CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.03.07BBB Uitvoeringsprogramma VTH 2021.docx

Raadscommissie Ruimte 30 maart 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken ter kennisneming aan de commissie14.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Markten / standplaatsen De marktmeester is belast met het toezicht op markten en standplaatsen (tevens kermis). Ook deze categorie kent een urenprogrammering. Binnen de beschikbare uren dient het benodigde toezicht plaats te vinden. Er is sprake van een beheerste situatie en de afgelopen jaren is de beschikbare capaciteit voldoende gebleken, waardoor voor 2021 dezelfde capaciteit wordt vastgesteld. Preventie verwarde personen, overlast, hangjongeren, woonwagenbewoners Vanuit leefbaarheid wordt actief ingezet om in het totaal van het takenpakket van het sociaal domein in relatie tot de openbare orde en veiligheid preventief inzet te plegen om de leefbaarheid te bevorderen. Daarnaast wordt toezicht en handhaving ingezet om overtredingen te voorkomen, dan wel ongedaan te maken. Hierbij vindt samenwerking plaats met diverse partners (sociaal team Asten), leefbaarheid, toezicht/handhaving, politie en medewerkers openbare orde en veiligheid (inclusief politie). Inzet is afhankelijk van de te volgen strategie (casus specifiek). Uitvoeringstaak

voorkomen/aanpak Overlast en toezicht APV

Omschrijving

Op basis van gericht toezicht en opvolging van signalen komen op de plekken waar inzet nodig is. Hierbij dienen gegevens intern en van externe partijen gecombineerd te worden zodat signalen vroegtijdig leiden tot voorkomen overlast.

Omvang/werkwijze

Preventief door zichtbaar aanwezig te zijn en in gesprek te gaan met personen. Repressief als overtredingen blijven voortduren.

25

De programmatische aanpak, strategie preventief toezicht, toezichtstrategie en landelijke handhavingsstrategie wordt hierbij voornamelijk ingezet. Wettelijk kader/

Openbare orde en veiligheid en APV

bevoegdheden Kwantiteit

200 uur hond-gerelateerde zaken (per week) aantal PV

(verwachte

waarschuwingen – 5 maal in het weekeind

aantallen)

160 uur parkeren (per week) – 5 maal in het weekeind 150 (250 uur) klachtmeldingen/signalen 50 uur vuurwerk controles/inbraakpreventie 160 uur per week openbare ruimte / afval Casus aanpak leefbaarheid BAVA

Capaciteit benodigde

Inzet BOA – 820 uur

uren

Leefbaarheid / toezicht – 1600 uur Juridische handhaving – 150 uur

Samenwerking

Politie, BOA, PIT, ODZOB, VRBZO, Sociaal team, team ruimte. Op zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk spoor

3.7

Jeugd en/of Horeca

Als prioriteit (middel) binnen dit thema is opgenomen leeftijdsgrenzen en grote evenementen (evenementen met vergunning). Wij verwachten dat in 2021 de horecamaatregelen inzake COVID-19 een belangrijke rol spelen. Dit in relatie tot de mogelijkheden voor (her)opening. Drank- en horecawet/ Alcoholwet Het toezicht op de naleving van de Drank en Horecawet (wordt: Alcoholwet) is per 1 januari 2013 een gemeentelijke taak, waarvoor de burgemeester het bevoegd gezag is. De nadruk ligt vooral op preventie. Voor 2021 worden op 3 dagdelen via een projectaanpak integrale controles uitgevoerd op onder meer de aanwezigheid van een vergunning, beoordeling op actualiteit van de vergunning, aanwezigheid van leidinggevenden, sluitingstijden en leeftijdscontroles, waarbij het schenken aan / bestellen voor minderjarigen centraal staat. Deze controles vinden plaats in samenwerking met politie (veiligheid en drugs), ODZOB (ivm het milieuaspect) en VRBZO (categorie B en C evenementen). Bij geconstateerde overtredingen door de BOA worden de resultaten daarvan voorgelegd aan de juristen, die het handhavingstraject vervolgens oppakken en uitvoeren. Zo nodig vertegenwoordigen zij ook de burgemeester in het geval van bezwaar en beroep. Evenementen Ook voor evenementen schatten wij in dat deze in 2021, en zeker in de eerste helft van dit jaar, niet plaatsvinden.

Vanaf de tweede helft van het jaar zullen die het wellicht, in min of meer beperktere vorm en onder strenge regels, mogen plaatsvinden. Het toezicht op evenementen is een taak van de gemeente. Geluidsklachten lopen via de ODZOB. De BOA/toezichthouder houden bij de vergunningplichtige evenementen toezicht op de naleving van de vergunningvoorschriften, waarbij toezicht geluid via de ODZOB verloopt en brandveiligheid van B/C evenementen via de VRBZO. Een BOA bij het 26

evenement fungeert tevens als oog- en oorfunctie voor de andere componenten. Voor de BOA-werkzaamheden is het vanuit veiligheidsoogpunt noodzakelijk om met twee personen aanwezig te zijn, vanwege de toenemend agressieve houding tegen BOA-beambte. Daarnaast wordt toezicht daarmee effectiever.

3.7.1

Uitvoeringstaak

Uitvoeringstaak

Toezicht Horeca

Omschrijving

- Toezicht Drank- en Horecawet/ Alcoholwet (evenementen/regulier) - Toezicht evenementen en horeca-inrichtingen (preventief en brandveiligheid) - Toezicht sluitingstijden en leeftijdsgrenzen. - 3 project controles op horeca-inrichtingen - Op basis van gericht toezicht en opvolging van signalen komen de BOA/toezichthouders op de plekken waar inzet nodig is. Controles vinden voornamelijk bij evenementen in de avond/nacht plaats. Binnen dit thema wordt samengewerkt met politie, BOA en toezichthouders

Omvang/werkwijze

In totaal zijn er binnen de gemeente 70 locaties waar een exploitatievergunning is verleend en 50 locaties waar een drank- en horecavergunning is verleend. Daarnaast zijn er 10 locaties waar sprake is van kansspel. Evenementen en overige vergunning is afhankelijk van de iniatieven (normaliter worden er 120 vergunningen verleend).

