GR23.05.07B Ruimtelijke onderbouwing Kloosterstraat 32 incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing
Kloosterstraat 32 Ommel Gemeente Asten
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Kloosterstraat 32 Ommel Gemeente Asten
Status:
ontwerp
Datum:
19 april 2023
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Ligging besluitgebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 7 8
Hoofdstuk 2 Planvoornemen
9
2.1 2.2
Huidige situatie Planvoornemen
9 12
Hoofdstuk 3 Beleidskader
19
3.1 3.2 3.3 3.4
19 21 26 27
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
33
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
33 33 34 34 36 37 44 46 48 50 54
Inleiding Geluid Bodem Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Natuur Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Waterhuishouding Verkeer en parkeren
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid
55
5.1 5.2
55 55
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 6 Procedure
57
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
57 57 57 57 57
De te volgen procedure Terinzagelegging Watertoets Vooroverleg met diensten van Rijk en provincie Verleende omgevingsvergunning
Kloosterstraat 32 Ommel
3
Ruimtelijke onderbouwing
4
Kloosterstraat 32 Ommel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Het voornemen bestaat om op het voorste deel van het perceel Kloosterstraat 32 te Ommel (gemeente Asten), kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie N, nummer 861 de bestaande vrijstaande woning te slopen en een twee-onder-een-kapwoning te realiseren. Het voorste deel van het perceel wordt middels het planvoornemen opgesplitst in twee (vrijwel) gelijke delen. De herstructurering c.q. ontwikkeling van het besluitgebied past qua uitvoering niet binnen het geldende bestemmingsplan (aantal woningen en bouwen buiten het bouwvlak). De gemeente heeft zich in principe bereid verklaard medewerking te verlenen aan het initiatief onder de voorwaarden dat uit de milieu-aspecten en eventuele onderzoeken geen overwegende bezwaren naar voren komen en de commissie ruimtelijke kwaliteit en monumenten kan instemmen met het plan. Middels het verlenen van een omgevingsvergunning Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, kan van het vigerende bestemmingsplan worden afgeweken indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (artikel 2.12, eerste lid, onder 3o van de Wabo, uitgebreide procedure). Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing wordt onderbouwd waarom er in het kader van deze ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging besluitgebied
Het besluitgebied is gelegen in het noordoostelijk deel van de kern Ommel (gemeente Asten) en bevindt zich aan een parallelweg van de gebiedsontsluitingsweg Kloosterstraat. Het besluitgebied is gelegen aan de rand van de bebouwde kom en vormt de overgang van bebouwd gebied naar een gebied met uitgerekte agrarische bestemmingen. Het besluitgebied ligt ten zuiden van de N279. Het besluitgebied zelf omvat de linker zijde van het perceel Kloosterstraat 32 (kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie N, nummer 861). Op dit adres is momenteel een vrijstaande woning met opstallen gesitueerd dat middels het planvoornemen, na sloop, vervangen wordt door een twee-onder-een-kapwoning. Aangrenzend aan het besluitgebied is, aan de zuidzijde, een B&B gevestigd binnen een overwegend met woningen bebouwd gebied. Ten noorden en oosten van het besluitgebied bevinden zich agrarische gronden in een overwegend onbebouwd en open gebied.
Kloosterstraat 32 Ommel
5
Kadastraal perceel besluitgebied (blauwe contour)
6
Kloosterstraat 32 Ommel
Ligging besluitgebied in breder verband
1.3
Geldend bestemmingsplan
Op het besluitgebied is het bestemmingsplan 'Ommel komgebied' van toepassing. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad op 22 november 2011 en is inmiddels onherroepelijk.
Kloosterstraat 32 Ommel
7
Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Ommel komgebied' Naast bovengenoemd bestemmingsplan gelden ter plaatse van het besluitgebied ook nog de volgende bestemmingsplannen: Asten verzamelplan 2018-2 (vastgesteld 11-12-2018) Asten Verzamelplan 2019-1 (vastgesteld 26-06-2019) Asten Parapluplan Wonen 2019 (vastgesteld 04-02-2020) Asten Verzamelplan 2019-2 (vastgesteld 13-02-2020) Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit) (vastgesteld 06-07-2021) Op grond van de geldende bestemmingsplannen geldt ter plaatse van het besluitgebied de enkelbestemming 'Wonen' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Daarnaast gelden in het besluitgebied de volgende aanduidingen: functieaanduiding specifieke vorm van waarde - archeologie categorie 3/4; gebiedsaanduiding geluidzone - weg. Voorzover relevant zal worden beschreven welke gevolgen deze aanduidingen met bijbehorende regels hebben voor het planvoornemen. Het planvoornemen is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. De tweekapper is namelijk voorzien buiten de begrenzing van het bestaande bouwvlak conform het huidige bestemmingsplan. Tevens geldt op basis van de bouwregels van het geldende bestemmingsplan, artikel 11.2.2 lid c, dat het aantal woningen per bouwperceel niet mag toenemen.
Middels het verlenen van een omgevingsvergunning Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, kan van de vigerende bestemmingsplannen worden afgeweken indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o van de Wabo, uitgebreide procedure). Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing wordt onderbouwd waarom er in het kader van deze ontwikkeling c.q. herstructurering sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.4
Leeswijzer
In dit eerste hoofdstuk zijn de aanleiding en het doel van deze ruimtelijke onderbouwing, de situering van het besluitgebied en de geldende bestemmingsplannen omschreven. Hoofdstuk 2 bevat een ruimtelijke beschrijving van de bestaande situatie op het besluitgebied, het planvoornemen en de toekomstige situatie. In Hoofdstuk 3 staat het planologische beleidskader, waarin aandacht uitgaat naar het ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau, provinciaal niveau, regionaal niveau en gemeentelijk niveau. In Hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven met o.a. aandacht voor geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid en milieuzonering. In Hoofdstuk 5 wordt ten slotte ingegaan op zowel de economische als de maatschappelijke haalbaarheid van het planvoornemen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 6 de procedure beschreven.
