CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR23.07.14B Bijlage g - Ruimtelijke onderbouwing schoolomgeving Voordeldonk.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2022-221.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De conclusies en aanbevelingen uit de “QuickScan soortenbescherming Schoolomgeving Voordeldonk te Asten” (Agrifirm Exlan, 2022) luiden als volgt: ✓ Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wnb, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief en deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? ✓ Het planvoornemen en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

29

✓ Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De bouwwerkzaamheden zullen bij voorkeur worden gestart buiten het broedseizoen. ✓ Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Overigens is voor de gedeeltelijke sloop en renovatie van de schoolgebouwen eerder een afzonderlijke quickscan flora en fauna uitgevoerd. In deze “QuickScan Flora & Fauna Bergweg 60 te Asten” (Kruidbos ecologisch adviesbureau, 2020) wordt aangegeven dat, om te voorkomen dat de Wnb wordt overtreden, een uitgebreide quickscan flora en fauna heeft plaatsgevonden. Uit de bevindingen voortkomende uit deze uitgebreide quickscan wordt geconcludeerd dat er géén beschermde flora op of in de directe omgeving van de planlocatie aanwezig is.

Tevens is géén beschermde fauna (zoals huismus, gierzwaluw, huiszwaluw, kerkuil en steenuil en steenmarters of eekhoorn) aanwezig in, op of aan de gebouwen. Deze fauna is op basis van de wijze waarop de gebouwen zijn afgewerkt niet te verwachten. Overtreding van de Wnb door vernietiging van wettelijk beschermde nest- of verblijfplaatsen dan wel verstoring van individuele beschermde dieren valt hierdoor uit te sluiten. De quickscans soortenbescherming en flora en fauna zijn als bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing beschikbaar. Boom Effect Analyse In het kader van het planvoornemen is ook een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Doel hiervan was de mogelijkheden tot behoud van 23 bomen langs het zandpad vanaf de Bergweg, in combinatie met de voorgenomen herinrichtingsmaatregelen, in beeld te brengen. Tevens is daarbij de kwaliteit van de bomen opgenomen.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

30

Uit de ‘Boom Effect Analyse Bergweg te Asten’ (Pius Floris Boomverzorging, 2022) blijken de volgende projectinvloeden: ✓ Aanleg van verhardingen Uit het onderzoek naar bodem en beworteling blijkt dat wortelontwikkeling onder de zandweg beperkt is. Het betreft voornamelijk fijne oppervlakkige wortels onder de zandweg en fijne wortels in de kabelsleuf. Onder de zandweg zijn oppervlakkige wortels aangetroffen op 2 tot 3 meter uit de stam de bomen. Met het oog op de diktegroei van de stammen en de minimaal benodigde straal van de stabiliteitskluit van de bomen wordt een graafafstand van minimaal 2 meter aanbevolen. De overige ruimte onder de zandweg biedt mogelijkheden voor een ontwikkeling. ✓ Aanleg waterberging (lavakoffer) Realisatie van een lavakoffer onder de huidige zandweg is voor de bomen geen probleem. Behoud van boomwortels in de huidige berm en in de aan de berm grenzende akker is echter een voorwaarde. Ook om deze reden is een afstand van 2 meter uit de stam van de bomenrij een voorwaarde m.b.t. behoud van voldoende groeiplaats volume en beworteling. Gezien het gegeven dat de bomen zijn aangewezen op waterlevering vanuit het hangwater is het van belang dat de toevoer van hemelwater in de bodem instant wordt gehouden. Aanleg van een infiltratie bassin onder de weg is gunstig voor de instandhouding van de waterlevering.

Uitgangspunt hierbij is echter dat er geen grote hoeveelheden water van elders worden aangevoerd en vlak bij de bomen worden geïnfiltreerd. ✓ Ligging kabels en leidingen De locatie en de diepteligging van momenteel aanwezige kabels en leidingen, waar onder het zware riool in het midden van de zandweg, zijn mede bepalend voor de mogelijkheden tot het aanleggen van nieuwe voorzieningen (o.a. waterberging). De ligging en diepte van kabels en leidingen zijn in beeld gebracht. ✓ Doorrijhoogte Bij 10 van de 20 laanbomen is de doorrijhoogte voor verkeer momenteel minder dan 4 meter en daar mee onvoldoende (norm minimaal 4,5 m in verband met vrachtverkeer). Dit betekent dat opsnoeien van deze 10 bomen benodigd is. Tevens komt een aantal bomen in aanmerking voor begeleidingsnoei waarbij onderhoud is gericht op het verkrijgen van de benodigde takvrije stam en het verwijderen van probleemtakken zoals bv. breukgevoelige plakoksels. Bij de uitwerking van de herinrichtingsplannen wordt rekening gehouden met bovenstaande invloeden en aanbevelingen om aantastingen tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De bomen effect analyse is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing beschikbaar.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

31

Gebiedsbescherming Het onderzoeksgebied is gelegen op zo’n 4500 m afstand van het meest nabij gelegen Natura 2000 gebied en sluit aan op het Natuurnetwerk Brabant. (NNB). Voor het planvoornemen is een berekening stikstofdepositie uitgevoerd (aanlegfase), om de omvang van eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van de aanleg van de parkeer-, water- groen- en speelvoorzieningen in beeld te krijgen. Voor de gebruiksfase is geen berekening van de stikstofdepositie uitgevoerd. Binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan “Woongebieden Asten” wordt op de locatie Voordeldonk de basisschool vervangen door een IKC. De vigerende bestemming ‘Maatschappelijk’ staat de ontwikkeling van een IKC met bijbehorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, toe. Bij het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan is destijds al geoordeeld dat een dergelijke ontwikkeling ter plaatse toelaatbaar is, zonder onaanvaardbaar negatieve effecten voor de omgeving. Het planvoornemen voorziet in de aanleg van parkeervoorzieningen om de toename aan vervoersbewegingen en de daarmee gepaard gaande grotere parkeerbehoefte ten gevolge van de ontwikkeling van het IKC beter te kunnen faciliteren.

