RU21.03.03A 7 Voorlopige voorziening BP Laarbroek-Laagveld 2020 (deel I) 1-45.pdf
Tekst van het document
Wij zijn van mening dat uw raad in dit soort gevallen het laatste woord zou moeten hebben. Daarom zeggen wij u hierbij toe dat voor eventuele toekomstige verzoeken voor een bouwhoogte van 14 meter (of hoger) altijd een (bestemmingsplan- of uitgebreide Wabo-) procedure zal worden gevolgd waarbij u als raad kunt besluiten om hier al dan niet mee in te stemmen. Dit houdt ook in dat we de 'kruimelgevallenregeling' dus niet zullen toepassen in dit soort gevallen, ook al zou dat formeel wel mogelijk zijn.
Landschappelijke inpassing Bij de ontwikkeling van het plan is er - uiteraard - specifiek aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing. Zeker omdat het hier deels gaat om een uitbreidingsplan waardoor een nieuwe overgang van stedelijk gebied naar het buitengebied ontstaat. De landschappelijke inpassing van het plan is van de voorontwerpfase tot het definitieve bestemmingsplan zoals dat nu voorligt meerdere malen gewijzigd en uitgebreid, waardoor een robuuste inpassing is ontstaan. De westzijde van het plan, de nieuwe grens tussen het stedelijk gebied en het buitengebied, is ingepast middels een groenstrook met een breedte van bijna 19 meter waarop 2 bomenrijen en
struweel/bosplantsoen zal worden aangeplant. Daarnaast komen er aan de zuidwestzijde van het pand van SHI groene wanddelen met wilde wingerd en hedera. Aan de zuidzijde vormt een landschapszone de overgang van de woonbestemmingen aan de Oliemolen/Laarbroek naar het bedrijventerrein. Aan de noordzijde is een redelijk minimale inpassing voorzien met één bomenrij, enerzijds omdat het zicht op deze zijde vanaf Ommelsbroek dat parallel loopt aan de rijksweg op ca. 400 meter afstand minimaal is en anderzijds omdat hier een mogelijke toekomstige uitbreiding van het bedrijventerrein voorzien is. Een robuuste inpassing aan deze zijde is daarom ons inziens niet noodzakelijk. Een en ander is ook met de provincie besproken en door hen akkoord bevonden.
Zoals ook in het Stedenbouwkundig en landschapsplan (bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan) te lezen is, voorziet het plan in bijna 10.000 m2 groen en landschappelijke inpassing. Dit is circa 18% van het totale plangebied. Ter vergelijking: bij andere plannen in het buitengebied wordt een norm van 10% groene en landschappelijke kwaliteitsmaatregelen gehanteerd. Daarnaast voorziet het plan in het saneren van een tweetal veehouderijen, wat ook een aanzienlijke kwaliteitsverbetering met zich meebrengt. Al met al blijven wij van mening dat de landschappelijke inpassing van het plan op een voldoende en zorgvuldige wijze is ingevuld en dat het plan een aanzienlijke kwaliteitsverbetering met zich meebrengt. Toepassen groene wand(en) In de commissie Ruimte is door een aantal commissieleden de wens uitgesproken om een groene wand toe te passen bij het bedrijfspand van SHI, om zodoende de impact op het landschap te verminderen. Wij hebben dit besproken met SHI. SHI heeft hier eerder onderzoek naar gedaan en moeten concluderen dat dit financieel niet haalbaar is. Het gaat hierbij al gauw om een miljoeneninvestering. Daarnaast heeft de architect aangegeven dat een groene wand ook vanuit architectonisch oogpunt niet wenselijk is.
Verkeer In het verkeersadvies van Sweco, dat naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is uitgevoerd, wordt geconcludeerd dat het mogelijke aantal extra verkeersbewegingen ten gevolge van het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 binnen de capaciteit van het bestaande wegennetwerk en het verkeersbeeld valt. Hierdoor zal de extra verkeersgeneratie die het plan met zich meebrengt niet tot knelpunten leiden. In de commissie Ruimte zijn over dit aspect desalniettemin de nodige vragen gesteld en zorgen geuit. Het gaat hierbij enerzijds over de verkeersafwikkeling op het bestaande bedrijventerrein en anderzijds over de verkeersveiligheid van de aansluitingen op de Ommelseweg, met name voor het fietsverkeer aldaar. Op beide onderdelen gaan we hieronder in en schetsen we een aantal oplossingsrichtingen. Verkeersafwikkeling bedrijventerrein Hoogveld Ondanks het verkeersadvies van Sweco zijn er zorgen bij de commissie Ruimte en enkele ondernemers op het bedrijventerrein Hoogveld dat het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020, en daarmee de vestiging van SHI aldaar, zal leiden tot extra knelpunten op het bedrijventerrein. Het bestemmingsplan zal inderdaad zorgen voor extra verkeersbewegingen over het Laagveld, Ommelsveld en de Ommelseweg (ventweg).
