RU21.09.06C Bijlagen bij toelichting voorontwerp deel 1.pdf
Tekst van het document
0
30
60
90
120
150m
N
P122-046 Landschappelijke analysekaart Meijelseweg, Heusden (Asten)
0
30
60
90
120
150m
N
P122-046 Visie op de Inrichting Projectgebied Meijelseweg, Heusden (Asten)
0
30
60
90
120
150m
N
P122-046 Overzicht Inrichtingsplannen Projectgebied Meijelseweg, Heusden (Asten)
Notitie geur, gezondheid en veehouderij
Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Gemeente Asten
Notitie geur, gezondheid en veehouderij Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Gemeente Asten
Rapportnummer:
P197489.012.004.005/YIE
Naam opdrachtgever:
Gemeente Asten mevrouw J. Meulendijks
Adres opdrachtgever:
Postbus 290 5720 AG ASTEN
Opsteller:
Y.M.A. van Iersel
Status:
Definitief
Datum:
17 december 2020, gewijzigd 1 juli 2021
Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen BV St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen T (024) 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 3
2
Volksgezondheid en veehouderijen ..................................................................... 7 2.1 Onderzoeken volksgezondheid en veehouderij ..................................................................... 7 2.1.1
3
Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 ............................................................................. 8
Gezondheidseffecten veehouderijen ................................................................. 10 3.1 Geur ...................................................................................................................................... 10 3.1.1
Inleiding ........................................................................................................................................... 10
3.1.2
Toets woon- en leefklimaat ............................................................................................................. 10
3.1.3
Omgekeerde werking ...................................................................................................................... 14
3.2 Fijnstof en endotoxinen........................................................................................................ 18
4
3.2.1
Fijnstof ............................................................................................................................................. 18
3.2.2
Endotoxinen .................................................................................................................................... 21
Conclusies ......................................................................................................... 23
Bijlagen ................................................................................................................... 25
P197489.012.004.005/YIE
1 Inleiding In het buitengebied van de gemeente Asten is veel sprake van leegstand van agrarische gebouwen. In het kader van het pilotproject 'Gebiedsgerichte aanpak leegstand buitengebied Asten' is het Gebiedsplan 'Pilot aanpak Vrijkomende Agrarische Bebouwing' opgesteld. Op verschillende locaties worden op (voormalige) veehouderijen de bestaande bedrijfsactiviteiten planologisch beëindigd, gepaard met de sloop van alle voormalige bedrijfsgebouwen. Ter plaatse van de vrijgekomen gronden worden nieuwe Ruimte-voor-Ruimtewoningen gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoningen worden bestemd als burgerwoningen. Met een herziening van het bestemmingsplan wordt dit planologisch mogelijk gemaakt. Omdat de planherziening toe ziet op de realisatie van nieuwe hindergevoelige objecten moet worden beoordeeld of ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of het planvoornemen een beperkende werking heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving (de zogenaamde ‘omgekeerde werking’ van het plan). Deze notitie gaat in op de aspecten geur, fijnstof en endotoxinen. Voor een uitgebreide beschrijving van het initiatief, het plangebied en andere relevante beleidskaders en wettelijke kaders wordt verwezen naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Deze rapportage dient als bijlage bij de toelichting.
De zeven locaties waar de planherziening op toeziet en die afzonderlijk worden beoordeeld zijn: Ooruilweg 7 De totale ontwikkeling bestaat uit het beëindigen van het agrarische bedrijf en slopen van 450 m2 agrarische opstallen. Op dit bouwvlak wordt de bestaande bedrijfswoning herbouwd als burgerwoning (in deelgebied oost) en wordt één Ruimte-voor-Ruimtewoning gebouwd met bestaand bijgebouw van 320 m2 gerealiseerd (in deelgebied west). Ooruilweg 9 De totale ontwikkeling bestaat uit het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 2.000 m2 agrarische opstallen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning herbestemd en word één Ruimte-voor-Ruimtewoning gerealiseerd.
Figuur 1 en 2 Luchtfoto met aanduiding beoogd bouwvlak Ooruilweg 7 (links) en Ooruilweg 9 (rechts)
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
3
P197489.012.004.005/YIE
Meijelseweg ongenummerd Als onderdeel van de bebouwingsconcentratie langs de Meijelseweg wordt één Ruimte-voorRuimtewoning toegevoegd ter hoogte van de Zaagbekweg. Deze RvR-woning hoort bij de te beëindigen veehouderij Ooruilweg 9. Meijelseweg 33 Het planvoornemen omvat het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 700 m2 agrarische opstallen. Daarnaast wordt de locatie bestemd tot woonlocatie.
Figuur 3 en 4 Luchtfoto met aanduiding beoogd bouwvlak Meijelseweg ong. (links) en Meijelseweg 33 (rechts)
Meijelseweg 39 De bestaande bedrijfslocatie van een paardenkliniek maakt plaats voor de vestiging van een hondenkennel. Ten behoeve van de (bestaande) buitenverblijven wordt de bestaande bedrijfsbestemming aan de achterzijde van het perceel vergroot. Meijelseweg 66A De ontwikkeling betreft het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 750 m2 agrarische opstallen. Wat betreft het realiseren van nieuwe woningen wordt een bedrijfswoning opgericht, waarna deze wordt omgezet naar burgerwoning, met behoud van een bestaand gebouw van 550 m2 als bijgebouw bij de woning. Daarnaast worden twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen toegevoegd op dit bouwblok.
Figuur 5 en 6 Luchtfoto’s met aanduiding bouwvlak: links Meijelseweg 39, rechts Meijelseweg 66a
4
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
Kemphaanweg 1 en 3 Het planvoornemen bestaat uit het planologisch uitplaatsen van de burgerwoning Kemphaanweg 3 naar een locatie elders. De burgerwoning Kemphaanweg 3 wordt in gebruik genomen als bedrijfswoning bij de pluimveehouderij Kemphaanweg 1. Ondanks het leggen van een planologische relatie (koppelteken), wordt door het opnemen van de aanduiding ‘uitsluitend wonen’ voorkomen dat de bestaande pluimveehouderij kan uitbreiden. Daarnaast wordt op Kemphaanweg 1 de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ opgenomen en het agrarisch bouwblok verkleind.
Figuur 7 Luchtfoto’s met aanduiding bouwvlak: Kemphaanweg 1 (Noord) en 3 (Zuid)
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
5
P197489.012.004.005/YIE
Het plangebied Het plangebied bestaat uit de verschillende locaties en bevindt zich zuidoostelijk van de kern Heusden, gelegen aan de Meijelseweg en de zijwegen Ooruilweg en Kemphaanweg. In de omgeving zijn meerdere veehouderijen aanwezig (zie figuur 8). Per locatie wordt de dichtstbijzijnde veehouderij inclusief afstand genoemd (zie tabel 1). Binnen een straal van 2 km rond het plangebied bevinden zich geen geitenhouderijen. Hierop wordt in deze rapportage dan ook niet specifiek getoetst.
