CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR23.07.14B Bijlage g - Ruimtelijke onderbouwing schoolomgeving Voordeldonk.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2022-221.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

10

Afbeelding 3: Weiland huidige situatie met bosrand

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

•

11

Afbeelding 4: Dode zomereiken rechts voor naast het plangebied met spechten holen

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

12

•

Afbeelding 5: Sporen van recreatie in de bosrand

•

Afbeelding 6 Bosrand

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

13

•

Afbeelding 7: Mountainbikepaden (veel recreatie)

•

Afbeelding 8: Aanzicht weiland vanuit bosrand

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

•

14

Afbeelding 9: Recreatief pad stukje bos is omheind

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

•

15

Afbeelding 10: Omheind bos

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

16

•

Afbeelding 11: Weiland met begroeiing en aanrijroute naast de school

•

Afbeelding 12: Laan met zomereiken naast de school

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

17

•

Afbeelding 13: Bos aan de voorzijde van de school

•

Afbeelding 14: Begroeide rand met eiken, naaldbomen en klimop

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Flora algemeen De planlocatie betreft een weiland omsloten door bos. Het bos bestaat voornamelijk uit zomereiken die tot 70 jaar oud zijn. Ook staan er grote stukken van grove dennen in het bos. Deze zijn over het algemeen jonger in leeftijd in vergelijking met de zomereiken. Aan de rand van de school staan enkele brem struiken en aan de andere ant zijn enkele bomen begroeid met klimop. Aan de voorzijde van de school staan ook zomereiken van circa 30-40 jaar oud, evenals de laan naast de school, deze zijn ook circa 30-40 jaar oud, die ook in laanvorm zijn gepland. Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort.

Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017). Eekhoorn Waarschijnlijk doordat er veel gerecreërd wordt en er veel (loslopende) honden aanwezig zijn in het bos zijn, er geen sporen van eekhoorns of (slaap) nesten gevonden. Tevens worden er met de werkzaamheden geen bomen verwijderd. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. Bever Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten.

Das Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Dassen zullen eerder hun leefgebied hebben in de nabij gelegen natuurgebieden en de aansluitende weilanden. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Het bos is een druk bezochte plek met betrekking tot recreatie. Er zijn veel wandelpaden en mountainbikeroutes aanwezig waardoor het bos erg onrustig is.

18

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Naast de onderzoekslocatie bevindt zich het school Eventuele verblijfsplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de bouwlocatie en de aard van de ingreep geen hinder. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen.

In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. Door de aanleg van de parkeerplaatsen worden er enkele straat lataarn geplaats dit zal geen verstoring tot gevolg hebben omdat er veel lataarns aanwezig zijn en deze lataarsn niet in de bosranden staan. Waar zich nu de routes van de daar voorkomende vleermuizen bevinden. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. Er zijn aan de rand van het bos vrijwel geen holtes waargenomen waarin vleesmuizen zouden kunnen verblijven. De bosrand zal vooral worden gebruikt om te fourageren. Doordat dergelijke lijnvormige elementen niet worden aangetast op de onderzoekslocatie (zelfs uitgebreid), worden er geen potentiële vliegroutes verstoord. Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het (buiten)gebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil en de kerkuil.

Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Evenmin worden er met de beoogde werkzaamheden bomen verwijderd. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde. Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Eveneens worden er met de

19

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

beoogde werkzaamheden geen bomen gekapt, zodat het wegnemen van een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten. Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoekslocatie aanwezig. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie binnen agrarisch gebied en de mate van recreatie wat in dit bos plaatsvindt, zijn deze niet aangetroffen. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. De locatie is in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Er is tevens geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd.

Er zijn geen nesten van huismussen gevonden in de aanwezige gebouwen. Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Er zijn geen nesten van overige broedvogels aangetroffen. Er zijn vogels gezien en gehoord, namelijk: •

Tabel 1: overzicht waargenomen vogels

Soort Koolmees Houtduif Ekster Vlaamse gaai Roodborst Winterkoning

Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm, de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater.

20

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder de takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Wet natuurbescherming een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.

2.3

Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt niet plaats. De onderzoekslocatie vormt een geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat het gebouw als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.

vissen

waargenomen.

De

Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

21

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Hoofdstuk 3

3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.

3.1

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De bouwwerkzaamheden zullen bij voorkeur worden gestard buiten het broedseizoen.

Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

22

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Literatuur • • • • •

• • • • •

• • • • • • • • • • •

23

Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017.

www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.ndff.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

1 Waarnemingen Bijlage

24

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

2 Effecten indicator soorten Bijlage

29

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

30

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

31

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

32

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

33

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

3 Plan projectlocatie Bijlage

34

Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 2

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Inhoud

1 Inleiding............................................................................................................................................................. 3 1.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 3 1.2 Wet – en Regelgeving............................................................................................................................ 4 1.3 Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................................... 4 2 Onderzoeksmethodiek .................................................................................................................................. 4 3. Resultaten ........................................................................................................................................................ 5 3.1 Algemeen beeld planlocatie..........................................................................................................

5 3.2 Flora en Fauna ..................................................................................................................................17 3.2.1 Vogels...............................................................................................................................................17 3.2.2 Zoogdieren .....................................................................................................................................17 3.2.3 Reptielen, Amfibieën en Vissen ...............................................................................................17 3.2.4 Libellen, dagvlinders en overige insecten ............................................................................17 3.2.5 Vaatplanten....................................................................................................................................17 3.2.6 Gebiedsbescherming ..................................................................................................................17 4 Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................................18 4.1 aanwezigheid beschermde flora en fauna ...................................................................................18 4.2 Aanbevolen vervolgstappen

..........................................................................................................18 4.3 Maatregelen ter voorkoming van overtreding van de Wet Natuurbescherming ............18 BRONNEN ............................................................................................................................................................20 Literatuur algemeen ...................................................................................................................................20 Internet ...........................................................................................................................................................20 BIJLAGE 1 ...........................................................................................................................................................21 BIJLAGE 2 ...........................................................................................................................................................22 BIJLAGE 3 ...........................................................................................................................................................23 BIJLAGE 4 ...........................................................................................................................................................29

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 3

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Stichting PRODAS is d.d. 25-02-2021 een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. De locatie betreft een gebouwencomplex aan de Bergweg 60 te Asten. De gebouwen worden benut als basisschool, gepositioneerd direct tussen het zuidoostelijk deel van Asten en Voordeeldonk. Het complex wordt omringd door een enge groene zone dat onderdeel uitmaakt van Natuur Netwerk Brabant. Deze wordt ter plaatse aan zowel de oost- als westzijde geflankeerd door akkerbouw. De initiatiefnemer is voornemens om een deel van de gebouwen te renoveren en overige delen te slopen ten behoeve van nieuwbouw met een zelfde bestemming als de huidige.

A

B

N C

E I

F D

H

G

Figuur 1: Overzicht onderzoekslocatie te Asten. Rode arcering (dik): geïnspecteerde planlocatie. Pijlen A tot en met I duiden de posities aan vanuit waar onderstaande foto’s zijn genomen. Witte stip: positie vleermuismonitoring. Een QuickScan flora en fauna heeft als doel om, op basis van een eerste indruk, in te schatten of er op de betreffende locatie volgens de Wet Natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn dan wel te verwachten zijn. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden welke volgens overige natuurwetgeving zijn beschermd of deel uitmaken van het Nationaal Natuurnetwerk.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 4

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

1.2 Wet – en Regelgeving De huidige wet en regelgeving staat beschreven in de Wet Natuurbescherming.1

1.3 Gebiedsbeschrijving De onderzoekslocatie (rode cirkel in figuur 2) is gelegen buiten de woonkern van Asten en wordt omsloten door uitlopers van beschermde aaneengesloten natuur conform Nationaal Natuurnetwerk Brabant (zie figuur 2). Het meest nabijgelegen beschermde Natura 2000 gebied is gelegen op meer dan vier kilometer afstand. De omringende weilanden maken onderdeel uit van provinciaal agrarisch natuurbeheerplan. De onderstaande figuur geeft hiervan een indruk.

Figuur 2: Onderzoekslocatie (rode bol) met omringende beschermde natuur conform het Natuurnetwerk Brabant. Bron: http://kaartbank.brabant.nl De figuren 1 en 2 geven een overzicht van de context waarbinnen de projectlocatie zich bevindt. Er is voor deze QuickScan alleen gekeken naar de aanwezigheid van flora en fauna binnen de in figuur 1 aangegeven arcering.