Deze zijn echter niet zodanig dat het tot onacceptabele knelpunten leidt en daarmee het vaststellen van het bestemmingsplan Asten Laarbroek Laagveld 2020 in de weg zou hoeven te staan. Desalniettemin nemen wij de zorgen serieus en willen we in overleg met de ondernemers op het bedrijventerrein de ervaren knelpunten en mogelijke toekomstige knelpunten in beeld brengen. Zoals bij u bekend wordt hiertoe een werkgroep opgericht met daarin een vertegenwoordiging vanuit de ondernemers op bedrijventerrein Het Hoogveld. De uitnodiging hiervoor is op 3 december jl. naar de ondernemers verzonden (zie bijlage).
2/5
SHI heeft reeds toegezegd ook in deze werkgroep zitting te willen nemen. Het is de bedoeling dat de werkgroep nadenkt over de huidige en mogelijk toekomstige verkeersknelpunten op het bedrijventerrein en een advies uitbrengt over de maatregelen die genomen zouden kunnen worden om deze (mogelijke) knelpunten op te lossen. Het advies van de werkgroep leggen wij voor aan uw raad, zodat u een besluit kunt nemen over de maatregelen die daadwerkelijk geïmplementeerd kunnen worden. Wij zien verschillende mogelijkheden om eventuele knelpunten weg te kunnen nemen. Deze worden hieronder kort benoemd. Het is uiteindelijk aan de werkgroep om alle mogelijke oplossingsrichtingen in beeld te brengen en een advies uit te brengen over de maatregelen die het meest wenselijk en effectief worden geacht.
Het realiseren van extra parkeervakken voor vrachtverkeer in de groenstrook aan de Ommelseweg (ventweg), zodat de rijbaan vrij blijft voor rijdend verkeer; Het realiseren van extra parkeergelegenheid voor vrachtverkeer aan het einde van Laagveld op het driehoekig perceel dat buiten de plangrenzen van het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 valt. Eveneens met als doel dat de rijbaan zo veel mogelijk vrij blijft voor rijdend verkeer; Een parkeerverbod instellen op één of meerdere wegen of delen daarvan, zodat de rijbaan vrij blijft voor rijdend verkeer; Afspraken maken met ondernemers over de te volgen routes door vrachtverkeer en tijden van laden en lossen; Maatregelen bij de ondernemers op het terrein met als doel om de mogelijkheden voor parkeren en laden en lossen op eigen terrein te verruimen. Verkeersveiligheid fietsverkeer Ommelseweg In de commissie Ruimte is aandacht gevraagd voor de verkeersveiligheid voor fietsers die gebruik maken van het fietspad langs de Ommelseweg. Het vrachtverkeer van en naar het bedrijventerrein Hoogveld (en Molenakkers) kruist dit fietspad. Het is hierbij van belang om te vermelden dat de verplaatsing van SHI niet zal leiden tot (substantieel) meer vrachtverkeer. Het aantal vrachtwagens dat van en naar SHI zal rijden blijft nagenoeg gelijk, omdat er geen intern transport meer nodig is tussen verschillende locaties van SHI.
Het is dus ook niet zo dat er met de verplaatsing van SHI veel meer vrachtverkeer het fietspad langs de Ommelseweg zal gaan kruisen. Wel zal het vrachtverkeer van en naar SHI deels gebruik gaan maken van een andere aansluiting op de Ommelseweg. Op dit moment rijdt het vrachtverkeer van en naar SHI via de Keskesweg of Het Hoogvelt naar de Ommelseweg. In de nieuwe situatie zal dit grotendeels via Het Hoogvelt en tevens via het Ommelsveld plaatsvinden. Omdat de aansluiting van de Keskesweg op de Ommelseweg het minst overzichtelijk is voor fietsverkeer en hier de verkeersstroom vanuit SHI weg zal vallen, zou de vraag gesteld kunnen worden of de verkeersveiligheid voor het fietsverkeer door de verplaatsing van SHI daadwerkelijk verslechterd en er hiervoor dan maatregelen genomen moeten worden.