8
Kloosterstraat 32 Ommel
Hoofdstuk 2 2.1
Planvoornemen
Huidige situatie
2.1.1 Beschrijvingomgeving besluitgebied Het besluitgebied is gelegen aan de noordoostelijke rand van de kern Ommel, op de grens tussen overwegend bebouwd gebied en in het buitengebied gelegen agrarische gronden. De omgeving van het besluitgebied wordt gekenmerkt door vrijstaande en geschakelde woningen in 1 en 2 bouwlagen met kap parallel aan de weg. Aan de overzijde van de Kloosterstraat is grasgrond gelegen met een agrarische bestemming. Aan de zuidzijde, grenzend aan het besluitgebied, is in het voormalig kerkje van Ommel een Bed & Breakfast gevestigd. Momenteel bevindt zich op het perceel Kloosterstraat 32 een vrijstaande woning en bijbehorende opstallen. Het perceel is ontsloten via een inrit c.q. oprit grenzend op de parallelweg van de gebiedsontsluitingsweg Kloosterstraat. Het straatprofiel van de Kloosterstraat ter hoogte van het besluitgebied bestaat uit een 30 km/h gezoneerde weg met aan de ene zijde een groenstrook en een trottoir en anderzijds uit een groenstrook, parallelweg en een trottoir (zijde besluitgebied). Richting het buitengebied gaan de troitoirs aan beide zijden over in vrijliggende fietspaden.
Aangrenzend buitengebied met rechts het besluitgebied richting bebouwde kom
Kloosterstraat 32 Ommel
9
Woonbebouwing richting kern
Aanzicht Kloosterstraat (straatprofiel) richting landelijk gebied
Aanzicht Kloosterstraat (straatprofiel) richting kern Ommel 2.1.2 Beschrijvingbesluitgebied Het besluitgebied maakt momenteel onderdeel uit van het perceel Kloosterstraat 32. De grond fungeert in de huidige situatie als woonperceel met op het voorste deel een vrijstaande woning in 2 bouwlagen met kap en bijbehorende garage. De woning is omringd door een voor- en achtertuin. Het achterste deel van het perceel is in gebruik als achtertuin met daarop de nodige bomen en houtsingels, die een grove scheiding vormt tussen het besluitgebied en de omliggende agrarische gronden. Aan de oostzijde is een oprit c.q. inrit van de doodlopende parallelweg van de Kloosterstraat gelegen.
10
Kloosterstraat 32 Ommel
Aanzicht besluitgebied vanaf Kloosterstraat
Obliekfoto perceel Kloosterstraat 32 (rood omkaderd)
Kloosterstraat 32 Ommel
11
2.2
Planvoornemen
2.2.1 Inrichting perceel Het planvoornemen bestaat uit de herstructurering c.q. ontwikkeling van het besluitgebied door de bestaande vrijstaande woning te slopen en hiervoor in de plaats een twee-onder-een-kapwoning te realiseren. De rooilijn van de woonbebouwing zal middels het planvoornemen ten opzichte van de huidige siuatie dichterbij de parallelweg gesitueerd worden, in lijn met de overige woningen c.q. bebouwing aan de Kloosterstraat. Echter er blijft voldoende voortuin (5 meter) over om het zicht op de voormalige kerk van Ommel, komende vanuit het noorden, te waarborgen (zie straatbeeld planvoornemen in paragraaf 2.2.2). Het perceel wordt opgesplitst in twee (vrijwel) gelijke delen, op het (westelijke) deel grenzend aan de parallelweg van de Kloosterstraat vindt het planvoornemen plaats. Het andere deel van onderhavig perceel zal geen rol spelen in de ontwikkeling middels het planvoornemen.
Kavelverdeling en maatvoering middels planvoornemen (voorste deel perceel, zijde Kloosterstraat) 2.2.2 Bouwplan Bij het ontwerp van het bouwplan is uitgegaan van de bouwregels en maatvoering voor woningen uit het geldend bestemmingsplan (maximale maten: goothoogte 6,5 meter, bouwhoogte 11,5 meter en voorgevelbreedte minimaal 5,40 meter). Het betreft een twee-onder-een-kapwoning in twee bouwlagen met kap. De nok wordt parallel aan de weg gesitueerd. De woningen worden georienteerd op de Kloosterstraat en hebben een oppervlakte van ongeveer 85 m2 . Iedere woning wordt aan de zijkant voorzien van een garage, welke tegen de zijdelingseperceelsgrens wordt gesitueerd.
12
Kloosterstraat 32 Ommel
Situering planvoornemen
Straatbeeld planvoornemen
Kloosterstraat 32 Ommel
13
14
Kloosterstraat 32 Ommel
Impressies planvoornemen
Kloosterstraat 32 Ommel
15
Voor- en achtergevel
Indeling begane grond
16
Kloosterstraat 32 Ommel
Indeling verdieping
Kloosterstraat 32 Ommel
17
18
Kloosterstraat 32 Ommel
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2023 in werking treedt. In de NOVI is een langetermijnvisie neergelegd over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het Rijk wil daarbij sturen en richting geven op enkele nationale belangen. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde fysieke leefomgeving, waarbij onder meer nadruk ligt op het verbeteren van de kwaliteit van overgangsgebieden tussen stad en land door gebruik te maken van de kansen die in deze gebieden liggen voor verbetering van landschappelijke kwaliteiten en functiemenging. Gevolgen planvoornemen Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van één twee-onder-een-kapwoning binnen de bebouwingsconcentratie aan de Kloosterstraat in Ommel.
