CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR22.11.04C 2 Ruimtelijke onderbouwing 't Hoekske 9.pdf

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2022-1'24.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Inleiding

Bij besluitvorming omtrent geurgevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:

-

Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).

-

Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Gemeenten mogen, binnen bepaalde grenzen, bij verordening van de normen in de Wet geurhinder en veehouderij afwijken (artikel 6 van de wet). De gemeente Asten heeft op 5 juli 2016 de ‘Verordening geurhinder en veehouderij

Asten

2016’

vastgesteld,

inclusief

de

daarbij

behorende

onderbouwing

de

Geurgebiedsvisie. Met deze geurverordening zijn strengere geurnormen voor de intensieve veehouderij en grotere afstanden voor de melkveehouderij en nertsenfokkerij vastgelegd. Op 27 oktober 2020 heeft de gemeente Asten tevens

de Wijziging ‘Verordening geurhinder en

veehouderij Asten 2016’ vastgesteld, waarin tevens vaste afstanden voor melkkoeien en vrouwelijk jongvee is opgenomen, gebaseerd op de normen voor de intensieve veehouderij. In afwijking van artikel 3, lid 1 Wgv bedraagt binnen de gemeente Asten de maximale waarde voor geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in:

-

Woonkernen Asten en Ommel 1,0 odour units; Buitengebied 10,0 odour units; Woonkern Heusden 0,5 odour units; Buitengebied rondom woonkern Heusden 5,0 odour units.

Voor dieren waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, gelden binnen de gemeente Asten andere minimaal aan te houden afstanden, gebaseerd op dieraantallen. De

planlocatie

is

op

grond

van

de

geurnormenkaart

behorende

bij

de

gemeentelijke

geurverordening gelegen binnen de kern Heusden.

5.7.2

Veehouderijen in de omgeving

In de omgeving van de planlocatie is een tweetal veehouderijbedrijven gelegen. Het betreft de veehouderijen Bosweg 3 en Bosweg 8. Aan Waardjesweg 73 is een vergunning aanwezig. Feitelijk worden er echter geen dieren meer gehouden en de stallen zijn gesaneerd. In navolgende figuur zijn deze veehouderijen aangegeven.

Crijns Rentmeesters bv

32

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

Bosweg 8

Bosweg 3

Figuur 15: Veehouderijen in omgeving planlocatie

Op deze omliggende veehouderijen zijn navolgende dieraantallen vergund:

Figuur 16: Vergunde dieraantallen Bosw eg 3 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Figuur 17: Vergunde dieraantallen Bosw eg 3 (Bron: Web BVB provincie Noord-Brabant)

Crijns Rentmeesters bv

33

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

5.7.3

Woon- en leefklimaat

5.7.3.1 Inleiding Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting.

Navolgend

worden

derhalve

zowel

de

voorgrond-

als

de

achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie inzichtelijk gemaakt.

5.7.3.2 Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt (dominantie veehouderij), hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen. Gezien de situering en geuremissiefactor kan gesteld worden dat het veehouderijbedrijf Bosweg 3 de dominante veehouderij is in het kader van de voorgrondbelasting. Van deze veehouderij is dan ook de voorgrondbelasting bepaald. De XY-coördinaten van de geurgevoelige locatie betreffen hierbij de hoekpunten van de planlocatie.

Tabel 1: Voorgrondbelasting Bosw eg 3

De voorgrondbelasting op de planlocatie afkomstig van de veehouderij bedraagt maximaal 5,1 oue/m³.

5.7.3.3 Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting is de totale geurbelasting veroorzaakt door alle veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. De achtergrondbelasting bepaalt het leefklimaat in een gebied. Met data van 1 februari 2021 is door Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant de achtergrondbelasting in de gemeente Asten in kaart gebracht. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze kaart, waarbij de ligging van de planlocatie indicatief is aangeduid met een zwarte cirkel.

Crijns Rentmeesters bv

34

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

Figuur 18: Achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie

Ter plaatse van de beoogde woonbestemming binnen de planlocatie is sprake van een achtergrondbelasting van maximaal 7-13 oue/m³. De achtergrondbelasting is tevens doorgerekend met het programma V -Stacks Gebied. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeente Asten ingevoerd. De invoergegevens van deze bedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant. Navolgend zijn de invoergegevens en de berekening weergegeven. Meteo station: Eindhoven Rek enuren: 25 % Rasterpunt link sonder x: 180 316 m Rasterpunt link sonder y: 376 513 m Gebied lengte (x): 1000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 1000 m , Aantal gridpunten: 50 Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor

Y-coor

Geurbelasting [OU/m3]

1001 180816 377013

15.842

1002 180887 376987

15.647

1003 180871 377025

14.998

Tabel 2: Achtergrondbelasting ter hoogte van de planlocatie

Ter plaats van de her te bestemmen woning is sprake van een achtergrondbelasting tussen 14,9 en 15,8 oue/m³.