Ook ten aanzien van dit aspect nemen wij de zorgen uiteraard serieus. We willen de werkgroep daarom ook vragen om specifiek naar dit aspect te kijken. Ook hier zijn er verschillende oplossingsrichtingen denkbaar; van hele laagdrempelige maatregelen tot vergaande en kostbare maatregelen. We noemen er hier een paar:
Het verbeteren van de zichtbaarheid van het fietspad, bijvoorbeeld door het aanpassen van de belijning en/of bebording; Het opstellen van een verkeerscirculatieplan voor vrachtverkeer, met bijvoorbeeld een verplichte rijrichting voor vrachtwagens van en naar de Ommelseweg; Het maken van een nieuwe aansluiting op de Ommelseweg vanuit het Laagveld waardoor een overzichtelijke oversteek voor fietsers ontstaat. I
3/5
Waterhuishouding Op woensdag 1 december jl. zijn alle raadsfracties op locatie geïnformeerd over de technische uitwerking van het waterplan. Hoe de waterhuishouding van het plangebied is vormgegeven is uitgebreid beschreven in het waterplan, welke als bijlage 11 bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd. Tevens zijn de 2 ontbrekende bijlagen (Watertoets) toegevoegd aan dit rapport. Ambtshalve wijzigingen bestemmingsplanregels We hebben geconstateerd dat er per abuis een aantal onvolkomenheden in de planregels zitten, waardoor er onduidelijkheden kunnen ontstaan en/of de regels meer of juist minder mogelijk maken dan was beoogd. De planregels zijn daarom op een aantal punten aangescherpt. De aanpassingen worden hieronder kort beschreven. Ter verduidelijking van de toegestane bedrijfsactiviteiten ter plaatse van 'specifieke vorm van bedrijventerrein-2' is ten behoeve van het elektrotechnische installatie- en machinebouwbedrijf de volgende begripsbepaling toegevoegd: elektrotechnisch installatie- en machinebouwbedrijf: 1.35 een bedrijf, met gecombineerde bedrijfsactiviteiten bestaande uit:
elektrotechnische bedrijfsactiviteiten, in de Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen onder maximaal categorie 2, inhoudende het installeren, onderhouden en verkopen van benodigdheden voor elektrotechnische installaties, van elektrotechnische bouwinstallaties en van verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur, en luchtwasinstallaties, en machinebouw-activiteiten, in de Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen onder maximaal categorie 3.2., inhoudende het vervaardigen van apparaten en producten van o.a, metaal - zoals containers en luchtbehandelingskasten - in een inpandige constructiewerkplaats (gesloten gebouw) met een maximale oppervlakte van 2.000 m2.
Derhalve was het regelen van de oppervlaktebeperking van een deel van de bedrijfsvoering in de bestemmingsomschrijving niet meer noodzakelijk en is artikel 3.1.h aangepast en als volgt opgenomen: 3.1.h. In afwijking van het bepaalde onder d is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bedrijf 2', een bouwperceel van 7000 m’ toegestaan voor een elektrotechnisch installatie- en machinebouwbedrijf;
Ter verduidelijking dat bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan tot en met categorie 3.2, tenzij anders bepaald op de verbeelding tot maximaal 2 of 3.1, is artikel 3.1.a, b en c verduidelijkt en als volgt opgenomen; Bestemmingsomschrijving 3.1 De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 3.
b. c.
bedrijfsactiviteiten, opgenomen in categorie 2,3.1 en 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 2 zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'; uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 3.1 zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1';
Doelstelling van het plan is dat ter plekke van de aanduiding 'maximum bouwhoogte 14 m', de maximale bouwhoogte ook daadwerkelijk 14.meter bedraagt. Hierop is artikel 3.4.1.a aangevuld met de volgende bepaling:
4/5
het niet betreft de gronden waar ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte(m)' een maximum bouwhoogte van 14 m voor gebouwen is toegestaan; van deze maximale bouwhoogte mag niet worden afgeweken;
6.
Om de regels in overeenstemming te brengen met het doel van het plan zoals beschreven in de toelichting is Bijlage 1 van de regels 'Staat van bedrijfsactiviteiten' aangevuld met de volgende bedrijfsactiviteit;
OMSCHRIJVING
SBI-code SBI-2008
AFSTANDEN IN METERS g" 3 LU
o
O
E E
(O
s c
316
28
9
c
O
UJ
3 -J UJ
I o
0
9
K <
< u
o o
ow o u.
UJ
O
Elektrotechnische industrie n.e g.
30
10
30
10
30
2
Bijlagen: (indien van toepassing noem bijlage met Docunnent-nr.)
Uitnodiging ondernemers werkgroep verkeer bedrijventerrein Hoogveld (2020072458)
5/5
Gemeente
resten
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan "Asten Laarbroek-Laagveld 2020"
I. Ontvangen zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan "Asten Laarbroek-Laagveld 2020" heeft met ingang van 17 juli
2020 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen.
Gedurende de periode van terinzagelegging zijn schriftelijke zienswijzen ingediend. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. Er zijn door negen verschillende personen,
instanties en bedrijven zienswijzen ingediend gedurende de termijn van terinzagelegging.
Door de navolgende personen, instanties en bedrijven zijn zienswijzen ingediend:
Nr.
Naam
Gemachtigde
Datum zienswijze (vig. zienswijze)
1.
ZND Nedicom dak- en geveltechniek
Neen
25 augustus 2020
2.
Van Esch Biljarts
Neen
24 augustus 2020
3.
Caravan World Vinken BV
Neen
25 augustus 2020
4.
Bouw- en Timmerbedrijf Peter Driessen BV
Neen
24 augustus 2020
5.
Smederij Van Baars
Neen
20 augustus 2020
6.
College van Gedeputeerde Staten van
Neen
26 augustus 2020
Mevrouw L. Hoefnagels, de heer W. Van den
Pelican Key Legal
27 augustus 2020
Eijnde en mevrouw W.A. Hoefnagels-Renders
Consultancy BV
25 september 2020
8.
Autobedrijf Van Hoof
Neen
26 augustus 2020
9.
Rob Sleegers
Neen
27 augustus 2020
Noord-Brabant
7.
