CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.03.03A 7 Voorlopige voorziening BP Laarbroek-Laagveld 2020 (deel I) 1-45.pdf

Raadscommissie Ruimte 30 maart 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Ingekomen stukken, gericht aan de raad: Voor kennisgeving aannemen14.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raad

vanState

A t de ling b est VI11 r sre cli tsp ra a k

Pagina 1 van 1

gemeen i E .ASTEN ingekomen

Raad van de gemeente Asten

- 8 MRT 2021

Postbus 290 5720 AG ASTEN

nr.:

Lbp/0

Datum

Ons nummer

8 maart 2021

202101146/2/R2

- 0(4

Afd.:

Uw kenmerk

Inlichtingen

Onderwerp

N. Hadji 070-4264875

Asten Bp. Asten Laarbroek-Laagveld 2020

Procedure

Voorlopige voorziening

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij zend ik u - ter informatie - stukken die betrekking hebben op de bovenvermelde procedure.

Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

5f/>22.S4(5A 11

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

Linssen cs i_.

RAAD VAN STATE INGEKOMEN

AANTEKENEN

18 FEB, 2021

ZAAKNR: Raad van State De Voorzieningenrechter van de Bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA 'S-GRAVENHAGE

FVkR:

Tevens per fax: 070 - 365 13 80 (excl. bijlagen)

Tilburg, 17 februari 2021

Inzake Dossier Uw ref

Hoefnagels/ Asten 602200491

Linssen cs Advocaten Willem 11 straat 2?a 5038 BA Tilbura Postbus 246 5000 AE Tilburg T; 013 542 04 00 F; 013 543 04 08 vrww.linssen-advocciten.nl Iinsseri@lins.s8n-advocatsn.ni mr. Th.J.H.M. Linssen prof. mr. A.C. ven Schcick prof. mr. J.B.M. Vranken rnr. cir. J.M.M. Menu mr. M.J.J.E. Stassen mr. dr. J.J.J. de RooiJ mr. A.M. van Scheick mr. R. Teerink mr. W.p.N. Remie mr. .J.E.A.J.C. ven ce Laak imr. T.C.J.A. van de Laak mr. dr. N.E. Groeneveld-Tiisssns mr. M.I.J. Toonders mr. M. Hofland mr. c.H.E.J. Wijrisn mr. L.H.H. Verhoeven mr. dr. J.J.A. Braspenning mr. J.H.D. Elings mr. C.A. Pietsch\ \ mr. C.S. Hoitink \

Edelachtbare Vrouwe, Heer Voorzieningenrechter, Door middel van onderhavig schrijven dien ik namens cliënten. L. Hoefnagels, W. van den Eijnde en M.A. Hoefnagels-Renders, wonende aan de Oliemolen 10 te (5721 WN) Asten, een verzoek in tot schorsing van het besluit van de raad van de gemeente Asten van 8 december 2020.

Bij dit besluit heeft de raad van de gemeente Asten het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 gewijzigd vastgesteld. Tegen dat besluit is heden tevens beroep aangetekend. Als bijlage A is bijgevoegd een afschrift van dit heden ingediende beroepschrift met daarbij als bijlage 1 gevoegd het raadsbesluit met de bijbehorende bijlagen, waaronder de publicatie in de Staatscourant en de daarin vermelde mogelijkheid om binnen 6 weken na 9 januari 2021 bij uw Afdeling beroep aan te tekenen.

Voorlopig verzoekschrift Dit verzoekschrift wordt waar het betreft de motivering ingediend onder verwijzing naar het beroepschrift. Cliënten verzoeken u dat hier als integraal herhaald en ingelast te beschouwen. Verder wil ik namens cliënten, evenals in het beroep, de gronden van het verzoek in een latere fase aanvullen. Graag verneem ik van u wanneer de aanvullende gronden van het beroep moeten

Linssen cs Advocaten vsmcht haai diensisn uilsiuitenci onder loepasselijkheid van haar algemene voorwoorden, die op de achterzijde van deze brief staan ofgedrukt.

stichting Derdengelden: ING NL25ING80Ó76S62930 RABO l'IL78RABO03054)6634

Linssen cs i _

zijn ingediend. Gelet op de complexiteit van het dossier en de vele onderliggende stukken en de omvangrijke Nota van zienswijzen mag ik u wel verzoeken om een termijn van tenminste 8 weken om de gronden van het verzoek in een latere fase aan te vullen. Spoedeisend belang

Aangezien cliënten de kans groot achten dat de initiatiefnemers op korte termijn een aanvraag zullen indienen en na afgifte van de vergunning(en) een aanvang zullen nemen met de realisatie, hebben cliënten recht en belang bij schorsing van het bestreden besluit. Conclusie

De conclusie van cliënten strekt nu reeds tot toewijzing van het verzoek en schorsing van het bestreden besluit, een en ander onder veroordeling van verweerder in de proceskosten en griffierechten.

Ik verblijf, met vriendelijke gro

l'5 mr. J.JrJraeRooij

Mijn kantoor heeft een rekening-courantverhouding met uw Afdeling. De verschuldigde griffierechten dienen ten laste gebracht te worden van deze rekeningcourantverhouding.

Raad

vanState

RASTER SCHUTBLAD R2

Een in te scannen document begint altijd met een Raster voorloopvel, gevolgd door het document. Wanneer het type document uit meerdere documenten bestaat (bij­ voorbeeld bijlagen) kunnen er één of meerdere schutbladen toegevoegd worden zodat de documenten separaat opgeslagen worden en te benaderen zijn. Een schutblad moet altijd in combinatie met een Raster voorloopblad gebruikt worden.

rrstuKxi

h

^3- ••

Hw^ • ;< -

:'■'?<

1

I I

Bijlage A

■*

ƒ

E.‘;

'

! ■

'-

.<??-;■ ■'

T'. .

■ ■v;-.’<.-:’:‘’

. .

■'wWW. SW&B

" ■-JV,

-r. -.'•.

,.

.-

>■ . ,. :.:ïóV;xv'-7;'

■

: ''

1

’■•1

■

fe'

:

"’■■v

BSï'

■tey-

‘V

gé:?.-

;t--•>:.■•ƒ

(>■■'-•

'Ll

if^C'

i-.-'

■

• •* r:wv'>>

’ïv V'-.’.

■-*•»'-«in.; -,^>

i

Linssen c.s. Advocaten Postbus 246 5000 AE TILBURG

'••tb';-.-

;

D i.

I !

I—U 1

i A .'A,-7

Linssen cs Advocaten Willem II straat 29a 5038 BA Tilburg Postbus 246 5000 AE Tilburg T: 013 542 04 00 F: 013 543 04 08 www.linssen-advocaten.nl linssen@linssen-advocaten.nl

AANTEKENEN Raad van State Afdeling Bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA 'S-GRAVENHAGE

Tevens per fax: 070 - 365 13 80 (met alleen bijlage 1)

Tilburg, 17. februari 2021

Inzake Dossier Uw ref

Hoefnagels/ Asten 602200491

mr. Th.J.H.M. Linssen prof. mr. A.C. van Schaick prof. mr. J.B.M. Vranken mr. dr. J.M.M. Menu mr. M.J.J.E. Stassen mr. dr. J.J.J. de Rooij mr. A.M. van Schaick mr. R. Teerink mr. W.P.N. Remie mr. J.E.A.J.C. van de Laak mr. T.C.J.A. van de Laak mr. dr. N.E. Groeneveld-Tijssens mr. M.I.J. Toonders mr. M. Hofland mr. E.H.E.J. Wijnen mr. L.H.H. Verhoeven mr. dr. J.J.A. Braspenning mr. J.H.D. Elings mr. C.A. Pietsch mr. C.S. Hoitink

Edelachtbaar College, Door middel van onderhavig schrijven teken ik namens cliënten, L. Hoefnagels, W. van den Eijnde en M.A. Hoefnagels-Renders, wonende aan de Oliemolen 10 te (5721 WN) Asten, beroep aan tegen het besluit van de raad van de gemeente Asten van 8 december 2020.

