RU21.03.07BB VTH kader.docx
Tekst van het document
Beleidskader Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2021
VTH in ASTEN: VEILIG, LEEFBAAR EN DUURZAAM
Titel: Beleidskader Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2021 Versie: Vastgesteld in het college van B en W d.d. 16 februari 2021 Datum: 9 februari 2021 Auteurs: Sophie Rotman en Harald Breman
Inhoudsopgave
1. Inleiding ................................................................................................1 1.1 Profiel van de gemeente Asten ................................................................1 1.2 Toekomstagenda Asten2030 ...................................................................1 1.3 Het doel en de reikwijdte van VTH-beleid..................................................1 2. Wettelijk Kader .......................................................................................1 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Besluit omgevingsrecht ..........1 2.2 Wet VTH en AMvB VTH .......................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.3 De VTH-beleidscyclus.............................................................................1 2.4 Terugblik 2019......................................................................................1 2.5 Werkwijze ............................................................................................1 3. Bestaand beleid en de ontwikkelingen ........................................................1 3.1 Bestaand beleidskader ...........................................................................1 3.2 Ontwikkelingen in beleid en regelgeving ...................................................1 4.
Uitgangspunten voor het beleidskader VTH .................................................1 4.1 Professionele en servicegerichte dienstverlening ........................................1 4.2 Klanttevredenheid en klachtenregistratie ..................................................1 4.3 Toekomstvisie Asten2030 .......................................................................1 4.4 Coalitieakkoord .....................................................................................1 4.5 Burgerinitiatief en eigen verantwoordelijkheid ...........................................1 4.6 “Facili-Leren” ........................................................................................1 4.7 Integraal ..............................................................................................1 4.8 Zichtbaar op straat ................................................................................1 5 Risicoanalyse en prioriteiten ......................................................................1 5.1 Risicoanalyse VTH .................................................................................1 5.2 Prioriteitstelling .....................................................................................1 5.3 Vergunningverlening ..............................................................................1 5.4 Toezicht en
handhaving..........................................................................1 5.5 Prioriteitsteling vs. Toekomstagenda Asten2030 ........................................1 6. Strategieën ............................................................................................1 6.1 Vergunningenstrategie ...........................................................................1 6.2 Samenwerken bij de vergunningverlening.................................................1 6.3 Handhavingsstrategieën .........................................................................1 6.4. Regionaal operationeel kader (ROK) milieutoezicht ...................................1 6.5 Aanpak ondermijning .............................................................................1 6.6 Toezicht en handhaving kinderopvang ......................................................1 6.7 Samenwerking ......................................................................................1 6.8 Kwaliteitsborging...................................................................................1
2
6.9 Monitoring en verantwoording .................................................................1 6.10 Cyclus................................................................................................1 7. Organisatie en middelen ..........................................................................1 7.1 Personele capaciteit ...............................................................................1 7.2 Uitbesteden ..........................................................................................1 7.3 Leges ..................................................................................................1 Bijlage 1 Lijst van gebruikte afkortingen ........................................................1 Bijlage 2 Literatuurlijst ................................................................................1 Bijlage 3 Uitkomsten regionale risicoanalyse (milieu) .......................................1 Bijlage 4 Risico-analyse per thema ................................................................1 Bijlage 5 Prioritering naar activiteit................................................................1 Bijlage 6 Prioritering vs Toekomstagenda Asten2030 .......................................1 Bijlage 7 Opbouw beschikbare capaciteit ........................................................1
3
Voorwoord Dit is het beleidskader Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2021 (hierna: beleidskader VTH) van de gemeente Asten. Dit beleidsplan geeft inzicht in de doelstellingen, prioriteiten, instrumenten en integrale benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor alle uitvoeringtaken door of namens de gemeente Asten voor de komende jaren. Dit beleidskader is een actualisatie van het Beleidskader Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2020. Wij hebben in Asten er bewust voor gekozen om dit kader jaarlijks te actualiseren. Reden hiervoor is de dynamiek van de jurisprudentie en wetgeving: Door te kiezen voor jaarlijkse actualisatie van het beleidskader kan tijdig sturing plaatsvinden. Een voorbeeld hiervan betreft de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021. Wij zijn volop bezig met het opstellen van de Omgevingsvisie en de daaruit te destilleren kaders voor het Omgevingsplan. Met de visie kunnen we sturen op aandachtsgebieden binnen onze gemeente. Met dit beleidskader VTH geeft de gemeente Asten invulling aan de wettelijke verplichting om VTH-beleid op te stellen voor alle taken die door haarzelf of namens haar worden uitgevoerd. Het beleidsplan bevat alle VTH-taken die vallen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), onder de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2017 (APV) en bijzondere wetten.
De uitvoeringstaken zijn belegd als basistaak bij de Veiligheidsregio, de Omgevingsdienst of bij de gemeente zelf. Om de beschikbare middelen efficiënt in te zetten en ervoor zorg te dragen dat wat we willen bereiken ook past binnen de beschikbare capaciteit, is het noodzakelijk om hierin keuzes te maken met behulp van onderhavig kader. Dit beleidsplan vormt per 2021 de basis voor het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (verder: Uitvoeringsprogramma ) voor de uitvoering van de wettelijke taken door de gemeente Asten, de VRBZO en de ODZOB. Hierin wordt op basis van in dit plan aangegeven kaders vastgelegd hoe de taken worden uitgevoerd en de doelen worden bereikt. Op basis van het jaarlijks op te stellen jaarverslag VTH wordt zowel het kader bijgestuurd als input gegenereerd voor het nieuwe uitvoeringsprogramma.
4
1. Inleiding 1.1 Profiel van de gemeente Asten Asten is een groene Brabantse gemeente gelegen in de Peel en telt ca.16.700 inwoners verspreid over drie dorpskernen: Asten, Ommel en Heusden. Direct gelegen aan de snelweg A67 kent de gemeente zowel voor de inwoners als de bezoekers een uitstekende bereikbaarheid. Het openbaar vervoer in Asten bestaat uit streekbus- en buurtbuslijnen. Asten heeft een centrum met een aantrekkelijk winkel- en horecagebied, bedrijventerreinen en vele recreatieve voorzieningen. Het voorzieningenniveau in de gemeente Asten is hoog: er zijn verschillende scholen, sportvoorzieningen en er wordt gewerkt aan een nieuw gemeenschapshuis. Daarnaast kent de gemeente veel bedrijvigheid op grotere en kleinere industrieterreinen, recreatieterreinen en in het buitengebied is een grote verscheidenheid aan agrarische bedrijvigheid gevestigd (waaronder glastuinbouw, melkveebedrijven en vormen van intensieve veehouderij (pluimvee/varkens). 1.2 Toekomstagenda Asten2030 De gemeenteraad heeft op 27 juni 2017 de Toekomstagenda Gemeente Asten: Asten2030 vastgesteld. In de Toekomstvisie staan vier doelen geformuleerd:
Transformatie buitengebied Vitale kernen Centrumontwikkeling Klimaatbestendig en energieneutraal Asten
Het Beleidskader VTH draagt bij aan het realiseren van deze vier doelstellingen. Het voorliggende beleidskader is daarnaast gebaseerd op het coalitieakkoord 2018, waarmee ook invulling wordt gegeven aan de Toekomstagenda, omdat deze agenda als leidraad dient voor de bestuurlijke besluitvorming. In hoofdstuk 4 nemen wij u mee in de prioriteiten die de Toekomstagenda en het coalitieakkoord met zich meebrengen. 1.3 Het doel en de reikwijdte van VTH-beleid Wet- en regelgeving, normen en vergunningvoorschriften zijn onder andere er op gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico’s. Vanwege dit maatschappelijke belang is het noodzakelijk dat deze regels worden nageleefd. De overheid heeft de taak om de naleving te bevorderen en hierop toe te zien. Ter bescherming en bevordering van de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving beschikt de gemeente over wettelijke instrumenten. Bij de gemeentelijke VTH-taken gaat het dus om vergunningverlening, toezicht en handhaving van wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving in de breedste zin des woords. De VTH-taken hebben tot doel de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn voor gemeenten de belangrijkste instrumenten om de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid in de samenleving te borgen. Gemeenten zien toe op naleving van deze voorschriften en geldende wet- en regelgeving en hebben wettelijke bevoegdheden om zonodig bestuursrechtelijk handhavend op te treden. Dit betekent niet dat elk risico kan worden uitgesloten en elke overtreding kan worden voorkomen. De omvang van de VTH-taken in combinatie met de personele capaciteit en financiële middelen maakt het noodzakelijk om keuzes te maken. De beschikbare capaciteit moet zo verstandig en efficiënt mogelijk worden ingezet.
