CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR23.11.04B Begroting 2024

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Begroting 202426.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

€ 1.245.000 € 5.878.400 € 7.123.400

De reguliere risico's worden vermenigvuldigd met een zekerheidspercentage van 90%, omdat niet alle risico's zich tegelijk voor doen. De totaal benodigde weerstandscapaciteit is uiteindelijk als volgt: Benodigde weerstandscapaciteit = € 6.411.060

76

Onderdeel 2: berekening beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet begrote kosten te dekken. Deze bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) 3. Post onvoorzien 4. Stille reserves 5. Onbenutte belastingcapaciteit. Overzicht beschikbare weerstandscapaciteit In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit per 01-01-2024. Beschikbare weerstandscapaciteit per 01-01-2024 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) 3. Stille reserves 4. Onbenutte belastingcapaciteit Totaal beschikbaar

Incidenteel

Structureel

12.020.451 549.840 2.334.153 14.904.444

701.263 701.263

De beschikbare weerstandscapaciteit op basis van de optelsom van de incidentele en structurele buffer is als volgt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit = € 15.605.707 Ad 1. Algemene reserve De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor nieuw beleid of het opvangen van tegenvallers in het jaarrekeningresultaat. Ad 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Indien er bestemmingsreserves zijn waarbij de raad nog vrij kan besluiten over de bestemming van het geld én de rente wordt niet als dekkingsmiddel voor de exploitatie ingezet. Deze vrij aanwendbare bestemmingsreserves omvatten de volgende (stand 1-12024): Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Reserve I&A algemeen Reserve info- en computertechniek Reserve groenfonds Totaal

2024 € 37.074 € 28.033 € 484.733 € 549.840

Ad 3. Stille reserves Als activa onder de waarde in het economische verkeer zijn gewaardeerd is sprake van een stille reserve. Indien deze stille reserve meegenomen wordt in de weerstandscapaciteit is het van belang dat de activa direct verkoopbaar zijn. Actualisatie van de stille reserves heeft plaats gevonden bij deze begroting 2024.

77

Ad 4. Onbenutte belastingcapaciteit De gemeente kan haar lokale belastingen verhogen om financiële tegenvallers op te vangen. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit indien het gemeentelijke OZBtarief onder het maximumtarief (meicirculaire 2023 0,1614%) valt zoals is opgenomen in de gemeentewet en/of wanneer de afvalstoffenheffing/rioolheffing niet kostendekkend zijn. Deze laatste twee heffingen zijn in Asten allebei wel kostendekkend. Het verschil tussen de begrote opbrengsten OZB in 2024 en het maximumtarief is de onbenutte belastingcapaciteit, deze bedraagt € 701.263,= Onderdeel 3: berekening ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico's) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal (ratio). Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande normering van NARIS (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement): Ratio weerstandsvermogen Meer dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Minder dan 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Beschikbare weerstandscapaciteit (totaal)

€ 15.605.707

Benodigde weerstandscapaciteit:

€ 6.411.060

Ratio weerstandsvermogen (totaal):

2,4

Conform bovenstaand overzicht is de weerstandsratio uitstekend en dit betekent dat er ruim voldoende middelen zijn om de gekwantificeerde risico’s af te dekken wanneer zij zich voordoen. Kengetallen Op basis van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) is het voor gemeente verplicht om een basisset financiële kengetallen op te nemen in de begroting en jaarrekening. Door middel van deze kengetallen wordt de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten bevorderd en krijgt de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente. Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie.

78

Signaleringswaarden Aan de bovenstaande kengetallen zijn (nog) geen normen verbonden. De wetgever heeft de manier waarop gemeenten de kengetallen laten meewegen nadrukkelijk bij de gemeente gelaten. Wel is meegegeven dat het behulpzaam kan zijn om de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden. Dit zijn (normen)kaders waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de signaleringswaarden afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. In de onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden te zien en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen

Categorie A minst risicovol

Categorie B neutraal

Categorie C meest risicovol

1a. Netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90 - 130%

> 130%

2.

Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3.

Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

4.

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

5.

Gemeentelijke belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

Definitie kengetallen: 1a. Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. 2. Solvabiliteit Dit cijfer drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 3. Grondexploitatie Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop.

Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. 4. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. 79

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

80

Conclusie gemeente Asten Op basis van de bovenstaande kengetallen kan de conclusie getrokken worden dat de financiële positie van de gemeente gezond is, maar vanaf 2026 onder druk staat. De structurele exploitatieruimte zakt dan ver onder de 0% conform de meerjarenbegroting die vanaf 2026 een negatief saldo laat zien. De solvabiliteitsratio laat ook een dalende tendens zien, maar blijft voorlopig nog boven de kritische zone.

81

3. Bedrijfsvoering Wat willen we bereiken? Het bedrijfsplan van nu De maatschappij, de gemeente Asten en omgeving en het bestuur, zowel in bezetting als beoogde doelstellingen en ambities, zijn dynamisch. Om die reden bekijken we geregeld of er aanleiding is om ons bedrijfsplan, ook dynamisch, daarop bij te stellen. In de huidige doelstellingen en ambities van de raad en het college (terug te vinden in de Toekomstagenda Asten 2030, onderliggende beleidsplannen, coalitieakkoord, Astens manifest en dergelijke) zien we een bevestiging dat het bestaande bedrijfsplan (de HOE) nog volledig aansluit bij de inhoud (de WAT). We blijven het bedrijfsplan daarom als instrument hanteren bij de gemeentelijke dienstverlening en uitvoering van (beleids) plannen en regelgeving. Vanwege de spanning tussen benodigde capaciteit en beschikbare capaciteit, zowel in formatie als in geld, zullen we vaker keuzes moeten vragen en maken in het WAT (de bestuurlijke doelstellingen) en het HOE (de wijze waarop we zaken uitvoeren en formatie inzetten). Dit doet zich in het bijzonder voor op het brede werkterrein van Ruimte. Natuurlijk blijven we alert op ontwikkelingen die de invulling van het bedrijfsplan kunnen beïnvloeden. Voorbeeld is de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

