijke en natuurwaarden; Bescherming van cultuurhistorische en aardkundige waarden; Waterbeleid; Nieuwe economische dragers in het buitengebied; Zorgplicht en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De Interim Omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening.
De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De Interim omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de Interim omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de omgevingsverordening in plaats van middelvoorschriften doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits - benadering'.
18
Meijelseweg 33, Heusden
Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met liggen van het plangebied. De locatie ligt onder andere in het werkingsgebied 'Landelijk gebied' en maakt daarin onderdeel uit van het gemengd landelijk gebied. Landelijk gebied (gemengd landelijk gebied): De locatie maakt onderdeel uit van het gemengd agrarisch gebied. Dit betreft agrarische gronden, gelegen buiten de groenblauwe structuur (groenblauwe mantel of ecologische hoofdstructuur). Het gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. De locatie ligt niet binnen zones waarvoor nadere regels gelden voor landschap en natuurwaarden, cultuurhistorische en aardkundige waarden of waterhuishouding. Onderstaand wordt ingegaan op de diverse onderdelen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant die relevant zijn voor het plangebied. De ontwikkeling wordt getoetst aan de volgende artikelen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant: Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap: een ruimtelijke ontwikkeling dient gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied: voor het toekennen van een woonfunctie in het landelijk gebied is alleen het de wonen in bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen toegestaan.
In verband met de herbestemming van de bedrijfswoning naar burgerwoning wordt het voornemen getoetst aan het eerste lid van dit artikel. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Het voornemen betreft het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten en de sloop van alle overtollige bedrijfsbebouwing, wat gepaard gaat met een afname van bebouwing. De ontwikkeling zorgt voor een kwaliteitsverbetering en de locatie is momenteel reeds landschappelijk goed ingepast. Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. b.
alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde
Meijelseweg 33, Heusden
19
gebouwen is uitgesloten. Bij de bestaande paardenhouderij is sprake van één bestaande bedrijfswoning. Het voornemen betreft het herbestemmen van de paardenhouderij naar 'Wonen', waarbij deze bestaande woning wordt herbestemd tot burgerwoning. Daarmee voldoet het voornemen aan het eerste lid van artikel 3.68. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan passend is binnen de gestelde kaders van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Toekomstvisie De Avance Op 2 februari 2006 heeft de gemeenteraad van Asten de toekomstvisie 'De Avance' vastgesteld. Deze visie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van Asten weer tot het jaar 2030. De toekomstvisie is zowel een richtinggevend kader als een toetsingskader waarin gewenste en ongewenste ontwikkelingen in de toekomst zijn beschreven. De ruimtelijke vertaling is weergegeven op twee kaartbeelden: een structuurkaart met de bestaande kwaliteiten van de gemeente en de strategiekaart waarin keuzes en ontwikkelingen voor de toekomst zichtbaar zijn gemaakt. Beide kaartbeelden zijn gecombineerd tot een Ruimtelijk Model, waarin de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende decennia zijn weergegeven.
Uitsnede structuurkaart met ligging van het plangebied. De planlocatie ligt in het half gesloten landschap. Het half gesloten agrarische landschap kenmerkt zich door de jarenlange invloed die de mensheeft gehad op dit gebied. In de directe nabijheid van de kernen op de overgangen van de beekdalen en de hogere gronden zijn binnen de gemeente de oudere ontginningen te vinden. De ontginningsvorm in deze gebieden kent een relatief kleinschalig organisch patroon en kenmerkt zich door een grote afwisseling van agrarische landerijen, bossages, bospercelen en bebouwingsclusters en -linten. Het resultaat is een rijke schakering van landschapstypen met lange en korte zichtlijnen en een grote mate van functiemenging.