Figuur 8 Veehouderijen in de omgeving van het plangebied
Locatie Ooruilweg 7 Ooruilweg 9 Ooruilweg - achter 9 Meijelseweg ong. Meijelseweg 33 Meijelseweg 39 Meijelseweg 66a Kemphaanweg 1 en 3
Dichtstbijzijnde veehouderij Adres Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Gezandebaan 52a Spechtstraat 5 Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Kemphaanweg 4
Type veehouderij Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Varkens Pluimvee Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Gemengd
Tabel 1 afstand tussen de locaties en dichtstbijzijnde veehouderijen
6
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
Afstand tot locatie 150 meter 150 meter 101 meter 350 meter 300 meter 150 meter 150 meter 50 meter
P197489.012.004.005/YIE
2 Volksgezondheid en veehouderijen 2.1
Onderzoeken volksgezondheid en veehouderij
Het RIVM, Wageningen UR, IRAS en NIVEL hebben gezamenlijk het onderzoek “Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden” (VGO) uitgevoerd en in juli 2016 zijn de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt. In het VGO is onderzocht of het wonen in de buurt van veehouderijen effect kan hebben op de gezondheid van de omwonenden. Aangetoond is dat mensen die rondom veehouderijen wonen minder astma en allergieën hebben, maar een verminderde longfunctie kunnen hebben. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door stoffen die afkomstig zijn van de veehouderij. In het vervolgonderzoek “Veehouderij en gezondheid omwonenden (aanvullende studies)” (VGO2) van juni 2017 worden de resultaten uit het VGO bevestigd. Uit aanvullende studies volgen sterke aanwijzingen dat fijnstof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Daarnaast wordt in VGO2 een statistisch significante relatie gevonden tussen het wonen nabij een geitenhouderij (variërend van 1,5 tot 2 kilometer) en een verhoogd risico op het krijgen van longontsteking. Vanwege de onduidelijkheid rondom de causaliteit heeft het Ministerie van LNV opdracht gegeven tot vervolgonderzoek (VGO3). Naar verwachting wordt dit onderzoek in 2021 afgerond.
Op 22 oktober 2018 is het deelrapport ‘Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartsenpraktijken 2014-2016’ aan de Tweede kamer aangeboden. Dit rapport maakt onderdeel uit van de reeks vervolgonderzoeken in het kader van VGO3. De resultaten van dit deelonderzoek wijzen op een associatie tussen het wonen in nabijheid van een geitenhouderij en een verhoogd risico op longontsteking. Er is ook naar pluimvee en andere diersoorten gekeken, maar daar zijn geen consistente verbanden gevonden met longontsteking. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) staat nieuwvestiging of uitbreiding van geitenhouderijen niet toe. Deze zogenaamde ‘geitenstop’ heeft geen rechtstreekse invloed op het mogelijk maken van gevoelige bestemmingen in de omgeving van een geitenhouderij, maar indirect werkt het verbod wel door in een ruimtelijk plan, de zogenaamde omgekeerde werking. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de gemeente een afweging te maken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.
Een wettelijk toetsingskader voor de effecten op de volksgezondheid ontbreekt. Er bestaan geen concrete normen of aan te houden afstanden die in acht genomen moeten worden bij ruimtelijke plannen. Uit de VGO-onderzoeken blijkt een correlatie tussen de afstand van omwonenden tot veehouderijen in de buurt en gezondheidsklachten van deze omwonenden. Leemten in kennis m.b.t. de causaliteit (oorzaak en gevolg) leiden er toe dat er vooralsnog geen beoordeling kan zijn van risico’s die verbonden zijn aan extra blootstelling op een planlocatie.
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
7
P197489.012.004.005/YIE
De beoogde ontwikkeling, waarbij in het plangebied woningen worden gebouwd, leidt niet tot een toename van emissies of nieuwe bronnen van emissies, maar op een toename van blootstelling. Deze toename van blootstelling is beperkt tot 5 nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woningen. Een dergelijke lichte toename van het aantal blootgestelden kan door nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid en regelgeving gericht op een generieke afname van emissies worden gecompenseerd. De inzet van het kabinet is gericht op het generiek verminderen van emissies van fijnstof en ammoniak om zo in brede zin gezondheidswinst te boeken (brief Minister van LNV aan de Tweede Kamer, 3 augustus 2018).
2.1.1
Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0
Om het bevoegd gezag te ondersteunen in de besluitvorming over veehouderijen in relatie tot de gezondheid van omwonenden, is de Handreiking veehouderij en volksgezondheid opgesteld. De handreiking bevat een overzicht van de belangrijkste gevonden verbanden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden laat zien wat decentrale overheden kunnen doen om gezondheidsrisico’s van veehouderijen mee te wegen in besluitvorming. De mogelijkheden op grond van milieuregelgeving en regelgeving en beleid voor de ruimtelijke ordening staan centraal. De handreiking geeft een stappenplan voor de ontwikkeling van veehouderijen. Na het doorlopen van het stappenplan kan het advies zijn om een GGD-advies op te vragen. Dit advies kan onder andere gebruikt worden om het gesprek met de ondernemer aan te gaan om omgevingsbewust handelen te stimuleren. Dit stappenplan is in principe ook te gebruiken voor ruimtelijke plannen. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Navolgend wordt het stappenplan doorlopen. De bijbehorende gegevens zijn te vinden in hoofdstuk 3 en 4 van onderhavig rapport. Beoordeling aan het stappenplan 2.0: 1 .
Endotoxine (varkens-/pluimveehouderijen): Omgevingsdienst beoordeelt aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 dat de ontwikkeling NIET voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. Het bevoegd gezag en ondernemer komen in een dialoog niet tot een goede oplossing om een beperking van de berekende endotoxine-afstand te realiseren. Overige bedrijven: ga verder naar stap 2. Antwoord: er wordt op alle locaties voldaan aan richtafstanden behalve ter plaatse van Kemphaanweg 3. Deze woning ligt binnen de endotoxinecontour van Kemphaanweg 1, maar wordt bestemd als bedrijfswoning bij deze veehouderij en wordt in de beoogde situatie niet beschermd voor de ‘eigen’ endotoxine emissie. Ten aanzien van endotoxine is er geen noodzaak om advies te vragen aan GGD. 2 Emissies; ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid.
8
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
Antwoord: Er is geen sprake van toename emissies, dus geen noodzaak om advies te vragen aan de GGD.
3a Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader Antwoord: Geurbelasting ter plaatse is aanvaardbaar, dus geen noodzaak om advies te vragen aan de GGD.
4a Binnen één veehouderij (1 adres of 1 ondernemer) worden bedrijfsmatig meerdere diersoorten gehouden. 4b De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt in de nieuwe situatie minder dan 100 meter. Antwoord: Het plan ziet toe op beëindiging van veehouderijen en planologisch mogelijk maken van woningen, dus niet van toepassing en geen noodzaak om advies te vragen aan GGD. 5 Geitenhouderij: binnen afstand van 2 km liggen woon- en verblijfsruimten van derden Antwoord: Binnen 2 km van het plangebied / de locaties liggen geen geitenhouderijen. Niet van toepassing, dus geen noodzaak om advies te vragen aan GGD. 6 Er is sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Antwoord: Niet van toepassing, dus geen noodzaak om advies te vragen aan GGD. 7 Bij omwonenden is sprake van ongerustheid over de volksgezondheid; Antwoord: Het plan ziet toe op beëindiging van intensieve veehouderijen met als doel verbetering van het woon- en leefklimaat, dus geen noodzaak om advies te vragen aan GGD.