Kwantiteit (verwachte

6 evenementen (inclusief kermis)

aantallen)

3 projectcontroles 15 grotere evenementen toezicht op brandveiligheid 30 controles preventief tijdens kermis/kerst (Carnaval is geen evenement dit jaar in verband met COVID-19)

Capaciteit benodigde uren

BOA – 500 uur preventieve controle toezicht 140 uur juridische opvolging - 100 uur

3.8

Fysieke kwaliteiten

Binnen het thema fysieke kwaliteiten ligt de prioriteit bij de huisvesting van werknemers (arbeidsmigranten) en bewoning recreatieterreinen en bij controles op gebouwen met een dagverblijffunctie voor meer dan 50 personen. Dit is voornamelijk toezicht op de brandveiligheid. 27

3.8.1

Toezicht en handhaving huisvesting werknemers en bewoning recreatieterreinen

Het thema bewoning en huisvesting werknemers en bewoning op recreatieterreinen heeft een hoge prioriteit. Bij dit thema worden verschillende onderdelen gecombineerd. Zoals controle op brandveiligheid, inschrijvingen in BRP en in het register Niet-Ingezetene (RNI) en gebruik gebouw/terrein overeenkomstig bestemming. Daarnaast fungeert de toezichthouder als oog- en oorfunctie in geval van misbruik, uitbuiting, sociaal welzijn en ondermijning. Deze signalen worden doorgegeven aan de desbetreffende instanties/afdeling. Uitvoeringstaak

Toezicht op huisvesting werknemers, bewoning recreatieterreinen en inschrijvingen BRP

Omschrijving

Periodiek toezicht uitvoeren op goede en legale huisvesting van arbeidsmigranten die tijdelijk worden gehuisvest. Er worden meerdere aspecten gecontroleerd. Voor de bewoning op recreatieterreinen wordt een plan van aanpak opgesteld. Periodieke controles op recreatieterreinen conform kader Het naleefpercentage op gebruik wordt op 50% geschat. Het blijft noodzakelijk om periodiek de huisvestingslocaties te blijven bezoeken.

Omvang/werkwijze

In totaal zijn er 5 grotere recreatieterreinen en ongeveer 100 locaties die bekend zijn als locaties voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarnaast worden jaarlijks 20 locaties waar huisvesting plaatsvindt bezocht op basis van meldingen en gebiedscontroles. Beleid voor huisvesting arbeidsmigranten is volop in beweging. Derhalve wordt terughoudend opgetreden als het gaat om overtredingen van de bestemming wanneer dit onderdeel is van mogelijke verruiming van het beleid. Brandveiligheid, gevaren voor de volksgezondheid (overbewoning) en onrechtmatige inschrijvingen worden altijd opgepakt. Daarnaast worden signalen altijd doorgegeven. Controles worden uitgevoerd op basis van de werkinstructie huisvesting arbeidsmigranten die jaarlijks voorafgaande aan de controle wordt opgesteld. Afhankelijk van de aanpak wordt een strategie toegepast, dan wel een combinatie van strategieën.

Wettelijk kader

Onder andere Wabo/ bestemmingsplan, bouwregelgeving, brandveiligheid, BRP, milieuregelgeving 28

Kwantiteit (verwachte

20 controles op huisvestingslocaties

aantallen)

15 controlemomenten recreatieterreinen (meerdere chalets) 40 gezamenlijke inschrijving (BRP) 20 BRP onderzoeken 5 locaties mogelijk illegale huisvesting 6 bestuursrechtelijke handhaving (inclusief bezwaar/beroep) Opvolging en hercontroles

Capaciteit benodigde uren

Toezicht – 1000 uur Boa – 200 uur Juridische handhaving – 1700 uur

3.8.2 Brandveiligheid Een belangrijk doel van brandveiligheidscontroles is natuurlijk het voorkomen van incidenten met brand doordat voldaan wordt aan de voorschriften die in dat kader gesteld worden in wet- en regelgeving. Zeker binnen het totale pakket bij gebouwen zitten een aantal gebouwen met een verhoogd risico vanwege de aanwezigheid van kwetsbare personen die verminderd of niet zelfredzaam zijn, zoals verzorgingshuizen en scholen. In het beleidsplan VTH heeft het in gebruik hebben van een gebouw in strijd met de brandveiligheidseisen een gemiddelde prioriteit gekregen. Dit komt tot uiting in het toezichtprogramma van de gemeente en de VRBZO. Deze aantallen vormen aanleiding om kritisch te blijven kijken naar de uitvoering van de controle op de brandveiligheid van gebouwen. De provincie Noord-Brabant heeft in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht onderzoek gedaan naar het gemeentelijk toezicht op de brandveiligheid van zorginstellingen. Daarnaast is een ministeriële brief aan alle gemeenten gestuurd over inventarisatie van brandveiligheid van gevels van gebouwen. Dit naar aanleiding van de brand in de Londense Grenfell Tower.

De minister heeft reeds in november 2018 verzocht om de meest risicovolle gebouwen te inventariseren en er vervolgens op toe te zien dat eigenaren van deze gebouwen onderzoek uitvoeren naar de brandveiligheid van de gevels en indien nodig noodzakelijke maatregelen te nemen om de veiligheid te waarborgen. Wij bekijken dit jaar in hoeverre we reeds hebben voldaan en waar nog aandacht benodigd is. De taken op het gebied van brandveiligheid worden in samenwerking met de VRBZO uitgevoerd. De financiële middelen hiervoor zijn vastgelegd in de begroting van de Veiligheidsregio. De bijdrage aan de Veiligheidsregio is opgenomen in onze begroting. De VRBZO voert twee soorten controles uit: de opleveringscontrole en reguliere controles voor activiteiten vallend onder categorie B en C. Voor de categorie A worden door de gemeente de eerste controles uitgevoerd (alleen bij opleveringscontrole bouwen en huisvestingslocatie (bestaand gebruik)) Wanneer expertise nodig is wordt de VRBZO ingeschakeld. Ten aanzien van overige brandveiligheidscontroles bij A categorieën heeft geen gerichte controle plaatsgevonden. Uit de huidige prioritering scoort deze nu gemiddeld. Derhalve wordt in 2021 voor objecten waar 50 personen aanwezig kunnen zijn een controle op brandveiligheid uitgevoerd van het gebouw (zoals supermarkt, horeca, winkels).

