CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.03.07BBB Uitvoeringsprogramma VTH 2021.docx

Raadscommissie Ruimte 30 maart 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken ter kennisneming aan de commissie14.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsprogramma VTH 2021 Behorend bij het beleidskader VTH 2021

Titel:

Uitvoeringsprogramma VTH 2021

Versie:

Definitief, verseonnummer 2020076797

Datum:

9 februari 2021

Auteur(s):

mr. C.S. Rotman

INHOUDOPGAVE 1

2

Het nieuwe normaal: Prioritering VTH-taken en COVID-19

3

1.1 Aanleiding

3

1.2 Ontwikkelingen, problemen en oplossen

3

1.3 Reikwijdte van beleid en programma

3

1.4 Bevoegdheid tot vaststelling uitvoeringsprogramma

4

1.5 Samenwerking ODZOB en VRBZO

4

1.6 Bereikbaarheid gemeentelijke organisatie, VRBZO en ODZOB

5

1.7 Deelgebieden

5

1.8 Doel van het uitvoeringsprogramma

5

1.9 Evaluatie uitvoeringsprogramma

6

1.10

Begrippen

6

Vergunningverlening

8

2.1 Kwaliteitsdoelstellingen voor vergunningverlening

8

2.2 Rapportage/monitoring

8

2.3 Capaciteit vergunningverlening

8

2.3.1 Vergunningverlening Wabo 3

11

2.3.2 Vergunningverlening bijzondere wetten

13

TOEZICHT

15

3.1 Kwaliteitsdoelstellingen voor toezicht en handhaving

15

3.2 Rapportage/monitoring

15

3.3 Ontwikkelingen

15

3.4 Registratie

16

3.5 Uitwerking uitvoeringstrategie

16

3.6 Integriteit en veiligheid

21

3.6.1 Uitvoeringstaak integriteit en veiligheid

21

3.6.1 Uitvoeringstaak overlast leefbaarheid

22

3.7 Jeugd en/of Horeca

23

3.7.1 Uitvoeringstaak

24

3.8 Fysieke kwaliteiten

24

3.8.1 Toezicht en handhaving huisvesting werknemers en bewoning recreatieterreinen

24

3.8.2 Brandveiligheid

25

3.9 Toezicht bedrijvigheid/milieu

26

3.10

28

Woon- en Leefomgeving

3.10.1

Bouw- en Woningtoezicht

28 3.10.2

Uitvoering bouw- en woningtoezicht

30 3.11Projecten/ Omgevingswet

31

3.12

COVID-19

32

3.13

JURIDISCHE ONDERSTEUNING EN BELEID

3.13.1

34 Beschikbare capaciteit

35 3.14

Juridische capaciteit uitvoeringsprogramma

36 2

3.15

Conclusie uitvoeringsprogramma toezicht/handhaving

37

3.16

Conclusie en voorstel toezicht en handhaving

37

3

1 Het nieuwe normaal: Prioritering VTH-taken en COVID-19 1.1 Aanleiding Vergunningverlening en toezicht & handhaving op geldende wetten en regels vallen voor een deel onder de bevoegdheid van de gemeente. Gelet op de diversiteit aan werkzaamheden en activiteiten die binnen onze gemeentegrenzen plaatsvindt, is het noodzakelijk voor de uitvoering van onze taken om onze aandachtsgebieden te prioriteren, waarbij onze aandacht dan uit gaat naar activiteiten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (verder: VTH) waar het grootste risico ligt. Onze prioriteiten binnen de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in het beleidskader “Vergunningverlening, toezicht en handhaving Asten 2021” (verder: beleidskader VTH). Dit kader is op basis van de ontwikkelingen en ervaringen uit 2020 aangepast, zodat, waar nodig, bijgestuurd kan worden om de doelstellingen uit de Toekomstvisie Asten 2030 (verder: ‘Toekomstvisie’) te behalen. Het jaar 2020 evenaarde in geen enkel opzicht de voorgaande jaren. Door de wereldwijde uitbraak van de COVID-19 pandemie hebben we al onze prioriteiten en taken voor afgelopen jaar moeten herzien. Taken vervielen, maar er kwamen ook weer aandachtsgebieden bij. Ook voor 2021 verwachten we een lange nasleep van de effecten van COVID-19 op onze VTH-taken. Onze verwachtingen in relatie met COVID-19 zijn verwerkt in dit uitvoeringsprogramma voor 2021.

Daarnaast kenmerkt 2021 zich door de verdergaande voorbereidingen voor de Omgevingswet. Tijd en capaciteit moet worden vrijgemaakt voor het formuleren van onze doelen en werkwijze, het inrichten van systemen, het opstellen en het eigen maken van de regels, het overgangsrecht, het aanpassen van de formats en natuurlijk de implementatie. Op basis van het effect van de activiteit in relatie tot een mogelijke overtreding van een rechtsregel en de kans dat deze overtreding zich voordoet, is het risico per uitvoeringstaak bepaald. Op basis daarvan hebben wij onze prioriteiten voor het beleid gesteld. Ook is het noodzakelijk dat inzichtelijk wordt gemaakt wat we gaan doen en wat we niet kunnen doen. Dit uitvoeringsprogramma is een vertaling van deze prioritering. 1.2 Ontwikkelingen, problemen en oplossen De Toekomstvisie geeft inzicht in de speerpunten waarop omgevingsontwikkelingen worden gestimuleerd en andere worden geremd (de zogenaamde omgevingsanalyse). Op basis van de raakvlakanalyse tussen beleidsvelden wordt middels de beleidscyclus ingespeeld op actuele en toekomstige ontwikkelingen voor beleid en uitvoering. Vanuit uitvoering wordt input teruggegeven en kan worden beoordeeld of de gestelde doelen worden bereikt. De keuzes die gemaakt worden brengen ook risico’s met zich mee.

Het is van belang deze risico’s te wegen om te komen tot het beheersbaar maken ervan en toch slagvaardig te blijven. Het behalen van de verschillende doelen wordt gedaan op basis van strategieën. In het beleidskader VTH is vooral ingegaan op de omgevingsanalyse en op de risicoanalyse. In het uitvoeringsprogramma geven we vorm aan de inzet van de beschikbare capaciteit in relatie tot de omgevingsanalyse en de risicoprioritering en bepalen we wat de kwaliteitsdoelen zijn, alsmede welke strategieën hiervoor ingezet worden. 1.3 Reikwijdte van beleid en programma Het beleidskader VTH, inclusief het uitvoeringsprogramma, heeft betrekking op de bevoegdheden van het college en de burgemeester op het gebied van toezicht, handhaving en vergunningverlening op de fysieke leefomgeving. Dit ziet zowel op de openbare ruimte, dus gemeentelijke eigendommen, als op privéterreinen. De fysieke leefomgeving is gesplitst in de beleidsvelden: ‘milieu’, ‘bouw- en woningtoezicht’, ‘ruimtelijke ordening’ en ‘openbare orde en veiligheid’. De taken binnen de beleidsvelden ‘milieu’, ‘bouw- en woningtoezicht’ en ‘ruimtelijke ordening’ vinden hun 4

grondslag in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo). Het beleidsveld ‘openbare orde & veiligheid’ valt niet altijd onder de reikwijdte van de Wabo, maar behoort op onderdelen wel tot de fysieke leefomgeving. Het gaat met name over de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (verder: APV). De inzet voor de bestrijding van de “COVID-19” is gebaseerd op de Wet publieke gezondheid. De taken die hieruit voortvloeien vergen momenteel een structureel grote inzet op het gebied van beleidsvorming, vergunningverlening en toezicht en handhaving. Maar ook voor andere taakvelden op sociaal vlak en veiligheidsvlak is inzet noodzakelijk. Deze taken zijn gebaseerd op diverse, opeenvolgende Noodverordeningen, welke nu grotendeels naar een landelijke wet zijn omgezet, de “Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid”. 1.4 Bevoegdheid tot vaststelling uitvoeringsprogramma Artikel 7.3 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kent de plicht om jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast te stellen. Dit is de taak van het bestuursorgaan dat belast is met vergunningverlening, toezicht en handhaving. Binnen de gemeente betreft dit het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder voor zover het de eigen bevoegdheid betreft. Het uitvoeringsprogramma wordt op grond van artikel 7.3 lid 4 van het Bor ter kennisname bekendgemaakt aan de gemeenteraad.

