CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU21.02.11DD Concept hoofddocument RES 1.0.pdf

Raadscommissie Ruimte 23 februari 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken ter kennisneming aan de commissie14.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Met de 21 gemeenten komen we tot overeenstemming over de weging van deze maatschappelijke kosten en baten en het belang van verschillende indicatoren, zoals landschappelijke inpassing, laagste kosten eindgebruiker, toegang tot alternatieve oplossingen, draagvlak, etc.

We werken aan een platform waarop alle informatie is verzameld. Dit

Kennis- en leerprogramma

platform biedt een actueel overzicht van de beschikbare bronnen en hun

Gemeenten krijgen met de warmtetransitie een regierol, terwijl het

potentie, de lopende en de geplande warmteprojecten. Dit platform helpt

momenteel nog ontbreekt aan kennis en expertise op dit vlak. In een

gemeenten bij het opstellen en aanscherpen van hun lokale Transitie Visies

korte tijd leren we al doende in projecten rondom duurzame warmte. Een

Warmte en geeft inzicht in mogelijke samenwerkingen (bijvoorbeeld met

gezamenlijk kennis- en leerprogramma kan dan een grote hulp zijn om

buurgemeenten, een waterschap of bedrijven). De opgave om de bebouwde

grote hoeveelheden informatie begrijpelijk en toepasbaar te maken. Denk

omgeving duurzaam en aardgasvrij te verwarmen is een groot en langdurig

hierbij aan de nieuwe warmtewet of het proces omtrent ontwikkeling van

traject. Met de tijd wordt er meer ervaring opgedaan en komt er nieuwe

een warmtenet, verschillende vormen van eigendom en eigenaarschap.

informatie beschikbaar. De kennis neemt dus toe en daarmee nemen de

Daarnaast staat de MRE bekend als technologische topregio. Een regio bij

onzekerheden in warmteprojecten af. Een actueel informatieplatform helpt

uitstek waar we inzetten op innovatie en kennisontwikkeling. Deze innovatie

om de ervaringen en kennis te delen en uiteindelijk het proces te versnellen.

hebben we hard nodig in de transitie naar duurzame aardgasvrije warmte.

(Link platform)

Des te meer omdat in onze regio geen overvloed aan bronnen is. Omdat we

Regionaal afwegingskader De gemeenten in de MRE hebben maar beperkte toegang tot duurzame

deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.

warmtebronnen. Het is waarschijnlijk dat er situaties ontstaan waarin meerdere gebieden aanspraak kunnen maken op eenzelfde warmtebron. Op

Een overzicht van alle afspraken vindt u in de RSW 1.0. Bijlage

Wisselwerking tussen lokale beleidsontwikkeling en regionale visievorming.

35 Er komt een gezamenlijke kennis- en leeragenda. Hiermee maken we informatie begrijpelijk en toepasbaar. Wat we gaan doen! gebruik te maken van de schaarse bovenlokale bronnen en/of gezamenlijke voorzieningen. Gemeenten kunnen voor het opstellen van hun lokale Transitie Visies Warmte gebruik maken van de informatie uit de Regionale Structuur Warmte. We besparen maximaal om de toename in het elektriciteitsverbruik  voor de warmtetransitie te minimaliseren en daarmee de aanvullende belasting op het net te beperken, evenals de vraag naar duurzame elektriciteit. In december 2021 weten we met welke wijken we beginnen en welke duurzame (regionale) warmtebron wordt ingezet. Er is een online platform met een actueel overzicht van de beschikbare bronnen, de potentie en de lopende en geplande projecten. Er komt een gezamenlijke kennis- en leeragenda.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Gemeenten, provincie en waterschappen werken samen om optimaal

36

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Zonneladder Metropoolregio Eindhoven

5 4 3 2 1

1. Zon op dak

4.3

2. Op braakliggende grond en pauzelandschappen

3. Langs grootschalige infrastructuur en op industriële plassen (geen natuur) 4. Combinatie van energie met andere opgaven en functies, zoals:

• Langs stads- of dorpsrand: bijv. gecombineerd met recreatie- en natuurfunctie. • Landbouwgronden met meervoudig ruimtegebruik. • Op recreatieplassen (geen natuur) • Buffer rondom natuurgebieden: ter vervanging van agrarisch gebruik • Recreatiegebieden, zoals: landgoederen, uitloopgebieden, parken en tuinen.

5. Op landbouwgronden, mits:

• Goed ingepast • In verbinding met andere gebiedsopgaven

Dus. Nooit in natuurgebieden: • Niet in Natura 2000 • Niet in Natuurnetwerk Brabant; uitzondering mogelijk langs infrastructuur

Ontwerpend onderzoek in de concept-RES

RES hebben we een eerste stap gezet in het aanduiden van de (globale)