We vergroten de bewustwording en de vaardigheden van onze organisatie die nodig zijn om een succesvolle aanpak te (blijven) hebben. Dit werkt door in een leidend principe zoals Onze Klanthouding: Ja, tenzij... Dit principe is daardoor meer genuanceerd. Missie en Visie van ons bedrijfsplan We leveren publieke dienstverlening aan de Astense samenleving. Gezamenlijk bouwen we aan een prettige woon-, werk-, en leefomgeving, vanuit eigen kracht, dichtbij de burger (in diens verschillende rollen). We zijn klantgericht en (re)ageren flexibel op veranderingen in de maatschappij. Leidende principes 1. Onze Klanthouding is: Ja, tenzij….. 2. De burgers blijven zelf verantwoordelijk (Faciliterende overheid). 3. We zijn klantgericht, flexibel en omgevingsbewust. 4. High trust-low tolerance: ruimte voor onze professionals (werken vanuit de ‘bedoeling’) met een beperkt aantal kaders/regels. 5. We maken plezier van ons werk. Waarom en waartoe doen we dit? Omdat het noodzakelijk is aansluiting te houden met de veranderende eisen en wensen in de gemeenschap met actieve burgers die zelf aangeven wat nodig is. We doen de dingen waaraan behoefte is en doen deze dingen goed. Deze aansluiting bepaalt ons bestaansrecht. Én we willen een aantrekkelijke gemeente zijn om voor te werken.

Wat doen we daarvoor? Wat betekent dit voor onze burgers en voor ons? We maken hierover goede afspraken met onze burger, met onze medewerkers en met onze partners in ons netwerk. En we komen (deze) afspraken na! Daarop focussen we ons. Daarvoor is het nodig om: • De begrippen ‘klantgerichtheid’, ‘flexibiliteit’ en ‘omgevingsbewustzijn’ te concretiseren. • De ‘andere’ relatie tussen gemeente en burger daadwerkelijk in te vullen. • Te sturen op klanttevredenheid en professionalstevredenheid. 82

•

Duidelijk en daadkrachtig te zijn, ook in lastige situaties, talent te benutten, elkaar te ondersteunen en niet te voorzichtig te zijn (lef tonen).

Hoe doen we dat? • We voeren de Toekomstagenda uit, hier in het bijzonder het Programma Vitale Democratie en als onderliggend instrument o.m. de Omgevingswet. • We geven ruimte aan onze medewerkers in hun werk en het vergroten van hun probleemoplossend en communicatief vermogen. • We ontwikkelen ieders eigenaarschap en ambassadeurschap. • We voeren dialoog (UIT-, BE-, AF-, AANspreken) in onze teams. • We gebruiken (alleen) regels en systemen die we nodig hebben. • We maken geen nieuwe nota’s maar doen het (gewoon). We bespreken casuïstiek in de teams en in individuele personele gesprekken. Ieder ervaart zelf en leert ervan. • We bieden collectieve en individuele trainingen. • EN we brengen plezier (terug) in ons werk en in onze organisatie. Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) Standaard wordt bij inkooptrajecten onderzocht of een steeds grotere mate van duurzaamheid mogelijk is en wordt Social Return toegepast. In 2024 zal een nieuw inkoopbeleid worden vastgesteld. Hierin zal een link worden gelegd met de gemeentelijke ambities en doelstellingen die de komende jaren zullen gelden voor Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeverschap en Inkopen (MVOI).

Dit zal gericht zijn op 6 thema's die betrekking hebben op de Sustainable Development Goals (SDG's): klimaat, circulair, milieu inclusief biodiversiteit, Social Return, Internationale Sociale Voorwaarden en diversiteit en inclusie. Zo zullen bijvoorbeeld bij de inkopen de bepalingen uit het Strategisch Plan Circulair Asten en het daaruit voortvloeiende uitvoeringsplan worden toegepast. Dit geldt ook voor de bepalingen uit het nieuwe beleid Social Return On Investment (SROI) per 1 januari 2024. Asten heeft niet het Landelijk Manifest MVOI ondertekend maar onderschrijft wel de doelen hiervan. We werken aan de onderliggende thema’s op een organische wijze via de programma’s uit onze Toekomstagenda Asten 2030 en ons inkoopbeleid. Werken volgens het Landelijke Manifest MVOI vereist een andere aanpak die de programma’s in de Toekomstagenda Asten 2030 overstijgt. Met name de grotere gemeenten in Nederland hebben tot nu toe het Landelijke Manifest MVOI ondertekend. Samenwerking Informatisering & Automatisering (I&A) De transitie van de automatisering naar ICT-NML is (nagenoeg) afgerond. Hierdoor realiseren we: 1. Toekomstbestendigheid; 2. Kwaliteit, waaronder het voldoen aan de wettelijke eisen t.a.v. veiligheid; 3. Minder kwetsbaarheid door meer massa; 4. Kostenbeheersing.

Daaronder verstaan we dat we grip hebben op de uitgaven, dat de uitgaven minder zijn dan we zouden hebben wanneer we op de oude voet waren doorgegaan (gerelateerd aan de wettelijke eisen) en dat we met ICT-NML in de benchmark goed scoren t.o.v. andere samenwerkingsverbanden. De tijd dat automatisering leidt tot vermindering van kosten is allang voorbij. Robotisering is voor het werk dat wij doen nog ver weg en zou bovendien grote investeringen vergen. Werkprocessen zijn geautomatiseerd waar het kan. Nieuwe taken en processen automatiseren we meteen, maar dit leidt dan tot minder méérkosten bij de invoering van de nieuwe werkzaamheden. Voorts wijzen wij erop dat investeringen in de digitalisering en beveiliging nodig zijn om te voldoen aan de toenemende uitdagingen in de maatschappij.

83

Door de samenwerking met de deelnemende gemeenten in deze GR ICT NML met Venlo, Roermond, Nederweert, Weert, Someren en Asten (en vanaf 1 januari Leudal voor ECGEO) ontstaan nieuwe verbindingen waarin we nog volop kansen zien in kennisdeling op het brede I&A vlak en bijv. inkoopvolume van hard- en software die we de komende jaren volop zullen gaan benutten. Privacy De gemeente Asten vindt een betrouwbare dienstverlening, waarin inwoners open en respectvol worden behandeld, belangrijk. Goede bescherming van persoonsgegevens is daarbij cruciaal. Inwoners kunnen erop vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig, veilig en vertrouwelijk omgaat met persoonsgegevens. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) versterkt de privacyrechten van inwoners, geeft organisaties die persoonsgegevens verwerken meer verantwoordelijkheden en verscherpt het toezicht. Om hieraan te voldoen heeft de gemeente een Functionaris gegevensbescherming (FG) en privacy officers. Via het privacybeleid wordt uitvoering gegeven aan de AVG.

Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren Beleidsindicator 1. Formatie (aantal fte per 1.000 inwoners)

W 2022

B 2023

B 2024

7,84 7,14

7,12

8,05

2. Bezetting (aantal fte per 1.000 inwoners)

6,79

7,24

3. Apparaatskosten (kosten per inwoner)

730

781,00

935

4. Externe inhuur (kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

13,56%

3,36%

3,06%

5. Overhead (overhead / totale lasten)

14,00%

17,31%

17,81%

Beleidsindicatoren Toelichting beleidsindicatoren 2024: 1. Formatie (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 139 begrote fte in 2024 en 17.267 inwoners (peildatum CBS 31-1-2023). 2. Bezetting (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 125 fte en 17.267 inwoners. 3. Apparaatskosten (Kosten per inwoner). Berekening op basis van apparaatskosten € 16.145.654,= en 17.267 inwoners. 4. Externe inhuur (Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen). Berekening op basis van raming externe inhuur 2024 (€ 361.212,=) / kosten totale loonsom + extern inhuur (€ 11.797.097,=). 5. Overhead. Berekening op basis van kosten overhead (€ 9.842.006,=) / totale lasten (€ 55.271.054,=).

84

4. Grondbeleid Het grondbeleid heeft veel invloed op de realisatie van programma’s zoals op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, verkeer, cultuur, sport, recreatie en economische zaken. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact en brengt hierdoor risico’s met zich mee.

Wat willen we bereiken? De gemeente wil haar ruimtelijke doelstellingen zoals vastgelegd in de ruimtelijke (structuur)visies en -programma's op een economisch verantwoorde wijze realiseren. Enerzijds voor ontwikkelingen waarbij de gemeente ondernemend deelneemt en anderzijds voor ontwikkelingen waarbij de gemeente enkel onder voorwaarden de planologische maatregel faciliteert.

Wat doen we daarvoor? Uitvoering geven aan het gemeentelijk grondbeleid Het gemeentelijk grondbeleid is erop gericht om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies en -programma's van de gemeente. Regie op de ruimtelijke ontwikkelingen is daarbij van belang. Deze gemeentelijke regierol wordt mede bepaald door de gemeentelijke grondposities. Actualisatie nota grondbeleid De nota grondbeleid wordt op dit moment geactualiseerd en nog aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. Het doel van de Nota Grondbeleid is te komen tot een transparante en eenduidige werkwijze bij de uitvoering van het grondbeleid door de gemeente Asten. In deze Nota wordt de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente Asten beschreven. Daarbij wordt ingegaan op alle aspecten die een rol spelen bij grondbeleid, zoals grondprijzenbeleid en gebruik van beschikbare instrumenten. Tevens wordt met deze nieuwe Nota geanticipeerd op de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt op het gebied van grondbeleid. Via deze Nota stelt de gemeenteraad de kaders vast waarbinnen het college van burgemeester en wethouders de komende jaren het grondbeleid uitvoert. Omdat deze nota nog moet worden vastgesteld wordt in deze paragraaf vooralsnog uitgegaan van het geldende grondbeleid.

Met het geldende gemeentelijk grondbeleid stelt de gemeenteraad het college in staat om binnen kaders: • ondernemend deel te nemen aan en de regie te voeren bij de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente (actief grondbeleid); • bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie te voeren door het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten of door het opstellen van een exploitatieplan (faciliterend grondbeleid). Actief grondbeleid Het college voert overeenkomstig genoemde kaders, waar mogelijk en wenselijk, een actief grondbeleid. Het college verwerft (strategische) grond voor eigen rekening en risico, maakt deze grond bouw- en woon/vestigingsrijp en verkoopt de bouwrijpe grond. Voor de (strategische) grondaankopen is een werkkrediet van twee miljoen euro beschikbaar. De gemeente zal, indien nodig, gebruikmaken van de wettelijke verwervingsinstrumenten die de gemeente ter beschikking staan op basis van de Onteigeningswet en de Wet voorkeursrecht gemeenten.

85

Facilitair grondbeleid Het college voert bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie. Uitgangspunt daarbij is om dit te doen middels het aangaan van een anterieure overeenkomst waarin de gemeente de economische uitvoerbaarheid anderszins verzekerd en voorwaarden stelt aan het faciliteren van de planologische maatregel. Als partijen er niet uitkomen, overweegt de gemeente via de publiekrechtelijke weg op te treden door het vaststellen van een exploitatieplan. Grondprijsbeleid De marktwaarde van bouwrijpe grond is niet eenvoudig te bepalen omdat deze waarde afhankelijk is van de kenmerken van het betreffend project. De gemeente voert een marktconform grondprijsbeleid. Per project wordt de marktwaarde van de uitgeefbare gronden vastgesteld op basis van een deskundigenrapportage waarbij uitdrukkelijk rekening gehouden dient te worden met kenmerken van het betreffend project. Risico’s grondbeleid en bepaling hoogte algemene reserve Bij het grondbeleid zijn grote bedragen en risico’s in het geding. Omdat de planning en uitvoering vaak jaren duren, kunnen de verwachte en werkelijke winst flink verschillen. Om toekomstige risico’s in de grondexploitaties af te dekken is de algemene reserve grondbedrijf gevormd.

Bij de berekening van de hoogte van de reserve worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bouwgrond in exploitatie: • Op basis van scenario’s worden de risico’s berekend; • Wanneer scenario berekeningen niet aanwezig zijn, wordt de IFLO norm (afdeling Inspectie Financiën Lokale Overheden) gebruikt. Deze norm bepaalt dat de gewenste reserve 10% van het geïnvesteerd vermogen en 10% van de nog te maken kosten bedraagt. Algemene reserve grondbedrijf Algemene reserve grondbedrijf per 31-12-2022 Vennootschapsbelasting

3.363.938 p.m.