In principe is de locatie Voordeldonk voldoende groot om ook de parkeervoorzieningen voor het totale IKC daarbinnen aan te kunnen leggen en de daarmee gepaard gaande vervoersbewegingen op te kunnen vangen. Het gebruik/de gebruiksintensiteit wijzigt door de aanleg van de betreffende voorzieningen op het aangrenzende terrein niet. De stikstofuitstoot tijdens de gebruiksfase is in beide gevallen hetzelfde. Omdat de aanleg van de parkeer-, water- groen- en speelvoorzieningen op het aangrenzende perceel mogelijk extra stikstofdepositie tot gevolg heeft is hiervoor wel een AERIUS-berekening uitgevoerd. In de “Toelichting AERIUS-berekening aanlegfase Schoolomgeving Voordeldonk te Asten” (Agrifirm NWE BV, 2023) is aangegeven dat in de berekening de inzet van materieel (machines) op de bouwplaats en de aan- en afvoer van materialen en personeel meegenomen. Uit de berekening met de AERIUS Calculator (17 februari 2023) blijkt dat de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase niet boven 0,00 mol/ha/jaar komt. Van significante effecten voor Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is derhalve geen sprake. Van de aanleg binnen het plangebied van parkeer-, water- groen- en speelvoorzieningen wordt geen negatieve invloed op het omliggende NNB verwacht.

Onderdeel van het planvoornemen is ook de realisering van een aanvullend bosgebied tussen genoemde voorzieningen en de bestaande bosrand. Door de aanplant van diverse bomen en de verruiging van het niet voor de voorzieningen benodigde deel van het voormalige agrarische perceel, zullen de natuurwaarden ter plaatse eerder toenemen, dan afnemen. De rapportage berekening stikstofdepositie is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing beschikbaar.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

32

4.2.3 Energienetwerk Energievoorziening Het planvoornemen voorziet niet in de ontwikkeling van een nieuwe functie met een grote extra toekomstige energiebehoefte. Ter plaatse was reeds een basisschool aanwezig. Deze wordt vervangen door een IKC van grotere omvang. Door de toepassing van efficiënte, zuinige installaties en systemen en toepassing van isolatiematerialen zal de extra behoefte aan energie ten gevolge van het planvoornemen echter beperkt kunnen blijven. In deze extra behoefte kan via het bestaande elektriciteitsnetwerk worden voorzien. Duurzaam ontwikkelen Duurzame ontwikkeling is te zien als een ontwikkelingsproces, waarbij gestreefd wordt naar het tot stand brengen van een duurzame samenleving. Dit gebeurt door in alle stadia van planprocessen kansen en mogelijkheden te benutten voor het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een zo laag mogelijke milieubelasting, en deze in de tijd weten te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Ook de gemeente Asten heeft in haar beleid duurzaamheid opgenomen en wil dit eveneens structureel in ontwikkelingsplannen opnemen. Met het planvoornemen wordt nauw aangesloten bij voorgaande uitgangspunt.

Duurzaamheidsmaatregelen, die onderdeel zijn van het planvoornemen betreffen: ✓ het alleen toepassen van materialen als dat nodig is (de aanleg van wadi’s in plaats van een ondergrondse voorziening); ✓ het zoveel mogelijk hergebruiken van vrijkomend materiaal binnen het plangebied (vrijkomende grond, gebakken klinkers en tegels); ✓ het hergebruiken indien mogelijk van binnen de gemeente beschikbaar materiaal (voor de rijbaan op de parkeerplaats worden de gebakken klinkers hergebruikt die elders binnen de gemeente vrij komen); ✓ het zoveel mogelijk sparen van groen (bomen); ✓ het hergebruiken van het bouwpuin, dat vrijkomt door de sloop van de school; ✓ het toepassen van ecologisch/duurzaam gekweekt plantmateriaal; ✓ het inzetten van elektrisch materieel en/of het toepassen van een meer duurzame brandstof bij bijvoorbeeld graafmachines. 4.2.4 Waterwegen Het plangebied ligt niet op korte afstand van waterwegen. Het planvoornemen is dan ook niet van invloed op het functioneren van waterwegen.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

33

4.3

Bovenste laag

4.3.1 Cultuurhistorische en landschappelijke waarden Kader Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft de provincie haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Prominent op de CHW is het provinciaal cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. De CHW geeft verder de meest recente erfgoedinformatie van het rijk, met archeologische en bouwkundige monumenten, met archeologische verwachtingswaarden en met beschermde stads- en dorpsgezichten. Cultuurhistorische waarden Op de CHW zijn de wegen Voordeldonk en Bergweg aangeduid als onderdeel van de ‘historische geografie van redelijk hoge waarde’. Het planvoornemen voorziet weliswaar in een beperkte herinrichting van het profiel van de Bergweg ter hoogte van de nu nog aanwezige dwarsparkeerplaatsen, maar laat het oorspronkelijke tracé daarvan intact. Het bosgebied ten zuiden van de Bergweg is aangeduid als ‘historisch groen’.