In de concept-RES maakten we gebruik van ontwerpend onderzoeken

zoekgebieden. Die informatie hebben we richting RES 1.0 verfijnd en

om te komen tot ons bod en tot globale zoekgebieden voor wind en zon

verdiept. De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan zonnedaken, -velden

in de regio. We hebben onszelf de vraag gesteld: hoe kan het landschap

en windturbines gerealiseerd. De gerealiseerde projecten rekenen we mee

op een gedragen manier geladen worden met de energieopwekking van

in ons totale bod. Ook 0,64 TWh zonnedaken, -velden en windturbines

de toekomst? De zoekgebieden in de concept-RES voor windturbines en

die in voorbereiding zijn (pijplijn) rekenen we mee. Vervolgens zetten we

zonnevelden zijn tot stand gekomen door enerzijds de maximale potentie

ons maximaal in voor realisatie van de eerste stappen (0,28 TWh) op de

te bepalen op basis van de wet- en regelgeving en technische haalbaarheid

‘zonneladder’. De zonneladder geeft de voorkeursvolgorde weer van de aanleg

en anderzijds op basis van een ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke

van zonnepanelen. We kijken eerst of zonnepanelen op gebouwen gelegd

onderbouwing is een regiobrede inventarisatie en eenduidige omschrijving

kunnen worden (eerste trede). Daarna op ongebruikte terreinen in bebouwd

van de landschapstypes. We hebben een eerste analyse gedaan van de

gebied. Buiten de bebouwde kom gaat de voorkeur uit naar het combineren

landschappelijke draagkracht van de verschillende landschapstypes en we

van functies. Bijvoorbeeld zonnepanelen op (voormalige) stortplaatsen en in

hebben de mogelijke energiebouwstenen in kaart gebracht. Hierbij is gekeken

bermen van spoor- en autowegen. Pas daarna kijken we naar mogelijkheden

naar de mogelijkheden voor het inpassen, aanpassen en transformeren van

op landbouwgronden. De Metropoolregio Eindhoven zet zich ervoor in om

landschappen waarin op kleine of grotere schaal grootschalige opwekking

grootschalige daken optimaal te benutten als zonnedaken. We zetten ons in

is opgenomen. We moeten zorgvuldige keuzes maken over de ruimtelijke

om de mogelijke belemmeringen weg te nemen. We roepen het Rijk op om

inpassing van grootschalige opwek en andere opgaven. We hebben

ons hierbij te helpen.

nadrukkelijk gezocht naar de kansen voor verbinding van de energieopgave met andere opgaven.

We willen in totaal 2TWh bijdragen aan grootschalige duurzame energie-initiatieven in 2030

Zorgvuldig proces Naast de inzet op maximale realisatie van de eerste trede van de zonneladder: de ‘no-regret maatregelen’, zullen we ons ook moeten richten op realisatie van zonnevelden en windturbines binnen de andere treden van de zonneladder. We hebben hiervoor een zorgvuldig proces ingezet met behulp van ontwerpend onderzoek in de concept-RES. Dit proces zetten we richting RES 1.0 voort door met een Milieueffectrapport (planMER) het ingezette proces

Verfijning van de resultaten in de RES 1.0

en de resultaten te verfijnen en verdiepen. Aan de milieueffectrapportage

Op basis van de voorgenoemde stappen in de concept-RES en de door-

(m.e.r.) is een participatieproces voor stakeholders en inwoners gekoppeld.

rekening van het bod door Enexis hebben we beoordeeld dat we 2 TWh

Het milieueffectenonderzoek geeft ons een beeld van de keuzemogelijkheden

kunnen bijdragen aan de landelijke doelstelling van 35 TWh. In de concept-

in onze regio en kan worden gebruikt om de verschillende (conflicterende)

37

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

4.3 Duurzame opwek: op weg naar concrete projecten

38

PlanMER: Trechtering vanuit regionaal perspectief

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

1. Zoekgebieden concept-RES 2. Belemmeringenkaart en randvoorwaarden

Concept-RES Globale zoekgebieden o.b.v.: • Landschapsanalyse • Verbinding met andere opgaven • Technische en wettelijke belemmeringen

3. Effectbeoordeling zoekgebieden a. Inventarisatie ‘slechtste’ locaties.

RES 1.0

b. Verdere ‘objectieve ordening’ niet mogelijk 4. Input gemeenten (Verschillende bronnen: raadsbesluiten, coalitieakkoorden, beleidsvoorbereiding, vigerend beleid)

a. Leidt tot een 4e MER-alternatief: Lokaal draagvlak

RES 1.0 Verfijning en detaillering zoekgebieden o.b.v. planMER: • Milieu-effecten • Verbinding met andere opgaven

b. Waar wil men wel, maar is het ruimtelijk niet mogelijk of milieutechnisch minder wenselijk c. Waar wil men niet, maar is het milieutechnisch wel prima 5. Vergelijking MER-alternatieven a. Spreiding b. Energielandschappen c. Netinpassing d. Lokaal draagvlak 6. Inzichten voorleggen aan volksvertegenwoordiging en stakeholders 7. Voorkeursalternatief

Voorkeursalternatief

39 belangen af te wegen. De betrokken overheden in de regio kunnen de

De tussenresultaten op basis van planMER

milieu-informatie later inzetten bij hun planprocedures. In het schema op

Op de kaart op pagina 42 zijn de zoekgebieden in onze regio op basis van

pagina 36, zijn de stappen aangegeven die we doorlopen in het kader van het

de tussenresultaten (stap 1 t/m 3) van de planMER weergegeven. De globale

milieueffectenonderzoek.

zoekgebieden uit de concept-RES zijn nader afgebakend en meer in detail

Met behulp van de eerste drie stappen zoals weergegeven in het schema zijn

middels wind en zon in beeld gebracht. Er lijkt voldoende potentie aanwezig

de globale zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en ontstaat

ter ondersteuning van onze bijdrage van 2 TWh duurzame energie in 2030.

er inzicht in de milieu-effecten (leefomgeving, landschap en ecologie), de kansen voor koppeling aan andere thema’s (landbouw, economie, natuur en klimaat) en de mogelijke energie-opbrengst van de zoekgebieden.

