GR22.07.11B Voorjaarsnota 2023.pdf
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2023
0
Inhoudsopgave
1.
Inleiding ...................................................................................................................... 2
2.
Bestuurlijke samenvatting - Financieel beeld 2023-2026 ..................... 4 2.1
Meerjarenbegroting 2023-2026 .................................................................................. 4
2.2
Reserve eenmalige bestedingen ................................................................................. 4
2.3
Formatie – SWOT analyse ............................................................................................. 5
2.4
Ontwikkelingen algemene uitkering .......................................................................... 5
2.5
Provinciaal toezicht .......................................................................................................... 6
2.6
Meerjarenbegroting/risico’s .......................................................................................... 7
2.7 Toepassen van een strategie voor de prijsstijgingen als gevolg van mondiale ontwikkelingen ........................................................................................................... 7 2.8
Financiële conclusie ......................................................................................................... 7
3.
Uitgangspunten begroting 2023-2026 ........................................................... 8
4.
Autonome ontwikkelingen ................................................................................... 9 4.1
Autonome ontwikkelingen – structureel .................................................................. 9
4.2
Autonome ontwikkelingen - incidenteel ................................................................. 17
5.
Nieuwe wensen ...................................................................................................... 20 5.1
Nieuwe wensen – structureel ..................................................................................... 20
5.2
Nieuwe wensen – incidenteel ..................................................................................... 21
6.
Lokale lastendruk .................................................................................................. 22
7.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................ 23
Bijlage 1: Ambities ........................................................................................................... 25 Bijlage 2: Nieuwe wensen............................................................................................. 27 Bijlage 3: Overzicht Reserve eenmalige bestedingen....................................... 46
1
1.
Inleiding
Voor u ligt de eerste voorjaarsnota 2023 van de nieuwe bestuursperiode. De voorjaarsnota 2023 is opgebouwd vanuit verschillende invalshoeken zoals onze maatschappelijke opgaven, Toekomstvisie Asten 2030 en het coalitieakkoord “Gedreven door passie en ambitie!”. Er is gekozen voor eenvoud en logica bij de portefeuilleverdeling. Er zijn vier samenhangende blokken: Bestuur en Veiligheid (burgemeester Anke van Extel-van Katwijk), Ruimtelijk domein (wethouder John Bankers), Sociaal domein (wethouder Janine Spoor) en Economie, Financiën en Control (wethouder Leon van de Moosdijk). Nog niet alle wensen uit het coalitieakkoord zijn opgenomen in deze voorjaarsnota. We rekenen erop dat het toegezegde extra geld vanuit het Rijk komt, maar rekenen ook met negatievere scenario’s. Wij willen immers een structureel financieel gezonde en solide gemeentelijke huishouding. Kortom, wij investeren gedurfd, doen dat op grond van een solide basis en met meerdere scenario’s. Niet alleen voor deze bestuursperiode maar met het oog op de toekomst. We kunnen dus niet alles tegelijk en er zullen soms keuzes gemaakt moeten worden. Format voorjaarsnota Deze voorjaarsnota is nog gemaakt op basis van het bestaande format. Voor de begroting 2023 kan een aanpassing plaatsvinden op basis van de opbouw van het coalitieakkoord. Een van de doelstellingen is ook een transparante en goed leesbare begroting.
De komende maanden worden gebruikt om dit (nog beter) te realiseren. Financiële positie gemeente Asten De financiële positie van een gemeente geeft de mate weer waarin een gemeente duurzaam in staat is om aan de financiële verplichtingen te voldoen en het voorzieningenniveau op het door de lokale samenleving gewenste peil te houden. Door de onzekere tijden waarin we op dit moment verkeren is het moeilijk om een goede prognose te maken voor de meerjarenbegroting. De coronacrisis lijkt in een rustig(er) vaarwater te zijn gekomen maar de oorlog in Oekraïne en andere ontwikkelingen in de wereld maken het lastig om een inschatting te maken voor de toekomst. Ontwikkelingen zoals forse prijsstijgingen/inflatie, toename levertijden van bouwmaterialen en grondstoffen, werkloosheid, klimaatverandering, energietransitie, bevolkingsprognose, vergrijzing, krapte op de woningmarkt en ontwikkelingen gemeentefonds. Deze ontwikkelingen bevatten risico’s, maar kunnen ook nieuwe kansen en mogelijkheden bieden voor de toekomst. Doel Het doel van de voorjaarsnota is om een actueel beeld te schetsen van de (financiële) consequenties van beleid voor de jaren 2023 t/m 2026 en om een integrale afweging te maken tussen bestaand beleid, ontwikkelingen, nieuwe wensen en/of bezuinigingen. In deze voorjaarsnota wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen en nieuwe wensen.
Van beiden worden zowel de structurele als de incidentele consequenties inzichtelijk gemaakt. De voorjaarsnota wordt gebruikt om de wensen en bedenkingen van de raad op te halen en deze te vertalen in de begroting 2023 die ter vaststelling wordt behandeld op 8 november 2022. Sluitende begroting We gaan uit van een structureel en sluitende begroting in 2023 tot en met 2025. Op basis van de nu voorliggende cijfers is het sluitend maken van 2026 bijna onmogelijk. Dit komt doordat in de maartbrief de algemene uitkering flink daalt als gevolg van de “trap op trap af (accres)” systematiek en doordat de nadelige opschalingskorting in 2026
2
weer volledig terugkomt. We verwachten dat het jaar 2026 in aanloop naar de begroting 2023 nog wordt bijgesteld, maar mogen dit voorlopig financieel niet vertalen conform de wettelijke en provinciale richtlijnen. Om te voorkomen dat vanaf 2026 gemeentelijke voorzieningen onnodig worden geschrapt of lokale belastingen worden verhoogd, wordt gestreefd een sluitende begroting tot en met 2025 aan te bieden. Bestuurlijke besluitvorming Aan de raad wordt gevraagd om: 1. Wensen en bedenkingen te uiten over de voorjaarsnota 2023. Met de wensen en bedenkingen vanuit de raad op 13 juli 2022 kan de organisatie aan de slag om de begroting 2023-2026 voor te bereiden richting vaststelling in de raad van november 2022.
3
2.
Bestuurlijke samenvatting - Financieel beeld 2023-2026
2.1
Meerjarenbegroting 2023-2026
De basis voor de geactualiseerde Meerjarenbegroting 2023-2026 is de Begroting 2022. Na vaststelling van deze begroting in november 2021 is er een bijstelling geweest bij de Tussentijdse rapportage voorjaar 2022 (Turap). Daarnaast zijn een aantal autonome ontwikkelingen bekend (hoofdstuk 4) en zijn nieuwe wensen geïnventariseerd (hoofdstuk 5). Samenvattend leidt dit tot onderstaande geactualiseerde meerjarenbegroting 20232026: Meerjarenbegroting (-) is nadeel (+) = voordeel
2023
2024
2025
2026
Begroting 2022 Begroting 2022 Nieuw jaar 2026 Uitbreiding formatie wethouders Onvoorzien uitgaven Turap voorjaar 2022 Begroting 2022 na turap Autonome ontwikkelingen (S) Saldo na autonome ontwikkelingen Nieuwe wensen (S) Geactualiseerde meerjarenbegroting 2022-2026
159.420 159.420
218.187 218.187
280.573 280.573
-20.000 -55.000 -222.874 -138.454 667.881
-20.000
-20.000
280.573 280.573 243.395 -20.000
-227.874 -29.687 1.243.691
-227.874 32.699 1.927.321
-227.874 276.094 -854.069
529.427
1.214.004
1.960.020
-577.975
-98.188
-102.888
-105.488
-105.888
431.239
1.111.116
1.854.532
-683.863
De begroting 2022 is de basis voor de voorjaarsnota 2023. Zichtbaar is dat de vastgestelde begroting 2022 vanaf 2023 structureel sluitend was. Door structurele doorwerking van de tussentijdse rapportage, autonome ontwikkelingen en nieuwe wensen laat de geactualiseerde meerjarenbegroting een voordeel zien met uitzondering van 2026. Zichtbaar is dat het saldo grillig verloopt. Dit komt voornamelijk door de vertaling van de maartbrief 2022 en de meicirculaire 2022 waarin accres, herijking gemeentefonds en opschalingskorting zijn opgenomen.