29

Categorie

aantal

Controle bestaande objecten/evenementen (B/C)

20

Opleveringscontroles evenementen/objecten (B/C)

18

Opleveringcontroles/bestaande objecten/

Zie bouwtoezicht

Via begroting VRBZO Via begroting VRBZO

Zie controle Categorie A arbeidsmigranten/bouwtoezicht (themacontroles/bouwcontroles) totaal 38 525 uur * * Naleefpercentage wordt ingeschat op 50% derhalve rekening houden met 50 uren voor hercontroles. De bijdrage van de VRBZO betreft in hoofdzaak advisering op het gebied van brandveiligheid en het uitvoeren van toezicht op de brandveiligheid. Het in gebruik hebben van een gebouw in strijd met brandveiligheidseisen heeft een grote prioriteit. In de begroting van de Veiligheidsregio worden de uit te voeren taken niet nader gespecificeerd. De bijdrage is lumpsum. De taakuitvoering vindt haar financiële dekking in de gehele bijdrage aan de Veiligheidsregio. De VRBZO voert in 2021 naar verwachting 38 controles uit. Overige controles worden uitgevoerd door de gemeente. Daarnaast worden door de VRBZO ook (in toenemende mate) producten op het gebied van Brandveilig Leven geleverd. Deze activiteiten hebben vooral tot doel de bewustwording over brandveiligheid te vergroten en de zelfredzaamheid van burgers te stimuleren.

3.9 Toezicht bedrijvigheid/milieu De Omgevingsdienst voert de naleving van de milieuwet- en regelgeving door inrichtingen voor ons uit. Dit geldt voor zowel het deel dat volgens de wet door de Omgevingsdienst uitgevoerd moet worden (basistaken), als voor taken die niet in het basistakenpakket belegd zijn (verzoektaken). Voor de uitvoering van toezicht en handhaving zit de regio in een periode van omschakeling. De Omgevingsdienst voert vanaf 2020 de uitvoering van toezicht en handhaving conform het ROK milieutoezicht uit. Vanaf 2019 wordt reeds geprobeerd om zoveel mogelijk volgens dit ROK te werken. Afhankelijk van de risicoklasse waarbinnen een inrichting valt, wordt toezicht en handhaving ingezet. Een overzicht van alle activiteiten en de daaraan verbonden risico’s staat in het beleidskader VTH. Per risicoklasse wordt de volgende toezichtstrategie gehanteerd: 1.

Activiteiten met een hoog risico worden onderworpen aan periodiek toezicht afgestemd op de risico’s, het naleefgedrag en de (veiligheids)cultuur van elk bedrijf (bijvoorbeeld: intensieve veehouderij, ammoniakkoelinstallaties, distributiebedrijven in gevaarlijke stoffen etc.). Het uitgangspunt is minimaal 3 jaarlijks preventief toezicht waarbij naast de vergunningssituatie altijd de onderdelen worden doorgelicht die een duidelijke relatie hebben met de thema’s duurzaamheid, veiligheid en gezondheid. De overige 30

2.

3.

(relevante) milieuthema’s komen minimaal eens in de 6 jaar aan bod. Het toezicht heeft, zeker voor de inrichtingen die vallen onder IPPC en Bevi, kenmerken van maatwerk per bedrijf. Bij activiteiten met een gemiddeld risico wordt regiobreed, uniform en generiek programmatisch/thematisch toezicht uitgevoerd zo veel mogelijk afgestemd op risico’s, naleefgedrag en naleefmotieven binnen een bepaalde doelgroep/branche (bijvoorbeeld: chemische wasserijen, meubelindustrie, autodemontagebedrijven etc.). Het uitgangspunt is minimaal 6 jaarlijks preventief toezicht waarbij naast de vergunningssituatie altijd de onderdelen worden doorgelicht die een duidelijke relatie hebben met de thema’s duurzaamheid, veiligheid en gezondheid. Het toezicht heeft kenmerken van een projectmatige, branchegerichte en informatiegestuurde aanpak waarbinnen ook altijd een klein deel van de doelgroep, bij wijze van steekproef, op alle overige relevante milieuthema’s wordt doorgelicht. Voor alle activiteiten met een laag risico wordt klacht- en incidentgestuurd toezicht toegepast. Er wordt geen preventief toezicht uitgevoerd. Om zogenaamd ‘toezichtsfalen’ te voorkomen worden er jaarlijks enkele branchegerichte steekproeven en/of quickscans uitgevoerd.

Het uitgangspunt is dat elke inrichting in deze categorie minimaal 10 jaarlijks wordt gescreend, bij voorkeur in combinatie met een herijking van het inrichtingenbestand en/of een bestemmingsplan (RO).

In 2021 is het nog niet mogelijk volledig volgens deze strategie te werken. De dienst is hier nog niet op ingericht en er is ook nog niet voldoende capaciteit aan fte’s beschikbaar. Bovendien moet voor Asten nog besloten worden of (en in welke vorm) Asten zich gaat conformeren aan het ROK. Binnen het werkprogramma dat er ligt wordt wel zo veel mogelijk geprobeerd te werken volgens de uitgangspunten van het ROK (zie ook het beleidskader VTH): Naleving van de wet- en regelgeving is primair de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en instellingen; Toezicht en handhaving zijn geen doelen op zich, maar middelen om doelstellingen te bereiken. Uiteindelijk gaat het er bij de uitvoering van wettelijk taken om wat het resultaat daarvan is in de fysieke leefomgeving; Toezicht wordt zoveel mogelijke risicogericht en informatie-gestuurd uitgevoerd. Dit betekent dat de beschikbare capaciteit daar wordt ingezet waar de risico’s voor de omgeving het grootst zijn als gevolg van slechte naleving. Daarbij wordt gebruik gemaakt van (een mix aan) verschillende instrumenten; Handhaving geschiedt op een open, eenduidige en voortvarende wijze, waarbij beoogd wordt middel van een afgestemde, passende interventie een blijvende gedragsverandering bij een overtreder te realiseren.