Prognose resultaat op projecten 2023

346.645

Turap najaar 2023 bijstelling resultaat Loverbosch fase 3 en Biesvelden fase 1

-717.156

Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2023

2.993.427

Prognose resultaat 2024 Vennootschapsbelasting Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2024

326.397 p.m. 3.319.824

Afromen reserve In de jaarrekening 2022 staat dat de algemene reserve grondbedrijf € 172.572,= hoger is dan noodzakelijk. In verband met de versnellingsagenda en mogelijke prijsstijgingen is de reserve intact gelaten en niet afgeroomd. Voornamelijk als gevolg van actualisatie grondexploitaties Loverbosch fase 3 en Biesvelden fase 1 in de tussentijdse rapportage 2023 is de reserve ten opzichte van de jaarrekening 2022 afgenomen. Bij het opstellen van de jaarrekening 2023 worden de exploitaties geactualiseerd en de bijbehorende risico's geïnventariseerd.

Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden? • • •

Woningbouwmonitor; Versnellingsagenda woningbouw; Nota grondbeleid; 86

• • •

Voldoende vraag naar grond voor woningen/bedrijven; Wet ruimtelijke ordening; Omgevingswet.

Resultaat grondbedrijf Positieve resultaten van het grondbedrijf worden toegevoegd aan de algemene reserve grondbedrijf. Deze reserve heeft een plafond. Als de resultaten boven dit plafond uitkomen, wordt het meerdere toegevoegd aan de Reserve Eenmalige Bestedingen. Negatieve resultaten van het grondbedrijf worden ten laste van de algemene reserve grondbedrijf gebracht. De reserve wordt dan, indien nodig, aangevuld om de algemene reserve grondbedrijf op niveau te houden. Voor winstneming van de grondexploitatie geldt de percentage of completion methode (POC methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Voor verliezen moeten voorzieningen worden gevormd of deze moeten direct in mindering worden gebracht op de boekwaarde. Grondexploitaties In onderstaand overzicht zijn de prognoses van het grondbedrijf opgenomen, deze zijn gebaseerd op de cijfers van de jaarrekening 2022. Indien nodig worden de prognoses in de tussentijdse rapportages bijgesteld. In het 4e kwartaal 2023 worden de berekeningen van de grondexploitaties geactualiseerd. De consequenties hiervan zullen bij de jaarrekening 2023 worden gepresenteerd. De prognoses van de resultaten per project: Project Begroot ( + = positief resultaat 2023 - = negatief resultaat )

2024

Meerjarenbegroting 2025 2026

2027

Bouwgrond in exploitatie Loverbosch oostzijde (fase 1)

11.086

99.773

Loverbosch (fase 2)

98.153

49.077

49.077

Heusden Oost (fase 1)

27.628

20.721

20.721

Heusden Oost (fase 2)

41.228

Heusden Oost (fase 3)

216.826

216.826

216.826

216.826

216.824

Florapark

11.724

49.076

Loverbosch (fase 3) resultaat in 2029 Biesvelden (fase 1) resultaat in 2031

Niet in exploitatie genomen gronden Ommel Oost (fase 1) Strategische grondaankopen

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

Ontwikkelingskrediet

-45.000

-45.000

-45.000

-45.000

-45.000

Totaal project resultaat Resultaat t.l.v. of t.g.v. algemene reserve grondbedrijf

346.645 346.645

326.397 326.397

226.624 156.826 205.900 226.624 156.826 205.900

In de verwachte resultaten van het grondbedrijf is geen rekening gehouden met de te betalen vennootschapsbelasting (vpb). Daarom worden deze resultaten in eerste instantie toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve grondbedrijf. Afhankelijk van de werkelijk gerealiseerde resultaten, de te betalen vpb en toekomstige ontwikkelingen zal de reserve grondbedrijf afgeroomd worden ten gunste van de Reserve eenmalige bestedingen. 87

5. Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Asten is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 7.000 ha). Er vinden veel activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel gemeentelijke kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, (openbaar) groen, civiele kunstwerken en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. In deze paragraaf wordt het beleidskader geschetst voor het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

Wat willen we bereiken? Inzicht in en realisatie van, het gewenste onderhoudsniveau van de gemeentelijke kapitaalgoederen. Dit kan onder andere bepaald worden aan de hand van de gewenste kwaliteit of landelijk gehanteerde normen.

Wat doen we daarvoor? Algemeen beleidskader Het uitgangspunt bij het onderhoud van gemeentelijke kapitaalgoederen is dat deze op een adequate wijze worden onderhouden. Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Dit is dus een essentieel verschil met het uitvoeren van een (vervangings)investering, aangezien die leidt tot verlenging van de gebruiksduur. Een dergelijke investering moet worden geactiveerd, onderhoud mag daarentegen nooit worden geactiveerd. Onderhoud wordt volledig in de begroting opgenomen, waarbij onderscheid gemaakt wordt in klein en groot onderhoud. Klein onderhoud Dit betreft dagelijkse niet voorziene reparaties of jaarlijks terugkerende onderhoudslasten (onder andere preventieve maatregelen en onderhoudscontracten) die nodig zijn om het kapitaalgoed in functionele en veilig staat te houden. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De lasten van klein onderhoud mogen nooit (ook niet in een voorziening) over meerdere jaren worden geëgaliseerd en worden dus volledig opgenomen in de exploitatie.

