GR23.07.14C Planregels Asten Verzamelplan 2022-2 met bijlagen.pdf
Tekst van het document
Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Strijdig gebruik Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval gebruik en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen: a. voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; b. mestbewerking; c. voor detailhandel, behoudens detailhandel als bedoeld in 8.1 en detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit ter plaatse van de aanduiding 'sierteeltbedrijf'; d. voor (ondersteunende) horeca, behoudens ten behoeve van de in 8.1 genoemde maneges. Ten behoeve van de maneges wordt de bestaande oppervlakte ondersteunende horeca als maximaal toelaatbaar geacht; e. voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen;
55
f.
(vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, met uitzondering van afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg; g. voor een seksinrichting. 8.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 8.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m2; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; f. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 8.5
Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1 Aan huis verbonden bedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4.1 onder a. ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m2 in bestaande bebouwing; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden bedrijf; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de omgeving; f. de activiteit mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; h. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling. 8.6
Wijzigingsbevoegdheid
8.6.1 Andere vorm van agrarisch verwant bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde een ander dan in 8.1 voor het perceel voorgeschreven agrarisch verwante of agrarisch-technische bedrijvigheid toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. aangetoond dient te worden dat er sprake is van een ruimtelijke en milieukundige verbetering. Een ruimtelijke en milieukundige verbetering betekent dat er een afname van bebouwing (niet zijn een gemeentelijk monument of een rijksmonument dan wel
56
b. c. d. e. f.
g. h. i.
j. k.
woonboerderijpand) plaatsvindt alsmede een visueel ruimtelijke verbetering van de situatie en/of een vermindering van de milieubelasting; er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; een tweede bedrijfswoning, voor zover niet reeds aanwezig, is niet toegestaan; voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen uit 8.2.3; de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; de wijziging mag niet leiden tot meerdere bedrijven of een bedrijf in milieucategorie 3 of hoger; detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover zulks in ondergeschikte vorm noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling.
8.6.2 Woondoeleinden Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen' (artikel 18) waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandige deel) mag niet worden vergroot; b. de agrarische verschijningsvorm van een voormalige boerderij mag niet worden aangetast; c. woningsplitsing is niet toegestaan; d. de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; e. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 125 m2 per woning; g. in afwijking van het bepaalde onder f. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij een woning worden toegestaan van meer dan 125 m2. Maximaal 25% van het gesloopte oppervlak aan legaal opgerichte bebouwing mag als bijgebouwen worden teruggebouwd, tot een totaal aan vrijstaande bijgebouwen van maximaal 200 m2; h. de extra oppervlakte aan bijgebouwen zoals onder g.
genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; i. sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; j. in afwijking van het bepaalde onder a. kan, indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, de inhoud van de woning tot maximaal 900 m3 worden vergroot.
57
Per 50 m3 vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m2 aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt; k. het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m2) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de wijziging en omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden; l. er kan geen toepassing worden gegeven aan de sloopregeling als opgenomen onder g. tot en met k. indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; m. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen; n. de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; o. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; p. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; q. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; r. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 23 omschreven aanduidingsregels; s.
het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden'. 8.6.3 Woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden wijzigen in de bestemming 'Wonen' waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij in twee woningen - door woningsplitsing - kan worden toegestaan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. woningsplitsing is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' of bij (voormalige) (woon)boerderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingsconcentratie'; b. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) mag niet worden vergroot; c. de agrarische verschijningsvorm van een voormalige boerderij mag niet worden aangetast; d. bij woningsplitsing mag in maximaal 2 woningen worden gesplitst. De woningen dienen een inhoud te hebben van minimaal 350 m3 per woning; e. de splitsing dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; f.
de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 125 m2 per woning. De (voormalige) bedrijfsgebouwen die geen monumentale kwaliteiten bezitten en waarmee een totale maat aan bijgebouwen van 125 m2 per woning wordt overschreden, dienen te worden gesloopt;
58
h. de in 8.6.2 onder g. tot en met m. opgenomen sloopregeling is overeenkomstig van toepassing, zij het dat de maximale oppervlakte bijgebouwen dat wordt teruggebouwd, niet meer dan 200 m2 per woning mag bedragen; i. de extra oppervlakte aan bijgebouwen zoals hiervoor genoemd, mag ook worden gevormd door bestaande bijgebouwen, in plaats van herbouw na sloop, mits de overtollige oppervlakte aan bijgebouwen wordt gesloopt; j. sloop van cultuurhistorische waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; k. de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; l. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; m. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; n. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; o. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 23 omschreven aanduidingsregels; p. het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden'.