Crijns Rentmeesters bv

35

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

5.7.3.4 Conclusie woon- en leefklimaat Als

vuistregel

geldt

voorgrondbelasting

dat

ten

de

minste

voorgrondbelasting de

helft

bepalend

bedraagt

van

is

voor

de

hinder,

als

de

de

achtergrondbelasting.

De

voorgrondbelasting ter plaatse bedraagt maximaal 5,1 oue/m³ en de achtergrondbelasting maximaal 15,8 oue/m³. Derhalve is de achtergrondbelasting bepalend. Het woon- en leefklimaat ter plaatse kan worden bestempeld als ‘redelijk goed’.

5.7.4

Belangenafweging

Als gevolg van de voorgestelde herontwikkeling mogen omliggende veehouderijbedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Deze belangen bestaan uit de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en, indien concrete uitbreidingsplannen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een reeds vergunde uitbreiding), de realisatie van deze uitbreidingsplannen. De meest dicht bij de planlocatie gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van circa 260 meter. De nieuwe woningen zijn niet de eerst hinderende objecten. De planlocatie is daarmee niet de belemmerende factor voor veehouderijen. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling worden veehouderijen dan ook niet verder in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd dan in de huidige situatie.

5.7.5

Conclusie

Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de planlocatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:

-

Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object).

-

Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

Gesteld kan worden dat ter plaatse sprake is van een zeer goed woon- en leefklimaat. Ook worden als gevolg van de beoogde herontwikkeling geen omliggende veehouderijen onevenredig in de belangen geschaad. De beoogde herontwikkeling is dan ook in het kader van het aspect geur geen bezwaar.

5.8 Veehouderij en gezondheid 5.8.1

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij

en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie

Handelingsperspectieven

Veehouderij

en

Volksgezondheid:

Endotoxine

toetsingskader

1.0’

opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de

Crijns Rentmeesters bv

36

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. De meest van belang zijnde veehouderijen zijn gesitueerd aan Bosweg 3 (varkens) en Bosweg 8 (leghennen). Bosweg 3 heeft een vergunde fijnstofemissie van 146 kg. Dit betekent dat een afstand van 68 meter in acht moet worden gehouden. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Bosweg 8 heeft een vergunde fijnstofemissie van 1.285 kg, hierdoor moet een afstand van 135 meter worden aangehouden. Ook hier wordt aan voldaan.

5.8.2

Geitenhouderijen

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontstek ing mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot 2 kilometer is er sprake van een vergroot risico. Het plangebied is gelegen binnen 2 kilometer van de geitenhouderij Polderweg 53.

Figuur 19: Vergunde dieraantallen Polderw eg 53 (BVB-Brabant)

Uit het VGO-rapport naar voren dat het niet mogelijk is om een veilige afstand aan te geven. De lokale omstandigheden verschillen daarvoor te sterk. De volgende omstandigheden zijn van invloed: -

landgebruik (akkers, weilanden, bebouwing, bos)

-

het type veehouderij (koe, varken, geit, pluimvee)

-

de soort uitstoot (fijnstof, endotoxinen, bacteriën)

-

het aantal dieren in een stal.

Tevens speelt de windrichting een voorname rol bij de verspreiding van de uitstoot van een veehouderij. Windrichting en windsterkte spelen een rol bij de verspreiding van fijnstof (inclusief

Crijns Rentmeesters bv

37

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

endotoxinen, ammoniak en micro-organismen) en geur. Omdat de overwegende windrichting in Nederland uit het zuidwesten komt zal de verspreiding van geur en fijnstof zich doorgaans verplaatsen uit de richting van het plangebied. De aanwezigheid van vegetatie, gebouwen en andere structuren is een belangrijke factor voor de verspreiding van stoffen in de atmosfeer.

Een ruw oppervlak veroorzaakt afremming van de wind

aan de grond, waardoor een zekere mate van turbulentie wordt gegenereerd en zich een hoogteafhankelijk windprofiel instelt. Niet voorzien wordt ter plaatse ‘meer kwetsbare personen’ te huisvesten. Ter plaatse wordt niet voorzien in, bijvoorbeeld, zorgfuncties of kinderopvang. Tussen de beoogde woningen en de geitenhouderij zijn reeds woonbestemmingen (de dorpskern) gelegen en deze bevinden zich daarmee niet dichter tot de geitenhouderij dan overige bestaande woningen. Vanwege de afstand (circa 1,35 km), de overwegende windrichting en de ruwheid van het terrein tussen beide objecten kan een positieve afweging gemaakt worden ten aanzien van de beoogde ontwikkeling.