20
Meijelseweg 33, Heusden
De gemeente Asten heeft bij het opstellen van de toekomstvisie in 2006 al aangegeven dat sprake is van een afname van de werkgelegenheid in de landbouwsector en een toename in het aantal vrijkomende agrarische bedrijven, waarvoor een nieuwe functie moet worden gezocht. De gemeente Asten heeft een gebiedsgerichte aanpak geïnitieerd om leegstand tegen te gaan en overbelaste situaties in het kader van geur en fijnstof tegen te gaan. Het voorliggend verzamelplan is het eerste resultaat van deze gebiedsgerichte aanpak. Het voorliggend plan vormt daarmee een voortzetting van de gewenste ontwikkeling, die al 15 jaar geleden door de gemeenteraad is ingezet bij vaststelling van 'De Avance'. Het voorliggend planvoornemen betreft de functiewijziging voor één van de deelnemende locaties, waarbij de bestaande veehouderijlocatie wordt beëindigd en een woonfunctie krijgt. Met de sloop van een agrarisch bedrijfsgebouw en het wegbestemmen van het agrarisch bouwvlak neemt het bebouwd oppervlak in het half gesloten landschap af. Daarmee wordt bijgedragen aan kwaliteitsverbetering binnen dit landschap en wordt de milieubelasting op de naastgelegen burgerwoning weggenomen. De gebiedsgerichte aanpak draagt bij aan de ambities van de gemeente Asten om leegstand van (veehouderij)locaties tegen te gaan en gezondheidsrisico's in het gebied te voorkomen.
Daarmee past het voornemen binnen de Toekomstvisie 'De Avance' van de gemeente Asten. 4.3.2
Omgevingsvisie Asten
De gemeente Asten werkt momenteel aan een nieuwe omgevingsvisie voor de gehele gemeente. Deze Omgevingsvisie is opgesteld samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van de gemeente en is als consultatieversie gepubliceerd. De gemeente wil dat Asten ook in de toekomst een plek is waar het goed wonen, leven en verblijven is. De komende jaren werkt de gemeente daar samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verder aan de uitwerking van de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het welbevinden van de inwoners staat in de Omgevingsvisie voorop. Daarom wordt in de visie nadrukkelijk de verbinding gezocht met het sociaal domein en het gezondheidsbeleid. Realisatie van de ambities uit de omgevingsvisie gebeurt via initiatieven van ondernemers, maatschappelijke organisaties en (groepen) inwoners. De gemeente Asten faciliteert de initiatieven die bijdragen aan het bereiken van de ambities. De gemeente is in de Omgevingsvisie Asten onderverdeeld in zes verschillende deelgebieden. Voor elk gebied geeft de gemeente aan (1) welke waarde ze wil koesteren, (2) wat ze wil ontwikkelen, (3) hoe ze dat gaat bereiken en (4) welk beleid, wetten en regels er gelden in het deelgebied. Het gaat om de volgende deelgebieden: Agrarisch anders Boeren buurten Dynamische dorpen Groen genieten Peel en beekdalen Peel pionieren
Meijelseweg 33, Heusden
21
Uitsnede kaart met deelgebieden uit de Omgevingsvisie Asten met ligging planlocatie De planlocatie ligt binnen het deelgebied 'Boeren Buurten'. Rondom de drie dorpen van de gemeente Asten liggen 16 buurtschappen en gehuchten, waar oude bouwlanden, onregelmatige verkavelingen en verspreid liggende bebouwing het landschapsbeeld bepalen. Het gebied is halfopen vanwege de vele singels als scheiding van kavels en laan- en erfbeplanting. Verschillende gehuchten, historische boerderijen en nieuwe woningen liggen verstrooid door het gebied. Door de kleinschaligheid en de goede bereikbaarheid ontwikkelen deze 'Boeren Buurten' zich langzaam maar zeker tot aantrekkelijke locaties voor landelijk wonen. De gemeente wil het deelgebied aantrekkelijk maken voor bewoners en recreanten en stimuleert de verdere ontwikkeling van landelijk wonen. Ontwikkelingen zijn onderscheidend door gebruik te maken van erfgoed en vrijkomende agrarische bebouwing. Meer groen en blauw is gunstig in tijden van hitte, zorgt voor natuurlijke opname van overvloedig regenwater, en groen en blauw werkt positief op het welzijn, zowel direct om in te vertoeven als indirect omdat het aangenaam is om buiten te gaan bewegen en ontmoeten. Ten zuiden van Heusden is sprake van verdroging, het vasthouden van water is hier belangrijk. De gemeente zien kansen voor meervoudig ruimtegebruik.