Vervolg en afronding planMER

Ook de opties voor combinaties van wind en zon worden onderzocht,

De tussenresultaten die in dit document zijn gepresenteerd worden nu

evenals de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de aansluiting op het

gedeeld met onze volksvertegenwoordigers en stakeholders. Ondertussen

elektriciteitsnet.

werken we verder aan de volgende stappen van het planMER met het beoordelen en vergelijken van de MER-alternatieven waaronder: a. Spreiding

• Windparken met grote onderlinge afstand (>5km) • Zon alleen kleinschalig en ingepast in hetdaarbij passende landschap b. Energielandschappen

Milieu-effecten en bredere thema's

c. Netinpassing

Leefomgeving Vitale agrarische economie Landschap

Ecologie

Energie-opbrengst

• Alleen zoekgebieden met zowel zon als wind. • Transformatie naar energielandschap. • Alleen in jonge ontginningsgebieden.

& Be

oo

rd

el

Duurzame innovatieve economie

• Focus op korte afstand tot netinpassing (<5km) d. Lokaal draagvlak: op basis van input gemeenten

Veerkrachtig natuurlijk systeem

Op basis van alle informatie en rekening houdend met de input vanuit

Veerkrachtig watersysteem en klimaat adaptatie

volksvertegenwoordigers en stakeholders wordt er een voorkeursalternatief geformuleerd. Voor het voorkeursalternatief wordt een gedetailleerde

in

g

effectbeoordeling uitgevoerd. Daarmee wordt het planMER afgerond en vervolgens kunnen de resterende procedure stappen worden doorlopen.

We werken stap voor stap toe van (globale) zoekgebieden naar concrete locaties voor zonne- en windenergie.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

aangegeven. Van al de zoekgebieden zijn de effecten van duurzame opwek

40 Het planMER wordt gedurende zes weken voor éénieder ter inzage gelegd en

Wat we gaan doen!

er worden informatiebijeenkomsten gehouden. De ontvangen zienswijzen worden beantwoord. Tijdens de terinzagelegging wordt tevens advies

We maken zorgvuldige keuzes over de ruimtelijke inpassing van

gevraagd aan de Commissie voor de m.e.r.

grootschalige opwek en andere opgaven. We hebben al 1,15 TWh aan grootschalige duurzame opwek gerealiseerd

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

of in voorbereiding (pijplijn).

Landelijke Pilot

Het realiseren van no-regret maatregelen heeft prioriteit, in de volgorde

Hoe kan milieueffectrapportage bijdragen aan de RES? Vijf RES-regio’s

die onze zonneladder voorschrijft.

onderzoeken dat in een pilot, samen met het NP RES en de Commissie

We bepalen zoekgebieden waarmee we de opgave voor 2030 realiseren.

voor de m.e.r. Naast twee Noord-Hollandse RES-regio’s doen de regio’s

Onze ambitie is om in 2030 2 TWh op te wekken.

Rivierenland, Holland Rijnland en ook de Metropoolregio Eindhoven mee

We werken stap voor stap toe naar gedragen locaties voor zon en wind.

aan de pilot. De regio’s, NP RES en de commissie voor de m.e.r. wisselen

Gemeenten kunnen lokaal invulling geven aan de categorie 'Ten

onderling ervaringen uit met het gebruik van het instrument m.e.r. voor de

dienste van andere opgaven'.

RES.

In het bijzonder voor zonnevelden komen we tot gezamenlijke uitgangspunten voor de toekenning en uitvoering van de projecten. Actualisatie en nadere duiding van data nemen we op in het

Na de RES 1.0 Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit omdat dit leidt tot de kleinst mogelijke belasting van de schaarse ruimte in onze regio. Het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd en resulteert direct in grote stappen richting ons doel. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen.

monitoringssysteem dat in ontwikkeling is.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

41

42 Ruimtelijke weergave duurzame opwek totale regio

Gemert-Bakel

Laarbeek A2 A50

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Best Oirschot

Son en Breugel

A58

Helmond

Nuenen

^

Deurne A2

Eindhoven Geldrop-Mierlo A67

Veldhoven Eersel Reusel-De Mierden

Bladel

Asten

Waalre

Someren

A67

Heeze-Leende A2

Bergeijk

Valkenswaard Cranendonck

43

Gerealiseerd wind en zon

Pijplijn wind en zon

Resterend no-regret zon

Energie ten dienste van andere opgaven In de concept-RES is nog een categorie ‘energie ten dienste van andere opgaven’ opgenomen. Deze categorie gaat over de mogelijkheden om energie in te zetten ten behoeve van een andere gebiedsopgaven. In elke gemeente in de regio kunnen kansen liggen voor deze vorm van energieopwekking, maar vanwege het detailniveau is dit niet ruimtelijk gevisualiseerd. Doordat

(conform volgorde zonneladder)

energie hier ten dienste van een andere opgave dient is de bijdrage in TWh

Zoekgebied wind en zon op land

ook zeer beperkt. Hoewel deze categorie ook buiten de reikwijdte en het

detailniveau van het planMER valt, maakt de landschappelijke beoordeling uit het planMER ook een goede beoordeling van deze gebieden mogelijk.