Functiescheiding vergunningverlening en toezicht Functiescheiding toezichthouders en vergunningverleners/ overlegvormen Er is ingevolge artikel 7.4, tweede lid, onder b van het Bor op functieniveau een onderscheid gemaakt tussen toezicht- en handhaving enerzijds en vergunningverlening anderzijds. Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, openbare orde en veiligheid is binnen de gemeente verdeeld in twee teams. De toezichthouders en boa zijn ondergebracht in team “Leefbaarheid, Handhaving en Veiligheid” (verder: LHV). De vergunningverleners zijn ondergebracht in team “vergunningverlening”. De juridische ondersteuning is ondergebracht bij team LHV, waarbij het werk op taakveld niveau is verdeeld en op dossierniveau gescheiden. Ook bij de Veiligheidsregio Brabant Zuid-Oost (verder: VRBZO) en de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (verder: ODZOB) is de scheiding doorgevoerd. De juridische ondersteuning wordt dus ook door deze diensten geleverd afhankelijk van de vraag, waarbij de scheiding op dossierniveau wel plaatsvindt. Tussen de verschillende taakvelden wordt intensief samengewerkt om te komen tot een adequate uitvoering van de VTH-taken. De regiefunctionarissen hebben hierin een belangrijke taak, zowel op de inhoud als op de verbinding.

Om een integrale benadering mogelijk te maken worden op casusniveau vanuit verschillende disciplines zaken besproken om in een vroegtijdig stadium bij te sturen (RO/VV/TZH). De zogenaamde omgevingstafel. Hierbij is het mogelijk dat zowel de VRBZO als ook de ODZOB aansluiten. Voor toezicht en handhaving vindt een integraal overleg plaats over werkwijzen, invulling LHS, ontwikkelingen en de voortgang, waarbij tevens inhoudelijke zaken worden besproken. Hierdoor is een integrale aanpak mogelijk. Binnen het sociaal team Asten sluiten zowel leefbaarheid als veiligheid aan om te komen tot een integrale aanpak voor verwarde en “overlast-gevende” personen. 1.5 Samenwerking ODZOB en VRBZO De ODZOB en VRBZO voeren, in mandaat of advisering ter besluitvorming, een pakket van taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het BOR is wettelijk vastgelegd welke taken de ODZOB namens het college uitvoert. De taken van de VRBZO zijn vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Naast de repressieve taak, het blussen van branden, voert de VRBZO ook andere taken uit, zoals advisering bij vergunningen en het toezicht op brandveiligheidsvoorzieningen (B en C categorie). Voor uitvoeringstaken van de ODZOB is een regionaal kader opgesteld om tot een regionaal uitvoeringniveau te komen. De VRBZO heeft aan haar toekomstvisie een werkwijzer gekoppeld. Ook voor de

5

VRBZO wordt gewerkt aan een mandaatbesluit om namens de gemeente de werkzaamheden uit te voeren. Samenhang uitvoeringsprogramma Omgevingsdienst Een deel van de uitvoering van de VTH-taken wordt door de ODZOB gedaan. Als eigenaar en opdrachtgever moet de gemeente een actieve rol nemen in de samenwerking met de Omgevingsdienst bij het opstellen/bijstellen van het regionale beleid en uitvoeringsprogramma. Op deze manier kan worden gewaarborgd dat de uitvoering van de taken aansluit bij de doelen die de raad gesteld heeft voor Asten. De deelnemers van een Omgevingsdienst dragen gezamenlijk zorg voor een uniform uitvoeringsprogramma voor de taken. Het uitvoeringsprogramma vloeit voort uit het door het Algemeen Bestuur vastgestelde uitvoeringsbeleid. Dit uitvoeringsbeleid dient aan te sluiten bij het VTH beleid van het college. Het uitvoeringsbeleid en -programma maken onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma van de gemeente Asten. Op ODZOB-niveau betreft dit het ROK milieutoezicht en het nog vast te stellen RUV voor vergunningverlening. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven welke voorgenomen activiteiten op welke manier uitgevoerd gaan worden. Daarnaast wordt het uitvoeringsprogramma vertaald in een jaarlijks werkprogramma ODZOB. In het werkprogramma zijn de te verwachten meldingen, vergunningaanvragen, controles etcetera opgenomen.

Daarnaast kunnen in het werkprogramma ook specifieke (sectorgerichte)projecten opgenomen worden. De uitvoeringsprogramma’s van de ODZOB zijn in 2019 voor het eerst opgesteld. Het werkprogramma 2021 is bekend. Deze is in bijlage 3 opgenomen. Om de verbinding tussen het werkprogramma van de gemeente en de Omgevingsdienst te verbeteren starten we in februari 2021 met twee werkgroepen. De werkgroep “stoppers, saneerders en overige intrekkingen” en de werkgroep “complexe aanvragen”. Om het procesverloop te borgen op gebieden waar de integrale samenwerking tussen de gemeente en de omgevingsdienst extra aandacht verdiend, volgen de twee werkgroepen maandelijks het verloop van de lijsten met dossiers. 1.6 Bereikbaarheid gemeentelijke organisatie, VRBZO en ODZOB Via de website, de Buiten Beter-app, milieuklachtencentrale tijdens kantoortijden of via het alarmnummer zijn de organisaties bereikbaar. Via de rampenbestrijding zijn alle organisaties bereikbaar en beschikbaar in geval van calamiteiten (van verschillende niveaus). Hiervoor geldt een beschikbaarheid van 24 uur per dag. Voor toezicht geldt dat deze niet gebonden is aan kantoortijden, maar wordt ingezet wanneer dit nodig is. 1.7 Deelgebieden Bij het opstellen van het beleidskader is gekozen voor een verdeling in vijf beleidsonderwerpen. COVID-19 loopt door alle taakvelden en beleidsonderwerpen heen.

Hierdoor is het lastig om deze specifieke taken per beleidsonderwerp apart inzichtelijk te maken.: Jeugd en Horeca Fysieke kwaliteiten Integriteit en Veiligheid Bedrijvigheid/Milieu Woon- en Leefomgeving

1.8 Doel van het uitvoeringsprogramma Via het uitvoeringsprogramma maken het college en de burgemeester de wijze van vergunningverlening, toezicht & handhaving voor het komende jaar inzichtelijk. Het programma verschaft helderheid over de wijze van uitvoering van de taken waaraan prioriteit is gegeven in het beleidskader VTH. Dit komt zo veel als mogelijk tot uitdrukking

6

in de te behalen doelen en de te leveren kwaliteit. Aantallen zijn hierbij niet altijd van belang, omdat die geen indicatie geven van de kwaliteit of de bijdrage aan de doelen. Het gaat om de output die van belang is om in te kunnen spelen op ontwikkelingen (omgevingsanalyse). Daarnaast is niet in alle gevallen een indicatie van aantallen te geven, omdat het vooral gaat om het aanspreken en het zichtbaar zijn. Van daar gaat een preventieve werking uit op toezichtniveau. Met name het toezicht op de naleving van regels in de openbare ruimte leent zich maar beperkt voor een programmering in aantallen. Daarnaast gaat het ook om houding en gedrag van medewerkers en de samenwerking met interne en externe partners, zoals ook weergegeven in één van de strategieën. De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving is in de volgende hoofdstukken uitgewerkt. De basis hierbij is ‘Asten: veilig, leefbaar en duurzaam’. 1.9 Evaluatie uitvoeringsprogramma Uiterlijk op 1 mei 2021 zal het evaluatieverslag van het uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, toezicht en handhaving 2020 gereed zijn. 2020 kenmerkte zich vooral door inzet op toezicht/handhaving COVID-19, toezicht/handhaving op recreatieterreinen en het uitvoeren van bouw- en woningtoezicht. Daarnaast is een project opgestart voor toezicht op inpassingsplannen.