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
9
P197489.012.004.005/YIE
3 Gezondheidseffecten veehouderijen 3.1
Geur
3.1.1 Inleiding Geurhinder treedt op als de herhaaldelijk waargenomen geur als onaangenaam wordt beoordeeld en het welbevinden daardoor negatief wordt beïnvloed. Geur kan verschillende gezondheidseffecten oproepen bij de mens: (ernstige) hinder, verstoring van gedrag en activiteiten en stress gerelateerde lichamelijke gezondheidsklachten. De meest voorkomende en beschreven gezondheidseffecten van geur zijn de effecten van (ernstige) hinder. Hoe hinderlijk mensen een geur vinden hangt onder andere af van de aangenaamheid, duur, frequentie en intensiteit van de geur. Ook de gewenning, het tijdstip en de vermijdbaarheid van de blootstelling spelen een belangrijke rol. De planontwikkeling ziet toe op de realisatie van Ruimte-voor-Ruimte woningen. Hiermee maakt het bestemmingsplan nieuwe ‘geurgevoelige objecten’ mogelijk. Verder ziet het plan toe op het herbestemmen van agrarische bedrijfswoningen bij stoppende veehouderijen als burgerwoningen en andersom wordt een burgerwoning bestemd als bedrijfswoning bij een veehouderij.
Bedrijfswoningen bij veehouderijen, voormalige bedrijfswoningen die op of na 19 maart 2000 hebben opgehouden deel uit te maken van een veehouderij en Ruimte-voor-Ruimtewoningen worden minder beschermd tegen geurhinder van veehouderijen (conform de Wgv alleen toetsen op vaste afstanden) dan burgerwoningen en voormalige bedrijfswoningen die al voor 19 maart 2000 geen onderdeel meer uitmaakten van een veehouderij (conform de Wgv toetsen op geurnormen en vaste afstanden).
3.1.2 Toets woon- en leefklimaat Bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven nabij veehouderijen moet sprake zijn van een “aanvaardbaar woon- en leefklimaat”. Bij het opstellen van een bestemmingsplan zal moeten worden aangetoond dat de ontwikkeling past binnen de randvoorwaarden die worden gesteld vanuit het geldende geurbeleid. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat zijn de achtergrondbelasting en de vaste afstand contouren van de individuele veehouderijen maatgevend (aangezien de voorgrondgeurnormen in de geurverordening niet van toepassing zijn op de woningen in de beoogde situatie (zie uitleg in voorgaand kader). Achtergrondbelasting Bij ruimtelijke procedures gelden eisen ten aanzien van de cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting). Deze zijn opgenomen in de provinciale Interim Omgevingsverordening NoordBrabant (IOV) en hebben tot doel de maximale cumulatieve geurbelasting ten gevolge van veehouderijen te beperken tot deze normen.
10
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
De IOV bevat geen definitie van geurgevoelige objecten, maar sluit in beginsel aan bij de systematiek van de Wet geurhinder en veehouderij. De gemeente heeft beleidsvrijheid om voor geurgevoelige objecten waarvoor alleen vaste afstanden gelden, bijvoorbeeld bedrijfswoningen bij veehouderijen, een soepelere streefwaarde vast te stellen voor cumulatieve geurhinder dan de streefwaarden die in de IOV staan opgenomen. Op basis van rechtstreeks werkende regels voor veehouderijen is een toename van de bestaande bebouwing voor de uitoefening van een veehouderij alleen toegestaan indien is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%. Bij toepassing van de Handreiking bij de Wgv, bijlage 6 en 7, Infomil 1 mei 2007, resulteren voornoemde geurgehinderdenpercentages in de volgende streefwaarden:
Een maximale achtergrondgeurbelasting op de bebouwde kom van 12% komt overeen met een achtergrondbelasting van 10 OUE/m3. Een maximale achtergrondgeurbelasting buiten de bebouwde kom van 20% komt overeen met een achtergrondbelasting van 20 OUE/m3.
In figuur 9 is de indicatieve achtergrondbelasting door geur op het plangebied weergegeven. Er is gerekend met default parameters en één emissiepunt op het midden van de veehouderijen. De geuremissies zijn berekend op basis van de vigerende vergunningen (bron: BVB september 2020) en de actuele emissiefactoren voor geur zoals deze op dit moment gelden. De indicatieve achtergrondbelasting ter plaatse van de beoogde woonbestemmingen varieert in het plangebied tussen 14,7 en 19,3 OUE/m3 (weergegeven in figuur 3). De achtergrondbelasting ligt ter plaatse van de woonbestemmingen in de beoogde situatie onder de streefwaarde van 20 OUE/m3. De indicatieve achtergrondbelasting ter plaatse van de toekomstige bedrijfswoning Kemphaanweg 3 betreft 37,6 OUE/m3. Deze geurbelasting wordt voor een groot deel veroorzaakt door de geuremissie van de ‘eigen’ pluimveehouderij Kemphaanweg 1. De geurgebiedsnorm in de IOV is van toepassing bij ruimtelijke ontwikkelingen en daarmee niet op Kemphaanweg 3, aangezien dit een reeds bestaande woning betreft. Daarbij wordt Kemphaanweg 3 in de beoogde situatie conform de Wgv niet meer beschermd tegen de geuremissie uit de eigen pluimveehouderij. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) bevat geen definitie van geurgevoelige objecten, maar sluit in beginsel aan bij de systematiek van de Wgv.
De gemeente heeft beleidsvrijheid om voor geurgevoelige objecten waarvoor alleen vaste afstanden gelden, zoals bedrijfswoningen bij veehouderijen, een soepelere streefwaarde vast te stellen voor cumulatieve geurhinder dan de streefwaarden voor geur die in de IOV staan opgenomen.
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
11
P197489.012.004.005/YIE
Figuur 9 Indicatieve achtergrondbelasting geur (BVB, september 2020)
Het is uiteindelijk aan een gemeente Asten om een afweging te maken over de geaccepteerde geurhinder. Bij de beoordeling van de vraag of er bij de realisatie van een nieuw voor geurhinder gevoelig object sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is een afweging met betrekking tot de hoogte van de geurbelasting (en de daarmee samenhangende kans op hinder) in relatie tot de aard van het gebruik van belang. Ook de te verwachten ontwikkeling van de geurbelasting dient hierbij betrokken te worden. In het algemeen geldt dat een gemeente(raad) de nodige beleidsvrijheid heeft bij die afweging, mits die voldoende onderbouwd is. De gemeente Asten heeft geen beleidsregel o.i.d. vastgesteld waarin is ingegaan op de wijze waarop de achtergrondbelasting (dus de geurbelasting van meerdere veehouderijen samen) beoordeeld moet worden bij het nemen van ruimtelijke besluiten. De gemeenteraad kan de afweging maken in het kader van de onderhavige bestemmingsplan procedure. Op basis van gegevens van een methodiek zoals die is opgenomen in de toelichting bij de Wgv, is in onderstaande tabel 2 de achtergrondbelasting vertaald in een kans op geurhinder en is hieraan een waardering van het woon- en leefklimaat gekoppeld (goed, redelijk goed, matig, tamelijk slecht, slecht, zeer slecht en extreem slecht).
In de geurgebiedsvisie van 5 juli 2016 zijn de volgende waarden opgenomen om de achtergrondbelasting (dus cumulatieve geurbelasting) te beoordelen, in het kader van de beoordeling van de milieukwaliteit voor woonkernen en het buitengebied.
12
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
Tabel 2 Overzicht met gehanteerde gebiedsindeling, streefwaarden met geurklassen en geurhinderniveaus met kwaliteit van het woon- en leefklimaat (Gebiedsvisie Verordening geurhinder en veehouderij, gemeente Asten, 5 juli 2016)
In de geurgebiedsvisie is een achtergrondbelasting tot en met 10 Ou als aanvaardbaar aangemerkt voor woonkernen en een achtergrondbelasting tot en met 20 Ou als aanvaardbaar voor het buitengebied. De gemeenteraad heeft deze toetswaarden niet in een beleidsregel o.i.d. bekrachtigd, maar deze is wel als leidraad voor de beoordeling van de achtergrondbelasting in dit onderzoek gehanteerd. Dit sluit aan bij de bepalingen die in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord- Brabant zijn opgenomen op het toetsen van de cumulatieve geurhinder bij de uitbreiding van een (intensieve) veehouderij.