Bos en houtwallen, plaatselijk met (restanten van) hakhout, op de grens van een thans bebouwd oud akkercomplex en een beekdal, deels op stuifzand. De beplanting bestaat o.a. uit zomereik, wilde lijsterbes en gewone vlier. Het geheel dateert overwegend uit de periode 1880-1920, maar is deels ook ouder. Het planvoornemen laat dit bosgebied ongemoeid. Om de aan te leggen parkeer-, water-, groen- en speelvoorzieningen wordt bovendien voorzien in de realisering van extra bos. Tot slot zijn drie (voormalige) boerderijen aan de Bergweg aangeduid als overige bouwkunst met enige waarde. Deze boerderijen zijn aan de overzijde van de Bergweg, dan wel op enige afstand van het plangebied gelegen. Het planvoornemen is niet van invloed op de cultuurhistorische waarde van de boerderijen. De CHW duidt het plangebied en de omgeving daarvan aan als het archeologisch landschap ‘Dekzandeiland Asten-Deurne’. Dit landschap heeft een relatief lage dichtheid aan archeologische vindplaatsen. De omvang van de vindplaatsen is daarentegen het grootst van alle landschappen (gemiddeld circa 80 ha).De waarnemingen omvatten alle perioden vanaf het paleolithicum tot en met de late middeleeuwen. Uitgesplitst naar archeologische periode laten ze een patroon zien dat vrijwel identiek is aan de trendlijn voor heel Noord-Brabant.

Het bestand van vindplaatsen bestaat voor een belangrijk deel uit zeer grote terreinen met laatmiddeleeuwse archeologische waarden, naast enkele kleinere uit andere perioden. De strategie voor dit landschap richt zich op het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

34

In paragraaf 4.1.3 Archeologie is reeds op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en de ontbrekende noodzaak van het vooraf uitvoeren van onderzoek ingegaan. 4.3.2 Milieuaspecten: geluid Wet geluidhinder Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet in onderzoekszones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van geluidsbronnen. Indien een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een verandering aan een bestaande geluidsbron, waarbij binnen de geluidszone daarvan een geluidsgevoelig object aanwezig is, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Geluidhinder Het planvoornemen betreft de aanleg van parkeer-, water-, groen- en speelvoorzieningen. Daarbij is geen sprake van de realisering van een nieuw geluidsgevoelig object of de verandering van een bestaand geluidsgevoelig object. De aanleg van de parkeervoorzieningen betreft daarnaast ook niet de realisering van een nieuwe geluidsbron. Binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan “Woongebieden Asten” wordt op de locatie Voordeldonk de basisschool vervangen door een IKC. De vigerende bestemming ‘Maatschappelijk’ staat de ontwikkeling van een IKC met bijbehorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, toe.

Bij het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan is destijds al geoordeeld dat een dergelijke ontwikkeling ter plaatse toelaatbaar is, zonder onaanvaardbaar negatieve effecten voor de omgeving. Het planvoornemen voorziet in de aanleg van parkeervoorzieningen om de toename aan vervoersbewegingen en de daarmee gepaard gaande grotere parkeerbehoefte ten gevolge van de ontwikkeling van het IKC beter te kunnen faciliteren. In principe is de locatie Voordeldonk voldoende groot om ook de parkeervoorzieningen voor het totale IKC daarbinnen aan te kunnen leggen en de daarmee gepaard gaande vervoersbewegingen op te kunnen vangen. In het voortraject zijn meerdere varianten voor de terreinindeling gemaakt die dit laten zien. Echter deed de gelegenheid zich voor het aangrenzende agrarische perceel te verwerven en bij de planvorming te betrekken. De extra ruimte bood de gelegenheid om: ✓ de verkeers- en parkeervoorzieningen ruimer en meer van elkaar gescheiden aan te leggen, wat de verkeersveiligheid ten goede komt, en op groter afstand van bestaande woningen aan de overzijde van de Bergweg, wat het woon- en leefklimaat bij die woningen ten goede komt; ✓ te komen tot een betere landschappelijke inpassing, die meer recht doet aan het groene karakter van de directe omgeving van het IKC.

Nu niet de aanleg van de parkeervoorzieningen, maar de ontwikkeling van het IKC de aanleiding is voor de extra verkeersbewegingen/parkeerbehoefte en de parkeervoorzieningen deze alleen maar beter faciliteren, vormen de parkeervoorzieningen geen nieuwe geluidsbron en kan akoestisch onderzoek naar de extra geluidsbelasting achterweg blijven.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

35

4.3.3 Milieuaspecten: luchtkwaliteit Wet luchtkwaliteit, Wet milieubeheer In de Wet luchtkwaliteit is bepaald dat de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Hoofdstuk 5 van de Wm maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Als een project in betekenende mate bijdraagt aan luchtvervuiling, dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Bron luchtverontreiniging Het planvoornemen betreft onder meer de aanleg van parkeervoorzieningen en een kiss & ride strook. Zoals in de vorige paragraaf als is aangegeven worden deze aangelegd om de vervoersbewegingen rond het nieuwe IKC beter te faciliteren. De parkeervoorzieningen en kiss & ride strook hebben niet zelf een grotere hoeveelheid vervoersbewegingen tot gevolg. Daarmee heeft de aanleg van de parkeervoorzieningen en de kiss & ride strook ook geen toename van de hoeveelheid luchtverontreiniging tot gevolg. De extra vervoersbewegingen zijn het gevolg van de ontwikkeling van het IKC.