5
2. Wettelijk Kader 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Besluit omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder; Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (verder: Bor) vormt het wettelijk kader voor het VTH-beleid. De Wabo is een stelsel van regels voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, dat verdere uitwerking vindt in het Bor. Artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht vormt de basis voor het kader voor VTH. Het Kader VTH moet inzicht geven in de handhavingsprioriteiten, de wijze waarop toezicht en rapportage wordt uitgevoerd en de sanctiestrategie. Met de komst van de AMvB VTH zijn de procescriteria ook gaan gelden voor vergunningverlening. Het beleid dient op grond van artikel 7.3 Besluit omgevingsrecht jaarlijks uitgewerkt te worden in een uitvoeringsprogramma. Hierin wordt opgenomen welke activiteiten het komende jaar worden uitgevoerd. Het uitvoeringsprogramma dient afgestemd te worden met alle betrokken bestuursorganen. Daarbij is tevens bepaald dat verantwoording dient te worden afgelegd over de mate waarin doelen zijn gerealiseerd en afspraken zijn nagekomen (artikel 7.7 Bor) 2.3 De VTH-beleidscyclus Het vaststellen van VTH-beleid is een continu en cyclisch proces. De criteria die aan dit proces worden gesteld vloeien, zoals reeds beschreven, voort uit de Wabo en het Bor.
De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus, de Big-8 cyclus. De Big-8 cyclus bestaat uit de volgende stappen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Rapportage en evaluatie Strategisch beleidskader Operationeel beleidskader Programma en organisatie Voorbereiding Uitvoering Monitoring En dit proces herhaalt zich vervolgens weer.
Om dit proces te bewaken is de wijze waarop dit moet gebeuren vastgelegd in dit beleidsplan. Deze stappen dragen eraan bij dat vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de gemeente Asten tot stand komt op basis van inzichtelijke keuzes. In het Big-8 model wordt een koppeling gelegd tussen de strategische cyclus (bovenste cirkel) en de operationele cyclus (onderste cirkel). Het bovenste gedeelte van de 8 is dus gericht op het proces, het onderste gedeelte is gericht op de uitvoering. Het VTHbeleidsplan geeft inzicht in de verschillende strategieën, geeft invulling aan samenwerking, bepaalt de prioriteiten en maakt inzichtelijk hoe de voortgang wordt bewaakt en geëvalueerd. De uitvoering van het VTH-beleidsplan is vastgelegd in een jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma. Hierin wordt beschreven welke inspanningen het college van burgemeester en wethouders of de organisaties namens het college doet om het beleidsplan uit te voeren. In het uitvoeringsprogramma is aangegeven hoe de financiële en personele middelen worden ingezet en de wijze waarop de kaders worden bereikt. Het college geeft ook jaarlijks inzicht in de daadwerkelijke inspanningen die zijn gedaan op basis van het VTH-beleidsplan in het jaarverslag VTH. Het jaarverslag geeft inzicht in de verhouding tussen de voorgenomen activiteiten en de prioriteiten uit het beleidsplan.
Daarnaast worden de samenwerkingsafspraken in het jaarverslag geëvalueerd. Het jaarverslag draagt bij aan het eventueel bijstellen van de prioriteiten zoals opgenomen in het VTH-beleidsplan. Het college maakt het jaarverslag bekend aan de gemeenteraad en aan de provincie Noord-Brabant in het kader van het interbestuurlijk toezicht.
6
2.4 Terugblik 2020 De voorlopige resultaten van 2020 zijn als input gebruikt voor het nieuwe beleidskader. In maart 2020 veranderden de taken op het gebied van rampenbestrijding, toezicht, en handhaving ingrijpend. Door de uitbraak van het COVID-19 virus (Corona) veranderde de leef- en werkwijze van de één op de andere dag. In het begin leek het een tijdelijke aanpassing te zijn, maar gedurende het voorjaar bleek ook de rest van het jaar door COVID-19 te worden gedomineerd. In eerste instantie moesten mensen zoveel mogelijk thuis blijven en geen tot weinig bezoek ontvangen. Thuiswerken werd de norm. Evenementen en bijeenkomsten werden afgelast. De horecabedrijven moesten hun deuren sluiten. De naleving van deze maatregelen moest door de Veiligheidsregio Zuid Oost Brabant worden gecontroleerd. Daarvoor werden toezichthouders aangewezen die gemandateerd waren om namens de voorzitter van de Veiligheidsregio controles uit te voeren. Dit vergde van onze gemeente heel veel capaciteit. De accenten voor toezicht en handhaving zijn sinds maart 2020 verlegd ten opzichte van de planning die in het uitvoeringsprogramma 2020 was opgenomen. Door de maatregelen vervielen bijvoorbeeld de toezichtstaken bij evenementen en horeca, omdat deze niet plaatsvonden, respectievelijk omdat de horeca was gesloten. Evenementenvergunningen werden niet aangevraagd, danwel weer ingetrokken.
Tegen de zomer werden een aantal maatregelen versoepeld. Zo mochten restaurants en kroegen weer open, zij het onder strikte voorwaarden. Dit resulteerde in een herziening van het uitvoeringsprogramma voor de tweede helft van 2020. De controles van maart tot de zomer hebben zich gericht op de naleving van de Noodverordeningen inzake COVID-19 in relatie tot: Het openbaar gebied (visvijver, kasteel, bossen, evenemententerrein, park enzovoort); Alcoholgebruik in openbare ruimte; (Hang)jongeren (in dorp, bossen ) Contactberoepen (kappers, fysio enzovoort); Recreatieterreinen; Vervoer arbeidsmigranten; Sportparken/activiteiten; Horeca-inrichtingen; Winkels; Arbeidsmigranten in relatie tot COVID19. De insteek hierbij was om naast onze inwoners te staan. Meedenken, preventief acteren, en repressief waar het nodig was. Met de COVID19 bestrijding vond tevens een verschuiving plaats in de werktijden bij rampenbestrijding, toezicht en handhaving. Onze medewerkers moesten 7 dagen per week paraat zijn om te kunnen inspelen op de steeds wisselende 29 opeenvolgende noodverordening en er te zijn op de momenten waarop dat nodig was. Dit had ook als gevolg dat het andere deel van het team moest zorgdragen voor de voortgang van de lopende en nieuwe dossiers. Dit alles voornamelijk vanuit thuis. Hierbij is meer gedaan, met minder.