59
Bedrijf – Verkooppunt Motorbrandstoffen zonder lpg 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf - Verkooppunt Motorbrandstoffen zonder lpg’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de brandstofvoorziening van motorvoertuigen uitgezonderd lpg; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. wonen in een bedrijfswoning; d. reparatie en verkoop van fietsen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel – reparatie en verkoop van fietsen’; e. en de daarbij behorende voorzieningen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 26.3. 9.2
Bouwregels
9.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijf - Verkooppunt Motorbrandstoffen zonder lpg' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 6.1 genoemde doeleinden, waaronder begrepen een kantoor, een winkel en een wasstraat en één bedrijfswoning; b. uitsluitend ondergrondse opslagtanks en bijbehorende vulpunten; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 9.2.2 Regels ter plaatse van het bouwvlak a. Gebouwen dienen in het bouwvlak te worden gebouwd. b. Het bouwvlak mag geheel worden bebouwd, onder de voorwaarde dat in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein. c. De voorgevel dient voor ten minste 70% in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd. d. De goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 6,50 meter. e. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11,50 meter. 9.2.3 Overige regels met betrekking tot bebouwing a. Het bouwvlak c.q. de voorgevel mag niet door bebouwing worden overschreden, met uitzondering van overschrijding ten behoeve van de bouw van een luifels of vergelijkbare voorzieningen, mits de hoogte niet meer dan 6,00 meter bedraagt; b. Binnen het bestemmingsvlak mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 3,25 meter bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 1,00 meter mag bedragen of niet meer dan 2,00 meter indien: 1.
gelegen minimaal 1,00 meter achter de voorgevel uitgezonderd bij de hoek van hoekpercelen, waarvoor geldt minimaal 3,00 meter achter de voorgevel en 45 graden uit de hoek van de achterliggende woning en; 2. gelegen minimaal 1,00 meter uit de bestemming Verkeer of Groen.
60
9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, nadere eisen stellen conform het bepaalde in artikel 21.2. 9.4
Afwijking van de bouwregels
9.4.1 Afwijking voor het overschrijden van de maximale hoogte van erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor het realiseren van erfafscheidingen met een hoogte van maximaal 2,00 meter op een afstand van minder dan 1,00 meter uit de bestemming Verkeer onder de voorwaarden dat: a. de erfafscheiding minimaal 1,00 meter achter de lijn in het verlengde van de feitelijke voorgevel van de woning (gelet op de oriëntatie van de woning en situering van de woning op het bouwperceel) ligt; b. gelet op de situering en/of wijze van uitvoering van de erfafscheiding, geen nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid ontstaan; c. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; d. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 9.5
Specifieke gebruiksregels
9.5.1 Specifieke gebruiksregels voor de gronden Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden anders dan voor: a. open bedrijfsterrein; b. parkeren; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. groen en/of tuin; e. oppervlakteverhardingen; f. opslag en de uitstalling van goederen, achter de naar de weg gekeerde bouwgrens en/of bijgebouwgrens tot een hoogte van niet meer dan 2,00 meter. 9.5.2 Specifieke gebruiksregels voor de opstallen Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de opstallen: a. voor bewoning, tenzij het bewoning van bedrijfswoningen betreft; b. voor detailhandel, met uitzondering van de verkoop van nevenproducten, dan wel producten waarvan de verkoop voortvloeit uit, en ondergeschikt is aan het 'Bedrijf – Verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg', mits de verkoopruimte één geheel vormt met het brandstofverkooppunt en de bedrijfsvloeroppervlakte van de detailhandelsactiviteiten niet meer bedraagt dan 75 m²; c. groothandel; d. voor dienstverlening; e. voor horeca, anders dan voor het nuttigen van ter plaatse verkrijgbare spijzen en dranken en voorts ondergeschikt aan het toegelaten gebruik; f. voor kantoren, anders dan als onderdeel van de bedrijfsactiviteiten; g. voor recreatie; h.
als verkooppunt van explosiegevaarlijke stoffen; i. voor industriële doeleinden;
61
j.
voor opslag, anders dan in verband met het toegestane gebruik, die valt onder de Wet milieubeheer.