Met deze ontwikkeling is sprake van vervangende woningbouw (twee-onder-een-kapwoning in plaats van vrijstaande woning) en wordt vooruitgestorteerd op de uitbreiding van de kern Ommel richting de N279 (woningbouwontwikkeling 'Ommel-Oost'). Hoewel daar nog geen concrete plannen voor liggen, kan er wel vooruit worden gelopen op deze ontwikkeling. Met de verwachte ontwikkelingen voor Ommel in het achterhoofd is het planvoornemen stedenbouwkundig gezien passend. De locatie valt in de toekomst niet meer binnen het grensgebied met het buitengebied en hierom is verdichting van het perceel ruimtelijk gezien acceptabel. Ten slotte voorziet het planvoornemen in een bijdrage aan de woningbouwopgave waarvoor Nederland staat gezien het grote tekort aan woningen. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat met het planvoornemen een bijdrage wordt geleverd aan de landelijke ambities voor het landelijk gebied en een aantrekkelijke leefomgeving. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. 2. 3. 4.
project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken;
Kloosterstraat 32 Ommel
19
5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Gevolgen planvoornemen Het besluitgebied valt binnen een gebied dat door de Rarro is aangeduid als een beperkingengebied rondom een radarstation, als bedoeld in artikel 2.6.9 Barro. Voor die gronden mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van dusdanig hoge bouwwerken mogelijk maken, dat deze onaanvaardbare gevolgen hebben voor de werking van de radar. De maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Rarro. Ter plaatse van het besluitgebied bedraagt de maximale bouwhoogte binnen het radarverstoringsgebied 90 meter ten opzichte van NAP.
Ligging besluitgebied binnen radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 meter t.o.v. NAP (Rarro, kaart 6: radarstations) Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de gemiddelde hoogte van het besluitgebied ten aanzien van NAP ongeveer 25 meter ('centrum' Ommel). Dit houdt in dat, rekening houdend met de werking van de radar, in theorie een bouwhoogte van ongeveer 65 meter zou kunnen worden toegestaan.
20
Kloosterstraat 32 Ommel
De toegestane maximum goot- en bouwhoogte bedraagt binnen de geldende woonbestemming respectievelijk 6,5 meter en 11,5 meter. Omdat het bouwplan voor de woningen voldoet aan deze maximale goot- en bouwhoogte wordt ruimschoots onder het maximaal toelaatbare gebleven (< 65 meter), vormen de regels ten aanzien van het radarverstoringsgebied geen belemmering voor het planvoornemen. Voor het overige is onderhavig besluitgebied niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De Barro en het Rarro hebben dan ook geen consequenties voor onderhavige ontwikkeling en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' (voormalige ladder) opgenomen. Dit stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden.
Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Gevolgen planvoornemen Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van de herstructurering c.q. ontwikkeling van Kloosterstraat 32 waarmee netto 1 woning wordt toegevoegd aan het bestaand stedelijk gebied van de kern Ommel. Conform jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden gesteld dat met de oprichting van minder dan 12 woningen geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, waarmee geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Derhalve kan een nadere toets aan de motivering duurzame verstedelijking achterwege blijven.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie 'de kwaliteit van Brabant' Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij ligt de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie; een klimaatproof Brabant;
Kloosterstraat 32 Ommel
21
de slimme netwerkstad, en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Gevolgen planvoornemen Het planvoornemen betreft de herstructurering c.q. ontwikkeling van de netto toevoeging van 1 woning binnen de bebouwde kom aan de Kloostertraat in Ommel. Omdat er sprake is van de netto toevoeging van één woning wordt deze ontwikkeling niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Door de voorziene invulling van het perceel wordt aangesloten bij de reeds bestaande stedelijke structuur en infrastructuur, waarmee sprake is van duurzame verstedelijking. De nieuwe woningen zullen tenslotte voldoen aan de BENG-eisen, waardoor de woonbehoefte duurzaam wordt ingevuld. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de best beschikbare technieken in het kader van energieverbruik.
Het planvoornemen is gezien het bovenstaande in lijn met de omgevingsvisie. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsvisie, zoals beschreven in voorgaande paragraaf, vormt het beleidskader voor het provinciaal ruimtelijk beleid. Het juridische kader voor dit beleid is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). De verordening vormt derhalve een belangrijk uitvoeringsinstrument voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant hebben op 15 april 2022 de geconsolideerde versie van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In deze Interim Omgevingsverordening zijn de bestaande verordeningen samengevoegd en vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening Natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening Ruimte, Verordening Water en Verordening Wegen. De Interim Omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau. De Interim Omgevingsverordening is de juridische vertaling van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de Omgevingsvisie en bevat derhalve onderwerpen die in de visies naar voren komen.
De verordening bevat algemene regels waaraan gemeenten zich dienen te houden bij het opstellen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij afgeweken wordt van bestemmingsplannen. Ook wordt geregeld op welke wijze het Regionaal Ruimtelijk Overleg, waarin afspraken worden gemaakt over verstedelijking (wonen, werken en voorzieningen), wordt georganiseerd. Naast deze bindende regels voor gemeenten kent de verordening ook een aantal direct bindende regels voor burgers. Deze regels hebben betrekking op de ontwikkeling van intensieve veehouderijen in de zogenaamde extensiverings-, verwevings- en landbouwontwikkelingsgebieden. Door middel van deze regels wordt voorkomen dat ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden op het moment dat een bestemmingsplan van de gemeente nog niet is aangepast aan de Interim Omgevingsverordening. Gevolgen voor planontwikkeling Het besluitgebied is, voorzover relevant, gelegen in het stedelijk gebied (zie onderstaande afbeelding).
22
Kloosterstraat 32 Ommel
Uitsnede verbeelding IOV, kaart 3 Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling Duurzame verstedelijking Hoofdregel van het beleid is dat stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Alleen als daarvoor geen mogelijkheden bestaan, kan een stedelijke ontwikkeling buiten het bestaande stedelijke gebied in beginsel plaatsvinden binnen daarvoor in de verordening aangeduide zoekgebieden. Binnen deze gebieden liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking. Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van de herstructurering c.q. ontwikkeling van Kloosterstraat 32 waarmee netto 1 woning wordt toegevoegd aan de bestaande bebouwingsconcentratie in en rondom het besluitgebied. Het besluitgebied maakt woningbouw mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied. Ontwikkeling voldoet aan aantoonbare vraag en regionale afspraken Met het planvoornemen wordt voorzien in de aangetoonde vraag naar uitbreidingsmogelijkheden voor woningbouw (paragraaf 3.3.2 en 3.4.3 t/m 3.4.5). In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de IOV is deze 'programma-indicatie' richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken.