Door COVID-19 heeft de gevraagde cultuurverandering vanuit het bedrijfsplan, het programma Vitale Democratie en de Omgevingswet in versneld tempo plaatsgevonden.. Die lijn van cultuurverandering (klantgericht/flexibel/omgevingsbewust werken, vanuit andere rollen en met nadruk op participatie) passen we vervolgens toe in onze voorbereiding op de Omgevingswet. In 2020 hebben diverse voorbereidingen op de Omgevingswet plaatsgevonden die relevant zijn voor VTH: bijvoorbeeld een incompanytraining, een quick scan van de bruidsschat (samen met ODZOB) en we hebben een aanvang gemaakt met de werkprocessen. Tenslotte hebben we een nieuwe VTHapplicatie (PowerBrowser) aangeschaft.
7
Rond de zomer is de jaarplanning VTH bijgesteld. Door COVID-19 moesten andere prioriteiten worden gesteld, een aantal in de oorspronkelijke planning opgenomen activiteiten kwam daardoor te vervallen. Afhankelijk van de vigerende Noodverordening is ingezet op de doelgroep waar maatregelen genomen moesten worden en ook op locaties waar preventief toezicht effectief was. Het naleefpercentage na preventief toezicht was hoog. Repressief is in een aantal gevallen een officiële waarschuwing gestuurd en zijn ook dwangsommen opgelegd, maar uiteindelijk heeft iedereen maatregelen getroffen. Bij het toezicht door de BOA, juridische handhaving, veiligheid en toezichthouders is actief samengewerkt met politie, boa’s van Staatsbosbeheer en SSIB. Daarnaast zijn in deze periode ook toezicht/leefbaarheidszaken opgepakt. Tevens zijn controles uitgevoerd die noodzakelijk waren voor de basisadministratie personen. Ook vanuit klachten en handhavingsverzoeken zijn werkzaamheden op toezicht en juridisch vlak opgepakt. Ook het toezicht op de bouw heeft gedurende deze periode doorgang kunnen vinden, zij het met aanpassingen.
Werkzaamheden die niet zijn uitgevoerd of niet zijn afgerond in de periode maart- juli 2020 o.a.: Ondermijning/veiligheid in relatie tot PIT-voorbereidingstaken en controles ivm toezicht, leefbaarheid/veiligheid Uitvoeringswerkzaamheden; Strijdigheid bestemmingsplan; Huisvesting arbeidsmigranten; Evenementen/horeca/sluitingstijden; Inzet bij jeugd in beeld, parkeren, hondenoverlast; Brandveiligheidscontroles bij evenementen/horeca. Voor de periode van de zomer tot het einde van het jaar 20 waren de volgende speerpunten benoemd: Ondermijning/controles moeilijke handhaving; Arbeidsmigranten (huisvesting); Horeca/evenementen; Recreatie (permanente bewoning); Leefbaarheid. De focus is gelegd op de volgende activiteiten: Controle PIT (moeilijke handhaving/ondermijning); Controles bij vermoedens van misstanden; Handhavingsverzoeken – controles; Klachten afhandeling; Projectcontroles horeca (sluitingstijden/COVID19); Starten project permanente bewoning recreatieterreinen Controles basisadministratie; Bouwcontroles verleende vergunningen; Inpassingsplannen bij bestemmingsplannen en bouwplannen; Overlast/parkeren/hondenoverlast; Illegale huisvesting arbeidsmigranten. COVID-19 heeft ook een impact gehad op de manier van uitvoeren van controles. Gekozen was om zoveel mogelijk te denken in praktische en pragmatische oplossingen.
Toezichthouders werken zoveel mogelijk vanuit huis/kantoor om risicogerichte administratieve controles uit voeren. Als toch ter plekke moest worden gecontroleerd , dan was de werkwijze als volgt. in principe geen controles uit in woningen. Het pand werd dus niet binnengetreden; De controles waren van tevoren aangekondigd; Er is triage toegepast: Na een melding/klacht of constatering door toezicht is gekeken hoe belangrijk het is en hoe dit het beste kon worden uitgevoerd als een controle. Op locatie werden beschermingsmiddelen gedragen en zo nodig werden deze meegebracht voor de personen op locatie bij excessen;
8
Uitvoering van de controle zoveel mogelijk in de buitenlucht; Vooraf wordt gekeken hoe belangrijk het is om een controle nu uit te voeren, kan deze wachten tot na de COVID19/ tot iedereen gevaccineerd is? Hierbij is altijd gekeken naar het VTH kader/beleid en werd de matrix toegepast.
De COVID-gerelateerde beperkingen werden afhankelijk van het aantal besmettingen, aangepast (aangescherpt), de toezichthouders en vergunningverleners moesten hier vervolgens op inspelen. De verwachting is dat ook in heel 2021 nog maatregelen blijven gelden. Afhankelijk van de komst van een vaccin en de mogelijkheden tot vaccineren van de bevolking en de ontwikkelingen ten aanzien van het aantal besmettingen is een meer of minder streng maatregelenpakket te verwachten. Ook voor de handhavingspartners (ODZOB/VRBZO) heeft de huidige crisissituatie uiteraard gevolgen. Niet alle geplande controles zijn uitgevoerd. Het jaarverslag is nog niet geheel afgerond. De reflectie op de inzet zoals uitgevoerd heeft een positief resultaat op het naleefgedrag, maar ook vooral op de samenwerking tussen ondernemers, burgers, politie en gemeenten. Wij merken dat de inzet leidt tot een duidelijke en directe lijn om overlast en verdere toename terug te brengen. Ook intern zijn stappen gemaakt om in het geheel van de cyclus, te komen tot preventie. 2.5 Werkwijze Bij het opstellen van het voorliggend VTH-beleid zijn alle relevante interne en externe actoren en factoren in kaart gebracht. Dit betekent dat het voorliggende beleid een resultante is van een analyse van alle belangrijke factoren en afstemming met alle belangrijke actoren in het VTH-proces.
Zo is er bijvoorbeeld gekeken naar de manier waarop op dit moment vergunningen worden getoetst en verleend. Er is bijvoorbeeld ook gekeken naar de werking van het Integraal Veiligheidsbeleid op de handhaving.
3. Bestaand beleid en de ontwikkelingen In dit hoofdstuk gaan we in eerste instantie in op het bestaande beleid en regelgeving. Welk beleid en regelgeving zijn relevant voor de gemeentelijke VTH-uitvoering? Daarna maken we een analyse van de wijzigingen die te verwachten zijn voor het taakveld VTH. In deze omgevingsanalyse maken we bewust een onderscheid tussen bestaande en nieuwe regelgeving. Hiermee wordt duidelijk wat op orde is en wat ons nog te doen te staat. Daarnaast is er ook een tweedeling gemaakt tussen landelijk/provinciaal en gemeentelijke wijzigingen. Op de eerste wijzigingen heeft de gemeente geen invloed. Bij de gemeentelijke wijzigingen staan wij zelf aan het roer en zullen de wijzigingen in het beleid overeenkomstig de Toekomstagenda Asten2030 zijn. Hiermee wordt een verdere harmonisering van ons beleid nagestreefd. 3.1 Bestaand beleidskader In deze paragraaf beschrijven we het bestaande beleidskader. Dit is het beleid en de regelgeving die op dit moment van kracht zijn. Dit geldt zowel op landelijk, provinciaal als op gemeentelijk niveau. Hierbij worden ook zaken meegenomen die van belang zijn op basis van vaste jurisprudentie. In de paragraaf 3.2 wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen op het gebied van beleid en regelgeving. Om doublures in beschrijvingen te voorkomen zijn bestaande wetten waar ontwikkelingen te verwachten zijn opgenomen in paragraaf 3.2.