De door de ontwikkeling van het IKC te verwachten extra vervoersbewegingen en de daarmee gepaard gaande extra luchtverontreiniging, zijn voor de locatie Voordeldonk al aanvaardbaar geoordeeld bij de toekenning van de bestemming ‘Maatschappelijk’ bij de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan “Woongebieden Asten”. Nu de parkeervoorzieningen en de kiss & ride strook niet kunnen worden aangemerkt als bron van luchtverontreiniging kan onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven. Luchtkwaliteit omgeving Voor de kwaliteit van de buitenlucht bestaan verschillende soorten normen. Deze gelden echter voor een langdurig verblijf op een locatie en niet voor passanten die slechts zeer korte tijd op een locatie verkeren. Een onderzoek naar de bestaande luchtkwaliteit voor parkeer-, water-, groen- en speelvoorzieningen kan dan ook achterweg blijven. 4.3.4 Milieuaspecten: geur Wet geurhinder en veehouderij Het geurbeleid voor bedrijven in de agrarische sector is bepaald in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). In deze wet worden normen gesteld voor de geurbelasting die een veehouderij (het dierenverblijf, niet de opslag van bijproducten e.d.) mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze belasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-stacks model).

Dit geldt echter alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder emissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

36

Geurhinder Het planvoornemen betreft de aanleg van parkeer-, water-, groen- en speelvoorzieningen. Daarbij is geen sprake van de realisering van een nieuwe geurbron of verandering van een bestaande geurbron, noch is sprake van de realisering van een geurgevoelig object. Het aspect geurhinder is in het kader van het planvoornemen niet aan de orde. 4.3.5 Externe veiligheid Besluit externe veiligheid inrichtingen/buisleidingen/transportroutes en Regeling Basisnet Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid worden uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Om de risico's bij een mogelijke calamiteit te beperken dient er bij nieuwbouw een fysieke afstand te worden gehouden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicobronnen. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een risicobron bevindt, overlijdt door een ongeval met de risicobron. Het PR is daarmee de risicomaat om het beschermingsniveau voor de individuele burger uit te drukken. Het toetsingscriterium is in veel gevallen een PR van 10-6. PR wordt inzichtelijk gemaakt door vaste contouren rondom een risicobron.

Het groepsrisico (GR) geeft aan wat de kans is op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde risicobron. Voor het GR geldt geen harde norm, maar een oriëntatiewaarde. De effecten van de ontwikkeling worden in een curve weergegeven en vergeleken met de curve van de oriëntatiewaarde. Bij overschrijding van de oriëntatiewaarde of een significante toename van het groepsrisico moet het bevoegd gezag het groepsrisico betrekken bij de vaststelling van het besluit. Voor deze groepsrisico verantwoording is de hoogte van het groepsrisico of de toename ervan onderdeel van de afweging. Daarnaast worden factoren meegenomen als mogelijkheden van de bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen. Daarvoor wordt door het bevoegd gezag advies gevraagd aan de brandweer. De volgende aspecten spelen een rol ten aanzien van externe veiligheid bij ruimtelijke projecten: ✓ inrichtingen; ✓ vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; ✓ transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en/of spoor. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn grenswaarden en oriënterende of richtwaarden opgenomen voor het PR en het GR. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb).

Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) relevant. Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is het verplicht transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in een bestemmingsplan.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

37

In het Bevt en de Regeling Basisnet zijn de normen voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Tot slot is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Risico Het planvoornemen betreft de aanleg van parkeer-, water-, groen- en speelvoorzieningen. Daarbij is geen sprake van de realisering van een nieuwe risicobron of verandering van een bestaande risicobron, noch is sprake van een toename van het aantal kwetsbare objecten of het aantal personen binnen risicocontouren. De herinrichting is gericht op het beter faciliteren van de gebruikers van het nieuwe IKC en niet op het aantrekken van meer gebruikers. Bij de planvorming voor de realisering van het nieuwe IKC ter plaatse van de voormalige basisschool Voordeldonk is al geoordeeld dat hiermee geen onaanvaardbare extra risico’s in het kader van de externe veiligheid ontstaan. Het aspect externe veiligheid is in het kader van het planvoornemen verder niet aan de orde. 4.3.6 Ontplofbare oorlogsresten Ten gevolge van gevechtshandelingen uit het verleden (Tweede Wereldoorlog) kunnen in gebieden ontplofbare oorlogsresten (OO) zijn achtergebleven.

Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van OO mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Voor het plangebied en de omgeving daarvan is hiernaar in 2019 een historisch vooronderzoek OO uitgevoerd. Hierbij is aan de hand van een breed scala aan historisch feitenmateriaal een genuanceerd beeld met betrekking tot de aanwezigheid van OO in dit gebied verkregen. Daaruit komt naar voren dat de projectlocatie verdacht is op de mogelijke aanwezigheid van geschutmunitie (kalibers: 7,5 cm t/m 15 cm). In vervolg daarop is de “Passieve non realtime oppervlaktedetectie Asten Bergweg” (Den Ouden Bodac, 2023) uitgevoerd. In de bijbehorende detectierapportage worden de volgende conclusies getrokken: ✓ het projectgebied is na de interpretatie van de detectiegegevens opgedeeld in een aantal deelgebieden, te weten: o A-gebied, gebieden waar geen significante objecten zijn waargenomen; o B-gebied, gebieden waar significante objecten zijn waargenomen die individueel van elkaar te onderscheiden zijn; o C-gebied, gebieden waar significante objecten niet individueel van elkaar te onderscheiden zijn. Dit wordt meestal veroorzaakt door puin of andere aanwezigheid van bodemvreemde materialen.