62
Bedrijventerrein 10.1
Bestemmingsomschrijving
De voor Bedrijventerrein aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven, opgenomen in categorie 2 en 3 van de staat van bedrijfsactiviteiten; b. uitsluitend categorie 1 bedrijven van de staat van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 1'; c. uitsluitend categorie 2 bedrijven van de staat van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2'; d. internetwinkels en postorderbedrijven; e. bedrijfsverzamelgebouwen, met dien verstande dat voor zover aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - kantoor op verdieping', zelfstandige kantoorruimte op de verdieping is toegestaan waarvan het aantal vierkante meters BVO ten behoeve van zelfstandige kantoorruimte niet meer mag bedragen dan aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte'; f.
ondersteunende kantoorfaciliteiten, direct gekoppeld aan de bedrijfsactiviteiten, die maximaal 30% van het bedrijfsvloeroppervlak mogen beslaan, met dien verstande dat voor bouwpercelen waar ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds een hoger percentage is vergund, dit hogere percentage is toegestaan;
g. productiegebonden detailhandel, tot een maximum van 100 m² bvo per bedrijf, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotsmiddelen; h. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', met een maximum van 1 bedrijfswoning per bestemmingsvlak; i.
oppervlakteverhardingen;
j.
parkeervoorzieningen;
k. waterhuishoudkundige voorzieningen; l.
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut;
m. en de daarbij behorende overige voorzieningen waaronder groenvoorzieningen, open terreinen en technische installaties, nodig voor het doen functioneren van het betreffende bedrijf. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 26.3. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op de voor Bedrijventerrein aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
63
a. gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van de in 10.1 genoemde doeleinden, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'zone uitsluitend voor bedrijfswoningen', geen bedrijfsgebouwen zijn toegestaan; b. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', met een maximum van 1 bedrijfswoning per bestemmingsvlak; c. bijgebouwen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
10.2.2 Regels ter plaatse van het bouwvlak a. Gebouwen dienen in het bouwvlak te worden gebouwd. b. Het maximum bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 70 % van het bouwperceel, mits daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking. c. De afstand van gebouwen tot minimaal 1 zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 6 meter. d. De goothoogte van gebouwen, geen woning zijnde, mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangeduid, met dien verstande dat bij daken in de vorm van een lessenaarsdak, ter plaatse van de niet naar de weg gekeerde gevels, de hoogte niet meer mag bedragen dan de ter plaatse aangeduide maximale goothoogte; e. De bouwhoogte van gebouwen, geen woning zijnde, mag niet meer bedragen dan 12,00 meter, met uitzondering van de gronden waar ter plaatse van de aanduiding ´maximale bouwhoogte een afwijkende maximaal toegestane bouwhoogte is aangeduid; f.
De oppervlakte van een bouwperceel mag niet meer bedragen dan 5.000 m², met uitzondering van bouwpercelen die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan een grotere oppervlakte hebben. Voor deze bedrijven geldt het oppervlak op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan als maximum.
g. ter plaatse van de aanduiding 'nokrichting' dient het laagste punt van het dak gesitueerd te zijn aan de zijde van de aangrenzende woonbestemming, met dien verstande dat vanaf de zijde van de aangrenzende woonbestemming een dakhelling is toegestaan van maximaal 20 graden; h. In afwijking van het bepaalde onder g, is indien de goothoogte aan de zijde van de aangrenzende woonbestemming minder dan 6 meter bedraagt, of indien de bebouwing niet op de grens van het bouwvlak gesitueerd is, een dakhelling van meer dan 20 graden toegestaan, waarbij de hoogte nergens meer mag bedragen
64
dan indien de goothoogte op de grens van het bouwvlak 6 meter zou bedragen en sprake zou zijn van een dakhelling van 20 graden. 10.2.3 Bedrijfswoningen a. De inhoud van een bedrijfswoning (inclusief aangebouwde bijgebouwen) mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume' is aangeduid. b. De bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 11,00 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding goothoogte bedrijfswoning', de goothoogte niet meer dan 6 meter mag bedragen; c. De voorgevel dient voor ten minste 70% in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd. d. De gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning mag niet meer dan 60 m² bedragen. e. De goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 3,25 meter bedragen. f.
De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 5,50 meter bedragen.
g. De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer dan 15 meter bedragen. h. Bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan minimaal 3 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning; i.
Binnen het bestemmingsvlak mag minimaal 1,00 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning een carport gebouwd worden met een oppervlakte van maximaal 25 m² en een hoogte van 3,25 meter.