Conclusie achtergrondbelasting Ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte woningen en beoogde woonbestemmingen ligt de achtergrondbelasting in de beoogde situatie onder de 20 OuE/m3 en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat de woning Kemphaanweg 3 wordt bestemd als bedrijfswoning bij Kemphaanweg 1, kan ook hier het woon- en leefklimaat worden beoordeeld als aanvaardbaar, aangezien deze reeds bestaande woning in de beoogde situatie niet meer beschermd wordt voor de geuremissie uit de eigen veehouderij en ook geen normobject meer is in de zin van de Wgv (en de IOV bij deze systematiek aanhaakt). Conclusie woon- en leefklimaat In het gehele plangebied wordt voldaan aan de norm voor achtergrondbelasting. Tevens wordt voldaan wordt aan de wettelijke vaste afstanden en voorgrondnormen. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat voor het aspect geur sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
13
P197489.012.004.005/YIE
3.1.3
Omgekeerde werking
Vaste jurisprudentie bij ruimtelijke besluiten is dat door de nieuwe bestemmingen er geen sprake mag zijn van een aantasting van de bestaande rechten van de omliggende veehouderijen. In beginsel dient bij het bepalen van de rechten het agrarische bouwblok als uitgangspunt voor het meten van de geurbelasting contouren te worden genomen. Dit omdat veehouderijen rechten hebben om hun emissiepunten te verschuiven binnen het vastgestelde bouwblok (de zogenaamde ‘vergunde rechten’). Uitgaande van de vergunde rechten van een veehouderij, het agrarisch bouwblok en al bestaande voor geurhinder gevoelige objecten, kan bepaald worden of het plan leidt tot aantasting van de rechten: ligt de nieuwe bestemming buiten de geurcirkel van een veehouderij (voorgrondbelasting of vaste minimum afstand) of zijn andere bestaande geurgevoelige objecten die op kortere afstand liggen dan de objecten die door het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt? Het bestemmingsplan ziet met name toe op de realisatie van nieuwe geurgevoelige objecten waar geen geurnormen maar vaste minimum afstanden op van toepassing zijn. Behalve de nieuwe RvRwoning op Meijelseweg ongenummerd. Deze RvR-woning is op een andere kavel gesitueerd dan de kavel van de veehouderij die gesaneerd wordt (Ooruilweg 9) en is daardoor wel een normobject in de zin van de Wgv, ofwel deze RvR-woning moet getoetst worden aan de geurnorm.
Vaste afstanden Bedrijfswoningen bij veehouderijen, voormalige bedrijfswoningen die op of na 19 maart 2000 hebben opgehouden deel uit te maken van een veehouderij en Ruimte-voor-Ruimte woningen hoeven conform de Wgv alleen te voldoen aan minimumafstanden. De huidige burgerwoning Kemphaanweg 3 moet op dit moment weliswaar nog worden getoetst aan geurnormen, maar na herbestemming tot agrarische bedrijfswoning geldt alleen nog toetsing aan vaste afstand van 25 meter. Hieraan wordt in het planvoornemen voldaan (figuur 11). Buiten de bebouwde kom betreft de wettelijke minimum afstand van 50 meter tussen het emissiepunt en de buitenzijde van de woning. De wettelijke minimum afstand tot een bedrijfswoning bij een veehouderij bedraagt 25 meter tussen buitenzijde dierenverblijf en buitenzijde woning. In de geurverordening van Asten is voor melkveehouderijen met meer dan 200 melkkoeien afgeweken van de wettelijke afstand van 50 meter (staffeling tot maximaal 300 meter). Binnen 300 meter van het plangebied is slechts één melkveehouderij aanwezig, namelijk Kokmeeuwenweg 2. Deze melkveehouderij heeft een vergunning voor minder dan 200 koeien, dus is de minimum afstand van 50 meter van toepassing.
Op alle planlocaties met een Ruimte-voor-Ruimte woning of een voormalige agrarische bedrijfswoning (met in het plan een woonbestemming) wordt aan de minimum afstand van 50m tot de rand van het bouwblok van de veehouderijen voldaan (figuur 10).
14
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
De toetsing aan vaste afstand is uitgevoerd per locatie, zie figuren 10 en 11.
Figuur 10 afstanden woningen ten opzichte van dichtstbijzijnde veehouderij
Toelichting per locatie: Ooruilweg 7 De dichtstbijzijnde veehouderij betreft het melk- en overig rundvee bedrijf te Kokmeeuwenweg 2. Zowel de voormalige bedrijfswoning op het oostelijk deel van het plangebied als de Ruimte-voorRuimte woning op het westelijke deel worden getoetst. De minimale afstand tussen een mogelijk emissiepunt en de buitenzijde van de woningen betreffen 122 meter (Oost) en 195 meter (West) (figuur 10). Ooruilweg 9 De dichtstbijzijnde veehouderij betreft het melk- en overig rundvee bedrijf te Kokmeeuwenweg 2. De minimale afstand tussen een mogelijk emissiepunt en de buitenzijde van de woningen betreffen 144 meter voor de voormalige bedrijfswoning en 101 meter voor de Ruimte-voor-Ruimtewoning (figuur 10). Meijelseweg 39 De bestaande bedrijfslocatie van een paardenkliniek maakt plaats voor de vestiging van een hondenkennel. De huidige bedrijfswoning wordt dus getoetst als een voormalig agrarische bedrijfswoning en moet voldoen aan de richtafstand van 50 meter. De dichtstbijzijnde veehouderij ligt te Kokmeeuwenweg 2 en de minimale afstand betreft 243 meter (figuur 10).
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
15
P197489.012.004.005/YIE
Meijelseweg 66A De dichtstbijzijnde veehouderij betreft het melk- en overig rundvee bedrijf te Kokmeeuwenweg 2. De minimale afstand tussen een mogelijk emissiepunt en de buitenzijde van de drie nieuwe woningen betreffen 161 meter, 148 meter en 146 meter (figuur 10). Meijelseweg 33 Door definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en zal de voormalige bedrijfswoning worden getoetst op het pluimveebedrijf te Spechtstraat 5. De minimale afstand tot de rand van de woning en het agrarische bedrijf betreft 243 meter (figuur 10). Kemphaanweg 1 en 3 In het plan wordt burgerwoning Kemphaanweg 3 bestemd als agrarische bedrijfswoning behorende bij de pluimveehouderij Kemphaanweg 1. In de beoogde situatie geldt op grond van artikel 5, eerste lid van de Wgv een minimum afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 25 meter. De gemeten afstand is 50 meter (figuur 11).
Figuur 11 afstanden woningen ten opzichte van dichtstbijzijnde veehouderij
Conclusie vaste afstanden Voor alle locaties waarop alleen vaste afstanden van toepassing zijn geldt dat wordt voldaan aan de wettelijke vaste afstanden. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het plan geen beperkende werking heeft voor omliggende veehouderijen (met dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld).
16
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
Voorgrondbelasting De Ruimte-voor-Ruimte woning op Meijelseweg ongenummerd ligt niet op dezelfde kavel als de bijbehorende te beëindigen veehouderij Ooruilweg 9 en is daardoor een normobject in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), hetgeen betekent dat conform de Wgv de geurnormen voor de voorgrondbelasting op deze RvR-woning van toepassing zijn.