Het werkprogramma 2021 ODZOB voor de uitvoering van toezicht en handhaving omvat daarom een wijziging in het taakaccent, gelet op: Controles ITV, driejarig project waarbij milieutoezicht plaatsvindt bij veehouderijen en waarbij samengewerkt wordt met de provincie Noord-Brabant; Minder vooraf vastgelegde periodieke controles, maar meer reservering voor inspelen op klachten/incidenten en inzet bij PIT-acties; Ruimte voor aansturing/coördinatie op integraal werken (denk aan samenwerking met toezichthouders gemeente en VRBZO); Energieproject bij twee bedrijven. Beschikbare uren voor aanbevelingen/inzet gericht op het voorkomen van klachten. Ongewijzigd blijft de inzet voor: Controles van niet-gemelde bedrijven; Milieucontroles van bedrijven onder het basistakenpakket (wel minder vooraf ingepland); Milieucontroles van bedrijven die niet onder het basistakenpakket vallen (wel minder vooraf ingepland); Controles naar aanleiding van constateringen, klachten of met een andere aanleiding; Overige controles; 31

3.10 Woon- en Leefomgeving

3.10.1 Bouw- en Woningtoezicht Binnen het bouw- en woningtoezicht valt toezicht op bouwwerken, brandveiligheid, basisregistratie gebouwen en het bestemmingsplan. De basisadministratie moet door de gemeente actueel en up-to-date gehouden worden. De visie van de gemeente Asten op het inspecteren van bouwaspecten sluit aan op het Landelijk Toezichtprotocol. Binnen de verschillende categorieën bouw onderscheidt dit protocol meerdere toezichtmomenten wanneer een vergunning verleend is. Nadruk in toezicht ligt op de constructie en de (brand)veiligheid in relatie tot de omvang van het gebouw. Uitgestelde vergunningverlening moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Wanneer sprake is van een uitgestelde vergunning dient het primaat van het goedkeuren van stukken bij vergunningverlening te liggen. Dit protocol is een initiatief van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland. Het Toezichtprotocol zorgt voor een uniforme en transparante werkwijze. In dit programma wordt gewerkt met een bouwwerktypologie. De gemeente baseert haar programma op categorieën die aansluiten op de lokale situatie. Daarnaast loopt de wettelijke controle momenten vanuit de BAG samen met controle momenten vanuit bouw- en woningtoezicht. Deze zijn hieronder ook weergegeven. Tijdens het bouwproces wordt een vijftal bouwfasen onderscheiden met daarbij 12 toezichtmomenten (zie bijlage 1): 1.

Aanloop(inclusief startbouw BAG) ; 2. Onderbouw; 3. Bovenbouw; 4. Gevel/dak; 5. Afbouw (inclusief gereedmelding BAG). Bij bouwwerken waaraan op basis van de risicoanalyse een hoge prioriteit is toegekend, vinden (vrijwel) alle toezichtmomenten plaats. Een toezichtmoment kan bestaan uit meerdere controlebezoeken of contactmomenten op meerdere aspecten binnen de betreffende bouwfase. Op basis van het risico ligt de prioriteit vooral bij veiligheid (constructie en brandveiligheid (gemeente categorie a en VRBZO op categorie b en c). De verantwoordelijkheid op naleving van de vergunning en het Bouwbesluit blijft liggen bij de betreffende gebruiker van het pand. Dit is ook de insteek van de Wet kwaliteitsborging in de bouw. Een inschatting van het aantal bouwprojecten (op basis van toestemmingen) en de bijbehorende prioriteit vormt de basis voor het aantal toezichtmomenten dat opgenomen wordt in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma. De intensiteit van inspecties is afhankelijk gesteld van de volgende aspecten: type bouwwerk, onderdelen van het bouwwerk en de vraag waar het grootste risico is gelegen. Overige aspecten worden overgelaten aan de bouwer en bewoner. In combinatie met het type bouwwerk is de mate van belangrijkheid van de verschillende thema’s beoordeeld. Daarnaast is per onderdeel van een bouwwerk het aantal benodigde toezichturen ingeschat.

Dit is van belang om te beoordelen of het aantal gewenste inspecties haalbaar is. Uiteindelijk resulteert dit in een inspectiefrequentie per bouwwerkcategorie (zie volgende tabel).

32

Tabel 4:2.1: Controleniveau per bouwwerkcategorie* Soort vergunning prioriteit

Bouwen met omgevingsvergunning Wonen (cat I) dakkapel Wonen (cat I) bijbehorend, dakopbouw, overkapping Bedrijf (cat I) bijbehorende bouwwerken, agrarisch (<€ 100.000,-) Wonen (cat II) woningen vrijstaand, geschakeld, recreatiewoningen) Bedrijf (cat II) winkel, kantoor, bedrijf, stal, manege (€ 100.000,tot € 1.000.000,-) Publiek (cat I) maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorginstellingen, logiesgebouwen, sportcomplex e.d. (tot € 100.000,-) Publiek (cat II) maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorginstellingen, logiesgebouwen, sportcomplex e.d. (€ 100.000,- tot € 1.000.000,-) Bedrijf (cat III) grote bedrijven, warenhuizen (>€ 1.000.000,-) Wonen (cat III) woongebouwen Publiek (cat III) maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorginstellingen, sportcomplex, logiesgebouwen, e.d. (> € 1.000.000,-)

Laag Laag

Preventief vergunning-gericht toezicht Toezichtfrequentie conform toezichtstrategie Minimaal maximaal (inclusief BAG) 0 1 2 2