II. Ontvankelijkheid De zienswijzen zoals hiervoor vermeld zijn, met uitzondering van een zienswijze die werd
ingediend op 25 september 2020, binnengekomen binnen de termijn waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend. Dat betekent dat alle indieners van de zienswijzen ontvankelijk zijn voor wat betreft de termijn waarbinnen de zienswijzen moesten worden ingediend. Door en namens Mevrouw L. Hoefnagels, de heer W. Van den Eijnde en mevrouw W.A.
Hoefnagels-Renders is hun gemachtigde brief van 25 september 2020 ingegaan op het plan en zijn in die brief aldus zienswijzen geformuleerd. De termijn voor het naar voren brengen van
zienswijzen is geëindigd op 27 augustus 2020.
Mevrouw L. Hoefnagels, de heer W. Van den Eijnde en mevrouw W.A. Hoefnagels-Renders hebben hun zienswijze binnen deze termijn gegeven. Hun aanvullende zienswijze van 25 september 2020, door de gemeente op 28 september 2020 ontvangen, is niet binnen de daarvoor geldende termijn van artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ingediend.
De aanvullende zienswijze heeft echter in overwegende mate betrekking op dezelfde
plandelen die reeds eerder de tijdig naar voren gebrachte zienswijze zijn bestreden en kan derhalve als een nadere motivering worden aangemerkt. Er is geen rechtsregel die zich
ertegen verzet dat een zienswijze na afloop van de termijn nader wordt gemotiveerd. Een uitzondering hierop kan worden gemaakt voor de situatie dat het bestuursorgaan de
aanvulling, gelet op de datum van de indiening, in redelijkheid niet meer behoeft mee te
nemen in de besluitneming. Er is echter geen reden om daarvan uit te gaan.
Het vorenstaande betekent dat ook de brief van en namens Mevrouw L. Hoefnagels, de heer W. Van den Eijnde en mevrouw W.A. Hoefnagels-Renders d.d. 25 september 2020 zal worden
meegenomen in de beschouwing en beantwoording van alle zienswijzen.
pagina 2 van 57
HL Inhoud en beantwoording zienswijzen
1. ZND Nedicom dak- en geveltechniek, Ommelseweg 61 (te 5271) WT Asten
(1) Zienswijze Er zijn afspraken gemaakt tussen de Provincie Noord-Brabant en de gemeente over de
vestiging van industrie in relatie tot de categorie bedrijventerreinen. Beantwoording: Tijdens de Ontwikkeldag op 17 juni 2020 is de regio inderdaad akkoord gegaan met de
verdeling van de hectares bedrijventerrein per gemeente in subregio De Peel. In totaal is voor de subregio De Peel een oppervlakte van 20,3 hectare 'op groen gezet'. Hiervan is 7,8 hectare toegewezen aan de gemeente Asten.
In de subregio De Peel is op kwantitatief niveau afgesproken dat iedere individuele gemeente zelf bepaalt voor welke locaties de toegewezen ontwikkelruimte wordt aangewend. Grootschalige ontwikkelingen zoals die van SHI worden op bestuurlijk niveau
overigens wel afgestemd binnen subregio De Peel.
Op 28 mei 2020 is in het subregionaal overleg Economie De Peel ingestemd met de ontwikkeling van SHI op een nieuwe locatie in de gemeente Asten.
Op de Ontwikkeldag van 17 juni 2020 heeft de gemeente Asten de hiervoor benodigde hectares ontwikkelruimte toegewezen gekregen. De gemeente Asten verklaart dat deze toegewezen ontwikkelruimte wordt aangewend om voorliggend plan mogelijk te maken.
Hiermee past de ontwikkeling geheel binnen de regionale afspraken zoals bedoeld in
artikel 3.43 sub c lOV. De toelichting van het bestemmingsplan wordt op dit punt
aangepast. (2) Zienswijze: Er is sprake van een kleinschalig bedrijventerrein en de voorziene ontwikkeling past niet binnen dit terrein. Beantwoording: De planlocatie is gelegen aan de noordwestelijke rand van Asten. Op 2 februari 2006 heeft
de gemeenteraad van Asten de structuurvisie 'De Avance' vastgesteld. Deze visie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van Asten weer tot het jaar 2030. De structuurvisie is zowel een richtinggevend kader als een toetsingskader waarin
gewenste en ongewenste ontwikkelingen in de toekomst zijn beschreven.
In de structuurvisie "De Avance" is deze omgeving aangewezen als grootschalige toekomstige uitbreidingsrichting voor bedrijventerrein.