Het planvoornemen en het woningbouwprogramma voor dit besluitgebied maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken. Dit wordt nog nader toegelicht in paragraaf 3.3.2. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de regels van de IOV. Het planvoornemen is dientengevolge niet in strijd met de provinciale regels.
Kloosterstraat 32 Ommel
23
3.2.3 Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is vastgesteld om te voldoen aan de Omgevingswet. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen; De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen; De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen.
Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels; Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Daarnaast zijn er als gevolg van nieuwe inzichten of beleid ook enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht ten opzichte van de IOV: Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen; Er zijn regels opgenomen voor grondverzet, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond in grondwaterbeschermingszones; De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast aan de Brabantse Bossenstrategie; Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit. De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd; Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd. Gevolgen planvoornemen Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van de herstructurering c.q. ontwikkeling van Kloosterstraat 32 waarmee netto 1 woning wordt toegevoegd aan het bestaand stedelijk gebied.
Het betreft vervangende nieuwe bouw waarbij de vrijstaande woning wordt vervangen door een twee-onder-een-kapwoning. Het ruimtebeslag neemt hiervoor niet toe. De woningen worden gerealiseerd op het bestaande woonperceel. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen passend is binnen de voorwaarden die gesteld worden in de Ontwerp Omgevingsverordening. 3.2.4 Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant Om aan de toekomstige woningbehoefte te kunnen voldoen en huidige tekorten in te lopen moeten er in Brabant nog veel huizen worden gebouwd. Tot 2050 moeten nog 220.000 huizen aan de bestaande woningvoorraad worden toegevoegd. De nadruk ligt daarbij op de eerstkomende 10 jaar, waarin er zo’n 12.000 woningen per jaar moeten bijkomen.
24
Kloosterstraat 32 Ommel
Vergeleken met de vorige prognose (uit 2017) ligt de groei van de Brabantse bevolking duidelijk hoger. De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Tegen het midden van de jaren ’30 krijgen de landelijke gebieden te maken met een geringe bevolkingskrimp. In het stedelijk gebied blijft de bevolking doorgroeien, al neemt de groei ook hier af. Rond 2040 bereikt de vergrijzing van de Brabantse bevolking haar hoogtepunt. Dan is bijna 27% 65 jaar of ouder, tegen 20% in 2020. De hoogste leeftijdsgroepen, 75 jaar en ouder, groeien het sterkst en landelijke gebieden vergrijzen meer dan stedelijke gebieden. De komende tijd wordt verwacht dat er vanuit andere delen van Nederland meer mensen naar Brabant komen dan dat er vertrekken: gemiddeld (per saldo) zo’n 2.750 personen per jaar. Dit is in lijn met de laatste jaren. Het buitenlandse migratiesaldo – het verschil tussen het aantal immigranten en emigranten – is de laatste jaren sterk toegenomen, tot ongeveer 15.000 in 2019. Ook de komende jaren worden – na een terugval door de ‘corona-effecten’– positieve buitenlandse migratiesaldi verwacht, waarbij het gemiddeld jaarlijkse saldo terugloopt van zo’n 10.000 personen tussen 2020 en 2030 tot ruim 7.000 in de jaren daarna.
In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente ook een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Gemeentelijke bestemmings- c.q. ruimtelijke plannen die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Gelet op de bevolkingsontwikkeling wordt voor de gemeente Asten in de bevolkings- en woningbehoefteprognoses uitgegaan van een groei van de woningvoorraad met 545 woningen in de periode 2022-2031. In de bevolkings- en woningbehoefteprognoses van 2017 werd nog een groei van de woningvoorraad met 430 woningen voorzien in diezelfde periode. De nieuwe prognoses geven dus meer ruimte om extra bouwplannen te gaan realiseren in de gemeente Asten. Gevolgen planvoornemen De netto toevoeging van één woning middels onderhavig planvoornemen past binnen de voorziene toename van de woningvoorraad in de gemeente Asten. De woningbouwmonitor 2022-2031 is recent (maart 2021) in de gemeenteraad bijgesteld. De gemeente voorziet een groei met 506 woningen in de periode 2022-2031.
Met de planontwikkeling wordt met name voorzien in de behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. 3.2.5 Brabantse agenda wonen Het kaderstellend provinciaal beleid op het gebied van de woningbouw is verder vastgelegd in de 'Brabantse Agenda Wonen'. In deze agenda heeft de provincie ‘actielijnen’ en ‘richtinggevende principes’ vastgelegd. De actielijnen gaan uit van: accent op duurzame verstedelijking; meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken. Gevolgen planvoornemen Het planvoornemen is gebaseerd op een actuele kwalitatieve behoefte en dus vraaggericht. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De vraag hiernaar is dus aangetoond. Het plan draagt bovendien bij aan de differentiatie van de woningvoorraad in de gemeente Asten en met name in Ommel.
Kloosterstraat 32 Ommel
25
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Ruimtelijk afwegingskader De Peel Door de Peelgemeenten en waterschap Aa en Maas is in 2021 het ruimtelijk afwegingskader De Peel opgesteld. Het ruimtelijk afwegingskader is een instrument voor het (onderling) afwegen, combineren en inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen. Basis voor het afwegingskader zijn de vier (deel) landschappen van de Peelregio en de afweging op basis van de waarden van het landschap. Het besluitgebied van voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is gelegen in het landschapstype 'oude zandontginningen landschap'. De dragers van dit landschap zijn essen, kampen, oude erven en weidegronden langs beken. De kleinschalige grillige verkaveling (behalve op de essen) wordt deels omzoomd door houtwallen. Zowel beken als wegen kronkelen door dit lanschap. (Agrarisch) Bouwland is hogerop gelegen terwijl de weilanden juist bij de beken liggen. Daarnaast is er een afwisseling van coulissen (houtwal, bosjes en lanen) en open ruimten (o.a. essen) aanwezig. Ten slotte wordt het landschap gekenmerkt door een microrelief van essen en kampen. Ontwikkelingen in dit gebied vragen om een zorgvuldige inpassing. Om vorm te geven aan deze inpassing dienen deze bij de stads- en dorpsranden plaats te vinden, of binnen bestaande bebouwingsconcentraties. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de (versterking van de) fysieke kenmerken bij de inpassing van de opgave.