3.1.1 Landelijk en provinciaal beleid en regelgeving Hieronder een beschrijving van beleid en regelgeving waar in 2021 geen wijzigingen in te verwachten zijn. We hebben ons beperkt tot de meest relevante wetgeving. NB: een deel van de hieronder genoemde wetgeving zal na dit jaar opgaan in de Omgevingswet. Algemene wet bestuursrecht (Awb) Deze wet stelt de algemene regels waar een bestuursorgaan in zijn handelen richting de burgers aan moet voldoen. In de Awb zijn bijvoorbeeld de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gevat in artikelen. Voor het VTH-beleid is vooral hoofdstuk 5 van de 9
Awb van belang. Hierin zijn de regels omtrent handhaving opgenomen. Hoofdstukken 3 en 4 zijn ook relevant voor de aanvragen en handhavingszaken. Voor een toelichting bij de diverse wette nwordt verwezen naar de bijlage. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bijbehorende besluiten Vergunningsvrij bouwen Wet milieubeheer De Erfgoedwet De Wet veiligheidsregio's (Wvr) De Wet aanpak woonoverlast De Wet kinderopvang De Wet verplichte ggz en de Wet zorg en dwang Drank- en Horecawet Schaarse vergunningen Een schaarse vergunning is een vergunning waarvan er maar één of een beperkt aantal kan worden verleend, terwijl er meerdere (potentiële) aanvragers zijn. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de standplaatsvergunning, de terrasvergunning of een kansspel(automaten)vergunning. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (conclusie staatsraad advocaat-generaal Widdershoven) heeft aangegeven waar een procedure voor de verlening van een schaarse vergunning aan moet voldoen. Voor de gemeente betekent dit dat ten aanzien van de schaarse vergunningen het vergunningverleningstraject anders (transparanter) verloopt dan bij andere vergunningen.
De Landelijke Handhavingsstrategie De Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) biedt een breed toepasbaar kader voor handhaving en is ontwikkeld om te komen tot een verbeterde organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Uitgangspunt is het centraal stellen van sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavingsinstanties met een beginselplicht tot handhaven, die passend interveniëren bij iedere bevinding. Hierbij dient, afhankelijk van de situatie, weloverwogen een keuze te worden gemaakt voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- èn strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Ook dient in vergelijkbare situaties een vergelijkbare keuze te worden gemaakt en interventies op vergelijkbare wijze worden toegepast. In 2014 hebben alle handhavende instanties zich uitgesproken voor implementatie van de LHS. De gemeente Asten werkt conform de LHS. 3.1.2 Gemeentelijk beleid en regelgeving Met de bovenstaande Landelijke Handhavingsstrategie is een brug geslagen van het landelijk beleid naar het gemeentelijk beleid. Hieronder treft u een greep uit het relevante gemeentelijke beleid aan. Ook hier geldt indien er op korte termijn wijzigingen gepland staan voor dit beleid en/of regelgeving dan worden deze besproken in paragraaf 3.2.
Bestemmingsplannen (en beheersverordeningen) Het belangrijkste document waarin het gemeentelijk beleid en regelgeving ten aanzien van het fysieke domein wordt vastgelegd is het bestemmingsplan. De gemeente Asten actualiseert haar bestemmingsplannen bij ruimtelijke ontwikkelingen en past haar bestemmingsplannen aan op grond van nieuwe ontwikkelingen in het ruimtelijk domein en op basis van handhavingservaringen. Er wordt hiermee gestreefd naar zo actueel mogelijke bestemmingsplannen. Dit doen we door jaarlijks meerdere verzamelplannen en parapluplannen vast te laten stellen. Momenteel wordt gewerkt aan de vaststelling van de consolidatieplannen, die overgaan in het Omgevingsplan. Dit laatste plan wordt gedurende de eerste jaren van de Omgevingswet hét toetsingskader voor ruimtelijke initiatieven. Bouwverordening gemeente Asten Op 28 november 2017 trad de nieuwe Bouwverordening van de gemeente Asten in werking. In de bouwverordening worden onder andere regels gesteld ten aanzien van de gemeentelijke welstandscommissie. Welstand Indien een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voldoet aan het bestemmingsplan en/of er geen sprake is van planologisch strijdig gebruik, wordt het plan ter advisering voorgelegd aan de gecombineerde welstand- en monumentencommissie. Deze commissie toetst de aanvraag aan redelijke eisen van welstand. Concreet betekent
10
dit dat het plan moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota. De welstandsnota van de gemeente Asten is op 7 augustus 2015 in werking getreden. Er zijn gebieden waar streng getoetst wordt en gebieden die vrij van toetsing zijn. Voor het toetsen van aanvragen omgevingsvergunning aan de vastgestelde welstandscriteria, laten Burgemeester en wethouders van Asten zich adviseren door de welstand- en monumentencommissie van de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (ODZOB). Het welstandsbeleid wordt geëvalueerd. Het huidige systeem van de welstandscommissie wordt onder de Omgevingswet voorlopig gecontinueerd (dat wordt een commissie Ruimtelijke kwaliteit). Besluiten hierover worden in 2021 genomen. Beleidsregels Het beleid van de gemeente Asten bestaat momenteel uit de volgende beleidsregels: Beleidsregel Wet Bibob voor omgevingsvergunning bouwactiviteit; sinds januari 2018 van kracht; Beleidsregel Wet Bibob voor de horeca- en prostitutiebranche: sinds januari 2019 van kracht; Beleidsregel Wet Bibob voor omgevingsvergunning milieu en beperkte milieutoets; sinds juli 2019 van kracht; Beleidsregel Wet Bibob voor vastgoedtransacties; sinds januari 2020 van kracht. (beleidsregel Wet Bibob vastgoedtransacties gemeente Asten 2020 (1 jan.
2020) (hooguit indirect)) gaat om het aankopen van vastgoed door de gemeente Beleidsregel Wet Bibob voor horeca- en prostitutiebranche c.a. gemeente Asten 2020 (20 oktober 2020) Diverse Noodverordening Covid-19 (Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost) APV: exploitatievergunningplicht huisvestingsvoorziening arbeidsmigranten, aanpassing APV 2017 (sinds 19 febr. 2020) vanaf 4 personen. beleidsregel Speelautomatenhal Asten 2020 (29 februari 2020) (procedure voor afgifte schaarse vergunningen) Vanuit het Programma aanpak ondermijning is een Werkgroep Uniformering Bibob-beleid Peelland opgezet waarin het gezamenlijke beleid wordt ontwikkeld. Vanaf 2020 wordt er gewerkt aan Bibob-beleid voor aanbestedingen en subsidies. Beleidsregel handhavingsprotocol Opiumwet 13b Asten 2016 De gemeente Asten heeft in 2016 de Beleidsregel handhavingsprotocol Opiumwet 13b Asten 2016 (Damoclesbeleid) vastgesteld. In deze beleidsregel is vastgelegd hoe de burgemeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid om op grond van artikel 13b lid 1 van de Opiumwet bestuurlijk op te treden bij handel in drugs. Dit beleid heeft onder meer gevolgen voor de inzet van uren bij bouwtoezicht en juridische handhaving bij de daadwerkelijke sluiting van woningen en lokalen waar drugshandel plaatsvindt. Op 1 januari 2019 is de Opiumwet gewijzigd.