Figuur 12 Geurcontouren voorgrondbelasting
De Ruimte-voor-Ruimte woning Meijelseweg ongenummerd ligt net binnen de 5 OU contour van veehouderij Gezandebaan 52a (figuur 12). Tussen deze veehouderij en de RvR-woning liggen echter al bestaande normobjecten, te weten de burgerwoningen Hollideeweg 1 en 5. Dit zijn de bepalende woningen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de betreffende veehouderij. De nieuwe RvRwoning Meijelseweg ongenummerd zal geen ook geen beperkende werking hebben voor veehouderijen met dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld.
Het bestemmingsplan heeft geen beperkende werking voor veehouderijen (geen sprake van omgekeerde werking).
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
17
P197489.012.004.005/YIE
3.2
Fijnstof en endotoxinen
3.2.1
Fijnstof
Plan voorziet beëindiging van veehouderijen, het realiseren van nieuwe woningen en het herbestemmen van voormalige agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Het plan doelt op verbetering van het woon- en leefklimaat, waaronder op het gebied van fijnstof. Inademen van fijnstof kan gezondheidseffecten veroorzaken; een veilige ondergrens is er niet. Elke vermindering geeft gezondheidswinst. Wettelijke normen zijn meestal een compromis tussen haalbaarheid en gezondheidsbescherming. De Europese Unie bepaalt de wettelijke normen (grenswaarden) voor de hoeveelheid fijnstof die in de lucht mag zitten. De fijnstof normen zijn vastgelegd voor jaar- en daggemiddelden. De Europese Unie-grenswaarde (PM10) stelt een jaargemiddelde van 40 μg/m3. Naast de wettelijke normen heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gezondheidskundige advieswaarden voor fijnstof. Het gaat hier om waarden waarop beleid zich zou moeten richten (inspanningsplicht) om schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en/of het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen. De geadviseerde streefwaarde stelt een jaargemiddelde van 20 μg/m3.
Figuur 13 Achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) bron: GCN, RIVM 2020
In figuur 13 is de achtergrondconcentratie fijnstof in het plangebied weergegeven voor het jaar 2019 (bron: Grootschalige Concentratiekaart Nederland). Hieruit volgt binnen het plangebied een achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) van 20-21 respectievelijk 25-26 μg/m3. De achtergrondconcentraties van fijnstof (PM10) liggen ter plaatse van de locaties onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie. De WHO-advieswaarde van 20 μg/m3 van jaargemiddelde concentratie wordt in de huidige situatie overschreden, maar dit is inclusief de veehouderijen die in dit plan gesaneerd worden en nog in bedrijf waren in 2019. Verder is er sprake van een dalende trend die zich naar verwachting in de komende jaren verder zal voortzetten.
18
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
Het plan voorziet in de beëindiging van veehouderijen, waardoor de achtergrondbelasting fijnstof in de beoogde situatie zal dalen. Voor de bepaling van de afname van de achtergrondconcentratie ten gevolge van het plan wordt de cumulatieve belasting fijn stof vanuit veehouderijen in de huidige vergunde situatie (zie figuur 14) en de beoogde situatie (zie figuur 15) met elkaar vergeleken. Het verschil geeft een indicatie van de fijnstof achtergrondconcentratie in de beoogde situatie.
Figuur 14 Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof (PM10) vanuit veehouderijen – vergunde situatie
Figuur 15 Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof (PM10) vanuit veehouderijen – beoogde situatie
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
19
P197489.012.004.005/YIE
De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van de locaties Ooruilweg 7 en 9 en Meijelseweg 39 en 66a neemt af ten gevolge van de beëindiging van bijbehorende veehouderijen. De beëindiging van deze veehouderijen zorgt voor het wegvallen van een cumulatieve bronbijdrage van ongeveer 7 μg/m3. Door deze afname door te rekenen in de achtergrondconcentratie van 2019 van 25 μg/m3, kan aangenomen worden dat in de beoogde situatie op deze locaties de WHO-advieswaarde behaald wordt en dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op de locatie Meijelseweg 33 is de afname in cumulatieve fijn stof belasting door veehouderijen beperkt tot ongeveer 1 μg/m3. Er blijft een overschrijding van de WHO-advieswaarde van 20 μg/m3, echter in mindere mate. Doordat de veehouderij wordt gesaneerd en het een reeds bestaande woning betreft kan ook voor deze locatie geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Op de locatie Meijelseweg ongenummerd wordt geen veehouderij beëindigd (dit betreft een Ruimte voor Ruimte woning) en blijft de cumulatieve fijnstof belasting door veehouderijen nagenoeg gelijk aan de huidige situatie (afname < 1 μg/m3).
In 2030 zijn de achtergrondconcentraties volgens de prognose gedaald tot circa 21 µg PM10 /m3 (bron: GCN, RIVM 2020) en daarbij zullen de veehouderijen in de omgeving mogelijk ook nog verdergaande fijnstof emissie reducerende maatregelen moeten gaan treffen. Aangezien ruim voldaan wordt aan de wettelijke norm en de WHO-advieswaarde in de beoogde situatie beperkt wordt overschreden kan geconcludeerd worden dat ook op deze locatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De woning Kemphaanweg 3 wordt bestemd als bedrijfswoning bij de pluimveehouderij Kemphaanweg 1. Daardoor wordt deze woning in de beoogde situatie niet langer beschermd tegen de fijnstof belasting vanuit Kemphaanweg 1. De achtergrondconcentratie lag ter plaatse van Kemphaanweg 3 in 2019 rond de 25-26 μg/m3. De bijdrage van pluimveehouderij Kemphaanweg 1 aan de cumulatieve fijnstof belasting bedraagt (volgens figuur 13 en 14) bij benadering 5 tot 10 μg/m3. Zonder deze ‘eigen’ bijdrage wordt ter plaatse van kemphaanweg 3 de WHO-advieswaarde niet overschreden. Voor de beoogde bestemming als bedrijfswoning bij een pluimveehouderij kan geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. In het plangebied en in de omgeving is verdere geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarden voor (zeer) fijnstof.
Omgekeerde werking Het plan heeft omgekeerd geen belemmerende werking voor veehouderijen, aangezien de achtergrondconcentratie op alle locaties ruim onder de wettelijke grenswaarde van 40 μg/m3 ligt. Voor de melkveehouderij Kokmeeuwenweg 2 zal de Ruimte-voor-Ruimte woning op Ooruilweg 9 de maatgevende woning worden bij nieuwe vergunningsaanvragen. Echter door de lage achtergrondconcentratie ten opzichte van de norm zal deze veehouderij niet in de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt worden.
De achtergrondconcentratie fijnstof ligt ruim onder de wettelijke grenswaarden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het plan heeft geen belemmerde werking voor veehouderijen, er is geen sprake van een ‘omgekeerde werking’.
20
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
3.2.2 Endotoxinen Tegelijk met het VGO-rapport is in juli 2016 het rapport ‘Emissies van endotoxinen uit de veehouderij (fase 3a)’ bekend gemaakt. Dit rapport beschrijft het resultaat van metingen aan de emissies van endotoxinen uit de veehouderij. Endotoxinen zijn deeltjes van de celwand van (dode) gramnegatieve bacteriën. Endotoxinen vormen een onderdeel van het fijnstof dat afkomstig is uit veehouderijen. Vooruitlopend op de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader heeft het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ (Toetsingskader endotoxinen) opgesteld. Uitgangspunt van het toetsingskader is de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3 voor endotoxinen. In het toetsingskader zijn afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens zijn afstandsgrafieken opgesteld, aan de hand waarvan op basis van de fijnstofemissie in kilogrammen per jaar kan worden bepaald welke afstand tot gevoelige objecten moet worden aangehouden. Naast de individuele contouren per bedrijf moet ook de cumulatie met andere bedrijven in de omgeving betrokken worden in de beoordeling.