1.10 Begrippen Omgevingsanalyse: analyse van ontwikkelingen in de gemeente, welke gebruikt wordt om te komen tot de richting waarin geageerd moet worden. Risicoanalyse: risico’s op basis van de manier van werken in de uitvoering. Analyse vindt plaats op basis van de problemen die optreden, welke risico’s er zijn, wat de ernst is van de risico’s en hoe deze te neutraliseren zijn. Wanneer het risico laag is, wordt een aanvraag beperkt getoetst, wordt geen gericht toezicht meer gehouden en geen handhavingsprocedures meer gevolgd. Prioriteit hoog: De grootste risico’s om de doelen niet te halen als we de activiteiten met een score van 1 en 2 niet meer zouden uitvoeren. Spontane naleving is bij deze activiteiten laag. Daarom moeten we deze prioriteiten altijd uitvoeren. Prioriteit middel: Van de activiteiten met een score 3 is het wenselijk dat we deze uitvoeren. De kans dat ze optreden is in verhouding lager. Echter, er kunnen nog steeds negatieve gevolgen optreden. Prioriteit laag: Als we de activiteiten met een score 4 niet meer zouden uitvoeren lopen we weinig risico. De kans op forse negatieve gevolgen is klein. Preventief of zichtbaar toezicht heeft wel een effect op het gedrag van betrokkenen, waardoor spontane naleving hierbij hoog is.

Toezicht en handhaving: ‘elke handeling die erop gericht is de naleving van rechtsregels te bevorderen en overtredingen te beëindigen voor zover deze betrekking hebben op de fysieke leefomgeving’. In de praktijk worden de termen toezicht en handhaving regelmatig door elkaar gebruikt. Feitelijk is toezicht een onderdeel van handhaving. Toezicht betreft de controle op de naleving van wet- en regelgeving. Handhaving komt in beeld als na controle de overtreding niet uit eigener beweging door overtreder wordt beëindigd, dan wel laat worden beëindigd. Bestuursdwang: onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: • de vooraanschrijving(en); • het besluit tot last onder bestuursdwang 7

• de vaststellingsbeschikking over de gemaakte kosten. Bestuursdwang is een bestuurlijk gevoelige zaak waarover vooraf contact moet worden gelegd met de opdrachtgever en de bestuurder. Dwangsom: onder last onder dwangsom wordt verstaan: • de vooraanschrijving(en); • het besluit tot last onder dwangsom; • de invorderingsbeschikking. Eerste controle: Een eerste controle is de controle waarmee een proces van toezicht en handhaving start. Preventie: Het bijstaan van de overtreder of mogelijke overtreder in het naleven van weten regelgeving door uitleg te geven over de daaruit voortvloeiende verplichtingen en door te wijzen op denkbare maatregelen en voorzieningen waarmee naleving kan worden verzekerd. Met preventie wordt beoogd de kans op overtreding te verminderen, zonder daarbij de activiteiten te verrichten die van de normadressaat mogen worden verwacht.

Toezicht: onder toezicht wordt verstaan: • het toezicht op de naleving van de genoemde wet- en regelgeving; • het toezicht op de borging van de naleving; • het bieden van nalevingassistentie, gericht op de structurele verbetering van het naleefgedrag; • de oog- en oorfunctie voor de naleving van andere regels in het omgevingsrecht, die eveneens op het toezichtsobject van toepassing zijn; • de afstemming over de uitvoering van het toezicht met betrokken handhavingspartners Landelijke Handhavingsstrategie: bij het uitvoeren van toezicht wordt aansluiting gezocht bij de Landelijke Handhavingsstrategie. Hierbij vindt samenloop plaats tussen bestuursrecht en strafrecht. Uitvoeringsstrategie: Richtlijnen welke ingezet worden om een bepaald doel te bereiken en kwaliteit te leveren, zodat het risico beperkt blijft en de maximale inzet mogelijk is. Binnen Asten worden verschillende strategieën ingezet als uitvoeringsstrategie. Deze zijn uitgewerkt in de verschillende hoofstukken. Voorbeelden zijn de samenwerkingsstrategie en de gedoogstrategie.

8

2 Vergunningverlening In het kader van de Wabo is de gemeente bevoegd tot het verlenen van de (integrale) omgevingsvergunning. Dit betreft de onderdelen bouwen, planologisch strijdig gebruik, in/uitritten, kappen en slopen, natuur en milieuactiviteiten. Ook activiteiten in/aan monumenten vallen hieronder. De werkzaamheden rondom vergunningverlening milieu hebben betrekking op het beoordelen van aanvragen ingevolge de Wabo en het beoordelen van meldingen ingevolge het Activiteitenbesluit. Bouwactiviteiten worden beoordeeld volgens vaststaande methodieken. Onze uitgangspunten daarvoor hebben we vastgelegd in het beleidskader VTH. Door het vastleggen van het werkproces worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat getoetst en kan naar burgers toe worden aangegeven aan welke voorschriften uit het Bouwbesluit is getoetst. Voor het beoordelen van vergunningaanvragen milieu zijn geen vaststaande methodieken. Milieu- en natuurregelgeving zijn deels in nationale en Europese wet- en regelgeving vastgelegd. Daarnaast zijn een groot aantal internationale richtlijnen van toepassing. Veel normen staan niet vast, maar moeten door het bevoegd gezag worden bepaald in op maat gemaakte voorschriften. De werkzaamheden voor vergunningverlening zijn overwegend vraag-gestuurd en afhankelijk van initiatieven van bedrijven en burgers.

Hierdoor is het aantal aanvragen vooraf lastig in te schatten. De diepte waarop aanvragen getoetst worden is, net als bij toezicht, risicogericht. De risicomatrix is terug te vinden in het beleidskader VTH. 2.1

Kwaliteitsdoelstellingen voor vergunningverlening

Voor vergunningverlening zijn een aantal doelstellingen geformuleerd, die in de uitvoering nagestreefd worden in het gehele proces van vergunningverlening. Deze zijn:  90% van de beschikkingen/besluiten zijn genomen binnen de wettelijke termijn;  Geen beschikkingen die we moeten verlenen op basis van de lex silencio positivo (vergunning van rechtswege);  Adviesverzoeken worden tijdig aangevraagd (minimaal vier weken voor besluitvorming);  Een niet of niet tijdig aangevulde aanvraag of een niet volledig aangevulde aanvraag wordt tijdig buiten behandeling gesteld;  Er wordt éénmaal gevraagd om aanvullende gegevens voor een bepaald onderdeel en alleen in bijzondere omstandigheden wordt uitstel gegeven voor het indienen van de aanvullende gegevens;  100% aansluiting tussen de gehanteerde tarieven in de legesbesluiten en de tarieven uit de legesverordening die van toepassing waren ten tijde van de betreffende aanvraag;  95% van de beschikkingen blijft in stand na toetsing door de rechtbank en/of de Raad van State; 2.2

Rapportage/monitoring

De monitoring voldoet aan de wettelijke eisen voor monitoring en rapportage in relatie tot de kwaliteitscriteria 2.2. Het verplichte jaarverslag wordt opgeleverd vóór 1 mei het daarop volgende jaar, waarin een jaaroverzicht wordt gegeven van vergunningverlening over het kalenderjaar, met daarin opgenomen een analyse over actuele thema’s en bijzonderheden. Wanneer thema’s van invloed zijn op de beleidscyclus of begrotingscyclus in relatie tot de Toekomstagenda Asten2030 worden aanbevelingen gedaan.

2.3 Capaciteit vergunningverlening Hieronder zijn de beschikbare uren weergegeven voor de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening. 9

Organisatie ODZOB VRBZO Gemeente

Begroot 2612 1000 (op verzoek) 13231 (inclusief inhuur)

Omgevingsvergunning en meldingen De taken op het gebied van vergunningverlening, advisering en behandelen meldingen worden binnen het Team vergunningverlening, ODZOB en VRBZO uitgevoerd. De vergunningverleners zijn in veel gevallen casemanagers. Voor expertise wordt gebruikt gemaakt van de inhoudelijke specialisten werkzaam binnen team ruimte, de VTH-jurist, de ODZOB en er vindt projectadvisering plaats vanuit de VRBZO. Bijvoorbeeld, voor inritvergunningen worden collega’s van de afdeling verkeer ingeschakeld. Mocht expertise niet aanwezig zijn, dan wordt deze ingehuurd. De casemanager zorgt uiteindelijk dat alle adviezen samengebracht worden in de te verlenen of af te wijzen vergunning en weegt alle belangen af, alvorens een gemotiveerd besluit te nemen. Hiermee rondt hij de procedure af. Welstand Indien een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voldoet aan het bestemmingsplan en/of er is geen sprake van planologisch strijdig gebruik, dan wordt het plan ter advisering voorgelegd aan de gecombineerde welstand- en monumentencommissie. Deze commissie toetst de aanvraag aan redelijke eisen van welstand. Concreet betekent dit dat het plan moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota. De Welstandsnota van de gemeente Asten is op 7 augustus 2015 vastgesteld. Er zijn gebieden waar streng getoetst wordt en gebieden die vrij van toetsing zijn.

