GR23.07.14C Planregels Asten Verzamelplan 2022-2 met bijlagen.pdf
Tekst van het document
de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 23 Artikel 23 omschreven aanduidingsregels. 12.7.2 Woondoeleinden Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen’ waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandige deel) mag niet worden vergroot; b. woningsplitsing is niet toegestaan; c. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; d. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 125 m2 per woning; f. in afwijking van het bepaalde onder e. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij een woning worden toegestaan van meer dan 125 m2. Maximaal 25% van het gesloopte oppervlak aan legaal opgerichte bebouwing mag als bijgebouwen worden teruggebouwd, tot een totaal aan vrijstaande bijgebouwen van maximaal 200 m2; g.
de extra oppervlakte aan bijgebouwen zoals onder f. genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; h. sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; i. in afwijking van het bepaalde onder a. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, de inhoud van de woning tot maximaal 900 m3 worden vergroot.
83
Per 50 m3 vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m2 aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt; j. het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m2) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de wijziging en omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden; k. er kan geen toepassing worden gegeven aan de sloopregeling als opgenomen onder f. tot en met j. indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; l. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen; m. de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; n. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; o. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; p. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; q. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 23 omschreven aanduidingsregels; r.
het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden'.
84
Sport - Golfaccommodatie 13.1
Bestemmingsomschrijving
13.1.1 Algemeen De voor 'Sport - Golfaccommodatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een golfaccommodatie en de daarbij behorende voorzieningen; b. horeca, ten dienste van deze bestemming en de golfaccommodatie ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' aan de Gezandebaan; c. routegebonden horeca ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' aan de Gezandebaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - herdenking' is een herdenkingsbos toegestaan; e. ondergeschikte en ondersteunende detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' aan de Gezandebaan; f. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' voor parkeervoorzieningen; g. recreatief medegebruik; h. erfbeplanting; i. de aanleg en instandhouding van landschappelijke elementen; j. behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden in het algemeen; k. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' tevens voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van cultuurhistorische waarden; met daarbij behorende: l. doeleinden van openbaar nut; m. verhardingen; n. waterhuishoudkundige voorzieningen. één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
13.1.2 Specifieke vorm van sport – opslag en werktuigenberging 2 Ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van sport – opslag- en werktuigenberging 2” is uitsluitend een opslag- en/of werktuigenberging toegestaan, voor zover het op te richten bouwwerk en/of het gebruik ervan niet aangemerkt kan worden als geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). 13.2
Bouwregels
13.2.1 Algemeen Uitsluitend mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming. 13.2.2 Algemene bouwregels bouwwerken Afstand tot perceelsgrens/bestemmingsgrens Afstand tot de as van de als ‘specifieke vorm van verkeer –
minimaal 5m
maximaal n.v.t.
30m
n.v.t.
85
gebiedsontsluitingsweg’ aangeduide weg Afstand tot de as van de als ‘specifieke vorm van verkeer – lokale weg’ aangeduide weg
15m
n.v.t.
13.2.3 Situering en bebouwde oppervlakte gebouwen en overkappingen Voor gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn schuilgelegenheden eveneens buiten de aanduiding 'bouwvlak' toegestaan, met uitzondering van daar waar tevens de dubbelbestemming Waterstaat - Waterstaatkundige functie en/of de dubbelbestemming Waterstaat - Waterbergingsgebied aan de gronden is toegekend; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' bedraagt het bebouwingspercentage niet meer dan met deze aanduiding is aangegeven. 13.2.4 Maatvoering Voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende maatvoeringseisen:
86
13.3
Afwijken van de bouwregels
13.3.1 Omgevingsvergunning bouwhoogte overkapping drivingrange Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.2.4 teneinde een bouwhoogte van 10 m voor een overkapping ten behoeve van de drivingrange toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het in het plan beoogde stedenbouwkundig beeld niet wordt geschaad; b. er wordt geen onevenredige schade toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 13.3.2 Omgevingsvergunning hoogte masten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.2.4 teneinde masten met een grotere bouwhoogte toe te staan. Het betreft hier gsm- en/of wifimasten. Hierbij dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van gsm- en/of wifimasten mag niet meer bedragen dan 10 m; b. er zijn maximaal 2 gsm- en/of wifimasten toegestaan; c. de afstand tot de buitenste perceelsgrens van de golfaccommodatie bedraagt minimaal 30 m; d. er mag geen onevenredige schade ontstaan voor omliggende bedrijven en omwonenden; e. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de in de omgeving aanwezige waarden. 13.4
Specifieke gebruiksregels
13.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. voor golfwedstrijden die leiden tot een grootschalige ontwikkeling; b. voor buitenopslag, behoudens ten dienste van de bestemming; c. grootschalige horeca. 13.5
Afwijken van de gebruiksregels
13.5.1 Omgevingsvergunning golfwedstrijden Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 13.4.1 onder a, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. het houden van wedstrijden waarbij het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 300.000 per jaar; b. er mag geen onevenredige schade ontstaan voor omliggende bedrijven en omwonenden; c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de in de omgeving aanwezige waarden; d. er mogen geen significante effecten op het Natura2000-gebied ontstaan.