In het toetsingskader is echter niet voorzien in een voorgeschreven berekeningswijze voor cumulatie, zodat deze beschouwd moet worden als een kwalitatieve beoordeling. Om toch een beeld te geven van de cumulatieve endotoxinen-blootstelling zijn de afstandsgrafieken voor een 30 EU/m3 belasting, d.w.z. de bij de grafieken behorende vergelijkingen, wiskundig vertaald naar formules. Met deze formules kan de belasting op een object door emissie van een veehouderij berekend worden. Dit geeft een indicatie van waar de advieswaarde van 30 EU/m3 mogelijk overschreden wordt. Gehanteerde formules voor een indicatie van de concentratie endotoxinen o.b.v. fijnstof emissie:
In figuur 16 zijn de individuele risicocontouren en indicatieve cumulatieve contouren o.b.v. 30 EU/m3 per veehouderij weergegeven, berekend op basis van de fijnstof emissies van veehouderijen in de omgeving van het plangebied.
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
21
P197489.012.004.005/YIE
Figuur 16 Risicocontouren endotoxinen en indicatieve cumulatieve belasting endotoxinen
De individuele contour van pluimveehouderij Kemphaanweg 1 en de indicatieve cumulatieve contour van voornamelijk de veehouderijen Kemphaanweg 1, Kemphaanweg 4, Kemphaanweg 6 en Gevlochtsebaan 12, overschrijden het plangebied ter plaatse van de woning Kemphaanweg 3. Deze woning wordt bestemd als bedrijfswoning bij de pluimveehouderij Kemphaanweg 1. Bedrijfswoningen bij veehouderijen worden niet beschermd tegen de endotoxinen blootstelling van de ‘eigen’ veehouderij. Wel geniet een bedrijfswoning bij een veehouderij bescherming tegen de endotoxine blootstelling door andere veehouderijen. Aangezien dit een bestaande woning is, zal de herbestemming als bedrijfswoning geen extra beperkingen geven voor omliggende veehouderijen. In de bestaande situatie moeten de veehouderijen in de omgeving al rekening houden met de bedrijfswoningen van naastgelegen veehouderijen die binnen de cumulatieve endotoxinecontour liggen. Aangezien deze woning alleen overlapt wordt door de ‘eigen’ individuele endotoxinecontour en de woning in het planvoornemen niet beschermd hoeft te worden, kan geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Op de andere locaties is geen sprake van overschrijding en kan worden geconcludeerd dat de advieswaarde voor endotoxinen door de belasting van veehouderijen niet wordt overschreden.
Ter plaatste van alle locaties binnen het plangebied is sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en geen sprake van een omgekeerde werking.
22
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
4 Conclusies Op verschillende locaties worden op (voormalige) veehouderijen de bestaande bedrijfsactiviteiten planologisch beëindigd, gepaard met de sloop van alle voormalige bedrijfsgebouwen. Ter plaatse van de vrijgekomen gronden worden nieuwe Ruimte-voor-Ruimtewoningen gerealiseerd. Tevens wordt een RvR-woning gerealiseerd op een nieuwe kavel. De bestaande bedrijfswoningen bij de te saneren veehouderijen worden bestemd als burgerwoningen. De woning Kemphaanweg 3 wordt bestemd als bedrijfswoning bij de veehouderij Kemphaanweg 1. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied gelegen ten zuidoosten van de kern Heusden. In de omgeving zijn meerdere veehouderijen aanwezig: Locatie Ooruilweg 7 Ooruilweg 9 Ooruilweg - achter 9 Meijelseweg ong. Meijelseweg 33 Meijelseweg 39 Meijelseweg 66a Kemphaanweg 1 en 3
Dichtstbijzijnde veehouderij Adres Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Gezandebaan 52a Spechtstraat 5 Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Kemphaanweg 4
Type veehouderij Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Varkens Pluimvee Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Gemengd
Afstand tot locatie 150 meter 150 meter 101 meter 350 meter 300 meter 150 meter 150 meter 50 meter
Voor het aspect geur voldoet de achtergrondbelasting in de beoogde situatie ter plaatse van de Ruimte-voor-Ruimte woningen en de beoogde woonbestemmingen aan de streefwaarde voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van de gemeente Asten. Daarnaast wordt het woon- en leefklimaat ter plaatse van Kemphaanweg 3 beoordeeld als aanvaardbaar, aangezien dit een bestaande woning is die in de beoogde situatie niet meer beschermd wordt voor de geuremissie uit de eigen veehouderij en daarbij ook geen normobject meer is in de zin van de Wgv (en ook de IOV bij deze systematiek aanhaakt). Voor alle woningen (behalve de RvR –woning Meijelseweg ongenummerd) geldt dat in de beoogde situatie alleen de vaste afstanden uit de Wgv en de gemeentelijke geurverordening van toepassing zijn en dat op alle locaties hieraan wordt voldaan. Er is geen sprake van een omgekeerde werking, aangezien voldaan wordt aan de minimum afstanden. En de beoogde RvR-woning Meijelseweg ongenummerd ligt weliswaar binnen de geurcontour van veehouderij Gezandebaan 52a, maar de bestaande burgerwoningen Hollideeweg 1 en 5 liggen dichterbij en zijn bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van deze veehouderij. De achtergrondwaarden voor fijnstof binnen het plangebied, bevinden zich ruimschoots binnen de wettelijke grenswaarden.
De WHO-advieswaarde wordt beperkt overschreden, maar wanneer de afname in fijnstofbelasting door de te saneren veehouderijen in mindering wordt gebracht en rekening gehouden wordt met de dalende trend van de achtergrondconcentratie fijnstof, zal de achtergrondconcentratie in de beoogde situatie ook voldoen aan de WHO- advieswaarde. Behalve ter plaatse van kemphaanweg 3, echter deze woning is in de beoogde situatie een bedrijfswoning en daardoor niet meer beschermd tegen de fijnstof belasting van Kemphaanweg 1.
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
23
P197489.012.004.005/YIE
Zonder de bijdrage van de eigen veehouderij voldoet ook deze locatie aan de WHO-advieswaarde. Ten aanzien van fijnstof kan geconcludeerd worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Van een beperkende werking door de komst van nieuwe RvR-woningen zal geen sprake zijn, aangezien de achtergrondconcentratie fijnstof in het hele plangebied ruimschoots onder de wettelijke norm ligt. Voor wat betreft het aspect endotoxinen kan geconcludeerd worden dat op alle locaties sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Net als bij fijnstof geldt dat de beoogde bedrijfswoning Kemphaanweg 3 niet beschermd tegen blootstelling van de ‘eigen’ veehouderij Kemphaanweg 1. Daarnaast bevinden de endotoxine concentraties op de overige planlocaties onder de gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine. Resumerend: binnen het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor geur, fijn stof en endotoxine. Van een ‘omgekeerde werking’ is geen sprake. Het bestemmingsplan is ten aanzien van de milieuaspecten geur, fijnstof en endotoxine uitvoerbaar.
Aldus gedaan te goeder trouw, naar beste kennis en wetenschap en met in acht name van alle aan ondergetekende bekende omstandigheden. Opgemaakt te Nijmegen,
Y.M.A. van Iersel
24
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
P197489.012.004.005/YIE
Bijlagen 1) Kaartenset
Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Pouderoyen BV
25
( !