Voor het toetsen van aanvragen omgevingsvergunning aan de vastgestelde welstandscriteria, laten burgemeester en wethouders van Asten zich adviseren door de welstand- en monumentencommissie van de Omgevingsdienst ZuidOost Brabant (ODZOB). Medio 2020 is de werkwijze aangepast, mede ingebracht door COVID-19 en de bezuiniging die zijn doorgevoerd op verzoek van de gemeenteraad. Hierdoor is de ambtelijke ondersteuning bij de behandeling geschrapt en werkt de welstand rechtstreeks in de deelzaak in Squit om hun adviezen daarin te verwerken. Deze werkwijze is aanzienlijk efficiënter dan voorheen. Aantallen De werkzaamheden op het gebied van omgevingsvergunningen, en dan vooral voor wat betreft de activiteit bouwen, worden sterk beïnvloed door wat er bij de gemeente daadwerkelijk aan aanvragen wordt ingediend. Het werk is dus sterk vraaggericht. Ten tijde van de economische crisis liep het aantal bouwaanvragen enorm terug. Nu het economisch weer beter gaat, zien we het aantal aanvragen toenemen. Dit heeft ook te maken met de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein en een toename nieuwbouwwoningen. Het blijven echter onzekere tijden en het kan zo maar weer om slaan. Daarnaast is in begin 2020 alle grond op het bedrijventerrein Florapark uitgegeven. Momenteel worden nieuwe locaties onderzocht. Dit zijn factoren waar een gemeente weinig invloed op heeft.

Een andere factor is het feit dat de wetgever steeds meer bouwactiviteiten vergunningsvrij maakt. Naast het in behandeling nemen van aanvragen zien we dat vragen over zeer uiteenlopende zaken die met vergunningsvrije- en plichtige bouw- en gebruiksmogelijkheden te maken hebben veel beslag leggen op de beschikbare tijd van de vergunningverleners en de frontoffice openbare ruimte. De grens tussen wettelijke taak en adviesfunctie moet daarbij bewaakt worden. Voor vergunningverlening geldt dat tegenover een toename van het aantal verleende vergunningen, een toename van inkomsten uit leges staat. Geredeneerd vanuit een solide bedrijfsvoering, dienen deze extra inkomsten aangewend te worden voor het uitvoeren van

10

de taken op het gebied van vergunningverlening en vergunning gericht toezicht. Zo nodig kan tussentijds voorgesteld worden om deze inkomsten in te zetten voor de inhuur van extra (tijdelijke) capaciteit om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Toetsingsstrategie In de te ontwikkelen toetsingsstrategie worden verschillende onderdelen uitgewerkt, zoals: Welke verschillende vormen van vergunningverlening zijn er; Wat is het doel wat beoogd wordt met de vergunningverlening; Wat is onze basiswerkwijze bij afzonderlijke vormen van vergunningverlening. Wij gaan aanvragen beoordelen aan de hand van een risicomatrix en de daarbij behorende diepte van de toetsing. Hiervoor hanteren wij de zogenaamde landelijk toetsingsstrategie. De basiswerkwijze volgt volgens een geborgd proces in het digitale systeem. Risicomatrix In de risicomatrix bij het beleidskader VTH is ten aanzien van Wabo-vergunningverlening aan complexe bouwwerken een hoge prioriteit toegekend. Dit betreft aanvragen om vergunning voor woongebouwen, appartementen en kamerverhuur, verblijfsgebouwen zoals hotel, kantoren, horeca, etcetera en voor maatschappelijke gebouwen (scholen, zorg, etcetera). Dergelijke aanvragen zullen volledig getoetst worden, voornamelijk als het gaat om veiligheid (brandveiligheid en constructie). Andere zaken, zoals bijvoorbeeld aanvragen om een dakkapel of een schutting, hebben een lage prioriteit.

Dit betekent dat deze aanvragen veel minder diepgaand getoetst zullen worden. In de beschrijving van het Wabo-proces worden verschillende KPI’s (kritische prestatieindicatoren) benoemd. Deze zijn wel leidend voor het handelen, maar worden (nog) niet als doelstelling van beleid opgenomen. Bij de vergunningverlening dient aan de voorzijde de aanvraag volledig getoetst te worden. Uitgestelde vergunningverlening, waarbij middels het stellen van voorschriften de toetsing pas plaatsvindt (dus ná vergunningverlening), wordt zoveel mogelijk voorkomen. Wanneer er toch sprake is van uitgestelde vergunning, dan dient het primaat bij vergunningverlening te liggen, in samenwerking met bouw- en woningtoezicht. Zo dienen onder andere de peil- en rooilijn duidelijk te zijn, maar ook de ligging van de voorziening in verband met mogelijke calamiteiten. Formatie De formatie is in principe afgestemd op het aantal verwachte vergunningaanvragen. Ook hier geldt dat een toename van vergunningaanvragen tot uiting zal komen in een toename van inkomsten uit leges. Deze extra inkomsten kunnen aangewend worden om (tijdelijk) extra capaciteit in te zetten om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren.

11

2.3.1

Vergunningverlening Wabo

In onderstaande tabel worden de aantallen verwachte aanvragen weergegeven.

12

** Bij A-categorie wordt op verzoek advies gevraagd bij de VRBZO. Deze inzet is dus optioneel. Uitvoeringstaak

Vergunningverlening Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Omschrijving

- Behandelen van aanvragen/verzoeken op basis van de Wabo. - Behandelen van/uitbrengen van overige verzoeken zoals Bibob-toets, meldingen, toets bouwbesluit en programma van eisen brandveiligheid. Beide taken zijn inclusief uitvoeringsbeleid, vooroverleg, bezwaar/beroepsprocedures en ondersteuning.

Omvang

Verwachte aantallen 68 aanvragen één onderdeel en 88 aanvragen meerdere onderdelen. Een vergunning kan uit meerdere onderdelen bestaan en uit meerdere fases en volgens de reguliere, dan wel uitgebreide procedure verlopen.

Kwantiteit (verwachte aantallen)

Enkelvoudig

meervoudig

Onderdeel bouwen

68

88

Onderdeel milieu

4

6

Onderdeel brandveiligheid

0

1

Onderdeel natuur

0

2

Onderdeel monumenten

0

9

Onderdeel in- en uitritten

11

24

Onderdeel Kap

20

2

Onderdeel Reclame

1

3

Onderdeel sloop

1

1

Onderdeel weg aanleggen of

6

5

Melding activiteitenbesluit

35

0

Melding brandveilig gebruik

5

Melding besluit lozen buiten

3

overig

veranderen

inrichtingen Melding sloop

103

Melding mobiel puinbreken

1

Mer-beoordeling/besluit

12

0

Afwijken bestemmingsplan/

16

72

Principe verzoeken Bibob-toets

270 uur

Adviezen/ Toets bouwbesluit

440 uur

intrekkingen/actualisaties/

8

maatwerkvoorschriften Capaciteit

Gemeente

VRBZO

ODZOB

Capaciteit benodigd behandelen

8343

1000 **

2612

1000 **

2612

aanvragen Capaciteit andere teams

3105

Beschikbare capaciteit (inclusief

11.448

beleid/juridisch vooroverleg) 13

De implementatie van de Omgevingswet vergt veel capaciteit vanuit dit team. Alle werkprocessen moeten worden beschreven en de digitale ontsluiting moet goed geborgd zijn. Daarnaast moet het nieuwe registratiesysteem PowerBrowser worden geïmplementeerd (vervangt het huidige Squit-systeem). Tevens is tijd nodig om de casemanagers op te leiden om volgens de nieuwe geest en regels van de Omgevingswet te werken. Werkgroep complexe aanvragen Voor de verbetering van de integrale werkwijze bij complexe aanvragen starten we in februari 2021 met de werkgroep complexe aanvragen. De werkgroep volgt de lijst complexe aanvragen, waarbij het gaat om aanvragen voor bijvoorbeeld innovatieve stalsystemen of aanvragen die in verband staan met andere lopende gemeentelijke procedures. Afgezien van de tijd voor het maandelijks afstemmingsoverleg en de voorbereidingstijd betreft het afstemming van reguliere werkzaamheden. De werkgroep bespreekt de voortgang van de dossiers en zorgt voor de bestuurlijke afstemming in het portefeuillehoudersoverleg milieu, vergunningverlening APV, DHW en andere bijzondere wetgeving. Binnen het team vergunningverlening vindt vergunningverlening plaats op het gebied van de APV, de Drank- en Horecawet en andere bijzondere wetgeving. Hierbij is ook een nauwe samenhang met de APV. Wanneer nodig wordt deze aangepast. In 2021 wordt de APV geüpdatet.