De gemeente Asten formuleert een aantal concrete doelstellingen voor het deelgebied 'Boeren buurten'. Dit zijn onder andere de transformatie van het buitengebied door de sloop en/of passende herbestemming van leegstaande agrarische opstallen, het versterken van laan- en erfbeplanting en het ontwikkelen van landelijke woonmilieus, door herontwikkeling die past bij het landschap, natuur en cultuurhistorie. De Toekomstagenda 2030, die al in 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, is rechtstreeks gekoppeld aan de Omgevingsvisie Asten. In de vastgestelde Toekomstagenda Asten 2030 heeft de gemeente een aantal concrete projecten op de uitvoeringsagenda gezet. De gebiedsgerichte aanpak leegstand is één van de concrete projecten uit de Toekomstagenda 2030 om de transformatie van het buitengebied mogelijk te maken (zie ook paragraaf 4.3.3 Toekomstagenda Asten 2030). Het voornemen draagt daarmee rechtstreeks bij aan de gemeentelijke ambities uit de Omgevingsvisie Asten.
22
Meijelseweg 33, Heusden
In de gebiedsgerichte aanpak leegstand wordt aangesloten bij de bestaande landschapsstructuren en wordt het landelijk woonmilieu in het deelgebied 'Boeren buurten' versterkt. Met het oog op de verbetering van de bestaande landschapsstructuren is de 'Visie op de inrichting' opgesteld, die als bijlage deel uitmaakt van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand'. In het voorliggend plan worden op gebiedsniveau landschapsversterkende maatregelen voorgesteld, om zodoende bij te dragen aan de gemeentelijke doelstellingen voor het deelgebied. De voorliggende planlocatie leent zich goed voor het aanvullen van de bestaande bebouwing tot een aantrekkelijke bebouwingsconcentratie als onderdeel van een gebiedsopgave, waarmee tegelijkertijd een forse kwaliteitswinst wordt geboekt in de vorm van de beëindiging van veehouderijen. De ontwikkelingen die met het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand' mogelijk worden gemaakt, vormen een goede aanvulling van het landelijk woonmilieu in de 'Boeren buurten', waarbij een forse bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke ambities in het kader van de transformatie van het buitengebied (sloop leegstaand agrarisch vastgoed) en een klimaatbestendig en energieneutraal Asten (versterken laan- en erfbeplanting).
Hiermee kan worden geconcludeerd dat het voornemen past binnen de Omgevingsvisie Asten en bijdraagt aan de gemeentelijke ambities voor de fysieke leefomgeving. 4.3.3 Toekomstagenda Asten 2030 Om de ontwikkelingsrichting van de gemeente te bepalen heeft de gemeente Asten de Toekomstagenda Asten 2030 opgesteld. De gemeente heeft samen met haar inwoners de belangrijkste opgaven voor 2030 op een rijtje gezet. De opgaven spelen op verschillende beleidsterreinen en bieden daarom samenhang aan het gemeentelijk beleid. De gemeente Asten zet in op de volgende vier opgaven: Transformatie buitengebied Vitale kernen Centrumontwikkeling Klimaatbestendig en energieneutraal Asten Als het gaat om de transformatie van het buitengebied staat Asten voor een aantal grote uitdagingen. Het gaat daarbij om het buitengebied, waar de agrarische sector centraal staat, meer in balans te brengen met natuur en landschap en de gezondheid van inwoners. De kenmerkende landschappen en natuur blijven behouden en waar mogelijk versterkt en meer vervlochten met de kernen. Dit resulteert in een substantiële reductie van de uitstoot van emissie door de agrarische sector in 2030. "De agrarische sector is belangrijk voor Asten. We staan voor de opgave de sector te verduurzamen, meer in balans te brengen met natuur en landschap en de gezondheid van inwoners.