De ruimtelijke weergave van de mogelijkheden voor duurzame opwek is gelaagd opgebouwd:

• Het eerste deel van ons bod voor grootschalige opwek zijn de gerealiseerde

Eerder hebben we uitgelegd dat het planMER ons helpt om te komen tot

grootschalige hernieuwbare elektriciteitsprojecten (groter dan 15 kWh).

zorgvuldige keuzes voor de zoekgebieden voor grondgebonden zonnevelden

• Het tweede deel bestaat uit de projecten die nu in de pijplijn zitten. Dit zijn

en windturbineparken. Er geldt een belangrijke kanttekening voor de

windturbineparken, grootschalige zonnedaken en zonnevelden waarvoor

zoekgebieden voor zonnevelden. In het milieueffectrapport is voor de

een SDE+ subsidie is aangevraagd. Er is van uitgegaan dat 60% van deze

zonnevelden een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de intensiteit van

projecten daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

de verschillende zoekgebieden. De aanpak van inpassen, aanpassen en

• Vervolgens kijken we naar de eerste twee treden van de zonneladder,

transformeren die we in de concept-RES hebben ingezet is in dit onderzoek

zodat we de resterende no-regretkansen voor zon optimaal benutten.

verfijnd en verdiept. Binnen de ’zoekgebieden voor zonnevelden’ is op basis

We monitoren de ontwikkelingen van deze stappen en zetten ons er

van dit onderzoek een intensiteit van het gebied bepaald dat daadwerkelijk

gezamenlijk voor in deze kansen maximaal te benutten.

ingezet kan worden voor zonnevelden. Het ene gebied kan daarmee een

• Op basis van de voorgenoemde optelsom weten we hoeveel ons nog

grotere bijdrage aan ons bod leveren dan het andere gebied. Dit betekent

resteert om met grootschalige zonnevelden en windturbineparken aan

ook dat nooit het volledige gebied als zonneveld wordt ingezet. In het

ons bod bij te dragen.

milieueffectenrapport wordt dit verder uitgewerkt.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Legenda

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD 44 PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD Netinfrastructuur en programmering PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD Elektriciteitsnetwerk Elektriciteitsnetten zijn in het verleden ontwikkeld op een capaciteit die is PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD gebaseerd op de vraag naar elektriciteit. In meer landelijke gebieden is deze relatief beperkt en de netten zijn daarom niet opgezet op het afvoeren PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD vraag van grote volumes elektriciteit vanuit deze gebieden. De uitbreiding van de PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD elektriciteitsnetten, die nodig is om elektriciteit uit deze buitengebieden te transporteren, kost veel tijd en houdt geen gelijke pas met de snelle PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD realisatie van onder andere zonnevelden op land. Dit zet grote druk op het en leidt tot transportschaarste op het netwerk, ook in PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD elektriciteitssysteem de Metropoolregio Eindhoven. PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD De vergunningen voor zon- en windprojecten moeten uiterlijk in 2025 zijn PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD afgegeven om realisatie van projecten in 2030 ook daadwerkelijk mogelijk maken. Al deze projecten zullen uiteindelijk op het elektriciteitsnetwerk PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD teaangesloten moeten worden.

Om dit in goede banen te leiden, qua timing, PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD capaciteit van mensen en middelen, kostenefficiëntie en ruimtelijke PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD NETBEHEERDER PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD RES-REGIO PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD WIND-ZON INITIATIEFSYSTEEMNEMERS PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD EFFICIËNTIE PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD Maatregelen

Maatregelen

• Locatiekeuze laten aansluiten bij bestaande netcapaciteit.

• Transport minimaliseren door

• Storingsreserve (redundantie) gebruiken voor het transport

van elektriciteit uit duurzame opwek op land.

combineren van enrgirvraag en -aanbod

• Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind

en zon (idealiter een 50-50

verdelin) en waar mogelijk op

één aansluiting (cablepooling).

Maatregelen

• Aansluiten van wind en zon op één aansluiting (cablepooling).

• Afspraken maken over

het aftoppen (aansluiten op bijv. 70% van het

productievermogen).

45 afstemming over gemeentegrenzen heen, is continue afstemming tussen

Afstemming aan de voorkant betekent ook dat gemeenten onderling en in

de regionale overheden en de netbeheerder noodzakelijk. Door provincie en

samenspraak met de netbeheerder de bestaande capaciteit in een gebied

Enexis wordt, in samenwerking met een aantal West-Brabantse gemeenten,

zo goed mogelijk kunnen benutten. Dit voorkomt teleurstelling op het

gewerkt aan het maken van afspraken over het programmeren en prioriteren

moment dat ontwikkelende partijen een omgevingsvergunning hebben

van energieprojecten in relatie tot beschikbare transportcapaciteit van

gekregen maar er op dat moment geen aansluitcapaciteit beschikbaar is.

elektriciteit in een regio.