Laag

2

2

gemiddeld

4

6

gemiddeld

4

8

Gemiddeld

4

8

gemiddeld

4

8

Hoog

4

12

Hoog Hoog

4 4

12 12

Net als bij vergunningverlening geldt bij het toezicht dat, zeker als het gaat om de controles van verleende vergunningen, de werkzaamheden sterk vraagafhankelijk zijn. Op grond van de ervaringscijfers van 2020 worden in onderstaande tabel de verwachte werkzaamheden op het gebied van toezicht weergegeven. De toezichthouders hebben naast het controleren van verleende vergunningen uiteraard ook een belangrijke taak bij het opsporen van illegale bouwwerken en/ of het strijdig gebruik van bouwwerken (hoofdstuk 5). Een deel van hun werk bestaat dan ook uit zogenaamd gebiedsgericht toezicht. Vaak wordt daarbij geacteerd naar aanleiding van klachten en meldingen. Gekozen wordt voor een steekproefsgewijze controle van bouwwerken op basis van de uitkomsten van de analyse van de BAG. Met als doel een goed beeld te vormen van het kwaliteitsniveau van dergelijke bouwwerken. Hierbij ligt de nadruk op de volgende aspecten: constructieve veiligheid, brandveiligheid en gebruiksveiligheid. Het aantal *

Het betreft hier het aantal controlestappen. Per controlestap kunnen meerdere controlemomenten nodig zijn

33

steekproefsgewijs te controleren bouwvergunningvrije bouwwerken is weergegeven in tabel 4.2.3. 3.10.2 Uitvoering bouw- en woningtoezicht uitvoeringstaak

Bouwwerken/gebruik

Omschrijving

Periodiek toezicht uitvoeren zowel gebiedsgericht als vergunningengericht Periodiek toezicht uitvoeren zowel gebiedsgericht als voorwaardelijke verplichtingen als opgenomen in onze bestemmingsplannen.

Omvang/werkwijze

Er 150 vergunningen verwacht Waarvan 10 hoge prioriteit 40 met gemiddeld prioriteit en 100 met een lage prioriteit. Daarnaast worden er jaarlijks 30 locaties bezocht op basis van vergunningsvrijbouwen/illegaal gebruik en de BAG-analyse

Wettelijk kader

O,a. Bestemmingsplan, bouwregelgeving, brandveiligheid, BRP, milieuregelgeving

Kwantiteit (verwachte

opstart controle, controles bouw en oplevingscontrole

aantallen)

verleende vergunningen/meldingen10 locaties mogelijk illegale bouwen/gebruik/bag/vergunningsvrij bouwen 6 bestuursrechtelijke handhaving (inclusief bezwaar/beroep) 5 controles landschappelijke inpassing Opvolging en hercontroles

Capaciteit benodigde uren

Toezicht – 1350 uur Juridische handhaving – 500 uur Uren door derden is opgenomen in overzicht vergunningverlening

34

3.11 Projecten/ Omgevingswet Die lijn van cultuurverandering (klantgericht/flexibel/omgevingsbewust werken, vanuit andere rollen en met nadruk op participatie) passen we vervolgens toe in onze voorbereiding op de Omgevingswet uitvoeringstaak

Implementatie Omgevingswet

Omschrijving

In 2020 hebben diverse voorbereidingen op de Omgevingswet plaatsgevonden die relevant zijn voor VTH: bijvoorbeeld een incompany training, een quick scan van de bruidsschat (samen met ODZOB) en we hebben een aanvang gemaakt met de werkprocessen. Tenslotte hebben we een nieuwe VTH-applicatie (PowerBrowser) aangeschaft.

Omvang/werkwijze

Op basis van de roadmap route 22 van de VNG en de minimale actielijst VNG zijn interne projectengroepen opgestart, waaronder ook de visie op toezicht.

Wettelijk kader/

Nieuwe Omgevingswet

bevoegdheden Kwantiteit (verwachte aantallen) Capaciteit benodigde

Toezicht – 360 uur

uren

Juridische handhaving – 400 uur

Samenwerking

Intern gericht

35

3.12

COVID-19

In maart 2020 is de crisisstructuur ingevoerd, waarbij diverse teams binnen de organisatie van Asten actief hebben samengewerkt om de bijkomende werkzaamheden op te pakken. Voor het team LHV heeft als gevolg hiervan een herprioritering plaatsgevonden. De controles die als gevolg van de noodverordeningen van 2020 moesten worden uitgevoerd waren heel divers. De snelle opeenvolging van de diverse verordeningen zorgde er voor dat continu een bijscholing van de benodigde kennis moest plaatsvinden en ook dat wij flexibel moesten zijn in het snel uitvoeren en uitleggen van de inhoud ervan. In december 2020 is de Spoedwet “Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid” ingevoerd. Dit schept meer houvast en eenduidigheid voor de uitvoerende instanties. Uitvoeringstaak

Toezicht/handhaving Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en veiligheid” en bijbehorende ministeriële regelingen.

Omschrijving

Het toezicht op de maatregelen COVID -19 is bij diverse instanties belegd. Vanaf december 2020 heeft de burgemeester een actieve rol voor het toezicht op de maatregelen en de handhaving hiervan in relatie tot bedrijfsactiviteiten. In de openbare ruimte ligt toezicht vooral bij de Boa en de politie. Maatregelen ten aanzien van werknemers en onderwijs ligt veel al bij de betreffende toezicht instanties van het betreffende ministerie. Afhankelijk van de maatregelen wordt samenwerking gezocht met de bestaande structuren binnen de gemeente op gebied van o.a. centrummanagement Asten, sportverenigingen, recreatie, horeca Asten. Tevens is ingezet op preventief en repressief toezicht.

Omvang/werkwijze

Onbekend; dit is afhankelijk van de maatregelen zoals door het Rijk worden opgenomen in relatie tot de bestrijding van COVID19. Op basis van de ervaringen in 2020 richten de werkzaamheden zich vooral op het verstrekken van informatie, informeren, richting geven en corrigeren. De werkzaamheden in 2020 hebben zich gericht op: Openbare ruimte Winkels Sportgelegenheden Recreatieterreinen Horeca Terrassen bij horeca Samenkomsten Vergaderruimten Huisvesting arbeidsmigranten

36

Wettelijk kader/

Spoedwet “Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid en

bevoegdheden

bijbehorende regelingen en besluiten.