Burgemeesters kunnen daardoor ook panden sluiten waar voorwerpen of stoffen worden gevonden die duidelijk bestemd zijn voor het telen of produceren van drugs. In 2019 is daarom in samenwerking met de andere Peelgemeenten het Damoclesbeleid hierop aangepast. Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid gemeente Asten 2019-20221 Deze Kadernota vervangt de Kadernota Integrale Veiligheid Peelland 2015-2018. De samenwerking met de andere Peelgemeenten leverde en levert nog steeds in veel gevallen meerwaarde op. Op enkele aspecten is echter gebleken dat de gemeente lokaal slagvaardiger is. Daarom is met de andere Peelgemeenten besloten om een splitsing te maken tussen onderwerpen die gezamenlijk worden opgepakt en onderwerpen waar men wel kennis en ervaringen op deelt maar de gemeente eigenstandig op handelt. Nadere regels terrassen
1 Het Veiligheidsplan Peelland 2019-2022 is integraal onderdeel van de Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid
gemeente Asten 2019-2022 en richt zich op de gemeenschappelijke doelen die voortkomen uit het Regionaal Veiligheidsplan (art. 39 Politiewet) en de door de raad vastgestelde prioriteiten in de gemeentelijke IVB plannen (art. 38b Politiewet), daar waar samenwerking meerwaarde oplevert. Het doel van het Veiligheidsplan Peelland is verbindend: aansturen op samenwerking tussen de zes Peelgemeenten en (veiligheids)partners daar waar het meer veiligheid oplevert (bijv. PIT). 11
Op 27 mei 2008 is het Beleidsplan horeca, sport en recreatie-inrichtingen vastgesteld. Hierin zijn algemene regels opgenomen voor terrassen. In 2014 zijn deze verder uitgewerkt in de beleidsregels Nadere regels terrassen. Deze regels zien voornamelijk toe op de inrichting van de terrassen en het bestrijden van overlast. Convenant verruiming sluitingstijden Op 24 november 2020 heeft het college een wijziging aangebracht in het beleidsplan horeca, sport en recreatie-inrichtingen, namelijk met de toevoeging voor jaarlijkse ontheffing verruiming sluitingstijden horeca. In dit kader heeft het college besloten in te stemmen met de verlenging van het convenant verruiming sluitingstijden gemeente Asten 2019 met drie jaar. De positieve ervaringen die we hebben opgedaan geven voldoende aanleiding om de afspraken voorlopig voort te zetten. Bomenbeleid Op 30 juni 2020 heeft het college de nota bomenbeleid module bomenrenovatieplan 2020 vastgesteld. Dit is een aanvulling op het bestaande bomenbeleid en ziet op de vervanging van bestaande laanbeplanting. 3.1.3 Regionaal milieubeleid Samen meer waarde Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn middelen om resultaten te bereiken in de bescherming van de fysieke leefomgeving. Asten wil regionaal een minimum uitvoeringsniveau vaststellen voor de uitvoering van milieutaken bij vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Asten heeft in samenwerking met de provincie en andere lokale overheden in de regio (ODZOB-verband) nagedacht over gezamenlijke verantwoordelijkheden, belangen en prioriteiten daarin. Voornamelijk duurzaamheid, veiligheid en gezondheid worden als regionale gemeenschappelijke opgaven gezien. Bij de uitvoering van de milieutaken moeten met name deze thema’s aandacht krijgen. Het hebben van een regionaal beleid sluit aan bij de wettelijke verplichtingen van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Er is bepaald dat voor (minimaal) de basistaken die door een omgevingsdienst worden uitgevoerd een gezamenlijk beleidsdocument voor uitvoering en handhaving moet komen. De regio heeft er voor gekozen om voor zowel basis- als plustaken beleid op te stellen. 3.2 Ontwikkelingen in beleid en regelgeving Hieronder treft u de wijzigingen aan die landelijk, provinciaal en gemeentelijk de komende jaren geagendeerd staan en van invloed zullen zijn op het VTH-beleid en de uitvoering daarvan. 3.2.1 Landelijke en provinciaal beleid en regelgeving in ontwikkeling Het landelijk en provinciaal beleid is continue in ontwikkeling. Dit heeft gevolgen voor de gemeentelijke praktijk. Diverse ontwikkelingen vergen ook dat de gemeente zich hierop voorbereid. Hieronder wordt op de meest relevante ontwikkelingen ingegaan en natuurlijk moeten we dan als eerste stil staan bij de verwachte Omgevingswet.
De Omgevingswet Het omgevingsrecht is nu versnipperd in diverse wet- en regelgeving. Deze wetten, regels en afspraken met betrekking tot milieu, natuur, bouwen, infrastructuur, monumenten en ruimte worden door de Omgevingswet geïntegreerd in één nieuw stelsel waarin de gebruiker centraal staat en meer flexibiliteit wordt beoogd. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. Deze wet is ingrijpend en kent vier verbeterdoelen: 1. 2. 3. 4.
Het vergroten van inzichtelijkheid; Integrale gebiedsbenadering; Het verbeteren en versnellen van de besluitvorming; Het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte.
12
De wet kent 6 kerninstrumenten. Op gemeentelijk niveau zijn dit de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, Programma’s en de Omgevingsvergunning. De wet richt zich, in lijn met de bovenstaande verbeterdoelen, voor 80% op cultuur, houding en werkwijze en voor 20% op de invoering van juridisch-planologische instrumenten. Daarmee sluit de Omgevingswet aan bij de veranderprocessen die veel gemeenten al hebben ingezet (bijvoorbeeld het resultaat- en klantgericht werken) als gevolg van een veranderende samenleving. In Asten is deze cultuurverandering geborgd in het bedrijfsplan van 2016 en het programma Vitale Democratie in Asten van 2019. samenwerkingskansen zo veel als mogelijk. De gemeente Asten werkt momenteel aan de implementatie van de Omgevingswet en is begonnen met het opstellen van een Omgevingsvisie en een plan van aanpak voor het Omgevingsplan. Daarnaast is begonnen met een analyse van de bruidsschat. In deze trajecten is sprake van een grote wisselwerking met het werk van VTH. Medewerkers van VTH zijn/worden betrokken bij de voorbereiding. Dit zal in de komende jaren om inzet en capaciteit vragen. De onderdelen van de Omgevingswet die relevant zijn voor dit VTH-kader zijn bijvoorbeeld de algemene zorgplicht, de nieuwe AmvB’s die straks het toetsingskader zijn en de bruidsschat. De provincie is bezig met het opstellen van een nieuwe omgevingsverordening.
Dat wordt het kader waar we straks mee te maken hebben. Ook de komst van het nieuwe DSO is een relevante landelijke ontwikkeling: straks zijn alle regels die gelden digitaal raadpleegbaar per locatie, ook voor de toezichthouders. Alle aanvragen en meldingen gaan dan via het nieuwe omgevingsloket. Dat is van belang voor iedereen die met VTH bezig is. Onder de Omgevingswet gelden dadelijk verschillende zorgplichten. De algemene zorgplicht houdt in dat zowel overheden, bedrijven als burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet als er geen specifieke decentrale regels of rijksregels van toepassing zijn. Als deze specifieke decentrale of rijksregels er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer. Specifieke zorgplichten borduren voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter. Een specifieke zorgplicht is toegespitst op specifieke activiteiten voor concreet genoemde belangen. Zowel in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) als het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan specifieke zorgplichten. Deze specifieke zorgplichten maken duidelijk wat er wel en niet moet gebeuren. Bijvoorbeeld dat degene die verantwoordelijk is voor een activiteit, de beste beschikbare technieken (BBT) gebruikt. De specifieke zorgplichten zijn algemene regels.