2.2
Reserve eenmalige bestedingen
De basis voor de geactualiseerde Reserve eenmalige bestedingen is de Begroting 2022. Na vaststelling van deze begroting in november 2021 zijn er een aantal bijstellingen geweest. Daarnaast is een aantal ontwikkelingen bekend (hoofdstuk 4) en zijn nieuwe wensen geïnventariseerd (hoofdstuk 5). Samenvattend leidt dit tot het volgende geactualiseerde overzicht.
4
Reserve eenmalige bestedingen Beginstand Reserve eenmalige bestedingen Nog uit te geven t.l.v. reserve claims Resultaat jaarrekening 2021 Onttrekkingen geraamd in de meerjaren begroting Turap voorjaar 2022 overige ontwikkelingen Tussenstand Reserve eenmalige bestedingen Autonome ontwikkelingen (I) Nieuwe wensen (I) Eindstand Reserve eenmalige bestedingen
2022
2023
2024
2025
2026
6.332.190 3.018.989 1.361.669
437.349
377.349
-5.794.412 2.063.728 454.483
-188.500
-60.000
3.053.989 2.830.489 1.361.669
377.349
-2.000
-35.000 -1.109.320 -359.500 3.018.989 1.361.669
-924.320
0
437.349
377.349
377.349
377.349
Voor een specificatie van de Reserve eenmalige bestedingen wordt verwezen naar bijlage 2 “Reserve eenmalige bestedingen”.
2.3
Formatie – SWOT analyse
De ambities uit het Coalitieakkoord 2022-2026 werken we uit in plannen en projecten en we brengen ze, samen met andere, in uitvoering. Niet alles kan tegelijk en de financiële middelen zijn niet onbeperkt. We maken daarover keuzes, stellen prioriteiten en communiceren hierover actief met onze inwoners. Bij het uitwerken van onze plannen wordt een sterkte-zwakte analyse en een formatieonderzoek uitgevoerd, zodat we zeker weten dat de ambities realistisch zijn. In de voorjaarsnota 2023 is het Coalitieakkoord 2022-2026 nog niet volledig verwerkt. Voor de ambities vermeld in bijlage 1 zijn nog geen financiële middelen voorzien.
2.4
Ontwikkelingen algemene uitkering
Een van de grootste onzekere factoren is de algemene uitkering die in belangrijke mate de financiële positie van de gemeente bepaald. Deze rijksinkomsten fluctueren jaarlijks en maken het bijna onmogelijk een stabiele meerjarenprognose te maken. Dit blijkt ook wel uit de financiële consequenties van de zogenaamde maartbrief 2022 waarin het jaar 2026 in de media als ravijnjaar voor de gemeente wordt bestempeld. Ook het Rijk onderkent dit probleem en heeft een onafhankelijke procesbegeleider benoemd, die voor de zomer de opties op een rij zet voor een stabielere financiering (waaronder mogelijke uitbreiding lokaal belastinggebied) van gemeenten in 2026 en volgende jaren. Enkele onderwerpen die spelen in relatie tot de algemene uitkering: • Hervormingsagenda Jeugd In het regeerakkoord is een bezuiniging opgenomen van € 500 miljoen voor extra maatregelen Jeugd. Als gevolg van deze bezuinigingsmaatregel is het overleg tussen VNG en het Rijk over de hervormingsagenda Jeugd opgeschort. Inmiddels is bekend geworden dat deze bezuiniging bij gemeenten wordt geschrapt en dat het Rijk hiervoor verantwoordelijk is. • Accres; maartbrief Zoals bekend presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’.
Met het oog op de begrotingsvoorbereiding 2023 en de coalitiebesprekingen van de gemeenten is het van belang om inzicht te krijgen in de financiële gevolgen van het coalitieakkoord. Daarom is eind maart, vooruitlopend op de meicirculaire 2022, een eerste doorkijk gegeven van de financiële gevolgen voor onze gemeente. De mutaties van de Rijksuitgaven in het regeerakkoord die de hoogte van de algemene uitkering
5
•
•
•
•
2.5
bepalen (trap op trap af), ook wel accres genoemd, is hierin opgenomen. Het accres is financieel vertaald in deze voorjaarsnota. Afspraken bestuurlijke verhouding De afspraken over het gemeentefonds dienen gerespecteerd te worden en niet eenzijdig door het Rijk te worden aangepast. Het gaat dan om o.a. de uitname voor wonen en het niet meenemen van de motie Hermans. In deze motie gaat het Rijk twee miljard meer uitgeven wat tot een toename van het gemeentefonds zou leiden. Het kabinet heeft echter eenzijdig besloten dat deze intensivering niet meetelt voor het accres. Opschalingskorting De opschalingskorting (korting op de algemene uitkering) is ingevoerd in het kader van herindelen van bovenaf. Dit principe is geschrapt in 2013 maar de korting is intact gebleven. In de maartbrief is aangegeven dat de opschalingkorting van 2022 tot en met 2025 niet wordt toegepast (bevroren voor de huidige kabinetsperiode). Het financieel effect is vertaald in deze voorjaarsnota. Wat er gebeurt met de opschalingskorting na de kabinetsperiode is onzeker. Herijking gemeentefonds De herijking van het gemeentefonds wordt per 1-1-2023 ingevoerd. De middelen uit het gemeentefonds worden verdeeld door middel van een nieuw verdeelmodel. Dit model sluit beter aan op de uitgaven van de gemeente en dan voornamelijk de uitgaven in het sociaal domein.
Het resultaat voor de gemeente Asten is een voordeel van € 37,50 per inwoner. Dit voordeel is vertaald in de voorjaarsnota 2023. De VNG heeft aangegeven dat in de herijking onvoldoende rekening is gehouden met de adviezen (niet vrijblijvende randvoorwaarden) van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB). Hiertoe heeft de VNG een resolutie opgesteld waarin gevraagd wordt volledig recht te doen aan de aanbevelingen van het ROB en het model pas in te voeren als de koek is vergroot. Ondanks de resolutie van de VNG heeft Binnenlandse zaken besloten om de herverdeling al in 2023 in te laten gaan met een aangepast ingroeipad (van maximaal € 45,= naar € 37,50 per inwoner). De verdeling van het gemeentefonds is niet (nooit) af er lopen nog onderzoeken (onderzoeksagenda) waarvan de uitkomsten bijstelling vereisen. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Nieuwe herverdeeleffecten zijn dan ook niet uit te sluiten. Meicirculaire 2022 Het Rijk heeft de maartbrief gestuurd naar de gemeenten zodat deze de uitkomsten van het regeerakkoord alvast mee kunnen nemen in de voorjaarsnota 2023. In de meicirculaire 2022 vindt nadere vertaling en concretisering plaats. De accressen vallen behoorlijk mee waardoor het begrotingssaldo 2023-2025 positief wordt beïnvloedt. Het zogenoemde ravijnjaar 2026 blijft nagenoeg ongewijzigd.
Voor een nadere toelichting zie hoofdstuk 4, punt 33 bij autonome ontwikkelingen.
Provinciaal toezicht
De meerjarenbegroting was bij de begroting 2022 reëel en structureel sluitend in 2023. Zichtbaar is dat vooral als gevolg van autonome ontwikkelingen en nieuwe wensen 2023 € 431.239,= positief wordt. Volgens de richtlijnen van toezichthouder kan er geen sprake zijn van een opschuivend meerjarenperspectief, dat wil zeggen dat gestreefd moet worden om de begroting vanaf 2023 structureel sluitend te maken. De Provincie heeft in een begrotingscirculaire aangegeven dat het de kaderstellende en controlerende taak van de raad is om de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 tot en met 2026 structureel en reëel in evenwicht te houden of te brengen. De beoordeling van de begroting door de provincie gebeurt op basis van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. De beoordeling gebeurt op basis van reële uitgangspunten, zoals cijfers opgenomen in de mei- of septembercirculaire 2022.
6
Ramingen op basis van adviezen rapporten etc. vallen niet onder het begrip reële uitgangspunten
2.6
Meerjarenbegroting/risico’s
In de meerjarenbegroting is in de jaren 2024 tot en met 2026 alleen rekening gehouden met autonome ontwikkelingen op het gebied van zorgkosten Wmo (zoals toename van het aantal cliënten door vergrijzing). Op andere gebieden zoals economie, leges en belastingen is vooralsnog geen rekening gehouden met ontwikkelingen in de jaren 2024 tot en met 2026. Verder staan er nog diverse P.M. posten in de begroting en voorjaarsnota opgenomen. En blijft de hoogte van de algemene uitkering onzeker.