In dat soort gevallen kan, in samenspraak met de netbeheerder en andere

Onderzoek naar nieuwe aansluit- en opslagmogelijkheden, afstemming in

netbeheerders TenneT en Enexis grote investeringen moeten doen om het

de regio over verdeling van de beschikbare capaciteit en juiste prioritering

netwerk geschikt te maken voor de toekomstige energieopgaven en hiervoor

van toekomstige investeringen in het elektriciteitsnet, is noodzakelijk.

investeringsplannen opstellen, is het belang van een planningshorizon van

Ook de blik op de toekomst voor gezamenlijke agendering – zoals met het

projecten en de mate van zekerheid van investeringen van initiatiefnemers

provinciale programma Energiek Brabant - is relevant, evenals inzicht in

groot. Uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk vergt langdurige processen

welke aanpassingen in wet- en regelgeving nodig zijn om onze doelstellingen

met grote ruimtelijke impact zowel ondergronds als bovengronds. Met een

te kunnen bereiken.

degelijk en afgestemde uitvoeringsplanning kunnen nieuwe investeringen worden gedaan en realisatie van uitbreidingen worden gekoppeld aan het

Afstemming

ontwikkelen van projecten. Hiermee kan efficiënt gebruik worden gemaakt

Het is belangrijk dat de netbeheerders Tennet en Enexis en de gemeentelijke

van maatschappelijk geld en komt ook niemand voor verrassingen te staan.

overheden, die het bevoegd gezag zijn voor het verlenen van vergunningen,

Hiermee creëren we eerlijke en transparante verwachtingen.

meer samenwerken. De netbeheerders zijn gebonden aan wet- en regelgeving, maar door samenwerking kunnen er slimme keuzes worden gemaakt in het haalbaar en betaalbaar houden van netaansluitingen. Zowel voor de korte als langere termijn is de RES-opgave een belangrijke bron voor

Afstemming in de regio over verdeling van de beschikbare capaciteit.

de verwachte groei van zon- en windopwek en (prioritering in) uitbreiding van het elektriciteitsnet.

Wat we gaan doen! Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale overheden.

Door samen te werken, kan regie gevoerd worden aan de voorkant van het proces in plaats van reageren achteraf.

We stemmen de verdeling van de beschikbare capaciteit en noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal af. Er wordt gewerkt aan een systeemstudie door de provincie om inzicht te krijgen in de wenselijke energiemix voor 2050.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

partijen, gekeken worden of andere oplossingen mogelijk zijn. Aangezien de

46

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Logo’s partijen (reminder mre omgevingsagenda) laatste pagina!

5

47

5. Stap voor stap naar uitvoering We hebben als gemeenten, provincie en waterschappen binnen de regio

overheden, in samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en

grote ambities op het gebied van de energietransitie die we met elkaar

efficiënter stappen te zetten in de realisatie van de energietransitie.

uitvoering te brengen zijn grote stappen nodig. Op het strategische niveau is

Doorvertaling naar omgevingsbeleid

de samenwerking goed georganiseerd, waarbij de afstemming plaatsvindt

De RES 1.0 wordt verankerd in het omgevingsbeleid van de gemeenten,

in de wethoudersoverleggen en ambtelijke overleggen met de 21 gemeenten.

provincies en waterschappen. Het Rijk heeft voor klimaat en energie in de

De uitdaging is nu om dit ook op het tactische en uitvoeringsniveau samen

NOVI richtinggevende principes opgenomen. Vanaf 1 januari 2022 kunnen

goed te organiseren tussen gemeenten, maar ook met maatschappelijke

de afspraken uit de RES verankerd worden in de instrumenten van de

partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden. De

Omgevingswet.

uitvoering is immers bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal). De beleidsmatige afspraken/

Aanbevelingen aan het Rijk

plannen moeten worden omgezet in concrete (uitvoerings)programma’s en

Met de andere Brabantse regio’s en de provincie vindt afstemming plaats

onderliggende projecten.

over de inhoud van de RES’en en over wat de rol van het Rijk moet zijn om tot uitvoering van de RES te komen. Er is een lijst met aanbevelingen

Op veel fronten zijn we al aan de slag.

en knelpunten opgesteld die vanuit de RES-regio’s en de Provincie aan het Rijk is meegegeven. Ook andere RES-regio’s en partijen zoals de netbeheerders, de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie, de Nationale Milieufederaties en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben

Het gaat erom dat de gemeenten de regionale opgaven ook daadwerkelijk

knelpunten benoemd die het realiseren van de RES’en in de weg staan. Deze

gerealiseerd krijgen. In het nadenken over realisatiekracht en de verschil-

knelpunten kunnen we alleen in samenwerking tussen de verschillende

lende rollen die iedereen daarin heeft is het van belang dat we dezelfde

partijen tot oplossingen brengen. Dit omdat we vaak te maken hebben met

begrippen gebruiken. Bestuurlijke samenwerking vraagt een andere vorm

verschillende inzichten en tegenstrijdige belangen. Het gaat bijvoorbeeld

van organisatie en inzet dan bijvoorbeeld de uitvoeringskracht in de operatie.

om knelpunten in de netcapaciteit, bij knelpunten bij de realisatie van zon

Met en door betrokken (gemeente)ambtenaren verkennen we verschillende

op dak en financiële regelingen. Vanuit het Nationaal Programma RES zijn

varianten

samenwerkingsafspraken

werkgroepen opgericht met een onafhankelijk karakter. De leden van de

die bijdragen aan de te realiseren projecten om zo de uiteindelijke

werkgroepen zijn werkzaam voor een breed palet aan organisaties, met

ambities op energietransitie gezamenlijk te halen. Naar verwachting

deskundigheid en /of ervaring op de betreffende thema’s. De werkgroepen

zullen we halverwege 2021 verschillende scenario’s voor samenwerking

werken aan oplossingsrichtingen voor korte en middellange termijn, binnen

in de uitvoering kunnen voorleggen aan de gemeenten, provincie en

en buiten bestaande kaders.