Gevolgen planvoornemen Bij onderhavige ontwikkeling wordt met bovenstaande uitgangspunten rekening gehouden door aan te sluiten bij de bestaande structuren (bestaand stedelijk gebied) binnen een middels het beleid gewenste locatie (dorpsrand). De voorgenomen ontwikkeling betreft slechts de toevoeging van netto één woning (twee-onder-een-kapwoning) binnen bestaand stedelijk gebied ter vervanging van een bestaande vrijstaande woning. Het bestaande woonperceel blijft behouden, waardoor de ruimtelijke stuctuur ter plaatse behouden en ongewijzigd blijft. 3.3.2 Regionale Agenda Wonen In de 'Regionale Agenda Wonen RRO Zuidoost-Brabant/Metropoolregio Eindhoven 2016' zijn de uitgangspunten voor de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave in regionaal verband vastgelegd. Kwantitatief is per gemeente aangegeven welke woningbouwopgave er voor de komende tienjaarsperiode is afgesproken. Voor de gemeente Asten is afgesproken dat 915 woningen netto zijn toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode 2016 t/m 2025. Kwalitatief zijn meerdere opgaven benoemd: ladder duurzame verstedelijking en binnenstedelijk bouwen, onder andere door herbestemming van leegstaand vastgoed in het bestaand stedelijk gebied; huisvesting doelgroepen, met name arbeidsmigranten en vergunninghouders; kwaliteit van het programma afstemmen op de bestaande voorraad.
Gevolgen planvoornemen De planontwikkeling is onderdeel van het netto toe te voegen aantal woningen in de gemeente Asten. Middels het planvoornemen wordt binnen bestaand stedelijk weefsel gebouwd. Tevens wordt gebouwd voor starters, een doelgroep met een grote vraag ten opzichte van een klein aanbod. De kwaliteit van het programma is hiermee afgestemd op de bestaande voorraad.
26
Kloosterstraat 32 Ommel
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstagenda 2030 Als kompas voor de ontwikkeling van de gemeente heeft de gemeente Asten de Toekomstagenda 2030 opgesteld. Hierin staan de opgaven die de komende jaren centraal staan: de transformatie van het buitengebied, het vitaal houden van de kernen, de ontwikkeling van het centrum van Asten en het klimaatbestendig en energieneutraal worden in 2030. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de opgave 'het vitaal houden van de kernen' van belang. Daarover is het volgende opgenomen in de Toekomstagenda 2030. "Anno 2017 behoren de inwoners van Asten tot de gelukkigste van de regio en het land. Hun geluksbeleving is vooral gebaseerd op gezondheid, deelname aan economisch en maatschappelijk verkeer, woonomgeving en omgevingskwaliteit. Behoud van deze vitaliteit is niet vanzelfsprekend. Het wegtrekken van jongeren, het kleiner worden van huishoudens, de vergrijzing en technologische ontwikkelingen vragen om een alerte reactie van gemeenschappen en gemeente. Passende en betaalbare woonvormen, adequate voorzieningen, saamhorigheid en een evenwichtige bevolkingssamenstelling zorgen voor vitaliteit." Het resultaat is dat de kernen Asten, Heusden en Ommel vanuit de eigen identiteit en kracht koersen. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de kernen.
Ruimte voor eigen initiatief betekent dat dorpen, gebieden en gemeenschappen zich ieder op een eigen wijze ontwikkelen. Dit kan tot gevolg hebben dat de ene kern meer voor elkaar krijgt dan de andere. De gemeente Asten zet in op behoud van voortgezet onderwijs in Asten. Dit is cruciaal in de ontwikkeling van jongeren en het vormen van netwerken, die wellicht stimuleren dat jongeren zich binden aan Asten of overwegen om er later terug te keren. Gevolgen planvoornemen Voor Ommel specifiek is het resultaat meer dan 1000 inwoners voor Ommel. Het is het Initiatief van inwoners om de leefbaarheid in Ommel structureel en voortvarend aan te pakken door middel van substantiële nieuwbouw en aantrekken van nieuwe inwoners. Het voorgenomen plan draagt bij aan dit initiatief. De toevoeging van een twee-onder-een-kapwoning voor starters in een bebouwingsconcentratie in het stedelijk gebied draagt bij aan de doorstroom in de kern, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Toekomstagenda 2030 en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.4.2 Omgevingsvisie Asten In het kader van de komst van de nieuwe omgevingswet heeft de gemeente Asten een omgevingsvisie vastgesteld.