2.7
Toepassen van een strategie voor de prijsstijgingen als gevolg van mondiale ontwikkelingen
De afgelopen weken worden we regelmatig geconfronteerd met (sterke) prijswijzigingen vanuit de markt door actuele mondiale ontwikkelingen die doorbelast worden naar de opdrachtgevers zoals onze gemeente. Sterke prijswijzigingen manifesteren zich vooral in de GWW (Grond-Water-Weg) sector, utiliteitsbouw alsmede het vervoer. Ook bij andere productgroepen is sprake van (sterke) prijswijzigingen. Ondernemers kunnen zich beroepen op onvoorziene kostenstijgingen op basis van het Burgerlijk Wetboek en de Landelijke Uniforme Administratieve Voorwaarden UAV (landelijke afspraken tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers op het gebied van inkoop en levering). Opdrachtgevers kunnen en zullen hierin mee gaan als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan (deze worden uitgevraagd via de door Bizob opgestelde brief naar aanleiding van een verzoek tot een prijsverhoging). In april 2022 heeft de gemeente vanuit het inkoopbureau Bizob 2 memo’s ontvangen met adviezen/aanwijzingen hoe om te gaan met de prijsstijgingen. Bij gelegenheid van de vaststelling van de jaarrekening 2021 wordt via winstbestemming voorgesteld een bedrag te reserveren (€ 950.000,=) voor de financiële consequenties van de specifieke prijsstijgingen gerelateerd aan de actuele marktsituatie.
Het is op dit moment nog lastig inschatten hoe het verdere verloop van de Oekraïne oorlog en het effect op de economie, en de prijzen zal zijn. Ook is het nog lastig inschatten in welke mate de gemeente Asten binnen haar opdrachten vanuit de leveranciers verzoeken zal krijgen voor compensatie en of dit op te vangen is binnen de reservering die hiervoor bij de jaarrekening 2021 is gemaakt.
2.8
Financiële conclusie
Er is inzicht gegeven in de financiële stand van zaken op dit moment. Het Rijk moet voor de langere termijn meer duidelijkheid geven over de hoogte van de algemene uitkering. Hierbij wordt gestreefd naar een stabielere financieringsmethodiek. Belangrijk is dat de gemeenten voldoende worden gecompenseerd voor de uitvoering van de huidige en toekomstige taken. Het tekort 2026 maakt dat de besluitvorming over structurele wensen en autonome ontwikkelingen die doorwerken naar 2026 wordt bemoeilijkt.
7
3.
Uitgangspunten begroting 2023-2026
Voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2023-2026 worden, naast de wettelijke voorschriften en de gemeentelijke verordeningen de onderstaande uitgangspunten in acht genomen: Indexering 2023 Onderdelen Rekenrente investeringen
Percentage 0%
Rekenrente beleggingen
0%
Inflatiepercentage voor loonen prijsstijging
2,75 % voor de uitgaven 2,75 % voor de inkomsten
Toelichting Omdat de gemeente Asten externe leningen heeft met een negatieve rente, is het niet toegestaan om rente toe te rekenen aan investeringen. Op basis van rentestand voor 3 maanden deposito (Schatkistbankieren). Conform het geprognosticeerde indexcijfer voor overheidsconsumptie 2023, bijlage 1.4.4 Middelen en bestedingen 2023 van het Centraal Economisch Plan 2022, opgesteld door het CPB, is het indexpercentage 2,6%. Wij ronden altijd af op kwarten derhalve 2,75%
In de voorjaarsnota zijn de diverse indexaties (zoals die van verbonden partijen) opgenomen in de autonome ontwikkelingen. Het uitgangspunt is dat deze worden gecompenseerd uit de indexering van de algemene uitkering en de indexatie van de onroerendezaakbelasting.
8
4.
4.1
Autonome ontwikkelingen
Autonome ontwikkelingen – structureel
Structureel in euro’s (-) = nadeel
2023
2024
2025
2026
-43.236 19.032 -15.000 -41.328
-7.400 -43.236 19.032 -15.000 -82.656
-11.700 -30.688 19.032 -15.000 -82.656
-16.400 -30.688 19.032 -15.000 -82.656
-147.638 50.300 -600.000 226.000 -30.000 P.M.
-147.638 50.300 -780.000 226.000 -30.000 P.M. -44.110
-147.638 50.300 -960.000 226.000 -30.000 P.M. -44.110
-44.460 -42.300 -4.766 4.766 -59.280 -88.747 -48.000 -43.967
-44.460 -42.300 -4.766 4.766 -59.280 -88.747
14.058 -44.460 -42.300 -4.766 4.766 -59.280 -88.747
-147.638 50.300 -1.140.000 226.000 -30.000 P.M. -44.110 -13.078 14.058 -44.460 -42.300 -4.766 4.766 -59.280 -88.747
-58.623
-58.623
-58.623
(+) = voordeel
Programma 1: Bestuur en veiligheid 1 Vervangingsinvesteringen UDAS 2 Bijdrage Veiligheidsregio Brabant Zuidoost Indexatie compensatie algemene uitkering 3 Audiovisuele middelen / hybride werken 4 Verhoging inzet BIZOB 5 Medewerker Veiligheid (ivm inzet corona - en Oekraïnecrisis Medegefinancieerd door de gemeente Someren Compensatie door het Rijk Programma 2: Sociaal domein 6 Uitvoeringskosten GR Peelgemeenten Indexatie compensatie algemene uitkering 7 Zorgkosten Sociaal Domein GR Peelgemeenten Indexatie compensatie algemene uitkering 8 Leerlingenvervoer 9 Onderhoud sportvelden 10 Renovatie hoofdveld HCAS 11 Toplaag kunstgrasveld Klimop 12 Vrijval kapitaallasten sportvelden 13 Uitbreiding uren jongerenwerk Uitbreiding uren maatschappelijk werk 14 GGZ-expertise Sociaal Team Asten dekking uit Rijksmiddelen 15 Uitbreiding schuldhulpverlening en vroegsignalering 16 Formatie Jeugd Sociaal Team Asten 17 Schuldhulp aan ondernemers 18 Gemeenschapshuis
-68.000 36.040 31.960
9
Structureel in euro’s (-) = nadeel
2023
2024
2025
2026
(+) = voordeel
Programma 3: Ruimtelijke domein 19 Invoering omgevingswet / planregisseur 20 Elektrakosten openbare verlichting 21 Vervanging evenementenkasten 22 Melding gesloten bodemenergiesystemen 23 Vernieuwen milieustraat 24 Nieuw beleids- en beheerplan wegen 25 Bijdrage ODZOB Indexatie compensatie algemene uitkering Programma 4: Economie en financiën 26 Maartbrief (inschatting meicirculaire): 27 Accres (trap op trap af) 28 Herijking gemeentefonds 29 Opschalingskorting (door het Rijk geschrapt t/m 2025) 30 Indexatie 31 Innovatiehuis de Peel 32 Centrumprogramma 2022-2027 33 Meicirculaire 2022 Totaal ontwikkelingen structureel
-85.000 -14.500
-85.000 -14.500 -2.700
P.M. P.M. -26.751 13.662
P.M. P.M. -26.751 13.662
522.974 125.325 320.000 -100.000 -11.500 -10.000 842.295 667.881
-85.000 -14.500 -2.700 P.M. P.M. P.M. -26.751 13.662
-85.000 -14.500 -2.700 P.M. P.M. P.M. -26.751 13.662
1.029.798 1.186.582 375.975 417.750 428.000 540.000 -100.000 -100.000 -130.000 -130.000 -10.000 -10.000 913.325 1.444.090 1.243.691 1.927.321
458.560 417.750 0 -100.000 -130.000 -10.000 128.500 -854.069
10
Toelichting Programma 1: Bestuur en veiligheid 1 Vervangingsinvesteringen UDAS De kapitaallasten van vervanging voertuigen, aanhangers en containers zijn hier opgenomen. 2 Bijdrage Veiligheidsregio Brabant Zuidoost Verhoging in verband met bijdrage bevolkingszorg en verhoging loonkosten. Daarnaast is in 2023 en 2024 tijdelijk extra inzet nodig voor doorontwikkeling crisisbeheersing. 3 Audiovisuele middelen / hybride werken De audiovisuele middelen die we in het gemeentehuis gebruiken zijn sterk verouderd. We gaan deze vervangen op een zodanige wijze dat we daarmee tevens flexibeler worden en invulling kunnen geven aan het hybride werken na corona. Het gaat om de apparatuur die wordt gebruikt voor de commissie- en raadsvergaderingen, thema avonden maar ook voor alle (hybride) overleggen voor de eigen organisatie én de informatievoorziening in de hal. De geraamde investeringskosten hiervoor zijn € 150.000,=. 4 Verhoging inzet BIZOB Al vele jaren is het budget voor de gewenste en vereiste inzet van BIZOB bij aanbestedingstrajecten hoger dan structureel beschikbaar. Op dit moment zijn financieel 3 dagen beschikbaar, maar het vereiste aantal dagen is waarschijnlijk in totaal 6. Daarom in 2023 een verhoging van het aantal dagen met 1,5 en in 2024 met nogmaals 1,5 dag indien dit nodig blijkt.