van

samenwerkingsvormen

en

waterschappen. Om vervolgens afspraken te maken om als gezamenlijke

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

gerealiseerd willen zien. Om deze RES naar een efficiënte en effectieve

48 Ruimtelijke weergave duurzame opwek Stedelijk Gebied Eindhoven

Gemert-Bak

Laarbeek A2 A50

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Best Oirschot

A58

A2

Helmond

Nuenen

^ Eindhoven

Geldrop-Mierlo A67

Veldhoven Eersel

Bladel

Son en Breugel

Ast

Waalre

Someren

A67

Heeze-Leende A2

49 Legenda

Gerealiseerd wind en zon

Pijplijn wind en zon

Resterend no-regret zon, pauze

Zoekgebied wind en zon op land

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

landschappen en energielandschappen)

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

50 Ruimtelijke weergave duurzame opwek De Peel

Gemert-Bakel

Laarbeek

A2 A50

Best

Son en Breugel

Helmond

Nuenen

^

Deurne A2

Eindhoven Geldrop-Mierlo A67

Veldhoven Asten

Waalre

Someren Heeze-Leende A2

51 Legenda

Gerealiseerd wind en zon

Pijplijn wind en zon

Resterend no-regret zon, pauze

Zoekgebied wind en zon op land

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

landschappen en energielandschappen)

Eindhoven

52 Ruimtelijke weergave duurzame opwek A2 gemeenten

Geldrop-Mierlo A67

Veldhoven Eersel Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

del

A2

Asten

Waalre

Someren

A67

Heeze-Leende A2

Bergeijk

Valkenswaard Cranendonck

53 Legenda

Gerealiseerd wind en zon

Pijplijn wind en zon

Resterend no-regret zon, pauze

Zoekgebied wind en zon op land

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

landschappen en energielandschappen)

54 Ruimtelijke weergave duurzame opwek De Kempen Legenda A2 A50

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Best

Gemert-Bak

Laarbeek Gerealiseerd wind en zon

Pijplijn wind en zon Son en Resterend no-regret zon, pauzeBreugel landschappen en energielandschappen)

Oirschot

A58

Helmond

Nuenen

^ A2

Zoekgebied wind en zon op land

Eindhoven Geldrop-Mierlo A67

Veldhoven Eersel Reusel-De Mierden

Bladel

Ast

Waalre

Someren

A67

Heeze-Leende A2

Bergeijk

Valkenswaard Cranendonck

55

Nummering zoekgebieden duurzame opwek

5

(Verwijst naar de nummering in de bijlage met de scoretabellen, pag. 57 + 58)

4

2

A2

37

A50

Best Oirschot

9

Son en Breugel

10

A58

38

^

11

Helmond

Nuenen

Deurne

36

18

16

Geldrop-Mierlo

17

A67

Veldhoven

14

13

Eersel Bladel

15 Asten

Waalre

19

Someren

A67

A2

23 27 Bergeijk 29

28

Valkenswaard 30 31

33

25 24

21

20

Heeze-Leende

22 35 34

12

Eindhoven

A2

Reusel-De Mierden

8

Gemert-Bakel

Laarbeek

1

7

6

Cranendonck 32

26

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

3

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

56 Effectbeoordeling zon

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

Effectbeoordeling wind

57

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

58

Vinden

Zoek of typ hier |

59

Begrippenlijst A - Z Ter verduidelijking van de begrippen en ander jargon die in de RES 1.0 regelmatig worden gebruikt, is de onderstaande begrippenlijst opgesteld.

Bio-energie en biomassa Energie die gewonnen wordt uit biomassa heet bio-energie. Biomassa bestaat uit hout en organisch afval, zoals planten, groente- en fruitresten. Bij de verbranding van deze materialen komt energie vrij en die energie

Aardgasvrij

noemen we bio-energie.

Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet gasloos;

Biogas Biogas is een gasmengsel dat ontstaat als gevolg van gisting van biologisch

Adaptatie

materiaal, zoals GFT-afval, mest of rioolslib. Het gas kan gebruikt worden

Adaptatie omvat het aanpassen aan de gevolgen van een probleem,

als brandstof in warmtekrachtcentrales, of worden bijgemengd in het

bijvoorbeeld aan veranderende omstandigheden zoals een veranderend

aardgasnet. Wanneer dit laatste gebeurt, spreken we van ‘groen gas’.

klimaat. Onder klimaatadaptatie valt ook het verminderen van de kwetsbaarheid van de samenleving voor klimaatverandering of het

Broeikaseffect

profiteren van de kansen die een veranderend klimaat kan bieden.

Het broeikaseffect is de werking van gassen in de atmosfeer die warmte op aarde vasthouden. Zonder broeikaseffect is leven op aarde niet mogelijk. Het

Afwegingskader

zou hier namelijk gemiddeld zo’n -30 graden Celsius zijn. Broeikasgassen

Afwegingen en keuzes ten aanzien van de RES worden gemaakt op basis

zijn onder andere methaan, koolstofdioxide en waterdamp. Door verbranding

van een afwegingskader. Dit omvat een viertal onderdelen:

van fossiele brandstoffen worden er meer broeikasgassen uitgestoten,

• K  wantitatieve bijdrage

die bijdragen aan de klimaatverandering. Dit noemt met het versterkte

• R  uimtelijke kwaliteit

broeikaseffect.