2 Onderzoeksmethodiek Het veldonderzoek is uitgevoerd op 25 februari 2021 in de middag en is aangevuld met inspectie van moeilijk toegankelijke zolders op 17 maart en 31 maart 2021. Tussen 31 maart en 9 april is tevens ter zorgvuldigheid op een van de zolders een apperaat geplaatst waarmee het voorkomen van vleermuisgeluiden kan worden gemonitord (Batlogger M). Ter plekke is gezocht naar het voorkomen van (sporen van) beschermde flora en fauna. In het bijzonder is gelet op mogelijkheden voor broedlocaties voor gebouw bewonende vogels (huismus en gierzwaluw alsmede steen- en kerkuil) en verblijfplaatsen voor vleermuizen. Gelet op de ligging ten opzichte van omringende natuur is tevens expliciet gelet op het voorkomen van steenmartersporen. Hiertoe zijn de gebouwen zowel rondom als van binnen bekeken. De foto’s op locatie zijn genomen door gebruikmaking van een Canon 5D Mark ii. en Canon L 17-35 mm, F 2.8 en Canon L 70 -200 mm, F 2.8 lenzen alsmede een IPhone vi. Tussen 31 maart en 9 april is tevens ter zorgvuldigheid op een van de zolders een apparaat geplaatst waarmee het voorkomen van vleermuisgeluiden kan worden gemonitord (Batlogger M). Ten tijde van het eerste bezoek waren slechts een tweetal zolders toegankelijk. In de gebouwen zijn echter meer zolderruimten aanwezig. Deze ruimten zijn op 17 maart en 31 maart alsnog geschouwd.

Tussen 31 maart en 9 april is tevens ter zorgvuldigheid op een van de zolders een apparaat geplaatst waarmee het voorkomen van vleermuisgeluiden kan worden gemonitord 1

wetten.nl - Regeling - Wet natuurbescherming - BWBR0037552 (overheid.nl). d.d. 26-1-2021.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 5

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

(Batlogger M). Tevens zijn op 19 april extra controlen uitgevoerd op het mogelijk voorkomen van gierzwaluwnesten onder gevelpannen en toegangsmogelijkheden van vleermuizen tot de schoorsteen. De bevindingen hiervan zijn geïntegreerd in deze QuickScan. Voordeel van deze “gespreide” quickscan is dat de gebouwen en context op verschillende momenten zijn gezien, hetgeen de waarnemingen betrouwbaarder maken. Op deze wijze is goed in te schatten of een soortspecifiek onderzoek noodzakelijk is. Algemene omstandigheden ten tijde van het veldbezoeken: DTG: 25-02-2021: 13.15 uur – 15.00 uur. Bewolking 10 %; temperatuur (lokaal) 18 graden C; wind: windkracht 0-1 Bft. DTG: 17-03-2021: 11.30 uur – 13. 30 uur. Bewolking 0 %; temperatuur (lokaal) 17 graden C; wind: windkracht 0 Bft. DTG: 31-03-2021: 13.00 uur – 14. 45 uur. Bewolking 0 %; temperatuur (lokaal) 20 graden C; wind: windkracht 0 Bft. DTG: 31-03-2021 t/m 9-4-2021: diverse omstandigheden tijdens geluidsmonitoring zie bijlage 4 DTG: 19-04-2021: 15.45 uur – 16-45 uur: Bewolking 80 %; temperatuur (lokaal) 14 graden C; wind: windkracht 1 Bft.

3. Resultaten Hieronder worden de onderzoeksbevindingen betreffende aangetroffen flora en fauna besproken. Eerst wordt een zo goed mogelijk beeld geschetst van de omgeving middels een aantal foto’s en een summiere beschrijving van aangetroffen flora en fauna. Aansluitend wordt per soortgroep aangegeven welke aspecten in context met de projectontwikkeling van belang zijn.