In de omgevingsvisie zijn de ambities van de gemeente Asten voor de fysieke leefomgeving zoals neergelegd in de Toekomstagenda 2030 nader uitgewerkt. Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de dynamische dorpen. Dynamische dorpen Asten, Heusden en Ommel zijn, mede dankzij het groen in en rond de kernen, fijne dorpen om in te wonen. Gelegen binnen de Metropoolregio Eindhoven hebben ze een dorpse sfeer in uitstraling en gevoel. De dorpen hebben elk een eigen identiteit met een levendig verenigingsleven. Asten, Heusden en Ommel ontwikkelen zich vanuit de eigen identiteit en kracht. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de dorpen, als gemeente worden de randvoorwaarden geborgd en initiatieven gefaciliteerd die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling. In het deelgebied Dynamische Dorpen wil de gemeente Asten concreet de volgende doelstellingen realiseren: Vitale kernen
Kloosterstraat 32 Ommel
27
Het behouden en daar waar mogelijk versterken van het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in de kernen. Ontwikkelen van een gezonde en activerende leefomgeving, met veilige en aantrekkelijke plaatsen om te bewegen en elkaar te ontmoeten. We gaan uit van de situatie zoals vastgelegd in de Brabantse Omgevingsscan. Realiseren van voldoende, betaalbare en passende woningen en woonomgevingen voor alle doelgroepen. We zorgen voor adequate en kwalitatieve huisvestingsmogelijkheden voor onze bedrijven op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Leidend daarbij zijn de principes het juiste bedrijf op de juiste plek, efficiënt en beter ruimtegebruik en een verantwoorde uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen. Onze bedrijventerreinen zijn van hoge kwaliteit en hebben een modern, dynamisch en duurzaam imago. Behoud van de werkgelegenheid en versterken van toekomstbestendige sectoren die ondervertegenwoordigd zijn, zoals dienstverlening, onderzoek en advies. We gaan uit van de economische structuur, zoals vastgelegd door het CBS. Behouden en beter zichtbaar maken van cultuurhistorisch waardevolle panden en structuren. We gaan uit van de situatie zoals vastgelegd in de cultuurhistorische waardenkaart. Hiermee versterken we onze identiteit en zorgen we ervoor dat onze kernen nog aantrekkelijker worden voor onze eigen inwoners én bezoekers.
Ontwikkelen van slimme mobiliteitsoplossingen – ook wel Smart Mobility genoemd - zoals elektrisch deelvervoer, ten behoeve van een betere ontsluiting van onze kernen en bereikbaarheid van voorzieningen in de regio. Verbreding van de A67 blijft belangrijk voor onze verbinding met de Metropoolregio Eindhoven. Behouden en verbeteren van een groene leefomgeving waarin hittestress beperkt wordt, het water voldoende ruimte krijgt en de biodiversiteit hoog is. Natuurinclusief bouwen wordt de norm. De ambities van deze omgevingsvisie bouwen voort op het gemeentelijk beleid van de afgelopen jaren. Ondernemers werken samen met inwoners, de gemeente en andere partijen aan de ontwikkeling van onze kernen Asten, Heusden en Ommel. Voorbeelden van initiatieven die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling: Gezonde leefomgeving: fietsstraten (voorrang voor fietsers), actieve wandelroutes, parkjes, natuurinclusief wonen ontmoetingsplaatsen. van grijs naar groen (minder verstening in tuinen), wadi’s . Nieuwe woonvormen: gezamenlijk duurzaam wonen, zelfvoorzienende woningen en tiny houses. Verduurzaming bedrijventerreinen: duurzame energieopwekking, vergroening, vergroten waterbergend vermogen. Aansprekende evenementen: het organiseren van evenementen draagt bij aan het aantrekkelijk en druk bezocht houden van het centrum.
Coöperatieve vormen van samen-leven: zorg en welzijn, duurzaamheid, beheer openbare ruimte. Gevolgen planvoornemen De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Het planvoornemen voorziet in de netto toevoeging van één woning in bestaand stedelijk gebied van de kern Ommel. Met de planontwikkeling wordt met name voorzien in de behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De netto toevoeging van één woning voor starters in bestaand stedelijk gebied op de grens met het landelijk gebied voorziet daarmee in een aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Omgevingsvisie en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp.
28
Kloosterstraat 32 Ommel
3.4.3 Woonvisie gemeente Asten 2015-2024 Op 8 november 2016 heeft de gemeenteraad de Woonvisie gemeente Asten 2015-2024 vastgesteld. In de woonvisie zijn de uitgangspunten voor het volkshuisvestingsbeleid geformuleerd. Belangrijke uitgangspunten voor het volkshuisvestingsbeleid zijn: Algemeen Asten richt zich op het realiseren van een woningvoorraad die past bij de woonbehoeften van de Astense bevolking, zowel kwantitatief (voldoende woningen) als kwalitatief (juiste woningen). Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor de gemeente Asten als geheel maar ook voor de drie afzonderlijke kernen. Nieuwe toe te voegen woningen moeten aansluiten bij de geconstateerde en verwachte tekorten in de bestaande woningvoorraad. 30% van de toegestane plancapaciteit wordt gereserveerd als flexibele ruimte. Toevoeging van woningen vindt primair plaats binnen bestaand stedelijk gebied (wettelijke verplichting), met voorrang voor: locaties nabij voorzieningen, herstructureringslocaties, ook wordt eerst leegstaand of leegkomend vastgoed benut. Kwantitatieve taakstelling De kwantitatieve taakstelling voor de komende 10 jaren bedraagt 910 woningen (= toevoeging aan bestaande woningvoorraad). Dit aantal is ook vastgelegd in de regionale agenda wonen Verdeling van deze taakstelling over de 3 kernen vindt plaats naar rato van de inwoneraantallen: Asten / Heusden / Ommel - 75% / 19% /6 %.
Toename van de woningvoorraad wordt gerealiseerd door nieuwbouw, kavelsplitsing en transformatie van de bestaande voorraad. Transformatie binnen de bestaande voorraad is mogelijk door onder meer woningsplitsing, maar ook door het realiseren van woningen in gebouwen met een andere bestemming, zoals kantoor, winkel. Kwalitatieve taakstelling Voor het nieuwbouwprogramma gelden de volgende kaders naar doelgroep, prijs en type woning: 1. aandeel starters / gezinnen / senioren - 20% / 30% / 50%. 2. aandeel huur / koop = 40 % / 60%. 3. aandeel sociaal / vrij = 45 % / 55%. 4. aandeel gestapeld / niet gestapeld = 30% / 70% Daarnaast is de doelstelling voldoende woningen te bouwen voor starters, gezinnen en senioren.