Legenda
( ! ( !
! (
( ! ( !
plangebied en woningen
! (
! ( ( !
type veehouderij (BVB 2020)
( !
( !
( !
! ( ! (
! (
( !
! (
! ( ! (
! (
( !
! (
( !
! ( ! (
! (
! (
! (
( !
( !
( !
( !
( !
! (
! (
! ( ( !
! (
( !
( !
! (
melk- en overig rundvee vleeskalveren varkens pluimvee geiten nertsen gemengd paarden schapen overig
( !
< 70 Nge
( !
70 - 200 Nge
! (
>= 200 Nge
! (
( ! ( !
! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! ( ! (
( !
! (
( !
! ( Verzamelplan Bestemmingsplan Heeswijkse gebiedsgerichte aanpakAkkers Heeswijk-Dinther gemeente Asten ( !
( !
( !
Veehouderij omgeving plangebied
( !
( ! ( !
( ! opdrachtgever:
( ! 0
250
500 Meters
( ! ( !
P197489
( !
gemeente Asten
1 juli 2021
( !
( !
achtergrondbelasting (ou)
kans op geurhinder
0 - 3.0 3.1 - 7.4 7.5 - 13.1 13.2 - 20.0 20.1 - 28.3 28.4 - 38.5 38.6 - 50.7 >50.7
<5% zeer goed 5 - 10 % goed 10 - 15 % redelijk goed 15 - 20 % matig 20 - 25 % tamelijk slecht 25 - 30 % slecht 30 - 35 % zeer slecht >35 %5725BG5 extreem slecht
beoordeling leefklimaat
( !
5725RE1
( !
Legenda
5725RE4
bestemmingsplan
37,6
( !
bestemming wonen
( !
bestemming bedrijfswoning
5725RE6
bouwvlak wonen
5725BA31
veehouderij
nweg
( !
( !
Kemph aa
t raa tst ch e Sp
veehouderij (BVB 2020) agrarisch - agrarisch bedrijf
achtergrondbelasting geurhinder (Ou) Hol lide ewe g
19,3 Me ijels e we g
e kw be ag a Z
g
18,4
16,6 5725TN52A
16 15,8 ilwe g
( !
Kokmeeuwenweg
( !
16,6 16
15,2
( !
25 - 30
5 - 10
30 - 35
10 - 15
35 - 40
15 - 20
40 - 50
20 - 25
> 50
( !
Oo ru
5725TN52
15,3
0-5
Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak gemeente Asten
5725TW2
Achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder
14,7
opdrachtgever:
0
25 50
100
150
200
250 Meters
gemeente Asten P197489
1 juli 2021
( !
( ! (5725BE20 !
erw ek Ble
Legenda
eg
( ! ( !
( !
5725BE2
5725RD12
Ge vl
5725RE1
5725BE4
( !
( !
bestemmingsplan och tse baa n
5725BA31
( !
raa tst ch e Sp
nweg
( !
Kemp haa
( !
"
t
bestemming bedrijfswoning
5725RE4
bouwvlak wonen
"
5725BG5
bestemming wonen
veehouderij
5725RE6
( !
veehouderij (BVB 2020) agrarisch - agrarisch bedrijf
indicatieve geurhindercontouren* indicatieve geurhindercontour 5 ou vaste afstand contour 50m "
*gebaseerd op default Vstacks parameters voor staluitvoering en een ruwheid van 0.20
Hol lide ewe
g
"
voor geurhinder gevoelige objecten
"
"
ilwe g
5725TN52A
5725TN52
"
"
"
"
"
"
( !
5725RG45
bestaand voor geurhinder gevoelig object
vigerende geurnormen 5 Ou
"
10 Ou
"
( !
Kokmeeuwenweg
5725TM39A
5725TW2
( !
Goudplevierweg
( !
"
Oo ru
an eba and Gez
( !
" Me ijels e we g
Verzamelplan Bestemmingsplan Heeswijkse gebiedsgerichte aanpakAkkers Heeswijk-Dinther gemeente Asten
Indicatieve geurhindercontour 5 Ou opdrachtgever:
0
50
100
200
300 Meters
P197489
gemeente Asten
1 juli 2021
! ! achtergrondconcentratie fijn stof PM10 in 2019 (µg/m³)*
!
!
!
!
!
!
!
22 - 23
19 - 20
23 - 24
20 - 21
24 - 25
21 - 22
25 - 26
*Voor zeezout gecorrigeerde waarden, bron GCN, RIVM 2020
plangebied en woningen
! !
!
18 - 19
!
!
veehouderij !
!
!
!
!
!
! !
! !
!
!
!
! !
0
200
400 Meters
!
( ! ( !
( !
( !
Legenda
( !
e ek Ble
rw
Ge vlo ch
eg
( !
plangebied en woningen
tse ba an
( !
agrarisch - agrarisch bedrijf nweg
( !
Kemp haa
( ! ( ! M eij
els e
( ! we
g
( ! e Sp
raa tst ch
( !
indicatieve cumulatieve belasting fijnstof PM10 vanuit veehouderijbedrijven in omgeving plangebied (µg/m³)*
( !
t
( ! Me ijels ew
1-2
5 - 7.5
2-3
7.5 - 10
3-4
10 - 20
4-5
> 20
*gebaseerd op default Vstacks parameters voor staluitvoering en een ruwheid van 0.20
eg
Hol
lide ewe g
( !
veehouderij (BVB 2020)
( !
( !
( ! ! ( ( !
( !
Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak gemeente Asten
Goudplevierweg
n
Oo ru
ilwe g
( ! Kokmeeuwenweg
a eba and Gez
( !
Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof PM10 vanuit veehouderijbedrijven omgeving plangebied - huidige situatie vergund opdrachtgever:
0
50
100
200
300
400 Meters
P197489
gemeente Asten
1 juli 2021
( ! ( !
( !
( !
Legenda
( !
e ek Ble
rw
Ge vlo ch
eg
( !
plangebied en woningen
tse ba an
( !
agrarisch - agrarisch bedrijf nweg
( !
Kemp haa
( ! ( ! els e
( ! we
g
( ! e Sp
raa tst ch
indicatieve cumulatieve belasting fijnstof PM10 vanuit veehouderijbedrijven in omgeving plangebied (µg/m³)*
( !
Me ijels ew
1-2
5 - 7.5
2-3
7.5 - 10
3-4
10 - 20
4-5
> 20
*gebaseerd op default Vstacks parameters voor staluitvoering en een ruwheid van 0.20
eg
Hol
lide ewe g
( !
( !
t
( !
( ! ( !
Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak gemeente Asten
Goudplevierweg
n
Oo ru
( ! Kokmeeuwenweg
a eba and Gez
( !
ilwe g
M eij
veehouderij (BVB 2020)
Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof PM10 vanuit veehouderijbedrijven omgeving plangebied - beoogde situatie opdrachtgever:
0
50
100
200
300
400 Meters
P197489
gemeente Asten
1 juli 2021
( ! ( !
( !
( !
Legenda
( !
e ek Ble
rw
Ge vlo ch
eg
( !
plangebied en woningen
tse ba an
( !
agrarisch - agrarisch bedrijf nweg
( !
Kemp haa
( ! ( ! els e
( ! we
g
( ! ec Sp
( !
risicocontouren endotoxinen contour 30 EU / m³ (advieswaarde)
( !
indicatieve cumulatieve belasting > 30 EU / m³ (advieswaarde)
t
Me ijels ew
eg
Hol
lide ewe g
( !
a tra hts
( !