Op sommige plekken leidt de concentratie van intensieve landbouw door de uitstoot van fijn stof en geuroverlast tot zorgen omtrent gezondheid. Tegelijkertijd moeten boeren goed kunnen blijven ondernemen. Bij de ontwikkeling van ons buitengebied denken we naast de landbouw ook aan andere economische sectoren, zoals recreatie en toerisme, zorg en energieproductie. De grote hoeveelheid vrijkomende agrarische gebouwen biedt kansen." Voor de transformatie van het buitengebied zijn verschillende concrete projecten op de uitvoeringsagenda gezet. Eén van de lopende projecten is de gebiedsgerichte aanpak leegstand, waarvoor het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld voor één van de onderdelen van de gebiedsgerichte oplossing. Het project draagt daarmee rechtstreeks bij aan de belangrijkste doelstelling van de Toekomstagenda Asten 2030: het mooi en leefbaar houden van het buitengebied.
Meijelseweg 33, Heusden
23
4.3.4 Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap De Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap vormt een nadere uitwerking van artikel 3.2 van de Verordening ruimte Noord-Brabant. Deze structuurvisie is gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. De structuurvisie geldt voor alle ontwikkelingen in het buitengebied die niet rechtstreeks passen binnen de regels van het bestemmingsplan. Het uitgangspunt voor medewerking aan ruimtelijke ontwikkelingen is of het past binnen het bestaand of toekomstig beleid van de gemeente Asten. De Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap vormt een aanvulling op het bestaande beleid op het gebied van kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Het kan gezien worden als een koppeling tussen de verschillende beleidsdocumenten. De procedure voor het bepalen van de hoogte van kwaliteitsbijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, is als volgt:
Prodecure bepalen kwaliteitsverbetering. Indien het plan ruimtelijk aanvaardbaar is op basis van bestaand beleid en structuurvisies (stap 1) wordt de ruimtelijke impact van het initiatief bepaald (stap 2). Afhankelijk van de impact van het initiatief wordt een tegenprestatie bepaald. Bij het bepalen van de ruimtelijke impact wordt getoetst op de volgende criteria: Grootte van de ontwikkeling Er is sprake van een ontwikkeling waarbij het bouwvolume wordt verkleind. De bijgebouwen zijn qua omvang in de nieuwe situatie kleiner dan de agrarische bedrijfsgebouwen in de huidige situatie. Op dit aspect wordt positief gescoord. Nieuw of bestaand terrein/bebouwing Er wordt bestaande bebouwing en terreinverharding hergebruikt en overtollige bebouwing of verharding wordt gesloopt en verwijderd. Op dit aspect wordt positief gescoord. Effecten voor de omgeving Het initiatief heeft een positief effect op de omgeving. Bestaande nadelige milieueffecten nemen met de voorgenomen ontwikkeling af. De beëindiging van de bestaande paardenhouderij leidt onder andere tot
24
Meijelseweg 33, Heusden
milieuwinst in het kader van geur- en ammoniakemissie, zie hiervoor ook Hoofdstuk 5 Milieuaspecten. Op dit aspect wordt positief gescoord. Gewenste ontwikkeling op basis van beleid Het initiatief draagt bij aan een gebiedsgerichte doelstelling om leegstand van agrarische bedrijfsgebouwen en milieuproblematiek in het buitengebied van de gemeente Asten terug te dringen. Daarbij is door de gemeente Asten, de provincie Noord-Brabant en grondeigenaren gewerkt aan een oplossing in de omgeving van het plangebied. Het initiatief is onderdeel van deze gebiedsgerichte aanpak om leegstand en past binnen de opgestelde gebiedsvisie. Hiermee is de voorliggende ontwikkeling één van de onderdelen, die gezamenlijk de oplossing vormen voor een bredere, gebiedsgerichte problematiek. Op dit aspect wordt positief gescoord. Gelet op het feit dat op alle vier de punten positief wordt gescoord, kan worden gesteld dat het voornemen in het kader van kwaliteitsverbetering geen of verwaarloosbare impact heeft. Om die reden is geen tegenprestatie in het kader van kwaliteitsverbetering noodzakelijk. Ondanks het feit dat er geen tegenprestatie noodzakelijk is, is wel sprake van een zorgplicht voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing vanuit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De locatie is in de huidige situatie al landschappelijk ingepast.
Het voornemen past binnen de Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap van de gemeente Asten.