Bij dit besluit heeft de raad van de gemeente Asten het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 gewijzigd vastgesteld. Als bijlage 1 is bijgevoegd een afschrift van het raadsbesluit met de bijbehorende bijlagen, waaronder de publicatie in de Staatscourant en de daarin vermelde mogelijkheid om binnen 6 weken na 9 januari 2021 bij uw Afdeling beroep aan te tekenen.

Voorlopig beroepschrift Dit beroepschrift wordt ingediend ter sauvering van rechten. Namens cliënten wil ik de gronden van beroep in een latere fase aanvullen. Graag verneem ik van u wanneer de aanvullende gronden van het beroep moeten zijn ingediend. Gelet op de complexiteit van het dossier en de vele onderliggende stukken en de omvangrijke Nota van zienswijzen mag ik u wel verzoeken om een termijn van tenminste 8 weken om de gronden van beroep in een latere fase aan te vullen.

Linssen cs Advocaten verricht haar diensten uitsluitend onder toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden, die op de achterzijde van deze brief staan afgedrukt.

stichting Derdengelden: ING NL25INGB0676562930 RABO NL78RAB00305416634

I L-ü t

©n i □s !

Beschrijving

Alvorens tot een uiteenzetting van hun grieven te komen zullen cliënten kort het initiatief in relatie tot hun woning en huidige leefsituatie schetsen. Als bijlage 2 is aangehecht een plattegrond van het bewuste plangebied met daarop aangeduid de woning van cliënten aan de Oliemolen 10. Er bevindt zich aan verschillende zijnde van de woning bedrijfsbebouwing, maar juist aan een belangrijk deel van de achterzijde hadden en hebben cliënten nog altijd onbeperkt uitzicht (als zodanig aangeduid) en kunnen zij ver kijken bij gebreke van enige bebouwing, waarbij zij aangetekend dat de bestaande veehouderijen niet storend zijn aangezien die juist inherent zijn aan het buitengebied. Het betreft daar onbebouwde agrarische grond met landschappelijke voorzieningen, die cliënten nu juist nog altijd de beleving van buitenaf leven geeft.

Met het voorliggende plan wordt dit uitzicht volledig volgebouwd. Cliënten overleggen in dit verband als bijlage 3 een impressie, ontleend aan de toelichting bij het bestemmingsplan. Het is duidelijk dat cliënten thans volledig ingebouwd worden en er van vrij uitzicht in het geheel geen sprake meer is. Cliënten worden in feite letterlijk opgesloten door bedrijfsbebouwing. Bovendien gaat het om forse bebouwing: in totaal 40.000 m2 bedrijfsbestemming, verdeeld over 3 bedrijven waarbij het grootste gebouw van initiatiefnemer SHI - 14 meter hoog zal zijn. Mede uit het "Stedenbouwkundig- en Landschapsplan" van Pouderoyen en Tonnaer van 20 oktober 2020, pagina 21, bijlage 4, blijkt dat de impact op de leefbaarheid enorm is. Cliënten merken daarbij op dat deze impressie niet volledig is, aangezien een vergelijk met de huidige onbeperkte vergezichtsituatie in westelijke richting vanuit Oliemolen 10 ontbreekt.

De impact is dus aanzienlijk, welke impact overigens niet beperkt is tot uitzicht en de beleving van opsluiting maar zich tevens uitstrekt tot zaken als geluid, verkeer en fauna. Een en ander klemt te meer nu sprake is van 'blokkendozen', zoals ook in de zienswijzen is uiteengezet, ér er richting het gebouw van SHI geen sprake is van enige landschappelijke inpassing. Overigens, dat er sprake is van een forse impact op de leefomgeving, wordt ook door de gemeente zélf erkent. Cliënten hebben een makelaar benaderd in het kader van een waardering van hun woning, die vervolgens de gemeente heeft benaderd met de vraag of woningsplitsing is toegestaan. Daarop heeft de gemeente gereageerd met de mededeling: "Wij hebben in dit geval vraagtekens bij het toevoegen van een extra woning. Dit heeft te maken met de ligging van Oliemolen 10 op korte afstand van het bestaande bedrijventerrein 't Hoogvelt en de recente vaststelling van het bestemmingsplan 'Asten Laarbroek-Laagveld 2020' dat een uitbreiding van het bedrijventerrein aan de westzijde mogelijk maakt."

Lin

i<=^

» i i ACïV ' •t'

Naar het oordeel van cliënten blijkt hieruit met zoveel woorden een erkenning van de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

Voorlopige grieven

Om de navolgende voorlopige redenen kunnen cliënten zich met het bestreden besluit niet verenigen.

I.

Zienswijzen

In de eerste plaats verwijzen cliënten naar de namens hen ingediende zienswijzen. Een afschrift van die zienswijzen is bijgevoegd als bijlage 5. Cliënten persisteren hier onverkort bij en verzoeken u deze zienswijzen hier als integraal herhaald en ingelast te beschouwen.

Cliënten zijn er zich van bewust dat in beroep bij uw Afdeling niet volstaan kan worden met een enkelvoudige herhaling van c.q. verwijzing naar de zienswijzen, maar cliënten menen dat deze zienswijzen in het licht van de hierna volgende nadere formulering van de beroepsgronden nog zeker van belang zijn, aangezien deze in ieder geval een duidelijk beeld geven van de grieven van cliënten, op welke wijze zij wellicht kunnen leiden tot een beter begrip van de beroepsgrond en op die wijze in ieder geval een zekere verduidelijkende c.q. aanvullende functie vervullen. /

II.

Interim Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant

In de tweede plaats menen cliënten dat het raadsbesluit zich op verschillende onderdelen niet verdraagt met de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant zoals die vigerend is ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, nader te noemen lOV. Deze strijdigheid omvat een aantal aspecten, die in het hierna volgende nader zuilen worden toegelicht.

Zorgvuldig ruimtegebruik Eén van de leidende basisprincipes van de lOV is het zorgvuldig ruimtegebruik. Dit basisprincipe is als instructieregels aan gemeenten vervat in artikel 3.6. Deze bepaling luidt:

"Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaats vindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van de functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, 2® lid. Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking);

Un

, ./-L r-,:

I

c, gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere pernnanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel." Cliënten stellen zich op het standpunt dat er geen sprake is van de mogelijkheid van nieuwvestiging, waarover hierna meer, als ook dat er geen sprake is van onvoldoende ruimte als bedoeld in lid 1 onder a sub 2. Uit de bij het bestemmingsplan behorende stukken volgt nergens door middel van een rapportage en/of kwalitatieve of kwantitatieve verifieerbare onderbouwing dat het bedrijf op de huidige locaties geen ontwikkelingsmogelijkheden zou hebben of in grote organisatorische of bedrijfseconomische problemen zou geraken als de hier aan de orde zijnde nieuwvestiging niet mogelijk zou worden gemaakt. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt slechts summier, ondermeer in paragraaf 4.3.1, ingegaan op de stelling dat de huidige locaties ontoereikend zouden zijn. Ook in paragraaf 1.1 van de toelichting wordt hier iets over gezegd: "De groei van het bedrijf heeft eerder al tot huisvestingsvragen geleid. Tot nu toe is dit steeds met de huidige vastgoedeigenaren ingevuld en uitgebreid op de huidige locatie aan de Keskesweg te Asten. De huidige bedrijfslocatie wordt gehuurd van meerdere eigenaren en betreft in feite een samengestelde locatie van gebouwen, erfverhardingen en toegangen.

Door deze samengestelde vorm loopt het bedrijf tegen grote beperkingen aan, om op de middellange en langere termijnen het bedrijf duurzaam te kunnen blijven exploiteren. Dit heeft cliënt doen besluiten op zoek te gaan naar een nieuwe bedrijfslocatie."