Ook kan dit veroorzaakt worden door de invloedssfeer van ijzerhoudende bovengrondse obstakels op de detectiedata. Denk hierbij aan damwanden, hekwerken, kabels & leidingen, hoogspanningsmasten, etc.; o D-gebied, gebieden waar geen detectiedata van beschikbaar is doordat deze gebieden niet toegankelijk waren voor het detectievoertuig.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

38

✓ A en B gebieden bedraagt een totale oppervlakte van ca. 6.787 m2 wat circa 70 % van het totale onderzoeksgebied bedraagt; ✓ Er zijn in totaal 47 stuks significante objecten in de B-gebieden waargenomen waarvan 45 stuks binnen en 2 stuks buiten het vooraf opgegeven projectgebied; ✓ Er is in totaal ca. 1.950 m2 C-gebied aanwezig binnen het onderzoeksgebied wat circa 20 % van het totale onderzoeksgebied bedraagt; ✓ Er is in totaal ca. 975 m2 D-gebied aanwezig binnen het onderzoeksgebied wat circa 10 % van het totale onderzoeksgebied bedraagt. Bij (grondroerende)werkzaamheden dient men rekening te houden met de mogelijkheid dat OO kunnen worden aangetroffen. Gezien het bovenstaande is het aan te bevelen om ter plaatse van waar daadwerkelijk de grond geroerd zal gaan worden de significante objecten te benaderen, identificeren en veiligstellen/verwijderen. Daar waar de grond niet geroerd zal gaan worden geldt geen verdere inspanningsverplichting voor de grondroerder. Geadviseerd wordt om altijd een veiligheidsmarge van minimaal 0,50 m te hanteren onder de maximaal roeringsdiepte om derhalve het risico te minimaliseren. Het benaderen van de significante objecten in deelgebied A en B dient te worden uitgevoerd door een bedrijf welke is gecertificeerd conform de CS-OOO. Het nader onderzoeken van de C-gebieden wordt gedaan in de vorm van actieve realtime oppervlaktedetectie.

Hierbij wordt een laag van 0,50 m gedetecteerd waarna alle significante objecten handmatig tot 0,30-0,40 m - mv worden benaderd en verwijderd. Hierop volgend wordt op aanwijzing van de (Senior) Deskundige OOO een grondlaag van maximaal 0,20 - 0,30 m dikte ontgraven met een graafmachine. Vervolgens wordt een volgende meetslag uitgevoerd waarna bovenstaande procedure cyclisch wordt herhaald tot de gewenste diepte is bereikt of tot op de diepte dat passieve realtime oppervlaktedetectie weer kon worden toegepast. De D gebieden dienen onderzocht te worden doormiddel van passieve realtime oppervlaktedetectie. Bij passieve realtime oppervlaktedetectie worden gemeten verstoringen, in tegenstelling tot non realtime detectie, direct gelokaliseerd, benaderd, geïdentificeerd en verwijderd en/of veiliggesteld. Bij de uitvoering van de werkzaamheden zal met bovenstaande adviezen rekening worden gehouden. De detectierapportage OO is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing beschikbaar.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

39

4.3.7 Mer(beoordelings)plicht Besluit milieueffectrapportage Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet worden getoetst of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De specifieke activiteiten, die plaatsvinden binnen het plangebied, zijn niet opgenomen op de C-lijst van het Besluit m.e.r.

De specifieke activiteiten zijn wel opgenomen op de D-lijst, onder 11.2 ‘De uitvoering dan wel de wijziging of uitbreiding van de uitvoering van een stadsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter voldoen de voorgenomen activiteiten niet aan de onder 11.2 opgenomen ‘gevallen’, doordat de oppervlakte minder bedraagt dan 100 ha en er geen sprake is van een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. In dat geval moet enkel worden getoetst of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden door de voorgenomen activiteiten. Gezien de in deze toelichting beschreven aspecten in de paragrafen Ondergrond, Netwerklaag en Bovenste laag, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van significant nadelige effecten. Het uitvoeren van een m.e.r.(beoordeling) is daardoor niet noodzakelijk. Daarenboven is uit de aard, omvang en milieugevolgen van het project af te leiden dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het planvoornemen betreft een kleinschalig parkeerterrein met 52 autoparkeerplaatsen en een kiss & ride strook voor gebruikers van een IKC. Daaruit voortvloeiend betreft het vooral langparkeerders en kortparkeerders, die maar op een beperkt aantal momenten komen en gaan (voor en na school), met relatief weinig verkeersbewegingen gedurende de dag.

Uit de in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven milieu- en fysieke aspecten blijkt dat milieugevolgen dan ook zeer beperkt zijn of ontbreken. Dit alles maakt dat het planvoornemen niet valt aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Nu het planvoornemen geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, behoeft er geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

40

4.4

Economische uitvoerbaarheid

4.4.1 Kostenverhaal De aanleiding tot het opstellen van dit bestemmingsplan ligt bij de gemeente Asten zelf. De gemeente heeft alle gronden binnen het plangebied in eigendom en is de enige ontwikkelende partij. Er is derhalve geen sprake van kostenverhaal. Het opstellen van een exploitatieplan kan achterwege blijven. De kosten voor de planontwikkeling zijn voor rekening van de gemeente Asten. Voor het project is in de Turap (Tussenrapportage voorjaar 2021) een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld. Hiermee werd het mogelijk om de voorbereidingen te starten. Voor de daadwerkelijke aanleg van de parkeer-, water-, groen- en speelvoorzieningen is geen separaat budget/krediet voorzien. De aanleg daarvan valt onder het budget voor de gehele Verkeersveilige inrichting van de schoolomgeving Voordeldonk. 4.4.2 Planschade Op grond van artikel 6.1 Wro kennen Burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden ten gevolge van onder meer een wijziging van het bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming in die schade toe. Daarbij geldt dat het moet gaan om schade die redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en die niet reeds voldoende anderszins is verzekerd. Naar verwachting zal in onderhavig geval geen sprake zijn van planschade.