Op basis van deze structuurvisie is de beleidsmatige ontwikkeling van een bedrijventerrein in het plangebied voorzien. In het beleid van de gemeente Asten is verder vastgelegd dat
voor bedrijven met een oppervlakte van meer dan 5000 m’ ook wordt gekeken naar pagina 3 van 57
(regionale) bedrijventerreinen in de omgeving. Op het uitgangspunt dat sprake moet zijn
van verplaatsing naar een regionaal of ander bedrijventerrein in de regio is beleidsmatig
een uitzondering gemaakt voor bijvoorbeeld de verhuizing van een bedrijf binnen de gemeente. Voor het plandeel dat ziet op de herhuisvestging van SHI is hiervan sprake en wordt dus voldaan aan die voorwaarde. Voor het plandeel dat ziet op de twee andere
bedrijven is sprake van een specifieke situatie nu daarbij sprake is van het saneren van bestaande veehouderijbedrijven en het in de plaats daarvan planologisch mogelijk maken
van twee nieuwe bedrijven. Voor deze specifieke ontwikkeling geldt dat men onder meer afhankelijk is van bestaande grondposities (eigendom). De beide bedrijven worden immers
mogelijk gemaakt op gronden die reeds in eigendom zijn van de partijen die de ontwikkeling gaan invullen. Dat betekent dat vestiging van deze twee bedrijven binnen het plangebied te verklaren is en ook past binnen de uitgangspunten die men voor ogen heeft
met de sanering. De ontwikkeling van het plan past daarmee binnen de ruimtelijke en beleidsmatige uitgangspunten voor het gebied. (3) Zienswijze:
De geplande activiteiten en de verkeersbewegingen passen niet binnen het bestemmingsplan.
Beantwoording:
Het plan ziet op uitbreiden van het bestaande bedrijventerrein in westelijke richting,
waarbij tevens sprake is van de herstructurering van twee bestaande bedrijfslocaties aan Laarbroek-Oliemolen. De geplande activiteiten zien concreet op het bestemmen en
en vestigen van het bestaande bedrijf SHI op het achtererf van het bestaande adres Laarbroek 2-2a. Verder is sprake van het herbestemmen van een varkenshouderij gelegen
aan de Laarbroek 2-2a naar deels wonen en groen en deels bedrijventerrein voor het planologisch verankeren van een elektro technisch bedrijf. Ten slotte is sprake van het
herbestemmen van de melkveehouderij gelegen aan Oliemolen 3 naar deels wonen en
groen en deels bedrijventerrein voor het planologisch verankeren van een bouwbedrijf dat actief is binnen de agrarische sector.
De hiervoor omschreven wijzigingen (onder meer aard van de activiteiten, planvoorschriften en milieucategorie) ten opzichte van het ter plaatse geldende
bestemmingsplan zijn ruimtelijk aanvaardbaar en passen ook in de ruimtelijke
uitgangspunten zoals die gelden voor het betreffende gebied. Die wijzigingen zijn
inzichtelijk gemaakt in het ontwerp-bestemmingsplan en ook onderbouwd. Daarbij is onder meer van belang dat SHI reeds is gevestigd op het bestaande bedrijventerrein en de
facto wordt verplaatst naar het plangebied. Voor wat betreft de verkeersbewegingen geldt in het algemeen dat de verkeersbewegingen zijn onderzocht en zijn meegenomen in het plan. Uit de inventarisatie
van de effecten van het plan op de verkeersstructuur en de verkeersbewegingen blijkt dat geen sprake is van effecten die een negatieve invloed hebben op de omgeving en dat de
bestaande verkeersstructuur en de inrichting van de openbare wegen ter plaatse zodanig pagina 4 van 57
zijn ingericht dat de te verwachten extra verkeersgeneratie inpasbaar is en ook niet zal
leiden tot onevenredige hinder. Het plan zal met zich meebrengen dat sprake is van een
gewijzigde afwikkeling van vervoersbewegingen. De ontsluiting van de bedrijven zal in de nieuwe situatie plaatsvinden vanaf Laagveld. Deze weg is daarvoor in het verleden al
aangelegd om als ontsluiting te dienen van het daar uit te breiden bedrijventerrein.
.
Daarmee zal vrachtverkeer niet langer over Laarbroek plaatsvinden zoals in de huidige
situatie onder de agrarische bedrijvigheid. Hiermee wordt de verkeersafwikkeling geborgd
en verkeersveiligheid verhoogd. Daarbij komt dat het mogelijk aantal extra verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkeling van het plan, zoals voorzien in het
voorliggende bestemmingsplan, valt binnen de capaciteit van het bestaande wegennetwerk en het verkeersbeeld. Hierdoor zal de extra verkeersgeneratie die het plan
mogelijk met zich meebrengt niet tot knelpunten leiden. De woningen zijn en blijven overigens, volgens de huidige situatie, ontsloten via het Laarbroek. Deze zienswijze ziet op het aspect verkeer. In het kader van dit aspect zijn meerdere
zienswijzen ontvangen. In het kader van de ontvangen zienswijzen en de zorgen over de effecten van het plan voor het verkeer heeft, voor zover nodig, nog aanvullend onderzoek plaatsgevonden.
Capaciteit
Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen op het terrein van het verkeer is nader onderzoek verricht door onafhankelijk onderzoeksbureau SWECO. in de rapportage door SWECO (welke rapportage onderdeel uitmaakt van het vast te
stellen bestemmingsplan) wordt onder meer geconcludeerd dat het aantal extra verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkeling van het plan zoals voorzien in het
voorliggende bestemmingsplan valt binnen de capaciteit van het bestaande wegennetwerk en het verkeersbeeld. Hierdoor zal de extra verkeersgeneratie die het plan mogelijk met zich meebrengt niet tot knelpunten leiden.