Groot onderhoud Dit betreft onderhoud van een meer ingrijpende aard, dat in feite betrekking heeft op een langere periode. Met dit type onderhoud kunnen jaarlijks fluctuerende lasten gemoeid zijn. De noodzaak voor het verrichten van groot onderhoud doet zich (normaliter) pas na een langere periode van gebruik van het actief voor, als gevolg van slijtage. De lasten die gepaard gaan met groot onderhoud worden in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde onderhoudsvoorziening gebracht. Deze onderhoudsuitgaven maken dus geen onderdeel uit van het saldo van baten en lasten. De enige last in de exploitatie betreft de dotatie aan de voorziening. De voorwaarde om groot onderhoud op deze manier te verwerken is dat er een recent (maximaal vijf jaar oud) en vastgesteld beheerplan aan ten grondslag ligt. 88

Specifieke beleidskaders Wegen Op grond van de Wegenwet zijn wij als wegbeheerder verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke wegen en bermen. De wegen worden beheerd op het in het beheer- en beleidsplan Wegen 2014-2022 vastgestelde kwaliteitsniveau C. Om de kwaliteit op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks planmatig onderhoud uitgevoerd. In 2020 is de meerjarenplanning van het wegonderhoud geactualiseerd (2023-2024) op basis van dezelfde uitgangspunten als het beheer- en beleidsplan. Deze actualisering is verwerkt in de begroting 2021-2024. Bij de actualisering is onderscheid gemaakt in klein onderhoud en groot onderhoud (planmatig). Op basis van het beheer- en beleidsplan Wegen wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor het groot onderhoud. Het klein onderhoud is opgenomen in de exploitatie. In 2023 wordt nieuw beheer- en beleidsplan Wegen opgesteld voor de periode 20242028. Civiele kunstwerken Civieltechnische kunstwerken in eigendom van de gemeente worden 1 keer per vijf jaar geïnspecteerd. Op basis daarvan vindt regulier en groot onderhoud plaats. De eerstvolgende inspectie staat gepland in 2024. Op basis van de inspectie wordt ook inzichtelijk wat de kosten zijn voor het regulier onderhoud. Op basis hiervan wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor de kunstwerken.

Grootschalig onderhoud en/of vervanging van bruggen en duikers is niet in de onderhoudsvoorziening meegenomen. Openbare verlichting Het kader voor openbare verlichting is gesteld in het beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2025. Dit beleidsplan is in december 2019 vastgesteld door de gemeenteraad en hierin zijn de missie en visie op het gebied van verlichtingsthema's binnen de gemeente vastgelegd. Belangrijke thema's hierin zijn duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en veiligheid. Verder formuleert het beleidsplan Openbare Verlichting richtlijnen en ambities om te voldoen aan landelijke en wettelijke doelstellingen ten aanzien van energiebesparing en wetgeving. Voor de renovatie openbare verlichting is jaarlijks € 99.635 beschikbaar (groot onderhoud). Voor het jaarlijkse onderhoud aan de openbare verlichting (klein onderhoud) is een onderhoudscontract opgesteld en dit budget is opgenomen in de exploitatie. Riolering en Water Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan Asten 2021-2025 (GRP) vastgesteld. Het GRP beschrijft het riolerings- en waterbeleid van de gemeente Asten inclusief de financiële middelen.

De gemeente geeft hierin aan hoe zij invulling geeft aan haar zorgplicht vanuit Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet (Wtw): • Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (afvalwaterzorgplicht); • Inzameling en verwerking van (overtollig) afvloeiend hemelwater (hemelwaterzorgplicht); • Inzameling en verwerking van overtollig grondwater (grondwaterzorgplicht). Alle kosten die gemaakt worden vanuit deze drie zorgplichten worden gedekt door de rioolheffing (100% kostendekkend). Met de blik vooruit en de volksgezondheid voorop koersen we naar een duurzame, klimaatbestendige, professionele en participerende waterketen en naar een klimaatbestendig, schoon, geordend en beleefbaar watersysteem, door voortvarend aan de slag te gaan tegen aanvaardbare kosten. 89

Groen Bij groen wordt ingezet om het huidige onderhoudsniveau te behouden. Waar mogelijk worden kansen aangegrepen om, binnen budget, door bijvoorbeeld een uitgekiende soortenkeuze, inrichting, gebruikswaarde, biodiversiteit en klimaatbestendigheid te vergroten. In 2024 worden de diverse groencontracten onder de loep genomen en wordt bekeken of deze werkzaamheden met andere beheersdisciplines als vegen en reinigen integraal opnieuw aanbesteed kunnen worden. Daarin wordt onder andere gekeken naar onderwerpen als biodiversiteit, duurzaamheid en participatie. Het op niveau houden van het bomenbestand en groenelementen (klein onderhoud) wordt jaarlijks gedaan uit de reguliere exploitatie. Voor het renoveren van boomlanen (groot onderhoud) is een bomenrenovatieplan opgesteld voor 2021-2025 en hiervoor is een apart bedrag beschikbaar gesteld. Vanuit het project 'planten duizenden extra bomen' wordt gericht gezocht naar locaties waar in de komende jaren vergroend kan worden en extra bomen gepland kunnen worden. Voor bosbeheer wordt jaarlijks een beheerplan gemaakt en daarin wordt onder andere gedund en hout geoogst en de opbrengsten van het hout worden gebruikt om onderhoud uit te voeren. In de komende 10 jaar gaan we ook aan de slag met het revitaliseren van onze bossen om deze vitaler, biodiverser en weerbaarder te maken.

Gemeentelijke gebouwen De gemeentelijke gebouwen worden eens per twee jaar geschouwd voor groot onderhoud. Afhankelijk van de resultaten van de schouw, met inachtneming van het gewenste onderhoudsniveau dat is bepaald op het wettelijk minimum om het gebouw in stand te houden, heeft dit financiële consequenties voor de meerjarige onderhoudsplanning (MJOP). Op basis van deze onderhoudsplanningen worden de benodigde jaarlijkse stortingen in de onderhoudsvoorzieningen bepaald. De stortingen worden jaarlijks geïndexeerd. De onderhoudsplanningen zijn in 2022 geactualiseerd waarna de stortingen zijn herberekend en in de begrotingen vanaf 2023 zijn verwerkt. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Sportvelden De gemeente Asten beschikt over een drietal sportparken. Op parkniveau is een onderhoudsvoorziening gevormd voor groot onderhoud, rekening houdend met de aanwezige verenigingen. De onderliggende onderhoudsplanningen zijn eind 2021 geactualiseerd en uitgebreid naar 40 jaar. De financiële consequenties zijn opgenomen in de begroting. Doel is om te komen tot een constante storting in de onderhoudsvoorziening waarmee ge spaard wordt voor het volledige groot onderhoud van de gemeentelijke sportparken.