Het planvoornemen heeft geen of zeer beperkte negatieve gevolgen voor de directe omgeving.

4.5

Overleg instanties en omwonenden

4.5.1 Overleg instanties De provincie heeft een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2022’, waarvan voorliggend planvoornemen onderdeel is. Ten aanzien van de schoolomgeving Voordeldonk merkt de provincie op over onvoldoende informatie te beschikken om te kunnen oordelen of er provinciale belangen in het geding zijn. Naar aanleiding van deze zienswijze zijn er aanvullende stukken toegestuurd en heeft er ambtelijk overleg met de provincie plaatsgevonden. In dit overleg heeft de provincie aangegeven alsnog in te kunnen stemmen met het planvoornemen. Het waterschap Aa en Maas en de Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant hebben eveneens aangegeven geen opmerkingen te hebben op dit planvoornemen.

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

41

4.5.2 Overleg omwonenden/belanghebbenden Gedurende de planvorming is de nodige aandacht besteed aan het informeren van omwonenden en belanghebbenden. Door een zestal nieuwsbrieven zijn zij op de hoogte gehouden van het opstarten en het vorderen van de planvorming. Daarbij zijn de omwonenden en belanghebbenden ook op meerdere momenten in de gelegenheid gesteld hun mening op voorliggende varianten en alternatieven kenbaar te maken en zo invloed uit te oefenen op de planvorming. Daarnaast zijn voor omwonenden en belanghebbenden ook vier informatiebijeenkomsten gehouden. Om te komen tot een verkeersveilige schoolomgeving zijn omwonenden en belanghebbenden gevraagd mee te denken over noodzakelijke aanpassingen in de omgeving (bijeenkomst 11 oktober 2021). Vervolgens zijn varianten uitgewerkt, die aan omwonenden en belanghebbenden zijn voorgelegd, met de vraag hun voorkeur kenbaar te maken en eventuele bedenkingen te uiten (bijeenkomst 15 februari 2022). Op basis hiervan zijn twee ontwerpplannen opgesteld, die weer voor reactie aan omwonenden en belanghebbenden zijn voorgelegd (17 mei 2022). Uiteindelijk heeft dit geleid tot het opstellen van het definitieve ontwerp (versie 27 juni 2022), zoals dat ook in voorliggende ruimtelijke onderbouwing is beschreven.

Omwonenden zijn tot slot afzonderlijk geïnformeerd over de wijze waarop met de ontvangen reacties is omgegaan en hoe deze al dan niet in het definitieve ontwerp zijn verwerkt(bijeenkomst 13 juli 2022). Het definitief ontwerp inclusief de financiële consequenties is op 20 september 2022 voorgelegd aan de commissie ruimte en op 4 oktober 2022 aan de gemeenteraad. De commissie heeft daarbij positief geadviseerd over het ontwerp. De raad heeft het ontwerp vervolgens conform voorstel vastgesteld.

Zandpad tussen plangebied (links) en voormalige school Voordeldonk (rechts)

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

42

ruimtelijke onderbouwing Parkeervoorzieningen Voordeldonk Asten

MEMO Betreft: Project: Opdrachtgever: Auteur Datum: Kenmerk:

Hemelwaterberging Reconstructie Voordeldonk te Asten Gemeente Asten M. Ingeveld 20-06-2022 210104_MEM_001_v3

Aanleiding De nieuwbouw van het IKC, gelegen aan de Voordeldonk, incl. de benodigde terreinverharding en parkeerplaatsen zorgt voor een wijziging in de waterhuishouding in het gebied. Om de negatieve invloed van het verhard oppervlak te compenseren zal er een regenwaterberging aangebracht moeten worden om het water tijdelijk vast te houden en zo veel als mogelijk laten infiltreren in de bodem. De gemeente heeft aangegeven de voorziening(en) bij voorkeur uit te voeren als wadi. In deze memo is de dimensionering van de te realiseren hemelwaterberging toegelicht. Uitgangspunten Tijdens het opstellen van deze memo zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Regenwaterberging t.b.v. nieuwbouw school incl. terreinverharding en nieuwe openbare verharding; • Oppervlaktes school en bijbehorende terreinverharding zijn nog niet definitief, definitieve oppervlaktes worden bepaald nadat de plannen concreet zijn; • Open verharding, 30% open; • Bergingseis 60 mm; • GHG: NAP +24,60 m (inschatting gemeente, nader te onderzoeken) • Ondergrond geschikt voor infiltratie (nader te onderzoeken); • Bovengrondse hemelwaterberging in de vorm van wadi’s; • Talud wadi 1:3 of flauwer; • Maximale ledigingstijd 120 uur bij een neerslag van 2mm per etmaal. Conclusie Met het realiseren van wadi’s met een oppervlakte van ca. 1385 m2 en een gemiddelde diepte van ca.

0,60 m wordt er de benodigde hemelwaterberging gecreëerd om te voldoen aan de eisen uit het omgevingsplan van de gemeente Asten. Deze oppervlakte voor de wadi’s is aanwezig in het plangebied.