De Tweede Kamer heeft op 1 december 2020 ingestemd met het wetsvoorstel ‘wijzigingen Drank- en Horecawet’ van staatssecretaris Blokhuis. Nu de Tweede kamer met het wetsvoorstel en bovengenoemde amendementen heeft ingestemd, moet de wet nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. Blokhuis verwacht dat deze nieuwe Alcoholwet vanaf 1 juli 2021 inwerking treedt. Wat betreft de Drank- en Horecawet geldt dat er sprake is van hoge prioriteit ten aanzien van aanvragen om DHW-vergunningen en bij wijzigingen hiervan. Dat geldt ook voor exploitatievergunningen. Hierbij moet het landelijke toetsingskader worden gevolgd. Het terrassenbeleid is in werking getreden op 27 juni 2014 en is gewijzigd in 2016. Deze wijziging is in werking getreden op 1 januari 2017. Er is een up-to-date inrichtingenbestand van de locaties binnen de gemeente waar tegen betaling alcohol verstrekt wordt. Dat geldt voor het horecabestand, maar in het kader van toezicht en handhaving ook voor niet-vergunningplichtige inrichtingen, zoals supermarkten en snackbars. De formatie is in principe afgestemd op het verwachte aantal vergunningaanvragen. Ook hier geldt dat een toename van vergunningaanvragen tot uiting zal komen in een toename van inkomsten uit leges.

Deze extra inkomsten kunnen aangewend worden om (tijdelijk) extra capaciteit in te zetten om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren (zowel op vergunningverlening als toezicht en handhaving).

14

2.3.2

Vergunningverlening bijzondere wetten

Uitvoeringstaak

Vergunningverlening APV, DHW en bijzondere wetgeving

Omschrijving

- Behandelen van aanvragen/verzoeken voor een vergunning of ontheffing op basis van APV. - Behandelen van/uitbrengen van Bibob toets Ambtshalve intrekkingen vergunning Ambtshalve wijziging van voorschriften Adviezen brandveiligheid Voeren van vooroverleg en Behandelen bezwaar en/of beroep - Voeren van horeca-overleg en coördinatie van de kermis

Omvang

In totaal zijn er binnen de gemeente 70 locaties waaraan een exploitatievergunning is verleend en 50 locaties waaraan een drank- en horecavergunning is verleend. Er zijn circa 150 locaties waar arbeidsmigranten verblijven. Daarnaast zijn er 10 locaties waar sprake is van kansspel. Evenementen en overige vergunningen zijn afhankelijk van de initiatieven.

Kwantiteit (verwachte aantallen)

Gemeente

Evenementenvergunning (a, b en

117+11+0

c-categorie) Drank- en Horeca-vergunning

5

Exploitatievergunning nieuwe

15

locatie arbeidsmigranten Huurovereenkomst gebruik

25

gemeentelijke grond/terras collectevergunning

2

Standplaats markt

15

Aanwezigheidsvergunning

5

(kansspel) toestemming reclame

48

Exploitatievergunning

8

Ontheffing zondagswet

-

Standplaatsvergunning

6

Wijziging aanhangsel drank- en

7

horecavergunning Ontheffing Schenken alcohol

38

(tijdelijke vergunning) Ontheffing geluidshinder

29

Bibob-toets

13

Ventvergunning

1 15

Snuffelmarkt

8

Melding brandveilig gebruik

18

overige plaatsen Wijziging exploitatievergunning

4

Ontheffing sluitingsuur

20

Capaciteit benodigde uren

2524

16

3 TOEZICHT In het kader van, onder andere de Wabo, Drank- en Horecawet, bijzondere wetten en APV, is de gemeente bevoegd om toe te zien op de regels die gesteld zijn en daarop te handhaven. Dit betreffen de onderdelen zoals evenementen, kermisterrein, parkeren, bouwen, planologisch strijdig gebruik, in-/uitritten, kappen en slopen, natuur en milieuactiviteiten. Ook activiteiten in/aan monumenten vallen hieronder. Onze uitgangspunten voor toezicht hebben we vastgelegd in het beleidskader VTH. Hierbij is voor 2021 rekening gehouden met de forse impact die COVID-19 naar verwachting nog steeds zal hebben. 3.1

Kwaliteitsdoelstellingen voor toezicht en handhaving

Voor toezicht en handhaving zijn doelstellingen geformuleerd die in de uitvoering nagestreefd worden in het gehele proces van toezicht en handhaving. Deze zijn:  90% van de handhavingsbeschikkingen blijft in stand na toetsing door de rechtbank en/of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;  In de toezichtrapporten zijn de toezichtbevindingen op de naleving van wet- en regelgeving vastgelegd. Deze gegevens worden betrokken in de beoordeling van het gedrag van de overtreder zoals bedoeld in de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). De categorie-indeling wordt vastgelegd. Onze bevindingen worden via een brief kenbaar gemaakt aan eigenaar, huurder van betreffend object/perceel;  Voor 95% van de geplande controles geldt dat het controletraject in 2021 is afgerond, of tenminste is aangevangen;  Bij vergunningen waar een laag risico geldt (volgens risicomatrix) wordt een naleefpercentage van 100% verwacht (spontane naleving);  Bij toezicht en handhaving wordt een naleefpercentage nagestreefd van 70% tot 90% op de geprioriteerde thema’s;  In verband met mogelijk illegale overtredingen/handhavingsverzoeken/ klachten/melding wordt uitgegaan van een naleefpercentage van 50%;  In geval van toezichttrajecten opgepakt met het Peelland Interventieteam wordt 100% van de overtredingen opgepakt om te komen tot beëindiging en het beëindigd houden daarvan;  Op 100% van de

ingediende handhavingsverzoeken wordt binnen de wettelijke termijn een besluit genomen (normaliter 8 weken). Hierbij wordt ernaar gestreefd om nagenoeg geen gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden om termijn te verlengen.

3.2 Rapportage/monitoring De monitoring voldoet aan de wettelijke eisen voor monitoring en rapportage in relatie tot de kwaliteitscriteria 2.1. Er wordt tussentijds jaarlijks tweemaal gerapporteerd over de voortgang van de kwaliteit en kwantiteit, namelijk op 1 juni en op 1 november, tenzij er signalen zijn die van invloed zijn op de kwaliteit en kwantiteit, en bijstelling eerder noodzakelijk is. Het jaarverslag wordt opgeleverd vóór 1 mei van het daarop volgende jaar waarin een jaaroverzicht wordt gegeven van toezicht-, en handhavingsgegevens over het afgelopen kalenderjaar. In de rapportages worden actuele thema’s en bijzonderheden opgenomen die van invloed zijn op de beleidscyclus of begrotingscyclus in relatie tot de Toekomstagenda 2030 Asten. In de rapportage wordt ingegaan op zowel regulier toezicht als toezicht op basis van klachtmeldingen en handhavingsverzoeken. In de rapportage dient dit uitgesplitst te zijn, waarbij overzichtelijk wordt weergegeven wat het naleefgedrag is en hoe dit beïnvloed kan worden. Aanbevelingen om te komen tot een beter naleefgedrag maken onderdeel uit van de rapportage. 3.3

Ontwikkelingen 17

In 2020 zijn door de inzet van toezicht en handhaving in verband met de bestrijding van COVID-19 reguliere projecten afgeschaald. De beschikbare capaciteit is zo doelmatig mogelijk ingezet. De evenementen hebben geen doorgang gevonden door COVID-19, maar zodra die weer plaatsvinden is de insteek deze gezamenlijke controles te continueren. Bouw- en woningtoezicht heeft regulier plaatsgevonden (met in achtneming van de voorschriften in verband met COVID-19). Het tijdelijke project landschappelijke inpassing is, gelet op de start in februari 2020, aangepast voorgezet. Ook de controles bij recreatieterreinen en gezamenlijke controles bij inschrijvingen/BRP hebben doorgang gevonden. Buitengebied Het is zichtbaar dat er in het buitengebied een verandering plaatsvindt. Een groot aantal ondernemers overweegt om te stoppen en zijn zich aan het beraden op mogelijke vervolgstappen. Dit jaar zijn de gebiedscontroles on hold gezet De gebiedscontroles uit het project in 2019 waren heel effectief gebleken. Er wordt daarmee beoogd snel inzicht te krijgen in een bepaald gebied, maar ook om de geluiden te horen van wat er speelt in een bepaald gebied, waarbij los van het groot aantal locaties waar geen grote overtredingen zijn, er toch een toename is in het aantal locaties waar ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden.