5.9 Bedrijven en milieuzonering Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”.

De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft de

richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die planologisch mogelijk is. Aan Antoniusstraat 34 is een grondverzetbedrijf gevestigd. Dit bedrijf valt binnen maximaal milieucategorie 3.2. Voor bedrijven binnen de milieucategorie 3.2 dient een afstand aangehouden te worden van ten minste 100 meter tot een gevoelig object. Met een afstand van ruim 160 meter wordt hieraan ruimschoots voldaan. Het meest dichtbij gelegen agrarisch bedrijf is gesitueerd op circa 290 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden. De geursituatie is in paragraaf 5.7 inzichtelijk gemaakt. De beoogde ontwikkeling is in het kader van bedrijven en milieuzonering dan ook geen bezwaar.

Crijns Rentmeesters bv

38

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

5.10 Externe veiligheid 5.10.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven en vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.

5.10.2 Besluit externe veiligheid inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het plaatsgebonden risico (PR) rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Deze richtwaarden liggen op een niveau van 10 -6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat

geen norm

voor het

groepsrisico (GR).

Wel

geldt

op basis

van het Bevi een

verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde richtwaarde voor het GR geldt hierbij als oriëntatiewaarde.

5.10.3 Vervoer van gevaarlijke stoffen Bij de risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee verschillende kansen voor het PR verwerkt: de kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp plaatsvindt, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zware ongeval of de ramp. Bij een plaatsgebonden risico van 10 -6 is de kans dat er daadwerkelijk

een

zwaar

ongeval

plaatsvindt

1

op

de

miljoen.

Binnen

het

nationaal

veiligheidsbeleid wordt dit risico als grenswaarde aangemerkt voor de vestiging van kwetsbare objecten. Aan deze normstelling dient voldaan te worden. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute of de inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde betreft een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag gemotiveerd wordt.

Crijns Rentmeesters bv

39

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

Bij

deze

verantwoordingsplicht

moet

onder

andere

aandacht

besteed

worden

aan

bronmaatregelen, zelfredzaamheid, inzetbaarheid hulpdiensten en dergelijk e. Een belangrijke adviserende taak hierin heeft de wettelijk aangewezen adviseur, de regionale brandweer.

5.10.4 Beoordeling van de planlocatie 5.10.4.1 Bedrijven De planlocatie is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot externe veiligheid. Het meest dicht bij gelegen risico-object bevindt zich op een afstand van circa 920 meter ten zuiden van de planlocatie. Op zodanig grote afstand kan beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden.

5.10.4.2 Transport Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Het

transport

van

gevaarlijke

stoffen

moet

primair via het

hoofdwegennet

plaatsvinden.

Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de provinciale wegen N277 en de N279 en de Rijksweg A67. De planlocatie is niet gelegen binnen de risicogebieden van de N277 en de N279. Voor de A67 geldt een invloedsgebied van 4 kilometer. Met een afstand van 3,9 kilometer tussen planlocatie en A67, is de planlocatie formeel gelegen binnen het invloedsgebied van deze weg. Er dient dan ook een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hiervoor kan het standaardadvies van de Veiligheidsregio gebruikt worden. Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen waterwegverbinding waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Dit aspect is dus niet van toepassing. De meest dicht bij de planlocatie gelegen buisleiding betreft een gasleiding, op een afstand van circa 1.300 meter ten westen van de planlocatie. Op dusdanig grote afstand kan beïnvloeding normaliter niet plaatsvinden. Op een afstand van eveneens circa 1.100 meter ten zuidwesten van de planlocatie is een hoogspanningslijn gesitueerd. Op dusdanig grote afstand kan worden gesteld dat interactie evenmin kan plaatshebben.

5.10.4.3 Groepsrisico Gezien het feit dat de planlocatie binnen het invloedsgebied van de A67 is gelegen, dient er op grond van artikel 7 van het Bevt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven te worden. De veiligheidsregio heeft een standaardadvies ontwikkeld dat toegepast kan worden aan bepaalde afwegingscriteria, het gaat dan bijvoorbeeld om de afstand en de aard van de ontwikkeling. In dit geval is het plan niet bestemd voor zeer kwetsbare personen, ligt de Rijksweg op een afstand van 3,9 kilometer en is de toename van personen in het gebied door onderhavig plan minder dan 50. Derhalve kan het standaardadvies van de Veiligheidsregio overgenomen worden. Het standaardadvies van de Veiligheidsrisico luidt als volgt:

Crijns Rentmeesters bv

40

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

Communicatie Communiceer actief met de omwonenden in de planlocatie over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties. Bereikbaarheid & bluswatervoorziening Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels

voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede

bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. Zelfredzaamheid Tevens kan worden gesteld dat de bouw van de twee woningen de zelfredzaamheid van de aanwezige

personen

niet

verkleint.

De

nieuw

te

realiseren

woningen

beperken

geen

ontvluchtingsmogelijkheden en de personen in de woning kunnen als zelfredzaam worden beschouwd.