Meijelseweg 33, Heusden
25
26
Meijelseweg 33, Heusden
Hoofdstuk 5 5.1
Milieuaspecten
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als maatgevend beschouwd. Bovenstaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. In de huidige situatie is de locatie Meijelseweg 33 bestemd als 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'paardenhouderij'. Deze bestemming wordt met het voornemen herbestemd naar 'Wonen' en op basis hiervan is, in de toekomstige situatie, geen sprake meer van externe milieueffecten op gevoelige objecten in de omgeving. Wel moet er ter plekke van de nieuwe woningen sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat en mag de nieuwe ontwikkeling niet leiden tot een belemmering in de bedrijfsvoering voor omliggende functies. Hiertoe zijn de functies in de omgeving beoordeeld.
Tabel met afstanden tot hinderveroorzakende functies t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt buiten de richtafstand voor het bedrijf aan de Hollideeweg 3. Een nadere toetsing naar de effecten van dit bedrijf kan daarom achterwege blijven. Bovendien is sprake van een afstand van meer dan 30 m tussen de woonbestemming en de bestaande glastuinbouwbedrijven. Naar aanleiding van bovenstaande beoordeling kan geconcludeerd worden dat het plan niet leidt tot beperkingen voor omliggende functies. Ook vormen omliggende functies geen belemmering voor het plan. Gelet op vorenstaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor het planvoornemen.
5.2
Bodem
Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Met het voornemen wordt de agrarische bestemming herbestemd naar wonen. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in Bijlage 1. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat sprake is van een verontreiniging met zinkassen onder een gedeelte van de aanwezige verhardingen. Er is geen sprake van een directe belemmering voor de nieuwe functie wonen. Wanneer ter plekke van de verontreiniging grondwerkzaamheden worden verricht is sprake van een saneringsplicht. Indien het bijgebouw van ca. 20 m2 voor het hobbymatig houden van paarden, wordt gerealiseerd ter plekke van de verontreiniging, wordt de bodem geroerd en is derhalve sprake van een saneringsplicht. In dat geval is een nader onderzoek naar de verontreiniging ter plekke noodzakelijk. Wanneer initiatiefnemer er voor kiest om het bijgebouw te realiseren op een andere locatie binnen het plangebied kan het roeren van de verontreiniging worden voorkomen. Daarmee is te allen tijde sprake van een uitvoerbaar bestemmingsplan.
Met inachtneming van het bovenstaande kan worden gesteld dat sprake is van een uitvoerbaar bestemmingsplan. Daarmee vormt het aspect bodem geen belemmering voor de voorgenomen herziening van
Meijelseweg 33, Heusden
27
het bestemmingsplan naar 'Wonen'.
5.3
Geluid
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder onderzocht te worden of sprake is van een acceptabel geluidsniveau, in het bijzonder in verband met verkeer en bedrijven. In de Wet geluidbeheer is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidsgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. Het plan voorziet niet in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige objecten. De bestaande bedrijfswoning wordt herbestemd tot burgerwoning en hoeft als bestaand geluidgevoelig object niet te worden getoetst. Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
5.4
Geur
De wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderij in de gehele gemeente. Voor niet vergunningverplichte veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbesluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. Ter plaatse van geurgevoelige objecten dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Met dit plan wordt een geurgevoelig object in de vorm van een Ruimte-voor-Ruimtewoning gerealiseerd. De meest nabijgelegen veehouderij ligt op een afstand van ca. 250 m van het plangebied. Vanwege de aanwezigheid van een groot aantal veehouderijen in de omgeving van het plangebied is sprake van een cumulatie van geur. Er is een geuronderzoek uitgevoerd voor het gehele projectgebied van de gebiedsgerichte aanpak leegstand. Dit geuronderzoek is toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand'.