Dit kan in relatie met strijdig gebruik bestemmingsplan zijn, maar ook in relatie tot druggerelateerde activiteiten. Naast de politiecontroles en de controles van Pit zijn tijdens een reguliere controle hennepgerelateerde activiteiten aangetroffen. In relatie tot andere jaren zien we hierin weer een toename in het aantal overtredingen van de Opiumwet. Wie woont waar In 2020 is het project ‘landelijke aanpak adresfraude’ voortgezet. Hierbij worden op basis van data-analyses adressen geselecteerd, waarbij het zinvol is om een BRP-controle uit te voeren. Uit de eerste controles bleek dat we actiever moeten sturen op het uitschrijven van arbeidsmigranten op bepaalde locaties. Mogelijk wordt ook misbruik gemaakt van de mogelijkheid tot inschrijving in Asten om daarmee aanspraak te kunnen maken op een uitkering of sociale voorzieningen. De activiteiten die hiermee samenhangen zijn in 2021 voortgezet. Effect van voorlichting In 2019 is bij aantal controles actief ingezet op communicatie vooraf Ook bij de controles in kader van COVID-19 is hier actief op ingezet. Dit om het draagvlak te vergroten. Overigens is ook duidelijk gecommuniceerd wat de gevolgen kunnen zijn bij niet-naleving. Beleidscyclus De uitkomsten van het VTH-programma dienen als input voor komende beleidsontwikkelingen. De beleidsontwikkelingen zijn gekoppeld aan de toekomstvisie Asten 2030.

Voor 2021 zijn een aantal thema’s waarbij de aanpak ontwikkeld wordt/moet worden, zoals inschrijvingen Basisregistratie Personen (BRP), gebiedscontroles, bestuurlijke boetes en bewoning op recreatieterreinen. 3.4 Registratie De registratie van het toezicht op verleende vergunningen vindt plaats in Squit/digimak. Via het archiefsysteem Verseon worden de dossiers zaakgericht vastgelegd. De gegevens van de ODZOB en VRBZO worden in voornoemde systemen opgeslagen. Daarnaast worden klachten geregistreerd via de klachtencentrale, via het loket, website en via de Buiten Beter-app. Optimalisatie van het te volgens proces vindt continue plaats. Squit wordt in de aanloop naar de implementatie van de Omgevingswet vervangen door PowerBrowser. 3.5

Uitwerking uitvoeringstrategie

18

Voor toezicht en handhaving zijn binnen de totale uitvoeringsstrategie diverse onderdelen ontwikkeld, dan wel zijn deze in ontwikkeling, zodat bij de uitvoering het meeste rendement wordt bereikt. Strategie Preventief toezicht/preventieve werking Preventieve inzet/toezicht is erop gericht om actief de doelgroepen te informeren over de regelgeving. Communicatie is hierbij heel belangrijk. We gebruiken daarvoor kanalen zoals de website, lokale bladen, raadvergaderingen en participatiebijeenkomsten over lokale onderwerpen. De communicatiemedewerkers worden hiervoor ingezet. Dit kan door actief in gesprek te gaan, zoals bij controles op drankgebruik bij jongeren, maar ook met ondernemers die gaan stoppen met het bedrijf om misbruik van de leegstaande panden te voorkomen. In het kader van klachten en verzoeken waarbij partijen niet meer in gesprek zijn met elkaar, faciliteren we in een pré-mediationtraject via buurtbemiddeling. Een ander voorbeeld is dat we het gesprek aangaan met personen die zich willen inschrijven in het BRP op locaties waar niet gewoond mag worden. Met het team Burgerzaken zijn afspraken gemaakt, zodat in dergelijke situaties altijd een toezichthouder bij het gesprek aanwezig is. Niet alleen informeren we de burger daarmee tijdig, maar er gaat ook een preventieve werking vanuit. Deze preventieve werking gaat ook uit van de BOA.

Hij is met zijn opvallende kleding en fiets zichtbaar aanwezig in het straatbeeld. Wij merken hierbij op dat het effect van preventief toezicht moeilijk meetbaar is. Desondanks zijn wij van mening dat als we het aantal procedures willen terugbrengen, we moeten inzetten op participatie. De BOA heeft momenteel wel een bijzonder gevoelige positie omdat hij vaak alleen op straat is. De COVID-19 pandemie zorgt af en toe voor lastige confrontaties. De agressie wordt groter en mensen hebben soms een kort lontje. Dit kan onveilige situaties opleveren. Voor 2021 is daarom besloten om de capaciteit uit te breiden. Hierdoor kunnen de BOA’s er voor kiezen om bij risicovolle situaties met zijn tweeën ergens op af te gaan. Programmatische aanpak Binnen de gemeente wordt gewerkt met thema’s waarbij de programmatische aanpak wordt toegepast. Hierbij wordt het geheel integraal bekeken om effectief de verschillende bevoegdheden in te zetten. Dit kan een combinatie zijn van bijvoorbeeld preventief toezicht, interventies met het Peelland Interventieteam en/of inzet op leefbaarheid/openbare orde. Voorbeelden van deze aanpak zijn aanpak recreatieterreinen, interventies ondermijning Peelland Interventieteam, Vrijkomende Agrarische Bebouwing, preventie leefbaarheid/verwarde personen en inzet op overlast door hangjongeren.

Hiervoor wordt intensief samengewerkt tussen politie, toezicht/handhaving, beleid, sociaal team en het Peelland Interventieteam, zodat het toezicht/handhaving het meest effectief is. Wanneer een programmatische aanpak noodzakelijk is, wordt, voor zover de inzet uit het uitvoeringsprogramma onvoldoende is, een separaat voorstel gemaakt. In 2020 is begonnen met het uitvoering geven aan de aanpak van bewoning op, onder andere, recreatieterreinen.

19

Toezichtstrategie Met toezicht wordt gecontroleerd op naleving van wettelijke regels. Het toezicht is gericht op de activiteiten waar de grootste risico’s liggen en op de wettelijke taken die er zijn. Via de risico-analyse is door de verschillende uitvoeringsorganisaties de prioritering gegeven aan het uit te voeren toezicht. ODZOB via ROK, VRBZO via de Werkwijzer en de gemeente zelf via de risico-analyse en de doorvertaling naar de te behalen visie in 2030. Het toezicht wordt ingedeeld op basis van risico’s en ervaringen uit het verleden. Ook wordt de toezichtstrategie op basis van de risicomatrix betrokken, zodat ook daadwerkelijk een laanvaardbaar risico aan de orde is. Hierbij wordt een indeling gemaakt en de taakaccenten worden bepaald door de hoogste prioriteit. In het toezicht wordt de landelijke handhavingsstrategie gevolgd en zoveel mogelijk samengewerkt met andere partners. Klachtenstrategie/Prioritering meldingen en klachten Voor het onderdeel toezicht en handhaving zijn per beleidsveld thema’s benoemd. Voor ieder thema is bepaald of sprake is van een prioriteit. Deze prioritering is vastgelegd in het beleidskader VTH en vormt de basis voor dit uitvoeringsprogramma.

Bij constateringen en klachten is het mogelijk om prioriteiten te stellen op basis van beleid, zodat we kunnen bepalen wat op dat moment wordt opgepakt, wat op termijn wordt opgepakt en wat niet wordt opgepakt. Op basis van een anonieme/vage melding of klacht wordt niet gecontroleerd. Wanneer een melding of klacht wordt ingediend, waarbij een zekere bewijslast is toegevoegd, wordt contact opgenomen met de melder. De melder wordt geïnformeerd over de geldende regelgeving. Daarnaast wordt gekeken of de melder zelf verantwoordelijkheid kan nemen. Dit past in de visie waarin burgers en bedrijven medeverantwoordelijk zijn voor een leefbare samenleving. Ook wordt de weg gewezen naar bijvoorbeeld Buurtbemiddeling. Wanneer een klacht past binnen de prioritering wordt toezicht opgestart om een mogelijke overtreding ongedaan te maken. Strategie handhavingsverzoeken De gemeente heeft enige beleidsvrijheid bij het vaststellen van het uitvoerings- en handhavingsbeleid en de prioriteiten. De gemeente moet wel rekening houden met de zogenaamde beginselplicht tot handhaving, zoals volgt uit de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Om deze reden wordt de inhoud van de handhavingsverzoeken niet getoetst aan de prioriteitenlijst zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van het uitvoerings- en handhavingsbeleid.