5 Medewerker Veiligheid Extra inzet bij team Veiligheid voor de corona- en Oekraïnecrisis en om de reguliere processen, zoals uitvoering veiligheidsplan en procedures rondom brandbeheersingsplannen niet in gevaar te brengen (1 fte). Programma 2: Sociaal domein 6 Uitvoeringskosten GR Peelgemeenten Binnen de GR Peelgemeenten wordt ingezet op innovatie en ontwikkeling. Dit brengt extra kosten met zich mee. Daarnaast is er formatieuitbreiding bij het cluster kwaliteit. 7 Zorgkosten Sociaal Domein GR Peelgemeenten De zorgkosten worden continu gemonitord. Hierbij wordt gekeken naar het aantal cliënten in de zorg, de kosten die voor deze zorg betaald moeten worden en maatschappelijke ontwikkelingen. Hiertoe behoren o.a. vergrijzing en de hiermee samenhangende toenemende zorgvraag en de invloeden van corona. De prognose voor het jaar 2023 van de GR Peelgemeenten is hiervoor als uitgangspunt genomen. Dit betekent een stijging van de zorgkosten WMO met € 350.000,= en van de zorgkosten Jeugd met € 250.000,=. Vanaf 2024 tot en met 2026 is rekening gehouden met een toename van cliënten als gevolg van vergrijzing. Overigens ontvangen we uit het gemeentefonds voor het onderdeel Jeugd in 2023 € 336.000,= extra (zie toelichting bij punt 33 pagina 15 meicirculaire 2022).
8 Leerlingenvervoer Gebleken is dat het aantal leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer fluctueert, net als de afstand die kinderen moeten afleggen naar school. Deze wettelijke taak kent een open-einde-regeling. Met ingang van het schooljaar 2021/2022 is een nieuwe overeenkomst afgesloten op basis van een regionale aanbesteding. Op basis van de werkelijke kosten van de afgelopen jaren en de overschrijdingen van het budget in die jaren wordt € 30.000,= extra budget geraamd. 9 Onderhoud sportvelden Bij de praktische uitvoering van de onderhoudsplanning van de sportvelden is gebleken dat de bedragen niet meer actueel zijn en een aantal elementen ontbreekt. Dit is ook duidelijk geworden in de stand van de voorzieningen voor sportvelden die de afgelopen jaren sterk is gedaald. Een extern bureau is gevraagd de kosten in de onderhoudsvoorziening te actualiseren. Exclusief de renovatie van de kunstgrasvelden (zie punt
11
10 11 12
13
14
15
10 en 11) blijkt dat op basis van deze actualisatie de jaarlijkse toevoeging aan de onderhoudsvoorziening moet worden verhoogd. Hierover wordt een apart voorstel, met financiële consequenties, voorgelegd. Renovatie hoofdveld HCAS In 2023 dient het hoofdveld van HCAS vervangen te worden. Dit betekent een investering van € 541.000,=. De hiermee gepaard gaande afschrijvingslasten worden vanaf 2024 in de begroting opgenomen. Toplaag kunstgrasveld Klimop De toplaag van het kunstgrasveld van Klimop dient in 2025 vervangen te worden. Dit betekent een investering van € 131.000,=. De hiermee gepaarde gaan afschrijvingslasten worden vanaf 2026 in de Begroting opgenomen. Vrijval kapitaallasten sportvelden In de begroting zijn kapitaallasten voor sportvelden opgenomen die vrijvallen wanneer deze zijn afgeschreven. In 2025 valt er een bedrag vrij dat kan worden gebruikt als dekking voor de investeringen in de kunstgrasvelden. Uitbreiding formatie diverse taakvelden preventie binnen sociaal domein Met de uitbreiding van de uren op diverse taakvelden wordt maximaal ingezet op preventie binnen het sociaal domein. Hiermee zetten we in op normaliseren om de opgaven binnen het sociaal domein het hoofd te kunnen bieden. Dit zorgt voor een minder grote stijging van de uitgaven. Hieronder wordt per onderdeel een nadere toelichting gegeven.
Uitbreiding uren jongerenwerk (Onis-Welzijn) en Uitbreiding uren maatschappelijk werk (LEVgroep) Welzijnsorganisatie Onis en LEVgroep (Algemeen Maatschappelijk Werk) zijn een hele belangrijke spil in het voorliggend veld van het Sociaal Domein in Asten. Good2Consult heeft op verzoek van de gemeente Asten in de periode september 2020 tot en met februari 2021 onderzoek uitgevoerd naar het effect van de activiteiten van Sociaal Team Asten in het voorliggend veld, waarbij o.a. gekeken is naar de inzet van het maatschappelijk werk en de jongerenwerkers. Jongerenwerk en maatschappelijk werk hebben in preventieve zin een belangrijke toegevoegde waarde, die op korte en (middel)lange termijn maatschappelijke meerwaarde heeft en in financiële zin een voordeel oplevert. De vragen van inwoners bij het jongerenwerk en het maatschappelijk werk zijn de afgelopen jaren flink gestegen. Ook binnen het Sociaal Team Asten wordt er steeds vaker een beroep gedaan op het maatschappelijk werk en het jongerenwerk. Er is in 2022 incidentele verhoging van de subsidies toegekend. Er wordt nu gevraagd om een structurele ophoging van de subsidies voor jongerenwerk en voor maatschappelijk werk. Dit betreft 18 uur per week jongerenwerk en 10 uur per week maatschappelijk werk.
GGZ expertise Sociaal Team Asten De inzet voor Ggz expertise werd t/m 2022 deels bekostigd vanuit centrummiddelen voor beschermd wonen. Voor de gemeente Asten gaat dit om 56 uur per jaar (€ 4.766,=). Dit wordt met structurele lokale middelen aangevuld met 126 uur per jaar (€ 10.740,=). In totaal zetten we hiermee op jaarbasis 182 uur Ggz in de wijk in. De inzet van Ggz expertise is binnen het Sociaal Team Asten van grote toegevoegde, preventieve waarde. Vanaf 2023 wordt dit niet meer bekostigd uit de centrummiddelen voor beschermd wonen. Verzocht wordt het budget Collectieve GGZ-preventie structureel aan te vullen met € 4.766,= om de inzet van Ggz expertise binnen het Sociaal Team Asten te continueren. In de decembercirculaire 2021 is een bedrag van ongeveer € 30.000,= opgenomen voor het versterken van wijkteams. De dekking voor de continuering van de GGZ expertise kan hieruit bekostigd worden. Schuldhulpverlening en vroegsignalering In 2021 is aan Onis Welzijn 12 uur per week extra toegekend voor de uitvoering van schuldhulpverlening. Dit is incidenteel tot 2023. In april 2022 ontvingen we een aanvullend verzoek voor 12 uur per week uitbreiding voor vroegsignalering voor de rest van 2022, ook incidenteel. De wens is om deze uren (maximaal 24) structureel te maken.