210104_MEM_001

Pagina 1 van 5

Verhard oppervlakte Voor de toekomstige situatie is een Definitief ontwerp opgesteld. Dit DO is in afbeelding 1 weergegeven. Het verhard oppervlak waarop de regenwaterberging is berekend is paars omcirkeld en weergegeven in onderstaande tabel. Voor de overige gearceerde verharding geldt dat dit bestaande verharding is welke hoogstens wordt herstraat. Onderdeel Nieuwbouw school (footprint)* Terreinverharding bij nieuwbouw* Rijbaan Voetpad Fietspaden Parkeerplaatsen, betonstraatstenen Parkeerplaatsen, grasbeton Totaal

Bruto oppervlak (m2)

Percentage verhard

Afstromend oppervlak (m2)

1.985 2.300 1.740 780 600 60 690

100% 100% 100% 100% 100% 100% 70%

1.985 2.300 1.740 780 600 60 485 7.950 (m2)

Figuur 1: DO nieuwe situatie

210104_MEM_001_v1

Pagina 2 van 5

Hemelwaterberging Voor het toekomstig verhard oppervlak van 7.950 m2 is een hemelwaterberging van 7.950 x 0,060 = 477 m3 nodig. In overleg met de gemeente is gekozen voor bovengrondse waterberging in de vorm van wadi’s. In het huidige ontwerp zijn 4 wadi’s aanwezig waarop kan worden afgewaterd. Het maaiveld van de nieuwe verharding ter hoogte van de parkeerplaatsen ligt rond de NAP +26,00 m. Met een GHG van NAP +24,60 m betekent dit dat er voldoende hoogte is voor de wadi’s. Om de wadi’s niet te diep te maken voor het beeld en nabij een basisschool is er gekozen voor een diepte van 0,60 m. Voor de vulling van de wadi’s wordt uitgegaan van maximaal 0,50 m. De bodemhoogte van de wadi’s komt hierdoor uit op ca. NAP +25,40 m en de maximale waterstand in de wadi’s op NAP +25,90 m. In afbeelding 2 zijn alle bergingsvoorzieningen weergegeven. De totale hemelwaterberging binnen het plangebied is als volgt:

Voorziening Wadi A Wadi B Wadi C Wadi D Totaal

Oppervlakte bodem (m2)

Oppervlakte taluds (m2)

35 160 50 605

65 155 70 245

Max. waterpeil (m) 0,50 0,50 0,50 0,50

Inhoud (m3) 30 111 39 351 531

In totaal nemen de wadi’s ca. 1385 m2 in beslag en wordt er 531 m3 berging gecreëerd. Dit is meer dan de benodigde 477 m3 zodat er wordt voldaan aan de gestelde eis.

Wadi A

Wadi B

Wadi C

Wadi D

Figuur 2: Locaties waterberging

210104_MEM_001_v1

Pagina 3 van 5

Lediging Het water kan via de bodem en taluds infiltreren in de ondergrond. Voor de berekening van de ledigingscapaciteit van de wadi wordt de bodem en 2/3 van de taluds meegenomen waarover het water zal infiltreren. Het infiltrerend oppervlak komt hiermee uit op: 850 + 2/3 x (535) = 1.205 m2. Om een indicatie te krijgen van de leeglooptijd is er in onderstaande berekening aangenomen dan de doorlatendheid van de ondergrond 1,0 m/dag (ondergrond geschikt voor infiltratie) is. De rekenwaarde voor de k-waarde wordt dan 0,5 m/dag i.v.m. de veiligheidscoëfficiënt van 2. De ledigingscapaciteit van de voorzieningen komt hiermee uit op 1.205 * 0,5 = 602,5 m3/dag. Dit komt overeen met 25,1 m3/uur Bij een maximale neerslag van 2 mm per etmaal dient er binnen de 5 dagen (120 uur) in totaal 477 (m3) + 5 x 0,002(m) * 7.950 (m2) = 556,5 m3 water te infiltreren. Met de berekende ledigingscapaciteit zal een volledig gevulde voorziening in 556.5 / 25,1 = 23 uur leeg zijn bij een neerslag van 2mm per etmaal. Met de huidige aannames wordt voldaan aan de maximale ledigingstijd van de voorziening, om dit met zekerheid te kunnen zeggen moet de werkelijke k-waarde nog worden bepaald. Gezien de ruimte marge zal dit geen problemen veroorzaken. Extreme situaties Het kan altijd voorkomen dat er meer neerslag valt dan waarop het systeem gedimensioneerd is.

Hierbij zal de ondergrondse waterberging vollopen zal het water zich over het maaiveld richting het zuiden stromen. Over de het akkerland zal het uiteindelijk via de slootjes langs het bestaande zandpad en bosgebied het regionale watersysteem bereiken voordat het ergens waterschade kan veroorzaken. In afbeelding 3 is het hoogteverloop van de omgeving van het plangebied weergegeven.

210104_MEM_001_v1

Pagina 4 van 5

IKC

Figuur 3: Hoogteverloop plangebied

Conclusie Met het realiseren van wadi’s met een oppervlakte van ca. 1.385 m2 en een gemiddelde diepte van ca. 0,60 m wordt er de benodigde hemelwaterberging gecreëerd om te voldoen aan de eisen uit het omgevingsplan van de gemeente Asten. Deze oppervlakte voor de wadi’s is aanwezig in het plangebied. Aandachtpunten Bij de verdere uitwerking van het plan zal er bekeken moeten worden hoe het water richting de wadi’s afgevoerd wordt. Het heeft de voorkeur om dit bovengronds te doen maar wellicht is dit niet overal mogelijk. De ledigingstijd bedraagt met de huidige uitgangspunten 23 uur, welke voldoet aan de eis van 120 uur. Mocht dit na het bepalen van de k-waarde van de ondergrond nog niet meer blijken is het nodig om een aanvullende ledigingsvoorziening aan te brengen. Dit zou bijvoorbeeld met een leegloopleiding naar het naastgelegen bergbezinkbassin kunnen worden gerealiseerd. Wanneer de wadi’s worden ingericht met groen zal er bij de keuze van de beplanting rekening mee gehouden moeten worden dat deze beplanting tijdelijk in/onder het water zal staan.