Geuronderzoek: Voor het aspect geur voldoet de achtergrondbelasting in de beoogde situatie ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte woningen en de beoogde woonbestemmingen aan de streefwaarde voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van de gemeente Asten. (...) Voor alle woningen geldt dat in de beoogde situatie alleen de vaste afstanden uit de Wgv en de gemeentelijke geurverordening van toepassing zijn en dat op ale locaties hieraan wordt voldaan. Er is geen sprake van een omgekeerde werking, aangezien alle locaties voldoen aan de wettelijke minimumafstand tussen de emissiepunten van dierenverblijven en buitenzijde van de woning en de (voormalige) bedrijfswoningen en RvR-woningen in de beoogde situatie geen ‘normobjecten’ zijn in de zin van de Wgv. Ter plekke van de Meijelseweg 33 wordt een achtergrondbelasting van 19,3 ouE/m3 berekend. In de Gebiedsvisie Verordening geurhinder en veehouderij hanteert de gemeente Asten een achtergrondbelasting tot en met 20 ouE/m3 als aanvaardbaar. Daarmee is voor de planlocatie sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De voormalige bedrijfswoning bij de veehouderij en de Ruimte-voor-Ruimtewoningen vormen geen belemmering voor omliggende bedrijven, omdat de afstand tot de dichtstbijzijnde veehouderij 259 m bedraagt (Spechtstraat 5). Er wordt geconcludeerd dat het aspect geur geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
28
Meijelseweg 33, Heusden
5.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op het risico dat een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in activiteiten waarmee sprake is van toevoeging van veiligheidsrisico's voor de omgeving. De bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en transformeert daarmee van een beperkt kwetsbaar object naar een kwetsbaar object. Daarmee is sprake van een gewijzigde situatie in het kader van de risicobeoordeling. Aangezien het bestemmingsplan het oprichten van een nieuw kwetsbaar object mogelijk maakt, dient te worden getoetst aan de geldende toetsingskaders (Bevi, Bevt en Bevb). Om de risicobronnen te inventariseren is de risicokaart beschouwd.
Uitsnede risicokaart met ligging van het plangebied Risicovolle inrichtingen (Bevi): Uit de risicokaart (www.risicokaart.nl) blijkt dat in het plangebied noch in de directe omgeving daarvan sprake is van een plaatsgebonden risicocontour 10-6 of een veiligheidsafstand tot een risicovolle inrichting. Verder geldt dat het plangebied buiten het invloedsgebied van Bevi-bedrijven ligt. Transport gevaarlijke stoffen (Bevt) en leidingen (Bevb): Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied buiten het invloedsgebied van wegen, spoor en/of buisleidingen ligt. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling.
Meijelseweg 33, Heusden
29
5.6
Luchtkwaliteit
In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld worden gebracht. In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wmb is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. 5.6.1 Bijdrage van de ontwikkeling aan de luchtkwaliteit Indien een project aangeduid kan worden als Niet in betekenende mate (NIBM) vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm. In het besluit NIBM (niet in betekenende mate) wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2 ).
Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2 . In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Het plan voorziet in de beëindiging van het agrarisch bedrijf gericht op de paardenhouderij. Voor paarden zijn geen fijnstofemissiefactoren vastgesteld, maar als gevolg van het plan zal sprake zijn van een afname van fijnstofemissie. Daarnaast betreft de voorgenomen ontwikkeling het herbestemmen van een bestaande woning tot burgerwoning, hetgeen geen effect heeft op de luchtkwaliteit. De ontwikkeling is aan te merken als NIBM en hoeft daarom niet nader te worden getoetst te worden aan de Wet milieubeheer. 5.6.2 De luchtkwaliteit ter plekke van de voorgenomen ontwikkeling Toetsingskader: Naast het feit dat de bijdrage van de ontwikkeling zelf aan de concentraties PM10 en NO2 , dient te worden beschouwd of ter plekke van de woning Veghelsedijk sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van de omliggende veehouderijen. In de veehouderijsector is voornamelijk de emissie van fijn stof (PM10) bepalend voor de luchtkwaliteit op de omgeving.