12
16
17
18
Formatie Jeugd Sociaal Team Asten In 2022 is de formatie Jeugd binnen het Sociaal Team Asten opgehoogd met 0,89 FTE (incidenteel). Er is een wachtlijst ontstaan vanwege het grote aantal hulpvragen en de complexiteit van deze hulpvragen. Het voorstel is om deze incidentele uitbreiding structureel in de begroting op te nemen. Met deze uitbreiding kan er tevens meer aandacht zijn voor eigen inzet van de Gezins- en Jongerencoaches binnen het Sociaal Team Asten. Schuldhulp aan ondernemers Per 1 januari 2021 zijn wij verplicht om schuldhulp aan ondernemers aan te bieden. Door de coronacrisis is dit vooralsnog steeds uit incidentele budgetten gefinancierd, maar vanaf 2023 is hier geen dekking voor. Het Dagelijks Bestuur van de GR Peelgemeenten heeft op 24 maart 2022 besloten om vooralsnog alleen middelen voor 2023 te reserveren. Gemeenschapshuis De financiën worden steeds concreter. Tijdens de technische informatie avond op 20 juni is hierin meer inzicht gegeven. Op basis van de actualisatie van het investeringskrediet, de exploitatie(bijdrage) en het dekkingsvoorstel is jaarlijks een bedrag van € 58.623,= nodig. Voor 2023 is uitgegaan van ¾ jaar. Daarom komt dit jaar op een bedrag van € 43.967,= Dit is nog steeds ruim binnen de bandbreedte van € 189.000,= tot € 289.000,= van het raadsvoorstel van april 2019.
13
Programma 3: Ruimtelijke domein 19 Invoering omgevingswet / planregisseur De gemeente Asten wil zich tijdig voorbereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de initiële begroting van 2019 waren structurele kosten voor de Omgevingswet opgenomen. Deze structurele kosten zijn als gevolg van de scenario ontwikkeling (Financieel Gezond Huishouden) afgevoerd, met de overweging deze weer op te voeren zodra er meer zicht op deze bedragen kon worden gegeven. Voorgesteld wordt de structurele kosten (voor derving leges, hogere kosten dienstverlening, kosten informatiseringsstructuur en bijhouden regels instrumenten) weer op te voeren op de begroting 2023. Vooralsnog worden deze kosten met P.M. aangeduid. De afdeling doet momenteel onderzoek naar deze kosten. Te denken valt aan derving leges en hogere kosten als gevolg van de verdere digitalisering. Ook dient naar verwachting nieuwe formatie te worden gecreëerd. Deze formatie is enerzijds bedoeld voor het beheer van het omgevingsplan (het regisseren van de diverse wijzigingen die hier continue in moeten worden doorgevoerd om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken), anderzijds voor het uitvoeren van diverse RO beleids- en uitvoeringstaken, temeer daar de huidige formatie voor een deel ingezet moet gaan worden op het opstellen van het nieuwe omgevingsplan.
Verwacht wordt dat in de loop van 2022 verder invulling aan de hoogte van de structurele kosten kan worden gegeven. Voor uitbreiding van de capaciteit met een nieuwe functie van planregisseur is € 85.000,= opgenomen. 20 Elektrakosten openbare verlichting Nieuwe aanbesteding in 2023 in verband met aflopend contract waarbij we rekening houden met een forse stijging van de tarieven ten opzichte van het huidige contract. 21 Vervangen evenementenkasten De huidige evenementenkasten zijn afgeschreven en versleten. 22 Melding gesloten bodemenergiesystemen Het beoordelen en toezicht en handhaving van meldingen gesloten bodemenergiesystemen (GBES) wordt onder de Omgevingswet een basistaak. De provincie neemt de eerste twee jaar na inwerkingtreding de volledige verantwoordelijkheid van deze taak op zich. Na deze twee jaar beëindigt de provincie haar inzet en laat zij de uitvoering van het toezicht op naleving van de extra regels voor GBES uit de Omgevingsverordening over aan de gemeenten. Hierover worden met de gemeenten afspraken gemaakt. Dit betekent dat wij vanaf 2025 in onze begroting rekening moeten houden met deze taak (via de ODZOB). 23 Vernieuwen Milieustraat De toekomst van de Milieustraat maakt onderdeel uit van het in 2022 op te stellen nieuwe afvalbeleid. Eventuele financiële consequenties worden meegenomen in een apart raadsvoorstel en indien bekend in de begroting 2023.
24 Nieuw beleids- en beheerplan wegen Er wordt een nieuw beleids- en beheerplan wegen opgesteld. Zodra de financiële consequenties bekend zijn worden ze meegenomen in de begroting 2023. 25 Bijdrage ODZOB Stijging bijdrage aan de ODZOB 2023 ten opzichte van het werkprogramma 2022, inclusief de reguliere indexatie. Programma 4: Economie en financiën 26 Maartbrief 2022 In de maartbrief zijn de belangrijkste maatregelen van het coalitieakkoord “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” m.b.t. tot het gemeentefonds toegelicht. Daarnaast is een indicatief bedrag voor energietoeslag 2022 opgenomen. In de meicirculaire 2022 (zie punt 33) worden de accressen geactualiseerd en zal meer inzicht worden gegeven in andere posten uit het coalitieakkoord. De nadere toelichting van de maartbrief zijn opgenomen onder punt 27, 28 en 29. 27 Accres (trap op trap af) De ontwikkeling van de algemene uitkering (gemeentefonds) wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven. Zichtbaar is dat de rijksuitgaven in 2026 fors dalen. De uitvoeringskosten voor investeringspakketten (klimaat, ontsluiten nieuwbouwwoningen en stikstof) zijn niet meegenomen in het accres maar worden via een specifieke uitkering uitgekeerd.
14
28
29 30
31
32
33
Herijking gemeentefonds In de maartbrief is aangekondigd dat de herijking van het gemeentefonds per 1-1-2023 wordt ingevoerd, ondanks bezwaren van VNG, ROB en gemeenten. Omdat met het huidige model de uitgaven van gemeenten niet meer aansluiten bij de verdeling van de middelen in met name het sociaal domein, is door het Rijk besloten tot invoering over te gaan. Een aantal acties worden uitgezet om aan de bezwaren tegemoet te komen. Het ingroeipad van de herijking wordt beperkt tot 3 jaar waarbij het effect het 1e jaar maximaal € 7,50 per inwoner mag zijn en de volgende 2 jaar € 15,= (totaal effect € 37,50). Op basis van cijfers van 2019 is de herijking voor de gemeente Asten € 25,41 voordelig. Deze cijfers zijn in de meicirculaire 2022 geactualiseerd naar peiljaar 2023 (zie 33 meicirculaire 2022). Incidenteel schrappen opschalingskorting Besloten is de opschalingskorting deze kabinetsperiode, dus tot en met 2025, incidenteel te schrappen. Voor het jaar 2026 is geen besluit genomen en komt de opschalingskorting terug. Indexatie Wat de gevolgen zijn van de prijs- en loonstijgingen is moeilijk in te schatten. Voor lopende projecten en de stijging van energieprijzen in het jaar 2022 wordt bij de vaststelling van de jaarrekening gevraagd € 950.000,= te reserveren (raad 5-7-2022).
De effecten van de reguliere prijsstijgingen 2023 worden pas bekend bij het opstellen van de begroting 2023. Dan kan berekend worden of de compensatie vanuit de algemene uitkering, onroerendezaakbelasting, leges etc. voldoende is. Op basis van ervaringscijfers wordt verwacht dat het nadeel € 100.000,= is. Innovatiehuis De Peel (projecten en organisatie en formatie) Voor het uitvoeren van de Economische Agenda de Peel 2022-2027, in samenwerking met het Innovatiehuis de Peel, is voor de organisatie (€ 30.000,= per jaar) en voor subsidiëring van projecten (€ 50.000,= per jaar) nodig. Deze bedragen zijn in de huidige meerjarenbegroting geraamd tot en met 2023. Daarnaast is voor inzet in de economische agenda 0,5 fte nodig. Deze inzet wordt tot en met 2022 geleverd door ambtelijke uren vanaf 2023 moet een bijdrage worden betaald (€ 11.500,= in 2023 en vanaf 2024 € 50.000,= structureel). Centrumprogramma 2022-2027 Uitvoeren van het Centrumprogramma 2022-2027 (nog vast te stellen) met stakeholders in het centrum zoals Centrum Management. Het is gewenst om jaarlijks een werkbudget te hebben voor kleinere uitgaven. Voor grotere projecten zal, indien nodig, een aparte financieringsvraag komen.