Gevolgen planvoornemen Het planvoornemen voorziet in de netto toevoeging van één woning binnen bestaand stedelijk gebied in de kern Ommel. De nieuwbouw van een twee-onder-een-kapwoning voor starters binnen bestaand stedelijk gebied draagt bij aan het behalen van de kwantitatieve doelstellingen van de Woonvisie en de doorstroom in de kern Ommel (en andere kernen binnen de gemeente Asten). Hiermee wordt in de eerste plaats bijgedragen aan het tegengaan van de toenemende druk op de Astense woningmarkt en de daarmee gepaard gaande woningbouwopgave. Het planvoornemen voorziet daarnaast in de aantoonbare behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De toevoeging van een twee-onder-een-kapwoning binnen bestaand stedelijk gebied voorziet daarmee in deze aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer
Kloosterstraat 32 Ommel
29
specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Woonvisie en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.4.4 Versnellingsagendawoningbouw Asten Met de Versnellingsagenda woningbouw Asten beoogt de gemeente de toenemende druk op de woningmarkt tegen te gaan door het bouwtempo hoog te houden. De gemeente doet dit door nadrukkelijk de regie te pakken en versneld een tweetal woningbouwplannen in ontwikkeling te nemen. Binnen deze plannen zal extra aanbod gecreëerd worden voor de meest urgente doelgroepen, met een gezonde mix van huur en koop, in verschillende prijssegmenten en met aandacht voor betaalbaarheid en financierbaarheid. Ook binnen de bestaande (potentiële) planvoorraad en bij nieuwe woningbouwplannen zal extra gestuurd worden op het bouwen van woningen voor de meest urgente doelgroepen. Daarnaast dient minimaal 25% van de nieuw te bouwen woningen te bestaan uit sociale huurwoningen. De uitgangspunten en acties uit de versnellingsagenda woningbouw zijn verwerkt in de woningbouwmonitor 2022-2031. De woningbouwmonitor wordt gebruikt om te sturen op het planaanbod, de te bouwen woning typologieën en de realisatie van nieuwe woningen.
Gevolgen planvoornemen Net zoals in Asten is er ook in de kern Ommel vanaf 2022 weinig harde plancapaciteit beschikbaar. Ook voor Ommel is het dus wenselijk om op korte termijn nieuwe woningbouwplannen in ontwikkeling te nemen. Voorgenomen ontwikkeling sluit hierbij aan. 3.4.5
Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031
Het gemeentelijk woningbouwprogramma is vastgelegd in de 'Woningbouwmonitor gemeente Asten 2022 t/m 2031'. In de woningbouwmonitor is het totaal aantal te realiseren woningen in Ommel over de periode 2022 t/m 2031 vastgelegd.
Kwantitatieve toets geplande woningbouw in de kernen van de gemeente Asten (harde plancapaciteit) In de woningbouwmonitor heeft de gemeente Asten bewust beperkte ruimte beschikbaar gehouden voor de toevoeging van nieuwe plannen. De harde en potentiële plancapaciteit van de gemeente Asten als geheel zijn samen circa 500 woningen, terwijl er de komende 10 jaar 545 woningen gebouwd kunnen worden. Er is dus nog ruimte voor circa 45 woningen. Meer vrije ruimte is niet nodig, omdat de tijdshorizon elk jaar vooruit schuift en de gerealiseerde woningen van de harde plancapaciteit af gaan. Hierdoor is de verwachting dat er ook in de toekomst voldoende capaciteit over blijft om woningen te kunnen blijven bouwen. Met de voorziene woningbouw wordt voorzien in de behoefte aan woningcategorieën binnen de kleine kern
30
Kloosterstraat 32 Ommel
Ommel. Deze bestaat voor zowel de uitbreidingslocatie als de locaties binnen bebouwd gebied nagenoeg geheel uit grondgebonden koopwoningen. Gevolgen planvoornemen Met de voorziene bouw van een twee-onder-een-kapwoning voor starters binnen bestaand stedelijk gebied in de kern Ommel wordt voorzien in de kwantitatieve behoefte aan woningbouw in de kern Ommel. Het planvoornemen voorziet in de aantoonbare behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De nieuwbouw van een twee-onder-een-kapwoning aan de rand van stedelijk gebied voorziet daarmee in deze aantoonbare vraag en draagt bij aan de doorstroom binnen de gemeente Asten, waar meerdere nieuwbouwprojecten voor meer specifieke doelgroepen worden gerealiseerd (Kluisstraat Ommel, Heusden Oost). Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de kwantitatieve woningbouwopgave van de gemeente Asten en draagt deze bij aan het bereiken van de kwalitatieve opgaven. 3.4.6 Handreiking omgevingsdialoog De gemeente Asten vindt het wenselijk dat omwonenden en bedrijven in de nabijheid van een ruimtelijke ontwikkeling op een vroeg stadium bij de planvorming worden betrokken.
Daarom heeft de gemeente een stappenplan ontwikkeld voor het organiseren en voeren van een omgevingsdialoog, die plaats dient te vinden voordat een aanvraag wordt ingediend. Daarin worden de volgende stappen uitgewerkt: 1. Definieer de omgeving en belanghebbenden; 2. Nodig de omgeving uit; 3. Voer het omgevingsgesprek; 4. Maak een verslag; 5. Verstuur het verslag naar de omgeving; 6. Voeg het verslag toe bij de stukken voor de indiening van de aanvraag. In een tabel worden de instrumenten uitgewerkt voor omgevingsgesprekken ten behoeve van initiatieven met een geringe, middelgrote en grote (ruimtelijke) impact. Het onderhavige initiatief betreft volgens de handreiking een initiatief met een middelgrote ruimtelijke impact. Voor dergelijke initiatieven wordt in de handreiking voorgeschreven dat omwonenden en omliggende bedrijven worden geïnformeerd door middel van een informatiebrief met enquete, een inloopbijeenkomst of presentatie. Bij het bepalen van de omgeving is er vrijheid in de afweging welke belanghebbenden, bedrijven of omwonenden worden uitgenodigd. Dit is afhankelijk van de ruimtelijke impact van de voorgenomen ontwikkeling. Het omgevingsgesprek is conform de voorgeschreven werkwijze uit de handreiking gevoerd. De initiatiefnemer heeft met direct omwonenden aan de Kloosterstraat een omgevingsdialoog gevoerd over de voorgenomen ontwikkeling.