5.11 Luchtkwaliteit 5.11.1 Inleiding De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Belangrijk aspect in de Wet luchtkwaliteit is het begrip ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM). Ontwikkelingen, projecten en activiteiten die NIBM bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven door het bevoegd gezag in principe niet meer afzonderlijk te worden getoetst aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De toetsing vindt op provinciaal en landelijk niveau plaats in het kader van de projecten die wél ‘In Betekenende Mate’ (IBM) bijdragen. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De bijlage geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto (vervanging van bestaande woningen geldt als bijdrage neutraal). De beoogde herontwikkeling valt hiermee binnen het begrip NIBM. Andersom dient ter plaatse wel sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarmee de huidige luchtkwaliteit van belang is.

5.11.2 Blootstelling aan verontreiniging 5.11.2.1 Inleiding In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging.

5.11.2.2 Fijn stof De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM 10 is 40 µg/m³.

-

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM 10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

Crijns Rentmeesters bv

41

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM 2,5 is 25 µg/m³.

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en PM2,5 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer.

Figuur 20: Fijn stof PM10 2019 (Bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM 10 van 19-20 µg/m³.

Figuur 21: Fijn stof PM2,5 2019 (Bron: Atlas leefomgeving)

Crijns Rentmeesters bv

42

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

De jaargemiddelde concentratie PM 2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. Gesteld kan worden dat hiermee de luchtkwaliteit ter plaatse acceptabel is en dat de beoogde herontwikkeling in het kader van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijn stof geen bezwaar is.

5.11.2.3 Stikstof De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikst ofdioxide:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO 2 is 40 µg/m³.

Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO 2 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer.

Figuur 22: Stikstofdioxide 2018 (Bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie NO 2 van 16-18 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.

5.12 Besluit m.e.r. 5.12.1 Inleiding Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r. -beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.

Crijns Rentmeesters bv

43

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling.

5.12.2 Toets initiatief De beoogde ontwikkeling ziet toe op de ontwikkeling van twee woningen binnen de planlocatie. De Afdeling Bestuursrechtspraak

van de Raad van State heeft

(ABRS

12 juni

2019, no.

201807060/1/R1) overwogen “dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.” Daarbij heeft de Afdeling afgewogen dat “hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet [kan] worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door onder andere de realisatie van […]woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage.

Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.” De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld “dat nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling behoefde te worden uitgevoerd.” Bovenstaande leidt ertoe dat de beoogde ontwikkeling niet valt aan te merken als ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m²’. Omdat de beoogde ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in het Besluit m.e.r., is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.

Crijns Rentmeesters bv

44

Ruimtelijke onderbouw ing ‘’t Hoekske 9 Heusden’

6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De gemeente Asten zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer sluit derhalve met de gemeente Asten een anterieure overeenkomst. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.

6.2 Omgevingsdialoog Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is door de initiatiefnemer een omgevingsdialoog gevoerd.

Deze dialoog heeft

Crijns Rentmeesters bv

niet

geleid tot inhoudelijke aanpassingen aan de plannen.

45

Rapport

verkennend bodemonderzoek ‘t Hoekske 9 te Asten-Heusden

Projectnaam Projectnummer

‘t Hoekske 9 te Asten-Heusden B2754

Opdrachtgever Postadres

Dhr R. Wijnen t Hoekske 9 5725 AT Asten-Heusden Dhr R. Wijnen

Contactpersoon Status Versie

Definitief 1

Aantal pagina’s Datum

10 (exclusief bijlagen) 27 juli 2021

Samenstelling rapport en kwaliteitscontrole

dhr. M. Gloudemans

Paraaf

Bezoekadres Postcode en plaats Telefoon e-mail internet

Jekschotstraat 12 5465 PG Veghel 0413 287068 info@bodem-inzicht.nl www.bodem-inzicht.nl

Inhoudsopgave 1 INLEIDING ................................................................................................................................................................. 3

2

3

4

5

1.1

Algemeen ................................................................................................................................................................ 3

1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek.................................................................................................................... 3

1.3

Partijdigheid ............................................................................................................................................................ 3

1.4

Opbouw van het rapport ........................................................................................................................................ 3

VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1

Beschrijving onderzoekslocatie ............................................................................................................................... 4

2.2

Voormalig en huidig gebruik van de locatie ............................................................................................................ 4

2.3

Toekomstig gebruik................................................................................................................................................. 5

2.4

Beschikbare onderzoeksgegevens .......................................................................................................................... 5

2.5

Bodem- en geohydrologische gegevens ................................................................................................................. 5

2.6

Hypothese en onderzoeksstrategie ........................................................................................................................ 5

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................ 6 3.1

Veldwerkzaamheden .............................................................................................................................................. 6

3.2

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .......................................................................................................... 6

3.3

Meetgegevens grondwater ..................................................................................................................................... 6

3.4

Chemische analyse en monsterselectie .................................................................................................................. 7

3.5

Geselecteerde grondmonsters en chemische analyses .......................................................................................... 7

3.6

Overzicht grondwatermonsters en chemische analyses ......................................................................................... 7

RESULTATEN ............................................................................................................................................................. 8 4.1

Toetsingskader ........................................................................................................................................................ 8