Een handhavingsverzoek is een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Op een aanvraag zal het bestuursorgaan altijd binnen een bepaalde termijn een beslissing moeten nemen. Wel kan het bestuursorgaan de effectuering van een handhavingsbesluit faseren op basis van een prioriteitenstelling. Gedoogstrategie In het VTH-beleidskader is de gedoogstrategie uitgewerkt. Hierbij wordt alleen in overgangssituaties (concreet zicht op legalisatie) of overmachtsituaties (uitzondering waarbij geen onomkeerbare schade mag plaatsvinden) gedoogd. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer personen uit de gemeente Asten voor korte termijn (max. 4 maanden) als overbrugging een alternatieve verblijfslocatie willen betrekken (dat in strijd is met de bestemming) in verband met een scheiding of een verbouwing. In 2021 wordt bezien of deze gedoogcontructies via beleidsregels vastgelegd moeten worden. Hierbij wordt ook de conclusie van de Staatsraad-Advocaat Generaal Widdershoven (16 januari 2019) betrokken. Intrekkingsstrategie Wanneer een toestemming om een activiteit uit te voeren niet gerealiseerd wordt, kan deze toestemming overeenkomstig de Wabo worden getrokken. Voorgesteld wordt om, wanneer deze termijn is verstreken, de vergunninghouder mondeling en/of schriftelijk op 20

de hoogte te brengen dat de mogelijkheid bestaat dat deze toestemming ingetrokken kan worden en wanneer na een half jaar blijkt dat de activiteit niet is gerealiseerd de procedure tot intrekking overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht op te starten. Ook voor de oudere vergunningen wordt deze werkwijze gehanteerd. De intrekkingsprocedure wordt binnen team vergunningverlening uitgevoerd, daar waar nodig met ondersteuning vanuit team LHV. Werkgroep stoppers, saneerders en overige intrekkingen: Voor de stoppers, saneerders en andere intrekkingen van omgevingsvergunningen starten we per februari 2021 met de Werkgroep stoppers en saneerders. De werkgroep komt maandelijks bijeen om de lijst met stoppers, saneerders en andere intrekkingen en de ontwikkelingen in de lijst maandelijks integraal af te stemmen. Kaders recreatieterreinen In 2020 is naast toezicht op recreatieterreinen intern een concept integraal kader opgesteld over de aanpak van recreatieterreinen. Hierin worden op basis van onze wettelijke taken (zoal BRP), sociaal domein, economisch vlak, maar ook de aanpak op onwenselijke situatie, bij elkaar gebracht. Dit kader wordt in 2021 voorgelegd aan het college.

Samenwerkingsstrategie Met de vorming van de Veiligheidsregio Zuid-Oost Brabant (verder VRBZO) en de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (verder: ODZOB) zijn de advisering en toezicht over brandveiligheid, respectievelijk het toezicht op milieu, belegd bij partners namens het bevoegde gezag. Doordat de toezichthouders bij verschillende organisaties werkzaam zijn, moet integraal toezicht actief bevorderd en gewaarborgd worden. Samenwerking en afstemming tussen de gemeente en haar partners is nodig en kost tijd en investering in het leggen van verbinding. Waar mogelijk en nodig voeren toezichthouders van de gemeente, VRBZO en ODZOB gezamenlijk controles uit. Hetzelfde geldt voor de VRBZO als adviseur van het college op het gebied van brandveilig gebruik van gebouwen en terreinen. We streven ernaar dat de toezichthouder bij een bepaald toezichtobject alle relevante beleidsvelden meeneemt in de controle. De toezichthouder die de relevante vakinhoudelijke kennis heeft, voert de controle uit en zorgt ervoor dat hij vooraf duidelijke instructies krijgt met betrekking tot de relevante wetgeving waarvan hij minder kennis heeft. Indien dit niet mogelijk is vanwege de complexiteit en/of gedetailleerdheid van de wet- en regelgeving en/of het toezichtobject, voeren meerdere toezichthouders met verschillende specifieke kennis de controle(s) gezamenlijk en gelijktijdig uit.

Specifieke kennis is vooral van belang bij bouwen, milieu en veiligheid. Ziet één van de vergunning-activiteiten op deze beleidsvelden, dan wordt in elk geval toezicht uitgeoefend door een deskundige op het desbetreffende vakgebied. Het is aan deze toezichthouder om aan de hand van het risico te bepalen of hij meer toezichthouders bij het toezicht betrekt. Hebben de vergunning-activiteiten betrekking op tenminste twee van de genoemde activiteiten, dan wordt bij voorkeur per beleidsveld toezicht uitgeoefend door een vakdeskundige toezichthouder. De regiefunctionarissen bij de verschillende organisaties spelen hier een belangrijke schakel in. Hierover vindt voortdurend overleg plaats. In het kader van de kwaliteitscriteria is samenwerking uiterst noodzakelijk om ervoor zorg te dragen dat de kennis aanwezig is en nagevraagd kan worden.

21

Ook de gemeentelijke BOA voor het domein openbare ruimte is aangewezen als toezichthouder. Hij kan een signalerende rol vervullen naar de gespecialiseerde toezichthouders op het gebied van Bouwen, Milieu, RO en brandveiligheid. Dit vraagt bij de BOA om een zekere basiskennis op deze deskundigheidsgebieden. De gemeentelijke BOA werkt samen met de BOA’s van Samen sterk in het Buitengebied (SSiB) en de wijkagenten binnen Asten. De BOA’s vormen de ogen en oren in de gemeente. Samen Sterk in het Buitengebied is een samenwerkingsverband tussen de Brabantse gemeenten, waterschappen, openbaar ministerie, politie en terreinbeheerders. Voor de groene taken zijn de boa’s ondergebracht bij de omgevingsdienst Brabant Noord. De Samenwerking richt zich op de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen. Vanuit alle thema’s op het gebied van openbare orde en veiligheid waarbij een samenloop is met bestuursrechtelijke taken wordt samengewerkt tussen de gemeentelijke boa, de politie en toezichthouders (bijvoorbeeld alcoholcontrole en controle drugs). Toezichtstrategie Openbare orde en Veiligheid. De basis voor het toezicht op de bepalingen omtrent openbare orde en veiligheid wordt gevormd door de periodieke en incidentele controles.

Door planmatig per kwartaal projecten vooruit te plannen kan men vooraf, in samenspraak met de gemeente en andere partijen, zoals de politie, bepalen waar het taakaccent op komt te leggen in een betreffende periode, met als doel overlast binnen de gemeente Asten te verminderen. Per dag kan gericht een indicatie worden gegeven voor de uit te voeren werkzaamheden. Hierdoor is het mogelijk om op voorhand te sturen waar de aandacht van de boa moet liggen, in samenspraak met medewerkers vanuit leefbaarheid en toezicht.

Strategie wettelijke basisregistraties Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en Wet basisregistraties personen (BRP) Op grond van de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) legt de gemeente gegevens vast in een basisregistratie over adressen en gebouwen, zoals straatnaam, huisnummer, geometrie en oppervlakte van het verblijfsobject in vierkante meters, Aan de hand van luchtfoto’s worden hiertoe geautomatiseerde vergelijkingen gemaakt tussen de oude en de nieuwe situatie. Hierdoor kunnen bouwwerken worden opgemerkt die nog niet bekend waren bij de gemeente. In zulke gevallen zal ter plaatse polshoogte worden genomen. In beginsel wordt dit bezoek uitgevoerd door een gemeentelijke toezichthouder bouw- en woningtoezicht, tegelijkertijd met de uit te voeren bouwinspecties. Ook de opleveringscontroles en gereedmeldingen worden uitgevoerd en doorgegeven, zodat dit in de BAG opgenomen kan worden. Voor de Wet Basisregistratie personen wordt aangesloten bij het landelijke project (Landelijke Aanpak Adreskwaliteit) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken om adresfraude te voorkomen. De aangeleverde adressen worden onderzocht. Ook wordt eigen onderzoek gedaan en bij controles arbeidsmigranten of andere situatie worden de gegevens opgevraagd om te controleren of de basisregistratie op orde is. Vanaf 2019 vindt de inschrijving vooral elektronisch plaats.