Meicirculaire 2022 Accres Volgens deskundigen is de meicirculaire 2022 de meest ingewikkelde circulaire van de afgelopen 20 jaar. Het gevolg is dat de verschillenanalyses ten opzichte van eerdere jaren moeilijker te maken zijn. De meicirculaire laat ten opzichte van de maartbrief een positief accres zien (trap op trap af). Dit betekent dat de gemeenten ook meer uit het gemeentefonds ontvangen. De accres relevante rijksuitgaven stijgen door toename vennootschapsbelasting (Vpb), koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimumloon (WML), inkomensbelasting Box 3 en defensieuitgaven. Jeugd Het voordeel van Jeugd ontstaat doordat voor het jaar 2023 100% van de compensatie voor tekorten Jeugd mag worden meegenomen in de begroting in plaats van 75%. Voor de jaren 2024 tot en met 2026 is en blijft 75% de vastgestelde norm die al is vertaald in de meerjarenbegroting.
15
Herijking gemeentefonds De herijking van het gemeentefonds levert ten opzichte van de maartbrief een structureel voordeel op van € 212.250,= in 2025. Het voordeel per inwoner is gestegen van € 25,41 naar € 37,50 per inwoner in 2025. Hieronder wordt het budgettair effect weergegeven ten opzichte van de maartbrief 2022.
Effect meicirculaire 2022 (-) is nadeel (+) is voordeel Jeugd Accres Herijking overige Budgettair effect meicirculaire 2022
2023
2024
336.000 479.620
852.800
26.675
60.525
842.295
2025
2026
1.257.010 23.040 212.250 212.250 -25.170 -106.790
913.325 1.444.090 128.500
Het Rijk gaat dus voor de komende jaren fors meer uitgeven wat tot een positief resultaat leidt. Wanneer echter de rijksuitgaven achterblijven bij de planning is er sprake van onderuitputting. Dit leidt tot een lagere bijdrage aan de gemeenten. Omdat er sprake is van materiaal- en personeelstekorten is de kans reëel dat de planning niet wordt gehaald en er dus sprake kan zijn van onderuitputting. In bovenstaande berekening is hier voor een deel rekening mee gehouden, maar of dit voldoende is zal blijken bij de septembercirculaire 2022 waarin het accres wordt geactualiseerd. Zoals verwacht blijft het ravijnjaar 2026 intact.
16
4.2
Autonome ontwikkelingen - incidenteel
Incidenteel in euro’s (-) = nadeel
2023
2024
2026
2025
(+) = voordeel
Programma 1: Bestuur en veiligheid Programma 2: Sociaal domein 1 Uitvoeren vooronderzoek visie op binnensport Programma 3: Ruimtelijke domein 2 Uitbreiding uren ivm omgevingswet Uitbreiding uren ivm versnellingsagenda 3 Invoering omgevingswet 4 Participeren in gebiedsgerichte aanpak Vitale Peel Programma 4: Economie en financiën Totaal ontwikkelingen incidenteel
-150.000 -319.320 -105.000 -500.000 -35.000
-319.320 -105.000 -500.000
-1.109.320
-924.320
0
0
17
Toelichting Programma 1: Bestuur en veiligheid Programma 2: Sociaal domein 1 Uitvoeren van een vooronderzoek visie op binnensport We willen voldoende sport- en bewegingsaanbod realiseren voor alle Astenaren van jong tot oud. Door een integrale benadering wordt duidelijk wie wat doet en hoe er beter kan worden samengewerkt. Sport- en zwembadcomplex de Schop, de gymzaal aan de Schoolstraat en die van het Varendonck College zijn verouderd. Wij onderzoeken allereerst wat de technische staat / levensduur is van de Schop en de beide gymzalen. Vervolgens onderzoeken we hoe en waar we de (centrale) binnensportaccommodatie voor de toekomst gaan opzetten. Dat doen we samen met de (mogelijke) gebruikers en andere belanghebbenden, dus vanaf het begin samen met Asten. Er wordt een voorbereidingskrediet van € 150.000,= gevraagd. Dit bedrag is een inschatting en is gebaseerd op het voorbereidingskrediet wat is gebruikt bij de realisatie van het nieuwe gemeenschapshuis in Asten. Dit zijn de kosten vanaf de bestuursopdracht tot aan een raadsbesluit over locatie- en scenariokeuze waarin rekening is gehouden met inhuur van een projectleider.
Hierin is voorzien in een vergelijkbaar proces als is gelopen bij de werksessies van het gemeenschapshuis, namelijk via diverse werksessies samen met Asten, (potentiële) gebruikers, partners komen tot een visie op binnensport in Asten voor de toekomst en tot een locatie- en scenariokeuze. Tevens is onderdeel een onderzoek naar de technische staat / levensduur van de Schop, de gymzaal aan de Schoolstraat en de gymzaal van het Varendonck college. Programma 3: Ruimtelijke domein 2 Uitbreiding uren i.v.m. omgevingswet en versnellingsagenda woningbouw Door de komst van de omgevingswet op 1 januari 2023 lopen bij toezicht en juridische handhaving de oude procedures (Wabo) en nieuwe procedures omgevingswet een aantal jaren door elkaar heen. Daarnaast is input nodig voor de nog op te stellen omgevingsplannen. Dit geeft een extra belasting bij toezicht en juridische handhaving. Ook de woningbouwversnelling zorgt voor extra belasting, o.a. i.v.m. opleveringscontroles. Gelet op de ervaringen met de invoering van de Wabo en het bijbehorende digitale stelsel is de druk in verband met uitvoeringsvraagstukken en juridische vraagstukken extra hoog. Ook de invloed van jurisprudentie is de eerste jaren aanzienlijk.
Derhalve wordt extra inzet gevraagd voor de invoering van de omgevingswet, versnellingsagenda woningbouw en uitvoering nieuwe en bestaande taken (1 fte jurist, 0,67 fte toezicht versnellingsagenda woningbouw en 0,33 fte voor toezicht omgevingswet, 0,67 fte administratief) voor 2023 en 2024. Alleen formatiekosten die direct te relateren zijn aan invoering en uitvoering van de Omgevingswet en de versnellingsagenda komen uit dit budget. Voor zover de formatiekosten (ook) aan andere oorzaken te relateren zijn, zullen we daarvoor andere (reguliere) formatiebudgetten inzetten. Uit het SWOT- en formatieonderzoek zal blijken in hoeverre het formatiebudget moet worden verhoogd. 3 Invoering omgevingswet Het programma Transitie Omgevingswet draait al meerdere jaren. Er zijn diverse activiteiten afgerond (zoals opstellen omgevingsvisie, handreiking participatiebeleid, aanschaf nieuwe software). Andere activiteiten lopen of worden nu voorbereid (zoals opleiding, opstellen omgevingsplan of implementeren nieuwe software). De activiteiten worden bekostigd uit het krediet dat in de begroting van 2019 is vastgesteld. Hier is destijds een voorlopig krediet van € 1.000.000,= voor invoeringskosten (incidenteel) opgevoerd. De totale (modelmatige) raming voor invoeringskosten bedroeg op dat moment € 2.000.000,= (bron: VNG kostenmodel Omgevingswet voor de gemeente Asten).
In plaats van dit totale bedrag te ramen, is voorgesteld te starten met het voorlopig krediet van € 1.000.000,= en aanvullend krediet aan te vragen zodra er meer zicht op de kosten kon worden gegeven. Hier is inmiddels meer zicht op. Voorzien wordt dat het verstrekte krediet geheel besteed is in 2022 en dat de implementatiekosten verder toenemen. Hierdoor is aanvullend krediet in 2023 en 2024 nodig. Dit aanvullend krediet wordt nu aangevraagd (opnieuw € 1.000.000,=). Het krediet wordt ingezet voor o.a. opstellen omgevingsplan, opleiding, implementatie en doorontwikkeling applicaties/digitale dienstverlening, aanpassen werkprocessen, advisering en inzet specialisten.