87
13.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
13.6.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de in het schema onder 13.6.4 opgenomen vergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 13.6.2 Uitzonderingen Het onder 13.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren op grond van voorgaand bestemmingsplan; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; d. de werkzaamheden die gepaard gaan met de aanleg van de landschappelijke maatregelen als opgenomen in Bijlage 1 Landschappelijke maatregelen golfbaan Gezandebaan en Bijlage Landschappelijke maatregelen werktuigenberging Sengersbroekweg; e. welke plaatsvinden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. 13.6.3 Voorwaarden omgevingsvergunning De in 13.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de doeleinden als opgenomen in 13.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 13.6.4 de toetsingscriteria weergegeven.
13.6.4 Vergunningplichtige werken/werkzaamheden vergunningplichtige werken/werkzaamheden het verwijderen van houtopstanden het diepploegen en diepwoelen van de bodem het graven, ophogen en egaliseren van de bodem
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en halfverhardingen groter dan 40 m2
criteria voor vergunningverlening deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het bos- en natuurbeheer deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het bos- en natuurbeheer 1. deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het bos- en natuurbeheer; 2. de werkzaamheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van het reliëf 1. de verhardingen zijn noodzakelijk voor het beheren dan wel verbeteren van gronden dan wel voor het mogelijk maken van extensief recreatief medegebruik; 2. de verhardingen mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige natuurwaarden
88
het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels, dan wel het uitvoeren van werkzaamheden welke direct of indirect de grondwaterstand beïnvloeden het aanbrengen van ondergrondse leidingen
de waterhuishoudkundige situatie mag niet onevenredig worden aangetast
er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de aanwezige natuurwaarden
89
Verkeer 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bewegend en stilstaand verkeer en de daarbij behorende voorzieningen; b. duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen watergangen, zaksloten en infiltratievoorzieningen; c. voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut; d. groen, ter aankleding van niet direct voor bewegend en stilstaand verkeer noodzakelijke gronden, zoals bermen en/of middenbermen; e. bruggen en duikers. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 26.3. 14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze bestemming; b. (ondergrondse) voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en afvalverwijdering.
14.2.2 Overige regels met betrekking tot bebouwing Binnen het bestemmingsvlak mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3,25 meter bedragen, met uitzondering van: a. masten ten behoeve van telecommunicatie, anders dan ten behoeve van het C-2000 netwerk, waarvan de hoogte niet meer dan 20,00 meter mag bedragen; b. voorzieningen voor verlichting, waarvan de hoogte niet meer dan 8 meter mag bedragen. 14.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, nadere eisen stellen conform het bepaalde in artikel 21.2.
90
Wonen 15.1
Bestemmingsomschrijving
15.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woondoeleinden, waarbij per bestemmingsvlak maximaal één woning is toegestaan, , uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' waar het aangeduide aantal woningen is toegestaan’; b. aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie aan de woning, een en ander met bijbehorende voorzieningen; c. hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de woning; met de daarbij behorende: d. tuinen, erven en verhardingen; e. parkeervoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen. 15.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 26.3 . 15.2
Bouwregels
15.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming zoals omschreven in artikel 15.1. 15.2.2 Bouwvlak Indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mag de woning uitsluitend worden opgericht binnen het betreffende bouwvlak. 15.2.3 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - lokale weg' aangeduide weg
minimaal 15 m
maximaal n.v.t.
met dien verstande dat voor zover de bouwwerken binnen een bouwvlak zijn gelegen geen regels gelden t.a.v. de afstand tot de as van de weg. woningen afstand tot de perceelsgrens goothoogte bouwhoogte
minimaal 3m n.v.t. n.v.t.
maximaal n.v.t. 7m 10 m
91
inhoud
maximaal 750 m³ (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: 1. de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; 2. het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam/ bouwmassa daarvan als maximum geldt; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ mag de inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen niet meer bedragen dan 1.000 m3.
vrijstaande bijgebouwen bij woningen afstand tot de perceelsgrens gezamenlijke oppervlakte per woning
minimaal 3m n.v.t.
maximaal n.v.t. 125 m²
gezamenlijke oppervlakte per woning Beekstraat 20 goothoogte bouwhoogte afstand tot woning afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning
n.v.t.