De wettelijke normen (Wet milieubeheer) voor PM10 zijn: Jaargemiddelde concentratie 40 µg/m3 Maximaal 35 overschrijdingsdagen van 50 µg/m3 De provincie hanteert in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant een jaargemiddelde concentratie van 31,2 µg/m3 als norm. Bij PM2,5 zijn de fijnstof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Fijnstof met een diameter kleiner dan 2,5 µm (PM2,5) is een deel van fijnstof met een diameter kleiner dan 10 µm (PM10). De concentratie PM2,5 kan nooit groter zijn dan de concentratie PM10. De Europese aanpak van PM2,5 richt zich op vermindering van concentraties in stedelijke gebieden. Bij veehouderijen is alleen de jaargemiddelde grenswaarde van 25 µg/m3 van belang. Als de luchtkwaliteit bij een veehouderij aan de PM10 normen voldoet, dan geldt dit ook voor de PM2,5 normen. Daarbij ligt de achtergrondconcentratie voor PM2,5 in Nederland ruimschoots onder de grenswaarde (Bron: Handreiking fijn stof en veehouderijen 21 september 2015, Infomil). Naast de wettelijke normen heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gezondheidskundige advieswaarden voor fijnstof. Het gaat hier om waarden waarop beleid zich zou moeten richten (inspanningsplicht) om schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en/of het milieu te vermijden, te
30
Meijelseweg 33, Heusden
voorkomen of te verminderen. De geadviseerde streefwaarde stelt een jaargemiddelde van 20 µg/m3. Meijelseweg 33: In het kader van dit bestemmingsplan is een onderzoek geur, fijnstof en endotoxinen uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd als bijlage bij het verzamelplan, waar de voorliggende ontwikkeling deel van uitmaakt. De conclusies in het kader van fijnstof voor de locatie Meijelseweg 33 zijn onderstaand weergegeven: Het RIVM berekent jaarlijks de achtergrondbelasting vanuit fijnstof en publiceert deze in de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN-kaart). Op deze kaarten is de bijdrage van bestaande veehouderijen meegenomen in de achtergrondconcentratie. Deze kaarten volstaan daarmee als indicatie voor het woon- en leefklimaat fijnstof, met de noot dat de veehouderijen die met het voorliggend bestemmingsplan worden beëindigd wel zijn opgenomen op deze kaart en het uitvoeren van een beoordeling op basis van de GCN-kaart daarom een worst-case beoordeling is. Uit de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN-kaart) van het RIVM volgt dat de huidige achtergrondconcentratie in 2019 op de locatie Meijelseweg 33 25-26 µg/m3 PM10 bedraagt (bron: Grootschalige Concentratiekaart Nederland).
Er kan worden geconcludeerd dat de achtergrondconcentratie van fijnstof (PM1 0) ter plaatse van de Meijelseweg 33 onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie blijft. De WHO-advieswaarde van 20 µg/m3 van jaargemiddelde concentratie wordt in de huidige situatie overschreden. In het uitgevoerde onderzoek is de cumulatieve fijnstofbelasting afkomstig van veehouderijen in de huidige, vergunde situatie en in de beoogde situatie doorgerekend. Op de locatie Meijelseweg 33 is de afname in cumulatieve fijnstofbelasting door veehouderijen beperkt tot ongeveer 1 µg/m3 . Er blijft in de beoogde situatie sprake van een overschrijding van de WHO-advieswaarde van 20 µg/m3 , echter in mindere mate. Doordat de veehouderij wordt gesaneerd en het een reeds bestaande woning betreft kan ook voor deze locatie geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. 5.6.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse voldoet voor het toekennen van een nieuwe woonfunctie. Daarmee vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorliggend plan.
5.7
Gezondheid in relatie tot veehouderijen
De inrichting van de woonomgeving is van invloed op de gezondheid van de inwoners. Aspecten van volksgezondheid vormen bij de vaststelling van een bestemmingsplan een mee te wegen belang. In een bestemmingsplan kunnen maatregelen worden opgenomen vanwege gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen. De gebiedsgerichte aanpak leegstand heeft mede als doel de gezondheidsrisico's voor bewoners van het buitengebied van Heusden te doen afnemen. Er worden vier veehouderijen beëindigd en er wordt een zwaar overbelaste situatie weggenomen. Daarmee vormt de verbetering van de leefomgeving in het kader van gezondheid één van de onderliggende pijlers voor dit plan. Daarnaast is in het kader van het bestemmingsplan voor elke individuele deellocatie een zorgvuldige afweging gemaakt. Om de beoogde bestemmingsplanherziening mogelijk te maken dient te worden aangetoond dat ter plekke sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat geen sprake is van aantasting van rechten van omliggende veehouderijen. In dit kader is per deellocatie onderzocht wat de belasting is van fijnstof en endotoxinen van de omliggende veehouderijen. Hiervoor is één onderzoek uitgevoerd, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van de toelichting van het bestemmingsplan 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand'.