• Energiesysteemefficiëntie • B  estuurlijk en maatschappelijke draagvlak

Cultuurhistorische waarden en kenmerken Waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband

Een nadere uitwerking hiervan staat in de concept-RES beschreven.

houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende

Aquathermie Bij aquathermie wordt gebruik gemaakt van de temperatuur van het water voor de verwarming en/of koeling van gebouwen. De warmte en/of koude wordt daarbij gewonnen uit oppervlaktewater (zoals meren, rivieren en kanalen), uit (gezuiverd)afvalwater of uit drinkwater.

en verwachte archeologische waarden.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

er kan groen gas worden toegepast.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

60 Duurzame energie

Gebouwde omgeving

Duurzame energie of groene energie is energie die is opgewekt met behulp

De verzameling van alle gebouwen, waaronder woningen en maatschappelijk

van duurzame, hernieuwbare energiebronnen. Bij winning en omzetting

en commercieel vastgoed (incl. bedrijfsgebouwen). Bedrijfsprocessen in

van duurzame energie zijn er nauwelijks schadelijke effecten voor het

de industrie en landbouw maken geen onderdeel uit van de gebouwde

klimaat. Voorbeelden zijn windenergie of zonne-energie.

omgeving.

Ecologisch verbindingszone (EVZ)

Geothermie

De ecologische verbindingszones vormen een essentiële bouwsteen van

Dit wordt ook vaak aardwarmte genoemd. Bij geothermie wordt gebruik

het Natuurnetwerk Brabant. Door groene verbindingen te leggen tussen de

gemaakt van warmte uit de grond. Warm water wordt hieruit omhoog

natuurgebieden zorgen zij ervoor dat dieren en planten niet geïsoleerd raken.

gepompt om bijvoorbeeld water in een warmtenet te verwarmen. Dit kan als alternatief dienen voor aardgas.

Energie infrastructuur De energie infrastructuur omvat het gehele netwerk van opwek en transport

Groene energie

van energie, van de energiebron via de leidingen, verdeelinstallaties naar

Groene energie of duurzame energie is energie die is opgewekt met behulp

de gebruiker. Dit kan per energietype worden uitgesplitst, bijvoorbeeld

van duurzame energiebronnen. Duurzaam betekent dat de energiebron

elektriciteitsinfrastructuur en warmte-infrastructuur.

onuitputtelijk is, dat de groene energie schoon en betrouwbaar is en dat er bij winning en omzetting nauwelijks schadelijke effecten voor het klimaat

Energiecorridor

zijn.

Zone (bijvoorbeeld een snelweg) waarlangs veel duurzame/groene energie wordt opgewekt.

Grootschalige opwek Binnen de concept-RES is dit de opwek van schone/duurzame energie op

Energieneutraal Dit houdt in dat alle gebruikte energie uit duurzame/hernieuwbare bronnen wordt opgewekt.

Energietransitie De energietransitie omvat het omschakelen van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen, zoals overeengekomen in het Parijsakkoord.

grote schaal, met name zonneparken en windparken.

Joule

Klimaattafels

Een joule is de natuurkundige eenheid voor energieverbruik. Een megajoule

Circa 150 partijen overlegden in het kader van het Klimaatakkoord aan vijf

(MJ) is een miljoen joule. Een gemiddeld huishouden verbruikt circa 1.500

klimaattafels over Elektriciteit, Industrie, Gebouwde Omgeving, Landbouw

m3 gas en 3.300 KWh. Dit staat gelijk aan jaarlijks 54.000 MJ aan warmte en

en Landgebruik en Mobiliteit. Daarnaast en ten dienste van die tafels hebben

11.880 MJ aan elektriciteit. In totaal gebruikt dus een huishouden 65.880 MJ

vele werkgroepen en taakgroepen gewerkt aan onderdelen van sectoren

aan energie. Een petajoule (PJ) is een biljard joule. Het totale energieverbruik

en aan gemeenschappelijke thema’s zoals innovatie, financiering en de

(elektriciteit en warmte) in Nederland is ongeveer 3.000 PJ per jaar.

arbeidsmarkt.

Voor de leesbaarheid van de RES is er gekozen om alle informatie aan te

Kilowattuur

duiden in TWh.

In Nederland wordt elektrische energie veelal uitgedrukt in het aantal Watt per uur. Bijvoorbeeld van een machine met een vermogen van 1.000 Watt (1

Klimaatakkoord

kW) en die een uur draait, is het energieverbruik 1 kilowattuur (kWh). Het

Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd en

gemiddelde Nederlandse huishouden gebruikt jaarlijks ongeveer 3.300 kWh

zijn we begonnen met de uitvoering. In het akkoord staan meer dan 600

aan elektriciteit en 15.000 KWh aan warmte. Het elektriciteitsverbruik wordt

afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Op regionaal

op nationaal en regionaal niveau vaak uitgedrukt in terrawattuur (TWh). Dit

niveau wordt onder andere via de RES vorm gegeven aan de afspraken in

is 1 miljard kWh. Om 1 TWh op te wekken zijn er circa 50/60 windturbines

het Klimaatakkoord. De RES gaat over de klimaattafels gebouwde omgeving

van 5,6 MW of 110/130 windturbines van 3 MW of 1100 tot 1500 HA zonnepark

en elektriciteit.

nodig. Het bod voor grootschalige opwek van elektriciteit is op basis van TWh.

Klimaatneutraal

Voor de leesbaarheid van de RES is er gekozen om de meeste cijfers daarom

Dit betekent dat bij het opwekken van de energie die gebruikt wordt geen

aan te duiden in TWh. Als uitgangspunt is gehanteerd dat 1 TWh gelijk staat

broeikasgassen worden uitgestoten, waardoor deze opwek niet bijdraagt

aan 3,6 Petajoule.

aan de klimaatverandering.