18
In de meicirculaire 2022 is een indicatie opgenomen van het bedrag dat gemeenten krijgen ter compensatie van een deel van de invoeringskosten Omgevingswet. Voor 2022 gaat om een bedrag van € 230.330,=. Definitieve verwerking vindt plaats in de septembercirculaire 2022. Informatie over de compensatie van de jaren 2023 tot en met 2025 volgt nog. Wanneer de vergoeding definitief is wordt deze verrekend met bovenstaande kredietaanvraag. 4 Participeren in gebiedsgerichte aanpak Vitale Peel (transitie buitengebied) De gemeente Asten participeert sinds 2020 samen met andere partners in de gebiedsgerichte aanpak Vitale Peel. Dit is een meerjarige aanpak die een grote verandering teweeg gaat brengen in de twee tot drie kilometerzone rondom de Groote Peel. De stikstofuitstoot zal fors teruggebracht moeten worden, er zal nieuwe natuur worden aangelegd ter versterking van het Natuurnetwerk Brabant, de grondwaterstand zal worden verhoogd ten behoeve van natuurherstel en de landbouw, de landbouw zal naar grondgebonden landbouw/natuurinclusieve landbouw gaan, er stoppen veel agrarische bedrijven in dit gebied waardoor leefbaarheidsproblemen ontstaan en omschakelingen naar andere functies mogelijk moeten worden gemaakt (nieuwe economie, recreatie). Getracht wordt om deze opgaven integraal en samen met het gebied vorm te geven.
Vanuit het Rijk en Provincie worden er echter ook meerdere normeringen opgelegd die een vertaling in de Gebiedsgerichte aanpak moeten krijgen en die voortvloeien uit de natuurdoelstellingen van de Groote Peel als Natura 2000-gebied. Om in 2023 volwaardig te kunnen participeren in de Gebiedsgerichte aanpak wordt naast extra ambtelijke inzet ook een financiële bijdrage van de gemeente verwacht in 2023. De ambtelijke inzet is 0,6 fte en de financiële bijdrage is € 35.000,= . Programma 4: Economie en financiën
19
5.
Nieuwe wensen
5.1
Nieuwe wensen – structureel
Structureel in euro’s (-) = nadeel (+) = voordeel Programma 1: Bestuur en veiligheid 1.1 Uitbreiding formatie handhaving BOA + benodigde uitrusting - Decentralisatieuitkering extra capaciteit BOA 1.2 Veilige Publieke Taak Programma 2: Sociaal domein 2.1 Respijtzorg logeerhuis Plezant 2.2 Visie op binnensport Asten Programma 3: Ruimtelijke domein 3.2 Doorontwikkeling Energiehuis 3.4 Opknappen Burgemeester Ploegmakerspark 3.5 Uitvoering van de visie over evenemententerrein 't Loverveld en omgeving 3.6 Aanpassen openbaar gebied school Voordeldonk 3.7 Veilige fietsverbinding bedrijventerrein Zuid-Oost Brabant in Helmond 3.8 Onderhoud wegmarkeringen 3.9 Mensgericht verkeersbudget 3.10 Opstellen visie en beleid elektrisch laden Programma 4: Economie en financiën 4.1 Subsidiemogelijkheden evenementen in subsidieprogramma Werkbudget recreatie en toerisme Totaal
2023
2024
2025
2026
-31.471
-31.471
-31.471
-31.471
31.471 -34.868
31.471 -34.868
31.471 -34.868
31.471 -34.868
-9.000
-9.000 P.M.
-9.000 P.M.
-9.000 P.M.
-25.800
-30.500 P.M.
-33.100 P.M.
-33.500 P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
-8.520
P.M. -8.520 P.M.
P.M. -8.520 P.M.
P.M. -8.520 P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
-20.000 -98.188
-20.000 -102.888
-20.000 -105.488
-20.000 -105.888
Voor een toelichting op de nieuwe wensen wordt verwezen naar bijlage 2 “Nieuwe Wensen”.
20
5.2
Nieuwe wensen – incidenteel
Incidenteel in euro’s (-) = nadeel (+) = voordeel Programma 1: Bestuur en veiligheid Programma 2: Sociaal domein Programma 3: Ruimtelijke domein 3.1 Verduurzaming agrarische sector 3.3 Projecten uit: Gemeentelijke rioleringsplan Asten 20212025 "onweerstaanbaar Asten" (GRP) Aanpak wateroverlast Penningkruid - Dekking uit voorziening riolering Wortelgroei riolering Rozenstraat - Dekking uit voorziening riolering Aanpak wateroverlast Julianastraat, Margrietstraat, Hemel en Lienderweg - Dekking uit voorziening riolering Renovatie bergbezinkbassin Beatrixlaan - Dekking uit voorziening riolering 3.5 Voorbereidingskosten uitvoering evenemententerrein 3.7 Voorbereidingskosten project fietsverbinding BZOB 3.8 Inventarisatie wegmarkeringen 3.10 Opstellen visie en beleid elektrisch laden 3.11 Korte termijn maatregelen A2 randweg Programma 4: Economie en financiën 4.2 Regionaal bedrijventerrein De Peel 4.3 Evalueren blauwe zone Totaal
2023
P.M.
2024
2025
P.M.
2026
P.M.
P.M.
-50.000 50.000 -55.000 55.000 P.M. P.M. -35.000 35.000 -20.000 P.M. -20.500 -12.000 P.M. -300.000 -7.000 -359.500
0
0
0
Voor een toelichting op de nieuwe wensen wordt verwezen naar bijlage 2 “Nieuwe Wensen”.
21
6.
Lokale lastendruk
Lokale lastendruk
Werkelijk 2021
Begroot 2022
Voorjaarsnota 2023
Gebruiker Afvalstoffenheffing (variabel)1 Afvalstoffenheffing (vast)
100,00 88,20
100,00 75,90
102,75 77,99
Totaal gebruiker
188,20
175,90
180,74
€ 308.621 348,12 252,00
€ 308.621 371,01 270,65
€ 308.621 400,27 294,50
Totaal eigenaar
600,12
641,66
694,77
Totale lastendruk
788,32
817,56
875,51
Eigenaar Gemiddelde waarde woning Onroerendezaakbelasting (OZB)2 Rioolheffing
1) Bij de afvalstoffenheffing (variabel) wordt uitgegaan van 6 containers restafval van 140 liter en 7 containers GFT-afval van 140 liter. 2) De OZB is gebaseerd op de gemiddelde waarde van een woning over 2021 zijnde € 308.621,=.
De OZB stijgt bij de Voorjaarnota 2023 met 5% conform het dekkingsplan bij de Begroting 2021 en daarnaast met 2,75% prijsindex. Afvalstoffenheffing stijgt vooralsnog ook met 2,75%. De stijging van de afvalstoffenheffing is echter afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Deze zijn op dit moment nog onzeker, hierdoor kan het tarief nog wijzigen. De rioolheffing stijgt conform het Gemeentelijk Rioleringsplan Asten 2021-2025 met 5,9% per jaar plus de prijsindex van 2,75%.
22
7.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico's) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal (ratio). Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande normering van NARIS (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement): Ratio weerstandsvermogen Meer dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Minder dan 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bij de jaarrekening 2021 is een overzicht gemaakt van de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Asten. Beschikbare weerstandscapaciteit aan liquide middelen is Beschikbare weerstandscapaciteit per 31-12-2021 1a. Algemene reserve (weerstandscapaciteit) 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Totaal beschikbaar
€ 12.660.925
Incidenteel € 12.020.451 € 640.474 € 12.660.925
Totaal bedrag benodigde weerstandscapaciteit (op basis van risico’s)
€
8.086.755
Ratio weerstandsvermogen: 1,57 Conform bovenstaand overzicht is de weerstandsratio ruim voldoende wat betekent dat er ruim voldoende middelen zijn om de gekwantificeerde risico’s af te dekken wanneer zij zich voordoen. De ontwikkeling van de algemene reserve over de afgelopen jaren en de verwachting eind 2022 ziet er als volgt uit:
Reserve
Eind 2018
Eind 2019
Algemene reserve
16.151.515
16.151.515
Eind 2020 Eind 2021
Eind 2022 (verwacht) 13.447.759 12.020.451 12.020.451
Wanneer de Reserve eenmalige bestedingen een tekort laat zien, kan deze aangevuld worden uit de algemene reserve. Dit heeft een effect op de hoogte van de ratio weerstandsvermogen. Voorzichtigheidshalve wordt alleen de algemene reserve ingezet bij de bepaling van de ratio weerstandsvermogen.
23
Indien het uitgangspunt is van de gemeente Asten dat een weerstandsvermogen ratio van 1,4 - 2 ruim voldoende is, is er gezien de huidige ratio weerstandsvermogen van 1,57 geen ruimte om de algemene reserve te laten dalen.