10.2.4 Overige regels met betrekking tot bebouwing Binnen het bestemmingsvlak mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 3,25 meter bedragen, met een maximale oppervlakte van 25 m² buiten het bouwvlak, met uitzondering van: a. voorzieningen voor verlichting, waarvan de hoogte niet meer dan 8 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor zover het bedrijfsperceel grenst aan een woonbestemming, de hoogte van voorzieningen voor verlichting binnen 16 meter van de perceelsgrens met de woonbestemming, maximaal 4 meter mag bedragen; b. erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 2,50 meter mag bedragen.
65
10.2.5 Minimale omvang bouwperceel a. De oppervlakte van een bouwperceel mag niet minder dan 1.000 m² bedragen, met uitzondering van bouwpercelen die deel uitmaken van een bedrijfsverzamelgebouw; b. Voor bestaande bouwpercelen kleiner dan 1.000 m², die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds kleiner zijn dan 1.000 m², geldt de omvang op dat moment als minimum, met dien verstande dat in het geval de omvang nadien groter is, maar kleiner dan 1.000 m², deze omvang als minimum geldt. 10.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen conform het bepaalde in 21.2. 10.4
Afwijken van bouwregels
10.4.1 Hogere bouwhoogte Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de maximale goot en/of bouwhoogte zoals bepaald in 10.2.2 en: a. een verhoging van de maximale bouwhoogte van maximaal 10% toestaan voor gebieden waar een maximale bouwhoogte is toegestaan van 12 meter, en voor zover geen maximale goothoogte is opgenomen, mits: 1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; 2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel; 3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking; b. een bouwhoogte tot maximaal 12 meter toestaan voor zover ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' een maximale bouwhoogte is aangegeven van 8 of 10 meter, mits: 1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; 2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel; 3.
geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
66
4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking; c. een goot- en bouwhoogte tot maximaal 11 meter toestaan ter plaatse van de aanduiding 'specfieke bouwaanduiding - afwijking maximale hoogte', mits: 1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; 2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel; 3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking; d. een goothoogte tot maximaal 8 meter toestaan voor zover ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' een maximale goothoogte is aangegeven van 6 meter, mits: 1.
het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; 2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel; 3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking. 6. de afstand tot de grens van het bouwvlak, voor zover het bedrijfsperceel grenst aan een woonbestemming, aan de zijde van een aangrenzende woonbestemming minimaal 5 meter bedraagt; e. een bouwhoogte tot maximaal 8 meter toestaan voor zover ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' een maximale bouwhoogte is aangegeven van 6 meter, mits: 1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
67
2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel; 3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking. 10.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak tot een grotere hoogte dan is toegestaan onder de voorwaarden dat: a. de hoogte niet meer bedraagt dan de maximale bouwhoogte die is toegestaan voor gebouwen zoals bepaald in 10.2.2 en 10.4.1; b. het geen erfafscheidingen betreft; c. deze bouwwerken, geen gebouw zijnde, vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering noodzakelijk zijn; d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; e. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; f.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.
10.4.3 Hoger maximum bebouwingspercentage Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2.2 sub b en een hogere maximum bebouwingspercentage toestaan tot maximaal 80%, mits: a. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel; b. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; e. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van
68
inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking. Voor percelen waarvoor op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds een hoger bebouwingspercentage van toepassing is dan 70%, geldt dat dit hogere percentage geacht wordt te zijn vergund, tot een maximum van 80%. 10.4.4 Kleinere afstand tot zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2.2 sub c en een kleinere afstand van gebouwen tot, danwel in de zijdelingse perceelsgrenzen toestaan, mits: a. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; c. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; d. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking. 10.5
Specifieke gebruiksregels
Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik: a. voor bewoning, tenzij het bewoning van bedrijfswoningen betreft, waarbij bewoning van vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoningen niet is toegestaan; b. voor detailhandel, anders dan bedoeld in 10.1; c. voor tuincentra; d. voor dienstverlening, anders dan bedoeld in 10.1; e. voor horeca; f.
voor zelfstandige kantoren, anders dan bedoeld in 10.1;
g. voor verblijfsrecreatie; h. als verkooppunt voor motorbrandstoffen of andere explosiegevaarlijke stoffen, met uitzondering van de verkoop van motorbrandstoffen ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; i.
voor open opslag, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'opslag', waar open opslag in verband met het toegestane gebruik en met een maximale hoogte van 4 meter is toegestaan en met uitzondering van de gronden waarvoor ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan reeds op basis van een omgevingsvergunning of melding open opslag is
69
toegestaan, waarbij de vergunde of in de melding opgenomen hoogte als maximum geldt; j.
geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
k. risicovolle inrichtingen, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'. l. 10.6
Groothandel in en opslag van vuurwerk en munitie. Afwijken van gebruiksregels
10.6.1 Afwijken bedrijfstypen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1 a t/m c ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 10.1 a t/m c indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 10.1 a t/m c; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 10.1 a t/m c, maar niet in de staat van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd; c. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in categorie 2 van de staat van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 1', indien is aangetoond dat er geen sprake is van nadelige milieuhygiënische gevolgen voor omliggende milieugevoelige functies; d.
de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in categorie 3.1 van de staat van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2, indien is aangetoond dat er geen sprake is van nadelige milieuhygiënische gevolgen voor omliggende milieugevoelige functies, met dien verstande dat afwijking uitsluitend is toegestaan voor zover de gronden gelegen zijn op meer dan 50 meter van de dichtstbijzijnde gevel van een woning, niet zijnde een bedrijfswoning, die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is; e. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in categorie 4 van de staat van bedrijfsactiviteiten, indien is aangetoond dat er geen sprake is van nadelige milieuhygiënische gevolgen voor omliggende milieugevoelige functies, dit met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2, waar bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van bedrijfsactiviteiten in categorie 4 van de staat van bedrijfsactiviteiten niet is toegestaan; f.
voor bedrijfsactiviteiten als bedoeld in a tot en met d, die op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan reeds vergund zijn en ter
70
plaatse ook nog onderdeel uitmaken van de bedrijfsactiviteiten, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn verleend. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. 10.6.2 Open opslag Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor het toestaan van open opslag, mits: a. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel; b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; c. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; e. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
10.6.3 Afwijking ondersteunende kantoorfaciliteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor het toestaan van ondersteunende kantoorfaciliteiten tot maximaal 40% van het bedrijfsvloeroppervlak, mits: a. dit noodzakelijk is ten behoeve van de bedrijfsvoering; b. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; c. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
71
10.6.4 Aan huis gebonden beroep, aan huis gebonden bedrijf of ambachtelijk bedrijf Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor een aan huis gebonden beroep, aan huis gebonden bedrijf of ambachtelijk bedrijf, mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat: a. de bedrijfsactiviteiten zich beperken tot een oppervlakte van maximaal 50 m² onder de voorwaarde dat de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; b. de activiteiten uitsluitend door de bewoner uitgevoerd worden; c. de activiteiten niet vergunningsplichtig zijn ingevolge de Wet milieubeheer; d. het aan huis gebonden bedrijven betreft zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels of het bedrijfsactiviteiten betreffen van milieucategorie 1-bedrijven volgens de staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 is opgenomen bij deze regels, dan wel naar oordeel van burgemeester en wethouders daarmee vergelijkbare activiteiten; e. er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane gebruik; f.
het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse;
g. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 10.7 Wijzigingsbevoegdheid 10.7.1 Verwijderen aanduiding ‘bedrijfswoning’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'bedrijfswoning' te verwijderen mits de bedrijfswoning ter plaatse niet (meer) als zodanig aanwezig is of voor de duur van ten minste twee jaar niet meer als zodanig in gebruik is. 10.7.2 Grotere oppervlakte bouwperceel Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en een grotere oppervlakte van een bouwperceel toe te staan, onder de volgende voorwaarden: a. De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om op het in gebruik zijnde bestemmingsvlak tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte door middel van zorgvuldig ruimtegebruik. b. Er zijn aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn aanwezig die noodzaken tot uitbreiding of vestiging ter plaatse. c. De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om het bedrijf te verplaatsen naar of te vestigen op een bedrijventerrein in een nabij gelegen stedelijk concentratiegebied of bovenregionaal bedrijventerrein. d. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan.
72
Groen 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, waaronder trapvelden, speelplaatsen, (bos)plantsoenen en waterpartijen met de daarbij behorende voorzieningen; b. voet- en fietspaden; c. duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen watergangen, zaksloten en infiltratie- en buffervoorzieningen; d. voorzieningen ten behoeve van openbaar nut. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van deze bestemming; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals straatmeubilair, zitbanken, afvalbakken, honden- en speelvoorzieningen, ten behoeve van deze bestemming. 11.2.2 Overige regels met betrekking tot bebouwing a. De oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 20 m². b. De hoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,25 meter. c. De hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,25 meter met uitzondering van erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 1,00 meter mag bedragen. 11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, nadere eisen stellen conform het bepaalde in artikel 21.2. 11.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: het gebruik van gronden als standplaats voor de verkoop van goederen en diensten, tenzij het geen onomkeerbare verandering van de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden tot gevolg heeft en geen belemmering vormt voor de verkeersafwikkeling.