Kwantiteit

Afhankelijk van de maatregelen inzet tussen de 3 tot 7 dagen

(verwachte

per week.

aantallen) Inzet vooral gericht op preventief toezicht. In 2021 wordt verwacht dat er een toename is in het aantal situatie waar handhavend moet worden opgetreden naar ongeveer 30 maal. Naast de mogelijke strafrechtelijke inzet door de BOA. Daarnaast zijn twee juridisch medewerkers beschikbaar voor advisering aan de organisatie en het crisisteam. Tot februari 2021 is de regelgeving reeds 37 maal gewijzigd, waarbij nieuwe voorschriften en maatregelen bekend zijn gemaakt. Dit is in verhouding tot andere wetgevingen ongekend vaak. Capaciteit benodigde

Toezicht –2880 uur

uren

Inzet BOA – 700 uur Juridische handhaving – 1440 uur

Samenwerking

Politie, Boa, PIT, SSIB, BOA natuurmonumenten, CMA, KHA, sportverenigingen

Toezicht en handhavingsstrategie COVID-19 Voor het toezicht en de handhaving op het gebied van COVID-19 volgen wij eveneens de Landelijke Handhavingstrategie (LHS). Deze LHS heeft tot doel het centraal stellen van sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavingsinstanties met een beginselplicht tot handhaven, die passend interveniëren bij iedere bevinding. Dat wil zeggen dat zij, afhankelijk van de situatie, weloverwogen kiezen voor alleen bestuursrechtelijk, bestuursèn strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden en in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken, interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen. Toespitsingen op specifieke gebieden, normadressaten of speciale thema’s is mogelijk. Voor overtredingen van de COVID-19 wet- en regelgeving betekent dit dat wij meteen lik op stuk beleid voeren. Hierbij wordt rekening gehouden met de routekaart coronamaatregelen vanuit het Rijk. Hierin wordt tevens een aanduiding gegeven van het risiconiveau van de ernst van de pandemie. Gelet op de publieke gezondheid die in deze pandemie een groot gevaar loopt als men zich niet aan de regels houdt, passen wij meteen bestuursdwang toe, dan wel leggen wij een last onder dwangsom op, om overtredingen zo snel als mogelijk te beëindigen.

Dit kan betekenen dat de burgemeester overgaat tot sluiting, het nemen van maatregelen en het bewegen van de overtreder middels een last onder dwangsom om de overtreding te beëindigen.

37

Er wordt actief ingezet op communicatie en geven van informatie. Hierbij wordt de informatie vanuit de rijksoverheid gebruikt. De Landelijke Handhavingsstrategie bevat vijf opeenvolgende stappen met hulpmiddelen. De vijf stappen worden doorlopen naar aanleiding van een tijdens het toezicht gedane bevinding: 1. De handhaver positioneert de bevinding in de interventiematrix, op basis van de ernst van de (mogelijke) gevolgen (‘vrijwel nihil', ‘beperkt', ‘van belang' of ‘aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar') en het gedrag van de overtreder (‘goedwillend', ‘onverschillig', ‘calculerend' of ‘bewust en structureel / crimineel'). De handhaver kan daarbij rekening houden met verzwarende of verzachtende argumenten. Recidive is een voorbeeld van een verzwarend argument. 2. De handhaver bepaalt of er sprake is van verzwarende aspecten die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrechtelijk toe te passen, zoals opzet voor het willen halen van financieel voordeel. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven. 3. De handhaver bepaalt naar aanleiding van stappen 1 en 2 of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur geïndiceerd is, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht.

De interventiematrix is duidelijk over situaties waarin dit altijd noodzakelijk is. Stap 3 leidt tot duidelijkheid over hoe er in het specifieke geval wordt opgetreden: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk. 4. De handhaver bepaalt welk(e) van de in de interventiematrix opgenomen instrument(en) in de betreffende situatie het eerst voor toepassing in aanmerking komt en zet dit/deze instrument(en) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de gestelde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door, door middel van het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s). 5. De handhaver legt de doorlopen stappen en genomen beslissingen verifieerbaar en transparant

vast

volgens

de

binnen

de

handhavingsinstantie

geldende

administratieprocedures en -systemen.

3.13 JURIDISCHE ONDERSTEUNING EN BELEID Het toezicht en handhavingstraject kan uit de volgende stappen bestaan. Tabel: Stadia handhavingstraject Onderdeel Opmerkingen Controle rapport/toezichtbrief met Na een controle wordt normaliter binnen een week hersteltermijn een rapport opgemaakt met de bevindingen en wordt een brief met een hersteltermijn verzonden aan overtreder. Op basis van de landelijke handhavingsstrategie wordt het vervolg bepaald en ook dat wordt opgenomen in de voornoemde brief.

38

Waarnemingen of controles op onderdelen in relatie tot bouwen worden vastgelegd in het systeem. Behalve bij overtredingen wordt een brief verstuurd. Hercontrole

Voornemen bestuursrechtelijk handhaving

Opleggen last

Bezwaar

Beroep

Hoger beroep

Inning dwangsom/bestuurlijke boete

Na het verstrijken van de termijn uit de toezichtbrief wordt opnieuw een controle uitgevoerd. De rapportage wordt binnen een week opgemaakt. Afhankelijk van de bevindingen wordt of een nieuwe termijn gesteld (middels brief) of een voornemen bestuursrechtelijke handhaving voorgesteld. Het kan ook zijn dat de strijdigheid na hercontrole is beëindigd, in welk geval een brief met deze constatering wordt gestuurd aan overtreder. Daarmee is voor ons dan het handhavingstraject gesloten. Deze brief is een voornemen om over te gaan tot bestuursrechtelijke handhaving. Afhankelijk van de overtreding wordt alleen gevraagd om een zienswijze (twee weken), dan wel wordt (nogmaals) een termijn gegeven om de strijdigheid te beëindigen. Deze brief met voornemen is geen beschikking. Belanghebbende wordt gewezen op de overtreding(en) en krijgt de mogelijkheid zienswijze te geven over het voorgenomen handhavingsbesluit. Deze brief is een beschikking. Het betreft een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom, waartegen bezwaar en (hoger) beroep openstaat. In het kader van de handhaving van de Drank- en Horecawet worden mogelijkheden om bestuurlijke boetes op te leggen nog onderzocht. Bezwaar kan binnen zes weken na verzending van de aanschrijving/bestuurlijke boete worden aangetekend.