Kwalitatieve capaciteit en verkeersveiligheid
In de rapportage van SWECO wordt ook aandacht besteed aan de vraag of het gebruik van de openbare ruimte (bijvoorbeeld parkeren en laden en lossen) problemen kan opleveren
voor de doorstroming en de verkeersveiligheid. Uit de door SWECO uitgevoerde analyse
volgt dat in de huidige situatie sprake is van straatparkeren en dat dit hinder kan veroorzaken voor het tegemoetkomend verkeer. Vanwege de functie van Laagveld,
Ommelsveld en de Ommelseweg (ventweg) als erftoegangsweg wordt enige vertraging en
hinder echter als acceptabel aangemerkt. Conclusie:
Kortom, de ontvangen zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het plan. Er is echter wel aanvullend onderzoek uitgevoerd en de rapportage die hieruit voortvloeit
(Notitie verkeersadvies bestemmingsplan Asten Laarbroek-laagveld 2020) zal als bijlage bij
het bestemmingsplan worden gevoegd en daarmee deel uitmaken van het door de raad
vast te stellen bestemmingsplan. pagina 5 van 57
2. Van Esch Biljarts, Van Kuppenveldweg te (5721TB) Asten
(1) Zienswijze: Overschrijdingen van de tot nu toegekende perceelgrootte van 5.000 m’, bijbehorend
bebouwingspercentage en bouwhoogte naar 14 meter mag geen precedentwerking gaan opleveren. Beantwoording:
Door en namens Van Esch Biljarts wordt aangegeven dat de ontwikkeling van het
plangebied zich niet in de nabijheid van de woon en werklocatie van de familie Rutjens bevindt. Dat neemt niet weg dat de zienswijze is bezien en daarop ook zal worden
gereageerd. In de zienswijze wordt aangegeven dat wordt afgeweken van de vaste oppervlakte, het
toegestane bebouwingspercentage en de bouwhoogte. In het algemeen kan hierover worden aangegeven dat zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij de uitgangspunten van het bestemmingsplan "Asten bedrijventerreinen 2013".
De planontwikkeling zoals voorzien heeft deels betrekking op de verplaatsing van SHI.
Die verplaatsing betekent dat op de nieuwe locatie sprake zal zijn van de nieuwvestiging van een reeds bestaand bedrijf waarbij geldt dat die nieuwe vestiging moet voldoen aan de
daaraan te stellen eisen en voorwaarden. Dat heeft er toe geleid dat, na een planologische afweging te hebben gemaakt, wordt voorzien in een concreet plan dat voorziet in voorschriften op maat. Voor zowel de oppervlakte als de hoogte van de bebouwing van SHI
is sprake van afstemming op maat. Dat betekent dat de regels specifiek zijn opgesteld ten behoeve van het mogelijk maken van de nieuwe vestiging van SHI.
Het is daarmee niet de bedoeling dat sprake is van ongewenste precedentwerking en om dat te voorkomen zijn de regels voor de nieuwbouw van SHI ook enkel van toepassing op
dat plandeel. Het gaat dan immers om een specifieke afweging op maat voor de verplaatsing van SHI.
De gekozen uitgangspunten zijn daarmee acceptabel en sluiten aan bij de concrete
planinvulling. Voor wat betreft de oppervlakte is juist dat het bestemmingsplan "Asten bedrijventerreinen 2013" als algemeen uitgangspunt een oppervlakte van 5.00Ö m^
hanteert. De oppervlakte van een bouwperceel mag daarmee niet meer bedragen dan 5.000 m’, met uitzondering van bouwpercelen die op het tijdstip van terinzagelegging van
het ontwerp bestemmingsplan een grotere oppervlakte hebben. Op het huidige bedrijventerrein zijn ook reeds diverse bedrijven gevestigd die een
aanzienlijk grotere oppervlakte kennen, in die zin is reeds sprake van bedrijven met pagina € van 57
afmetingen die reeds afwijken van de op basis van genoemd bestemmingsplan geldende
voorschriften. Voor wat betreft de bouwhoogte is van belang dat het bestemmingsplan "Asten
bedrijventerreinen 2013" ook reeds voorziet in een mogelijkheid om met afwijking een hoogte van meer dan 12 meter te realiseren. Dat betekent dat niet alleen gebouwen met
een hoogte van 12 meter maar ook gebouwen met een hoogte van meer dan 12 meter zijn
toegestaan. Het gegeven dat het huidige bestemmingsplan Asten bedrijventerreinen 2013 deze ruime mogelijkheid kent, neemt uiteraard niet weg dat de hoogte van 14 meter
afwijkt van hetgeen nu ter plaatse mogelijk is. Die afwijking wordt echter planologisch als
acceptabel beschouwd gelet op de inrichting van het bedrijf, de activiteiten van het bedrijf en de specifieke eisen waaraan moet worden voldaan om een toekomstbestendig bedrijf
mogelijk te maken. De hoogte van 14 meter is mede afgestemd op de benodigde oppervlakte (hoe hoger des te minder oppervlakte nodig is). Gelet op de situering van de
bebouwing, de landschappelijke inpassing, de opbouw in de bouwhoogtes en de relatie tussen oppervlakte en hoogte wordt de bouwhoogte vanuit planologisch oogpunt als acceptabel aangemerkt.