3.1 Algemeen beeld planlocatie De onderstaande figuren geven een beeld van de zowel het gebouwencomplex als de context waarin deze gelegen is. Het complex bestaat uit een vijftal dakpannen dragende gebouwen die middels verbindende gebouwelementen met elkaar versmolten zijn. Tevens zijn twee bijgebouwen aanwezig (zie figuur 1 en 3). Bijgebouw 1 staat solitair (zie figuur 1). De gebouwen met pannendaken zijn voor een belangrijk deel voorzien van een zolder. Op 25-2-2021 zijn de groene zolders in figuur 3 geïnspecteerd. De oranje en blauwe zolders zijn respectievelijk op 17 maart en 31 maart geïnspecteerd. Op 19-4-2021 zijn de rood omkaderde onderdelen (schoorsteen, gevelranden en spouwmuren) tevens fysiek gecontroleerd op toegankelijkheid en sporen die duiden op een gebruik door fauna.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 6

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Bijgebouw 1 1a 1b

5

2

3a

4

3b

Bijgebouw 2

Figuur 3: Luchtfoto gebouwencomplex. Onderstaande figuren geven een beeld van de verschillende gebouwdelen en enkele relevante details. In figuur 1 zijn de posities vanaf waar de foto’s zijn genomen weergegeven. De afbeeldingen laten onder andere zien dat het houtwerk van de aanwezige overstekken goed aansluit op de gevels en dat open stootvoegen in de spouwmuren zijn voorzien van kunststof roosters. Voorts dat de daken onder de onderste pannenrij zijn voorzien van vogelwerende panelen (vogelschroot) en dat spouwmuren geïsoleerd zijn. Hierdoor zijn de gebouwen (op die punten) ontoegankelijk voor soorten zoals huismus en vleermuizen. Uiteraard kunnen individuele vleermuizen in theorie gebruik maken van kleine ongevulde ruimten in de toppen van de spouw. Vandaar daar een extra controle op toegankelijkheid heeft plaatsgevonden.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 7

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

1a

1b

2

Figuur 4: Zicht op frontzijde gebouw 1, (positie A in figuur 1).

2

5 4

3a

Figuur 5: Zicht op delen van de gebouwen 1, 2, 3, 4 en 5 bezien van noord naar zuid, (positie B in figuur 1). Zie bijlage 4 voor controle gevelpannen en schoorsteen o het voorkomen van gierzwaluw en vleermuizen.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 8

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

2

1b

Figuur 6: Zicht op gebouwen 1 en 2 en de stalling bezien vanuit noordwest naar oost en zuid, (positie C in figuur 1).

2

3a

3b

Figuur 7: Zicht op gebouwen 2 en 3 bezien van west naar oost, (positie D in figuur 1). Zolder 3b is voorzien van ramen waardoor het licht is op de zolders.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 9

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Figuur 8: Geveldetail: open stootvoegen met rooster.

Figuur 9: Detail gevels. Ronde arcering: open stootvoeg met rooster.

Figuur 10: Zijgevel met goed aansluitend houtwerk en brede overstekken.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 10

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Figuur 11: Illustratie van isolatiematertiaal in de spouwmuren.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 11

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Vogelschroot ter voorkoming van nestelen door vogels zoals huismus

Figuur 12: Zicht vogelschroot dat toegang voor vogels tot de ruimten tussen dakbeschot en pannen blokkeert.

Figuur 13: Mest aan gevel onder de nok van een van de gebouwen, waarschijnlijk van overnachtende boomkruipers.

Figuur 14: Zicht op het interne middendeel van gebouw 2 (zolder). Rode cirkel: toegang tot achtergelegen zolderdelen (zie figuur 15).

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 12

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Figuur 15: Achterste (meest westelijke) zolderdeel gebouw 2. Hier zijn keutels van rat, muis en vleermuis aangetroffen (zie figuur 16). De enkele vleermuiskeutels zijn aangetroffen op de oude afgebroken schoorsteen.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 13

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Figuur 16: Vleermuiskeutel. Ten gevolge van belichting moeilijk zichtbaar op deze foto. Aangetroffen op restand van de oude schoorsteen.

Figuur 17: Oostelijke zolder gebouw 1.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 14

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Figuur 18: Noordelijke zolder (3b in figuur 3).

Figuur 19: Skelet kauw op zoldervloer nabij kast.

Kerkuilenkast

oorspronkelijke in-uitgang is gedicht na vernieuwing dakpannen.

Figuur 20: Kerkuilenkast op noordelijke zolder (locatie 3b in figuur 3). Toegang tot de kast is een aantal jaren geleden afgesloten als gevolg van het aanbrengen van een nieuw pannendak.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 15

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Figuur 21: Plantsoen rondom gebouwen 1, 2 en 5, (E in figuur 1).