4.2

Toetsing analyseresultaten grond en grondwater .................................................................................................. 8

4.3

Analyseresultaten grond- en grondwatermonsters en interpretatie ...................................................................... 9

CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................................................................................... 10

BIJLAGEN Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatietekening met boorpunten Bijlage 3: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 4: Getoetste tabellen grond en grondwater Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: veldwerkrapportage

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

2

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Dhr R. Wijnen te Asten-Heusden heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel ‘t Hoekske 9 te Asten-Heusden (gemeente Asten). Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn opgesteld in NEN 5725 en NEN 5740. De NEN 5725 (versie oktober 2017) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. De NEN 5740+A1 (versie april 2016) beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 2000. 1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek

Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn aannames gedaan over het al dan niet aanwezig zijn van potentiële verontreinigingsbronnen en is een onderzoekshypothese opgesteld. 1.3

Partijdigheid

Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Uitgevoerde werkzaamheden (hoofdstuk 3) De resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 4) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5)

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

3

2

VOORONDERZOEK

Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. opdrachtgever B. Het milieu-archief van de gemeente Asten C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten (topotijdreis) E. Grondwaterkaarten F. www.bodemloket.nl; Omgevingsrapportage Noord Brabant G. Locatiebezoek 2.1

Beschrijving onderzoekslocatie

adres onderzoekslocatie kadastrale registratie oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie beschrijving bebouwing/inrichting beschrijving maaiveld omgeving

2.2

‘t Hoekske 9 te Asten-Heusden Asten P606 1.060 m² Binnen de bebouwde kom van Heusden. dierenweide Er is sprake van een dierenverblijf, opgetrokken uit hout en voorzien van metalen golfplaten. Het maaiveld is grotendeels en voorzien van gras. noord: Openbare weg ’t Hoekske oost: Woning en garage ’t Hoekske 9 zuid: Landbouwgrond west: Landbouwgrond

bron A C A D A, G G

bijlage 1 1 2 1 2

G D

2 1

Voormalig en huidig gebruik van de locatie bron

voormalig gebruik locatie algemeen (sloot-)dempingen ophogingen Voormalige bebouwing bodembedreigende activiteiten, opslagtanks en opslag bodembedreigende stoffen

De locatie kent een agrarisch gebruik.

A, B

nee nee nee nee

D A, B D A, B, G

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

aanpassing strategie -

4

2.3

Toekomstig gebruik bron

bestemming bodembedreigende activiteiten opslagtanks opslag bodembedreigende stoffen 2.4

A A

nee nee

A A

-

bron

aanpassing strategie -

Beschikbare onderzoeksgegevens

onderzoek op locatie onderzoek in directe omgeving

2.5

Wonen, beoogd wordt een woning op te richten. nee

aanpassing strategie -

Er zijn geen bodemonderzoeken verricht op de locatie. De omgevingsrapportage geeft aan dat de bermen van de openbare weg Neptunusstraat en aansluitende wegen in 1995 verkennend zijn onderzocht. In de bovengrond zijn sporen puin aangetroffen en een licht verhoogd gehalte minerale olie. De ondergrond is licht verontreinigd met minerale olie, het grondwater is licht verontreinigd met koper, arseen en chroom. Er zijn geen belemmeringen voor de doelstelling. Meer gegevens zijn niet beschikbaar.

A, B F

Bodem- en geohydrologische gegevens

deklaag eerste watervoerend pakket scheidende laag

Bodemopbouw fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor. matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag. kleihoudende afzettingen

Nuenengroep

0-20 m-mv

Formatie van Sterksel/Veghel Kedichem/Tegelen

20-65 m-mv 65-115 mmv

hydrologie diepte freatisch grondwater stromingsrichting 2.6

2,0 m-mv Westelijk tot noordwestelijk

Hypothese en onderzoeksstrategie

NEN5740: Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL, tabel 3.1). (deel)-locatie opperhypoboringen analyses vlakte these NEN5740 gehele terrein 1.060 m² onver6 tot 0,5 m-mv 2 standaardpakket grond dacht 1 tot 2,0 m-mv/grondwater 1 peilbuis 1 standaardpakket grondwater

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

5

3

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

3.1

Veldwerkzaamheden

verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 ja datum 5 juli 2021 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 afwijkingen bijzonderheden conform protocol 2002 datum veldmedewerker(s) afwijkingen bijzonderheden • • • 3.2

ja 14 juli 2021 M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 -

In bijlage 2 is de plaats van de meetpunten in de situatietekening opgenomen. Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages opgenomen Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen

Tijdens het verrichten van veldwerk zijn, behoudens de sporen beton in de bovengrond bij meetpunt 7, geen bijmengingen aangetroffen in de bodem die duiden op verontreinigend (menselijk) ingrijpen zoals een visuele bijmenging of andere zintuigelijke bevindingen. De beoordeling van de opgeboorde grond vormt geen aanleiding voor aanpassingen van de onderzoeksstrategie. Boring Diepte boring Traject soort Waargenomen bijzonderheden (m -mv) (m -mv) 1 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen wortels 2 3,00 1,50 - 2,50 Zand sporen roest 6 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen wortels 7 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen wortels, sporen beton 8 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen wortels De aangetroffen bijzonderheden hebben niet geleid tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. 3.3