210104_MEM_001_v1

Pagina 5 van 5

Voor wat betreft de omvang, voor het schoolse deel gaan we uit van 1890 m2 bvo en 336 leerlingen. Voor het gemeentelijke deel gaan we uit van 4 groepsruimtes van elk 115 m2 bvo in totaal 460 m2 en maximaal 16 kinderen per groep, dit in overleg met de kinderopvangorganisatie. Totale omvang van het gebouw komt hiermee op 2350 m2 bvo. Het huidige gebouw heeft een omvang van circa 1500 m2 bvo en 253 leerlingen. We voegen dus 830 m2 bvo toe. Jan Borg geeft aan dat we voor de nieuwe situatie voor de school uit kunnen gaan van 23-26 medewerkers welke gelijktijdig in het gebouw aanwezig zijn. Van onze huurder (Norlandia) heb ik nog geen opgave ontvangen, ga voorlopig maar uit van 4 medewerkers

Parkeerberekening voor nieuwbouw BS Voordeldonk Voor de parkeerberekening is uitgegaan van Parkeernota 2016 van de gemeente Asten. Landelijk gemiddelde van 23 leerlingen per klaslokaal aangenomen. De salderingsregeling is niet toegepast. Reden hiervoor is dat de parkeerbehoefte bij de aanleg van de school veel langer was dan in deze tijd. Benodigde parkeerberekening gemaakt voor spitsmomenten (geen sprake van deelgebruik):

Halen en brengen: Groep 1 t/m 3: 126x0,5x0,5x0,75 = 23,6 parkeerplaatsen Groep 4 t/m 8: 168x0,2x0,25x0,85=7,1 parkeerplaatsen Totaal = 31 parkeerplaatsen kort parkeren Kinderdagverblijf: 64x0,7x0,25x0,75= 8,4 parkeerplaatsen 8 parkeerplaatsen lang parkeren Benodigde parkeerberekening voor langparkeren: 336/23leerlingen = 14,6 15 lokalen 15 lokalen x 0,8 = 12 460 x 1,4 per 100 =6,44 18 parkeerplaatsen Totaal: 26 lang parkeren en 31 kortparkeren

Behoefte oude situatie: 11 klaslokalen 8 langparkeerplaatsen nodig Voor halen en brengen: 94x0,5x0,5x0,75 = 17,8 parkeerplaatsen 126x0,2x0,25x0,85 = 5,4 parkeerplaatsen

Totaal : 23 kort parkeren Conclusie: 26 parkeerplaatsen in totaal voor lang parkeren. 31 parkeerplaatsen voor kort parkeren/halen en brengen. Momenteel zijn aan de Bergweg in de praktijk 20 haakse parkeerplaatsen beschikbaar. Hiervan zijn er 2 ingericht voor taxi’s. Het zandpad (zuidkant) heeft geen formele vakken maar biedt ruimte voor ongeveer 10 auto’s. De Voordeldonk (berm) word wel geparkeerd maar is niet wenselijk in verband met in en uitstappen. Kortom is er dus een tekort van 57-30 = 27 parkeerplaatsen. Als de langparkeerders (personeel etc.) een vaste plek krijgen. Kan men rondom de Bergweg voorkant school het kort parkeren faciliteren.

QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING SCHOOLOMGEVING VOORDELDONK TE ASTEN

Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING

4

HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER

6

HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN

9

HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE

22

LITERATUUR

23

WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE

24 29 34

3 Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

6

9

22

Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Schoolomgeving Voordeldonk te Asten. De plannen omvatten het realiseren van een parkeerplaats, wat nu in gebruik is als weiland. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Asten in de gemeente Asten. Het plangebied bevindt zich buiten de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Asten.

Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart)

4 Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming. Op maandag 12 december 2022 is de locatie tussen 9:00 en 10:00 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie vroor het 2 graden en was het wat mistig. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.

Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?

5 Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Hoofdstuk 1

1 Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.

1.1

Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.

In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.

6 Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

1.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: • Opzettelijk vogels te doden of te vangen; • Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; • Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; • Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

Wat betreft deze soorten is het verboden om: • Opzettelijk dieren te doden of te vangen; • Opzettelijk dieren te verstoren; • Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; • Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.

Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.

7 Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

1.3

Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); • houtopstanden op erven of in tuinen • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.

8 Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

Hoofdstuk 2

2 Onderzoeksresultaten 2.1

Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Groote Peel”. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd.

Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken nog veel gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten. Vanwege de klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te kunnen blijven vinden en zich voort te planten. Maar het Natuurnetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en voelen zich gelukkiger. Natuur schept kansen voor ondernemers die natuur en hun bedrijf willen combineren en helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering.

•

Afbeelding

2:

ligging

Natuurnetwerk

Nederland

(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten)

9 Quickscan Flora- en Fauna – Schoolomgeving Voordeldonk Asten

en

Natura

2000

2.2

Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur. Het plangebied is geheel omringd door een bos waarin veel recreatie plaats vindt. gHet plan 5: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=0ed6dbe8-d290-4e9a-9296-48b178951eaa