Figuur 22a: Oostelijk flankerende flora zoals: inlandse en Amerikaanse eik, grove den en berk. Figuur 22b: Onvoldoende diepe inrot om als potentiele verblijfplaats benut te kunnen worden door vogels of vleermuizen.

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 16

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

Figuur 23: Zicht op het zuidelijk gelegen bosperceel, onderdeel van het NNB, (G in fig. 1).

Figuur 24: Zandpad met inlandse eik, braam en brem in de berm tussen zandpad en akker, (I in fig. 1).

Figuur 25: Detail zandpad met brem (H in fig 1).

Bergweg 60 te Asten Quikscan Flora & Fauna

Pagina 17

KRUIDBOS Ecologie-Onderzoek-Advies

21-4-2021

3.2 Flora en Fauna Er is géén beschermde flora aangetroffen. Het gebouw is niet geschikt voor beschermde soorten die zich vestigen op muren. Deze vallen hier ook niet te verwachten. In de direct omliggende perceeldelen valt de aanwezigheid van beschermde soorten evenmin te verwachten. De percelen beschikken over een boomlaag terwijl een struik- en kruidlaag ontbreken. Voorts zijn op het terrein rondom de gebouwen slechts soorten als winterpostelijn, vogelmuur en enkele ander nitrofiele soorten aangetroffen. Dit beeld past goed bij de aard van het gebruik van het terrein alsmede de bij de invloed van flankerende akkers. In de omringende omgeving van de planlocatie worden verschillende beschermde gebouwbewonende diersoorten verwacht, zoals huismus, gierzwaluw en verschillende vleermuissoorten waaronder gewone dwergvleermuis en grootoorvleermuis. Deze laatste soort is een typische bewoner van zolders zoals hier aanwezig. De toegang tot de gebouwen is echter beperkt door de aanwezigheid van vogelwerend schroot, afgesloten open stootvoegen, geïsoleerde spouwen en goed op de stenenmuren aansluitend houtwerk.

3.2.1 Vogels Er zijn géén aanwijzingen gevonden voor een gebruik van het pand door huismus of gierzwaluw. Het pand is voor zo ver tijdens de QS beoordeeld kon worden grotendeels ontoegankelijk voor deze soorten. Tijdens het veldbezoek zijn géén huismussen op de daken van de school waargenomen. Er zijn (in theorie) wel mogelijkheden voor gierzwaluw (en mogelijk huismus) aanwezig om via de overstekken tussen pannendak en dakbeschot te komen. Voor zowel steen- als kerkuil ontbreken toegangsmogelijkheden tot de gebouwen. Ook is géén mest of braakballen aangetroffen. Wel is op de noordelijke zolder een oude kerkuilenkast aangetroffen (zie figuur 20). De toegang tot deze kast is een aantal jaren geleden afgesloten nadat het pannendak is vernieuwd. Als relict is nog een skelet van een kauw aangetroffen (figuur 19). Er zijn géén nesten in de direct omringende beplanting aangetroffen.

3.2.2 Zoogdieren Op twee van de bezochte zolders zijn enkele vleermuiskeutels aangetroffen. Er zijn tussen 31-3 en 9-4 echter géén vleermuisgeluiden waargenomen. Er zijn géén sporen zoals keutels of prooiresten van steenmarter aangetroffen. Op de bezochte zolders zijn wel keutels van muizen en rat aangetroffen. Uiteraard zullen verschillende muizensoorten in de omringende bospercelen voorkomen.

3.2.3 Reptielen, Amfibieën en Vissen Gelet op de habitat en ligging worden reptielen en amfibieën (anders dan gewone pad) hier uitgesloten.

3.2.4 Libellen, dagvlinders en overige insecten Gelet op de habitat en ligging is het mogelijk dat beschermde libellen en dagvlinders voorkomen; echter niet in relatie tot specifieke afhankelijkheid.

3.2.5 Vaatplanten Er zijn géén beschermde vaatplanten aangetroffen of te verwachten. De gevels zijn ongeschikt voor muurplanten.

3.2.6 Gebiedsbescherming Het onderzoeksgebied is gelegen op zo’n 45000 meter afstand van de meest nabij gelegen Natura 2000 gebied en sluit direct aan op het Natuurnetwerk Brabant. (NNB). Of er spraken zal zijn van een significante externe werking op aansluitende NNB -deel valt op basis van de ontvangen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=0ed6dbe8-d290-4e9a-9296-48b178951eaa