Hierbij is uitleg gegeven over het initiatief. Van het omgevingsdialoog is een verslag gemaakt, welke is opgenomen in deze ruimtelijke onderbouwing als Bijlage 5. De gesproken bewoners zijn positief over het planvoornemen en willen op de hoogte gehouden worden. Er zijn geen bezwaren naar voren gekomen.
Kloosterstraat 32 Ommel
31
32
Kloosterstraat 32 Ommel
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
Milieuaspecten mogen niet in de weg staan aan de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling. Het is van belang dat onderhavig planvoornemen, ondanks dat reeds sprake is van een woonfunctie, plaats vindt binnen een goed woon- en leefklimaat en dat de verandering niet leidt tot onevenredige (milieukundige) gevolgen voor bestaande waarden en functies. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in.
4.2
Geluid
4.2.1 Algemeen Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Akoestisch onderzoek Met onderhavig planvoornemen wordt een nieuwe woonfunctie geprojecteerd binnen de wettelijke onderzoekszone (wegverkeerslawaai) van de 60 km/u zone van de Kloosterstraat de N279. Daarnaast is de Kloosterstraat als 30-km weg mede in ogenschouw genomen omdat de woningen dichter bij de weg worden gesitueerd en om aan te tonen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er moet worden voldaan aan wettelijke grenswaarden en het woon- en leefklimaat van de nieuwe woonfunctie moet zijn gewaarborgd.
Om dit aan te tonen is ten behoeve van dit planvoornemen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (Nipa, rapportnummer N222450 , d.d. 2 januari 2023). De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 1. In het navolgende zijn beknopt de resultaten van het onderzoek weergegeven. 4.2.2 Beoordeling Wegverkeerslawaai: Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB van wegverkeerslawaai. Een aanvraag een hogere waarde is niet aan de orde. Woon- en leefklimaat: Bij de berekende geluidbelasting is een geluidwering van maximaal (56-23=) 23 dB vereist voor de hoogst geluidbelaste voorgevel om het woon- en leefklimaat in de woning te waarborgen. Bij nieuwe woningen is het aannemelijk dat, vanwege de eisen voor energieprestatie, de geluidwering van gevels zonder verdere akoestische voorzieningen voldoet aan tenminste de vereiste 23 dB. Het woon- en leefklimaat is in de geluidgevoelige ruimten van de nieuwe woning daarom zonder nader onderzoek en maatregelen gewaarborgd. Het besluitgebied is ten slotte niet gelegen binnen een zone voor industrielawaai en/of spoorweglawaai. Deze aspecten vormen derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. Conclusie
Kloosterstraat 32 Ommel
33
Samengevat blijkt uit bovengenoemd onderzoek dat de beoogde twee-onder-een-kapwoning geen beperkingen voor de geluidruimte oplevert voor de omgeving van het besluitgebied en dat het woon- en leefklimaat van de nieuwe woning is gewaarborgd. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4.3
Bodem
4.3.1 Algemeen Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om bij een ruimtelijk plan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Bij overige ruimtelijke besluiten is ook een inzicht in de bodemkwaliteit nodig op basis van artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. De onderhavige locatie is niet verdacht op bodemverontreiniging. Na de sloop van de bestaande bebouwing dient eerst een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden voor de woningbouw gestart kan worden. Dit bodemonderzoek hoeft niet opgenomen te worden in deze ruimtelijke onderbouwing. Dit onderzoek wordt in een later stadium gedaan voor de nieuwbouw. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek is een voorwaarde voor de vergunningverlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. 4.3.2
Beoordeling
Op dit moment vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor het planvoornemen, aangezien reeds sprake is van een woonbestemming en het besluitgebied aangemerkt kan worden als een onverdachte locatie. In een later stadium, in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen, dient echter wel een bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient in ieder geval bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1 Algemeen Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden, waarmee de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek
34
Kloosterstraat 32 Ommel
uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit het NSL. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, waaronder voor woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen. 4.4.2 Beoordeling Het planvoornemen betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van een herstructurering c.q. ontwikkeling waarbij een vrijstaande woning wordt vervangen door een twee-onder-een-kapwoning. Het planvoornemen behoort vanwege de relatief beperkte omvang automatisch tot de categorie van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Een toets aan de 3%-grens (bijdrage aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide) kan derhalve achterwege blijven. De realisatie van woningen wordt niet aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteiteisen). Hieronder vallen scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Daarnaast is het plangebied op meer dan 300 meter van de rijksweg A67 en meer dan 50 meter van de N279 gelegen, waardoor dit besluit niet van toepassing is in het geval sprake zou zijn van een gevoelige bestemming.
Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is eveneens gekeken naar de concentraties stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (zowel PM1 0 als PM2.5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling. Om een goed beeld te krijgen van deze concentraties is gebruik gemaakt van de resultaten uit de NSL Monitoringstool (monitoringsronde 2020). Met deze Monitoringstool wordt de luchtkwaliteit jaarlijks in beeld gebracht langs de drukste wegen in Nederland, zowel voor het gepasseerde jaar als voor de toekomst. De Monitoringstool wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de generieke invoergegevens en verkeersgegevens van het Rijk, provincies en gemeenten. De (maximale) concentraties in de directe nabijheid van de voorgenomen ontwikkeling zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht. Als uitgangspunt zijn de waarden van het dichtstbijzijnde meetpunt genomen (zie navolgende afbeelding).
Uitsnede kaart NSL Monitoringstool. Dichtstbijzijnde meetpunt rood omcirkeld Uit de NSL- monitoringskaart blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2 , PM1 0 en PM2,5 ter plaatse van de rekenpunten niet overschreden worden. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.