Zoals uit paragraaf 3.2 van de toelichting blijkt is deze korte beschrijving niet volledig, aangezien uit paragraaf 3.2 blijkt dat het bedrijf ook nog enkele andere bedrijfspanden in de omgeving huurt. Het betreft hier echter blote stellingen die niet op enigerlei wijze nader worden gespecificeerd, onderbouwd of gemotiveerd. Ieder begin van bewijs met betrekking tot de claim dat het bedrijf tegen problemen, laat staan grote problemen, aanloopt ontbreekt. Reeds om die reden valt niet in te zien dat de gemeente medewerking verleent aan een dergelijke grootschalige ontwikkeling, nu het initiatief, hetgeen in het navolgende ook nader uiteengezet zal worden, op dit onderdeel op gespannen voet staat met de lOV, maar ook met het beleid van de gemeente zelf.

Het gaat hier om een enorm grote uitbreiding, in feite het realiseren van een nieuw bedrijventerrein, waarbij het gebouw van SHI 31.000 m2 zal beslaan, waarvan 21.000 m2 bebouwd, en in totaal gaat het hier om een ontwikkeling van een circa 40.000 m2 bedrijfsbestemming. Los van deze immense oppervlakte gaat het ook nog om een grote bouwhoogte (14 meter hoog, eveneens in afwijking van het gemeentelijke beleid) en vindt de ontwikkeling bovendien plaats in maagdelijk agrarisch gebied. Dit alles leidt er zonder enige twijfel toe dat van de gemeente verwacht mag en moet worden dat aangetoond wordt dat er inderdaad sprake is van een ruimtegebrek, doch zoals gezegd ontbreken dergelijke bescheiden. Niet valt in te zien dat er op de huidige locatie grote problemen zouden zijn die niet op andere wijze opgelost zouden kunnen worden, doch evenmin dat het bedrijf niet bijvoorbeeld door middel van een beperkte uitbreiding elders, nu men toch al op verschillende

Lin

. #=?■

/:>A-

i

i

■" L’! 4

locaties werkzaam is, door zou kunnen groeien of anderszins zou kunnen ontwikkelen zodat niet direct een dergelijke ruimteclaim ontstaat. Daarbij is vanzelfsprekend niet onbelangrijk dat bedrijfsgebouwen van een dergelijke omvang niet licht door andere bedrijven zijn over te nemen, in geval SHI al dan niet noodgedwongen moet inkrimpen of verplaatsen of failliet zou gaan of iets dergelijks. Het gaat in zoverre om een initiatief dat evident op maat op één specifiek bedrijf is toegesneden, maar dat ook direct duidelijk maakt dat de bedrijfsvoering in feite onvervangbaar is en in voorkomend geval kan en zal leiden tot leegstand met alle gevolgen van dien. Dit laat zich ook op meerdere vlakken voelen. Zo wordt in de Nota van zienswijzen opgemerkt, zie pagina 16:

"Die afwijking (lees: 14 meter) wordt echter planologisch als acceptabel beschouwd mede gelet op de inrichting van het bedrijf, de activiteiten van het bedrijf en de specifieke eisen waaraan moet worden voldaan om een toekomstbestendig bedrijf mogelijk te maken. De hoogte van 14 meter is mede afgestemd op de benodigde oppervlakte (hoe hoger des te minder oppervlakte nodig is)."

Ook hier is duidelijk dat het gaat om bedrijfsspecifieke eisen die derhalve niet zomaar door één-op-één voor andere bedrijven gelden, maar bovendien heeft ook hier te gelden dat er geclaimd wordt dat de hoogte van 14 meter een resultante is van een hoogte-oppervlaktebenadering (zoals in de toelichting dus staat hoe hoger dan is er blijkbaar minder ruimtebeslag in de oppervlakte), zonder dat ook hier een kwantitatieve of kwalitatieve onderbouwing wordt aangereikt. Duurzame stedeliike ontwikkeling Verder stellen cliënten zich op het standpunt dat er sprake is van strijdigheid met artikel 3.42 van de lOV, althans dat niet gebleken is dat er aan deze bepaling wordt voldaan. Artikel 3.42 luidt:

"Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving;

n: ‘ i'' i

b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

Lid 3. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden." Ook aan deze bepaling is voor zover cliënten na kunnen gegaan niet voldaan. Weliswaar bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving hoe voldaan wordt aan de ladder van duurzame verstedelijking, zie ook de ladderonderbouwing van 20 april 2020 die als bijlage 4 bij de toelichting is gevoegd, maar dit is wezenlijk anders dan hetgeen in artikel 3.42 van de lOV is beoogd. Zo is er naar het oordeel van cliënten niet ingegaan op het bevorderen van de goede omgevingskwaliteit, de optimale invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie, klimaatveranderingen waaronder het tegengaan van hittestress etcetera.

Nu er echter ontegenzeggelijk sprake is van de ontwikkeling van een locatie voor werken brengt redelijke uitleg van de lOV naar het oordeel van cliënten wel met zich mee dat hier op ingegaan had moeten worden. In het navolgende komen cliënten hier nader over te spreken.

Samenloop verstedeliikinq afweegbaar met andere werkingsgebieden In casu is het gebied waar het over gaat geduid als (onder meer) "landelijk gebied - gemengd landelijk gebied", als ook "verstedelijking afweegbaar". In de toelichting, zie paragraaf 4.2.2, wordt in zoverre terecht verwezen naar artikel 3.43 van de lOV.

Het is echter duidelijk dat met deze ontwikkeling het gebied transformeert naar een stedelijk gebied, en naar het oordeel van cliënten dient er in dat geval ook voldaan te worden aan artikel 3.42, nu er daadwerkelijk gegeven het raadsbesluit sprake is van een transformatie naar een duurzame stedelijke

SHi V»

*-

ontwikkeling, hetgeen zoals hiervoor is uiteengezet nader is beschreven in artikel 3.42 van de lOV. Los daarvan menen cliënten aan de voorwaarden om te komen tot een dergelijke transitie niet voldaan is. Artikel 3.43 van de lOV luidt: "In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied."

Hier heeft te gelden, hetgeen cliënten in het hier voorgaande ook reeds beschreven hebben, dat aangetoond moet worden dat er feitelijk of vanuit kwalitatieve overweging onvoldoende ruimte beschikbaar is en dat transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort. Cliënten verwijzen naar in dit verband naar al hetgeen zij hiervoor hebben uiteengezet met betrekking tot de eisen van zorgvuldig ruimtegebruik, artikel 3.6 van de lOV. Al hetgeen daar is beschreven over het ontbreken van een toereikende onderbouwing en toelichting van de stelling dat het bedrijf in de huidige bedrijfssituatie aantoonbaar tegen grote problemen aanloopt als ook dat die grote problemen niet tot een minder ingrijpende wijze en met minder ruimtebesluit en strijdigheid met regelgeving te ondervangen zijn, is niet gebleken. Om die reden is er ook op dit onderdeel sprake van strijdigheid met de lOV. III.

strijdigheid met structuurvisie

Het bestreden besluit verdraagt zich verder niet met de bij de gemeente vigerende structuurvisie.