De gevolgen van de privatisering van de sportkantines worden hierbij verwerkt. De kosten voor klein onderhoud stijgen de laatste jaren fors door onder andere veranderde wet- en regelgeving. Denk hierbij aan de discussie over rubberkorrels bij voetbalvelden en het beperken van chemische bestrijdingsmiddelen bij onder andere beregening van de velden. Alternatieven zijn in sommige gevallen voorhanden, maar werken vaak kostenverhogend. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op de geactualiseerde onderhoudsplanning. 90

Wat mag het kosten? Financiële consequenties In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties van het groot onderhoud aan de bovenstaande kapitaalgoederen weergegeven, voor zover hier een onderhoudsvoorziening aan ten grondslag ligt. Zoals in het algemene beleidskader beschreven, wordt het klein onderhoud van de diverse kapitaalgoederen betaald uit de reguliere exploitatie. Voorzieningen

Onderhoud wegen Onderhoud civiele kunstwerken

Saldo

Storting

Onttrekking

Saldo

1-1-2024

2024

2024

31-12-2024

1.718.717

1.328.080

925.348

2.121.449

29.999

10.348

12.600

27.747

5.708.408

721.727

2.868.875

3.561.260

18.674

0

0

18.674

Onderhoud gebouwen

2.263.417

655.402

296.452

2.622.367

Onderhoud sportvelden

171.749

273.252

91.500

353.501

9.910.964

2.988.809

4.194.775

8.704.998

Onderhoud riolering Onderhoud groen

Totaal

91

6. Financiering De paragraaf financiering heeft betrekking op de gemeentelijke financieringsfunctie (treasuryfunctie). De financieringsfunctie zorgt ervoor dat er voldoende middelen zijn zodat de gemeente aan alle financiële verplichtingen kan voldoen. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen/garanties en het beheersen van financiële risico’s.

Wat willen we bereiken? • • • •

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, aanvullende regelgeving en respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

Wat doen we daarvoor? Wettelijk kader Het wettelijk kader van de treasuryfunctie ligt voor een deel besloten in de nationale regelgeving en voor een deel in Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving zijn de kaders voornamelijk: • Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido); • Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof); • Wet verplicht schatkistbankieren; • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); • De Gemeentewet. Deze wettelijke kaders zijn verder uitgewerkt en vastgelegd in het gemeentelijke Treasurystatuut 2014 dat op 11 maart 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad. Schatkistbankieren Op basis de Wet Fido zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige liquide middelen via een rekening-courant, met eventueel een daaraan gekoppelde depositorekening, in 's Rijks schatkist aan te houden. De uitzondering hierop is dat decentrale overheden hun liquide middelen in de vorm van leningen kunnen uitzetten bij andere decentrale overheden, mits zij niet met het financiële toezicht op dit lichaam zijn belast. Uitgezette gelden Het saldo op de rekening courant van de schatkist bedraagt op 1 oktober 2023 € 15.967.000,=. Drempelbedrag Daarnaast mogen decentrale overheden liquide middelen buiten 's Rijks schatkist houden mits deze, gerekend over een kwartaal, het drempelbedrag niet te boven gaan.

Naar aanleiding van een landelijke evaluatie wordt vanaf 1 juli 2021 voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.

92

Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder wordt weergegeven in welke mate deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en op welke wijze de gemeente deze risico’s beheerst. 1. Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s. 2. Renterisicobeheer Door schommelingen in de rentevoet loopt een gemeente renterisico. Het renterisico kan worden gemeten door middel van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar). De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 300.000,=. Voor 2024 bedraagt de kasgeldlimiet voor de gemeente Asten € 4,7 miljoen. Momenteel zijn er geen leningen aangegaan met een looptijd van maximaal een jaar. Dat betekent dat het renterisico onder de kasgeldlimiet uitkomt. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om het renterisico bij het opnemen van leningen te beheersen.

Het effect van de renterisiconorm op de financieringswijze is dat de herfinanciering van vaste leningen niet ineens plaatsvindt, maar over een periode van minimaal vijf jaar wordt gespreid. Dit betekent dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2024 bedraagt de renterisiconorm voor de gemeente Asten € 10,7 miljoen. In 2024 moet een lening van € 5 miljoen worden afgelost. Dit betekent dat het renterisico onder de renterisiconorm uitkomt. 3. Kredietrisicobeheer De gemeente loopt tenslotte risico bij het uitzetten van gelden en verlenen van garanties ten behoeve van de publieke taak. De gemeente loopt hierbij het risico dat de kredietnemer zijn financiële verplichting niet kan voldoen. Uitzettingen geschieden daarom uitsluitend aan tegenpartijen die aan de in het treasurystatuut genoemde eisen voor kredietwaardigheid voldoen. Door deze maatregel worden kredietrisico’s zoveel mogelijk beperkt. Opgenomen geldleningen Medio 2020 is een lening opgenomen van € 5 miljoen, tegen een negatieve rente van -0,12% voor een periode van 4 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 6.000,= per jaar. Begin 2021 is nog een lening van € 10 miljoen aangetrokken tegen een negatieve rente van -0,25% voor een periode van 10 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 25.000,= per jaar.

In 2024 zal waarschijnlijk een herfinanciering moeten plaatsvinden van de af te lossen lening van € 5 miljoen en een mogelijke nieuwe financiering voor toekomstige investeringen. De omvang en termijn van de nieuwe financiering(en) zullen in 2024 worden bepaald op basis van de liquiditeitenplanning 2024. In de begroting is rekening gehouden met de rentelasten voor de nieuwe financiering(en) vanaf 2025.

93

Verstrekte geldleningen Er zijn geen leningen verstrekt. Garantstellingen In 2023 staat de gemeente garant voor € 39,7 miljoen aan leningen van Bergopwaarts. Voor Wocom staat de gemeente garant voor een bedrag van € 13,5 miljoen en voor Mooiland Grave voor een bedrag van € 46.000,=. Renteresultaat In het Besluit Begroting & Verantwoording is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in: - de rentelasten uit externe financiering; - het renteresultaat; - de wijze van rentetoerekening. Aangezien er opgenomen geldleningen zijn met een rentebaat en verstrekte hypothecaire geldleningen met rentebaten is het renteresultaat 2024 op het taakveld treasury € 341.000,=. Alle rentebaten van de hypothecaire-geldleningen zijn rechtstreeks toegerekend aan het taakveld. De rentebaat op het taakveld treasury bestaat uit € 31.000,= van de opgenomen geldlening en € 310.000,= voor dividend BNG en renteopbrengsten bij schatkistbankieren.