Ook kan in deze fase om een voorlopige voorziening bij de rechter worden verzocht, een en ander conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. Beroep kan binnen zes weken na verzending van de beslissing op bezwaar worden aangetekend. Ook kan in deze fase om een voorlopige voorziening bij de Voorzieningenrechter worden verzocht, een en ander conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. Hoger beroep kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank worden aangetekend. Ook kan in deze fase om een voorlopige voorziening bij de Voorzitter worden verzocht, een en ander conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. Bij uitblijvende betaling neemt het college van burgemeester en wethouders een invorderingsbeschikking. Deze beschikking staat open voor bezwaar en (hoger) beroep. Belanghebbende kan aanvoeren dat bedragen niet 39

Uitvoering bestuursdwang + inning kosten bestuursdwang

zijn verbeurd en/of inning is verjaard. Wanneer de rechtmatigheid van de verbeurde dwangsom vaststaat, kan inning hiervan worden afgedwongen via een dwangbevel (via deurwaarder). Wanneer degene die is aangeschreven niet overgaat tot uitvoering van de last onder bestuursdwang, kan de gemeente dit zelf uitvoeren. De kosten kunnen worden verhaald op de overtreder.

3.13.1 Beschikbare capaciteit Voor de juridische ondersteuning (zowel beleidsmatig als uitvoering) bedraagt de totale capaciteit voor 2021 binnen het team 3,4 fte. Hiervoor is 400 uur voor ondersteuning beleid/juridische advisering vergunningen en 500 uur voor beleidsmatige zaken/jaarprogramma. Prioritering Het prioriteren van werkzaamheden is normaliter niet mogelijk. Immers de wet schrijft voor dat een bestuursorgaan in beginsel verplicht is om handhavend op te treden, tenzij zich een bijzondere omstandigheid voordoet. Handhavend optreden vindt plaats naar aanleiding van inkomende verzoeken en eigen constateringen op het gebied van bouwen, milieu en ruimtelijke ontwikkeling. Juridische opvolging volgt hiermee de prioritering van toezicht (behoudens klachten en/of verzoeken). De aantallen per procedurestap zijn de benodigde aantallen om de handhaving van het uitvoeringsprogramma te realiseren. Het betreft een inschatting van het aantal zaken op basis van ervaringscijfers uit het verleden.

3.14 Juridische capaciteit uitvoeringsprogramma De juridische follow up van toezicht en handhaving is in 2020 niet geweest als zonder de COVID-19 pandemie het geval zou zijn. Wij maken onze inschatting daarom op basis van de cijfers uit het jaar 2019. Deze ervaring combineren we met de inschatting van de verdeling van capaciteit tegen de achtergrond van COVID-19. In 2021 zou daarom de volgende capaciteit benodigd zijn: Tabel: Uitvoeringsprogramma juridische ondersteuning Categorie Aantal per procedurestap Handhavingsverzoeken 6 Waarschuwings9 /wrakingsbrieven Vooraanschrijvingen 40 Aanschrijvingen 15 Bezwaarschriften 8 Beroepschriften 6 Hoger beroepschriften 1 Inning dwangsommen 4 Bestuurlijke rapportage 10 Klachten Totaal

40

De aantallen per procedurestap zijn de benodigde aantallen om de handhaving van het uitvoeringsprogramma te realiseren. Het betreft een inschatting van het aantal zaken op basis van ervaringscijfers uit het verleden. Naast de primaire taken worden werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot klachtenbehandeling en handhavingsverzoeken. Dit is ongeveer 10% van de beschikbare uren voor toezicht en 30 % voor juridische handhaving. Tabel: beleidswerkzaamheden Activiteiten Uitvoerings- en handhavingsbeleid algemeen (aanpassing VTH-kader/ preventieen handhavingsbeleid horeca) Uitvoeringsprogramma 2021 (opstellen en monitoren) Opstellen jaarverslag handhaving 2021 (inclusief tussen evaluaties) Beleidswerkzaamheden/ Omgevingswet Totaal

Benodigde uren 30

30 100 515 675

41

3.15 Conclusie uitvoeringsprogramma toezicht/handhaving Tabel: benodigde en beschikbare capaciteit Werkzaamheden (TOEZICHT/LEEFBAARHEID) Toezicht/leefbaarheid werkzaamheden uitvoeringsprogramma Toezicht/BOA Handhavingsverzoeken/klachten projecten Totaal benodigd Totaal Beschikbaar (toezicht/leefbaarheid/boa) Werkzaamheden (JURIDISCH) Juridische werkzaamheden uitvoeringsprogramma Handhavingsverzoeken/klachten/mediation Beleidswerkzaamheden VTH Totaal juridisch benodigd Totaal Beschikbaar (juridisch)

Benodigde capaciteit 7580 uur 2370 700 360 uur 11.010 uur (8,1 FTE) 8775 uur (6,5 fte) Benodigde capaciteit 4790 uur 700 uur 675 UUR 6165 uur (4,5 fte) 4454 uur (3,3 FTE)

3.16 Conclusie en voorstel toezicht en handhaving Uit de tabel in paragraaf 3.15 blijkt dat er 1,5 FTE tekort is op toezicht en 1 FTE voor juridische handhaving. Algemene conclusie is dat het programma niet sluitend is. Binnen de huidige capaciteit kunnen de wettelijke taken uit het beleidskader VTH niet worden opgepakt. De doelstellingen zoals deze in het uitvoeringsprogramma per activiteit zijn beschreven, kunnen daarmee in beginsel niet gehaald worden. In 2020 kenden we een hogere prioriteit toe aan toezicht op de COVID-19 maatregelen. Hoewel de ontwikkeling van een vaccin tegen COVID-19 in een vergevorderd stadium is, en inmiddels is begonnen met het vaccineren van de eerste personen in 2021, verwachten wij dat het hele jaar nog in meer of mindere mate veel capaciteit zal moeten worden ingezet op de naleving van de regels met betrekking tot COVID-19. Net als in 2020 is er mede door COVID-19 meer werk dan beschikbare capaciteit. Voor COVID-19 is de verwachting dat, net als in 2020, wederom horeca, detailhandel, recreatieterreinen, openbare ruimte bezocht moeten worden. Hier worden tevens de reguliere controles uit het programma meegenomen, zoals bewoning, sluitingstijden, brandveiligheid. Nadruk ligt wel bij de COVID-19 maatregelen.