In de toelichting wordt in dit verband, zie paragraaf 4.4.1, uitvoerig stilgestaan bij de toekomstvisie van Asten neergelegd in De Avans" van 22 februari 2006. Echter, deze structuurvisie is ouder dan de nader te noemen structuurvisie en betreft bovendien het grondgebied van de gehele gemeente, en is in zoverre naar het oordeel van cliënten ondergeschikt aan de meer specifieke structuurvisie voor bedrijventerreinen, daterende uit 2012. Uit deze laatstgenoemde structuurvisie 2012, die vigerend is voor het betreffende terrein, volgt evident dat de ontwikkeling die thans aan de orde is in het gebied Laarbroek niet wordt voorgestaan door de gemeente. De

L_i»

snics

gemeente citeert een passage uit deze structuurvisie, te weten pagina 27, in de toelichting bij het plan, en het is duidelijk dat hetgeen de raad thans in het bestreden besluit heeft besloten lijnrecht staat tegen hetgeen de structuurvisie hieromtrent heeft bepaald. Zelfs naar aanleiding van ingediende zienswijzen, zie ondermeer zienswijze 7 van Roba Advies, heeft de gemeente geoordeeld dat ontwikkeling van het industrieterrein aan Laarbroek niet aan de orde is. In de toelichting wordt gesteld dat in afwijking van het bepaalde in de structuurvisie ontwikkeling nu wel mogelijk is omdat er sprake zou zijn van financiële middelen, maar dit is niet nader onderbouwd of uitgewerkt, terwijl er bovendien in de structuurvisie ook andere bezwaren zijn opgeworpen, zoals de kwantitatieve en kwalitatieve vraagontwikkeling op langere termijn en de ontsluiting. Daarnaast is volgens cliënten ten onrechte de structuurvisie Asten, vastgesteld 14 december 2010, niet genoemd. Deze structuurvisie verzet zich naar het oordeel van cliënten eveneens tegen de voorgestane ontwikkeling aan het Laarbroek. Cliënten verwijzen in dit verband naar pagina 40 van de bewuste structuurvisie, waar voor het Laarbroek is aangegeven dat mogelijke functies met name ambachtelijke bedrijven in de categorie 1 en 2 zouden zijn met een beperkt bebouwingsoppervlakte.

Het is duidelijk dat ook aan deze voorwaarden van deze structuurvisie niet wordt voldaan, zodat alles overziende de ontwikkeling als strijdig met het gemeente ruimtelijk beleid gekwalificeerd dient te worden.

In het licht van deze strijdigheid met het gemeentelijk beleid heeft met betrekking tot het besluit eveneens te gelden, zoals ook in het voorgaande is uiteengezet, dat onvoldoende is gemotiveerd waarom een dergelijke vergaande afwijking en groot ruimtebeslag, haaks op de vigerende structuurvisies, aangewezen danwei noodzakelijk zou zijn. Op pagina 31 van de Nota van zienswijzen, zulks in reactie op hetgeen namens cliënten in de zienswijzen is uiteengezet, stelt verweerder wederom dat

"de huidige locatie niet meer geschikt is en om die reden gezocht [is] naar een nieuwe locatie om de verdere ontwikkeling van het bedrijf mogelijk te maken" doch ontbreekt de hiervoor reeds aangeduide onderbouwing. Verder wordt zonder enige onderbouwing aangegeven dat door van de mogelijkheid om in de hoogte te gaan gebruik te maken bewerkstelligd wordt dat het ruimtebeslag qua oppervlakte kan worden beperkt. Verder wordt naar het oordeel van cliënten in dit verband ten onrechte de ontwikkeling van SHI één-op-één en onlosmakelijk samengepakt met de sanering en herbestemming van de veehouderijen van de familie Heijligers op Laarbroek 2/2a en Oliemolen 3. Er kan weliswaar sprake zijn van een gelijktijdige ontwikkeling, maar naar het oordeel van cliënten is niet en zeker niet voldoende aangetoond dat hetgeen thans aan de orde is onlosmakelijk aan elkaar verbonden is en dat de hervestiging van SHI enkel en alleen mogeiijk is als gevolg van en samen met de sanering van de veehouderijen en vice versa. In dit verband is van belang dat de veehouderijen deelnemen aan de warme sanering en dat in het kader daarvan reeds onomkeerbare stappen

e

L-ii 1 • ijv/-

.

;

■

i

zijn gezet om tot de daarvoor noodzakelijke subsidietoekenning te komen. Die subsidietoekenning voorziet in een forste financiële afrekening voor de staking van het bewuste varkensbedrijf, en gelet daarop valt niet en zeker niet zonder nadere onderbouwing in te zien dat juist enkel en alleen door deze sanering SHI zich ter plaatse kan ontwikkelen danwel dat door de vestiging van SHI de varkenshouderij kan staken. Dit wordt bij herhaling in de stukken geponeerd als één ontwikkeling, maar dat dat daadwerkelijk het geval is, is niet gebleken. IV.

Milieucategorie

Ook de milieucategorie die op dit moment wordt toegestaan is naar het oordeel van cliënten te ruim, en verdraagt zich in zoverre eveneens niet met de structuurvisie van de gemeente.

In dit verband wordt door verweerder in paragraaf 5.6.1 van de toelichting ook wel heel gemakkelijk gesteld:

"Daarnaast zijn binnen het plangebied bedrijven als bedoeld in categorie 2 en 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan, zoals regulier toegestaan op de bedrijventerreinen binnen de gemeente Asten. Specifiek worden twee bedrijven groter dan 5.000 m2 toegestaan en een bedrijf tot 1.500 m2." De gemeente doet het hier voorkomen alsof het slechts een beperkte wijziging is van de normale maatvoering van 5.000 of 1.500 m2, maar het gaat hier natuurlijk om bedrijven die fors groter zijn, te weten 7.000 m2 en 21.000 m2 bebouwd.

Daarnaast kunnen cliënten zich niet vinden in de aanduiding van de constructiewerkplaats. Deze wordt geduid als een categorie "vervaardiging van apparaten productieoppervlak <2.000 m2", en om die reden is in de planregels voor de constructiewerkplaats een oppervlaktemaat opgenomen van maximaal 2.000 m2. Naar het oordeel van cliënte gaat het om een activiteit die valt onder "vervaardiging van machines en apparaten" met de SBI-code 29, waarvoor echter een minimale afstandseis geldt van 100 m2 in verband met geluid. Het betreft hier categorie 3.2. Echter, de oppervlakte van het totale bedrijf is 7.000 m2 waarvan slechts 2.000 m2 productieoppervlakte. Naar het oordeel van cliënte is de optelsom zoals de gemeente die heeft uitgevoerd niet juist. In feit wordt immers de andere 5.000 m2 van het bedrijf afgeschaald naar "elektrotechnische industrie n.e.g", met slechts milieucategorie 2. Naar het oordeel van cliënten is dat niet juist en wordt er bij de aanduiding "p.o. <2.000 m2" uitgegaan van klaarblijkelijk een totaalbedrijf van maximaal 2.000 m2, terwijl het hier 7.000 m2 is waarvan 2.000 m2 productie en 5.000 m2 overig. Cliënten komen dan ook veeleer terecht in de SBI milieucategorie 4.1 in plaats van 3.2.

In de rapportage van Aelmans, bijlage 7 bij het bestemmingsplan, wordt eveneens gesteld dat aan de normen van de VNG-brochure wordt voldaan, eveneens omdat er sprake is van een gemengd gebied. Cliënten stellen zich uitdrukkelijk op het standpunt dat

J

*

daarvan geen sprake is. Bij hen is sprake van een aantal woningen, en in feite worden die woningen omringd door een schil van bedrijven. Er is naar het oordeel van cliënten sprake van een botsing van functies, te weten wonen enerzijds en bedrijvigheid anderzijds, maar niet van een menging zoals die klaarblijkelijk wordt bedoeld. Cliënten menen derhalve niet dat aan de afstandseisen van de VNG-brochure wordt voldaan. Verder merken cliënten op dat zij zich uitdrukkelijk het recht voorbehouden om de akoestische resultaten van het onderzoek van Aelmans door middel van een eigen deskundige te laten verifiëren. V.

MER -beoordeling

Voorts stellen cliënten zich op het standpunt dat er ten onrechte geen MERbeoordeling heeft plaats gevonden. Naar het oordeel van cliënten betekent dit initiatief zoals dat in het bestreden raadsbesluit is vervat een grote inbreuk op de bestaande situatie en had er beter gekeken moeten worden of er door middel van alternatieven, dat wil zeggen continuering van de bedrijvigheid op de bestaande locaties al dan niet in combinatie met een geringere aanpassing, tot andere besluitvorming gekomen moeten worden. Zaken als het ruimtebeslag dat thans aan de orde is in combinatie met de enorme hoogte hadden dan beter onderzocht kunnen worden.