( ! ( !
Goudplevierweg
n
Oo ru
( ! Kokmeeuwenweg
a eba and Gez
( !
ilwe g
M eij
veehouderij (BVB 2020)
Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak gemeente Asten Risicocontouren volksgezondheid obv fijnstof emissie en omrekening naar advieswaarde voor endotoxine opdrachtgever:
0
50
100
200
300
400 Meters
P197489
gemeente Asten
1 juli 2021
Notitie beoordeling Stikstof Datum:
8 maart 2021
Project:
P197489.012.004 Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand
Auteur:
Y.M.A. van Iersel
Het planvoornemen voorziet in de herstructurering van het plangebied te Heusden de sloop van enkele verouderde agrarische bebouwing en realisatie van nieuwe woning, zoals verder in de notitie wordt vernoemd. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof aan de orde. In onderstaande notitie wil ik daar nader op ingaan.
Aanleiding Aanleiding voor deze notitie is de situatie die is ontstaan na de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019, waarin zij heeft geoordeeld dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, zoals een vergunning of een melding. Ook de “standaard grenswaarde” die in het PAS was opgenomen, kan nu niet meer worden gebruikt. Zo waren veel woningbouwprojecten tot voor kort voor het aspect stikstof vergunningsvrij en was ook een melding vaak niet nodig, omdat de extra stikstofemissies beperkt waren en de depositie onder de grenswaarde lag. Nu de landelijke grenswaarde onder de PAS niet meer kan worden gebruikt, is een stikstofbeoordeling en mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming voor heel veel activiteiten nodig is. Voor elke toename, hoe klein ook, is vooralsnog een eigen onderbouwing nodig. Voor ruimtelijke ontwikkelingen kan, naast een planologische titel en/of een omgevingsvergunning voor (o.a.) bouwen, ook een Wet natuurbescherming (Wnb) toestemming (o.a. i.v.m. stikstof) nodig zijn. Of er Wnbtoestemming vanwege stikstof nodig is, is afhankelijk van een stikstofberekening en/of een ‘voortoets’ (= milieukundig/ecologisch vooronderzoek). Het is niet zo dat nu voor ieder project een Wnb-toestemming nodig is.
Maar er is geen (generieke) drempelwaarde meer waaronder een vergunning niet nodig is. Dat moet nu per aanvraag beoordeeld worden. Dat is nodig bij planologische procedures (zoals een bestemmingsplan) en bij de verlening van een omgevingsvergunning (i.v.m. het zogenaamde ‘aanhaken’).
Pouderoyen BV
P197489.012.004.003/YIE, pagina 2 van 15
Ligging plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied ten oosten van de kern Heusden. Het plangebied betreft meerdere percelen gelegen aan de Kemphaanweg, Ooruilweg en Meijelseweg. Het plangebied bestaat uit een voormalig agrarische locaties, waar in totaal ca. 2800 m2 agrarische bebouwing gesloopt gaat worden.
Figuur 1
Luchtfoto’s van het plangebied
Voor het plangebied is het Natura 2000 gebied de ‘Groote Peel’ relevant, wat op ca. 1,3 kilometer gelegen is.
Figuur 2------ Plangebied en nabij gelegen Natura 2000 gebieden, plangebied bij 1
P197489.012.004.003/YIE, pagina 3 van 15
Het bouwplan In onderstaande inrichtingstekening is het planvoornemen schematisch weergegeven. Het bouwplan wordt per locatie kort toegelicht. Concreet bestaat het planvoornemen uit:
Het slopen van agrarische bedrijfsgebouwen te Meijelseweg 66a en te Ooruilweg 7 en 9; Het slopen van bestaande woning te Ooruilweg 7;
Het realiseren van 6 vrijstaande woningen;
Realisatie van hondenpension bij de woning Meijelseweg 39;
Figuur 3
Realisatiekaart
P197489.012.004.003/YIE, pagina 4 van 15
Toelichting per locatie Ooruilweg 7 De totale ontwikkeling bestaat uit het beëindigen van het agrarische bedrijf en slopen van 450 m2 agrarische opstallen. Op dit bouwvlak wordt de bestaande bedrijfswoning herbouwd als burgerwoning en wordt één Ruimte-voor-Ruimtewoning gebouwd met bestaand bijgebouw van 250 m2. Ooruilweg 9 De totale ontwikkeling bestaat uit het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 2.000 m2 agrarische opstallen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning herbestemd en word één Ruimte-voor-Ruimtewoning gerealiseerd. Meijelseweg ongenummerd Als onderdeel van de bebouwingsconcentratie langs de Meijelseweg wordt van één Ruimte-voorRuimtewoning toegevoegd op de hoogte van de Zaagbekweg. Meijelseweg 33 Het planvoornemen omvat het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 700 m2 agrarische opstallen. Daarnaast wordt de locatie bestemd tot woonlocatie en wordt het bestaande bijgebouw verbouwd en uitgebouwd. Meijelseweg 39 De bestaande bedrijfslocatie van een paardenkliniek maakt plaats voor de vestiging van een hondenkennel en -pension. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande bebouwing. Aan de achterzijde wordt de bedrijfsbestemming vergroot om de bestaande speelweide voor honden te reguleren.
Meijelseweg 66A De ontwikkeling betreft het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 750 m2 agrarische opstallen. De planologische mogelijkheid om een bedrijfswoning op te richten wordt ingevuld en bestemd als burgerwoning, met behoud van een bestaand gebouw van 500 m2 als bijgebouw bij de woning. Daarnaast worden twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen toegevoegd op dit bouwblok.
P197489.012.004.003/YIE, pagina 5 van 15
Opbouw stikstof toetsing Op basis van dit bouwplan zijn ten aanzien van het aspect stikstof verschillende fasen te onderscheiden: 1. Bestaande gebruiksfase: effecten ten aanzien van huidige gebruik; 2. Realisatiefase: tijdelijke effecten ten gevolge van sloop-, bouw- en aanlegactiviteiten; 3. Gebruiksfase: effecten voor onbepaalde tijd na ingebruikname van de nieuwbouw. Navolgend worden de stikstofrelevante activiteiten per fase beschreven. Daarbij is in eerste instantie de emissie als gevolg van de het planvoornemen in kaart gebracht. Dat wil zeggen de emissie die aan de orde is in de realisatiefase en de nieuwe gebruiksfase. Indien de emissie van stikstof in deze fases niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen natura 2000 gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ ha/ jaar), dan kan het planvoornemen doorgang vinden zonder vergunningsplicht ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Indien er door het planvoornemen wel een toename in de stikstofdepositie ontstaat op nabijgelegen Natura 2000 gebieden, dan kan er worden gekeken naar deze toename ten opzichte van de stikstofemissie in de huidige situatie. Er wordt dan een verschilberekening gemaakt tussen het huidige gebruik en de stikstofemissies in de realisatiefase en nieuwe gebruiksfase.
Mogelijk leidt dit per saldo niet tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Dit is het zogenaamde interne salderen. In het geval van intern salderen is er echter wel een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Daarom wordt er navolgend eerst gekeken of het planvoornemen zonder intern salderen tot een toename leidt van de stikstofdepositie.
Realisatiefase Alvorens in te gaan op de emissiebronnen in de realisatiefase is allereerst een analyse gemaakt van de maximale emissieniveaus waarop er nog geen stikstofdepositie plaatsvind op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Indien de emissie van het planvoornemen boven deze niveaus uitkomt dan leidt dit wel tot een toename in depositie op Natura 2000 gebieden. Voor het onderhavige plangebied zijn dit: