CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.06.07C Ruimtelijke onderbouwing Marktstraat 5 incl. bijlagen.pdf

Raadscommissie Ruimte 22 juni 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Voorontwerp bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2021-2' (opiniërend)27.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De doelen van het PMWP zijn:  Voldoende water voor mens, plant en dier  Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht)  Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s  Verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening Het waterbeheer voor het bebouwd gebied wordt gekenmerkt door het afkoppelen en vervolgens laten infiltreren van regenwater. Gemeenten dienen bij nieuwbouw en herstructurering 100% af te koppelen volgens de provinciale richtlijnen. Beleid gemeente Asten Het beleid van de gemeente Asten is dat bij nieuwbouwprojecten 100% van het regenwater dat valt op bebouwing en andere oppervlakteverhardingen van de gemeentelijke riolering afgekoppeld dient te worden. Tevens is in de bouwverordening opgenomen dat op eigen terrein hiervoor voorzieningen moeten worden getroffen. Bij nieuwbouw en bij herstructurering of renovatie van bestaande bebouwing dient het regenwater binnen de grenzen van doelmatigheid maximaal afgekoppeld te worden van het riool (droogweerafvoer). In het kader van de waterhuishouding dient nagegaan te worden hoe met regenwater en afvalwater wordt omgegaan in het plangebied. Het waterschap AA en Maas en de gemeente Asten eisen een scheiding van beide waterstromen. Voor het regenwater is het principe: vasthouden, bergen en dan pas afvoeren.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

27

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

1. Waterbergingsopgave. De afvoer van het hemelwater van de nieuwe woningen wordt geborgen op eigen terrein. Het (horizontaal gemeten) dakoppervlak bedraagt circa 195 m2. Op basis van het toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis van 60 mm bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied als gevolg van het dakoppervlak circa 12 m3 (195 m2 x 0,060 m). De civieltechnische uitwerking van de afwatering en de te creëren berging zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente Asten bij de verdere uitwerking van het plan. De voorziening moet aan de volgende eisen voldoen:  Controleerbaar op werking (dus zichtbaar of toegankelijk).  Mogelijkheid tot reinigen, inspectie en onderhoud.  De afvoer uit een voorziening naar oppervlaktewater of riolering mag maximaal 2 l/s/ha zijn.  De voorziening moet binnen 5 dagen leeggelopen zijn (bij maximaal 2 mm neerslag per etmaal) door afvoer en/of infiltratie in de bodem.  De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG).  De verwerking van het hemelwater moet altijd zodanig ontworpen worden dat het bijdraagt aan het verminderen van piekafvoeren en niet leidt tot wateroverlast.  De waterbergingsvoorziening moet 60mm per m2 verhard oppervlak (dak en verharding) kunnen bergen, oftewel 60 liter per m2 verhard oppervlak.

Hierbij worden groene daken niet gezien als verhard oppervlak en half verharding wordt wel gezien als verhard oppervlak, tenzij aangetoond wordt (incl. aanleg- en onderhoudsvereisten) dat de half verharding ook op lange termijn gedeeltelijk als onverhard functioneert.  De aanwezigheid van een overloopvoorziening (indien mogelijk bovengronds) voor de afvoer van water bij hevige buien als de voorziening vol is, is zo ontworpen dat deze wateroverlast voorkomt. 2. Riolering. Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater toenemen. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er 4 woningen worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 1200 liter per dag. Het plan hoeft niet aangemeld te worden bij het Waterwetloket ter verkrijging van een positief wateradvies vanwege de beperkte omvang. De gemeente Asten is in deze derhalve de toetsende instantie.

Geconcludeerd kan worden dat realisering van het project niet belemmerd wordt vanuit het aspect water.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

28

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

4.8.

Flora- en fauna

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse van het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming (flora en fauna). Inzichtelijk moet gemaakt worden of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden en soorten en wordt aangegeven welke stappen doorlopen dienen te worden als natuurwaarden mogelijk in het geding komen. Het plan dient derhalve getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (Wn) en het provinciale gebiedsbeschermingsregime in de ‘Interim Verordening Ruimte Noord-Brabant’. Gebiedsbescherming Afwegingskader Wet natuurbescherming Het projectgebied maakt geen deel uit van een Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied. Het projectgebied is gesitueerd op circa 6 kilometer afstand van de Natura 2000-gebieden 'Strabrechtse Heide & Beuven' en Groote Peel. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Directe aantasting en verstoringsfactoren als gevolg van de realisering van het plan zijn gezien de zeer ruime afstand tot aan de Natura 2000-gebieden 'Strabrechtse Heide & Beuven' en “Groote Peel” uitgesloten.

Daarnaast worden indirecte effecten, zoals een toename van stikstofdepositie of drastische grondwaterstanddaling, gezien de bouw van slechts vier woningen niet verwacht. Gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor de bouw van de vier appartementen.

Figuur 21: Ligging Natura 2000 gebieden nabij het plangebied

Interim Verordening Ruimte Noord-Brabant De provinciale groenstructuur is vastgelegd in de ‘Interim Verordening Ruimte NoordBrabant’ door middel van het Natuur Netwerk Brabant (NNB), de Groenblauwe Mantel en het attentiegebied Natuur Netwerk Brabant.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

29

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) of een ecologische verbindingszone (EVZ). De dichtstbijzijnde onderdelen van het NNB liggen beiden op ongeveer 1 kilometer ten noordwesten (rondom de Dijkstraat) en ten zuidoosten van het besluitgebied (oostelijk van de Polderweg). Dit betreffen Droog bos met productie) Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de huidige staat van het NNB/EVZ niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB/EVZ wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen de Groenblauwe mantel.

Figuur 22: Ligging plangebied ten opzichte van het natuurnetwerk en verbindingszones

Ter onderbouwing van de natuurwaarden is een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd door Archimil B.V. De rapportage is ingesloten als bijlage 3 en bekend onder rapportnummer 3616R001-5 d.d. 23 december 2020 met de volgende conclusies:  Op de locatie is geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen activiteit.  Ook worden, op basis van het gebruik van de locatie en de directe omgeving, geen beschermde flora en fauna verwacht. Opgemerkt wordt dat het onderzoek is uitgevoerd buiten de broedperiode van de huismus en gierzwaluw. Aan de achterzijde van het pand zijn enkele potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen.  Ter plaatse zijn geen aanwijzingen gevonden welke duiden op de daadwerkelijke aanwezigheid van vleermuizen.  Bij de bouw dient voorkomen te worden dat bouwlampen voor lichtverstoring voor foeragerende vleermuizen zorgen. Stikstofdepositie Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 dient het effect van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt te worden. Na de uitspraak van de Raad van State mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten worden gebruikt. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast.

De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen i.v.m. de realisatie van het plan. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. Uitgaande van gasloos bouwen behoeft volgens de “Handreiking woningbouw en AERIUS, januari 2020” geen emissie-berekening uitgevoerd te worden. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

30

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) vinden derhalve in de gebruiksfase enkel plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. Hiervan kan gesteld worden dat als gevolg van de planwijziging het uitgesloten is dat de verkeersaantrekkende werking van de 4 nieuwe woningen tot een significante toename in de stikstofdepositie zal leiden. De verkeersaantrekkende werking van 4 woningen bedraagt maximaal 32 motorvoertuigen (volgens de CROW-publicatie 381) per etmaal. Op basis van de tabel indicatieve depositie uit de "Handreiking woningbouw en Aerius" van de rijksoverheid https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/ 2020/02/Handreiking-woningbouwen-AERIUS.pdf kan gesteld worden het project voor 4 woningen geen depositie zal veroorzaken bij de gebruiksfunctie op de natuurgebieden die op 6 km afstand gelegen zijn. Vanwege de afstand tot Natura-2000 zal een aanvullende berekening echter geen stikstofdepositie opleveren. Op basis van het bovenstaande blijkt dat er voor het aspect stikstof geen belemmeringen zijn voor het vaststellen en realiseren van het plan. Soortenbescherming Het plangebied ligt in stedelijke bebouwing, omsloten door verhardingen en wegen en grenst aan verkeersluwe wegen. Op grond van de ligging en het aangetroffen habitat is de aanwezigheid van een groot aantal beschermde soorten op voorhand uit te sluiten.

Aan de achterzijde van het pand zijn enkele potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Ter plaatse zijn geen aanwijzingen gevonden welke duiden op de daadwerkelijke aanwezigheid van vleermuizen. Bij de bouw van de woningen worden geen beschermde planten of dieren verstoord. Soortenbescherming vormt geen belemmering voor de bouw van de vier woningen. Geconcludeerd kan worden dat het project niet belemmerd wordt door de gebiedsbescherming en de soortenbescherming in het kader van flora en fauna. 4.9.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling / m.e.r.-plicht

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen. Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Onderhavig plan voorziet in een woningbouwontwikkeling. Woningbouwontwikkelingen zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r., nummer 11.2. In geval van woningbouw is een (indicatieve) drempelwaarde opgenomen van >2000 woningen. Dit plan voorziet in de ontwikkeling van 4 woningen, gelegen aan de Markstraat 5 in de kern van Asten, omringd door woningen (binnenstedelijk gebied).

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

31

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Deze woningbouwontwikkeling ligt ver beneden de genoemde drempelwaarde. Ook gezien de in deze toelichting beschreven milieu-aspecten in de hoofdstukken van deze ruimtelijke onderbouwing wordt geconcludeerd dat er géén sprake is van significante effecten, die een m.e.r.-aanmeldnotitie / m.e.r.-plicht noodzakelijk maken.

4.10.

Economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: het kostenverhaal anderszins is verzekerd; en het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is; óf in de volgende bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen: het totaal der exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000; óf er zijn geen verhaalbare kosten als bedoeld in het besluit ruimtelijke ordening (Bro); óf de verhaalbare kosten als bedoeld in het Bro betreffen uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen. Voorliggend plan heeft betrekking op een initiatief voor de realisatie van 4 appartementen. Ten behoeve van de planning van de bestemmingsplanprocedure, het kostenverhaal (plankosten) en het risico op planschade zal met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten worden.

In artikel 6.1 sub 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat indien een belanghebbende ten gevolge van een planologische wijziging schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel tot zijn last behoort te blijven, de gemeente op aanvraag een schadevergoeding kan toekennen. In de anterieure overeenkomst is het aspect planschade vastgelegd, waarin bepaald is dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer zal zijn.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

32

PROCEDURE EN OVERLEG

5.

PROCEDURE EN OVERLEG

5.1.

Procedure

Deze ruimtelijke onderbouwing wordt toegevoegd aan een verzamelbestemmingsplan dat de gemeente Asten in procedure zal brengen. Na afloop van de bestemmingsplanprocedure kan de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen regulier worden afgehandeld. 5.2.

Vooroverleg

Het vooroverleg wordt gevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure voor het veegplan. Met de directe buren/aanwonenden is het plan besproken. Het verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage 4 ingesloten. 5.3.

Planmethodiek en verbeelding

In het nieuwe verzamelbestemmingsplan wordt aan het onderhavige perceel een aantal woontitels toegevoegd met passende bouwregels voor maximale goothoogte, nokhoogte en bouwlagen. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt toegevoegd aan de toelichting van het nieuwe bestemmingsplan.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

33

CONCLUSIES

6.

CONCLUSIES

6.1.

Inleiding

In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing zijn de specifieke omstandigheden beschreven en de mogelijke belemmeringen onderzocht van de realisering van 4 appartementen aan de Marktstraat 5 te Asten. Afsluitend worden de effecten van het project beschreven met:  ruimtelijke gevolgen en afweging;  conclusie. 6.2.

Ruimtelijke gevolgen en afweging

De gewenste ontwikkeling betreft het realiseren van vier appartementen op het perceel Asten sectie C nr. 4130. Voor het Rijksbeleid is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij het ruimtelijke besluit van toepassing. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking levert op dat er sprake is van een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte door binnen het bestaand stedelijke gebied te intensiveren t.b.v. een woonsegment waaraan behoefte is. De Ladder voor duurzame verstedelijking behoeft niet te worden doorlopen voor het project nu het handelt om slechts vier appartementen. Door de ligging in het bebouwd gebied van Asten is er geen provinciaal belang bij de ontwikkeling van het appartementencomplex. Inhoudelijk bestaat er met het Provinciaal Beleid geen strijdigheid. Voor de gemeentelijke kaders bestaat er strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan “Asten Centrumgebied”, vanwege de afwijking met de bouwregels van de bestemming “woongebied”. Het bouwplan is in voldoende mate stedenbouwkundig onderbouwd. Het geldende bestemmingsplan biedt geen basis om medewerking te verlenen.

Vanuit de beschreven planologisch relevante aspecten zijn geen belemmeringen aanwezig voor realisering van het project en andersom worden de bestaande waarden en de ruimtelijke structuur niet onevenredig aangetast, met de volgende conclusies:  Voor het aspect “bodemkwaliteit” is met een verkennend bodemonderzoek in voldoende mate onderbouwd dat de realisering van de 4 appartementen milieutechnisch verantwoord is.  Voor het aspect “geluid wegverkeerslawaai” is het plan is gelegen in de (verkeersluwe) zone van de Marktstraat en de Kleine Marktstraat. De Marktstraat is eenrichtingsverkeer en kent een snelheidsregime van 30 km/uur en de Kleine Marktstraat is alleen toegankelijk voor bestemmingsverkeer en zijn dus niet. Geconcludeerd kan worden dat het plan akoestisch niet belemmerd wordt.  Voor het aspect “milieuzonering” dient geconcludeerd te worden dat in de nabijheid van het plangebied geen bedrijven dan wel inrichtingen gesitueerd zijn die een belemmering vormen voor de realisatie van de woningen en anderzijds worden de bestaande bedrijven niet beperkt in hun vergunde situatie. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

34

CONCLUSIES

 Door de beperkte omvang van het plan met slechts 4 appartementen vormt het aspect “luchtkwaliteit” geen belemmering voor de realisering van het plan.  Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour of een invloedsgebied van een risicovolle inrichting, spoorweg, vaarweg of buisleiding. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied voor toxische vloeistoffen en gassen als gevolg van transport op de snelweg A67. Daarom is een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven.  Op grond van de berekende parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van 4 appartementen is gebleken, dat met 2 te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein en de overige 4 parkeerplaatsen in de openbare ruimte in de extra parkeerbehoefte voorzien kan worden. Het aspect infrastructuur vormt op grond van het bovenstaande geen belemmering voor realisering van het project.  Uit de nadere onderbouwing van het aspect “water” is gebleken dat infiltratie van het hemelwater op het perceel mogelijk is en dat de waterberging gerealiseerd zal worden met een infiltratievoorziening op eigen terrein.  Voor het aspect “flora en fauna” is met een Quickscan Flora en Fauna in voldoende mate onderbouwd dat de realisering van de 4 appartementen verantwoord is. Er kan voor het plangebied worden geconcludeerd, dat vanuit de gebieds- en soortenbescherming geen belemmeringen aanwezig zijn.

 Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is gezien de omvang van het plan niet aan de orde.  De economische uitvoerbaarheid van het plan en het mogelijke verhaal van planschadekosten is voldoende afgezekerd met een overeenkomst tussen de gemeente Asten en de initiatiefnemer. 6.3.

Conclusie

Alles overwegende dient geconcludeerd te worden dat aan het project medewerking verleend kan worden vanwege het feit dat er geen negatieve consequenties voor de directe omgeving optreden en het project uit ruimtelijk-planologisch oogpunt aanvaardbaar is. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

35

7.

BIJLAGEN

Bijlage 1: Definitief ontwerp d.d. 30-09-2020, SAND - studio voor architectuur Bijlage 2: Verkennend Bodemonderzoek Marktstraat 5 te Asten, Archimil B.V. (Afdeling Bodem en Bouwstoffen), rapportnummer 3616R001-4 d.d. 23 december 2020 Bijlage 3: Rapportage Quickscan Flora en Fauna Marktstraat 5 te Asten, Archimill B.V. (Afdeling Ecologie), rapportnummer 3616R001-5 d.d. 23 december 2020 Bijlage 4: Verslag omgevingsdialoog d.d. 21 mei 2021

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

36

Bodem en Bouwstoffen

Verkennend Bodemonderzoek Marktstraat 5 Asten rapport 3616R001-4

datum: opdrachtgever:

23 december 2020 M.J.T. Koolen Beheer B.V., Moussaultstraat 9, 5721 KE ASTEN.

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

I

VERANTWOORDING

P. Heesakkers Adviseur

Ing. B. van den Bosch Teamleider

Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818 – Faxnr. 0493-671800, Email: info@archimil.nl Archimil BV, Laagheidehof 5, 5804 XB Venray, telnr. 0478-515736 Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

II

SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘Circulaire Bodemsanering 2013’ en het ‘Besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Marktstraat 5 te Asten is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Asten

Adres

Marktstraat 5 te Asten

Kadastraal

Sectie: G

Nr: 4411

Coördinaten

X: 179.966

Y: 379.447

Oppervlakte onderzoekslocatie

254 m2

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie als nietverdacht beschouwd. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie onverdacht uit de NEN 5740. Uit het onderzoek volgt dat in de bovengrond plaatselijk lichte bijmengingen met puin of baksteen zijn aangetroffen. De bijmengingen worden, gelet op de leeftijd van de bebouwing, als historisch beschouwd. De zwak puinhoudende grond uit de bovenlaag (0,04-0,58 m-mv) is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK’s. De grond uit de onderlaag (0,5-2 m-mv) is zeer licht verontreinigd met kwik. Het grondwater is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De hypothese niet-verdachte locatie kan voor het grondwater worden aangenomen en dient voor de boven- en ondergrond formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten.

Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat er ons inziens, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld hoeven te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie; Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

III

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1

2

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1 GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2 HUIDIG EN VOORMALIG BODEMGEBRUIK ........................................................................................ 3 2.2.1 Bodemonderzoeken........................................................................................................... 4 2.3 TOEKOMSTIG GEBRUIK .............................................................................................................. 6 2.4 BODEMOPBOUW EN (GEO-)HYDROLOGIE ......................................................................................... 7 2.4.1 Algehele bodemkwaliteit................................................................................................... 7 2.4.2 PFAS................................................................................................................................ 8 2.5 CONCLUSIE VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 8

3

OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK.......................................................................... 9 3.1 3.2 3.3

OPZET BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 9 ANALYSEPAKKETTEN ................................................................................................................ 9 UITVOERING BODEMONDERZOEK .................................................................................................. 9

4

WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................11

5

RESULTATEN...............................................................................................................................12 5.1 VELDWERK GROND .................................................................................................................. 12 5.2 AANPASSING ONDERZOEKSOPZET .............................................................................................. 12 5.3 VELDWERK GRONDWATER ........................................................................................................ 12 5.4 ANALYSERESULTATEN ............................................................................................................. 12 5.4.1 Grondmengmonsters ....................................................................................................... 13 5.4.2 Grondwatermonsters ...................................................................................................... 13

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................14

TABELLEN ...........................................................................................................................................15 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 .................................................................................................................. vooronderzoek Bijlage 3 ............................................................................................................locatie en boringen Bijlage 4 ........................................................................................................................ boorstaten Bijlage 5 ............................................................................................................. analyseresultaten Bijlage 6 ........................................................................................................................ referenties

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

1

1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK

In verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de locatie aan de Marktstraat 5 te Asten is door M.J.T. Koolen Beheer B.V. schriftelijk opdracht verleend om een verkennend bodemonderzoek op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 [2] conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek [3]. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013 [8]. Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3.

In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van de resultaten gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de gevonden resultaten besproken zullen worden. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies besproken en worden enkele aanbevelingen gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersoon voor de opdrachtgever was de heer Koolen.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

2

Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

2

3

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Hiervoor worden de volgende informatiebronnen geraadpleegd: milieuvergunningdossiers, archief bodemonderzoeken, etc. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt het veld- en chemisch onderzoek goed voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook worden de resultaten van het vooronderzoek gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

2.1 Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht:

Gemeente

Asten

Adres

Marktstraat 5 te Asten

Kadastraal

Sectie: G

Nr: 4411

Coördinaten

X: 179.966

Y: 379.447

Oppervlakte onderzoekslocatie

254 m2

Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2 Huidig en voormalig bodemgebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het historische centrum van Asten en is momenteel in gebruik als voormalige groentewinkel met bovenwoning en met tegels verhard buitenterrein. Het pand is voorzien van een plat dak met regengoten.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

4

Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Op de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen olietanks in of op de bodem gelegen. Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging. Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl en kaart J. Kuyper) blijkt dat de locatie in 1868 al reeds bebouwd was. Uit gegevens van BAG volgt dat de huidige bebouwing omstreeks 1900 is gebouwd.

Omstreeks 1930

1967

1993

2015

2.2.1 Bodemonderzoeken In het archief van de gemeente Asten noch in het eigen archief van Archimil zijn gegevens bekend van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op deze locatie. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Koningsplein Ter plaatse van het Koningsplein en de directe omgeving is door Grontmij in 1999 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in rapport 31.9764.2, Grontmij, d.d. 22-11-1999. De aanleiding voor het onderzoek was de geplande reconstructie van het Koningsplein en de aangelegen wegen en riolering. In de bovengrond werd destijds een lichte verontreiniging met chroom aangetroffen. De ondergrond bleek niet verontreinigd te zijn met een van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met arseen. Voor

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

5

deze verontreinigingen waren geen duidelijke bronnen aanwezig. Ze zijn beschouwd als verhoogde achtergrondwaarden. Markt eo. In 2010 is, voor de vervanging van de riolering en de reconstructie van de verhardingen, een bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 0302R109-4, Archimil, d.d. 4 maart 2010). Uit de rapportage volgt dat plaatselijk zwakke tot sterke bijmengingen met puin zijn aangetroffen. Bij boring 401 (binnen de bekende verontreinigingscontour van ‘garagebedrijf de Wit’) is van 1,05 tot 3,30 m-mv (einddiepte boring en grondwaterstand) een zwakke tot matige oliegeur en oliewaterreactie waargenomen. Nabij de huidige onderzoekslocatie is boring 403 gesitueerd. In de bovengrond zijn sporen puin aangetroffen. De bovengrond van boring 403 is opgenomen in een mengmonster van de puin-houdende bovengrond. Het mengmonster was licht verontreinigd met zink en minerale olie. De mengmonsters van de zintuiglijk niet-puinhoudende bovengrond en de ondergrond waren destijds niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Stomerij Aan de Burgemeester Wijnenstraat 12 is sinds 1973 een stomerij gevestigd geweest. Ter plaatse is een verontreiniging van de grond geconstateerd met per. Circa 16 m3 grond bleek tot boven de interventiewaarde verontreinigd te zijn. Circa 3000 m3 grondwater wass tot boven de interventiewaarde verontreinigd met per.

Circa 9000 m3 grondwater was licht verontreinigd met per. Ook zijn verontreinigingen met dichloormethaan en trichloorethaan aangetoond in het middeldiepe grondwater (14-15 m-mv). Circa 1500 m3 grondwater in het middeldiepte grondwater was tot boven de interventiewaarde verontreinigd met deze stoffen en circa 2000 m3 was tot boven de streefwaarde verontreinigd. Garagebedrijf De Wit Ten noorden van de locatie ligt tevens het voormalig garagebedrijf de Wit. In de periode 1920-1986 is hier een tankstation gevestigd geweest. In de periode 1986-heden zijn hier een groot aantal onderzoeken uitgevoerd door verschillende bureaus. Ter plaatse is een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in grond en grondwater aangetroffen. In 1989/1990 heeft een drijflaagsanering plaatsgevonden waarbij circa 19 ton puur product is verwijderd. In 2010 was nog circa 2700 m3 grondwater sterk verontreinigd met minerale olie. Ook werd een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEX) in het grondwater aangetroffen tot een diepte van meer dan 50 m-mv. Minimaal 38.500 m3 grondwater was sterk verontreinigd met BTEX en minimaal 750.000 m3 grondwater was licht verontreinigd met BTEX. Over de oorzaak van de verontreiniging bestaan meningsverschillen. De oliemaatschappij stelt dat de aanwezige verontreinigingen niet te wijten zijn aan de pompstation activiteiten.

Het gerucht gaat dat deze verontreiniging in de oorlog bij een bombardement zou zijn ontstaan. Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

6

Sanering stomerij en de Wit Voor de locaties de Wit en de naastgelegen stomerij is in 2009 door Grontmij een saneringsplan opgesteld, momenteel (2010). Als terugsaneerwaarden geldt voor de bovengrond (tot 1,0 m-mv) de klasse Wonen. Voor de ondergrond en het grondwater geldt de interventiewaarde. Door de diepte van de verontreiniging zal na afloop van de sanering de locatie voldoen aan trede 3 (grote restverontreiniging) van de saneringsladder. Het uiteindelijke saneringsresultaat dient een stabiele eindsituatie te zijn, waarbij zonder actieve zorgmaatregelen: * geen verdere verspreiding optreedt; * geen risico’s (humaan, ecologisch) aanwezig zijn; * geen kwetsbare objecten worden bedreigd; In 2013 is, voor de gewenste herontwikkeling van de locatie, een grond-sanering uitgevoerd, welke is geëvalueerd door Promeco BV (rapport 181213-GN, d.d. 18 december 2013). Uit de saneringsevaluatie volgt dat in de putbodems (4,5-5,5 m-mv) overwegend een sterke restverontreiniging met benzeen, tolueen en xylenen (som) is achtergebleven. In de putwanden was geen sprake van een overschrijding van de terugsaneerwaarden.

Nadien is door Tritium en Promeco een grondwatermonitoring uitgevoerd. Op 27 maart 2020 is door Promeco een evaluatie ingediend van de grondwatersanering (rapport 010619-AN, d.d. 27 maart 2020). Uit de evaluatie volgt dat in het middeldiepe grondwater, op ca 10 m – mv, een restverontreiniging met vluchtige aromaten (vnl. benzeen) en met vluchtige chloorkoolwater-stoffen (vnl. tetrachlooretheen) is achtergebleven. De omvang van de restverontreiniging in het grondwater bedraagt ca. 700 m2. De restverontreiniging wordt begrenst door een slecht doorlatende leemlaag. Gelet de op de grondwaterstroming (noordwestelijk) hebben de activiteiten geen negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. 2.3 Toekomstig gebruik Ter plaatse van het onderzoeksterrein zal in de nabije toekomst een herontwikkeling plaatsvinden. De bestaande bebouwing zal worden vervangen door een appartementencomplex met parkeerplekken en bergingen.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

7

2.4 Bodemopbouw en (geo-)hydrologie Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging gelijk aan ca. 26,7 m + N.A.P. De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A. Figuur A: opbouw ondergrond.

Formatie van Boxtel Formatie van Beegden Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy

Zwak siltig fijn tot matig grof zand Zandige leem tot grind, uitkomst van Maasafzettingen Grof zand en grind Uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselijke leem, grind en kleilagen

De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 3,5 m-mv. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal noordwestelijk gericht. Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6]. 2.4.1 Algehele bodemkwaliteit De gemeente Asten maakt geen gebruik van een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart. De gemeente Asten maakt wel gebruik van een bodemfunctieklassenkaart (juni 2009). De locatie bevindt zich in de zone bestaande woongebieden. Opgenomen is dat in deze zone overwegend sprake is van de kwaliteitsklasse wonen. Van de regio zuidoost Brabant, noord- en midden Limburg is bekend dat er zich verhoogde achtergrondwaarden aan zware metalen in het grondwater manifesteren. Deze zijn enerzijds toe te schrijven aan uitloging uit deze verhardingen van zinkassen en depositie van zware metalen door het productieproces van deze zinkassen in de fabriek in Budel-Dorplein (diffuse verontreinigingen). Wanneer dit het geval is op een locatie zal de stof zink overheersen bij de verontreinigingen. Een andere bron van verontreiniging met zware metalen in het grondwater zijn de chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opkwelt. Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terechtkomen.

Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

8

2.4.2 PFAS In het rapport “Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” 2 is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie van herkomst is geen sprake van een bronlocatie. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFASverbindingen1 en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. Door het ministerie is een tijdelijk handelingskader PFAS opgesteld (versie 2 juli 2020) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 µg/kgds (PFOA) danwel 1,4 µg/kgds (overige PFAS) is vastgesteld 3. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Brabant hebben eind 2019 tijdelijke lokale achtergrondwaarden opgesteld welke, zolang een gemeente geen bodemkwaliteitskaart heeft, gebruikt kunnen worden als toepassingsnorm voor de ontvangende bodem 4. Hierin is ondermeer een lokaal verhoogd gehalte PFOA vastgesteld van 1,1 µg/kgds. 1

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/grond-bagger/handelingskader-pfas/tijdelijk/ https://www.expertisecentrumpfas.nl/images/Handelingskader/DDT219-1-18-008.228-rapd-Voorkomen_PFAS_in_Nederland__deelrapport_B_Verdachte_locaties_-_definitief.pdf 3 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2020/07/03/bijlage-geactualiseerd-tijdelijkhandelingskader/bijlage-geactualiseerd-tijdelijk-handelingskader.pdf 4 https://odzob.nl/file-download/download/public/1570 2

2.5 Conclusie vooronderzoek Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Op basis van bovenstaande gegevens kan de locatie, ondanks zijn historie, vooralsnog als onverdacht worden beschouwd. In de bovengrond kunnen, gezien de historie, diffuus verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK’s worden aangetroffen. In het grondwater is diffuus verontreinigd met zware metalen. Op basis van de historische informatie is er vooralsnog geen aanleiding om een overschrijding van de normen uit het Tijdelijke handelingskader voor PFAS te verwachten. Onderzoek dient plaats te vinden conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit NEN 5740. In bijlage 3 is een tekening van de geografische afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek opgenomen.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

3

9

OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK

3.1 Opzet bodemonderzoek Conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit de NEN 5740 worden verspreid over de onderzoekslocatie onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen Boring tot 0,5 m 2

En boring tot grondwater 1) 1

Aantal te analyseren (meng)monsters. En boring met peilbuis 1

Grond Bovengrond 1

Grondwater Ondergrond

1

1

1) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.

Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden tot de freatische grondwaterspiegel representatieve monsters genomen. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon. In bijlage 3 is een situatieschets opgenomen waarin de plaatsen van de boringen en de peilbuizen zijn aangegeven. 3.2 Analysepakketten De toegepaste NEN-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7) Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (GC), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOCl (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform

Ter bepaling van de achtergrond- en interventiewaarden wordt tenminste één representatief grond(meng)monster onderzocht op het gehalte aan lutum en organisch stof. 3.3 Uitvoering bodemonderzoek De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4]. De activiteiten bestaan uit: 1. het uitvoeren van een globale locatie-inspectie; 2. het verrichten van de boringen en 3. het plaatsen van de peilbuis; 4. het bemonsteren van de grond en het grondwater; 5. visueel en organoleptisch onderzoek van de monsters.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

10

De grondboringen worden voor zover mogelijk met handkracht uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van een ongelakte Edelmanboor met een diameters van 6 tot 12 cm. Er wordt voor zover mogelijk geen werkwater gebruikt. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt. Voor het plaatsen van de peilbuis wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind. Het nietgeperforeerde gedeelte wordt met de oorspronkelijke grond omstort. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 50 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4].

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

4

11

WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE

Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht: - de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; - de interventiewaarde (I) geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent is; - de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort.

Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; - matig verontreinigd concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd concentratie hoger dan de interventiewaarde. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de Regeling Uniforme Saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdKM) en wonen met siertuin (ABdK-S). Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit. Voor asbest is alleen een interventiewaarde vastgesteld, er is geen achtergrondwaarde vastgesteld.

De interventiewaarde voor vaste bodem ligt op 100 mg/kgds (concentratie serpentijn plus 10 x concentratie amfibool). De interventiewaarde is gelijk aan de hergebruikswaarde voor asbest in puin.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

5

12

RESULTATEN

5.1 Veldwerk grond Op 3 december 2020 is peilbuis 101 geplaatst. De grondmonsters zijn op 16 december 2020 genomen. De werkzaamheden zijn, onafhankelijk van de opdrachtgever, uitgevoerd door de heer J. Timmermans (erkend monsternemer SIKB 2001). Voor een beschrijving van de opgeboorde grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Bij geen van de monsters is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen. In de bovengrond zijn zwakke bijmengingen met baksteen of puin aangetroffen. Zintuiglijk zijn geen bijmengingen met asbest aangetroffen in of op de bodem. Gelet op de historie van het pand (bouwjaar omstreeks 1900) wordt aangenomen dat de bijmengingen met puin vóór 1945 in de bodem terecht zijn gekomen en derhalve niet als verdacht voor asbest behoeven te worden beschouwd. 5.2 Aanpassing onderzoeksopzet Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is er geen noodzaak tot aanpassing van de geplande onderzoeksopzet gebleken. 5.3 Veldwerk grondwater De peilbuis is op 3 december 2020 geplaatst en voorgepompt. Het grondwater is op 16 december 2020 nogmaals voorgepompt en vervolgens bemonsterd door de heer J. Timmermans (erkend monsternemer SIKB 2002). De in het veld bepaalde gegevens met betrekking tot het grondwater staan vermeld in het volgende overzicht: Peilbuis nr.