De focus is gelegd op de volgende activiteiten: - Controle PIT-/- behandelen bestuurlijke rapportages Politie (moeilijke handhaving/ondermijning) (maximaal 2); - Controles bij vermoedens van misstanden; - Handhavingsverzoeken – controles; 42

- Klachten afhandeling; - Starten project aanpak recreatieterreinen - Controles basisadministratie/inschrijvingen; - Bouwcontroles verleende vergunningen; - Overlast/parkeren/hondenoverlast; - Illegale huisvesting arbeidsmigranten. - implementatie omgevingswet. Gelet op de huidige situaties is de verwachting dat deze prioritering ook in de eerste helft van 2021 nog steeds van toepassing zal zijn. Wellicht dat vanaf de tweede helft van 2021 weer een, al dan niet gedeeltelijke, terugkeer naar het “nieuwe” normaal mogelijk is, en daarmee ook de zaken die nu soms blijven liggen, weer kunnen worden opgepakt. Hieronder volgt een opsomming van de taken waarvoor we geen capaciteit vrijmaken in 2021: - controles strijdigheid bestemmingsplan - controles voorwaardelijke verplichtingen bestemmingsplan - controle beplantingsplannen - meldingen mogelijke overtredingen (worden op lijst gezet en mogelijk in 2022 opgepakt) zowel van interne als van externe. (behalve mistanden gerelateerd aan ondermijning/illegale bewoning). - controles vergunningsvrij bouwen overige meldingen Tevens wordt terughoudend omgegaan met interne projecten en opdrachten. In de prioritering van de ‘rest-activiteiten’ staat voorop dat de activiteiten die we doen altijd moeten bij dragen aan de maatschappelijke opgaven zoals deze verwoord staan in de Toekomstagenda Asten2030.

In 2020 is gebleken dat op zowel juridisch inzet als toezicht toch een tekort is. Voorstel is in deze voorkomende gevallen zowel juridisch als voor toezicht tijdelijke medewerkers in te huren en hiervoor een budget beschikbaar te stellen van 175.000 euro.

43

Bijlage 1 bouwfase en controle momenten Tijdens het bouwproces wordt een vijftal bouwfasen onderscheiden met daarbij 12 toezichtmomenten: 1Aanloop(inclusief startbouw BAG) ; 2Onderbouw; 3Bovenbouw; 4Gevel/dak; 5Afbouw (inclusief gereedmelding BAG). De volgende toezichtmomenten worden binnen deze bouwfasen in het bouwproces onderscheiden: Ad 1. Aanloop Toezichtmoment 1. Check bouwdossier op volledigheid (onder andere vergunning en voorwaarden) en voorbereiding (oriëntatiegesprek/inclusief BAG) Toezichtmoment 2. Verificatie van gegevens over de bouwplaats/invullen opnamestaat/bouwveiligheidsplan Toezichtmoment 3. Bevestiging van werkafspraken met de bouwer Toezichtmoment 4. Uitzetten van de bouw (uitzetten bouw, uitgraven bouwput) Ad 2. Onderbouw Toezichtmoment 5. Heien/bronbemaling/riolering/damwandconstructie/grondverbetering Toezichtmoment 6. Controleren (van wapening) van de fundering (staal/palen, constructie) Toezichtmoment 7. Begane grondvloeren Ad 3. Bovenbouw Toezichtmoment 8. Verdiepingsvloeren en –wanden (stempels, steigers, vloeren en balken) Toezichtmoment 9. Constructies overige verdiepingen Ad 4. Gevel/dak Toezichtmoment 10. Kap (dakconstructie, dakafwerking, buitengevel, gevelopeningen) Ad 5. Afbouw Toezichtmoment 11.

Afbouw en installaties (onder andere nutsvoorzieningen, hoogteverschil en vloerafscheidingen, ventilatie en spuicapaciteit, brandveiligheid, vluchtmogelijkheden, brandveiligheidsinstallaties, bescherming geluid (van installaties), vochtwering, verbrandingslucht/rook, EP gerelateerde installaties) Toezichtmoment 12. Eindoplevering (inclusief BAG)

44

Bijlage 2 Regelgeving

45

Bijlage 3 Werkprogramma ODZOB

46

Bijlage 4 HUB VRZOB

47

Bijlage 5 Capaciteit VTH

FTE

effectieve

vergunning-

Toezicht-

uren*

verlening

/handhaving

beleid

teamleider ruimte

0,1

135

teamleider vergunning

0,75

1012

teamleider LHV

0,5

675

regiefunctionaris odzob

0,66

891

446

446

regiefunctie VRBZO

0,2

270

135

135

jurist VTH (wabo)

1

1350

270

675

405

0,77

1039,5

135

770

135

2,5

3375

2700

675

1

1350

945

405

uitvoering bibob (flexibel)

0,2

270

270

apv (vast)

1,87

2524,5

2524,5

casemanagement (vast)

2,5

3375

3375

casemanagement (flexibel)

1,6

2160

2160

toezichthouders (vast)

2,64

3564

3564

bouwtoezicht (flexibel)

0,75

1012,5

1012,5

bouwtoezicht (vacature)

0,25

337,5

337,5

boa (vast)

1,5

2025

2025

leefbaarheid/overlast (vast)

0,92

1242

1242

leefbaarheid/overlast (flexibel)

0,44

594

594

Uitvoering juridische handhaving

0,72

972

972

1

1350

1350

21,87

29524

jurist VTH (bijzondere wetten) specialisatische kennis openbare werken/ ruimtelijke ordening ondersteuning/ applicatiebeheer

juridische handhaving (flex) totaal

135 1012 675

13972,5

11017

*uitgaande van 1350 effectieve uren bij fulltime functie

zowel vergunning/toezicht/handhaving/beleid

48

4536

vergunningverlening toezicht beleid

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=7929e5f4-17da-4dab-93f3-02ebb168e971