590 m²
n.v.t. n.v.t. 1,5 m 5m
3m 5,5 m 25 m n.v.t.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwhoogte voedersilo's en watersilo's bouwhoogte erfafscheidingen bouwhoogte van carports c.q. overkappingen oppervlakte van een carport c.q. overkapping bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
maximaal 15 m 1 m voor de voorgevel, elders 2 m 3m 20 m² 6m
waarbij herbouw van bestaande woningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’; b. de herbouw plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen.
92
15.3
Specifieke bouwregels
15.3.1 Dove gevel Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' is het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige objecten uitsluitend toegestaan als de gevel(s) ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' worden gebouwd en in stand te worden gehouden als een dove gevel - conform de in onderstaande tabel opgenomen onderzoeksrapporten. Straat Kennisstraat
Huisnummer 2 vanaf een hoogte van 7,5m
Deurneseweg
24
Onderzoeksrapport Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting Kennisstraat 2 te Ommel, M221112.002.002/JME, d.d. 18 november 2022 Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting Deurneseweg 24 te Ommel, 221-ODe24-wl-v2, d.d. 2 maart 2023
15.3.2 Afwijken dove gevel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van artikel 15.3.1 ten aanzien van het bepaalde omtrent dove gevels ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' en toestaan dat één of meer gevels niet als dove gevel worden gerealiseerd, mits door middel van een akoestisch onderzoek is aangetoond dat er uit akoestisch oogpunt geen noodzaak is voor een dove gevel. 15.4
Afwijken van de bouwregels
15.4.1 Bebouwde oppervlakte vrijstaande bijgebouwen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2 teneinde de toegestane bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen te vergroten, mits voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 125 m² vermeerderd met maximaal 25% van het meerdere van de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen, tot een maximum van 200 m². Hierbij dient in ieder geval het meerdere dan wat ingevolge deze regeling is toegestaan te worden gesloopt op hetzelfde perceel en/of op een perceel op een andere locatie. Sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; b. geen omgevingsvergunning voor afwijken kan worden verleend indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; c. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen.
93
15.4.2 Vergroting inhoud woning Ten behoeve van het stimuleren van sloop van overtollige bebouwing kan bevoegd gezag met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2 teneinde de maximale inhoud van een burgerwoning te vergroten tot een inhoud van ten hoogste 900 m³. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. per 50 m³ vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m² aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt op hetzelfde perceel en/of op een perceel op een andere locatie; b. het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m²) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de omgevingsvergunning voor afwijken en de omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden; c. geen omgevingsvergunning voor afwijken kan worden verleend indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; d. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen.
15.4.3 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens/woning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.2 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens en/of de minimum afstand van bedrijfsgebouwen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de noodzaak vanuit een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn; b. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven; d. de wegbeheerder dient te worden gehoord; e. de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; f. aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; g. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel Artikel 23 omschreven aanduidingsregels; h. indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder.
15.4.4 Maatvoering gebouwen en overkappingen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2 teneinde voor carports c.q. overkappingen een hogere bouwhoogte toe te kunnen staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de goot- en bouwhoogte van carports c.q. overkappingen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 5,5 m.; b. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel Artikel 23 omschreven aanduidingsregels.
94
15.4.5 Herbouw woning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2 teneinde herbouw van de bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten en/of in afwijking van de (voormalige) voorgevelrooilijn toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; c. door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in artikel 15.2 wordt in acht genomen. 15.5
Specifieke gebruiksregels
15.5.1 Strijdig gebruik Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten; b. detailhandel; c. verblijfsrecreatie, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in artikel 15.1; d. seksinrichtingen; e. gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; f. kamerverhuur ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. 15.5.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in artikel 15.1.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m²; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; f. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 15.6
Afwijken van de gebruiksregels
15.6.1 Minicamping Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.1 teneinde kleinschalig kamperen en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals
95
sanitaire voorzieningen, toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de omgevingsvergunning voor afwijken kan uitsluitend worden verleend indien het gronden betreft, gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatief ontwikkelingsgebied'; b. slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's campers en toercaravans), alsmede maximaal 5 huuraccommodaties (chalets, blokhutten, stacaravans) per minicamping; c. er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan; d. de reeds toegestane totale oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m2 mag ten behoeve van voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen worden vergroot tot maximaal 125 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van bouwwerken ten behoeve van kleinschalig kamperen maximaal 50 m2 mag bedragen en de goot- en bouwhoogte respectievelijk maximaal 3 m en maximaal 5,5 m mogen bedragen; e. de bebouwde oppervlakte van de huuraccommodatie mag maximaal 50m2 bedragen, de goothoogte maximaal 2,20 m en de bouwhoogte maximaal 3,5 m; f. de voorzieningen worden, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing; g.