Deze regels gelden direct voor burgers en bedrijven. Naast het Rijk kunnen andere overheden specifieke zorgplichten opnemen in hun verordeningen of omgevingsplannen. Naast de algemene zorgplicht is in de Omgevingswet ook een algemeen verbod opgenomen (artikel 1.7a Ow). Het is verboden om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan. Bijvoorbeeld een milieuverontreiniging die aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, bodem of water veroorzaakt. Het gaat niet om het verrichten of nalaten van activiteiten met beperkte gevolgen voor de fysieke leefomgeving. In het Omgevingsbesluit (artikel 1.3) staat wanneer sprake is van een aanzienlijk gevolg. En op welke gevallen het verbod van toepassing is. Dit verbod is ook een vangnet. Voor het geval er geen specifieke decentrale regels of rijksregels van toepassing zijn. Als deze specifieke decentrale of rijksregels er wel zijn, geldt het algemeen verbod niet meer. Bijvoorbeeld als een specifieke zorgplicht of andere algemene regel van toepassing is. Of een vergunningvoorschrift. Het algemeen verbod is strafrechtelijk handhaafbaar. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
13
Het doel van deze wet is het verbeteren van de kwaliteitsborging voor het bouwen, het versterken van de positie van de de technische bouwbesluittoets en het toezicht hiervan tijdens de bouw in de toekomst door private partijen worden uitgevoerd. De gemeentelijke werkzaamheden voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen beperken zich dan tot een toets aan het bestemmingsplan, welstand en de omgevingsveiligheid en het toezicht hierop, inclusief BAG gerelateerde werkzaamheden. De gemeente behoud ook de handhavende taken en bevoegdheden. bouwconsument en het stimuleren van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering. Invoering van private kwaliteitsborging in de bouw betekent samengevat dat In eerste instantie zal de kwaliteitsborging gaan gelden voor een aantal kleinere bouwwerken (gevolgklasse 1) en later worden uitgebreid met grotere bouwwerken. Alle bouwwerken zijn ingedeeld in gevolgklassen, waarbij gevolgklasse 1 de minst risicovolle bouwwerken betreft en gevolgklasse 3 het meest risicovol zijn.
Daarnaast worden kleine bouwwerken en verbouwingen vrij van de toets aan het Bouwbesluit 2012, ontwikkelen private partijen methodes voor kwaliteitsbewaking om te zorgen dat aannemers zich houden aan de bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit 2012, controleert de gemeente of een aannemer werkt met deze goedgekeurde methoden voor kwaliteitsbewaking en oordeelt een onafhankelijke publieke toelatingsorganisatie of deze voorgestelde methodes voor kwaliteitsbewaking voldoen aan de eisen. De ontwikkelingen rond deze wet leiden tot verschuivingen bij de gemeentelijke inzet op vergunningverlening en toezicht en handhaving bij de bouw. De nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen treedt op 1 januari 2022 in werking. Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft tot doel planten en soorten, houtopstanden en natuurgebieden te beschermen. In de wet zijn de verplichtingen vanuit de Europese Vogelen Habitatrichtlijnen verwerkt. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant zijn bevoegd te beslissen op vergunningaanvragen op grond van deze wet. In de Wabo is de vergunningplicht opgenomen voor het onderdeel Natura 2000 en onderdeel soortenbescherming. Deze onderdelen haken aan wanneer ook op een andere onderdeel van de Wabo vergunningplicht ontstaat. Dit is aan de orde als vooraf geen aparte toestemming inzake de Wnb is aangevraagd.
De wetgever ontwikkelde voor de beoordeling van vergunningaanvragen op het Wnb gebaseerde Programma Aanpak Stikstof. Dit programma beoogde het overschot aan stikstof terug te dringen en tegelijkertijd ruimte te bieden aan economische activiteiten. Op 29 mei 2019 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het PAS in strijd is met Europese natuurwetgeving.2 Vanuit de wetgever is een maatregelenpakket benoemd en is inmiddels op 19 december 2019 de Spoedwet aanpak stikstof aangenomen door de Eerste Kamer. De betreffende maatregelen worden uitgewerkt in zogenaamde regelingen waarvan er eind december een aantal ter consultatie ter inzage zijn gelegd. Inmiddels zijn ook afspraken gemaakt voor het extern salderen en de spelregels. Onderdeel hiervan is de zogenaamde AERIUS berekening. AERIUS is het instrument waarmee neerslag (depositie) van stikstof op Natura 2000-gebieden binnen Nederland wordt berekend, gemonitord en geregistreerd. Afhankelijk van de uitkomst van deze berekeningen is het mogelijk een gedeelte van de vergunningverlening weer op te pakken. Basisregistraties Als gemeente zijn we voor wat betreft het fysieke domein bronhouder van twee basisregistraties: BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie); BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen.
Beide registraties hebben wettelijke verplichtingen met wettelijke termijnen voor het opnemen van de feitelijke situatie, legaal of illegaal, in de registraties. In de BGT wordt als
2 ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604
14
kaart de feitelijke situatie, zoals die buiten zichtbaar is, opgenomen; de BAG volgt daarin als het gebouwen betreft. De overheid maakt het voor de burger steeds makkelijker door steeds meer bouwwerken vergunningsvrij te maken en van de andere kant wil de overheid dat de BAG/BGT wijzigingen in panden vastlegt binnen wettelijke termijnen. Doordat er voor wijzigingen in panden niet altijd vergunningen nodig zijn, moeten wij als beheerder slimme en efficiënte manieren bedenken om de feitelijke situatie vast te leggen. Mutaties in BGT en BAG moeten worden opgespoord en doorgevoerd in beide registraties. Met behulp van het vergelijken van luchtfoto’s van opvolgende jaren kunnen we mutaties signaleren en deze mutaties ook vanuit luchtfoto’s inmeten en doorvoeren. De mutaties waarvoor geen vergunningen gevonden kunnen worden moeten in de BAG in ‘onderzoek’ gezet worden. In het werkproces wordt hiervan een zaak aangemaakt en moet de gemeente binnen een half jaar (wettelijk termijn) een besluit (legalisering of handhaven) nemen om het pand in BAG uit onderzoek te halen. De verdergaande deregulering van de Rijksoverheid en het steeds meer aan de markt overlaten staat haaks op de uitgangspunten van de wet BAG die voorschrijft dat een gemeente alle gebouwde eigendommen in beeld moet hebben.
Het betekent dat een gemeente verplicht is de nodige inzet te plegen op toezicht en handhaving van de gebouwde eigendommen. Bij de uitvoering en handhaving van de algemene regels wordt extra aandacht gegeven aan de nieuwe/gewijzigde regels en thema’s die aansluiten bij de (regionale) bestuurlijke prioriteiten. Zie ook paragraaf 3.1.3 (regionaal beleid milieu). Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent omgeving (Interim omgevingsverordening Noord-Brabant), vastgesteld 20 februari 2020. Stoppersregeling veehouderij Stoppers zijn veehouders die voor 1 januari 2020 gestopt zijn met de pluimvee- en/of varkenstak van hun bedrijf en niet voldoen aan de ammoniakemissie-eisen uit het Besluit emissiearme huisvesting (Beh). Zij hebben via een Actieplan ammoniak aan het bevoegd gezag aangegeven welke alternatieve maatregelen zij treffen om ammoniak te reduceren. Op basis van het Actieplan kan een bevoegd gezag gedogen dat deze bedrijven niet voldoen aan het Beh. Dit wordt de ‘Stoppersregeling’ genoemd. Voor 2021 zijn controles gepland bij de bedrijven die hebben aangegeven te willen stoppen. Dan moet het bevoegd gezag controleren of de bedrijfsvoering voor het houden van pluimvee en/of varkens daadwerkelijk beëindigd is en zo niet, of het Beh nageleefd wordt.