73
Recreatie 12.1
Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatieve voorzieningen met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen met dien verstande dat de door een figuur 'relatie' gekoppelde bestemmingsvlakken samen één bestemmingsvlak vormen; b. ondersteunende horeca; c. uitsluitend de activiteiten zoals opgenomen in de tabel onder 12.1.2; d. daar waar een bedrijfswoning is toegestaan, zijn tevens aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie toegestaan, een en ander met bijbehorende voorzieningen; e. hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning; met de daarbij behorende: e. groenvoorzieningen; f. erven en verhardingen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. parkeervoorzieningen. met dien verstande dat: i. binnen de bestemming is detailhandel toegestaan, uitsluitend in ondergeschikte vorm en dienstbaar aan de ter plaatse toegestane recreatieve voorzieningen met een maximum verkoopvloeroppervlak van 200 m2. 12.1.2 Tabel recreatie ter plaatse adres van de aanduiding
activiteiten
aantal max. max. bedrijfs oppervlakte gebruikswoning bedrijfsoppervlakte en gebouwen in in m2 m² ondersteunende horeca
'specifieke Tureluurweg 7 landschapscamping 1 vorm van inclusief: recreatie 100 landschapsc kampeerplaatsen, amping' waarvan er 40 enkel in gebruik genomen kunnen worden in de periode van april t/m augustus; 5 trekkershutten; 10 recreatiewoningen; een zwembad;
2400, 100 m2 waarvan: - 400 t.b.v. trekkershutten ; 300 t.b.v. recreatiewonin gen - 300 t.b.v. recreatief verblijf (receptie/recre atieruimte/was ruimte) - 1200 t.b.v.
74
inpandige statische opslag tot max. 1200 m²; bed & breakfast in de bedrijfswoning tot max. 10 (eenpersoons)bed den; routegebonden horeca conform artikel 12.4.2.
statische opslag - 100 t.b.v. ondersteunend e recreatieve voorzieningen - 100 t.b.v. horecavoorzien ingen
12.1.3 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 26.3. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken ten behoeve van de in 12.1 toegestane activiteiten. 12.2.2 Bouwvlak Indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen het betreffende bouwvlak. In afwijking hiervan zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie landschapscamping' (Tureluurweg 7) trekkershutten, recreatiewoningen en ondersteunende recreatieve voorzieningen buiten het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat recreatiewoningen uitsluitend mogen worden opgericht ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – recreatiewoningen’ 12.2.3 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen
min.
max.
afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer stroomweg' aangeduide weg
100 m tot de rijksweg A67; 50 m tot overige stroomwegen
n.v.t.
afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg
30 m
n.v.t.
afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer lokale weg' aangeduide weg
15 m
n.v.t.
oppervlakte zwembad binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie landschapscamping' (Tureluurweg 7)
n.v.t.
400 m2
75
met dien verstande dat voor zover de bouwwerken binnen een bouwvlak zijn gelegen geen regels gelden t.a.v. de afstand tot de as van de weg. bedrijfsgebouwen algemeen
min.
max.
afstand tot de perceelsgrens
3m
n.v.t.
goothoogte
n.v.t. 5,5 m
bouwhoogte
n.v.t. 10 m
afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning
5m
n.v.t.
afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning
5m
n.v.t.
met dien verstande dat voor zover de bedrijfsgebouwen binnen een bouwvlak zijn gelegen geen regels gelden t.a.v. de afstand tot de as van de weg. bedrijfswoning
min.
max.
afstand tot de perceelsgrens
3m
n.v.t.
goothoogte
n.v.t.
5,5 m
goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - landschapscamping' (Tureluurweg 7)
n.v.t.
7m
bouwhoogte
n.v.t.
10 m
inhoud
maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon) boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt.
waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; b. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning
min.
max.
76
afstand tot de perceelsgrens
3m
n.v.t.
gezamenlijke oppervlakte per woning
n.v.t.
80 m2
goothoogte
n.v.t.
3m
bouwhoogte
n.v.t.