er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; h. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; j. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; k. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; l. de omgevingsvergunning voor afwijken mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 23 omschreven aanduidingsregels. 15.6.2 Bed & breakfast Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.1 teneinde als nevenactiviteit bij een woning, bed & breakfast-voorzieningen en dergelijke toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. bed & breakfast vindt plaats in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen; b. ten behoeve van bed & breakfast zijn maximaal 10 slaapplaatsen per woning toegestaan; c.
indien en voor zover er sprake is van cultuurhistorische waarden, mogen deze cultuurhistorische waarden door verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijken niet onevenredig worden aangetast; d. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; f. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling;
96
h. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 23 omschreven aanduidingsregels. 15.6.3 Aan huis verbonden bedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.1.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m² in bestaande bebouwing; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden bedrijf; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de omgeving; f. de activiteit mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; h. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling.
15.6.4 Mantelzorg Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor het gebruik van een bestaand bouwwerk ten behoeve van mantelzorg, zolang dit ten dienste staat van de functie wonen, onder de voorwaarden dat: a. als het gebruik betrekking heeft op een vrijstaand bijgebouw 1. dit een maximale oppervlakte van 125 m2 heeft of het gebruik t.b.v. mantelzorg een oppervlakte beslaat van maximaal 125 m2; en 2. het qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; b. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; c. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d. een verzoek om toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid wordt schriftelijk ingediend en uit de aanvraag blijkt de behoefte aan mantelzorg. Voorts dient de vergunninghouder of een andere betrokkene, de gemeente binnen een redelijke termijn te informeren als het gebruik waarvoor de omgevingsvergunning is verleend is beëindigd. Het betreffende (gedeelte van het) gebouw moet binnen een redelijke termijn weer geschikt worden gemaakt voor de oorspronkelijke functie. Als het gebruik waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, eindigt, trekt het bevoegde gezag deze omgevingsvergunning in.
97
Leiding - Water 16.1
Bestemmingsomschrijving
16.1.1 Algemeen De voor ‘Leiding – Water’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een waterleiding, een en ander met bijbehorende voorzieningen. 16.1.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 26.3. 16.2 Bouwregels Op de in artikel 16.1 bedoelde gronden zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken ten dienste van de leiding, zoals meet- en regelkasten, afsluiterputten en dergelijke. 16.3 Afwijken van de bouwregels Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en) toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de leiding geen bezwaar bestaat. Dienaangaande wordt voor de verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen door bevoegd gezag een advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. Voorts zijn de regels van de andere op deze gronden liggende bestemming(en) van toepassing. 16.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
16.4.1 Verbod Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de in het schema onder artikel 16.4.4 opgenomen vergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 16.4.2 Uitzonderingen Het onder artikel 16.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren op grond van voorgaand bestemmingsplan; c. welke betreffen het normale onderhoud van de leiding. 16.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning De in artikel 16.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de in artikel 16.4.4 opgenomen toetsingscriteria.
98
16.4.4 Vergunningsplichtige werken/werkzaamheden criteria voor vergunningverlening -
-
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen; het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het vellen of rooien van houtgewas.
door de genoemde werken en werkzaamheden mogen geen veiligheidsrisico's ontstaan en de betreffende leiding niet worden aangetast. Dienaangaande vraagt bevoegd gezag advies van de leidingbeheerder.
99
Waarde – Archeologie 2 17.1
Bestemmingsomschrijving
17.1.1 Algemeen De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van de op of in deze gronden aanwezige en/of te verwachten archeologische monumenten. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelvoudige bestemmingen. 17.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 26.3. 17.2
Bouwregels
17.2.1 Verbod Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor ‘Waarde – Archeologie 2’ (mede) bestemde gronden. 17.2.2 Uitzonderingen a. Het onder artikel 17.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: 1. vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders en/of parkeergarages, of gebouwen die tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht; 2. een bouwwerk dat geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt; 3. een bouwwerk waarvan de oppervlakte kleiner is dan 250 m2 of dat minder diep reikt dan 0,4 m beneden maaiveld; 4. bebouwing welke nodig is voor archeologisch onderzoek, met een maximale bouwhoogte van 3 m; 5. gronden waarvan op basis van eerder archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen behoudenswaardige archeologica is aangetroffen. b. Bevoegd gezag is ingeval van verlening van een omgevingsvergunning bevoegd een daartoe aangewezen partij toestemming te verlenen om archeologische waarnemingen te doen ten tijde van de graafwerkzaamheden ten behoeve van het bouwwerk. 17.3
Afwijken van de bouwregels
Bevoegd gezag is bij omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 17.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen indien en voor zover: a. de aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk waarvan de oppervlakte groter is dan 250 m2 en de diepte van de bodemingrepen meer bedraagt dan 0,4 m beneden maaiveld en een en ander op basis van archeologisch onderzoek ofwel is aangetoond dat er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad,
100