Cliënten menen in dit verband overigens ook dat de stikstofbeoordeling zoals die in de MER-beoordeling heeft plaats gevonden niet juist is. Bij de bijlagen bij het bestemmingsplan zit een notitie van Pouderoyen en Tonnaer van 19 oktober 2020, en op grond daarvan wordt tot de conclusie gekomen dat er geen sprake is van significante gevolgen waardoor een MER aangewezen zou zijn. Bij de bewuste notitie bevinden zich ook een aantal Aerius-berekeningen, doch voor zover cliënten op dit moment kunnen nagaan zijn die berekeningen reeds niet juist omdat zij slechts per afzonderlijk beoordeelde ontwikkeling tot de conclusie leiden dat er geen effecten zijn (geen depositie boven de 0,00 mol/ha/jr). Echter, naar het oordeel van cliënten kan er geen sprake zijn van een afzonderlijke beoordeling van de afzonderlijke componenten van het plan, dat wil zeggen de bouw van gebouw 1, gevolgd door de bouw van gebouw 2, gevolgd door de ingebruikname van gebouw 1, de ingebruikname van gebouw 2 etcetera, maar moeten alle effecten cumulatief in kaar gebracht worden omdat ze allemaal één-op-één samenhangen met en het gevolg zijn van het voorliggende besluit. Het ophakken van de verschillende componenten is naar het oordeel van cliënten niet duidelijk. Cliënten behouden zich ook op dit onderdeel het recht voor om de uitgevoerde berekeningen en de conclusies separaat te laten toetsen en beoordelen.

f

®

i

VI.

Beschermde diersoorten

Verder stellen cliënten zich op het standpunt dat het bestemmingsplan ten onrechte niet voorziet in een toereikende bescherming van beschermde diersoorten. Meer in het bijzonder gaat het hier om de bunzing en de rugstreeppad.

Er is sprake van de aanwezigheid van de bunzing in de groenstrook, en door de ophoging van het plangebied is het alleszins reëel dat het hol van de bunzing onder water komt te staan. Daarvoor zullen mitigerende maatregelen getroffen moeten worden, en daarmee wordt wel onvoldoende rekening gehouden. Verwezen zij naar artikel 3.10 lid 1 sub b van de Wet natuurbescherming. Hetzelfde voor de rugstreeppad. Van deze diersoort is bekend dat deze een frequent bezoeker van bouwterreinen is, waar hij medio april zijn eieren afzet. Ook voor deze diersoort is de kans groot dat hij ter plaatse aanwezig is. In juli 2020 is de rugstreeppad in ieder geval in Lierop waargenomen, en aangezien het hier gaat om een Europees beschermde diersoort op grond van de Habitatrichtlijn dient het bestemmingsplan de aanwezigheid van deze dieren te respecteren.

In de als bijlage 13 bij het bestemmingsplan gevoegde quickscan van Staro wordt weliswaar aangegeven dat de rugstreeppad op een afstand van 1 tot 5 kilometer van het plangebied is waargenomen, zie pagina 15, maar wordt aangegeven dat de soort weinig kritisch is ten aanzien van het habitat en dat het plangebied niet het juiste habitat zou geven. Cliënten kunnen zich daarin niet vinden, en houden zich ook terzake deze bevindingen uitdrukkelijk het recht voor om deze te laten verifiëren. Met betrekking tot de bunzing wordt aangegeven, zie pagina 19, dat er een waarneming bekend is uit 2008 in de tuinen bij de woningen aan Oliemolen, maar vervolgens wordt in algemene zin gezegd dat de bunzing een groot territorium heeft en dat de voorgenomen plannen gelet daarop geen negatieve effect zullen hebben op deze diersoort. Ook daarin kunnen cliënten zich vooralsnog niet vinden, aangezien cliënten nu zelf juist altijd met medeweten van de gemeente de verplichting op zich hebben genomen om de groensingel die oorspronkelijk dwars over het plangebied doorliep tot achter in hun tuinen altijd onderhouden hebben en juist vanuit dat perspectief ook de feitelijke wetenschap hebben over de aanwezigheid van bunzingen in dit gebied. Cliënten behouden zich ook terzake uitdrukkelijk het recht voor op een second opinion. Aanvulling

Zoals in het begin van onderhavig beroepschrift gesteld verzoek ik u om een ruime termijn voor indiening van de aanvullende gronden.

Conclusie

>►

o'•

t—H l

sen (■

/ ' !<

De conclusie van cliënten strekt nu reeds tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van het bestreden besluit, een en ander onder veroordeling van verweerder in de proceskosten en griffierechten. Ik verblijf, met vriendelijke groet.

mr. J.J.J. de Rooij

Mijn kantoor heeft een rekening-courantverhouding met uw Afdeling. De verschuldigde griffierechten dienen ten laste gebracht te worden van deze rekeningcourantverhouding.

*

'V.

. /'.yi

t'C

'*f.

1' ■ ’'l

tl

'»

i-

Biilaae 1

.t■

Ki :

i^'( -

iÈ"'

V

■

•.ƒ•>-- --r.!

R

r

•M

•:?'

I

'i?

;«^I3

9*^^.i<

■

h iS\; ■'■.

• A'

‘.

' Linssen c.s. Advocaten Postbus 246 5000 AE TILBURG

■'''

. I. •y

'

!g^-^ 5-’l

■:^-

lie i'll een Ce

Maatschap Linssen Cs Advocaten T.a.v. de heer J.3.J. de Rooij Postbus 246 5000 AE TILBURG

Behandeld door:

dhr. H. Breman

Telefoonnummer:

(0493) 671 212

Uw brief: Uw kenmerk;

602200491

Zaaknummer;

BP20-0365-03

Bljlage(n):

Verzenddatum:

7 Januari 2021

Onderwerp; Zienswijze bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020, start beroepstermijn.

Beste heer De Rooij, Door dhr. E.G.J.M. Meijer van PKLC B.V. is namens mevr. L. Hoefnagels, de heer W. van den Eijnde en mevrouw M.A. Hoefnagels (Oliemolen 10 te Asten) een zienswijze ingediend tegen het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020. In uw brief van 23 november 2020 heeft u aangegeven dat u de werkzaamheden van de heer Meijer heeft overgenomen.

Reactie ingediende zienswijzen Bijgaand vindt u het antwoord op de ingediende zienswijze(n). Indien naar aanleiding van de reactie het bestemmingsplan is aangepast, is dat eveneens aangegeven.

Bestemmingsplan vastgesteld De gemeenteraad van Asten heeft op 8 december 2020 het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 gewijzigd vastgesteld. U kunt de stukken inzien op de website www.ruimteliikeDlannen.nl. Het identificatienummer is NL.IMR0.0743.BP02020004-VS01. Op de gemeentelijke website www.asten.nl kunt u nadere informatie vinden. Tevens ligt het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan met bijbehorende stukken met ingang van 8 januari 2021 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage in het gemeentehuis. U kunt hiervoor terecht bij het Klant Contact Centrum via telefoonnummer (0493) 671 212. U hoeft geen afspraak te maken om de stukken in te zien. Een afspraak maken is wel nodig als u vragen wilt stellen over de stukken die ter inzage liggen. Bij verschillen tussen de digitale en de papieren versie van het bestemmingsplan is de digitale versie doorslaggevend. Beroep Tegen het besluit van de gemeenteraad inzake vaststelling van het bestemmingsplan kan met ingang van 9 januari 2021 gedurende 6 weken een beroepschrift worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 'sGravenhage. Beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die tijdig een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend, danwel door belanghebbenden aan wie niet verweten kan worden dat zij niet tijdig een zienswijze ingediend hebben.

Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn. Indien binnen de beroepstermijn naast het beroepschrift tevens een verzoek is ingediend om voorlopige voorziening bij de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, treedt het besluit van de gemeenteraad niet in werking voordat op een dergelijk verzoek is beslist. Neem gerust contact op Hebt u nog vragen? Neem dan gerust contact met de heer P. van den Oetelaar. Hij is te bereiken van maandag tot en met donderdag van 08.30 uur tot 17.00 uur via het algemeen telefoonnummer (0493) 671 212. Wilt u bij vragen of overleg het zaaknummer bij de hand houden, zodat wij u vlot van dienst kunnen zijn?

Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders van Asten

H. (Harald) Breman Beleidsmedewerker ruimtelijke ordening Team Ruimte

MAl

STAATSCOURANT

Nr. 208 7 januari

2021

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814

Vaststelling bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 (gewijzigd vastgesteld door de Raad)

Gvmccnici

Burgemeester en wethouders van Asten maken bekend dat de gemeenteraad bij besluit van 8 december 2020 het bestemmingsplan “Asten Laarbroek-Laagveld 2020" gewijzigd heeft vastgesteld. Plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen Laarbroek 2-2a en Oliemolen 3 en de achterlig­ gende agrarische gronden. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 5,3 hectare.

Ontwikkeling Aan het plangebied is grotendeels de bestemming 'Bedrijventerrein' toegekend. Hiermee wordt de vestiging van niet-agrarische bedrijvigheid mogelijk gemaakt, waaronder de verplaatsing van een binnen de gemeente gevestigd groothandelsbedrijf. Dit bedrijf krijgt een bouwperceel van maximaal 31.000 m2. De huidige bedrijfswoningen aan de Laarbroek 2-2a en Oliemolen 3 krijgen de bestemming 'Wonen'. Tussen het bedrijventerrein en deze woningen wordt een bufferzone gerealiseerd in verband met de noodzakelijke afstand tussen deze verschillende functies. De bufferzone draagt tevens bij aan de land­ schappelijke inpassing van deze ontwikkeling, ook aan de west- en noordzijde van het plangebied is voorzien in de aanplant van bomen en struiken.

De bij de vaststelling aangebrachte wijzigingen hebben betrekking op: Verbetering van de landschappelijke inpassing; Aanpassingen in de verbeelding waaronder de situering en omvang van de opgenomen bouwvlakken; Toevoeging van verkeersonderzoek aan de toelichting, gelet op de ingekomen zienswijze op dit punt;

Diverse aanvullingen en verbeteringen in de regels, toelichting en verbeelding van het plan.

In de bij het raadsbesluit behorende bijlagen is een volledig overzicht opgenomen van de doorgevoerde aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. U kunt de stukken inzien op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Het identificatienummer is NL.IWlR0.0743.BP02020004-VS01. Op de gemeentelijke website www.asten.nl kunt u nadere informatie vinden.

Tevens ligt het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan met bijbehorende stukken met ingang van 8 januari 2021 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage in het gemeentehuis. U kunt hiervoor terecht bij het Klant Contact Centrum, via telefoonnummer (0493) 671 212. U hoeft geen afspraak te maken om de stukken in te zien. Een afspraak maken is wel nodig als u vragen wilt stellen over de stukken die ter inzage liggen. Tegen het besluit van de gemeenteraad inzake vaststelling van het bestemmingsplan kan met ingang van 9 januari 2021 gedurende 6 weken een beroepschrift worden ingediend bij de Afdeling Bestuurs­ rechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. Beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die tijdig een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend, danwel door belanghebbenden aan wie niet verweten kan worden dat zij niet tijdig een zienswijze ingediend hebben. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan treedt in werking daags na afloop van de beroeps­ termijn. tndien binnen de beroepstermijn naast het beroepschrift tevens een verzoek is ingediend om voorlopige voorziening bij de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, treedt het besluit van de gemeenteraad niet in werking voordat op een dergelijk verzoek is beslist.

Bij verschillen tussen de digitale en de papieren versie van het bestemmingsplan is de digitale versie doorslaggevend.

Staatscourant 2021 nr. 208

7 januari 2021

rasten

Gemeente

RAADSBESLUIT Dagtekening:

Agendanummer:

8 december 2020

20.12.05

Onderwerp: Bestemmingsplan Asten Laagveld-Laarbroek 2020 (vaststelling)

De raad van de gemeente Asten; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3 november 2020 met zaaknummer 2020056504;

gehoord het advies van de commissie Ruimte van 24 november 2020; gezien de aanvullende informatie van het college van burgemeester en wethouders van 4 december 2020 met zaaknummer 2020072356;

besluit: 1.

2.

3. 4.

5. 6.

kennis te nemen van de ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en in te stemmen met de beantwoording daarvan en de daaruit voortvloeiende aanpassingen in het bestemmingsplan, één en ander zoals verwoord in de bijgevoegde nota van beantwoording zienswijzen; in te stemmen met de ambtshalve aanpassingen in het bestemmingsplan zoals opgenomen in het bijgevoegde overzicht van ambtshalve aanpassingen en het memo van 4 december 2020; geen exploitatieplan vast te stellen; te bepalen dat voor het bestemmingsplan gebruik is gemaakt van de ondergrond met kenmerk o_NL.IMR0.0743.BP02020005-VS01; het analoge en digitale bestemmingsplan Asten Laarbroek Laagveld 2020 met planidentificatienummer l\lL.IMR0.0743.BP02020005-\/S01 gewijzigd vast te stellen Gedeputeerde Staten verzoeken om in te stemmen met vervroegde publicatie van het vastgestelde bestemmingsplan.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 8 december 2020.

De raad voornoemd, griffier,

voorzitter,

■ \

rrM). M.p^W. van Erp-Sonnemans

>

mr. H.G. Vos

Gemeente

wi’sten

RAADSVOORSTEL BIJ ZAAKNUMMER: 2020056504

Onderwerp:

Bestemmingsplan Asten LaagveldLaarbroek 2020 (vaststelling)

Bijlage(n): Vergadering van: -20-

8 december 2020

Agendanummer: 20.12.05

p.h.:

HM

de raad van de gemeente Asten

Samenvatting Het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 maakt de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein ten westen van het bestaande bedrijventerrein Hoogveld mogelijk. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn negen zienswijzen ingediend. Gelet op de aard van de reacties is een aanvullende verkeerskundig onderzoek ingesteld en hebben enkele gesprekken plaatsgevonden, waaronder met de provincie. De ontvangen zienswijzen en de gevoerde overleggen geven aanleiding om op enkele punten het bestemmingsplan aan te passen. Ook ambtshalve worden nog enkele aanpassingen/verbeteringen voorgesteld. De gemeenteraad wordt voorgesteld om in te stemmen met de voorgestelde aanpassingen en het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Beslispunten 1. Kennis te nemen van de ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en in te stemmen met de beantwoording daarvan en de daaruit voortvloeiende aanpassingen in het bestemmingsplan, één en ander zoals verwoord in de bijgevoegde nota van beantwoording zienswijzen; 2. In te stemmen met de ambtshalve aanpassingen in het bestemmingsplan zoals opgenomen in het bijgevoegde overzicht van ambtshalve aanpassingen; 3. Geen exploitatieplan vast te stellen; 4. Te bepalen dat voor het bestemmingsplan gebruik is gemaakt van de ondergrond met kenmerk o_NL.IMR0.0743.BP02020005-VS01; 5.

Het analoge en digitale bestemmingsplan Asten Laarbroek Laagveld 2020 met planidentiFicatienummer NL.IMR0.0743.BP02020005-\/S01 gewijzigd vast te stellen 6. Gedeputeerde Staten verzoeken om in te stemmen met vervroegde publicatie van het vastgestelde bestemmingsplan. Inleiding SHI Non-Food Concepts (hierna SHI), momenteel gevestigd aan de Keskesweg in Asten, groeit uit haar jasje en wil een nieuw bedrijfspand realiseren op de locatie Laarbroeklaagveld. Op 19 november 2019 heeft ons college besloten in principe medewerking te willen verlenen aan het plan van SHI op deze locatie. Op 12 mei 2020 is het voorontwerp bestemmingsplan Laarbroek-Laagveld 2020 voor wensen en bedenkingen behandeld in de commissie Ruimte.