5,5 m
afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning
5m
n.v.t.
afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning
1,5 m
25 m
waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - saneringslocatie' in afwijking van het in het vorengaande bepaalde, de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij de woning niet meer dan 200 m2 mag bedragen. bouwwerken, geen gebouwen zijnde
max.
bouwhoogte erfafscheidingen
1 m voor de voorgevel, elders 2 m
bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen
3m
oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport 20 m2 c.q. overkapping bouwhoogte lichtmasten
9m
bouwhoogte ballenvanghekken
7,5 m
bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
6m
waarbij de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan aangegeven in de Tabel recreatie onder 12.1.2, en; waarbij voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie landschapscamping' (Tureluurweg 7) aanvullend en in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte en goothoogte en oppervlakte van bedrijfsgebouwen, de volgende bouwregels gelden: gebouwen
max.
Oppervlakte trekkershutten
100 m2
Oppervlakte recreatiewoningen
300 m²
Oppervlakte gebouwen binnen bouwvlak ten behoeve van recreatief verblijf (receptie / recreatieruimte / wasruimte)
300 m²
Oppervlakte gebouwen binnen het bouwvlak ten behoeve van statische opslag
1200 m²
Oppervlakte ondersteunende recreatieve voorzieningen buiten bouwvlak
100 m²
12.3
Afwijken van de bouwregels
77
12.3.1 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens/bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.2.3 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens en/of de minimum afstand van bedrijfsgebouwen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering (voor zover het een recreatiebedrijf betreft) en/of een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn; b. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven; d. de wegbeheerder dient te worden gehoord; e. de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; f. aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; g. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 23 omschreven aanduidingsregels; h. indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder.
12.3.2 Vergroting toegestane oppervlakte bedrijfsgebouwen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.2.3 teneinde de voorgeschreven maximale bebouwde oppervlakte in m2 te vergroten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de in 12.2.3 opgenomen maximale bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot; b. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van de omliggende (niet)agrarische bedrijven en andere functies; c. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; d. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; e. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; f. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; g. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 23 omschreven aanduidingsregels; h. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
12.3.3 Herbouw bedrijfswoning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.2.3 teneinde herbouw van de bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten en/of in afwijking van de (voormalige) voorgevelrooilijn toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning;
78
c. door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in 12.2.312.2.2 wordt in acht genomen. 12.4
Specifieke gebruiksregels
12.4.1 Strijdig gebruik In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik en/of laten gebruiken van gronden en opstallen: a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, voorwerpen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoning(en) en het gebruik ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf conform 12.5.2 en mantelzorg conform 12.5.3; c. voor permanente bewoning van kampeermiddelen met inbegrip van stacaravans en tiny houses; d. voor lawaaisporten; e. voor militaire oefeningen; f. voor detailhandel, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 12.1; g. voor horeca, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 12.1; h. (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, met uitzondering gebruik dat op basis van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 12.5.3 is toegestaan; i. voor verblijfsrecreatie, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 12.1, in welke gevallen recreatiewoningen bedrijfsmatig worden beheerd; j. voor een seksinrichting; k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - landschappelijke inpassing' voor het aanbrengen van verhardingen; l.
voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik. 12.4.2 Routegebonden horeca Tureluurweg 7 Routegebonden horeca is bij het recreatiebedrijf aan de Tureluurweg 7 uitsluitend als nevenfunctie toegestaan, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van (horeca)voorzieningen en bebouwing, zoals bijvoorbeeld de kantine en terras; b. parkeren vindt plaats binnen de bestemming 'Recreatie'; c. de exploitatie van de routegebonden horeca wordt uitgevoerd door de exploitant van het recreatiebedrijf; d. de routegebonden horeca vindt plaats in de dagperiode (tussen zonsopgang en zonsondergang); e. de activiteit maakt geen onderdeel uit van (zelfstandige) arrangementen en bijeenkomsten van persoonlijke aard.
79
12.4.3 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 12.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m2; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; f. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 12.5
Afwijken van de gebruiksregels
12.5.1 Besloten bedrijfsactiviteiten Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken teneinde het tijdelijk gebruik van de gronden binnen de bestemming 'Recreatie' voor het houden van besloten bedrijfsactiviteiten, zoals bedrijfspresentaties, productpresentaties en bijeenkomsten voor bedrijfsrelaties, anders dan evenementen die betrekking hebben op grond van het binnen de bestemming toegestane gebruik. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de organisator van de activiteit heeft een duidelijke relatie met de recreatieve hoofdfunctie; b. de besloten activiteit duurt maximaal één dag en mag maximaal 10 keer per jaar plaatsvinden; c. detailhandel is niet toegestaan; d. er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd; e. de aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn. Dit betekent dat het houden van een besloten bedrijfsactiviteit niet mag leiden tot blijvende/ onomkeerbare voorzieningen/ ingrepen; f. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden; g. een besloten bedrijfsactiviteit is geen bijeenkomst van persoonlijke aard. 12.5.2 Aan huis verbonden bedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor het gebruik van een bestaand bouwwerk ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf.
Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m2 in bestaande bebouwing; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden bedrijf; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de omgeving;
80
f.
de activiteit mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; h. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling. 12.5.3 Mantelzorg Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor het gebruik van een bestaand bouwwerk ten behoeve van mantelzorg, zolang dit ten dienste staat van de functie wonen, onder de voorwaarden dat: a. als het gebruik betrekking heeft op een vrijstaand bijgebouw 1. dit een maximale oppervlakte van 80 m2 heeft of het gebruik t.b.v. mantelzorg een oppervlakte beslaat van maximaal 80 m2 en 2. het qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; b. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; c. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d. een verzoek om toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid wordt schriftelijk ingediend en uit de aanvraag blijkt de behoefte aan mantelzorg. Voorts dient de vergunninghouder of een andere betrokkene, de gemeente binnen een redelijke termijn te informeren als het gebruik waarvoor de omgevingsvergunning is verleend is beëindigd.
Het betreffende (gedeelte van het) gebouw moet binnen een redelijke termijn weer geschikt worden gemaakt voor de oorspronkelijke functie. Als het gebruik waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, eindigt, trekt het bevoegde gezag deze omgevingsvergunning in. 12.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
12.6.1 Verbod Het is verboden op de ter plaatse van de aanduiding 'natuurwaarden' dan wel 'specifieke vorm van recreatie - landschappelijke inpassing' gelegen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de in het schema onder 12.6.4 opgenomen vergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 12.6.2 Uitzonderingen Het onder 12.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren op grond van voorgaand bestemmingsplan; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschaps- en natuurbeheer. 12.6.3 Voorwaarden omgevingsvergunning De in 12.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de doeleinden als opgenomen in 12.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 12.6.4 de toetsingscriteria weergegeven.
81
12.6.4 Vergunningplichtige werken/werkzaamheden vergunningplichtige werken/werkzaamheden
criteria voor vergunningverlening
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en halfverhardingen
3. de verhardingen zijn noodzakelijk voor het beheren dan wel verbeteren van bos en natuur dan wel voor het mogelijk maken van (extensief) recreatief (mede)gebruik; 4. de verhardingen mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige natuurwaarden en/of landschappelijke waarden
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 3. 'overige zone - NNB' mits het de bestemmingsvlakken betreffen, gelegen aan 4. de Gezandebaan (visvijver en manege): - het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 cm onder maaiveld, een en ander voor zover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; - de aanleg van drainage of het verlagen van de drainagebasis; - het verlagen van de waterstand door de aanleg van de beregeningsinstallaties; - het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 40 m2, anders dan een bouwwerk het verwijderen van houtopstanden
12.7
de waterhuishoudkundige situatie mag niet onevenredig worden aangetast; het betrokken waterschapsbestuur wordt gehoord.
er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de aanwezige natuurwaarden en/of landschappelijke waarden
Wijzigingsbevoegdheid
12.7.1 Recreatieve activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen de in 12.1 toegestane recreatieve voorzieningen toestaan de bedrijfsactiviteiten te wijzigen in één van de volgende dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. deze wijziging heeft uitsluitend betrekking op bestemmingsvlakken gelegen binnen het recreatief ontwikkelingsgebied; b. dagrecreatie kan worden toegestaan in de vorm van een kinderboerderij, theeschenkerij en qua aard en omvang overeenkomstige bedrijven;
82
c. verblijfsrecreatie kan worden toegestaan met een maximum van 500 m2 per bestemmingsvlak; d. voor mini-campings geldt een maximum van 25 kampeerplaatsen; e. de in 12.2.1 voor een bestemmingsvlak aangegeven bebouwde oppervlakte (zowel de maximale bebouwde oppervlakte als de oppervlakte voor ondersteunende horeca) van gebouwen (exclusief bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen), mag niet worden overschreden; f. ten behoeve van recreatieve activiteiten is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum van 100 m2 per bedrijf; g. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; h. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; i. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; j. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; k. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; m.