Landschappelijke waarden en kenmerken Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

61

62 Leidende principes

Natuur Netwerk Brabant

De concept-RES wordt uitgewerkt op basis van een kader van (maatschap-

Samenhangend

pelijke) uitgangspunten, richtinggevende afspraken en hoofdlijnen: dit zijn

internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met

de leidende principes. Voor de Metropoolregio Eindhoven zijn de volgende

de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur-

leidende principes benoemd:

en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te

1. Een toekomstgerichte strategisch visie;

ontwikkelen natuurwaarden.

netwerk

van

natuurgebieden

van

nationaal

en

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij; 3. Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit;

Netbeheerder

4. De energietransitie als kans voor de regio;

Het bedrijf verantwoordelijk voor het beheer van het elektriciteitsnet. Voor

5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal.

de provincie Noord-Brabant is dit Enexis.

Meekoppelkansen

Opgave

Meekoppelkansen zijn de kansen die zich aandienen om de RES te koppelen

De landelijke opgave is om voor 2030 ten minste 35 TWh aan schone

aan andere projecten, waardoor er een win-win situatie ontstaat. Denk

elektriciteit op te wekken.

hierbij aan bouwprojecten, waarin klimaatmaatregelen mee kunnen worden genomen.

Regionale Structuur Warmte (RSW) Dit is een onderdeel van de RES. Hierin maken gemeenten, waterschappen

Mitigatie

en de netbeheerder in de Metropoolregio Eindhoven op hoofdlijnen regionale

Mitigatie omvat het aanpakken van een probleem door de oorzaak weg

afspraken over hoe in de nabije toekomst om te gaan met de beschikbare

te nemen. In het geval van het klimaat omvat dit maatregelen om de

bronnen, ruimte en infrastructuur ten aanzien van warmte. De RSW wordt

opwarming van de aarde tegen te gaan, door bijvoorbeeld de uitstoot van

door gemeenten op lokaal en wijkniveau vertaald naar een transitievisie

broeikasgassen te reduceren via besparing en duurzame opwek.

warmte.

Natura 2000

Restwarmte

Om kwetsbare natuurgebieden te beschermen is er Natura 2000. Dit is een

Restwarmte is warmte-energie die overblijft bij een energieomzetting.

Europees netwerk van beschermde natuurgebieden.

Bijvoorbeeld warmte die ontstaat bij een productieproces. Deze warmte kan worden opgevangen en nuttig worden ingezet door koppeling met een warmtenet.

63 Ruimtelijke kwaliteit

Warmtenet

De kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed

Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waardoor warm

samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en

water stroomt. Dat warme water wordt gebruikt om huizen en gebouwen

toekomstwaarde.

te verwarmen. Het water in een warmtenet kan verwarmd worden door

SDE

Daardoor hoeft er niet meer in ieder huis een cv-ketel te hangen die op

Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. Dit omvat subsidies voor

aardgas brandt.

het realiseren van schone en duurzame energiebronnen. Deze subsidie kent verschillende latere versies zoals SDE+. Vanaf 2020 heet deze regeling SDE++.

Zoekgebieden

De regeling richt zich met name op bedrijven en (non-profit) organisaties.

Gebieden die potentieel in aanmerking kunnen komen om grootschalige opwek door zonneparken en windparken te realiseren. De zoekgebieden in

Terrawattuur (TWh)

concept-RES zijn tot stand gekomen door de maximale potentie te bepalen

Het elektriciteitsverbruik wordt op nationaal en regionaal niveau vaak

op basis van de geldende restricties, technische haalbaarheid en ruimtelijke

uitgedrukt in terrawattuur (TWh). Dit is 1 miljard kWh. Om 1 TWh op te

onderbouwing. De zoekgebieden worden in het vervolgproces naar RES 1.0

wekken zijn er circa 50/60 windturbines van 5,6 MW of 110/130 windturbines

verder op milieueffecten gewogen door middel van een PlanMER. Ook wordt

van 3 MW of 1100 tot 1500 HA zonnepark nodig.

het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak getoetst met gemeenteraden en inwoners.

Transitievisies Warmte (TVW) Naar aanleiding van de RES werken de gemeenten met hun partners op

Zonthermie

lokaal niveau de plannen voor duurzame warmte verder uit in de zogeheten

Zonthermie is het opwarmen van water met behulp van zonlicht. Dit gebeurt

Transitievisies Warmte (TVW). Hierin staat de aanpak omschreven hoe

door zonnecollectoren. Zie dit als zonnepanelen die de energie van de zon

een gemeente, onder andere op wijkniveau, de overstap naar een duurzame

niet omzetten in elektriciteit, maar in warmte.

warmtevoorziening wil realiseren.

Zonne-energie Bij zonne-energie wordt zonlicht opgevangen op zonnepanelen en direct omgezet in elektriciteit. Zonne-energie is een duurzame energiebron.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

duurzame warmtebronnen zoals zonthermie, geothermie en aquathermie.

Regionale Energiestrategie 1.0 | Metropoolregio Eindhoven

64

Regionale Energiestrategie 1.0 (RES) Metropoolregio Eindhoven Januari 2021

Metropoolregio Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=029d3d3e-c1f6-4063-a4b8-45029f8a5d02