(2) Zienswijze: Afwijking van het bestemmingsplan in de toekomst op basis van enkel een besluit van het college van burgemeester en wethouders moet niet mogelijk zijn; die bevoegdheid is niet
gewenst. Beantwoording:
In de zienswijze wordt verwezen naar de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders om af te wijken van de vigerende bestemmingsplanregels. Specifiek wordt verwezen naar de zogenaamde "kruimelgevallenregeling" die een mogelijkheid biedt om
een afwijking van de planregels te honoreren.
Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bestaat de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van het bestemmingsplan voor de lijst van gevallen zoals aangewezen in het Besluit
omgevingsrecht (Bro). Vóór de inwerkingtreding van de Wabo werd deze lijst aangeduid als de "krulmelgevallenlijst", omdat deze lijst betrekking heeft op planologisch
ondergeschikte gevallen. Het betreft in die zin dus een wettelijke bevoegdheid die voor iedere gemeente geldt. Dat betekent ook tevens dat die wettelijke mogelijkheid kan
worden ingevuld. Het invulling geven aan die wettelijke bevoegdheid is overigens wel aan
grenzen en voorwaarden verbonden.
Tevens bestaat de mogelijkheid voor belanghebbende om rechtsbeschermingsmiddelen
aan te wenden op het moment dat van een dergelijke bevoegdheid gebruik zou worden gemaakt.
Doelstelling van de planwetgever met het voorliggende plan is overigens om op basis van pagina 7 van 57
de huidige uitgangspunten zoals die gelden en nodig zijn voor de inrichting van het
plangebied de bestemmingsplanregels vast te leggen, leder toekomstig bouwplan moet aan die regels worden getoetst alvorens het bouwplan kan worden vergund.
pagina 8 van 57
3. Caravan World Vinken BV, Ommelsedijk 65 te (5721WT) Asten
Algemeen:
In de zienswijze wordt aangegeven dat het goed is dat het bedrijf SHI behouden kan blijven voor de gemeente Asten. Het plan, dat is ontwikkeld om de verplaatsing van SHI binnen de
gemeente mogelijk te maken, stuit echter wel op bezwaren. Als reactie mag in het algemeen dienen dat de opmerking ter zake het behoud van SHI voor de gemeente positief wordt ontvangen en ook wordt gedeeld.
(1) Zienswijze:
Extra verkeersbewegingen (onder andere zwaar vrachtverkeer) verdient extra aandacht. Beantwoording:
In de zienswijze wordt ingegaan op de verkeersbewegingen meer specifiek het zwaar vrachtverkeer. De zienswijze wordt daarmee opgevat als een zienswijze die betrekking
heeft op de verkeerseffecten als gevolg van de verplaatsing van SHI naar het aan de orde zijnde plangebied.
Voor wat betreft de verkeersbewegingen verdient opmerking dat de verkeersbewegingen
zijn onderzocht en zijn meegenomen in het voorliggende plan. Uit de inventarisatie van de effecten van het plan op de verkeersstructuur en de
verkeersbewegingen blijkt dat geen sprake is van effecten die een negatieve invloed hebben op de omgeving en dat de bestaande verkeersstructuur en de inrichting van de
openbare wegen ter plaatse zodanig zijn ingericht dat de te verwachten extra verkeersgeneratie inpasbaar is en ook niet zal leiden tot onevenredige hinder.
Het plan breng met zich mee dat met name sprake is van een gewijzigde afwikkeling van
vervoersbewegingen. De ontsluiting van de bedrijven zal in de nieuwe situatie immers
gaan plaatsvinden vanaf Laagveld. Deze weg is daarvoor in het verleden al aangelegd om als ontsluiting te dienen van het daar uit te breiden bedrijventerrein. Daarmee zal
vrachtverkeer niet langer over Laarbroek plaatsvinden zoals in de huidige situatie onder de agrarische bedrijvigheid. Daarbij komt dat het mogelijk aantal extra verkeersbewegingen
ten gevolge van de ontwikkeling van het plan, zoals voorzien in het voorliggende bestemmingsplan, valt binnen de capaciteit van het bestaande wegennetwerk en het verkeersbeeld. Hierdoor zal de extra verkeersgeneratie die het plan mogelijk met zich
meebrengt niet tot knelpunten leiden.
Hiermee wordt de verkeersafwikkeling geborgd en de verkeersveiligheid wordt daarmee ten opzichte van de huidige situatie verbeterd c.q. verhoogd. Deze zienswijze ziet op het aspect verkeer. In het kader van aspect zijn meerdere pagina 9 van 57
zienswijzen ontvangen.