Filterstelling (m-mv)

Datum

Gw-stand (m-mv)

pH

Ec (µS/cm)

Troebelheid (FTU)

Opmerkingen

101.1

4,05 – 5,05

16-01-2020

3,46

7.44

443

31.12

geen

Wanneer een watermonster troebel is (> 10 FTU), dus losgespoelde gronddeeltjes bevat, is er een kans dat er gronddeeltjes worden geanalyseerd in plaats van het grondwater. (An)organische stoffen (die zich hebben gehecht aan de gronddeeltjes) kunnen daardoor de analyseresultaten beïnvloeden.

5.4 Analyseresultaten De resultaten van de analyses van de grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn weergegeven in de tabellen. Tevens zijn de analyserapporten opgenomen in bijlage 5.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

13

5.4.1 Grondmengmonsters Van de grondmonsters zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen twee mengmonsters samengesteld welke zijn onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grond. Mengmonster bg og

Monsters (cm-mv) 101A: 4-50, 102: 4-50, 104: 4-54, 105: 8-58 101A: 50-100 & 100-150 & 150-200, 102: 140-190

Analyseresultaat Zink (170), PAK (7,2) >MWW Cadmium, koper, kwik, lood >AW Kwik >AW

Bodemkwaliteit Klasse Industrie Achtergrondwaarden (gehalte <2x AW)

De lichte verhogingen met zware metalen en PAK’s kunnen worden gerelateerd aan de bijmengingen met puin en baksteen. Bekend is in het historische centrum van Asten licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK’s kunnen worden aangetroffen. Gelet op de beperkte overschrijding van de achtergrondwaarde en het diffuse karakter achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk. 5.4.2 Grondwatermonsters Het grondwater is onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel zijn de getoetste resultaten weergegeven. Peilbuis 101.1.1

Filtertraject (m-mv) 4,05 – 5,05

Analysepakket Standaardpakket

Analyseresultaat <streefwaarde

Uit de toetsingstabel volgt dat het grondwater niet verontreinigd is met één van de componenten uit het standaardpakket.

Foto van de onderzoekslocatie – d.d. 16 december 2020 Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

6

14

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Marktstraat 5 te Asten. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. 2. 3. 4. 5.

In de bovengrond zijn plaatselijk lichte bijmengingen met puin of baksteen aangetroffen. De bijmengingen worden, gelet op de leeftijd van de bebouwing, als historisch beschouwd. De zwak puinhoudende grond uit de bovenlaag (0,04-0,58 m-mv) is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK’s. De grond uit de onderlaag (0,5-2 m-mv) is zeer licht verontreinigd met kwik. Het grondwater is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De hypothese niet-verdachte locatie kan voor het grondwater worden aangenomen en dient voor de boven- en ondergrond formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten.

Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1. 2.

3.

Archimil BV

Ons inziens behoeven er, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie; De lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK’s in de bovengrond vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering [8]. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar; Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

15

TABELLEN

Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook. Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3616r001 vbo Marktstraat 5, Asten

Analyse

Eenheid

16-12-2020 Jan Timmermans 2020203302 16-12-2020 21-12-2020

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

11771338

bg, 101A: 4-50, 102: 4-50, 104: 4-54, 105: 8-58

Eindoordeel:

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88 210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

85,7 2,5 97 3,6

85,7 2,5

88 0,47 <3,0 24 0,28 <1,5 5,8 110 170

284,2 0,7723 6,283 46,3 0,3906 1,05 14,93 166,7 368,7

Industrie

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

<3,0 <5,0 <5,0 19 8,4 <6,0 36 Zie bijl.

8,4 14 14 76 33,6 16,8 144

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0196

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 0,36 0,073 1,4 1 1,5 0,63 0,67 0,65 0,78 7,2

0,035 0,36 0,073 1,4 1 1,5 0,63 0,67 0,65 0,78 7,098

Industrie

0,5

1,5

6,8

40

40

3,6

Gebruikte afkortingen AW

AW

Uitgevoerd

Klasse industrie

GSSD

RG Eis

2,5 3,6

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Wonen <=AW Wonen Wonen <=AW <=AW Wonen

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

3616r001 vbo Marktstraat 5, Asten

Analyse

Eenheid

16-12-2020 Jan Timmermans 2020203302 16-12-2020 21-12-2020

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

2

GSSD

2,5 3,6

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0196

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

Gebruikte afkortingen

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

920 13 190 190 36 190 100 530 720

8,4 14 14 30,8 14 16,8 98

Altijd toepasbaar

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35

og, 101A: 50-100, 101A: 100-150, 101A: 150-200, 102: 140-190

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=792101f7-1dc5-4be3-88e0-bd7163d045b5