Meetgegevens grondwater

filterdiepte grondwaterstand zuurgraad (pH) EC in µS/cm troebelheid in NTU (m-mv) (m-mv) peilbuis 2 2,00 - 3,00 1,31 4,9 233 219 De gemeten waardes worden niet als afwijkend beschouwd voor de regio en geven geen indicatie voor de aanwezigheid van verontreinigingen in het grondwater. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

6

3.4

Chemische analyse en monsterselectie

De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Al-West B.V. in Deventer. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut (NNI). 3.5

Geselecteerde grondmonsters en chemische analyses

Analysemonster BG1

Traject Deelmonsters (m -mv)

Analysepakket1

reden/motivatie

0,00 0,50

1 (0,00 - 0,50) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. bovengrond, plaatselijk 2 (0,00 - 0,50) (AS3000) sporen beton 3 (0,00 - 0,45) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 0,50 2 (0,50 - 1,00) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. ondergrond, visueel 1,60 2 (1,00 - 1,50) (AS3000) schoon 4 (0,80 - 1,30) 4 (1,30 - 1,60) 1)Het NEN 5740 standaardpakket bodem bestaat uit de volgende parameters: droogrest, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK, minerale olie.

OG1

De analyseresultaten hebben geen aanleiding gegeven individuele monsters separaat te analyseren. 3.6

Overzicht grondwatermonsters en chemische analyses

Peilbuis 2

Filterdiepte in m-mv 2,00 - 3,00

Analysepakket NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)

Bijzonderheden -

1)Het standaardpakket grondwater bestaat uit de volgende parameters: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie. Alle geanalyseerde grondwatermonsters zijn voorbehandeld conform AS 3000 zoals per 1 januari 2008 is voorgeschreven.

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

7

4 4.1

RESULTATEN Toetsingskader

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en grondwater aan de achtergrondwaardes grond en streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater. De achtergrondwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In onderhavig rapport worden de volgende termen gebruikt om de mate van verontreiniging aan te geven: -

niet verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; licht verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de achtergrondwaarde maar lager dan of gelijk aan de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde; matig verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; sterk verontreinigd: de concentratie aan verontreinigingen is hoger dan de interventiewaarde.

Uit de NEN 5740 kan het volgende worden afgeleid. Uitvoering van vervolgonderzoek is in de meeste gevallen alleen noodzakelijk wanneer de concentratie van een stof de halve som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde overschrijdt. Deze waarde wordt ook in de Leidraad Bodembescherming gehanteerd als de concentratiegrens waarboven een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Bij overschrijding van de interventie-waarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. 4.2

Toetsing analyseresultaten grond en grondwater

De analyseresultaten van de grond zijn getoetst aan de achtergrond- (A) en interventiewaarden (I) uit de circulaire streef- en interventiewaarden bodemsanering [Staatscourant 2000-39]. In de toetsingstabel zijn zowel de achtergrondwaarden (A) als de interventiewaarden (I) voor microverontreinigingen opgenomen. De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van het (gemeten) lutum- en organisch stofgehalte van de bodem. De analyseresultaten van het grondwater zijn getoetst aan de streef- (S) en interventiewaarden (I). De gemeten waarden van de onderzochte (meng-)monsters met overschrijdingstabellen zijn in bijlage 4 weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen.

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

8

4.3

Analyseresultaten grond- en grondwatermonsters en interpretatie

omschrijving

monster BG1

ondergrond, visueel schoon grondwater

bovengrond, plaatselijk sporen beton

1Index

traject 0,00 - 0,50

overschrijding achtergrond- of streefwaarde -

overschrijding interventiewaarde -

OG1

0,50 - 1,60

-

-

2-1-1

2,00 - 3,00

Zink (0,01) Cadmium (0,02) Barium (0,03)

Koper (1,18)

(GSSD - AW) / (I - AW)

In het mengmonster BG1 van plaatselijk sporen betonhoudende bovengrond zijn geen parameters aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster OG1 van de zintuiglijk schone ondergrond zijn eveneens geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 zijn gehaltes aan zink, cadmium, barium en koper aangetoond boven de streefwaarden. De oorzaak voor de verhoogde gehaltes aan zware metalen kan niet gerelateerd aan het gebruik van het perceel tot nu toe. Regionaal worden vaker verhoogde gehaltes aan zware metalen aangetoond die in verband worden gebracht met zinkassenproblematiek in de regio. Het gehalte aan koper is verhoogd boven de interventiewaarde en vormt daarmee aanleiding voor nader onderzoek. Dit nader onderzoek wordt niet zinvol geacht. Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm NEN 5740) welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening te worden gehouden met een zeker restrisico. Een bodemonderzoek is een momentopname waarbij steekproefsgewijs boringen/inspectiegaten worden verricht/gegraven en peilbuizen worden geplaatst op een veelal willekeurige, maar meest voor de hand liggende locatie.