Het plan Om de vestiging van SHI op de locatie Laarbroek-Laagveld mogelijk te maken, worden de varkenshouderij aan de Laarbroek 2-2a en de melkveehouderij aan de Oliemolen 3 gesaneerd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid voor SHI om achter deze veehouderijen een bedrijfsbestemming van 3 hectare te realiseren. Daarnaast komt er op de locatie van de varkenshouderij aan de Laarbroek 2-2a een bedrijfsbestemming van 7.000 m2 en krijgen de 2 huidige bedrijfswoningen en reguliere woonbestemming. Op de locatie van de melkveehouderij aan de Oliemolen 3 komt een bedrijfsbestemming van 1.500 m2 en de bedrijfswoning krijgt een reguliere woonbestemming. Het geheel wordt landschappelijk ingepast middels een landschapszone tussen de woon- en bedrijfsbestemmingen en een robuuste groene zone als overgang tussen het stedelijke gebied en het buitengebied. Op onderstaande afbeelding is het plan weergegeven. >trw V* V 4 ’Of ircF^TriMr

iïa

'

' I

1

f

<• 1

5

»

I

**•<«***•53Sr~t

raMTTw npQcxniJTn •

'XSli?,----

4<^

■

»»»•*« — B^*nTOaw

■Vi I-■> or-wiut^-wiaty^

•i

'. ; s

? i’Oig.V'O'•• »W9IMJUiinM9 i J *

»

f

*

t

*isr«uaA«-

"V

WW

Figuur 1: Stedenbouwkundige opzet van het plan

Zienswijzen Het ontwerpbestemming heeft met ingang van 17 juli 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens de zienswijzenperiode zijn 9 zienswijzen ontvangen, ingediend door de volgende partijen:

2/7

1. 2, 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Caravan World Vinken B.V., Ommelseweg 65, 5721 WT Asten Bouw 8i Timmerbedrijf Peter Driessen B.V. Ommelsveld 2 5721 VT Asten Smederij van Baars, Ommelsveld 15 5721 VT Asten Van Esch Biljarts, Van Kuppenveldweg 5, 5721 TB Asten Nedicom dak- en geveltechniek B.V., Ommelseweg 61, 5721 WT Asten College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Pelican Key Legal Consultancy BV Autobedrijf M. van Hoof, Ommelsveld 2b, 5721 VT Asten Rob Sleegers Beheer B.V., Oliemolen 2 5721 WN Asten

In de zienswijzen zijn verschillende punten naar voren gebracht. De belangrijkste zaken worden hieronder kort benoemd. Voor een volledig overzicht van ingediende zienswijzen en de beantwoording hiervan verwijzen we naar bijlage 18 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Omgevingsdialoog: in een aantal zienswijzen wordt aangegeven dat de omgevingsdialoog in het voortraject niet door is gegaan of onvoldoende was, waardoor belanghebbenden niet of onvoldoende geïnformeerd waren over het planvoornemen. Het klopt dat de in het kader van de omgevingsdialoog geplande informatiebijeenkomst op 19 maart 2020 vanwege de situatie die is ontstaan door het COVID-19 virus helaas geen doorgang heeft kunnen vinden. Dit wil echter niet zeggen dat er geen omgevingsdialoog gevoerd is. Er zijn namelijk andere mogelijkheden benut om invulling te geven aan de dialoog. Zo is met 9 omwonenden (bedrijven en bewoners) een keukentafelgesprek gevoerd en is met 8 omwonenden telefonisch overleg gevoerd. Daarnaast is het plan met de bijbehorende stukken aangekondigd in het Peelbelang en online gepubliceerd en heeft eenieder de kans gehad om hiervan kennis te nemen en indien gewenst een reactie op de plannen te geven. Het verslag van de omgevingsdialoog treft u aan als bijlage 16 bij de toelichting van het bestemmingsplan.

Schaal en omvang: door verschillende partijen is aangegeven dat met deze ontwikkeling de vestiging van een groot bedrijf mogelijk wordt gemaakt dat qua bedrijfsopperviakte en bouwmassa, in het bijzonder de hoogte, niet aansluit op het kleinschalige karakter van het aangrenzende bedrijventerrein. Er is weliswaar sprake van een hoogte en omvang die afwijkt van de toegestane hoogtes en oppervlakte zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Asten bedrijventerreinen 2013", maar dat neemt niet weg dat die hoogte en omvang zowel vanuit ruimtelijk als vanuit stedenbouwkundig oogpunt acceptabel is.

In het geval van SHJ gaat het om een gebouw met een oppervlakte van ca. 21000 m2. Gelet op de afstand tot de omliggende bebouwing, de landschappelijk inpassing en de opbouw in het plan in hoogtes wordt een hoogte van 14 meter in deze specifieke situatie aanvaardbaar geacht. Er is daarbij ook duidelijk rekening gehouden met het gegeven dat sprake is van een verplaatsing binnen de gemeente en dat de gemeente ook veel waarde hecht aan het mogelijk kunnen maken van deze verplaatsing. Bij het inventariseren van de planologische mogelijkheden is onder meer ook rekening gehouden met de relatie tussen bouwhoogte en oppervlakte. Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik is gekozen voor de nu voorliggende invulling van het plangebied. Verkeersstructuur: Door een aantal ondernemers op het aangrenzende bedrijventerrein wordt aangegeven dat de bestaande infrastructuur op het bedrijventerrein de extra verkeersbewegingen niet kan verwerken, gelet op de reeds bestaande problematiek (laden en lossen op de openbare weg). De vrees bestaat dat de toename van het vrachtverkeer de doorstroming verder zal belemmeren.

zn

Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen over dit onderwerp is een verkeersonderzoek uitgevoerd door Sweco. Dit verkeersonderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Uit het verrichte verkeersonderzoek volgt dat weliswaar enige hinder kan optreden, maar dat van een onevenredige aantasting van belangen geen sprake is gelet op de bestaande wegcapaciteit en de te verwachten verkeersbewegingen. De ondernemers die over dit onderwerp een zienswijze hebben ingediend, zijn uitgenodigd om hierover in gesprek te gaan. Een tweetal ondernemers zijn op deze uitnodiging in gegaan en zijn op 19 oktober met de gemeente en 5HI in gesprek gegaan. SHI heeft in deze gesprekken aangegeven bereid te zijn om afspraken te maken met haar transporteurs over de te volgen route. Het Ommelsveld en de Ommelseweg (parallelweg) zouden ontlast kunnen worden door het vrachtverkeer van en naar SHI te laten rijden via de aansluiting van de weg Laarbroek op de Ommelseweg. Alhoewel het verkeersonderzoek uitwijst dat er, gelet op de bestaande wegcapaciteit en de te verwachten verkeersbewegingen, geen onevenredige aantasting is van de belangen van de ondernemers op het bedrijventerrein, willen wij de gevoelens bij deze ondernemers wel serieus nemen.

Daarom zullen wij nader in gesprek gaan met een afvaardiging van de ondernemers van bedrijventerrein Hoogveld om te onderzoeken of en op welke wijze we de door hen ervaren verkeersproblematiek kunnen verlichten. Dit staat overigens volledig los van het voorliggende bestemmingsplan en de plannen van SHI. Ondernemers geven namelijk aan in de huidige situatie al problemen te ervaren. Landschappelijke inpassing: met name de provincie geeft in haar zienswijze nadrukkelijk aan de landschappelijke inpassing van het plan ontoereikend te vinden. Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden tussen de provincie en de gemeente Asten. Daarbij zijn de mogelijkheden verkend om de landschappelijke inpassing te versterken. Dit heeft ertoe geleid dat de landschappelijke inpassing aan de westzijde van het plan aanzienlijk vergroot is ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. SHI heeft hiertoe 1.500 m2 extra grond aangekocht, welke een groenbestemming zal krijgen. Dit maakt het mogelijk om aan de westzijde een dubbele bomenrij te realiseren met een gevarieerde (onder)begroeiing. De aanpassingen zijn voorgelegd aan de provincie en zij heeft aangegeven met deze aanpassingen in te kunnen stemmen met het plan.

Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan De ontvangen zienswijzen vormen op enkele punten aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het gaat daarbij met name om verduidelijkingen, verbeteringen en aanvullingen in de toelichting en de bijbehorende onderzoeksrapporten.

In het akoestisch onderzoek is bijvoorbeeld nadrukkelijk rekening gehouden met de ophoging van het terrein gelet op een ingekomen zienswijze op dit punt. Ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking van deze ontwikkeling in relatie tot de capaciteit van de aanwezige infrastructuur en de mogelijke overlast die dit kan veroorzaken is een verkeerskundig onderzoek verricht. Naast de aanpassingen als gevolg van de zienswijzen moeten nog enkele ambtshalve aanpassingen worden doorgevoerd. Het gaat daarbij om het herstel van enkele onvolkomenheden in de regels, toelichting en op de verbeelding. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar het bijgevoegde overzicht van ambtshalve aanpassingen. Met deze aanpassingen worden geen extra bouw en/of gebruiksmogelijkheden mogelijk gemaakt. Wat willen we bereiken Een vastgesteld bestemmingsplan "Asten Laarbroek-Laagveld 2020".

4/7

Wat gaan we daarvoor doen Wij vragen uw raad het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Bij gewijzigde vaststelling kan het bestemmingsplan niet direct gepubliceerd worden. Het raadsbesluit dient eerst naar Gedeputeerde Staten verzonden te worden. GS dienen vervolgens binnen zes weken te laten weten of zij een (reactieve) aanwijzing geven op het plan. Pas hierna kan het vastgestelde plan gepubliceerd worden en start de beroepstermijn (zes weken). Indien gedurende de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan bij de Raad van State treedt het bestemmingsplan daags na het einde van de beroepstermijn in werking. Mogelijke alternatieven De beëindiging van de agrarische activiteiten op het perceel Laarbroek 2 -2a is een gewenste ontwikkeling, gelet op de korte afstand tot de dorpskern. De combinatie van de rijksregeling (warme sanering veehouderij) en de beoogde bedrijfsvestiging van het bedrijf SHI biedt een unieke kans om verschillende doelen te realiseren.

De vergoeding uit de 'Warme Sanering Varkenshouderij' voor de beëindiging van de varkenshouderij is niet toereikend voor het daadwerkelijk stoppen van dit bedrijf op deze locatie. Naast deze bijdrage zal ook door het toekennen van een nieuwe bestemming waarde gecreëerd moeten worden om tot een financieel haalbare ontwikkeling te kunnen komen. Gelet op de ligging nabij het bedrijventerrein Laagveld is een bedrijfsbestemming de meest logische keuze. Het gebied is zowel gemeentelijk als provinciaal aangemerkt als zoekgebied voor verdere verstedelijking.

Voor het bedrijf SHI zijn gelet op de specifieke huisvestingseisen, (perceelsoppervlakte, oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en minimale bouwhoogte, ligging) geen reële vestigingsmogelijkheden in de regio aanwezig. Ook de extra reisafstand voor de personeelsleden die voor een groot deel uit Asten en Someren komen en de grotere afstand tot lokale bedrijven (transporteurs) waarmee wordt samengewerkt zijn bezwaarlijk. Gelet op het belang dat wordt gehecht aan het behoud van dit bedrijf (SHI) en de beëindiging van de veehouderijbedrijven zijn er geen alternatieven die tot een vergelijkbaar resultaat zouden kunnen leiden. Risico's Na vaststelling van het bestemmingsplan kan beroep worden ingesteld tegen het plan.

Voor wat betreft het planschaderisico zijn afspraken gemaakt met initiatiefnemers in de anterieure overeenkomst. De eventuele planschade kan worden verhaald op deze initiatiefnemers. Communicatie Nadat het plan bij de provincie is geweest, kan het worden gepubliceerd. De indieners van de zienswijzen worden dan ook op de hoogte gebracht van het genomen besluit.

Het vastgestelde bestemmingsplan wordt op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt (Staatscourant). Het vastgestelde bestemmingsplan is digitaal raadpleegbaar via de landelijke website www.ruimteliikeplannen.nl.

Wat mag het kosten De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en het volgen van de bestemmingsplanprocedure zijn middels anterieure overeenkomsten op de initiatiefnemers verhaald. Ook het risico op eventuele planschade is neergelegd bij de initiatiefnemers.

5/7

Bijlage(n)/ter inzage (incl. Document-nr) 1. Bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 - Regels (2020065716) 2. Bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 - Bijlagen bij regels (2020065713) 3. Bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 - Toelichting (2020065718) 4. Bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 - Bijlagen bij toelichting; bijlagen 1-5(2020066114) 5. Bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 - Bijlagen bij toelichting; bijlagen 6-7(2020066118) 6. Bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 - Bijlagen bij toelichting; bijlagen 8-18(2020066130) 7. Bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 - Verbeelding (2020065663) 8. Nota van beantwoording zienswijzen (2020065714) 9. Overzicht van ambtshalve aanpassingen (2020065712) 10. Zienswijze Caravan World Vinken B.V. (2020052604) 11. Zienswijze Bouw & Timmerbedrijf Peter Driessen B.V. (2020052612) 12. Zienswijze Smederij van Baars (2020052609) 13. Zienswijze Van Esch Biljarts (2020052616) 14. Zienswijze Nedicom dak- en geveltechniek B.V. (2020052626) 15. Zienswijze College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (2020052624) 16. Zienswijze Pelican Key Legal Consultancy BV (2020053091) 17. Aanvulling zienswijze Pelican Key Legal Consultancy BV (2020065661) 18. Zienswijze Autobedrijf M. van Hoof (2020052700) 19. Zienswijze Rob Sleegers Beheer B.V. (2020052976)

6/7

'I

Gemeente fflllIlfW1

sten

MEMO ZAAKNUMMER: 2020072356

AAN

: Raad

VAN NAMENS DEZE

: College van B&W, portefeuillehouder wethouder H.A.M. van Moorsel : Team Ruimte, P.W.A. van den Oetelaar

DATUM

: 4 december 2020

ONDERWERP

: Aanvullende informatie inzake bestemmingsplan Asten LaarbroekLaagveld 2020

Aanleiding Bij de behandeling van het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 in de commissie Ruimte van 24 november jl. zijn verschillende vragen gesteld ten aanzien van de bouwhoogte, landschappelijke inpassing, verkeer en waterhuishouding. Wij hebben toegezegd u hierover nader te informeren. Dat doen we middels deze memo. Precedentwerking bouwhoogte In het bestemmingsplan Asten Laarbroek-Laagveld 2020 wordt voor het te bouwen pand van SHI een bouwhoogte van 14 meter toegestaan. Dit is hoger dan in het bestemmingsplan Asten Bedrijventerreinen 2013 is toegestaan. In dit specifieke geval is een afweging op maat gemaakt, waarbij gelet op de situering van de bebouwing - op afstand geplaatst van de bebouwing aan Oliemolen en Laarbroek in combinatie met landschappelijke maatregelen -, de landschappelijke inpassing, de opbouw van de bouwhoogtes en de relatie tussen oppervlakte en hoogte een bouwhoogte van 14 meter vanuit stedenbouwkundig, landschappelijk en planologisch oogpunt als acceptabel aangemerkt wordt. Dat we in dit specifieke geval een grotere bouwhoogte toestaan, wil niet zeggen dat dat op andere plekken ook zonder meer mogelijk is. Elke situatie is uniek en bij eventuele toekomstige verzoeken voor een grotere bouwhoogte zal een afzonderlijke afweging plaats moeten vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=13429c15-7183-459b-966f-18577962057c