24
Bijlage 1: Ambities In de Voorjaarsnota 2023 is het Coalitieakkoord 2022-2026 nog niet volledig verwerkt. Voor de onderstaande ambities zijn nog geen financiële middelen voorzien. Bouwen en goed wonen
Wij willen starters helpen om in Asten te kunnen wonen. Hiervoor stellen wij extra middelen beschikbaar. Wij streven ernaar om 10% van het positief exploitatieresultaat bij woningbouwplannen in samenspraak met inwoners te gebruiken om te investeren in voorzieningen.
Vitaal buitengebied
Concreet doel is het versterken en daar waar mogelijk uitbreiden van onze bestaande bossen. Door duizenden bomen extra te planten voldoen wij ook aan de klimaat- en natuurdoelstellingen. Wij zien volop kansen in het verbinden van het buitengebied met het centrum en de kernen door extra te investeren in wandel-, fiets- en ruiterpaden.
Klimaat, energie en duurzaamheid
Wij gaan een beleidsplan duurzaamheid opstellen. Wij stimuleren inwoners en ondernemers om te investeren in duurzaamheid. Hiervoor breiden wij waar mogelijk de subsidieregelingen uit en we maken ze breder inzetbaar, bijvoorbeeld door een duurzaamheidslening. Wij onderzoeken de mogelijkheden voor laadinfrastructuur voor mobiliteit en pakken dat aan. In samenwerking met de MRE en het bedrijfsleven moet onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden van energieopslag. Wij willen dat de gemeente zelf ook investeert in verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en het wagenpark. Met het waterschap en andere partners blijft de gemeente Asten werken aan voorkoming en vermindering van wateroverlast in bijvoorbeeld de Wolfsberg, Voorste Heusden, Wilhelminastraat en waterberging voor de nieuwe wijk Loverbosch op het evenemententerrein. In de komende jaren komt er ook meer aandacht voor het nemen van maatregelen om de gevolgen van hitte en droogte op te vangen.
Sterke lokale economie en mobiliteit
Deze ontwikkelingen vragen om fietspaden en wegen die worden ingericht op de toekomst, waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. Wij besteden hier specifiek aandacht aan in het nieuw op te stellen gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP).
Bruisende en aantrekkelijke kernen
Een nieuw op te stellen centrumvisie, die wij met inwoners en ondernemers gaan maken, wordt richtingbepalend in ons beleid. Wij gaan extra investeren in groen waardoor Asten nog meer de uitstraling krijgt van een kwalitatief hoogwaardige woongemeente waar het goed toeven is. Ook de Heusdense inwoners zorgen met gemeentelijke ondersteuning voor een toekomstgerichte-, vitale- en realistische dorpsvisie. Wij onderzoeken allereerst wat de technische staat / levensduur is van de Schop en de beide gymzalen. Vervolgens onderzoeken we hoe en waar we de (centrale) binnensportaccommodatie voor de toekomst gaan opzetten (PM opgenomen bij nieuwe wensen).
25
Om die reden investeren wij in het optimaliseren van schoolomgevingen zoals bij basisschool Voordeldonk. Wij zoeken actief de samenwerking op tussen de recreatieve sector, de toeristische sector, de cultuursector en het centrummanagement, zodat in gezamenlijkheid een plan wordt opgesteld waarmee het toerisme in Asten wordt gestimuleerd Sociaal en gezond
Wij faciliteren vrijwilligers en mantelzorgers actief en zetten in op programma’s die dat mogelijk maken. Met het project ‘Eén tegen eenzaamheid’ investeert de gemeente Asten al in de aanpak. Wij willen deze inzet de komende jaren minimaal continueren. Gelet op de vergrijzing werken wij actief aan meer preventieve projecten voor ouderen (voeding, beweging), zetten wij het project dementievriendelijke gemeente voort en bekijken wij de mogelijkheden om projecten te initiëren waarin jong en oud met elkaar worden verbonden. Wij gaan meer aandacht geven aan gezond sport(beleid), verenigingsleven en cultuur. Wij gaan actief aan de slag met de aanbevelingen uit het Sportmanifest. Wij gaan ook uitvoering geven aan het Lokaal Preventieakkoord.
Financieel gezond
Waar mogelijk draaien we eerdere lastenverlichting terug. Verenigingen gaan OZB betalen zoals een particulier, dit betekent voor hen een lastenverlichting.
26
Bijlage 2: Nieuwe wensen Programma 1 Bestuur en Veiligheid 1.1
Uitbreiding formatie handhaving BOA
Wat willen we bereiken? Met de uitbreiding van de uren op diverse taakvelden wordt maximaal ingezet op leefbaarheid in de openbare ruimte en verhogen van het naleefgedrag. Hiermee wordt de zichtbaarheid van toezicht beter en dit heeft invloed op het veiligheidsgevoel.
Welke beleidsnota’s zijn relevant? • Veiligheidsbeleid 2018 – 2022 • Beleidsnota Sociaal Domein gemeente Asten 2022-2027 • Omgevingswet
Activiteiten en planning Activiteit
Planning
1. Uitbreiding formatie toezicht/ Handhaving BOA Steeds meer handhavingstaken komen bij de gemeentelijke toezichthouder terecht. Dit neemt de komende jaren alleen maar toe zeker nu politie nog meer prioriteiten moet stellen binnen haar takenpakket. Ook op het vlak van leefbaarheid en klachtenafhandeling heeft de BOA een belangrijke rol. De toezichthouders werken samen met de wijkagenten van Asten. Om de inzet van de BOA’s effectiever te maken is het verzoek de capaciteit uit te breiden naar 2 fte (dus ½ fte extra). Rijk geeft impuls om extra capaciteit vrij te kunnen maken voor BOA’s. Deze decentralisatie uitkering bedraagt voor de gemeente Asten € 31.471,= en wordt verwerkt in de meicirculaire 2022.
2023
Wat mag het kosten? Meerjarenbegroting Structurele kosten 1. Uitbreiding formatie handhaving BOA + benodige uitrusting Decentralisatie-uitkering voor extra capaciteit BOA Totaal structureel
1.2
Nieuwe wensen 2023-2026 2023 2024 2025 2026 31.471
31.471
31.471
31.471
-31.471
-31.471
-31.471
-31.471
0
0
0
0
Veilige publieke taak (VPT)
Wat willen we bereiken? We willen naar vermogen zorgdragen voor een veilige werkomgeving en een goed gevoel van veiligheid bij de uitoefening van de functie en taken van onze bestuurders en medewerkers. Dit is nodig vanwege de toenemende agressiviteit van de samenleving jegens de overheid. Relevant is dat we -samen met het Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s)- een onderzoek hebben laten uitvoeren door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CVV) hoe het is gesteld met de ambtelijke weerbaarheid van medewerkers in relatie tot het uitvoeren van werkzaamheden (Thema Veilige Publieke Taak, integriteit en ondermijning).
27
Het realiseren van weerbaarheid is niet eenvoudig. Veiligheid en het gevoel van veiligheid zijn belangrijke voorwaarden om een functie op een veilige en aangename manier te kunnen doen. Ook in Asten komt veiligheid steeds vaker in het gedrag. Agressie en geweld, ondermijning, maar ook integriteitsvraagstukken, zorgen ervoor dat de druk om medewerkers in de publieke dienstverlening toeneemt. Dit vraagt om een georganiseerde overheid die dit effectief aanpakt. Uit het onderzoek blijkt dat een samenhangende aanpak nodig is op het gebied van organisatie en communicatie, beleid en protocollen, vaardigheden en competenties, alsmede gebouw en materieel. De uitvoering hiervan gebeurt onder verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris. Nu is vooral van belang om een fundament te creëren waarop verbetering van veiligheid en veiligheidsgevoel kunnen worden gebaseerd. Dit richt zich vooral op huisvesting, organisatie en bedrijfsvoering (zoals trainingen, protocollen e.d.) en inzet van dienstauto’s i.p.v. privéauto’s. Hierdoor zetten we een grote stap bij het realiseren van de zogenaamde ‘Brabantse Weerbaarheidsnorm’, die onlangs door de Commissaris van de Koning van de provincie Noord-Brabant is gelanceerd als (basis)norm voor de bestuurlijke en ambtelijke weerbaarheid.
De Commissaris deed een dringende oproep aan alle burgemeesters om zorg te dragen voor een proces dat leidt tot het voldoen aan deze norm.