94

7. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn die privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk belang én een financieel belang heeft.

Wat willen we bereiken? In het algemeen geldt dat voor een verbonden partij wordt gekozen indien de gemeente dit beleid niet alleen of niet doeltreffend kan uitvoeren. De verbonden partijen voeren beleid en beheer op verschillende terreinen uit voor de gemeente Asten. Het beleid omtrent deze verbonden partijen, met als doel de governance te verstevigen, is beschreven in de "Nota Verbonden partijen gemeente Asten 2015". De website Overheid.nl is de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheidsorganisaties in Nederland. Deze website is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op deze website worden per verbonden partij de algemene gegevens vermeld. De algemene gegevens van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Asten deelneemt staan op deze site: https://almanak.overheid.nl/30279/Gemeente_Asten/. De gegevens omtrent deze gemeenschappelijke regelingen in deze paragraaf zijn dan ook een aanvulling op de vermelde website.

95

Wat doen we daarvoor? In de tabellen op de volgende pagina's is te zien op welke manier de gemeente Asten een bestuurlijk- en financieel belang heeft in de verbonden partijen waarin zij participeert. Daarnaast zijn per verbonden partij een aantal (financiële) gegevens te vinden die verplicht dienen te worden opgenomen op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Verbonden partij (Beleidsmatig)

Bestuurlijk belang

Gemeenschappelijke regelingen Belastingsamenwerking Oost-Brabant

Lid AB+DB

BLINK

Lid AB

GGD Brabant-Zuidoost

Lid AB

GR Peelgemeenten

Lid AB (2x) + Lid DB

Openbaar belang

Risico’s

BSOB is een gemeenschappelijke regeling van waterschap Aa en Maas en 9 gemeenten. BSOB is opgericht om de kwaliteit van de dienstverlening en continuïteit van de waardering, heffing en inning van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen te garanderen. En wel tegen zo laag mogelijke kosten. BLINK heeft tot doel zorg te dragen voor gemeentelijke uitvoeringstaken op het vlak van afvalinzameling en reiniging van de openbare ruimte, die bij wet aan de deelnemende gemeenten zijn opgedragen. Daarnaast exploiteert zij de gemeentelijke milieustraat.

De risico’s komen conform de regelingen voor rekening van de deelnemende gemeente naar rato van hun aandeel in de bedrijfsactiviteiten (financiële bijdragen).

Gemeenten hebben binnen de Wet Publieke Gezondheid de plicht om een plan ter bevordering van de lokale gezondheidssituatie vast te leggen in een nota Lokaal gezondheidsbeleid. De gemeente is in dit proces de regisseur. De GGD ondersteunt de gemeenten bij het voorbereiden, opstellen en implementeren van dit beleid. Per gemeente is er een lokaal team. Doel van GGD Brabant Zuidoost is om een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). Draagt zorg voor kwaliteit en continuïteit voor de uitvoering van de door de lokale overheden opgedragen taken op het gebied van jeugd, WMO, Bijzondere Bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening.

BLINK beschikt niet over eigen vermogen om niet begrote en onvoorziene kosten te dekken. De opzet van BLINK als gemeenschappelijke regeling is dat risico’s opgevangen worden door de deelnemende gemeenten in de jaarlijkse reguliere exploitatie. Wel is er met ingang van 2022 een post onvoorzien opgenomen in de begroting van Blink. De post onvoorzien is 1,2% van de totale begrotingswaarde en dient ter afdekking van operationele risico's met van buitenkomend onheil (schadeclaims, plotselinge tarief mutaties e.d.). De risico's zijn benoemd in de begroting 2024 van GGD Brabant-Zuidoost in de risicoparagraaf en in de financiële risico-inventarisatie.

Aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor tekorten.

96

GR Senzer

Lid AB (2x) + Lid DB

De Gemeenschappelijke Regeling Senzer voorziet mensen van een uitkering in de noodzakelijke kosten van het bestaan voor levensonderhoud, op basis van de Participatiewet. Senzer verstrekt een uitkering niet langer dan noodzakelijk en begeleidt mensen naar maximale participatie en het liefst naar werk. Er wordt hiertoe nauw samengewerkt met de gebiedsteams van de gemeenten. Senzer opereert regionaal op zowel de publieke als de private markten. Strategisch bestuurlijke samenwerking op de thema's: economie, mobiliteit, energietransitie en transitie van het landelijk gebied. Daarnaast het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant. Voor het Regionaal Historisch Centrum. Missie, visie en koers zijn opgesteld. Er worden stappen ondernomen tot voorstellen over de positionering van dienstonderdelen MRE en RHCe binnen de MRE.

Sterke afhankelijkheid van rijksbeleid met betrekking tot de financiering. Omzet is afhankelijk van economische ontwikkelingen. Aangesloten gemeenten zijn op basis van solidariteit gezamenlijk aansprakelijk voor tekorten.

Metropoolregio Eindhoven

Lid AB

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Lid AB

Samen zorgen voor balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. Voor en met gemeenten, provincie en netwerkpartners voert de ODZOB taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en geeft zij advies op het gebied van omgevingsrecht.

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

Lid AB

ICT Noord- en Midden Limburg (ICT NML)

Lid AB

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant waarin de brandweer, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) en de regionale ambulancevoorziening (RAV) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. ICT NML is een samenwerkingsverband van gemeenten in Noord- en Midden Limburg. ICT NML verzorgt voor de aangesloten partners het ICT-beheer, ICT-onderhoud en faciliteert bij automatiseringsvraagstukken. Wij streven naar uniforme werkprocessen, eenduidige dienstverlening en de vorming van een regieorganisatie. ICT NML is een organisatie waar vernieuwing en verandering een constante factor is.

Het risico op verlaging van de baten ODZOB als gevolg van mogelijke bezuinigingen bij de deelnemende gemeenten. Dit risico ligt meer in de invloedssfeer van de gemeenten dan van de ODZOB en daarom is door hen besloten dit risico niet af te dekken. Diverse onzekere ontwikkelingen maken de prognose lastig. Denk hierbij o.a. aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, provinciale eisen voor stalaanpassingen en landelijke opkoopregelingen voor bedrijven. In hoofdstuk 6.1 paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2024 zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd.