Voor de stoppers, saneerders en andere intrekkingen van omgevingsvergunningen starten we per februari 2021 met de Werkgroep stoppers en saneerders. De werkgroep komt maandelijks bijeen om de lijst met stoppers, saneerders en andere intrekkingen en de ontwikkelingen in de lijst maandelijks integraal af te stemmen. Afgezien van het afstemmingsoverleg en de voorbereidingstijd is de werkgroep bedoeld om de reguliere werkzaamheden die verspreid liggen bij verschillende medewerkers intern en bij de Omgevingsdienst, op elkaar af te stemmen. Bestuurlijke Taskforce Transitie Veehouderij Het afgelopen jaar (2019) werd duidelijk wat de globale gevolgen zijn van de versnelling van de transitie van de veehouderij in Brabant voor de werkzaamheden van de agrarische Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH), welke voor de gemeente Asten uitgevoerd worden door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant. De gevolgen zijn van dien aard dat er diverse maatregelenpakketten zijn geformuleerd. In deze maatregelenpakketten zijn ook aanbevelingen opgenomen die op de gemeente van toepassing zijn. De twee belangrijkste noemen wij hieronder. Ten eerste is de aanbeveling om de VTH-taken in volledig mandaat over te dragen aan de omgevingsdienst. De gemeente Asten heeft dit reeds gedaan. Ten tweede zal ook onze gemeente met extra werkzaamheden te maken krijgen.
Denk hierbij aan het wijzigen van bestemmingsplannen of extra bouwaanvragen. Hiervoor dient extra capaciteit vrijgemaakt te worden.
15
Asbestdaken In 2019 werd duidelijk dat het voorgestelde wettelijke verbod op asbest niet doorging. Omdat asbest schadelijk is voor de gezondheid komt het ministerie met een nieuwe aanpak van asbest. Op 14 oktober 2019 stuurde de minister een brief naar de Tweede Kamer waarin meerdere maatregelen worden aangekondigd. Onder andere wordt er een fonds opgericht waaruit leningen voor het verwijderen van asbest verstrekt kunnen worden. Alle overheidsinstanties, waaronder dus ook gemeenten, moeten bij gaan dragen aan dit fonds. Invoering Wet regulering prostitutie en bestrijding van misstanden in de seksbranche In Nederland is prostitutie een legaal beroep. Doordat er sprake is van een legaal beroep is het ook aan regels gebonden. Het is echter wel een branche die kwetsbaar is voor criminaliteit, zoals bijvoorbeeld uitbuiting en mensenhandel. Dit is aanleiding geweest voor het opstellen van het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (32.211). De kern van het wetsvoorstel wordt gevormd door de invoering van een verplicht en uniform vergunningenstelsel voor de uitoefening van het seksbedrijf. Onder andere is in de wet ook een registratieplicht voor prostituees opgenomen. De Tweede Kamer nam de wet in 2011 aan.
Na meerdere behandelingen in de Eerste Kamer, waarbij het voorstel een aantal keer is aangehouden, stuurde de Minister de Novelle Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (33.885) naar de Eerste Kamer. Met de novelle wordt de registratieplicht voor prostituees en vergewisplicht voor klanten uit het wetsvoorstel gehaald. In de wet is daarom een minimumleeftijd (21 jaar) voor prostituees opgenomen. De minimumleeftijd geeft gemeentelijke toezichthouders de mogelijkheid om prostituees te controleren op hun leeftijd. Te jonge prostituees kunnen door hen aangesproken worden en verwezen naar hulpverlening. Op grond van het bovenstaande werkt het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan een nieuw wetsvoorstel dat is gebaseerd op wetsvoorstellen 32.211 en 33.885. Op dit moment moet de wet nog behandeld worden in de Eerste Kamer. Het is niet duidelijk wanneer de wet in werking zal treden. 3.2.2 Gemeentelijk beleid en regelgeving in ontwikkeling Beleid en regelgeving is continue in ontwikkeling. De gemeente Asten springt ook met haar eigen beleid in op de actualiteiten. Deze kunnen bijvoorbeeld het gevolg zijn van gewijzigde jurisprudentie, nieuwe trends of verscherping van regelgeving. Hieronder treft u een overzicht aan van het belangrijkste gemeentelijke beleid en regelgeving welke in beweging zijn.
Wij zijn volop bezig met de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de bruidsschat, welke allemaal relevant zijn voor het werkveld VTH. In dit kader zijn we momenteel eveneens bezig met de beleidsinventarisatie: alle beleid en verordeningen worden onder de loep genomen en er wordt een schifting gemaakt: Wat gaat mee naar het Omgevingsplan, wat blijft zelfstandig bestaan. Hierbij kijken we meteen naar de actualiteit, integraliteit, klantvriendelijkheid, de mogelijkheden om te dereguleren etc. Hierdoor beschikken we uiteindelijk over een opgeruimd overzicht van beleid en verordeningen. De Omgevingsvisie bestaat uit zes deelgebieden. Ieder gebied is beschreven aan de hand van (1) een algemeen profiel (introductie) van het gebied, (2) de te koesteren kwaliteiten van het gebied, (3) de te ontwikkelen opgaven in het gebied en (4) voorbeelden van mogelijke initiatieven. Daarnaast is per gebied een opsomming opgenomen met links naar (5) ander (sectoraal) beleid dat relevant is voor het betreffende gebied en (6) achtergrondinformatie (feiten en cijfers) die relevant is voor het betreffende gebied. Algemene plaatselijke verordening (APV) en Bijzondere Wetten Het gemeente heeft de bevoegdheid om regels te stellen voor de openbare ruimte in het kader van leefbaarheid en openbare veiligheid. In de APV is de gemeentelijke regelgeving opgenomen.
Voor verschillende activiteiten bestaat een vergunningplicht of een bevoegdheid voor het college of de burgemeester om ontheffing te verlenen van een in de APV gesteld verbod. Het gaat vooral om onderwerpen en activiteiten die in de openbare
16
buitenruimte plaatsvinden, zoals: evenementen, markten, parkeerexcessen et cetera. De APV wordt als gevolg van landelijke wijzigingen, of omdat de actualiteit hierom vraagt, aangepast. De APV wordt door de gemeenteraad vastgesteld en is grotendeels gebaseerd op de modelverordening van Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In de APV zijn ook regels opgenomen ten aanzien van horecabedrijven. Dit is een beperkte uitwerking van de Drank- en Horecawet. De burgemeester is het bevoegd gezag voor het verstrekken van vergunning op grond van de Drank- en Horecawet. Horecabedrijven en winkels waar alcohol wordt verstrekt, mogen immers niet zonder vergunning in werking zijn. Maar ook in het geval alcoholhoudende dranken tijdelijk worden verstrekt, bijvoorbeeld bij evenementen, dient er een ontheffing verleend te worden. De APV kent verder nog een link met andere bijzondere wetten en lokale regelgeving. Enkele voorbeelden willen wij hier noemen. Op grond van de APV kan er bijvoorbeeld ook een vergunning verleend worden voor het exploiteren van een seksinrichting. Maar hierbij moet ook gedacht worden aan een vergunning in het kader van de Wet op de kansspelen.
De APV van de gemeente Asten wordt periodiek geactualiseerd of tussentijds gewijzigd In 2020 hebben we de APV niet geactualiseerd in verband met de prioriteiten op COVID-19.In 2021 zal tijdens de actualisatie worden onderzocht of een apart ondermijningsartikel kan worden toegevoegd en/of de huidige artikelen in relatie tot de Outlaw Motor Gangs (OMG) redactioneel afdoende geformuleerd zijn. Tevens onderzoeken we of er regels opgenomen kunnen worden ten aanzien van wensballonnen. Delen van de APV gaan op termijn op in het nieuwe Omgevingsplan. Dit zal niet direct per 1-1-2022 zijn, maar is een traject van enkele jaren. In 2020 is in de APV een exploitatievergunningplicht opgenomen voor de huisvestingsvoorziening arbeidsmigranten, aanpassing APV 2017 (sinds 19 febr. 2020) vanaf 4 personen. In de gemeente zijn circa 150 locaties waar arbeidsmigranten worden gehuisvest. Een aanzienlijk deel daarvan zal moeten beschikken over een exploitatievergunning. Deze inhaalslag zal de nodige capaciteit vergen van zowel de vergunningverleners als de toezichthouders en handhavers. Ook is de beleidsregel Speelautomatenhal Asten 2020 (29 februari 2020) (procedure voor afgifte schaarse vergunningen) in de APV opgenomen. Vergunningen op basis van deze beleidsregel zijn verleend.