Capaciteit
Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen op het terrein van het verkeer is nader onderzoek verricht door onafhankelijk onderzoeksbureau SWECO. In de rapportage door SWECO (welke rapportage onderdeel uitmaakt van het vast te
stellen bestemmingsplan) wordt onder meer geconcludeerd dat het aantal extra verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkeling van het plan zoals voorzien in het voorliggende bestemmingsplan valt binnen de capaciteit van het bestaande wegennetwerk
en het verkeersbeeld. Hierdoor zal de extra verkeersgeneratie die het plan mogelijk met
zich meebrengt niet tot knelpunten leiden.
Het vorenstaande neemt niet weg dat met de ondernemers in het plangebied nog (nader)
overleg zal plaatsvinden over hun mogelijke zorgen ter zake de verkeersstructuur en bereikbaarheid.
(2) Zienswijze: Ontsluiting via ingang Ommelsveld en Ommelseweg is onverantwoord gelet op de bestaande verkeersproblemen.
Beantwoording:
In de zienswijze wordt ingegaan op de mogelijke effecten van de realisatie van het plan in relatie tot de huidige situatie. Daarbij wordt gerefereerd aan de verkeersproblemen die verwacht kunnen worden als gevolg van de ontsluiting van het plan. In feite zal het plan worden ontsloten via reeds bestaande infrastructuur waarbij reeds
eerder rekening is gehouden met de komst van het plan. Dat betekent dat het plan kan en mag worden ontsloten via de bestaande wegen waarbij geldt dat die wegen voldoen aan de daaraan te stellen eisen voor onder meer vrachtverkeer.
Er zal geen inbreuk worden gemaakt op de situatie zoals die ter plaatse aanwezig is bij het
bedrijf van Caravan World Vinken. Hiermee is overigens niet gezegd dat de geuite zorgen door de gemeente niet serieus worden genomen. Capaciteit
Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen op het terrein van het verkeer is nader onderzoek verricht door onafhankelijk onderzoeksbureau SWECO. In de rapportage door SWECO (welke rapportage onderdeel zal uitmaken van het vast te
stellen bestemmingsplan) wordt onder meer geconcludeerd dat het aantal extra verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkeling van het plan zoals voorzien in het
voorliggende bestemmingsplan valt binnen de capaciteit van het bestaande wegennetwerk en het verkeersbeeld. pagina 10 van 57
Hierdoor zal de extra verkeersgeneratie die het plan met zich meebrengt en kan brengen niet tot knelpunten leiden. Conclusie:
Kortom, de ontvangen zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het plan. Er is echter wel aanvullend onderzoek uitgevoerd en de rapportage die hieruit voortvloeit (Notitie verkeersadvies bestemmingsplan Asten Laarbroek-laagveld 2020) zal als bijlage bij
het bestemmingsplan worden gevoegd en daarmee deel uitmaken van het door de raad vast te stellen bestemmingsplan.
pagina 11 van 57
4. Bouw- en Timmerbedrijf Peter Driessen BV, Ommelsveld 2 te (5721VT) Asten
Algemeen: In de zienswijze wordt aangegeven er geen bezwaar wordt gemaakt tegen de nieuwe
plannen van SHl. De bezwaren (hierna aangeduid als "zienswijzen") zijn enkel gericht tegen
de verkeersstructuur rondom het plangebied en in dat kader wordt onder meer
aangegeven dat volgens de plannen het vrachtverkeer via de ingang Ommelsveld via de ventweg naar het Laagveld moet rijden. 1)
Zienswijze:
Extra verkeersbewegingen (onder andere zwaar vrachtverkeer) als gevolg van het plan verdienen extra aandacht.
Beantwoording zienswijze:
In de zienswijze wordt aandacht gevraagd voor de mogelijke extra verkeersbewegingen op
basis van het plan en dat die bewegingen extra aandacht vergen. De (extra) verkeersbewegingen vergen, zoals aangegeven in de zienswijzen, zeker de nodige aandacht en met die verkeersbewegingen is ook reeds rekening gehouden in de
planvorming en in de berekening van de capaciteit. In tegenstelling tot hetgeen mogelijk wordt verondersteld, geldt dat op basis van het
bestemmingsplan geen sprake is van een verplicht voorgeschreven rij route. Dat betekent
dat de rij route vrij is. Met de in het bestemmingsplan en de daarbij behorende bijlagen opgenomen afbeeldingen wordt enkel bedoeld om aan te geven dat naar verwachting
sprake zal van een voor de hand liggende rij route. Deze zienswijze ziet specifiek op het aspect verkeer en genereren van extra verkeer als
gevolg van het voorliggende plan. In het kader van dit aspect zijn meerdere zienswijzen ontvangen. Capaciteit Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen op het terrein van het verkeer is nader onderzoek verricht door onafhankelijk onderzoeksbureau SWECO.
In de rapportage door SWECO (welke rapportage onderdeel uitmaakt van het vast te stellen bestemmingsplan) wordt onder meer geconcludeerd dat het aantal extra
verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkeling van het plan zoals voorzien in het
voorliggende bestemmingsplan valt binnen de capaciteit van het bestaande wegennetwerk
en het verkeersbeeld. Hierdoor zal de extra verkeersgeneratie die het plan mogelijk met zich meebrengt niet tot knelpunten leiden.
pagina 12 van 57