Derhalve kan nooit uitgesloten worden dat op de onderzoekslocatie verontreinigingen aanwezig zijn die bij dit onderzoek niet zijn aangetoond. Bodeminzicht kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

9

5

CONCLUSIES EN ADVIES

In opdracht van Dhr R. Wijnen te Asten-Heusden heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een dierweide aan ‘t Hoekske 9 te Asten-Heusden. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een woning op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek wordt de locatie als onverdacht beschouwd voor bodemverontreiniging. Resultaten NEN5740 Tijdens het verrichten van veldwerk zijn, behoudens de sporen beton in de bovengrond bij meetpunt 7, geen bijmengingen aangetroffen in de bodem die duiden op verontreinigend (menselijk) ingrijpen zoals een visuele bijmenging of andere zintuigelijke bevindingen. De beoordeling van de opgeboorde grond vormt geen aanleiding voor aanpassingen van de onderzoeksstrategie. In het mengmonster BG1 van plaatselijk sporen betonhoudende bovengrond zijn geen parameters aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster OG1 van de zintuiglijk schone ondergrond zijn eveneens geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 zijn gehaltes aan zink, cadmium, barium en koper aangetoond boven de streefwaarden. De oorzaak voor de verhoogde gehaltes aan zware metalen kan niet gerelateerd aan het gebruik van het perceel tot nu toe.

Regionaal worden vaker verhoogde gehaltes aan zware metalen aangetoond die in verband worden gebracht met zinkassenproblematiek in de regio. Het gehalte aan koper is verhoogd boven de interventiewaarde en vormt daarmee aanleiding voor nader onderzoek. Dit nader onderzoek wordt niet zinvol geacht. Conclusie en advies Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De resultaten van het grondwateronderzoek stemmen niet overeen met de gestelde hypothese. De gehaltes aan zware metalen vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Nader onderzoek naar het gehalte aan koper in grondwater wordt niet zinvol geacht. De locatie is onverdacht op aanwezigheid van asbest in bodem. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bouw van een woning. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.

rapport B2754 t Hoekske 9 te Asten-Heusden

10

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoekslocatie

onderzoekslocatie

Kadastrale kaart

Uw referentie: B2754

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Asten P 606

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 16 juni 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 2 Situatietekening met boorpunten

woning, 14

woning, 9

8

7

1

garage 2

6

3 4

GW

SR

5

Situatietekening met boorlocaties

Legenda:

Project:

begrenzing onderzoekslocatie boringen tot 0,5 m-mv boringen 0,5 tot 2,0 m-mv boringen met peilbuis Asbestproefgat

't Hoekske 9 te Asten-Heusden Projectnummer:

B2754

0m

25 m

Datum:

26-07-202

stelcons

klinkers

grind

tegels

beton

onverhard

asfalt

Bijlage 3 Boorbeschrijvingen

Bijlage: Boorprofielen

Boring:

1

Boring:

2

Datum:

5-7-2021

Datum:

5-7-2021

Michel Gloudemans

GWS: Boormeester:

150 Michel Gloudemans

Boormeester:

weiland

0 1

weiland

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten dakpan, donker grijsbruin, Edelmanboor

50 Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor 2 100 3 150 Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, licht oranjebeige, Edelmanboor

200

250 Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjebeige, Zuigerboor

300

Boring:

3

Boring:

4

Datum:

5-7-2021

Datum:

5-7-2021

Boormeester:

Michel Gloudemans

Boormeester:

Michel Gloudemans

weiland

0 1

50

weiland

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor 1

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor

50 2

100

150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor 3

4

Projectnaam: t Hoekske 9 te Asten-Heusden Projectcode: B2754 'getekend volgens NEN 5104'

Bijlage: Boorprofielen

Boring:

5

Boring:

6

Datum:

5-7-2021

Datum:

5-7-2021

Boormeester:

Michel Gloudemans

Boormeester:

Michel Gloudemans

weiland

0 1

weiland

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen dakpan, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

50

Boring:

7

Boring:

8

Datum:

5-7-2021

Datum:

5-7-2021

Boormeester:

Michel Gloudemans

Boormeester:

Michel Gloudemans

weiland

0 1 50

weiland

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, sporen beton, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

50

Projectnaam: t Hoekske 9 te Asten-Heusden Projectcode: B2754 'getekend volgens NEN 5104'

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

Bijlage 4 Getoetste tabellen

Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3

% ds % ds

BG1 Zand sporen wortels, sporen beton 1061280 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 0,00 - 0,50 3,90 1,60 27-7-2021 Voldoet aan Achtergrondwaarde