Het college van burgemeester en wethouders besluit in te stemmen met verlenging van het convenant verruiming sluitingstijden gemeente Asten 2019 met drie jaar. Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid gemeente Asten 2019-2022 Deze nieuwe nota vervangt de Kadernota Integrale Veiligheid Peelland 2015-2018. De samenwerking met de andere Peelgemeenten leverde en levert nog steeds in veel gevallen meerwaarde op. Op enkele aspecten is echter gebleken dat de gemeente lokaal slagvaardiger is. Daarom is met de andere Peelgemeenten besloten om een splitsing te maken tussen onderwerpen die gezamenlijk worden opgepakt en onderwerpen waarover men wel kennis en ervaringen deelt, maar de gemeente eigenstandig op handelt. Evenementennota Naar aanleiding van de wijzigingen in de Drank- en Horecawet is het evenementenbeleid voor het laatst gewijzigd in 2013. Een evenement wordt in artikel 2.24 APV omschreven als “elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak”. In dit artikel zijn diverse uitzondering hierop gemaakt. In het beleid zijn regels opgenomen op grond waarvan evenementen worden gereguleerd. De gemeente Asten kent vergunningplichtige en meldingsplichtige evenementen. Het onderscheid wordt gemaakt op basis van de grootte van het evenement. De Evenementennota zal eveneens op termijn (deels) opgaan in het Omgevingsplan.
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) De gemeente Asten sloot zich in 2019 aan bij de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit. Dit is een programma van het ministerie van Binnenlandse Zaken en heeft tot doel om de gegevens die in de Basisregistratie Personen (BRP) staan, te verbeteren. De BRP vormt immers voor veel overheidsorganisaties de basis voor het verwerken van informatie. Niet
17
alleen de gemeente maakt gebruik van deze gegevens maar onder andere ook het UWV, het Centraal Justitieel Incassobureau, de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank. Het is daarom noodzakelijk dat de gegevens opgenomen in de BRP kloppen. De LAA vormt de grondslag op basis waarvan diverse overheidsorganisaties informatie uitwisselen en waarbij ter controle huisbezoeken plaatsvinden uitgevoerd door gemeentelijke toezichthouders. Van tijdelijke aanpak is de LAA verworden tot een structureel samenwerkingsprogramma om de adreskwaliteit te verbeteren. De LAA is per 1 oktober 2019 ondergebracht bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens. De komende jaren zal gewerkt worden aan een verdere structurele borging en verbetering van gegevens en de samenwerking om adresgerelateerde fraude te bestrijden. Dit project loopt heel goed. Er komen heel goede resultaten naar voren. Arbeidsmigranten Net als de rest van Nederland kampt ook de gemeente Asten met een tekort aan arbeidskrachten. Nu het aanbod van werk groter is dan de personen die het werk kunnen verrichten wordt er gezocht naar andere oplossingen. Ook in onze gemeente betekent dit dat er gebruik wordt gemaakt van arbeidsmigranten. De problematiek rondom arbeidsmigranten brengt diverse vraagstukken met zich. Deze richten zich onder andere op illegale huisvesting, overbewoning, overlast et cetera.
In februari 2020 heeft de gemeenteraad nieuw arbeidsmigrantenbeleid vastgesteld. Het college heeft op basis van deze beleidsnotitie tevens de beleidsregels vastgesteld. Daarnaast is handhavingscapaciteit benodigd om op te treden tegen illegale situaties, waaronder de huisvesting van arbeidsmigranten binnen de recreatieve sector (vakantieparken). Inmiddels is hiervoor een exploitatievergunning benodigd op grond van onze APV. Transitie Buitengebied De gemeente heeft een projectgroep die zich richt op de transitie van het buitengebied. De gemeente streeft naar een verduurzaming van agrarische bedrijven in haar buitengebied. Het moeten moderne bedrijven worden die gebruik maken van de best beschikbare technieken. Bij het dorp Heusden is daarom een urgentiegebied aangewezen. De gemeente zoekt hier actief naar nieuwe mogelijkheden om bedrijven te dwingen de nodige maatregelen te treffen. Hiertoe is de gemeente ook in overleg met de provincie. Gelet op hetgeen opgenomen is in paragraaf 3.2.1 onder het kopje “Bestuurlijke Taskforce Transitie Veehouderij”, is het de verwachting dat de werkzaamheden voor de gemeente op dit vlak toe zullen nemen. Beleidsplan ex artikel 14 Wet Veiligheidsregio’s De Wet veiligheidsregio’s schrijft voor dat iedere vier jaar een beleidsplan wordt vastgesteld.
Beoogd is begin 2020 een beleidsplan vast te stellen met aandacht voor de visie op de veiligheidsregio voor de komende jaren. Om na einde looptijd van het vigerende beleidsplan per 1 januari 2020 toch te voldoen aan de minimale wettelijke bepaling is voorgesteld om vooruitlopend een beperkt beleidsplan vast te stellen met daarin de wettelijk voorgeschreven onderdelen (28 november 2019 besproken in CIE AZ/C). Brandweerzorgplan in beeld brengen wat er op gebied van de brandweer kan gebeuren en hoe erg dit is (risico’s). in beeld brengen wat de brandweer doet om de risico’s te verkleinen in beeld brengen wat de brandweer doet om het effect zo klein mogelijk te houden inzicht geven in de wijze waarop de brandweer operationeel uitvoering geeft aan brandweerzorg Mensenhandel Mensenhandel komt overal voor. In alle gemeenten, in gewone bedrijven, waar niks mee aan de hand lijkt en in hotels, op zolderkamers, in vakantieparken, parkeerterreinen, restaurants en in winkelstraten. Mensenhandel is dus ondermijning in het kwadraat. Anderzijds verliezen we, aldus de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, het zicht op mensenhandel. Vooral uitbuiting buiten de seksindustrie, zoals arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting, blijft vaak onzichtbaar. Gemeenten vervullen vaak een sleutelrol in de 18
tegenbeweging. In het Interbestuurlijk Programma (IBP) is daarom de afspraak gemaakt dat elke gemeente in 2020 over beleid inzake mensenhandel beschikt. Aanpak misstanden recreatieve sector De gemeente Asten stimuleert recreatie binnen de gemeente. Hiervoor is het van belang dat de toeristische voorzieningen binnen de gemeente Asten behouden blijven. In 2020 zetten we daarom in op “normalisatie” van de recreatieve sector in onze gemeente. Aan de hand van een plan van aanpak handhaven we op onrechtmatige situaties. Daarnaast is op 1 januari 2021 het wetsvoorstel Wet toeristische verhuur van woonruimte in werking getreden. De wet biedt gemeenten instrumenten om de negatieve effecten van toeristisch verhuur van woonruimten te voorkomen of beperken. Met de wet zullen de reguleringsmogelijkheden zoals opgenomen in artikel 21 van de Huisvestingswet komen te vervallen. Beleidsnotitie “Permanente bewoning op recreatieverblijven” Deze beleidsnotitie “Permanente bewoning op recreatieverblijven” is in 2004 vastgesteld door de gemeenteraad. De beleidsnotitie geeft aan onder welke voorwaarden vergunning verleend kan worden voor het tijdelijk verblijven op recreatieverblijven. Dit beleid is in hoofdzaak van toepassing op personen die tijdelijk een oplossing zoeken vanwege bijvoorbeeld een scheiding. Omdat de beleidsnotitie inmiddels 16 jaar oud is, is deze achterhaald.