In de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (juli 2018) is bepaald welke risico's door de MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Uiteindelijk zijn de aangesloten gemeenten aansprakelijk voor tekorten.

Aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor tekorten.

97

Vennootschappen en coöperaties Bank Nederlandse Gemeenten Stemrecht AvA

Brabant Water

Stichtingen en verenigingen Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost

Stemrecht AvA

Lid AB + Lid VvA Lid AB

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burgers. Brabant Water levert drink- en industriewater aan 2,5 miljoen inwoners en aan bedrijven in Noord-Brabant. Zij winnen, zuiveren en distribueren water van uitstekende kwaliteit, tegen de laagst mogelijke kosten en met een hoge leveringsbetrouwbaarheid.

Niet van toepassing.

Voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering is een professioneel georganiseerde inkoopfunctie van belang. Door samenwerking op inkoopgebied wordt voordeel op financieel, kwalitatief en procesmatig gebied behaald. Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost is een netwerksamenwerking tussen partners uit de straf-, en zorgketen en gemeenten. Zij komen onder eenduidige regie van het openbaar bestuur tot een ketenoverstijgende aanpak van complexe problematiek. Met als doel bij te dragen aan de veiligheid(sbeleving) als onderdeel van het integrale veiligheidsbeleid; het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg.

De termijn van een individuele, bilaterale samenwerkingsovereenkomst is van onbepaalde duur met een opzegtermijn van minimaal 2 jaar. De risico's blijven beperkt tot de inleg van financiële middelen.

Waardevermindering van het aandelenkapitaal.

Overige verbonden partijen Overlegorgaan Nationaal Park De Groote Peel

Lid periodiek overleg

Voor het doelmatig functioneren van De Groote Peel als nationaal park is het overlegorgaan ingesteld in mei 1985.

Niet van toepassing.

Netwerkorganisatie Peelsamenwerking

Lid periodiek overleg

De Peelregio staat voor een schaalsprong, een kwalitatieve groei van de regio. Het realiseren van deze groei geeft uitdagingen voor de regio, zowel op inhoud als ook op de arbeidsmarkt in de regio. Dit vraagt een andere manier van samenwerken. De gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren werken op veel terreinen al samen aan gemeenschappelijke opgaven. Vaak zijn ook andere organisaties betrokken bij deze Peelsamenwerking. Op dit moment is de samenwerking in de Peelregio thematisch/sectoraal ingestoken. Zonder het goede van de netwerksamenwerking weg te gooien, wil de Peelregio komen tot meer resultaat, snelheid en samenhang in hun samenwerking. De nieuw aangestelde Programmamanager heeft een verbindende en resultaatgerichte rol om de schaalsprong gezamenlijk te realiseren.

Niet van toepassing.

98

Het gaat om de onderdelen van Ontwikkelstrategie en de Schaalsprong, zoals wonen, economie, mobiliteit, energie, water. Om alle lokale en deelregionale belangen sterker voor het voetlicht te krijgen is niet-vrijblijvende samenwerking op basis van een Peelagenda nodig. De urgentie is groot, vanwege de grote maatschappelijke opgaven maar ook vanwege de arbeidsmarktproblematiek. We kunnen beter met zijn zessen samen in de vijver van deskundig arbeidspotentieel vissen dan ieder voor zich en dan vervolgens de deskundigen laten werken voor de gemeenten samen i.p.v. ieder voor zich. Daartoe is een programma opgezet en is een programmamanager aangesteld, die in opdracht van de gemeentesecretarissen alle concrete bestuurlijke plannen concretiseert, verbindt en -al dan niet in projecten- laat uitvoeren.

Wat mag het kosten? Verbonden partij (Financieel) Gemeenschappelijke regelingen Belastingsamenwerking Oost-Brabant

Jaar

Prognose financiële bijdrage

Eigen vermogen 1/1

Eigen vermogen 31/12

Vreemd vermogen 1/1

Vreemd vermogen 31/12

Prognose financieel resultaat

20241

€ 355.092

€1.243.000

€ 956.000

€ 336.000

€ 265.000

€0

€0

€0

€ 4.812.000

€ 5.979.000

€0

€ 810.000

BLINK

20242

GGD Brabant-Zuidoost

2024

€ 693.389

€ 4.310.000

€ 4.287.000

€ 13.33.000

€ 11.520.000

€0

GR Peelgemeenten

2024

€ 2.039.294

€ 300.000

€ 300.000

€0

€0

€0

GR Senzer

2024

€ 5.940.594

€23.366.000

€36.294.000

€14.800.000

€19.000.000

€0

Metropoolregio Eindhoven

2024

€ 250.629

€ 13.704.219

€ 13.512.219

€ 4.272.637

€ 4.065.272

€0

2024

€ 913.966

€ 1.848.541

€ 1.848.541

€ 5.728.803

€ 5.578.803

€0

2024

€ 1.045.414

€ 2.217.806

€ 2.167.499

€ 32.376.461

€ 30.370.490

€0

2024

€ 698.903

€ 424.000

€ 470.000

€ 616.000

€ 783.000

€0

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost ICT Noord- en Midden Limburg (ICT NML)

(excl. milieustraat)

99

Vennootschappen en coöperaties Bank Nederlandse Gemeenten

20243

Aandelenbezit

€ 162 mln.

€ 125 mln.

€ 310 mln.

€ 185 mln.

€ 300 miljoen

Brabant Water

20244

Aandelenbezit

€ 669.537.000

€ 671.541.000

€ 223.130.000

€ 250.761.000

€ 5.347.000

20245

€ 199.332

€ 1.405.076

€ 976.745

€ 950.078

€ 1.140.885

€ 2.072

2024

€ 5.782

€ 477.217

€ 721.286

€ 165.378

€ 318.023

€0

2024

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Stichtingen en verenigingen Bureau Inkoop en Aanbestedingen ZuidoostBrabant Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost Overige verbonden partijen Overlegorgaan Nationaal Park De Groote Peel

1,2,3,4,5 Balanscijfers komen uit de jaarrekening 2022.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=85a1061d-0768-48e7-a6b4-0b8c96be2065