Meetw

GSSD

METALEN IJzer Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood

% ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<5,0 <3,0 <4,0 19 40 <1,5 0,33 22 <0,05 23

3,5 <7,4 <8,2 37 91 <1,1 0,52 85 (6) <0,05 35

PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,050 <0,050 0,066 0,26 0,20 0,22 0,21 0,10 0,13 0,11

<0,035 <0,035 0,066 0,26 0,20 0,22 0,21 0,10 0,13 0,11 1,37

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010

<0,013 <0,0018 <0,0018 <0,0018 <0,0018 <0,0018 <0,0018 <0,0018

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C20 Minerale olie C20 - C24 Minerale olie C24 - C28 Minerale olie C28 - C32 Minerale olie C32 - C36 Minerale olie C36 - C40

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<3 <35 <3 <4 <5 <5 7 <5 <5

5 (6) <63 5 (6) 7 (6) 9 (6) 9 (6) 18 (6) 9 (6) 9 (6)

OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)

% % %

87,0 1,6 3,9

87,0

Projectcode: B2754

OG1 Zand 1061280 2, 2, 4, 4 0,50 - 1,60 0,20 1,00 27-7-2021 Voldoet aan Achtergrondwaarde

Index

-0,04 -0,41 -0,02 -0,09 -0 -0,01 -0 -0,03

Meetw

<5,0 <3,0 <4,0 <5,0 <20 <1,5 <0,20 <20 <0,05 <10

3,5 <7,4 <8,2 <7,2 <33 <1,1 <0,24 <54 (6) <0,05 <11

<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050

<0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,035 <0,35

-0

-0,01 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010

-0,03

GSSD

<3 <35 <3 <4 <5 <5 <5 <5 <5

89,0 <1,0 <0,2

<0,025 <0,0035 <0,0035 <0,0035 <0,0035 <0,0035 <0,0035 <0,0035

11 (6) <123 11 (6) 14 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6)

89,0

Index

-0,04 -0,41 -0,22 -0,18 -0 -0,03 -0 -0,08

-0,03

0

-0,01

---------< 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -

Tabel 2: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW

WO

IND

I

METALEN Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

1,2 35 54 0,83 210 88 39 200

4,3 190 190 4,8 530 190 100 720

13 190 190 36 530 190 100 720

PAK PAK 10 VROM

mg/kg ds

1,5

6,8

40

40

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

mg/kg ds

0,02

0,04

0,5

1

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

mg/kg ds

Projectcode: B2754

190

190

500

5000

Tabel 3: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3

2-1-1 14-7-2021 2,00 - 3,00 27-7-2021 Overschrijding Interventiewaarde

Meetw METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen PAK Naftaleen PAK 10 VROM GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,3-Dichloorpropaan 1,1-Dichloorpropaan Dichloorpropaan Dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+1,3) cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C20 Minerale olie C20 - C24 Minerale olie C24 - C28 Minerale olie C28 - C32 Minerale olie C32 - C36 Minerale olie C36 - C40

Projectcode: B2754

GSSD

Index

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<2,0 9,6 86 71 <2,0 0,51 65 <0,05 <2,0

<1,4 9,6 86 71 <1,4 0,51 65 <0,04 <1,4

-0,23 -0,09 1,18 0,01 -0,01 0,02 0,03 -0,06 -0,23

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,20 <0,20 <0,20

<0,14 <0,14 <0,14 <0,21 <0,14 <0,07 <0,14 <0,77(2,14)

-0 -0,03 -0,01 0

µg/l -

<0,020

<0,014 <0,00020(11)

µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,20 <0,20

<0,14 <0,14 <0,42

<0,20 <0,10 <0,20

-0,02

0

-0

0,42

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,10 <0,10 <0,10 <0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20

<0,14 <0,07 <0,07 <0,07 <0,14 <0,14 <0,14(14) <0,07 <0,14 <0,14 <0,14 <0,07 <0,07 <0,14 <0,07 <0,14

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<10 <50 <10 <5,0 <5,0 <5,0 <5,0 <5,0 <5,0

7(6) <35 7(6) 3,5(6) 3,5(6) 3,5(6) 3,5(6) 3,5(6) 3,5(6)

0,01 0,01

0 -0,01 0,01 -0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,03

-0,03

---------< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -

Tabel 4: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S

S Diep

Indicatief

I

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Styreen (Vinylbenzeen) Tolueen Xylenen (som) Som 16 Aromatische oplosmiddelen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,2 4 6 7 0,2

PAK Naftaleen

µg/l

0,01

70

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan 1,1-Dichloorethaan 1,1-Dichlooretheen 1,2-Dichloorethaan cis + trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Dichloorpropaan Tetrachlooretheen (Per) Tetrachloormethaan (Tetra) Tribroommethaan (bromoform) Trichlooretheen (Tri) Vinylchloride Trichloormethaan (Chloroform)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=67637928-d83c-46a8-b2cb-052caa207758