Voor een aantal specifieke locaties is inschrijving bij het loket noodzakelijk. Wanneer deze inschrijving plaatsvindt op bijvoorbeeld recreatieterreinen, dan wordt de inschrijving gezamenlijk met de toezichthouder gedaan. Wanneer blijkt dat sprake is van bewoning en hiervoor is geen ontheffing verleend, dan wordt direct het toezicht- en handhavingstraject opgestart. De BAG en BRP zijn wettelijke taken die uitgevoerd moeten worden. De uitvoering van deze taken kan niet risicogericht worden ingestoken. De uitvoering van de taken kan overigens wel samenlopen met bestaande thema’s, zoals huisvesting werknemers en 22

recreatieterreinen, ondermijning, bouw- en woningtoezicht (vergunning en gebiedsgericht). Wanneer de samenloop niet geborgd kan worden, dan dienen extra uren beschikbaar te komen voor deze wettelijke taken. Strategie op uitvoerende medewerkers Binnen de gemeente Asten is een bedrijfsplan opgesteld dat gericht is op de verwachte houding en gedrag van medewerkers om hun werkzaamheden uit te voeren. Deze is in het beleidskader VTH beschreven, maar in hoofdlijnen betekent dit het volgende: De houding is professioneel, gericht op communicatie van buiten naar binnen, verantwoordelijkheden laten waar ze horen, faciliteren, inventief, integer, gericht op het bereiken van doelen voor onze samenleving in Asten. Bij het uitvoeren van het bedrijfsplan is persoonlijke ontwikkeling van medewerkers zeer belangrijk. We leggen de basis voor toezicht en handhaving, waarbij geldt “praten waar het kan en handhaven waar het moet”. Om goed op dit snijvlak te kunnen opereren is naast een bepaalde houding en soort gedrag ook een bepaalde mate van kennis noodzakelijk. Vanuit het opleidingsplan wordt hierop ingezet. 3.6

Integriteit en veiligheid

Het thema drugs heeft de hoogste prioriteit. Hieraan wordt gedeeltelijk het thema overlast gekoppeld en hierbij speelt ondermijning. Bij reguliere controles (milieu, bouwen, ruimtelijke ordening, BRP, BAG), klachten en meldingen worden signalen voor ondermijnende criminaliteit altijd in een lokaal informatieoverleg besproken. Ondermijning gaat verder dan alleen drugs, en bestaat uit diverse activiteiten. In verband met de aanpak hiervan zijn afspraken vastgelegd, om mogelijk terechte signalen in vroeg stadium te kunnen volgen of actie op uit te zetten. Dit kan via de verschillende strategieën en is natuurlijk afhankelijk van de aanpak. Overlast/ondermijning/drugs Damocles/ondermijning/Peelland Interventieteam Een groot gedeelte van de geplande uren bij toezicht en juridische handhaving is gericht op de uitvoering van Damoclesbeleid, het voorkomen van overlast en ondermijning. Dit zijn uiteenlopende taken, zoals opvolging meldingen, opvolging bestuurlijke rapportages van de politie, opvolging van klachten, maar ook het daadwerkelijk sluiten van panden, het houden van toezicht en het overgaan tot bestuursrechtelijke handhaving. Daarnaast moeten we natuurlijk zichtbaar zijn op straat, maar ook bij evenementen. Vanaf 2018 is het plan van aanpak in relatie tot ondermijnende en georganiseerde criminaliteit verder vormgegeven.

Het ophalen en het onderzoeken van signalen neemt veel tijd in beslag. Zeker omdat bij ondermijnende criminaliteit de overtredingen niet uit regulier toezicht komen, maar op basis van signalen en bij het combineren van gegevens (intern maar ook van verschillende organisaties) pas aan het licht komen. De overtredingen die dan geconstateerd worden, moeten via de gebruikelijke bestuursrechtelijke mogelijkheden verder worden opgepakt. Omdat ondermijnende criminaliteit niet geaccepteerd wordt, worden de overtredingen 100% opgevolgd. Hier is dan ook de nodige tijd mee gemoeid om te komen tot het gewenste resultaat met minimale risico’s. 23

3.6.1

Uitvoeringstaak integriteit en veiligheid

uitvoeringstaak

voorkomen/aanpak Overlast/ondermijning/drugs

Omschrijving

Op basis van gericht toezicht en opvolging van signalen komen we op de plekken waar inzet nodig is. Hierbij dienen gegevens van ons intern en van externe partijen gecombineerd te worden, zodat signalen vroegtijdig leiden tot voorkomen ondermijnende handelingen.

Omvang/werkwijze

Onbekend – op bestuurlijk vlak kan dit op alle domeinen overtredingen geven, zoals uitkeringen, BRP, gebruik gebouwen en gronden, brandveiligheid, bewoning, realiseren van bouwwerken, overlast op straat, openbare orde en veiligheid. Werkzaamheden wordt uitgevoerd op basis van de werkafspraken van het LIO, PIT en Damocles. Samen met partners waarmee een convenant is gesloten, dan wel op basis van het veiligheidsbeleid, inzet van politie is geraamd. De programmatische aanpak, strategie preventief toezicht, de toezichtstrategie en de landelijke handhavingsstrategie worden hierbij voornamelijk ingezet. Verwachting is dat 100 locaties de komende tijd stoppen of zijn gestopt.

Wettelijk kader/

Bestemmingsplan, bouwregelgeving, milieuwetgeving, BRP,

bevoegdheden

brandveiligheid, Damoclesbeleid, Wet woonoverlast, Openbare orde en veiligheid en APV

Kwantiteit

5 gerichte PIT-controles/ondermijning

(verwachte

8 dagdelen gezamenlijke controles toezicht politie en boa’s

aantallen)

5 sluitingen panden (Damocles) samenwerking politie 50 hercontroles sluiting panden op verzegeling 8 bestuursrechtelijke handhaving (juridisch handhaving) 15 trajecten bezwaar/beroep/voorlopige voorziening Deelname LIO en PIT overleg (vanuit verschillende disciplines) Overleg intern vergunning – toezicht –handhaving -veiligheid Hercontroles en vervolg acties en gerelateerde werkzaamheden.

Capaciteit benodigde

Toezicht – 1610 uur

uren

Inzet BOA – 350 uur Juridische handhaving – 500 uur

Samenwerking

Politie, boa, PIT, ODZOB, VRBZO, Sociaal team, team ruimte. Op zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk spoor

. 3.6.1 Uitvoeringstaak overlast leefbaarheid Het handhavingsthema openbare orde en veiligheid heeft bij het voorkomen van overlast en het behouden van de leefbaarheid een gemiddeld prioriteit. Dit thema heeft een 24

samenhang met overtredingen van de APV en deze prioritering scoort lager. Ten aanzien van de openbare ruimte komen er wel veel klachten en meldingen binnen, daarom worden deze thema’s samen uitgewerkt. Gebruik openbare ruimte en gemeentelijke eigendommen en parkeerproblemen Het toezicht met betrekking tot het gebruik van de openbare ruimte en gemeentelijke eigendommen en het toezicht met betrekking tot parkeerproblemen ligt grotendeels bij de BOA. Thema’s kunnen zijn:  Parkeerchaos in de schoolomgeving;  Toegankelijkheid voor hulpdiensten;  ‘Misbruik’ van (gehandicapten)parkeerplaatsen;  Verkeersonveilige situaties;  Blokkeren van uitritten;  Parkeren van vrachtwagens en busjes (APV);  Blokkeren van de doorgang op het trottoir; Met de medewerker verkeer worden bijzonderheden afgestemd, zodat de BOA met de juiste opdracht naar buiten gaat. Daarnaast richt de BOA zich op het toezicht op het niet opruimen van hondenpoep. De BOA fungeert als de ogen en oren op straat. Bij standplaatshouders of collectanten vraagt hij na of ze hiervoor een vergunning hebben en indien nodig verwijst hij hen naar het juiste loket. De brede handhaving krijgt zo meer vorm. Op basis van het hondenbeleid vinden reguliere controles plaats op hondgerelateerde zaken. De controles worden zowel in burger als geüniformeerd gedaan. Ook wordt op klachten gereageerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=7929e5f4-17da-4dab-93f3-02ebb168e971